CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(083) Beleidsplan ‘Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving 2024-2028', D430409

Besluitvormende raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Vaststellen Vergunningen-, Toezicht- Handhavingsbeleid16.965 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

30

2.4.2 Tijdens de bouw Twee dagen voor de daadwerkelijke start van de bouw maakt de initiatiefnemer hiervan een melding bij de gemeente (start melding via het DSO). Tijdens de bouw voert de kwaliteitsborger controles uit. Daarbij is de plicht om onomkeerbare technische onvolkomenheden direct te melden bij de gemeente. De gemeente kan hierop mogelijk handhavend optreden. 2.4.3 Gereedmelding: het dossier bevoegd gezag Na afronding van de bouwwerkzaamheden – maar uiterlijk twee weken voor ingebruikname van het bouwwerk – legt de initiatiefnemer verantwoording af bij de gemeente. Dit doet hij door, bij de gereedmelding, een dossier bevoegd gezag en een verklaring van de kwaliteitsborger aan te leveren. De kwaliteitsborger verklaard schriftelijk dat er een gerechtvaardigd vertrouwen is dat het bouwwerk voldoet aan de technische eisen van het Bbl. In het dossier bevoegd gezag worden gegevens en bescheiden opgenomen die de gemeente nodig heeft om invulling te kunnen geven aan haar handhavende taak in de bestaande bouw. Dit betreft informatie over de wijze waarop bij het bouwen rekening is gehouden met het borgingsplan en informatie die het inzichtelijk maakt dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische voorschriften. Gemeente mag beoordelen op volledigheid De gemeente mag na ontvangst van het dossier ‘bevoegd gezag’ het dossier beoordelen op volledigheid.

Hiervoor heeft de gemeente twee weken de tijd. Na deze termijn mag het bouwwerk in gebruik genomen worden. Als de gemeente tot het oordeel komt dat er onvolkomenheden zijn in het dossier ‘bevoegd gezag’, kan de gemeente de ingebruikname weigeren. In figuur 4 wordt een tijdlijn van een bouwtraject onder de nieuwe wet gepresenteerd. In de bijlage staat een uitgebreid schematisch overzicht van het bouwproces met alle bijbehorende partijen.

Figuur 4: Schematisch overzicht van ‘de knip’ met de nieuwe meldingsplicht

2.4.4 Na de bouw De gemeente blijft na ingebruikname het bevoegd gezag en kan handhavend optreden. Door gebruik te maken van de aangeleverde informatie van de initiatiefnemer en de kwaliteitsborger.

31

2.5 Proefprojecten Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wkb wordt de beoogde werkwijze van het stelsel in de praktijk verder onderzocht, middels proefprojecten. Bij de proefprojecten wordt gewerkt met de regels van het nieuwe stelsel. Proefprojecten zijn doorslaggevend voor de inwerkingtreding van de nieuwe wet In het eerdergenoemde Bestuursakkoord Kwaliteitsborging is opgenomen dat de resultaten uit de proefprojecten één van de aspecten is voor het besluit over de inwerkingtreding van het stelsel van private kwaliteitsborging. Uit de proefprojecten moet naar voren komen dat er geen onoverkomelijke knelpunten zijn voor de invoering van het nieuwe stelsel. De proefprojecten zijn volgens het Bestuursakkoord Kwaliteitsborging succesvol indien aantoonbaar sprake is van leereffecten en een inslijtend patroon van samenwerking tussen het bevoegd gezag en alle betrokken partijen bij de proefprojecten. Tijdelijk beperken tot nieuwbouw Bij de beantwoording van nadere Kamervragen vanuit de Eerste Kamercommissie over de wet geeft de minister aan om gevolgklasse 1 gefaseerd in te willen voeren en voor een periode van zes maanden te beperken tot nieuwbouw. Dit om de zorgen tegemoet te komen dat bij invoering van de wet de benodigde capaciteit van de kwaliteitsborgers onvoldoende zou zijn.

Hierbij zal het ontwerpbesluit dan ook zodanig worden aangepast dat een gefaseerde inwerkingtreding van gevolgklasse 1 technisch mogelijk wordt. Ook heeft de minister de intentie uitgesproken om gevolgklasse 2 en 3 niet na drie jaar, maar na vijf jaar inwerking te laten treden. Over beide voorstellen dient nog besluitvorming plaats te vinden door zowel de Tweede als Eerste Kamer. In het vervolg van dit onderzoek is de aangekondigde fasering niet meegenomen. Dit aangezien het een korte periode (zes maanden) betreft en dit onderzoek gefocust is op de structurele effecten van de Wkb en niet kortstondige effecten zoals het tijdelijk beperken tot nieuwbouw. Wel blijft het advies staan dat er rekening dient gehouden te worden met een transitieperiode, en dat door dit voorstel de twee systemen langer naast elkaar blijven functioneren.

2.6 Overgang van oude naar de nieuwe situatie Aanvragen die voor de inwerkingtredingsdatum in behandeling zijn genomen dienen nog volgens het oude recht afgehandeld te worden. Dit geldt voor zowel vergunningverlening als toezicht. Wanneer deze situatie zich voordoet, zal de gemeente in de overgangssituatie tijdelijk capaciteit en kennis beschikbaar moeten houden tot alle trajecten zijn afgerond. Zoals vaker bij stelselwijzigingen het geval is, kan het zijn dat er vlak voor de inwerkingtreding een piek ontstaat van het aantal aanvragen omdat aanvragers liever willen dat hun aanvraag onder het oude stelsel wordt behandeld. De effecten die verderop in dit rapport besproken worden zullen dus enigszins vertraagd optreden.

32

3.0 WET KWALITEITSBORGING VOOR HET BOUWEN-SCAN In dit hoofdstuk worden analyses uitgevoerd voor het bestaande werkaanbod en de benodigde capaciteit voor het behandelen van omgevingsvergunningen bouw en het toezicht hierop.

3.1 Methodiek en uitgangspunten Uurbesteding per bouwactiviteit In overleg en afstemming met de gemeente Brummen zijn kengetallen voor urenbesteding bepaald voor vergunningverlening en toezicht. De uurbesteding bestaat uit: uurbesteding per aanvraag en de uren daarvan die worden besteed aan het Bouwbesluit2. Deze uren komen dus uiteindelijk te vervallen. Kengetallen uurbesteding Vergunningverlening

Toezicht

Bestede uren per aanvraag

Waarvan uren bouwbesluit

Bestede uren per aanvraag

Waarvan uren bouwbesluit

Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken

5

0,5

2

0

Gevolgklasse 1

20

3,5

13

2

Gevolgklasse 2 en 3

40

6

22

4

D Tabel 1: Kengetallen vergunningverlening en toezicht

Gevolgklasse-indeling De gemeente Brummen heeft een uitdraai aangeleverd van alle vergunningaanvragen voor de activiteit bouwen van het boekjaar 2021. Alle aanvragen zijn gecategoriseerd naar Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken, gevolgklasse 1 of gevolgklasse 2 en 3. De gemeente ontvangt 157 aanvragen op jaarbasis.

3.2 Werkaanbod Het werkaanbod voor het behandelen van omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen is onderverdeeld in vergunningverlening en toezicht. Vergunningverlening De gemeente Brummen behandelde in 2021 157 aanvragen met de activiteit bouwen. Dat waren 88 aanvragen (56%) voor een Bouwbesluittoetsvrije bouwwerk, 62 aanvragen (39%) voor een gevolgklasse 1 bouwwerk en 7 aanvragen voor een gevolgklasse 2 of 3 bouwwerk (4%). In totaal besteedt de gemeente 2.050 uur aan de aanvragen, waarvan 348 uur aan de Bouwbesluittoets. De onderstaande tabel geeft inzicht in het aantal bestede uren per gevolgklasse en de procentuele verdeling van alle aanvragen in de gevolgklasse-indeling.

