123 - Woonzorgvisie 2021-2030 gemeente Brummen
Tekst van het document
WONEN MET ZORG Woonzorgvisie 2021-2030 gemeente Brummen
D355966 1
VOORWOORD Brummen is een aantrekkelijke gemeente om te wonen en te leven. Natuur, coulisselandschap en water kenmerken onze omgeving. Ze zorgen voor rust en ruimte. Tegelijkertijd houden we van de levendigheid in onze dorpskernen. Noaberschap is belangrijk. In Brummen zien we naar elkaar om. Een fijne gemeente dus om oud te worden. Zorg en ondersteuning Oud worden is anders dan vroeger. Dit komt door veranderende woonwensen en wijzigende wet- en regelgeving. Steeds vaker willen we blijven wonen in onze eigen woning. Als het nodig is, krijgen we zoveel mogelijk daar zorg en ondersteuning. In eerste instantie van ons sociale netwerk. En als dat niet voldoende is door professionals. Thuis oud worden sluit dus aan bij de behoefte van inwoners. Daarnaast is het een manier om de zorg betaalbaar te houden. Zodat zorg en ondersteuning beschikbaar blijft voor iedereen die dat nodig heeft.
Passende woonruimte De gemeente Brummen vergrijst sterk en het aandeel jongeren neemt langzaam iets af. Hierdoor verandert de samenstelling van huishoudens drastisch. Dit vraagt veel van onze woningvoorraad. Er zijn veel meer zelfstandige woningen nodig die levensloopgeschikt zijn. Daarnaast moeten we samen werken aan uitbreiding van het aantal woonplekken in of bij zorginstellingen voor ouderen. Waar dat kan, doen we dit in geclusterde vorm. Geclusterd wonen kan namelijk eenzaamheid tegengaan. En het maakt een efficiënte inzet van zorg mogelijk. Ook kunnen geclusterde woonvormen ervoor zorgen dat mensen langer zelfstandig blijven wonen. Want ze vullen het gat tussen zelfstandig wonen en wonen in een instelling op. Het aantal beschermd woonplekken voor psychisch kwetsbare mensen (vanuit de Wmo) en voor mensen met een verstandelijke beperking zal de komende jaren licht afnemen. We voorzien hierdoor niet langer in bovenregionaal aanbod. De veranderingen en opgaven die daarbij horen, vragen een lange adem. We verwachten de piek van de vergrijzing pas rond 2040. Het aanpassen van de woningvoorraad gaat ook de nodige jaren duren. En de zorgvraag blijft jarenlang gestaag oplopen. Deze woonzorgvisie wil dit proces in goede banen leiden. Ze beschrijft de opgaven en onze ambitie tot 2030 en doet concrete aanbevelingen.
Hiermee kunnen we er met elkaar voor zorgen dat inwoners een geschikte woning kunnen vinden. En is de zorg en ondersteuning aan oudere en kwetsbare inwoners gegarandeerd. Zo blijft Brummen een fijne gemeente om in te wonen. De woonzorgvisie is tot stand gekomen in een interactief proces met partners. Zoals het zorgkantoor, huisartsen, zorg- en thuiszorgorganisaties, welzijnsorganisatie, woningcorporatie, inwoners en gemeenteraad. We bedanken hen hartelijk voor hun inbreng en betrokkenheid! Cathy Sjerps (wethouder zorg) Ingrid Timmer (wethouder wonen)
“Woonzorgpartners in de gemeente Brummen willen alle inwoners van de gemeente Brummen met een (toekomstige) woon-/zorgvraag passend en op basis van persoonlijke voorkeuren ondersteunen. Hierbij staat zelfstandigheid voorop en wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de identiteiten van de kernen.”
2
INHOUDSOPGAVE Voorwoord
2
1. Management samenvatting
4
2. Inleiding
6
2.1. Totstandkoming
6
2.2. Doel woonzorgvisie
6
2.3. Leeswijzer
6
3. Brummen in beeld
7
3.1. Gemeentelijke kenmerken
7
3.2. Analyse van de zorgdoelgroepen
7
3.2.1. Ouderenzorg
8
3.2.2. GGZ-zorg
13
3.2.3. Gehandicaptenzorg
15
3.2.4. Welzijn
17
3.2.5. Preventie, innovatie en
digitale technologie
18
3.2.6. Leefbaarheid
19
3.3. Analyse woonaanbod
19
3.3.1. Woningmarkt
19
3.3.2. Prognose vraag en aanbod
20
3.3.3. Woonbehoefte
21
3.4. De cliënt centraal
22
3.5. Beleid wonen en sociaal domein
23
3.6. Conclusies
23
4. Visie op wonen en zorg
25
4.1. Ambitie
26
4.2. Aanbevelingen
26
4.2.1. Algemene aanbevelingen
26
4.2.2. Aanbeveling wonen
27
4.2.3. Aanbevelingen zorg
29
4.2.4. Aanbevelingen welzijn
29
4.2.5. Aanbevelingen communicatie
30
5. Financiën
31
6. Bronnen- en literatuurlijst
33
7. Begrippenlijst
35
8. Bijlagen:
37
8.1. Bijlage – Rapport wonen met zorg
37
3
1. MANAGEMENT SAMENVATTING
een significante groei van het aantal ouderen dat zorg nodig heeft. Het gaat om zorg voor mensen in een instelling én in hun eigen omgeving. Hoewel een groot deel van de ouderen geschikt woont, zijn er onvoldoende
Als inwoners ouder of kwetsbaarder worden of zijn, hebben ze te maken met afzonderlijke beleidsterreinen bij de gemeente. Dit geldt ook voor aanbieders en initiatieven op de zorgmarkt. De verschillende werkwijzen, regelgeving en financiering maken het complex en zijn vaak leidend.
toegankelijke (levensloopgeschikte) woningen. Dit vereist het versneld toegankelijk maken van een deel van de woningvoorraad. Dit geldt zowel voor woningen van de corporatie als voor particuliere woningen (ruim tweederde van het totale aanbod). Door meer toegankelijke woningen kunnen ouderen langer zelfstandig blijven wonen. Dit is dus een gedeelde opgave van corporatie, gemeente en zorgaanbieders. Het clusteren van deze woningen helpt ook bij het bestrijden van eenzaamheid
Analyse en omvang van de opgave
en maakt een efficiënte inzet van de zorg mogelijk.
Met de toename van de vergrijzing, veranderende
Naast deze opgave moet de komende jaren het aanbod
woonbehoeften van inwoners en wijzigende wet- en
verder geschikt worden gemaakt voor ouderen met een
regelgeving komen er grote opgaven op ons af op het
(lichte) fysieke beperking. De gemeente kan aan nieuwe
gebied van wonen, zorg en welzijn. De vraag naar zorg
initiatieven medewerking verlenen als ze passen in de
en ondersteuning neemt significant toe, maar verplaatst
opgave en voldoen aan de kwalitatieve eisen.
zich tegelijkertijd meer en meer naar de eigen omgeving. Wonen in een zorginstelling is alleen nog mogelijk voor
Voor mensen met dementie of een zware somatische
mensen met de zwaarste zorgvraag. Hierdoor zijn veel
zorgvraag zijn te weinig beschermd woonplekken. Zelfs
meer (geclusterde) toegankelijke woningen nodig.
ondanks enkele planinitiatieven is extra aanbod nodig.
Daarbij is de gemeente Brummen van oudsher een
Vanwege de sterke groei van het aantal 75-plussers zijn
aantrekkelijke gemeente als het gaat om de huisvesting
daarnaast extra woonplekken in instellingen nodig. Bij
van zorgdoelgroepen (ouderen, beschermd wonen GGZ
herontwikkeling of uitbreiding van bestaande initiatieven
en gehandicaptenzorg). Ten opzichte van veel andere
wordt verkend of inpassing van de opgaven mogelijk is.
gemeenten heeft Brummen dan ook een hogere dichtheid
De gemeente kan aan nieuwe initiatieven medewerking
van woonzorginstellingen.
verlenen als ze passen in de opgave en voldoen aan de kwalitatieve eisen.
