CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(082) Bijlage Rapport Evaluatie Minimabeleid - Gemeente Brummen 2022

Sociaal Domein 5 oktober 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Deel 1: Presentatie Rapport evaluatie rapport Minimabeleid (highlights, aanbevelingen, mogelijkheid om aandachtspunten mee te geven, verdere proces)13.771 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

HERIJKING MINIMABELEID GEMEENTE BRUMMEN

Gemeente Brummen

Versie 1.0

Herijking minimabeleid Gemeente Brummen 2022 Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijk armoedebeleid, het effect van het landelijk en lokale beleid op de inkomens, beleidsanalyse en de mening en ervaringen van ketenpartners in de gemeente Brummen.

Cofon Colofon Opdrachtgever Gemeente Gemeentenaam Opdrachtgever Gemeente Brummen Datum November 2021 Datum Juni 2023 Auteurs Michelle Ellens Auteurs Reimer Vonk Michelle Ellens Jitske Kooistra – van der Wijk Grafische Marijke Bosondersteuning Senne Boer Anieta Trip KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/of en/ ofteksten tekstenisis toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en en//of ofopenbaar openbaargemaakt gemaaktworden wordenininwelke welkevorm vormdan danook ookzonder zonder voorafgaande toestemming van KWIZ. KWIZ 1

Gemeente Brummen

Versie 1.0

Inhoudsopgave Inleiding ......................................................................................................................................... 2 Samenvatting en conclusie ........................................................................................................... 4 S.1 Samenvatting en bevindingen ............................................................................................. 4 S.2 Conclusie en aanbevelingen ............................................................................................... 5 1. Minimahuishoudens in de gemeente Brummen .................................................................... 7 1.2. Alle huishoudens ................................................................................................................ 7 1.3. Minimahuishoudens ............................................................................................................ 7 1.4. Kinderen.............................................................................................................................. 8 1.5. Energie labels ..................................................................................................................... 9 2. Gebruik inkomensondersteunende voorzieningen .................................................................. 10 2.1.

Regelingen voor het minimabeleid ................................................................................... 10 2.2. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen ........................................................................ 10 2.3. Bijzondere bijstand ........................................................................................................... 10 2.4. Individuele inkomenstoeslag ............................................................................................. 11 2.5. Participatiebudget, zwempas en lidmaatschap bibliotheek .............................................. 11 2.6. Sport, muziek en cultuur (kinderen) .................................................................................. 12 2.7. Ouderbijdrage basisschool ............................................................................................... 12 2.8. Zwemdiploma A en/of B tot 18 jaar................................................................................... 12 2.9. Individueel stimuleringsbudget ......................................................................................... 13 2.10. Fashioncheque (kinderen) .............................................................................................. 13 2.11. VoorzieningenWijzer ....................................................................................................... 13 3.

Uitvoering van het beleid ......................................................................................................... 14 3.1. Introductie minimapartners ............................................................................................... 14 3.2. Gebruik en bekendheid minimaregelingen ....................................................................... 14 3.3. Aanbod minimaregelingen ................................................................................................ 14 3.4. Informatie minimaregelingen ............................................................................................ 15 3.5. Aanvraagprocedure .......................................................................................................... 15 3.6. Voorzieningenwijzer .......................................................................................................... 15 3.7. Samenwerking tussen organisaties .................................................................................. 15 4. Resultaten behoeftepeiling ...................................................................................................... 17 4.1. Minimaregelingen ............................................................................................................. 17 4.2.

Regelingen voor kinderen ................................................................................................. 21 4.3. Informatie vanuit de gemeente ......................................................................................... 23 4.4. Aanvragen van de regelingen ........................................................................................... 25 4.5. Contact met de gemeente ................................................................................................ 26 4.6. Effect van de regelingen ................................................................................................... 27 4.7. Voorzieningenwijzer .......................................................................................................... 28 5. Resultaten peiling ketenpartners ............................................................................................. 31 5.1. Minimabeleid ..................................................................................................................... 31 5.2. Schuldhulpverleningsbeleid .............................................................................................. 33 5.3. Doelgroepen ..................................................................................................................... 33 5.4.

De doelgroepen van ketenorganisaties ............................................................................ 34 5.5. Samenwerking .................................................................................................................. 36 5.6. Wensen en opmerkingen .................................................................................................. 38 Bijlage 1. Onderzoeksmethodiek Armoede Index ....................................................................... 39 Bijlage 2. Overzicht minimaregelingen ........................................................................................ 40 Bijlage 3. Kenmerken respondenten ........................................................................................... 41

1

Gemeente Brummen

Versie 1.0

Inleiding Gemeenten hebben de zorgplicht om de leefsituatie en het toekomstperspectief van kwetsbare burgers die in armoede verkeren, te verbeteren. Daarnaast hebben zij de taak en het belang om prikkels te geven aan burgers om zoveel mogelijk zelfstandig in hun levensonderhoud te laten voorzien. De regering heeft extra middelen ter beschikking gesteld voor de intensivering van het armoede- en schuldenbeleid van de gemeenten. Een van de belangrijke speerpunten hierbij is het voorkomen dat kinderen opgroeien in armoede. Het minimabeleid is in de gemeente Brummen een actueel thema. De gemeente wil in 2022 haar minimabeleid herijken ten behoeve van de volgende beleidsperiode. Daartoe heeft de gemeente onder meer behoefte aan inzicht in de omvang en samenstelling van de doelgroep minima en het bereik van de minimaregelingen. De gemeente wil ook graag weten hoe groot de doelgroep is die niet in beeld is (verborgen armoede). Daarnaast is de structurele aanpak van energiearmoede een belangrijk thema. De gemeente werkt in samenwerking met Brummen Energie en de woningcorporatie (Veluwonen) aan een project om inwoners hierin te ondersteunen. De doelgroep die door energiearmoede wordt getroffen komt in belangrijke mate namelijk overeen met de doelgroep voor het minimabeleid.

Dit onderzoek dient inzicht te geven in: • De omvang en kenmerken van de minimadoelgroep; • Het gebruik en bereik van de minimaregelingen en de verhouding tot landelijke gemiddelden; • De aansluiting van het huidige beleid bij de behoeften van de doelgroep; • De toegankelijkheid van het aanbod aan minimaregelingen; • De samenwerking tussen de gemeente en minimapartners; • De beoordeling door ketenpartners van het beleid en de uitvoering; • Hoe de doelgroep het beleid beoordeelt; • Wat de ketenpartners van het beleid en de uitvoering ervan vinden; • Analyse van de energie labels in de gemeente Brummen; • Welke bouwstenen de bovengenoemde aspecten opleveren bij het formuleren van het nieuwe beleid. Om inzicht te kunnen geven op bovengenoemde punten voeren wij een aantal deelonderzoeken uit: Armoede Index, Behoeftepeiling Minima en een groepsgesprek met de ketenpartners. Opzet van de Armoede Index De Armoede Index is een door KWIZ ontwikkeld analysemodel. Deze index wordt samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Met als resultaat een schatting van het aantal minimahuishoudens dat tot de doelgroep van het minimabeleid behoort.

Dit zijn de minimahuishoudens op 1 januari 2022 met een inkomen tot maximaal 120 procent Wsm1 en een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. Daarnaast wordt het gebruik van de regelingen in 2021 weergegeven, op basis van aantallen die door de gemeente zijn aangeleverd. Vergelijkingen met andere gemeenten zijn gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ. Onderzoeksmethode Behoeftepeiling Minima De doelgroep bestaat uit 395 huishoudens in de gemeente Brummen die in het afgelopen jaar (2021) gebruik hebben gemaakt van een of meerdere minimaregelingen.

1 Dit betekent dat de doelgroep wordt geschat met een inkomensniveau van 100, 110, 120 en 130 procent

Wsm (niet alleen op 130 procent Wsm).

