(123) Integraal Huisvestingsplan Brummen
Tekst van het document
Kinderopvang 330
260 240
280
220 200
230
180 160
180
140 120
130
100 80
80 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 KDV ki ndplaatsen Eerbeek
Idem gemeente Brummen
Idem , landelijk
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 BSO kindplaatsen Eerbeek
Idem gem eente Brummen
Idem , landelij k
Het aantal kindplaatsen per 2022 is het huidige aanbod volgens het Landelijk Register Kinderopvang: kinderopvang (nul tot en met drie jaar): 134 die allemaal ‘onderdeel’ zijn van de scholen, dus op locatie in een samenwerkingsvorm; buitenschoolse opvang: 166 die allemaal ‘onderdeel’ zijn van de scholen, dus op locatie in een samenwerkingsvorm.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 24 van 58
Volgens de prognose is sprake van een groei in de kern Eerbeek naar circa 185 kindplaatsen kinderopvang in 2031, wat een groei is van circa 51 kindplaatsen. Daarna wordt een afname verwacht aangezien het aantal kinderen in de leeftijd van nul tot en met drie jaar daalt ondanks de toename in het aantal woningen (steeds kleiner aandeel kinderen per huishouden/vergrijzing). Kleine kernen Empe Kinderopvang
Buitenschoolse opvang
45
40
40
35
35
30
30
25
25
20
20
15
15
10
10
5
5 0
0 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 KDV kindplaatsen Empe
Idem gem eente Brummen
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037
Idem , landelijk
BSO kindplaatsen Empe
Idem gem eente Brummen
Idem, landelij k
Het aantal kindplaatsen per 2022 is het huidige aanbod volgens het Landelijk Register Kinderopvang: kinderopvang (nul tot en met drie jaar): 24 die zich allemaal bevinden op de zelfstandige locatie in de kern; buitenschoolse opvang: 29 die zich allemaal bevinden op de zelfstandige locatie in de kern. Volgens de prognose zal de behoefte aan kinderopvang tot 2027 toenemen, daarna daalt de behoefte naar ongeveer 35 kindplaatsen wat een toename is van ongeveer elf. Hall Buitenschoolse opvang
Kinderopvang 45
35
40
30
35
25
30 25
20
20
15
15
10
10
5
5
0
0 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037
KDV kindplaatsen Hall
Idem gemeente Brummen
Idem , landelijk
2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036
BSO kindplaatsen Hall
Idem gemeente Brummen
Idem, landelij k
Het aantal kindplaatsen per 2022 is het huidige aanbod volgens het Landelijk Register Kinderopvang: kinderopvang (nul tot en met drie jaar): zestien die allemaal ‘onderdeel’ zijn van de scholen, dus op locatie in een samenwerkingsvorm; buitenschoolse opvang: twintig die allemaal ‘onderdeel’ zijn van de scholen, dus op locatie in een samenwerkingsvorm.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 25 van 58
Volgens de prognose zal de behoefte aan kinderopvang tot 2033 toenemen richting ongeveer 40 kindplaatsen wat een toename is van circa 24 kindplaatsen, daarna daalt de behoefte licht. Leuvenheim Buitenschoolse opvang 35 30 25 20 15 10 5 0 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 BSO kindplaatsen Leuvenheim
Idem gem eente Brummen
Idem, landelij k
Het aantal kindplaatsen per 2022 is het huidige aanbod volgens het Landelijk Register Kinderopvang: buitenschoolse opvang: twintig die zich allemaal bevinden op de zelfstandige locatie in de kern.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 26 van 58
Situatiebeschrijving per school 4.1
Basisonderwijs Voor de elf basisscholen in de gemeente Brummen wordt in dit hoofdstuk inzicht gegeven in de huidige situatie (2022) en de leerlingenprognoses op schoolniveau in 2033. Op basis van de tellingen/prognoses is de ruimtebehoefte per schoollocatie afgezet tegen de beschikbare onderwijscapaciteit binnen het gebouw. In de onderstaande tabellen wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende functies per gebouw, zoals onderwijs, kinderopvang, gym/sport en overig. Vanuit het vorige IHP is door de gemeente Brummen gebouwd voor kinderopvang, in de tabellen in de volgende alinea’s is daarom de verhuurde m2 kinderopvang apart benoemd. Deze kinderopvangruimten zijn geen onderwijsruimten en kunnen bij groei van de school niet ingenomen worden voor onderwijs. Voor het onderwijs zijn conform de geldende methodieken leerlingenprognoses opgesteld (zie bijlage III voor de volledige leerlingenprognoses)12. In de prognoses is rekening gehouden met de geplande woningbouw om een zo reëel mogelijke voorspelling te doen van de groei/krimp van de scholen. Prognoses zijn zoals gezegd een verwachting van het verloop van de leerlingenontwikkeling en dienen niet absoluut te worden vertaald.
De doelstelling van dit hoofdstuk is om per kern en per schoolgebouw vanuit de vergelijking behoefte aan onderwijscapaciteit, inclusief de verwachting voor de kinderopvang, in beeld te krijgen of er voldoende of onvoldoende ruimte ontstaat voor de lange termijn. Dit is één van de ingrediënten die meegenomen worden om vervolgens door middel van denkrichtingen te bepalen wat, mede ook vanuit hoofdstuk 2 (visie), nodig is om de uitvoeringsmaatregelen per school te bepalen. Verder is in de tabellen zichtbaar hoeveel leerlingen in 2022 onderwijs volgde op de school en hoeveel behoefte aan m2 de school had (norm) in 2022. Beide zijn ook voor 2033 weergegeven. In de laatste kolom is het verschil tussen het aantal m2 voor de onderwijscapaciteit per gebouw en de behoefte aan m2 voor de onderwijscapaciteit voor 2033 weergegeven.
12 Door Postmus in april 2023
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 27 van 58
4.1.1 Kern Brummen Situatie 2022
Overzicht gebouwen/locaties
Naam functie/gebruiker
2022
Vergelijking functie onderwijs norm 2022
Norm m² bvo 2022
KindKindTekort/overplaatsen plaatsen schot m² BSO KDV bvo
m² bvo huidig - capaciteit
Functie Functie Totaal kindergym/ Functie m² bvo Bouw Aantal opvang sport overig gebouw jaar lln 2022
Functie onderwijs
Kern Brummen 1 De Ontdekking + Malin 2 Kindc entrum het P@rk 3 Panc ratius 4 V(SO) De Lans
1.417 1.689 1.409 1.860
Kinderopvang-loc aties 5 Buitengewoon 6 Kleine Krijger (Unit op terrein Pancratius) 6 HIP 7 Bengelenburg Totaal kinderopvang in de kern (inc l. scholen)
Totaal Kern Brummen
120 100
1.537 2.004 1.409 1.860
215
780
1.100
186 153 180 110
1.136 970 1.105 1.707
100 780
100
6.375
2017 2009 2002 1956
215
-
7.690
629
4.917
20
14
44 20 22 60 167
40 14 22 66 156
167
156
281 719 304 153
1.458
Situatie 2033 Overzicht gebouwen/locaties
Naam functie/gebruiker
m² bvo huidig - capaciteit
Functie onderwijs
Vergelijking functie onderwijs norm 2033
2033 - lange termijn
Functie Functie Totaal kindergym/ Functie m² bvo Bouw opvang sport overig gebouw jaar
Prognoses leerlingen 2033
KindKindNorm m² plaatsen plaatsen Tekort/overbvo 2033 BSO KDV schot m² bvo
Kern Brummen 1 De Ontdekking + Malin 2 Kindc entrum het P@rk 3 Panc ratius 4 V(SO) De Lans
1.417 1.689 1.409 1.860
Kinderopvang-loc aties 5 Buitengewoon 6 Kleine Krijger (Unit op terrein Pancratius) 6 HIP 7 Bengelenburg Totaal kinderopvang in de kern (inc l. sc holen)
Totaal Kern Brummen
120 100
1.537 2.004 1.409 1.860
215
780
1.100
235 183 227 125
1.382 1.120 1.342 1.890
35 569 67 -30
100 780
100
6.375
2017 2009 2002 1956
215
-
7.690
770
5.734
246
249
246
249
Aankomende jaren groeit het leerlingenaantal in de kern Brummen, doordat nieuwbouwwoningen gebouwd worden. Volgens de prognoses zullen de leerlingenaantallen van de scholen in deze kern tot en met 2041 blijven toenemen. De normatieve leegstand van de scholen samen is in 2033 ongeveer 640 m2 op basis van de bepalingen in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. In de toekomst blijft er dus voldoende capaciteit. Deze normatieve leegstand is volledig te vinden op het P@rk. Pancratius Op 1 oktober 2022 had de Pancratius 180 leerlingen. Het gebouw van de Pancratius is van 2002. Het totale gebouw heeft een oppervlakte van 1.409 m2 bvo. Op het schoolperceel staat een semipermanente unit voor kinderopvang 'De Kleine Krijger’ van Malin. Deze organisatie is de opvangpartner van de school. Voor zowel de huidige situatie als voor de verwachtingen van het leerlingaantal in 2033 zijn ruimtebehoefte en capaciteit volgens de bepalingen van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs met
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 28 van 58
641
elkaar in balans. In de jaren na 2033 loopt het leerlingenaantal volgens de prognoses op en zal de school een tekort aan m2 voor onderwijs hebben. De omvang van het tekort wordt gemonitord (actualisering IHP). De Ontdekking Op 1 oktober 2022 had de school 186 leerlingen. Het gebouw van De Ontdekking is van 2017, waarbij in 2021 nog een aanbouw van 118 m2 heeft plaatsgevonden. Kinderopvang Malin is de opvangpartner die in de school is gehuisvest. Het totale gebouw heeft een oppervlakte van 1.537 m2, waarvan 1.417 m2 voor onderwijs. De overige 120 m2 worden gebruikt door de kinderopvang. In 2022 was sprake van een overschot aan vierkante meters volgens de bepalingen van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. In 2033 is er geen sprake meer van een overschot. In de jaren na 2033 loopt het leerlingenaantal volgens de prognoses op en zal in de school een tekort ontstaan aan m2 voor onderwijs. De omvang van het tekort wordt gemonitord (actualisering IHP). Het P@rk Op 1 oktober 2022 had de school 153 leerlingen. Het gebouw van het P@rk is van 2009, en heeft een oppervlakte van 2.004 m2, waarvan 1.689 m2 voor onderwijs. De overige 315 m2 wordt gebruikt voor een peuterspeellokaal en bewegingsonderwijs. In 2022 heeft het gebouw 719 m2 normatieve leegstand en in 2033 nog 569 m2 normatieve leegstand.
