(123) Beleid duurzame ontwikkeling (D428312)
Tekst van het document
[dubbelklik hier om een foto in te voegen]428312
Beleidskader Duurzaam Ontwikkelen
Gemeente Brummen 29 januari 2024
Colofon Datum 4 april 2024 Status Definitief - Feedbackversie Veluwonen 22 maart 2024 Opdrachtgevers Gemeente Brummen Engelenburgerlaan 31 6971 BV BRUMMEN Uitgevoerd door DWA Harderwijkweg 7 Postbus 2073 2800 BE GOUDA Telefoonnummer: 088 – 163 53 00 Projectleider: René Jansen E-mailadres: dwa@dwa.nl Telefoonnummer: 088 – 163 53 00 Kenmerk 20945-738056 Auteurs Ing. René Jansen Drs. Joost Gerrits Foto voorkant gemeentehuis Brummen
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
Op al onze diensten en mededelingen is DNR 2011 van toepassing. DNR 2011 is gepubliceerd op onze website onder www.dwa.nl/dnr.
2
Inhoudsopgave
Management samenvatting
1
1
Inleiding
3
2
Algemene informatie
4
2.1
Doel, bereik en doelgroepen
4
2.1.1
Doel
4
2.1.2
Bereik
4
2.1.3
Doelgroepen
4
2.2
omgevingsvisie/omgevingsplan
5
2.2.1
Omgevingsvisie
5
2.2.2
Omgevingsplan
5
2.3
Achtergrond en doorlopen proces
5
3
Structuur beleidskader
6
3.1
Reikwijdte gebied
6
3.2
Duurzaamheidsthema’s
7
3.3
Ambitieniveaus
9
3.4
Structuur beleidskader
10
4
Normen Niveau 1
11
4.1
Energie en binnenklimaat
11
4.1.1
Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL)
11
4.1.2
BENG-normen
11
4.1.3
Gaswet
11
4.2
Klimaatadaptatie
11
4.2.1
Waterwet
12
4.2.2
Gemeentelijk programma Water en Riolering.
12
4.3
Groen en ecologie
12
4.3.1
Wet natuurbescherming
12
4.3.2
Programma Groen
12
4.4
Circulariteit
12
4.4.1
De Milieu Prestatie Gebouwen (MPG)
12
4.5
Mobiliteit
13
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
3
4.5.1
Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL)
13
4.5.2
Mobiliteitsvisie 2050
13
5
Mogelijkheden niveau 2
14
5.1
Energie en binnenklimaat
14
5.1.1
Energieneutraal
14
5.1.2
Zongericht verkavelen
14
5.1.3
Aansluiten op warmtenet
14
5.2
Klimaatadaptatie
14
5.2.1
Toekomstgericht en klimaat robuust watersysteem,
15
5.2.2
Landelijke maatlat
15
5.2.3
Strategie & Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie 2023-2027
15
5.2.4
Samenwerking Water Oost Veluwe
15
5.3
Groen en ecologie
15
5.3.1
Meten ecologische waarde met Basiskwaliteit Natuur
16
5.3.2
Programma groen
16
5.3.3
Biomorfologische kaart
16
5.3.4
Soortmanagementplan (SMP)
16
5.3.5
Groen-blauwe dooradering en Landschapsbiografie
16
5.4
Circulariteit
16
5.4.1
MPG-norm
17
5.4.2
Materialenpaspoort
17
5.5
Mobiliteit
17
5.5.1
Duurzaam mobiliteitsplan
17
6
Wat zijn aanvullende wensen?
18
6.1
Energie en binnenklimaat
18
6.1.1
Energieleverende nieuwbouw
18
6.1.2
Smart grid
18
6.1.3
Extra eisen binnenklimaat
18
6.2
Klimaatadaptatie
19
6.2.1
Ambities uit het Programma Riolering en Water
19
6.2.2
Strategie & Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie:
19
6.3
Groen en ecologie
19
6.3.1
Groene Batenplanner
19
6.3.2
(Streef)soortenlijst flora en fauna
19
6.4
Circulariteit
20
6.4.1
Biobased materialen
20
6.5
Mobiliteit
20
6.5.1
Mobiliteitsconcept
20
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
4
Actualisatie 23 Vervolg: Opstellen Toetsingskader
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
24
5
Management samenvatting
De gemeente Brummen is een groene gemeente. De gemeente wil 1.250 woningen tot en met 2030 bouwen. Op dit moment verandert het klimaat. Dit maakt het nodig om woningen duurzaam te bouwen en gebieden duurzaam te ontwikkelen. Hiervoor schreef de gemeente dit document. Het doel van dit beleidskader is duurzaam ontwikkelen in Brummen. Een instrument bieden om de doelen op duurzaamheidsthema’s te bepalen voor gebiedsontwikkelingen. Ook om deze doelen vast te leggen voor het ontwikkelproces. Aanpak Deze aanpak gaat over gebiedsontwikkelingen en of sloop-nieuwbouwprojecten met als hoofdopgave het zorgen voor nieuwe woningen. Daarnaast geldt deze aanpak ook voor gebieden die veranderen tot woningbouw (transformatiegebieden). Dit geldt ook voor andere functies zoals scholen, winkels of bedrijfsgebouwen die binnen de bouwkavel liggen. De gemeente past deze aanpak toe als opdrachtgever voor duurzame gebiedsontwikkeling. Het bestuur stelt de ambities voor duurzame gebiedsontwikkeling vast. De ambtelijke organisatie adviseert het bestuur en voert de ambities uit. De woningbouwstichting en/of ontwikkelaar passen deze aanpak toe voor het uitvoeren van duurzame gebiedsontwikkeling. Dit beleid biedt één van de mogelijkheden om te sturen. Sturen op invulling geven aan het uitvoeren van de omgevingsvisie. In het Omgevingsplan staan ook de voorwaarden voor een duurzame gebiedsontwikkeling.
Reikwijdte beleid Dit beleid gaat niet over de vraag in welk gebied de gemeente woningen bouwt. Dit beleidskader gaat over duurzaam bouwen binnen een gebied waar de gemeente woningen bouwt. In het te ontwikkelen gebied liggen de bouwkavels. Dit beleidskader is een middel dat bepaalt hoe hoog de gemeente de lat voor duurzaamheid legt. De gemeenteraad stelt dit stuk vast. Elke gebied heeft bepaalde kenmerken. Dit kunnen landschappelijke en ecologische kenmerken zijn. Ook kent elk gebied bijzondere ontwikkelmogelijkheden. Bijvoorbeeld ontwikkelmogelijkheden op groen, water maar ook het type bebouwing. Dus duurzaam ontwikkelen is maatwerk voor elke ontwikkelgebied. Het bestuur van de gemeente Brummen stelt voor ieder gebied de doelen voor duurzame ontwikkeling vast. De afgesproken doelen van dit beleid voor duurzame gebiedsontwikkeling is een afweging tussen duurzaamheid, haalbaarheid en betaalbaarheid. Dit voor de gemeente, ontwikkelaar en ook de woningbouwstichting. Structuur aanpak In dit stuk staan vijf thema’s: energie en binnenklimaat, klimaatadaptatie, groen en ecologie, circulariteit en mobiliteit. Ook staan in dit beleidskader de drie ambitieniveaus die de gemeente gebruikt. Deze zijn: moeten, kunnen en willen. Voor elk thema gelden de drie ambitieniveaus: − Niveau een is moeten. Dit is de verplichte basis waarop de gemeente minimaal toetst. − Niveau twee is kunnen.
Dit bepaalt wat er bovenop de wettelijke basis in de markt al kan. Dit noemen we de ‘need-to-haves’. − Niveau drie is willen. Dit noemen we ‘nice-to-haves’. Dat zijn zaken die technisch misschien wel kunnen, maar echt extra moeite vragen.
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
1
Tabel 1 Structuur beleid
De gemeente Brummen streeft er naar om niveau twee zoveel mogelijk toe te passen en minimaal 1 thema uit niveau drie toe te passen.
Toetsingskader Dit beleid werkt de gemeente uit in een toetsingskader. De gemeente Brummen kan kiezen voor het schrijven voor een eigen toetsingskader of aansluiten bij bestaande toetsingskaders die er zijn. Een voorbeeld van een toetsingskader kan een puntensysteem zijn. Het college van burgemeester en wethouders stellen het toetsingskader vast. Zoals hierboven staat, kunnen de ambities voor het toetsingskader voor ieder gebied verschillen.
