(123) Integraal Huisvestingsplan Brummen
Tekst van het document
Het doel van deze wet is dat meer leerlingen binnen de ‘reguliere’ scholen onderwijs zullen genieten, waardoor minder leerlingen aan het (v)s(b)o deelnemen. Ook dienen scholen maximaal toegerust te zijn op een veranderende ‘onderwijsvraag’ (toegankelijkheid, veiligheid, MIVA-toiletten, lift, time-out ruimten/zorgruimten, et cetera). Dit heeft vooralsnog niet geleid tot aanpassing van de regelgeving en/of vergoedingen rondom onderwijshuisvesting. De conclusie van de evaluatie passend onderwijs is dat het aanbod voor leerlingen die extra hulp nodig hebben is verbeterd sinds de invoering van passend onderwijs, maar op te veel plekken nog niet goed genoeg is. Middels een kamerbrief d.d. 4 november 2020 kondigde minister Slob een verbeteraanpak aan, bestaande uit 25 maatregelen die leiden tot een verbetering van het passend onderwijs voor leerlingen, ouders en leraren. Op 16 december 2021 is een voorgangsrapportage gepubliceerd. Het jaar 2021 stond in het teken van de coronacrisis en de gevolgen ervan. De coronacrisis heeft invloed gehad op passend onderwijs en het in gang zetten van de maatregelen uit de verbeteraanpak. Toch is in 2021 een start gemaakt met de uitvoering van een aantal maatregelen.
De eerste prioriteit heeft in 2021 gelegen bij zaken die concrete impact hebben op de relatief korte termijn voor leerlingen en ouders en zaken die eerst gerealiseerd moeten worden omdat deze een basis leggen voor andere trajecten. Zoals aangegeven in de verbeteraanpak passend onderwijs is de ambitie om over 15 jaar een aanzienlijke stap gezet te hebben richting inclusiever onderwijs. Dit zodat leerlingen met en zonder ondersteuningsbehoefte vaker samen thuisnabij naar dezelfde school kunnen en elkaar ontmoeten op het schoolplein en in de klas. Het ministerie van OCW rapporteert jaarlijks over de voortgang aan de Tweede Kamer. In 2022 is er geen voortgangsrapportage geweest. De term passend onderwijs heeft een duidelijke relatie met de Wet Passend Onderwijs. De term inclusiever onderwijs sluit beter aan bij de praktijk en zal in dit document vanaf nu ook gebruikt worden.
I.4
Kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie In de Wet kinderopvang zijn als gevolg van de Wet IKK (Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang) kwaliteitseisen gewijzigd. Per 1 januari 2019 is een aantal maatregelen
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 50 van 58
ingegaan. Het betreft de wijzigingen in het maximaal aantal baby’s (nul-jarigen) per pedagogisch medewerker, van één op vier naar één op drie. Verder heeft de invoering van de pedagogisch beleidsmedewerker die de pedagogisch medewerker coacht bij de dagelijkse werkzaamheden (minimaal tien uur per jaar) plaatsgevonden. Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt en de werkdruk op pedagogisch medewerkers, is in 2020 besloten om de ingangsdatum van de overige scholingseisen voor pedagogisch medewerkers per ingang van 1 januari 2023 uitgesteld naar 1 januari 2025. Het gaat om de invoering van het minimum taalniveau en de specifieke scholingseis voor het werken met baby’s. Deze wet zorgt ervoor dat de kinderopvang aan hogere kwaliteitseisen moeten voldoen dan voorheen verplicht was. Het financieringsstelsel van de kinderopvang wordt fundamenteel herzien. De stelselherziening wordt allereerst eenvoudiger en begrijpelijker voor ouders door het realiseren van een eenvoudige financiering doordat de overheid rechtstreeks de kosten van kinderopvang aan de kinderopvang betaalt. Kinderopvangorganisaties sturen dus niet meer de hele factuur naar de ouders. Verder dient het voor ouders makkelijker te worden om arbeid en zorg te combineren door het realiseren van een betaalbaardere en financieel toegankelijke kinderopvang.