Tabel 2: Werkaanbod vergunningverlening

33

Toezicht De gemeente Brummen had in 2021 157 objecten waar mogelijk toezicht kan worden uitgevoerd. De verdeling van aanvragen was als volgt: 88 aanvragen (56%) voor een Bouwbesluittoetsvrije bouwwerk, 62 aanvragen (39%) voor een gevolgklasse 1 bouwwerk en 7 aanvragen voor een gevolgklasse 2 of 3 bouwwerk (4%). In tegenstelling tot vergunningverlening wordt er 1.136 uur besteed aan de aanvragen, waarvan 214 uur aan toezicht op het Bouwbesluit. De onderstaande tabel geeft inzicht in het aantal bestede uren per gevolgklasse en de procentuele verdeling van alle aanvragen in de gevolgklasseindeling.

Tabel 3: Werkaanbod toezicht

3.3 Benodigde capaciteit In onderstaande tabellen wordt de afname in uurbesteding voor zowel vergunningverlening als toezicht inzichtelijk gemaakt. Vergunningverlening Op dit moment wordt er 2.050 uur besteed aan het behandelen van omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen. Hiervan wordt 348 uur besteed aan het toetsen aan het Bouwbesluit. Als fase 1 van de Wkb in werking treedt vervalt 292 uur aan technische toetsing, in fase 2 volgt de overige 56 uur.

Tabel 4: Uurbesteding vergunningverlening

34

Toezicht Op dit moment wordt er 1.136 uur besteed aan het toezicht op de realisatie van omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen. Hiervan wordt 214 uur besteed aan het toezien op vereisten uit het Bouwbesluit. Als fase 1 van de Wkb in werking treedt vervalt 186 uur aan technisch toezicht in fase 2 volgt de overige 28 uur.

Tabel 5: Uurbesteding toezicht

35

4.0 HET NIEUWE WERKEN In het vorige hoofdstuk is ingegaan op taken en werkzaamheden die wegvallen. Zoals eerder uitgelicht komen er ook nieuwe taken terug en zorgt de Omgevingswet tevens voor verandering van werkzaamheden wanneer er sprake is van een activiteit bouwen. Gemeenten hebben veel keuzevrijheid bij de invulling van het werken onder de Wkb en de Omgevingswet. Om te helpen bij deze keuzes wordt in dit hoofdstuk doormiddel van scenario’s geschetst hoe gemeenten invulling kunnen geven aan het nieuwe werken.

4.1 Nieuwe en de veranderende taken bij gemeenten In dit hoofdstuk gaan we in op de twee onderstaande nieuwe/veranderende taken. • Participatie: In artikel 7.4 van de Omgevingsregeling staat een plicht voor de aanvrager van een omgevingsvergunning om bij de aanvraag aan te geven of er participatie heeft plaatsgevonden, op welke wijze dat is gebeurd en wat de resultaten zijn. Het bevoegd gezag mag de juistheid van de verstrekte informatie beoordelen en eventueel aanvullende informatie opvragen waar nodig is. • Wkb-Meldingen: Gemeenten krijgen onder het stelsel van private kwaliteitsborging op verschillende momenten in het bouwproces meldingen. Keuzes over het omgaan met deze meldingen dienen vooraf gemaakt te worden.

4.2 Scenario’s De Wkb en de Omgevingswet geven gemeenten vrijheid in hoe zij om willen gaan met bovengenoemde taken. Hieronder wordt gebruikmakend van scenario’s inzichtelijk gemaakt welke handelingsopties er zijn en wat de mogelijke gevolgen hiervan zijn. Per scenario loopt de betrokkenheid die de gemeente houdt/heeft op. De scenario’s zijn als volgt: • Scenario 1: In het eerste scenario is de mate van betrokkenheid gebaseerd op de minimale vereisten uit de nieuwe wetgeving. Dit scenario kenmerkt zich door lage kosten. • Scenario 2: In het tweede scenario is de mate van betrokkenheid gebaseerd op een steekproefsgewijze of risico-gestuurde manier van werken. Dit scenario kenmerkt zich door efficiency. • Scenario 3: Het derde scenario is gebaseerd op hoge mate van betrokkenheid. Dit scenario kenmerkt zich door meer controle en grip. De scenario’s bieden geen directe uitkomsten, maar mogelijke aanvliegroutes voor het werken onder de nieuwe wetgeving. Geen van de scenario’s zal op zichzelf direct wenselijk of haalbaar zijn. Er worden uitersten geschetst en gekwantificeerd. Bij de Wkb-meldingen hebben deze scenario’s gevolgen voor zowel vergunningverlening als toezicht. De uitkomsten van de beschreven scenario’s ten aanzien van participatie hebben echter enkel effect voor vergunningverlening.

Aangenomen wordt dat de werkzaamheden die worden omschreven binnen de scenario’s voor deze thema’s niet worden opgepakt door toezicht. Daarom wordt toezicht voor participatie niet meegenomen in de berekeningen en binnen deze thema’s buiten beschouwing gelaten. De aannames die gedaan worden in de scenario’s zijn gebaseerd op ervaringen bij andere gemeenten en onderzoeken die uitgevoerd zijn voor onder andere het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In de volgende drie paragrafen worden de onderdelen participatie en de Wkb-meldingen aan de hand van drie scenario’s uitgewerkt. 4.2.1 Scenario’s voor participatie Participatie in beginsel niet verplicht Participatie is in beginsel niet verplicht3, maar is een indieningsvereisten bij een aanvraag voor een omgevingsplanactiviteit. De aanvrager dient aan te geven of er participatie heeft plaatsgevonden en zo ja, waar dit toe heeft geleid. Hoe invulling is gegeven aan de participatie is aan de initiatiefnemer, waarbij het niet hebben gedaan van participatie ook een optie is. De gemeente staat vrij participatie te stimuleren en hiervoor bijvoorbeeld een handreiking op te stellen, zodat de initiatiefnemer weet welke vorm

36

van participatie passend is bij zijn project. Wanneer de gemeente er voor kiest participatiebeleid vast te stellen, kan bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit dit beleid meegenomen worden in de integrale afweging op de aanvraag omgevingsvergunning. Rol van de gemeente bij de beoordeling van participatie Gemeenten kunnen op verschillende manieren vormgeven en invulling geven aan het beoordelen van de motivering omtrent participatie. In onderstaande tabel wordt ingegaan op deze verschillende manieren. Deze lopen uiteen van administratieve afhandeling tot een uitgebreide beoordeling. ACTIVITEIT

SCENARIO 1

SCENARIO 2

SCENARIO 3

Uitgebreide beoordeling op volleEnkel beoordeling op volledigheid Beperkte beoordeling op volledigheid bij complexere aanvragen, Diepgang toetsing door gemeente; invulling participadigheid beperkte beoordeling op overige tie door initiatiefnemer bij complexere aanvragen aanvragen Participatie meenemen in de afweConsequenties Verzoek tot aanvulling (schrifte- Persoonlijk gesprek met de aan- ging gebaseerd op beleid (wordt van niet voldoen lijk) vrager door rechter meegenomen in afweging) Gem. 5 uur per complexe aanvraag Gem. 2,5 uur per complexe aanTijdbesteding Gem. 30 minuten per aanvraag vraag en 2,5 uur voor overige Tabel 6: Scenario’s voor participatie