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
Op al onze diensten en mededelingen is DNR 2011 van toepassing. DNR 2011 is gepubliceerd op onze website onder www.dwa.nl/dnr.
2
1 Inleiding
De gemeente Brummen is een groene gemeente. Mensen vinden het fijn om in Brummen te wonen. Redenen zijn dicht wonen bij de Veluwe en ook de IJssel. Maar ook de opbouw van de gemeente in dorpskernen. Bij de ontwikkeling van nieuwe woningen stuurt de gemeente op betaalbare huur- en koopwoningen1. Dit biedt inwoners de mogelijkheid om in de gemeente te blijven wonen. De gemeente wil 1.250 woningen tot en met 2030 zo snel mogelijk bouwen. Hiervoor stelde de gemeente de Routekaart versnelling Woningbouw op in 2022. In de routekaart staat hoe we kunnen sturen op het bouwen van de goede woningen. Op dit moment verandert het klimaat. Het gevolg is hittestress, droogte en wateroverlast. Ook neemt de kwaliteit van de bodem en verschillende soorten planten en dieren sterk af. Dit maakt het nodig om woningen duurzaam te bouwen en gebieden duurzaam te ontwikkelen. Duurzaam ontwikkelen is een onderdeel van het kunnen sturen op het bouwen van de goede woningen. De gemeente wil graag in een vroeg stadium de normen voor duurzaamheid duidelijk maken. Uit alle gesprekken blijkt dat bij duurzame ontwikkeling heel veel mogelijk is. In bijlage 3 staat een overzicht van de stakeholders waarmee gesproken is. De markt is enorm in ontwikkeling. Haalbaar en betaalbaar te bouwen is belangrijk. Voor haalbaar en betaalbaar bouwen moet de gemeente aan de voorkant duidelijke normen en wensen meegeven.
Dit doen we bij de uitvraag aan (project)ontwikkelaars.
1
Vanuit afspraken gemaakt met de regio is dit verplicht, dus meer dan alleen sturen. Zie meer hierover in de Woondeal Stedendriehoek en de gemeentelijke routekaart wonen.
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
3
2 Algemene informatie In dit deel gaan we in op het doel, bereik en doelgroepen (2.1) voor wie dit beleidskader is. Daarna bespreken we de relatie met de omgevingsvisie en het omgevingsplan (2.2). Vervolgens bespreken we de achtergrond en het proces van het beleidskader van dit document (2.3).
2.1
Doel, bereik en doelgroepen
In dit deel gaan we in op het doel wat de gemeente wil bereiken met dit beleidskader (2.1.1). Dan de opdracht(en) van gebiedsontwikkeling waarvoor dit beleidskader geldt (2.1.2). Als laatste wie met dit beleidskader moet werken (2.1.3). 2.1.1 Doel Het doel van dit beleid duurzaam ontwikkelen is: • Een instrument bieden om de normen op duurzaamheidsthema’s te bepalen voor gebiedsontwikkelingen in de gemeente Brummen. • En daarmee deze normen als kader vast te leggen voor het ontwikkelproces. Voor gebiedsontwikkeling is er een samenwerking nodig. Een samenwerking tussen een private partij en een publieke partij. De private partij ontwikkelt of bouwt. De publieke partij is o.a. de gemeente. Dit beleidskader stuurt op de normen die de gemeente meegeeft aan de private partij. De private partij gebruikt deze normen voor het voor elkaar krijgen van de ontwikkeling. Hiermee wil de gemeente de duurzaamheidsnormen halen die zij belangrijk vindt. Duurzaamheidsnormen die vooral aansluiten op haar eigen taken binnen de gebiedsontwikkeling. 2.1.2 Bereik Het beleid geldt voor: • gebiedsontwikkelingen met als hoofdopgave, het zorgen voor nieuwbouwwoningen. • andere functies zoals scholen, winkels of bedrijfsgebouwen die binnen de bouwkavel liggen. • sloop-nieuwbouwprojecten of transformatieopgaven, waarbij als hoofopgave het zorgen voor nieuwbouwwoningen geldt.
Dat betekent dat het beleid niet geldt voor de ontwikkeling van bijvoorbeeld een bedrijventerrein. Ook geldt dit beleid niet voor renovatieprojecten. De financiële voorwaarde die de gemeente gebruikt vallen ook buiten de invloed van deze aanpak. Een financieel instrument dat de gemeente gebruikt is de grondexploitatie. De normen die de gemeente stelt zullen getoetst worden aan de grondexploitatie 2.1.3 Doelgroepen Dit document is voor: • de gemeenteraad van Brummen − De raad geeft deze duurzaamheidskaders mee aan het college om gebiedsontwikkelingen vorm te geven. • het college van burgemeester en wethouders, − Het college bepaalt met dit beleidskaderd de normen voor gebiedsontwikkeling. Ook schrijft het college een voorstel aan de raad. • de ambtelijke organisatie
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
4
−
De ambtelijke organisatie adviseert aan het college en raad welk niveau van duurzaamheidsambities we willen of haalbaar is bij gebiedsontwikkeling. − De ambtelijke organisatie voert het beleid uit ontwikkelaars en woningbouwstichting van projecten in Brummen − Ontwikkelaars en woningbouwstichting weten in een vroege fase wat ze moeten doen op duurzaamheidsthema’s.
•
2.2
omgevingsvisie/omgevingsplan
Een gebiedsontwikkeling heeft invloed op een groter gebied dan alleen de getrokken grens om het ontwikkelgebied. De ontwikkeling is daarmee onderdeel van een groter geheel. En dit beleidskader is een onderdeel van een breder proces binnen de gemeente. Om de afbakening van een gebiedsontwikkeling begrijpelijk te maken schetsen wij hier kort de bredere gebiedssamenhang. 2.2.1 Omgevingsvisie Op 1 januari 2024 werd de Omgevingswet geldig. Veel gemeenten stellen als eerste een Omgevingsvisie op, als het uitvoeren van deze wet. Ook Brummen werkt nu de (beleidsneutrale) versie uit 2021 bij. (zie kader). Dit beleidskader biedt één van de sturingsmogelijkheden die invulling geven aan het uitvoeren van de omgevingsvisie. Brummen wil de grote woningbouwopgave mogelijk maken. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van de Wet Voorkeursrecht (Wvg). Hiermee neemt de gemeente een optie op een aantal plaatsen waar in de toekomst mogelijk woningbouw plaats vindt.
De huidige Omgevingsvisie Brummen (2021) verwoordt de doelstellingen en ambities van de gemeente Brummen ten aanzien van de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is de omgeving waarin we wonen, werken en onze vrije tijd doorbrengen. De visie beschrijft hoe we onze gemeente verder willen ontwikkelen en welke strategische keuzes daarbij horen. De omgevingsvisie geeft ondernemers, bewoners, organisaties en de gemeenteraad houvast voor toekomstige ontwikkelingen in Brummen.
2.2.2 Omgevingsplan Om woningbouw in de toekomst mogelijk te maken, moet de gemeente vaak eerst de bestemming wijzigen. Hiervoor stelt de gemeente een nieuw omgevingsplan2 op. De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast. In dit Omgevingsplan staat hoe de gemeente zo’n gebied wil ontwikkelen en beschermen. Dit stelt ook de voorwaarden voor een duurzame gebiedsontwikkeling.
2.3
Achtergrond en doorlopen proces
Dit beleid is gemaakt in nauwe samenwerking met stakeholders. Geraadpleegde ontwikkelaars gaven aan dit beleid haalbaar te vinden. Het onderwerp duurzaamheid en de vijf thema’s die in dit beleidskader belangrijk zijn, zijn geen statische begrippen. Het advies is om ook elke 5 jaar het beleidskader aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen. Bij een positief besluit van raad over dit beleid schrijft de gemeente vervolgens een toetsingskader voor gebiedsontwikkeling. Het college van Burgemeester en Wethouders stellen dit toetsingskader vast. Per gebied wordt dat toetsingskader gebruikt om duurzame ontwikkeling vorm te geven. In bijlage 2 staat het proces en achtergrond uitgebreid uitgelegd. In Bijlage 3 staat een overzicht van de betrokken mensen bij het beleidskader van dit beleidskader. Maar ook de beleidsstukken die de gemeente opzocht.
2
Een omgevingsplan is onder de Omgevingswet de nieuwe benaming voor een bestemmingsplan.
