(082) Bijlage Rapport Evaluatie Minimabeleid - Gemeente Brummen 2022
Tekst van het document
41%
Het loket van de gemeente waar ik moet zijn voor het minimabeleid is goed toegankelijk
41%
36% 37% 34% 43%
8% 16% 24% 16%
De helft van de respondenten is tevreden over de informatie van/ contact met de gemeente Meer dan de helft van de respondenten is tevreden over het persoonlijke en telefonisch contact met de gemeente. Echter, bijna 1 op de 5 respondenten is daar niet tevreden over. De helft van de respondenten is tevreden over de folders die ze krijgen en 45 procent is tevreden over de website www.brummen.nl. Figuur 4.3.3. Tevredenheid informatie van de gemeente (n = 87 ~ 95)
Hoe tevreden bent u over de informatie van de gemeente via… Eens
Neutraal
Oneens
...persoonlijk contact
56%
26%
18%
...telefonisch contact
54%
28%
19%
...folders die u krijgt
50%
37%
...de website www.brummen.nl
45%
38%
13% 17%
Respondenten konden hun antwoorden toelichten. Een aantal respondenten zou graag beter door de gemeente geïnformeerd willen worden over de verschillende regelingen. De gemeente kan actiever inwoners attenderen over de mogelijkheden van de verschillende regelingen. Waar heeft men recht op en welke regelingen zijn er? Daarnaast zouden respondenten het fijn vinden als sommige regelingen automatisch worden toegekend. Daarnaast wordt er genoemd dat het omslachtig en ingewikkeld is om de minimaregelingen aan te vragen. Een aantal respondenten geeft aan dat ze een slechte ervaring met de gemeente hebben gehad in het verleden. Zo wordt onder andere genoemd dat de aanvragen lang duren terwijl het dossier bekend is en er betuttelend gedaan wordt door de gemeente. Ook zijn er meerdere respondenten die hebben aangegeven dat ze tevreden zijn hoe het nu gaat.
24
Gemeente Brummen
Versie 1.0
4.4. Aanvragen van de regelingen Deze paragraaf gaat over het aanvragen van de minimaregelingen. 3 op de 10 respondenten kan de formulieren niet zonder hulp invullen 55 procent van de respondenten begrijpt de vragen op het aanvraagformulier. Minder dan de helft van de respondenten kan de formulieren zonder hulp invullen (49 procent), kan zelf alle bewijsstukken verzamelen (48 procent) en doet de aanvraag het liefst op papier (47 procent). Ruim een kwart van de respondenten kan niet zelf alle bewijsstukken verzamelen (26 procent) en is niet van mening dat het aanvragen van regelingen makkelijk is (27 procent). Figuur 4.4.1. Aanvragen van de regelingen (n = 82 ~ 97)
Aanvragen van regelingen Eens
Neutraal
Oneens
Ik begrijp de vragen op het aanvraagformulier
55%
Ik kan de formulieren zonder hulp invullen
49%
19%
Ik kan zelf alle bewijsstukken verzamelen
48%
27%
26%
Ik doe mijn aanvraag het liefst op papier
47%
26%
27%
Het aanvragen van regelingen is makkelijk
40%
Ik doe mijn aanvraag het liefst digitaal (via de computer/smartphone/etc.)
38%
26%
33% 26%
19% 32%
27% 37%
Er is gevraagd of respondenten ergens tegenaan lopen bij het aanvragen van regelingen en hoe de gemeente het aanvragen van regelingen makkelijker maken. Daarop zijn verschillende antwoorden gekomen. • De communicatie over de minimaregelingen kan begrijpelijker (n = 12). Er wordt onder andere aangegeven dat de informatie te moeilijk is om goed te kunnen begrijpen. Dit kan makkelijker kunnen worden verwoord. Daarnaast is de website van de gemeente Apeldoorn (waar men naar wordt verwezen) onduidelijk. Een aantal respondenten geven aan dat ze daar niet makkelijk de informatie kunnen vinden die ze nodig hebben. • Respondenten zouden graag minder (dezelfde) bewijsstukken willen aanleveren en het zou fijn zijn als er meer automatisch toegekend kan worden (n = 6). Er wordt onder andere geantwoord dat de gemeente al veel informatie heeft, maar er alsnog vaak dezelfde documenten aangeleverd moeten worden. • Daarnaast wordt door meerdere respondenten geantwoord dat ze geen computer of internet ter beschikking hebben (n = 3). • Tot slot zou een aantal respondenten het op prijs stellen als de gemeente pro-actiever wordt als er nieuwe regelingen zijn.
