CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(123.4) Toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Bestemmingplan Energietransitie Servicestation en appartementencomplex22.621 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Wettelijk kader Op 15 november 2007 is de Wet tot wijziging van de Wet milieubeheer (ook wel bekend als de Wet luchtkwaliteit) in werking getreden. Hierin zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor wat betreft een zestal stoffen. Op grond van de luchtkwaliteitseisen moet de luchtkwaliteit bij het voorbereiden van ruimtelijke plannen in de afwegingen worden betrokken. Om niettemin bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen doorgang te laten vinden die geen of nagenoeg geen invloed op de mate van luchtverontreiniging hebben, is er een algemene maatregel van bestuur opgesteld waarbij het begrip ‘niet in betekenende mate’ is geïntroduceerd. (Besluit NIBM). Hierin zijn uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op een lijst van categorieën van gevallen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

50/88

Rotonde N348 Zoals in paragraaf 4.4 toegelicht is er bij het Energietransititie Servicestation sprake van een verkeersaantrekkende werking maar neemt het verkeer binnen de bebouwde kom af. Het aantal kilometers dat in de omgeving gereden wordt, neemt niet toe. Er is dan ook geen sprake van een verandering van de luchtkwaliteit. Zoals in hoofdstuk 2 beschreven, vindt op het Energietransitie Servicestation een duurzame bedrijfsvoering plaats waardoor ook geen sprake is van uitstoot van fijnstof en stikstof vanuit de inrichting. G.K. van Hogendorpstraat 7 De nieuwe appartementen hebben een lagere verkeersaantrekkende werking dan het tankstation. Met het verdwijnen van een deel van de auto’s wordt de luchtkwaliteit ter plaatse positief beïnvloed. Conclusie Vanuit het thema luchtkwaliteit bezien is het bestemmingsplan uitvoerbaar.

4.11

Cultuurhistorie en archeologie

Wettelijk kader Ter implementatie van het Verdrag van Malta is op 1 september 2007 de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. In deze wet is vastgelegd dat gemeenten in het kader van de ruimtelijke ordening ook rekening dienen te houden met het archeologisch erfgoed. In dat kader dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan inventariserend archeologisch onderzoek te worden gedaan, zodat in het plan - indien nodig - een passende regeling kan worden getroffen om aanwezige archeologische waarden te beschermen. Het archeologiebeleid van de gemeente Brummen is verwoord in de ‘Beleidsnota Archeologie’ zoals deze nota op 18 september 2014 door de gemeenteraad is vastgesteld. Hierin is aangegeven hoe bij ruimtelijke ingrepen met het bodemarchief moet worden omgegaan. Belangrijk onderdeel van beleidsnota is de Archeologische beleidskaart. Op basis van deze kaart kan bijvoorbeeld worden vastgesteld of belangrijke waarden binnen een bepaald gebied aanwezig zijn en/of archeologisch onderzoek is gewenst. Ook geeft de beleidskaart aanwijzingen voor de wijze waarop archeologie binnen bestemmingsplannen moet worden meegenomen. 4.11.1 Cultuurhistorie De gemeente Brummen kent ter bescherming van op haar grondgebied gelegen rijks- en gemeentelijke monumenten een zogenaamde monumentenlijst. Op deze lijst zijn voor elk monument de belangrijkste kenmerken weergegeven.

Uit informatie van de gemeente blijkt dat ter plaatse van de plangebieden N348 en G.K. van Hogendorpstraat 7 geen cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig zijn.

51/88

4.11.2

Archeologisch onderzoek

Rotonde N348 Hamaland Advies heeft in oktober 2019 een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd bij de Kwazenboschweg (zie bijlage 18). In dit onderzoek is vastgesteld dat er in het plangebied geen archeologische bewonings- of cultuurlagen en geen archeologisch relevante indicatoren aanwezig zijn. Er zijn geen archeologische vindplaatsen aangetroffen in het plangebied. Ook is er geen reden om archeologische waarden aan te kunnen treffen in het plangebied. Het plangebied was gedurende de Middeleeuwen te nat voor permanente menselijke bewoning. Eventuele oudere archeologische resten (op de aangrenzende dekzandrug of op de voormalige rivierduin) zijn al in een eerder stadium door de IJssel ‘opgeruimd’. Op grond hiervan adviseert Hamaland Advies om geen vervolgonderzoek in het plangebied te laten uitvoeren en het plangebied vrij te geven voor ontwikkeling. Er zijn voor archeologie geen gevolgen vanuit de voorgenomen bodemingrepen. De regio-archeoloog Stedendriehoek heeft, namens de gemeente Brummen, d.d. 12-05-2017 het advies van Hamaland Advies tot het niet uitvoeren van vervolg onderschreven. Verder onderzoek is hier dan ook niet nodig en er hoeft geen archeologische dubbelbestemming te worden opgenomen in het bestemmingsplan.