4.2.1.1 Kansen en risico’s Beperkt inzetten op participatie Bij het beperkt inzetten op participatie ontstaat er een relatief groot grijs gebied voor de initiatiefnemer. Dit kan mogelijk leiden tot een verhoging van de administratieve lasten voor de gemeenten en toename in klachten, omdat er geen eenduidige strategie wordt gevoerd. Intensiveren participatie Door de participatiefase te intensiveren ontstaat er mogelijk meer zicht op de kwaliteit van de leefomgeving, biedt het meer duidelijkheid voor de initiatiefnemers en (derde) belanghebbenden, waardoor het draagvlak voor initiatieven mogelijk zal toenemen. Het intensiveren kan zich vertalen in het opstellen van participatiebeleid. Het vastgestelde beleid beslaat twee doelen. Enerzijds duidelijkheid over de kaders waaraan moet worden voldaan met participatie. Voor zowel de initiatiefnemer als de (derde) belanghebbende. Anderzijds de ruimte om het participatiebeleid te gebruiken bij de integrale afweging om een aanvraag te verlenen of te weigeren. Hierbij kunnen gemeenten de keuze maken om het participatiebeleid verder te intensiveren door in te zetten op informatieverstrekking via verschillende kanalen. Denk aan organiseren van bijeenkomsten, artikelen op de website, het publiceren van een handreiking etc.. 4.2.1.2 Tijdsbesteding In onderstaande tabel worden de scenario’s gekwantificeerd in tijdsbesteding.

Hierbij is er in scenario 1 vanuit gegaan dat alle aanvragen voor de activiteit bouwen4 en aanvragen voor planologische wijzigingen zonder bouwactiviteit worden getoetst op volledigheid. Dit betreft dus enkel het controleren van de aanwezigheid van een motivering omtrent participatie. In scenario 2 gaat dit een stap verder. Hieraan wordt een beperkte beoordeling toegevoegd van de aanvragen die zien op planologische wijzigingen. Dit betekent dat voor deze aanvragen ook inhoudelijk naar de motivering wordt gekeken. In scenario 3 wordt nog een onderscheid gemaakt tussen eenvoudige (bijvoorbeeld verhoging maximale nokhoogte) en complexe (bijvoorbeeld transformatie kantoor naar wonen) strijdigheid en vindt een beperkte dan wel uitgebreide beoordeling plaats. Het verschil tussen de beperkte en de uitgebreide beoordeling zit hem in de inspanning die de gemeente doet om de motivering te controleren.

37

Tabel 7: Uurbesteding bij participatie

Uitgangspunten en tijdsbesteding per type beoordeling Bij het bepalen van de tijdsbesteding is uitgegaan van landelijke gemiddelden en voorgaande onderzoeken van Senze. In de bovenstaande tabel zijn de volgende tijdsbestedingen gehanteerd: • Toetsen op volledigheid: De aantallen bestaan uit de aanvragen voor de activiteit bouwen uit het boekjaar 2021 (afkomstig uit de Wkb-scan). Hierbij is het aannemelijk dat de volledigheidstoets dertig minuten kost. • Beperkte toetsing bij planologische wijzigingen: De aantallen bestaan uit binnenplanse en/of buitenplanse afwijkingen (kruimelafwijkingen), waarbij sprake is van planologisch strijdig gebruik (met en zonder bouwactiviteit). Hierbij is het aannemelijk dat de beperkte toetsing twee en een half uur in beslag neemt. Uitgebreide toetsing bij planologische wijzigingen: De aantallen bestaan uit de overige buitenplanse afwijkingen (met en zonder bouwactiviteit). Hierbij is het aannemelijk dat de uitgebreide toetsing vijf uur in beslag neemt. 4.2.2 Scenario’s voor Wkb-meldingen Zoals eerder besproken wordt binnen het stelsel van private kwaliteitsborging op verschillende momenten meldingen gedaan aan de gemeente. In de onderstaande tabel worden de Wkb-meldingen uitgewerkt in vijf activiteiten. Per activiteit zijn er drie scenario’s die inherent oplopen in de tijdsbesteding. ACTIVITEIT

Initiële melding

Risicobeoordeling en borgingsplan

SCENARIO 1

SCENARIO 2

Controle op volledigheid; Enkel administratief afhandesteekproefsgewijs inhoudelijk len checken

Enkel administratief afhandelen

SCENARIO 3 Controle op volledigheid; Alle meldingen inhoudelijk checken

Controle op volledigheid; Controle op volledigheid; bij elke steekproefsgewijs globaal melding een inhoudelijke check controleren of de risico’s te- uitvoeren of de risico's goed zijn rugkomen in het borgingsplan ondervangen in het borgingsplan

38

Startmelding bouw

Enkel administratief afhandelen

Controle op volledigheid; verzoek Controle op volledigheid; om aanvulling indien noodzakelijk; verzoek om aanvulling indien actief sturen op het doen van noodzakelijk complete en tijdige meldingen

Melding nonconformiteit

Minimaal handhaven, alleen bij hoge risicozetting

Optreden a.d.h.v. bredere prioritering

Op alle meldingen handhavend optreden

Dossier bevoegd gezag en Enkel administratief afhandeverklaring kwaliteitslen borger

Controle op volledigheid; verzoeken om aanvulling indien noodzakelijk

Controle op volledigheid; verzoeken om aanvulling indien noodzakelijk

Tijdbesteding

30 min. VV; 30 min. TZ

2 uur VV; 1 uur TZ

5 uur VV; 5 uur TZ

Tabel 8: Scenario’s voor meldingen

4.2.2.1 Kansen en risico’s Beperkt inzetten op meldingen Bij het beperkt inzetten op meldingen zal minder capaciteit nodig zijn. Dat kan echter leiden tot een vergrote kans op meer tijdsbesteding aan toezicht en handhaving (geen of incompleet dossier) en een hogere mate van onzekerheid over de bouwkwaliteit van de leefomgeving. De werkzaamheden bij de melding intensiveren Door de werkzaamheden te intensiveren bij de meldingen wordt de kans op betere bouwkwaliteit binnen de gemeente verhoogd. Dat moet leiden tot verbetering van de werking van het stelsel als alle actoren hun rol op een juiste wijze invullen. 4.2.2.2 Tijdsbesteding Door het aantal meldingen af te zetten tegen gemiddelde uurbesteding ontstaat er inzicht in de totale uurbesteding op jaarbasis voor het afhandelen van de bouwmeldingen. Voor het aantal meldingen wordt bij fase 1 uitgegaan van het aantal gevolgklasse 1 bouwwerken (zie hoofdstuk 3). In fase 2 gaat het om de gevolgklassen 2 en 3. Deze uren moeten worden opgeteld bij de uren van fase 1. Er is voorlopig vanuit gegaan dat er geen verschil zit in tijdsbesteding tussen fase 1 en 2. De inrichting van fase 2 is op dit moment nog onvoldoende concreet om een andere aanname te doen. Dit kan echter nog veranderen. Ieder scenario gaat uit van een andere tijdsbesteding per aanvraag.

De tijdsbesteding neemt toe naar mate van controle en grip op het behandelen van meldingen, zoals beschreven in tabel 8: scenario’s voor meldingen.

