CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(075) Bijlagen motivering

Besluitvormende raadsvergadering 22 januari 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: TAM Omgevingsplan Oud Eerbeek21.388 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

473074

HERSTRUCTURERING EN BEELDKWALITEITSPLAN

VAN DE WOONWIJK OUD EERBEEK

DEFINITIEF

07 JULI 2025

De Regt Danz BNA

Kasteel 24, 3823 BM Amersfoort

T: 033-455 05 09

E: info@deregtdanz.nl

I: www.deregtdanz.nl

INHOUD 1. De wijk Oud Eerbeek

3

Historische ontwikkeling van de wijk Oud Eerbeek

4

2. Stedenbouwkundige kenmerken van de wijk

5

2.1 Bestaande bebouwingstypologieën

5

2.2 Herstructureringsdoelen

6

2.3 Bestaande kwaliteiten en aandachtspunten

7

3. Bestemmingsplan

8

4. Nieuwe stedenbouwkundige inrichting

9

4.1 Detailbeeld nieuwe inrichting

10

4.2 Verdeling toegepaste woningtypologieën

11

4.3 Nieuwe parkeervoorzieningen

12

4.4 Inrichting per deelgebied

13

BEELDKWALITEIT 5. Welstandsnota Gemeente Brummen

18

6. Bebouwing

19

6.1 Bouwhoogte, kapvorm en kaprichting

19

6.2 Oriëntatie, accenten en verbijzonderingen

21

6.3 Architectuur, kleur- en materiaalgebruik

22

Massa, Vorm, Daken

22

Detaillering

23

Ondergeschikte bouwdelen / Duurzaamheid

24

Rijtjeswoningen 1 laag + kap

25

Rijtjeswoningen 2 lagen + kap

27

Appartementengebouw

28

7. Openbaar gebied

29

7.1 Verkeer en ontsluiting

29

7.2 Groenstructuur

31

Landschapsstrook Eerbeekse Beek

32

(Laan)bomen langs de weg

32

Overgangen tussen privé en openbaar

33

Kleinschalige plantsoenen

34

Speelvoorzieningen

35

8. Principeprofielen

36

2

1. DE WIJK OUD EERBEEK

Enkwe g

Rozen s tr a a t

Kloosterstraat

Zonnebloemstraat

Volmolenweg

Jan Mankestraat

Wille m de de Mero s tr a a

traat lka Poe

t

anders uder S Wetho

tr a mps at

Ste

Oud Eerbeek is een naoorlogse woonwijk die eng verbonden is met de papierindustrie. Vanaf het midden van de twintigste eeuw is de woonwijk voor arbeiders van de papierfabriek geleidelijk ontstaan. De stedenbouwkundige structuur is oost - west georiënteerd en word voornamelijk gedragen door de Jan Mankestraat en de Wethouder Sanderstraat. De Jan Mankestraat is als centrale as begeleid door een beeldbepalende bomenrij aan de noordelijke zijde van de weg. Historisch gegroeide wegen zijn de Klosterstraat in het noorden en ‘t Haagje langs de Eerbeekse Beek. De noordzuidelijk gerichte wegen - zoals de Enkweg - verbinden de wijk met voorzieningen in het centrum van Eerbeek. Landschappelijk is de wijk gelegen in de oostvlank van de Veluwe waar uitgebreide bossen aanwezig zijn. In het zuiden en het oosten wordt de wijk begrenst door de Eerbeekse Beek in een landschappelijke strook met parkachtige setting. Enkele plantsoenen zorgen voor een groene dooradering van de wijk Oud Eerbeek.

eek enb

s tr

aat

a ‘t H

3

je ag

e rbe Ee

e ks

Be

ek

HISTORISCHE ONTWIKKELING VAN DE WIJK OUD EERBEEK

Omstreeks 1900

Boerenerven op de oude akkerzone van de Eerbeekse Enk

Omstreeks 1945

Begin van de wijkontwikkeling na de Tweede Wereldoorlog

Omstreeks 1925

Omstreeks 1955

4

Omstreeks 1975

Verdere ontwikkeling van de wijk en begin van inbreidingen en vernieuwing / herstructureringen

Omstreeks 2000

2. STEDENBOUWKUNDIGE KENMERKEN VAN DE WIJK 2.1 BESTAANDE BEBOUWINGSTYPOLOGIEËN Kloosterstraat

Rozen s tr a a t

Naoorlogs begin van de wijk ‘Oorspronkelijke’ rijtjes arbeiderswoningen Tussenfase (met voorbouw)

Enkwe g

Tussenfase (met terug liggende gevel) Jaren 70/80 rijtjes

Volmolenweg

Rijtjes met geschakelde zadeldaken Bebouwingscomplex na 2010 met ‘organische’ rijtjes Recente ontwikkelingen Individuele uitstraling / historisch gegroeid

Zonnebloemstraat

Rijtjes met platte daken

Jan Mankestraat

Wille m de de Mero s tr a a t

traat lka Poe

anders uder S Wetho

tr a mps at

Ste

In de afgelopen jaren hebben interventies plaatsgevonden om de woningvoorraad kwalitatief op peil te houden. Deze ontwikkelingen zijn betreffen voornamelijk nieuwbouw met een eigentijdse karakter. Hierdoor is de diversiteit in bouwstijlen zeer toegenomen. De eerste oorspronkelijke naoorlogse typologieën worden daarentegen schaars. Positief is daarom de renovatie van de vier woningen aan de Volmolenweg waardoor deze historische bebouwing niet helemaal verloren gaat. De Jan Mankestraat (met name het centrale gedeelte) valt door de continuïteit aan gelijke typologieën op als belangrijke samenhangende structuur.

eek enb

s tr

aat

a ‘t H

5

je ag

e rbe Ee

e ks

Be

ek

2.2 HERSTRUCTURERINGSDOELEN Kloosterstraat

Rozen s tr a a t

Herontwikkelingslocaties van de afgelopen jaren Recent opgeleverde herstructureringsprojecten Renovatie bestaande bebouwing

Enkwe g

Sloop en nieuwbouw

Volmolenweg

Zonnebloemstraat

Verkoop

Jan Mankestraat

Wille m de de Mero s tr a a t

anders uder S Wetho

traat

De herstructurering dient een kwalitatieve verbetering, en verduurzaming van de woningvoorraad en een breder aanbod van verschillende woningtypen (senioren, kleine huishoudens, gezinnen, …). Na een zorgvuldige inventarisatie is een verdeling tussen renovatie en herstructurering met sloop en nieuwbouw bepaald. De herstructurering zal gefaseerd uitgevoerd worden. Het is de bedoeling om de identiteit van de wijk zo veel mogelijk te behouden. a ‘t H

6

je ag

e rbe Ee

e ks

Be

ek

2.3 BESTAANDE KWALITEITEN EN AANDACHTSPUNTEN Kloosterstraat

Rozen s tr a a t

Waardevolle groenstructuur Landschappelijke drager (Eerbeekse Beek) Aandacht voor continuïteit / verdwenen bomen

Enkwe g

Stedenbouwkundige drager Rooilijnen met doorgaand karakter

Volmolenweg

Stedenbouwkundig aandachtspunt Aan / uitbouw aan de voorzijde Beeldbepalende bebouwing Waardevolle verbindingen / voetpaden

Zonnebloemstraat

Rooilijn met verspringingen

Jan Mankestraat

Aandachtspunt verkeer / openbare ruimte Wille m de de Mero s tr a a t

traat lka Poe

anders uder S Wetho

tr a mps at

Ste

De woonwijk Oud Eerbeek is gekenmerkt door zijn heldere stedenbouwkundige opzet met voornamelijk rijtjeswoningen en zijn relatief sobere uitstraling. Kenmerkend en waardevol voor de wijk zijn de driehoekige plantsoenen met parkachtige uitstraling. De bomenrij van de Jan Mankestraat als centrale groene as is zeer waardevol maar vraagt aandacht omdat er steeds meer bomen ‘wegvallen’ en de structuur aan karakter verliest. In de wijk zijn er ook waardevolle doorsteekjes voor voetgangers te vinden. Het kruispunt Jan Mankestraat - Enkweg verdient aandacht. Er is veel extra verharding voor een ventweg zonder substantiële parkeercapaciteit. Ook wordt hierdoor de stedenbouwkundige lijn aan de noordelijke zijde van de Jan Mankestraat verstoord.

eek enb

s tr

aat

a ‘t H

7

je ag

e rbe Ee

e ks

Be

ek

3. BESTEMMINGSPLAN

Kloosterstraat

Maximale gootgoogte Maximale nokhoogte

3 7

Zonnebloemstraat

6 10

6 11

Enkwe g

6 10

6 11

Rozen s tr a a t

Vigerend Bestemmingsplan: Woonbestemming met bouwvlak

Volmolenweg

6 10

3 7

4 10

6 9,5

Jan Mankestraat

Wille

6 10

m de

6 10

de Mero s tr a a t

tr a mps at

6 10 Ste

Vigerend bestemmingsplan

traat

lka Poe

anders uder S Wetho

6 10

eek enb

s tr

aat

6 10

De nieuwe bouwvlakken liggen grotendeels binnen de bestaande woonbestemming. De toegestane maximale hoogtes in het vigerende bestemmingsplan nabij de Enkweg / Jan Mankestraat zijn 3 m en 6 m als goothoogte en 7 m en 10 m als nokhoogte. Voor de andere gebieden zijn maximaal 6 m goothoogte en 10 m nokhoogte toegestaan.