Wel blijft de formele meldingsplicht van kracht conform de Erfgoedwet: bij het onverhoopt aantreffen of vermoeden van archeologische resten, dienen de gemeente Brummen en de regio-archeoloog Stedendriehoek direct in kennis te worden gesteld. G.K. van Hogendorpstraat Hamaland Advies heeft in oktober 2019 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie van de G.K. van Hogendorpstraat (bijlage 19). Daaruit blijkt dat de kans op archeologische vindplaatsen voor alle perioden hoog is. De bouw van het tankstation en het ingraven van de brandstoftanks heeft voor een bodemverstoring van nog onbekende omvang gezorgd. Aangenomen wordt dat de verstoring door de aanleg van ondergrondse tanks meer dan 1 meter bedraagt. In het plangebied is een esdek aanwezig. Door de aanwezigheid van een esdek dat dikker is dan 50cm, is er een kans dat het esdek een beschermende werking heeft gehad voor archeologische vindplaatsen in de bodem. Op 8 oktober 2019 heeft de regioarcheoloog Stedendriehoek het bureauonderzoek namens gemeente Brummen getoetst.

In zijn beoordeling geeft de regioarcheoloog aan een verkennend booronderzoek ter toetsing van het bureauonderzoek alsnog nodig is, tenzij de initiatiefnemer middels een saneringsrapport, inclusief tekeningen, kan aantonen dat er inderdaad afgraving tot circa 8,0 m-mv heeft plaatsgevonden tijdens sanering, Dit onderzoek moet voor de omgevingsvergunningprocedure alsnog plaatsvinden om de intactheid van de bodem en de bodemsamenstelling te toetsen en de aan- of afwezigheid van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Effecten op archeologie zijn op deze locatie dus vooralsnog niet uit te sluiten, vandaar ook dat de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologische hoog’ gehandhaafd blijft. Conclusie Vanuit het thema cultuurhistorie en archeologie bezien is het bestemmingsplan uitvoerbaar.

52/88

4.12

Lichthinder

Kunstmatige verlichting kan hinder geven. De hinder hangt af van de aard, intensiteit, duur en plaats van de verlichting. Maar ook door de kans op blootstelling. Dit is afhankelijk van de omgeving en aan de leefwijze van mens en dier. Er zijn drie soorten effecten van kunstmatige verlichting te onderscheiden, namelijk hinder voor de mens, hinder/verstoring voor de natuur en horizonvervuiling. Hinder voor de mens Hinder bij mensen ontstaat wanneer men zich niet kan onttrekken aan het aanwezige kunstlicht, terwijl er wel behoefte aan is. Bijvoorbeeld om te kunnen rusten of slapen. De locatie waar de appartementen worden gebouwd zijn gelegen binnen de bebouwde kom en betreft een perceel dat wordt herontwikkeld, waardoor de locatie van zichzelf al in verlicht is. Verwacht wordt daarom, dat de ontwikkeling geen significante verschillen veroorzaakt in het kader van lichtemissie ten opzichte van de huidige situatie. Het nieuwe tankstation is gelegen aan bij de rotonde N348 en de Kwazenboschweg. Langs beide wegen is verlichting aanwezig. Ook de rotonde is goed verlicht. De verlichting bij het tankstation mag maximaal 8 meter bedragen; een verkoopzuil maximaal 7 meter. De bedrijfswoning van het agrarisch bouwvlak aan de noordkant staat op circa 100 meter en wordt afgeschermd van het perceel van het tankstation door bestaande agrarische bedrijfsgebouwen.

De woning aan de zuidwestkant van het tankstation staat op circa 135 meter afstand. Zowel het woonperceel als het perceel van het tankstation wordt afgeschermd door een groene omzoming. Aan de noordkant van het tankstation wordt bovendien een lichtwerende voorziening geplaatst om lichthinder vanwege koplampen op de woning te noorden van het plangebied te voorkomen. Gezien de afstand, de bestaande groene afscherming of afscherming door bebouwing, de lichtwerende voorziening en de reeds aanwezige verlichting kan worden geconcludeerd dat er vanwege het plan geen sprake is van lichthinder voor de mens. Hinder voor de natuur Nachtelijk kunstmatige verlichting kan het gedrag van dieren (negatief) beïnvloeden. Naast mogelijke aanpassingen van de levenscyclus aan de kunstmatige verlichting, kan er sprake zijn van desoriëntatie, afstoting of aantrekking. Er is in het kader van het bestemmingsplan een natuuronderzoek uitgevoerd (zie paragraaf 4.8) , waarbij ook aandacht is besteed aan mogelijke verstoring door licht. Uit het onderzoek volgt dat verstoring van de natuur vanwege licht wordt uitgesloten. Horizonvervuiling. Bij horizonvervuiling/donkertebescherming gaat het om de zichtbaarheid van licht op langere afstand. Bijvoorbeeld het zichtbaar zijn van een open stal of een verlicht sportveld in een open landschap. Het gaat hierbij om grotere afstanden.

