CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(135) Dorpskwaliteitsgids algemeen

Besluitvormende raadsvergadering 20 november 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Vaststellen Dorpskwaliteitsgidsen en erfgoedverordening 202512.103 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Dorpskwaliteitsgids

Deel A Algemeen Gemeente Brummen Definitief 8 oktober 2025

469801

Colofon In opdracht van Contactpersoon Definitief

Gemeente Brummen Anne Reintjes & Eline Waanders | gemeente Brummen 8 oktober 2025

Gelders Genootschap Projectteam

026 4421742 | info@geldersgenootschap.nl Madelinde Roelofs, Masja Rietveld, Frebus van Slochteren, Elin Thomassen, Christel Steentjes

Deel A Dorpskwaliteitsgids Algemeen

2.

Inhoud dorpskwaliteitsgids Algemeen Blz. Voorwoord 4

Blz.

H1 De Dorpskwaliteitsgidsen voor gemeente Brummen 6 Wat is omgevingskwaliteit Bouwen aan identiteit van Brummen Koppeling met de omgevingsvisie Betrokkenheid van inwoners

H6 Criteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken

H2 Opzet Dorpskwaliteitgidsen 8 Vijf Dorpskwaliteitsgidsen Opzet dorpskwaliteitsgids Algemeen 9 Stappenplan voor het gebruik van de gidsen

H9 Excessenregeling 45

H3 Relatie met ander beleid Relatie met monumentenzorg Duurzaamheid en Klimaatadaptatie Verduurzaming bestaande bebouwing Landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit

10

H4 Samen werken aan kwaliteit Kwaliteitsadvisering Werkwijze kwaliteitsadvisering bij bouwplannen Juridische status van deze nota

12

24

H7 Criteria voor Reclame 36 H8 Algemene ontwerprichtlijnen 44

Begrippenlijst 46 Bronnenlijst 53

13

H5 Uitwerking thema’s 15 Thema 1 Monumenten 17 Thema 2 Verduurzaming van Monumenten 18 Thema 3 Landgoederen en buitenplaatsen 20 Kaart Landgoederen en buitenplaatsen Brummen 21

3.

Voorwoord Beste inwoners en ondernemers, We wonen en werken in een prachtige omgeving. Groen, dichtbij voorzieningen en karaktervolle dorpskernen. Maar, wat maakt onze dorpen nou zo mooi? Dat zit in de manier waarop mensen door de eeuwen heen met zorg en aandacht hebben gebouwd. Van grootse landhuizen tot rijtjeswoningen: als je goed kijkt, zie je overal de mooie details. Het zijn zaken waar je je niet altijd bewust van bent, maar onbewust zorgen ze ervoor dat je op je gemak bent. Dat je je thuis voelt in je dorp en in het landschap. Dat gevoel willen we koesteren. We willen daarom zuinig omgaan met de mooie gebouwen die er zijn. En we willen dat nieuwe woningen en bedrijven ook weer met zorg en aandacht worden gebouwd. Passend bij het karakter van de plek. Zodat ook toekomstige generaties zullen zeggen: ik voel me hier goed, ik woon in een prachtige omgeving. Met trots presenteer ik de dorpskwaliteitsgidsen. Elk dorp heeft zijn eigen identiteit, een unieke architectuur en opbouw. Voor ieder dorp en het buitengebied hebben we daarom een aparte gids gemaakt. En één gids met algemene principes die overal gelden. Laat je inspireren door deze gidsen als je plannen hebt om te (ver)bouwen. Samen houden we de kwaliteit, sfeer en architectuur van onze dorpen en het buitengebied hoog. Nu en in de toekomst. Hartelijke groet, Pouwel Inberg wethouder Ruimtelijke Ordening 4. 4.

5.

H1 De dorpskwaliteitsgidsen voor gemeente Brummen De gemeente Brummen beschikt over unieke ruimtelijke kwaliteiten. De verschillende landschappen, dorpen en buurtschappen hebben elk een eigen identiteit. Deze kwaliteiten maken dat de gemeente een aantrekkelijke omgeving is waar mensen graag wonen en werken maar ook recreëren. De gemeente wil deze kwaliteiten en identiteiten behouden en versterken. Om dit te ondersteunen, heeft de gemeente Dorpskwaliteitsgidsen laten opstellen. Vijf dorpskwaliteitsgidsen Er zijn vijf gidsen: een algemeen deel, één voor Eerbeek, één voor Brummen, één voor de kleinere kernen en één voor het buitengebied met de buurtschappen. Deze gidsen beschrijven en verbeelden de ruimtelijke kwaliteiten van het landschap, het cultureel erfgoed, de architectonische kwaliteit van gebouwen en de kwaliteiten van stedenbouwkundige structuur. Daarnaast geven ze richtlijnen over aspecten waarmee rekening moet worden gehouden bij wijzigingen en nieuwe ontwikkelingen, afhankelijk van het gebied waarin het bouwplan wordt gerealiseerd. Zo vormen de Dorpskwaliteitsgidsen een belangrijke basis voor adviezen over de ruimtelijke kwaliteit bij bouwplannen. Wat is omgevingskwaliteit? Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Deze wet bundelt veel oude wetten die te maken hadden met ruimte en omgeving zodat een betere en integrale ruimtelijke afweging mogelijk is.

Met de Omgevingswet is een nieuwe term geïntroduceerd: ‘omgevingskwaliteit’. Net als een veilige en gezonde leefomgeving is ook het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit een maatschappelijke doelstelling van de Omgevingswet. Omgevingskwaliteit gaat over aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. 6. 6.

De Dorpskwaliteitsgidsen krijgen daarom een integraal karakter: ze benoemen bestaande ruimtelijke kenmerken, kwaliteiten en cultuurhistorische waarden en vertalen deze naar ambities en ontwerprichtlijnen voor de fysieke leefomgeving. Zo spelen ze niet alleen in op behoud en beheer, maar ook op nieuwe ontwikkelingen en duurzaamheid. Dorpskwaliteitsgidsen bieden flexibiliteit en afwegingsruimte door voor grotere ruimtelijke opgaven geen harde criteria te stellen, maar ontwerprichtlijnen te koppelen aan kwaliteiten en ambities. Bouwen aan de identiteit van Brummen De gemeente Brummen heeft mooie dorpen en buurtschappen met elk een eigen identiteit en plek in het landschap. Elke kern heeft een bijzondere ontstaansgeschiedenis en is nog steeds in ontwikkeling. In elke kern wordt gebouw en verbouwd. Soms grote plannen met meerdere woningen, soms kleine verbouwingen of nieuwe functies van gebouwen. Het gaat dan niet alleen om de gebouwen maar ook om de omgeving, het groen en de straten. Gemeente Brummen vindt het belangrijk dat deze ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan de omgevingskwaliteit en de identiteit van de plek. Maar wat onderscheidt Brummen van Eerbeek? Waarom worden bepaalde gebieden of gebouwen als waardevol ervaren? Vaak ligt de verklaring in cultuurhistorische waarden, de zichtbare historie en ontstaansgeschiedenis van een dorp of landschap.

Door deze waarden centraal te stellen, wordt het onderscheid tussen de verschillende kernen beter zichtbaar en kunnen ruimtelijke ontwikkelingen hierop aansluiten. De gidsen benoemen per kern de belangrijkste cultuurhistorische elementen en geven aan welke bijdragen positief zijn voor de identiteit van de omgeving. Dit biedt inzicht in welke kenmerken behouden moeten blijven en waar verandering mogelijk of wenselijk is.

Koppeling met de Omgevingsvisie gemeente Brummen De Omgevingsvisie is een visie op de leefomgeving van de gemeente voor de lange termijn. In deze visie staan de doelen en wensen voor de omgeving waarin we wonen, werken en leven. Denk aan onderwerpen zoals wonen, verkeer, natuur, energie en gezondheid. Een belangrijk onderdeel is de kwaliteit van de omgeving, zoals mooie dorpen, groen en erfgoed. De gemeente wil deze kwaliteit behouden en verbeteren. Dorpskwaliteitsgidsen helpen daarbij. Hierin staat wat wel en niet past in een dorp, zodat nieuwe gebouwen of veranderingen goed aansluiten bij het karakter van het dorp. Zo zorgt de gemeente ervoor dat plannen passen bij de plek en de omgeving mooi blijft.

