CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(123.6) Bijlagen bij toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Bestemmingplan Energietransitie Servicestation en appartementencomplex23.771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dit betekent dat zich geen kwetsbare objecten mogen bevinden binnen de PR 10-6 contour en dat zich binnen deze contour in principe geen beperkt kwetsbare objecten mogen bevinden. In tabel 1 is een overzicht opgenomen van de termen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten, zoals deze in het Bevi zijn gedefinieerd.

18 juni 2019

QRA

BG7281IBRP001F01

2

Projectgerelateerd

Tabel 1: Definities beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten, conform Bevi Beperkt kwetsbaar object a

Verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare; Dienst- en bedrijfswoningen van derden.

b

Kantoorgebouwen, voor zover zij niet onder kwetsbaar object (onderdeel c) vallen.

c

Hotels en restaurants, voor zover zij niet onder kwetsbaar object (onderdeel c) vallen.

d

Winkels, voor zover zij niet onder kwetsbaar object (onderdeel c) vallen.

e

Sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen.

f

Kampeerterreinen en andere kavels bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder kwetsbaar object (onderdeel d) vallen.

g

Bedrijfsgebouwen, voor zover zij niet onder kwetsbaar object (onderdeel c) vallen.

h

Objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn.

i

Objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.

Kwetsbaar object a

Woningen, woonschepen en woonwagens niet zijnde woningen als bedoeld in beperkt kwetsbaar object (onderdeel a).

b

Gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; scholen; gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen.

c

Gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals: kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m2 per object; complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1.000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m2 per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd.

d

Kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen.

2.2.3 Groepsrisico Het GR geeft de kans aan dat tenminste een bepaald aantal mensen door enig ongewoon voorval bij een bepaalde activiteit dodelijk wordt getroffen. Het GR wordt grafisch weergegeven als zogenaamde FNcurve, waarmee de kans (F) wordt uitgezet tegen het mogelijk aantal doden (N) en is afhankelijk van de bevolkingsdichtheid in de omgeving van de inrichting. In het Bevi [1] is de buitenwettelijke oriëntatiewaarde opgenomen dat een incident met 10 of meer doden slechts met een kans van één op de honderdduizend per jaar mag voorkomen (10-5), terwijl een ongeval met 100 of meer doden slechts met een kans van één op de tien miljoen jaar (10-7) mag voorkomen. De buitenwettelijk vastgestelde waarde voor het GR is dus een oriëntatiewaarde en dient als een ijkpunt bij de wettelijke verantwoordingsplicht groepsrisico. Hierbij maakt het bevoegd gezag een afweging met betrekking tot de aanvaardbaarheid van de risico’s. Bij deze afweging worden behalve de hoogte van het groepsrisico, ook de zelfredzaamheid van de aanwezige personen in de nabije omgeving, de bestrijdbaarheid van een incident, mogelijk te treffen (aanvullende) bron- en overige maatregelen en mogelijke alternatieven betrokken.

18 juni 2019

QRA

BG7281IBRP001F01

3

Projectgerelateerd

3

Procesbeschrijving

Met behulp van aardgas wordt waterstof bij hoge temperatuur geproduceerd op de locatie. Aardgas wordt aangeleverd per buisleiding en heeft een druk tot 11 bar(gauge, hierna afgekort tot barg). Het geproduceerde waterstof heeft een druk tot 7 barg en wordt gereinigd en gecomprimeerd tot circa 300 barg. Het gecomprimeerde waterstof wordt verder gecomprimeerd om gereed te maken voor het tanken van personenauto’s en vrachtwagens. Het processchema is overgenomen uit het memorandum risico- en effectafstanden waterstoftankstations van het RIVM [1].

De bijbehorende legenda is onderstaand opgenomen. Hierbij wordt opgemerkt dat niet alle in de legenda opgenomen items in bovenstaand processchema aanwezig zijn. Ook de purifier is in het lagedruk gedeelte opgenomen en maakt dus onderdeel uit van de lokale productie.

Conform de beschrijving behorend bij het processchema in [1] is rekening gehouden met aflevering (tanken) op 440 barg (vrachtwagens) of 950 barg (personenauto’s). Er zijn dus twee tussenopslagen aanwezig. In deze risicoanalyse is tevens rekening gehouden met aanlevering van waterstof via tubetrailers om te kunnen anticiperen op het uit bedrijf zijn van de lokale productie in verband met bijvoorbeeld onderhoud. Deze aflevering geschiedt naar een extra opslag waarbij waterstof op circa 80 barg wordt opgeslagen met een inhoud tot 400 kg. Er wordt uitgegaan van het tanken van 5 vrachtwagens en 20 personenauto’s per dag. Per vrachtwagen wordt 20 kg getankt, voor een personenauto is dit 5 kg. Totaal is de doorzet dus 200 kg waterstof per dag.