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
5
3 Structuur beleidskader Duurzaam Ontwikkelen kan een heel breed begrip zijn. Het woord ‘duurzaam’ is een containerbegrip waar vaak veel zaken onder vallen. Voorbeelden zijn energie, klimaat, (binnen)comfort, water, circulariteit, CO2, ecologie, luchtkwaliteit, biodiversiteit enzovoort. Daarnaast is ‘ontwikkelen’ een ingewikkeld proces. In dit proces moeten en kunnen we veel keuzes maken. Keuzes om te ontwikkelen gebieden wel of niet duurzaam te maken. In dit beleidskader brengen we structuur aan en geven we richting aan duurzaam bouwen. We werken met vijf duurzaamheidsthema’s en drie ambitieniveaus. Belangrijk bij gebiedsontwikkeling is de verbinding tussen de woning en de leefomgeving. We willen dat nieuwbouwontwikkelingen aansluiten bij de openbare leefruimte en de mensen die wonen in buurt van het gebied. De gemeente is eigenaar van de openbare leefruimte. Participatie is belangrijk om om steun te krijgen bij mensen in de buurt van de gebiedsontwikkeling. Steun voor het inrichten van de openbare leefruimte. In dit deel gaan we in op het gebied waar woningen worden gebouwd (3.1). Daarna de vijf duurzaamheidsthema’s (3.2). Dan op de drie ambitieniveaus (1.1) en als laatste op de structuur van dit schrijven (3.4).
3.1
Reikwijdte gebied
Dit beleidskader bepaalt per te ontwikkelen gebied hoe hoog de gemeente de lat voor duurzaamheid ligt. De uitwerking vindt plaats in het toetsingskader. Dit beleidskader gaat niet over de vraag in welk gebied de gemeente woningen bouwt. Binnen de omgeving van de gemeente Brummen vindt gebiedsontwikkeling plaats. Binnen het te ontwikkelen gebied liggen bouwkavels. De bouwkavel kan bestaan uit een of meerdere woningen. In een bouwkavel kunnen ook gebouwen staan met een andere bestemming. voor deze gebouwen geldt dit beleidskader ook. Dit beleidskader geldt voor een gebiedsontwikkeling en de bouwkavel. Figuur 1 geeft dit weer. Voor de woningen kan een norm staan voor bijvoorbeeld het aantal vierkante meters groen en de hoeveelheid aan te planten bomen. Dit groen en bomen wordt toegepast binnen de gebiedsontwikkeling. Voor sommige thema’s in dit beleidskader zoals ecologie is er een relatie met de omgeving. De gebiedsontwikkeling moet aansluiten op de omgeving van het te ontwikkelen gebied. Figuur 1 Schematische weergave gebiedsontwikkeling.
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
Er is bijvoorbeeld geen grens aan de vliegroute van een vleermuis of
6
een gierzwaluw. Daarnaast gaat ook de afvoer van regenwater verder dan de grens van een gebiedsontwikkeling. De gemeente werkt dit in het toetsingskader verder uit.
3.2
Duurzaamheidsthema’s
In dit beleidskader staan vijf thema’s: • energie en binnenklimaat • klimaatadaptatie • groen en ecologie • circulariteit • mobiliteit
Energie en binnenklimaat De gebouwde omgeving is een grote energiegebruiker, maar ook een mogelijke energieproducent. Het algemeen uitgangspunt is om het gebruik van energie zoveel mogelijk kleiner te maken. Maar ook de overgebleven energievraag zo veel mogelijk duurzaam in te vullen. Normen voor het energieverbruik staan in het bouwbesluit en isolatiewaardes bepalen deze ook. Het stellen van eisen aan het binnenklimaat van een woning houdt hiermee verband. Als eerste omdat het bouwbesluit hier ook normen voor stelt. Als tweede omdat het voor elkaar krijgen van een comfortabel binnenklimaat vaak een energievraag kent. Daarom zijn energie en binnenklimaat samen als één thema aangeduid. Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie gaat over het (kunnen) omgaan met klimaatverandering op de korte en lange termijn. Een gebiedsontwikkeling heeft voor altijd invloed op de ruimte. Daarom is het klimaatadaptief ontwikkelen belangrijk om in de toekomst kosten (bijvoorbeeld door schade) te voorkomen. Juist bij nieuwe gebiedsontwikkelingen kan en moet de gemeente rekening houden met (toekomstige) klimaatverandering. Maar ook het aanpassen van het gebied aan te verwachten ontwikkelingen. De gedachte is dat wij vaker geconfronteerd worden met extreme weersomstandigheden. Voorbeelden zijn overvloedige neerslag en langere droogteperiodes met hogere temperaturen.
Klimaatadaptief ontwikkelen is het ontwikkelen van een gebied dat goed kan tegen wateroverlast, droogte, hitte en overstroming3. Groen en ecologie De aanwezigheid van groen en contact met de natuur draagt bij aan de positieve beleving van een gebied. Het heeft een positief effect op vitaliteit. Vitaliteit van mens en dier. Groen en natuur zorgt bijvoorbeeld voor minder stress. Ook draagt het bij aan creatief zijn en het moedigt ontmoetingen tussen mensen aan. Het woord ‘ecologie’ is sterk verbonden met groen en natuur. De aanwezigheid van natuur is een randvoorwaarde voor gezonde ecologie in een gebied. Ecologie hangt ook samen met biodiversiteit, en dat staat onder druk in Nederland. In nieuwe gebiedsontwikkelingen is aandacht hiervoor niet alleen nuttig, maar zelfs noodzakelijk. Met dit thema geven we in dit beleidskader aandacht aan het versterken van groen en ecologische waarden. Maar ook in de relatie met de omgeving van het gebied.
3
Deze zaken dienen in eerste instantie voorkomen te worden door de juiste keuze voor gebiedsontwikkelingen. Als voorbeeld: geen woningen bouwen in overstromingsgevoelige gebieden.
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
7
Circulariteit Er is veel winst te halen in de gebouwde omgeving. Winst over circulariteit door het gebruiken van circulaire materialen. Circulair bouwen betekent het ontwikkelen, gebruiken en opnieuw gebruiken van gebouwen, gebieden en infrastructuur4. Het doel is natuurlijke hulpbronnen niet onnodig uit te putten. Maar ook de leefomgeving niet vies te maken en ecosystemen niet aan te tasten. We kijken voor dit thema naar de regels die we kunnen stelen aan de gebruikte materialen. En of deze komen uit hernieuwbare (biobased) of niet hernieuwbare bron. Het nog een keer gebruiken van materialen is ook een onderdeel dat meeweegt in dit thema. Mobiliteit Een transitie naar andere vormen van mobiliteit is nodig. Hiermee maken we de invloed op het leefmilieu en het klimaat kleiner. Ontwikkelingen kunnen mobility-as-a-service, mobiliteitshubs en elektrisch vervoer zijn. Deze ontwikkelingen vragen om een andere manier van denken bij de inrichting van gebieden. Dit thema is onderdeel van de gebiedsontwikkeling. Er voor zorgen dat duurzame mobiliteit een compleet onderdeel is van het ontwikkelproces. Bij mobiliteit kijken we in dit beleidskader naar het ontwikkelen van voorzieningen bij de nieuwbouw. Een paar voorbeelden zijn elektrische laadinfrastructuur, aanmoedigen van langzaam verkeer en andere mobiliteitsvoorzieningen.
Mobiliteit bevat ook elementen die verder gaan dan het te ontwikkelende gebied. Over deze gebied overstijgende elementen heeft de ontwikkelende partij geen invloed.
4 Bron DGBC
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
8
3.3
Ambitieniveaus
We onderscheiden drie ambitieniveaus. Voor iedere thema geeft dit beleidskader de gemeente de mogelijkheid om het ambitieniveau nader in te vullen. Elke te ontwikkelen woningbouwlocatie is anders. Het ambitieniveau kan daarom voor iedere gebiedsontwikkeling verschillen. De gemeente bepaalt voor elk gebied welk ambitieniveau voor duurzaamheid5 wenselijk en haalbaar is. Hiervoor wordt aan de Raad een voorstel gelegd. Dit kader bepaalt dit voorstel en hoe dit thema te toetsen. In beleidsstukken en uitvoeringsprogramma’s staan normen voor duurzaam bouwen. Die normen staan ook in dit kader. Belangen die wel gaan over gebiedsontwikkeling, maar buiten dit kader vallen staan hier niet in. Dit zijn bijvoorbeeld het energienet of het openbaar vervoer. In dit beleidskader staan de drie ambitieniveaus die we gebruiken. In hoofdstukken 4, 5 en 6 werken we ambitieniveaus voor iedere thema uit. De niveaus staan hieronder in Figuur 2 in een schema als een piramide.
