CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(083) Beleidsplan ‘Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving 2024-2028', D430409

Besluitvormende raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Vaststellen Vergunningen-, Toezicht- Handhavingsbeleid16.965 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidsplan ‘Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving 2024-2028’

Inleiding Voor u ligt het Vergunningen-, Toezicht- en Handhavingsbeleid 2024-2028 (hierna: VTHbeleidsplan) van de gemeente Brummen. In dit beleidsplan wordt beschreven hoe het VTHteam haar taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen het Omgevingsrecht en de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) gaat invullen. Het beleid is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en ter kennisname verstuurd naar de gemeenteraad en de provincie Gelderland. Voorliggend plan is exclusief de milieutaken. De gemeente Brummen is weliswaar het bevoegde gezag voor de milieutaken, maar deze taken zijn uitbesteed aan de omgevingsdienst.1 Het doel van het beleidsplan is het zorgen voor een uniforme werkwijze en een integrale afweging van de beschikbare middelen. Daarnaast moet het beleidsplan zorgen voor transparantie over de wat en waarom bij de uitvoering van de VTH-taken. Ook is dit beleidsplan de belangrijkste basis voor het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma en jaarverslag. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) zijn er veel ontwikkelingen geweest binnen het Omgevingsrecht. Dit zorgt voor een veranderde VTHtaken. Het beleidsplan is daarom een dynamisch document dat herzien en aangepast kan worden waar nodig.

De systematiek van de “BIG8” Dit beleid volgt de systematiek van de “BIG 8”-cyclus uit het Omgevingsrecht. De verschillende stappen in de cyclus vormen samen het VTH-beleid en het uitvoeringsprogramma. Ook geven de stappen richting aan de systematiek van doorwerking en evaluatie. In dit VTH-beleid wordt de BIG8- cyclus weergegeven aan de hand van de hoofdstukken. Op de volgende pagina worden de stappen van de BIG8-cyclus in een leeswijzer uitgewerkt.

1

De gemeente heeft te maken met de Omgevingsdienst Veluwe (ODV)

2

Leeswijzer Deze leeswijzer heeft als doel het duidelijk maken welk onderdeel van de BIG8-cyclus wij in welk hoofdstuk van dit VTH-beleid beschrijven. De onderstreepte, dikgedrukte woorden zijn de onderdelen van de BIG8-cyclus. 1. Omgevingsanalyse & ontwikkelingen ▪ Ten behoeve van de prioriteiten en doelen voor de komende beleidsperiode wordt beschreven in dit hoofdstuk: - Omgevingsanalyse; - Ontwikkelingen. 2. Missie, visie & doelstellingen ▪ In dit hoofdstuk wordt beschreven de missie en visie die richting gevend zijn voor de strategie op het gebied van VTH voor deze beleidsperiode. ▪ Met de hoofddoelstellingen in hoofdstuk 2 wordt richting gegeven aan het programma voor de komende beleidsperiode. ▪ Dit programma krijgt vorm in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Daar worden specifieke acties toegewezen voor dat jaar om de doelstellingen te behalen. 3. Risicoanalyse en prioritering - Hier wordt beschreven hoe de risicoanalyse is opgesteld en de prioritering is aangebracht. - De risicoanalyse en prioritering geven vorm aan de werkwijze voor de VTH-taken. 4. Strategieën en werkwijzen - In dit hoofdstuk zijn de uitvoering strategieën beschreven die de basis zijn voor de uitvoering. - De invoering van de Omgevingswet en Wkb zorgt op een aantal onderdelen voor veranderingen in de vergunningen en toezichtfase. 5.

Borging uitvoering - In het uitvoeringsprogramma wordt de koppeling tussen de financiële en personele middelen en de uitvoering gemaakt. - De geplande activiteiten en de daaraan gekoppelde doelen uit het uitvoeringsprogramma worden gemonitord. 6. Evaluatie - Hier wordt beschreven op welke manier de evaluatie van het uitvoeringsprogramma en beleid uitgevoerd wordt.

3

1. Omgevingsanalyse & ontwikkelingen In dit hoofdstuk wordt teruggeblikt op de afgelopen beleidsperiode. Ook wordt ingegaan op de relevante ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen zijn juridisch, maatschappelijk of organisatorisch van aard. Deze ontwikkelingen zullen van invloed zijn op de toekomstige VTH-taken. Bij het opstellen van dit beleidsplan zijn onder andere betrokken geweest; de medewerkers van het team-VTH; het college van burgemeesters en wethouders en de gemeenteraad. Dit heeft geleid tot het gezamenlijk opstellen van een missie en een visie en doelstellingen om hier invulling aan te geven. In hoofdstuk 2 wordt hier verder op ingegaan.

1.1 Omgevingsanalyse De Omgevingsanalyse beschrijft de invloed van interne en externe factoren op de VTHwerkzaamheden. De analyse geeft de relevante trends, gebeurtenissen en ontwikkelingen die van invloed kunnen in de komende beleidsperiode. Na de definitieve inwerkingtreding van de Ow en Wkb op 1 januari 2024 worden processen, communicatie en producten anders dan voorheen. Op basis daarvan wordt er op dit moment op diverse vlakken nieuw beleid en nieuwe regelgeving voorbereid, die van invloed zullen zijn op de uitvoering. Later in dit VTH-beleidsplan is te lezen dat het doel van de gemeente Brummen is (nog) meer klantgericht- en dienstverlenend werken. Betrokkenheid en samenwerking is hierbij belangrijk. Een uniforme en professionele VTH BIG8-cyclus leidt tot een betere borging in de organisatie. De samenhang tussen beleid en uitvoering moet dan geïntensifieerd worden. Ook is er een gezamenlijk VTH-beleid Gelderland vastgesteld. De Omgevingsdienst Veluwe –die verschillende basistaken milieu voor de gemeente Brummen uitvoert – heeft op basis van de uitgangspunten van dit beleidsplan een eerste jaarprogramma opgesteld. Omdat we de kwaliteit met alle gemeenten moeten borgen en waarmaken, vraagt dit de komende jaren draagvlak, betrokkenheid en samenwerking van alle betrokken partijen.

4

1.2 Ontwikkelingen In deze paragraaf wordt teruggeblikt op de verbeterpunten van de afgelopen beleidsperiode. Daarna wordt vooruitgekeken naar en beschreven welke juridische, maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen van invloed zijn op de VTH-werkzaamheden. Terugkijken Het vorige VTH-beleid omgevingsrecht liep in 2019 ten einde en is daarna tot heden verlengd. Het doel was om nieuw VTH-beleid op te stellen na inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet; nu deze herhaaldelijk is uitgesteld, moest ook het oude VTH-beleid steeds verlengd worden. Het huidige VTH-beleid werd gezien als verouderd, omslachtig en onvoldoende concreet. Het beleidsplan moest worden geactualiseerd, ingekort en vereenvoudigd. Op die manier ontstaat er een betere afstemming tussen beleid en uitvoering. Ook ontstaat er meer draagvlak voor het beleid binnen de organisatie en bij inwoners en bedrijven. De beoordelingen zijn meegenomen in dit VTH-beleid. Vooruitkijken In het ‘Coalitieakkoord 2022-2026’ zijn politiek-bestuurlijke keuzes uitgewerkt in ambities en activiteiten. Het motto van het akkoord luidt: ‘Vertrouwen, Verbinden, Versterken’. In dit akkoord worden een aantal hoofdpunten/onderwerpen besproken die relevant zijn voor VTHteam. Dit zijn bijvoorbeeld Bestuurskracht, Participatie, Ontwikkelen Eerbeek-Loenen 2030 en Centrum Brummen, Wonen en Omgeving.

Een aantal benoemde ambities die invloed hebben op de VTH-taken worden hieronder opgesomd. • •

•

• •

De invoering van de Omgevingswet en Wkb; Blijvend inzetten voor interactie met bewoners doormiddel van duidelijke communicatie en informatievoorzieningen, eigentijds op begrijpelijke en toegankelijke wijze (klantgericht en dienstverlenend); De gemeente gaat actief inzetten op (burger)participatie; met inwoners, organisaties, ondernemers en wijk- en dorpsraden moet besproken worden welke opgaven er zijn en welke oplossingen er samen gerealiseerd kunnen worden; Er wordt toegewerkt naar een brede visie voor klimaat en duurzaamheid door onder andere verduurzaming & vergroening; Eerbeek-Loenen 2030 door de aantrekkelijkheid van het centrum Eerbeek te vergroten, waarbij onder andere wordt ingezet om economische en leefbaarheidsbelangen in balans te brengen; Centrum Brummen wordt gestreefd naar een dorpscentrum met wonen, recreëren, winkels en ontmoeting.