Om de opgaven het hoofd te bieden, verbindt deze en ruimtelijke ordening. Zodat de gemeente Brummen
Wonen en zorg voor mensen met psychische kwetsbaarheid
(nieuwe) woonzorginitiatieven kan toetsen op basis van
Uit het GGZ-regiobeeld blijkt dat in de gemeente
kwalitatieve (zorginhoudelijke) en kwantitatieve gegevens
Brummen relatief veel psychisch kwetsbare mensen
(aantallen). De woonzorgvisie vormt hiermee een nieuw
wonen. Dit heeft te maken met de vele voorzieningen
instrument bij de beoordeling van woonzorginitiatieven,
voor beschermd wonen (Wmo) in de gemeente. Na de
als aanvulling op de Woonagenda 2019-2023. Zo is het
openstelling van de Wet langdurige Zorg (Wlz) is de
mogelijk voldoende woningen te realiseren en is zorg
verhouding van het aandeel mensen met psychische
en ondersteuning aan onze inwoners gegarandeerd. De
kwetsbaarheid wel flink gedaald, maar zijn er nog steeds
leefwereld van onze inwoners is het vertrekpunt van
teveel plekken voor beschermd wonen (Wmo). Landelijke
deze woonzorgvisie. Het resultaat is een integrale en
regelgeving, financiële herverdeling, regionale afspraken
gezamenlijke ambitie van de partners in de gemeente
en lokale uitvoering moeten er voor zorgen dat meer
Brummen.
psychisch kwetsbare mensen zelfstandig gaan wonen,
woonzorgvisie de beleidskaders wonen, zorg, welzijn
zodat het aantal beschermd woonplekken (Wmo) verder
Wonen en zorg voor ouderen
omlaag kan. Dit is ook nodig om binnen de nieuwe
De gemeente Brummen vergrijst sterk en het aandeel
financiële kaders te blijven. Voor GGZ-zorg is de komende
jongeren neemt langzaam af. De samenstelling van
jaren sprake van een afbouw van voorzieningen. De
huishoudens verandert hierdoor drastisch. Dit heeft grote
gemeente Brummen zal dan ook niet meewerken aan
gevolgen voor wonen, zorg en welzijn. We verwachten
nieuwe initiatieven 4
Wonen en zorg voor mensen met een verstandelijke beperking
De gemeente wil de opgaven sturen door te investeren
Het aandeel mensen dat gehandicaptenzorg (GZ) ontvangt
knelpunten in de zorgmarkt. En andersom. Sturing en
in de gemeente Brummen is behoorlijk hoger dan het
monitoring gebeurt op basis van aantallen en kwaliteit en
landelijk gemiddelde. Daarbij is de doelgroep die gebruik
bij voorkeur binnen de cyclus van planning en control van
maakt van de voorzieningen ouder dan gemiddeld en
de gemeente Brummen.
in wonen en daarmee bij te dragen aan het oplossen van
heeft ook relatief zware zorg nodig. De verwachting is dat het aantal GZ-klanten in de gemeente Brummen iets af zal nemen. Maar door de specialistische zorg en
Ambitie
bovenregionale functie neemt het aantal instellingen
“Woonzorgpartners in de gemeente Brummen willen
(en daarmee het aantal cliënten) in onze gemeente niet
alle inwoners van de gemeente Brummen met een
af. Bovendien blijkt er geen sprake te zijn van uitstroom
(toekomstige) woon-/zorgvraag passend en op
uit een instelling, maar om het uitstellen van een
basis van persoonlijke voorkeuren ondersteunen.
woonzorgvraag. Dit ondanks de wens om zorg meer te
Hierbij staat zelfstandigheid voorop en wordt zoveel
verplaatsen naar de eigen omgeving.
mogelijk rekening gehouden met de identiteiten van de kernen.”
Welzijn Het integraal beleidskader sociaal domein van gemeente Brummen gaat uit van het model leefringen. In lijn
Aanbevelingen
hiermee - en met de voorstellen van Berenschot voor het
In samenwerking met partners is een aantal aanbevelingen
betaalbaar houden van het sociaal domein - wordt het
tot stand gekomen. Deze moeten zorgen voor de
beroep op de eigen kracht én het sociale netwerk van
realisatie van doel en ambitie van de woonzorgvisie. En
inwoners steeds groter. De zorgvraag neemt immers toe en
dat de financiële ontwikkelingen in de pas blijven met de
steeds meer zorg verschuift naar de eigen omgeving. De
beschikbare middelen:
rol van de informele zorg (vrijwilligerswerk en mantelzorg)
• De vorming van een woonzorgnetwerk/keten met
neemt daardoor ook toe. Daarom is ondersteuning gewenst over de volle breedte van de informele zorg.
gezamenlijke verantwoordelijkheid en gelijkwaardigheid is een belangrijke voorwaarde hiervoor;
Preventieve activiteiten en digitale technologie kunnen
• Het toepassen van de woonzorgvisie om nieuwe
hierbij een grote rol spelen. Stimuleren van innovatie is
woonzorginitiatieven te toetsen is een belangrijk
daarbij goed om nieuwe mogelijkheden te ontwikkelen en
instrument;
samenwerking tussen de partners te stimuleren.
• Ten aanzien van wonen komen er voor alle verantwoordelijke partners (aanbieders, gemeente
Voor de leefbaarheid is het van groot belang organisaties,
en woningcorporatie) voorstellen voor concrete
cliënten en buurtbewoners aan elkaar te verbinden. Zo
programmering;
maken we van de inclusieve samenleving een gezamenlijke
• Voor de beschikbaarheid en bereikbaarheid van zorg is
opgave. Spreiding van cliënten en voorzieningen kan de
het belangrijk afspraken vast te leggen, bij voorkeur in
sociale structuren versterken.
de vorm van een 24-uurszorgplan; • Welzijnsvoorzieningen kunnen zwaardere zorg
Visie op wonen en zorg
voorkomen. Daarom is een aanbeveling om dit veld te
De gemeente Brummen streeft naar een zo doelmatig
versterken en onbenutte mogelijkheden in te zetten;
mogelijke inzet van voorzieningen. We zoeken hierbij naar
• Ook wordt een beroep gedaan op de bewustwording
balans tussen toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid
van inwoners. Zodat acute zorgvragen niet
van voorzieningen. De ambitie en daaruit voortvloeiende
onbeantwoord hoeven te blijven.
aanbevelingen beogen ook een balans in de verdeling van de (financiële) lasten tussen partners, de wens voor vrijheid van marktpartijen en de benodigde regierol van de gemeente Brummen.
5
2. INLEIDING
kunnen garanderen. En ongewenste of niet passende woonzorginitiatieven kunnen weren. De woonzorgvisie sluit aan op de Woonagenda 2019 -2023 en op het
Door demografische ontwikkelingen, wijzigende wet- en regelgeving en veranderende zorg- en woonvoorkeuren verandert er veel in het sociaal domein. Ouderen en kwetsbare doelgroepen wonen langer zelfstandig en de toegang tot voorzieningen wordt steeds strenger. Er wordt een groter beroep gedaan op de eigen kracht van mensen. En alleen mensen met zware problematiek kunnen straks nog terecht in een instelling. Ook ontstaan er in de samenleving tal van woonzorginitiatieven.
Integraal beleidskader Sociaal Domein.
2.1. TOTSTANDKOMING De woonzorgvisie is in verschillende fasen tot stand gekomen. Na het verkennen van de lokale ontwikkelingen hebben we een routekaart opgesteld. Aan de hand van (landelijk) onderzoek, relevante literatuur en diverse (regio) analyses hebben we daarna een analyse gemaakt van de kwantitatieve opgaven op het gebied van wonen, zorg en welzijn. Vervolgens hebben we de kwalitatieve opgaven in kaart gebracht. Dit samen met partners zoals zorg- en welzijnsorganisaties, de woningcorporatie, huisartsen,
Per saldo betekent dit dat meer kwetsbare mensen langer
dorp- en wijkraden, de ouderenbond en inwoners. Alle
zelfstandig zullen wonen. Zij ontvangen thuis zorg en
resultaten zijn vervolgens vertaald naar cijfermatige
ondersteuning. Die zorg en ondersteuning aan huis wordt
uitkomsten en samengebracht in het rapport Wonen
steeds complexer. Door het scheiden van wonen er zorg
met Zorg. Dit rapport hebben we met de partners en de
vraagt dit ook meer van de sociale omgeving van onze
gemeenteraad geanalyseerd en geduid. Daarna hebben
inwoners. En er is een groter risico op vereenzaming. Deze
we samen ambities geformuleerd, prioriteiten gesteld en
woonzorgvisie gaat daarom in op de opgaven rondom
uitvoeringsafspraken gemaakt.
wonen, zorg en welzijn.