Vanaf 2033 blijft het leerlingenaantal stijgen voordat het stabiliseert in 2036. Op het terrein staat verder een aparte locatie voor kinderopvang van Stichting Archipel (Bengelenburg, 780 m2). In dit pand wordt de benedenverdieping gehuurd door Archipel Kinderopvang. De bovenverdieping staat leeg. Tussenconclusie normatieve ruimte analyse kern Brummen Voor de drie basisscholen in de kern Brummen is voor de langere termijn normatief gezien voldoende ruimte aanwezig. Dit is geredeneerd vanuit de rekenregels volgens de verordening. In de volgende hoofdstukken zullen de overige ruimtelijke elementen zoals doorlopende leerlijn, et cetera. betrokken worden. 4.1.2 Kern Eerbeek Situatie 2022
m ² b vo h u id ig - ca p acit eit
Overz i cht g ebo u w en / lo cat i es
Na a m funct ie / ge br uik e r
V e r ge lij k in g fun ct ie onde r w ij s nor m 2 0 2 2
2022
Fun ct ie Funct ie To t a a l F unct ie k inde r - gy m / Funct ie m ² bvo Bouw onde r w ij s opva ng spor t ove r ig ge bouw j a a r
Aa nt a l Nor m lln m ² bvo 2022 2022
Kin dpla a t se n BSO
Kin dTe k or t / ove r pla a t se n schot m ² KDV bvo
Kern Eerbeek 8 Basisschool C. v Leeuwen + De Wigwam 9 Basisschool de Enk + De Sprankeltjes 10 Gymgedeelte Subotaal Cluster Enk/van Leeuwen
1.289 518
110 55
1.807
165
11 Spr@nkel > bij Sterrenbeek! 12 Basisschool De Triangel + Het Sprengetje
1.671
100
Kindcentrum Eerbeek (Spr@ankel/Triangel/Kinderopvang)
1.671
100
13 Kindcentrum Sterrenbeek (incl. opvang)
1.373
514
535 535
-
-
-
1.399 573 535 2.507
2018 2018 2018
1.771
2015 2015
174 84
1.075 623
22 25
26 14
226
1.337
50
16
1.771 1.887
Ruimte om te zijn.
4.851
779
535
-
6.165
334
334 2004
168
1.245
Tot aal kinderopvang in de kern ( incl. scholen)
To t aal Kern Eerb eek
214 -105 109
168
1.245
U23383
40
78
166
134
166
134
Pagina 29 van 58
128
571
Situatie 2033 m ² b vo h u id ig - cap acit ei t
Overz ich t g eb o u w en / lo cat ies
Na a m funct ie / ge br uik e r
V e r ge lij k ing funct ie onde r w ij s nor m 2 0 3 3
2 0 3 3 - la nge t e r m ij n
Funct ie Funct ie Tot a a l Pr ognose s Funct ie k inde r - gy m / Funct ie m ² bvo Bouw le e r linge n onde r w ij s opva ng spor t ove r ig ge bouw j a a r 2033
Nor m m ² bvo 2033
KindKindTe k or t / ove r pla a t se n pla a t se n schot m ² BSO KDV bvo
1.196 693
93 -175
Kern Eerb eek 8 Basisschool C. v Leeuwen + De Wigwam 9 Basisschool de Enk + De Sprankeltjes 10 Gymgedeelte Subotaal Cluster Enk/van Leeuwen
1.289 518
110 55
1.807
165
11 Spr@nkel > bij Sterrenbeek! 12 Basisschool De Triangel + Het Sprengetje
1.671
100
Kindcentrum Eerbeek (Spr@ankel/Triangel/Kinderopvang)
1.671
100
13 Kindcentrum Sterrenbeek (incl. opvang)
1.373
514
535 535
-
-
-
1.399 573 535 2.507
2018 2018 2018
1.771
2015 2015
198 98
-82
260
1.771 1.887
163 2004
204
1.226
Tot aal kinderopvang in de kern ( incl. scholen)
To t aal Kern Eerb eek
4.851
779
535
-
163
1.508
6.165
204
1.226
147 261
180
261
180
In de kern Eerbeek zijn recentelijk twee clusters van schoolgebouwen gerealiseerd (2015 en 2018), daarnaast heeft de kern een schoolgebouw voor Kindcentrum Sterrenbeek. Cluster Lorentzstraat Het cluster aan de Lorentzstraat (2018) heeft twee scholen; C. van Leeuwen en basisschool de Enk. Naast de scholen bevat het gebouw ook een gymzaal. C. van Leeuwenschool Op 1 oktober 2022 had de school 174 leerlingen. In de school is kinderopvang de Wigwam gevestigd. Het gedeelte van het gebouw van de C. van Leeuwen heeft een oppervlakte van 1.399 m2, waarvan 1.289 m2 voor onderwijs. De overige 110 m2 worden gebruikt door de kinderopvang. In 2022 is er 214 m2 normatieve leegstand. In 2033 is dit conform de prognoses afgenomen naar 93 m2 normatieve leegstand. De Enk Op 1 oktober 2022 had de school 84 leerlingen. In de school is kinderopvang de Sprankeltjes gevestigd. Het gedeelte van het gebouw van de Enk heeft een oppervlakte van 573 m2, waarvan 518 m2 voor onderwijs. De overige 55 m2 worden gebruikt door de kinderopvang. In 2022 heeft de Enk een normatief tekort van 105 m2, in 2033 heeft de Enk 175 m2 normatief tekort. Vanaf 2026 zal het door middel van de toename van leerlingen op zowel de Enk als de C. van Leeuwenschool niet meer mogelijk zijn om het tekort op te vangen binnen de huidige onderwijscapaciteit van het cluster. Onderzoek naar mogelijke uitbreiding is aan de orde.
