CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(086) Onderzoeken

Besluitvormende raadsvergadering 23 april 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: Buitenplanse omgevingsplanactiviteit Stuijvenburchstraat 14721.876 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1.2 1.13 1.14 1.15

noordgevel zuidgevel zuidgevel westgevel

0,00 0,00 0,00 0,00

Namespace

LokaalID

Versie

Hoogte A 7,50 7,50 5,00 5,00 5,00

Hoogte B --7,50 ---

Hoogte C ------

Hoogte D ------

Hoogte E ------

Hoogte F ------

Gevel Ja Ja Ja Ja Ja

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

5,00 5,00 5,00 5,00 5,00

--7,50 ---

------

------

------

------

Ja Ja Ja Ja Ja

Relatief Relatief Relatief Relatief

5,00 7,50 7,50 7,50

-----

-----

-----

-----

-----

Ja Ja Ja Ja

Omgevingswet, wegverkeer, Geomilieu V2024 Licentiehouder: SAB

21-11-2024 16:43:45

Bijlage D: Resultaten in tabelvorm

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Eerbeek, Stuijvenburchstraat 147 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Gemeente Brummen

Resultatentabel wvl bouwplan bopa LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee

Naam Toetspunt 1.10_A 1.11_A 1.12_A 1.13_A 1.14_A

Omschrijving zuidzijde noordgevel noordgevel zuidgevel zuidgevel

Hoogte 5,00 7,50 7,50 7,50 7,50

Dag 29,70 55,94 55,68 30,08 30,39

Avond 26,13 52,10 51,83 26,50 26,79

Nacht 20,56 46,43 46,16 20,97 21,20

Lden 30,26 56,32 56,05 30,65 30,93

1.15_A 1.1_A 1.2_A 1.3_A 1.3_B

westgevel noordgevel noordgevel oostgevel oostgevel

7,50 5,00 5,00 5,00 7,50

36,75 57,04 57,18 49,50 50,33

33,02 53,20 53,35 45,63 46,49

27,52 47,57 47,72 39,99 40,85

37,25 57,43 57,58 49,87 50,72

1.4_A 1.5_A 1.6_A 1.7_A 1.9_A

oostgevel zuidgevel westgevel westgevel oost

5,00 5,00 5,00 5,00 5,00

39,25 29,91 35,57 34,38 40,05

35,49 26,40 31,86 30,68 36,24

29,92 20,87 26,38 25,22 30,68

39,71 30,52 36,09 34,91 40,48

1.9_B

oost

7,50

42,63

38,87

33,32

43,09

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Omgevingswet, wegverkeer, Geomilieu V2024 Licentiehouder: SAB

21-11-2024 16:45:08

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Eerbeek, Stuijvenburchstraat 147 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Gemeente Brummen

Resultatentabel wvl bouwplan bopa LAeq totaalresultaten voor toetspunten Stuijvenburchstraat Nee

Naam Toetspunt 1.10_A 1.11_A 1.12_A 1.13_A 1.14_A

Omschrijving zuidzijde noordgevel noordgevel zuidgevel zuidgevel

Hoogte 5,00 7,50 7,50 7,50 7,50

Dag 29,54 55,90 55,64 29,77 30,18

Avond 25,93 52,05 51,78 26,12 26,52

Nacht 20,26 46,35 46,09 20,40 20,81

Lden 30,04 56,26 56,00 30,23 30,64

1.15_A 1.1_A 1.2_A 1.3_A 1.3_B

westgevel noordgevel noordgevel oostgevel oostgevel

7,50 5,00 5,00 5,00 7,50

36,64 57,01 57,15 49,49 50,30

32,89 53,17 53,31 45,62 46,46

27,33 47,52 47,66 39,98 40,80

37,10 57,39 57,53 49,86 50,68

1.4_A 1.5_A 1.6_A 1.7_A 1.9_A

oostgevel zuidgevel westgevel westgevel oost

5,00 5,00 5,00 5,00 5,00

39,17 29,70 35,46 34,27 39,99

35,38 26,13 31,71 30,54 36,16

29,77 20,47 26,17 25,01 30,56

39,60 30,23 35,93 34,76 40,40

1.9_B

oost

7,50

42,53

38,74

33,13

42,96

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Omgevingswet, wegverkeer, Geomilieu V2024 Licentiehouder: SAB

21-11-2024 16:45:23

4

Memo milieubelastende activiteiten aan:

Gemeente Brummen

van:

SAB adviseurs

projectnummer: 230244.1 datum:

21 november 2024

betreft:

Quick scan milieubelastende activiteiten Stuijvenburchstraat 147, Eerbeek

Inleiding Het voornemen bestaat om de Stuijvenburchstraat 147 te verbouwen. Op de begane grond is in de huidige situatie een winkel gevestigd, het gebruik hiervan blijft ongewijzigd. Boven de winkel is een bovenwoning gevestigd. Deze woning zal gesloopt worden, waardoor ruimte ontstaat voor 3 nieuwe woningen. De ontwikkeling past niet binnen de juridisch-planologische kaders die ter plaatse gelden op grond van het tijdelijk omgevingsplan. In het kader van de te doorlopen planologische procedure moet worden aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)’. Om deze afweging te maken, dat hier sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, dienen alle milieubelastende activiteiten in de omgeving en de te ontwikkelen activiteit naar de omgeving toe te worden beschouwd. Deze memo gaat hierop in.

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties De gemeente dient ervoor te zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit is opgenomen in artikel 4.2, eerste lid, Omgevingswet (inwerkingtreding 1 januari 2024). Het Rijk heeft hiertoe Instructieregels opgesteld. Binnen deze Instructieregels heeft de gemeente de afwegingsruimte om te bepalen hoeveel gebruiksruimte iedere functie met bijbehorende activiteiten krijgt. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft met de publicatie ‘Handreiking Activiteiten en milieuzonering’ een invulling gegeven aan de afwegingsruimte onder de Omgevingswet. Daarnaast zal ook de oude VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (ofwel bmz) worden beschouwd. Deze publicatie is de voorloper van de Handreiking Activiteiten en milieuzonering. 1 / 11

In de VNG-publicatie Handreiking Activiteiten en milieuzonering wordt gebruiksruimte per functie gedefinieerd door expliciete milieuwaarden in plaats van een vaste richtafstand (bmz). Zo wordt er een bewuste afweging van toedeling van functies aan locaties gemaakt en wordt er specifiek per functie gekeken hoeveel ruimte die functie in beslag neemt. Daarmee wordt er veel doelmatiger met beschikbare ruimte om gegaan en worden ruimte en milieu geïntegreerd. Het reguleren van de gebruiksruimte voor geluid en geur per bedrijf staat centraal in de nieuwe systematiek voor milieuzonering. Ook in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder de Omgevingswet is gebruiksruimte een belangrijk begrip. Het is aan het bevoegd gezag om per gebied een ambitieniveau vast te stellen. Er wordt onderscheid gemaakt in vijf gebieden: - Bedrijventerreinen; - Andere werkterreinen; - Gemengd gebied met wonen; - Rustig woongebied; - Buitengebied. Bedrijventerreinen Het doel van bedrijventerreinen is het beiden van fysieke ruimte aan milieuhinderlijke (bedrijfs-)activiteiten die substantiële milieuhinder kunnen veroorzaken. De bedrijven op een bedrijventerrein moeten milieuhinder buiten het bedrijventerrein beperken, zeker wanneer nabij het bedrijventerrein (geprojecteerde) milieugevoelige functies aanwezig zijn.