2.2. DOEL WOONZORGVISIE Historische groei
Deze woonzorgvisie brengt de beleidskaders wonen, zorg
Onze regio heeft een prettig woon- en vestigingsklimaat.
en welzijn samen. Hierdoor kan de gemeente Brummen
Deze heeft de afgelopen decennia een aanzuigende
nieuwe woonzorginitiatieven toetsen op basis van
werking gehad voor voorzieningen voor zorgdoelgroepen.
kwalitatieve gegevens (zorginhoudelijk) en kwantitatieve
Daarom heeft de gemeente Brummen, net als andere
gegevens (aantallen). Zo vormt de woonzorgvisie
gemeenten in de regio, een hogere dichtheid van
een nieuw instrument bij de beoordeling van
woonzorginstellingen dan gemiddeld. Deze trend lijkt
woonzorginitiatieven, als aanvulling op de Woonagenda
zich door te zetten. De gemeente krijgt regelmatig
2019-2023.
aanvragen van zorginstellingen en ondernemers die hier zorgdoelgroepen willen huisvesten. Het is aannemelijk dat
2.3. LEESWIJZER
daarbij mensen van buitenaf naar de gemeente Brummen
De woonzorgvisie start met een analyse van de drie
zullen verhuizen. Dit vergroot de opgave.
zorgdoelgroepen op het gebied van wonen, zorg en welzijn in hoofdstuk 3. Dit hoofdstuk brengt ook de lokale
Omdat de vraag groter leek te groeien dan het aanbod,
woningmarkt, de prognose en woonbehoefte in kaart.
ontstond behoefte aan een analyse van de woonzorgvraag
En we staan stil bij cliëntbeleving en het lokale woon- en
van de drie zorgdoelgroepen. Het gaat om ouderen,
zorgbeleid. Hoofdstuk 4 beschrijft de ambitie en geeft
mensen met psychische kwetsbaarheid (GGZ) en mensen
concrete aanbevelingen om deze ambitie te realiseren.
met een beperking, zoals ook beschreven in de lokale
Deze aanbevelingen richten zich op de onderdelen
Woonagenda 2019-2023. Het rapport ‘wonen met
algemeen, wonen, zorg, welzijn en communicatie.
zorg’ brengt de opgaven samen. Deze woonzorgvisie
Hoofdstuk 5 brengt de financiële risico’s in beeld.
analyseert en geeft de visie, ambities en aanbevelingen van de gemeente Brummen weer als het gaat om wonen
De laatste twee hoofdstukken gaan over de bronnen en
met zorg. We doen dit voor de periode 2021 – 2030. De
literatuur die zijn gebruikt bij het rapport ‘wonen met
focus ligt op de inwoners van de gemeente, maar we
zorg’, dat de grondslag vormt voor deze visie. Dit rapport
houden rekening met de natuurlijke verhuisbewegingen
is te vinden in de bijlagen in hoofdstuk 8. Net als het
van vertrekkers, binnenkomers en binnen-verhuizers.
onderzoek naar woonbehoefte en leefbaarheid onder het
Zodat we zorg en ondersteuning aan onze inwoners
inwonerspanel en de begrippenlijst. 6
3. BRUMMEN IN BEELD
In de leeftijdscategorieën 0-19 jaar en 20-64 jaar is sprake van een afname. Voor de leeftijdscategorie 75+ wordt een
In het rapport ‘wonen met zorg’ staan alle relevante data voor de demografische ontwikkelingen van de gemeente Brummen. Voor deze woonzorgvisie lichten we de belangrijkste toe. We gebruiken deze voor de analyse van de zorgdoelgroepen later in dit hoofdstuk.
forse stijging verwacht.
Huishoudenssamenstelling Op basis van de bevolkingsprognose zal ook de samenstelling van de huishoudens sterk zal veranderen. Het aantal 1- tot 2-persoons huishoudens tot 64 jaar zal met bijna 300 huishoudens afnemen, terwijl we bij de 65+ huishoudens een flinke stijging verwachten van bijna
3.1.GEMEENTELIJKE KENMERKEN
950 huishoudens. Er wordt ook een groei van bijna 100
De gemeente Brummen kent een gevarieerde
gezinshuishoudens verwacht, waardoor we per saldo een
bevolkingssamenstelling. Dit is te zien in de demografische
toename van 750 huishoudens tot 2030 verwachten.
en sociaaleconomische kenmerken. En ook in verschillen tussen de deelgebieden kern Brummen, kern Eerbeek en
3.2. ANALYSE VAN DE ZORGDOELGROEPEN
het buitengebied. Op het gebied van inkomensverdeling,
Voor de woonzorgvisie is een analyse van de
het gemiddelde inkomen per inkomensontvanger en de
woonzorgopgave gemaakt voor drie zorgdoelgroepen:
gemiddelde woningvoorraad scoren de kernen Brummen
ouderenzorg, GGZ-zorg en gehandicaptenzorg. We
en Eerbeek vaak net onder of rond het gemiddelde van de
kijken hierbij naar de thema’s wonen, zorg en welzijn.
gemeente. Het buitengebied scoort meestal hoog of hoger.
Uitgangspunt bij de analyse van de woonopgave zijn de prognoses van Companen, die zijn gebruikt in de
Bevolkingsprognose
Woonagenda 2019-2023. Deze vergelijken we vervolgens
De gemeente Brummen is 4% sterker vergrijst dan
met de prognoses van Alzheimer Nederland en Bureau
gemiddeld in Nederland. De komende jaren zet deze
Fame uit het rapport wonen met zorg. Na iedere analyse
vergrijzing sterk door. Per saldo blijft het inwonersaantal
sluiten we af met de woonzorgopgave en conclusie per
ongeveer gelijk (net onder de 21.000 inwoners), maar er is
zorgdoelgroep.
een sterke verschuiving in de leeftijdscategorieën. 25.000
20.000
2.437 2.910
2.938
3.284
2.971
4.106
3.281
15.000
10.000
11.461
4.610
3.284
2.597
9.944
9.972
11.288
10.837
3.952
3.641
3.609
3.587
3.524
2020
2025
2030
2040
2050
5.000
0
0-19
20-64
65-74
75-plus
Figuur: bevolkingsprognose gemeente Brummen (bron: rapport wonen met zorg gemeente Brummen 2021)
7
Het gemeentelijk beleid gaat uit van het leefringen-
Om de groei van het aantal zelfstandig wonende ouderen
model. Dit houdt in dat ondersteuning altijd primair
op te vangen, zijn aanzienlijk meer toegankelijke woningen
gericht is op de kracht en mogelijkheid van de inwo-
nodig. Kijkend naar de zorgvraag en de voorziene
ner en zijn of haar sociale netwerk. Als dat ontoe-
krapte op de arbeidsmarkt is het wenselijk een deel van
reikend is, onderzoeken we welke ondersteuning
die woningen te clusteren. Hierdoor kunnen zorg en
mogelijk is vanuit de algemene voorzieningen (het
ondersteuning efficiënter worden ingezet, blijft de zorg
voorveld). Pas als ook dat ontoereikend is, verstrek-
betaalbaar en kan vereenzaming worden tegengegaan.
ken we een individuele (maatwerk)voorziening uit de
Een deel van de woningen zou dan moeten komen in
Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). Een
het servicegebied van een zorginstelling, zodat zorg en
Wmo-voorziening is altijd tijdelijk en gericht op par-
ondersteuning op afroep aanwezig is. Het andere deel
ticipatie en duurzaam herstel in de eigen omgeving.
kan buiten zo’n aanleun- of servicegebied komen. Hier
Voor 24-uurs zorg en ondersteuning in nabijheid is er
kan zorg en ondersteuning op afspraak aanwezig zijn. Op
de Wet Langdurige Zorg (Wlz). De Zorgverzekerings-
deze manier kunnen inwoners zo lang mogelijk zelfstandig
wet (Zvw) vergoedt dan de behandeling.
wonen. En blijft hun eigen kracht, zelfredzaamheid en autonomie zo goed mogelijk geborgd.
3.2.1. OUDERENZORG
Subdoelgroepen ouderenzorg
Het aantal 75-plussers neemt de komende jaren sterk
Binnen de ouderenzorg onderscheiden we drie
toe. Van 2.437 in 2020 tot bijna 3.300 in 2030. De
subgroepen. Bij beschermd wonen voor mensen met
groei van het aantal 75-plussers vertaalt zich ook door
dementie en beschermd wonen voor mensen met een
in de ontwikkeling van de huishoudens in de gemeente
somatische zorgvraag gaat het om wonen in een instelling
Brummen. Tot 2030 verwachten we een groei van circa
met Wlz-zorg. Daarnaast onderscheiden we toegankelijk
895 (60%) een- en tweepersoonshuishoudens van mensen
wonen (al dan niet geclusterd) voor mensen met- en
van 75 jaar en ouder.
zonder zorgvraag. Dit betreft zelfstandig wonen. De drie subgroepen analyseren we afzonderlijk.
Het Zilveren Kruis verwacht op basis van de demografische ontwikkeling dat het aantal klanten met verpleging en verzorging ook fors toeneemt. Tot 2040 verwacht zij een
Beschermd wonen voor mensen met dementie
groei tot 89,5%, bijna een verdubbeling ten opzichte van
Companen doet in de woonagenda een prognose voor het
nu. Daarbij valt op dat er in de gemeente Brummen nu
benodigde aantal plekken beschermd wonen voor mensen
al meer 75-plussers wonen dan gemiddeld in Nederland.
met dementie (Wlz). Companen ziet een behoefte van
Maar zij nemen significant minder verpleging en
94 plekken in 2020, 106 in 2025 en 122 in 2030. Bij deze
verzorging af (8,2%) in vergelijking met de regio (12,6%)
prognose gaat Companen uit van het aantal verzilverde
en de Zorgkantoren van Zilveren Kruis (11,6%).
indicaties van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). In 2020 zijn 94 indicaties verzilverd, maar het CIZ heeft
De groei zal een forse toename betekenen van het aantal
124 indicaties afgegeven. Er zijn op dit moment (2021) in
ouderen dat zorg en ondersteuning nodig heeft. Voor
de gemeente Brummen 82 beschermd woonplekken bij
ouderen met een (intensieve) zorgvraag neemt naar
zorgaanbieders. Dit betekent dat 12 indicaties verzilverd
verwachting de vraag toe naar beschermd woonplekken in
zijn door mensen die zelfstandig wonen.
een instelling (intramuraal). Het gaat dan om mensen met
De lage verzilveringsgraad en de verzilvering van zorg in
dementie en van mensen met een somatische zorgvraag.
de eigen omgeving wijst op een tekort aantal beschikbare
Ook verwachten we een forse toename van het aantal
plekken beschermd wonen voor mensen met dementie.
mensen dat zorg in de eigen omgeving zal ontvangen
De wachtlijsten van enkele zorgaanbieders bevestigen
(extramuralisering). Dit komt door veranderende
dit. Deze cijfers wijken af van de cijfers van Companen.
woonwensen van inwoners. Veranderende wet- en
Daarom vergelijken we ze met de prognoses van Alzheimer
regelgeving versterkt dit.