18 juni 2019

QRA

BG7281IBRP001F01

4

Projectgerelateerd

4

Faalscenario’s met bijbehorende frequenties

De faalscenario’s zijn gebaseerd op het document ‘risico- en effectafstanden waterstoftankstations’ [1]. De bijbehorende rekenfiles zijn opgevraagd bij het RIVM en ontvangen op 17 mei 2019. De scenario’s zijn gebaseerd op de verwachte doorzetten als opgegeven door de Groene IJsselvallei BV. In deze risicoanalyse is uitgegaan van een sluitertijd van de veiligheidskleppen van 5 seconde met een betrouwbaarheid van 99%. Aan deze scenario’s is de tussenopslag van waterstof toegevoegd. Voor deze tussenopslag is uitgegaan van een gelijke scenario’s en inhoud als de ‘standaard’ tussenopslag van 440 barg. De druk van de tussenopslag in het Hy.gen systeem is circa 300 barg. Er wordt rekening gehouden met een downtime van circa 5% van de lokale productie in verband met onderhoud. Om deze downtime te kunnen ondervangen is in deze studie uitgegaan van 25% (extra) aanlevering van waterstof met tubetrailers. Dit is een conservatieve aanname omdat er met dit uitgangspunt dus meer wordt aangeleverd dan er daadwerkelijk wordt afgeleverd. De productie van waterstof gebeurt op relatief lage druk (<11 barg). De aansluitingen in het proces zijn maximaal 25 mm. Gezien de kleine effectafstanden van deze installaties (<10 meter) is de lokale productie en de lagedruk compressor niet beschouwd in deze risicoanalyse. De faalscenario’s zijn weergegeven in onderstaande tabel: Scenario

basis faal frequentie

eenheid

correctie

Opslag Hy.gen 300 bar instantaan

5.00E-07

1/jaar

Opslag Hy.gen 300 bar 10 min

5.00E-07

Opslag Hy.gen 300 bar lek

1.00E-05

ESD

faalfrequentie

bronterm

1

5.00E-07

40 kg

1/jaar

1

5.00E-07

40 kg

1/jaar

1

1.00E-05

40 kg

scenario's ESD 5 sec slaagkans 0.99 tabel 4 locale productie Leidingwerk 300 bar breuk – ESD slaagt

1.00E-06

*m/jaar

15 meter

0.99

1.49E-05

2,4 kg

Leidingwerk 300 bar breuk – ESD faalt

1.00E-06

*m/jaar

15 meter

0.01

1.50E-07

40 kg

Leidingwerk 300 bar lek

5.00E-06

*m/jaar

15 meter

1

7.50E-05

40 kg

Compressor breuk toevoerleiding – ESD slaagt

1.00E-04

1/jaar

0.417 1

0.99

4.13E-05

2,4 kg

Compressor breuk toevoerleiding – ESD faalt

1.00E-04

1/jaar

0.417

0.01

4.17E-07

40 kg

Compressor lek toevoerleiding

4.40E-03

1/jaar

0.417

1

1.83E-03

40 kg

5.00E-07

40 kg

scenario's gemeenschappelijk tabel 7 ESD 5 sec slaagkans 0.99 tussenopslag 440 bar instantaan

1

5.00E-07

1/jaar

1

10 uur per dag in gebruik

18 juni 2019

QRA

BG7281IBRP001F01

5

Projectgerelateerd

Scenario

basis faal frequentie

eenheid

correctie

Tussenop-slag 440 bar 10 min

5.00E-07

1/jaar

Tussenop-slag 440 bar lek

1.00E-05

tussenopslag 950 bar instantaan

ESD

faalfrequentie

bronterm

1

5.00E-07

40 kg

1/jaar

1

1.00E-05

40 kg

5.00E-07

1/jaar

1

5.00E-07

20 kg

Tussenopslag 950 bar 10 min

5.00E-07

1/jaar

1

5.00E-07

20 kg

Tussenopslag 950 bar lek

1.00E-05

1/jaar

1

1.00E-05

20 kg

Leidingwerk 440 bar breuk ESD slaagt

1.00E-06

*m/jaar

15 meter

0.99

1.49E-05

3,4 kg

Leidingwerk 440 bar breuk ESD faalt

1.00E-06

*m/jaar

15 meter

0.01

1.50E-07

40 kg

Leidingwerk 440 bar lek

5.00E-06

*m/jaar

15 meter

1

7.50E-05

40 kg

Leidingwerk 950 bar breuk ESD slaagt

1.00E-06

*m/jaar

15 meter

0.99

1.49E-05

6,635 kg

Leidingwerk 950 bar breuk ESD faalt

1.00E-06

*m/jaar

15 meter

0.01

1.50E-07

20 kg

Leidingwerk 950 bar lek

5.00E-06

*m/jaar

15 meter

1

7.50E-05

20 kg

Afleverzuil 440 bar slangbreuk - ESD slaagt

4.00E-07

1/uur

334.8 2

0.99

1.33E-04

0,915 kg

Afleverzuil 440 bar slangbreuk - ESD faalt

4.00E-07

1/uur

334.8

0.01

1.34E-06

40 kg

Afleverzuil 440 bar slanglek

4.00E-05

1/uur

334.8

1

1.34E-02

40 kg

Afleverzuil 950 bar slangbreuk - ESD slaagt

4.00E-07

1/uur

365.25 3

0.99

1.45E-04

1,718 kg

Afleverzuil 950 bar slangbreuk - ESD faalt

4.00E-07

1/uur

365.25

0.01

1.46E-06

20 kg

Afleverzuil 950 bar slanglek

4.00E-05

1/uur

365.25

1

1.46E-02

20 kg

scenario's ESD 5 sec slaagkans 0.99 tabel 5 aanlevering via tube- of cilindertrailer Tubetrailer instantaan