a ‘t H

je ag

e rbe Ee

e ks

Be

ek

Ruimtelijkeplannen.nl

8

4. NIEUWE STEDENBOUWKUNDIGE INRICHTING

Enkwe g

Rozen s tr a a t

Kloosterstraat

Zonnebloemstraat

Volmolenweg

Jan Mankestraat

Wille m de de Mero s tr a a t

traat lka Poe

anders uder S Wetho

tr a mps at

Ste

eek enb

s tr

aat

a ‘t H

je ag

e rbe Ee

e ks

Be

ek

OVERZICHT NIEUWE INRICHTING

9

Rozen s tr a a t

Volmolenweg

Zonnebloemstraat

4.1 DETAILBEELD NIEUWE INRICHTING

Jan Mankestraat

Wille

eg

de Mero

kw En

m de s tr a a t

t

tr a a t amps Poelk

traa anders uder S Wetho

r Ee

Ste

eek enb

s tr

e be

k

se

Be

ek

aat

‘t H

aa

gje

0

10

5

10

15

20 m

Rozen s tr a a t

Volmolenweg

Woningtypologieën

4.2 VERDELING TOEGEPASTE WONINGTYPOLOGIEËN

Appartement

3 lagen / 2 lagen met kap

Gezinswoningen

2 lagen met kap 5,40 m x 9,40 m

Zonnebloemstraat

1-2 persoonswoningen 2 lagen met kap 4,80 m x 9,40 m 1-2 persoonswoningen 1 laag met kap 4,80 m x 9,40 m 1-2 persoonswoningen 1 laag met kap 5,40 m x 9,40 m Seniorenwoningen Jan Mankestraat

1 laag met kap 6,60 m x 12,78 m

Wille

eg

de Mero

kw En

m de s tr a a t

t

tr a a t amps Poelk

traa anders uder S Wetho

r Ee

Ste

eek enb

s tr

e be

k

se

Be

ek

aat

‘t H

aa

gje

0

11

5

10

15

20 m

Rozen s tr a a t

Volmolenweg

3 Totaal aantal woningen

4.3 NIEUWE PARKEERVOORZIENINGEN

7

11,2 PP noodzakelijk

Aanwezig:

11 PP (openbaar) 2 PP (op eigen terrein)

Huidige situatie:

86 woningen

Nieuwe situatie:

86 woningen

13 Parkeernorm:

4 9

Zonnebloemstraat

4

7 woningen x 1,6 →

137,6 PP

Parkeerplaatsen openbaar: 119,0 PP Parkeerplaatsen eigen terrein*: 36,0 PP

8 woningen x 1,6 →

12,8 PP noodzakelijk

Aanwezig:

9 PP (openbaar) 4 PP (op eigen terrein)

13

Totaal parkeerplaatsen:

6

2

86 x 1,6

*

155,0 PP

Lange oprit zonder garage (berekenaantal 1 PP)

Jan Mankestraat

4

7 21 kw En eg

Wille

17 woningen x 1,6 →

27,2 PP noodzakelijk

Aanwezig:

21 PP (openbaar) 8 PP (op eigen terrein)

m de

6

29

4

4

de Mero

3

t

traa anders uder S Wetho

20

tr a a t amps Poelk

s tr a a

3 t

7

5 24 PP noodzakelijk

Aanwezig:

30 PP (openbaar) 6 PP (op eigen terrein)

17,6 PP noodzakelijk

Aanwezig:

16 PP (openbaar) 2 PP (op eigen terrein)

18

3

4 15 woningen x 1,6 →

11 woningen x 1,6 →

3 3

36

4 16

3 3

r Ee

4

e be

k

se

Be

ek

3 Ste

3

eek enb

s tr

aat

6

4

2

4

3 5

‘t H

aa

gje

9 4

28 woningen x 1,6 →

44,8 PP noodzakelijk

Aanwezig:

32 PP (openbaar) 14 PP (op eigen terrein)

46

12

0

5

10

15

20 m

4.4 INRICHTING PER DEELGEBIED

ZONNEBLOEMSTRAAT:

Beukmaat: Diepte woning: Bebouwingshoogte:

circa 6,00 m 7,60 m 2 lagen + kap

Nieuwe situatie:

7 woningen

▪ ▪

1 x rijtje van 3 1 x rijtje van 4

Beukmaat / diepte:

A Zonnebloemstraat

1-2 persoonswoningen (1 laag + kap) seniorenwoningen (1 laag + kap)

2 1 4

5,40 m x 9,40 m 4,80 m x 9,40 m 6,60 m x 12,78 m

Enkweg

8 woningen

Zonnebloemstraat

Huidige situatie: ▪ 2 x rijtjes van 3 ▪ 2o1-kap

Enkweg

(1-2 pers) (1-2 pers) (senior)

Parkeren: 7 woningen x 1,6 → Aanwezig:

11,2 PP noodzakelijk 11 PP (openbaar) 2 PP (op eigen terrein)

Jan Mankestraat

13

Bestaande situatie

Kaveloppervlaktes Complex B1

Kaveloppervlaktes Complex A

ENKWEG:

Beukmaat: Diepte woning: Bebouwingshoogte:

circa 7 m (gevarieerd) 5,75 m / 5,90 m 2 lagen + kap

Nieuwe situatie:

8 woningen

2o1-kap 1 x rijtje van 6

1: 2: 3: 4: 5: 6: 7: 8:

9: 10: 11: 12: 13: 14: 15: 16:

A

177,2 m² 168,6 m² 126,6 m² 126,6 m² 126,6 m² 226,6 m² 162,6 m² 158,8 m²

1

2

7 3

5

Enkweg

9 woningen

Zonnebloemstraat

Huidige situatie: ▪ Rijtje van 4 ▪ Rijtje van 3 ▪ 2o1-kap

▪ ▪

4

6

B1

4

gezinswoningen (2 lagen + kap) gecombineerde woningen (2 lagen + kap)

7

9

8 12

Beukmaat / diepte:

4 4

5,40 m x 9,40 m 4,80 m x 9,40 m

9

(gezin) (1-2 pers)

10

11

Parkeren: 8 woningen x 1,6 → Aanwezig:

B1

12,8 PP noodzakelijk 9 PP (openbaar) 4 PP (op eigen terrein)

Jan Mankestraat

13

Nieuwe inrichting

13

13 14 15

16

257,3 m² 140,8 m² 260,9 m² 312,0 m² 140,5 m² 147,7 m² 154,8 m² 282,5 m²

WILLEM DE MERODESTRAAT / ENKWEG: Huidige situatie: ▪ 2 x rijtjes van 4 ▪ Rijtje van 3 ▪ 2o1-kap

13 woningen

Beukmaat: Diepte woning: Bebouwingshoogte:

circa 6 m / 6,50 m / 7 m (gevarieerd) 6 m / 7 m / 7,50 m 2 lagen + kap

Willem de Merodestraat / Enkweg

Nieuwe situatie:

15 woningen

Willem

aat

kw En eg

1-2 persoonswoningen (2 lagen + kap) gezinswoningen (2 lagen + kap) gecombineerde woningen (1 laag + kap)

pstr Poelkam

Jan Mankestraat / Wethouder Sanderstraat

ra a odest

1 x rijtje van 7 1 x rijtje van 4 1 x rijtje van 4

B2

r de Me

▪ ▪ ▪

C

Jan Mankestraat

Kaveloppervlaktes Complex C

t

Beukmaat / diepte:

7 4 2 2

4,80 m x 9,40 m 5,40 m x 9,40 m 4,80 m x 9,40 m 6,60 m x 12,78 m

(1-2 pers) (gezin) (1-2 pers) (senior)

anders uder S o th e W

Parkeren: 15 woningen x 1,6 → Aanwezig:

24 PP noodzakelijk 30 PP (openbaar) 6 PP (op eigen terrein)

St

36

31: 32: 33: 34: 35: 36: 37: 38:

traat

k bee een

s tr

aat

233,5 m² 135,7 m² 132,0 m² 262,6 m² 251,4 m² 132,8 m² 128,3 m² 233,9 m²

Bestaande situatie

JAN MANKESTRAAT / WETHOUDER SANDERSTRAAT: Huidige situatie: ▪ 3 x rijtjes van 4 ▪ 2 x rijtjes van 3

18 woningen

Beukmaat: Diepte woning: Bebouwingshoogte:

circa 6,90 m / 5,90 m (gevarieerd) 7,60 m 2 lagen + kap

C

Jan Mankestraat

31

33

(1-2 pers) (1-2 pers) (senior) (gezin) (1-2 pers)

Parkeren: 17 woningen x 1,6 → Aanwezig:

27,2 PP noodzakelijk 21 PP (openbaar) 8 PP (op eigen terrein)

6

28

19

eg

4,80 m x 9,40 m 5,40 m x 9,40 m 6,60 m x 12,78 m 5,40 m x 9,40 m 4,80 m x 9,40 m

27 18

37

39

38

47 44 43

45

46

41 40

48

29 20

22 21

30 24

23

25

26

a derstra er San d u o th We

t

4 St

29

Nieuwe inrichting

14

ks bee een

42

Kaveloppervlaktes Complex C

t

5 2 4 4 2

17

ra a odest

Beukmaat / diepte:

1-2 persoonswoningen (1 laag + kap) seniorenwoningen (1 laag + kap) gecombineerde woningen (2 lagen + kap)

202,9 m² 120,2 m² 123,9 m² 234,7 m² 286,1 m² 133,6 m² 134,8 m² 136,0 m² 132,3 m² 230,4 m² 20 220,0 m² 130,1 m² 132,8 m² 211,5 m²

r de Me

1 x rijtje van 7 1 x rijtje van 4 2 x rijtjes van 3

17: 18: 19: 20: 21: 22: 23: 24: 25: 26: 27: 28: 29: 30:

Willem

▪ ▪ ▪

17 woningen

kw En

Nieuwe situatie:

35

36

aat

32

21 34

pstr Poelkam

B2

Kaveloppervlaktes Complex B2

tr a

at

39: 40: 41: 42: 43: 44: 45: 46: 47: 48:

263,0 m² 129,8 m² 128,1 m² 292,1 m² 233,5 m² 123,0 m² 228,8 m² 228,7 m² 121,6 m² 228,2 m²

STEENBREEKSTRAAT / POELKAMPSTRAAT: Huidige situatie: Rijtje van 5 4 x rijtjes van 4

Beukmaat: Diepte woning: Bebouwingshoogte:

erstraa r Sand e d u o Weth

circa 6,00 m / 7,00 m 7,60 m / 6,00 m 2 lagen + kap

Nieuwe situatie:

ks bee een

tr a

at

23 woningen

1 x 6 appartementen 1 x rijtje van 5 3 x rijtjes van 4

appartementen 5,40 m x 9,40 m 5,40 m x 9,40 m 4,80 x 9,40 m 6,60 m x 12,78 m

E

(gezin) (1-2 pers) (1-2 pers) (senior)

eg

6 5 4 6 2

senioren/jongeren (3 lagen / 2 lagen + kap) gezinswoningen (2 lagen + kap) gecombineerde woningen (1 laag + kap) kw En

Beukmaat / diepte:

t

Steenbreekstraat / Poelkampstraat

St

▪ ▪ ▪

tr a a t amps Poelk

▪ ▪

21 woningen

Bestaande situatie

Parkeren: 23 woningen x 1,6 → Aanwezig:

36,8 PP noodzakelijk 34 PP (openbaar) 8 PP (op eigen terrein)

70: 258,3 m² 71: 115,5 m² 72: 108,1 m² 73: 108,3 m² 74: 217,3 m² 75: 231,9 m² 76: 131,8 m² 77: 132,1 m² 78: 233,9 m² 79: 221,2 m² 80: 110,9 m² 81: 111,1 m² 82: 119,0 m² 83: 271,6 m² 84: 213,7 m² 85: 141,5 m² 86: 135,3 m² 87: 211,7 m² 88: 220,2 m² 89: 149,9 m² Mogelijke ontwikkeling van (indicatief 90: de groenstrook 161,5 m² 91: 238,2 m²

erstraa r Sand e d u o eth

tr a a t amps Poelk

Beeld in de jaren 70

42

Kaveloppervlaktes Complex E

t

W

84 85 86

3 3

87

3 St

ks bee een

t

t ra a

3

81

3

79

3

78 76 75

73 71 72 70

en afhankelijk van de toekomstige parkeernormen)

kw En eg

Nieuwe inrichting

15

74

77

16

83

88 89

82

80

E

90 91

Kaveloppervlaktes Complex D

WILLEM DE MERODESTRAAT / STEENBEEKSTRAAT: Huidige situatie: ▪ ▪ ▪

17 woningen

Jan Mankestra

2 x rijtjes van 4 Rijtje van 3 3 x 2o1-kap

49

t

20

ra a odest

50 traa anders uder S Wetho

(gezin) (1-2 pers) (1-2 pers) (1-2 pers)

t

268,8 m² 267,0 m² 279,8 m² 282,4 m² 235,0 m² 112,7 m² 109,5 m² 103,2 m² 102,3 m² 101,5 m² 209,3 m² 212,6 m² 106,5 m² 98,8 m² 98,9 m² 210,3 m² 211,4 m² 99,5 m² 99,6 m² 112,0 m² 221,4 m²

traa anders uder S o th e W

kw En eg

5,40 m x 9,40 m 4,80 m x 9,40 m 5,40 m x 9,40 m 4,80 m x 9,40 m

r de Me

4 5 4 3

49: 50: 51: 52: 53: 54: 55: 56: 57: 58: 59: 60: 61: 62: 63: 64: 65: 66: 67: 68: 69:

at

Willem

Beukmaat / diepte:

gecombineerde woningen (2 lagen + kap) gecombineerde woningen (2 lagen + kap) 1-2 persoonswoningen (1 laag + kap) 1-2 persoonswoningen (1 laag + kap)

t

1 x rijtje van 5 1 x rijtje van 4 1 x rijtje van 4 1 x rijtje van 3

eg

16 woningen

kw En

Nieuwe situatie:

ra a odest

circa 6 m / 6,20 m (gevarieerd) 6,80 m / 6,90 m / 7,60 m 2 lagen + kap r de Me Willem

Beukmaat: Diepte woning: Bebouwingshoogte:

▪ ▪ ▪ ▪

Jan Mankestraat

Willem de Merodestraat / Steenbreekstraat Parkeren: 16 woningen x 1,6 → Aanwezig:

25,6 PP noodzakelijk 14 PP (openbaar) 8 PP (op eigen terrein)

Ste

eek enb

s tr

aat St

52

51

22

D

Extra parkeerkoffer van 20 PP voor de wijk in de Willem de Merodestraat

k bee een

D

68 66 67 65 63 61 62

57 58 53

Bestaande situatie

Nieuwe inrichting

16

55 56 54

60 59

aat

2

3

2

9

s tr

64

69

t

BEELDKWALITEIT

17

5. WELSTANDSNOTA GEMEENTE BRUMMEN

In de wijk Oud Eerbeek zijn algemene en gebiedsgerichte welstandscriteria van toepassing.

De gebiedsgerichte criteria hebben betrekking tot de woongebieden met samenhang:

ALGEMENE CRITERIA

GEBIEDSGERICHTE CRITERIA - WOONGEBIEDEN MET SAMENHANG

In dit hoofdstuk worden de algemene welstandscriteria genoemd, die als achtervang fungeren wanneer de reguliere toetsingscriteria onvoldoende houvast bieden. De criteria zijn gebaseerd op de notitie ‘Architectonische kwaliteit, een notitie over architectuurbeleid’, van Prof. ir. Tj. Dijkstra (1985, herzien en opnieuw uitgegeven in 2001). Relatie tussen vorm, gebruik en constructie Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft. Relatie tussen bouwwerk en omgeving Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is. Betekenissen van vormen in sociaal-culturele context Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit.

Evenwicht tussen helderheid en complexiteit Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. Schaal en maatverhoudingen Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. Materiaal, textuur, kleur en licht Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken.

1. KENMERKEN Na de tijd van individueel en kleinschalig bouwen, is het nodig meer woningen in één keer te bouwen en begint de periode van projectmatig opgezette woonwijken. In eerste instantie op kleine schaal, later in de na-oorlogse periode op grotere schaal. Rijtjeswoningen, blokken van vier, maar ook wel hele straten van dezelfde twee-onder-een-kap woningen behoren tot de projectmatige bouw. Gemeenschappelijke kenmerken zijn de evenwijdige plaatsing aan de straat, het bouwen in dezelfde rooilijn, het voorkomen van voor- en achtertuinen, het toepassen van zadelkappen en een eenheid in architectuur, materiaal en kleur van de woningen. Hieronder volgt in chronologische volgorde een beschrijving van de verschillende planmatig ontworpen gebieden. Traditionele blokverkaveling De traditionele blokverkaveling van uitleggebieden uit de jaren ’50, ’60, ’70 wordt gekenmerkt door een eenvoudig patroon van rechte straten met een bestaan veelal uit twee bouwlagen, afgedekt door een zadeldak. De aaneengesloten woningen zijn voorzien van regelmatigheden als schoorstenen, deurluifels en hebben een doorlopende gootlijn. De gevelindeling is duidelijk horizontaal, met grote ramen. Van oorsprong hebben de straten een open straathoek. Hierbij is er een duidelijk onderscheid tussen voor- en zijgevel. Het kleurgebruik bij houten delen, deuren en kozijnen is sterk wisselend.

Huurwoningen hebben vaak een uniform kleurgebruik. Een bijzonder vroeg voorbeeld is de Eerbeekse Enk. Thematische inbreidingen Vanaf de jaren ’90 worden nieuwe woongebieden binnen bestaande kernen gebouwd op stukken grond die vrij komen door verlies van functie (van bijvoorbeeld oude bedrijvigheid). Deze thematische inbreidingen bestaan over het algemeen uit appartementencomplexen en kleine moderne projectmatige bouw en zijn erg divers vormgegeven waarbij de bouwhoogte aan de Stuijvenburchstraat in Eerbeek.