Bij het opstellen van dit VTH-beleid is rekening gehouden met deze ambities.

5

Juridische ontwikkelingen De nieuwe Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet bundelt bestaande wetten en brengt deze in samenhang met elkaar. Geen 26 wetten, maar één wet. De invoering van de Omgevingswet zal van invloed zijn op verschillende processen binnen de gemeente. Doelen van de Omgevingswet zijn onder andere een gebruiksgemakkelijker en inzichtelijker omgevingsrecht, een actievere en flexibelere aanpak van het openbaar bestuur en een versnelde en verbeterde besluitvorming. Dit betekent dat werkprocessen aangepast moeten worden en er duidelijke werkafspraken moeten worden gemaakt met de ketenpartners. Ook de Wkb is op 1 januari 2024 in werking getreden. Het doel van deze wet is het verbeteren van de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht door inschakeling van kwaliteitsborgers. Met deze wet komt er meer verantwoordelijkheid op het gebied van toezicht te liggen bij private partijen. De bouwtechnische toetsing en het toezicht tijdens de bouw worden bij bouwwerken in gevolgklasse 1 (nieuwbouw) uitgevoerd door private kwaliteitsborgers en niet meer door de gemeente. Gevolgklasse 1 verbouw en gevolgklasse 2 en 3 worden later toegevoegd. Net als voor de Omgevingswet, staat 2024 in het teken van het leren werken met de Wkb. Maatschappelijke ontwikkelingen De gemeente staat voor grote maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen in de komende periode.

Dat zijn bijvoorbeeld: klimaatverandering en klimaatadaptatie, de stikstofproblematiek en transitie van boerenbedrijven, de woningbouwopgave, veranderende arbeidsmarkt, ondermijning en de huisvesting van (arbeids)migranten en vluchtelingen. Hierdoor worden de VTHwerkzaamheden complexer. Dit vraagt om een integrale aanpak om deze ontwikkelingen het hoofd te bieden. Een voorbeeld hiervan is het toevoegen van een Bibob-onderzoek binnen het vergunningenproces om ondermijning tegen te gaan. Organisatorische ontwikkelingen Door bovengenoemde ontwikkelingen staat de gemeente voor allerlei organisatorische en financiële vraagstukken. Tegelijkertijd blijven wij als gemeente staan voor een integrale aanpak, met een nadruk op een klantgedreven dienstverlening en een wijkgerichte en datagedreven werkwijze. Ook dit heeft invloed op de manier van (samen)werken op het gebied van VTH. Al deze ontwikkelingen hebben invloed op de doelstellingen voor de komende periode. In hoofdstuk 2 worden deze doelstellingen uiteengezet.

6

1.3 Analyse van inzichten De ontwikkelingen uit de vorige paragraaf zijn van invloed op de VTH-organisatie. In deze paragraaf worden de te verwachten ontwikkelingen die direct invloed hebben op de VTHwerkzaamheden beschreven. Impact Omgevingswet De impact van de Omgevingswet voor de VTH-werkzaamheden is onder andere: •

• • • • • •

Streven naar een afhandeling van alle vergunningprocedures in 8 weken; de uitgebreide voorbereidingsprocedure kan gebruikt worden als dat in een concreet geval het meest passend is. Dit is bijvoorbeeld in geval van een evenementenvergunning; Nadruk op participatie inwoners bij de planvorming; Meer maatwerk vergt een goede afweging en onderbouwing bij besluitvorming; Bredere integrale afweging en integrale afhandeling van processen; Organisatorische gedrags- en cultuurverandering; de gemeente Brummen moet ruimte kunnen geven aan de ambities en wensen van de samenleving; Transparantie van informatievoorziening; De Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) is de opvolger van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS).

Impact Wkb In opdracht van de gemeente Brummen heeft onderzoeksbureau Senze een onderzoek uitgevoerd. Zie voor dit onderzoek bijlage III. Dit onderzoek geeft een inschatting van de impact van de invoering van de Wkb op de benodigde capaciteit van vergunningverlening en toezicht. Uit dit rapport volgt dat er op dit moment 2.050 uur wordt besteed aan het behandelen van vergunningaanvragen voor de activiteit bouwen. Door de inwerkingtreding van de Wkb zal ongeveer 210 uur wegvallen. Op het gebied van toezicht wordt op dit moment 1.136 uur besteed aan het toezicht op de realisatie van omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen. Hiervan zal ongeveer 150 uur komen te vervallen. De vervallen uren zien in deze op het aantal vervallen uren met betrekking tot het Bouwbesluit en het aantal extra uren met betrekking tot de uit te voeren nieuwe taken. Dit betekent dat er uren en werkzaamheden wegvallen. Tegelijkertijd zorgt de Omgevingswet ook voor nieuwe taken en verandering van werkzaamheden wanneer er sprake is van een activiteit bouwen. De eerste taak is het beoordelen of er voldoende participatie heeft plaatsgevonden. De tweede taak is het beoordelen van meldingen onder het stelsel van private kwaliteitsborging. Senze beschrijft ten aanzien van deze taken een drietal scenarios: minimale betrokkenheid, risico-gestuurd of hoge betrokkenheid.

Onderscheid kan per geval gemaakt worden, bijvoorbeeld naar aard en locatie van het bouwwerk. Bijlage III geeft een indicatie voor de benodigde uren per scenario. De keuze voor een bepaald scenario in een concreet geval is een beleidsmatige keuze. 7

Impact gemeentelijk beleid Over o.a. de maatschappelijke ontwikkelingen uit paragraaf 1.2 maakt de gemeente Brummen beleid. Daarnaast maakt de gemeente ook ander beleid, zoals bijvoorbeeld Alcoholbeleid, Veiligheidsbeleid, evenementenbeleid en de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening. De doelstellingen uit dit VTH-beleid zijn sterk gerelateerd aan bestaand gemeentelijk beleid dat zich richt op de kwaliteit van de leefomgeving. Voor een goede doorwerking van gemeentelijk beleid naar de VTH-uitvoering zal VTH een nadrukkelijkere rol moeten innemen bij beleidsvorming van nieuw beleid en bij de monitoring en evaluatie van bestaand beleid.

8

2. MISSIE, VISIE EN DOELSTELLINGEN In dit hoofdstuk wordt beschreven de missie, visie en doelstellingen voor de komende beleidsperiode. De missie sluit aan bij het Coalitieakkoord 2022-2026 van de gemeente Brummen.2 Deze missie, de verbeterpunten van het vorige beleid en de eerder benoemde ontwikkelingen bepalen de visie. Deze visie wordt verder uitgewerkt in doelstellingen. Deze visie en doelstellingen bepalen samen de richting voor de komende beleidsperiode.

2.1 Missie en visie De missie

De visie

Vertrouwen, Verbinden, Versterken

De visie Ingezet wordt op het behouden en bevorderen van een leefbare, veilige en duurzame openbare ruimte. Hierbij 2.2 Doelstellingen wordt benadrukt de interactie met bewoners door middel van een duidelijke communicatie en informatievoor-

Aan de hand van de missie en visie zijn 4 doelstellingen voor de komende beleidsperiode opgeziening, eigentijds op begrijpelijke en toegankelijke wijze. Hierbij wordt gehanteerd een eenduidige en besteld. Dezeaanpak doelstellingen invulling aanvan degeldende besproken De doelstellingen trouwbare waarbij we geven toezien op de naleving wet- ontwikkelingen. en regelgeving. zijn als volgt: De doelstellingen 1. 2. 3. 4.

Correcte implementatie nieuw beleid, wet- en regelgeving. VTH-cyclus in lijn brengen met de wettelijke kwaliteitseisen. Inwoners en ondernemers moeten de centrale spelers worden binnen het VTH-proces. Versterking van de interne en externe VTH-keten.

De doelstellingen zijn verder uitgewerkt in deze paragraaf. Beschreven wordt wat bereikt gaat worden (de doelstelling), wat gedaan gaat worden om die doelstelling te bereiken (de activiteit), en wanneer het gewenste resultaat bereikt is (het resultaat). Op deze manier worden de doelstellingen concreet en haalbaar. Jaarlijks moet de voortgang geëvalueerd worden. Op die manier kan waar nodig de koers worden bijgesteld.

2

Coalitieakkoord gemeente Brummen 2022-2026, ‘Vertrouwen, Verbinden, Versterken’. Te vinden op de website van de gemeente Brummen.

