CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(073) Toelichting en regels

Besluitvormende raadsvergadering 12 oktober 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Bestemmingsplan Emperweg 4 (hamerstuk)20.533 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In stedelijk gebied worden twee typen wegen onderscheiden, met aan weerszijden van de weg de volgende zonebreedtes:  wegen met een of twee rijstroken: 200 meter;  wegen met drie of meer rijstroken: 350 meter. In buitenstedelijk gebied worden drie typen wegen onderscheiden, met aan weerszijden van de weg de volgende zonebreedtes:  wegen met een of twee rijstroken: 250 meter;  wegen met drie of vier rijstroken: 400 meter;  wegen met vijf of meer rijstroken: 600 meter. De volgende wegen hebben op grond van artikel 74 Wgh geen zone:  wegen gelegen in een als woonerf aangeduid gebied;  wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur. Spoorweglawaai Spoorwegen hebben een zone, waarvan de breedte afhankelijk is van de hoogte van het geluidsproductieplafond. In artikel 1.4 van het Besluit geluidhinder is de breedte van de zone aangegeven. De zonebreedte varieert van 100 tot 1.200 meter. Bij ontwikkelingen rond geluidsgevoelige bestemmingen in de zone of wijzigingen aan de spoorlijn moet akoestisch onderzoek worden gedaan. Op basis van de uitkomsten kunnen zo nodig maatregelen worden overwogen. De voorkeursgrenswaarde en maximaal toegestane geluidsbelasting bedragen respectievelijk 55 en 68 dB (Lden), afhankelijk van de situatie. Industrielawaai Rondom industrieterreinen waarop de mogelijkheid aanwezig is tot vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers, is op grond van art.

41 van de Wgh een geluidszone vastgesteld. In geval van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen de zone of een wijziging aan het industrieterrein of de geluidszone is een akoestisch onderzoek vereist. Op basis van de uitkomsten kunnen zo nodig maatregelen worden overwogen. De voorkeursgrenswaarde en maximaal toegestane geluidsbelasting bedragen respectievelijk 50 en 65 dB(A) (Letm), afhankelijk van de situatie. Buiten de zone mag de geluidsbelasting nooit meer dan 50 dB(A) (Letm) bedragen. Er dient te worden gewaarborgd dat deze waarde, en de eventuele

32

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe vastgestelde hogere grenswaarden niet worden overschreden. Middels zogenaamd zonebeheer wordt daarvoor continu de totale vergunde geluidsbelasting vanwege het industrieterrein beheerd. 4.6.2

Onderzoek

Voor onderhavig plan is van belang Wegverkeerslawaai. In september 2022 is door Kragten een akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd (zie Bijlage 8 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai). In het kader van deze procedure is conform het gestelde in de Wet geluidhinder (Wgh) een onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting ten gevolge van de zoneringsplichtige geluidbronnen waarvan de zone het plangebied overlapt. De geluidbelasting is getoetst aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de relevante 30 km/uur-wegen in de directe nabijheid van het plan en de bedrijvigheid in de directe omgeving (industrielawaai) in het onderzoek betrokken. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten, rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven. De planlocatie is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de N345. De locatie is niet gelegen binnen de zone van andere wegen, industrieterreinen of spoorwegen. Verder is de planlocatie gelegen binnen de invloedsfeer van de 30 km/uur-wegen de Emperweg. Wegverkeerslawaai Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ter plaatse van de gehele plangebied wordt gerespecteerd door het wegverkeer op de N345.

De Wet geluidhinder legt verder geen restricties op aan de realisatie van het plan ten aanzien van het aspect wegverkeerslawaai. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de geluidbelastingen vanwege de omliggende 30 km/uur-wegen en de cumulatieve geluidbelasting ten gevolge van alle wegen inzichtelijk gemaakt. Voor de 30 km/uur-wegen zijn de normen uit de Wet geluidhinder zijn op deze wegen niet van toepassing. Ter vergelijk worden de geluidbelastingen wel beoordeeld aan de hand van het toetsingskader uit de Wet geluidhinder (voorkeurswaarde 48 dB en maximale ontheffingswaarde 63 dB). De geluidbelasting van de Emperweg bedraagt 52 dB, hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde uit Wet geluidhinder niet gerespecteerd. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt wel gerespecteerd. Maatregelen ten einde het verlagen van de geluidbelasting zijn onderzocht en stuiten op overwegende bezwaren. De cumulatieve geluidbelastingen (exclusief aftrek artikel 110g van de Wet geluidhinder) bedragen ten hoogste 58 dB. 4.6.3

Conclusie

Het aspect geluid is geen belemmering voor de realisatie van het plan.