Er is dan geen direct licht meer te meten van

53/88

een lamp. Het licht is nog wel zichtbaar. Het gaat dan om een afstand tot vijf a tien kilometer en boven zee maximaal vijftien kilometer. Het appartementengebouw ligt in de bebouwde kom van Brummen. Dit gebied is van zichzelf in de nacht in zekere mate verlicht. Het tankstation ligt nabij de rotonde N348 en de Kwazenboschweg met bijbehorende verlichting. Ook hier geldt dat het gebied daardoor al in zekere mate verlicht is. Bovendien wordt het terrein omzoomd door een groene afscherming. Er is daarom geen sprake van horizonvervuiling. Tot slot geldt dat de verlichting van het tankstation noodzakelijk is voor de veiligheid van de bezoekers en de medewerkers. De beperkte toename aan verlichting ten behoeve van de veiligheid van de bezoekers en de medewerkers is acceptabel als deze wordt afgewogen tegen de hinderbeleving vanuit de omgeving.

4.13

M.e.r.-plicht

Volgens de Wet Milieubeheer kan het vanuit twee sporen noodzakelijk zijn dat een m.e.r.-procedure wordt doorlopen. Dit is verwoord in de artikelen 7.2 en 7.2a van de Wet Milieubeheer. Artikel 7.2 In artikel 7.2 van de Wet Milieubeheer is in bijlage C en D vastgelegd voor welke plannen sprake is van een m.e.r.(beoordelings)-plicht. In de D lijst (m.e.r. beoordelingsplichtige activiteiten) staan twee activiteiten die relatie hebben met tankstations: In kolom D25.3: De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor de ondergrondse opslag van gasvormige brandstoffen. In kolom D25.4 De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor bovengrondse opslag van fossiele brandstoffen. Voor het Energietransitie Servicestation bij de N438 is door bureau RHOM een m.e.r.-beoordeling opgesteld (bijlage 20). Hieruit blijkt dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen te verwachten zijn voor de realisatie van het tankstation die het opstellen van een MER noodzakelijk maken. Artikel 7.2a Ook vanuit artikel 7.2a van de Wet Milieubeheer is geen sprake van een m.e.r.-plicht. Omdat significante effecten op omliggende Natura2000 gebieden kunnen worden uitgesloten, is het niet noodzakelijk een Passende Beoordeling uit te voeren. Het doorlopen van de aan de Passende Beoordeling gekoppelde planm.e.r. procedure is dan ook niet nodig.

54/88

5 Juridische planbeschrijving 5.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe de juridische regeling (de regels en de verbeelding) van dit bestemmingsplan is vormgegeven. De regels en de verbeelding zijn toegesneden op de voorgenomen ontwikkeling. Hierbij is waar mogelijk aangesloten op de systematiek en regels van het bestemmingsplan "Kom Brummen" en “Bestemmingsplan Buitengebied Brummen 2008”, die gelden voor de omgeving van de plangebieden. Verder is maatwerk toegepast ten aanzien van de specifieke bestemmingen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de plansystematiek. Allereerst wordt in paragraaf 5.2 de standaardisering van bestemmingsplannen toegelicht. In paragraaf 5.3 wordt ingegaan op de opzet van dit bestemmingsplan. Tenslotte wordt in paragraaf 5.4 aandacht gegeven aan de handhaving van de bestemmingsplanregels.

5.2

RO Standaarden 2012

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat planologische visies, plannen, besluiten, verordeningen en algemene maatregelen van bestuur digitaal vervaardigd en op elektronische wijze beschikbaar gesteld moeten worden. Om dit mogelijk te maken zijn de RO standaarden ontwikkeld. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) bevat de normen die van toepassing zijn op de vormgeving en inrichting van onder andere bestemmingsplannen, met het doel om deze op vergelijkbare wijze op te bouwen en weer te geven. De SVBP2012 geeft daartoe normen voor de opbouw van de regels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. In de digitale verbeelding wordt alle relevante bestemmingsplaninformatie in een interactieve raadpleegomgeving getoond. Een raadpleger van het bestemmingsplan moet alle relevante bestemmingsplaninformatie op eenvoudige wijze voor ogen kunnen krijgen. Dit betekent dat bestemmingsplannen alleen in digitale vorm rechtskracht kunnen krijgen. De papieren versie betreft slechts een verbeelding van de digitale versie.

Dit bestemmingsplan is daarom digitaal en gecodeerd opgesteld, zodat het is voorbereid om digitaal te worden vastgesteld en gepubliceerd.