9

1. Implementatie nieuw beleid, wet- en regelgeving De doelstelling Wat wordt bereikt? De komende beleidsperiode wordt de implementatie en borging van nieuwe werkwijzen en processen conform de Omgevingswet en de Wkb gerealiseerd. Op deze manier zijn na deze (grootschalige) wetswijzigingen de processen en werkwijzen weer volledig up to date. Hiernaast is het doel om dit goed in de systemen te borgen. De activiteit Wat moet daarvoor gebeuren? De veranderingen door de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wkb moeten worden vertaald naar de praktijk van de VTH-taken. Werkprocessen en afspraken worden geïmplementeerd, geborgd en actueel gehouden. Daarnaast worden standaardbrieven voor VTH aangepast en deze geïmplementeerd in de nieuwe VTH-applicatie. Ook worden de structurele financiële effecten van de Omgevingswet en de Wkb op de begroting van VTH in beeld gebracht en deze doorvertaald in de legesverordening en de begroting. Deze effecten worden gemonitord. Op basis hiervan kunnen na de transitieperiode aanpassingen waar nodig worden gemaakt. Het resultaat Wat is het gewenste resultaat? De processen horend bij het nieuwe beleid en de nieuwe weten regelgeving zijn beschreven en ingericht. Dit proces moet hebben plaatsgevonden aan de hand van de wettelijke eisen voor de inwerkingtreding van de Ow en de Wkb.

Alle VTHmedewerkers zijn bekend met en gebruiken de gemaakte werkprocessen en -afspraken. Deze processen zijn voorzien van bruikbare en juridisch correcte brieven en standaarddocumenten. Daarnaast zijn de financiële effecten van de Ow en de Wkb op de begroting van VTH in kaart gebracht. Er zijn keuzes gemaakt over de doorberekening van kosten voor de behandeling van aanvragen in de legesverordening. Daarbij is de kostendekkendheid in beeld. 2. VTH-cyclus in lijn met de wettelijke kwaliteitseisen De doelstelling Wat wordt bereikt? De komende beleidsperiode wordt een VTH-cyclus die voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van VTH-taken gerealiseerd. Er is sprake van een goede afstemming tussen vergunningverlening en toezicht/handhaving. Hierbij is de scheiding tussen vergunningverlening en toezicht/handhaving gewaarborgd door een eenduidige strategie en werkwijze. 10

De hoofdactiviteiten Wat moet daarvoor gebeuren? Voor de gemeente Brummen geldt in principe een beginselplicht. Echter is er ook op sommige momenten een gebrek aan middelen en/of manuren. De VTH-taken moeten dan ook prioritair worden uitgevoerd. Deze prioritering staat verder uitgewerkt in hoofdstuk 3 van dit VTH-beleidsplan en in het uitvoeringsprogramma. Daarnaast blijft het team-VTH integraal en gebiedsgericht samenwerken. Het resultaat Wat is het gewenste resultaat? Als het werken volgens de Big 8 (zie hoofdstuk 2 van dit VTHbeleidsplan) een vanzelfsprekendheid is en die voor alle medewerkers samen een tastbare bijdrage levert aan de kwaliteit van uitvoering van de VTH-taken. Dit proces moet tevens leiden tot uniforme werkafspraken en verbeterde werkprocessen. 3. Inwoners en ondernemers als centrale spelers binnen het VTH-proces De doelstelling Wat wordt bereikt? De komende beleidsperiode moet innovatie door, maatwerk in contact met en correcte dienstverlening richting inwoners en ondernemers de kern van de vergunningverlening, toezicht en handhaving richting Inwoners en ondernemers zijn. Op die manier wordt de afwegingsruimte in een concreet geval vergroot. Ook ontstaat er een beter inzicht in wat wel en niet kan, kan er een snellere besluitvorming gehanteerd worden en komt er een meer integrale benadering van de leefomgeving tot stand.

Partijen handelen binnen dit proces op basis van onderling vertrouwen en respect. Dit alles sluit aan bij de doelstellingen van de Omgevingswet. Binnen dit proces is er voldoende ruimte voor maatschappelijk initiatief, om zo ruimte te bieden voor kansrijke initiatieven die een positieve bijdrage kunnen bieden aan de gemeente Brummen. De hoofdactiviteit Wat moet daarvoor gebeuren? Brummen wil gezien zijn omvang, mensen die er wonen maar ook de mensen die dagelijks met het VTH-beleid werken graag te boek staan als een burgervriendelijke gemeente, met korte lijntjes richting bestuur en burger. Waar mogelijk moet dit plaatsvinden aan de hand van een informele aanpak, waarbij er door middel van goed contact tussen de partijen tot de beste oplossing gekomen wordt. De burger staat in dit proces centraal. Bij toepassing van het VTH-beleid gaat een informele aanpak vóór de procedurele aanpak. Binnen dit proces wordt er gestreefd naar een snelle en heldere besluitvorming, bijvoorbeeld ten aanzien van de Fixi-meldingen.

11

Het resultaat Wat is het gewenste resultaat? Dat er bij inwoners en ondernemers een hoge “klanttevredenheid” ontstaat en er een snelle afhandeling van zaken wordt gerealiseerd. Waar mogelijk hebben wij de eisen en procedures rondom de verstrekking van vergunning vereenvoudigd, waardoor de administratieve lasten voor initiatiefnemers waar mogelijk af is genomen. Dit leidt tevens tot minder bezwaar- en beroepszaken. 4. Versterkte interne en externe VTH-keten De doelstelling Wat wordt bereikt? De komende beleidsperiode wordt de VTH-keten versterkt en de borging van afspraken en processen ten aanzien van onze interne en externe ketenpartners gerealiseerd. Hoe krachtiger en loyaler de onderlinge samenwerking tussen alle relevante interne en externe partners, hoe beter de lokale opgaven op het gebied van VTH-normen en inhoud getackeld kunnen worden. Op deze manier wordt het VTH-beleid beter geborgd en beter aangesloten op de beleidscyclus van de Omgevingswet. De hoofdactiviteit Wat moet daarvoor gebeuren? De integrale samenwerking wordt versterkt door middel van afspraken met ketenpartners. De samenwerking is risicogestuurd en effectgericht. Tevens zoeken we toenadering met sectorale beleidsafdelingen om te zorgen voor een goede vertaling van beleid naar uitvoering en van uitvoering naar beleid.

Zowel met de interne als externe samenwerkingspartners moet er een constante evaluatie zijn over de huidige invulling van de BIG 8. Binnen dit proces is er voldoende oog voor de verschillen in eigenschappen, belangen, behoeften en expertises van de verschillende ketenpartners. Organisaties zijn sterk, slagkrachtig en onafhankelijk waar nodig. Het resultaat Wat is het gewenste resultaat? Als alle voorgenomen acties in de onderliggende uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd. De bijdrage van iedere ketenpartner hoeft niet gelijk te zijn, maar wel zo goed als mogelijk binnen het gezamenlijke proces en het werken aan maatschappelijk effect. Partners groeien samen en gedragen zich als samenwerkingspartners, met voldoende ruimte om samen aan de relevante belangen te werken. De samenwerking leidt tot een optimale samenwerking tussen beleid en uitvoering. Het beleid dat van invloed is op de uitvoering van VTH-taken wordt hierdoor uitvoerbaar en haalbaar.

12

3. RISICOANALYSE EN PRIORITERING Wat betekent prioritering? Er zal nooit voldoende capaciteit zijn om alle VTH-taken uitputtend uit te voeren. Een VTHbeleid opstellen betekent ook keuzes maken en prioriteiten stellen. Prioritering zorgt voor het effectief en doelmatig realiseren van de doelstellingen. Het draagt bij aan een passende en eenduidige werkwijze. Het benadrukt rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor de inwoners van de gemeente Brummen. Om VTH-medewerkers zo effectief mogelijk in te zetten, is bepaald welke VTH-activiteiten binnen een gemeente prioriteit hebben en welke minder. Het VTH-team moet namelijk keuzes maken voor de inzet van capaciteit en middelen. Welke keuzes en afwegingen er worden gemaakt verschilt per geval. De inzet op activiteiten met een lage prioriteit is minder dan op activiteiten met een hoge prioriteit. Hierbij kan gedacht worden aan de diepgang van toetsing van een vergunningaanvraag of een toezichtmoment, de bezoekfrequentie van toezicht en de wijze waarop handhavingsverzoeken in behandeling worden genomen (nu doen of later inplannen). Om dit goed te kunnen beoordelen is zowel een intern als een extern onderzoek uitgevoerd. Voor het interne onderzoek zijn medewerkers van het team-VTH benaderd. Deze prioriteitsstelling is verder uitgewerkt in bijlage II.