2. AMBITIES Behouden samenhang Deze gebieden worden gekenmerkt door een planmatig ontworpen stedenbouwkundige opzet, een zorgvuldige omgang met de openbare ruimte en een bebouwingsbeeld met een grote gemene deler, zoals herhaling van bouwblokken en bouwstijlen. Waar de traditionele blokverkaveling gewaardeerd wordt door de heldere opzet en de eenheid binnen de bebouwing, zijn de woonerven aantrekkelijk door de grote mate van informele sfeer en de mogelijkheid tot veilig spelen en lopen in de buurt. Het streven van de gemeente is gericht op het handhaven van de karakteristieken en architectuur van deze buurten en het behouden van de gevarieerdheid dan wel eenheid tussen de eenheden. Het gaat ook om de handhaving van de stedenbouwkundige opzet en de compositie van het straatbeeld.

18

3. CRITERIA Situering ▪ Bestaande voorgevelrooilijnen behouden. ▪ Behouden samenhang op bouwblokniveau. ▪ Behouden heldere stedenbouwkundige opzet. Massa en vorm ▪ Bij verbouw, renovatie of aanpassingen aan de woning blijft de hoofdvorm herkenbaar en de samenhang op bouwblokniveau behouden. ▪ Bouwvolumes zijn helder van opzet, waarbij de samenstellende delen steeds herkenbaar zijn. ▪ Bij vervangende nieuwbouw is massa en vorm afgestemd op bebouwingskarakteristiek en de schaal van de bebouwing in omgeving. Gevels ▪ Nieuwbouw afstemmen op bestaande bebouwingskarakteristiek in omgeving. ▪ Gesloten zijgevels grenzend aan de openbare ruimte zijn niet wenselijk. ▪ Behouden herkenbaarheid entree van de woning. ▪ Bij renovatie de oorspronkelijke stijl, gevelopbouw en gevelindeling respecteren. ▪ Behouden samenhang in architectuur per bouwblok of architectonische eenheid. ▪ De toevoegingen per woning zijn ondergeschikt aan de hoofdstructuur en de gevelritmiek van het bouwblok. ▪ Grote ingrepen en veranderingen zijn alleen realiseerbaar per bouwblok, waarbij een nieuwe herkenbare samenhang wordt nagestreefd. Materiaal en kleur ▪ Bij renovatie en verbouw oorspronkelijk kleur- en materiaalgebruik respecteren. ▪ Bij voorkeur gebruik van natuurlijke en/of gebakken materialen met een matte uitstraling. ▪ Bij nieuwbouw is het materiaal- en kleurgebruik in de omgeving uitgangspunt.

▪ Hoofdzakelijk toepassen van bakstenen voor gevels en dakpannen op daken. Detaillering ▪ De detaillering krijgt bij aanpassing, renovatie of nieuwbouw een zelfde mate van aandacht en expressie als die bij de bestaande architectuur en die in de omgeving.

6. BEBOUWING 6.1 BOUWHOOGTE, KAPVOORM EN KAPRICHTING

Rozen s tr a a t

Kloosterstraat

1 laag 1 laag met kap

Enkwe g

2 lagen met kap (relatief flauwe helling) 3 lagen / 2 lagen met kap (steile helling)

Volmolenweg

Zonnebloemstraat

Kaprichting te slopen bebouwing

Mansardedaken

m de

pstraat Poelkam

Wille de Mero s tr a a t

anders uder S Wetho

traat

Zadeldaken haaks op de weg georiënteerd Ste

eek enb

s tr

aat

Bijzondere dakvormen

BESTAAND kw En eg

Het merendeel van de woningen in de wijk Oud Eerbeek bestaat uit bebouwing van 1 laag en 2 lagen met kap. In de omgeving van de herstructureringslocaties is de kapvorm bijna doorgaans een zadeldak met een evenwijdig op de weg georiënteerde kaprichting. Uitzonderingen zijn de mansardedaken van de recent gebouwde rijtjeswoningen aan de Volmolenweg en de haaks op de weg georiënteerde woningen met zadeldaken tussen de Wethouder Sanderstraat, de Enkweg en de Steenbeekstraat. In het zuidoostelijke deel van de wijk hebben woningbouwontwikkelingen plaatsgevonden die afwijkend zijn (zoals hogere bouwhoogte, platte daken, oplopende dakvlakken…). (Zie ook de kaart bebouwingstypologieën op pagina 5)

a ‘t H

19

je ag

e rbe Ee

e ks

Be

ek

Rozen s tr a a t

Kloosterstraat

1 laag met kap 2 lagen met kap

Enkwe g

3 lagen (met kap) Kaprichting nieuwe bebouwing

Volmolenweg

Zonnebloemstraat

Kapvorm nader te bepalen (ontwerpopgave)

m de

pstraat Poelkam

Wille de Mero s tr a a t

anders uder S Wetho

traat

Ste

eek enb

s tr

aat

VARIANT RIJTJES kw En

Appartementen: Gezinswoningen: Één / tweepersoonswoningen: Seniorenwoningen:

eg

De bebouwingshoogtes, kapvorm en kaprichting van de nieuwe woonblokken zijn afgestemd op de directe omgeving: 3 lagen - kapvorm nader te bepalen (passend bij de omgeving) 2 lagen met kap 1 laag met kap / 2 lagen met kap Zadeldak 1 laag met kap

a ‘t H

20

je ag

e rbe Ee

e ks

Be

ek

6.2 ORIËNTATIE, ACCENTEN EN VERBIJZONDERINGEN

Rozen s tr a a t

Kloosterstraat

Stedenbouwkundige hoofdstructuur Rooilijnen met doorgaand karakter

Enkwe g

Rooilijn met (lichte) verspringingen Verbijzondering

Volmolenweg

Bijzonder accent / hoekoriëntatie Versterking bestaande laanstructuur Nieuwe groenstructuur

Zonnebloemstraat

Kopgevel als zichtgevel

Jan Mankestraat

Wille m de de Mero s tr a a

traat lka Poe

t

anders uder S Wetho

tr a mps at

Ste

De vervangende nieuwbouw sluit aan bij de bestaande stedenbouwkundige structuren en versterkt de sfeer van de bestaande wijk. Plaatselijke bijzonderheden worden hierin mee genomen. ▪ Rooilijnen (doorgaand of met verspringingen) ▪ Accenten bij kopgevels als verbetering / versterking van de bestaande structuur ▪ Zonnebloemstraat volgt de bestaande structuur ▪ Bijzondere ontwikkeling met appartementen hoek Poelkampstraat / ‘t Haagje)

eek enb

s tr

aat

a ‘t H

21

je ag

6.3 Architectuur, kleur- en materiaalgebruik Massa en vorm ▪ Tenzij anders aangegeven eenvoudige (rechthoekige) hoofdvorm van de bebouwing in samenhang met de omgeving ▪ Bouwvolumes zijn eenvoudig van opzet ▪ Aandacht voor herkenbare detailleringen / verbijzonderingen in de bestaande situatie (woningen met aanbouw aan de voorzijde) ▪ Nieuwe woningen zijn in massa en vorm afgestemd op aanwezige bebouwingskenmerken

Daken

Antraciet dakpannen (oorspronkelijke bebouwing)

Gevelsteen roodbruin - relatief effen / lichte kleurnuancen

Gevelsteen roodbruin gemêleerd

Oranje dakpannen (oorspronkelijke bebouwing)

Gevelsteen okerbruin gemêleerd - lichte aardetinten

Accenten met donkerbruine stenen

▪ ▪ ▪

▪ ▪

Gevels

In principe zadeldaken evenwijdig op de weg geörienteerd Afwijkende dakvorm bij appartementengebouw Keramische dakpannen (kleur: antraciet en oranje) afgestemd op de voormalige kleur en passend in de omgeving (samenhang op straatniveau) Traditionele of eigentijdse uitstraling Indien van toepassing: zonnepanelen zijn onderdeel van het dakontwerp

22

▪

▪ ▪

De kleur van het metselwerk / de bakstenen (overwegend okertinten tot bruin/rode aardetinten) gaat uit van de onderlinge samenhang per straatbeeld zodat met de gevelkleur de stedenbouwkundige hoofdstructuur wordt versterkt. Herkenbaarheid entree van de woning en aandacht voor kopgevels (geen blinde kopgevels) grenzend aan de openbare ruimte Toevoegingen per woning zijn ondergeschikt aan de hoofdstructuur en de gevelritmiek van het bouwblok

Detaillering De nieuwe detaillering is vooral geïnspireerd vanuit de oorspronkelijke bebouwing om de sfeer, identiteit van de wijk in stand te houden. De details kunnen een eigentijdse vertaling krijgen waarbij verwantschap met de bestaande bebouwing gewenst is. Voorbeelden van typische details zijn: ▪ De uitkragende gemetselde oren in de kopgevel / in de overgang naar de kap ▪ De doorgetrokken schoorstenen in de kopgevel

▪

Typische kopgevel van de oorspronkelijke bebouwing

Detaillering rondom deuren (bestaande bebouwing)

Detaillering rondom deuren

Uitkragende gemetselde oren in de overgang naar de kap

Detaillering boven ramen en deuren (bestaande bebouwing)

Detaillering rondom deuren (nieuwbouw Poelkampstraat)

Rollagen boven raam- en deukozijn: ▪ Streekse boog / hanekam boven de ramen ▪ Segmentboog boven de deuren

▪

Kader / omlijsting van de voordeur en / of ramen ▪ bij sommige typologieën van bestaande bebouwing ▪ Veel voorkomend bij recent voltooide nieuwbouw

Sommige details / bijzonderheden komen alleen plaatselijk voor (zoals aanbouwen aan de voorzijde van de woning).