2

Gemeente Brummen

Versie 1.0

De volledige doelgroep is aangeschreven. De vragenlijst is verstuurd in augustus/september 2022 en waren zowel op papier als online in te vullen. In de vragenlijst staan de volgende thema’s centraal: • Kennis en gebruik van de (kind)regelingen; • Beoordeling van de informatievoorziening; • Aanvragen van de regelingen; • Contact met de gemeente; • Effecten van de regelingen; • Zorgkosten; • Adviezen en opmerkingen van de respondenten voor het minimabeleid of de gemeente in het algemeen Respons In totaal hebben 103 respondenten de enquête ingevuld (81 op papier en 22 online). Dat brengt de respons op 26 procent. De respons is niet voldoende om betrouwbare resultaten te geven die gegeneraliseerd kunnen worden naar de volledige doelgroep (395 huishoudens) 2. De resultaten van de behoeftepeiling dienen daarom als indicatief te worden beschouwd. Input van ketenpartners De ketenpartners, ook wel minimapartners genoemd, vormen de ogen en oren van de gemeente in het veld. Ze kennen de doelgroep en vangen signalen op of het huidige aanbod wel of niet aansluit bij de doelgroep. Daarom is het van groot belang om ketenpartners in dit onderzoek aan het woord te laten.

Dat is gedaan op twee manieren: 1) Web enquête In deze online vragenlijst kwamen verschillende thema’s aan bod, zoals de aansluiting van het beleid bij de doelgroep, de aanvraagprocedure van regelingen, ontwikkelingen in de doelgroep en met de samenwerking met andere minimapartners en de gemeente. De enquête is per e-mail verspreid en door 16 minimapartners ingevuld van verschillende organisaties. De resultaten hebben als input gediend voor het groepsgesprek. 2) Groepsgesprek Eind september heeft een groepsgesprek plaatsgevonden met verschillende minimapartners die actief zijn in de gemeente Brummen. Het onderlinge gesprek is gevoerd over de bekendheid en het (niet-)gebruik van regelingen, de vindbaarheid van regelingen/informatievoorziening en de aanvraagprocedure. Daarnaast is ook de onderlinge samenwerking aan bod gekomen. Energie labels De gemeente Brummen werkt, zoals eerder benoemd, aan een structurele aanpak van energiearmoede. De doelgroep van energiearmoede komt grotendeels overeen met de doelgroep van het minimabeleid. Daarom vindt in dit onderzoek een analyse van de energie labels plaats. Leeswijzer In de samenvatting zijn de belangrijkste bevindingen opgesomd. Vervolgens geeft hoofdstuk 1 een schatting van het aantal minimahuishoudens op de verschillende inkomensniveaus (100 – 120 procent Wsm).

Het tweede hoofdstuk bespreekt het gebruik en bereik van de inkomensondersteunende regelingen die in de gemeente Brummen worden aangeboden. Vervolgens komen betrokkenen bij het minimabeleid aan bod. In hoofdstuk 3 staan de resultaten weergegeven van de uitvoering van het beleid: de input van ketenpartners staat centraal. Het vierde hoofdstuk bespreekt de resultaten van de behoeftepeiling onder de doelgroep. Het rapport wordt afgesloten met een aantal bijlagen: systematiek van de Armoede Index (bijlage 1) een overzicht van de minimaregelingen (bijlage 2) en de kenmerken van de respondenten (bijlage 3). 2 Om uitspraken over de volledige doelgroep te doen met een betrouwbaarheid van 90 procent waren 161

ingevulde enquêtes noodzakelijk geweest.

3

Gemeente Brummen

Versie 1.0

Samenvatting en conclusie S.1 Samenvatting en bevindingen S1.1 Aantal minimahuishoudens Naar schatting hebben 629 huishoudens in de gemeente Brummen op 1 januari 2022 een inkomen tot 110 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), dat is 6,8 procent van alle huishoudens in de gemeente. Dit percentage ligt in lijn als het wordt vergeleken met andere gemeenten waarvan het aantal inwoners niet hoger is dan 50.000: het gemiddelde in gemeenten van vergelijkbare grootte is 6 à 7 procent.

629

Deze 629 huishoudens hebben een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. 477 van deze huishoudens hebben een inkomen tot 100 procent Wsm. Naar schatting wonen er 270 kinderen tot 18 jaar in minimahuishoudens tot 110 procent Wsm, dat is 7,9 procent van alle kinderen in de gemeente. Kenmerken doelgroep armoedebeleid Van de 629 huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm heeft 32 procent, 200 huishoudens, een uitkering vanuit de Participatiewet. 147 huishoudens hebben AOW en de overige 282 huishoudens krijgen een andersoortig inkomen, bijvoorbeeld uit de WW of een baan. Ruim de helft (52 procent) van de minimahuishoudens is een alleenstaand huishouden en 29 procent heeft thuiswonende kinderen.

S.1.2 Bereik van de minimaregelingen Onderstaand geven we het bereik (d.w.z. het gebruik afgezet tegen de doelgroep) van de verschillende gemeentelijke regelingen weer. Het bereik van een aantal regelingen ligt op of rond het landelijk gemiddelde, het bereik van het participatiebudget en ouderbijdrage basisschool liggen hoger dan het gemiddelde. Het bereik van de bijdrage diftar en rioolheffing, het bereik van de individuele inkomenstoeslag en het bereik van de sport, muziek en cultuurregeling liggen lager dan het gemiddelde. Het bereik van de regelingen in dit onderzoek is berekend op basis van de gebruikscijfers over het jaar 2021. Dit is een bijzonder jaar geweest, waarin de gevolgen van de coronaperiode merkbaar waren. Door de coronacrisis hebben niet alle sportieve en culturele activiteiten door kunnen gaan. Dit is wellicht deels een verklaring voor het bereik van de participatieregelingen, deze liggen namelijk onder het landelijk gemiddelde. Tabel S1 Gebruik en bereik inkomensondersteunende regelingen Categorie

Gebruik in 2021

Individuele bijzondere bijstand Bijdrage Diftar en rioolheffing

373 verstrekkingen 308 huishoudens

Individuele inkomenstoeslag Participatiebudget Lidmaatschap bibliotheek/zwempas Sport, muziek en cultuur Ouderbijdrage basisschool Zwemdiploma A en/of B tot 18 jaar Individueel stimuleringsbudget (kinderen) Fashioncheque (kinderen) Individuele studietoeslag

96 huishoudens 379 personen 62 personen 59 personen 52 personen 23 personen

4

Bereik onder de doelgroep N.t.b. 49% 36% 43% 7% 23% 48% 9%

17 personen

5%

129 personen 9 personen

50% N.t.b.

Gemeente Brummen

Versie 1.0

S1.3 Resultaten behoeftepeiling minimaregelingen Meer dan 9 op de 10 respondenten zijn bekend met de kwijtschelding en de tegemoetkoming energiekosten. Bij 6 op de 10 respondenten helpen de minimaregelingen bij het maandelijks rond kunnen komen. Respondenten die regelingen niet gebruiken, geven aan dat dat vooral is omdat deze bij hen onbekend zijn. Respondenten geven vooral aan dat ze geen leuke dingen kunnen doen omdat het te duur is. Bij regelingen voor kinderen valt op dat de ouders met kinderen onder de 18 jaar niet alle kindregelingen kennen. De meeste ouders gebruiken de kindregelingen voor het lid worden van een vereniging. Driekwart van de ouders geeft aan geen leuke dingen te kunnen doen omdat dit te duur is. Informatie vanuit de gemeente wordt verkregen via verschillende kanalen. Ruim een derde (36 procent) van de mensen geeft aan informatie vanuit de gemeente te krijgen via Team voor Elkaar. Ruim de helft van de respondenten (56 procent) geeft aan dat de gemeente telefonisch goed bereikbaar is. Echter geeft bijna 1 op de 5 mensen aan ontevreden te zijn over het contact met de gemeente, omdat het proces te lang duurt, er betuttelend gedaan wordt en het lastig is uit te vinden welke regelingen er zijn. Het aanvragen van de regelingen blijkt niet voor iedereen even makkelijk. 3 op de 10 respondenten kan de formulieren niet zonder hulp invullen.

