(102) TAM - IMRO plan Burgersterrein Eerbeek inclusief bijlagen
Tekst van het document
Gebiedsomschrijving
De gronden binnen de gebiedsaanduiding 'Milieuzone - geurzone 2' zijn, behalve voor de daar voorkomende functies, mede aangewezen voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de aanwezigheid van geurhinderveroorzakende inrichtingen.
8.2
Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten
8.2.1
Geurgevoelige objecten categorie A
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwen te gebruiken ten behoeve van geurgevoelige objecten categorie A (begripsbepaling 2.36). 8.2.2
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.2.1 kan worden verleend ten behoeve van: a. het bouwen van vervangende nieuwbouw overeenkomstig de daar voorkomende functies, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarde: 1. vervangende nieuwbouw is alleen toegestaan indien er technische maatregelen ter beperking van geuroverlast worden getroffen aan het geurgevoelige object; b. het bouwen van nieuwe geurgevoelige objecten overeenkomstig de daar voorkomende functies, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. er worden compenserende maatregelen getroffen die bestaan uit het verplaatsen van geurgevoelige objecten uit de aanduiding 'milieuzone - geurzone 2' en buiten de aanduiding 'milieuzone - geurzone 1' of; 2. er worden technisch compenserende maatregelen ter beperking van geuroverlast getroffen aan het geurgevoelige object.
21
Artikel 9 Overige zone - voorwaardelijke verplichting archeologisch onderzoek
9.1
Gebiedsomschrijving
De gronden binnen de gebiedsaanduiding 'Overige zone - voorwaardelijke verplichting archeologisch onderzoek' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede aangewezen voor de instandhouding en bescherming van archeologische waarden. 9.2
Vergunningplichtige activiteiten
9.2.1
Toepassingsbereik
Het is verboden om op of in de gronden bedoeld in artikel 9.1, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van bevoegd gezag bouwactiviteiten en/of heiwerkzaamheden uitvoeren met bodemingrepen dieper dan 17,30-18,40 m NAP langs de noordelijke rand bij de bebouwing aan de Stuijvenburchstraat, alsook tot 17,00-18,80 m NAP in het zuidwestelijk deel. 9.2.2
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.2.1 kan worden verleend wanneer: a. aanvrager een proefsleuvenonderzoek heeft laten uitvoeren, waarvoor een door de gemeente Brummen goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) opgesteld dient te worden alvorens het onderzoek kan plaatsvinden. b. naar het oordeel van bevoegd gezag uit het proefsleuvenonderzoek als bedoeld in lid a genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden kunnen worden geschaad; 2. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning voor het bouwen verbonden voorschriften. 9.2.3
Maatwerkvoorschriften
In de situatie als bedoeld in artikel 9.2.2, onderdeel b, kan bevoegd gezag de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 9.2.4
Toepassing maatwerkvoorschrift
Indien het bepaalde in artikel 9.2.3, onderdeel b van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
22
Hoofdstuk 3 activiteiten Artikel 10
(H. 22a paragraaf 3) Algemene regels voor
Anti-dubbeltelregel
Grond die in aanmerking genomen moet worden bij een verleende omgevingsvergunning voor bouwen mag, behoudens intrekking van die bouwvergunning, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe bouwvergunning in aanmerking worden genomen.
23
Artikel 11
11.1
Algemene ruimtelijke bouwregels
Bestaande afwijkingen
Een bestaand bouwwerk, waarvan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan de feitelijk aanwezige hoogte, oppervlakte of afstand tot een ander gebouw of een grenslijn in strijd is met een in dit TAM-omgevingsplan voorgeschreven maximum dan wel minimum hoogte, oppervlakte of afstand, mag worden gehandhaafd, veranderd en/of vernieuwd, maar niet worden vergroot of anders gesitueerd.
11.2
Ondergeschikte bouwonderdelen
De grenzen van het bouwvlak en/of de grens van een functieaanduiding mogen naar de buitenzijde tot 0,50 meter worden overschreden door ondergeschikte bouwonderdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en airco's.
11.3
Aangrenzende terreinen
Het is verboden enig terrein of bouwperceel zodanig te bebouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, bouwvlak of bouwperceel een toestand zou ontstaan, die aldaar niet meer met de regels van dit TAM-omgevingsplan zou overeenstemmen, of voor zover er reeds aldaar een afwijking van de regels bestaat, zodanig te bebouwen, dat deze afwijking zou worden vergroot.