Cluster Beethovenstraat Het cluster aan de Beethovenstraat (2015) huisvest momenteel twee scholen; de Spr@nkel en de Triangel. De gemeenten en schoolbesturen hebben met elkaar afgesproken dat de Spr@nkel het cluster met ingang van 1 augustus 2024 zal verlaten en naar het schoolgebouw van Kindcentrum Sterrenbeek zal gaan. Dit betekent dat de twee groepen van de Triangel die nu in het gebouw van Kindcentrum Sterrenbeek gehuisvest zijn, weer les kunnen krijgen op de Triangel zelf.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 30 van 58
228
Spr@nkel Op 1 oktober 2022 had de school 84 leerlingen. De verwachting is dat door het samengaan van de twee scholen in één gebouw de leerlingen meeverhuizen. Onder het kopje van Kindcentrum Sterrenbeek zal de ruimtelijke analyse nader worden behandeld. De Triangel Op 1 oktober 2022 had de school 226 leerlingen. In de school is kinderopvang SKE Spreng gevestigd. Het gedeelte van het cluster van de Triangel heeft een oppervlakte van 1.771 m2, waarvan 1.671 m2 voor onderwijs. De overige 100 m2 worden gebruikt door de kinderopvang. In voorgaande cijfers is rekening gehouden met het vertrek van de Spr@nkel en hiermee ontstaat de mogelijkheid om te voldoen aan de doelstelling om voor zowel de korte als langere termijn voldoende ruimte te verkrijgen voor de Triangel. Kindcentrum Sterrenbeek Op 1 oktober 2022 had deze school 84 leerlingen. Door het clusteren van Kindcentrum Sterrenbeek met de Spr@nkel in één gebouw, wordt het totale leerlingenaantal 168 leerlingen. Voor 2033 wordt dan volgens de prognoses uitgegaan van 204 leerlingen. Het gebouw van Kindcentrum Sterrenbeek is van 2004, waar tevens een eigen kinderopvang van Stichting Archipel Onderwijs & Kinderopvang is gehuisvest. Het totale gebouw heeft een oppervlakte van 1.887 m2, waarvan 1.373 m2 voor onderwijs. De omvang van het schoolgedeelte is normatief voldoende voor zowel de huidige als de langere termijn.
Tussenconclusie normatieve ruimte analyse kern Eerbeek Voor de basisscholen in de kern Eerbeek zal voor de langere termijn normatief gezien onvoldoende ruimte aanwezig zijn. Dit is geredeneerd vanuit de rekenregels volgens de verordening. Het normatieve tekort heeft betrekking op basisschool de Enk. In de volgende hoofdstukken zullen de overige ruimtelijke elementen zoals doorlopende leeren ontwikkelingslijn, et cetera, betrokken worden voor de integrale analyse.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 31 van 58
4.1.3 Kleine kernen Situatie 2022 Overzicht gebouwen/locaties
Naam functie/gebruiker
m² bvo huidig - capaciteit
Functie Functie Totaal kindergym/ Functie m² bvo Bouw Aantal opvang sport overig gebouw jaar lln 2022
Functie onderwijs
2022
Vergelijking functie onderwijs norm 2022
Norm m² bvo 2022
KindKindTekort/overplaatsen plaatsen schot m2 BSO KDV bvo
Kleine kern Hall 16 Kindcentrum De Vossestaart
619
274
893
1930
59
497
Kinderopvang-locaties 17 Totaal kinderopvang in de kleine kern (incl. scholen)
Totaal Kleine kern Hall
619
-
-
274
893
59
497
74
572
20
16
20
16
20
16
122
122
Kleine kern Empe 18 J.H. Isings
649
649
1930
77
Kinderopvang-locaties 19 Ut Trepke (Empe) Totaal kinderopvang in de kleine kern (incl. scholen)
Totaal Kleine kern Empe
649
-
-
-
649
137
584
29 29
24 24 24
74
572
29
60
502
21
77
Kleine kern Leuvenheim 20 Kindcentrum de Rietgors
447
1956
Kinderopvang-locaties 21 Totaal kinderopvang in de kleine kern (incl. scholen)
Totaal Kleine kern Leuvenheim
447
TOTAAL GEMEENTE BRUMMEN
12.941
-55
21
-
-
-
137
584
60
502
21
-
-55
1.879
750
411
15.981
990
7.733
403
330
2.173
Situatie 2033 Overzicht gebouwen/locaties
Naam functie/gebruiker
m² bvo huidig - capaciteit
Functie onderwijs
Vergelijking functie onderwijs norm 2033
2033 - lange termijn
Functie Functie Totaal kindergym/ Functie m² bvo Bouw opvang sport overig gebouw jaar
Prognoses leerlingen 2033
KindKindNorm m² plaatsen plaatsen Tekort/overbvo 2033 BSO KDV schot m² bvo
Kleine kern Hall 16 Kindcentrum De Vossestaart
619
274
893
1930
48
441
Kinderopvang-locaties 17 Totaal kinderopvang in de kleine kern (incl. scholen)
Totaal Kleine kern Hall
619
-
-
274
893
48
441
58
492
178
25
41
25
41
178
Kleine kern Empe 18 J.H. Isings
649
649
1930
Kinderopvang-locaties 19 Ut Trepke (Empe) Totaal kinderopvang in de kleine kern (incl. scholen)
Totaal Kleine kern Empe
649
-
-
-
649
137
584
58
492
64
522
157
30
34
30
34
157
Kleine kern Leuvenheim 20 Kindcentrum de Rietgors
447
1956
Kinderopvang-locaties 21 Totaal kinderopvang in de kleine kern (incl. scholen)
Totaal Kleine kern Leuvenheim
447
TOTAAL GEMEENTE BRUMMEN
12.941
Ruimte om te zijn.
-
-
137
584
64
522
1.879
750
411
15.981
1.144
8.415
U23383
-75
25
-
25
-
-75
587
504
1.129
Pagina 32 van 58
Hall Kindcentrum De Vossestaart had op 1 oktober 2022 59 leerlingen. Het gebouw is van 1930. Het totale gebouw heeft een oppervlakte van 893 m2, waarvan 619 m2 voor onderwijs. De overige 274 m2 betreft een zolder. In 2022 heeft het gebouw 122 m2 normatieve leegstand, in 2033 heeft het gebouw 178 m2 normatieve leegstand. Empe J.H. Isings had op 1 oktober 2022 74 leerlingen. Het gebouw van J.H. Isings is van 1930. Het totale gebouw heeft een oppervlakte van 649 m2, wat allemaal beschikbaar is voor onderwijs, aangezien hier geen kinderopvang gehuisvest is. In 2022 heeft het gebouw 77 m2 normatieve leegstand, in 2033 heeft het gebouw nog 157 m2 normatieve leegstand. Leuvenheim De Rietgors had op 1 oktober 2022 60 leerlingen. Het gebouw van de Rietgors is van 1956. Het totale gebouw heeft een oppervlakte van 584 m2, waarvan 447 m2 voor onderwijs. De overige 137 m2 betreft een zolder. De school heeft zowel nu als in 2033 een normatief tekort aan ruimte. De school ervaart dat niet. De vaste voet van 200 m2, die onderdeel is van de ruimtenorm, levert bij een kleine school extra ruimte op. Verder maakt de school wel gebruik van de zolder en dan als berging, dus dat biedt ook ruimte. Stichting Archipel acht vanwege voorgaande argumenten een uitbreiding niet noodzakelijk. Tussenconclusie normatieve ruimte analyse kleine kernen De Vossestaart en de J.H. Isings hebben een overschot.
De Rietgors in Leuvenheim heeft een klein tekort aan vierkante meters en capaciteit volgens de bepalingen van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Doordat de school de zolder kan inzetten als bergruimte, ervaart zij geen tekort aan vierkante meters. Volgens de prognoses zullen de leerlingaantallen van de scholen licht dalen in de kleine kernen. Archipel monitort de leerlingenaantallen en neemt deze mee in het bovengenoemde beschreven onderzoek. 4.2
(Voortgezet) speciaal basisonderwijs De Lans had op 1 oktober 2022 110 leerlingen, 28 leerlingen so en 82 leerlingen vso. Het gebouw van de Lans is van 1956 en verouderd. Parallel aan het IHP loopt een renovatietraject voor de Lans. De verwachting is dat het gebouw halverwege 2024 gerenoveerd zal zijn. Omdat renovatie van de hele school plaatsvindt in plaats van een beperkter gedeelte waar recht op is volgens het huidige leerlingenaantal, kan De Lans nog groeien tot ongeveer 125 leerlingen.
4.3
Kinderopvang Met behulp van de prognoses voor de kinderopvang is gekeken of in de grote kernen sprake is van groei. In voorgaande paragrafen is bekeken hoe de scholen zich ontwikkelen vanuit de prognose en of het gebouw op termijn voldoende ruimte biedt. Als dit het geval is en er zelfs sprake is van ruimte die ‘over’ is, is het in het kader van de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn een optie om deze ruimte in te zetten voor de groei van de kinderopvang. Uiteraard is het ook een afweging vanuit de kinderopvangorganisatie om hierin een gunstige business case te zien. In de kern Brummen is volgens de prognose sprake van een toename van circa 56 kindplaatsen voor kinderopvang die samenwerkt met de scholen (zie tabellen
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 33 van 58
paragraaf 3.4.3.). Bij de schoolgebouwen met kinderopvang in de kern Brummen (De Ontdekking en het P@rk) is het gewenst dat extra ruimte voor kinderopvang beschikbaar komt. In het gebouw van De Ontdekking is hier niet genoeg ruimte voor, in de Bengelenburg (kinderopvang naast de school P@rk) is ruimte beschikbaar. Daarnaast wil de VOG, die eigenaar is van het semipermanente kinderopvanggebouw (naast de Pancratius), het gebouw vervangen. Hierin ligt de mogelijkheid om dan meer ruimte ‘terug te bouwen’ om de groei van het aantal kindplaatsen in de toekomst op te vangen. In de kern Eerbeek is sprake van een toename van circa 51 kindplaatsen voor kinderopvang tot 2031. Daarna wordt een afname verwacht. In de kern Eerbeek is het schoolgebouw van Kindcentrum Sterrenbeek de enige die op termijn ruimte en potentie heeft om een deel van de groei op te vangen. In Empe is tot 2027 sprake van een toename van het aantal kindplaatsen voor kinderopvang. Daarna wordt een afname verwacht. In deze kern is enkel sprake van een zelfstandige kinderopvanglocatie. In deze kern vormt zich geen ruimteprobleem in het schoolgebouw op het gebied van kinderopvang. In Hall is volgens de prognose tot 2033 sprake van een toename van circa 24 kindplaatsen. Stichting Archipel Opvang verwacht minder groei.