5.00E-07

1/jaar

121.75 4

6.95E-09

83,33 kg

Tubetrailer grootste aansluiting

5.00E-07

1/jaar

121.75

6.95E-09

83,33 kg

Losslang breuk – ESD slaagt

4.00E-07

1/uur

91.3

0.99

3.62E-05

0,405 kg

Losslang breuk – ESD faalt

4.00E-07

1/uur

91.3

0.01

3.65E-07

83,33 kg

Losslang lek

4.00E-05

1/uur

91.3

3.65E-03

83,33 kg

Vuurbal tubetrailer brand tijdens verlading

5.80E-10

1/uur

91.3

5.30E-08

83,33 kg

Vuurbal tubetrailer brand in omgeving

4.00E-08

1/uur

121.75

4.87E-06

83,33 kg

2

Er is aangenomen 100 kg naar vrachtwagens per dag met 20 kg per vrachtwagen en 11 minuten per tankbeurt Er is aangenomen 100 kg naar personenauto’s per dag met 5 kg per auto met 3 minuten per tankbeurt 4 Een tubetrailer doet 1,5 uur over het verladen van 300 kg en is 2 uur aanwezig bij een doorzet van 200 kg per dag (waarvan 25% door tubetrailers): 200/300*2*365,25*25%= 121,75 uur per jaar aanwezig en 91,3 uur per jaar aan het verladen. 3

18 juni 2019

QRA

BG7281IBRP001F01

6

Projectgerelateerd

Scenario

basis faal frequentie

eenheid

correctie

Vuurbal tubetrailer externe beschadiging

9.60E-10

1/uur

Opslag 80 bar instantaan

5.00E-07

Opslag 80 bar 10 min Opslag 80 bar lek

18 juni 2019

QRA

ESD

faalfrequentie

bronterm

121.75

1.17E-07

83,33 kg

1/jaar

1

5.00E-07

400 kg

5.00E-07

1/jaar

1

5.00E-07

400 kg

1.00E-05

1/jaar

1

1.00E-05

400 kg

BG7281IBRP001F01

7

Projectgerelateerd

5

Uitgangspunten risicomodellering

De berekeningen zijn uitgevoerd met het rekenpakket Safeti-NL [4]. Dit is een rekenpakket voor het berekenen van de externe veiligheidsrisico’s van inrichtingen en vastgelegd in het Revi [3] voor het opstellen van QRA’s in Nederland. Aan de hand van invoergegevens, zoals de hoeveelheid gevaarlijke stof, de procescondities en scenario’s, berekent Safeti-NL de externe veiligheidsrisico’s. Het resultaat van een berekening bestaat uit PR-contouren en de FN-curve. Conform de rekenmethodiek van RIVM [1] is voor waterstof alleen directe ontsteking gemodelleerd. Voor de risicoberekeningen is gebruik gemaakt van het dichtstbijzijnde weerstation ‘Deelen’. Conform de HRB [5] dienen eventuele domino-effecten te worden beschouwd en worden meegenomen in de risicoanalyse indien deze een relevante bijdrage kunnen hebben aan de frequentie van het falen van installaties. In de directe omgeving zijn geen risico verhogende objecten (als bijv. windturbines) geïdentificeerd die kunnen leiden tot het bezwijken van installaties. Zogenaamde domino-effecten zijn daarom in deze studie niet beschouwd.

18 juni 2019

QRA

BG7281IBRP001F01

8

Projectgerelateerd

6

Resultaten

6.1

Plaatsgebonden risico

De plaatsgebonden risicocontouren van de voorgenomen situatie zijn weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 2. Plaatsgebonden risicocontouren waterstoftankstation Kwazenboschweg

De plaatsgebonden risicocontour ligt tot circa 30 meter over de inrichtingsgrens. Binnen de plaatsgebonden risicocontour 10-6/jaar bevinden zich geen kwetsbare objecten. Op de beoogde locatie geldt het bestemmingsplan ‘bestemmingsplan Buitengebied 2008’ (NL.IMRO.02130000BPBG700000VA01-). Binnen de 10-6/jaar contour is de bestemming ‘agrarisch’ en ‘verkeer’. Het bestemmingsplan laat hier dus geen nieuwe kwetsbare objecten toe. Het plaatsgebonden legt hiermee geen beperkingen op. Het plaatsgebonden risico ter hoogte van de PR 10-6/jaar wordt voor 75% bepaald door een vuurbal als gevolg van brand in de omgeving (effectafstand 32 meter), voor 11% door de kans op het catastrofaal

18 juni 2019

QRA

BG7281IBRP001F01

9

Projectgerelateerd

falen van de 80 barg opslag (effectafstand 53 meter) en voor 10% door de kans op een lekkage van de tussenopslag van 950 barg (effectafstand 42 meter).

