CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(095) Toelichting Paraplubestemmingsplan Landschapselementen Buitengebied

Besluitvormende raadsvergadering 23 maart 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Bestemmingsplan Landschapselementen Buitengebied10.298 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

We verwijzen naar paragraaf 4.3 van de toelichting. Van strijdigheid zoals aangehaald

Vogelkers wordt toegevoegd als mogelijke struikvormer bij houtsingels.

Blz. 5

F

G

2 A.

Er zijn heel veel landschappelijk ongewenste ontwikkelingen zoals grote schuren, zonneparken, paardenbakken. Het risico is dat onderhavig paraplubestemmingsplan wordt gebruikt om aanplant van `schaamgroen' als excuus te gebruiken om meer van dit soort landschappelijk maar ook ecologisch verstorende objecten mogelijk te maken door dan te stellen dat het leidt tot een verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Dat zou dan het mogelijk maken van dit soort landschapselementen tot een perverse prikkel maken en daar blinkt ons land al genoeg in uit. En dan is alleen het zicht vanaf de openbare weg meestal bepalend terwijl een perceel altijd van tenminste vier kanten zichtbaar is. Indieners verzoeken om de regels zó op te stellen dat dit niet bedoelde gebruik wordt voorkomen. Het lijkt indieners goed om in dit paraplubestemmingsplan ook de mogelijkheid op te nemen dat mensen de landschapselementen ook een beschermde status kunnen geven wat de kans vergroot dat dit bestemmingsplan niet alleen maar leidt tot 'wegwerpgroen' maar juist tot blijvende verandering en struiken en bomen van hogere leeftijd met een veel grotere ecologische kwaliteit.

De gemeente zou dit kunnen faciliteren op een vergelijkbare wijze als ze dat nu doet bij omvorming naar natuur met bijvoorbeeld een jaarlijkse ronde waarin dan de landschapselementen van alle percelen waar mensen dat voor aanvragen een beschermde status krijgen. Als voorbeeld wijzen indieners op hoe dat in het bestemmingsplan voor het eigen perceel is verwerkt. Indiener 2 – D376801 Indiener wijst op de omstandigheid dat zich in het plangebied de bovengrondse

door indieners is in dit geval dan ook geen sprake. Dit is een sympathiek verzoek ter bescherming van de landschappelijke kwaliteit van het buitengebied. Ontwikkelingen zoals indieners die als voorbeeld noemen, dienen op zichzelf een bijdrage te leveren aan het landschap, bijvoorbeeld door middel van een goede landschappelijke inpassing. Het paraplubestemmingsplan dat voor ligt, kan niet fungeren als compensatie voor dit soort ontwikkelingen. Het maakt het aanbrengen van passende landschapselementen per landschapstype mogelijk en neemt de planologisch juridische drempels die daarvoor op dit moment nog gelden weg. Dit deel van de zienswijze leidt derhalve niet tot aanpassing of aanvulling van het paraplubestemmingsplan. Dit valt buiten de scope van dit plan. Het is niet wenselijk dat landschapselementen die het paraplubestemmingsplan toelaat kort na het aanplanten weer worden weggenomen. Het opnemen van een onderhoudsplicht neemt een dwingend karakter met zich mee en past daarom niet bij de doelstelling die we als gemeente hebben bij het vaststellen van dit bestemmingsplan. We gaan er vanuit dat de inwoners en gebruikers die de regels van het plan toe gaan passen, dit niet doen om op korte termijn de aangeplante en aangebrachte elementen weer weg te halen.

Omdat zowel de ondergrondse als de bovengrondse hoogspanningsleidingen niet in

Blz. 6

hoogspanningsverbinding Woudhuis-Zutphen en de ondergrondse hoogspanningsleiding WoudhuisEerbeek bevinden. Indiener wijst op zijn wettelijke verantwoordelijkheid voor ongestoorde werking van het hoogspanningsnet. In dit kader wordt gewezen op de ongestoorde ligging van hoogspanningsverbindingen gedurende de gehele levensfase ervan. B.

C.

D.