4.7

Luchtkwaliteit

4.7.1

Algemeen

De 'Wet milieubeheer' is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om:  negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken;  mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De paragraaf luchtkwaliteit in de 'Wet milieubeheer' voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en

(vastgesteld)

33

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als:  er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt, wat wil zeggen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3% ten opzichte van de grenswaarde);  een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden, nadat de EU op 7 april 2009 derogatie heeft verleend. NIBM-grens woningbouwlocatie, 3% criterium:  < 1.500 woningen (netto) bij minimaal een ontsluitingsweg, met een gelijkmatige verkeersverdeling;  < 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling 4.7.2 Onderzoek Het plan betreft de realisatie van 8 woningen. Hierdoor valt de ontwikkeling onder de NIBM-regeling en is geen nader onderzoek nodig. 4.7.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit is geen belemmering voor de realisering van de 8 woningen.

4.8

Bedrijven en milieuzonering

Milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) in de directe omgeving van zogenoemde milieuhinder gevoelige bestemmingen (zoals wonen) kunnen hinder vanwege geur, stof, geluid, gevaar en dergelijke veroorzaken. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, zoals dat uitgangspunt is van de Wro, dient te worden aangetoond dat ter plaatse van milieuhinder gevoelige bestemmingen sprake is van een 'goed woon- en leefklimaat'. VNG-publicatie 'Bedrijven & milieuzonering" Om niet alle ontwikkelingen bij voorbaat te onderwerpen aan een onnodig langdurig en kostbaar onderzoek is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' uitgebracht. Deze uitgave maakt gebruik van het principe 'functiescheiding'. Door voldoende afstand aan te houden tussen nader bepaalde milieubelastende activiteiten en milieugevoelige bestemmingen kan eenvoudigweg in veel gevallen worden aangetoond dat sprake is een 'goed woon- en leefklimaat'. De VNG-publicatie betreft zgn. pseudowetgeving (geen wetgeving maar een algemeen door de rechter aanvaarde methode). De VNG-publicatie maakt gebruik van een basiszoneringslijst waarin voor nader gedefinieerde bedrijfscategorieën richtafstanden zijn bepaald.

Een richtafstand wordt beschouwd als de minimaal aan te houden afstand tussen een milieubelastende activiteit en de milieuhinder gevoelige bestemming waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van milieubelastende (bedrijfs)activiteiten betreffende geluid, geur, stof en gevaar redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De genoemde maten zijn indicatief; met een goede motivering kan hiervan worden afgeweken. Naast de gegeven richtafstanden hanteert de VNG-publicatie twee omgevingstypen, namelijk: een rustige woonwijk/buitengebied en een gemengd gebied. In een rustige woonwijk of buitengebied (omgevingstype 1) wordt functiescheiding nagestreefd. Tussen milieuhinder gevoelige functies en bedrijven dient de minimaal aan te houden 'richtafstand' in acht te worden genomen. In geval van een gemengd gebied (omgevingstype 2), waar sprake is van functiemenging, kan een verkleinde richtafstand worden gehanteerd. In tegenstelling tot rustige woongebieden worden in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van milieuhinder gevoelige functies acceptabel geacht. De richtafstand mag in deze gebieden met één afstandsstap worden verkleind (10 meter behorende bij milieucategorie 1 wordt 0 meter, 30 meter van milieucategorie 2 wordt 10 meter van milieucategorie 1, etc.).

34

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe Relatie tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype Milieucategorie Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk en buitengebied

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn 4.8.1

Onderzoek

Gezien het feit dat het plangebied voornamelijk omringd wordt door woningen, kan het plangebied getypeerd worden als 'rustige woonwijk'. In de directe omgeving bevinden zich een drietal bedrijven, te weten: Adres

Functie

Milieu categorie Richtafstand

Werkelijk afstand

Emperweg 5

Maatschappelijk

1

10 meter

min. 15 meter

Meeuwenbergweg 5

Maatschappelijk

1

10 meter

min. 35 meter

3.1

50 meter

min. 70 meter

Meeuwenbergweg 13 Manege

Uit de tabel blijkt dat overal wordt voldaan aan de richtafstanden. Hierdoor is ter plaatse van het plangebied sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat en worden er geen bedrijven belemmerd als gevolg van de beoogde ontwikkeling. 4.8.2

Conclusie

Bedrijven- en milieuzonering is geen belemmering voor de realisatie van de woningen.

4.9

Externe veiligheid

4.9.1

Algemeen

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt.

(vastgesteld)

35

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies.

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. 4.9.2

Onderzoek

Om na te gaan of externe veiligheid een belemmering is voor de realisatie van de woningen is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat geen inrichtingen, transporten van gevaarlijke stoffen via de weg, spoor, water of door de buisleidingen in de omgeving van het plangebied zijn gelegen.

Figuur 4.3: Uitsnede risicokaart

36

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe 4.9.3

Conclusie

Externe veiligheid is geen belemmering voor de realisatie van het plan.