25
Gemeente Brummen
Versie 1.0
4.5. Contact met de gemeente In deze paragraaf wordt het contact met de gemeente besproken. 34 procent weet niet bij wie hij moet zijn met vragen over de regelingen Ruim de helft van de respondenten vindt dat de medewerkers van de gemeente alles goed uitleggen (60 procent), hem serieus nemen (59 procent), voldoende tijd nemen voor hem (58 procent) en hun afspraken nakomen (55 procent). Een derde van de respondenten geeft aan dat medewerkers hen niet vertellen van welke regelingen hij nog meer gebruik kan maken en zelfs 34 procent weet niet bij wie ze moeten zijn met vragen over de regelingen. Figuur 4.5.1. Contact met de gemeente (n = 79 ~ 82)
Contact met de gemeente Eens
Neutraal
Oneens
De medewerkers leggen alles goed uit
60%
26%
De medewerkers van de gemeente nemen mij serieus
59%
32%
10%
De medewerkers nemen voldoende tijd voor mij
58%
35%
6%
De medewerkers komen hun afspraken na
55%
29%
15%
16%
De medewerkers vertellen mij van welke (andere) regelingen ik gebruik zou kunnen maken
44%
25%
31%
Ik weet bij wie ik moet zijn voor vragen over de regelingen
43%
23%
34%
Op de vraag of respondenten hun antwoord toe willen lichten, worden verschillende antwoorden gegeven. Meerdere respondenten geven aan dat er bij medewerkers onduidelijkheid is over de mogelijkheden en dat ze ook niet over andere regelingen praten, maar dat iemand er zelf om moet vragen (n = 3). Daarnaast hebben een paar mensen geantwoord dat ze ontevreden zijn over WerkFit (n = 2). Door deze vraag uit te splitsen naar leeftijd, viel op dat het deel van de groep van 46 t/m 66 jaar dat het eens is met de stelling dat medewerkers hun afspraken nakomen het laagst is onder deze leeftijdsgroep (39 procent). Hetzelfde geldt voor de stelling dat medewerkers voldoende tijd voor ze nemen (40 procent), in vergelijking met de andere leeftijdsgroepen (respectievelijk ongeveer 50 procent en 60 procent). Een ander opvallende uitkomst is dat de leeftijdsgroep 67 jaar of ouder het vaakst het eens is met de stelling dat medewerkers hem kunnen vertellen van welke (andere) regelingen hij gebruik zou kunnen maken; 60 procent.
26
Gemeente Brummen
Versie 1.0
4.6. Effect van de regelingen In deze paragraaf wordt het effect van de regelingen besproken. Meer dan de helft van de respondenten vindt de regelingen passen bij wat hij nodig heeft De helft van de respondenten geeft aan dat de regelingen passen bij wat hij nodig heeft (51 procent) en dat hij door de regelingen wat extra’s kan doen voor zichzelf (49 procent). 2 op de 5 respondenten geven aan dat de regelingen passen bij wat hun kind nodig heeft. Echter geeft ook ongeveer 2 op de 5 respondenten aan door de regelingen alsnog niet elke maand rond te kunnen komen (43 procent), niets extra’s voor hun kinderen te kunnen doen (41 procent) en niet minder zorgen over geld te hebben (39 procent). Figuur 4.6.1. Effect van de regelingen (n = 83 ~ 97)
Effect van de regelingen Eens
Neutraal
Oneens
De regelingen passen bij wat ik nodig heb
51%
Door de regelingen kan ik wat extra's doen voor mijzelf (sporten of naar de bioscoop) De regelingen passen bij wat mijn kinderen nodig hebben De gemeente biedt voldoende regelingen voor kinderen Door de regelingen heb ik minder zorgen over geld Door de regelingen kan ik wat extra's doen voor mijn kinderen (sporten of een uitje) De gemeente biedt voldoende regelingen voor volwassenen Met behulp van van de regelingen kan ik elke maand rondkomen
32%
49%
21%
40%
32%
34%
48%
18% 30% 28% 17%
30%
30%
39%
29%
29%
41%
29%
34%
37%
29%
29%
43%
Op de vraag of respondenten hun antwoord toe willen lichten, zijn verschillende antwoorden gegeven: • Het leven wordt steeds duurder en daardoor is het steeds lastiger om rond te komen (n = 7). • Respondenten zouden graag meer hulp bij zorg willen ontvangen (n = 3). Er wordt zorg gemeden omdat er niet genoeg geld is om de (basis)zorgverzekering te betalen. • Daarnaast wordt aangegeven dat respondenten graag zien dat een sportschool helemaal vergoed wordt, omdat er met de huidige regeling van €180 alsnog meer dan een half jaar zelf betaald moet worden (n = 3). • Als laatste wordt geantwoord dat er (te) weinig regelingen voor volwassenen zijn, het onduidelijk is welke regelingen er zijn in de gemeente en er te weinig regelingen zijn voor alleenstaanden.