Nederland en bureau Fame.
8
Prognose Alzheimer Nederland In opdracht van Alzheimer Nederland berekent ABF
Cliënten, zorgorganisaties en deelnemers van de
research jaarlijks de cijfers voor dementie per gemeente.
werkgroep dementie/geriatrie Oost-Veluwe2 geven een
Volgens die gegevens loopt het aantal mensen met
sterke voorkeur aan voor zorg aan dementerende ouderen
dementie in de gemeente Brummen op: van 440
in geclusterde woonvormen. Kanttekening hierbij is dat
mensen in 2020, naar 510 mensen in 2025 en 600
de zorg voor dementerende ouderen goed geregeld moet
mensen in 2030. Niet alle mensen met dementie komen
zijn, omdat deze de basiszorg van huisartsen overstijgt. Bij
in aanmerking voor een indicatie beschermd wonen.
voorkeur levert een specialist ouderengeneeskunde (SOG)
Daarom heeft ABF ook een berekening gemaakt voor de
de complexe zorg aan dementerende ouderen (in een
ontwikkeling van personen met psychogeriatrische zorg .
geclusterde woonvorm). Maar aan zulke specialisten is in
Zij zien de zorgvraag oplopen van 124 in 2020, naar 144
de regio een groot tekort.
1
in 2025 en ongeveer 170 in 2030. Het staat vast dat het aantal ouderen en daarmee ook
Prognose bureau Fame
het aantal ouderen met dementie sterk zal groeien. Hoe
Bureau Fame berekent hun prognose op basis van het
sterk is afhankelijk van meerdere factoren. Ontwikkelingen
aantal 75-plussers met een indicatie VV5 (beschermd
op het gebied van kennis en behandeling van dementie
wonen met intensieve dementiezorg), VV7 (beschermd
kunnen zorgen voor een afname van de groei. Maar een
wonen met zeer intensieve zorg, vanwege specifieke
hogere levensverwachting (de belangrijkste risicofactor
aandoeningen, met de nadruk op begeleiding) en VV4
voor mensen met dementie) en medicatie die dementie
(beschut wonen met intensieve begeleiding en uitgebreide
vertraagd (waardoor mensen langer leven met dementie)
verzorging). Voor de groep mensen met een VV4-indicatie
kunnen leiden tot een toename van de groei. Ook de
zet de scheiding van wonen en zorg naar verwachting
beschikbaarheid, inzet en draagkracht van mantelzorgers
door. Daarom rekent bureau Fame met 30% van deze
kan van invloed zijn.
groep. Bureau Fame verwacht dat de zorgvraag voor mensen met dementie nog hoger uit zal pakken: van 149
Op basis van de analyse kiezen we ervoor om de prognose
in 2020, naar 179 in 2025 tot circa 200 in 2030.
van het aantal plekken voor mensen met dementie vast te stellen op het prevalentiecijfer 5,4. Dit ligt net boven het
2020
2025
2030
2040
prevalentiecijfer van Alzheimer Nederland (5,1) en onder
Aantal 75+ers
2.437
2.938
3.284
4.106
het prevalentiecijfer van Bureau Fame (6,1). Het nieuwe
Companen
94
106
122
157
prevalentiecijfer is gebaseerd op het aantal afgegeven
gemiddelde prevalentie 3,8
3,9
3,6
3,7
3,8
indicaties (inclusief het aantal indicaties dat is verzilverd
Alzheimer Nederland (ABF)
124
144
170
218
met zorg in de eigen omgeving). Het houdt ook rekening
gemiddelde prevalentie 5,1
5,1
4,9
5,2
5,3
Bureau Fame
149
179
200
250
met een mogelijke beperkte groei. We bepalen het
gemiddelde prevalentie 6,1
6,1
6,1
6,1
6,1
DEMENTIE
Figuur: verschil in uitkomsten cijfers dementie
totaal aantal beschermd woonplekken voor mensen met dementie de komende jaren hiermee op 132 in 2020, 159 in 2025 en 177 in 2030.
Nader onderzoek
2020
2025
2030
2040
Het uitgangpunt van een prognose moet altijd minimaal
Aantal 75+ers
DEMENTIE
2.437
2.938
3.284
4.106
het aantal afgegeven indicaties zijn. Dat blijkt uit nadere
Gemeente Brummen
132
159
177
222
gesprekken met het zorgkantoor, diverse zorgaanbieders,
gemiddelde prevalentie 5,0
5,4
5,4
5,4
5,4
thuiszorgorganisaties en het netwerk dementie/geriatrie.
Figuur: prognose beschermd wonen dementie gemeente
Mensen kiezen soms bewust voor zorg in de eigen
Brummen
omgeving. Maar omdat zorg aan dementerende ouderen zwaar, complex en gespecialiseerd is, verwacht men dat deze groep niet heel groot is. Het totaal aantal mensen dat bewust en vrijwillig kiest voor zorg in de eigen omgeving bij dementie wordt ingeschat op slechts enkele gevallen.
1
Psychogeriatrische zorg is gericht op het verzorgen van ouderen die lijden aan dementie en Alzheimer
2
https://www.netwerkdementie.nl/overzicht-netwerkpartners
9
Opgave beschermd wonen dementie
Prognose Alzheimer Nederland
Het verschil tussen de prognose (132) en het huidige
ABF research heeft een berekening gemaakt voor de
aantal beschikbare plekken (82) is de theoretische
ontwikkeling van het aantal inwoners in de gemeente
behoefte (50). Er zullen op korte termijn 50 extra
Brummen met chronische lichamelijke ziektes (somatiek).
plekken moeten komen om met terugwerkende kracht
De prognose is een stijging van het aantal mensen met een
132 plekken te bieden. Er zijn enkele marktinitiatieven
somatische zorgvraag van 55 in 2020, naar 65 in 2025 en
bekend die bij elkaar zorgen voor 41 extra plekken. Dit is
80 in 2030. De prognose van Alzheimer Nederland is lager
inclusief de aanvragen van Dagelijks Leven, de Wildbaan
dan die van Companen.
en ontwikkelingen van Riwis Zorg en Welzijn. Met terugwerkende kracht zijn er dan 9 extra plekken nodig.
Prognose bureau Fame Bureau Fame berekent hun prognose op basis van het
Zetten we het huidige aanbod en de planinitiatieven in een
aantal 75-plussers met een indicatie VV6 (beschermd
overzicht, dan zien we de opgave tot 2030.
wonen met intensieve verzorging en verpleging), VV8 (beschermd wonen met zeer intensieve zorg, nadruk op
2020
2025
2030
verzorging en verpleging) en 70% van het aantal VV4-
Aanbod
82
123
123
indicaties (beschut wonen met intensieve begeleiding
Planinitiatieven
41
0
0
en uitgebreide verzorging). De verwachting is dat voor
Totaal
123
123
123
mensen met een VV4-indicatie de zorgvraag in de
Benodigd aanbod
132
159
177
aantal mensen met een somatische zorgvraag uitkomt op
Opgave
9
36
54
90 in 2020, 109 in 2025 en circa 122 in 2030.
DEMENTIE
toekomst blijft bestaan. Bureau Fame verwacht dat het
Figuur: opgave beschermd wonen dementie gemeente Brummen
SOMATIEK Aantal 75+ers
Beschermd wonen voor mensen met somatische zorgvraag In de woonagenda doet Companen een prognose voor het aantal plekken voor mensen met een somatische zorgvraag3. Companen omschrijft dit als geclusterd wonen met langdurige zorg. Zij voorzien een behoefte van 83
2020
2025
2030
2040
2.437
2.938
3.284
4.106
Alzheimer Nederland (ABF)
55
65
80
100
gemiddelde prevalentie 2,3
2,3
2,2
2,4
2,4
Companen
83
94
107
139
gemiddelde prevalentie 3,4
3,4
3,2
3,3
3,4
Bureau Fame
90
109
122
152
gemiddelde prevalentie 3,7
3,7
3,7
3,7
3,7
Figuur: verschil in uitkomsten cijfers somatiek
plekken in 2020, 94 in 2025 en 107 plekken in 2030. Bij deze prognose is Companen uitgegaan van het aantal
Nader onderzoek
afgegeven indicaties. In 2020 heeft het CIZ 83 indicaties
We hebben de uitkomsten besproken met het zorgkantoor,
afgegeven. Van deze indicaties zijn er 67 verzilverd. Er zijn
diverse zorgaanbieders, thuiszorgorganisaties en het
op dit moment 62 beschermd woonplekken voor mensen
netwerk dementie/geriatrie. Ook hier hebben we
met een somatische zorgvraag. 5 indicaties zijn verzilverd
vastgesteld dat het uitgangpunt van een prognose altijd
door zorg in de eigen omgeving.
minimaal het aantal afgegeven indicaties moet zijn. De prognoses van Alzheimer Nederland zijn dan te laag.