Betrokkenheid van inwoners De inwoners van Brummen zijn betrokken bij hun leefomgeving. Dit blijkt ook uit de enquête onder inwoners die is uitgevoerd in aanloop naar de nieuwe Omgevingsvisie. Hieruit blijkt dat de mensen uit de gemeente het landschap van de gemeente waarderen en het belangrijk vinden dat nieuwe bebouwing past in de omgeving. De waardering voor het landschap bleek ook uit de inwonersenquête in het kader van de Bestuurlijke Toekomst van Brummen. Het behoud van de eigen identiteit van de kernen en de kwaliteiten van de verschillende landschappen is belangrijk voor de inwoners van Brummen. Ook uit de gesprekken die met verschillende partijen en bewoners uit de kernen blijkt dat de inwoners, organisaties en ondernemers een goede en fijne leefomgeving voor Brummen belangrijk vinden. Niet alleen voor inwoners maar ook voor de vele bezoekers en recreanten die genieten van de mooie omgeving. Ontwikkelingen moeten bijdragen aan deze kwaliteit en identiteit van Brummen. De gemeente Brummen wil inwoners dan ook actief betrekken bij de inrichting van hun leefomgeving en hen stimuleren om hierin zelf verantwoordelijkheid te nemen. Daarom bieden de Dorpskwaliteitsgidsen ook inspiratie en ontwerprichtlijnen om samen mooie plannen te maken.

Ze zijn bedoeld om te inspireren en om bewoners te helpen bij het bedenken van plannen die bijdragen aan de kwaliteit van hun dorp of wijk.

Titel document

De dorpskwaliteitsgidsen bieden inspiratie voor mooie plannen. Ze geven richtlijnen en regels maar bieden vooral ook inspiratie voor het ontwikkelen van nieuwe (bouw)plannen. De gidsen vervangen daarmee de huidige nota ruimtelijke kwaliteit uit 2013. De gidsen richten zich op omgevingskwaliteit van plannen, de ruimtelijk visuele aspecten van cultureel erfgoed, landschap, stedenbouw en het uiterlijk van bouwwerken. Zo blijft de identiteit en het onderscheid tussen de verschillende landschappen en kernen behouden.

7.

H2 Opzet dorpskwaliteitsgidsen De Dorpskwaliteitsgidsen zijn bedoeld als praktisch hulpmiddel voor iedereen die iets wil bouwen, verbouwen of ontwikkelen binnen de gemeente Brummen. Ze geven duidelijke richtlijnen en inspiratie om plannen goed te laten aansluiten bij de omgeving en dragen zo bij aan een herkenbare en fijne leefomgeving. De gidsen bieden helderheid over hoe de gemeente ruimtelijke kwaliteit beoordeelt en welke ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteiten behouden of versterkt moeten worden. De gidsen sluiten aan op de omgevingsvisie van de gemeente en zijn mede opgesteld met inbreng van inwoners. Zo zorgen ze voor een breed gedragen kader dat niet alleen richting geeft aan ruimtelijke kwaliteit, maar ook aan de identiteit van Brummen. Ze worden gebruikt door initiatiefnemers, ontwerpers, ambtenaren en de Commissie Omgevingskwaliteit, die op basis van de kwaliteiten, ambities en richtlijnen in de gids een onderbouwd advies kan geven over plannen. Er zijn vijf Dorpskwaliteitsgidsen: A.

Algemene Dorpskwaliteitsgids gemeente Brummen Deze bevat de algemene uitgangspunten en het beleid rondom omgevingskwaliteit, inclusief de relatie met de Omgevingswet, het proces van kwaliteitsadvisering, criteria voor veelvoorkomende kleine bouwplannen, algemene ontwerprichtlijnen, de excessenregeling, en richtlijnen voor het (ver)bouwen en verduurzamen van monumenten, karakteristieke panden en landgoederen. B. Dorpskwaliteitsgids Brummen en C. Dorpskwaliteitsgids Eerbeek In deze gidsen vindt u kaarten met deelgebieden, beschrijvingen van de dorpen, hun ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteiten, en concrete ontwerprichtlijnen per buurt of bebouwingseenheid.

8. 8.

D. Dorpskwaliteitsgids voor de kernen Leuvenheim, Empe, Oeken en Hall Deze gids biedt een overzicht van de kwaliteiten en ambities voor deze kleinere kernen en bevat richtlijnen die helpen om bouwplannen in te passen in het karakter van deze dorpen. E. Dorpskwaliteitsgids Buitengebied met buurtschappen Hierin worden de verschillende landschappen van het buitengebied beschreven, met hun kwaliteiten en ambities. De gids bevat richtlijnen voor bebouwing in het buitengebied, waaronder voor (voormalige) boerenerven. Ook laat de gids zien hoe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het versterken van het landschap en de identiteit van de plek.

Een belangrijk onderdeel van het proces is het samen werken aan kwaliteit. In Hoofdstuk 4 wordt de rol van de commissie Omgevingskwaliteit uitgelegd, de werkwijze bij beoordeling van bouwplannen, de juridische status van de gidsen Vervolgens worden Thema’s behandeld die voor de gemeente Brummen van belang zijn, zoals monumenten, de verduurzaming van monumentale panden en landgoederen en buitenplaatsen. Daarnaast bevat de gids in hoofdstuk 5 criteria voor veelvoorkomende kleine bouwwerken, zoals erfafscheidingen, dakkapellen en bijgebouwen. Ook zijn er in Hoofdstuk 6 criteria opgenomen voor reclame-uitingen in de openbare ruimte. In Hoofdstuk 7 staan de de algemene ontwerprichtlijnen die als vangnet dienen en in Hoofdstuk 8 informatie over de excessenregeling, waarmee wordt opgetreden tegen ernstige aantastingen van het straat- en dorpsbeeld. In de bijlage staat een begrippenlijst met uitleg over veel gebruikte termen.

Stappenplan voor het gebruik van de gidsen De gidsen vormen het kader voor ruimtelijke kwaliteit voor bouwplannen. In dit schema ziet u welk deel van de gids u nodig heeft en waaraan u bouwplan moet voldoen.

Is het bouwplan vergunningsvrije bouwactiviteit? Nee Ja

Vooraf vindt er geen beoordeling plaats bij vergunningsvrije bouwwerken. Informatie over vergunningsvrij bouwen vindt u bij de rijksoverheid en gemeente

Gaat het om een monument of karkateristiek pand of landgoed? Nee Ja

Zie deel A voor de ontwerprichtlijnen voor deze thema’s en de kwaliteiten en ambities voor de plek.

Gaat het om een klein bouwwerk zoals een dakkapel, gevelwijziging of erfafscheiding? Nee Ja

Zie deel A criteria kleine bouwwerken.

Bouwplan ligt in: • De kern Brummen: Dorpskwaliteitsgids B Brummen • De kern Eerbeek: Dorpskwaliteitsgids C Eerbeek • De kern Empe, Hall, Leuvenheim of Oeken: Dorpskwaliteitsgids D Kernen • Het buitengebied of buurtschappen: Dorpskwaliteitsgids E Buitengebied en buurtschappen Het bouwplan moet voldoen aan de basis ontwerprichtlijnen in de gids. Bekijk ook de ambities voor ruimtelijke kwaliteit voor het buitengebied en het landschap waarin het ligt om met het bouwplan bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de kern, het landschap en buitengebied. In overige gevallen: zie deze gids, deel A Algemeen.

Titel document

Opzet Dorpskwaliteitsgids Algemeen (Deel A) In deze gids wordt eerst in Hoofdstuk 1 uitgelegd wat de gidsen inhouden en hoe deze zijn opgebouwd. In Hoofdstuk 2 staat hoe u de Dorpskwaliteitsgidsen kunt gebruiken. In Hoofdstuk 3 wordt de relatie met ander gemeentelijk beleid toegelicht. Denk hierbij aan beleid op het gebied van monumentenzorg, landschap, duurzaamheid, klimaatadaptatie en de verduurzaming van bestaande gebouwen. De gids laat zien hoe al deze thema’s met elkaar samenhangen en elkaar kunnen versterken.

9.

H3 Relatie met ander gemeentelijk beleid De zorg voor ruimtelijke kwaliteit en identiteit van Brummen hangt ook samen met ander beleid an de gemeente. Landsschap, cultuurhistorie en erfgoed en openbare ruimte zijn integraal met elkaar verbonden. Ook ambities op het gebied van duurzaamheid hebben invloed op de leefomgeving. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd wat de relatie met de dorpskwaliteitsgidsen en ruimtelijke kwaliteit is. Relatie met monumentenzorg Veel eigenaren van monumenten willen hun pand verduurzamen. Het algemene Deel A biedt hiervoor richtlijnen en uitgangspunten, waardoor zij beter inzicht krijgen in de adviezen van erfgoeddeskundigen. Bij ingrijpende verbouwingen wordt een bouwhistorische of cultuurhistorische analyse gevraagd, zodat de historische waarde en authenticiteit van een monument of gebied goed worden beoordeeld voordat aanpassingen plaatsvinden. Zie Thema Monumenten op blz. 16 en Thema Verduurzaming van Monumenten op blz. 18. De zorg voor monumenten is ook verwerkt in de ontwerprichtlijnen in de gidsen. Duurzaamheid en Klimaatadaptatie De manier waarop we onze leefomgeving inrichten, verandert. Klimaatverandering en de overgang naar duurzame energie vragen om slimme keuzes bij het bouwen en inrichten van wijken, dorpen en het buitengebied.