27
Gemeente Brummen
Versie 1.0
4.7. Voorzieningenwijzer Deze paragraaf gaat over het wel of niet gebruiken van de voorzieningenwijzer en waarbij deze heeft geholpen. Een derde van de respondenten heeft gebruikgemaakt van de Voorzieningenwijzer Een derde van de respondenten heeft gebruikgemaakt van de Voorzieningenwijzer. Figuur 4.7.1. Gebruik van de Voorzieningenwijzer (n = 98)
Heeft u gebruikgemaakt van de Voorzieningenwijzer? ja
nee
33% 67%
De Voorzieningenwijzer heeft het meest geholpen bij informatie over de zorgverzekering Van de respondenten die de Voorzieningenwijzer heeft gebruikt, geeft de helft aan dat deze heeft geholpen bij het verkrijgen van informatie over de zorgverzekering. 38 procent geeft aan dat deze heeft geholpen bij het aanvragen van regelingen van de gemeente. Bij een derde van de respondenten heeft het geholpen om informatie te krijgen over zijn energiecontract of bij het aanvragen van landelijke toeslagen. Figuur 4.7.2. Effect van de Voorzieningenwijzer (n = 32)
Effect Voorzieningenwijzer Informatie over mijn zorgverzekering krijgen
50%
Aanvragen van regelingen van de gemeente (bijv. persoonlijk participatiebudget)
38%
Informatie over mijn energiecontract krijgen
34%
Aanvragen van toeslagen van de overheid
31%
Meer dan de helft van de respondenten die de Voorzieningenwijzer niet gebruiken kent deze niet Van de respondenten die geen gebruik maken van de Voorzieningenwijzer geeft meer dan de helft (56 procent) aan de Voorzieningenwijzer niet te kennen. Bijna een kwart van de respondenten geeft aan al gebruik te maken van regelingen waar hij recht op heeft en geen andere verzekering nodig te hebben. 28
Gemeente Brummen
Versie 1.0
Figuur 4.7.3. Geen gebruik Voorzieningenwijzer (n = 66)
Geen gebruik Voorzieningenwijzer Ik ken(de) de Voorzieningenwijzer niet
56%
Ik maak al gebruik van regelingen waar ik recht op heb en heb geen andere verzekering nodig
24%
Ik kan de informatie over regelingen, toeslagen en verzekeringen zelf vinden
21%
Ik wil niet dat anderen inzicht krijgen in mijn geldsituatie
11%
Een meerderheid zou in de toekomst gebruik willen maken van de Voorzieningenwijzer Van de mensen die de Voorzieningenwijzer niet gebruiken, zou een meerderheid (52 procent) in de toekomst hiervan wel gebruik willen maken. Figuur 4.7.4. Gebruik van de Voorzieningenwijzer in de toekomst (n = 60)
Zou u (in de toekomst) gebruik willen maken van de Voorzieningenwijzer? Ja 48% 52%
Nee
Toelichting wel of geen gebruik Voorzieningenwijzer Op de vraag of ze hun antwoord toe willen lichten, worden verschillende antwoorden gegeven. • Respondenten zijn benieuwd naar de mogelijkheden (n = 7). • Daarnaast is het voor meerdere respondenten onduidelijk wat er precies met de Voorzieningenwijzer bedoeld wordt en wat het inhoudt (n = 5). • Meerdere respondenten hebben in het verleden eens gebruik gemaakt van de Voorzieningenwijzer, maar waren daarover niet tevreden (n = 5).
29
Gemeente Brummen
Versie 1.0
4.7.2. Tips en opmerkingen Op de vraag of respondenten nog tips en opmerkingen hebben, worden verschillende antwoorden gegeven. • Over het algemeen valt op dat respondenten graag meer geld ter beschikking krijgen, waarbij meerdere keren de tip wordt gegeven om men te laten kiezen waaraan de gemeentelijke bijdrage besteed wordt (n = 5). Bijvoorbeeld als het geld voor sporten niet besteed wordt aan een lidmaatschap, zou het gebruikt kunnen worden voor de aanschaf van een fiets, wat ook een sportieve activiteit is. • Verder geven respondenten aan tevreden te zijn zoals het nu is (n = 4). • Daarnaast is er behoefte aan duidelijkere communicatie en makkelijkere aanvraag van regelingen (n = 4). • Een paar respondenten geeft aan dat er bij de gemeente beter en met respect geluisterd moet worden (n = 2). Verder geeft een aantal respondenten aan een witgoed regeling te missen (n = 2). ‘Mensen met minimuminkomen hebben geen goede telefoon, computer, tablet en/of internet. Dit kost veel en er is niet eens genoeg te eten in huis. Toch wil gemeente Brummen dat wij die aanschaffen met dure abonnementen zodat ze alles digitaal kunnen doen. www.brummen.nl/minimabeleid <-- dit is niet mogelijk en ook zonder dure apparaten zouden we rechten moeten hebben behalve in Brummen.’ ‘Ik adviseer met Stichting Leergeld samen te gaan werken.’ ‘Kijk goed naar de oudere / alleenstaande ouder met kinderen.