De verzilveringsgraad en de verzilverde indicaties in de eigen omgeving duiden op een tekort van het aantal
De zorg voor ouderen met een somatische zorgvraag
beschikbare plekken. We vergelijken de prognose van
is ‘eenvoudiger’ in de eigen omgeving te organiseren
Companen met de prognoses van Alzheimer Nederland en
dan voor mensen met dementie. De zorg is minder
bureau Fame.
complex: het is vooral lichamelijke zorg waarin ook de wijkverpleging een grotere rol kan spelen. Aanpassingen in en om de woning kunnen zorg in de eigen omgeving eenvoudiger mogelijk maken. En er zijn steeds meer initiatieven en arrangementen in de omgeving voor mensen met een somatische zorgvraag, zo constateren de partners. We verwachten dan ook dat in de toekomst meer mensen vrijwillig voor zorg in de eigen omgeving kiezen.
3
Somatische zorg gaat om zorg en behandeling bij chronische lichamelijke aandoeningen
10
Omdat het aandeel ouderen groeit, zal de komende jaren
Toegankelijk wonen
ook het aantal mensen met een somatische zorgvraag
De laatste categorie binnen de ouderenzorg is toegankelijk
sterk groeien. Dit is wel afhankelijk van meerdere factoren.
wonen. Hieronder vallen alle woningen die geschikt zijn
De ontwikkeling en inzet van (digitale) technologie
voor ouderen met en zonder zorgvraag. Toegankelijke
zorgen misschien voor afname van de groei en kunnen
woningen zijn aangepast zodat inwoners met een
bijdragen aan meer draagkracht van mantelzorgers.
(lichte) fysieke beperking langer zelfstandig kunnen
Daarnaast is misschien meer inzet mogelijk van
wonen. Aanpassingen kunnen zijn: het verwijderen van
zorgarrangementen in de thuissituatie. Aan de andere
dorpels, aanbrengen van steunbeugels of het installeren
kant kan de zorgvraag verder toenemen door de hogere
van een traplift. Bij voorkeur ligt een deel van deze
gemiddelde levensverwachting van mensen met een
woningen geclusterd in een aanleun/servicegebied van
zware zorgvraag. En ook door de toename van het aantal
een zorgorganisatie. Door deze woningen optimaal in te
eenpersoonshuishoudens, waardoor er minder beschikbare
richten en toe te wijzen, kunnen ouderen zo lang mogelijk
mantelzorgers zijn.
zelfstandig blijven wonen.
Op basis van deze analyse kiezen we ervoor om het
Ouderen en partners geven een voorkeur aan voor
prevalentiecijfer van Companen (3,4) te volgen. Hiermee
geclusterd wonen. Enerzijds om eenzaamheid tegen te
bepalen we het totaal aantal beschermd woonplekken
gaan en anderzijds om zorg en ondersteuning efficiënt in
voor mensen met een somatische zorgvraag.
te richten. Daarbij voorziet geclusterd wonen in het grote tekort aan voorzieningen tussen zelfstandig wonen en
SOMATIEK
2020
2025
2030
2040
Aantal 75+ers
2.437
2.938
3.284
4.106
Gemeente Brummen
83
100
112
139
gemiddelde prevalentie 3,4
3,4
3,4
3,4
3,4
wonen in een instelling.
Onder geclusterd wonen valt een uiteenlopend
Figuur: prognose beschermd wonen somatiek gemeente
palet aan woonvormen: van verzorgingshuizen
Brummen
en verpleeghuizen tot appartementen, hofjes en woonzorgboerderijen. Een groot deel van de
Opgave beschermd wonen somatiek
ouderen met een zorgvraag woont in een geclusterde
Het huidige aantal beschikbare beschermd woonplekken
woonvorm. Daarnaast zijn er ouderen zonder
is 62. Er zijn dus 21 plekken tekort ten opzichte van
zorgvraag die - uit voorzorg of vanwege behoefte
de benodigde 83 plekken. Bij de gemeente zijn 11
aan comfort of sociale contacten - kiezen voor een
planinitiatieven bekend. Er zijn dan op korte termijn 10
geclusterde woonvorm. Denk aan aanleunwoningen
extra plekken nodig om met terugwerkende kracht 83
of zorggeschikte hofjes.
plekken te kunnen aanbieden. We plaatsen het huidige aanbod en de planinitiatieven in
Companen heeft haar prognose gemaakt op basis van
een overzicht. Zo zien we de opgave tot 2030.
de vraag van ouderen naar wonen met zorg. En voor een klein deel van mensen die uit voorzorg of vanwege
2020
2025
2030
behoefte aan comfort of sociale contacten hiervoor
Aanbod
62
73
73
kiezen. Het in onduidelijk of en welk aantal afgegeven
Planinitiatieven
11
0
0
of verzilverde indicaties Companen heeft gebruikt. Wel
Totaal
73
73
73
maken we uit het prevalentiecijfer op dat het aantal
Benodigd aanbod
83
100
112
Opgave
10
27
39
SOMATIEK
ouderen dat behoefte heeft aan geclusterd wonen, meegroeit met het aantal ouderen in de gemeente Brummen. Volgens de prognose van Companen is de
Figuur: opgave beschermd wonen somatiek gemeente
behoefte aan geclusterd wonen 155 in 2020, 262 in 2025
Brummen
en 390 in 2030.
11
Prognose Alzheimer Nederland
(betere) gezondheidszorg en betere levensgewoonten.
Alzheimer Nederland/ABF research heeft gegevens over de
Daarnaast biedt (digitale) technologie kansen voor de
behoefte aan geclusterde woonvormen.
sociale integratie van ouderen en mogelijkheden voor de gezondheidszorg. Aan de andere kant kan de toename
Prognose bureau Fame
van het aantal zelfstandig wonende ouderen leiden tot
Bureau Fame heeft haar prognose gemaakt op basis
meer eenzaamheid. Zeker als het aantal beschikbare
van het aantal 75-plussers dat gebruik maakt van
mantelzorgers afneemt en steeds meer ouderen alleen
wijkverpleging (uit de Zvw), het aantal 75-plussers dat
komen te staan. Verder leidt een hogere levensverwachting
Wmo-ondersteuning thuis krijgt en een percentage van
vaak tot meerdere gezondheidsklachten.
het aantal alleenstaande 75-plussers. Bureau Fame stelt dat alleenstaande ouderen eerder behoefte hebben
We hebben onlangs onderzoek laten doen naar de
aan geclusterd wonen dan ouderen met een partner.
woonbehoefte onder ons burgerpanel. Hieruit blijkt dat
Bijvoorbeeld omdat ze zich eenzaam voelen.
ruim 50% van de inwoners van de gemeente Brummen bij voorkeur thuis blijft wonen. Eén op de vijf (20%) heeft een
2020
2025
2030
2040
voorkeur voor geclusterd wonen. De partners nuanceren
Aantal 75+ers
2.437
2.938
3.284
4.106
deze uitkomsten: onder deze cijfers liggen diverse
Companen
155
262
390
524
persoonlijke en/of financiële redenen waardoor ouderen
prevalentie plus >
6,4
8,9
11,9
12,8
(noodgedwongen) kiezen voor zelfstandig blijven wonen
FAME wonen plus
366
441
493
616
in de huidige woning. Bijvoorbeeld omdat mensen:
gemiddelde prevalentie 15
15
15
15
15
• niet willen verhuizen uit het huis waar ze al zo lang
TOEGANKELIJK WONEN
Figuur: verschil in uitkomsten cijfers toegankelijk wonen
wonen; • de eigen sociale context niet willen achterlaten; • wachten met verhuizen tot het echt niet anders kan;
Nader onderzoek We hebben ook deze uitkomsten geduid. Met het zorgkantoor, diverse zorgaanbieders, thuiszorgorganisaties,
• door veranderde woonvoorkeur en behoeften geen passende woonruimte vinden in het huidige aanbod; • bang zijn (fors) meer te moeten betalen voor nieuwe
het netwerk dementie/geriatrie Oost-Veluwe,
woonruimte dan voor de woning waar ze (na al die
ouderenbond PCOB en woningcorporatie Veluwonen.
jaren) zo weinig woonlasten hebben.
Alle partijen pleiten voor voldoende en passende (tussen) woonvormen voor ouderen. Tussenwoonvormen
Op basis van de analyse stellen we de prognose van
zijn geschikt voor mensen die nog niet naar het
het aantal plekken voor mensen met een toegankelijke/
verpleeghuis hoeven, maar wel behoefte hebben aan
geclusterde woonvraag bij. We stellen het prevalentiecijfer
extra ondersteuning. Een tussenwoonvorm voorkomt
vast op 10. Dit ligt boven het prevalentiecijfer van
crisisopnames en verkleint de stap naar het verpleeghuis.