5.3

Planopzet

5.3.1 Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en planregels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen juridische betekenis, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de

55/88

onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. De planregels van het bestemmingsplan zijn ondergebracht in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels beogen een eenduidige interpretatie en toepassing van de overige, meer inhoudelijke regels en van de verbeelding te waarborgen. Hoofdstuk 2 bevat de planregels in verband met de bestemmingsbepalingen. Per op de verbeelding aangegeven bestemming bevat dit hoofdstuk planregels, die specifiek voor die bestemming gelden. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Hierbij gaat het om planregels die op nagenoeg alle bestemmingen betrekking hebben en die vooral om praktische redenen zijn ondergebracht in dit hoofdstuk, alsmede een aantal specifieke planregels, waaronder een anti-dubbeltelbepaling. Tenslotte bevat hoofdstuk 4 de overgangs- en slotregels. Deze planregels bevatten onder meer het overgangsrecht en de titel. De plangebieden zijn gelegen in het landelijk en stedelijk gebied van Brummen. De planregels zijn dan ook deels ontleend aan de bestemmingsplannen die gelden voor de omgeving van het plangebied, namelijk het bestemmingsplan "Kom Brummen" en “Bestemmingsplan Buitengebied Brummen 2008".

5.3.2 Hoofdstuk 1: Inleidende regels De artikelen 1 en 2 bevatten begripsomschrijvingen en planregels omtrent de wijze van meten. Het voert te ver om hier uitgebreid bij alle begrippen stil te staan, maar wel verdienen enkele voor de dagelijkse gebruikspraktijk belangrijke begrippen aandacht. Het betreft hier met name de begrippen bestemmingsvlak, bouwvlak en bouwperceel. Tevens wordt ingegaan op de definities van bedrijf en woning. Bestemmingsvlak Een bestemmingsvlak is een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde bestemming. De bij een bestemming behorende planregels gelden afzonderlijk voor elk bestemmingsvlak met die bestemming. Bouwvlak In een aantal bestemmingsvlakken is op de verbeelding een bouwvlak aangegeven. Een bouwvlak is een op de verbeelding aangegeven vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid waarop gebouwen zijn toegestaan. Hoofdregel is dat buiten het bouwvlak geen gebouwen mogen worden opgericht, doch uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bouwperceel Het bouwperceel is niet op de verbeelding aangegeven. In artikel 1.19 van de planregels wordt bouwperceel omschreven als een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

In feite gaat het daarbij om het stuk grond dat bij de beoordeling van een aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouw moet worden aangemerkt als behorende bij het gevraagde bouwwerk. De visuele uitstraling

56/88

van dat ene bouwperceel en het als één eenheid functioneren van dat bouwperceel is dan van belang. Een bouwperceel is altijd gelegen binnen een of meer bestemmingsvlakken, maar de begrenzing van een bouwperceel hoeft niet samen te vallen met de begrenzing van een bestemmingsvlak. Bouwvlakken geven aan waar binnen een bouwperceel gebouwen mogen worden gebouwd. Op het bouwperceel voor zover gelegen buiten het bouwvlak, mogen echter ook worden gebouwd, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en vergunningvrije bouwwerken. De grenzen van de bouwpercelen worden in de regel gevormd door de grenzen van het perceel. Waar die grenzen tevens de eigendomsgrenzen zijn - en dit is vrijwel altijd het geval - vallen de grenzen van het bouwperceel samen met die van het kadastrale perceel. De loop van kadastrale grenzen kan veranderen door, bijvoorbeeld, aan- of verkoop van grond. Dan verandert ook de grens van het bouwperceel. Een stuk grond kan nu nog niet bij een bouwperceel horen maar over een tijdje wel. Via de anti-dubbeltelbepaling in dit bestemmingsplan wordt voorkomen dat één stuk grond tweemaal meegeteld wordt bij de behandeling van aanvragen van omgevingsvergunningen.

Bedrijf Een bedrijf is gedefinieerd als een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen. Woning Een woning is gedefinieerd als ‘een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden'. Deze definitie wordt gehanteerd, omdat steeds meer verschillende vormen van samenleven in een woning plaatsvinden die niet behoren tot het traditionele (al dan niet eenpersoons )huishouden. Hierbij kan gedacht worden aan kamerbewoning, woongroepen, begeleid zelfstandig wonen etc. 5.3.3 Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Algemeen Het plan bevat bestemmingen voor de gronden in het plangebied. Voor dit bestemmingsplan ter plaatse van het appartementencomplex zijn dat de enkelbestemmingen Wonen – Appartementen en Tuin en de dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie Hoog en Waarde – Archeologie waardevol en de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – appartementen – hellingbaan’, van kracht.