23

Ondergeschikte bouwdelen / Duurzaamheid Bijgebouwen worden mee ontworpen met de woningen. Zonwering aan de zuidzijde van de woningen door middel van overstekken en / of aan de gevel geïntegreerde pergola’s (al dan niet begroeid) behoren tot de mogelijkheden.

Combinatie pergola / overstek als zonwering

Combinatie pergola / overstek als zonwering (begane grond)

Regenwateropvang voor gebruik in de tuin (regenton)

Combinatie pergola / overstek als zonwering (2 lagen)

24

Mee ontworpen bijgebouwen (mogelijk begroeid)

Rijtjeswoningen met 1 laag + kap Rijtjeswoningen met 1 laag + kap zijn de meest voorkomende woningtypes en liggen verspreid in het herstructureringsgebied. Het gaat om woningen voor 1-2 personen en woningen voor senioren (met aanbouw aan de achterzijde).

▪

▪

▪

Typische doorgetrokken schoorsteen zoals bij de oorspronkelijke bebouwing

Uitstraling afstemmen op de bestaande bebouwing in de omgeving: ▪ Verwantschap met de bestaande typologieën ▪ Herkenbaarheid van typische bouwelementen / detailleringen terug laten komen ▪ Enige variatie / nuancering is mogelijk ▪ Relatief ingetogen uitstraling Daken evenwijdig aan de weg: ▪ Zadeldaken ▪ Mansardekap incidenteel mogelijk (niet langs de stedenbouwkundige hoofdstructuur) ▪ Aandacht voor de doorgetrokken schoorsteen in de kopgevel Gevels uit baksteen met okertinten tot bruinrode aardetinten

Ingetogen uitstraling en aandacht voor herkenbare bebouwingselementen

Referentiebeelden

Mee ontworpen dakkapellen

Mee ontworpen (doorgetrokken) dakkapellen

Nieuwe rijtjeswoningen passend in de omgeving

Aandacht voor de kopgevel georiënteerd op de openbare ruimte

25

Referentiebeelden ▪

Rijtjeswoningen met markering / kleuraccent bij de voordeuren

Nieuwe rijtjeswoningen aan de Kloosterstraat

Mansardekap als afwijkende dakvorm Verdeling zonnepanelen moet beter

Nieuwe rijtjeswoningen aan de Volmolenweg

Aardetinten en accenten in het metselwerk

26

Rijtjeswoningen met 2 lagen + kap Rijtjeswoningen met 2 lagen + kap komen verspreid voor in het herstructureringsgebied. Het gaat om woningen voor gezinnen en woningen voor 1-2 personen (met smallere beukmaat). In uitstraling, kleurstellingen en materialisering sluiten deze woningen aan bij de rijtjeswoningen met 1 laag + kap.

▪

▪

▪

Aanzicht afstemmen op de bestaande bebouwing in de omgeving: ▪ Verwantschap met de bestaande typologieën ▪ Herkenbaarheid van typische bouwelementen / detailleringen terug laten komen ▪ Enige variatie / nuancering is mogelijk ▪ Relatief ingetogen uitstraling Daken evenwijdig aan de weg: ▪ Zadeldaken ▪ Mansardekap incidenteel mogelijk (niet langs de stedenbouwkundige hoofdstructuur) ▪ Aandacht voor de doorgetrokken schoorsteen in de kopgevel Gevels uit baksteen met okertinten tot bruinrode aardetinten

Rijtjeswoningen met subtiele detailleringen rondom ramen en deuren

Referentiebeelden

Verdeling zonnepanelen moet beter

Nieuwe rijtjeswoningen aan de Poelkampstraat

Mee ontworpen zonnepanelen, hoekaccent en eenvoedige detailleringen rondom ramen en deuren

27

Appartementen Het appartementengebouw grenst aan het landsschapspark van de Eerbeekse Beek. Het gaat om een kleinschalig appartementengebouw met 6 woningen voor senioren en / of jongeren. In de directe omgeving (oostelijke punt aan ‘t Haagje) is vanaf 2010 een wooncomplex met ‘organische’ rijtjeswoningen en een appartenmentengebouw gerealiseerd met een afwijkend karakter ten aanzien van de bestaande wijk. Het nieuwe appartementengebouw zal een transitie vormen tussen de bestaande wijk en het wooncomplex of het wooncomplex versterken / voltooien.

▪

▪ ▪

Twee mogelijke ontwikkelingsrichtingen

Aanzicht afstemmen op de bestaande bebouwing in de omgeving: ▪ Uitstraling van een eenvoudige stadsvilla in aansluiting bij de wijk of ▪ Rationele / geometrische uitstraling in aansluiting bij het bestaande wooncomplex Kapvorm is specifiek ontwerpvraag Gevels uit baksteen met okertinten tot bruinrode aardetinten

Aansluiting bij de bestaande wijk

Afronding van het wooncomplex als een ensemble

Referentiebeelden Bijzondere dakvorm

Appartementengebouw in groene setting met gelaagde hoogteopbouw (terrassen en balkons) en plat dak

Bestaand appartementengebouw met ‘industrieel karakter’ aan ‘t Haagje oostelijk van het plangebied

28

7. OPENBAAR GEBIED 7.1 Verkeer en ontsluiting

Parkerplaatsen aan de weg (haaks en langs) Parkeerkoffer (rijvlak)

Enkwe g

Voetpaden (trottoir en achterpaden)

Rozen s tr a a t

Ontsluitingsweg (bestaand)

Zonnebloemstraat

Kloosterstraat

Parkeerkoffer (parkeerplaatsen)

Volmolenweg

6,00 m

6,00 m

5,55 m

Jan Mankestraat

s tr a a t

5,6

eek enb

s tr

aat

5m

est rod Me de

Ste

5,

ander uder S Wetho

lem Wil

5,5

t

kw En

ra a

eg

Tijdens herstructureringswerkzaamheden zijn in de afgelopen 10 jaar voor rijbanen nieuwe klinkers toegepast. Kruispunten zijn verhoogd aangelegd (verkeersplateaus) en gemarkeerd om de snelheid van het verkeer te verminderen. In principe blijven de bestaande ontsluitingswegen (en klinkers) behouden. Een aanpassing van de verkeersstructuur is aan de Enkweg voorgenomen. Om de Jan Mankestraat als stedenbouwkundige hoofdstructuur te benadrukken en zo min mogelijk verharding na te streven wordt een ventweg / parallelstraat aan de Enkweg opgeheven. De nieuwe parkeerkoffers tussen de woonblokken worden met nieuwe straatstenen aangelegd. De parkeerplaatsen haaks / langs de weg worden passend bij de straat / weg (in een donkerder tint) aangelegd. Parkeerplaatsen zullen van (voldoende) laadpalen voorzien zijn. Voedpaden (trottoirs en achterpaden) worden met nieuwe tegels bestraat.

pstraat m Poelkam 50

4,60 m

0m

5,60 m

5,6

a ‘t H

29

je ag

e rbe Ee

e ks

Be

ek

0m

Ontsluitingswegen

Parkeren

Trottoirs en achterpaden

De bestaande ontsluitingswegen hebben verschillende breedtes en variëren in de omgeving van de complexen van circa 4,50 m tot 6,00 m. Bijna alle wegen zijn bestraat met gebakken rode / paarse klinkers in Waalformaat. Het merendeel van de kruispunten is verhoogd aangelegd (plateau) en bestraat uit gekleurde klinkers (meestal van beton). Bij herbestrating zo veel mogelijk gebruik maken van de bestaande stenen.

In de bestaande situatie wordt veelal langs de rijbanen geparkeerd. Haaks parkeren en langs parkeren in de nieuwe inrichting gaat afhankelijk van de breedte en drukte van de ontsluitingsweg uit van in een open bestrating van donkerrode / paarse straatstenen.

Bestaande trottoirs zijn relatief smal. Afhankelijk van de ontsluitingsweg varieert de breedte van 1,20 m tot 2,00 m. Voetpaden zijn over het algemeen bestraat met (nieuwe) betonnen tegels en van de rijbaan gescheiden door een 10 cm brede betonnen kantsteen. De nieuwe trottoirs en achterpaden zijn minimaal 1,60 m breed (en sluiten aan op de bestaande trottoirs). De hoeken van de achterpaden zijn afgeschuind uitgevoerd (betere sociale veiligheid).

De parkeerkoffers tussen de woonblokken worden gerealiseerd met grasbetonstenen voor de opstelplaatsen en grijze betonstenen voor het rijvlak.