Tabel 9: Tijdsbesteding Wkb-meldingen voor vergunningverlening

39

Uitgangspunten en de tijdsbesteding bij Wkb-meldingen De aantallen zijn gebaseerd op het aantal bouwwerken uit de gevolgklasse-indeling van het boekjaar 2021. Waarbij de aantallen in fase 1 bestaan uit gevolgklasse 1 bouwwerken en fase 2 uit gevolgklasse 2 en 3 bouwwerken. In bovenstaande tabellen zijn de volgende tijdsbestedingen gehanteerd: • Enkel administratief afhandelen: 0,5 uur • Controle op volledigheid (vergunningverlening): 2 uur • Controle op volledigheid (toezicht): 1 uur • Controle op volledigheid inclusief inhoudelijke check: 5 uur

4.3 Het maken van beleidsmatige keuzes Zoals eerder al aangegeven schetsen bovenstaande scenario’s uitersten. In praktijk zullen gemeenten geen enkel scenario geheel overnemen. Onderstaande tabellen schetsen een beeld van wanneer volledig volgens de verschillende scenario’s gewerkt zou worden. Het is nu zaak om op basis van de beginselen van de scenario’s te gaan bepalen wat wenselijk is. De gegevens die gebruikt zijn om te kwantificeren kunnen daarna helpen bij het schetsen van een nieuw beeld op basis van verwachte aantallen.

Tabel 11: Totale tijdsbesteding van de nieuwe en veranderende taken voor vergunningverlening

Toezicht is maatwerk Voor de afhandeling van de Wkb-meldingen is bovenstaand een drietal scenario’s omschreven. Binnen ieder scenario worden de verschillende activiteiten op een eenduidige wijze aangevlogen en worden de Wkb-meldingen op een vergelijkbare wijze afgehandeld, ongeacht de aard en locatie van het bouwwerk. De gemeente beschikt echter ook over de mogelijkheid om naar aanleiding van een bepaald type bouwwerk of locatie de keuze te maken om de verschillende activiteiten op verschillende manieren invulling te geven. Tot slot is zoals beschreven in de inleiding toezicht niet meegenomen in participatie. Ook deze afweging is per gemeente maatwerk. Gemeenten kunnen zelf bepalen wie aanschuiven bij participatie.

40

5.0 CONCLUSIE Uit de voorgaande hoofdstukken is op te maken dat de gevolgen van de Wkb en de Omgevingswet op de activiteit bouwen aanzienlijk zijn. De kennis en inzichten uit deze Wkb- scan in hoofdstuk 3 dragen bij aan het weloverwogen kunnen maken van deze keuzes. Het zorgt er tevens voor dat wanneer de keuzes gemaakt zijn er berekend kan worden wat de benodigde capaciteit is op de activiteit bouwen. Rekening houden met een periode van twee stelsels Er is nog wel wat tijd om deze keuzes te maken. De verwachting is dat het nieuwe stelsel in werking zal treden op 1 januari 2024. Het ligt in de lijn der verwachting dat er voor inwerkingtreding extra aanvragen binnen zullen komen, die dan nog via de huidige Wet- en regelgeving afgehandeld moeten worden. Het is raadzaam om rekening te houden met de situatie dat er een periode twee stelsels naast elkaar bestaan. Dit biedt de mogelijkheid om geleidelijk in het nieuwe stelsel te groeien en wellicht ook te experimenteren met de verschillende scenario’s en de handelingsopties. Monitoren, evalueren en waar nodig bijsturen De Omgevingswet en Wkb hebben impact op de werkprocessen wat zal leiden tot mogelijke kosten en baten. Tegelijkertijd biedt de nieuwe wetgeving veel mogelijkheden om keuzes te maken. Door de veranderingen is het essentieel om de gekozen scenario’s te monitoren, evalueren en waar nodig is bij te sturen.

41

Bijlage IV: Uitvoeringsstrategieën Preventiestrategie Voorkomen is beter dan genezen. Daarom worden zo veel mogelijk preventieve handhavingsinstrumenten gebruikt om het gedrag en de naleving van inwoners en ondernemers op een positieve manier te beïnvloeden. Om dit te realiseren worden een aantal uitgangspunten gehanteerd. Voorlichting/communicatie De gemeente biedt initiatiefnemers de mogelijkheid om de haalbaarheid van hun plannen te toetsen in een vooroverleg en betrekt belanghebbenden via het Participatiekader bij planvorming. Op die manier wordt geprobeerd om onenigheid later in het proces te voorkomen. Een goede informatievoorziening zorgt bovendien voor een betere bekendheid met de geldende wet- en regelgeving. Inwoners worden verwezen naar regelgeving via het internet en de website van de gemeente Brummen. Daarnaast is er de mogelijkheid om contact op te nemen met de gemeente om vragen te stellen of om een afspraak te maken. Oplossingsgericht Door inwoners en bedrijven te informeren, adviseren en te betrekken wordt er draagvlak en begrip gecreëerd. Brummen denkt graag mee met haar inwoners en wilt informeel oplossen. Dit kan bijvoorbeeld door het hanteren van het uitgangspunt Bezoeken, Bellen, Brief. Eigen verantwoordelijkheid inwoners en bedrijven De verantwoordelijkheid voor naleving van regels ligt in eerste instantie bij inwoners en bedrijven zelf.

Door bewustwording te vergroten, zal de betrokkenheid en het draagvlak voor (spontane) naleving van wet- en regelgeving meegroeien. Vergunningenstrategie “ja, mits …” Maatschappelijke initiatieven moeten worden beoordeeld op mogelijkheden. Een aanvraag is vergunbaar, ‘mits’ aan wet- en regelgeving voldaan kan worden. Door integrale samenwerking tussen de ketenpartners wordt actief bijgedragen aan verschillende opgaven binnen de gemeente Brummen. De (hoogwaardige) kwaliteit van de omgeving blijft hiermee geborgd. Duidelijke en transparante communicatie De gemeente Brummen heeft ten allen tijden een open houding. Anderzijds zijn initiatiefnemers in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het (tijdig) indienen van een complete aanvraag en het creëren van draagvlak en acceptatie van de voorgenomen plannen bij belanghebbenden. Zo helder en duidelijk mogelijk moet uitgelegd worden hoe procedures lopen, welke verwachtingen er zijn, wat initiatiefnemers mogen verwachten en welk resultaat er bereikt zal worden. 42

Vergunningverlening Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komen de vergunningplichten voor de fysieke leefomgeving uit Hoofdstuk 5 van de Omgevingswet. In totaal zijn er 14 verschillende type activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Voordat een inwoner of ondernemer een vergunningaanvraag doet, kan via de Vergunningcheck worden gecontroleerd of er een omgevingsvergunning nodig is of dat er een melding gedaan moet worden. Als dit geen uitkomst biedt, kan er een afspraak worden gemaakt. Voorafgaand aan het indienen van een omgevingsvergunning kunnen bouwplannen worden getoetst aan het omgevingsplan en de Welstandsnota. Omgevingsvergunningen kunnen vervolgens aangevraagd worden via het Omgevingsloket (OLO). De gemeente begeleidt initiatiefnemers in dit proces. Op de website van de gemeente wordt helder beschreven wat de procedure is voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning. Behandeling aanvraag omgevingsvergunning Vergunningaanvragen en meldingen met betrekking tot de Omgevingswet worden ontvangen vanuit het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Initiatiefnemers kunnen verschillende soorten verzoeken indienen via het DSO. Naast een vergunningaanvraag kan ook een vooroverleg of omgevingsoverleg worden aangevraagd.