Want schaamte voor aanvragen is groter dan soms wordt gedacht.’ ‘Ik ben ongeneeslijk ziek en leef daardoor van de bijstand. Ik ben in januari door m'n ziektekosten al door mijn eigen bijdrage heen. Het zou een hoop in de armoede schelen als er voor de zieke mensen daar ook een bijdrage wordt gegeven.’ ‘Een open koffie-uurtje voor lotgenoten om tips uit te kunnen wisselen en elkaar hulp te bieden in de bibliotheek bijvoorbeeld. Om de schaamte wat weg te wuiven die velen hebben’ ‘Fashioncheque nooit ontvangen. Veel regelingen zijn voor gezinnen, niet voor alleenstaande’ ‘Geef wat meer ruimte waar het geld voor sport besteed mag worden. En ook een schoolbijdrage voor de middelbare school.’ ‘De individuele inkomsten iedereen geven tot 120% en niet de 1 wel en de ander niet, ondanks dat die 20 t/m 50 euro meer krijgt maar toch nog 120% heeft.’ ‘Een optie om bijvoorbeeld om je koelkast of diepvries die oud en versleten is of veel stroom gebruikt te kunnen "omruilen" lees kopen tegen een zwaar gereduceerd tarief om energie te besparen zoals in de gemeente Lochem. Mijn advies is... kijk eens naar omliggende gemeentes.’
30
Gemeente Brummen
Versie 1.0
5. Resultaten peiling ketenpartners In dit hoofdstuk wordt het minimabeleid vanuit de ketenpartners in Brummen bekeken. Deze groep inwoners heeft door middel van een vragenlijst hun mening en ervaringen over het minimabeleid kenbaar gemaakt. In de vragenlijst staat een aantal thema’s centraal, zoals: beoordeling van het minimabeleid en het schuldhulpverleningsbeleid, minimadoelgroepen, specifieke doelgroepen van ketenorganisaties, samenwerking en opmerkingen van de respondenten. Hieronder volgen de resultaten van de ervaringen en meningen van de respondenten.
5.1. Minimabeleid De ketenpartners beoordelen het minimabeleid als geheel met een 7,8. Het pakket aan minimaregelingen in de gemeente Brummen krijgt van de ketenpartners een 7,2. Figuur 5.1.1. Aansluiting van de regelingen op de behoeften van inwoners (n = 12)
Het aansluiten van de regelingen op de behoeften en wensen van inwoners Ja Voldoende Bijdrage voor clubs en verenigingen (voor kinderen tot 18 jaar)
Nee
Lidmaatschap bibliotheek Persoonlijk participatiebudget
75%
25%
73%
27%
55%
36%
VoorzieningenWijzer
46%
55%
Fashioncheque en de voucher vrijwillige ouderbijdrage
46%
55%
Individuele studietoeslag
36%
Tegemoetkoming energiekosten minima (eenmalig in 2022)
36%
Bijdrage Diftar en rioolheffing (= tegemoetkoming gemeentebelastingen tot een inkomen van…
36%
Bijzondere bijstand
36%
Zwemdiploma A en/of B voor kinderen tot 18 jaar
34%
Individuele inkomenstoeslag
18%
9%
64% 27%
36% 64% 55%
9%
67% 82%
Over het algemeen vinden de ketenpartners dat de minimaregelingen wel of voldoende aansluiten bij de wensen en behoeften van inwoners in Brummen. De regelingen waarbij de ketenpartners het meest aangeven de regelingen aansluiten bij de behoeften en wensen van inwoners is bij de bijdrage voor clubs en verenigingen (voor kinderen tot 18 jaar) (75 procent) en bij het lidmaatschap voor een bibliotheek (73 procent). Bij de individuele inkomenstoeslag geeft 82 procent aan dat de regelingen voldoende aansluiten. De tegemoetkoming voor energiekosten is de regeling waarbij de meeste respondenten (36 procent) aangeven dat deze niet aansluit bij de behoeften van inwoners. 31
Gemeente Brummen
Versie 1.0
De ketenpartners lichten dit toe met het volgende: ‘Het is nog onvoldoende bekend dat mensen met een laag besteedbaar inkomen (door schulden) ook in aanmerking kunnen komen voor delen van het minimabeleid. Ook de bijdrage van € 180 voor Meedoen in Brummen heeft ook steeds minder waarde. Dit bedrag is m.i. al 10 jaar hetzelfde. Je kunt dus steeds minder meedoen in Brummen.’ ‘Ik heb geen duidelijk beeld bij de diverse mogelijkheden. Wat ik graag zou willen is dat het minimabeleid voor sportverenigingen duidelijk is voor de inwoners van de gemeente Brummen. En ik weet niet of dit bekend is bij de doelgroep.’ ‘Ik kijk vanuit onderwijs en ik merk in gesprek met ouders dat zij steun ervaren vanuit de gemeente!’