Voor het externe onderzoek is het onderzoeksbureau Moventum ingeschakeld waarbij ruim 600 inwoners van de gemeente Brummen zijn gevraagd om een vragenlijst in te vullen met betrekking tot veiligheid, vergunningverlening, toezicht en handhaving. De interne risicoanalyse is richtinggevend. Aan de hand van beleidsmatige keuzes kan in de toekomst van deze prioritering afgeweken worden. Interne risicoanalyse en prioritering Voor alle relevante activiteiten die eerst onder de Wet algemene bepalingen (hierna: Wabo) vielen, (en nu onder de Omgevingswet zullen vallen) is een risico-inschatting gemaakt. Dit risico is bepaald volgens een vaste methodiek met een aantal beoordelingscriteria. Deze beoordelingscriteria voor het Omgevingsrecht zijn: veiligheid, leefomgeving, financiën, natuur, gezondheid en imago. De criteria voor de APV zijn: veiligheid, leefomgeving, financiën en imago. Deze criteria zijn voor beide gevallen gescoord van 0 tot 5 (geen gevolgen tot grote gevolgen). De prioriteringsscore is bepaald door voor elk criterium een inschatting te maken van het effect van slecht naleefgedrag op deze criteria. Omdat voor sommige activiteiten de kans op slecht naleefgedrag groter is, nemen we ook deze overtredingskans mee in de risicoanalyse.

13

In de tabellen zijn de categorieën met de hoogste en de laagste prioriteit binnen het Omgevingsrecht en de APV opgenomen. Het volledige overzicht van de prioritering staat in bijlage II. Voor vergunningverlening en het toezicht op vergunningen is het gemiddelde risico berekend en is bij het bepalen van de prioriteit gekeken naar de overtredingskans, zodat deze activiteiten ook op basis van hun risicoprofiel kunnen worden geprioriteerd.

Top 5 hoogste prioriteiten Omgevingsrecht Brummen Veiligheid bouwwerken Veiligheid bij sloopwerkzaamheden Veiligheid bij bouwwerkzaamheden Bouwen zonder vergunning (buitengebied) Bouwen zonder vergunning (kern)

Score (prioriteit) 12.6 (Hoog) 12.1 (Hoog) 12.1 (Hoog) 9.9 (Hoog) 9.4 (Hoog)

Top 5 laagste prioritering Omgevingsrecht Brummen Geldelijke steun WVG Instandhoudingstermijn tijdelijke bouwvergunning Uiterlijk bouwwerk Zonder vergunning onttrekken Open terrein/erf

Score (prioriteit) 1.8 (Laag) 3.9 (Laag) 4.4 (Laag) 4.5 (Laag) 5.3 (Gemiddeld)

Top 5 hoogste prioritering APV Brummen3 Artikel 5:28 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken Drugsoverlast (dealen, gebruik, afval) Alcoholwet - artikel 35 - ontheffing schenken zwak alcoholhoudende dranken Wegafsluiting (vanuit de rol van de gemeente als wegbeheerder) Artikel 2:25 Evenementenvergunning (>100 personen)

Score (prioriteit) 9.0 (Hoog)

Top 5 laagste prioritering APV Brummen artikel 2:42 Plakken en kladden. artikel 2:28 Terrasvergunning Artikel 5:16 Standplaatsenvergunning Verwijderen (brom)fietsen Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoortuigen

Score (prioriteit) 2.2 (Laag) 2.7 (Laag) 3.0 (Laag) 3.2 (Laag) 3.4 (Laag)

3

8.1 (Hoog) 8.1 (Hoog) 7.6 (Gemiddeld) 7.6 (Gemiddeld)

In deze verdient nog speciale aandacht de kapvergunning (met herplantplicht). Deze scoort relatief laag in de risicoanalyse, maar de gemeenteraad stelt dat hier bijzondere aandacht aan besteed moet worden op het gebied van toezicht en handhaving. De prioritering strookt op dit gebied niet met de (toekomstige) praktijk.

14

Externe prioritering Uit het onderzoek van Moventum komt op het gebied van Toezicht en Handhaving het volgende naar voren: •

•

•

• • •

•

Hoewel het contact tussen inwoners en medewerkers van T&H over het algemeen als prettig werd ervaren, kan het contact verbeterd worden. Het contact leidde in een groot deel van de gevallen niet tot een probleemoplossing. Zo voelen inwoners zich in sommige gevallen bijvoorbeeld onvoldoende gehoord na een Fixi-melding. Een groot deel van de respondenten vindt dat de betrokken partijen het beste samen kunnen kijken hoe een probleemsituatie kan worden opgelost. Dit kan bijvoorbeeld doormiddel van een gesprek. Deze werkwijze scoort waar toegepast gemiddeld een ruime voldoende. Een overgroot deel van de respondenten vindt het belangrijkste thema binnen T&H de openbare orde. Controleren op omgevingsplannen en bouwwerkzaamheden volgt op zeer gepaste afstand. Ten aanzien van de activiteit Bouwen ligt de belangrijkste prioriteit bij de brandveiligheid en de kwaliteit van de openbare gebouwen. Ten aanzien van omgevingsplan zijn de belangrijkste regels om te controleren de onjuiste bedrijfsvestiging, verkeerd gebruik van grond en illegale bouwwerken. Ten aanzien van de openbare orde zijn het geluid bij evenementen, dumpen van afval, geluid- en geurhinder, overlast door (hang)jongeren en alcohol- en drugsoverlast de belangrijkste activiteiten om te controleren. De woonplaats van de respondent maakt weinig verschil voor het belang van de controle van bepaalde activiteiten.

Een aantal nog niet genoemde onderwerpen komen vaker terug in het onderzoek: • • • •

Verkeershandhaving: handhaving 30 k/m, hardrijden, verkeerd parkeren. Openbare orde en veiligheid: vandalisme, zwerfvuil, zwervers en verwarde personen. Milieu en natuur: afvalverbranding, begroeiing trottoirs, gifgebruik boeren, illegale dumping, milieudelicten, overlast houtkachels. Handhaving algemeen: controle ondergrondse containers, controleren naleving vergunning, handhaving snelheid, toezicht station E-bike diefstal, afsteken van vuurwerk.

Interne risicoanalyse richtinggevend, bijsturing mogelijk Zoals gezegd is de interne risicoanalyse richtinggevend. Op basis van beleidsmatige keuzes kan er van deze prioritering afgeweken worden. Hier kunnen bijvoorbeeld nieuwe ontwikkelingen, nieuwe onderzoeken of nieuw beleid aan ten grondslag liggen. Het onderzoek van Moventum is een voorbeeld van iets dat veranderingen in de prioriteit kan aanbrengen. De prioritering kan gedurende de beleidsperiode dus veranderen. Waar nodig kan elk jaar binnen het Uitvoeringsprogramma veranderingen in prioritering opgenomen worden.

15

4. STRATEGIEËN EN WERKWIJZE De werkwijze waarop de doelen en het prioriteitsgericht bereikt gaat worden is vastgelegd in de uitvoeringstrategieën. De strategieën zijn gebaseerd op landelijke strategieën en zijn aangevuld met gemeentelijke beleidsstukken en werkwijzen. De uitvoeringsstrategieën beschrijven de manier van werken op hoofdlijnen door een opsomming van de belangrijkste uitgangspunten. Waar nodig wordt er bij deze uitgangspunten nader ingegaan op specifieke werkwijzen en processen die horen bij de uitvoeringsstrategie. Nu de Omgevingswet in werking is getreden zal een groot gedeelte van de bestaande uitvoeringsstrategieën wijzigen. Het is taak dit in 2024 door te voeren in het beleid, zodat de basis van de uitvoeringsstrategieën op orde is. Uitvoeringsstrategieën In de figuur hieronder is de samenhang tussen de uitvoeringsstrategieën weergegeven. In de onderstaande figuur volgt een nadere uitwerking van iedere uitvoeringsstrategie:

Uitvoeringsstrategieën

Vergunningenstrategie (reguleren)

- Controlefrequentie

- Voorlichting

- "Ja, mits"

- Uitvoeren controles

& communicatie

- Vooronderzoek

Oplossingsgericht

- Afhandelen meldingen & aanvragen

- Controles aan de hand van risicoanalyse & prioritering

- Registratie

- Rapportage(s)

Preventiestrategie (voorkomen)

- Eigen verantwoordelijkheid inwoners en bedrijven

Toezichtstrategie (controleren)

Handhavingsstrategie (handhavend optreden) - Algemene sanctiestrategie

Gedoogstrategie - Kader - Uitgangspunten van het gedoogstrategie

- Stappenplan - Sancties - Leidraad dwangsombedragen en begunstigingstermijn

De uitvoeringsstrategieën staan verder uitgewerkt in bijlage IV. De komende beleidsperiode wordt de uitvoering van deze nieuwe strategieën verder uitgewerkt. Er zal moeten worden gemonitord, geëvalueerd en waar nodig worden aangepast om de gewenste resultaten te behalen. Mocht het nodig zijn zullen de strategieën op basis van deze monitoring en evaluatie moeten worden herzien.