Het is daarom belangrijk dat aanpassingen van de leefomgevingbijdragen aan een toekomstbestendige, gezonde en prettige plek om te wonen, werken en leven. In de gemeente Brummen streeft naar duurzaam ontwerpen vanaf het begin. De dorpskwaliteitsgidsen bieden hiervoor de ruimte.

10. 10.

Belangrijke aandachtspunten • Klimaatadaptatie en duurzaamheid zijn geen losse onderdelen, maar worden vanaf het begin meegenomen in het ontwerp, zowel op gebiedsniveau als op het niveau van gebouwen en tuinen • Zongericht verkavelen is een belangrijk uitgangspunt: gebouwen en kavels worden zo ingericht dat zonlicht slim wordt benut – voor energieopwekking, daglichttoetreding en wooncomfort. • Natuurinclusief bouwen heeft de voorkeur. Bouwen met de natuur kan bijvoorbeeld met nestgelegenheden in gevels, groene daken, waterdoorlatende bestrating en inheemse beplanting. Vergroening van de bebouwde omgeving helpt bij het voorkomen van hittestress en wateroverlast en zorgt voor meer biodiversiteit én een prettiger verblijfsklimaat. • Duurzaamheid wordt breed benaderd: denk aan hergebruik van materialen, energiezuinige gebouwen, ruimte voor waterberging, circulaire afvalstromen, duurzame mobiliteit en aandacht voor ecologie en landschap. De gemeente heeft dit ook uitgewerkt in de Routekaart Wonen 2.0 waar duurzame ontwikkeling een belangrijk onderdeel van is. Toepassing in plannen en ontwerpen Deze principes voor verduurzaming zijn meegenomen bij het opstellen van de ontwerprichtlijnen zodat met bouwplannen en ruimtelijke ontwikkelingen beeldkwaliteitsplannen, stedenbouwkundige ontwerpen, duurzaamheid kan worden meegenomen.

Ze helpen ontwerpers, ontwikkelaars en beleidsmakers om duurzame keuzes te maken die passen bij het karakter van Brummen. Verduurzaming van bestaande bebouwing Het Klimaatakkoord brengt niet alleen voor nieuwbouw, maar ook voor bestaande gebouwen een grote verduurzamingsopgave met zich mee. Vooral in de sociale huursector zijn vernieuwings- en transformatieprojecten nodig om gebouwen duurzamer te maken.

Ook particuliere woningeigenaren moeten stappen zetten op het gebied van isolatie, energiebesparing en duurzame energieopwekking. Warmtepompen worden steeds gebruikelijker, en na-isolatie van daken en gevels wordt vaker overwogen. De Dorpskwaliteitsgids speelt hierop in door bestaande criteria (zie Hoofdstuk 5) voor airco-units uit te breiden met richtlijnen voor het plaatsen van warmtepompen. Daarnaast wordt het beleid aangepast, waardoor onder bepaalde voorwaarden het eenvoudiger wordt woningen energieneutraal te maken.

Titel document

Landschap, cultuurhistorie en biodviseriteit Ruimtelijke kwaliteit is meer dan rood alleen. Landschap, cultuurhistorie, biodiversiteit en openbare ruimte zijn integraal met elkaar verbonden. Bovendien mag de factor duurzaamheid niet worden vergeten. De landschappen van Brummen worden hooggewaardeerd en hangen nauw samen met de cultuurhistorie van Brummen. In de Dorpskwaliteitsgidsen is daarom landschap en cultuurhistorie onderdeel van kwaliteiten en ambities en onderdeel van de ontwerprichtlijnen in alle gidsen en specifiek in de Dorpskwaliteitsgids buitengebied en buurtschappen waar in de verschillende landschappen afzonderlijk worden behandeld. Monumenten en karakteristieke panden zijn opgenomen in de kwaliteitskaarten.

11.

H4 Samen werken aan kwaliteit De Dorpskwaliteitsgidsen zijn er niet alleen als formeel beleidsdocument, maar ook als inspiratie. Voor de gemeente en de initiatiefnemers van plannen bieden de gidsen de uitgangspunten maar ook inspiratie voor mooie bouwplannen. Bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt gekeken of het plan goed past in de omgeving, op basis van duidelijke kaders en ontwerprichtlijnen. Kwaliteitsadvisering De Commissie Omgevingskwaliteit (COK) adviseert het college van burgemeester en wethouders (B&W) over de kwaliteit van de leefomgeving bij ruimtelijke plannen. De CRK is ingesteld door de gemeenteraad en baseert haar advies op de dorpskwaliteitsgidsen. Voldoet een plan niet helemaal aan de geldende regels, maar sluit het wél aan bij de ruimtelijke ambities van de gemeente? Dan is er ruimte om samen met de CRK te zoeken naar passende oplossingen die de kwaliteit juist kunnen versterken. Als initiatiefnemer speelt u daarin een belangrijke rol. Een plan dat goed past bij de identiteit en van de plek en als geheel klopt, heeft de meer kans van slagen. De gidsen helpen u om tot zo’n plan te komen. De adviseur ruimtelijke kwaliteit en monumentenadviseur van de COK vormen de voorpost van de commissie. Zij bezoeken regelmatig de gemeente.

Tijdens deze spreekuren worden de meeste bouwplannen afgehandeld en vindt overleg en afstemming plaats met de planindieners, beleidsambtenaren en gemeentebestuur. In overleg met de gemeente worden de grotere of complexe plannen worden voorgelegd aan de Commissie Omgevingskwaliteit. Zoals grootschalige woningbouw of stedenbouwkundige plannen. Met de adviseurs en de CRK is vooroverleg mogelijk om samen te kijken naar de mogelijkheden van een plan en hoe de plannen kunnen bijdragen aan de identiteit van Brummen.

12.

Commissie Omgevingskwaliteit Plannen worden voorgelegd aan de Commissie Omgevingskwaliteit (COK) als ze: • Groot van schaal of maatschappelijke impact zijn, zoals nieuwbouw, herstructurering of grootschalige verbouwingen; • Afwijken van bestaand beleid. • Gelegen zijn op gevoelige of beeldbepalende locaties, zoals landschappelijk waardevolle gebieden en zichtlocaties zoals hoofdontsluitingswegen of dorpsentrees; • Nieuwe typologieën of architectonische oplossingen bevatten waarvoor nog geen richtlijn bestaat. Op deze manier bieden de Dorpskwaliteitsgidsen houvast én flexibiliteit: ze zorgen voor duidelijkheid en rechtszekerheid, maar geven ook ruimte voor maatwerk en vernieuwing. Beeldkwaliteitsplannen (BKP) De gidsen bieden geen uitputtend kader voor alle toekomstige ontwikkelingen. Bij grotere of nieuwe ruimtelijke ingrepen verwacht de gemeente daarom dat een BKP wordt opgesteld. Dit plan moet aansluiten bij de kwaliteiten en ambities zoals benoemd in deze gidsen. Een BKP beschrijft hoe een ontwikkeling past in de omgeving en bevat uitgangspunten voor onder meer massa, schaal, architectuur, materialisering, groeninpassing en de relatie met het landschap.

Werkwijze kwaliteitadvisering bij bouwplannen

Omgevingskwaliteit

Toelichting • Plannen worden eerst ruimtelijk getoetst door de gemeente. Onder andere aan de hand van het omgevingsplan en de omgevingsvisie • De adviseur ruimtelijke kwaliteit geeft advies op basis van de Dorpskwaliteitsgidsen of op basis van het beeldkwaliteitsplan. • De monumentendeskundige adviseert op basis van monumentenbeleid (Rijks- en gemeentelijk beleid) en de Dorpskwaiteitsgidsen. • Een geschreven advies is gericht aan het college.