Indiener wijst op het risico dat diepwortelende en/of hoogopgaande beplating met zich meebrengt tot het veroorzaken van overslag van elektriciteit. Indiener geeft aan de aanleg van landschapselementen graag te kunnen toetsen en voorzien van veiligheidsvoorschriften. Om die reden heeft indiener de wens een vergunningplicht op te nemen voor landschapselementen binnen een aan te brengen belemmerende strook van de dubbelbestemmingen “Leidinghoogspanning” en “Leidinghoogspanningsverbinding”. Indiener ziet een en ander graag opgenomen worden in de toelichting en regels van het paraplubestemmingsplan. Voor toestemming wordt door indiener tevens een contact e-mailadres voorgesteld. Indiener wijst erop dat op de verbeelding van het moederplan “Buitengebied 2008” de hoogspanningsverbindingen niet juist zijn weergegeven en verzoekt om bij de bovengrondse 150 kV hoogspanningsverbinding Woudhuis-Zutphen een belemmerende strook van 40 meter aan weerszijden op te nemen. Daarbij wordt verzocht om die strook te voorzien van de dubbelbestemming “LeidingHoogspanningsverbinding”. De ondergrondse 150 kV hoogspanningsverbinding “Woudhuis – Eerbeek” komt niet terug op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan.

de digitale versie van het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied 2008” zijn opgenomen, is met de ligging ervan geen rekening gehouden in dit paraplubestemmingsplan. De zienswijze gaat in op het belang van de ongestoorde ligging van hoogspanningsverbindingen. Op de wijze waarop dit wordt meegenomen in de verdere procedure wordt later in deze Nota van beantwoording zienswijzen ingegaan. In hetgeen de indiener stelt kunnen wij ons vinden. Ook als gemeente achten wij het van belang dat voor een ieder duidelijk is waar de hoogspanningsleidingen liggen en wat de invloed daarvan kan zijn op het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Het voorstel hier aandacht aan de geven in het bestemmingsplan is dan ook akkoord.

De voorgestelde dubbelbestemmingen worden opgenomen in de vast te stellen versie van het paraplubestemmingsplan.

Na afstemming hierover met indiener is als toevoeging op het parapluplan de voorgestelde dubbelbestemming opgenomen, zodat de ligging van de hoogspanningsverbinding planologisch vastligt op de juiste locatie.

Het opnemen van de dubbelbestemming “LeidingHoogspanningsverbinding” in de vast te stellen versie van het paraplubestemmingsplan.

Zie C.

Zie C.

Blz. 7

E.

F.

G.

Indiener stelt voor een belemmerende strook op te nemen ter plaatse van deze kavel, met een breedte van 5 meter aan weerszijden, gemeten vanaf de buitenste aanwezige kabel. Als minimale breedte geldt voor een open ontgraving een belemmerende strook van 3 meter, gerekend vanaf de buitenste kabels. Bij een boring geldt een afstand van 5 meter, gerekend vanaf de buitenste kabels. Indiener verzoekt deze strook op te nemen op de verbeelding en aan die strook de bestemming “Leiding – Hoogspanning” toe te kennen. Indiener deelt twee kaarten in de zienswijze en biedt deze aan ter informatie ook de digitale bestanden van de hoogspanningsleidingen bovengronds en ondergronds te delen. Werken of werkzaamheden onder of in de nabijheid van de hoogspanningsverbinding kan de veiligheid en leveringszekerheid in gevaar brengen. Het is daarom noodzakelijk om tijdig met opdrachtgevers en/of uitvoerders van werken of werkzaamheden in overleg te treden om de toelaatbaarheid van de plannen te toetsen. Ondanks dat de regels uit het bestemmingsplan “Buitengebied 2008” nu niet ter inzage liggen wijst indiener er op dat de regels in artikel 17 “LeidingHoogspanning” (ondergronds) met betrekking tot werken en werkzaamheden binnen de belemmerde strook niet volledig zijn. Daarnaast ontbreken de regels voor de bovengrondse hoogspanningsverbinding.

Indiener ziet graag dat er een verbod geldt om zonder omgevingsvergunning bepaalde werken of werkzaamheden uit te voeren. In de door indiener aan de zienswijze toegevoegde bijlagen met tekstvoorstellen voor zowel een bovengrondse als een ondergrondse hoogspanningsverbinding staan

De gedeelde informatie wordt gebruikt om de dubbelbestemmingen op juiste wijze te verwerken in het vast te stellen paraplubestemmingsplan.