In het coalitieakkoord van 15 december 2021 is de ambitie uitgesproken om het nieuwe stelsel per 1 januari 2025 in werking te laten treden. In april 2023 heeft het kabinet besloten de invoering uit te stellen tot 1 januari 2027. De reden hiervoor is dat de kinderopvangbranche op dit moment al kampt met een enorm personeelstekort. De verwachting is dat door de stelselwijziging de vraag toeneemt en daarmee het personeelstekort ook. De volgende beleidskaders richtinggevend voor het ontwerp van het nieuwe stelsel: Werkende ouders komen in aanmerking voor een vergoeding voor de Kinderopvang. De overheidsvergoeding wordt rechtstreeks uitgekeerd aan Kinderopvangorganisaties. De hoogte van deze vergoeding is inkomensonafhankelijk. De vergoeding is een percentage (96%) van de maximum uurprijs (MUP) per opvangsoort. Het aantal opvanguren dat in aanmerking komt voor een vergoeding is niet langer gekoppeld aan het aantal gewerkte uren. Bij de verdere uitwerking zullen de genoemde kaders het uitgangspunt vormen van de stelselherziening. De stelselherziening zal naar verwachting leiden tot een toename van de vraag naar kinderopvang en daarmee ook huisvestingsconsequenties hebben. Vanuit het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOAB) ontvangt de gemeente rijksmiddelen om onderwijsachterstanden bij kinderen vroegtijdig te signaleren en bestrijden.
Op grond van artikel 159, 160 en 161 van de WPO is de gemeente verantwoordelijk voor het aanbieden van een passend aanbod van voor- en vroegschoolse educatie (VVE). De gemeente is verplicht tot het maken van afspraken met VVEaanbieders en het PO over welke kinderen in aanmerking komen voor VVE, hoe de toeleiding naar VVE verloopt en hoe de doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie verloopt. De uitvoering hiervan gebeurt door de kinderopvangorganisaties. Vanuit het GOAB is de huisvesting geen directe verantwoordelijkheid van de gemeente.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 51 van 58
I.5
Wmo, Jeugdwet en Participatiewet De Wmo geeft kaders aan voor de invulling van diverse met elkaar samenhangende beleidsthema’s, zoals ouderen, jeugd, gezondheid, sport, welzijn, werken in de wijken en fysieke toegankelijkheid. In de Wmo staat integraliteit van beleid centraal. De gemeente is inhoudelijk en financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo. De Jeugdwet regelt dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor bijna alle zorg aan kinderen tot achttien jaar met opgroei- en/of opvoedproblemen en kinderen en jongeren met een duidelijk ziektebeeld of handicap die extra zorg of begeleiding nodig hebben. Met de Participatiewet wil het kabinet bereiken dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die kúnnen werken, participeren in de samenleving door middel van vrijwilligerswerk, dagbesteding of betaald werk.
I.6
Klimaatakkoord In juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord gepresenteerd. Het klimaatakkoord is uitwerking van de klimaatwet. De doelen zijn 49% CO2 reductie in 2030 en 95% in 2050 ten opzichte van 1990. De doelen in de warmtetransitie naar aardgasvrij zijn uitgewerkt in het landelijke Beleidsprogramma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving. Voor de gebouwde omgeving (dus ook voor schoolgebouwen) geldt dat deze op basis van de afspraken in 2050 gasloos moeten zijn. Dat betekent isoleren en gebruikmaken van duurzame warmte en elektriciteit. Dit is een enorme opgave voor gemeenten en schoolbesturen. Voor nieuwe gebouwen kan hierop geanticipeerd worden, maar ook de bestaande gebouwen moeten verduurzaamd worden om aan deze afspraken te kunnen voldoen. In het Klimaatakkoord wordt ook verwezen naar het voornemen om het opstellen van een IHP verplicht te maken voor gemeenten. Samen met het voornemen om voor schoolbesturen een duurzaam meerjarenonderhoudsplan (MJOP) verplicht op te stellen, biedt dit mogelijkheden om planmatig invulling te geven aan de afspraken uit het Klimaatakkoord. Ieder schoolbestuur moet zorgen dat de schoolgebouwen voldoen aan de bestaande wettelijke normen uit het Bouwbesluit en aanvullende richtlijnen voor een gezond binnenklimaat. Goede ventilatie is een onderdeel van een gezond binnenklimaat.