In Hall is enkel sprake van kindplaatsen voor kinderopvang vanuit de clustering met de school (de Vossestaart). Omdat vanuit de toekomstbestendigheidskwestie van de school terughoudendheid aan de orde is wat betreft aanpassingen aan het gebouw, geldt dit ook bij ruimten voor kinderopvang. In Leuvenheim is alleen een aanbod voor buitenschoolse opvang in de school. Het uitgangspunt is dat voor buitenschoolse opvang volgtijdelijk gebruik gemaakt kan worden van ruimten van de school. Dit betekent dat bij groei van het aantal kindplaatsen voor buitenschoolse opvang er geen ruimtevraag ontstaat.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 34 van 58
Vraagstukken en denkrichtingen In dit hoofdstuk wordt per kern in beeld gebracht welke vraagstukken er zijn ten aanzien van onderwijshuisvesting, gekoppeld aan de inhoudelijke visie en ambitie zoals geformuleerd in hoofdstuk 2. Tevens wordt aangegeven welke maatregelen nodig zijn om antwoord te geven op de vraagstukken. Daarnaast worden in dit hoofdstuk denkrichtingen beschreven die tot een oplossing voor de vraagstukken kunnen leiden. Verduurzaming van het bestaande vastgoed wordt in het volgende hoofdstuk beschreven. Voordat per kern de vraagstukken en denkrichtingen worden aangegeven is een aantal tussentijdse constateringen aan de orde, naar aanleiding van de situatiebeschrijving in hoofdstuk 4, die niet per schoolgebouw herhaald worden: Alle schoolgebouwen voldoen functioneel en technisch. Dat wil zeggen dat ze voldoen aan het bouwbesluit dat gold ten tijde van de realisatie. Er is geen sprake van zogenaamde constructiefouten, behoudens dat de warmtepompen op twee scholenclusters mogelijk vervangen13 dienen te worden. Hiervoor vindt een nader onderzoek plaats. De schoolbesturen onderhouden/houden de gebouwen in stand en zijn verantwoordelijk voor mogelijke bouwkundige knelpunten. Zo ook als vanuit de overheid regels worden aangepast, zoals bij Frisse Scholen. Veelal zijn dan ook subsidies/cofinancieringen van toepassing.
Desondanks is de bekostiging voor deze verantwoordelijkheid niet realiseerbaar vanuit de rijksmiddelen. Op een paar schoolgebouwen na (paragraaf 5.1.3, kleine kernen) is in de looptijd van dit IHP geen sprake van renovatie dan wel vervangende nieuwbouw (zie paragraaf 2.4.4). Dat betekent dat de schoolgebouwen op de reguliere wijze in stand worden gehouden. In het kader van inclusiever onderwijs dienen alle schoolgebouwen op orde te worden gebracht. Zoals beschreven in paragraaf 2.3 zal hiervoor eerst een totaalplan moeten worden opgesteld, waarna wordt bepaald wat op welke school (zo mogelijk) aangepast of uitgebreid dient te worden. 5.1 Basisonderwijs 5.1.1 Kern Brummen De Pancratius De school heeft vanaf 2033 een tekort aan capaciteit vanwege de groei van het aantal leerlingen door woningbouw. Tot 2033 kan binnen de capaciteit van de school de ruimtebehoefte opgelost worden. Na 2034 blijft het leerlingenaantal volgens de prognose nog stijgen tot 2040 en zal de school geen ruimte hebben om de leerlingentoename op te vangen. De normatieve leegstand van het schoolgebouw van het P@rk kan dan ingezet worden voor de leerlingentoename van de Pancratius. Het schoolbestuur heeft een semipermanent gebouw, in eigendom, voor kinderopvang op het terrein staan.
De wens van het schoolbestuur is om het gebouw om te zetten naar permanente huisvesting, waarbij de gemeente investeert en het eigendom overneemt. De gemeente is bereid om mee te werken, mits sprake is van een haalbare business case (mogelijke uitbreiding) inclusief lange termijn afspraken. De Pancratius maakt bij groei op lange termijn medegebruik van het gebouw van het P@rk. Gemeente en schoolbestuur onderzoeken de haalbaarheid van vervangende huisvesting van de VOG kinderopvanglocatie.
13 Gemeente was destijds bouwheer van het project en niet het schoolbestuur.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 35 van 58
De Ontdekking De Ontdekking heeft vanaf 2033 een tekort aan capaciteit vanwege de toename van het aantal leerlingen door woningbouw. Tot 2033 kan binnen de capaciteit van de school de ruimtebehoefte opgelost worden. De normatieve leegstand in schoolgebouw het P@rk kan ingezet worden voor de leerlingentoename. Zelfs als de Pancratius hiervan gebruikmaakt. Groei van de kinderopvang is niet mogelijk binnen het huidige gebouw. Op dit moment geeft Kinderopvang Malin aan vooralsnog geen groeiwensen te hebben (hiervoor is echter in de Bengelenburg nog ruimte beschikbaar). De Ontdekking maakt bij groei op lange termijn medegebruik van het gebouw van het P@rk. Mogelijke groei van kinderopvang op termijn kan ruimtelijk opgelost worden in de Bengelenburg. Kindcentrum Het P@rk Voor het schoolgebouw zijn in de looptijd van het IHP geen maatregelen voorzien (behoudens vanuit totaalplan inclusiever onderwijs), behalve dat het gebouw inzetbaar is voor medegebruik bij mogelijke groei van de Pancratius en De Ontdekking op de lange termijn. Het P@rk biedt op lange termijn mogelijkheden voor medegebruik door andere scholen. Kinderopvang Brummen Zoals hierboven beschreven, is er behoefte aan uitbreiding van kinderopvang op termijn. Het initiatief tot uitbreiding komt vanuit de aanbieder kinderopvang (waaronder schoolbesturen met kinderopvang in eigen beheer).
Locatie Bengelenburg biedt mogelijkheden. Alle andere uitbreidingen zullen, zoals eerder beschreven, met een sluitende business case met de gemeente besproken worden. Initiatief tot uitbreiding ligt bij de aanbieders van kinderopvang, inclusief haalbaarheidsonderzoek met sluitende business case. 5.1.2 Kern Eerbeek De C. van Leeuwen en de Enk In het cluster heeft de Enk een normatief tekort dat door de groei van het leerlingenaantal oploopt naar 175 m2 bvo in 2033. De andere school in het pand, de C. Van Leeuwen, heeft normatief 93 m2 bvo leegstand, wat te weinig is om het tekort van de Enk op te vangen en uitbreiding noodzakelijk maakt. De uitbreiding van het cluster is 175 m2 bvo. Een ander onderdeel is de verwachte groei van kinderopvang in de kern Eerbeek. Het initiatief ligt bij de aanbieders van kinderopvang. Indien sprake is van een sluitende business case wordt de uitbreiding meegenomen. Ruimtelijke integratie met de uitbreiding van het cluster is mogelijk (onder meer volgtijdelijk gebruik). Voor de integratie/optimalisatie is voorafgaand onderzoek nodig om doelmatige inzet van vierkante meters te bepalen. Het cluster C. van Leeuwen en de Enk vraagt op de korte termijn integraal onderzoek naar doelmatige inzet van ruimten vanwege de groei van de Enk en kinderopvang. Rekening wordt gehouden met een uitbreiding voor het onderwijs van 175 m² bvo.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 36 van 58
Kindcentrum Sterrenbeek Gemeente en schoolbesturen hebben, parallel aan dit IHP, de afspraak dat per 1 augustus 2024 de Spr@nkel gebruikmaakt van het gebouw van Kindcentrum Sterrenbeek en dat het medegebruik van de Triangel wordt beëindigd. Resultaat van deze gemaakte afspraak is dat de schoolgebouwen optimaler worden benut en in staat zijn om toekomstige fluctuaties goed op te vangen. Het schoolgebouw van Kindcentrum Sterrenbeek wordt optimaler benut door de verplaatsing van de Spr@nkel en de beëindiging van het medegebruik van de Triangel. De Triangel Door de afspraak over het gebruik van Kindcentrum Sterrenbeek komen de groepen van de Triangel per 1 augustus 2024 naar deze hoofdvestiging. De Spr@nkel is dan uit het gebouw vertrokken en is verhuisd naar Kindcentrum Sterrenbeek. Resultaat van deze gemaakte afspraak is dat de schoolgebouwen optimaler worden benut en in staat zijn om toekomstige fluctuaties goed op te vangen. Het schoolgebouw van de Triangel biedt na uitvoering van de verplaatsingsafspraak per 1 augustus 2024 voldoende capaciteit voor de lange termijn. Kinderopvang Eerbeek De prognoses van het aantal kindplaatsen geven groei aan (circa 51 KDV), die niet allemaal in de bestaande gebouwen gehuisvest kunnen worden. Het initiatief tot uitbreiding komt vanuit de aanbieder kinderopvang.