Daarnaast weet 34 procent niet bij wie hij moet zijn met vragen over de regelingen. Over de effecten van de regelingen vindt meer dan de helft van de respondenten de regelingen passen bij wat hij nodig heeft. Echter geeft ongeveer 2 op de 5 respondenten aan door de regelingen alsnog niet elke maand rond te kunnen komen (43 procent). De VoorzieningenWijzer is door een derde van de respondenten eens gebruikt en heeft het meest geholpen bij informatie over de zorgverzekering.

S.2 Conclusie en aanbevelingen •

Het aandeel minimahuishoudens ligt in lijn met gemeenten van vergelijkbare grootte. Qua verhouding in inkomensbronnen zien we een verschil met vergelijkbare gemeenten; er zijn minder bijstandsgerechtigden maar een relatief grote groep met een overig inkomen. Dit kunnen veel werkende armen zijn.

Aanbeveling 1 Houd de kenmerken van de doelgroep van het minimabeleid goed in beeld. Juist ook als het werkende armen of zzp’ers betreft; een doelgroep die dikwijls minder snel hulp vraagt. Zet waar nodig in op informatievoorziening of inkomensondersteuning onder deze doelgroep. . •

Het aanbod aan minimaregelingen is redelijk uitgebreid. Er liggen kansen bij de communicatie hierover: veel regelingen lijken qua naam op elkaar. Dit is niet heel overzichtelijk. Daarnaast zijn er regelingen waarvan de naam niet tot de verbeelding spreekt, bijvoorbeeld “participatiebudget”. Als gemeente op taalniveau inzet op B1 niveau, is deze formulering vrij moeilijk. Participatie is bijvoorbeeld geen B1 woord. Daarnaast komen soms dubbelingen voor in het aanbod; zwemles kan door meerdere regelingen vergoed worden. Dit biedt mogelijkheden voor maatwerk, maar kan voor de doelgroep een verwarrend effect geven. Tot slot is de belangrijkste reden bij nietgebruik van de regelingen dat respondenten de regeling niet kennen. Hier liggen kansen voor de informatievoorziening.

Aanbeveling 2 Zet in op begrijpelijke en B1-getoetste termen voor de regelingen. Het is van belang om de doelgroep van het minimabeleid op het oog te houden bij de vorming en uitvoering van het beleid, juist ook als er sprake is van beperkte digitale en taalvaardigheden. De inzet van infographics, beeld en film wordt in dit kader ook aangeraden. 5 .

Gemeente Brummen

•

Versie 1.0

De bekendheid en het gebruik van de kindregelingen is relatief laag. Deze regelingen richten zich op participatie en zijn daarom van groot belang voor de toekomst van kinderen en jongeren. Driekwart van de ouders geeft ook in de behoeftepeiling aan dat er geen budget is om leuke dingen te ondernemen met hun kind(eren).

Aanbeveling 3 Investeer in informatievoorziening voor (jonge) ouders in de minimadoelgroep. Daarnaast kan informatie gedeeld worden op plekken waar kinderen en jongeren regelmatig komen; bijvoorbeeld op (basis)scholen of bij de sportvereniging. •

De bekendheid en het gebruik van de participatieregeling (Participatiebudget) voor volwassenen is laag. Ketenpartners benoemden tevens dat het budget niet toereikend genoeg is voor minimale sociale participatie. Dit wordt tevens onderschreven door de resultaten van de behoeftepeiling: 7 op de 10 minima hebben geen budget om ‘leuke dingen’ te ondernemen.

Aanbeveling 4 Overweeg om het Participatiebudget voor volwassenen te verhogen zodat er ruimte ontstaat voor maatschappelijke participatie in de vorm van sport, cultuur of recreatie. •

De aanvraagprocedure is voor de minimadoelgroep niet altijd toegankelijk en laagdrempelig genoeg. Slechts de helft van de respondenten kan de formulieren zonder hulp invullen en de bewijsstukken verzamelen. Ketenpartners onderschrijven dit bovendien door aan te geven dat de doelgroep dikwijls een grote drempel ervaart.

Aanbeveling 5 Onderzoek mogelijkheden om de aanvraagprocedure te vereenvoudigen. Dit kan met name gerealiseerd worden door een integrale intake te doen zodat minima niet alle regelingen apart hoeven aan te vragen en bewijsstukken niet meermaals aan hoeven leveren. •

Er liggen kansen omtrent de Sociale Kaart binnen de gemeente. De ketenpartners werken waar mogelijk al samen, hoewel ze niet zozeer actief contact onderhouden. In het verleden is er een overzicht geweest van de verschillende organisaties, maar dit is niet meer up-to-date. De ketenpartners vinden het de verantwoordelijkheid van de gemeente dat de sociale kaart in beeld is, bijgewerkt en verspreid wordt zodat er een actueel overzicht is van het sociale veld.

Aanbeveling 6 Neem waar mogelijk een rol op in het updaten en bijhouden van de sociale kaart. Faciliteer daarin overlegmomenten voor de ketenpartners.

6

Gemeente Brummen

Versie 1.0

1. Minimahuishoudens in de gemeente Brummen In dit hoofdstuk beschrijven we de omvang en samenstelling van de groepen huishoudens met inkomens tot 110 procent van het Wettelijke sociale minimum (Wsm) in de gemeente Brummen. Het aantal minimahuishoudens schatten we aan de hand van de Armoede Index3. De Armoede Index wordt samengesteld op basis van een combinatie van gemeentelijke gebruiksgegevens, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en kengetallen op basis van ervaringscijfers bij andere gemeenten. Met als resultaat een schatting van het aantal minimahuishoudens dat tot de doelgroep van het minimabeleid hoort.

1.2. Alle huishoudens In de gemeente Brummen wonen 20.890 personen, verdeeld over 9.189 huishoudens, waarmee de gemiddelde huishoudgrootte op 2,27 personen komt. Dat is net iets meer dan het landelijke gemiddelde (2,17 personen per huishouden). Van de 20.890 personen in de gemeente, zijn er 3.405 (16 procent) jonger dan 18 jaar en 5.187 personen (25 procent) zijn 66 jaar en ouder. De huishoudsamenstelling in de gemeente Brummen verschilt van het landelijke beeld. Er zijn minder alleenstaanden en het aandeel meerpersoonshuishoudens zonder kinderen ligt hoger dan het gemiddelde. Onderstaand geven we de belangrijkste kenmerken van de bevolkingspopulatie in 2022 in de gemeente Brummen weer. Tabel 1.2.1 Aantal huishoudens en inwoners Brummen Categorie Aantal huishoudens Aantal personen Gemiddelde huishoudgrootte

9.189 20.890 2,27

Tabel 1.2.2 Huishoudens naar type Huishoudtype

Aantal

Aandeel

Aandeel landelijk

Alleenstaand Alleenstaande ouder Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

2.727 529 3.464 2.469 9.189

30% 6% 38% 27% 100%

39% 7% 29% 25% 100%

1.3. Minimahuishoudens Van alle huishoudens in de gemeente Brummen moet (naar schatting) 477 huishoudens rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau. Dit is 5,2 procent van alle huishoudens. Het gemiddelde percentage met een dergelijk inkomen ligt op ongeveer 5 procent. In totaal hebben 629 huishoudens een inkomen tot 110 procent Wsm, 6,8 procent van alle huishoudens in de gemeente Brummen. Dit is de inkomensgrens van de meeste regelingen in de gemeente. Dit aandeel is vergelijkbaar met het gemiddeld aandeel minimahuishoudens in andere gemeenten (van vergelijkbare grootte); gemiddeld is het aandeel 6 à 7 procent. Naar schatting hebben 751 huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm, 8,2 procent van alle huishoudens. De volgende tabel bevat een overzicht van het actuele aantal en aandeel huishoudens in de gemeente dat een inkomen heeft tot maximaal 120 procent van het Wettelijk sociale minimum voor het betreffende huishoudtype.