Juridische status van deze nota Deze nota bevat beleidsregels die dienen als toetsingskader voor besluiten, zoals bedoeld in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Afhankelijk van de situatie kunnen aanvullende beleidsregels worden vastgesteld door het college of de gemeenteraad, mits dit past binnen de daarvoor geldende wettelijke kaders. Zo schrijft artikel 4.19 van de Omgevingswet bijvoorbeeld voor dat de gemeenteraad regels opstelt voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken (zie deel B van deze nota). Beleidsregels zijn geen algemeen verbindende voorschriften voor burgers, maar binden wel het gemeentebestuur. In de praktijk betekent dit dat het college van burgemeester en wethouders doorgaans handelt binnen deze kaders. Dit biedt aanvragers duidelijkheid en rechtszekerheid. Tegelijkertijd biedt artikel 4:84 van de Awb ruimte om in uitzonderlijke gevallen af te wijken van de beleidsregels. Afwijken van beleidsregels Er kunnen situaties ontstaan waarin de bestaande beleidsregels onvoldoende houvast bieden. Denk aan een voorstel met een uitzonderlijk hoge ruimtelijke kwaliteit, of juist aan een plan dat wél binnen de regels past, maar waarvan de uitwerking negatieve gevolgen heeft voor de omgeving.

In dergelijke gevallen kan het college, op basis van een gemotiveerd advies van de Commissie Omgevingswaliteit, besluiten af te wijken van de beleidsregels. Afwijken van het advies van de commissie In principe volgt het college het advies van de commissie. Toch blijft het mogelijk hiervan gemotiveerd af te wijken, bijvoorbeeld om inhoudelijke redenen of vanwege maatschappelijke of economische belangen. Wanneer dat gebeurt, wordt dit toegelicht in het besluit op de vergunningaanvraag. De commissie wordt hierover geïnformeerd. Het college maakt van deze bevoegdheid alleen in bijzondere gevallen gebruik. 13.

14.

H5 Uitwerking thema’s Thema 1 Monumenten Thema 2 Verduurzaming van Monumenten Thema 3 Landgoederen en Buitenplaatsen Kaart Landgoederen en Buitenplaatsen

15.

Thema 1 Monumenten De gemeente Brummen heeft veel waardevolle monumenten en karakteristieke gebouwen. Deze blijven het best behouden door goed onderhoud en regelmatig gebruik. Soms zijn aanpassingen of verbouwingen nodig om een gebouw geschikt te maken voor modern gebruik. Daarbij is het belangrijk om een goede balans te vinden tussen de wensen van nu en het behoud van het monumentale karakter. Het monument geeft de grenzen aan van wat er mogelijk is. Daarom is het belangrijk om eerst goed te onderzoeken wat een monument bijzonder maakt, zoals de bouwstijl, gebruikte materialen, constructie en afwerking. Dit is vooral nodig bij grotere verbouwingen. Deze informatie helpt bij het opstellen én beoordelen van plannen. Voor kleine aanpassingen, zoals verduurzaming (bijvoorbeeld isolatie of zonnepanelen), is soms alleen overleg met de monumentendeskundige van de gemeente voldoende. Via een vooroverleg kunt u vooraf duidelijkheid krijgen over wat er mogelijk is. Wat een monument bijzonder maakt, zit vaak in de zichtbare ouderdom: de stijl, het materiaalgebruik en de manier waarop het verouderd is. Daarom geldt: behoud gaat voor vernieuwen. Dat past ook goed binnen circulair denken. Als iets toch aangepast moet worden, dan vormen het bestaande ontwerp, materiaal en details het uitgangspunt.

Ook de manier waarop het gebouw is gemaakt – de constructie, details en vakmanschap – vertelt iets over de geschiedenis en is belangrijk voor de waarde van het monument.

16.

Wanneer heeft u een vergunning nodig? Als u iets aan een beschermd monument wilt veranderen, heeft u meestal een omgevingsvergunning nodig. Dit geldt niet alleen voor grote ingrepen zoals verbouwen, verduurzaming of slopen, maar ook voor bijvoorbeeld het schilderen van een gevel in een andere kleur, het vervangen van historisch glas, sommige onderhoudswerkzaamheden, of aanpassingen aan waardevolle interieuronderdelen (zoals stucwerk of oude wandbekleding). Twijfelt u of u een vergunning nodig heeft? Dan kunt u altijd contact opnemen met de gemeente voor overleg of door een vooroverleg in te plannen. De omgeving van het monument Met de komst van de Omgevingswet krijgt ook de omgeving van monumenten meer bescherming. Artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving verplicht gemeenten om aantasting van de omgeving van (voor)beschermde monumenten te voorkomen. Dit gaat verder dan eerdere regelgeving, die vooral het monument zelf beschermde. De nieuwe regels gelden voor rijksmonumenten, provinciale en gemeentelijke monumenten, en gebouwen met een karakteristieke of beeldbepalende status. De monumenten en karakteristieke panden zijn opgenomen in de kaarten en maken onderdeel uit van de waarden, ambities en ontwerprichtlijnen van de Dorpskwalitetisgidsen.

17.

Thema 2 Verduurzamen van monumenten Een monument goed onderhouden is op zichzelf al duurzaam. Toch valt er vaak nog winst te behalen op het gebied van energie, isolatie en comfort. Verduurzaming helpt om monumenten toekomstbestendig en betaalbaar te houden, zeker met de stijgende energiekosten. Ook willen veel eigenaren graag bijdragen aan de klimaatdoelen. Omdat standaardoplossingen vaak niet passen bij monumenten, is maatwerk nodig. Daarbij staat het behoud van de historische waarde altijd voorop. Tips bij verduurzaming • Combineer onderhoud met verduurzaming: Laat duurzaamheidsmaatregelen uitvoeren tijdens regulier onderhoud. Dat bespaart kosten én vergunningsprocedures. Er zijn ook subsidiemogelijkheden die je meteen kunt meenemen in het plan. • Laat een totaalplan maken: Schakel een specialist in met ervaring met monumenten. Die kan een totaaladvies opstellen voor onderhoud, isolatie, ventilatie, verwarming en duurzame energie, met oog voor bouwfysica en behoud van historische elementen. • Kies voor omkeerbare maatregelen: Voeg alleen dingen toe die later weer verwijderd kunnen worden zonder blijvende schade aan het monument. • Gebruik duurzame en passende materialen: Kies bij voorkeur traditionele of herbruikbare materialen. Vermijd bijvoorbeeld PUR-schuim: het is slecht voor houtconstructies, niet circulair en moeilijk te verwijderen.

18.

Mogelijkheden voor verduurzaming Glas en ramen • Vaak is vervanging van oud glas niet mogelijk. Een achterzetraam is dan een goed alternatief. • Er bestaat speciaal dun isolatieglas, zoals vacuümglas of monumentenglas, dat soms in bestaande ramen past. De plaatsing van nieuw glas vraagt om zorgvuldigheid. Gebruik stopverf of aangepaste kit voor een historische uitstraling. • Ramen mogen alleen vervangen worden als ze ernstig verrot zijn én geen monumentale waarde hebben. De materialisatie, maatvoering en detaillering van de nieuwe ramen passen bij het monumentale karakter van het pand. Bij het vervangen van een technisch versleten, maar monumentaal raam moet het aanzicht aan de buitenzijde hetzelfde blijven en wordt de historische profilering overgenomen evenals het raamsysteem (bijvoorbeeld schuifraam of stolpraam) Dakisolatie • Houd de originele dakbedekking in stand. • Isoleren doe je bij voorkeur aan de binnenzijde, met aandacht voor ventilatie. • Aan de buitenzijde isoleren mag soms, maar alleen onder voorwaarden en in overleg. Gebruik overruimte als thermische buffer Monumenten bieden door hun overmaat (denk aan de grote T-boerderijen) andere mogelijkheden dan panden van recentere datum. In ruimtelijke zin zijn er interessante alternatieve oplossingen te bedenken.

Gebruik bijvoorbeeld de ‘overruimte’ onder de kap als thermische buffer en isoleer de zoldervloer in plaats van het gehele dak.

Gevelisolatie • Buitenisolatie is meestal niet toegestaan: het verandert het uiterlijk te veel. • Spouwmuurisolatie mag alleen als de muur in goede staat is en het isolatiemateriaal weer te verwijderen is. • Binnenisolatie is vaak wél mogelijk, mits zorgvuldig aangebracht en zonder waardevolle interieuronderdelen te bedekken. Vloerisolatie • Monumentale vloeren en plafonds mogen niet verwijderd worden. • Verlaagde plafonds of zwevende vloeren kunnen, zolang ze niets aan het zicht onttrekken en dampopen zijn. Duurzame installaties Van het gas af Overstappen op een warmtepomp is mogelijk, maar vraagt om goede isolatie. Kies voor groene stroom en plaats de warmtepomp uit het zicht, bijvoorbeeld aan de achterzijde en goed ingepast. Plaats de warmtepomp niet direct aan een monumentale gevel. Zonnepanelen • Zonnepanelen mogen alleen geplaatst worden als ze nauwelijks zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. • Kijk eerst naar mogelijkheden op bijgebouwen of in de tuin. • Gebruik matzwarte panelen in één strak vlak voor een rustig beeld. • Geen plaatsing op rieten of leien daken. • Er mag geen schade ontstaan aan het monument.