Ketenpartners hebben de volgende ideeën over hoe de gemeente het best de regelingen onder de aandacht van de doelgroep kan brengen. ‘Publiceren in Brummens nieuws, eventueel wil ik best via de nieuwsbrief van school dit onder de aandacht brengen.’ ‘Via weekkrant en digitale media.’ ‘Er moet rekening gehouden worden met het feit dat alle regelingen makkelijk vindbaar moeten zijn voor de doelgroep. Daarnaast is het makkelijk als alle regelingen bij elkaar staan en dat er in eenvoudige taal staat wat het inhoudt en wat er moet gebeuren om zo'n regeling aan te vragen.’ ‘Zorg dat de doelgroep de juiste informatie krijgt via brief of digitaal en ga bij de mensen langs om het uit te leggen.’
De ketenpartners zijn van mening dat de huidige vorm van aanvragen meestal lastig is voor inwoners: ‘Niet mee bekend.’ ‘Positief.’ ‘Ik heb hier niet echt contact over.’ De meeste respondenten maken duidelijk dat ze vooralsnog geen contact hebben gehad met de gemeente.
‘Als iemand van meerdere regelingen gebruik wil maken, dan moeten ze op verschillende manieren deze regelingen aanvragen. Dit is verwarrend en daarnaast ook extra werk.’ ‘Te moeilijk voor de doelgroep en te veel werk waardoor inwoners er veelal geen gebruik van maken. Dit zou ook uit de evaluatie moeten komen. Het is goed om deze vragen juist BV aan de voorzieningenwijzer te vragen, zij hebben goed in beeld waarom mensen niet via de reguliere kanalen de weg weten te vinden.’ ‘Te omslachtig. Mensen moeten aan een gemeentefunctionaris hun behoeften bekend kunnen maken en die functionaris regelt dan de formaliteiten.’ 32
Gemeente Brummen
Versie 1.0
De meeste ketenpartners benoemen dat zij wijzen op de minimaregelingen van de gemeente. Ook zijn er ketenpartners die benoemen dat ze dit te weinig doen, omdat ze er zelf niet van op de hoogte zijn. ‘Ja, met name gericht op de voucher voor de ouderbijdrage.’ ‘Ja, wij hebben onze leden gewezen op de mogelijkheden van minima via de gemeente. Ik weet alleen niet of dit ook geland is bij leden. Maar ik denk ook dat het vooral gaat om het inlichten van mensen die nog geen sport beoefenen.’ ‘Jazeker maar dan met name gericht op hulp aan gezinnen met kinderen in basisschoolleeftijd.’ ‘Nee, wij weten vanaf begin september 2022 dat deze regeling er is. Mensen die de contributie niet kunnen betalen kunnen zich melden bij onze vereniging!’
5.2. Schuldhulpverleningsbeleid De ketenpartners beoordelen de gemeentelijke schuldhulpverlening als geheel met een 6,6. Ze geven ook een 6,6 aan de instrumenten binnen de schuldhulpverlening. Opvallend is dat beide onderdelen een 2 hebben gekregen door 1 respondent. De andere respondenten geven op beide onderdelen cijfers die variëren tussen een 5 en een 9. De ketenpartners lichten hun cijfers toe met het volgende: ‘Beleid is goed en we werken op dit vlak goed samen.’ ‘Wat het beleid is voor schuldhulpverlening bepaald de gemeente. Wat dit beleid is wordt niet kenbaar gemaakt! Wij als vereniging hebben hier niet mee te maken!’