De gewenste uitbreidingen zullen, zoals eerder beschreven, met een sluitende business case met de gemeente besproken worden. Initiatief tot uitbreiding ligt bij de aanbieders van kinderopvang, inclusief haalbaarheidsonderzoek met sluitende business case. 5.1.3 Kleine kernen Kindcentrum De Vossestaart, de J.H. Isings en de Rietgors De kwaliteit van het onderwijs in de kleine kernen vormt het uitgangspunt voor Archipel in relatie tot de toekomstbestendigheid. Archipel onderzoekt hoe de kwaliteit op niveau kan worden gehouden. Voor de scholen in de kleine kernen is daarom besloten om in de eerste vijf jaar geen grootschalige aanpassingen uit te voeren. Een investering voor deze scholen voor renovatie dan wel vervangende nieuwbouw moet gekoppeld worden aan de toekomstbestendigheid van de voorziening. Op dit moment hebben de scholen een laag leerlingenaantal, deze aantallen schommelen rond de opheffingsnorm. Het is de vraag of deze scholen in stand kunnen worden gehouden. De woningbouw in de regio zal volgens de prognoses weinig tot geen invloed hebben op de ontwikkeling van de leerlingenaantallen van de scholen. Het advies is om de leerlingenontwikkeling goed te monitoren en op de middellange termijn te besluiten of investeringen in deze gebouwen duurzaam en toekomstbestendig zijn.
In het IHP zijn in het eerste tijdvak onderzoekskosten opgenomen om in het kader van de toekomstbestendigheid de consequenties voor huisvesting te bepalen voor de volgende tijdvakken. Indien uit dit onderzoek blijkt dat één of meerdere van de scholen
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 37 van 58
toekomstbestendig blijven voor de lange termijn (15 jaar), dan is renovatie dan wel vervangende nieuwbouw aan de orde en daarmee een grote investering. Uit onderzoek kan blijken dat nog geen zekerheden gegeven kunnen worden over de toekomstbestendigheid voor de lange termijn. Vanwege de onduidelijkheid van de toekomstbestendigheid van de scholen in de kleine kernen worden geen investeringen opgenomen, ook al zijn de gebouwen gedateerd. Met een onderzoek wordt voor het volgende tijdvak bepaald welke maatregelen genomen worden.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 38 van 58
Verduurzaming bestaand vastgoed De gemeente en de schoolbesturen hebben een gezamenlijke ambitie als het gaat om het verduurzamen van het bestaande onderwijsvastgoed. Maatregelen met een korte terugverdientijd met een beperkte investering (gekoppeld aan onderhoud) worden door de schoolbesturen doorgevoerd vanuit de Erkende Maatregelingenlijst energiebesparing (EML). Voor maatregelen die een grotere investering vragen, wordt de levensduur van het gebouw meegewogen. Grootschalige investeringen worden pas gedaan voor gebouwen die voor minimaal twintig jaar in stand gehouden worden. Gemeente en schoolbesturen zijn zich ervan bewust dat de ambities, zoals die verwoord zijn in hoofdstuk 2, wellicht niet voor alle gebouwen realistisch zijn. Ook de financiering van grootschalige maatregelen is een probleem. Zowel gemeente als schoolbesturen hebben onvoldoende middelen om deze maatregelen door te voeren. Een bijdrage vanuit het rijk is nodig. Hier is door de VNG en de sectorraden aandacht voor gevraagd. Dit heeft nog niet tot het beschikbaar stellen van extra middelen geleid. De meeste schoolgebouwen in de gemeente Brummen zijn niet opgenomen in het IHP voor renovatie of vervangende nieuwbouw. Verduurzaming van het bestaande vastgoed betreft alleen gebouwen die voor minimaal twintig jaar in stand gehouden worden, dit betreft bijna alle gebouwen.
Voor de gemeente Brummen gaat het om de volgende gebouwen: Triangel Kindcentrum Eerbeek (Sterrenbeek/Spr@nkel) De Enk/C. van Leeuwenschool Het P@rk De Pancratius De Ontdekking Zoals in paragraaf 2.4.2 is beschreven dienen voor elk van deze scholen/gebouwen door de schoolbesturen maatwerkadviezen te worden opgesteld. Het maatwerkadvies geeft aan welke verduurzamingsmaatregelen nodig zijn om aan de gestelde eisen te kunnen voldoen. Het advies geeft ook inzicht in de scenario’s en kosten die hiermee gemoeid zijn. Na het opstellen van alle maatwerkadviezen dient de gemeente met de schoolbesturen afspraken te maken over wat haalbaar en mogelijk is, om daarmee tot een routekaart te komen hoe in diverse stappen het vastgoed (gelijkmatig) wordt verduurzaamd. In dit IHP zijn daarom geen maatregelen en investeringen meegenomen.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 39 van 58
Meerjarenuitvoeringsplan (MUP) In dit hoofdstuk worden de projecten/maatregelen zoals die zijn opgenomen in hoofdstuk 5 geprioriteerd en weggezet in tijd. De projecten/maatregelen zijn ingedeeld in tijdvakken van vier jaar. Voordat sommige projecten/maatregelen tot uitvoering gebracht kunnen worden, wordt een (haalbaarheids)onderzoek uitgevoerd om tot het best passende scenario/plan te komen. In paragraaf 7.2 is aangegeven welke uitgangspunten gehanteerd worden voor het uitvoeren van het (haalbaarheids)onderzoek. 7.1
Prioritering projecten De prioritering ligt in het eerste tijdvak en heeft betrekking op het ruimtekort in het cluster Enk/C. Van Leeuwen en de verwachte nader te onderzoeken effecten van inclusiever onderwijs. Aangezien de gemiddelde leeftijd van de gebouwen in de gemeente (relatief) jong is, zijn grootschalige maatregelen zoals renovatie/vervangende nieuwbouw zeer beperkt en mogelijk niet aan de orde (vraagstuk toekomstbestendigheid scholen in kleine kernen). Voor de compleetheid zijn wel onderzoeken op lange termijn meegenomen, om tijdig te bepalen wat uiteindelijk daarin de beste oplossing is na de looptijd van dit IHP.
7.1.1 Tijdvak 2024-2027 De Rijke Schooldag vraagt niet om investeringen in gebouwen, maar wel om begeleiding bij en programmering van de betreffende activiteiten op de verschillende locaties. Hiervoor zijn voor twee jaar middelen opgenomen voor de kwartiermaker (1,0 fte à € 55.000,00 per jaar) en uitvoeringskosten (€ 12.000,00 per jaar). Het streven is dat alle kosten vanuit subsidies gedekt kunnen worden, in dat geval vervallen de bedragen in het MIP. In het geval dat in de komende twee jaren geen of onvoldoende subsidie beschikbaar komt, is afgesproken dat de gemeente en de schoolbesturen de kosten evenredig verdelen (Gemeente 1/5 en de vier schoolbesturen samen 4/5). Voor de periode daarna wordt ervan uitgegaan dat de schoolbesturen zorgdragen voor de benodigde dekking. De verduurzamingsopgave van de scholen zal nog bepaald moeten worden. De kosten voor het opstellen van de routekaart zijn opgenomen, waarbij de scholen de kosten van de maatwerkadviezen voor hun rekening nemen. In het MIP zijn geen investeringen opgenomen voor de verduurzaming van de gebouwen, aangezien dit uit de routekaart verduurzaming moet blijken. Dit betekent wel dat rekening moet worden gehouden met toekomstige investeringen, zonder de omvang te weten. In de kern Brummen speelt het schoolgebouw van het P@rk een belangrijke rol om het ruimtetekort bij de andere scholen door medegebruik op te vangen.