Maatwerk Verduurzamen van een monument is altijd maatwerk. Overleg daarom altijd eerst met de monumentendeskundige van de gemeente. Via een vooroverleg weet u precies wat mogelijk is, en voorkomt u verrassingen. Meer informatie is te vinden bij: • Stichting ERM (Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg) geeft uitvoeringsrichtlijnen voor verduurzamen van monumenten. • RCE (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed) ontwikkeld praktisch toepasbare kennis op het gebied van duurzaamheid en de zorg voor cultureel erfgoed. • Het Restauratiefonds ondersteunt monumenteigenaren met de financiering van hun plannen met hun monument. Zij vergoeden een deel van de advieskosten voor een specifiek duurzaamheidsadvies van een Duurzame Monumenten (DuMo) adviseur. • Gemeente Rheden, Arnhem, Ede hebben met steun van de Provincie Gelderland het boek ‘Een warme jas’ opgesteld. Over het mooi en goed verduurzamen van oude huizen Deze is interessant voor alle monumenteneigenaren die met verduurzaming bezig zijn. In dit detailboek staat een omvangrijke reeks bouwkundige details. Ieder detailblad is voorzien van een toelichting. Deze is raadpleegbaar via: https://eenwarmejasvooroudehuizen.nl/

19.

Thema 3 Landgoederen en buitenplaatsen Er zijn veel landgoederen en buitenplaatsen in de gemeente Brummen. De statige landhuizen, monumentale tuinen, landerijen en bomenlanen zijn belangrijk voor het landschap en de identiteit van Brummen. Veel landgoederen liggen in het landschap van de landgoederenzone maar ook in de andere landschappen van Brummen zijn landgoederen te vinden. Sommige gebouwen zijn beschermd als monument en ook is soms een deel van de omgeving beschermd als rijksbeschermde buitenplaats. Maar ook als ze niet beschermd zijn is het belangrijk bij veranderingen er zorgvuldig mee om te gaan. . Ontwerprichtlijnen landgoederen en buitenplaatsen SITUERING van bebouwing • Landhuis en omringend landschap als een eenheid in stand houden. • Zichtlijnen in stand houden. • Het individuele karakter van de bebouwing handhaven. • De positie en oriëntatie van de oorspronkelijke bebouwing is richtinggevend bij nieuwbouw. MASSA EN VORM van bebouwing • Bij renovatie en verbouw is de originele vorm het uitgangspunt. • Bij vervangende nieuwbouw de oorspronkelijke hoofdvorm van het pand als beeldbepalend element in het landschap behouden. • Nieuwe bebouwing in harmonie met de bestaande bebouwing ontwerpen. • Bouwvolumes zijn helder van opzet, waarbij de samenstellende delen steeds herkenbaar zijn. • Een aanbouw is ondergeschikt aan het hoofdvolume.

• Voldoende onderscheid tussen hoofd- en aan- en bijgebouwen.

20.

GEVELS • Oorspronkelijke stijl, gevelopbouw en gevelindeling behouden bij renovatie en nieuwbouw. • Architectonische eenheid van het oorspronkelijk pand behouden bij splitsing. • Het pand straalt op ingetogen wijze allure uit. • Bij nieuwbouw hoofdentree nadrukkelijk vormgeven. MATERIAAL en KLEUR • Oorspronkelijk materiaalgebruik is het uitgangspunt bij renovatie en nieuwbouw. • Gebruik natuurlijke en/of gebakken materialen met een matte uitstraling. • Toepassing van kunststof en spiegelende oppervlakten als gevelmateriaal niet wenselijk. • Oorspronkelijk kleurgebruik is het uitgangspunt bij renovatie en nieuwbouw. DETAILLERING • Kenmerkende ornamentiek als overstekken, dak- en gevellijsten, pilasters en luiken respecteren bij renovatie en verbouw. • Aanwezige fijne en ambachtelijke delen behouden. • Detaillering van nieuwe onderdelen moet passen bij de aanwezige details. • Detaillering van nieuwe gebouwen dient zorgvuldig en met aandacht voor plasticiteit van de gevel uitgewerkt te zijn.

21.

22.

H6 Criteria voor veelvoorkomende Kleine Bouwwerken H7 Criteria Reclame H8 Algemene ontwerprichtlijnen H9 Excessenregeling

23.

H6 Criteria voor veelvoorkomende kleine bouwplannen Veel kleine bouwwerken mogen zonder vergunning worden gebouwd. Denk aan eenvoudige aanpassingen aan de woning of in de tuin. Maar soms is er wél een vergunning nodig. Dit is vastgelegd in het omgevingsplan, dan geldt ook de Dorpskwalitetisgids. Bijvoorbeeld bij een dakkapel, uitbouw, airco, warmtepomp, erfafscheiding of reclame-uiting. Voor dit soort kleine bouwwerken zijn er in dit deel duidelijke criteria opgesteld. Deze regels helpen om snel duidelijkheid te krijgen. Voor wie zijn deze regels? De meeste aanvragen komen van particuliere woningeigenaren, die vaak geen ervaring hebben met bouwen of vergunningprocedures. Daarom zijn de regels zo opgesteld dat ze makkelijk te begrijpen zijn, ook zonder bouwkundige kennis. Met goede uitleg, duidelijke voorwaarden en voorbeelden met beeldmateriaal wordt het proces een stuk overzichtelijker. Wat staat er in de regels? De criteria zijn bedoeld om: • te zorgen voor een goede verhouding tussen verschillende bouwdelen; • bij te dragen aan een verzorgde en samenhangende uitstraling van huizen en straten; • het bouwplan een meerwaarde te geven. De regels zijn aanvullend op het omgevingsplan, dat vooral gaat over waar iets mag worden gebouwd, hoe groot het mag zijn en wat het gebruik is. Deze criteria kunnen de mogelijkheden in het Omgevingsplan niet beperken.

De criteria voor kleine bouwwerken gaan vooral over hoe iets eruitziet en hoe het past in de omgeving. Ze zijn zo opgesteld dat ze voor bijna alle woningen en buurten toepasbaar zijn. Alleen voor reclame gelden aparte regels per gebied.

24.

Waarom zijn deze regels belangrijk? Met duidelijke en concrete criteria kan de initiatiefnemer meteen zien waar het bouwplan aan moet voldoen. Dit maakt het beoordelen van een plan eenvoudiger, sneller en transparanter.

H6 Criteria voor veelvoorkomende kleine bouwplannen Inhoud Blz. Bijbehorende bouwwerken - Erkers in het voorerfgebied t.b.v. woonruimte. 26 - Aan-, uit- en bijgebouwen in het achtererfgebied. 27 - Aan-, uit- en bijgebouwen in het voorerfgebied. 27 Daktoevoegingen - Dakkapellen, grenzend aan het voorerfgebied. 28 - Opgetrokken geveldelen. 29 - Dakopbouwen. 30 Kozijn en gevelwijzingen - In het voorerfgebied. 31 - Zonwering bij monumenten 31 - Rolluiken bij monumenten. 31 - Na-isoleren buitenzijde 32 Erfafscheidingen - Bij monumenten. 33 - Grenzend aan openbaar gebied. 33 - Terrasafscherming bij dakterrassen. 33 Zonnepanelen en collectoren - Bij monumenten. 34 - Voor overige bebouwing en gebieden. 34 Airco-installaties en warmtepompen - Bij monumenten. 35 - Voor overige bebouwing en gebieden. 35

H7 Reclames

36 - Bij verkoopstations voor motorbrandstoffen 36 - Bij monumenten. 37 - Woongebieden. 38 - Winkelgebieden in woonwijken. 39 - Recreatie- en sportterreinen. 40 - Landelijk gebied. 41 - Bedrijventerreinen. 42 - Op rotondes en langs de openbare weg. 43 25.

H6 Bijhorende bouwwerken ERKERS in het voor- en zijerfgebied t.b.v. woonruimte

Overeenkomstig bestaand raamkozijn.