24
Artikel 12
12.1
Planologische gebruiksactiviteiten
Aanwijzing verboden gebruik
a. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten. b. Het is verboden bouwwerken, voor het bouwen waarvan op grond van de in dit omgevingsplan besloten regels, bij een omgevingsvergunning is afgeweken, te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met het doel, waarvoor bij die omgevingsvergunning is afgeweken.
25
Artikel 13
13.1
Parkeeractiviteiten
Parkeernormen
a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen en / of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik kan pas worden verleend als is verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Hierbij gelden de normen als opgenomen in Bijlage 4 bij deze regels. b. de onder a. bedoelde parkeerplaatsen voor motorvoertuigen dienen de maatvoering te hebben conform het bepaalde in artikel 3.11. 13.2
Laden en lossen
Indien de functie van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen met bijbehorende voorzieningen, moet, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik, zijn verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen met bijbehorende voorzieningen. 13.3
Afwijken van de parkeernormen
13.3.1 Aanwijzing Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 13.1 en artikel 13.2. 13.3.2 Beoordelingsregels Voor de in artikel 13.3.1 bedoelde omgevingsvergunning gelden de volgende beoordelingsregels: a. het voldoen aan de in artikel 13.1 en/of 13.2 bedoelde bepalingen is, gezien het gebruik en/of het bouwplan van het betreffende plangebied, mede gezien de omgeving, niet noodzakelijk en/of stuit overwegende bezwaren, of; b. er wordt op andere wijze in de nodige parkeerruimte voorzien. 13.3.3 Aanvraagvereisten De aanvraag omgevingsvergunning moet worden voorzien van een motivering waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft. 13.4
Maatwerkvoorschriften
Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen aanvullend aan het bepaalde in artikel 13.1 en 13.2 ten behoeve van het verhogen van de parkeernormen en / of het aanleggen van voorzieningen voor het laden en lossen indien dat nodig is gelet op het gebruik en / of het bouwplan waarbij (het functioneren van) de omgeving mede betrokken wordt. Het besluit tot het stellen van de maatwerkvoorschrift moet worden voorzien van een motivering waaruit in ieder blijkt dat de eis noodzakelijk is om de ruimtelijke kwaliteit te borgen. Een maatwerkvoorschrift kan tevens gesteld worden bij die (bouw)plannen waarvan de functie niet genoemd wordt in de tabel in Bijlage 4 bij deze regels.
26
Artikel 14
14.1
Overige regels
Aanvraagvereisten
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
27
Hoofdstuk 4 Artikel 15
15.1
(H. 22a paragraaf 4) Overgangsregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
15.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning of omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 15.1.2 Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig - in afwijking van artikel 15.1.1 - een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 15.1.1 met maximaal 10%. 15.1.3 Uitzondering Artikel 15.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 15.2
Overgangsrecht gebruik
15.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 15.2.2 Verbod Het is verboden het met het TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 15.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 15.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 15.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 15.2.4 Uitzondering Artikel 15.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
28
478207
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Eerbeek, Burgersterrein
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
4
Bijlage 2
Onderzoek ontsluiting
56
Bijlage 3
Onderzoek onontplofte oorlogsresten
82
Bijlage 4
Uitkomst digitale watertoets
186
Bijlage 5
Notitie waterberging
194
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
201
Bijlage 7
Bodemonderzoek
494
Bijlage 8
AERIUS-berekening
615
Bijlage 9
Voortoets stikstofeffecten
687
Bijlage 10
Onderzoek natuurwaarden
787
Bijlage 11
Archeologisch onderzoek
829
Bijlage 12
Notitie m.e.r.-beoordeling
857
Bijlage 13
Nota participatie en communicatie
871
Bijlage 14
Nota zienswijze
906
2
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan
4
BURGERSTERREIN EERBEEK
BEELDKWALITEITSPLAN ABEN LANDSCHAPSARCHITECTUUR ISM WOLTJER/BERKHOUT ARCHITECTEN 3 OKTOBER 2025
1.
INLEIDING
2.
AMBITIE (ontwerpthema’s) 2.1 landschap/stedenbouw 2.2 gebouwen
3.