3 In bijlage 1 staat de onderzoeksmethodiek van de Armoede Index beschreven.

7

Gemeente Brummen

Versie 1.0

Tabel 1.3.1 Huishoudens naar inkomen in Brummen Inkomen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm

Aantal 477 629 751

Aandeel 5,2% 6,8% 8,2%

8,438 9.189

91,8% 100%

Overig Totaal

Verdeling naar kenmerken De doelgroep voor de regelingen met een inkomensgrens van 110 procent Wsm bestaat voor 32 procent uit bijstandsgerechtigden en voor 45 procent uit huishoudens met een overig inkomen, zoals werk of WW. Een kwart (23 procent) van de minimahuishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm heeft een AOW-uitkering. In andere gemeenten zien we gemiddeld dat 40 à 45 procent van de minimahuishoudens een uitkering vanuit de Participatiewet heeft, 35 à 40 procent een overig inkomen en 20 à 25 procent heeft een AOWuitkering. In de gemeente Brummen ligt het aandeel huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet lager dan gemiddeld en het aandeel minimahuishoudens met een overig inkomen iets hoger dan het landelijk gemiddelde. Van alle minimahuishoudens is het grootste deel (52 procent) alleenstaand. Dit beeld komt overeen met wat we in andere gemeenten met een inwonersaantal tot 50.000 vinden. Gemiddeld ligt het aandeel alleenstaanden in deze gemeenten tussen de 50 en 55 procent van alle minimahuishoudens. In totaal heeft 29 procent van de minimahuishoudens thuiswonende kinderen. Dit ligt in lijn met het gemiddelde dat we bij andere gemeenten van vergelijkbare grootte zien. Tabel 1.3.2 Inkomensbron minima, inkomen tot 100% en 110% Wsm Categorie

110% Wsm

100% Wsm Aantal

Aandeel

Aantal

Aandeel

Inkomensbron Bijstand inkomen AOW inkomen Ander inkomen Totaal

200 90 187 477

42% 19% 39% 100%

200 147 282 629

32% 23% 45% 100%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen Totaal

250 56 92 79 477

52% 12% 19% 17% 100%

325 78 120 106 629

52% 12% 19% 17% 100%

1.4. Kinderen Van alle 3.405 kinderen tot 18 jaar in de gemeente Brummen groeien er naar schatting 270 op in een huishouden met een inkomen tot 110 procent van het voor dat huishouden geldende wettelijke sociale minimum. In totaal vormen zij 7,9 procent van alle kinderen in de gemeente. Dat is iets vergelijkbaar met andere gemeenten van vergelijkbare grootte, waar dit gemiddeld op zo’n 7 à 8 procent ligt. Circa 220 kinderen (6,5 procent van alle kinderen) wonen in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm en naar schatting 320 kinderen (9,4 procent) groeien op in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm.

8

Gemeente Brummen

Versie 1.0

Tabel 1.4.1 Tabel 1.2.3. Aantal kinderen naar inkomen in de gemeente Brummen, cumulatief (schatting) Kinderen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm

Aantal 220 270 320

Aandeel 6,5% 7,9% 9,4%

Overig Alle kinderen

3.085 3.405

90,6% 100%

1.5. Energie labels Van 60 procent van alle huishoudens in de gemeente Brummen kan inzicht worden gegeven in de energielabel van het huis. Dit houdt ook in dat van 3.651 huishoudens het niet duidelijk is welk energielabel de woning heeft. Voor energie labels geldt dat hoe beter geïsoleerd het huis is, hoe zuiniger het huis is. Dat heeft weer een positief effect op het milieu en de hoogte van de energiekosten. Hoe energiezuinig een huis is, wordt weergegeven op een schaal van energielabel A tot en met G. Energielabel A representeert een zeer laag energieverbruik en energielabel G is zeer hoog energieverbruik. Energielabel D geeft het overgangspunt aan naar het eerste niet-groene energielabel. 1.799 huishoudens 968 huishoudens 1.418 huishoudens 608 huishoudens 261 huishoudens 231 huishoudens 253 huishoudens Van alle huizen in de gemeente Brummen heeft 20 procent (1.799 huizen) minimaal een energielabel A. Een deel hiervan heeft een hoger energielabel (bijvoorbeeld A+). 1.353 huizen hebben een energielabel D of lager. Dit zijn dus huizen waarbij er geen groen energielabel is. Dit houdt in dat de energiekosten van de woning relatief hoog zijn, vergeleken met een woning met het meest zuinige label; energielabel A4. Tabel 1.5.1 Energie labels huizen gemeente Brummen Energielabel A B C D E F G Onbekend Totaal

Aantal 1.799 968 1.418 608 261 231 253 3.651 9.189

Aandeel 20% 11% 15% 7% 3% 3% 3% 40% 100%

4 Doordat we geen bestandskoppelingen hebben gemaakt, kunnen we niet aangeven hoeveel huizen

bewoond worden door inwoners met een minimuminkomen.

9

Gemeente Brummen

Versie 1.0

2. Gebruik inkomensondersteunende voorzieningen In dit hoofdstuk gaan we nader in op het gebruik en bereik onder de doelgroep van de gemeentelijke regelingen5.

2.1. Regelingen voor het minimabeleid De volgende tabel geeft de inkomensgrens en doelgroep per regeling weer. Tabel 2.1.1 Inkomensgrenzen minimaregelingen en omvang doelgroep Categorie Bijdrage Diftar en rioolheffing Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Participatiebudget & Zwempas Bibliotheekabonnement Sport, muziek en cultuur Ouderbijdrage basisschool Zwemdiploma A en/of B tot 18 jaar Individueel stimuleringsbudget Fashioncheque (kinderen) VoorzieningenWijzer

Inkomensgrens

Doelgroep

110% Wsm 100% Wsm + 35 procent draagkracht 100% Wsm Referteperiode: 3 jaar 110% Wsm 110% Wsm 110% Wsm volwassenen 120% Wsm kinderen 120% Wsm 120% Wsm 120% Wsm 120% Wsm 150% Wsm

629 huishoudens 477 huishoudens 270 huishoudens 880 personen 880 personen 629 huishoudens 751 huishoudens 751 huishoudens 751 huishoudens 751 huishoudens 256 huishoudens n.t.b.

2.2. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Huishoudens kunnen kwijtschelding aanvragen voor Diftar en rioolheffing. De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm. In 2021 is aan 308 huishoudens geheel of gedeeltelijk kwijtschelding van gemeentelijke belastingen verstrekt. Dit is een bereik van 49 procent onder de primaire doelgroep. Een dergelijk gebruiksaandeel ligt ver onder het gemiddelde bereik in andere gemeenten; daar ligt het bereik tussen de 70 en 75 procent. Tabel 2.2.1 Bereik kwijtschelding gemeentelijke belastingen Categorie Doelgroep Gebruik bijdrage Diftar en rioolheffing Percentage bereik

629 huishoudens 308 huishoudens 49%

2.3. Bijzondere bijstand Het bijzondere bijstandsbeleid van de gemeente Brummen is erop gericht om mensen die bijzondere noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen, te ondersteunen. De gemeente beoordeelt bij iedere aanvraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden. De doelgroep bestaat uit 629 huishoudens met inkomens tot 110 procent van de bijstandsnorm. In 2021 zijn er 373 verstrekkingen vanuit de bijzondere bijstand gedaan. Het is onbekend aan hoeveel unieke volwassenen (en huishoudens) deze verstrekkingen zijn gedaan. Een inwoner met een minimuminkomen kan meerdere verstrekkingen via de bijzondere bijstand hebben gedaan, waardoor het niet te bepalen is om hoeveel unieke personen en/of huishoudens het gaat. Hierdoor kan het bereik van de bijzondere bijstand niet worden berekend.

5 In bijlage 2 staat een overzicht van de minimaregelingen en bijbehorende inkomensgrenzen en

bedragen.

10

Gemeente Brummen

Versie 1.0

Tabel 2.3.1 Bereik bijzondere bijstand Categorie Doelgroep Gebruik bijzondere bijstand Percentage bereik

629 huishoudens 373 verstrekkingen N.t.b.