3 WILLEN
2
KUNNEN
1
MOETEN Figuur 2 Ambitieniveaus
Niveau 1 De wetgeving, provinciaal- en het gemeentelijke beleid dat er nu is bepaalt het onderste niveau. Dat is de verplichte basis waarom de gemeente l toetst. Er is veel wetgeving die richting geeft aan duurzame gebiedsontwikkeling en duurzaam bouwen. Een bekend landelijk voorbeeld daarvan is het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL, eerder Bouwbesluit). Het BBL heeft voorschriften voor veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid van gebouwen, de energiezuinigheid daarvan en het milieu. Een plaatselijk voorbeeld van gemeentelijke beleid is de ‘Routekaart versnelling woningbouw’. De routekaart geeft richting aan de realisatie van de goede woningen voor de juiste doelgroepen. Niveau 2 Het middelste niveau bepaalt wat er bovenop de wettelijke basis in de markt nog (allemaal) kan. Dit noemen we de ‘need-to-haves’. Hieronder scharen we zaken die voor de gemeente Brummen heel belangrijk zijn. Zaken die zo belangrijk zijn dat dit in de basis onderdeel moet uitmaken van een
5
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
9
gebiedsontwikkeling. Een voorbeeld kan zijn, dat je opschrijft dat er voor elke (openbare) parkeerplek in een nieuw gebied een laadpaal beschikbaar moet zijn. Niveau 3 Tot slot het hoogste niveau. Wij noemen dat de ‘nice-to-haves’. Dat zijn zaken die technisch misschien wel kunnen, maar echt extra moeite vragen. Bijvoorbeeld omdat ze nog vernieuwend zijn. Daarom moet voor het toetsen van dit ambitieniveau veel uitgezocht worden. Dan gaat het om zaken die je echt moet willen om ze haalbaar te maken, ook als gemeente. En dit kan dus ook moeite vragen van de gemeente. Een voorbeeld hiervan is dat je afspreekt dat het isoleren van alle woningen gebeurt met biobased materiaal. Biobased materialen geteeld en gemaakt in de directe en of regionale omgeving.
3.4
Structuur beleidskader
De thema’s en de niveaus van dit beleidskader vormen de structuur. In Figuur 3 Structuur beleidskader staat dit in een schema. Het bepalen van de ambitie bij elk thema vult dit schema in. Daarmee leggen we de voorwaarden voor een specifieke gebiedsontwikkeling vast. Dit is omschreven in het proces in bijlage 2.
Figuur 3 Structuur beleidskader
Dit kader wordt daarmee één van de onderdelen van een marktuitvraag. Hiermee nodigen we ontwikkelende partijen uit. Het is dan aan de ontwikkelaars om in te schrijven op een gebiedsontwikkeling. En daarmee laten zij zien, hoe zij deze kunnen uitvoeren binnen de gestelde normen. De gemeente gunt de ontwikkeling van een gebied aan de ontwikkelaar die hier het beste aan voldoet. Een marktuitvraag is niet van toepassing als de woningbouwstichting de enige ontwikkelende partij is. Wel zullen we in samenwerking bepalen welke normen er gelden. In de volgende hoofdstukken staan de mogelijkheden uitgelegd bij elk thema en ambitieniveau. In bijlage 4 staat hoe het gebruik en de invulling van dit kader eruit kan zien. De gemeente Brummen streeft er naar om niveau twee zoveel mogelijk toe te passen en minimaal 1 thema uit niveau drie toe te passen. Uitwerking vindt plaats in het toetsinkader.
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
10
4 Normen Niveau 1 Dit hoofdstuk beschrijft de wettelijke normen en het gemeentelijke beleid bij de vijf duurzaamheidsthema’s. Veel wet- en regelgeving die de wettelijke normen bepalen voor deze thema’s staan nu in de omgevingswet6. Daarmee bepaalt de Omgevingswet de ondergrens. Dus dit is niveau een voor veel duurzaamheidsthema’s. Om compleet te zijn noemen we nog de specifieke wetgeving die er voor januari 2024 was.
4.1
Energie en binnenklimaat
De bouw van nieuwe woningen voldoet aan dat wat in de wet staat. Dit geldt ook voor duurzame nieuwbouw. De wettelijke uitgangspunten zijn het gebruiken van: • Besluit Bouwwerken Leefomgeving (voorheen Bouwbesluit 20127)(4.1.1) • BENG-normen (4.1.2) • Wijziging in de Gaswet8 (4.1.3) • Omgevingswet 4.1.1 Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) In het BBL staan regels voor veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. Een bouwwerk moet altijd voldoen aan die regels. 4.1.2 BENG-normen BENG betekent Bijna Energie Neutraal Gebouw. Na 1 januari 2021 moeten woningen voldoen aan de BENG-eisen. De BENG-eisen bepalen de minimumeisen voor energiegebruik voor de nieuwbouw. We stellen eisen aan het energieverbruik als ook aan het binnenklimaat van gebouwen. 4.1.3 Gaswet Volgens landelijk beleid moeten de nieuw te bouwen woningen in Brummen minimaal aardgasvrij zijn. Dit staat in de aanpassing van de Gaswet.
4.2
Klimaatadaptatie
Landelijke wetgeving die direct normen stelt die vooral gaat over klimaatbestendig ontwerpen is nog in ontwikkeling. Voor de (wettelijke) uitgangspunten wijzen we naar: • Waterwet9 (4.2.1) • Gemeentelijk programma Water en Riolering (4.2.2)
6
De Omgevingswet is een Nederlandse wet die een verregaande vereenvoudiging van het stelsel van wetgeving voor de ontwikkeling en het beheer van de leefomgeving (omgevingsrecht) beoogt, door tientallen wetten en honderden regels te bundelen in één nieuwe wet. De wet betekent een aanzienlijke inhoudelijke reductie van regels op het terrein van water, lucht, bodem, natuur, infrastructuur, gebouwen en cultureel erfgoed. De wet is op 1 januari 2024 in werking getreden (bron: Wikipedia). 7
Bouwbesluit 2012; https://rijksoverheid.bouwbesluit.com/Inhoud/docs/wet/bb2012
8
Gaswet; https://wetten.overheid.nl/BWBR0011440/2018-07-28
9
Waterwet; https://wetten.overheid.nl/BWBR0025458/2021-07-01
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
11
4.2.1 Waterwet
De Waterwet regelt in hoofdzaak het beheer van watersystemen. De wet richt zich op het voorkomen van minder overstromingen, wateroverlast en schaarste van water. Maar ook het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van water. De waterwet regelt ook het voorkomen van vervuiling van watersystemen door maatschappelijke functies. 4.2.2 Gemeentelijk programma Water en Riolering.
Het gemeentelijke programma Water en Riolering beschrijft de doelen en ambities voor de gemeentelijke zorgplichten. Dit programma legt de verbinding met klimaatadaptatie voor wateroverlast en droogte.
4.3
Groen en ecologie
Veel groen en water dragen bij aan een gezond en toekomstbestendig Brummen. Voor de (wettelijke) uitgangspunten van dit duurzaamheidsthema verwijzen we naar: • Wet natuurbescherming10 (4.3.1) • Programma groen, gemeente Brummen (2023)(4.3.2) 4.3.1
Wet natuurbescherming
De Wet Natuurbescherming stelt onder andere regels voor het versterken van biodiversiteit. De nieuw te ontwikkelen gebouwde omgeving van Brummen verdient een passende integratie in de bestaande omgeving. 4.3.2 Programma Groen De gemeente stelde het programma Groen vast in 2023. Het programma Groen bepaalt de gemeentelijke kaders voor onder andere het versterken van de biodiversiteit. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen kijkt de gemeente naar de mogelijkheid voor het versterken van de biodiversiteit. De ambitie bij bouwprojecten is om meer te kijken naar de kansen voor het beschermen van de natuur. Maar ook de kansen voor de ontwikkeling van de natuur in het te ontwikkelen gebied.