Andere werkterreinen Deze terreinen zijn in hoofdzaak gericht op de toelating van publieksgerichte activiteiten. Het gaat dan bijvoorbeeld om kantorenlocaties, perifere locaties met detailhandel zoals woonwinkels, bouwmarkten en autoshowrooms en ook sportterreinen. Ook op andere werkterreinen (dan bedrijventerreinen) zijn doorgaans milieuhinderlijke activiteiten toegelaten. Over het algemeen zijn dat de lichtere, minder milieuhinderlijke activiteiten. Net als bedrijventerreinen zijn deze andere werkterreinen in de basis niet bedoeld en ingericht voor milieugevoelige functies. Wel kunnen op deze terreinen op maat combinaties van wonen en werken toegelaten worden. Gemengd gebied met wonen In deze gebieden wordt het wonen (of ander milieugevoelig gebruik) toegelaten, samen met activiteiten die geschikt zijn om te mengen met wonen, zoals detailhandel, horeca, onderwijs, zorg, dienstverlening, cultuur en lichte 2 / 11

bedrijvigheid. Het zijn vaak levendige gebieden, zoals een centrumgebied met horeca en detailhandel op de begane grond en woningen op de verdiepingen. Of randen van gebieden die ‘verkleuren’ van winkelgebied naar vooral woongebied. Het kan ook een voormalig bedrijventerrein zijn, dat tot gemengd woon-werkgebied is of word getransformeerd. Onder een gemengd gebied met wonen kan tenslotte ook lintbebouwing in het buitengebied en woongebieden direct langs de hoofdinfrastructuur worden verstaan. Rustig woongebied Met een rustig woongebied wordt de gebruikelijke woonwijk en woonbuurt bedoeld. Binnen deze gebieden staat een prettig, rustig woongenot als doel centraal. Binnen een rustig woongebied komen incidenteel ook niet-woonactiviteiten voor, zoals een buurtsuper en een school. De vestiging van niet-woonactiviteiten blijft in rustig woongebied veelal beperkt tot het toestaan van beroepen en bedrijven aan huis. Buitengebied In het buitengebied komen ook activiteit voor met gebruiksruimte voor geluid en geur waarvoor de systematiek van de Handreiking kan worden toegepast, met uitzondering voor agrarisch geur.

De Handreiking activiteiten en milieuzonering is niet van toepassing op: - Industrieterreinen; - Milieuhinderlijke activiteiten binnen rustig woongebied; - Alle overige milieuthema’s anders dan geluid en niet-agrarisch geur; - Zware activiteiten die niet direct worden toegelaten. Afhankelijk van het type zone worden globaal de volgende overeenkomstige gebruiksruimten voor milieuhinderlijke activiteiten bepaald: - Zone basis, gebruiksruimte op 50 meter afstand of tot grens van het woongebied; - Zone beperkt, gebruiksruimte met extra bescherming voor het woongebied; - Zone verruimd, gebruiksruimte op 100 meter afstand met extra ruimte voor zwaardere bedrijven. Voor een volwaardige toepassing van en toetsing aan de Handreiking dienen de voornoemde gebieden en zones te zijn opgenomen in het omgevingsplan. Op het moment van schrijven is dit voor de gemeente Brummen echter nog niet het geval. Ter toetsing in de tijdelijke situatie kan worden teruggevallen op de voormalige VNG-tabellen 2009 met de richtafstanden die in de Handreiking zijn omgezet conform onderstaande werkwijze. Op basis hiervan kan worden bepaald of op 3 / 11

voorhand zou kunnen worden voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties of dat een nader akoestisch en/of geuronderzoek benodigd is. Beoordeeld wordt de onderlinge ligging van milieugevoelige activiteiten (bv. woonactiviteiten) en milieuhinderlijke activiteiten (bv. bedrijfsactiviteiten). Voormalige

Positie

Zones geluid

Zones geur

richtafstand Tabel VNG-2009

Tabel VNG-2024

(categorie)

Rustig

Gemengd gebied

woongebied

met wonen

Alle gebieden

0 – 10 m (1)

FM

-

-

-

30 m (2)

1

Beperkt

Basis

Basis

50 m (3.1)

2

Beperkt

Basis

Basis

100 m (3.2)

3

Basis

Basis

Verruimd

200 m (4.1)

4

Verruimd

Verruimd

Maatwerk

300 m en hoger

IT

-

-

-

(4.2 en hoger)

De richtafstand wordt gemeten vanaf de grens van het bedrijfsperceel tot de gevel van het gevoelige object. Functiemenging (FM) heeft de kleinste zone met de minste gebruiksruimte met betrekking tot geur en geluid. Na functiemenging gelden zones 1 tot en met 4, waarbij zone 1 het kleinst is met de minste gebruiksruimte en zone 4 het grootst met de meeste gebruiksruimte. Als laatste is er nog de zone Industrieterrein (IT).

Situatie ontwikkellocatie De ontwikkellocatie ligt in het centrum van Eerbeek. In de directe omgeving van de ontwikkellocatie is zowel juridisch-planologisch als feitelijk gezien sprake van een afwisseling van functies. Het gebied heeft voornamelijk een centrumbestemming en er bevinden zich hier naast woningen functies op het gebied van cultuur en ontspanning, dienstverlening, horeca en kantoren. De omgeving is dan ook een gebied met een sterke functiemenging. In principe is de Handreiking Activiteiten en milieuzonering voor dit type gebied niet van toepassing en behoeft daarom maatwerk. Als houvast wordt in navolgende beschouwing teruggevallen op de omzetting van de voormalige VNG-tabellen 2009. Voor gebieden waar sprake is van een dergelijke functiemenging, kent de VNGbrochure het begrip ‘gebied met functiemenging’. In tegenstelling tot rustige woonwijken zijn in dergelijke levendige gebieden desgewenst ook milieubelastende activiteiten op kortere afstand van woningen mogelijk. Het kan gaan om gebieden 4 / 11

met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. In voorliggende situatie is daar gelet op de ligging in de binnenstad sprake van. Om die reden kan bijlage 4 van de VNG-publicatie worden toegepast.

Beschouwing milieubelastende activiteiten Bij milieuzonering zoals opgenomen is in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009 zijn twee aspecten van belang: − Er sprake dient te zijn van een goed woon- en leefklimaat vanuit de gevoelige functie (inwaartse zonering). − Het niet belemmeren van de bedrijfsvoering van in de omgeving gelegen bedrijven (uitwaartse zonering); Deze aspecten worden in de volgende paragraven beide getoetst. Hinder als gevolg van de ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling omvat de realisatie van woningen. Wonen betreft geen hinderveroorzakende functie. Dit betekent dat er geen nadere toetsing naar hinder als gevolg van onderhavige ontwikkeling noodzakelijk is. Hinder van bestaande activiteit op de ontwikkeling Naast de hinder die een ontwikkeling zelf kan veroorzaken, dient ook onderzocht te worden of de beoogde ontwikkeling zelf hinder kan ondervinden van hinderveroorzakende functies uit de omgeving. Woningen moeten worden aangeduid als milieuhindergevoelig. Aangezien er in de omgeving van de ontwikkellocatie op grond van het bestemmingsplan diverse hinderveroorzakende functies mogelijk zijn en feitelijk gezien zijn gevestigd, zijn deze geïnventariseerd. In de volgende paragrafen wordt eerst aan de hand van de functiemenginglijst de hinder van bedrijvigheid in de directe omgeving getoetst op de ontwikkellocatie.

In de paragrafen daarop wordt de bedrijvigheid op grotere afstand getoetst, waarvoor de richtwaarden uit de VNG-publicatie 2009 worden gehanteerd. Toetsing aan de functiemenginglijst De afbeelding op de volgende pagina geeft een overzicht weer van de omliggende bestemmingen uit de omliggende bestemmingsplannen. De letters A en B zijn toegevoegd om de bestemmingen Cultuur en ontspanning (A) en Detailhandel (B) uit elkaar te houden.