Wanneer maatregelen getroffen worden om de ventilatie te verbeteren is dat een natuurlijk moment om eerst de isolatie te verbeteren. Om scholen te ondersteunen bij goede ventilatie heeft de Rijksoverheid, in samenspraak met de PO-Raad, VO-raad en VNG, in 2022 een reeks van maatregelen getroffen om de ventilatie op scholen te verbeteren. Onderdeel hiervan zijn de hulpteams Ventilatie en de Maatwerkregeling Ventilatie in Scholen. Verder kunnen scholen via ventilatiehulp.nl een handreiking downloaden om de luchtkwaliteit in klaslokalen te verbeteren, gebruik makend van de bestaande ventilatievoorzieningen. Voor schoolbesturen die voor hun locaties nog geen middelen SUViS-middelen toegekend hebben gekregen is sinds juli 2022 is de ‘Maatwerkregeling ventilatie op scholen’ van start. Met deze regeling kunnen schoolbesturen subsidie aanvragen om de energiebesparende maatregelen te treffen en de ventilatie op scholen te verbeteren. Per schoollocatie kon gekozen worden voor het aanvragen van de basissubsidie of een vangnetsubsidie tot en met maart 2023. De basissubsidie bestaat uit 30% financiering door het Rijk. De vangnetsubsidie kan oplopen tot 60% van de bouw- en installatiekosten wanneer cofinanciering (door gemeente) een te hoge drempel is en het schoolgebouw tot de meest urgente gevallen behoort. Voor de regeling is € 140 miljoen beschikbaar.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 52 van 58
Om eigenaren van bestaand maatschappelijk vastgoed, waaronder onderwijs tegemoet te komen, is de subsidieregeling verduurzamen van het maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) begin oktober 2022 van start gegaan. In totaal is € 150 miljoen beschikbaar, waarbij per aanvraag maximaal € 2,5 miljoen wordt toegekend. De eerste aanvraag ronde is eerder gesloten omdat er meer aanvragen zijn ingediend, dan er geld beschikbaar is. September 2023 start een tweede subsidieronde. I.7
Didam Arrest De Hoge Raad heeft op 26 november 2021 uitspraak gedaan over de manier waarop de overheid partijen moet selecteren bij de verkoop van vastgoed (gronden en andere onroerende zaken). Volgens de Hoge Raad staat het gelijkheidsbeginsel een een-op-een verkoop van vastgoed in de weg, als er (naar verwachting) meerdere (potentiële) gegadigden voor dat vastgoed zijn. In dat geval moet er in principe een selectieprocedure worden doorlopen. Daarvoor zal het overheidslichaam criteria moeten opstellen op basis waarvan de uiteindelijke koper wordt geselecteerd. Deze criteria moeten toetsbaar, objectief en redelijk zijn. Selecteren gaat volgens de Hoge Raad daarmee boven het maken van een-op-een-afspraken. Daarnaast houdt het gelijkheidsbeginsel in dat de overheid op een welgekozen manier transparant moet zijn over de beschikbaarheid van de onroerende zaak, de selectieprocedure en – criteria en het tijdschema. Het is noodzakelijk dat het overheidslichaam hierover op tijd duidelijkheid creëert door informatie te communiceren op een plek waar de (potentiële) gegadigden er kennis van kunnen nemen. Naast verkoop oordeelde de rechter dat het Didam-arrest niet alleen geldt voor koop en verkoop van onroerend goed, maar ook op andere overeenkomsten.
Er is geconcludeerd dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel, ook in acht moeten worden genomen bij de uitgifte van (schaarse) overheidsgronden in erfpacht en verhuur van onroerend goed. Dit is bevestigd in een uitspraak van de Rechtbank Sint Maarten op 28 januari 2022. Daarmee is deze uitspraak ook aan de orde bij het selecteren van een kinderopvangorganisatie bij de bouw van een nieuwe school, of het aangaan van een huurovereenkomst met een kinderopvangorganisatie. Dit is alleen het geval als de gemeente de aanbestedende dienst is. Op schoolbesturen lijkt het Didam-arrest niet direct van toepassing. Ook bij verlenging van bestaande huurovereenkomsten is het niet van toepassing. Omdat het Didam-arrest nog relatief nieuw is, is er regelmatig nieuwe jurisprudentie naar aanleiding van deze uitspraak. Het is van belang deze goed te volgen, om ervoor te zorgen dat de juiste regels toegepast worden.