Na binnenkomst van de aanvraag volgt de standaard werkwijzen op hoofdlijnen, die per type vergunning kunnen verschillen. De processtappen zijn vastgelegd in JOIN. Het verloop van de afhandeling van vergunningaanvragen of meldingen wordt in dit systeem bijgehouden. De reguliere procedure verandert niet onder de Omgevingswet. Een belangrijk verschil is dat na het verstrijken van de wettelijke termijn geen vergunning van rechtswege ontstaat. Indien de gemeente geen besluit neemt kan de aanvrager de gemeente in gebreke stellen. Het verplicht gelijktijdig aanvragen van onlosmakelijke activiteiten vervalt onder de Omgevingswet. In principe is dan voor alle aanvragen de standaardprocedure van 8 weken van toepassing. In sommige gevallen kan de uitgebreide procedure van 6 maanden van toepassing zijn. Deze periode is eventueel te verlengen met 6 weken. Op diverse plaatsen in de Omgevingswet en in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit staat wanneer de uitgebreide procedure geldt. In artikel 3.10 van de Algemene wet bestuursrecht staat dat het bevoegd gezag de uitgebreide procedure van toepassing mag verklaren. Dit mag echter niet bij een aanvraag om een omgevingsvergunning (artikel 16.62, lid 3, Omgevingswet).

Er zijn 2 gevallen waarin het toch mag: In bepaalde gevallen bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, of in geval de aanvrager heeft verzocht om of heeft ingestemd met het toepassen van de uitgebreide procedure.

43

Beoordelingscriteria De gemeente Brummen hanteert objectieve criteria van vergunningaanvragen en het afhandelen van meldingen. Deze criteria komen zowel uit wettelijke bepalingen, als uit lokale beleidsregels en verordeningen. Een aantal voorbeelden van de wettelijke bepalingen zijn de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit, Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Daarnaast zijn de Omgevingsregeling, het invoeringsbesluit met daarin de bruidsschat, het gemeentelijke omgevingsplan en de lokale verordeningen en beleid in het kader van de fysieke leefomgeving van belang binnen het proces van vergunningverlening. In deze bronnen zijn de beoordelingscriteria per vergunning te vinden. Vergunningverlening APV en Bijzondere Wetten Aanvragen voor vergunningen of meldingen in het kader van de APV of bijzondere wetten komen binnen via webformulieren op de website van de gemeente Brummen. Relevante wetten op dit gebied zijn bijvoorbeeld de Alcoholwet, Wet op kansspelen en de Huisvestingswet. De verschillende wetgeving zorgt voor een breed scala aan typen vergunningen. Beoordelingscriteria Elke aanvraag wordt volledig getoetst en zo nodig worden er voorschriften aan de vergunning verbonden.

Bij de beoordeling van de vergunningen in het kader van de APV en Bijzondere Wetten zijn verschillende wetten en gemeentelijke regelingen van toepassing. De APV bevat bepalingen die dienen ter bescherming van zaken als de openbare orde, de veiligheid en het milieu. In de APV kunnen mogelijkheden worden gecreëerd tot het verlenen van vergunningen en ontheffingen. Ander relevant beleid is bijvoorbeeld het Evenementenbeleid gemeente Brummen 2019 en Beleidsregels Wet Bibob gemeente Brummen 2021. Belangrijke wetgeving is bijvoorbeeld de Alcoholwet, Wet op Kansspelen en de Huisvestingswet. Toezichtstrategie Het doel van de toezichtstrategie is om door middel van controle naleving van de wet- en regelgeving te bevorderen. De mate van toezicht wordt bepaald door de prioriteit die aan een onderwerp is toegekend. Daarnaast worden er een aantal uitgangspunten gehanteerd. Ogen en oren Toezichthouders en BAO’s ‘zien en voelen’ ze wat er zich afspeelt. Ook houden ze contact met de inwoners en ondernemers om problematiek signaleren. Uit het Moventum-onderzoek kwam naar voren dat een groot gedeelte van de ondervraagden geen contact heeft gehad met medewerkers van toezicht en handhaving. Inwoners en ondernemers willen graag begeleid worden, zowel in het voor- als in het na traject.

Om de korte lijntjes tussen gemeente en inwoners/ondernemers te blijven waarborgen zou hier door de gemeente Brummen in geïnvesteerd kunnen worden.

44

Uitvoering controles Toezicht is integraal. Toezichthouders signaleren en controleren met elkaar, vóór elkaar of ná elkaar. Ze hebben een integrale signaalfunctie: ze kijken breder dan alleen de aangevraagde activiteit. Ook wordt er themagericht/projectmatig toezicht uitgevoerd. Een goede naleving van regels door inwoners en ondernemers is van groot belang. Daarom wordt ingezet op preventie om hen te stimuleren zich uit eigen beweging aan de regels te houden. Wanneer dit niet gebeurt, is het noodzakelijk om in te grijpen. Prioritair werken Omdat toezichthouders niet overal tegelijk kunnen zijn, wordt een risicogestuurde aanpak gehanteerd. Aan de hand van een risicoanalyse (zie hoofdstuk 3) krijgt een activiteit een prioriteit, die bepaalt hoe het toezicht wordt uitgevoerd. De wet verplicht om voor bepaalde taken inzicht te geven in de prioriteitstelling met betrekking tot de uitvoering van activiteiten. Niet alle werkzaamheden zijn te plannen, voorbeelden hiervan zijn meldingen en calamiteiten. Beide zijn niet in de prioritering meegenomen. Bij calamiteiten wordt er altijd meteen actie ondernemen. De prioritering ten aanzien van structureel toezicht (gepland) is beschreven in de onderstaande tabel. Reactief toezicht (ongepland) vindt plaats op basis van meldingen en eigen waarneming.

Structureel toezicht

Prioriteit = Hoog Toezicht door geplande oplever-, periodieke controles.

Prioriteit = Midden Toezicht door geplande projectmatige- of steekproefcontroles.

Prioriteit = Laag Geen gepland toezicht, alleen toezicht op het moment dat hier aanleiding voor is.

Als er vanuit bestuurlijke wensen of calamiteiten bepaalde thema’s, objecten en/of gebieden een hoge prioriteit krijgen en projectmatig opgepakt gaan worden, wordt dit uitgewerkt in het jaarverslag en het uitvoeringsprogramma. In het jaarverslag wordt opgenomen met welke (onvoorziene) ontwikkelingen het VTH-domein te maken heeft gekregen en in het uitvoeringsprogramma worden de werkwijze en de beschikbare middelen voor dit toezicht opgenomen. Toezicht op de Omgevingswet Toezicht op omgevingsplanactiviteiten. Dit gebeurt door controles te waarborgen dat o.a. een ruimtelijke basiskwaliteit van de omgeving wordt bereikt. Bij vergunningen voor omgevingsplan-activiteiten wordt gecontroleerd op de vergunningvoorschriften tijdens oplevercontroles. Als er sprake is van een gevolgklasse 2 en 3 wordt deze controle gelijk met het toezicht op bouwactiviteiten uitgevoerd. Daarnaast is toezicht op basis van meldingen en eigen waarneming altijd mogelijk.