16

5. BORGING EN UITVOERING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de uitvoering van de VTH-taken. Financiële middelen Om de VTH-taken uit te kunnen voeren en de beleidsdoelen te realiseren, zijn financiële middelen nodig. Elk jaar wordt er een begroting voor de VTH-taken vastgesteld. Het benodigd budget is geborgd in de begroting. De inzet van middelen wordt jaarlijks toegelicht binnen de uitvoeringsprogramma’s. Uitvoeringsprogramma Het VTH-beleidsplan wordt jaarlijks uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma worden beschreven de prioriteiten, doelen, activiteiten en methoden op operationeel niveau. Beschreven wordt ook hoe de financiële en personele middelen in die periode worden ingezet. Gedurende het jaar wordt de voortgang van de activiteiten en de daaraan gekoppelde doelen gemonitord. Waar nodig moet worden bijgestuurd. Het uitvoeringsprogramma wordt vastgesteld door het college van B&W en ter kennisname naar de raad en provincie gestuurd (het Interbestuurlijk Toezicht). Evaluatie dient als basis voor het nieuw op te stellen uitvoeringsprogramma. Waar nodig kan op basis van de evaluatie ook het VTH-beleidsplan worden aangepast. Uitvoeringsproces De werkwijze van vergunningverlening, afhandeling meldingen en toezicht en handhaving zijn vertaald naar specifieke procesbeschrijvingen.

Deze procesbeschrijvingen zijn bekend bij de betrokken medewerkers en worden geborgd binnen het digitale zaaksystemen LEEF en JOIN. Ook zijn er taken die niet beschreven kunnen worden in een zaaksysteem. Dit zijn bijvoorbeeld taken die zien op Basisregistratie Personen, ondermijning, foutparkeren en weesfietsen. Deze taken worden beschreven in verschillende rapporten op de Werkschrijf. Dit is een eigen systeem van opslaan. Inwoners kunnen in gevallen waarin zij kleine gebreken constateren ook zelf een melding maken. Deze zogeheten Fixi-meldingen worden op Fixi opgeslagen, en zijn daarop op elk moment inzichtelijk voor bijvoorbeeld de BOA's. Afstemming interne en externe partners Een goede samenwerking tussen de gemeente en haar partners is belangrijk. Samenwerking levert kwalitatief sterkere adviezen op, gebaseerd op gedeelde informatie en uitgangspunten. Ook onder de Omgevingswet zal afstemming met ketenpartners noodzakelijk zijn. Denk hierbij aan bijvoorbeeld aan het omgevingstafel- en initiatievenproces. In de onderstaande staan een aantal belangrijke ketenpartners genoemd. Deze lijst is niet uitputtend:

17

Ketenpartners Omgevingsdienst Veluwe

Waterschap Vallei en Veluwe

Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) GGD Noord- en Oost-Gelderland (NOG)

Politie

Buurtgemeenten (o.a. Zutphen, Voorst, Lochem) Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC) Instanties binnen het regionaal Hennepconvenant OostNederland

Openbaar Ministerie Provincie Gelderland Sociaal Weerbaarheid Aanpak Team (SWAT – lokaal ondermijningsoverleg) Woningcorporatie Veluwonen

Personele middelen Het Omgevingsbesluit stelt eisen ten aanzien van de kwaliteit van de uitvoering van de VTHtaken. Deze kwaliteitscriteria bestaan uit de elementen procescriteria en eisen ten aanzien van de deskundigheid en ervaring (de kritieke massa). De kwaliteitscriteria stellen eisen ten aanzien van vakmanschap voor de uitvoering van de VTH-taken. De kwaliteitscriteria beschrijven de minimale kwaliteitseisen op verschillende indicatoren. Deze indicatoren zijn opleiding, kennis, ervaring, frequentie van uitvoeren (aantal ‘vlieguren’) en menskracht. Er is hierbij onderscheid gemaakt tussen verschillende deskundigheidsgebieden. Aan deze deskundigheidsgebieden zijn specifieke activiteiten gekoppeld. Kwaliteitsverordening Brummen Het is verplicht een verordening te hebben waarin de kwaliteit van VTH-taken wordt geborgd. In deze verordening is opgenomen welke eisen gesteld worden aan de uitvoeringsorganisaties, of zij voldoen aan de kwaliteitscriteria en een motivatie wanneer zij daarvan afwijken. Hiervoor is op 7 februari 2024 de nieuwe “Verordening Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving Omgevingsrecht gemeente Brummen 2024” vastgesteld. Bereikbaarheid Volgens het Omgevingsbesluit moet de gemeentelijke organisatie ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar.

Dit is voor het melden van acute klachten en het behandelen van incidenten (toezicht en handhaving). Om dit te waarborgen heeft de gemeente verschillende piketregelingen: 1. Bouwen: via telefoonnummer 0575 - 568 233. 2. Calamiteiten: de politie is het eerste aanspreekpunt. Zij kunnen waar nodig verder verwijzen. Bel in geval van spoed altijd 112. Géén spoed, bel 0900-8844.

18

6. EVALUATIE De gemeente Brummen is een lerende organisatie. In dit hoofdstuk worden de onderdelen en op welke manier deze geëvalueerd gaan worden beschreven. Jaarverslag Jaarlijks moet worden gerapporteerd over de uitvoering van het vastgestelde uitvoeringsprogramma in een jaarverslag. Geëvalueerd wordt of: • • • •

De voorgenomen activiteiten uit het uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd en de gestelde jaardoelen zijn behaald; De uitvoering van deze activiteiten hebben bijgedragen aan de voortgang van de beleidsdoelen uit dit beleidsplan; De resultaten van de evaluatie aanleiding geven om de werkwijze en/of het uitvoeringsprogramma van het volgende jaar aan te passen; De resultaten van de evaluatie aanleiding geven om het VTH-beleid aan te passen.

De rapportage en evaluatie wordt gedocumenteerd in een jaarverslag. De resultaten van de evaluatie worden gebruikt voor het volgende jaar. Deze evaluatie wordt ieder jaar ter kennisgeving voorgelegd aan de gemeenteraad. Evaluatie VTH-beleid Periodiek, maar in ieder geval nadat een beleidsperiode is verstreken en uiterlijk vóór het derde kwartaal van 2027, wordt het VTH-beleid geëvalueerd. Er wordt dan beoordeeld of: • • •

Vastgestelde beleidsdoelen uit het VTH-beleid zijn bereikt. De voorgenomen activiteiten uit het uitvoerings-en handhavingsbeleid zijn uitgevoerd. Er aan de afspraken is voldaan die met externe partijen zijn gemaakt. Ook deze evaluatie documenteren wij in een jaarverslag en de resultaten worden gebruikt voor het nieuwe VTH-beleid van de volgende beleidsperiode en het uitvoeringsprogramma van het volgende jaar.

19

Bijlage I: Nadere toelichting op Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Dit beleidsplan spitst zich toe op Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. Vergunningverlening Vergunningverlening is wettelijk geregeld. Voor activiteiten zoals het bouwen van een bouwwerk, slopen, kappen, uit- en inrit en voor bedrijfsactiviteiten die mogelijke hinder voor mens en milieu zullen veroorzaken is een omgevingsvergunning noodzakelijk. Deze worden afgegeven door het college van burgemeester en wethouders. Toezicht: Er zijn twee vormen van toezicht: •

•

Bouwtoezicht: Het uitvoeren van controles op bouwmeldingen, verleende omgevingsvergunningen en de Omgevingswet (met name het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) om ervoor te zorgen dat het voldoet aan de geldende wet- en regelgeving. Regulier toezicht: Het uitvoeren van controles op de naleving van o.a. verordeningen en omgevingsplannen. Het door middel van (geplande) controles zorgen dat wordt gehandeld volgens de geldende regels.