4.4
Circulariteit
Het beleid Duurzaam Ontwikkelen gaat over nieuwbouw. Dit betekent veel materiaal toevoegen aan de gebouwde omgeving van Brummen. Gebouwen zijn bij uitstek objecten waar veel winst te halen valt voor circulariteit. Hieronder valt ook het gebruiken van biobased en dus hernieuwbare grondstoffen uit (bouw)materialen. Voor de wettelijke uitgangspunten verwijzen we naar: • Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) (4.4.1) 4.4.1 De Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) De MPG bepaalt wat de milieubelasting van de materialen is. Het gaat om toegepaste materialen in een gebouw. Dit is een verplichte norm bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning. Het halen van deze wettelijke norm is als eerste mogelijk door het toepassen van gebruikte of biobased materialen. Als tweede mogelijk in het ontwerp rekening houden met het opnieuw gebruiken van het gebouw. Dit noemen we losmaakbaarheid (Bijlage 1). Het gemeentehuis van Brummen is hierbij een inspirerend voorbeeld.
10
Wet natuurbescherming; https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
12
4.5
Mobiliteit
Meer woningen betekent ook meer vervoersbewegingen. Ook de mobiliteit aan verandering onderhevig. Mobiliteit gaat sterk elektrificeren. Bij de ontwikkeling van nieuwbouw moeten we de mobiliteitsvoorziening zo inrichten dat er een laadinfrastructuur mogelijk is. Maar ook dat het mogelijk is om te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer te verplaatsen. Het gaat ook om het aanmoedigen van experimenten met nieuwe mobiliteitsconcepten. Hiervoor is nu geen landelijke wetgeving beschikbaar. Landelijk mobiliteitsbeleid stuurt vooral op het aanmoedigen van het gebruik van elektrische auto’s en gebruik van openbaar vervoer. Voor de (wettelijke) uitgangspunten verwijzen we naar: • besluit Bouwwerken Leefomgeving (4.5.1) • mobiliteitsvisie (in 2024 vast te stellen) (4.5.2) 4.5.1 Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) Een wettelijk uitgangspunt dat te maken heeft met mobiliteit staat in het BBL. Daarin staan eisen voor de minimale oppervlakte van een berging voor het parkeren van bijvoorbeeld fietsen. 4.5.2 Mobiliteitsvisie 2050 De gemeente stelt zelf een nieuwe mobiliteitsvisie op. In deze visie wil de gemeente inzetten op meer duurzame vervoersbewegingen. Het versterken van fietsen en lopen. De gemeente stelt die visie in 2024 vast. De regels daarin bepalen ook de regels op dit thema.
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
13
5 Mogelijkheden niveau 2 Dit hoofdstuk beschrijft wat de gemeente zou kunnen wensen. Dit zijn mogelijkheden op niveau twee. Toekomstbestendige gebiedsontwikkeling betekent nu slim investeren om toekomstige kosten te vermijden.
5.1
Energie en binnenklimaat
De gemeente kan het energieverbruik van nieuwbouw omlaag brengen. Mogelijkheden die voor het thema Energie en binnenklimaat passen bij dit ambitieniveau zijn: • energieneutraal bouwen (technisch mogelijk) (5.1.1) • zongericht verkavelen (gemeentelijke sturing) (5.1.2). • aansluiten op (toekomstig) warmtenet (5.1.3) 5.1.1 Energieneutraal De gemeente heeft als doel klimaatneutraal in 2050. Een eerste stap in deze ambitie kan energieneutraal bouwen zijn. Dit is dus een kleine (technische) stap verder dan Bijna Energie Neutraal (BENG). Naar verwachting scherpt het rijk de BENG-normen in de toekomst verder aan. Technisch is er al heel veel mogelijk. Het uitgangspunt is het maximaal zelf opwekken van energie dat haalbaar is. Maar ook het zo weinig mogelijk gebruik van energie. 5.1.2 Zongericht verkavelen Hierbij gaat het om de ligging of oriëntatie van de woning. De oriëntatie kan veel invloed hebben op het energieverbruik van woningen. Dit noemen we ‘zongericht verkavelen’11. Dit staat in het Stedenbouwkundig plan, en die taak ligt bij de gemeente. Daarmee heeft Brummen een instrument in handen om energieneutraal bouwen haalbaar te maken. De technische uitwerking kan de ontwikkelaar dan meenemen als opdracht. Dit is één voorbeeld om het energieverbruik kleiner te maken en energieneutraal bouwen haalbaar te maken. 5.1.3 Aansluiten op warmtenet Nieuwbouw is altijd aardgasvrij.
Bij de keuze voor de warmtevoorziening is het belangrijk om rekening te houden met de mogelijkheden in het gebied. Een voorbeeld is het aansluiten op een bestaand warmtenet in de directe omgeving. Maar ook het aansluiten op een aan te leggen warmtenet. In Brummen geldt dit nu voor de gebouwde omgeving in Eerbeek. Bij ontwikkelingen in de kern van Brummen moet de gemeente rekening houden met aansluiten op een warmtenet. Dit kan in de toekomst de voorkeur hebben.
5.2
Klimaatadaptatie
Klimaatverandering gaat samen met langere periodes van droogte en met heel veel extra neerslag in kortere tijd. Mogelijkheden die voor het thema Klimaatadaptatie passen bij dit ambitieniveau zijn: • toekomstgericht en klimaat robuust watersysteem, volgens het Programma Water en Riolering (5.2.1) • toepassing Landelijke maatlat voor groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving (5.2.2) • acties uit de Strategie & Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie 2023-2027 W(5.2.3) 11
Zongericht verkavelen is het zodanig inrichten van een gebied dat zoveel mogelijk zonlicht op minimaal één van de gevels valt, waardoor passieve zonne-energie optimaal benut wordt.
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
14
•
Samenwerking Water Oost Veluwe (5.2.4)
5.2.1 Toekomstgericht en klimaat robuust watersysteem, Om klimaatadaptatie onderdeel te maken van het ontwerpproces van nieuwbouw streeft de gemeente naar een toekomstbestendig watersysteem. Uitgangspunt is het maken van een (toekomstbestendig) watersysteem met waterbergingscapaciteit bij nieuwbouw. De beschrijving staat in het Toetsingskader. In de gemeente is een Programma Water en Riolering 2023-2027 aanwezig. Dit programma besteedt bijzonder aandacht aan een toekomstgericht en klimaat robuust watersysteem. Het beschrijft doelen en ambities over afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. Het programma legt de verbinding met klimaatadaptatie over wateroverlast en droogte (landelijke maatlat). 5.2.2 Landelijke maatlat De eisen voor gebiedsontwikkeling sluiten aan bij bekend gemaakte beleidsstukken. Bijvoorbeeld de ‘Landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’. Deze maatlat heeft nu nog een karakter zonder gevolgen. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport onderzoekt de inbedding van deze maatlat. Het gaat hierbij om juridische bescherming. Dit wordt vastgelegd in wetgeving en de kans is groot dat het wordt samengevoegd in de Omgevingswet. De gemeente moet voorkomen dat er bodemdaling ontstaat en de kwaliteit van het water niet slechter wordt. En hittestress in bestaand stedelijk gebied terugdringen .
Onderdelen hiervan kunnen zijn: zo waterzuinig mogelijk bouwen en de goede voorzieningen en infrastructuur uitvoeren in de woningen. Bijvoorbeeld door het maken van een grijs-watersysteem. Of zorgen voor voldoende schaduw door het planten van bomen. Dit staat in het programma Groen. 5.2.3 Strategie & Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie 2023-2027 In deze strategie staan acties voor de volgende jaren. Hiermee werkt de gemeente aan de uitvoeringsagenda voor klimaatadaptatie. Deze acties zijn goed te vertalen naar dit ambitieniveau en hiervoor als kader mee te geven. 5.2.4 Samenwerking Water Oost Veluwe
De Samenwerking Water Oost Veluwe (SWOV) werkregio maakte afspraken over klimaatadaptatie. De gemeenten die hier aan meedoen onderschrijven de waarde van de afspraken zoals die in Utrecht en ZuidHolland zijn gemaakt. De wens is dat ook de provincie Gelderland afspraken maakt met ontwikkelaars, aannemers en gemeenten. De geschreven kaders voor klimaatadaptatie moeten alvast aansluiten op deze afspraak binnen de SWOV.