45

Toezicht op bouwactiviteiten Er wordt geen toezicht gehouden op vergunningvrije bouwactiviteiten. De kwaliteitsborger houdt toezicht voor alle bouwactiviteiten in gevolgklassen 1-3 Wkb. Wel wordt er toezicht gehouden op de gevolgen van alle bouwactiviteit en de gevolgen voor de omgeving. De vergunningen voor bouwwerkzaamheden worden tijdens de bouw gecontroleerd op basis van landelijke toezichtprotocollen per bouwcategorie en de daarin opgenomen controlepunten per bouwfase tijdens oplevercontroles. Toezicht op sloopactiviteiten Het toezicht op de fysieke sloop is een taak waarvoor de gemeente nog steeds verantwoordelijk is. Dit betreft met name een controle op het daadwerkelijk slopen van het pand en de administratieve verwerking van gegevens in de gemeentelijk systemen. Daarnaast is toezicht op basis van meldingen en eigen waarneming altijd mogelijk. Toezicht op tijdelijke vergunningen Een tijdelijke vergunning wordt na afloop van de instandhoudingtermijn gecontroleerd zowel wat betreft een omgevingsplanactiviteit als een bouwactiviteit. Toezicht op de activiteiten brandveilig gebruik Voor een omgevingsvergunning brandveilig gebruik wordt een oplevercontrole uitgevoerd. Ook vindt een oplevercontrole op locatie plaats. Voor de overige meldingen brandveilig gebruik wordt alleen bij hoog geprioriteerde activiteiten een oplevercontrole uitgevoerd.

Hierbij ondersteund ook de preventiedeskundige van de veiligheidsregio (VNOG). Toezicht Wkb Met de Wkb is het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw geïntroduceerd. De rol van de gemeente als bevoegd gezag verandert gedeeltelijk door het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw. De bouwtechnische toets en het toezicht tijdens de bouw worden in het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw deels uitgevoerd door een marktpartij en niet meer automatisch door de gemeente. De gemeente behoudt haar handhavende taak en haar taak voor de planologische beoordeling, welstandstoets en toetsing van de omgevingsveiligheid. Ook blijft de gemeente verantwoordelijk voor (toezicht op) welstand, monumenten, bestaande bouw (minimumeisen bestaande bouw en gebruikseisen) en de bouwwerken die niet onder de Wkb vallen. Bouwwerken die onder het stelsel van kwaliteitsborging vallen Onder de Wkb vallen voorlopig de bouwwerken binnen de gevolgklasse 1 (artikel 2.17 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)). Afhankelijk van de toekomstige evaluatie door de minister kan dit systeem in de toekomst veranderen.

46

Taken gemeente Enkele taken blijven bij de gemeente: • • • •

Hoofdstuk 3 Bbl (Bestaande bouw) Hoofdstuk 6 Bbl (Gebruik van bouwwerken) Hoofdstuk 7 Bbl (Bouw- en sloopwerkzaamheden) Toezicht en handhaving bouwregelgeving

De kwaliteitsborger heeft hier geen rol in. Daarnaast blijft het bevoegd gezag verantwoordelijk voor het toezicht en handhaving op de naleving van de bouwregelgeving in al zijn facetten. Ook behoudt de gemeente haar rol als toezichthouder en handhaver en is verantwoordelijk voor de naleving van de bouwregelgeving. Werkproces Wkb Door de komst van de Wkb verandert ook het werkproces voor de gevolgklasse 1 bouwwerken. Zie hieronder en op de volgende pagina de schematische weergaves.

Schema 1: beknopte schematische weergave proces Wkb met termijnen. Bron: VNG

47

Schema 2: proces Wkb

Schema 3: Proces Wkb met DSO. Bron: VNG

48

Toezicht APV/Bijzondere Wetten Toezicht op evenementen De aard en omvang van het evenement bepaalt de wijze en intensiteit van het toezicht. In geval de impact van het evenement zodanig is wordt de toezichthouder geïnformeerd over de aanvraag. Wanneer de vergunning wordt verleend, wordt er ter plaatse toezicht gehouden. De aard en omvang van het evenement bepaalt de wijze en intensiteit van het toezicht. Tijdens deze controle kijken we, samen met de organisator, of alles conform de vergunning is uitgevoerd. Ten aanzien van kleinere evenementen wordt geen structureel toezicht gehouden. Toezicht Wet Goed Verhuurderschap Ook vanuit de Wet Goed Verhuurderschap ligt er een wettelijke taak bij het VTH-team. De gemeente Brummen is sinds 1 januari 2024 verplicht een meldpunt te hebben rondom Goed Verhuurderschap. Dit kan zien op bijvoorbeeld klachten rond arbeidsmigranten in de particuliere verhuur. In geval van klachten moeten toezichthouders ter plaatse gaan kijken wat er werkelijk aan de hand is. Afhankelijk van de melding en de ernst van de situatie, zullen er acties vanuit de toezichthouders, juristen of zelfs de politie worden verwacht. De gemeente Brummen heeft op de website een (digitaal) meldpunt opgesteld. Handhavingsstrategie De handhavingsstrategie is bepalend voor de wijze waarop de gemeente optreedt bij geconstateerde overtredingen.

Het opleggen en uitvoeren van sancties draagt eveneens bij aan preventie bij anderen en zorgt ervoor dat regels beter worden nageleefd. De handhavingsstrategie van het huidige VTH-beleidsplan van de gemeente Brummen sluit aan bij de LHS. Nu de Omgevingswet definitief in werking is getreden wordt er in dit VTH-beleidsplan aangesloten bij de nieuwe LHSO. Algemene sanctiestrategie Aan de LHSO kunnen een aantal uitgangspunten en beginselen worden ontleend die centraal staan bij de handhaving van het omgevingsrecht. Zo draagt handhaving door de overheid van bij aan het bereiken van de doelen van de Omgevingswet: duurzame ontwikkeling, bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Daarnaast moet er maatwerk worden geleverd. De concrete feiten en omstandigheden zijn hierbij bepalend. Op basis hiervan kan worden bepaald welke aanpak het beste is en welke handhavingsmaatregelen hierbij het best aansluiten. Handhaving komt pas aan de orde in die gevallen dat in het (informele) voortraject niet tot de gewenste oplossing wordt gekomen en er geen bereidheid tot medewerken is. Overgaan tot handhaving moet worden gezien als een sluitstuk in geval er geen minnelijke oplossing mogelijk is.

49

Passende interventie Om tot een passende interventie te komen zijn twee hoofdvragen leidend. Is herstel mogelijk? Centrale doelstelling van het omgevingsrecht is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dit betekent dat bij de handhaving van het omgevingsrecht herstel van de rechtmatige toestand altijd het eerste doel moet zijn. Is het antwoord op de eerste vraag ‘ja’, dan is in elk geval bestuursrechtelijk optreden aangewezen en is de vervolgvraag: welke bestuursrechtelijke interventie is in dit geval het meest geschikt? Het antwoord op deze vraag hangt af van de omstandigheden van het geval, zoals de aard en ernst van de overtreding, kenmerken van de overtreder en de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd of ontstaan. Om te komen tot een geschikte bestuursrechtelijke interventie hanteert de LHSO een vijfstappenplan met een interventiematrix. Zie hiervoor hoofdstuk 4 van de LHSO, opgenomen in bijlage V. Geprioriteerd werken In verband met een beperkte capaciteit en het aantal handhavingstaken wordt er een evenwichtig handhavingsbeleid gevoerd. Capaciteit wordt ingezet op zaken met een hoge prioriteit. Deze prioritering heeft als op basis een risicoanalyse. Externe motiveringen en/of beleidsmatige keuzes kunnen deze prioritering veranderen.