BKP OPENBARE RUIMTE 3.1 beplanting 3.2 verharding 3.3 inrichtingselementen
4.
BKP WOONVELDEN 4.1 grondgebonden woningen 4.2 appartementengebouwen
5.
BKP BEDRIJFSTERREIN 5.1 buitenruimte 5.2 bedrijfsgebouwen
inhoud
2
Kersten terrein
De locatie
Stuyvenburchplein Stuyvenburchstraat supermarkt
supermarkt Bibliotheek
De Wasacker
Welkoop
Elis Ligtleeplein
By Sidde
Folding Boxboard Eerbeek BV
Loubergweg Station Eerbeek
Coldenhovenseweg
PLANGEBIED 5,42 Hectare
Schotpoort
Hogeweg
Soerense Zand Noord Mfe
3
Voorliggend Beeldkwaliteitsplan is een onlosmakelijk onderdeel van de plannen voor het Burgersterrein te Eerbeek. Het kent een integrale opzet (gebouwen en buitenruimtes) waarbij tevens de factor duurzaamheid is meegenomen. Het plan kent een woonprogramma en een bedrijvenprogramma. Op beiden wordt separaat ingegaan. Het is te lezen als een nadere specificatie van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Brummen (feb. 2013) zoals opgesteld door het Gelders Genootschap in opdracht van de gemeente Brummen. De Nota beschrijft gebiedsgerichte criteria. Het Burgersterrein valt daarbij onder historisch gegroeide dorpsgebieden en linten. Het streven van de gemeente is gericht op het behoud en waar nodig versterking van het karakter van historisch dorpsgebied en linten. Hierin staat verwoord: “Verdichting en schaalvergroting zijn slechts beperkt mogelijk en zullen met aandacht voor de specifieke ruimtelijke kenmerken van de omgeving benaderd worden. Nieuwe bebouwing zal wat betreft maat en schaal en ook wat betreft kleur- en materiaalgebruik in harmonie met de bestaande bebouwing ontworpen moeten worden.
Scherpe contrasten dienen te worden vermeden.” En verderop: “Ondanks de verschillen in de historische linten van Eerbeek is de individualiteit van de panden, de wisselende rooilijn en de groene ruimtes ertussen een gemeenschappelijk kenmerk.” Het bovenliggende doel van het Beeldkwaliteitsplan is om het Burgersterrein, nu nog een lege ruimte, onlosmakelijk onderdeel te laten worden van het bestaande dorpse weefsel. De nieuwe buurt dient bovendien van meerwaarde te zijn voor het dorp. Meer dan een aantrekkelijke woonbuurt met enkele bedrijven dus. Vergunningvrij bouwen: Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024, zijn de regels voor vergunningvrij bouwen uit het Besluit Omgevingsrecht Bijlage overgeheveld vanuit het rijk naar de gemeenten. (De zgn. Bruidsschat.) In Brummen is de bruidsschat 1:1 overgenomen in omgevingsplannen. Ook voor het Burgersterrein geldt dit, tenzij er redenen zijn om van af te wijken. Leeswijzer Het Beeldkwaliteitsplan is onderdeel van het VO Stedenbouwkundig Plan. Hierin staat een gebiedsanalyse en worden de ontwerpkeuzen toegelicht. In het Beeldkwaliteitsplan worden de grote lijnen en ambities van het plan geduid door middel van 7 thema’s. Daarna volgen hoofdstukken die ingaan op specifieke planonderdelen. 4
1. Inleiding
5
2. Ambitie
2.1 LANDSCHAP/STEDENBOUW: 2.1.1. Plangebied als schakel 2.1.2 Landschap (bos en wateropvang) als stevige ruimtelijke drager 2.1.3 Lange lijnen (langzaam verkeer) opnemen 2.1.4 Auto te gast 2.1.5 Gevariëerd woonprogramma; woonvelden georiënteerd op het groen 2.1.6 Dorps wonen; kleinschalig, gevariëerd 2.1.7 Inpassen kleinschalige bedrijvigheid
(ontwerp thema’s)