2.4. Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor mensen die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen. In de gemeente Brummen behoort iedereen tussen de 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende drie jaar een inkomen tot 100 procent Wsm tot de doelgroep. Verder geldt als voorwaarde voor toekenning dat er in de afgelopen drie jaar geen mogelijkheden waren voor inkomensverbetering. De doelgroep bestaat dan uit 270 huishoudens. In 2021 hebben 96 huishoudens gebruikgemaakt van deze toeslag. Afgezet tegen de groep die drie jaar een inkomen tot 100 procent Wsm heeft, is dit een bereik van 36 procent. Vergeleken met andere gemeenten, waar een bereik rond de 45 en 50 procent gangbaar is, ligt het bereik in de gemeente Brummen lager dan het gemiddelde. Tabel 2.4.1 Bereik individuele inkomenstoeslag Categorie Doelgroep Gebruik individuele inkomenstoeslag Percentage bereik

270 96 36%

2.5. Participatiebudget, zwempas en lidmaatschap bibliotheek De gemeente Brummen wil ervoor zorgen dat iedereen mee kan blijven doen in de maatschappij. Hiervoor is het participatiebudget in het leven geroepen. Het participatiebudget is een bijdrage voor meedoen met sport, muziek, cultuur, een dagje weg of gewoon naar een verjaardag kunnen gaan. Het maximaal te vergoeden bedrag is € 180 per jaar. Om gebruik te kunnen maken van de regeling, mag het inkomen niet hoger zijn dan 110 procent van het wettelijk sociaal minimum. De doelgroep is 880 personen (629 huishoudens). In 2021 hebben 379 personen gebruik gemaakt van het participatiebudget. Daarmee ligt het bereik van deze regeling op 43 procent. Landelijk gezien hebben dergelijke regelingen vaak een bereik rond de 35 en 40 procent. Tabel 2.5.1 Participatiebudget Categorie Doelgroep Gebruik Participatiebudget Percentage bereik

880 personen 379 personen 43%

In plaats van het participatiebudget kan er gekozen worden voor een zwempas, waarmee een jaar lang baantjes gezwommen kan worden of één keer per week aan aquasportactiviteiten kan worden deelgenomen. Het jaarbedrag van € 300 wordt vergoed. Aanvullend kan er gebruik worden gemaakt van een lidmaatschap bij de bibliotheek. Voor kinderen tot 18 jaar is het lidmaatschap van de bibliotheek gratis. De gemeente Brummen betaalt ook voor volwassenen de bibliotheekpas. Om gebruik te kunnen maken van de zwempas en/of het bibliotheek lidmaatschap mag het inkomen niet hoger zijn dan 110 procent van het wettelijk sociaal minimum. De doelgroep voor deze beide regelingen is 880 personen (629 huishoudens). In 2021 hebben 62 personen gebruik gemaakt van het de zwempas en/of het bibliotheek lidmaatschap. Daarmee ligt het bereik van deze regelingen op 7 procent. 11

Gemeente Brummen

Versie 1.0

Tabel 2.5.2 Zwempas en lidmaatschap bibliotheek Categorie Doelgroep Gebruik Zwempas en lidmaatschap bibliotheek Percentage bereik

880 personen 62 personen 7%

2.6. Sport, muziek en cultuur (kinderen) De gemeente Brummen betaalt voor elk kind van 4 tot 18 jaar het lidmaatschap voor één vereniging. Daarnaast is er ook een mogelijkheid om een sportpas te krijgen, zodat een kind eerst een paar keer gratis mee kan doen bij verschillende sportverenigingen. Om als kind gebruik te maken van deze regeling mag het inkomen niet hoger zijn dan 120 procent van het wettelijk sociaal mininum. De doelgroep voor deze regeling voor kinderen is 256 kinderen. In 2021 hebben 59 kinderen gebruik gemaakt van een lidmaatschap voor een vereniging of club. Daarmee ligt het bereik van deze regeling op 23 procent. Landelijk gezien ligt het bereik van een participatieregeling voor kinderen rond de 50 procent; in Brummen ligt het bereik daar aanzienlijk onder. Tabel 2.6.1 Lidmaatschap club of vereniging Categorie Doelgroep Gebruik lidmaatschap club of vereniging Percentage bereik

256 kinderen 59 kinderen 23%

2.7. Ouderbijdrage basisschool Ouders kunnen een voucher ontvangen als bijdrage voor de schoolkosten van een kind dat naar de basisschool gaat. Per kind kan een ouder een bijdrage van gemiddeld €35,- ontvangen. Om gebruik te kunnen maken van de regeling, mag het inkomen niet hoger zijn dan 110 procent van het wettelijk sociaal minimum. De doelgroep bestaat uit 108 kinderen. In 2021 hebben 52 kinderen gebruik gemaakt van de ouderbijdrage basisschool. Daarmee ligt het bereik van deze regelingen op 48 procent. Landelijk gezien hebben dergelijke regelingen vaak een bereik rond de 25 procent; het bereik van de bijdrage in schoolkosten ligt in Brummen dus aanzienlijk hoger. Tabel 2.7.1 Ouderbijdrage basisschool Categorie Doelgroep Gebruik ouderbijdrage basisschool Percentage bereik

108 kinderen 52 huishoudens 48%

2.8. Zwemdiploma A en/of B tot 18 jaar De gemeente Brummen biedt de zwemlespas aan. Hiermee kan een kind een zwemdiploma A en B halen bij Rhieneroord Zwem & Sport Plezier. Huishoudens met een inkomen tot 110 procent van het wettelijk sociaal minimum komen in aanmerking voor de zwemlespas. Deze doelgroep bestaat uit 270 kinderen. In 2021 hebben 23 personen gebruik gemaakt van het zwemlespas. Daarmee ligt het bereik van deze regelingen op 9 procent. Tabel 2.8.1 Zwemlespas Categorie Doelgroep

270 kinderen 12

Gemeente Brummen

Versie 1.0

Gebruik zwemlespas Percentage bereik

23 kinderen 9%

2.9. Individueel stimuleringsbudget Voor het verhogen van de participatie onder kinderen uit minimahuishoudens, heeft de gemeente Brummen het individuele stimuleringsbudget voor kinderen. Door een extra bijdrage op maat kan een kind ondersteund worden in het meedoen aan (school)activiteiten. De gemeente hanteert hiervoor geen vast maximaal bedrag. Huishoudens met een inkomen tot 120 procent van het wettelijk sociaal minimum kunnen gebruik maken van deze regeling. De doelgroep bestaat uit 320 kinderen. In 2021 hebben 17 kinderen gebruik gemaakt van het individuele stimuleringsbudget. Daarmee ligt het bereik van deze regelingen op 5 procent. Tabel 2.9.1 Individueel stimuleringsbudget Categorie Doelgroep Gebruik individueel stimuleringsbudget Percentage bereik

320 kinderen 17 kinderen 5%

2.10. Fashioncheque (kinderen) De gemeente Brummen biedt eens per jaar een fashioncheque cadeau aan minimahuishoudens met kinderen. Kinderen van 4 t/m 12 jaar krijgen een cheque van € 50,-. Voor kinderen van 13 tot 18 jaar is er een fashioncheque van € 75,-. Om gebruik te kunnen maken van de regeling, mag het inkomen niet hoger zijn dan 120 procent van het wettelijk sociaal minimum. De doelgroep bestaat uit 256 kinderen. In 2021 hebben 129 kinderen gebruik gemaakt van het individuele stimuleringsbudget. Daarmee ligt het bereik van deze regelingen op 50 procent. Tabel 2.10.1 Fashioncheque Categorie Doelgroep Gebruik fashioncheque Percentage bereik

256 kinderen 129 kinderen 50%

2.11. VoorzieningenWijzer De gemeente Brummen heeft de VoorzieningenWijzer, die mensen helpt bij het aanvragen van regelingen en toeslagen. De regeling draagt de kosten van € 132,50 per adviesgesprek. Om gebruik te kunnen maken van de regeling, mag het inkomen niet hoger zijn dan 150 procent van het wettelijk sociaal minimum. In dit onderzoek is een schatting gemaakt van het totale aantal minimahuishoudens met een inkomen tot maximaal 120 procent Wsm. Dat betekent dat het gebruik en bereik van de Voorzieningenwijzer de scope van dit onderzoek voorbijgaat. In de resultaten van het groepsgesprek met ketenpartners komt de Voorzieningenwijzer opnieuw naar voren.