6.2

Groepsrisico

Het groepsrisico wordt berekend op basis van de faalscenario’s en het aantal aanwezige personen in de directe omgeving. Het gebied tot waar personen dodelijk getroffen kunnen worden heet het zogenaamde invloedsgebied en is weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 3. Invloedsgebied waterstoftankstation Kwazenboschweg

Binnen het invloedsgebied bevinden zich geen objecten waar zich structureel personen bevinden. Op basis van het bestemmingsplan (verkeer en agrarisch) zijn deze objecten ook niet te verwachten. Er kan daarom geen groepsrisico worden berekend. Het groepsrisico ligt dus ruim onder de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico.

18 juni 2019

QRA

BG7281IBRP001F01

10

Projectgerelateerd

7

Conclusies

Opslag en verlading van waterstof brengt risico’s met zich mee voor de omgeving. Waterstoftankstations vallen (nog) niet onder de werkingssfeer van het Bevi. Er gelden daarom vanuit de huidige wet- en regelgeving nog geen regels met betrekking tot risico’s van dergelijke tankstations voor de omgeving. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt voor waterstoftankstations het Bevi als toetsingskader gehanteerd. Plaatsgebonden risico De plaatsgebonden risicocontour ligt tot circa 30 meter over de inrichtingsgrens. Binnen de plaatsgebonden risicocontour 10-6/jaar bevinden zich geen kwetsbare objecten. Op de beoogde locatie geldt het bestemmingsplan ‘bestemmingsplan Buitengebied 2008’ (NL.IMRO.02130000BPBG700000VA01-). Binnen de 10-6/jaar contour is de bestemming ‘agrarisch’ en ‘verkeer’. Het bestemmingsplan laat hier dus geen nieuwe kwetsbare objecten toe. Het plaatsgebonden risico legt hiermee geen beperkingen op. Groepsrisico Binnen het invloedsgebied bevinden zich geen (geprojecteerde) objecten waar zich structureel personen bevinden. Er kan daarom geen groepsrisico worden berekend. Het groepsrisico ligt dus ruim onder de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico. Op basis van goede ruimtelijke ordening wordt aangeraden het groepsrisico te verantwoorden (artikel 13 van het Bevi). Deze verantwoording is een taak van het bevoegd gezag.

18 juni 2019

QRA

BG7281IBRP001F01

11

Projectgerelateerd

8

Referenties

[1] [2]

Risico- en effectafstanden waterstoftankstations, RIVM, 3 oktober 2016. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), laatste wijziging in werking getreden op 1 januari 2016. Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi), laatste wijziging in werking getreden op 29 juni 2016. Rekenpakket Safeti-NL, DNVGL, versie 6.54. Handleiding Risicoberekeningen Bevi (HRB), RIVM, versie 3.3, 1 juli 2015.

[3] [4] [5]

18 juni 2019

QRA

BG7281IBRP001F01

12

With its headquarters in Amersfoort, The Netherlands, Royal HaskoningDHV is an independent, international project management, engineering and consultancy service provider. Ranking globally in the top 10 of independently owned, nonlisted companies and top 40 overall, the Company’s 6,000 staff provide services across the world from more than 100 offices in over 35 countries.

Our connections Innovation is a collaborative process, which is why Royal HaskoningDHV works in association with clients, project partners, universities, government agencies, NGOs and many other organisations to develop and introduce new ways of living and working to enhance society together, now and in the future.

Memberships Royal HaskoningDHV is a member of the recognised engineering and environmental bodies in those countries where it has a permanent office base. All Royal HaskoningDHV consultants, architects and engineers are members of their individual branch organisations in their various countries.

Integrity Royal HaskoningDHV is the first and only engineering consultancy with ETHIC Intelligence anti-corruption certificate since 2010.

royalhaskoningdhv.com

Verantwoording groepsrisico N348

HaskoningDHV Nederland B.V. Industry & Buildings

Notitie Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie:

Gert Olbertijn Roel Schaap 10 december 2019 Merle de Lange BG7281NT001F01 Projectgerelateerd

Onderwerp:

Mogelijkheden rampenbestrijding en zelfredzaamheid Kwazenboschweg Brummen

Aanleiding In Brummen wordt aan de Kwazenboschweg bij de rotonde met de N348 een nieuw tankstation met een mogelijkheid voor het tanken van waterstof en een oplaadmogelijkheid voor elektrische auto’s gerealiseerd. Aan Royal HaskoningDHV is gevraagd om een notitie op te stellen als toelichting bij het bestemmingsplan voor de externe veiligheid. Dit naar aanleiding van de kwantitatieve risicoanalyse 1 waarin getoetst is aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Deze notitie beschrijft de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid voor het opslaan en verladen van waterstof ten behoeve van de verantwoording groepsrisico. Als onderdeel van de verantwoording groepsrisico is het bevoegd gezag wettelijk verplicht om advies te vragen aan de veiligheidsregio bij het opzetten van een bestemmingsplan.