2.2 GEBOUWEN: 2.2.1 Eigentijds dorps 2.2.2 Energie (zonnepanelen, installaties) 2.2.3 Natuurinclusiviteit
6
1. Terrein als schakel
IJSSELLANDSCHAP landgoederen Brummen dorpscentrum
plangebied
BOSRIJKE ‘LOB’
VELUWE
- De bestaande groen ‘lob’ aan de oostzijde van de 2.1.1 Plangebied als schakel Loubergweg heeft de potentie om doorgetrokken dichtbij het dedorpscentrum. die - te De worden bestaandetotgroen ‘lob’ aan oostzijde van deOp Loubergweg wijze kunnen hetomVeluwe en IJssellandschap en hethet heeft de potentie doorgetrokken te worden tot dichtbij THEMA dorpscentrum. Op die wijze kunnen het Veluwe en IJssellanddorpscentrum raken. Het plangebied plangebied alselkaar onlosmakelijk onderdeel van kan dorpdeze schap en het dorpscentrum elkaar raken. Het plangebied kan verschillende werelden ruimtelijk met elkaar BESCHRIJVING deze verschillende werelden ruimtelijk met elkaar verbinden verbinden. Hetplangebied gebied ient van meerwaarde te zijntussen voor het - Het kan aldus een schakel worden - Het plangebied kan aldus een schakel worden tussen dorpscentrum en buitengebied/landschap. dorp. Zijn ligging tussen het centrum en de Veluwe en dorpscentrum en buitengebied/landschap. het IJssellandschap maakt dat het een schakelgebied kan worden. Aan deze zijde van het dorp ligt de kans om het Veluwse Groen (‘bosrijke lob’) tot diep in het centrum te laten doordringen wat ruimtelijk, ecologisch en recreatief waardevol is. Aan de noordzijde (richting centrum en spoorzone) en aan de zuidzijde (Loubergweg) wordt het gebied stevig aangehecht aan het bestaande dorp.
UITGANGSPUNTEN - aansluiten op plannen voor Spoorzone (Arcadis) en Masterplan Veluwe TOP; - integraal opnemen wadi van de Wasackerplannen; - aansluiten op Loubergweg; - het gebied tussen Burgersterrein en de Coldenhovenseweg wordt stapsgewijs getransformeerd van achterzijdes naar voorzijdes. Dit is een separaat, deels nog te starten project. VORMGEVING - we kiezen ervoor om de gebiedsinrichting niet te verbijzonderen maar juist aan te sluiten op het omliggende dorp. Dat impliceert: dorpse bebouwing, Veluwse beplanting, verhardingen en meubilair vergelijkbaar met de directe omgeving etc.
Wilhelminapark
VELUWE VLAKBIJ 7
2.1.2 Landschap (bos en wateropvang) als stevige ruimtelijke drager THEMA openbaar groen BESCHRIJVING Tussen de bebouwingsvelden komen ruime groenstroken te liggen. Deze worden ingericht als bosstroken en vormen de ruimtelijke drager van het plan. Ze sluiten qua beeld en ecologisch aan op het ‘Veluws groen’ dat aan de zuidzijde van de Loubergweg ligt. Het is tevens de gemeenschappelijke ruimte van de buurt. UITGANGSPUNTEN - de bosstroken worden ingeplant met een variëteit aan inheemse boomsoorten refererend aan de Veluwe; - de bosstroken dienen tevens als waterberging en als recreatievoorziening (wandelen, spelen, ontmoeten); - het terrein is reliëfrijk (ivm waterberging, spelen en ecologisch waardevolle gradiëntverschillen); - onderdeel van klimaatadaptieve inrichting. VORMGEVING - informeel, natuurlijk ogend; - de stroken zijn minstens 20 meter breed; - het betreft heesters, natuurlijke ondergroei en bomen. SPECIFICATIES/AANDACHTSPUNTEN - beplantingssoorten, zie verderop; - op enkele plekken enige afstand tot woningen ivm. mogelijke schaduwvorming op zonnepanelen; - bosbeheer!