5 / 11

Bestemmingen rondom de beoogde ontwikkeling (lichtblauw vlak met zwarte ster). A indiceert de bestemming ‘Cultuur en Ontspanning’ B indiceert de bestemming ‘Detailhandel’. (Bron: ruimtelijkeplannen.nl; bewerking: SAB) In de omgeving van het besluitgebied gelden de bestemmingsplannen: ‘Eerbeek’, en ‘Bestemmingsplan “Kom Eerbeek” ‘. Deze gelden in de huidige situatie als deel van het tijdelijk omgevingsplan. Er wordt hieronder gesproken van de bestemmingen zoals in de voorheen geldende bestemmingsplannen opgenomen. Er wordt hier nog niet beoordeeld op de bestemming ‘bedrijventerrein’. Bestemmingsplan ‘Eerbeek’ Centrum - 1 (zalmroze) De directe omgeving van de ontwikkellocatie wordt gekenmerkt door de bestemming ‘Centrum - 1’. Binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan is vastgelegd dat deze gronden bestemd zijn voor wonen, detailhandel, dienstverlening, en horeca. Middels aanduidingen wordt het gebruik van de gronden gedetailleerd en/of verder ingevuld voor onder andere horeca, cultuur en ontspanning en verschillende vormen van bedrijvigheid welke vallen binnen type A of B. Daarmee zijn alle mogelijke functies binnen de functiemengingslijst te typeren als A of B. Dat maakt dat activiteiten uitgevoerd kunnen worden mits deze bouwkundig afgescheiden zijn van hindergevoelige functies. Met voorliggend plan 6 / 11

vinden de meeste activiteiten bouwkundig afgescheiden van de beoogde woningen plaats, waardoor hiervoor wordt voldaan aan de voorwaarden van functiemenging. Enkel voor de direct naastliggende bestemmingen ‘Centrum - 1’ geldt dat deze bouwkundig zijn aangesloten op de beoogde bebouwing. In deze gebouwen bevindt zich kleinschalige detailhandel, horeca, drogisterij en woningen; de genoemde bedrijfsactiviteiten vallen onder type A en mogen aanpandig aan woningen plaatsvinden. Hiermee worden voor de functies binnen de bestemming ‘Centrum – 1’ geen nadelige milieueffecten verwacht; er hoeft geen nadere beschouwing te worden uitgevoerd. Cultuur en ontspanning (A – oranje) Vanaf circa 50 meter afstand van de ontwikkellocatie liggen enkele gronden met de bestemming ‘Cultuur en ontspanning’. Binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan is vastgelegd dat deze gronden bestemd zijn voor maatschappelijke en culturele voorzieningen, detailhandel zoals deze aanwezig was bij het inwerkingtreden van het bestemmingsplan, wonen. Dergelijke functies zijn binnen de functiemengingslijst te typeren als A of B. Dat maakt dat activiteiten uitgevoerd kunnen worden mits deze bouwkundig afgescheiden zijn van hindergevoelige functies. Met voorliggend plan zijn deze activiteiten bouwkundig afgescheiden van woningen waardoor wordt voldaan aan de voorwaarden van functiemenging.

Er hoeft geen nadere beschouwing te worden uitgevoerd. Bedrijf (donkerpaars) Vanaf circa 150 meter afstand van de ontwikkellocatie liggen enkele gronden met de bestemming ‘bedrijf’. Binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan is vastgelegd dat deze gronden bestemd zijn voor productiegebonden detailhandel en het uitoefenen van ‘handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven en daaraan ondergeschikte detailhandel’, en ter plaatse van de aanduiding ‘verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg’ de verkoop van motorbrandstoffen zonder lpg en daaraan ondergeschikte detailhandel. Dergelijke functies zijn binnen de functiemengingslijst te typeren als A of B. Dat maakt dat activiteiten uitgevoerd kunnen worden mits deze bouwkundig afgescheiden zijn van hindergevoelige functies. Met voorliggend plan zijn deze activiteiten bouwkundig afgescheiden van woningen waardoor wordt voldaan aan de voorwaarden van functiemenging. Er hoeft geen nadere beschouwing te worden uitgevoerd.

7 / 11

Bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan “Kom Eerbeek”’ Maatschappelijk (bruin) Op circa 60 meter afstand van de ontwikkellocatie liggen gronden met de bestemming ‘Maatschappelijk’. Binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan is vastgelegd dat deze gronden bestemd zijn voor educatieve, sociale, medische, culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, als ook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen, en ‘kantoor’. Dergelijke functies zijn binnen de functiemengingslijst te typeren als A of B. Dat maakt dat activiteiten uitgevoerd kunnen worden mits deze bouwkundig afgescheiden zijn van hindergevoelige functies. Met voorliggend plan vinden de activiteiten bouwkundig afgescheiden van woningen plaats, waardoor wordt voldaan aan de voorwaarden van functiemenging, zoals opgenomen in de VNG-publicatie. Er hoeft geen nadere beschouwing te worden uitgevoerd. Detailhandel (B – oranje) Op circa 130 meter afstand van de ontwikkellocatie liggen gronden met de bestemming ‘Detailhandel’. Binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan is vastgelegd dat deze gronden bestemd zijn voor detailhandel en (bedrijfs)woningen. De genoemde functies zijn binnen de functiemengingslijst te typeren als A of B.

Dat maakt dat activiteiten uitgevoerd kunnen worden mits deze bouwkundig afgescheiden zijn van hindergevoelige functies. Met voorliggend plan vinden de activiteiten bouwkundig afgescheiden van woningen plaats, waardoor wordt voldaan aan de voorwaarden van functiemenging, zoals opgenomen in de VNGpublicatie. Er hoeft geen nadere beschouwing te worden uitgevoerd. Hiermee is op basis van de functiemengingslijst geen sprake van hinder op de ontwikkeling, er is geen nadere beschouwing benodigd. Hierop volgend worden ook nog de bestemmingen beoordeeld die niet binnen de functiemeningslijst vallen, namelijk ‘bedrijventerrein’. Hiervoor wordt getoetst aan de richtafstanden.

8 / 11

Toetsing aan richtafstanden Onderstaande figuur toont de ligging van de bedrijventerreinen (C, D, en E) in relatie tot het besluitgebied (rode ster met zwarte rand). Deze bedrijventerreinen worden getoetst aan de richtafstanden uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009.

Ligging bedrijventerrein (C, D en E) in relatie tot de ontwikkellocaties (rode ster met zwarte rand). ‘Bedrijventerrein’ (C) Bedrijventerrein (C) ligt op circa 70 meter afstand van het beoogde bouwvlak en heeft de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – geluidzoneringsplichtig’; er mogen hier geluidzoneringsplichtige inrichtingen bestaand zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Het industrieterrein kent tevens een milieu (geur)- en geluidzone. De ontwikkellocatie valt binnen de ‘geluidzone – industrie’, maar buiten de milieuzone (geurcontour). Er zijn geen ‘Bevi-inrichtingen’ toegestaan. Tevens geldt dat stof binnen het bedrijventerrein moet worden opgevangen. Hiermee zijn nadelige milieueffect op het gebied van ‘stof’, ‘geur’ en ‘veiligheid’ bij voorbaat uit te 9 / 11

sluiten, waarbij enkel geur onder de Omgevingswet relevant is. Omdat het besluitgebied binnen de geluidzone ligt dient er nader akoestisch onderzoek plaats te vinden. ‘Bedrijventerrein’ (D) Op Bedrijventerrein D zijn bedrijven toegestaan van milieucategorie 2 tot en met 4.1. Onderstaande tabel toont de maximale richtafstand en de gemeten afstand voor de verschillende mogelijke milieucategorieën.