Companen, maar onder dat van Bureau Fame (15).
Als de woonvorm aansluit bij de behoefte, kan de oudere
Het nieuwe prevalentiecijfer is gebaseerd op de sterke
langer zelfstandig blijven. Zo zorgt een tussenwoonvorm
verwachting en wens dat inwoners geclusterd willen
ook voor uitstel van opname in het verpleeghuis.
wonen. Het gaat ook uit van de krachtige Brummense
Bijkomend voordeel: met voldoende (tussen)woonvormen
samenleving, waarin men omkijkt naar en zorgt voor
voor ouderen gaat de doorstroom op de huizenmarkt
elkaar. En van de mogelijkheden die technologie met zich
sneller. Zo profiteren jong én oud. Een tussenwoonvorm
meebrengen. Het totaal aantal woonplekken voor mensen
hoeft niet definitief of volledig te zijn. Het kan ook een
met een geclusterde woonwens bepalen we de komende
flexibele vorm zijn, waar iemand alleen doordeweeks
jaren op:
overnacht. Het belangrijkste is om aan te sluiten bij de 2020
2025
2030
2040
Aantal 75+ers
2.437
2.938
3.284
4.106
De vraag naar toegankelijke en geclusterde woningen
Gemeente Brummen
243
294
323
410
zal naar verwachting de komende jaren sterk groeien.
gemiddelde prevalentie 10
10
10
10
10
behoeften van ouderen en hun mantelzorger(s).
Maar ook hier zijn factoren van invloed op de groei. Zo
TOEGANKELIJK WONEN
Figuur: prognose toegankelijk wonen gemeente Brummen
kan de zorg- en ondersteuningsvraag afnemen door
12
Opgave toegankelijk wonen
3.2.2. GGZ-zorg
Met het huidige aanbod van 107 plekken zijn er op korte
Uit het GGZ-regiobeeld blijkt dat de gemeente Brummen
termijn 136 extra plekken nodig om met terugwerkende
een hoge ‘zorgindex’ heeft. Die zorgindex is opgebouwd
kracht de 243 benodigde plekken te bieden. We weten dat
uit de verschillende gemaakte kosten per wet. Een
er enkele planinitiatieven zijn in de markt, maar deze zijn
verhoogde zorgindex betekent meer zwaardere en
nog niet concreet genoeg voor dit overzicht. Denk aan de
duurdere zorg.
realisatie van appartementen en geclusterde woonvormen of grondgebonden seniorenwoningen in een straat of hofje.
Volwassen GGZ
We zetten het huidige aanbod en de planinitiatieven in een
In de gemeente Brummen wonen relatief veel psychisch
overzicht. Zo zien we de opgave tot 2030.
kwetsbare mensen. Het gaat om mensen met een Common Mental Disorder (CMD) - 20 op de 1.000
2020
2025
2030
inwoners - of ernstig psychiatrische aandoening (EPA) - 5
Aanbod
107
107
107
op de 1.000 inwoners. 195 gezinnen per 1.000 inwoners
Planinitiatieven
0
0
0
hebben een of twee maatwerkvoorzieningen uit de Wmo,
Totaal
107
107
107
Jeugdwet of Participatiewet, 55 gezinnen per 1.000
Benodigd aanbod
243
294
323
Opgave
136
187
216
TOEGANKELIJK WONEN
inwoners hebben drie of meer maatwerkvoorzieningen. Hiermee scoort Brummen bovengemiddeld hoog in de zorgindex van ‘GGZ in de wijk’.
Figuur: opgave toegankelijk wonen gemeente Brummen
Jeugd GGZ Zorg aan ouderen
De hoogte van de zorgindex voor 18-/ 18+ ligt in de
We verwachten dat de krapte op de arbeidsmarkt verder
gemeente Brummen rond het gemiddelde. Ongeveer een
toeneemt. Hierdoor is het een grote opgave om de zorg
op de tien jongeren krijgt jeugdhulp, waarvan ongeveer
en ondersteuning aan onze ouderen te garanderen. De
10% met verblijf en 90% zonder verblijf. Het aantal
opgave wordt nog groter door de sterke toename van
jeugdhulptrajecten per cliënt is gemiddeld 1,3. Ook dat is
het aantal zelfstandig wonende ouderen. Meer ouderen,
ongeveer gemiddeld. Er zijn in de gemeente momenteel
meer zorgorganisaties en meer woonzorgvormen kunnen
geen jongeren met jeugdreclassering. Wel krijgen 12,2 van
het zorglandschap (verder) versnipperen. Dit maakt het
de 1.000 jongeren jeugdbescherming. Bovengemiddeld
nog complexer om de zorg goed te organiseren. Daarbij
veel jeugdigen krijgen via de huisarts een verwijzing
werken enkele aanbieders met exclusiecriteria. Op
naar jeugdhulp (45% van de gevallen). Het aantal
basis van deze criteria sluiten zij bepaalde doelgroepen
verwijzingen via de gemeente is met 35% gemiddeld juist
of specifieke zorgvragen uit. Dit bemoeilijkt de
aan de lage kant. In de gemeente Brummen zijn geen
toegankelijkheid van zorg. Het advies is om dit bij de
jeugdinstellingen.
beoordeling van (nieuwe) initiatieven goed mee te wegen.
Beschermd wonen Wmo Hoewel de zorg momenteel goed georganiseerd is, geven
De aanwezigheid van veel GGZ-instellingen voor
partners aan dat verbetering zeer gewenst is. Er moeten
beschermd wonen Wmo verklaart de hoge GGZ zorgindex.
meer en betere afspraken komen over 24-uurszorg.
Brummen voorziet in een bovenregionale behoefte. Het
Over de zorgverantwoordelijkheid: wie draagt op welk
prevalentiecijfer voor beschermd wonen is 1,8, tegen
moment verantwoordelijkheid voor wie. Maar ook over
landelijk 1,3. Dit cijfer was op 31 december 2020 nog 3,4
beschikbaarheid, bereikbaarheid, inzet en overdracht van
(landelijk 2,1), maar is na de openstelling van de Wlz voor
reguliere én hoog-complexe zorg. Tijdens kantooruren,
GGZ-cliënten op 1 januari 2021 aanzienlijk gedaald.
maar ook in de avond-, nacht- en weekendzorg (ANW). Het vastleggen van deze afspraken in een 24-uurs
Om binnen de nieuwe budgetten te blijven, is een verdere
zorgplan (voor nieuwe en bestaande aanbieders) is een
verlaging van het prevalentiecijfer noodzakelijk. Dit moet
goed instrument om aan de voorkant de zorg goed te
voortkomen uit de beweging van beschermd wonen
organiseren. Daarnaast geeft het de gemeente handvatten
naar beschermd thuis (van wonen in een instelling naar
om nieuwe aanvragen te beoordelen. De ontwikkeling van
zelfstandig wonen), de invoering van het nieuwe landelijke
een lokaal woonzorgnetwerk of -keten zien we daarbij
verdeelmodel voor beschermd wonen (Wmo) en de
als belangrijke prioriteit. Dit stimuleert intensieve en
herverdeling van de budgetten van de centrumgemeenten
innovatieve samenwerking.
naar alle gemeenten (per 1 januari 2023). Gaat het aantal 13
cliënten met een indicatie beschermd wonen niet naar
ondersteuningsstructuur. Zodat cliënten duurzaam kunnen
beneden volgens het landelijk gemiddelde prevalentiecijfer,
uitstromen en nieuwe instroom beperkt blijft.
dan leidt dit tot financiële tekorten voor de regio en de gemeente Brummen.
In de prestatieafspraken met Veluwonen heeft de gemeente Brummen ook de reguliere uitstroom voor
Voor GGZ-zorg is geen sprake van een opbouwopgave,
beschermd wonen gekwantificeerd. Het betreft vijf
maar van afbouwen. Afbouw van het aantal beschermd
‘opstapwoningen’ per jaar. Het aantal cliënten voor
woonplekken in instellingen zal wel leiden tot een vraag
beschermd wonen (Wmo) neemt met ongeveer 50% af en
naar zelfstandige woonruimte. Speciaal voor deze cliënten
daardoor versterkt het doorstoomkarakter van beschermd
is er in een ‘opstapregeling’.
wonen, maar er wordt ook extra uitstroom voorzien. Het aantal opstapwoningen blijft daardoor ongeveer gelijk.