5.3
Groen en ecologie
Natuurinclusief bouwen is in deze tijd een gewoon uitgangspunt. Bij natuurinclusief bouwen worden gebieden en bouwwerken zo ingericht dat ze bijdragen aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden. Dit is haalbaar en goed te in te passen in de ontwerpfase. Mogelijkheden die voor het thema Groen en ecologie passen bij dit ambitieniveau zijn: • meten ecologische waarde met Basiskwaliteit Natuur (5.3.1) • toetsing aan normen uit Programma Groen (5.3.2) • biomorfologische kaart (5.3.3) • soort managementplan (5.3.4) • GBDA en landschapsbiografie (5.3.5
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
15
5.3.1 Meten ecologische waarde met Basiskwaliteit Natuur De gemeente kan een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving ontwikkelen. Dan is het logisch dat de natuur een volledige plaats krijgt bij het ontwerpen en inrichten van een gebied. Het bewaren van, en aansluiten op de bestaande ecologische waarden in het gebied is een uitgangspunt. Dit wordt bijvoorbeeld meetbaar met de Basiskwaliteit Natuur. Dit geeft aan of een afgesproken plaats voldoet aan de goede voorwaarden voor natuur. Agrarisch als ook stedelijk. Dit om algemene, wijdverspreide wilde planten en dieren een geschikt leefgebied te bieden. Er zijn mogelijkheden om in bouwkavels maatregelen te nemen. Bijvoorbeeld door het gebruiken van groene daken en gevels. Maar ook door maatregelen te nemen voor insecten, nestgelegenheid voor vleermuizen of vogels. Ook voldoende groen, en de goede soort groen, draagt hieraan bij. Dit mogelijk integraal oppakken met klimaatadaptieve maatregelen zoals met de aanleg van wadi’s. Het zijn vaak beperkte meer investeringen bij de bouw, maar onbetaalbaar voor het bewaren van soortendiversiteit. 5.3.2 Programma groen De gemeente kan op deze manier de groene en landelijke identiteit benadrukken. In het Programma Groen staat bijvoorbeeld het streven om te zorgen voor 75 m2 groen per woning.
Maar ook het uitzicht hebben op 3 bomen en maximaal 300 meter afstand tot groter recreatief groen. 5.3.3 Biomorfologische kaart De gemeente verleende opdracht voor het opstellen van een biomorfologische kaart. In 2025 stelt de gemeente deze kaart vast. 5.3.4 Soortmanagementplan (SMP) In het SMP staat de natuurwaarde die aanwezig is in Brummen. Ook staan in het SMP adviezen voor een betere kwaliteit van de natuur te bereiken. Bij gebiedsontwikkeling gebruikt de gemeente het SMP om de natuurwaarde in beeld te brengen. Het in beeld brengen van natuurwaarde voor het te ontwikkelen gebied en omgeving. En daarna maatregelen te nemen in het te ontwikkelen gebied om de natuurwaarde te beschermen of te verbeteren. 5.3.5 Groen-blauwe dooradering en Landschapsbiografie
Het Doel van Groen-blauwe dooradering is minimaal 10% groenblauwe dooradering in Nederland. Dit begrip wordt gebruikt bij het opstellen van natuurbeleid. Het begrip speelt ook een rol bij de Kwaliteitsimpuls gebouwde omgeving. GBDA richt zich op de inrichting van het landschap. De inrichting gaat uit van de min of meer natuurlijke elementen natuur (groen) en water (blauw). Voor de realisatie van de doelstellingen van het GBDA is een beoordelingskader opgesteld. Het beoordelingskader biedt handelingsperspectief aan gemeenten en initiatiefnemers in het landelijke gebied. Het geeft inzicht in welk type initiatieven in welke landschapstypen bij kunnen dragen de doelstellingen van het GBDA. Hierin is ook aandacht voor het stimuleren soorten of soortgroepen. Maar ook het benodigde beheer daarvan.
5.4
Circulariteit
Mogelijkheden die voor het thema Circulariteit passen bij dit ambitieniveau zijn: • verlaagde MPG-norm voorschrijven (5.4.1) • materialenpaspoort voorschrijven (5.4.2)
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
16
5.4.1 MPG-norm Om minder nieuwe grondstoffen toe te passen in nieuwbouw, kan de gemeente als uitgangspunt een verbeterde MPG-norm gebruiken. De gemeente vraagt extra inzet om biobased materialen toe te passen. In de praktijk blijkt, dat het halen van de MPG-norm (0,8) niet heel moeilijk hoeft te zijn. Dit geldt voor de meeste gevallen. Het rijk verlaagt in de toekomst de MPG12. Een verlaging om circulariteit in bouwprojecten aan te moedigen of af te dwingen. Dat betekent dat de gemeente als het kan een lagere MPG-norm opgeeft. Hoe lager de norm is hoe beter de prestatie is. 5.4.2 Materialenpaspoort Toegevoegde nieuwbouw aan de gebouwde omgeving van Brummen is de grondstoffenbank voor de toekomst. De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld met het gemeentehuis. Het neerzetten van een materialenpaspoort en de registratie daarvan in het Madaster draagt daar aan bij. De gemeente kan ook kiezen voor een vergelijkbaar registratiesysteem. Het gaat om een in verhouding makkelijk uitgangspunt. Het registratie systeem wordt in de ontwerpfase gebruikt en heeft geen kosten voor het uitvoeren.
5.5
Mobiliteit
Een mogelijkheid die voor het thema Mobiliteit past bij dit ambitieniveau is: • uitwerken van een duurzaam mobiliteitsplan 5.5.1 Duurzaam mobiliteitsplan Het uitwerken van een locatie specifiek duurzaam mobiliteitsplan is een goed uitgangspunt. Dit draagt bij aan duurzame mobiliteitstransitie én zorgt voor voldoende ruimte voor parkeren. De initiatiefnemer stelt het mobiliteitsplan op. In het mobiliteitsplan staan bijvoorbeeld zoveel mogelijk laadpalen voor elektrische (deel)auto’s. Maar ook goede fietsontsluiting samen met het dicht bij aanwezig zijn van het openbaar vervoer enzovoort. Bij het ontwikkelen van nieuwbouw staat fietsen en verplaatsingen te voet voorop.
Demissionair minister Hugo de Jonge heeft in oktober ’23 in een kamerbrief aangekondigd dat hij voornemens is om de MPGnorm per 1 januari 2025 aan te scherpen van 0,8 (nu) naar 0,5. Zijn doel daarmee is om biobased bouwen verder te stimuleren. Biobased materialen hebben over het algemeen namelijk een lagere MPG-score. 12
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
17
6 Wat zijn aanvullende wensen? Dit hoofdstuk beschrijft wat de gemeente zou willen. Het gaat om aanvullende wensen bij duurzaam ontwikkelen. Dit is meest de vergaande vorm. Deze vorm vraagt soms om lastige keuzes. Om extra ambities aan te moedigen, kan de gemeente bijvoorbeeld zelf er alvast iets aan doen. De gemeente kan rekening houden met de grondprijs. De grondprijs bijvoorbeeld ‘uitruilen’ voor hogere duurzaamheidsambities.
6.1
Energie en binnenklimaat
De overtreffende trap van energieneutraal bouwen is het bouwen van nieuwbouw die energie levert. Dit is een hoger doel en een uitgangspunt in deze categorie. Mogelijkheden die voor het thema energie en binnenklimaat passen bij dit ambitieniveau zijn:
• • •
energie leverende gebouwen of gebieden gebruik van een smart grid extra eisen binnenklimaat voor specifieke doelgroep
6.1.1 Energieleverende nieuwbouw De Nieuwbouw heeft een eigen voorzieningen voor de opslag van energie. Dat kan binnen het gebouw (accu) en de bouwkavel (buurtaccu) zijn. Dit kan ook voor het hele gebied zijn. We verwachten dat hier subsidies voor komen. Daarmee is dit een uitgangspunt dat de moeite waard kan zijn om te onderzoeken. 6.1.2 Smart grid Een smart grid is een slim energienet. Dit netwerk stemt de vraag en aanbod van energie slim op elkaar af om kosten te besparen. Een smart grid zorgt voor het zo goed mogelijk regelen van aanbod en vraag naar elektriciteit. Een smart grid is verbonden met een slim meet- en regelsysteem. Een voorbeeld uit de praktijk is load balancing. Dit kan gebruikt worden in flats met veel laadpalen in de parkeerkelder. De woningen in de flat hebben op een bepaalde tijd een hoge vraag naar elektriciteit. Bijvoorbeeld wanneer iedereen kookt. Op dat moment wordt het vermogen van gebruikte laadpalen automatisch kleiner door een slim computerprogramma. 6.1.3 Extra eisen binnenklimaat De gemeente stuurt op het bouwen van woningen voor ouderen. Dan kan het goed zijn om extra eisen te stellen aan de temperatuur in de woningen. In de BENG-eisen staat bijvoorbeeld een norm die grenzen stelt aan de oververhitting van gebouwen. Het voorkomen van een te warme temperatuur in de woning in de zomermaanden.