Ter plaatse van het Energietransitie Servicestation zijn dat de enkelbestemming Bedrijf – Energietransitie Servicestation, de enkelbestemming Groen en de aanduidingen, ‘ontsluiting’, 'specifieke vorm van Bedrijf – verkooppunt motorbrandstoffen en waterstof' en specifieke vorm van bedrijf - vulpunt waterstof’ en ‘specifieke vorm van verkeer - lichtwerende voorziening’. De gronden voor de ontsluitingweg zijn bestemd als Verkeer. Enkelbestemming Hierna volgt een korte toelichting en beschrijving van de verschillende bestemmingen in dit bestemmingsplan per hoofdgroep.

57/88

Wonen – Appartementen Het perceel aan de G.K. van Hogendorpstraat 7 krijgt de bestemming ‘Wonen - Appartementen’. Deze bestemming is bedoeld voor wonen in gestapelde woningen met daarbij behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voorzieningen van algemeen nut, tuinen en erven, parkeervoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Gebouwen kunnen alleen binnen het bouwvlak gebouwd worden. De maximum bouwhoogte is 13 meter en de goothoogte is 9 meter. Er is sprake van een hoogtescheidingslijn voor het achterste deel bebouwing, daarvoor geldt een maximum bouwhoogte van 10 meter en de goothoogte 6 meter. Ter plaatse van de hellingbaan is sprake van een bouwvlak aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – appartementen - hellingbaan’, ter plaatse van de aanduiding zijn geen gebouwen toegestaan. Bedrijf – Energietransitie Servicestation Ter plaatse van de bestemming 'Bedrijf - Energietransitie Servicestation' zijn de gronden bestemd voor een tankstation met bedrijfsruimten en aanverwante voorzieningen in de vorm van ondergeschikte horeca, ontmoetingsruimten en kantoorruimten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Bedrijf - verkooppunt motorbrandstoffen en waterstof'. Tevens is plaats voor de verkoop van motorbrandstoffen en ondergeschikte detailhandel.

Daarnaast zijn een educatie en tentoonstellingsruimte, een wasstraat, laadstations (elektriciteit), afleverpunten (dispensers) en tanks inclusief overkappingen of bouwwerken, geen gebouw zijnde en ondersteunende ruimten (toilet voorzieningen, voorraad, technische installaties et cetera) toegestaan. Ten slotte zijn de daarbij behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, nutsvoorzieningen, verkeers- en parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van prijs-/reclamezuilen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding toegestaan. Een vulpunt voor waterstof is enkel mogelijk ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - vulpunt waterstof". Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - waterstof' is in verband met het ter plaatse aanwezige vulpunt voor waterstof geen nieuwbouw ten behoeve van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen toegestaan. Wel mag buiten het bouwvlak ter plaatse van het ‘specifieke vorm van bedrijf - vulpunt waterstof" een opstelling of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, worden gerealiseerd ten behoeve van een verkooppunt waterstof, met een maximale hoogte van 3 meter.

Ten behoeve van de landschappelijke inpassing is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die bepaalt dat de gebouwen in gebruik mogen worden genomen onder voorwaarden dat binnen 2 jaar na onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen voor de realisatie van bebouwing uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de inrichtingsmaatregelen conform het in de bijlage bij de regels opgenomen landschappelijk inrichtingsplan. Daarnaast is met een voorwaardelijke verplichting geregeld dat een omgevingsvergunning voor het hoofdgebouw uitsluitend worden verleend indien het hoofdgebouw wordt voorzien van een natuurlijk groendak, dat in stand wordt gehouden.

58/88

Op de verbeelding is in het bouwvlak opgenomen dat deze voor 80% mag worden bebouwd met gebouwen. De maximum bouw- en goothoogte van het ‘Energietransitie Servicestation’ is 8,5 meter. Groen Een smalle strook aan de rand van de locatie van het Energietransitie Servicestation aangrenzend aan de bestemming Bedrijf – Energietransitie servicestation krijgt de bestemming Groen. De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het tankstation en de daarbij behorende bermen en beplanting, bouwwerken geen gebouwen zijnde, paden, waterhuishoudkundige voorzieningen en boven- en/of ondergrondsewaterhuishoudkundige voorzieningen. De eisen ten aanzien van de landschappelijke inpassing zijn onder de bestemming Bedrijf - Energietransitie Servicestation als voorwaardelijke verplichting opgenomen. Tuin Aan de noord-, zuid- en westzijde van het appartementencomplex krijgt een smalle strook de bestemming ‘Tuin’. De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. Hierbij horen ook gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde en waterhuishoudkundige voorzieningen. Verkeer De gronden aan de noordwestkant van de bestemming Bedrijf – Energietransitie Servicestation krijgen de bestemming Verkeer.