Aandacht voor verzamelplaatsen containers

Oorspronkelijke klinkerbestrating

Parkeerkoffer - opstelplaats

Oorspronkelijk trottoir

Verhoogd plateau kruispunt met gele betonstenen

Parkeerkoffer - rijvlak

Verhoogd kruispunt met licht grijze betonstenen

Rijbaan: klinkerbestrating / parkeerstrook: paarse betonstenen

30

Nieuw aangelegd trottoir met betontegels

7.2 Groenstructuur

Rozen s tr a a t

Kloosterstraat

Landschapsstrook Eerbeekse Beek (bestaand) Tuinen (privé)

Nieuwe bomen (verschillende soorten) Nieuwe bomen (zuilvorm)

Zonnebloemstraat

Nieuw openbaar groen (berm / boomspiegel)

Enkwe g

Nieuwe hagen aan de voorzijde

Volmolenweg

Nieuw plantsoen met aandacht voor sociale contacten, biodiversiteit, boomgaard, wateropvang en spelen Belangrijke loopverbinding Jan Mankestraat

eg

r de Me

kw En

Willem t

lka Poe

ra a odest

traat

tr a mps

anders uder S Wetho

at

Ste

Het nieuwe plan gaat uit van een versterking van de bestaande groenstructuur in de wijk. Bij de herinrichting van plantsoenen en groenstroken gaat de aandacht uit naar: ▪ Opwaardering van de bestaande landschapsstrook van de Eerbeekse Beek ▪ Groen aanzicht met natuurlijke uitstraling in tegenstelling tot de strakke stedenbouwkundige structuur (groene voortuinen afgezet met lage hagen) ▪ Veel bomen en een groene uitstraling van de wijk ▪ Plekken om regenwater op te vangen / laten infiltreren ▪ Aantrekkelijke beplanting voor meer biodiversiteit (kleur- en geurrijke delen met kruiden en vaste planten) ▪ Kwalitatief verblijfsgroen / plantsoenen met speelaanleidingen, zitmogelijkheden en mogelijkheden voor sociale contacten

eek enb

s tr

aat

a ‘t H

31

je ag

e rbe Ee

e ks

Be

ek

Landschapsstrook Eerbeekse Beek

(Laan)bomen langs de weg

Herinrichting nader te bepalen.

Jan Mankestraat In de rij laanbomen aan de Jan Mankestraat staan haagbeuken (Carpinus betulus ‘Fastigiata’) en enkele gewone esdoorns met rode bladeren (Acer pseudoplatanus ‘Atropurpureum’). Het is de belangrijkste laanstructuur van de wijk. Sommige bomen zijn in de afgelopen jaren bomen gekapt. Deze zullen worden aangevuld.

Combinatie van water en bomen heeft in de zomer een verkoelende werking op de wijk. Het verlengen van de landschapsstrook met meer ruimte voor de beek en de aanplant van bomen vergroot dit positieve effect op de leefkwaliteit in de wijk.

Grotere plantsoenen Behoud van de plantsoenen met grasvelden, speelvoorzieningen en verspreid staande bomen (solitair en in groepen) is van essentieel belang voor de leefbaarheid en identiteit van de wijk. Met name de bomen zorgen voor balans tussen gebouwde omgeving en groene structuren en door schaduwwerking in de zomer voor een beter microklimaat. In de bestaande situatie zijn bomen van veel verschillende soorten aanwezig. In het nieuwe plan worden enkele bomen geplant waar deze in de afgelopen jaren zijn verdwenen. Mogelijke boomsoorten zijn: ▪ Zomereik ▪ Beuk ▪ Linde ▪ Esdoorns (verschillende soorten) ▪ Paardenkastanje ▪ Fruitbomen in een boomgaard

De bestaande bomen in de wijk verschillen in omvang / leeftijd, kleur van het blad, algemene verschijning en vitaliteit. Hierdoor zullen in de toekomst geleidelijk bomen moeten worden vervangen. Er wordt geadviseerd om verschillende soorten bomen te planten zodat de diversiteit een kenmerk van de wijk behouden blijft. Voorbeelden zijn: ▪ Veldesdoorn ▪ Gewone esdoorn ▪ Noorse esdoorn ▪ Zilveresdoorn ▪ Iep ▪ Haagbeuk ▪ Linde ▪ Zoete kers ▪ Berken

Enkweg De noord-zuid gerichte Enkweg is begeleid met laanbomen in zuilvorm (Zuileik). Bij de nieuwe aanplant langs de Enkweg (ter hoogte van het kruispunt met de Jan Mankestraat) worden de volgende zuilbomen geadviseerd: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Zuileik Italiaanse populier Zuiliep Zuilvormige amberboom Zuilesdoorn

Door accenten in het reliëf aan te brengen (in grondbalans) kan regenwater infiltreren. Om de ruimtelijke beleving van de grotere plantsoenen te verhogen zouden in de randen enkele clusters met heesters / heestervakken aangelegd kunnen worden. In combinatie met vaste planten / bloeiende planten wordt ook de biodiversiteit verbeterd.

Bestaande bomenrij in zuilvorm aan de Enkweg

Plantsoen aan de Zonnebloemstraat

Laanbomen / bomenrij aan de Jan Mankestraat

32

Fruitbomen in een boomgaard

Overgangen tussen privé en openbaar De overgang tussen openbaar gebied en tuin (erfafscheiding aan de voor- en zijkant) wordt uitgevoerd als haag: ▪ Liguster ▪ Haagbeuk ▪ Schuttingen / hekwerk met klimop zijn alleen in de achtertuin toegestaan Om verstening in de wijk tegen te gaan is het waardevol om de achtertuinen groen in te richten, de verharding te minimaliseren en richtlijnen aan huurders mee te geven.

Lage haagbeukenhaag aan de voorkant

Lage ligusterhaag aan de voorkant

Overgang van lage haag aan de voorkant naar hoge haag aan de achterzijde (grenzend aan het openbaar gebied)

Hekwerk met klimop (achterzijde / achterpad)

33

Hekwerk met klimop (achterzijde / achterpad)

Kleinschalige plantsoenen Kleinere groenstroken zijn belangrijk voor de identiteit van de wijk zoals de smalle grasstroken / bermen met de laanbomen langs wegen (vooral langs de Jan Mankestraat). Sommige plantsoenen zijn - al dan niet gedeeltelijk - toe aan een herinrichting met aandacht voor aantrekkelijke beplanting voor meer biodiversiteit (kleur- en geurrijke delen met kruiden en vaste planten), regenwaterinfiltratie gecombineerd met kleinschalige speelplekken en zitgelegenheden (zie voorbeeld aan de Volmolenweg). Aandacht voor biodiversiteit / insecten Heestervakken worden door de bewoners als ‘saai / onbruikbaar / barrière waar zwerfvuil zich verzameld’ ervaren. Eenvoudige grasbermen en / of groenstroken (al dan niet toegankelijk) met meer variatie aan heesters, bloeiende struiken en vaste planten zouden uitkomst bieden.

Geen ontoegankelijke heestervakken met blokbeplanting

Recente herinrichting plantsoentje aan de Volmolenweg

Aandacht voor kleur en biodiversiteit - bloeiende planten

Recente herinrichting plantsoentje aan de Volmolenweg

Recente herinrichting plantsoentje aan de Volmolenweg

Aandacht voor kleur en biodiversiteit - bloeiende planten

34

Speelvoorzieningen Variatie bij de (her)inrichting van speelplekken. Hierbij kunnen meerdere functies gecombineerd worden zoals regenwaterinfiltratie en speelplekken. Speelplekken hebben een ingetogen en natuurlijke uitstraling, speeltoestellen (bij voorkeur hout) zijn meer speelaanleiding dan toestel en prikkelen de fantasie en het bewegen van kinderen. In de plantsoenen worden op enkele plekken ook zitgelegenheden ingericht (ook hier is dubbel gebruik mogelijk)

Regenwateropvang en spelen

Ingetogen speeltoestellen

Zitmogelijkheden / pleisterplekjes

Speelaanleiding

Speelaanleidingen

Speelaanleidingen en / of zitgelegenheid

35

8. PRINCIPEPROFIELEN

Enkwe g

Kloosterstraat

Volmolenweg

B

A

Jan Mankestraat

A

B

Willem r de Me

D

C

t

traat

tr a mps

anders uder S Wetho

lka Poe

ra a odest

at

Ste

eek enb

s tr

aat

C

D

a ‘t H

36

je ag

e rbe Ee

e ks

Be

ek

STRAATPROFIEL A - A

ENKWEG

Bestaande situatie

Nieuwe situatie

37

STRAATPROFIEL B - B

JAN MANKESTRAAT

Bestaande situatie

Nieuwe situatie

38

STRAATPROFIEL C - C

STEENBREEKSTRAAT

Bestaande situatie

Nieuwe situatie

39

STRAATPROFIEL D - D

WILLEM DE MERODESTRAAT

Bestaande situatie

Nieuwe situatie

40

Quick scan omgevingsveiligheid aan:

Veluwonen

van:

SAB adviseurs

projectnummer:

230431

datum:

16 september 2025

betreft:

Vernieuwing woonwijk Oud Eerbeek, Eerbeek

Inleiding Veluwonen is voornemens om de wijk Oud Eerbeek, gelegen in het zuiden van de kern Eerbeek, te gaan vernieuwen. Een deel van de woningen zal worden gerenoveerd, maar voor 86 woningen geldt dat deze zullen worden gesloopt. Ter vervanging wordt een gelijk aantal woningen in verschillende typologieën gerealiseerd. Hierbij worden onder meer ook nieuwe parkeer- en groenvoorzieningen gerealiseerd. De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in risicovolle activiteiten die van invloed kunnen zijn op het aspect omgevingsveiligheid. Er wordt met deze ontwikkeling geen kwetsbare gebouwen toegevoegd doordat het aantal woningen gelijk blijft. Wel dient de ontwikkeling te worden getoetst aan de nieuwe standaarden en begrippen die uit de Omgevingswet voortvloeien. Deze memo gaat in op het aspect omgevingsveiligheid met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling. Navolgende afbeelding toont de begrenzing van het besluitgebied.