Wet- en regelgeving Opslag en verlading van waterstof brengt risico’s met zich mee voor de omgeving. Waterstoftankstations vallen (nog) niet onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)2. Vanuit de huidige wet- en regelgeving gelden daarom nog geen regels met betrekking tot risico’s van dergelijke tankstations voor de omgeving. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt voor waterstoftankstations het Bevi als toetsingskader gehanteerd. In het Bevi is een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico opgenomen. In een verantwoording groepsrisico maakt het bevoegd gezag een afweging met betrekking tot de aanvaardbaarheid van de externe veiligheidsrisico’s. Naast het Bevi is aangesloten bij het beleid voor de ‘Circulaire effectafstanden voor LPG- tankstations’3. In dit beleid zijn effectafstanden opgenomen tot (beperkt) kwetsbare objecten.

Methodiek en uitgangspunten Een waterstoftankstation brengt externe veiligheidsrisico’s met zich mee voor de omgeving en de aanwezigen op de locatie. In deze notitie is met behulp van het scenarioboek externe veiligheid het maatgevende scenario en de bijbehorende mogelijkheden voor rampenbestrijding, zelfredzaamheid en te nemen voorzieningen geïnventariseerd. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders (B&W) heeft de Veiligheidsregio Noord- en Oost- Gelderland een advies4 opgesteld zoals bedoeld in artikel 12 van het Bevi. De veiligheidsregio 1 2

3

4

Royal HaskoningDHV, 2019: Kwantitatieve risicoanalyse waterstoftankstation Kwazenboschweg 18 juni 2019. Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer (Besluit externe veiligheid inrichtingen), Stb. 2004, 250, in werking getreden op 8 oktober 2004. Laatste wijziging op 18 september 2015 Circulaire effectafstanden externe veiligheid, Staatscourant 2016, nummer 31453. Gepubliceerd op 28 juni 2016 Veiligheidsregio Noord- Oost- Gelderland, 2019; RB/ROI050/TH/HS/*tankstationbrummen, 19 augustus 2019

10 december 2019

BG7281NT001F01

1/5

vindt het plaatsen van een tankstation met waterstof en oplaadpunten voor elektrische auto’s passend binnen de wetgeving en op de gekozen locatie. De veiligheidsregio beschrijft de te nemen voorzieningen en maatregelen voor het verladen van waterstof. In deze notitie is aangegeven hoe de maatregelen uit het advies van de veiligheidsregio worden geborgd. Voor de borging van de maatregelen in het bestemmingsplan is er in deze notitie vanuit gegaan dat de laadpalen voor elektrische voertuigen voldoen aan de geldende normen en richtlijnen waaronder: explosieveiligheid, brandbestrijding en veiligheidsafstanden. Hiervoor staan in het advies van de veiligheidsregio geen verdere maatregelen genoemd.

Maatgevende scenario’s Het scenarioboek externe veiligheid5 geeft inzicht in scenario’s en de incidenten die zich kunnen voordoen bij een tankstation met waterstof. Volgens het scenarioboek is het maatgevende scenario voor een waterstoftankstation een fakkelbrand: Algemene beschrijving: Een fakkelbrand wordt veroorzaakt doordat tijdens het laden en lossen de vulslang afbreekt van een cilinderpakket. Hierdoor stroomt waterstof uit en ontsteekt direct. Er ontstaat een fakkel die blijft branden tot de bufferopslag leeg is. Effecten: De vlam van een waterstof fakkelbrand is onzichtbaar maar geeft wel hittestraling. Dit effect kan slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken.

Afbeelding 1: Fakkelbrand waterstoftankstation5

5

Scenarioboek externe veiligheid, 2019; https://www.scenarioboekev.nl/ geraadpleegd op 27 november 2019. Het scenarioboek is opgesteld door verschillende veiligheidsregio’s in samenwerking met TNO en Gexcon.

10 december 2019

BG7281NT001F01

2/5

Mogelijkheden rampenbestrijding Hulpverleners richten zich op: ◼

Redden en verlenen van eerste hulp aan slachtoffers;

◼

Bepalen van het bron- en effectgebied;

◼

De situatie stabiliseren door middel van het afschermen van de omgeving en uitbreiding voorkomen;

◼

Ontstane branden in de omgeving blussen;

◼

Veiligstellen van het bron- en effectgebied.

Randvoorwaarden: ◼

Repressieve voorbereiding op een fakkelbrand;

◼

Beschikbaar zijn van een warmtebeeld camera om de vlam te kunnen detecteren;

◼

Middelen om de hulpdiensten te alarmeren zoals een dekkend mobiel telefoonnetwerk of eigen netwerk van de vervoerder/tankstation;

◼

Opkomsttijd van de brandweer;

◼

Bereikbaarheid over twee verschillende routes vanuit tegengestelde windstreken;

◼

Openbare bluswatervoorzieningen primair en secundair;

◼

Dekkend systeem om aanwezigen in het effectgebied te waarschuwen.