De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor verkeer, een gebiedstoegangsweg de ontsluiting van het Energietransitie Servicestation met de daarbij behorende groenvoorzieningen, beplanting en bermsloten en geluidswerende voorzieningen, waaronder geluidswallen. Tevens is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - lichtwerende voorziening' een lichtwerende voorziening toegestaan. Voor wat betreft bouwwerken, zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan met uitzondering van overkappingen. De maximale hoogte van de lichtwerende voorziening is 1,5 meter en die van een geluidscherm 3 meter. Via een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is een geluidwal toegestaan met een maximale hoogte van 3 meter. Dubbelbestemming Waarde – Archeologie hoog Het bestemmingsplan kent een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie hoog’. Die hiervoor aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische verwachtingswaarden.

Het bevoegd gezag kan in geval van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken groter dan 250 m² en waarbij benodigde graafwerkzaamheden dieper zijn dan 0,3 m onder maaiveld alvorens de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, verlangen dat door de aanvrager een rapport wordt overlegd waarin de archeologische

59/88

waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Voor dit bestemmingsplan is archeologisch onderzoek verricht. Echter, een vervolgonderzoek ter plaatse van de nieuwbouw van het appartementencomplex dient nog te worden uitgevoerd. Om deze reden is vooralsnog de dubbelbestemming met betrekking tot archeologie opgenomen in het bestemmingsplan. Waarde – Archeologie waardevol Het bestemmingsplan kent een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie waardevol’. Die hiervoor aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische verwachtingswaarden. Het bevoegd gezag kan in geval van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken groter dan 1.000 m² en waarbij benodigde graafwerkzaamheden dieper zijn dan 0,4 m onder maaiveld alvorens de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, verlangen dat door de aanvrager een rapport wordt overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.

Dit geldt ook voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Een vergunning is nodig voor de aanlegactiviteiten zoals genoemd in lid 9.3.1 van deze dubbelbestemming. 5.3.4 Hoofdstuk 3: Algemene regels De algemene regels omvatten een aantal algemene en aanvullende regels die van toepassing zijn op de gronden behorende bij het onderhavige plangebied. Vanwege het algemene karakter van deze planregels zijn deze opgenomen in dit algemene hoofdstuk. Artikel 10: Anti-dubbeltelregel Door wijziging in de begrenzing van het bouwperceel zouden regelingen die aan het bouwperceel zijn verbonden, kunnen worden ontdoken. De anti-dubbeltelregel verhindert dat. Artikel 11: Algemene bouwregels Hierin zijn regels opgenomen die toestaan dat evt. bestaande bebouwing gehandhaafd kan blijven, ook als de maten hiervan groter zijn dan op grond van het bestemmingsplan zijn toegestaan. Artikel 12: Algemene gebruiksregels Deze regels bepalen dat het verboden is de gronden te gebruiken in strijd met de gegeven bestemming. Deze bepaling is rechtstreeks overgenomen uit artikel 7.10 Wro. In de specifieke bestemmingen zijn als aanvulling hierop in bepaalde gevallen specifieke gebruiksregels opgenomen.

60/88

In deze regels is in een voorwaardelijke verplichting bepaald dat in voldoende mate in parkeervoorzieningen moet zijn voorzien, conform het geldende gemeentelijke parkeerbeleid, voordat de betreffende woningen mogen worden gebruikt. Tevens is in dit artikel de algemene bepaling opgenomen voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis. Dit is een beroeps- of bedrijfsactiviteit die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse. Artikel 13 Algemene afwijkingsregels Deze bepaling voorziet in de mogelijkheid om onder voorwaarden af te wijken van de in het plan genoemde maten. Artikel 14 Algemene wijzigingsregels Deze bepaling voorziet in de mogelijkheid om overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening de situering en de vorm van de op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlakken en bouwvlakken te wijzigen dan wel nieuwe bouwvlakken aan te geven. 5.3.5

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels

Ten slotte zijn in het laatste hoofdstuk van de planregels de overgangs- en slotregels opgenomen. Ook deze regels hebben een algemeen karakter en zijn op het gehele plangebied van toepassing. Artikel 15 Overgangsrecht Deze bepaling regelt het regime van bebouwing en van gebruik van de grond dat strijdig is met het plan. Strijdigheid met het plan wordt voor zowel bebouwing als gebruik beoordeeld naar het moment waarop het plan in werking treedt. Artikel 16: Slotregel Hier staat de benaming van dit bestemmingsplan vermeld.

5.4

Handhaving

Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft geen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan geen handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid. Voldoende kenbaarheid van het plan Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De wet bevat enkele waarborgen ten aanzien van de te volgen procedure: deze heeft in de bestemmingsplanprocedure een aantal inspraakmomenten ingebouwd.