1 / 32

Besluitgebied (globaal rood omlijnd) ten opzichte van de directe omgeving (bron: pdok.nl).

Wettelijk kader Algemeen In paragraaf 5.1.2.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de algemene bepalingen met betrekking tot het waarborgen van de veiligheid opgenomen. Hieruit volgt dat in een omgevingsplan voor risico’s van branden, rampen en crises, rekening wordt gehouden met het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan, de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen en de geneeskundige hulpverlening. De Omgevingswet en het gemoderniseerde omgevingsveiligheidsbeleid bieden ruimte voor het bevoegd gezag om binnen kaders eigen afwegingen te maken over de kwaliteit en bescherming van de fysieke leefomgeving. Centraal hierin staat het doel om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te bewerkstelligen. Het omgevingsveiligheidsbeleid is gericht op de beperking en/of beheersing van de risico's voor de omgeving vanwege gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen en het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor of buisleidingen. Het uitgangspunt van het beleid is dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving 2 / 32

mogen rekenen op een minimaal beschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers (groepsrisico) worden afgewogen en afgewogen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen het aandachtsgebied van een risicobron.

Gevoelige functies Paragraaf 5.1.2.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is onder artikel 5.3 het toepassingsbereik opgenomen. De wetgever maakt in het kader van omgevingsveiligheid onderscheid tussen zogenaamde (beperkt/zeer) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties. Deze functies zijn opgenomen in bijlage VI van het Bkl. Tevens zijn de kwetsbare functies opgenomen als bijlage bij voorliggende quick scan. Op locaties waar zeer kwetsbare gebouwen worden toegelaten dient de gemeente het brand- en explosieaandachtsgebied aan te wijzen in het omgevingsplan als voorschriftengebied. Binnen deze voorschriften gebieden gelden extra bouwvoorschriften conform het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) artikel 4.90 t/m 4.96. In bijlage 1 wordt de lijst van de (zeer) kwetsbare gebouwen en locaties opgenomen.

Veiligheid rond milieubelastende activiteiten In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn de instructieregels met betrekking tot veiligheid rond opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines vastgelegd. Deze activiteiten zijn terug te vinden in Bijlage VII van het Bkl en zijn hieronder samengevat. Risicovolle activiteiten Bedrijven kunnen risicovolle activiteiten uitvoeren op hun terrein. Deze activiteiten zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voorbeelden hiervan zijn koelinstallaties met gevaarlijke stoffen, opslag van gevaarlijke gassen, vloeistoffen of stoffen in verpakking. Het Besluit activiteiten leefomgeving is voor bevoegd gezag het wettelijk kader voor vergunningverlening en overige besluiten voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Doel is daarbij te voorkomen dat mens of milieu gevaarlopen door de gevaarlijke stoffen. Aanvullend zijn voor opslag van vuurwerk, LPG, ontplofbare stoffen voor 3 / 32

civiel en militair gebruik, veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle activiteiten moeten worden aangehouden. Transport van gevaarlijke stoffen Buisleiding

Bij het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen gaat het in de meeste situaties om het transport van gas door hogedruk aardgasleidingen. Andere stoffen, zoals bijvoorbeeld waterstof, zijn in aanzienlijk mindere hoeveelheid verspreid in Nederland. Het voor buisleidingen geldende toetsingskader is opgenomen in het Bkl (artikel 5.18 en 5.19 en bijlage VII D.2). Het brandaandachtsgebied wordt bepaald door de situatie die de grootste afstand geeft tot de 10 kW/m2-contour. Dit is afhankelijk van het type gas, de diameter van de buisleiding en de werkdrug van het gas in de buisleiding. Weg, water en spoor

Het toetsingskader voor de omgeving van de transportassen over weg, water en spoor is vastgelegd in het Bkl (Bijlage VII C). Hierin zijn normen opgenomen en in combinatie met de Regeling Basisnet vormt dit het kader voor de routes die gebruikt mogen worden voor transport van gevaarlijke stoffen door Nederland. Ook zijn de brand- en explosieaandachtsgebieden hierin vastgelegd. Luchtvaart Voor de omgevingsveiligheid van luchthavens is de Wet luchtvaart het toetsingskader. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen militaire luchthavens, Schiphol en overige burgerluchthavens. Voor militaire luchthavens geldt het Besluit militaire luchthavens, voor Schiphol is het Luchthavenindelingsbesluit en het luchthavenverkeersbesluit het geldende toetsingskader en voor overige burgerluchthavens geldt het Besluit Burgerluchthavens. Windturbines De regelgeving voor windturbines is vooralsnog beperkt, in het Besluit activiteiten leefomgeving zijn kaders opgenomen voor het in werking hebben van een windturbine met betrekking tot onderhoud en reparaties, daarnaast is een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico opgenomen. Het toetsingskader is in het Bkl (Bijlage VII D.1 en E.1) opgenomen.

De afweging van het groepsrisico wordt primair uitgevoerd door middel van het Handboek Risicozonering Windturbines waarin informatie over bijvoorbeeld mastbreuk of afbreken van een turbineblad of gondel is opgenomen. 4 / 32

Risicoaspecten Voor zowel de handelingen met gevaarlijke stoffen bij bedrijven als het transport van gevaarlijke stoffen zijn drie aspecten van belang, het plaatsgebonden risico (PR), aandachtsgebieden en het groepsrisico (GR). Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Bij het beoordelen van gevaarlijke locaties wordt uitgegaan van een basisnorm: het risico om te overlijden aan een ongeluk met een gevaarlijke stof mag voor omwonenden niet hoger zijn dan 1 op de miljoen per jaar. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Navolgende figuur geeft de PR-contouren schematisch weer.

Schematische weergave risicobron met plaatsgebonden risicocontour.

Binnen de 10-6/jaar contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties geldt de 10-6/jaar contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

5 / 32

Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn er voor brand (warmtestraling), explosie (overdruk) en gifwolk (concentratie giftige stoffen in de lucht). Navolgende figuur geeft de aandachtsgebieden en hun reikwijdte schematisch weer.

Schematische weergave aandachtsgebieden en hun reikwijdte.

Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden aangewezen of zijn deze afstanden te berekenen. De drie aandachtsgebieden worden in de navolgende paragrafen toegelicht. In een brandaandachtsgebied is de berekende warmtestraling, als gevolg van een brand met gevaarlijke stoffen groter dan of gelijk aan 10 kW/m 2 (Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 5.12, lid 1). In de geldende regelgeving zijn er voor het brandaandachtsgebied vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden specifiek te berekenen. In het explosieaandachtsgebied is de berekende overdruk, als gevolg van een explosie van gevaarlijke stoffen, gelijk aan of hoger dan 10 kPa (0,1 bar). In de geldende regelgeving zijn er voor het explosieaandachtsgebied 6 / 32

vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden specifiek te berekenen. Een gifwolkaandachtsgebied is het gebied waarbinnen de concentratie giftige stoffen binnenshuis groter is dan de Levensbedreigende Waarde bij 30 minuten blootstelling (LBW3). Bij ruimtelijke ontwikkelingen, niet zijnde vergunningen ten behoeve van milieubelastende activiteiten, geldt een beleidsmatige afkapgrens van 1,5 km. Binnen dit gebied dient rekening gehouden te worden met het groepsrisico als gevolg van een gifwolk (Bkl artikel 5.12, lid 4). Beleidsmatig geldt voor het gifwolkaandachtsgebied van het Basisnet 300 meter. Voorschriftengebieden Op basis van artikel 5.14 Bkl besluit de gemeente of een (deel van het) brand- of explosieaandachtsgebied in het omgevingsplan wordt aangewezen als brand- of explosievoorschriftengebied. Binnen voorschriftengebieden gelden aanvullende brand- of explosiewerende bouweisen (of daaraan gelijkwaardige maatregelen) voor nieuw te bouwen (zeer kwetsbare) gebouwen. Dit geldt ook wanneer het aandachtsgebied in een risicogebied ligt. De aanvullende bouweisen die toegepast moeten worden bij nieuwbouw binnen het voorschriftengebied zijn opgenomen in de artikelen 4.90 tot en met 4.96 van het Bbl. Groepsrisico (GR) In artikel 5.15 van het Bkl zijn de instructieregels voor externe veiligheidsrisico’s binnen aandachtsgebieden opgenomen. Dit betreft het groepsrisico.

In een omgevingsplan wordt voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een brandaandachtsgebied rekening gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit.