Mogelijkheden zelfredzaamheid Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk voor de zelfredzaamheid: ◼

Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren);

◼

Als er schuilmogelijkheden zijn, is dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief;

◼

Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnen blijven en schuilen (sluiten van binnendeuren vertraagt de uitbreiding van een eventuele brand);

◼

Als secundaire branden optreden, is het handelingsperspectief vluchten aan de schaduwzijde van het gebouw ten opzichte van de fakkelbrand (extra beschermende kleding beperkt de blootstelling).

Voorzieningen ◼

Bluswatervoorziening;

◼

Handelingsperspectief opstellen voor medewerkers en bezoekers;

◼

Gebruik maken van tube of cilindertrailer voor tijdelijke aanvoer waterstofgas gedurende onderhoud.

10 december 2019

BG7281NT001F01

3/5

Borgen van maatregelen en voorzieningen. Het college van B&W van de gemeente Brummen heeft het advies van de veiligheidsregio overgenomen om het groepsrisico veroorzaakt door het waterstoftankstation te verantwoorden. Hierna zijn de betreffende maatregelen en voorzieningen beschreven alsmede de wijze waarop deze geborgd worden: ◼

Het benodigde waterstofgas dient op locatie geproduceerd te worden: 

Hierbij wordt uitgegaan van het verbruik van 200 kg waterstofgas per dag. Dit verbruik wordt geborgd middels de vergunning.

◼

Externe aanlevering is alleen toegestaan doormiddel van een tube- of cilindertrailer (wanneer lokale productie niet beschikbaar is in verband met bijvoorbeeld onderhoud). Dit wordt geborgd middels de vergunning.

◼

Aansluiten op de effectafstanden uit de ‘circulaire effectafstanden LPG-tankstations’. De verlading moet hierbij minimaal plaatsvinden op 160 meter van zeer kwetsbare objecten en 60 meter van (beperkt) kwetsbare objecten. Dit wordt geborgd in het bestemmingsplan. 

Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de risico- en effectafstanden voor waterstoftankstations van het RIVM voor aanvoer van gasvormig waterstof.

◼

Het tankstation is van meerdere zijden goed bereikbaar voor hulpdiensten. De locatie voldoet hieraan. Dit wordt geborgd in het bestemmingsplan.

◼

Er dient een bluswatervoorziening op de locatie aanwezig te zijn. Deze bluswatervoorziening dient uitgevoerd te worden als geboorde put. Dit wordt geborgd in het bestemmingsplan of via de bouwaanvraag van het tankstation. 

NB: Voorwaarden voor een goede bluswatervoorziening zijn opgenomen in het Bouwbesluit 2012. Hierover dient de aanvrager contact op te nemen met de accounthouder VNOG van de gemeente Brummen.

◼

Er dient een handelingsperspectief opgesteld te worden voor de zelfredzaamheid voor medewerkers en de bezoekers van het tankstation. Dit wordt geborgd in de vergunning.

◼

Daarnaast gelden reguliere zaken als de alarmering via WAS-palen. De werking van dit systeem wordt geborgd door de overheid.

◼

Mensen attenderen op de mogelijkheden van NL-Alert en het Stan CPR Network. Het is de taak van de overheden om de omgeving hierover te informeren.

10 december 2019

BG7281NT001F01

4/5

Conclusie De gemeente Brummen maakt een tankstation voor de aflevering van waterstofgas en oplaadpunten voor elektrische auto’s mogelijk aan de Kwazenboschweg bij de rotonde met de N348. Hiervoor is een bestemmingsplan opgesteld. In het kader van de externe veiligheid is hiervoor een verantwoording groepsrisico uitgevoerd. De Veiligheidsregio Noord- en Oost- Gelderland heeft hiervoor advies gegeven aan het college van B&W van Brummen. Dit advies is door het college overgenomen. Door het advies op te volgen: ◼

Wordt voldaan aan de wettelijke eisen die gesteld worden aan externe veiligheid voor het opstellen van een bestemmingsplan;

◼

Wordt geborgd dat de risico’s van het verladen en produceren van waterstofgas tot een minimum beperkt worden voor de omgeving van, en de aanwezigen op het tankstation;

◼

Accepteert het bevoegd gezag dat de laadpalen voor elektrische voertuigen moeten voldoen aan de geldende richtlijnen en normen voor: explosieveiligheid, brandbestrijding en veiligheidsafstanden.

◼

Accepteert het bevoegd gezag de risico’s ten gevolge van waterstof voor de externe veiligheid.

10 december 2019

BG7281NT001F01

5/5

Landschapsplan Brummen

Landschapsplan

mei 2023

De Groene IJsselvallei, Brummen

Landschapsplan behorende bij het bestemmingsplan voor de locatie: Kwazenboschweg Brummen, hoek nabij de rotonde aan de N348. Dit is rapport is de ruimtelijke onderbouwing van de voorgestelde ontwikkeling op deze locatie en geeft een eerste inzicht in de invulling van de buitenruimte van het tankstation in samenspel met de routing van verkeersbewegingen en de vormgeving van het gebouw.