8
2.1.3 Lange lijnen (langzaam verkeer) opnemen De Wasacker
THEMA verbindingen ter verankering in de omgeving BESCHRIJVING Het opnemen van lange doorgaande verbindingslijnen (langzaam verkeer, recreatie) maakt dat het plan de boogde schakel wordt tussen het centrum en de Veluwe / het IJssellandschap. UITGANGSPUNTEN - Ontwerpen volgens het zogenaamde STOMP principe. STOMP is het ontwerpen met de menselijke maat. In het proces kijken we eerst naar Stappen, vervolgens naar Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service (MaaS) en tot slot naar de Particuliere auto. Door STOMP consequent toe te passen, krijgen de kwetsbare en actieve verkeersdeelnemers een ruimere en prominentere plek op straat; - mengen van verkeer waar mogelijk; - oversteken, o.a. over de Loubergweg.
Elis Ligtleeplein
VORMGEVING - zo min mogelijk verharding, halfverharding waar mogelijk; - geen fietspaden maar comfortabele fietsroutes, geen trottoirs maar halfverharde paden; - lange doorgaande lijnen, geen abrupte kronkels, evt. zijn buigingen/ trage bochten wel denkbaar.
Hogeweg
Soerense Zand Noord
9
2.1.4 auto te gast best
aand
nieu
e wo
P
we w
P
ning
onin
gen
en S
tuyv
enbu
rchs
traa
t
THEMA infrastructuur BESCHRIJVING De auto wordt nagenoeg geheel uit het straatbeeld /de groenzones gehouden. Voor het parkeren worden achter de woningen parkeerterreinen gemaakt. De achterzijdes van de percelen aan de Stuyvenburchstraat komen aan het parkeerveld te liggen, zoals ook het geval is bij het middelste woonveld. In principe is parkeren op of aan de straat niet mogelijk. Parkeren op eigen erf gebeurt wel (bij de duurdere woningen). UITGANGSPUNTEN - ontwerpen volgens het STOMP principe; - mengen van verkeer waar mogelijk; - alleen op de intensiever bereden wegen (nabij de entree en het bedrijventerrein (zie ononderbroken lijnen op de kaart) komen er trottoirs naast de rijweg te liggen. VORMGEVING - de auto is niet maatgevend voor de terreininrichting; - rijwegen zijn zo smal mogelijk; - al het parkeren in de openbare ruimte is gecentreerd in twee parkeerterreinen en op het eigen terrein van de bedrijven; - zo min mogelijk verharding. SPECIFICATIES/AANDACHTSPUNTEN - uitgangspunt is de parkeernorm die geldt voor het centrumgebied. De eerste jaren wordt dit gemonitord. Mocht blijken dat er meer parkeerplaatsen nodig zijn dan is daarvoor ruimte voor langsparkeerplaatsen gereserveerd op de koppen van de woonvelden (zie gele onderbroken lijnen in nevenstaande kaart).
P
10
2.1.5 gevariëerd woonprogramma THEMA mengen van woningcategorieën BESCHRIJVING Dorps wonen is gemengd wonen. Ongeveer de helft van de woningen wordt grondgebonden met een tuin. De andere helft bestaat uit appartementen. Beide typen worden verspreid over de woonvelden. UITGANGSPUNTEN volgens routekaart: afgerond 30% sociale huurwoningen; afgerond 35% mix van goedkope koop, betaalbare koop en middenhuur (met als streven dat minimaal 20% in de categorie goedkope koop moet vallen); afgerond 35% overige koopwoningen. VORMGEVING - appartementsgebouwen worden maximaal vier lagen hoog. Waarbij de bovenste laag een setback krijgt of een kap. Grondgebonden woningen max drie lagen. Waarvan de bovenste laag een kap is; - types en locaties van de appartementengebouwen zijn vastgelegd op de kaart. Doel is om ze ruimtelijk te integreren met de grondgebonden woningen. SPECIFICATIES/AANDACHTSPUNTEN - 108 woningen
sociaal goedkoop betaalbaar duur 11
2.1.6 dorps wonen THEMA De wijze van bouwen en verkavelen. BESCHRIJVING Het Burgersterrein moet een integraal onderdeel worden van het dorp. Zowel functioneel als ruimtelijk. Dorps wonen is geen suburbaan wonen. We kiezen voor volop variatie in woningen, kavels, rooilijnen, dakoriëntaties. Maximaal zicht op landschap. Het (bos) landschap is straks de ruimtelijke drager, dat impliceert dat de woningen niet voor de ruimtelijke samenhang hoeven te zorgen. UITGANGSPUNTEN - de woningen en bedrijven aan de buitenranden krijgen een hoge mate van beeldregie. De woningen daarachter krijgen juist veel vrijheid (zie rood kader); VORMGEVING - woningen en bedrijven zijn georiënteerd op het omliggende groen; - er is een contrast tussen voorzijdes (autovrij, groen, representatief) en achterzijdes (parkeren); - woningen worden onderling verschillend. De panden langs de Stuyvenburchstraat biedt daarvoor een prima referentie; - het worden eigentijdse, dorpse woningen: ingetogen vormgeving met bijzondere details, natuurlijke materialen (baksteen, hout) in aardse kleuren. Met af en toe een verbijzondering; - geen repetities van woningen, elke woning/gebouw is anders; - de appartementengebouwen worden geïntegreerd onder andere door verticale parcellering alsook door aandacht voor privacy naar nevengelegen percelen. - verschillende dakvormen en dakoriëntaties, verschillende rooilijnen.