Dit zal naar verwachting budgetneutraal kunnen plaatsvinden. Voor de kinderopvang in Brummen is op termijn de vraag hoe dit ruimtelijk het beste opgelost kan worden. Hiervoor is rekening gehouden met kosten voor een onderzoek, waaruit duidelijk wordt hoe de locaties Bengelenburg en het semipermanente gebouw bij Pancratius (eigendom schoolbestuur) een rol kunnen spelen. Hierbij wordt rekening gehouden met de doorgaande ontwikkel- en leerlijn en sluitende business cases. In de kern Eerbeek is sprake van verschuiving van het gebruik van de schoolgebouwen en een ruimtetekort. Over de verschuiving van het gebruik zijn al afspraken gemaakt, deze resulteren in een optimaal gebruik van de schoolgebouwen. Het ruimtetekort heeft betrekking op het cluster Enk/C. van Leeuwen. In het IHP is rekening gehouden met
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 40 van 58
onderzoekskosten om integraal (naast onderwijs ook opvang) antwoord te geven op het ruimtevraagstuk. Vooralsnog is gerekend met een budget voor uitbreiding en aanpassing van € 612.500 miljoen. Hierbij is ervan uitgegaan dat het gebouw met circa 175 m2 bvo voor onderwijs wordt uitgebreid. Het onderzoek zal op basis van een sluitende business case bepalen in hoeverre daarbij nog extra uitbreiding nodig is voor kinderopvang. Hoe ruimtelijk omgegaan moet worden met inclusiever onderwijs, zal nader uit plannen moeten blijken. Voor de gehele aanpassing van het inclusiever onderwijs op alle scholen is rekening gehouden met een budget van € 1,1 miljoen. Zoals beschreven worden geen maatregelen meegenomen voor de scholen in de kleine kernen. Wel is in dit tijdvak rekening gehouden met kosten voor haalbaarheidsonderzoeken, indien blijkt dat de toekomstbestendigheid van de school reëel is (€ 15.000,00 per school). Het onderzoek van Archipel zal hierover duidelijkheid geven. Mochten de scholen toekomstbestendig zijn, dan vervallen de kosten. 7.1.2 Tijdvak 2028-2031 In dit tijdvak zijn nog niet de mogelijke investeringen te bepalen die voort kunnen komen uit de volgende onderzoeken/trajecten: Verduurzaming > te bepalen na vaststellen routekaart (eerste tijdvak – 20242027); Investeringen in kinderopvang > te bepalen na onderzoeken in de kern Brummen en Eerbeek.
De investeringen worden echter gedekt door de kostprijs dekkende huur die de kinderopvangorganisatie moet betalen; Toekomstbestendigheid scholen in kleine kernen > na onderzoek van Achipel kan geconcludeerd worden dat één of meerdere scholen toekomstbestendig zijn en dat daarmee renovatie of vervangende nieuwbouw aan de orde is. 7.1.3 Tijdvak 2032-2035 In dit tijdvak geldt hetzelfde als genoemd in het vorige tijdvak. 7.1.4 Tijdvak 2036-2039 Behoudens de toekomstbestendigheid van de scholen in de kleine kernen zijn er binnen de looptijd van dit IHP (tot en met 2039) geen schoolgebouwen die in aanmerking komen voor renovatie dan wel vervangende nieuwbouw. Net buiten de looptijd van het IHP speelt dit vraagstuk wel bij de schoolgebouwen van de Pancratius (2042) en Kindcentrum Sterrenbeek (2044). De ervaring leert dat het na het haalbaarheidsonderzoek enkele jaren duurt (minstens drie jaar) voordat tot uitvoering van bouwen kan worden overgegaan. Daarom is in dit laatste tijdvak rekening gehouden met haalbaarheidsonderzoekskosten voor beide scholen (€ 15.000,00 per school).
In dit tijdvak zijn de mogelijke investeringen die voort kunnen komen uit de volgende onderzoeken/trajecten nog niet te bepalen: Verduurzaming > te bepalen na vaststellen routekaart (eerste tijdvak – 20242027); Toekomstbestendigheid scholen in kleine kernen > na onderzoek van Achipel kan geconcludeerd worden dat één of meerdere scholen toekomstbestendig zijn en dat daarmee renovatie of vervangende nieuwbouw aan de orde is.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 41 van 58
7.2
Haalbaarheidsonderzoek In de vorige pararaaf is opgenomen dat voor de diverse projecten zoals ze zijn opgenomen in het IHP, nader onderzoek gedaan moet worden naar de haalbaarheid van de scenario’s (renovatie versus vervangende nieuwbouw). Dit om te komen tot een voorkeursscenario. In de planning (en in het overzicht van te verwachten kosten) is rekening gehouden met deze onderzoeken. De exacte uitvraag voor ieder haalbaarheidsonderzoek wordt door de gemeente en de betrokken schoolbesturen te zijner tijd opgesteld. Elementen die in ieder onderzoek terug moeten komen zijn: In hoeverre draagt een denkrichting bij aan de inhoudelijke visie en ambitie uit hoofdstuk 2? Welke kindpartijen en aan onderwijs gelieerde instellingen zijn wenselijk om betrokken te worden bij het project? Welke locatie is het meest geschikt en draagt bij aan een goede spreiding van onderwijs over de gemeente? Wat zijn de kosten van een denkrichting (locatie gebonden- en project specifieke kosten)? Op welke wijze draagt de denkrichting bij aan de duurzaamheidsambities van gemeente en schoolbesturen? Op welke termijn is deze denkrichting te realiseren (rekening houdend met beschikbaarheid grond, ruimtelijke procedures et cetera)? Welke gevolgen heeft de denkrichting voor andere onderwijsvoorzieningen?
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 42 van 58
Overzicht te verwachten kosten 8.1
Uitgangspunten Bij het ramen van de maatregelen uit het meerjarenuitvoeringsplan zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Alle bedragen zijn prijspeil 2023 en inclusief btw. Het basisbedrag is berekend op basis van de normbedragen zoals de VNG die adviseert voor nieuwbouw. Op basis van diverse ontwikkelingen in de markt, duurzaamheidsambities, Frisse Scholen, flexibiliteit en kwaliteit et cetera is nu rekening gehouden met een extra investering van € 700,00 per m² bvo. Bij investeringen na 2023 zal opnieuw bekeken moeten worden wat het bedrag dan wordt en of een verhoging aan de orde is. De gemeente Brummen hanteert voor nieuwbouw een opslagpercentage op de investeringskosten van 25% voor tijdelijke huisvesting, grondkosten, locatie gebonden kosten (schoolvriendelijke omgeving) sloopkosten en asbestsanering, interne kosten voor gemeente/schoolbestuur, kosten voor organisatorische ondersteuning (bouwheerschap), inrichtingskosten, verhuiskosten, etc. Dit noemen we de locatie gebonden- en project specifieke kosten. De exacte kosten van deze posten wordt nader uitgewerkt tijdens de haalbaarheidsstudies. Aantal leerlingen is bepaald op basis van prognoses 2033 (tien jaar vanaf nu). Vervangende nieuwbouw is het uitgangspunt voor de raming, afweging renovatie of vervangende nieuwbouw wordt echter in het haalbaarheidsonderzoek gemaakt.
Er is geen rekening gehouden met exclusieve ruimten voor kinderopvang of andere organisaties. Er is geen rekening gehouden met eventuele uitbreiding van het onderwijsleerpakket en meubilair. Dit geldt alleen voor scholen die groeien en niet eerder voor dat aantal leerlingen zijn ingericht. Investeringen ten aanzien van vervangende nieuwbouw worden afgeschreven in 40 jaar. De kosten voor de (haalbaarheids)onderzoeken worden ten laste van de exploitatie gebracht. In onderstaande opsomming zijn de investeringen voor vervangende nieuwbouw ter indicatie aangegeven voor de betreffende scholen (prijspeil 2023, rekening houdend met bovenstaande uitgangspunten, exclusief de 25% opslag voor de locatie gebonden en project specifieke kosten):
School 1 De Rietgors 2 De Vossestaart 3 J.H. Isings 4 Pancratius
Aantal Ruimte VNG leerlingen behoefte Normbedrag 2033 2033 prijspeil 2023 64 522 € 1.827.062 48 441 € 1.631.397 58 492 € 1.754.593 227 1.342 € 3.807.864
5 Sterrenbeek/Spr@nkel
Ruimte om te zijn.