Er zijn technische maatregelen in de woning te nemen die een te warme temperatuur voorkomt. Bijzonder voor seniorenwoningen kan de gemeente afspraken maken met een ontwikkelaar. Afspraken om een norm te gebruiken die strenger is dan de BENG-eis.
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
18
6.2
Klimaatadaptatie
De gemeente kan extra wensen stellen voor klimaatadaptatie. Het aanpassen van het te ontwikkelen gebied of bouwperceel aan het veranderen van het klimaat. Mogelijkheden die voor het thema Klimaatadaptatie passen bij dit ambitieniveau komen uit: • toekomstgericht en klimaat robuust watersysteem, volgens Programma Water en Riolering • gebruik van Landelijke maatlat voor groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving • acties uit de Strategie & Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie 2023-2027 6.2.1 Ambities uit het Programma Riolering en Water Ambities die een stap verder gaan zijn: − Iedere perceeleigenaar is zich bewust van de eigen zorg voor het omgaan met regen. Regen die op het eigen terrein valt (bv. bouwkavel). De eigenaar en of bewoner is verantwoordelijk voor het groen en ecologisch inrichten van de tuin. − Bij het gebruik en het inrichten van de openbare en privé ruimte houden we rekening met klimaatverandering. Hoewel we last van klimaatverandering in de toekomst soms vaker moeten accepteren. We willen schade en gewond raken minimaliseren. − De verschillende functies voor de openbare ruimte zijn geen hindernis voor elkaar. 6.2.2 Strategie & Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie: Ambities die een stap verder gaan zijn: − Wij pakken opdrachten aan die wij lokaal kunnen veranderen. Ook in de regio werken we samen om een aantal taken uit te voeren.
Deze staan in het regionaal adaptatieplan. − We gebruiken het inrichten van de openbare ruimte als hulpmiddel. We willen hiermee de biodiversiteit groter maken, hittestress kleiner maken en piekbuien opvangen. − Bij gebruik en het inrichten van de openbare- en private ruimte houden we rekening met klimaatverandering.
6.3
Groen en ecologie
Een uitgangspunt kan zijn dat bij de ontwikkeling van de nieuwbouw de kwaliteit van het landschap verbetert. Mogelijkheden die voor het thema Groen en ecologie passen bij dit ambitieniveau zijn: • Sturen op ontwikkeling (en verbetering) landschap met de inzet van de Groene Baten Planner • (Streef)soortenlijst flora en fauna opstellen en hiermee puntenscore hanteren als toetsingsmethodiek 6.3.1 Groene Batenplanner Om het landschap te verbeteren gebruikt de gemeente bijvoorbeeld de Groene Batenplanner. Het RIVM ontwikkelde de Groene Baten Planner. Dit rekeninstrument kan beslissingen over vergroening uitleggen. Het rekenmodel berekent de gevolgen van ingrepen in de openbare ruimte op het ‘natuurlijk kapitaal‘. Hiermee helpt het instrument beleidsmakers. Het instrument helpt bij het maken van keuzes bij stedelijke ontwikkeling. De gemeente geeft aan een ontwikkelaar de opdracht om een afgesproken score te halen. De score berekent de gemeente met de Groene Baten Planner. 6.3.2 (Streef)soortenlijst flora en fauna Een andere aanpak is om zelf voorwaarden op te stellen. Voorwaarde om groen- en ecologische waarden sterker te maken. De gemeente stelt een lijst op van flora en fauna die de gemeente ziet als streefsoorten. De gemeente kan die lijst ook gebruiken om natuur inclusieve maatregelen te maken. Het is mogelijk om bij elk soort of maatregel een puntensystematiek uit te werken.
De gemeente kan het puntensystematiek als toetsingsmethodiek gebruiken. In het uitvoeringsprogramma staan hiervoor keuzes.
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
19
6.4
Circulariteit
Een uitgangspunt kan bij de ontwikkeling van nieuwbouw het zuiniger en slimmer omgaan met materialen en grondstoffen zijn. De mogelijkheden die voor het thema Circulariteit past bij dit ambitieniveau is: • sturen op het toepassen van lokaal en/of regionaal gemaakte biobased materialen 6.4.1 Biobased materialen De ambitie van de gemeente is dat er bij duurzame nieuwbouw kansen zijn voor lokale en of regionale boeren. Dit is daarmee een punt dat Brummen belangrijk vindt. De regionale samenwerking Boeren voor Biobased Bouwen13 denkt na over het lokaal telen van gewassen. Gewassen die de regio gebruikt als biobased materiaal in (nieuw)bouw. Dit is een mogelijkheid om te kiezen voor het bepalen van de ambitie op dit thema.
6.5
Mobiliteit
Bij het inrichten van nieuwe gebieden kan de gemeenten voetgangers en langzaam verkeer als uitgangspunt nemen. Ook is het goed om in te spelen op (toekomstige) mogelijkheden voor mobiliteit. Vooral elektrificatie en steunen in de voortbeweging (elektrische fietsen enzovoort) zijn standaard oplossingen. Deze oplossingen maken het verplaatsen met andere hulpmiddelen dan een auto over grotere afstanden haalbaar. De mogelijkheden die voor het thema Mobiliteit past bij dit ambitieniveau is: • Ontwikkelaars uitdagen om met een mobiliteitsconcept te komen. 6.5.1 Mobiliteitsconcept De ontwikkelaar kan in gebiedsontwikkelingen gebruik maken van dit concept. Dit kan door bijvoorbeeld fietssnelwegen aan te leggen. Dit moet natuurlijk wel ontwikkeld (kunnen) worden. Ook moet dit aansluiten op de (directe) omgeving van het te ontwikkelen gebieden. De gemeente kan als uitgangspunt voor dit niveau mobiliteitsconcepten uitproberen. De gemeente daagt ontwikkelaars uit om met een geschikte proef te komen voor een mobiliteitsconcept. Bijvoorbeeld voor de aanleg van fietspaden. De ontwikkelaar heeft hierbij ook oog voor de bestaande omgeving.
13
Home - Samen Biobased Bouwen
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
20
Bijlage 1 - begrippen Gebiedsontwikkeling Dit is een term die vooral de ruimtelijke ordening gebruikt. Het gaat om de ontwikkeling van een aangewezen gebied en al haar onderdelen. Het is een vorm van publiek-private samenwerking. Een samenwerking die stuurt op het op één lijn brengen van verschillende belangen. Een gebiedsontwikkeling kenmerkt zich door een combinatie van verschillende functies, zoals wonen, bedrijven, detailhandel, groen, recreatie en infrastructuur. Duurzaam ontwikkelen Deze stuurt op een gebiedsontwikkeling die het volgende maakt: • energie efficiënte gebouwen met een comfortabel en gezond binnenklimaat. • een klimaat adaptief gebied. • voldoende groen en dat ecologisch past in het landschap. • het terugdringen van materiaalgebruik en de keuze voor materialen die circulair, duurzaam, minder milieubelastend en recyclebaar zijn. • een inrichting die denkt aan toekomstbestendige en duurzame mobiliteitsvoorzieningen. Basiskwaliteit Natuur BKN richt zich op de algemene soorten in landschappen buiten natuurgebieden, met name het halfnatuurlijke en antropogene landschap, inclusief stedelijk gebied. BKN is een concept en kan de basis vormen voor een instrument dat ons kan helpen om robuuste toekomstige landschappen te bouwen. BKN is niet bedoeld als een instrument om het verleden terug te brengen.
Het is bedoeld als een integrale benadering van landschapskwaliteit voor het milieu, de inrichting en het beheer en gebruik. Bouwkavel Dit is een stuk grond (kavel). Een stuk grond waarop je volgens het omgevingsplan (eerder bestemmingsplan), woningen of bedrijfspanden mag bouwen. Meestal gaat het om kavels met een duidelijk afgezette grens. Een grens die verkocht worden aan eigenaren of ontwikkelaars. Die willen daarop één of meer woningen of bedrijfspanden bouwen. Losmaakbaarheid14 De mate waarin objecten demonteerbaar zijn op alle schaalniveaus binnen werken en gebouwen, zodat het object de functie kan behouden en hoogwaardig hergebruik realiseerbaar is. Madaster Madaster is het kadaster voor materialen en producten. In Madaster wordt data vastgelegd over alle materialen en producten die verwerkt zijn in een object, zoals een brug of gebouw. Door ieder onderdeel te registreren, wordt inzicht verkregen in o.a. de losmaakbaarheid, embodied carbon en toxiciteit van materialen en producten. Ook kan bepaald worden of materialen en producten hergebruikt kunnen worden. Want door circulair te bouwen verminderen we drastisch de hoeveelheid afval, reduceren we CO2-uitstoot en zorgen we beter voor onze planeet.