Algemeen: Erkers zijn voor positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering. • Ondergeschikt in het gevelbeeld. • Afgestemd op de architectuur van het hoofdgebouw. • Afgestemd op bestaande bijbehorende bouwwerken bij de woning of in het bouwblok.

Specifiek: Positionering • Overeenkomstig bestaand raamkozijn in voorgevel en/of uitgelijnd met gevelkozijnen. Maatvoering • Bescheiden en afgestemd op de maat en schaal van gevelelementen. • Richtlijn breedte: maximaal 50% van de breedte van de voorgevel. Verschijningsvorm • Maximaal transparant (uitgezonderd plint). • Kozijnindeling afgestemd op de indeling van gevelkozijnen. Materiaal, kleur en detaillering • Gerelateerd aan de bestaande bebouwing en bijdragend aan het gewenste ondergeschikte karakter.

26.

Afgestemd op de architectuur

Afgestemd op bestaande bijbehorende bouwwerken.

H6 Bijbehorende bouwwerken AAN, UIT en BIJGEBOUWEN In het achtererfgebied Algemeen:

Duidelijk teruggelegen en ondergeschikt aan de hoofdvorm.

Zijn voor positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering. • Ondergeschikt aan het hoofdgebouw.• Afgestemd op het hoofdgebouw. • Afgestemd op het tuinkarakter en/of bestaande bijbehorende bouwwerken in de omgeving.

Specifiek: Positionering • Duidelijk teruggelegen ten opzichte van de voorgevelrooilijn van de hoofdbouw. Maatvoering • Duidelijk ondergeschikt en gerelateerd aan de maat en schaal van het hoofdgebouw. Verschijningsvorm • -Eenvoudig, passend bij de (ondergeschikte) functie.- Plat dak of een kap die afgestemd is op die van het hoofdgebouw. Materiaal, kleur en detaillering • Afgestemd op de bestaande bebouwing of het tuinkarakter en bijdragend aan het gewenste ondergeschikte karakter.

AAN, UIT en BIJGEBOUWEN in het voor- en zijerfgebied

Kapvorm afgestemd op kap hoofdgebouw.

Afgestemd op bestaande bijbehorende bouwwerken. Materialisering draagt bij aan ondergeschikt karakter.

aanvullend op het bovenstaande geldt: • Gevelbeelden afgestemd op bestaand en gerelateerd aan de (ondergeschikte) functie. • Er is sprake van oriëntatie op het openbare gebied.

27.

H6 Daktoevoegingen DAKKAPELLEN dakvlak grenzend aan het voorerfgebied

Onderin dakvlak.

Algemeen: Dakkapellen zijn voor positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering: • Ondergeschikt in het dakvlak. • Afgestemd op de architectuur en kapvorm. • Afgestemd op bestaande dakkapellen op de woning of op het bouwblok

Specifiek: Positionering • In het onderste deel van het dakvlak.- Rekening houden met gevelkozijnen. • Bij boerderijen: op het voorhuis. Maatvoering • Bescheiden en afgestemd op de maat en schaal van gevelelementen. • Aan beide zijden van de dakkapel resteert (ruim) dakvlak. • Richtlijn hoogte: maximaal 1,50 meter. • Richtlijn breedte: maximaal 50% van de breedte van het dakvlak tot een maximum van 3 meter. Verschijningsvorm • Voorzijde maximaal transparant. • Kozijnindeling afgestemd op de indeling van gevelkozijnen. Materiaal, kleur en detaillering • Afgestemd op bestaande bebouwing en bijdragend aan het gewenste ondergeschikte karakter.

28.

Herhaling zelfde exemplaren behouden.

Ondergeschikt aan dakvlak en afgestemd op de architectuur. .

H6 Daktoevoegingen OPGETROKKEN GEVELDELEN

Afgestemd op architectuur.

Algemeen: Deze toevoegingen aan het dakvlak zijn voor positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering: • Ondergeschikt in het dakvlak. • Afgestemd op de architectuur en kapvorm. • Afgestemd op bestaande soortgelijke toevoegingen op de woning of op het bouwblok.

Specifiek: Voor positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detailleringgelden gelden eerdergenoemde criteria voor dakkapellen.

Herhaling zelfde exemplaren behouden.

29.

H6 Daktoevoegingen DAKOPBOUWEN Algemeen:

Gericht naar achterzijde Bijvoorkeur tussen twee schoorstenen plaatsen.

Dakopbouwen zijn voor positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering: • Gericht naar achterzijde. • Ondergeschikt aan het hoofdgebouw. • Afgestemd op het hoofdgebouw. • Gelijkvormig aan eerder geplaatste dakopbouw op hetzelfde bouwblok en gerangschikt op dezelfde horizontale lijn.

Specifiek: Positionering • Bij een individueel hoofdgebouw gecentreerd in het dakvlak of afgestemd op de gevelgeleding Maatvoering • De nokhoogte ligt maximaal 1 meter (3/4 dakpannen) boven de nokhoogte van de woning. • De goot van de dakopbouw ligt onder de nok van de woning. • Breedte bij tussenwoningen: gelijk aan woningbreedte of tussen schoorstenen. • Bij hoekwoningen, twee-onder-één-kap-woningen en vrijstaande woningen: afstand tot dakrand(en) minimaal 1 meter Verschijningsvorm • De dakhelling dient identiek te zijn aan het bestaande dak. • Gevelgeleding afgestemd op de gevelgeleding van het hoofdgebouw. • Lange zijde maximaal transparant. Materiaal, kleur en detaillering • Afgestemd op de bestaande bebouwing en bijdragend aan het gewenste ondergeschikte karakter. • Zijwanden in een donkere kleur afgestemd op het dakvlak.

30.

Onderlinge afstemming per woonblok.

Vorm akkoord, zijwanden bij voorkeur in donkere kleur overeenkomstig dakvlak.

H6 Gevel- en kozijnwijzigingen GEVEL- EN KOZIJNWIJZIGINGEN In het voor- en zijerfgebied Algemeen: Gevel- en kozijnwijzigingen zijn voor positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering: • Afgestemd op het bestaande gevelbeeld. • Afgestemd op de bestaande samenhang en ritmiek van het straatbeeld.

Specifiek: Positionering en maatvoering • Zoveel mogelijk de bestaande gevelopeningen en –afmetingen gebruiken. • Oorspronkelijke (verticale of horizontale) geleding en indeling van gevel handhaven. • Samenhang tussen de begane grond en verdieping(en). Verschijningsvorm • Kozijnindeling overeenkomstig met afgestemd op andere gevelopeningen in het bouwblok. Materiaal, kleur en detaillering • Overeenkomstig de oorspronkelijke of reeds aanwezige materialen, profilering en kleuren.

ROLLUIKEN bij monumenten • • •

Mogen alleen worden gebruikt ter beveiliging tegen inbraak etc. en zijn op bovenverdiepingen niet toegestaan. Mogen alleen aan de binnenzijde van de gevelopeningen worden aangebracht. Dienen minimaal voor 80% uit (glasheldere) doorkijkopeningen te bestaan (gemeten vanaf 0,5 meter boven de aansluitende stoep of weg). De vormgeving van de rolluiken moet zo veel mogelijk

• •

worden afgestemd op het gevelbeeld. Hebben een terughoudende, in het straatbeeld passende kleur. Bij nieuwe puien worden eventuele rolluiken geïntegreerd in het pui-ontwerp.

ZONWERING bij monumenten •

•

De zonwering respecteert en sluit aan op de gevelkarakteristiek voor wat betreft positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering. Op niet of nauwelijks bezonde gevels is buiten het gevelvlak stekende zonwering niet toegestaan.

Kozijnindeling, materialisering en detaillering zoveel mogelijk overeenkomstig bestaand.

Materiaal gevelinvulling overeenkomstig aanwezige materialen.

31.

H6 Gevel- en kozijnwijzigingen na-isoleren aan buitenzijde GEVEL- EN KOZIJNWIJZIGINGEN na-isoleren buitenzijde In het voor- en zijerfgebied

Specifiek bij een vrijstaand pand •

Algemeen: Met de wijziging blijft de samenhang in het straatbeeld voldoende behouden. • Wijzigingen doen geen afbreuk aan het indivuduele gevelbeeld. • Wijzigingen zijn afgestemd op de bestaande samenhang en ritmiek van het straatbeeld. • De isolatie sluit visueel aan op gevelbeeld (structuur, naden, kleuren).