Bestuursrechtelijke instrumenten De gemeente Brummen zet zich in voor een informele afhandeling met korte lijntjes richting haar inwoners en ondernemers. Bestuursrechtelijke maatregelen komen pas in beeld wanneer deze informele aanpak geen resultaat heeft. De relevante bestuursrechtelijke instrumenten zijn o.a. de last onder dwangsom, de last onder bestuursdwang, spoedeisende bestuursdwang en de bestuurlijke boete. Strafrechtelijke instrumenten Als er sprake is van een strafbaar feit, kan een proces-verbaal worden opgemaakt van de overtreding door een boa of door de politie. Het Openbaar Ministerie kan strafvervolging instellen. Daarnaast zijn er bestuurlijke strafsancties, te weten de bestuurlijke boete en de bestuurlijke strafbeschikking. Leidraad dwangsombedragen en begunstigingstermijnen Zoals eerder beschreven wordt t.a.v. handhaving de LHSO toegepast. De LSHO wordt ondersteunt door de Leidraad dwangsombedragen en begunstigingstermijnen, versie 2023. Deze leidraad helpt bij het motiveren van de begunstigingstermijn en de evenredigheid van de hoogte van de last onder dwangsom. De leidraad benoemt veel voorkomende overtredingen en bijhorende standaard begunstigingstermijnen en dwangsombedragen.

50

Afwegingsruimte Als er in een concreet geval over wordt gegaan tot handhaving, spelen verschillende aspecten mee in de beslissing om al dan niet handhavend op te treden. Deze aspecten zijn bijvoorbeeld; duur en aard overtreding; persoonlijke omstandigheden; gevolgen voor derden; precedentwerking; gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. Gedoogstrategie Uitgangspunt bij het opstellen van wetten en regels is dat deze regels worden nageleefd. Omdat in het kader van het opstellen van deze regels en de handhaving daarvan niet alle situaties op voorhand kunnen worden voorzien, kan het in sommige situaties voorkomen dat niet tot handhaving wordt overgegaan. In beginsel handhaven Voor de gemeente is het uitgangspunt om wel op te treden, en het gedogen van overtredingen is daarom een uitzondering. Gedogen wordt zoveel mogelijk beperkt in omvang en/of tijd. Uitzonderlijke situaties We gedogen alleen in uitzonderlijke situaties. Dit is bijvoorbeeld wanneer handhaving zou leiden tot onbillijkheid, of als het belang dat beschermd moet worden beter gediend is met gedogen. Dit is ook als handhaven in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel. Een andere situatie is dat er concreet zicht is op legalisatie.

Zorgvuldige belangenafweging Om bovenstaande te realiseren moet er altijd een zorgvuldige afweging worden gemaakt tussen het belang van handhaving en het belang van gedogen. Gemotiveerd en gecontroleerd Als er toch wordt besloten om te gedogen, dan moet dit goed worden gemotiveerd en er moet controle plaatsvinden om te voorkomen dat er misbruik wordt gemaakt van deze uitzondering. De gedoogbeschikking zelf moet duidelijke en concrete voorschriften bevatten en voldoen aan de vereisten (voor het nemen) van een besluit.

51

Bijlage V Richtlijn dwangsombedragen en begunstigingstermijnen Richtlijn voor het stellen van dwangsommen In de onderstaande tabel zijn voor de meest voorkomende overtredingen de hoogte van de dwangsom, de maximale dwangsombedragen en de lengte van de (begunstigings)termijnen opgenomen. De tabel geeft een richtlijn en is niet uitputtend bedoeld. Voor overtredingen niet in deze tabel opgenomen wordt de hoogte van de dwangsom en de termijn per specifieke situatie nader bepaald. Afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval kan gemotiveerd worden afgeweken van de in de tabel genoemde waarden. Aan de tabel kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. Oftewel de gemeente kan in een concreet geval niet rechtens worden gehouden op grond van de tabellen een bepaalde dwangsom hoogte te bepalen. Anders zou dit kunnen leiden tot berekend gedrag bij eventuele overtreders. Dwangsom en modaliteit De dwangsom dient voldoende prikkelend te werken om de overtreding te (laten) beëindigen. De dwangsombedragen dienen in redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom. Het opleggen van een last onder dwangsom geschiedt in verschillende wettelijk voorgeschreven vormen (modaliteiten).

Deze modaliteiten zijn vastgelegd in artikel 5:32b, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht: een bedrag ineens; een bedrag per tijdseenheid dat de last niet is uitgevoerd dan wel per overtreding van de last. Het bestuursorgaan komt beleidsvrijheid toe bij de keuze voor een van deze modaliteiten. Begunstigingstermijn Een last onder dwangsom omvat naast de te nemen herstelmaatregelen ook een termijn, waarbinnen de overtreder de door het bestuursorgaan opgelegde lastgeving kan uitvoeren zonder dat deze het dwangsombedrag verbeurt. Deze begunstigingstermijn moet redelijk zijn en mag in principe niet wezenlijk langer worden gesteld dan noodzakelijk om de overtreding te kunnen opheffen. Vaststelling hoogte dwangsom volgens de interventiematrix LHSO De vaststelling van de hoogte van de dwangsom wordt mede bepaald door de gepositioneerde bevinding in de interventiematrix volgens de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht. Er zijn drie bevindingen te onderscheiden: 1. De bevinding is gepositioneerd in de lichte segmenten van de interventiematrix (A1, A2, A3, B1, B2 en C1). In die situatie wordt de dwangsom per tijdseenheid of per overtreding vastgesteld op (plusminus) één vijfde van het maximumbedrag; het te stellen maximum wordt bepaald aan de hand van de in de tabel opgenomen maximumbedragen.

52

Een voorbeeld ter illustratie: op basis van de tabel is een maximumbedrag van € 5.000 bepaald voor een overtreding die binnen de lichte segmenten van de interventiematrix valt. De modaliteit is ‘per week’ omschreven. De dwangsom wordt in dat geval vastgesteld op € 5.000 / 5 = ± € 1.000 per week met een maximum van € 5.000. 2. De bevinding is gepositioneerd in de middensegmenten van de interventiematrix (A4, B3, B4, C2, D1 en D2). In die situatie wordt dezelfde werkwijze gehanteerd als onder punt 1, echter zal een hoger maximumbedrag worden bepaald aan de hand van de in de tabel opgenomen maximumbedragen. 3. De bevinding is gepositioneerd in de zware segmenten van de interventiematrix (C3, C4, D3 en D4). In die situatie wordt ook dezelfde werkwijze als hiervoor gehanteerd, maar zal in ieder geval het hoogst genoemde maximumbedrag uit de tabel worden toegepast.

53

Dwangsomtabellen Omschrijving

Overtreding

Hoogte dwangsom

Maximum

Begunstigingstermijn

ILLEGALE BOUW

Bouwen/uitbreiden zonder vergunning (met Bouwstop)

Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per overtreding (max. 1 per dag) Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per week

Tussen € 5.000,- en € 50.000, -

Per direct

Tussen € 5.000,- en € 100.000, -

Tussen 2 en 12 weken

Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per overtreding (max. 1 per dag)

Tussen € 5.000,- en € 50.000, -

Per direct

Constructief van aard

Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per week

Tussen € 5.000,- en € 50.000, -

Tussen 2 en 12 weken

Niet constructief van aard

Tussen € 500,- en € 5.000,- per week

Tussen € 2.500,- en € 25.000, -

Tussen 2 en 12 weken

(BESTAANDE) BOUW

Niet voldoen aan regels Bouwregelgeving (beschikking kan zowel aan gebruiker als eigenaar)

Tussen € 500,- en € 10.000,- per week

Tussen € 5.000,- en € 100.000, -

in principe tussen 2 en 12 weken; bij plan van aanpak is maatwerk mogelijk

SLOPEN (ook ASBEST)