I.8
Wetsvoorstel Doelmatige aanpak onderwijshuisvesting In maart 2023 is het wetsvoorstel gepubliceerd dat tot doel heeft om te komen tot een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting. Het wetsvoorstel bestaat uit verschillende onderdelen: Een verplichting voor het vaststellen van een integraal huisvestingplan (IHP) voor gemeenten en meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor schoolbesturen. Renovatie wordt een voorziening in de huisvesting waar de gemeente voor verantwoordelijk is. Het investeringsverbod in het primair onderwijs wordt opgeheven. Een zorgplicht voor het schoolbestuur voor een gezond binnenklimaat.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 53 van 58
In het wetsvoorstel wordt elke gemeente verplicht gesteld om met de schoolbesturen een IHP op te stellen voor een periode van vier jaar met een doorkijk naar de volgende twaalf jaar. De schoolbesturen zijn verplicht om eenmaal in de vier jaar voor elk schoolgebouw een MJOP op te stellen, waarbij zij middelen reserveert om het toekomstig onderhoud uit te voeren. Voor zowel het IHP als voor de MJOP’s gelden de kwaliteitskaders vanuit de WPO, WEC, WVO en het Bouwbesluit. Het wetsvoorstel moet leiden tot een betere besluitvorming binnen het gedecentraliseerde stelsel, doordat met het verplichte IHP en MJOP beslissingen over investeringen beter tussen gemeenten en schoolbesturen worden afgestemd. Het MJOP moet daarom ook meegenomen worden in het overleg over het IHP. Door het tevens wettelijk regelen van ‘renovatie’ als huisvestingsvoorziening en het opheffen van het investeringsverbod in het primair onderwijs, wordt ruimte geboden voor een integrale aanpak. Onder renovatie wordt verstaan het treffen van een geheel van maatregelen waardoor de levensduur en geschiktheid van een gebouw of een gedeelte daarvan voor het onderwijs met ten minste 25 jaar wordt verlengd. Door het opheffen van het investeringsverbod mogen schoolbesturen in de toekomst onder voorwaarden overschotten op de besteding van de onderwijsmiddelen aanwenden in de onderwijshuisvesting.
De beoogde datum van inwerkingtreding van het wetsvoorstel is 1 januari 2025. Verder wordt bij koninklijk besluit bepaald voor welk tijdstip het IHP en het MJOP voor de eerste maal worden vastgesteld.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 54 van 58
Bijlage II: Gebouwenkaart schoolgebouwen Deze bijlage is separaat toegevoegd.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 55 van 58
Bijlage III: Leerlingenprognoses In de tekst zijn de leerlingenprognoses van het basisonderwijs tot 2033 uitgeschreven. In deze bijlagen zijn de volledige leerlingenprognoses zichtbaar. Basisonderwijs
Leerlingenprognoses basisonderwijs gemeente Brummen 2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
2041
Basisschool C. van Leeuwen
Naam school
174
179
183
186
192
197
201
202
203
201
198
197
195
193
190
186
186
184
181
Basisschool de Enk
84
88
92
94
95
98
100
100
100
100
98
97
97
95
94
92
92
91
90
Openbare basisschool Spr@nkel
84
90
94
95
99
102
104
104
104
104
102
101
101
99
98
96
96
95
93
Basisschool De Triangel
226
241
247
248
252
259
264
264
266
264
260
258
256
253
249
245
244
241
238
Rooms Katholieke Basisschool Pancratius
180
192
202
204
205
208
217
220
221
223
227
234
244
248
249
249
249
251
250
De Ontdekking
186
197
208
211
212
215
224
228
229
231
235
242
252
257
257
257
257
259
259
Kindcentrum de Rietgors
59
61
63
62
60
61
63
64
63
64
64
66
69
70
70
70
70
70
70
Kindcentrum De Vossestaart
59
56
51
45
44
44
43
42
44
46
48
50
50
51
53
54
55
55
54
J.H. Isings
74
72
73
71
71
69
67
63
60
59
58
61
61
62
63
64
67
70
72
Kindcentrum Sterrenbeek
84
89
93
96
99
102
104
104
104
104
102
101
101
99
98
96
96
95
93
Kindcentrum het P@rk
153
157
163
165
165
167
174
177
178
180
183
189
196
200
200
200
200
202
202
1.422 1.469
1.477
1.494 1.522 1.561 1.568 1.572 1.576
1.575
1.596
1.622 1.627
1.621
1.609
1.612
Totaal
Ruimte om te zijn.
1.363
U23383
Pagina 56 van 58
1.613 1.602
Bijlage IV: Meerjaren investerings- en reserveringsoverzicht IHP Brummen Deze bijlage is door de gemeente Brummen opgesteld en separaat toegevoegd.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 57 van 58
Penta Rho Organisatie Ontwikkelt Huisvesting B.V. Boogschutterstraat 52 7324 BA Apeldoorn T
(055) 538 66 90
E
info@pentarho.nl
I
www.pentarho.nl Ruimte om te zijn.
KvK-nr. 08169718
U23383
Pagina 58 van 58