204
1.226
€
3.527.653
3.500 3.699 3.566 2.837
€ € € €
365.400 308.700 344.400 939.400
Totaal € incl. btw prijspeil 2023 € 2.192.462 € 1.940.097 € 2.098.993 € 4.747.264
€ 2.877
€
858.200
€
VNG per Toeslag per m² m² € € € €
4.385.853
U23383
Incl. toeslag per m² € € € €
4.200 4.399 4.266 3.537
€
3.577
Pagina 43 van 58
8.2
Overzicht te verwachten kosten In onderstaande tabel zijn voor iedere maatregel de lasten opgenomen in het betreffende tijdvak.
Overzicht te verwachten kosten IHP Brummen
Prijspeil 2023
Project/opgave/maatregel Beleidsontwikkeling
Onderdeel 2023 Kw artiermaken Rijke Schooldag-2jaar: deel gemeente Kw artiermaken Rijke Schooldag-2jaar: deel schoolbesturen
Tijdvak 1 2024-2027 € 26.800 € 107.200
Onderzoeken Verduurzamen
Maatw erkadviezen per gebouw (schoolbesturen) Opstellen routekaart Investeringen Verduurzamen
€
pm 25.000
Ruimte kinderopvang kern Brummen Investeringen tgv huisvesting KO Brummen Haalbaarheidsonderzoeken huisvesting scholen kleine kernen Investeringen gebouwen kleine kernen Onderzoeken reno./verv. nieuwbouw
€
7.500
€
45.000
Inclusiever onderwijs
Budget gemeentebreed
€
1.100.000
Cluster Enk/C. van Leeuwen
Integraal onderzoek oplossen ruimte onderw ijs Uitbreiding/aanpassing voor onderw ijs Investeringen tgv huisvesting KO
€
765.625
Overige onderzoeken
€
Tijdvak 2 2028-2031
Tijdvak 3 2032-2035
Tijdvak 4 2036-2039
€
30.000
7.500
€ € € € € € € € € € € € € € € € € € €
Totaal 26.800 107.200 25.000 7.500 45.000 30.000 1.100.000 7.500 765.625 -
Subtotaal Beleidsontwikkeling
€
-
€
134.000
€
-
€
-
€
-
€
134.000
Subtotaal Onderzoeken
€
7.500
€
77.500
€
-
€
-
€
30.000
€
115.000
Subtotaal Projecten/maatregelen
€
-
€ 1.865.625
€
-
€
-
€
-
€ 1.865.625
=PM > investeringen nader te bepalen = voor rekening schoolbesturen
De blauw gearceerde cellen geven aan dat investeringen aan de orde kunnen zijn, maar nu nog niet qua omvang bepaald kunnen worden. Deze worden bepaald aan de hand van de uitkomsten uit de betreffende onderzoeken. Het overzicht te verwachten kosten is opgenomen in de
meerjarenbegroting. Alle overige te verwachten investeringen en lasten die vallen onder onderwijshuisvesting zijn door de gemeente voor de komende 40 jaar opgenomen in een meerjaren investerings- en reserveringsoverzicht IHP Brummen (zie bijlage IV).
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 44 van 58
Conclusies en aanbevelingen 9.1
Conclusies Procesmatig De gemeente en de schoolbesturen hebben op een constructieve en beleidsrijke manier samengewerkt om tot een Integraal Huisvestingsplan (IHP) te komen, waarbij inhoud en beleid voorop staan. Dit heeft ertoe geleid dat er financiële middelen beschikbaar zijn gesteld voor inclusiever onderwijs, wat een mooi voorbeeld is van het belang van inhoud. Inhoudelijk De onderwijsvastgoedportefeuille van de gemeente Brummen is redelijk actueel qua leeftijd, waardoor geen investeringen nodig zijn voor vervangende nieuwbouw en renovatie in de looptijd van het IHP, behalve mogelijk voor de kleine kernen als blijkt dat deze in het tweede tijdvak nog toekomstbestendig zijn voor de langere termijn. De genomen maatregelen hebben voornamelijk betrekking op ruimtelijke optimalisaties. Er moeten echter nog enkele zaken worden onderzocht met betrekking tot kinderopvang om de doorgaande leer- en ontwikkellijn ook ruimtelijk zo maximaal mogelijk te maken. Ook zijn investeringen nodig voor verduurzaming van de schoolgebouwen. Dit is het grootste vraagstuk voor de toekomst. Echter, de ambitie en de beschikbare middelen van de schoolbesturen en de gemeente zijn niet voldoende. Door de sectorraden onderwijs en de VNG is dit aangegeven bij het Rijk, omdat dit landelijk geldt.
Ook is afgesproken dat ten aanzien van de Rijke Schooldag een kwartiermaker aangesteld zal worden om regie te voeren op het benutten van alle voorzieningen naast het onderwijs (muziek, cultuur, sport, et cetera).
9.2
Aanbevelingen Haalbaarheidsstudie In paragraaf 7.3 is een eerste aanzet gegeven voor de kaders van het haalbaarheidsonderzoek dat voor een aantal projecten uitgevoerd moet worden. De gemeente en de schoolbesturen bepalen gezamenlijk de exacte kaders voor ieder haalbaarheidsonderzoek. Op basis van het haalbaarheidsonderzoek wordt een besluit genomen over het uitvoeren van het project. Verduurzaming bestaand vastgoed De gemeente en de schoolbesturen zien het verduurzamen van het bestaande onderwijsvastgoed als een gezamenlijke verantwoordelijkheid. In 2024 wordt het plan opgesteld. De schoolbesturen laten eerst per gebouw een maatwerkadvies opstellen, waarna de gemeente en de schoolbesturen gezamenlijk de routekaart opstellen die duidelijk maakt hoe de scholen verduurzaamd worden, inclusief investeringsplan en kostenverdeling. Na het vaststellen van het plan kan inzicht gegeven worden in de benodigde investeringen. Dynamisch document Het IHP wordt door de gemeente en de schoolbesturen beschouwd als een richtinggevend en dynamisch document dat in ieder geval iedere vier jaar gezamenlijk geactualiseerd wordt. Het voortzetten van deze samenwerking helpt om toekomstige opgaven en doelstellingen samen aan te gaan en bespreekbaar/inzichtelijk te maken.
Ook kunnen er wijzigingen zijn in wet- en regelgeving (huisvesting, maar ook ten aanzien van bijvoorbeeld samenwerking onderwijs en kinderopvang) of ruimtelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld woningbouw) die een eerdere actualisatie nodig maken. Gezamenlijk spelen we proactief in op veranderingen, zodat we beslissingen op tijd en beter op de behoeften
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 45 van 58
en uitdagingen die de toekomst brengt kunnen afstemmen. Dit betekent onder andere dat leerlingenprognoses worden bijgesteld en de gevolgen van woningbouw voor de scholen zo goed als mogelijk in kaart worden gebracht. Gemeente en schoolbesturen bespreken dit gezamenlijk in het OOGO. Verder staat het IHP jaarlijks op de agenda tijdens het LEAoverleg, waar onderwijsinhoudelijke thema’s/ontwikkelingen besproken worden.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 46 van 58
Bijlagen Bijlage I: Wet- en regelgeving Deze bijlage brengt het relevante wettelijke kader ten aanzien van onderwijshuisvesting in beeld. Hoofdstuk 1 is de inleiding over de wettelijke kaders, in deze bijlage wordt uitgebreider ingegaan op wet- en regelgeving. Wet- en regelgeving die medebepalend zijn voor deze strategische visie, zijn: Wet op het primair onderwijs (WPO); Wet op het voortgezet onderwijs (WVO 2020); Wet op de expertisecentra (WEC); Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Brummen 2015; Wet passend onderwijs; Wet kinderopvang; Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Participatiewet en Jeugdwet. I.1
WPO, WVO 2020 en WEC In de WPO, WVO 2020 en WEC is de verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen ten aanzien van onderwijshuisvesting geregeld. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de zorgplicht, onderhoud en aanpassingen van schoolgebouwen. De gemeente is in het po en (v)so verantwoordelijk voor de bekostiging van de volgende voorzieningen: nieuwbouw; uitbreiding; medegebruik (verhuur); herstel van constructiefouten aan het gebouw en/of terrein; herstel in geval van bijzondere omstandigheden/calamiteiten (zoals brand, diefstal en stormschade); opstalverzekeringen en eigenaarsheffingen; eerste inrichting meubilair en onderwijsleerpakket. Voor het VO geldt dat de gemeente verantwoordelijk is voor de bekostiging van de volgende voorzieningen: nieuwbouw; uitbreiding (drempel van 10% van de capaciteit); medegebruik (verhuur); herstel van constructiefouten aan het gebouw en/of terrein; herstel in geval van bijzondere omstandigheden/calamiteiten (zoals brand, diefstal en stormschade); opstalverzekeringen en eigenaarsheffingen; eerste inrichting meubilair en onderwijsleerpakket. Voor gymnastiekvoorzieningen die in eigendom zijn bij de schoolbesturen voor po en (v)so is de bekostiging van buitenonderhoud aan deze lokalen de verantwoordelijkheid van gemeenten.