5.3. Doelgroepen 50 procent van de respondenten schat is dat de gemeente de doelgroep van het minimabeleid en van de schuldhulpverlening in beeld heeft. Daarbij denkt 30 procent van de respondenten dat de gemeente de doelgroep van het minimabeleid en de schuldhulpverlening gedeeltelijk in beeld heeft. Een vijfde van de respondenten denkt dat de gemeente dit niet in beeld heeft. Figuur 5.3.1. De doelgroepen in beeld bij de gemeente (n = 10)
De gemeente heeft de doelgroepen voldoende in beeld Ja
Gedeeltelijk
Nee
Minimabeleid
50%
30%
20%
Schuldhulpverlening
50%
30%
20%
33
Gemeente Brummen
Versie 1.0
De volgende doelgroepen zijn volgens de ketenpartners niet (voldoende) in beeld bij de gemeente: ‘De groepen die de weg niet weten en hulp vragen lastig vinden.’ ‘De mensen met een inkomen net boven het minimum, die zelf alle lasten moeten betalen en geen steun krijgen.’ ‘Inwoners die tot de lage middenklasse behoren.’ ‘ZZP-ers’
5.4. De doelgroepen van ketenorganisaties In de afgelopen 3 jaar ziet 39 procent van de respondenten dat er afname heeft plaatsgevonden in de aantallen, ook ziet 39 procent dat een toename heeft plaatsgevonden in de aantallen. In de problematieken zien de respondenten geen afname in zwaarte en/of complexiteit. 58 procent van de respondenten ziet dat de zwaarte en/of complexiteit gelijk blijft, 42 procent ziet een toename hierin. Figuur 5.4.1. Ontwikkelingen in de doelgroepen van ketenpartners de afgelopen 3 jaar.
Ontwikkelingen in de doelgroepen van ketenpartners de afgelopen 3 jaar Afname
Gelijk
Aantallen
Toename
39%
Problematieken (zwaarte/complexiteit van)
23%
58%
34
39%
42%
Gemeente Brummen
Versie 1.0
Ketenpartners beschrijven hoe de samenstelling van hun doelgroep eruit ziet, en of hier de afgelopen drie jaar ontwikkelingen in zijn geweest.
‘Kinderen van 7 t/m 17 jaar. Dit is al jaren gelijk.’ ‘Leerlingen basisonderwijs en hun ouders.’ ‘Meer mensen maken gebruik van de minimaregeling om te sporten en te zwemmen. Daarnaast vernemen wij geluiden dat er schaamte is om regelingen aan te vragen of in te zetten bij sportdeelname. Er is een toename in de vraag om niet standaard activiteitenaanbod (kleine lesgroepen, bijzondere les, vitaal zwemmen en Gzwemmen).’ ‘Meer statushouders, meer gezinsherenigingen (waardoor bijv. meestal moeders en kinderen rechtstreeks vanuit moederland en/of vluchtland naar Nederland komen, dus geen enkel woord Nederlands kunnen) dus meer anderstalige gezinnen met vraagstukken/ problemen.’ ‘Minima met bijv. uitkering of ander laag inkomen. Niet veranderd’. ‘We werken in de wijk, en zien de doelgroep die gehuisvest wordt zwaarder worden wat ook een belasting geeft op de leefbaarheid.’
De ketenpartners zien de volgende problematieken en hulpvragen het meeste voorkomen, ze zien geen ontwikkelingen in de afgelopen 3 jaar. ‘Financiële ondersteuning bij het beoefenen van sport.’ ‘Geen geld voor voorschoolse opvang, een fiets, nieuw bed, inrichting van toegewezen kale huurwoning, bijdrage voor naschoolse activiteiten... Niet veranderd.’ ‘Mogelijkheden om deel te nemen aan de zwemactiviteiten, aanvraagprocedure en onbekendheid.’ ‘Ouderbijdrage, zorgen over kosten.’ ‘Uitgaven als tandarts/ fiets/kinderopvang.’
35
Gemeente Brummen
Versie 1.0
De verwachtingen van ketenpartners zijn met name dat er meer inwoners gebruik zullen (moeten) maken van de minimaregelingen. ‘Dat de aantallen zullen toenemen.’ ‘Deze cirkel draait nog jaren door, kinderen met (taal) achterstanden en moeders die onvoldoende inburgeren.’ ‘Gezien de inflatie en het feit dat alles duurder wordt, verwacht ik dat er meer mensen gebruik zullen maken van het minimabeleid.’ ‘Meer inwoners zullen een beroep doen op de minimaregeling rondom sporten en zwemles gezien de maatschappelijke ontwikkeling. Ik verwacht meer maatwerk voor specifieke inwoners (kwetsbare inwoners).’ ‘Meer vraag naar financiële ondersteuning, gezien de algemene lastenverhoging en verhoging kosten levensonderhoud.’