Bestemming

Maximaal toegestane

Maximale richt-

Gemeten afstand

milieucategorie

afstand (in m)

(in m)

Milieucategorie 2

30

circa 240

‘Bedrijventerrein’

Milieucategorie 3.1

50

circa 250

(D)

Milieucategorie 3.2

100

circa 270

Milieucategorie 4.1

200

circa 360

Voor alle maximaal toegestane milieucategorieën geldt dat de gemeten afstand hoger is dan de richtafstanden. Hiermee zijn nadelige milieueffecten vanwege dit bedrijventerrein bij voorbaat uit te sluiten. ‘Bedrijventerrein’ (E) Op Bedrijventerrein (E) geldt de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – logistiek centrum’. In de Staat van bedrijfsactiviteiten (Bijlage 2 van het bestemmingsplan ‘Eerbeek’) wordt deze vorm van bedrijvigheid gekenmerkt met milieucategorie 3.2 en een maximale richtafstand van 100 meter. Onderstaande tabel toont de gemeten afstand in relatie tot deze richtafstand.

Bestemming ‘Bedrijventerrein’ (E)

Maximaal toegestane

Maximale richt-

Gemeten afstand

milieucategorie

afstand (in m)

(in m)

Milieucategorie 3.2

100

circa 225

Voor Bedrijventerrein E geldt dat de gemeten afstand hoger is dan de maximale richtafstand. Hiermee zijn nadelige milieueffecten vanwege dit bedrijventerrein bij voorbaat uit te sluiten.

Conclusie Omdat er in gemeente Brummen nog geen gebruiksruimtes zijn aangewezen zoals onder de Omgevingswet voorgeschreven, is in voorliggend memo getoetst aan de 10 / 11

VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009. Het plan ligt in een gebied waar bewust functiemenging wordt nagestreefd. Om die reden is bijlage 4 van de VNG-publicatie toegepast in voorliggende memo. Uit een inventarisatie van omliggende percelen met hinderveroorzakende functies volgt dat voldaan kan worden aan de principes van deze bijlage van de VNG-publicatie waardoor deze gronden met bijbehorende functies niet onevenredig worden geschaad in hun ontwikkelingsmogelijkheden en ter plaatse van de ontwikkellocatie een goed woonen leefklimaat is gewaarborgd ten gevolge van de functies in de directe omgeving. Op grotere afstand zijn daarnaast bedrijventerreinen gelegen. De planlocatie valt binnen de ‘geluidzone – industrie’ van een van deze bedrijventerreinen (C); een akoestisch onderzoek dient mogelijk bestaande nadelige akoestische milieueffecten uit te sluiten. Voor de andere milieuaspecten alsmede alle milieueffecten van de andere bedrijventerrein in de omgeving zijn nadelige milieueffecten uitgesloten en kan worden voldaan aan een goed woon- en leefklimaat.

11 / 11

memo aan:

Gemeente Brummen

van:

SAB adviseurs

projectnummer: 230244.01 datum:

26 november 2024

betreft:

Beoordeling goede ruimtelijke ordening Stuijvenburchstraat 147, Eerbeek

Het voornemen bestaat om de Stuijvenburchstraat 147 te verbouwen. Op de begane grond is in de huidige situatie een detailhandelsbedrijf gevestigd, het gebruik hiervan blijft ongewijzigd. Op de bovenliggende verdiepingen worden 3 woningen beoogd, deze passen niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Eerbeek’; middels het doorlopen van een planologische procedure worden de woningen alsnog mogelijk gemaakt. Om de ontwikkeling mogelijk te kunnen maken, moet een planologische procedure worden doorlopen. In het kader van deze procedure moet worden aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met een ‘goede ruimtelijke ordening’, of onder de omgevingswet een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL). Om de haalbaarheid van deze ontwikkeling aan te tonen dient onder meer getoetst te worden aan een goede ruimtelijke ordening of ETFAL. Deze memo gaat in op het woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woningen. Onderstaande afbeelding toont een impressie van de nieuwe voorgevel.

Concept tekeningen voor (ver)nieuwbouw winkel en appartementen Stuijvenburchstraat, aanzicht voorzijde, ontwikkeling onder blauwe pijl (Jansen Eerbeek b.v., d.d. 12-11-2024)

1/4

In de omgevingsvisie van de gemeente Brummen zal opgenomen worden dat gezondheid een speerpunt is. Vooralsnog is dit beleid nog niet uitgewerkt. Daarom wordt in voorliggende beoordeling aangesloten op een beoordeling aan de GESscore zoals deze in het gemeentelijk geluidbeleid onder de Wgh was opgenomen. Hierdoor wordt aangenomen dat dit beleidsneutraal overgenomen wordt. Beoordeling gezondheidseffectscore Voor het bepalen van de GES-score wordt gekeken naar de volgende algemene aspecten: geur, luchtverontreiniging, geluid en externe veiligheid. Voor externe veiligheid geldt dat het gebied niet valt binnen de invloed zone van risicobronnen, nadelige gevolgen ten gevolge van dit aspect zijn daarmee op voorhand uitgesloten. In de motivering van de BOPA zijn de conclusies opgenomen voor de onderzoeken ten gevolge van geluid (wegverkeerslawaai1, industrielawaai2) en geur3. Voor luchtkwaliteit zal het project vanwege de kleinschaligheid geen significante (‘niet in betekenende mate’) invloed hebben op de leefomgeving. De luchtkwaliteit (beoordeeld voor NO2, PM10 en PM2,5) is inzichtelijk gemaakt aan de hand van jaargemiddelde stofconcentratiekaarten voor 2022 op Atlas leefomgeving4. Om te kunnen beoordelen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening is door middel van de GES-score5 een beoordeling opgesteld.

In de navolgende tabel zijn de conclusies van de afzonderlijke bronnen weergegeven. Conclusies onderzoeken. Voor de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai wordt gerekend met balkon op de tweede verdieping. *Geluidbelasting industrie 10 dB reductie door gebouw. **Categorie 5 dB hoger in verband met verschil rekenmethoden Wgh en Omgevingswet. % ernstige Bron zijde soort waarde eenheid GES-score hinder Stuijvenburchstraat voorzijde weg 58 dB Lden 6** 14-21 Stuijvenburchstraat achterzijde weg 40 dB Lden 0 0 industrieterrein voorzijde* industrie 41* dB(A) etm 0 <2 industrieterrein achterzijde industrie 51 dB(A) etm 3 4-5 4,9 ou/m³ 3-10 industrieterrein voorzijde geur 4 4,9 ou/m³ 3-10 industrieterrein achterzijde geur 4 10-12 µg/m³ n.v.t. luchtkwaliteit beide NO2 2a 16-18 µg/m³ n.v.t. luchtkwaliteit beide PM10 5a 9-10 µg/m³ n.v.t. luchtkwaliteit beide PM2,5 5b 1 2 3 4 5

SAB, november 2024, akoestisch onderzoek wvl, rvl, il Eerbeek, Stuijvenburchstraat 147 SAB, november 2024, memo industrielawaai Eerbeek, Stuijvenburchstraat 147 PlanMER Bestemmingsplan Eerbeek 30 mei 2017 https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten, geraadpleegd op 25 november 2024 Gezondheidseffectscreening Versie 1.7 Januari 2018.

2/4

De zonebeheerder, Omgevingsdienst Veluwe (ten tijde van de berekening nog Veluwe IJssel), heeft de geluidbelasting bepaald op de Stuijvenburchstraat 147; deze bedraagt ten hoogste 51 dB(A) aan de achterzijde. De geluidbelasting aan de voorzijde is niet bekend, maar in overleg met de omgevingsdienst is aangehouden dat de geluidbelasting hier ten minste 10 tot 15 dB(A) lager ligt dan de achterzijde. Vanuit een worst-case perspectief wordt dus uitgegaan van een geluidbelasting van 41 dB(A). De GES score vanwege wegverkeer is in het algemeen maatgevend. De hoogste GES-score aan de voorzijde van het pand bedraagt 6 vanwege wegverkeerslawaai, en aan de achterzijde 5 vanwege luchtkwaliteit. Het aantal ernstig gehinderden wordt met name bepaald aan de voorzijde met 14-21%, aan de achterzijde bedraagt dit 3-10%. Cumulatie tussen geluid, lucht en geur mag niet worden toegepast. Wel kan aan de hand van de hoogste score bepaald worden wat de milieugezondheidskwaliteit is. Aan de hand van deze beoordeling kan worden gesproken van een zeer matig (achtergevel) tot onvoldoende (voorgevel) woon- en leefklimaat. De onvoldoende is afkomstig van wegverkeerslawaai.