Handhaving: Handhaving heeft tot doel om de overtreding ongedaan te maken, maar ook wordt hiermee getracht om het naleefgedrag door inwoners, bedrijven en instellingen te bevorderen. Door het houden van toezicht kunnen overtredingen worden geconstateerd. Vervolgens kan er handhavend worden opgetreden door het toepassen (of attenderen op het gebruik) van bestuursrechtelijke middelen. Deze middelen hebben tot doel de overtreding te beëindigen. Hiermee willen wij bereiken dat de geldende voorschriften en wet- en regelgeving worden nageleefd. Bij handhaving kan daarnaast het onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende gebieden: •

•

•

•

Bouwen en slopen: Het controleren van bouwwerken op de uitvoering van een omgevingsvergunning/bouwmelding (bouw/sloop/aanleg). Hieronder valt tevens de toezicht en handhaving op bestaande bebouwing. Van toepassing zijnde wetgeving is veelal de Omgevingswet- en het daarbij horende Bbl.). Brandveiligheid: De controle van bouwwerken en gebruik van bouwwerken op brandveiligheid. Deze controle op brandveiligheid wordt uitgevoerd door de brandweer. Van toepassing zijnde wetgeving is de Omgevingswet. Milieu: Het controleren van inrichtingen op het gebied van milieu. De handhaving op dit gebied wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst Veluwe. Van toepassing zijnde wetgeving/regels: Omgevingswet en Omgevingsplan. Openbare ruimte: Het houden van toezicht in de openbare ruimte. Van toepassing zijnde wetgeving: o.a. APV en bijzondere wetten. 20

Bijlage II PRIORITERING & RISICOANALYSE Toelichting risicoanalyse Voor alle relevante activiteiten die worden uitgevoerd onder het omgevingsrecht en de APV is een risico-inschatting gemaakt. Dit risico is bepaald volgens vaste methodiek, waarbij verschillende beoordelingscriteria meegenomen zijn in de beoordeling. Deze criteria zijn: •

•

•

• •

•

Fysieke veiligheid: Hoe groot zijn de gevolgen voor de fysieke veiligheid? Onder fysieke veiligheid wordt onder ander verstaan: brandgevaar, instortingsgevaar, explosiegevaar, etc. Kwaliteit leefomgeving: Hoe groot zijn de gevolgen voor de kwaliteit van de sociale leefomgeving? Onder sociale leefomgeving wordt onder andere verstaan: leefbaarheid, aangezicht, privacy, geluidshinder, stankhinder, luchtverontreiniging, etc. Financieel/economisch: Hoe groot is de financieel economisch schade? Onder financieel economische schade wordt verstaan: maatschappelijke schade, kosten voor de gemeente en/of gemeenschap, maatschappelijke en financiële aansprakelijkheid van de gemeente. Natuur: Hoe groot zijn de gevolgen voor de bescherming van natuurschoon? Gezondheid: Hoe groot zijn de gevolgen voor de volksgezondheid? Het gaat hier om de effecten op de langere termijn, zoals onvoldoende licht en frisse lucht, vochtigheid, gebruik van schadelijke stoffen. Imago: Hoe groot is de politiek-bestuurlijke afbreuk als de regels onvoldoende worden nageleefd? Het gaat hier om het imago van de gemeente als wetshandhaver, als veiligheidsbewaarder en als ‘goed voorbeeld’.

De score wordt bepaald door voor elk criterium een inschatting te maken (op een schaal van 0 tot 5) van het effect van slecht naleefgedrag. Dit levert een risico inschatting op ten aanzien van de effecten van slecht naleefgedrag. Deze score moet worden vermenigvuldigd met de verwachte overtredingskans van de regels bij de huidige handhavingsinspanning. Hoe hoger deze gecombineerde score, hoe hoger het risico. Klasse

Opmaak

Van

Tot en met

I

Hoog Risico

8.0

8.0 e.v.

punten

II

Gemiddeld

5.1

7.9

punten

III

Laag

0

5.0

punten

21

Prioriteringstabellen4 Omgevingsrecht

• Code A9

A1* A2* A5 A3 A4 A8 A6

A7

• Code B8*

B5

B6 B7 B1 B2 B3 B4

Variabelen Bouwen – Omgevingsrecht Beschrijving Gemiddeld

Overtredingskans

Risico

Klasse

Bouwen levert gevaar op voor de veiligheid en gezondheid (zorgplicht) Bouwen zonder vergunning buitengebied Bouwen zonder vergunning kern

3.5

3.48

12.1

I

3.1

3.14

9.9

I

3.1

3.07

9.4

I

Bouwen in afwijking van Bouwbesluit en/of bouwverordening Bouwen in afwijking vergunning buitengebied Bouwen in afwijking vergunning kern Aantasten monumenten

2.9

2.86

8.2

I

2.8

2.76

7.6

II

2.7

2.71

7.3

II

2.6

2.60

6.7

II

Vergunningsvrij bouwen ernstig in strijd met redelijke eisen van welstand Overschrijding instandhoudingstermijn tijdelijke bouwvergunning

2.4

2.43

5.9

II

2.0

1.98

3.9

III

Variabelen Bestaande bouwwerken, open erven en terreinen – Omgevingsrecht Beschrijving Gemiddeld Overtredingskans Risico

Klasse

Staat en gebruik bouwwerk levert gevaar op voor de veiligheid en gezondheid (zorgplicht) In stand laten bouwwerken zonder of in afwijking regelgeving gerealiseerd Het bouwwerk wordt niet conform gebruiksvergunning gebruikt Aantasten monumenten

3.5

3.55

12.6

I

2.7

2.67

7.1

II

2.5

2.55

6.5

II

2.4

2.43

5.9

II

Bestaand bouwwerk in strijd met Bouwbesluit Open erf/terrein in strijd met de bouwverordening Uiterlijk bouwwerk ernstig in strijd met redelijke eisen van welstand Niet gerealiseerde voorzieningen voor geldelijke steun WVG

2.4

2.36

5.6

II

2.3

2.31

5.3

II

2.1

2.10

4.4

III

1.4

1.36

1.8

III

4 Door de bepaling van het negatieve effect van de overtreding en/of de vermenigvuldiging met de kans op slecht naleefgedrag,

kan soms de prioriteit lager uitvallen dan bestuurlijk/politiek wenselijk. Bij de activiteiten waar in bijlage II bij de activiteitencode een * is aangegeven, is de prioriteit – cijfermatig nog altijd puur gebaseerd op de interne risicoanalyse- opgehoogd in het kader van o.a. bestuurlijk belang, beleidsafspraken of inwonersonderzoeken. Dit om aan te geven waar eventuele onderbelichte belangen zitten.

22

•

Variabelen Slopen – Omgevingsrecht

Code

Beschrijving

Gemiddeld

Overtredingskans

Risico

Klasse

C5

3.5

3.48

12.1

I

C4

Slopen levert gevaar op voor de veiligheid en gezondheid (zorgplicht) Aantasten monumenten

2.8

2.83

8.0

I

C1

Slopen zonder sloopvergunning

2.8

2.76

7.6

II

C2

Slopen in afwijking van sloopvergunning Onttrekken aan woonbestemming zonder onttrekkingsvergunning

2.4

2.43

5.9

II

2.1

2.12

4.5

III

Gemiddeld

Overtredingskans

Risico

Klasse

2.8

2.83

8.0

I

2.7

2.71

7.4

II

2.6

2.64

7.0

II

2.5

2.52

6.4

II

Gemiddeld

Overtredingskans

Risico

Klasse

C3

•

Variabelen Omgevingsplan – Omgevingsrecht

Code

Beschrijving

D1*

Gebruik bouwwerken en/of gronden in afwijking met het omgevingsplan buitengebied Gebruik bouwwerken en/of gronden in afwijking met het omgevingsplan kern Aanleggen zonder of in afwijking van aanlegvergunning Permanente bewoning recreatiewoningen

D2*

D3 D4

Algemene plaatselijke verordening/Bijzondere wetten •

APV – Overtreding van regels

Code

Beschrijving

A3

Artikel 2:25 Evenementenvergunning (>100 personen) Artikel 2:28 Exploitatievergunning

3.4

2.2

7.6

II

2.8

2.7

7.5

II

Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats

3.1

1.7

5.2

II

2.0

2.3

4.6

III

A8*

Artikel 4:12 Vergunning voor het vellen van een houtopstand

2.2

1.8

4.0

III

A2

Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg.

1.9

1.8

3.4

III

A9

1.9

1.7

3.0

III

A5

Artikel 5:16 Standplaatsenvergunning Artikel 2:28 Terrasvergunning

1.8

1.5

2.7

III

A6

Artikel 2:42 Plakken en kladden.