SPECIFICATIES/AANDACHTSPUNTEN - de gebiedsontwikkeling moet voldoet aan het Toetsingskader Duurzame gebiedsontwikkeling Gemeente Brummen. - zie hoofdstukken 2.2 en 4
12
2.1.7 inpassen kleinschalige bedrijvigheid THEMA inrichting bedrijventerrein BESCHRIJVING Het bedrijventerrein biedt straks plaats aan een aantal (3 à 5) kleinschalige bedrijven: perifeer commercieel, MKB of kleinschalige bedrijvigheid UITGANGSPUNTEN - de bedrijven dienen ruimtelijk ingepast te worden in de dorpsuitbreiding; - het vormt als geheel een ruimtelijke overgang tussen de dorpsbebouwing van het middelste woonveld en de ten zuidwesten van het spoor gelegen grootschalige bedrijfspanden;
ie o
sstr
fiets
rout
e)
volu
g
park
mes ber gwe
eren
Lou
ees,
(en
op
entr
ouw
ook
tie
div b
p bo
nta
ntat
orië
orië
VORMGEVING - het terrein krijgt een eigen auto-ontsluiting aan de Loubergweg, vandaar worden bedrijven individueel ontsloten via een weg aan de spoorzijde, aan die zijde liggen ook de parkeerplaatsen, entrees en de mogelijke buitenruimtes (opslag etc); - de gebouwen kennen een representatieve (open) gevel naar het middelste woonveld en de Loubergweg; - karakteristieke (bedrijfs-) panden (dus geen anonieme gesloten gebouwen); - de terrininrichting kent een hoge ambitie met betrekking tot natuurinclusiviteit. SPECIFICATIES/AANDACHTSPUNTEN - zie hoofdstuk 5
13
2.2. 1 gebouwen: eigentijds dorps
kleurenpallet aardse tinten
THEMA algemene beeldregie gebouwen BESCHRIJVING Zoals eerder beschreven bij ‘2.1.6 dorps bouwen’ dient het Burgersterrein een integraal onderdeel te worden van het dorp. We kiezen voor volop variatie in woningen (en bedrijfspanden), kavels, rooilijnen, dakoriëntaties. UITGANGSPUNTEN - de woningen en bedrijven aan de buitenranden krijgen een hoge mate van beeldregie. De woningen daarachter krijgen juist veel vrijheid; -nieuwe gebouwen voegen zich in de kleinschalige en ‘prettig rommelige’ structuur van het bestaande dorpscentrum; - het ontwerp van de gebouwen moet voldoen aan de regels van dit Beeldkwaliteitsplan. Hiervan kan afgeweken worden indien er sprake is van architectuur met een bijzondere kwaliteit. VORMGEVING - eigentijds dorps (geen retrostijl); - afwisselend beeld; - gebouwen die aan één openbare ruimte liggen hebben ieder een ander ontwerp. Gebouwen (aan één zijde of weerszijden) worden niet herhaald, ook niet door de aanpassing van de gevelkleuren; - naast elkaar gelegen gebouwen verspringen minstens 1/2 meter in de rooilijn; - ingetogen met bijzondere details, Toegestane hoofdmaterialen voor de gevels zijn: -baksteen in aardse tinten (zie kleurenpallet); -hout geverfd of gebeitst in aardse tinten (zie kleurenpallet); -knoestvrij onbehandeld (vergrijzend) hout -bamboe (bruin).
14