Hiervoor geldt dat de beoogde woningen reeds bestaande woningen vervangen, en dat volgens het gemeentelijk beleid de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai acceptabel kan worden geacht gezien het een inbreidingslocatie betreft. In het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (d.d. november 2024, SAB) wordt een maatregel besproken (balkon met geluidreducerende schermen) welke deze geluidbelasting voor de woning op de tweede verdieping beperkt tot 51 dB, oftewel GES-score 4 6. Er is dan sprake van een matig woon- en leefklimaat voor dit aspect. Op basis van de GES-score wordt deze maatregel aanbevolen, en om een vergelijkbare maatregel voor de woningen op de eerste verdieping te vinden. Het toevoegen van de voorgenomen woningen is dan acceptabel in het licht van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onafhankelijk van het wel/niet toepassen van de besproken maatregel dienen gevelmaatregelen te worden toegepast ter waarborging van de binnenwaarde uit het Bbl. Met deze gevelmaatregelen wordt dan een acceptabel binnenklimaat gegarandeerd en kan een hogere gezamenlijk waarde in het omgevingsplan worden vastgelegd.

Indien geen rekening wordt gehouden met het verschil in rekenmethoden onder de Omgevingswet (huidig beleid) en Wgh (beleid GES-scores) zou met de hoogste geluidbelasting van 58 dB Lden reeds sprake zijn van GES-score 5 (zeer matig), gelijk aan de luchtkwaliteit. 6

Categorie 5 dB hoger in verband met verschil rekenmethoden Wgh en Omgevingswet

3/4

Met betrekking tot de geconstateerde geluidbelasting ten gevolge van industrielawaai wordt een besluit hogere grenswaarden verleend in de zin van de Wet geluidhinder (beleid waaronder de zone van het industrieterrein is vastgesteld), wordt een gezamenlijke waarde in het omgevingsplan vastgelegd (in combinatie met wegverkeer), en dienen volgens het Bbl bouwakoestische maatregelen getroffen te worden aan de gevels van de woningen. De exacte bouwakoestische maatregelen die worden getroffen, komen te staan in het (bouw)akoestisch onderzoek dat voor de woningen wordt uitgevoerd. Aan de achterzijde bedraagt de GES-score ‘3’ ten gevolge van geluid, dit betreft een vrij matige milieugezondheidskwaliteit. Gezien de woningen komen te liggen in het centrum van Eerbeek kan een dergelijke kwalificatie voor het aspect geluid acceptabel worden geacht. Voor het gezamenlijk geluid van wegverkeer en gezoneerde industrie wordt een waarde in de regels van de BOPA en (op termijn) in het omgevingsplan van gemeente Brummen opgenomen. De woningen worden geplaatst binnen de geurcontour van de papierfabriek van Folding Boxboard Eerbeek bv. Overeenkomstig het bestemmingsplan ‘Eerbeek’ zijn geurgevoelige objecten uitsluitend toegestaan, mits hiervoor een omgevingsvergunning wordt verleend.

Deze vergunning mag alleen worden verleend als technische maatregelen worden getroffen ter beperking van geuroverlast aan het geurgevoelige object. De omgevingsvergunning kan worden verleend omdat de woningen worden voorzien van een balansventilatie met een koolstoffilter. Dit is een voorwaarde bij het verlenen van de bouwvergunning. Als met deze ventilatie ook de fijnstof kan worden weggevangen die ten gevolge van het industrieterrein in de omgeving een hoge concentratie heeft, kan dit nog nadere gezondheidswinst opleveren. Deze stoffen (PM10 en PM2,5) hebben een zeer matige GES-score, dus het is wenselijk om blootstelling zo veel mogelijk te beperken. Maatregelen betreffen het filteren van buitenlucht en het beperken van luchtinlating op dagen met een hoge concentratie. Conclusie Er is sprake van een matig tot onvoldoende woon- en leefklimaat volgens de GESscores, waarbij de onvoldoende afkomstig is van wegverkeerslawaai (voorzijde van het pand). De geluidmaatregelen welke zijn besproken in het akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai verminderen de geluidbelasting zodanig dat er sprake is van een algeheel zeer matig woon- en leefklimaat ten gevolge van luchtkwaliteit. In ieder geval dienen er ten gevolge van het omgevingsgeluid gevelmaatregelen te worden getroffen; hiermee wordt een acceptabel binnenklimaat gegarandeerd.

De woningen kunnen daarmee worden gerealiseerd in een gezonde leefomgeving. 4/4

OKTOBER 2023

Quickscan flora en fauna

QUICKSCAN FLORA & FAUNA STUIJVENBURCHSTRAAT 147, EERBEEK

Buiting Advies BV

1

COLOFON Opdrachtgever Datum Status Projectnummer

Oktober 2023 Definitief 2023-221

Auteur Controle

Ruben Bos Nick Hofland

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

2

INHOUD 1

INLEIDING

4

2

PLANGEBIED EN ONTWIKKELINGEN

5

3

WETGEVING EN NATUURBELEID

7

3.1 3.2 3.3

SOORTBESCHERMING NATURA 2000 NATUURNETWERK NEDERLAND

7 8 8

4

ONDERZOEKSMETHODIEK

9

5

RESULTATEN

10

5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.2 5.3

WET NATUURBESCHERMING VOGELS GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN VLEERMUIZEN OVERIGE SOORTGROEPEN NATUURBESCHERMINGSWET (NATURA 2000) NATUURNETWERK NEDERLAND

10 10 12 12 13 13 14

6

CONCLUSIE

15

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3

BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.5 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.10 VRIJGESTELDE SOORTEN IN DE PROVINCIE GELDERLAND

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

3

1

INLEIDING

AANLEIDING In september 2023 heeft Buiting Advies een quickscan flora en fauna uitgevoerd bij een pand aan de Stuijvenburchstraat 147 te Eerbeek in verband met het voorgenomen plan om het bestaande pand te vernieuwen en middels uitbouw uit te breiden. Middels deze quickscan flora en fauna is vastgesteld of de betreffende werkzaamheden zouden kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Tevens is middels deze quickscan uitgezocht of er als gevolg van de werkzaamheden een (significant) negatief effect op het functioneren van Natura-2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland zou kunnen optreden. De onderzoeksmethode en resultaten zijn in deze rapportage opgenomen. LEESWIJZER In hoofdstuk 2 van dit rapport worden de locatie en de voorgenomen ontwikkelingen beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een samenvatting van de achterliggende natuurwetgeving gegeven. Hoofdstuk 4 beschrijft de onderzoeksmethode. Tot slot zijn in hoofdstuk 5 de resultaten opgenomen en sluit het rapport af met de conclusie.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

4

2

PLANGEBIED EN ONTWIKKELINGEN

Het plangebied bestaat uit een winkelpand en een bovenwoning aan de Stuijvenburchstraat 147 die is gelegen aan een drukke winkelstraat in het centrum van Eerbeek. Aan de achterkant van het winkelpand zijn enkele schuren aanwezig die middels een steeg te bereiken zijn. De directe omgeving bestaat voornamelijk uit bebouwing middels woningen en winkels en bestrating. Groen is in het westen en zuiden in spaarzame mate aanwezig in de vorm van tuinen en een grasveld. Voornamelijk de zuidelijk gelegen brouwerij ligt in een wat groenere omgeving.