1.6

1.4

2.2

III

A4* A7

A1

23

•

APV - Ontheffingen/vrijstellingen

Code

Beschrijving

Gemiddeld

Overtredingskans

Risico

Klasse

B6

3.2

2.8

9.0

I

2.7

2.8

7.6

II

B2

Artikel 5:28 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszinds vuur te stoken Wegafsluiting (vanuit de rol van de gemeente als wegbeheerder) Artikel 2:29 Sluitingstijd

2.6

2.6

6.8

II

B3

Artikel 4:6 Overige geluidhinder

2.3

2.5

5.8

II

B1

Ontheffingen/vrijstellingen (Straatartiest, sluitingstijd, overige geluidhinder, recreatiefnachtverblijf, kampeermiddelen, parkeren reclamevoortuigen Artikel 4:32 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoortuigen

2.1

2.7

5.7

II

2.0

1.8

3.6

III

1.8

1.9

3.4

III

Gemiddeld 2.5

Overtredingskans

Risico

Klasse

2.3

5.8

II

2.3

1.8

4.1

III

1.8

2.0

3.6

III

B7

B4 B5

•

APV – Meldingen

Code

Beschrijving

C3

Artikel 2:24b Regulering paracommerciële rechtspersonen Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen Artikel 2:25 Meldingen evenementen

C1* C2

•

APV – Bijzondere wetten

Code

Beschrijving

Gemiddeld

Overtredingskans

Risico

Klasse

D3

Wet op de kansspelen

2.7

3.0

8.1

I

D2

2.7

2.8

7.6

II

2.3

3.0

6.9

II

D4

Alcoholwet – artikel 35 – ontheffing schenken zwak alcoholhoudende dranken Alcoholwet – artikel 30 – meldingen van wijziging vergunning Wet Bibob

2.75

2.3

6.4

II

D5

Wet Basisregistratie Personen

2

2.5

5.0

II

D1

24

•

APV – Openbare ruimte

Code

Beschrijving

Gemiddeld

Overtredingskans

Risico

Klasse

E9

Drugsoverlast (dealen, gebruik, afval) Illegaal storten afval

2.7

3

8.1

I

2.4

3

7.2

II

Hardrijden en ander verkeersoverlast Illegaal carbid

2.1

3.25

6.8

II

2.1

3

6.3

II

1.7

2.5

4.3

III

E2

Parkeerexcessen (defecte voertuigen, caravans, aanhangwagens) Loslopende honden

1.75

2.35

4.1

III

E3

Hondenpoep

1.5

2.65

4

III

E5

Fout parkeren algemeen

1.6

2.5

4

III

E1

Gevaarlijke honden

2.2

1.75

3.9

III

E6

Verwijderen (brom)fietsen

1.6

2

3.2

III

E10 E8* E7 E4

25

Bijlage III: Gemeente Brummen. Een scan voor het nieuwe werken onder de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (datum: 28 augustus 2023) 1.0 INLEIDING Op 14 mei 2019 heeft de Eerste Kamer de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) aangenomen. De wet zal gelijktijdig met de Omgevingswet in werking treden. De verwachting is dat de beoogde datum van inwerkingtreding gesteld zal worden op 1 januari 2024. De Wkb heeft als doel de (borging van) bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door het invoeren van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging. Daarnaast zal de aansprakelijkheid van aannemers ten aanzien van particuliere en professionele opdrachtgevers worden uitgebreid. De nieuwe wet treedt gefaseerd in werking. Er wordt gestart met eenvoudige bouwwerken (ook wel fase 1). Vanaf 2026 volgen eventueel de complexere bouwwerken. Verschuiving van verantwoordelijkheden Onder de Wkb wordt het stelsel van private kwaliteitsborging geïntroduceerd. Het toetsen en toezien op technische voorschriften uit het Bouwbesluit wordt onder dit stelsel niet langer meer door de gemeente gedaan, maar door private kwaliteitsborgers. De gemeente komt met deze wetgeving meer op afstand te staan. Tegelijkertijd maakt de gemeente wel onderdeel uit van het stelsel van private kwaliteitsborging, daar zij op verschillende momenten meldingen zal ontvangen van de initiatiefnemer.

Er vallen dus niet alleen taken weg, maar er komen ook taken voor terug. Naast dat de gemeente te maken krijgt met nieuwe taken vanuit de Wkb, zorgt ook de Omgevingswet voor nieuwe dan wel veranderende werkzaamheden. Op dit moment zijn technische voorschriften voor bouwwerken vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Onder de Omgevingswet worden deze ondergebracht in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

1.1 Doelstelling Om de gemeente Brummen voor te bereiden op het werken onder de Omgevingswet en de Wkb is Senze gevraagd een scan uit te voeren. Het doel van deze scan is tweeledig: 1. Inzicht bieden in de impact van de mogelijke gevolgen op de werkvoorraad en de benodigde capaciteit voor de activiteit bouwen. 2. Inzicht bieden in keuzes en de mogelijke gevolgen hiervan ten aanzien van nieuwe/veranderende taken. Bovenstaand inzicht moet de gemeente helpen met het maken van weloverwogen en gekwantificeerde keuzes ten aanzien van het werken onder de Omgevingswet en de Wkb. In deze scan is geen doorvertaling ten behoeve van de leges opgenomen. Deze doorvertaling wordt uitgevoerd in een separaat traject, dat moet resulteren in een nieuw advies voor dit onderwerp.

1.2 Leeswijzer Het rapport is opgedeeld in vijf hoofdstukken: • In hoofdstuk twee wordt de aanleiding van dit onderzoek beschreven; • In hoofdstuk drie wordt de impact van de Wkb voor de gemeente gepresenteerd; • In hoofdstuk vier worden de nieuwe/veranderende taken voor de gemeente omschreven, hierbij wordt gebruikgemaakt van scenario’s; • Tot slot bevat hoofdstuk vijf de conclusie.

26

2.0 HOOFDLIJNEN VAN DE WET KWALITEITSBORGING VOOR HET BOUWEN Dit hoofdstuk licht de aanleiding van de nieuwe wet toe en gaat nader in op het doel van de wet. Vervolgens wordt uiteengezet wat de impact van de Wkb is op zowel de bouwactiviteit als het bijbehorende proces.

2.1 Aanleiding van de wet De wetgever heeft, na verschillende incidenten, geconstateerd dat de bouwkwaliteit is afgenomen. Enerzijds is de kennis bij bouwers teruggedrongen en anderzijds zijn bouwwerken complexer geworden. Naast deze maatschappelijke tendens is er ook sprake van versnippering binnen het bouwproces. Hierdoor zijn in de praktijk afstemmingsproblemen ontstaan tussen partijen. Na deze constatering is er in 1997 een traject gestart met verschillende werkgroepen en commissies om tot verbetering van de bouwkwaliteit te komen. Het idee achter de Wkb is: ‘de kwaliteit van bouwwerken in Nederland te vergroten tegen lagere kosten’. Dit wordt nagestreefd door de volgende drie doelen: 1. Verbetering van de (borging van) bouwkwaliteit. 2. Verbetering van de positie van de particuliere en zakelijke bouwconsument. 3. Stimulering van kwaliteitsverbetering en faalkostenvermindering.

2.2 Doel van de wet De wetgever wil de bouwkwaliteit verbeteren door de positie van de consument te versterken en een nieuw stelsel van kwaliteitsborging in te voeren (zie figuur 1). Daardoor zullen er vier privaatrechtelijke wijzigingen plaatsvinden: • De kwaliteitsborger, onafhankelijke kwaliteitscontroleur, is verantwoordelijk voor het controleren of een gebouw voldoet aan de wettelijke technische eisen. Dit zal plaatsvinden tijdens het ontwerp en op de bouwplaats. • De positie van de klant wordt sterker. De klant kan de aannemer verantwoordelijk stellen voor de gevolgen van alle gebreken in de bouw die tijdens of na de bouw worden ontdekt. • De aannemer dient transparant te communiceren met de klant over de wijze van verzekeren tegen faillissement en risico’s op schade en gebreken. En de aannemer dient te communiceren over het mogelijk vrijvallen van de maximale 5 % van de aanneemsom (welke gestort is in een depot bij de notaris), wanneer gebreken na oplevering nog aanwezig zijn. Dit stelt de klant in de gelegenheid het gestorte bedrag achter te houden totdat alle gebreken zijn opgelost. • Er dient aan de klant een consumentendossier geleverd te worden waarin aangetoond wordt dat gerealiseerd is wat overeengekomen is. In het dossier zitten ook aanwijzingen over het gebruik en onderhoud van het gebouw.