7 / 32

Afweging inrichting fysieke leefomgeving Uit het eerste lid van artikel 5.15 Bkl volgt dat in een omgevingsplan voor (beperkt/zeer) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locatie binnen een brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebied ‘rekening moet worden gehouden met’ de kans op overlijden van een groep van 10 of meer personen per jaar als een rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit met externe veiligheidsrisico’s. Bevoegd gezag kan de volgende stappen nemen om het groepsrisico te verantwoorden: 1. Afstand houden van het aandachtsgebied. Nieuwe bebouwing en locaties worden niet binnen een aandachtsgebied van bestaande of beoogde risicovolle activiteiten toegestaan. Indien hiervoor wordt gekozen zijn geen verdere beschermingsmaatregelen noodzakelijk. 2. Waarderen van bestaande bescherming. Het uitgangspunt van het Bkl is dat de basisvoorzieningen op orde zijn. Voorbeelden hiervan zijn veiligheidsnormen voor infrastructuur, materiaal en organisatie, het plaatsgebonden risico en de organisatie van hulpdiensten en risicocommunicatie. 3. Overwegen van aanvullende maatregelen. De volgende aanvullende maatregelen kunnen worden overwogen: afstand houden binnen het aandachtsgebied, aanvullende risicocommunicatie, beperken personendichtheden, vlucht- en schuilmogelijkheden, omgevingsmaatregelen en aanvullende bouwmaatregelen.

8 / 32

Aanwijzen onderzoeksgebied Uitgaande van de voorgaande wettelijke kaders is de beleidsmatige afkapgrens van 1,5 kilometer voor het gifwolkaandachtsgebied bij ruimtelijke ontwikkelingen de maximale zone waarbinnen risicobronnen dienen te worden meegenomen in de omgeving van een ontwikkellocatie. In dit onderzoek wordt derhalve stilgestaan bij alle risicobronnen in een straal van 1,5 kilometer vanaf de ontwikkellocatie. De navolgende afbeelding bevat een fragment van de digitale risicokaart. De globale ligging van de ontwikkellocatie is globaal lichtblauw aangeduid, de 1,5 kilometer grens is in donkerblauw aangeduid. De afstand is gemeten vanuit het centrum van de ontwikkellocatie.

[1]

[8]

[7]

[11] [2] [10] [3]

[9] [5]

[4]

[6]

Digitale risicokaart met globaal de ontwikkellocatie (lichtblauwe cirkel) bron: Portaal Atlas Veiligheid

9 / 32

[1]; [2] en [3] Aardgasstations; [4]

Veco B.V;

[5]

Zwembad Coldenhove;

[6]

Neenah Coldenhove B.V.;

[7]

Buisleiding N-559-05;

[8]

Buisleiding N-559-28 (loopt van noord naar zuid op de afbeelding);

[9]

Buisleiding N-559-17;

[10]

Buisleiding N-559-19;

[11] Door het mogelijk transport van gevaarlijke stoffen is de provinciale weg N786 ook meegenomen in de analyse. Risicovolle inrichtingen Binnen een straal van 1,5 kilometer zijn risicovolle inrichtingen gevestigd. Risicovolle inrichtingen op basis van de risicokaart

Inrichting

Installatie

Plaatsgebonden

Aandachtsgebied

risico PR10-6 [1]; [2] en [3]

Afstand tot ontwikkellocatie

Gasverdeelstation

n.v.t.

n.v.t.

 300 meter

Opslagtanks

n.v.t.

1.500 (gifwolk)

 800 meter

Opslagtanks

n.v.t.

n.v.t.

 800 meter

Vulpunt

± 35 meter

60 meter (brand)

 1.300 meter

Gasverdeelstation [4] Veco B.V. [5] Zwembad Coldenhove B.V. [6] Opslag en afleverzuilen LPG bij Neenah Coldenhove B.V.

160 meter (explosie) LPG-reservoir

± 25 meter

60 meter (brand) 160 meter (explosie)

LPG-

± 15 meter

afleverinstallatie

60 meter (brand) 160 meter (explosie)

10 / 32

Geconcludeerd wordt dat de ontwikkellocatie voor bijna alle risicovolle inrichtingen ruim buiten de aandachtsgebieden vallen. Dit is echter niet het geval ten aanzien van Veco B.V. De ontwikkellocatie bevindt zich binnen het gifwolkaandachtsgebied van dit bedrijf. Er bestaat basisbescherming vanuit het Bbl (art. 4.124 4e). Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel dient de inrichting van de fysieke leefomgeving en de beperking van het groepsrisico te worden afgewogen. Buisleidingen Er zijn relevante buisleidingen bekend in de omgeving van de ontwikkellocatie. Navolgende tabel geeft de kenmerken weer. Buisleidingen op basis van de risicokaart Gasleiding

Uitwendige

Werkdruk

diameter

Brandaandachtsgebied

Ontwikkellocatie

1%-letaliteitszone

binnen aandachtsgebied

[7] Buisleiding

114,3 mm

40,00 bar

 45 meter

 0 meter

168,3 mm

40,00 bar

 70 meter

 270 meter

114,3 mm

40,00 bar

 45 meter

 340 meter

168,3 mm

40,00 bar

 70 meter

 300 meter

N-559-05 [8] Buisleiding N-559-28 [9] Buisleiding N-559-17 [10] Buisleiding N-559-17

De analyse laat zien dat de ontwikkellocatie binnen het aandachtsgebied van een buisleiding ligt. Het groepsrisico neemt niet toe, doordat het aantal woningen niet toeneemt in het brandaandachtsgebied. Daarnaast wordt uitgegaan dat de oriëntatie waarde zowel in de huidige als in de toekomstige situatie niet wordt overschreden. Nadere beschouwing is noodzakelijk in de vorm van afweging van de inrichting van de fysieke leefomgeving en de beperking van het groepsrisico. De zone van de ontwikkellocatie die in het aandachtsgebied valt, betreft grotendeels de woningen aan de Wethouder Sandersstraat en aan de Steenbeekstraat. De navolgende kaart geeft de situatie weer

11 / 32

Gele deelgebieden en de toekomstige aldaar geprojecteerde woningen van het besluitgebied verdienen extra bescherming tegen brand (zie hoofdstuk fysieke leefomgeving en risico’s). Het brandaandachtsgebied is rood gearceerd weergegeven. Bron: Portaal Atlas Veiligheid Bewerking SAB

Voor de bovenstaande buisleiding is geen PR10-6-contour van toepassing. Vaarroutes Binnen een straal van 1,5 kilometer van de ontwikkellocatie bevinden zich geen risicobronnen in de vorm van vaarroutes. Een nadere beschouwing naar vaarroutes is dan ook niet noodzakelijk. Dit type risicobron vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.

12 / 32

Transport over spoor Binnen een straal van 1,5 kilometer van de ontwikkellocatie bevinden zich geen risicobronnen in de vorm van spoorroutes in de Basisnet. De nabijgelegen spoorlijn Dieren-Amersfoort betreft een toeristische spoorlijn zonder transport van gevaarlijke stoffen. Een nadere beschouwing naar spoorwegen is dan ook niet noodzakelijk. Dit type risicobron vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling. Transport over weg Er zijn in de buurt van de ontwikkellocatie geen wegen die onder de Basisnet vallen. Echter is een provinciale weg aanwezig. De N786 maakt niet deel uit van de lijst niet-aangewezen provinciale wegen of gedeelten daarvan in Gelderlang voor de routering gevaarlijke stoffen. Daarmee mogen gevaarlijke stoffen worden getransporteerd over de nabijgelegen provinciale weg. De meest relevante stoffen over de provinciale wegen zijn LPG en propaan. Navolgende tabel geeft de situatie weer. [11] Provinciale weg N786 Stofcategorie

Aandachtsgebied (meter)

Ontwikkellocatie binnen aandachtsgebied?

GF3

30 (brand), 200 (explosie)

Nee

Luchtvaart In de nabijheid van de ontwikkellocatie bevindt zich geen relevante luchthaven. Een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Windturbines In de nabijheid van de ontwikkellocatie bevindt zich geen relevante windturbine. Een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.

13 / 32

Samenvatting risicoanalyse In voorliggend rapportdeel worden de potentiële risicobronnen beschouwd voor wat betreft het aspect omgevingsveiligheid. Uit de inventarisatie van nabije risicobronnen blijkt het volgende: − De ontwikkellocatie bevindt zich volledig in het gifwolkaandachtsgebied van de Seveso-inrichting Veco B.V. − De ontwikkellocatie bevindt zich deels in het brandaandachtsgebied van de buisleiding N-559-05; − De ontwikkellocatie bevindt zich niet in plaatsgebonden risico 10-6-contouren of aandachtsgebieden van overige risicobronnen. De navolgende hoofdstukken voorzien in de afweging van de activiteiten in de fysieke leefomgeving.

14 / 32

Fysieke leefomgeving en groepsrisico In Eerbeek bestaat het voornemen om een woonwijk te vernieuwen met de sloop/nieuwbouw van 86 woningen. De beoogde ontwikkeling is toegelicht en in het kader van omgevingsveiligheid zijn onderzocht. De ontwikkellocatie bevindt zich in het gifwolkaandachtsgebied van de Seveso-inrichting Veco B.V. Daarnaast is een deel van het besluitgebied in het brandaandachtsgebied van de buisleiding N-559-05 gelegen. Derhalve kan worden volstaan met een afweging van de inrichting van de fysieke leefomgeving en het groepsrisico. Deze afweging dient gelezen te worden in combinatie met de vigerende veiligheidsplannen van de gemeente Brummen en de daarin gemaakte keuzes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16419156/2