5.5. Samenwerking 62 procent van de respondent geeft aan dat er voldoende contact is tussen hen en de gemeente. 39 procent geeft aan dat dit gedeeltelijk zo is. Over het contact tussen ketenpartners onderling vindt een kwart dat de samenwerking voldoende is, 58 procent vindt dit gedeeltelijk voldoende. 17 procent vindt de samenwerking tussen ketenpartners niet voldoende. Figuur 5.5.1. De samenwerking met de gemeente (n = 12 ~ 13)
De samenwerking tussen de gemeente en ketenpartners is voldoende Ja
Gedeeltelijk
Tussen de gemeente en uw organisatie
Tussen ketenpartners onderling
Nee
62%
25%
39%
58%
17%
De ketenpartners lichten toe hoe het contact met de gemeente verloopt: ‘Er is af en toe contact en dat verloopt goed. Maar het is soms ook lastig om alles vanuit de gemeente bij te benen en onze vereniging draait op vrijwilligers en die kunnen ook niet overal bij zijn.’ ‘Er is geen structureel overleg, dat hoeft ook niet. Gemeente zou ons wellicht wat vaker onder de aandacht kunnen brengen van mensen die daar baat bij kunnen hebben.’ ‘De gemeente en onze organisatie hebben geen contact over het minimabeleid. We hebben een aantal jaren geleden contact gehad om onze vereniging op de lijst te zetten bij clubs en verenigingen. Daarna hebben we niet tot nauwelijks contact gehad, maar dat is ook niet nodig geweest naar mijn idee.’
36
Gemeente Brummen
Versie 1.0
De samenwerking tussen de ketenpartners verloopt als volgt: ‘Ligt er aan met welke partners, scholen weten elkaar goed te vinden, contacten met kinderopvang probeer ik verder te intensiveren omdat er kinderen binnenkomen die wij niet of onvoldoende in beeld hadden doordat bepaalde info niet is gedeeld.’ ‘SWB weet ons te vinden maar niet iedereen altijd van de andere ketenpartners. Het lastige is dat wij ook aan statuten te voldoen hebben.’ ‘Wij hebben weinig tot geen contact gehad met andere verenigingen hierover.’ ‘Moeizaam, weinig contact.’
Ketenpartners hebben de volgende meningen over het aanbod aan organisaties in het maatschappelijke veld. ‘Er zijn voldoende organisaties en ik participeer bijv. in lokaal sportakkoord. Er zijn veel mooie initiatieven maar ze zijn niet allemaal bekend bij burgers.’ ‘Er zijn voldoende organisaties.’ ‘Het is te versnipperd, en al die partijen werken binnen hun eigen kaders, waardoor niemand verantwoordelijk is voor de totale aanpak.’ ‘Ik mis in gemeente Brummen een organisatie als Humanitas, laagdrempelige opvoedondersteuning, zoals deze in Zutphen en Deventer wel bestaat. Vanuit VoorleesExpress kan vaak een verbinding gelegd worden met de gezinnen die 20 weken aan voorlezen/ taal thuis hebben meegedaan, maar waar voor continuïteit (bijv. naar bibliotheek blijven gaan, voorleesritueel in het gezin ondersteunen enz.) inzet van een Humanitasondersteuner het verschil kan maken voor het borgen van nieuwe ' taalvaardigheden'. Andersom kan Humanitas naast gezinsondersteuning, ook VoorleesExpress aanmelden als voortgang en berging van taal voor kinderen en hun ouders.’
Ketenpartners delen hun ervaringen over het in beeld zijn van alle doelgroepen in het huidige maatschappelijke veld: ‘Inwoners die in de problemen komen vanwege de hoge financiële lasten in deze tijd, zijn onvoldoende in beeld. Tevens zijn er te weinig regelingen voor deze doelgroep.’ ‘Naar ons idee is het voldoende in beeld en zijn er geen groepen die minder aandacht krijgen.’ ‘Vooral gemis aan onderlinge afstemming en samenwerking, gemis aan centrale coördinatie vanuit gemeente.’
37
Gemeente Brummen
Versie 1.0
5.6. Wensen en opmerkingen Ketenpartners delen de volgende opmerkingen en wensen over het minima- en schuldhulpverleningsbeleid voor de komende jaren: ‘Bij de SHV zou ik nog meer aandacht geven bij de nazorg. Meer inzicht geven aan ZZP-ers aan mogelijkheden tot hulp bij financiële problemen. Toetsen of de bedragen in het minimabeleid nog passend zijn in deze tijd. In het algemeen mis ik in de vraagstelling van deze enquête: niet van toepassing of weet ik niet.’ ‘Tips voor de gemeente: meer inzet op preventie, zoals: meer VVE- gecertificeerde peutergroepen initiëren! Dit vraagt een 2-jarige opleiding van gecertificeerde pedagogisch medewerkenden, hoe kan het dat met beleid hierop niet geanticipeerd wordt, met oplopende problemen in de keten maar vooral voor de doelgroep anderstalige ouders en jonge kinderen. Het antwoord zit in ' gezinsaanpak geletterdheid', een samenwerking tussen gemeente, bibliotheek en ketenpartners en nogmaals- korte lijnen, elkaar kennen, netwerkbijeenkomsten.’ ‘Vereenvoudiging van de regels en aanstellen van een consulent die voor betrokkenen alles regelt.’