Landschapsplan Tankstation de Groene IJsselvallei Brummen

Inhoudsopgave VISIE........................................................................................................................................... 3 LEESWIJZER ............................................................................................................................... 3 ANALYSE ................................................................................................................................... 4 De locatie................................................................................................................................. 4 De geschiedenis ....................................................................................................................... 6 Het landschap .......................................................................................................................... 8 Natuur / biodiversiteit ........................................................................................................... 10 Context beleid en huidige plannen architectuur ..................................................................... 11 Tankstation ............................................................................................................................. 12 Energie ...................................................................................................................................

13 LANDSCHAPSPLAN ................................................................................................................. 14 Landschap en ontwikkeling..................................................................................................... 14 Ruimtelijke relaties: ................................................................................................................ 15 Invulling en materialisatie ....................................................................................................... 17 Verharding .......................................................................................................................... 17 Beplanting ........................................................................................................................... 17 Bijzondere elementen .......................................................................................................... 17 Schetsontwerp ........................................................................................................................ 18

VERBEELDING AMBITIES ......................................................................................................... 19 Sfeer impressie ...................................................................................................................... 19 Materialen ............................................................................................................................. 19 Bijzondere elementen ............................................................................................................. 20 Beleving/verhaal ................................................................................................................... 21 AMBITIES REALISEREN ............................................................................................................ 22

FIGUUR 1 (OP VOORPAGINA) FOTO VAN LOCATIE GENOMEN VANAF HUIDIGE INRIT MAISAKKER

Pagina 2

Landschapsplan Tankstation de Groene IJsselvallei Brummen

Landschapsplan D E G R O E N E I J S S E L VA L L E I , B R U M M E N

VISIE Door vanaf het begin integraal te kijken naar zowel de kwaliteit van de locatie als de ambities, kan het beste resultaat behaald worden. Het landschapsplan kan en moet meer zijn dan een ‘groene inpassing’ of een ‘aankleding’ ter camouflage. Uitgangspunt daarbij is dat het in te passen ‘object’ een gebiedsvreemd element is. De nieuwe ontwikkeling biedt kansen om het bestaande te versterken en een waardevolle passende toevoeging te realiseren. In onze visie is het op waarde schatten van het aanwezige van meet af aan een logisch onderdeel van de planvorming. Duurzaamheid vraagt, in onze optiek, om een integrale aanpak.

LEESWIJZER Het landschapsplan wordt gemaakt in het kader van het nieuwe bestemmingsplan voor deze locatie en is ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeente Brummen. •

•

•

Er is een korte analyse gemaakt van de locatie, de geschiedenis, het landschap en de voorgaande plannen. De nieuwe ontwikkeling is geplaatst in de context en gaat een relatie aan met de omgeving: het aanwezige landschap, de natuurwaarde, de historie en de ondergrond. Daarna volgt een globaal landschapsplan dat een eerste inzicht geeft in de invulling van de locatie. Een beknopte tekst vormt de toelichting op het ontwerp en de ambities van de initiatiefnemer. Het uitwerkingsniveau voor deze fase is dat van een schetsontwerp, waarin globaal de indeling van de kavel zichtbaar wordt. Enkele materialen en/of bijzondere onderdelen worden met referentiebeelden gepresenteerd. Aspecten als water en groen zijn integraal onderdeel van het ontwerp.

Pagina 3

Landschapsplan Tankstation de Groene IJsselvallei Brummen

ANALYSE De locatie

FIGUUR 2 LUCHTFOTO VAN LOCATIE

FIGUUR 3 LUCHTFOTO VAN OMGEVING

Pagina 4

Landschapsplan Tankstation de Groene IJsselvallei Brummen

FIGUUR 4 Foto’s van de locatie december 2018

Pagina 5

Landschapsplan Tankstation de Groene IJsselvallei Brummen

De geschiedenis 1850 Bonnekaart Kwazenbosch als plek genoemd op kaart (= gebied links langs ‘Zutphense weg’) Nabij:

natuurlijke verhoging Heuvels – zandkoppen div. kwekerijen/bosjes

In overgangszone: Rivier – Veluwe Groter – kleinere kavels Open – gesloten Klei – zand

FIGUUR 5 _1850 Bonnenkaart

1933 vooroorlogs Kwazenbosch als plek genoemd op kaart Tussen akker en weide Bocht in hoogtelijn Herkenbaar: Erven in omgeving Landschapselementen: Lanen, heggen, poelen/vijvers, etc.