Specifiek bij pand onderdeel van een bouwblok: Positionering en maatvoering • Zoveel mogelijk de bestaande gevelopeningen en –afmetingen gebruiken. • Oorspronkelijke (verticale of horizontale) geleding en indeling van gevel handhaven. • Bij rijwoningen de hoogte van de gootlijn zoveel mogelijk laten doorlopen over het blok. • Behoud bij na-isoleren van de kap dezelfde hellingshoek. Verschijningsvorm • Aandacht voor architectonische accenten in de gevel. • Bij induviduele aanpak van rijwoningen aansluiten bij reeds geisoleerde woningen. Materiaal, kleur en detaillering • Afwijking in materiaal, kleur en detaillering is mogelijk, mits de samenhang in het totale gevelbeeld van het bouwblok voldoende behouden blijft, de stedenbouwkundige waarde niet wordt aangetast en de architectonische kwaliteit vergelijkbaar blijft.

32.

• •

Verandering van goothoogte, dakhelling, bouwmassa, gevelindeling, gevelgeleding is mogelijk. Mits de bestaande stedenbouwkundige waarden niet worden aangetast en het pand past in de omgeving en het straatbeeld. Afwijking in materiaal, kleur en detaillering is mogelijk, mits de architectonische kwaliteit vergelijkbaar is. Aandacht voor architectonische accenten.

Na-isoleren bij monumenten Isolatie is altijd maatwerk en aan de buitenzijde meestal niet mogelijk vanwege historisch gevelmateriaal en detaillering van historische gevels. Goothoogte en dakhelling behouden. Afwijking is mogelijk mits de samenhang blijft behouden en de kwaliteit vergelijkbaar is.

Met behoud van stedenbouwkundige waarden en gevelgeleding en gevelindeling.

H6 Erfafscheidingen ERFAFSCHEIDINGEN bij monumenten Algemeen: Erfafscheidingen respecteren de waardevolle (monumentale) karakteristieken. Deze verschillen per pand en situatie, daarom is er altijd sprake van maatwerk.

Specifiek: • •

vormen een versterking van het monumentale (straat) beeld. Materialisering en kleur zijn afgestemd op het karakter van de omgeving en de betreffende kavel.

AFSCHERMING BIJ DAKTERRASSEN Algemeen Terrasafschermingen leveren een positieve bijdrage aan het straatbeeld door toepassing van open karakter en een verzorgde uitstralin. • Zijn transparant van karakter. • Hebben een bescheiden omvang in hoogte en breedte.. Versterking van het monumentale beeld.

ERFAFSCHEIDINGEN grenzend aan openbaar gebied Algemeen: • leveren een positieve bijdrage aan het straatbeeld en hebben een verzorgde uitstraling. Geheel gesloten, afwerende en slecht onderhouden erfafscheidingen moeten voorkomen worden. • zijn voor positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering passend bij het tuinkarakter. • Verzorgd en professioneel gebouwd. • worden mee-ontworpen bij nieuwebouw. Specifiek: • Voorkeur voor toepassen van haagplanten zoals liguster, buxus of haagbeuken, volledig te begroeien gazen hekwerken, of ander natuurlijk materiaal. • Uitgaan van een afwisseling van gesloten en open c.q. begroeide delen in een verhouding van 50-50% uitgevoerd in hout, gaaswerk, eventueel met gemetselde plint en penanten (afgestemd op woning).

Gemetselde plint en hagen.

Mee-ontwerpen en afgestemd op woning.

33.

H6 Zonnepanelen en - collectoren ZONNEPANELEN EN - COLLECTOREN bij monumenten Algemeen:

Een regelmatig en rustig patroon op een horizontale lijn gerankschikt.

Respecteren de waardevolle monumentale karakteristieken. Deze waarden verschillen per pand en situatie, daarom is er altijd sprake van maatwerk. Kijk eerst naar andere oplossingen zoals bijgebouwen.

Specifiek: • • • •

Respecteren visueel het karakteristieke dakenlandschap. Niet storend zichtbaar vanaf het openbaar gebied. Voorkomen van onevenredige fysieke schade aan het gebouw. Zijn duidelijk ondergeschikt in het dakvlak en het bebouwingsbeeld.

ZONNEPANELEN EN -COLLECTOREN bij overige bebouwing in gebieden Algemeen: In veel gevallen zijn zonnepanelen en -collectoren voor warmteopwekking 3of een paneel voor elektriciteitsopwekking vergunningvrij. Voor vergunningplichtige exemplaren gelden onderstaande randvoorwaarden: • Zijn ondergeschikt in het dakvlak en in het bebouwings- en straatbeeld. • Zijn regelmatig op een horizontale lijn gerangschikt met andere zonnepanelen of -collectoren op hetzelfde dakvlak. • Op een schuin dak geldt dat het zonnepaneel of de -collector wordt geplaatst geheel binnen het dakvlak, onder dezelfde hellingshoek als die van het dakvlak. • Op een plat dak geldt dat het zonnepaneel of de -collector binnen een hoek van 15° t.o.v. het dak ligt, met een minimale afstand tot de dakrand van 0,5 meter. • De kleur is rustig en donker.

34.

Zonnepanelen nauwelijks zichtbaar vanaf de openbare weg.

H6 Airco-installaties en warmtepompen AIRCO-INSTALLATIES EN WARMTEPOMPEN Bij monumenten Algemeen: Respecteren de waardevolle monumentale karakteristieken. Deze waarden verschillen per pand, daarom is er altijd sprake van maatwerk. Specifiek: • Zijn niet zichtbaar vanaf het openbaar gebied. • Bij monumentale panden voorkomen van onevenredige fysieke schade aan het gebouw. Niet direct aan de monumentale gevel. • Installaties worden bij voorkeur ingepast binnen het gebouw of buiten met groen of kast in passende uitstraling.

AIRCO-INSTALLATIES bij overige bebouwing en gebieden Algemeen: De installatie heeft een onopvallende verschijningsvorm, eventueel voorzien van een omkleding, en past in de schaal en bij de architectuur van het pand en haar omgeving. Specifiek: • Plaatsing op een onopvallende plek, aan de achterzijde of zijkant die niet grenst aan openbaar gebied of terugliggend op een plat dak of, bij plaatsing op de grond door een haag aan het zicht ontrokken. • Zoveel mogelijk binnen het silhouet van het gebouw. • De kleuren zijn gedekt, afgestemd op het gebouw of neutraal, waardoor de opbouw wegvalt tegen de achterliggende gevel of tegen de lucht. • Bij nieuwbouw: installaties integreren in de bouwmassa en de architectuur of het stedenbouwkundig ontwerp.

35.

H7 Reclames Reclame als onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit

Reclames bij verkoopstations voor motorbrandstoffen

Reclame is een aparte categorie binnen de kleine bouwwerken in deze Dorpskwaliteitsgids. In winkel- en bedrijventerreinen in Brummen maken reclames – zoals gevelreclame, uithangborden, vlaggen en zuilen – op natuurlijke wijze deel uit van het straatbeeld. Ze zijn belangrijk voor ondernemers én zorgen voor levendigheid in de omgeving.

Algemeen: • Zijn afgestemd op de omgeving. • Vrijstaande vlaggenmasten of baniers zijn niet wenselijk.

Tegelijkertijd is het belangrijk dat reclame-uitingen passen bij de uitstraling van de straat of buurt. Daarom zijn er in deze gids richtlijnen opgenomen over de plaatsing, vormgeving, materiaal en kleurgebruik van reclames waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Het doel is een goede balans tussen zichtbaarheid van bedrijven en de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. De richtlijnen houden rekening met de verschillen tussen gebieden, zoals woonwijken, winkelstraten, monumentale panden, bedrijventerreinen en recreatiegebieden. Zo blijft er voldoende ruimte voor ondernemers om zichtbaar te zijn, terwijl de omgeving aantrekkelijk en samenhangend blijft voor iedereen.

Specifiek: Aantal • Eén reclame-uiting plat of haaks tegen de gevel. • Eén reclame-uiting tegen de luifel. • Eén reclame-uiting tegen prijsaanduidingszuil. • Overige merknamen en aanduidingen zijn niet toegestaan. Plaatsing • Reclame-uiting op het dak of boven de luifelrand is niet wenselijk. Vormgeving • Aanlichting of verlichting van het verkoopstation alleen als deze open is. Maatvoering • Tegen de gevel: maximaal 50% van de lengte van de gevel en 0,50 meter hoog. • Haaks op de gevel: maximaal 0,5 m2. • Reclame-uiting tegen de luifel: afstemmen op afmetingen, zeer ondergeschikt. • Vrijstaande reclame: maximale afmetingen 1 m2, hoogte maximaal 1,5 meter.

36.