61/88

Voldoende draagvlak voor het beleid en de regeling in het plan De inhoud van het bestemmingsplan kan slechts gehandhaafd worden, indien het beleid en de regeling in grote kring ondersteund worden door de gebruikers van het plangebied. Uiteraard kan niet iedereen zich vinden in elk onderdeel van het plan. Een algemene positieve benadering van het bestemmingsplan is echter wel wenselijk. Realistische en inzichtelijke regeling Een juridische regeling dient inzichtelijk en realistisch te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de regels goed controleerbaar zijn. De planregels moeten niet meer regelen dan noodzakelijk is. Actief handhavingsbeleid Er moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de planregels niet worden nageleefd, met name als dit negatieve gevolgen heeft voor de veiligheid en/of de (volks)gezondheid. Voornoemde onderwerpen zijn als uitgangspunt opgenomen en als richtlijn gehanteerd bij het opstellen van dit bestemmingsplan.

62/88

6 Economische uitvoerbaarheid Bij het uitvoeren van dit bestemmingsplan kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de economisch uitvoerbaarheid. Bij het eerste gaat het om hoe de realisatie door de maatschappij - overheid en burgers samen - wordt gedragen (zie hierna bij hoofdstuk 7). Bij het tweede gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de realisatie van dit bestemmingsplan samenhangen. Hierbij is het van belang dat het huidige tankstation eerst wordt verplaatst naar de nieuwe locatie nabij de rotonde (Project I). Pas daarna zal de woningbouw op de oude locatie er kunnen komen (Project II). In het collegebesluit van februari 2019 is vastgelegd dat er anterieure overeenkomsten en planschadeovereenkomsten worden gesloten, tussen initiatiefnemer en gemeente, die toezien op beide plangebieden. In de anterieure overeenkomst is de planologische samenhang van Project II aan Project I genoemd. Project II is dus afhankelijk van Project I. De uitvoerbaarheid van Project II hangt derhalve samen met die van Project I en wordt als één geheel gezien en worden daarom in één bestemmingsplan vastgesteld. Hiermee is het plan economisch uitvoerbaar.

63/88

7 Overleg en inspraak Op basis van de in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening omschreven procedure, wordt het bestemmingsplan in procedure gebracht. Uit het verdere verloop van deze procedure moet vervolgens de haalbaarheid van dit bestemmingsplan blijken.

7.1

Vooroverleg

Het bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg op basis van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voorgelegd aan het waterschap Vallei en Veluwe, omliggende gemeenten en aan de provinciale diensten. Informeel heeft reeds ambtelijk vooroverleg plaats gevonden. Zowel het waterschap en gemeente Zutphen hebben reeds aangegeven in te kunnen stemmen met de realisatie van het Energietransitie Servicestation. De provincie Gelderland heeft zoals in paragraaf 3.2 is aangegeven per brief van 8 december 2015 (kenmerk 2015-015714) laten weten dat het plan aanleiding gaf tot het maken van opmerkingen. Gezien de Verkenningstudie rotonde N345/N348, kan de provincie - wanneer er voldoende afstand tot de rotonde wordt gehouden - instemmen met een ontsluiting van het Energietransitie Servicestation op de Kwazenboschweg. Wel moet de middengeleider op de Kwazenboschweg ter hoogte van het tankstation onderbroken worden om zo vanuit beide richtingen het Energietransitie Servicestation te kunnen bereiken. Op 9 april 2019 is contact geweest met de projectmanager van provincie Gelderland, waarin de omschreven situatie is bevestigd. Provincie Gelderland heeft vervolgens in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1.

Besluit ruimtelijke ordening per brief (4 januari 2021, kenmerk 2020-015903) in reactie op het voorontwerp bestemmingsplan het volgende aangegeven: “In de periode na 2015 zijn onze plannen voor de inrichting van de rotonde N345/N348 gewijzigd. Hier over hebben wij ambtelijk met u enkele malen overleg gevoerd. Door de keuze voor een meerstrooks rotonde dient ook de ontsluiting van het tankstation te worden aangepast. Op de locatie die de initiatiefnemer nu voor ogen heeft kan de ontsluiting leiden tot verkeersonveilige situaties op de rotonde N345/N348. Dit is in strijd met ons provinciaal belang van een verkeersveilig gebruik van de provinciale weg. Het is noodzakelijk de inrit van het tankstation op een grotere afstand van de rotonde te leggen.” In overleg met de provincie is de ontsluiting van het Energietransitie Servicestation daarom aangepast en op voldoende afstand van de rotonde geprojecteerd.