Prognose Companen
Veluwonen geeft aan dit op te kunnen vangen in de
Companen heeft in het regionaal onderzoek naar de
huidige woningvoorraad.
woningopgave voor beschermd wonen een prognose gemaakt voor de regio en alle gemeenten afzonderlijk. Op 31 december 2020 waren er in de gemeente Brummen
Een opstapwoning is een reguliere woning, die
85 cliënten met een indicatie beschermd wonen (Wmo),
Veluwonen via de Opstapregeling verhuurt. De
verdeeld over vier aanbieders. Op 1 januari 2021 waren
woning is bedoeld voor cliënten die in een instelling
dit er 45 door de openstelling van de Wlz voor GGZ. Het
verblijven maar zelfstandig willen en kunnen gaan
aantal aanbieders is gelijk gebleven. Companen verwacht
wonen. Bijvoorbeeld mensen met een verslaving,
dat afbouw mogelijk is tot 37 plekken in 2025 en tot 30
psychiatrische problemen of verstandelijke
plekken in 2030.
beperking. Naast het toewijzen van een woning worden er afspraken gemaakt over de begeleiding en
GGZ BESCHERMD WONEN WMO 2020
2025
2030
2040
Companen
45
37
30
30
prevalentie
1,8
1,5
1,3
1,3
tussentijdse evaluaties.
Figuur: prognose beschermd wonen (Wmo) gemeente
Opgave beschermd wonen (Wmo)
Brummen
Genoemde opgave voor beschermd wonen (Wmo) is de uitstroom van cliënten uit beschermd wonen. Dit betreft
Nader onderzoek
een extra opgave naast de reguliere jaarlijkse uitstroom
De exacte afbouwopgave hangt af van het aantal cliënten
van vijf cliënten per jaar. Dus naast de uitstroom van in
dat uiteindelijk naar de Wlz overgaat. Dit is pas in de loop
totaal 15 personen tot 2030 zijn er gemiddeld een tot
van 2021 duidelijk omdat het CIZ met grote achterstanden
twee opstapwoningen per jaar nodig.
kampt in het verwerken van de aanvragen. Wel is duidelijk dat in totaal ongeveer 50% van de cliënten van de Wmo
GGZ-ZORG
2020
2025
2030
naar de Wlz over zal gaan. En dat verdere afbouw nodig
Aanbod beschermd wonen Wmo
45
45
45
is. Ook moeten we nadere afspraken maken met de
Planinitiatieven
0
0
0
regio over het exacte aantal af te bouwen plekken en
Totaal
45
45
45
Benodigd aanbod
45
37
30
Opgave beschermd thuis
0
-8
-15
mogelijke verdeling van de resterende plekken in de regio. Uitgangspunt voor nu is de bovengenoemde berekening van Companen.
*exclusief reguliere uitstroom BW
In februari van dit jaar zijn de voorlopige uitkomsten
Figuur: opgave beschermd wonen (Wmo) gemeente
van het nieuwe landelijke verdeelmodel gepresenteerd.
Brummen
De regio krijgt aanzienlijk minder budget. Een eerste doorrekening van de uitkomsten laat zien dat de komende
Bij de uitkomst staat een minteken. Dit komt omdat het
jaren budgetneutraal lijken te verlopen. Pas vanaf 2026
aantal beschermd woonplekken in een instelling omlaag
ontstaat een kantelpunt. In de komende jaren moet
moet. Tegelijkertijd betekent het wellicht een opgave om
de gemeente Brummen toewerken naar voldoende
te komen tot meer woonruimte. Het is nu nog onduidelijk
passende betaalbare woonruimte en een goede lokale
of de cliënten uitstromen in de gemeente Brummen of 14
misschien teruggaan naar de gemeente waar ze vandaan
3.2.3. GEHANDICAPTENZORG
komen. Of misschien komen ze verspreid over de regio te
De zorg aan mensen met een beperking is in de regio
wonen. Toch is het goed de woonvraag op te nemen in
Apeldoorn/Zutphen de afgelopen jaren ruim 3% sterker
de opgave. Want lokale begeleiding is beter voor cliënten
gestegen dan in andere zorgkantoren van Zilveren
en is goedkoper.. De inzet van de gemeente Brummen zal
Kruis. Dat laat de regioanalyse Gehandicaptenzorg
zijn zoveel mogelijk cliënten uit te laten stromen. Extra
van het Zilveren Kruis zien. Het aandeel klanten in de
uitstroom kan dan gecompenseerd worden door eventuele
gehandicaptenzorg is in de gemeente Brummen (1,09%)
uitstroom buiten Brummen.
hoger dan het gemiddelde in de regio Apeldoorn/Zutphen (1,05%). En aanzienlijk hoger dan het gemiddelde aantal
Zorg aan mensen met psychische kwetsbaarheid
klanten bij de zorgkantoren van Zilveren Kruis (0,72%).
Door hoog verloop, veel verzuim en een groeiend
Dit duidt erop dat de regio en de gemeente Brummen
gebrek aan gekwalificeerde mensen kampt de GGZ met
voorzien in een bovenregionale behoefte. Oorzaken
behoorlijke personeelstekorten. De sector zet zwaar in op
hiervoor zijn historische ontwikkeling, de gunstige ligging
het verbeteren van die situatie. Verder signaleert de sector
en de rustige en prikkelvrije omgeving
dat er in steeds meer sprake is van onderbehandeling van zware klachten en overbehandeling van lichte klachten.
Verder valt op dat de klanten in de regio beduidend vaker
De komende jaren ligt de focus dan ook op de juiste zorg
ouder zijn (19% is ouder dan 65 jaar) in vergelijking met
op de juiste plek. Net als bij de ouderenzorg beweegt de
het gemiddelde van de klanten van het Zilveren Kruis
GGZ zich naar meer zorg en ondersteuning in de eigen
(13%). Voor de komende jaren voorziet het Zilveren Kruis
omgeving. Zorg in een instelling is alleen nog beschikbaar
een toename van ongeveer 5% van het aantal mensen
voor cliënten met de zwaarste zorgvraag.
dat zorg in de eigen omgeving krijgt, voornamelijk voor cliënten met een licht verstandelijke beperking. Als deze
De regio omarmt de beweging van beschermd wonen
stijging daadwerkelijk kan worden opgevangen in de eigen
naar beschermd thuis. Er wordt de komende jaren veel
omgeving, zullen op termijn iets minder woonplekken
geïnvesteerd in deze beweging. De gedachte hierachter is
in instellingen nodig zijn. Instellingen in de gemeente
dat cliënten beter en duurzamer herstellen in het ‘normale
Brummen voorzien echter vooral in zwaardere zorg. Deze
leven’. Zorg aan GGZ-cliënten gebeurt bij voorkeur
is moeilijker in de thuissituatie te organiseren. Daarbij
in de eigen omgeving en aan de hand van integrale
geven partners aan dat het bij zorg in de eigen omgeving
hersteltrajecten. Hierbij wordt gewerkt aan herstel op
vaak gaat om het uitstellen van een woonvraag van een
alle levensdomeinen. De eigen kracht, mogelijkheden,
mogelijk nieuwe cliënt. Het gaat minder vaak om het
wensen en behoeften van de cliënt en zijn of haar sociale
afschalen van de zorgvraag van een bestaande cliënt in
netwerk staan hierbij centraal. Ondersteuning vanuit een
een instelling.
vernieuwd zorglandschap met meer lokale ondersteuning moet uitstroom uit een instelling bevorderen en instroom
Verstandelijke beperking
(verder) beperken.
De gehandicaptenzorg kent veel verschillende deelgebieden. In de gemeente Brummen richt de zorg voor mensen met een beperking zich voor het overgrote deel op zorg aan mensen met een (licht) verstandelijke beperking. Daarom beschrijft deze woonzorgvisie alleen die doelgroep. Landelijk lopen de prevalentiecijfers voor mensen met een verstandelijke beperking sterk uit elkaar. Dit heeft te maken met de vele verschillende vormen van een verstandelijke beperking en de diverse gebruikte berekeningen. Daarbij kunnen factoren leiden tot een toename van het aantal klanten in de gehandicaptenzorg. Bijvoorbeeld de stijging van de levensverwachting van mensen met een verstandelijke beperking. Het is hierdoor erg lastig om op basis van de demografische ontwikkeling 15
komende jaren te maken krijgt met langdurige zorg voor
Opgave wonen voor mensen met een verstandelijke beperking
hun verstandelijke beperking.
Om de opgave voor de gehandicaptenzorg vast te stellen,
van de gemeente Brummen te bepalen hoeveel mensen de
maken we het aantal cliënten met een woonvraag in een
Woonplekken voor mensen met een verstandelijke beperking
instelling en zorg in de eigen omgeving inzichtelijk. Het
In de woonagenda heeft Companen een prognose
afnemen en het aantal cliënten dat zorg krijgt in de eigen
gemaakt voor de langdurige zorg voor mensen met een
omgeving zal iets toenemen (5% per vijf jaar). Hierdoor
verstandelijke beperking in Brummen. Companen voorziet
zijn op termijn iets minder woonplekken in een instelling
een lichte afname van de behoefte aan woonplekken, van
nodig. Vanuit dit gegeven stellen we de opgave voor de
170 in 2020 naar 145 in 2030. Companen verklaart dit
komende jaren als volgt vast.
aantal cliënten dat zorg ontvangt in een instelling zal licht
door een lichte afname van de totale populatie. En doordat vooral mensen met een licht verstandelijke beperking zorg
VERSTANDELIJKE BEPERKING
2020
2025
2030
205
198
190
vaker in de eigen omgeving zullen krijgen. De cijfers van
Aantal cliënten
Companen verschillen met de cijfers van het Zilveren Kruis.
waarvan
Ook uit eigen onderzoek blijkt dat er meer woonplekken
Woonplek instelling
177
168
158
in de gemeente Brummen zijn voor mensen met een
Zorg eigen omgeving
28
30
32
Aanbod
177
177
177
verstandelijke beperking (177 in een instelling en 28 in de eigen omgeving).