Afbeelding 1: de planlocatie (rood) en omliggende omgeving

VOORGENOMEN ONTWIKKELINGEN De voorgenomen ontwikkelingen betreffen de uitbreiding van het gebouw waarbij het bestaande winkelpand blijft bestaan, maar de bovenwoning verbouwd wordt ten behoeve van drie appartementen. Hierbij vindt voornamelijk wijziging plaats aan de bovenverdieping, waarbij in ieder geval het bestaande zadeldak en plat dak worden aangetast.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

5

Afbeelding 2 t/m 5: impressie van het plangebied

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

6

3

WETGEVING EN NATUURBELEID

Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking. Via deze wet is onder andere de bescherming van de Nederlandse inheemse flora en fauna en Natura 2000-gebieden geregeld.

3.1

SOORTBESCHERMING

ZORGPLICHT In de Wet natuurbescherming is de algehele zorgplicht opgenomen. De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Onderstaand zijn de relevante extra verbodsbepalingen weergegeven: ARTIKEL 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. ARTIKEL 3.5 1.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De soorten beschermd onder artikel 3.5 zijn genoemd in bijlage 1 van dit rapport.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

7

ARTIKEL 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. PROVINCIALE VRIJSTELLINGEN Per provincie is in de huidige Wet natuurbescherming een algehele vrijstelling van kracht voor een aantal soorten uit artikel 3.10. Deze zijn opgenomen onder aan bijlage 2 van dit rapport.

3.2

NATURA 2000

Binnen de Wet natuurbescherming zijn een aantal gebieden met internationale verplichtingen opgenomen. Deze Natura 2000-gebieden vormen een Europees netwerk van gebieden die de deelnemende lidstaten hebben aangewezen als speciale beschermingszone op basis van het voorkomen van habitats en soorten die extra bescherming nodig hebben. De Nederlandse overheid heeft zich verplicht om voor de aangewezen gebieden specifieke instandhoudingdoelen op te stellen met betrekking tot de habitats en soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Ontwikkelingen die een significant negatieve invloed op deze instandhoudingsdoelen kunnen hebben, zijn in principe niet mogelijk. Daarbij geldt dat ook ontwikkelingen die buiten Natura 2000-gebied zelf plaatsvinden geen negatieve invloed op de instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied mogen hebben (via externe werking). Naast gebiedsbescherming kent Natura 2000 ook een strikt soortenbeschermingsbeleid. Een aantal daarvoor aangewezen dier- en plantensoorten (Habitatrichtlijn Bijlage IV) en alle vogels zijn strikt beschermd in heel Europa. De bescherming van deze soorten is in Nederland overgenomen in Wet natuurbescherming (artikel 3.1 en 3.5).

3.3

NATUURNETWERK NEDERLAND

Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur, EHS), is een netwerk van natuurgebieden en kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Door natuurgebieden te verbinden binnen de NNN wordt voorkomen dat gebieden geïsoleerd (komen te) liggen en dat plant- en diersoorten daarbinnen verdwijnen. NATUURNETWERK NEDERLAND BINNEN PROVINCIE GELDERLAND Binnen de ruimtelijke verordening is onder andere opgenomen dat ruimtelijke plannen geen nieuwe activiteiten in het NNN mogelijk mogen maken, die per saldo leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of tot vermindering van het oppervlak van het NNN of van de samenhang binnen het NNN, tenzij er een groot openbaar belang is en reële alternatieven ontbreken (het ‘nee-tenzij’ beginsel).

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

8

4

ONDERZOEKSMETHODIEK

De onderzoeksmethode die bij de uitvoering van de quickscan is gevolgd, bestond uit de volgende drie onderdelen: BUREAUSTUDIE Tijdens de bureaustudie is in diverse beschikbare bronnen onderzocht wat bekend is over via de Wnb beschermde (gebouw bewonende) soorten en hun beschermde voortplantingsplaatsen, nesten en rustplaatsen en de directe omgeving daaromheen. Hierbij vormde de Nationale Database Flora en Fauna de belangrijkste bron. Tevens is uitgezocht of de ontwikkelingen mogelijk van invloed kunnen zijn op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden in de omgeving en of de ontwikkelingen plaatsvinden binnen het Natuurnetwerk Nederland. VELDBEZOEK Op 28-08-2023 is een bezoek aan het plangebied gebracht. Het doel hiervan was om te beoordelen of de voorgenomen maatregelen, namelijk het slopen van delen van de huidige bovenverdieping en het uitbouwen van de nieuwe bovenverdieping voor appartementen zouden kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Belangrijk onderdeel van deze beoordeling is het vaststellen of het plangebied geschikt is als beschermde voortplantingsplaats, nestplaats of rustplaats. Ook is gelet op eventuele sporen zoals krijtstrepen die wijzen op gebruik door beschermde soorten. Indien geen sporen van gebruik worden aangetroffen kan echter niet geconcludeerd worden dat het plangebied geen beschermde verblijfplaatsen bevat.

ANALYSE EN CONCLUSIE Door het combineren van de resultaten van de bureaustudie en het veldbezoek is ingeschat of de voorgenomen plannen betreffende de werkzaamheden binnen het plangebied zouden kunnen leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Indien uit het onderzoek naar voren komt dat het plangebied geschikt is als voortplantingsplaats, nestplaats of rustplaats van beschermde soorten en dat de voorgenomen ontwikkelingen zouden kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming zijn er de volgende mogelijkheden: • de maatregelen worden aangepast op zodanige wijze dat een overtreding van de Wnb niet meer plaats kan vinden of er wordt van bepaalde maatregelen afgezien; • bovenstaande kan mogelijk in bepaalde gevallen door rekening te houden met de uitvoeringsperiode; • er wordt gericht (protocollair) nader onderzoek uitgevoerd om vast te stellen of er werkelijk sprake is van beschermde voortplantingsplaatsen, nesten of rustplaatsen.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

9

5

RESULTATEN

5.1

WET NATUURBESCHERMING

Onderstaand is per soortgroep aangegeven of en op welke beschermde soorten, voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of nesten de voorgenomen ontwikkelingen een effect zouden kunnen hebben dat zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Waar dat aan de orde is wordt aangegeven welke specifieke maatregelen tot overtreding zouden kunnen leiden en op welke plek. Tevens geven wij kort aan welke mogelijkheden er zijn om overtreding te voorkomen. Alle resultaten zijn gebaseerd op de combinatie van de bureaustudie en het bezoek aan het plangebied.

5.1.1

VOGELS

In de directe omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek enkele vogelsoorten aangetroffen. Het betrof hier houtduif, wespendief en koolmees. Houtduif en koolmees broeden mogelijkerwijs in of in de nabijheid van het plangebied. De waarneming van een wespendief betreft een overvliegend exemplaar, dat gezien de datum van het veldbezoek (28-08-2023 respectievelijk) op trek is richting de overwinteringsgebieden. Geschikt broedhabitat is voor deze soort niet voorhanden binnen het plangebied. De werkzaamheden mogen nimmer leiden tot verstoring van een broedgeval of beschadiging van in gebruik zijnde nesten. Het is aan te bevelen de werkzaamheden die kunnen leiden tot verstoring, beschadiging of vernieling van een nest dat in gebruik is, uit te voeren buiten de indicatieve broedtijd (15 maart - 15 juli). Ook buiten de indicatieve broedperiode zijn broedende vogels beschermd, maar de kans op broedende vogels is dan veel kleiner. Desalniettemin is ook dan nog een check op in gebruik zijnde nesten noodzakelijk. Hoe verder buiten het indicatieve broedseizoen, hoe kleiner de kans is op een nest dat in gebruik is. JAARROND BESCHERMDE NESTEN EN VERBLIJFPLAATSEN Van een beperkt aantal soorten is de broedplek/het nest jaarrond beschermd (Wet natuurbescherming art. 3.1). Dit houdt in dat het nest ook beschermd is als er geen sprake is van een broedsel op het betreffende moment.