7.2

Inspraak

Overleg omwonenden N348 Voorafgaand aan de formele procedure van het bestemmingsplan heeft de initiatiefnemer de bewoners, die in de directe nabijheid van het Energietransitie Servicestation wonen, over zijn plannen geïnformeerd. Dit is onder meer gebeurd in de vorm van een aan de bewoners verstrekte memo over het Energietransitie Servicestation. Hierin is het project gevisualiseerd en toegelicht. Daarnaast hebben er in april en mei 2016 (en in april en mei 2017 tezamen met de toenmalige exploitant) tussen de initiatiefnemer en een aantal omwonenden onder voorzitterschap van de gemeente overleggen plaatsgevonden, waarbij deze omwonenden onder meer hebben

64/88

aangegeven graag nauw bij het verdere planproces te worden betrokken. Ook heeft de ondernemer twee brochures gemaakt en die in het voorjaar van 2016 onder de omwonenden zijn verspreid. In onderstaand overzicht staan de contactmomenten met de omgeving opgesomd. • • • •

april 2016: bijeenkomst I met de omgeving (voornamelijk mensen St. De Hogenenk en De Meander/Het Anker) en Nijenhuis BV. 13 mei 2016: bijeenkomst II met de omgeving (voornamelijk mensen St. De Hogenenk en De Meander/Het Anker)en Nijenhuis BV. april 2017: informatiebijeenkomst III met de omgeving met Brand Oil en Contrall. Mondelinge bespreking van 5 vragen uit de omgeving.

•

mei 2017: informatiebijeenkomst IV met de omgeving met Brand Oil en Contrall. 5 februari 2019 per brief en mail aan omwonenden, waarin vermeld wordt dat B&W hernieuwd principebesluit heeft genomen tot medewerking aan verplaatsing van het

•

tankstation naar de Kwazenboschweg/N348 25 april 2019: informatiebijeenkomst V met +/- 11 omwonenden van de nieuwe locatie van De Groene IJsselvallei.

• •

5 juni 2019: extra informatiebijeenkomst VI met +/- 15 omwonenden van De Groene IJsselvallei. 25 september 2019 om 19.00 uur: informatiebijeenkomst VII met omwonenden De Groene IJsselvallei inzake beplantingsplan (inrichtingsplan terrein).

Overleg omwonenden G.K. van Hogendorpstraat 26 november 2019 heeft een informatiebijeenkomst plaatsgevonden waarin de omwonenden zijn geinformeerd over de ontwikkeling van het appartementencomplex.

7.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 27 oktober 2022 voor de duur van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode werd eenieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Tijdens de termijn zijn bij de gemeente Brummen 432 zienswijzen ontvangen, waarvan negen unieke. In de Nota van beantwoording zienswijzen in bijlage 22 zijn deze samengevat en van antwoord voorzien. Naar aanleiding van de zienswijzen zijn de toelichting en de regels op enkele plaatsen aangepast.

65/88

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan G.K. van Hogendorpstraat 7 te Brummen (november 2020)

66/88

Bijlage 2

Collegebesluit verplaatsing tankstation Brummen (februari 2019)

67/88

Bijlage 3

Inrichtingstekening tankstation rotonde N348 (april 2023)

68/88

Bijlage 4

Beeldkwaliteitsplan Energietransitie servicestation De Groene IJsselvallei (maart 2023)

69/88

Bijlage 5

Ontsluiting Energietransitie servicestation (20 april 2022)

70/88

Bijlage 6

Analyse 7 potentiële locaties tankstation SAB (januari 2013)

71/88

Bijlage 7

Afwegingen locatiekeuze De Groene IJsselvallei te Brummen (juni 2018)

72/88

Bijlage 8

Kwantitatieve risicoanalyse waterstof RHDHV (juni 2019)

73/88

Bijlage 9

Verantwoording groepsrisico N348 Royal Haskoning DHV (december 2019)

74/88

Bijlage 10

Landschapsplan NL Greenlabel (april 2023)

75/88

Bijlage 11

Verkennend bodemonderzoek RoyalHaskoningDHV (februari 2015)

76/88

Bijlage 12

Historisch Bodemonderzoek G.K. van Hogendorpstraat 7 te Brummen (maart 2019)

77/88

Bijlage 13

Akoestisch onderzoek Gijsbert Karel van Hogendorpstraat 7 te Brummen (januari 2020)

78/88

Bijlage 14

Watertoets N348 Toetsresultaat (2019 en 2023)

79/88

Bijlage 15

Watertoets, G.K. van Hogendorpstraat (2019 en 2023)

80/88

Bijlage 16

Quickscan Natuur Brummen, De Groene IJsselvallei SAB (maart 2022)

81/88

Bijlage 17

Onderzoek stikstofdepositie Kwazenboschweg, Zutphensestraat, Bureau SAB (februari 2023)

82/88

Bijlage 18

Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Kwazenboschweg, Hamaland Advies (oktober 2019)

83/88

Bijlage 19

Bureauonderzoek Archeologie Zutphensestraat 84 Brummen, Hamaland Advies (oktober 2019)

84/88

Bijlage 20

M.e.r. aanmeldingsnotitie verplaatsing en herinrichting tankstation Brummen, RHOM (december 2021)

85/88

Bijlage 21

Veiligheidsaspecten van multifuel tankstations (IFV, 2021)

86/88

Bijlage 22

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “Energietransitie Servicestation en appartementencomplex”

87/88

88/88

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12790531/3