Prognose Zilveren Kruis Op basis van de ontwikkeling van de afgelopen jaren verwacht het Zilveren Kruis de komende jaren een lichte daling van het aantal cliënten in de gehandicaptenzorg: van 205 in 2020 naar 182 in 2040.
Planinitiatieven
0
0
0
Totaal
177
177
177
Benodigd aanbod*
177
168
158
Opgave
0
-9
-19
Figuur: opgave verstandelijke beperking gemeente Brummen
2020
2025
2030
2040
Bij de opgaven staat een minteken, omdat het aantal
Companen
170
153
145
135
woonplekken in een instelling zal afnemen. Aanbieders
huidig aanbod gem. Brummen
177
Zilveren Kruis
205
198
190
182
zorg in eigen omgeving
24+4
VERSTANDELIJKE BEPERKING
geven aan dat cliënten veelal uitstromen naar de gemeente waar ze vandaan komen. Door de bovenregionale functie is dat meestal buiten de gemeente Brummen. We
Figuur: verschil in cijfer gehandicaptenzorg gemeente Brummen
verwachten dus geen aanspraak op extra woonruimte. Tegelijkertijd zijn de exploitatiemodellen van de grote
Nader onderzoek
aanbieders gericht op vast volume in hun woonvormen.
De gemeente Brummen heeft zelf onderzoek gedaan
Door de sterke regionale afhankelijkheid en functie is de
onder de aanbieders. Deze uitkomsten zijn vrijwel gelijk
verwachting niet dat het aantal cliënten zal afnemen. Het
aan de uitkomsten van Zilveren Kruis. In totaal zijn er 177
aantal locaties blijft dus gelijk. Voor zorg aan mensen in de
cliënten verdeeld over drie aanbieders. 28 mensen krijgen
eigen omgeving geldt dit niet.
zorg in de eigen omgeving (via een modulair pakket thuis – MPT of volledig pakket thuis - VPT). De aanbieders zelf
Zorg aan mensen met een verstandelijke beperking
verwachten de komende jaren geen toename van het
Uit de prognose van het Zilveren Kruis blijkt dat de
aantal cliënten. Op basis van de analyse volgen we de
gehandicaptenzorg onder druk staat. Het tekort aan
prognose van het Zilveren Kruis (die wordt bevestigd door
zorgpersoneel in de regio neemt toe. Op termijn staat ook
eigen onderzoek).
de financiering van de zorg onder druk. De afgelopen jaren is de meerzorg aanzienlijk toegenomen. Dit is de zorg aan 2020
2025
2030
2040
Zilveren Kruis
VERSTANDELIJKE BEPERKING
205
198
190
182
waarvan in eigen omgeving
24+4
Figuur: prognose verstandelijke beperking gemeente Brummen
cliënten voor wie het integrale zorgpakket niet toereikend is. De sector hoopt met inzet van innovatie en digitale technologie de druk te verlichten en tegelijk de wensen en behoeften van de cliënt centraler te stellen. Dit moet 16
het voor cliënten mogelijk maken om meer aan de
Daarbij geven partners aan dat het niet altijd nodig is om
samenleving deel te nemen. De zorg en ondersteuning
te denken in dokterszorg of professionele ondersteuning.
spitst zich hier de komende jaren dan ook meer op toe.
In bepaalde gevallen kan het voorveld ook een uitkomst bieden. Vooral bij psychosociale klachten als vermoeidheid,
3.2.4. WELZIJN
pijn, stress, angst en somberheid is er lang niet altijd een
De zorgvraag neemt toe en de zorg verschuift steeds meer
medische oorzaak, maar spelen onderliggende sociaal
naar de eigen omgeving. Hiermee wordt het beroep op de
maatschappelijke problemen een rol. Bijvoorbeeld het
eigen kracht én het sociale netwerk van inwoners steeds
overlijden van een partner, verlies van werk of gevoelens
groter. Informele zorg (vrijwilligerswerk en mantelzorg)
van eenzaamheid.
wordt daardoor steeds belangrijker. Dankzij deze zorg blijft de kwaliteit van leven van (kwetsbare) mensen
Relatie rapport Berenschot
hoog of verbetert zelfs. Door de inzet van informele zorg
De ontwikkeling van dergelijke voorzieningen ligt in lijn
kunnen mensen (langer) meedoen en doet men minder
met een van de bouwstenen die Berenschot adviseert
snel een beroep op professionele zorg. Vrijwilligerswerk
om de kosten binnen het sociaal domein beheersbaar
en mantelzorg hebben daardoor een belangrijke rol in het
te houden. Bouwsteen W5 gaat over het strategisch en
betaalbaar houden van de zorg.
doelmatiger inzetten van voorliggende voorzieningen.
Mantelzorg
Door de huidige algemene en maatwerkvoorzieningen
Inwoners in de gemeente Brummen zijn zeer betrokken en
te analyseren met partners, inwoners en
solidair. Veel inwoners doen vrijwilligerswerk (waaronder
ervaringsdeskundigen, kunnen we het aanbod te
zorgvrijwilliger) en/of zijn mantelzorger. Maar net als in
vernieuwen. Met optimale aansluiting bij de wensen en
de rest van Nederland staat deze inzet onder druk door de
behoeften van inwoners, meer keuzevrijheid en meer
vergrijzing. Want met het toenemend aantal ouderen zal
draagvlak voor de inzet van de voorzieningen.
het aantal mensen dat mantelzorg vraagt enorm stijgen. Tot 2040 wordt een groei verwacht van ruim 80%. Tegelijk
We zien versterking van het voorveld, welzijnswerk
neemt het aantal mantelzorgers sterk af. Want zij zullen
en mantelzorgondersteuning en het organiseren van
straks mogelijk zelf mantelzorg ontvangen. In 2020 waren
voldoende welzijnsondersteuning als belangrijke prioriteit.
er gemiddeld vijf mantelzorgers per ontvanger. In 2040 zijn
Ook door het versterken van de samenwerking tussen
dit er nog maar drie. Ook neemt de gemiddelde leeftijd
Stichting Welzijn Brummen en partners kunnen de kracht
van de mantelzorger toe. Hierdoor loopt het aantal uren
en mogelijkheden van het voorveld nog beter worden
dat mantelzorg per persoon terug van 4,8 uur per week nu
benut. Binnen de financiële kaders kijken we naar de
naar circa 3,2 uur in 2040.
mogelijkheden.
Misschien is dit effect in Brummen nog groter omdat de gemeente sterker vergrijst en het aandeel jongere inwoners tot 2040 afneemt. Wellicht wordt dit deels gecompenseerd omdat de woningprijzen in omliggende grote steden steeds verder stijgen en jongeren er daarom voor kiezen toch in Brummen te blijven. Ook de toename van digitaal werken en de verwachte sterke afname van de woonwerkverkeer kunnen nog een positief effect hebben.
Voorveld Partners onderstrepen het belang van informele zorg bij de opgaven. Zij zien hiervoor een grote en belangrijke rol weggelegd voor het voorveld en Stichting Welzijn Brummen (SWB). Een breed aanbod aan preventieve, collectieve en algemene voorzieningen kan bijdragen aan het (langer) zelfstandig wonen van de zorgdoelgroepen.
17
3.2.5. PREVENTIE, INNOVATIE EN DIGITALE TECHNOLOGIE
op de consequenties van het ouder worden. Partners
De vele activiteiten in het voorveld hebben een
leiden tot meer bewustwording. In het onderzoek naar de
sterk preventieve werking. Het voorkomen van
woonopgaven onderkennen respondenten dat zij hier een
gezondheidsproblemen is vaak het doel. Versterken van de
verantwoordelijkheid in hebben. En ze geven aan dat hier
inzet op preventie is nodig om meerdere redenen:
mogelijkheden voor zijn.
denken dat het bespreekbaar maken van de toekomst kan
• de leefstijl-gerelateerde problemen nemen toe; • mensen met ongezonde leefstijl en onderliggende
Innovatie en digitale technologie
gezondheidsproblematiek zijn extra kwetsbaar voor
Innovatie wordt benoemd als belangrijke aanvulling
infectieziekten; en
op preventieve activiteiten. Innovatie kan helpen het
• de vergrijzing vraagt om langer zelfstandig wonen.
langer zelfstandig wonen te ondersteunen en verder
Door in te zetten op preventie kunnen de kosten voor
vorm te geven. Bijvoorbeeld door de inzet van digitale
zowel het sociaal domein als de zorgverzekeraar zo laag
technologie of e-health. Zorg- en thuiszorgorganisaties