38
Gemeente Brummen
Versie 1.0
Bijlage 1. Onderzoeksmethodiek Armoede Index De Armoede Index is een door KWIZ ontwikkeld analysemodel, waarbij we inzicht verschaffen in de omvang en samenstelling van de armoededoelgroep (naar huishoudens en inkomenscategorieën) en het bereik van de minimaregelingen. De Armoede Index is samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en door ons ontwikkelde kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Belangrijke toevoeging is dat we rekening houden met de vermogens en derhalve op deze wijze alleen inzoomen op de doelgroep die in aanmerking komt voor de minimaregelingen. We gaan hierbij als volgt te werk. •
• • •
In eerste instantie inventariseren we op basis van de door ons bewerkte CBS-informatie hoeveel huishoudens in de gemeente Brummen inkomens tot 100%, 110%, 120% en 130% van het wettelijk sociaal minimum (Wsm) hebben, met geen of een laag eigen vermogen; We geven een overzicht van de inkomensbronnen; Vervolgens wordt voor iedere afzonderlijke groep in kaart gebracht hoe de huishoudsamenstelling is en om hoeveel kinderen tot 18 jaar het gaat; Dit overzicht vullen we aan met gemeentelijke getallen over het gebruik van de minimaregelingen in 2021 (Individuele Inkomenstoeslag, Kwijtschelding gemeentelijke belastingen, Participatieregelingen, Kindpakket, en eventuele overige inkomensondersteunende regelingen).
39
Gemeente Brummen
Versie 1.0
Bijlage 2. Overzicht minimaregelingen Tabel B1.1 Gemeentelijke minimaregelingen in Brummen Soort regeling Individuele bijzondere bijstand Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen
Individuele inkomenstoeslag (incl. referteperiode)
Participatiebudget Lidmaatschap bibliotheek Lidmaatschap club/ vereniging Ouderbijdrage basisschool Zwemdiploma A en/of B tot 18 jaar Individueel stimuleringsbudget Fashioncheque (kinderen) VoorzieningenWijzer
Inkomensgrens t.o.v. Wsm
Maximaal bedrag
110%
Situatieafhankelijk
110%
Kwijtschelding is mogelijk voor Diftar een rioolheffing.
Alleenstaande (ouder) € 1.046,73 Gehuwden/samenw onenden € 1.495,33
Alleenstaande: € 350 Alleenstaande ouder: € 450 Paar: € 500
110%
Max. € 180,-
110%
T.w.v. € 53
110% volwassenen 120% kinderen
T.w.v. tussen € 104 - € 172
120%
Voucher t.w.v. gem. € 35 per kind
120%
T.w.v. ca. € 300 Geen max. bedrag, afhankelijk van aanvraag 4 t/m 12 jaar € 50 13 tot 18 jaar € 75
120% 120% 150%
Per adviesgesprek € 132,50
40
Gemeente Brummen
Versie 1.0
Bijlage 3. Kenmerken respondenten In deze bijlage geven we een aantal kenmerken van de respondenten van de enquête weer. Daarnaast wordt de financiële situatie van respondenten toegelicht. De meeste respondenten zijn tussen de 46 en 65 jaar oud Ruim de helft van de respondenten is tussen de 46 en 66 jaar oud en één op de vijf respondenten is tussen de 28 en 45 jaar oud. Van de respondenten woont ruim de helft (53 procent) alleen en 12 procent is een alleenstaande ouder met thuiswonende kinderen. Onder ‘anders’ noemen respondenten vooral dat hij beschermd woont, in een woongroep woont, bij zijn ouders woont of dat zijn kind in het weekend op bezoek komt. Figuur B3.1. Leeftijd (n = 103)
Figuur B3.2 Woonsituatie (n = 101)
Leeftijd
Woonsituatie Alleenwonend
4% 18 t/m 27 jaar 19%
14%
28 t/m 45 jaar
14%
46 t/m 66 jaar
12%
61%
Alleenstaande ouder met thuiswonende kinderen
7%
16%
67 jaar of ouder
53%
Samenwonend/gehuwd zonder kinderen Samenwonend/gehuwd met thuiswonende kinderen Anders
Ruim de helft van de respondenten krijgt een uitkering De grootste groep respondenten (37 procent) is afhankelijk van een bijstandsuitkering en 15 procent heeft een inkomen uit werk. Daarnaast heeft 17 procent van de respondenten een inkomen uit de AOW of een pensioen. Figuur B3.3. Belangrijkste inkomensbron (n = 102)
Inkomstenbron Loon of salaris (loondienst) 15%
Bijstandsuitkering
30% AOW en/of pensioen 1%
37% 17%
Ondernemer of ZZP'er Anders
In de leeftijdsgroepen vanaf 28 jaar, woont het grootste deel alleen. De belangrijkste inkomensbron is bij de leeftijdsgroep 46 t/m 66 jaar (50 procent) de bijstandsuitkering.
41