14 https://www.pianoo.nl/sites/default/files/media/documents/2019-08/Handreiking-Losmaakbaarheid-V6-
juli2019.pdf
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
21
Mobility-as-a-service Dit is een type service dat gebruikt maakt een gezamenlijk digitaal kanaal. Dit kanaal is in staat om meerdere soorten mobiliteitsservices te plannen, te boeken en te betalen. Het concept beschrijft een verschuiving naar mobiliteit die wordt aangeboden als een dienst. Mobiliteitshups Dit is een fysieke plaats. Hier ontmoeten verschillende vormen van vervoer elkaar. Deze verzameling van verschillende vormen van vervoer op één herkenbare locatie maakt het onderling verbinden. Daarnaast zijn er bij voorkeur ook andere diensten aanwezig. Ontwikkelaar Dit is een private partij, of een grote groep van particulieren. De private partij is een ontwikkelaar met een doel op het maken van winst. Een andere private partij is bijvoorbeeld een woningcorporatie zoals Veluwonen. Bij de private partij spreken we van Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. Omgevingsvisie Een goede omgevingsvisie heeft een gebiedsgerichte inhoudelijke mening op de fysieke leefomgeving en op de integratie van beleidsdoelen. Ook staan in een omgevingsvisie uitspraken over de rol die de gemeente voor zichzelf en anderen ziet. Een rol over de doelen en waarden van de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan bepaalt uiteindelijk de manier van reguleren. Zonder begrip op de rol en uitvoering is de betekenis van een visie niet groot.
Bij uitvoering gaat het om regels van de overheid en financiële middelen. Maar ook om andere sturingsmogelijkheden. Soortmangementplan In het soortmanagementplan (SMP) staat hoe het in stand houden van soorten wordt beschermd. Beschermen door op tijd maatregelen te nemen in het voordeel van deze soorten. Voor het schrijven van het SMP is een uitgebreid veldonderzoek en bronnenonderzoek nodig. Het plan wil ruimte maken voor ontwikkelingen zoals nieuwbouw. Het SMP is vooral toe te passen bij (ver-)bouwprojecten. Projecten waarbij het doden en verwonden van beschermde soorten en het wegnemen van hun verblijfplaatsen verboden is. Biomorfologische kaart De biomorfologische kaart is een hulpmiddel dat je kunt zien. Deze kaart brengt de stand van de natuur in beeld die er nu is waarmee de kosten laag zijn. De kaart beschrijft de soorten die in een gebied voorkomen. De kaart beschrijft ook de kansen en bedreiging van soorten, Hiervoor maken we een indeling in deelgebieden. Van elk deelgebied beschrijven we bij soortgroep de waarden die er zijn in dat gebied. We doen dat zo dat ook inwoners een goed beeld krijgen. Een beeld van de soorten die er zijn in hun directe omgeving waarin ze leven. In de gemeente Brummen zijn er 22 gebieden. Elk gebied komen speciale planten en diersoorten voor.
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
22
Bijlage 2 - Achtergrond en proces
DWA stelde dit beleidskader op. Gemaakt in nauwe samenwerking met ambtenaren, wethouders en geschikte stakeholders van de gemeente Brummen. Voor het schrijven zijn gesprekken gevoerd met een breed spectrum aan interne en externe stakeholders. Dit waren eerst één-op-één gesprekken. Door deze gesprekken kregen we een goed beeld van de ambities, geschikte thema’s en aanpalende beleidsstukken. De input is daarna samen gevoegd in een kort en bondige samenvatting en aan alle stakeholders gestuurd. De samenvatting was de basis voor de Nota van Uitgangspunten (NvU). Met een aantal stakeholders is de NVU samen besproken en aangescherpt. Dit aangescherpte NvU leidde tot een concept beleidskader. Een ambtelijke werkgroep en andere stakeholders bespraken dit concept. Het idee was om met een ontwikkelaars in gesprek te gaan over het concept beleidskader. In plaats daarvan zijn twee interviews gehouden met partijen die gespecialiseerd zijn in duurzame (hout)bouw. Waaronder een interview met een ontwikkelaar. Hierin hebben deze partijen bevestigd dat duurzame bouwmethodiek kan concurreren met de reguliere bouw. Na hun bevestiging is gestart met het definitief maken van het beleidskader. En daarna het aanbieden aan het College aangeboden aan de Raad. In is het proces hieronder geschetst. In Bijlage 3 - staat een overzicht van de betrokken partijen bij het opstellen van dit beleidskader.
Maar ook de geraadpleegde beleidsstukken.
Input opgehaald stakeholders
Nota van Uitgangspunten
• Inventariserende gesprekken samengevat • Nota van uitgangspunten opgesteld
• Verdiepings sessie met stakeholders • Besproken met wethouder • informatiesessie Raad
Concept Beleidskader • Bespeking met stakeholders • 'Botsproef' met ontwikkelaars
Beleidskader • Vaststelling door Raad in 2024
Figuur 4 Proces opstellen beleidskader
Actualisatie Het onderwerp duurzaamheid en de vijf thema’s die in dit beleidskader leidend zijn, zijn geen statische begrippen. Er vinden steeds ontwikkeling plaats. zowel in inzichten als in mogelijkheden en in wetgeving. Zo heeft het thema circulair materiaalgebruik zich redelijk kortgeleden pas genesteld in de standaard voorwaarden voor duurzaam bouwen. De MPG is een verhoudingsgewijs nieuwe rekenmethodiek binnen duurzaam bouwen. Daarom is dit beleidskader ook geen statisch document. Het is noodzakelijk om regelmatig te toetsen of dit beleidskader nog voldoet aan begrippen van dit moment. Dit geld ook voor het erbij horende uitvoeringskader. Gebiedsontwikkelingen hebben over het algemeen een doorlooptijd van minimaal 5 jaar. Het advies is om ook elke 5 jaar het beleidskader te werken.
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
23
Vervolg: Opstellen Toetsingskader
De gemeenteraad stelt als eerste dit beleidskader vast. Daarna volgt het schrijven van een toetsingskader. In dit kader moeten we helder opschrijven welke ambities we hebben en monitoren. Maar eerst in de Omgevingsvisie opschrijven wat de gemeente probeert te halen. Het gaat om een gebiedsgerichte inhoudelijke visie op de fysieke leefomgeving. Hierin is integratie van beleidsdoelen een onderdeel, waaronder de duurzaamheidsdoelstellingen. Eerst moet de gemeente voor zichzelf en anderen opschrijven welke rol zij heeft. Een rol voor de ambities en waarden van de fysieke leefomgeving. Daarna de mogelijkheid voor het ontwikkelen van een toetsingskader. Bij de start van een gebiedsontwikkeling wordt een brede afweging gemaakt van noodzakelijke elementen. Het aantal woningen, en de doelgroep waarvoor ontwikkeld wordt, is daarin leidend. Met die input, en de locatie waar de ontwikkeling plaatsvindt, wordt het duurzaamheidskader ingevuld.
Beleidskader gemeente Brummen | 20945-738056
24
Bijlage 3 - Stakeholders en documenten
3.1
Stakeholders
Er zijn gesprekken gevoerd met de volgende partijen: •
Ambtelijk: − Water en Klimaat − Duurzaamheid − Planeconomie − Sociaal Domein − Gebiedsontwikkeling − Volkshuisvesting − Openbare Ruimte − Verkeer − Natuur en Landschap − Ruimtelijke Ordening − Fysieke Leefomgeving
•
Bestuurlijk: − wethouder Ruimtelijke ordening, Duurzaamheid & Klimaat, Biodiversiteit − wethouder Wonen − wethouder Grondexploitaties en Openbare Ruimte − voormalig wethouder Gebiedsgericht werken
•
Raadsleden − Er zijn twee kennissessies georganiseerd voor de raad o Op 15 september 2023 in een beeldvormende sessie tijdens de bestuursdag van de raad o Op 23 november 2023 tijdens een kennissessie in de bibliotheek van Brummen