FIGUUR 6 _1933 topografische kaart

Pagina 6

Landschapsplan Tankstation de Groene IJsselvallei Brummen 1976 grote groei Nabij: Bocht in hoogtelijn Traject provinciale weg Weide beplant Schaal akkers gelijk Herkenbaar: Toename bebouwing in ‘woonwijken’ Rienderen en Brummen

FIGUUR 7: 1976 TOPOGRAFISCHE KAART

1995 voorlaatste Nabij: Provinciale weg gereed Splitsing bij locatie Rechts afslaan voor richting rechtdoor Nog geen rotonde Ruimtelijk: ‘Fly-over’ verhoogd Traject langs weg en tussenruimte beplant Rivierzijde deels open Areaal akkers afgenomen

FIGUUR 8: 1995 TOPOGRAFISCHE KAART

Pagina 7

Landschapsplan Tankstation de Groene IJsselvallei Brummen

Het landschap De locatie ligt op de grens van een kleinschalig landschap met heggen en lanen en het grootschalige rivierenlandschap met verre zichten. In voorgaande topgrafie en de bodemkaart op volgende pagina is de ligging op de overgang goed af te lezen, maar ook ‘in het veld’ zijn de verschillen goed zichtbaar tussen de besloten en open ruimte.

Zicht vanuit de bebouwing van Rienderen richting de laan naar naastgelegen boerderijen.

Zicht vanaf de overzijde van de rotonde richting de IJssel

FIGUUR 9: FOTOS VAN DE OMGEVING (BRON: GOOGLE STREETVIEW)

Pagina 8

Landschapsplan Tankstation de Groene IJsselvallei Brummen

Topografie*: Dit is een schematische weergave van landschap rond de locatie: • Bebouwingscluster met akker aan vier zijden omgeven door houtwal • Beplanting langs provinciale weg • Laan vanaf dorp naar boerderij • Waterloop die deze laan doorkruist

Bodem*: naast een zandrug, overgang naar klei Iets verderop een traject vergraven grond.

Grondwaterstand*: droog

FIGUUR 10: * ALLE DRIE KAARTEN AFKOMSTIG WAGENINGEN UR, DIGITALE ONDERLEGGER: HTTP://MAPS.BODEMDATA.NL

Pagina 9

Landschapsplan Tankstation de Groene IJsselvallei Brummen

Natuur / biodiversiteit Het perceel waarop het tankstation zal komen is nu in gebruik voor akkerbouw. Het is aan drie zijden omsloten door groen: langs de Kwazenboschweg is een grondlichaam met daarop een meidoornhaag, langs de N348 groeien bomen en struiken in een brede strook en op de perceelgrens ten zuidwesten bevindt zich een volwassen houtwal. Het huidige intensief gebruik als monocultuur landbouw, zoals een akker met mais of grasland met hoge opbrengst, heeft naar verwachting geen hoge biodiversiteit. In de randen rondom de akkers is de natuurwaarde ook in de huidige situatie al veel hoger. Achter de houtwal ten zuidwesten van de locatie bevindt zich een biologische landbouw bedrijf. Enkele landschapselementen zijn zodanig gepositioneerd dat de negatieve effecten van de doorsnijding door wegen opgeheven worden, zoals de houtwal langs de Kwazenboschweg. De houtopstand zorgt ervoor dat de aanwezige vogels al voor de weg hoger gaan vliegen. In afstemming met ecologen/ de gemeente Brummen wordt onderzocht of het realiseren van een singel aan de zuidzijde van het te ontwikkelen perceel ook het effect kan verleggen, zodat de vogels hoger over het terrein vliegen. Met de vormgeving en materialisatie van het tankstation wordt omliggende natuurverstoring zo veel mogelijk beperkt.

Door het terrein duurzaam en groen in te richten, volgens principes van NL Greenlabel1, kan deze nieuwe functie bijdragen aan het vergroten van de leefbaarheid en biodiversiteit van deze plek.

1 NL Greenlabel staat voor een meetbaar duurzame leefomgeving. Het NL Gebiedslabel biedt concrete handvatten om

duurzaamheid in elke fase te sturen, te monitoren en in een beheerplan vast te leggen. De beoordeling wordt door een onafhankelijk ingenieursbureau uitgevoerd aan de hand van een vastgelegde methode.

Pagina 10

Landschapsplan Tankstation de Groene IJsselvallei Brummen

Context beleid en huidige plannen architectuur Al in 2012 is onderzocht wat de beste locatie was voor een tankstation bij de rotonde aan de N348 en N345. SAB heeft toen in opdracht van de gemeente Brummen een stedenbouwkundige analyse uitgevoerd. De locatie aan de Kwazenboschweg is aangeduid als voorkeursvariant (zie rode contour). Dit sloot goed aan bij de plannen die al in 2011 door initiatiefnemer zijn gemaakt voor de ontwikkeling van een duurzaam tankstation in deze landschappelijke context. Zie de eerste schetsen voor het gebouw. Deze plannen zijn nu geactualiseerd.

FIGUUR 11: VOORKEURSLOKATIE UIT DE “ANALYSE N348” UIT 2012 (BRON GOOGLE)

FIGUUR 12: PLANSTUDIES – DUURZAAM TANKSTATION (MET HORECA FUNCTIE) ARCHITECT: BOUWSTUDIO BART OUDENDIJK

Pagina 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12790519/3