In de onderstaande sub paragrafen zijn drie bepalingen beschreven die van invloed zijn op onderwijshuisvesting die inmiddels zijn opgenomen in de reguliere onderwijswetgeving.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 47 van 58
I.1.1 Samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool In juli 2017 is de Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool aangenomen door de Eerste Kamer. Per 19 augustus 2017 heeft dit geleid tot de wijziging van diverse onderwijswetten in verband met de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen. In de wijzigingen van de wet blijft de Grondwet leidend: een samenwerkingsschool blijft een uitzondering op het duale bestel van openbaar en bijzonder onderwijs. Er moet sprake zijn van een bedreiging van de continuïteit van het openbaar of bijzonder onderwijs om een samenwerkingsschool te mogen vormen. In dat geval moet de identiteit van een school voornamelijk op schoolniveau vorm krijgen en niet op bestuurlijk niveau. Hiertoe moet het bevoegd gezag van een school een identiteitscommissie vormen en de wijzigingen verankeren in de statuten. Een stichting voor openbaar onderwijs kan het bevoegd gezag zijn van een samenwerkingsschool in deze nieuwe wet. Daarmee worden openbaar en bijzonder onderwijs meer gelijkwaardig aan elkaar. De algemene acceptatieplicht wordt gekoppeld aan de samenwerkingsschool, waardoor deze geen leerlingen mag weigeren. I.1.2 Meer ruimte voor nieuwe scholen De wet meer ruimte voor nieuwe scholen is op 19 mei 2020 aangenomen in de Eerste Kamer.
Per 20 mei 2020 heeft dit geleid tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen, zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod. In november 2020 is de bepaling Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen ingegaan voor het basisonderwijs, in 2021 voor scholen voor voortgezet onderwijs. De Rijksoverheid14 wil het aanbod van scholen beter laten aansluiten bij de wensen van ouders en leerlingen. Met ingang van de maatregelen Ruimte voor Nieuwe Scholen gelden nieuwe voorwaarden om een school op te richten. Een aanvraag voor een nieuwe school moet in ieder geval bevatten: Een belangstellingsmeting via ouder-verklaringen of marktonderzoek. Op basis van de resultaten en demografische gegevens, wordt een voorspelling voor de lange termijn gemaakt. Zo kan de daadwerkelijke belangstelling preciezer worden berekend. Informatie over de te verwachten kwaliteit. De onderwijsinspectie toetst de aanvraag op eisen die inzicht in de te verwachten kwaliteit van de school geven. De Inspectie van Onderwijs beoordeelt of de school voldoende kwaliteit kan bieden. Bestuurders en toezichthouders van een nieuwe school hebben een VOG nodig. Daarnaast wordt gekeken of bestuurders in het verleden een school hebben gehad die door zeer zwakke kwaliteit is gesloten.
Een school hoeft geen richting meer te hebben om te kunnen starten. Wel dient bij het oprichten van een nieuwe school rekening gehouden te worden met het bestaande aanbod van scholen in de regio. Wie een nieuwe school wil starten, moet eerst de betrokkenen uitnodigen voor een overleg: de bestaande schoolbesturen; het samenwerkingsverband; de gemeente.
14 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/vrijheid-van-onderwijs/oprichten-nieuwe-school
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 48 van 58
Initiatiefnemers moeten aantonen dat de stichtingsnorm na een periode van acht jaar gehaald wordt, in plaats van de huidige vijf jaar. Het bevoegd gezag moet door middel van de belangstellingsmeting duidelijk maken dat het aannemelijk is dat een school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente geldende stichtingsnorm. Verder blijven de normen voor het starten en behouden van scholen intact en zijn er geen veranderingen in de bekostiging. Omdat deze normen niet veranderen, blijft de ruimte om nieuwe scholen te stichten in de praktijk beperkt. Verder heeft de gemeenteraad in het nieuwe wetsvoorstel geen expliciete rol meer en dient alleen overleg tussen de gemeente en initiatiefnemers plaats te vinden. I.1.3 Toekomstbestendig onderwijsaanbod Per 1 januari 2018 is een wijziging van de WPO en de Wet medezeggenschap op scholen doorgevoerd in verband met maatregelen voor een toekomstbestendig onderwijsaanbod in het basisonderwijs. Deze maatregelen maken het gemakkelijker een toekomstbestendig onderwijsaanbod kunnen realiseren doordat belemmeringen voor omzetting, uitbreiding met een richting of verplaatsing van scholen worden weggenomen.
Ook wordt het mogelijk om straks een nevenvestiging in stand te houden met een andere richting dan de hoofdvestiging van de school en om een splitsing van de gemeentelijke opheffingsnorm eerder in te laten gaan. De termijn voor het melden van de vrijwillige opheffing van een openbare school wordt versoepeld. Ten slotte wordt het verplicht de achterban te raadplegen voorafgaand aan sluiting of fusie van een school. I.2
Status van het IHP op landelijk niveau In juli 2020 heeft de minister van onderwijs de aanbevelingen tot wetswijziging op het gebied van onderwijshuisvesting van VNG, PO-Raad en VO-raad overgenomen en toegezegd om dit uit te werken in een wetsvoorstel. Hiermee wordt het voor gemeenten verplicht een meerjarig Integraal Huisvestingplan (IHP) te ontwikkelen. Hierbij werkt de gemeente samen met schoolbesturen, die verplicht worden een Meerjarenonderhoudsplan op te stellen. In het wetsvoorstel zal opgenomen worden dat renovatie een volwaardig alternatief voor nieuwbouw wordt. Tot op heden is dit wetsvoorstel niet gemaakt. Dit is aanleiding geweest voor een brede vertegenwoordiging van samenwerkingspartners15 om op 29 september 2022 het kabinet op te roepen nu écht werk te maken van onderwijshuisvesting. In het manifest onderwijshuisvesting vraagt deze vertegenwoordiging om een structurele jaarlijkse investering van minstens € 730 miljoen voor een integrale en programmatische aanpak van verouderde en slechte schoolgebouwen. Dagelijks zit een groot deel van de 2,5 miljoen kinderen en 285.000 leraren, ondersteuners en schoolleiders in sterk verouderde, ongezonde en niet-duurzame schoolgebouwen. Het gevolg: geen optimale leerresultaten. Bovendien komt de wettelijk verankerde verduurzaming van maatschappelijk vastgoed niet van de grond, terwijl de energiekosten stijgen.
Dit manifest is opgesteld in aanloop naar de vergadering van de commissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Op 1 december 2022 is dit manifest besproken in de commissie. Het belang ervan wordt onderschreven, maar heeft niet geleid tot een voorstel over extra middelen.
15 Ondertekend door: AOb, AVS, Binnenklimaat Nederland, Bouwend Nederland, Bouwstenen voor Sociaal,
Branchevereniging Kinderopvang en Maatschappelijke Kinderopvang, CNV, FvOv, Ieder(in), Jongpit, LAKS, Landelijke Vereniging Onderwijsadviseurs Huisvesting, Lerarencollectief, Ouders & Onderwijs, PO-Raad, sectorraad GO en Pro, Techniek Nederland, Vereniging Nederlandse Gemeenten en VO-Raad.
Ruimte om te zijn.
U23383
Pagina 49 van 58
I.3
Regelgeving passend onderwijs De Wet passend onderwijs is al acht jaar in werking. Passend onderwijs gaat over alle leerlingen in het po, vo, so en mbo. In de praktijk gaat het vooral over alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Deze ondersteuning kan nodig zijn vanwege een lichamelijke of verstandelijke beperking, een chronische ziekte, een gedragsprobleem of een leerstoornis. Na invoering van de Wet passend onderwijs is het onderwijs in cluster 1 en 2 nog steeds in een landelijk systeem georganiseerd. Cluster 1 is er voor leerlingen die blind of slechtziend zijn. Cluster 2 is er voor leerlingen die doof of slechthorend zijn of ernstige spraak- en taalmoeilijkheden hebben. Scholen die onder deze clusters vallen, maken geen deel uit van de regionale samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs. Het onderwijs binnen cluster 3 en 4 maakt door de invoering van het passend onderwijs wel deel uit van de regionale samenwerkingsverbanden. Cluster 3 is er voor leerlingen met een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking of een chronische ziekte. Cluster 4 is er voor leerlingen met gedragsstoornissen, ontwikkelingsstoornissen of een psychiatrisch probleem. Het overige po en vo maakt uiteraard ook deel uit van de regionale samenwerkingsverbanden. De gevolgen voor onderwijshuisvesting zijn merkbaar met betrekking tot zowel de omvang als kwaliteit.