Het verwerken van de benodigde dubbelbestemmingen op de verbeelding.

Zoals indiener zelf ook in de zienswijze stelt, ziet dit deze aanbeveling niet op het voorliggende paraplubestemmingsplan. Een en ander wordt uiteraard in overweging genomen bij actualisatie van het bestemmingsplan “Buitengebied 2008”.

De aangedragen tekstvoorstellen zijn na overleg met indiener overgenomen in de versie van het paraplubestemmingsplan dat voor vaststelling wordt voorgelegd.

In de regels wordt daar waar de indiener dat heeft voorgesteld verwezen naar de verplichting om toestemming te verkrijgen bij de netbeheerder. (zie artikel 4.3 sub a, artikel 4.4.3, artikel 4.4.4 sub b, artikel 5.3 sub b, artikel 5.4.3 en artikel 5.4.4 sub

Blz. 8

meerdere werkzaamheden die gevaarlijke situaties met zich mee kunnen brengen en waarvoor indiener het opnemen van regels noodzakelijk acht ter voorkoming van gevaarlijke situaties en bescherming van de hoogspanningsverbinding, zodat er geen aantasting plaats kan vinden van het doelmatig en veilig functioneren.

3. A.

Doordat de regels in het bestemmingsplan Buitengebied 2008 wat indiener betreft op dit punt niet volledig zijn kunnen hierdoor mogelijk gevaarlijke situaties ontstaan. Indiener verzoekt om de initiatiefnemer voor alle activiteiten binnen de belemmerde strook contact op te laten nemen met indiener om de plannen te bespreken en te onderzoeken wat er mogelijk is. Indiener 3 – D3792428 Met het onderhavige bestemmingsplan worden eerder vastgestelde bestemmingsregels overschreven. Het bestemmingsplan staat toe landschapselementen zoals heggen en erfbeplanting toe te staan ter plaatse van de voor ‘Overige zone – uiterwaarden’ aangeduide gronden. Dit kan nadelige gevolgen hebben voor het rivierbeheer. Om die reden verzoekt indiener: 1. Aan de regels toe te voegen dat de landschapselementen geen nadelige effecten mogen hebben op het rivierbeheer. 2. Aan de toelichting onder paragraaf 2.1 onder ‘De uiterwaarden’ toe te voegen dat de aanleg van landschapselementen als heggen en erfbeplanting afhankelijk van de vormgeving, locatie en oriëntatie nadelige effecten kunnen hebben op veilig en doelmatig gebruik van oppervlaktewaterlichaam de IJssel. Om deze reden is het belangrijk voorgenomen plannen

b.)

Het voorstel om, ter voorkoming van nadelige gevolgen van het natuurbeheer, de waterbeheerder te betrekken bij de mogelijkheid tot het aanleggen van landschapselementen begrijpen wij. In het voor vaststelling voor te leggen plan willen we daarom rekening houden met hetgeen de waterbeheerder voorstelt. Echter zijn wij er niet zeker van dat de door de waterbeheerder voorgestelde aanvulling aan planregels en toelichting het gewenste effect sorteert. Door in de regels alleen op te nemen dat de landschapselementen geen nadelige effecten mogen hebben op het rivierbeheer, wordt de toetsing hiervan neergelegd bij de gemeente. Wij maken uit de zienswijze echter op dat het de insteek is om de waterbeheerder toestemming dient te verlenen, zodat die waterbeheerder zelf kan toetsen of de betreffende landschapselementen negatieve gevolgen voor het rivierbeheer

Aan artikel 3.2.1 sub f wordt aansluitend de volgende zinsnede toegevoegd: (…) mits vooraf toestemming is verkregen van de waterbeheerder. Het tekstvoorstel dat in de zienswijze is voorgesteld, wordt letterlijk overgenomen in paragraaf 2.1 van de plantoelichting.

Blz. 9

en de uitwerking daarvan te bespreken met waterbeheerder (Rijkswaterstaat).

hebben. Het tekstvoorstel voor de toelichting kan aanvullend opgenomen worden ter motivering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12443729/2