13

Gemeente Brummen

Versie 1.0

3. Uitvoering van het beleid Dit hoofdstuk bespreekt de resultaten van het groepsgesprek met de minimapartners omtrent de uitvoering van het Brummense minimabeleid.

3.1. Introductie minimapartners De volgende ketenpartners hebben hun medewerking verleend aan dit onderzoek in de vorm van het groepsgesprek: • Stichting Onze Droom • Diaconie Brummen • Basisschool de Triangel • Ombudsman PvdA • Stichting Kinderkledingbeurs • Kromhoutstichting & Maatjesproject Brummen • Wijkraad

3.2. Gebruik en bekendheid minimaregelingen In het groepsgesprek zijn twee situaties uitgelicht op basis van de enquêteresultaten onder de doelgroep: 1) het relatief lage gebruik van het Participatiebudget voor volwassenen 2) de lage bekendheid en gebruik van de regelingen voor kinderen. Ketenpartners beamen het beeld dat het Participatiebudget (waarschijnlijk) niet bij alle inwoners van Brummen bekend is, dan wel wordt gebruikt. Met name bij de doelgroep van schuldhulpverlening zijn veel inwoners hier niet van op de hoogte vermoeden ketenpartners. Een eerste verklaring voor het lage gebruik zou de werkwijze kunnen zijn. Voorheen konden minima het participatiebudget krijgen zonder dat zij verantwoording moesten afleggen over de besteding ervan. Op het moment moeten minima een plan schrijven over wat ze met het geld gaan doen. Dit zal voor velen in de minimadoelgroep een drempel zijn. Het budget mag overigens tegenwoordig breder worden ingezet dan alleen voor sport. Het mag bijvoorbeeld worden gebruik voor dagjes weg. Een tweede verklaring is dat de communicatie over de regeling voornamelijk gericht is op mensen in de bijstand, en minder op bijvoorbeeld AOWgerechtigden. Ook zal er waarschijnlijk een deel van de doelgroep zijn opgegroeid met het idee dat ze zichzelf moeten redden en daarom geen gebruik maken van dit budget.

Een derde verklaring zou kunnen zijn dat de bedragen van de regeling zijn al tien tot vijftien jaar niet geïndexeerd. Hierdoor zijn de mogelijkheden voor het besteden van het budget steeds minder geworden. Er wordt voorgesteld om in een nieuwsbrief alle regelingen te vermelden, om de doelgroep van het Participatiebudget voor volwassenen beter de bereiken. De bekendheid en het gebruik van de kindregelingen is tevens laag. Om deze doelgroep te bereiken wordt opnieuw genoemd om via een nieuwsbrief de doelgroep te informeren. Het Loket Administratie en Geldzorgen is een goede plek voor inwoners om met (geld)problemen langs te gaan. In het bijzonder voor laaggeletterden, omdat er formulieren moeten worden ingevuld. Bij dit Loket worden zij geholpen en de kindregelingen worden hier belicht. De schaamte onder inwoners is groot en mensen zien er over het algemeen tegenop om hierlangs te gaan. Wanneer mensen eenmaal de stap hebben gemaakt, wordt het makkelijker weten ketenpartners uit de praktijk. Ook op school kan er voorlichting worden gegeven. Er wordt weleens eenvoudigheid en vertrouwen gemist in het minimabeleid van de gemeente Brummen; een meer simpele en integrale aanpak zou wenselijk zijn voor de regelingen.

3.3. Aanbod minimaregelingen Er worden geen missende minimaregelingen genoemd binnen het minimabeleid. Voor de meeste doelgroepen is er aanbod. Wel kan op basis van bovenstaande bevindingen over de participatieregelingen geconcludeerd worden dat de hoogte van het Participatiebudget niet toereikend is om op een minimaal niveau sociaal te participeren. Verder wordt er gesproken 14

Gemeente Brummen

Versie 1.0

over de groep minima die denkt dat ze niet in aanmerking komen voor bepaalde regelingen. Dit zal eerder de reden zijn dat inwoners in (geld)problemen komen dan dat het aanbod aan minimaregelingen niet compleet is. Ook wordt benoemd dat het goed kan zijn om bij het toekennen van regelingen meer naar het besteedbare inkomen te kijken in plaats van naar de harde inkomensgrenzen.

3.4. Informatie minimaregelingen Ketenpartners benoemen dat de afstand tussen de gemeente en haar burgers kleiner mag worden. Op die manier zal de toegang ook laagdrempeliger zijn. Laagdrempelige informatie gericht op de doelgroep is noodzakelijk. Ketenpartners benoemend dat op dit gebied zeker al stappen gezet zijn. Zo zijn de informatiefolders door de tijd heen ‘mooier en duidelijker’ geworden. Verder zijn deze beschikbaar bij verschillende lokale initiatieven; de informatie komt dus naar de inwoners toe. Tegelijkertijd betekent dit dat niet alle inwoners worden bereikt als ze niet op deze plekken komen (bijvoorbeeld de bibliotheek). Met name de laaggeletterde doelgroep zal niet altijd worden bereikt; voor deze groep zijn infographics en mond-opmondreclame cruciaal. Daarnaast wordt het belang genoemd van de hoeveelheid informatie die gegeven wordt; het moet niet te veel in een keer zijn. Vroegsignalering kan hierbij ook een belangrijke rol spelen. Ketenpartners noemen dat dit een manier is om inwoners in een vroeg stadium op te zoeken zodat verdere problematiek mogelijk vermeden wordt.

3.5. Aanvraagprocedure De eerste stap om naar de gemeente te gaan wordt door inwoners als lastig ervaren, merken ketenpartners. Sommige organisaties gaan met de inwoner mee naar de gemeente bij een eerste bezoek om de drempel over te gaan. Daarna kunnen inwoners dit vaak zelf oppakken. Ketenpartners benoemen een aantal suggesties om het aanvragen van de regelingen laagdrempeliger te maken. Bijvoorbeeld door spreekuren meer onder de aandacht te brengen. Hier kunnen inwoners hulp krijgen bij het invullen van formulieren. Verder kan in een speciaal kader in het Brummens Nieuws informatie worden Het Brummens Nieuws wordt redelijk gelezen door de inwoners, er kan in een speciaal kader informatie worden weergegeven over het steunpunt. Ook kunnen de voorzieningen van de gemeente op de voorkant van een nieuwsbrief of folder worden weergegeven. De organisaties uiten zich positief over de suggestie om te ondersteunen in de informatievoorziening en zouden daar best willen meewerken. Het algemene beeld is dat het wenselijk is dat alle regelingen met één formulier kunnen worden aangevraagd. Er zit nog een kink tussen de belastingen en de gemeente: de aanslag van de gemeente komt pas eind januari/begin februari. Mensen kunnen in de voorliggende periode nog geen gebruikmaken van minimaregelingen als de Diftar nog niet verwerkt is.

3.6. Voorzieningenwijzer De voorzieningenwijzer wordt wisselend beoordeeld door de organisaties. De Voorzieningenwijzer kan inwoners informeren om een weloverwogen keuze te maken voor een energieleverancier of zorgverzekering. Ketenpartners geven aan dat de Voorzieningenwijzer een momentopname representeert. De goedkoopste energieleverancier biedt misschien een korting aan die het daaropvolgende naar niet meer geldt. Dan is een overstap noodzakelijk om goedkoper uit te zijn, maar minima blijven dan misschien bij de eerste leverancier omdat dat de goedkoopste was. Het is dus van belang om goed op de voorwaarden te letten. Overstappen brengt daarbij veel onrust mee voor de minimadoelgroep.