Het gaat hierbij onder andere om soorten die meestal jaarlijks terugkeren op dezelfde broedplaats om nesten te gebruiken. Naast de broedplaats zelf is ook de essentiële leefomgeving beschermd die noodzakelijk is voor de functionaliteit van het nest. Uit de bureaustudie blijkt dat boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, sperwer, steenuil en wespendief in of rondom het plangebied voorkomen. BOOMBROEDERS MET EEN JAARROND BESCHERMDE VOORTPLANTINGS-/VERBLIJFPLAATS Roofvogels zoals boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer en wespendief maken gebruik van horsten in struweel, vrij staande bomen en bossen. Sommige soorten maken een eigen nest, andere soorten nemen oude nesten van kraaiachtigen (vaak zwarte kraai of ekster) in gebruik. Het plangebied en de directe omgeving zijn bebouwd of volledig verhard. In de nabije omgeving zijn geen geschikte bomen aanwezig die dienst kunnen doen als nestplaats voor deze soorten. Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van boombroeders met een jaarrond beschermd nest worden dan ook niet verwacht. GIERZWALUW De gierzwaluw is een broedvogel van allerlei huizen, kantoorgebouwen, torens en andere bouwwerken binnen Nederland.

Allerlei nissen en openingen onder dakpannen, achter regenpijpen, onder de dakgoot, in de muur en tegenwoordig ook wel in neststenen die speciaal ontworpen zijn voor de soort. Hoewel het

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

10

gebouw een pannendak heeft en enkele kleine openingen heeft waartoe de gierzwaluw mogelijkerwijs toegang zou kunnen verkrijgen tot het gebouw, ontbeert het aan geschikte aanvliegroutes en valruimtes om de nestplaats te kunnen bereiken. Het gebouw is dan ook ongeschikt als verblijfplaats voor de gierzwaluw. Gierzwaluwen foerageren hoog in de lucht en vaak ver verwijderd van de nestplaats. Effecten op de functionele leefomgeving van de gierzwaluw worden dan ook niet verwacht. Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van de gierzwaluw worden dan ook niet verwacht. GROTE GELE KWIKSTAART De grote gele kwikstaart broedt voornamelijk bij stromende wateren, maar wordt ook wel eens gevonden nabij stilstaand water. De grote gele kwikstaart broedt daarbij vaak onder bruggen, in nissen van gebouwen nabij het water en ook wel tussen boomwortels. Het ontbreekt binnen het plangebied aan geschikt habitat voor deze soort, stromend water is in de nabijheid niet aanwezig. Een broedsel is daarom met voldoende zekerheid uit te sluiten. Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van de grote gele kwikstaart worden dan ook niet verwacht. HUISMUS De huismus is onlosmakelijk verbonden met de menselijke omgeving. Ze broeden veelal onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en tegenwoordig ook wel in aangeboden nestgelegenheid zoals mussenkasten.

Het gebouw heeft een pannendak waartoe huismussen toegang kunnen verkrijgen tot de ruimtes eronder. Hierom is het gebouw mogelijkerwijs geschikt als voortplantingsplaats voor huismussen. Hoewel het plangebied zelf niet geschikt is als functionele omgeving voor de huismus vanwege de hoge mate van verharding, is in de directe omgeving (voornamelijk ten zuiden van het plangebied) sprake van geschikte functionele omgeving. Het is hierom niet uitgesloten dat de huismus gebruik kan maken van het pand als nestplaats en kan foerageren in de nabije omgeving. Bij de werkzaamheden wordt de functionele omgeving voor de huismus echter niet aangetast. Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van de huismus zijn niet per definitie uit te sluiten, omdat mogelijkerwijs voortplantingsplaatsen aanwezig kunnen zijn voor de huismus in het pand. Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van voortplantingsplaatsen van huismussen is noodzakelijk. KERKUIL De kerkuil is een typische bewoner van halfopen landschappen, waar door voldoende variatie genoeg voedsel (voornamelijk muizen) te vinden is. Het plangebied en de omgeving liggen zeer stedelijk en vertonen geen overeenkomsten met het habitat van de kerkuil. Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van de kerkuil worden dan ook niet verwacht.

OOIEVAAR De ooievaar broedt van oudsher op schoorstenen, in hoogspanningsmasten, op hogere torens, in bomen en vooral vaak op zogenoemde ooievaarspalen. Tijdens het bezoek is geen ooievaarsnest aangetroffen binnen het plangebied. Ook in de nabije omgeving is hier geen sprake van. Het plangebied vertoont geen overeenkomsten met het foerageergebied van de ooievaar. Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van de ooievaar worden dan ook niet verwacht. STEENUIL De steenuil is kleine uilensoorten die voornamelijk voorkomt in het kleinschalige agrarische landschap. Het plangebied heeft hiermee geen overeenkomsten, het is dan ook ongeschikt habitat voor de steenuil. Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van de steenuil worden dan ook niet verwacht. Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

11

5.1.2

GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN

Voor de meest algemene zoogdieren zoals konijn, haas, ree, algemene muizen en spitsmuizen (m.u.v. de tweekleurige bosspitsmuis), egel en vos geldt binnen provincie Gelderland een algehele vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Voor de vrijgestelde soorten wordt geacht de zorgplicht te hanteren. Uit de bureaustudie blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende beschermde grondgebonden zoogdieren voorkomen, namelijk: boommarter, bunzing, das, edelhert, eekhoorn, otter, steenmarter, wezel en wolf. Voor alle benoemde soorten behalve de steenmarter ontbeert het binnen het plangebied aan geschikt habitat, hiervoor is namelijk teveel bebouwing en verharding aanwezig. Negatieve effecten ten opzichte van deze soorten worden derhalve niet verwacht. De steenmarter wordt hieronder verder toegelicht. STEENMARTER De steenmarter komt zoals zijn naam aangeeft over het algemeen voor in stenigere habitatten dan de boommarter, hoewel deze vergelijking niet altijd opgaat. De steenmarter is te vinden in allerlei biotopen zoals steengroeves, parkachtige landschappen in dorpen en steden, en rondom erven van boerderijen. Verblijfplaatsen zijn te vinden in gebouwen maar ook onder allerlei takkenhopen, boomwortels en dichte struwelen. Het gebouw heeft geen openingen waartoe de steenmarter toegang zou kunnen verkrijgen tot het leegstaande pand.

Een verblijfplaats is hierdoor uitgesloten binnen het plangebied. Het plangebied bestaat uit verharding en bebouwing, en maakt hierom geen deel uit van essentieel foerageergebied van de steenmarter. Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van de steenmarter worden niet verwacht.

5.1.3

VLEERMUIZEN

Voortplantingsplaatsen en rustplaatsen en de daarbij behorende essentiële onderdelen van het leefgebied van vleermuizen zijn beschermd (Wet natuurbescherming 3.5). Vleermuizen gebruiken zowel gebouwen als bomen als voortplantings- en rustplaatsen. Uit de bureaustudie komen vanuit de NDFF gedurende de afgelopen vijf jaar waarnemingen naar voren van vijf soorten vleermuizen waaronder bosvleermuis, gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en watervleermuis. Daarnaast mag aangenomen worden op basis van verspreiding (bron: verspreidingsatlas) dat soorten zoals gewone grootoorvleermuis en ruige dwergvleermuis voorkomen in de omgeving. Effecten op boom-bewonende soorten vleermuizen worden niet verwacht, in het plangebied zijn geen bomen aanwezig die dienst kunnen doen als verblijfplaats. Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen kunnen daarom met zekerheid uitgesloten worden in en rondom het plangebied. Van verstoring tijdens de werkzaamheden is dan ook geen sprake. Hoewel het gebouw aan de achterzijde enkele openingen en een pannendak heeft met de juiste afmetingen voor vleermuizen, ontbreekt het aan de benodigde valruimte en aanvliegroutes om te kunnen voldoen als geschikte verblijfplaats voor vleermuizen. Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen worden dan ook niet verwacht binnen het plangebied.