Naast de privaatrechtelijke wijzigingen heeft het nieuwe stelsel ook invloed op het takenpakket van gemeenten. Door de Wkb zal de preventieve bouwkundige toetsing en toezicht door de overheid verschuiven naar het stelsel van private kwaliteitsborging.

27

2.3 Verschillende activiteiten en bouwwerken 2.3.1 Omgevingswet: ‘De Knip’ in omgevingsplan- en bouwactiviteit Als gevolg van de Wkb zal de huidige omgevingsvergunning voor het bouwen in twee activiteiten worden gesplitst. Deze twee activiteiten bestaan uit de bouwactiviteit en een omgevingsplanactiviteit. Dit wordt ook wel de knip genoemd. De bouwactiviteit Bij de technische bouwactiviteit gaat het om de beoordeling van een bouwplan aan de bouwtechnische voorschriften uit het Bbl. De benodigde toestemming voor een bouwactiviteit is landelijk bepaald. De bouwactiviteit kan vergunningplichtig, meldingplichtig of vergunningvrij zijn (zie figuur2). Een omgevingsplanactiviteit Bij een omgevingsplanactiviteit gaat het om een beoordeling aan de ruimtelijke regels van het Omgevingsplan, welstand en omgevingsveiligheid. Het vergunningstelsel voor de omgevingsvergunning wordt – behoudens enkele van rijkswege vergunningvrije activiteiten – door de gemeenten bepaald. Gemeenten kunnen middels het Omgevingsplan zelf bepalen wat voor type toestemming vooraf voor een bouwplan nodig is.

Figuur 2: Schematisch overzicht van ‘De Knip’ in combinatie met de nieuwe meldingsplicht

2.3.2 Gevolgklassen en Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken De Wkb treedt gefaseerd in werking. In de eerste fase worden de meer eenvoudige bouwwerken onder het stelsel van private kwaliteitsborging gebracht. In fase twee volgen de meer complexe bouwwerken. Om een heldere afbakening te bewerkstelligen tussen eenvoudige en complexe bouwwerken wordt gewerkt met zogenaamde gevolgklassen, namelijk: • Gevolgklasse 1: De persoonlijke gevolgen1 zijn beperkt als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan. In deze gevolgklasse vallen eengezinswoningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen. • Gevolgklasse 2: Een reële kans op persoonlijke gevolgen als er niet wordt voldaan aan de bouwtechnische voorschriften. In deze gevolgklasse vallen bibliotheken, gemeentehuizen en woongebouwen tot zeventig meter hoog. • Gevolgklasse 3: De kans op aanzienlijke persoonlijke gevolgen als er niet wordt voldaan aan de bouwtechnische voorschriften. Hieronder vallen bouwwerken als voetbalstadions, ziekenhuizen en metrostations. Bouwwerken vallend onder gevolgklasse 1 worden als eerste onder het nieuwe stelsel gebracht (fase 1).

28

Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken Naast de gevolgklassen, bestaat ook onder de Wkb een reeks bouwwerken, waarvoor na inwerkintreding van de nieuwe wet de preventieve technische toets en toezicht komt te vervallen. Het gaat om veelvoorkomende eenvoudige bouwwerken. De zogeheten Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken. Deze bouwwerken zijn op dit moment vaak al vergunningvrij, maar kunnen vanwege de ligging een vergunningplicht hebben. Deze bouwwerken moeten net als alle vergunningvrije bouwwerken voldoen aan de technische eisen van het Bbl. Alleen vindt er geen preventieve toetsing en toezicht meer plaats. De vergunningsverplichtingen voor de ruimtelijke eisen aan deze bouwwerken blijven wel bestaan, tenzij de gemeente dit in het omgevingsplan anders regelt. In bijlage 1 worden de verschillende gevolgklassen en de Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken verder toegelicht. De definiëring van Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken en gevolgklasse 1 staat beschreven in artikel 2.27, respectievelijk artikel 2.17, van het Bbl. De definiëring van gevolgklasse 2 en 3 is opgenomen in de memorie van toelichting uit de Wet. Vanaf 2026 complexere bouwwerken Drie jaar na inwerkingtreding van de wet evalueert de minister of de eerste fase van de Wkb heeft geleid tot een betere bouwkwaliteit tegen aanvaardbare kosten.

Op basis van de evaluatie zal de minister in overleg met de VNG en de bij de bouw betrokken marktpartijen, bezien of en hoe fase 2 (de meer complexere bouwwerken vallend onder gevolgklasse 2 en 3) onder het stelsel kunnen worden gebracht. Hierbij is de kanttekening geplaatst dat ervaringen met de eenvoudige bouwwerken niet automatisch kunnen leiden tot conclusies over de complexere bouwwerken. 2.3.3 Het nieuwe stelsel van private kwaliteitsborging In het huidige stelsel toetst de gemeente bouwplannen vooraf en ziet toe op de uitvoering volgens de verleende vergunning. Dit zal onder de Wkb anders gaan. Deze technische toetsing en toezicht zal worden uitgevoerd door een kwaliteitsborger die volgens een door de Toelatingsorganisatie goedgekeurd en tot het nieuwe stelsel toegelaten instrument werkt. Figuur 3 geeft de relaties nader weer tussen de verschillende actoren binnen het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging. De kwaliteitsborger De kwaliteitsborger toetst en ziet toe op het voldoen aan de eisen uit het Bbl door middel van een daarvoor geschikt instrument. Deze partij is onafhankelijk van opdrachtgever, de ontwerper en de bouwer. Het instrument Het instrument beschrijft zowel de wijze van inrichting als de uitvoering van het borgen van de bouwkwaliteit.

Het instrument moet voldoen aan de wettelijk gestelde eisen om te worden toegelaten tot het stelsel, alvorens deze mag worden toegepast door de kwaliteitsborger. De toepassing van het instrument moet garanderen dat er bouwwerken ontstaan waarbij een gerechtvaardigd vertrouwen is dat deze voldoen aan de technische eisen van het Bbl. Deze instrumenten kunnen gedifferentieerd worden naar gevolgklasse, mate van complexiteit en/of het type bouwwerk.

29

Figuur 3: relaties binnen het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging

Toelatingsorganisatie De Toelatingsorganisatie is een publieke organisatie die instrumenten zal beoordelen volgens de hiervoor gestelde regels voordat deze worden toegelaten tot het stelsel. De Toelatingsorganisatie krijgt handhavingsbevoegdheden om op te treden wanneer een instrument voor kwaliteitsborging onvoldoende blijkt bij te dragen aan de borging van de bouwkwaliteit. De Toelatingsorganisatie ziet tevens toe op het functioneren van het stelsel van private kwaliteitsborging in het geheel. Instrumentaanbieder De instrumentaanbieder verleent, na de beoordeling door de Toelatingsorganisatie, toestemming aan een kwaliteitsborger om zijn instrument in de praktijk te mogen toepassen. Daarnaast houdt de instrumentaanbieder toezicht op de juiste toepassing en werking van het instrument. Er komt een openbaar register, in beheer van de Toelatingsorganisatie, waarin de toegelaten instrumenten en kwaliteitsborgers opgenomen worden. Daarbij wordt aangegeven bij welke gevolgklasse deze instrumenten toegepast kunnen worden, wie de instrumentaanbieder is en welke kwaliteitsborger dit instrument mogen toepassen.

2.4 Het bouwproces onder de Wkb Onder de Wkb blijft publiek toezicht van belang. Alleen wordt dit op een andere manier ingevuld. De initiatiefnemer zal na inwerkingtreding van de wet op verschillende momenten verantwoording blijven afleggen aan de gemeente over het voldoen aan de bouwtechnische voorschriften, doormiddel van meldingen. Hieronder volgt een korte toelichting van het bouwproces. 2.4.1 Vooraf: melding bouwactiviteit Vóór aanvang van een bouwtraject moet in de meeste gevallen een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit zijn verkregen. Daarna, uiterlijk vier weken vóór de start van de bouwwerkzaamheden, dient bij de gemeente aan te worden gegeven voor welke kwaliteitsborger is gekozen, welk instrument toegepast gaat worden en wordt een risicobeoordeling en zogenaamd borgingsplan meegestuurd. In dit plan geeft de kwaliteitsborger aan hoe de kwaliteit (aantoonbaar) geborgd gaat worden. Deze melding bouwactiviteit wordt gedaan via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14185720/1