3.7. Samenwerking tussen organisaties Samenwerking met partners De ketenpartners weten elkaar onderling te vinden en indien nodig verwijzen ketenpartners inwoners door naar een andere organisatie of stichting. Een van de ketenpartners heeft zich vorig jaar opnieuw bekendgemaakt bij Team voor Elkaar en Stichting Welzijn, zodat zij inwoners 15

Gemeente Brummen

Versie 1.0

kunnen helpen als Team voor Elkaar of Stichting Welzijn hulp inschakelt. Actief contact wordt niet onderhouden tussen de ketenpartners en onderling contact zou soms beter kunnen. Samenwerking met de gemeente Over het algemeen weten de organisaties de gemeente te vinden en weten ze bij zie moeten zijn. Maar een aantal ketenpartners geven ook aan dat ze de gemeente niet vaak tegen komen. Het meeste contact loopt via het Team Voor Elkaar. Een aantal ketenpartners geeft aan dat ze keurig te woord worden gestaan en dat de gemeente een luisterend oor biedt. Maar daar blijft het ook bij. De gemeente zou soms meer mogen doorpakken, vinden ketenpartners. Er is nog verbetering in de samenwerking tussen de gemeente en ketenpartners mogelijk. Wat betreft de sociale kaart zijn de ketenpartners het met elkaar eens. Er is een sociale kaart, maar deze wordt niet goed bijgehouden. In het verleden was er een overzicht van de verschillende organisaties, echter is dit niet meer up-to-date. Nieuwe maatschappelijke medewerkers zijn bijvoorbeeld niet altijd goed op de hoogte van de sociale kaart. Unaniem zijn de ketenpartners het ook eens over het feit dat de gemeente hier een rol in moet spelen. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om er voor te zorgen dat er een compleet en actueel overzicht is van het sociale veld.

16

Gemeente Brummen

Versie 1.0

4. Resultaten behoeftepeiling In dit hoofdstuk geven we de resultaten van de enquête over de behoeftepeiling weer.

4.1. Minimaregelingen In deze paragraaf staan de resultaten rondom de bekendheid en het gebruik van de minimaregelingen centraal. Daarnaast wordt ingegaan op waar de minimaregelingen voor kinderen of volwassenen bij helpen, of respondenten regelingen missen en hoe de dienstverlening bij gemeente Brummen wordt ervaren.

4.1.1. Regelingen voor volwassenen Meer dan 9 op de 10 respondenten is bekend met de bijdrage Diftar en rioolheffing en de tegemoetkoming energiekosten De bijdrage Diftar en rioolheffing (95 procent) en de tegemoetkoming energiekosten (93 procent) zijn de meest bekende regelingen onder respondenten. Beide regelingen worden door 89 procent van de respondenten gebruikt. Het minst bekend is de individuele studietoeslag (48 procent), maar deze regeling heeft ook een vrij specifieke doelgroep en daarom niet voor alle respondenten van toepassing, wat een verklaring kan zijn voor de lage(re) bekendheid. Figuur 4.1.1. Gebruik en bekendheid minimaregelingen (n = 77 ~ 101)

Gebruik en bekendheid minimaregelingen Ja, gebruik ik

Nee, maar ken ik wel

Nee, ken ik niet

Bijdrage Diftar en rioolheffing

89%

6%5%

Tegemoetkoming energiekosten minima

89%

4%7%

Persoonlijk participatiebudget

59%

Individuele inkomenstoeslag

47%

Bijzondere bijstand

42%

Lidmaatschap bibliotheek

Zwemdiploma A en/of B voor kinderen tot 18 jaar

17%

36% 23%

56%

22%

30%

16%

13% 48%

49%

13%

35%

71%

9%

Individuele studietoeslag 1%

28%

36%

31%

VoorzieningenWijzer Fashioncheque en de voucher vrijwillige ouderbijdrage Bijdrage voor clubs en verenigingen (voor kinderen tot 18 jaar)

13%

17%

70% 47%

21% 52%

Bij 6 op de 10 respondenten helpen de minimaregelingen bij het maandelijks rondkomen Het grootste deel van de respondenten (59 procent) heeft baat bij de minimaregelingen, omdat ze helpen om maandelijks rond te kunnen komen. Tevens geeft een groot deel van de respondenten aan dat de minimaregelingen hen helpen om mee te doen aan culturele (30 procent) en sportieve activiteiten (29 procent). Ongeveer 1 op de 10 respondenten geeft aan dat de minimaregelingen helpen bij het krijgen van de noodzakelijke medische zorg. 17

Gemeente Brummen

Versie 1.0

Respondenten die aangeven door de regelingen hun rekeningen te kunnen betalen, maken met name gebruik van de bijdrage diftar en rioolheffing, persoonlijk participatiebudget en de tegemoetkoming energiekosten minima. Figuur 4.1.2. Inzet van minimaregelingen (n = 98)

Waar helpen deze regelingen u bij? Rekening betalen/ maandelijks rond kunnen komen

59%

Meedoen aan culturele activiteiten

30%

Meedoen aan sportieve activiteiten

29%

Kleren kopen

25%

Andere mensen ontmoeten

24%

Gezonder te leven

20%

Huishoudelijke apparaten kopen

18%

De noodzakelijke medische zorg krijgen Werken of werk zoeken/ opleiding of cursus volgen

11% 5%

Anders, namelijk:

16%

Bij ‘anders, namelijk’ geven respondenten aan dat minimaregelingen hen helpen om iets leuks te kunnen doen, schoenen te kopen of proberen rond te komen. Hieronder volgen een aantal toelichtingen bij het antwoord ‘anders, namelijk’. ‘Dat mijn kinderen kunnen sporten’ ‘Een keer uitgaan’ ‘Grootste stress uit de lucht halen’ ‘Hulp voor mijn tuin’ ‘Met kleinkinderen op pad’ ‘Onderhoud fiets’ ‘Proberen rond te komen (kom niet rond), fietsband + elektra rekening stijgt’ ‘Schoenen’

Respondenten gebruiken regelingen vooral niet omdat deze bij hen onbekend zijn 4 op de 10 respondenten geeft aan dat ze sommige minimaregelingen niet gebruiken omdat ze de regeling niet kennen. Daarnaast geeft 22 procent aan dat de minimaregelingen niet passen bij wat ze nodig hebben en 18 procent stelt dat ze niet weten hoe ze de regelingen moeten aanvragen. Bij ‘anders, namelijk’ geven respondenten aan dat ze niet weten of ze in aanmerking komen, het aanvragen moeilijk is, men verwacht dat het automatisch gaat, of net te veel verdienen. 18

Gemeente Brummen

Versie 1.0

Figuur 4.1.3. Reden geen gebruik van minimaregelingen (n = 103)

Redenen voor het niet gebruiken van regelingen Ik ken de regelingen niet

40%

Ze passen niet bij wat ik nodig heb

22%

Ik weet hoe hoe ik de regelingen moet aanvragen

18%

Ik vind het aanvragen moeilijk

17%

Ik heb de regelingen niet nodig

15%

De financiële vergoeding van de gemeente is te laag

8%

Ik heb moeite met lezen en schrijven

8%

Ik wil niet dat iemand weet dat ik weinig geld heb/ ik wil geen hulp vragen

5%

Mijn inkomen is te hoog

1%

Anders, namelijk:

24%

Door deze vraag uit te splitsen naar leeftijd6, blijkt dat de leeftijdsgroep 28 tot en met 45 jaar geeft vaker aan de regelingen niet te kennen (55 procent), dan de andere leeftijdsgroepen. Het aanvragen werd in alle leeftijdsgroepen ongeveer even lastig gevonden. Respondenten jonger dan 46 geven vaker aan de regelingen niet nodig te hebben (20-25 procent) vergeleken met respondenten van 46 jaar of ouder (lager dan 15 procent). Respondenten ouder dan 66 jaar (12,5 procent) geven vaker aan dat ze de financiële vergoeding vanuit de gemeente te laag vinden, dan respondenten jonger dan 67 jaar. Respondenten geven vooral aan geen leuke dingen te kunnen doen omdat het te duur is Het grootste deel van de respondenten (66 procent) geeft aan geen leuke dingen te kunnen doen, omdat het te duur is en 44 procent van de respondenten kunnen niet voldoende kleding en schoenen kunnen kopen. Verder geeft een derde (32 procent) aan dat gezond eten en drinken te duur is, en ook een derde van de respondenten geeft aan dat tandartsafspraken te duur is. Bij ‘anders, namelijk’ geven respondenten aan dat een (aangepaste) vakantie te duur is, net als een elektrische fiets kopen, witgoed, arts bezoeken en openbaar vervoer.