H7 Reclames Reclames bij monumenten Algemeen: • Zijn zeer ondergeschikt en komen bescheiden over in het bebouwings- en straatbeeld. • Sluiten aan bij de gevelkarakteristiek en monumentale en architectuurhistorische waarden.

Bescheiden uithangbord in een traditionele vorm.

Specifiek: Aantal • Maximaal één reclame-uiting. Plaatsing • Tegen de gevel van de begane grond, boven of nabij de winkelentree en/of de winkelpui. Vormgeving • Losse (doos)letters tegen de gevel. • Bescheiden uithangbord, bij voorkeur in een traditionele vorm met verfijnde detaillering. • Verlichte of bewegende elementen of onderdelen niet wenselijk. Maatvoering • Tegen de gevel: bescheiden en gerelateerd aan entree- of puibreedte. • Haaks op de gevel: bescheiden en afgestemd op de schaal van het gebouw. • Richtlijn maximaal 0,7 x 0,5 meter.

Bescheiden en afgestemd op gebouw.

37.

H7 Reclames Reclames in woongebieden Algemeen: • Zijn ondergeschikt en komen bescheiden over in het bebouwings- en straatbeeld. • Zijn afgestemd op de gevelkarakteristiek of het tuinkarakter. • Vlaggenmasten niet wenselijk.

Reclame heeft vormgevingskwaliteit.

Specifiek: Aantal • Maximaal één reclame-uiting tegen de gevel. • Eén vrijstaande reclamezuil bij de inrit Plaatsing • Gevelreclame op het niveau van de begane grond, gerelateerd aan de entree. • De plek van de reclame heeft een relatie met het bedrijf. • In principe niet reclame haaks op de gevel. Vormgeving en maatvoering • Losse (doos)letters tegen de gevel of klein bordje, maximaal 1 x 0,5 meter of 0,5 m2. • Vrijstaande zuil of vrijstaande bordje, maximaal 1 meter hoog of 1 m2. • Eventueel tweezijdig bedrukt. • Verlichting, lichtbakken, knipperende of bewegende onderdelen niet wenselijk. • De reclame heeft een eigen vormgevingskwaliteit.

38.

Vrijstaand bord maximaal 1 meter hoog.

H7 Reclames Reclames in winkelgebieden

Haaks op de gevel.

Algemeen: • Reclames zijn ondergeschikt en komen bescheiden over in het bebouwings- en straatbeeld. • Reclames zijn afgestemd op de gevelkarakteristiek. • Vlaggenmasten niet wenselijk. Specifiek: Aantal • Maximaal één reclame-uiting per gevel. Plaatsing • Plaatsing tegen de gevel of tegen of onder de luifel van de begane grond, nabij de winkelentree en/of pui. Vormgeving • Geschilderde letters, open letters of in losse doosletters. • Bescheiden uithangbord. Maatvoering • Tegen de gevel: niet breder dan 70% van de gevelbreedte. • Richtlijn maximaal 2 meter breed en 0,5 meter hoog. • Haaks op de gevel: niet groter dan 1 m2 of 0,5 x 0,7 meter vrije hoogte. • Minimaal 2,20 meter boven het trottoir.

Een afwijkende hoogtemaat is voorspelbaar mits breedte beperkt blijft en mits afgestemd op gevelvlak.

Open of losse letters. Plaatsing tegen de luifel.

39.

H7 Reclames Reclames op recreatie- en sportterreinen Algemeen: • Zijn ondergeschikt en komen bescheiden over in het bebouwings- en straatbeeld. • Zijn afgestemd op de gevelkarakteristiek of het karakter van de omgeving. Specifiek: Aantal • Maximaal één naamsvermelding per club op de gevel. • Maximaal één vrijstaand verzamelbord/zuil (voor alle clubs). • Maximaal drie vlaggen per complex. Plaatsing • Bevestiging tegen gevel ter plaatse van de toegang. • Bevestiging tegen scoreborden en tribunes. • Sponseringsborden rondom het veld, niet naar openbaar gebied gericht. • Vlaggen geconcentreerd geplaatst bij entree of inrit. • Vrijstaande reclame: bij entree/inrit. Vormgeving • Aanlichting van bord, zuil en reclametekst is toegestaan; lichtreclame is niet wenselijk. • Aanlichting van reclame op scorebord of tribune is niet wenselijk. • Plaatsing reclame haaks op de gevel m.u.v. uithangbord horecavoorziening is niet wenselijk. • Borden rondom velden mogen tweezijdig bedrukt. • Reclame op scoreborden uitsluitend gericht naar veldzijde.

40.

Maatvoering • Tegen gevel: maximaal 2 meter breed en 0,5 meter hoog. • Haaks op gevel: maximaal 0,8 meter breed en 0,8 meter hoog. • Bord/zuil: maximale afmetingen 1 m2. • Borden rondom veld: hoogte maximaal 1 meter • Op scoreborden en tribunes: maximale bevestigingshoogte 2,5 meter boven maaiveld, hoogte maximaal 0,5 meter.

Maximaal drie vlaggen, geconcentreerd geplaatst bij entree.

Ondergeschikt en afgestemd op gevelkarakteristiek.

H7 Reclames Reclames in het buitengebied

Ondergeschikt

Algemeen: • Niet toegestaan op een onbebouwd perceel. • Zijn ondergeschikt in het buitengebied. • Zijn afgestemd op de karakteristiek van de bebouwing. • Vrijstaande vlaggenmasten, baniers niet wenselijk. Specifiek: Aantal • Eén reclame-uiting tegen de gevel. • Eén vrijstaande reclamezuil bij de inrit alleen indien de entree van het gebouw. • Niet zichtbaar is vanaf de openbare weg. Plaatsing • Vrijstaande reclame: bij de toegang tot het bedrijf. Vormgeving • Aanlichting van de reclametekst of lichtreclame is niet toegestaan. • Vrijstaande reclame: één- of tweezijdig bedrukt. Maatvoering • Tegen de gevel: maximaal 25% van de lengte van de gevel met een maximum van 4 meter en 0,5 meter hoog. • Vrijstaande reclame: maximale afmetingen 1m2.

Vrijstaande reclame bij toegang van het bedrijf, maximaal 1,5 meter hoog.

41.

H7 Reclames Reclames op bedrijventerreinen Algemeen: • Zijn ondergeschikt in het bebouwings- en straatbeeld. • Zijn afgestemd op de gevelkarakteristiek. Specifiek: Aantal • Maximaal één reclame-uiting tegen het gebouw tenzij het gebouw met meerdere gevels aan een openbare weg grenst. Dan is een evenredig aantal toegestaan. • Maximaal één vrijstaande reclamezuil per gebouw. • Maximaal twee vlaggenmasten per perceel (vrijstaande banieren niet wenselijk). Plaatsing • De plek van de reclame moet een relatie hebben met het bedrijf. • Bevestiging tegen de gevel. • Niet op een plat dak, in de goot of uitstekend buiten het gebouwsilhouet. • Niet haaks op de gevel. • Vrijstaande reclame: bij de entree of inrit. Vormgeving • De reclame moet een eigen vormgevingskwaliteit hebben. • Reclame bij voorkeur integreren in architectuur. • Reclameborden en frames: maximaal 3 meter breed en 0,5 meter hoog. • Verlichting of aanlichten is toegestaan behalve aan de randen van terreinen. • Knipperende of bewegende elementen of onderdelen niet wenselijk. Maatvoering • Tegen de gevel: maximaal 50% van de lengte van de gevel (max. 4 meter breed) en 0,60 meter hoog.

Aanvulling voor bedrijfsverzamelgebouwen: • Maximaal één recclame-uiting per bedrijf tegen het gebouw. • De reclame-uiting is afgestemd op reclames van andere bedrijven in hetzelfde pand. • De plek van de gevelreclame moet een relatie hebben met de aan het bedrijf ter beschikking staande geveloppervlak. • maximaal één vrijstaande reclamezuil voor alle bedrijven per

Vrijstaand bord, maximaal 2 meter hoog. Maximaal 2 vlaggen per perceel.

Plaatsing bij entree.

42.

H7 Reclames Reclames op rotondes en langs de openbare weg Algemeen: • Alleen toegestaan op specifieke locaties en op rotondes. • Zijn ondergeschikt in het buitengebied. Specifiek: Aantal • Maximaal twee reclameborden per locatie. • Op een rotonde is het maximaal toegestane aantal reclameborden gelijk aan het aantal wegen dat aansluit op de rotonde. Plaatsing • In de berm of op een rotonde.

Bord is (door de donkere kleur) voldoende ondergeschikt in het buitengebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16162851/2