Slopen zonder vergunning of melding asbest (met sloopstop)

Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per overtreding (max. 1 per uur) Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per overtreding (max. 1 per uur) Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per overtreding (max. 1 per uur) Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per overtreding (max. 1 per dag)

Tussen € 5.000,- en € 50.000, -

Per direct

Tussen 5.000,- en € 50.000, -

Per direct

Tussen € 5.000,- en € 50.000, -

Per direct

Tussen € 5.000,- en € 50.000, -

Per direct

Tussen € 2.000,- en € 10.000,- per week

Tussen € 10.000,- en € 50.000, -

Tussen 2 en 12 weken

Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per week

Tussen € 5.000,- en € 50.000,-

Tussen 2 en 12 weken

Zonder vergunning volledig gerealiseerd (moet afbreken) In strijd met stillegging bouw of sloop bouwwerk

AFWIJKEN VAN DE VERGUNNING

Slopen zonder vergunning of melding (met sloopstop) Slopen in afwijking van vergunning (met sloopstop) Niet voldoen aan sloopregels Bouwregelgeving (met sloopstop)

TIJDELIJKE GUNNING

VER-

MONUMENTEN

Illegaal gebruik: beschikking richten op beëindigen en beëindigd te houden Verandering aan, op, in of bij een monument of beschermd dorpsgezicht zonder of in afwijking omgevingsvergunning

54

TIJDELIJKE BOUWVERGUNNINGEN

Termijn overschrijden: Niet legaliseerbaar, dan behandelen als situatie zonder vergunning

STRIJDIG GEBRUIK (Omgevingsplan)

Illegale bedrijfsactiviteiten

Opslag grond

Gebruik perceel in strijd met bestemming

Illegale bewoning

AANLEGGEN ZONDER VERGUNNING

Illegaal aangelegd

Ophogen / aanleggen grond/perceel (met stilleggen)

APV

Bescherming ziening

groenvoor-

Parkeren van caravans, aanhangwagens e.d.

Uitzicht belemmerende voertuigen

Handelingen zonder vergunning/melding

Niet naleven vergunningvoorschrift

Niet naleven voorschrift

APV-

Tussen € 2.000,- en € 20.000,- per week of per overtreding (max. 1 per dag of week) Tussen € 1.000,- en € 5.000,- per week/ overtreding (max. 1 per dag of week) Tussen € 1.000,- en € 5.000,- per week/ overtreding (max. 1 per dag of week) Tussen € 2.000,- en € 20.000,- per week/ overtreding (max. 1 per week)

Tussen € 10.000,- en € 100.000, -

Tussen 2 en 12 weken

Tussen € 5.000,- en € 25.000, -

Tussen 2 en 12 weken

Tussen € 5.000,- en € 25.000, -

Tussen 2 en 12 weken

Tussen € 10.000,- en € 100.000, -

Maximaal 6 maanden

Tussen € 1.000,- en € 5.000,- per week/ overtreding (max. 1 per week) Tussen € 1.000,- en € 5.000,- per vertreding (max. 1 per dag)

Tussen € 5.000,- en € 25.000, -

Tussen 2 en 12 weken

Tussen € 5.000,- en € 25.000, -

Tussen 2 en 12 weken

Tussen € 200,- en € 1.000,- per week

Tussen € 1.000,- en € 5.000, -

Tussen 2 en 8 weken

Tussen € 200,- en € 1.000,- per constatering (max. 1 per dag) Tussen € 200,- en € 1.000,- per constatering (max. 1 per dag) Tussen € 200,- en € 1.000,- per constatering (max. 1 per dag) Tussen € 200,- en € 1.000,- per constatering (max. 1 per dag) Tussen € 200,- en € 1.000,- per constatering (max. 1 per

Tussen € 1.000,- en € 5.000, -

Tussen direct en 3 dagen

Tussen € 1.000,- en € 5.000, -

Tussen direct en 3 dagen

Tussen € 1.000,- en € 5.000, -

Per direct

Tussen € 1.000,- en € 5.000, -

Tussen 1 dag en 3 weken

Tussen € 1.000,- en € 5.000, -

Tussen 1 dag en 3 weken

55

dag)

Niet naleven sluitingstijd horeca

Kappen, knotten of kandelaberen zonder vergunning Herplantplicht

Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Kansspelautomaten en/of speelgelegenheid aanwezig zonder vergunning Standplaats innemen zonder vergunning

Voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie Reclame(bord) vergunning

zonder

Verbranden van afval

Evenement zonder of in afwijking van vergunning; klein evenement (tot 50 personen) Evenement zonder of in afwijking van evenementenmelding; (<100 personen) Evenement zonder of in afwijking van vergunning (>100 personen)

MILIEU (APV)

Afvalstoffen op/in bodem brengen

de

Tussen € 1000,- en € 5000,- per constatering (max. 1 per uur) Tussen € 200,- en € 2.000,- per boom

Tussen € 5.000,- en € 25.000, -

Per direct

Tussen € 1.000,- en € 10.000, -

Per direct

Tussen € 200,- en € 1.000,- per boom, per week Tussen € 500,- en € 5.000,- per week

Tussen € 1.000,- en € 5.000, - per boom

Afstemmen op plantseizoenen

Tussen € 2.500,- en € 25.000, -

Tussen 2 en 12 weken

Tussen € 1.000,- en € 5.000,- per overtreding (max. 1 per dag) Tussen € 200,- en € 1.000,- per overtreding (max. 1 per dag) Tussen € 100,- en € 500,- per overtreding (max. 1 per dag) Tussen € 100,- en € 500,- per overtreding (max. 1 per dag) Tussen € 200,- en € 1.000,- per overtreding (max. 1 per uur) Tussen € 200,- en € 1.000,- per overtreding (max. 1 per dag) Tussen € 200,- en € 1.000,- per overtreding (max. 1 per dag) Tussen € 1.000,- en € 10.000,- per overtreding (max. 1 per dag)

Tussen € 5.000,- en € 25.000, -

Tussen direct en 1 dag

Tussen € 1.000,- en € 5.000,-

1 dag

Tussen € 500,- en € 2.500,-

1 week

Tussen € 500,- en € 2.500,-

1 dag

Tussen € 1.000,- en € 5.000,-

Direct

Tussen € 1.000,- en € 5.000,-

Direct

Tussen € 1.000,- en € 10.000,-

Direct

Tussen € 5.000,- en € 50.000,-

Per direct

Tussen € 100,- en € 1.000,- per overtreding (max. 1 per dag)

Tussen € 500,- en € 5.000,-

Tussen 2 en 8 weken

56

BRANDVEILIG GEBRUIK

Opslag niet conform voorschriften

Tussen € 100,- en € 1.000,- per overtreding (max. 1 per dag)

Tussen € 500,- en € 5.000,-

Tussen 2 en 8 weken

Geen melding/omgevingsvergunning brandveilig gebruik Niet naleven voorschrift brandveilig gebruik

Tussen € 500,- en € 3.000,- per week

Tussen € 2.5.00,- en € 15.000,-

Tussen 4 en 12 weken

Tussen € 500,- en € 5000,- per constatering (max. 1 per week) Tussen € 1000,- en € 5000,- per constatering (max. 1 per week)

Tussen € 5.000,- en € 25.000,-

Tussen 2 en 8 weken

Tussen € 5.000,- en € 25.000,-

Tussen 2 en 12 weken

Ontbreken voorzieningen of niet volgens eisen Voorschriften van toepassing zijnde wetgeving

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14185720/1