6 De leeftijdsgroep 18 t/m 27 bestaat uit slechts 4 personen, deze resultaten dienen als indicatief te

worden beschouwd.

19

Gemeente Brummen

Versie 1.0

Figuur 4.1.4. Dingen niet kunnen doen, omdat het te duur is (n = 103)

Dingen die u niet kunt doen, omdat het te duur is Leuke dingen doen

66%

Voldoende kleding/schoenen kopen

44%

Behandeling/controle bij de tandarts

32%

Gezond eten en drinken

32%

Lid worden van een (sport)vereniging

23%

Naar het ziekenhuis, een fysiotherapeut of dokter gaan Kleding/spullen kopen die nodig zijn voor een (sport)vereniging

19% 16%

Anders, namelijk:

22%

20

Gemeente Brummen

Versie 1.0

4.2. Regelingen voor kinderen Deze paragraaf gaat over de kennis en het wel of niet gebruiken van minimaregelingen voor kinderen onder de 18 jaar. De meeste ouders met thuiswonende kinderen onder de 18 jaar kent niet alle kindregelingen 16 procent van de respondenten heeft kinderen onder de 18 jaar die bij hem in huis wonen. Figuur 4.2.1. Thuiswonende kinderen jonger dan 18 jaar (n = 99)

Thuiswonende kinderen jonger dan 18 jaar? Ja

Nee 16%

84%

Van de ouders met thuiswonende kinderen onder de 18 jaar kent het grootste deel (67 procent) Jeugdfonds Sport en Cultuur en maakt 4 op de 10 ouders gebruik van de regeling. Stichting Jarige Job is bekend bij 43 procent van de ouders, maar slechts 7 procent maakt gebruik van de regeling. Slechts 14 procent van de ouders kent de regelingen Nationaal Fonds Kinderhulp en Stichting Leergeld en geen van de ouders maakt daar gebruik van. Figuur 4.2.2. Gebruik en bekendheid kindregelingen (n = 14 ~ 15)

Gebruik en bekendheid van regelingen voor kinderen Ja, gebruik ik

Stichting Jarige Job

Nationaal Fonds Kinderhulp

7%

Nee, maar ken ik wel

Nee, ken ik niet

36%

57%

14%

86%

De meeste ouders gebruiken de kindregelingen voor het lid worden van een vereniging 7 op de 10 ouders geeft aan dat de regelingen helpen bij het lid worden van een (sport)vereniging. 57 procent van de ouders geeft aan dat de regelingen helpen bij het kopen van een fiets. Verder heeft geen van de ouders aangegeven dat de regelingen helpen bij het aanschaffen van een identiteitsbewijs, meedoen met andere kinderen, kunnen werken met een laptop en schoolbenodigdheden kopen.

21

Gemeente Brummen

Versie 1.0

Figuur 4.2.3. Inzet van kindregelingen (n = 103) Lid worden van een (sport)vereniging

71%

Fiets kopen

57%

Meegaan op schoolreis of schoolkamp

43%

Noodzakelijke kleding kopen

29%

Meedoen aan andere activiteiten waarvoor een ouderbijdrage nodig is

29%

Zwemles volgen

14%

Driekwart van de ouders geeft aan geen leuke dingen te kunnen doen omdat dit te duur is Driekwart van de ouders geeft aan dat hun kind geen leuke dingen kan doen, omdat het te duur is. 1 op de 3 ouders geeft aan dat lesgeld te duur is. Figuur 4.2.4. Dingen niet kunnen doen, omdat het te duur is (n = 16)

Zijn er dingen die uw kind(eren) niet kan (kunnen) doen, omdat het te duur is? Leuke dingen doen

75%

Voldoende kleding/schoenen kopen

44%

Lesgeld

31%

Naar de tandarts of orthodontist (beugel) gaan

25%

De verjaardag van mijn kind vieren

25%

Activiteiten op school waarvoor een ouderbijdrage nodig is

25%

Lid zijn van een (sport)vereniging

25%

Kleding/spullen kopen die nodig zijn voor de (sport)vereniging

13%

Anders, namelijk:

13%

Twee derde van de respondenten (64 procent) die aangeven geen leuke dingen te kunnen doen omdat het te duur is, maken al gebruik van het persoonlijk participatiebudget. Respondenten die hebben aangegeven dat het te duur is om voldoende kleding te kopen, geeft iedereen aan dat ze al gebruik maken van de Fashioncheque. Op de vraag of ouders hun antwoord uit willen leggen, noemen ouders onder andere de volgende dingen: ‘Fietsen zijn altijd te duur. Er is geen laptop om voor school te oefenen. Kleren of schoenen zijn ook duurder geworden’ ‘Ik vind het erg jammer dat de ouderbijdrage en het sporten niet vergoed wordt voor mijn dochter die op de middelbare school zit en bijles heeft.’ 22

Gemeente Brummen

Versie 1.0

4.3. Informatie vanuit de gemeente In deze paragraaf worden de resultaten over de informatie over minimaregelingen dat vanuit de gemeente wordt gegeven besproken. 36 procent van de mensen geeft aan informatie te krijgen via Team voor Elkaar Op de vraag via welk kanaal respondenten informatie krijgen, geeft 36 procent aan dat zij hun informatie krijgen via Team voor Elkaar. Daarnaast komt bijna 3 op de 10 respondenten via de website van de gemeente aan zijn informatie. Bij ‘anders, namelijk’ geeft men aan informatie te ontvangen via hun ambulant begeleider, bewindvoering, Stichting Welzijn Brummen of via Veluwonen. Geen van de respondenten heeft aangekruist informatie via hun (sport)vereniging te ontvangen. Hier ligt wellicht een verbeterpunt. Figuur 4.3.1. De informatiekanalen over de minimaregelingen (n = 103)

Informatiekanalen Via Team voor Elkaar (TvE)

36%

Via de website van de gemeente

28%

Via vrienden of kennissen

19%

Uit de lokale krant of folder

16%

Via een hulpverlener/consulent

13%

Via een medewerker van de gemeente

12%

Dat weet ik niet meer

10%

Via een vrijwilligersorganisatie Via school

5% 1%

Anders, namelijk:

17%

De helft van de groep van 67 jaar en ouder (50 procent) haalt zijn informatie uit de lokale krant of folder. Respondenten tussen 46 en 66 jaar verkrijgen hun informatie via Team voor Elkaar of via vrienden of kennissen. 56 procent geeft aan dat de gemeente telefonisch goed bereikbaar is Van de respondenten geeft ruim de helft (56 procent) aan dat de gemeente telefonisch goed bereikbaar is. 47 procent snapt de informatie zie hij krijgt. Een kwart geeft aan de informatie die ze zoeken niet te kunnen vinden. En 16 procent van de respondenten snapt de informatie die hij krijgt niet en eveneens 16 procent vindt het loket voor het minimabeleid niet toegankelijk.

23

Gemeente Brummen

Versie 1.0

Figuur 4.3.2. Informatie over de minimaregelingen (n = 85 ~ 102)

Bent u het eens met de volgende stellingen? Eens

Neutraal

De gemeente is telefonisch goed bereikbaar

Oneens

56%

Ik snap de informatie die ik krijg/vind

47%

Ik kan de informatie vinden die ik zoek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13224550/1