Naast vaste verblijfplaatsen zijn ook essentiële vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen beschermd. Aangezien het gebouw en de omliggende omgeving verhard zijn, ontbreekt het aan lijnvormige elementen die kunnen voldoen als vliegroutes voor vleermuizen. Daarnaast is het plangebied door de vele verharding niet geschikt voor de voedselbronnen van vleermuizen, hierom is het niet geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Negatieve effecten door de werkzaamheden ten opzichte van vleermuizen worden dan ook niet verwacht.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

12

5.1.4

OVERIGE SOORTGROEPEN

Door het ontbreken van geschikt habitat worden geen negatieve effecten op beschermde soorten (Wet natuurbescherming 3.5, 3.10) uit andere soortgroepen verwacht.

5.2

NATUURBESCHERMINGSWET (NATURA 2000)

In de omgeving van het plangebied komt binnen een straal van 10 kilometer afstand het N2000-gebied Veluwe voor op een afstand van 1,2 kilometer, daarnaast komt het N2000-gebied Landgoederen Brummen voor op een afstand van 2,3 kilometer. Tenslotte komt het N2000-gebied Rijntakken voor op een afstand van 6,5 kilometer (zie afbeelding 6). Andere N2000-gebieden zijn verder verwijderd van het plangebied. Door de grote afstand van het plangebied tot de N2000 gebieden, worden negatieve effecten op het functioneren van het N2000-gebied niet verwacht.

Afbeelding 6: ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van de Natura 2000-gebieden ‘Veluwe (links)’, ‘Landgoederen Brummen (midden)’ en ‘Rijntakken (rechts)’

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

13

5.3

NATUURNETWERK NEDERLAND

De planlocatie ligt op 327 meter afstand van het Gelderse Natuurnetwerk, en ligt dus niet binnen het GNN (zie afbeelding 7). Van ruimtebeslag is geen sprake. Negatieve effecten op het natuurnetwerk Gelderland worden derhalve niet verwacht.

Afbeelding 7: ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van het Gelderse Natuurnetwerk (wit)

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

14

6

CONCLUSIE

Soortbescherming In onderstaande tabel worden de bevindingen per soortgroep weergegeven. TABEL 1: SOORTBESCHERMING SOORT(GROEP) & BESCHERMINGSREGIME

GESCHIKT HABITAT

WERKZAAMHEDEN VERSTOREND

NADER ONDERZOEK

OPMERKINGEN

Broedvogels

Ja

Nee

Nee

Vogels met jaarrond beschermde nesten (gebouwen)

Ja

Ja

Ja

Doe voorafgaand aan de werkzaamheden altijd een broedvogelcontrole. Het gebouw is geschikt als voortplantingsplaats voor de huismus. Aanvullend onderzoek naar huismus is noodzakelijk.

Vogels met jaarrond beschermde nesten (bomen) Planten Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen en amfibieën Vissen Ongewervelden

Nee

Nee

Nee

Nee Nee Nee

Nee Nee Nee

Nee Nee Nee

Nee

Nee

Nee

Nee Nee

Nee Nee

Nee Nee

Broedseizoen In gebruik zijnde nesten van vogels mogen nooit worden beschadigd, vernield of verstoord. Het is aan te raden werkzaamheden die daartoe kunnen leiden, ruim buiten de indicatieve broedtijd van vogels (15 maart15 juli) uit te voeren. Huismus Op basis van deze quickscan is niet uit te sluiten dat huismussen gebruik maken van het gebouw als voortplantingsplaats. Geadviseerd wordt om aanvullend onderzoek te laten doen naar de huismus. Het inventariseren van voortplantingsplaatsen van huismussen kan plaatsvinden door drie gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni waarvan een bezoek binnen de optimale periode (1 april-15 mei) onder gunstige omstandigheden. Een andere optie is het lichten van dakpannen, wat goed mogelijk is in een overzichtelijke situatie als deze. Pannen lichten mag enkel en alleen in de periode 15 september – 1 maart, waarbij geen sprake mag zijn van vorst. Alle dakpannen worden zorgvuldig teruggeplaatst na het lichten. Dit dient te gebeuren door of onder begeleiding van een ecologische deskundige op het gebied van huismussen. Zorgplicht Geadviseerd wordt om tijdens de werkzaamheden de algehele zorgplicht in acht te nemen.

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

15

Gebiedsbescherming In onderstaande tabel worden de bevindingen voor Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland weergegeven. TABEL 2: GEBIEDSBESCHERMING GEBIEDSTYPE

AFSTAND TOT GEBIED

WERKZAAMHEDEN VERSTOREND

NADER ONDERZOEK

OPMERKINGEN

Natura 2000

1,2 kilometer, 2,4 kilometer & 6,5 kilometer 372 meter

Nee

Nee

Natura 2000-gebieden ‘Veluwe’; ‘Landgoederen Brummen’ & ‘Rijntakken’

Nee

Nee

Natuurnetwerk Nederland

Quickscan flora en fauna

Buiting Advies BV

16

BIJLAGEN BIJLAGE 1: BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.5 BESCHERMDE SOORTEN UIT DE HABITATRICHTLIJN geel schorpioenmos juchtleerkever Tonghaarmuts vermiljoenkever kleine vlotvaren bronslibel liggende raket gaffellibel drijvende waterweegbree gevlekte witsnuitlibel Groenknolorchis groene glazenmaker kruipend moerasscherm noordse winterjuffer Zomerschroeforchis oostelijke witsnuitlibel Moerasparelmoervlinder rivierrombout Oeveraas sierlijke witsnuitlibel Mercuurwaterjuffer teunisbloempijlstaart Walrus gladde slang Dikkopschildpad muurhagedis kemp’s zeeschildpad zandhagedis Lederschildpad steur Soepschildpad hamster Bultrug otter gewone vinvis baardvleermuis Boomkikker bechsteins vleermuis Geelbuikvuurpad bosvleermuis Heikikker brandts vleermuis Kamsalamander franjestaart Knoflookpad gewone grootoorvleermuis Rugstreeppad grijze grootoorvleermuis Vroedmeesterpad grote hoefijzerneus Apollovlinder grote rosse vleermuis Boszandoog ingekorven vleermuis donker pimpernelblauwtje kleine dwergvleermuis grote vuurvlinder kleine hoefijzerneus Pimpernelblauwtje laatvlieger Tijmblauwtje meervleermuis Zilverstreephooibeestje mopsvleermuis brede geelrandwaterroofkever noordse vleermuis gestreepte waterroofkever rosse vleermuis

Quickscan flora en fauna

ruige dwergvleermuis tweekleurige vleermuis vale vleermuis Watervleermuis Bruinvis Dwergpotvis gestreepte dolfijn gewone dolfijn gewone spitsdolfijn grijze dolfijn kleine zwaardwalvis Narwal Orca Tuimelaar Witflankdolfijn Witsnuitdolfijn noordse vinvis Potvis Poelkikker Houting bataafse stroommossel platte schijfhoren Bever Hazelmuis Lynx noordse woelmuis wilde kat Wolf gewone dwergvleermuis Butskop Dwergvinvis Griend spitsdolfijn van gray witte dolfijn

Buiting Advies BV

17

BIJLAGE 2: BESCHERMDE SOORTEN VAN ARTIKEL 3.10 BESCHERMDE DIERSOORTEN (BIJLAGE A) alpenwatersalamander vinpootsalamander vuursalamander aardbeivlinder bosparelmoervlinder bruin dikkopje bruine eikenpage duinparelmoervlinder gentiaanblauwtje grote parelmoervlinder grote vos grote weerschijnvlinder iepenpage kleine heivlinder kleine ijsvogelvlinder kommavlinder sleedoornpage spiegeldikkopje veenbesblauwtje veenbesparelmoervlinder veenhooibeestje veldparelmoervlinder zilveren maan vliegend hert beekrombout bosbeekjuffer donkere waterjuffer gevlekte glanslibel gewone bronlibel hoogveenglanslibel kempense heidelibel speerwaterjuffer europese rivierkreeft adder hazelworm levendbarende hagedis

Quickscan flora en fauna

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16778482/2