4.10

Verkeer en parkeren

4.10.1 Algemeen Om te bepalen of het plan geen negatieve effecten heeft op omliggende wegen en de parkeersituatie, wordt in deze paragraaf de effecten beschreven van het plan op het verkeer en parkeersituatie. Voor parkeren wordt getoetst aan de voor het plangebied geldende parkeernormen. 4.10.2 Onderzoek Verkeer De woningen zullen voor een lichte toename van het aantal verkeersbewegingen zorgen. Bij een gemiddelde van 8 vervoersbewegingen per woning per etmaal, worden er 64 bewegingen per dag gegenereerd. Bij een spitsuur-gemiddelde van 10%, leidt dit tot een extra verkeersbeweging van 1 auto per 9 minuten. Dit is geen probleem voor de omliggende wegen. Parkeren Op grond van het gemeentelijke parkeerbeleid (paraplubestemmingsplan Parkeren) geldt voor het parkeren in de bebouwde kom een norm van 2 pp op eigen terrein bij de woning. Zie onderstaande uitsnede uit de tabel behorende bij artikel 4.5 van de planregels uit het paraplubestemmingsplan “Parkeren”. Koop, tussen/hoek

woning

2

Dit houdt in dat er voor de 8 rijwoningen in totaal 16 parkeerplaatsen noodzakelijk zijn.

Figuur 4.4: Overzicht parkeerplaatsen Uit figuur 4.4 blijkt dat er 16 parkeerplaatsen worden aangelegd, waardoor voldaan wordt aan de gemeentelijke parkeernorm.

(vastgesteld)

37

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe 4.10.3 Conclusie Verkeer en parkeren is geen belemmering voor de realisatie van de woningen.

4.11

Kabels en leidingen

4.11.1 Algemeen In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante leidingen (hoofdtransportleidingen). Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. 4.11.2 Onderzoek Aardgastransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zichgeen aardgastransportleidingen. Hoogspanningsleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen hoogspanningsleidingen. Rioolleidingen De rioolleidingen leiden voor dit plan leidt dit niet tot enige belemmering. Watertransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen watertransportleidingen. Straalverbindingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen straalverbindingen . Kabels en niet planologisch relevante leidingen Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt de wettelijk verlichte KLIC-melding uitgevoerd. Een dergelijke melding zorgt ervoor dat netwerkbeheerders van kabels en leidingen een melding krijgen van geplande werkzaamheden in de ondergrond. Aan de hand van de melding sturen netwerkbeheerders tekeningen naar de aanvrager. De tekeningen kunnen vervolgens gebruikt worden om na te gaan of er kabels en leidingen aanwezig zijn op de plaats waar gegraven gaat worden.

Tijdens het bouwrijp maken van het plangebied worden deze bestaande kabels en leidingen verwijderd dan wel omgelegd. 4.11.3 Conclusie In en nabij het plangebied van dit bestemmingsplan zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. Er zijn daarom geen belemmeringen te verwachting. Bij graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen.

4.12

Milieueffect rapportage

4.12.1 Algemeen De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen:

38

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe 1. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. 2. In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Ad 1: Plan-m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r.: Voor deze ontwikkeling is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is de volgende activiteit gevonden die mogelijk m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, te weten: 'D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'.

De beoogde ontwikkeling behelst de realisatie van acht nieuwbouwwoningen. Daarmee blijft dit plan (ruim) onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. Het plan is daarom niet m.e.r.-plichtig. Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst door middel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Het maakt daarvoor niet uit of een activiteit onder of boven de D-drempel waarde zit. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst dient dus wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Ad 2: Plan-m.e.r.-plicht vanwege passende beoordeling. Geconcludeerd kan worden dat voor het opstellen van een plan-m.e.r. als bedoeld in artikel 7.2a Wm geen aanleiding bestaat. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied en ligt op enige afstand van gebieden die wel als Natura 2000-gebied zijn aangewezen (Landgoederen Brummen en Rijntakken, op respectievelijk 1,4 en 2,7 kilometer afstand).

Het plangebied maakt eveneens geen deel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en geen deel uit van Gelders Natuurnetwerk of Groene ontwikkelingszone. Ook ligt er geen aanduiding van een Waardevol landschap in de buurt van dit perceel. Het perceel valt binnen de bebouwde kom en die liggen buiten de contour van het Nationaal Landschap de Veluwe, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het plan maakt ook geen nieuwe functies mogelijk die effect zouden kunnen hebben op de kernkwaliteiten van het GNN of GO. In september 2022 is nagegaan of er sprake is van stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden (zie Bijlage 6). Uit de AERIUS-berekeningen voor het beschouwde plan komt naar voren dat in de gebruiksfase, géén sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr). (De aanlegfase wordt toegevoegd voor de vaststelling van dit bestemmingsplan, aangezien de rekenmodule na 26-01-2023 beschikbaar is) Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en het toepassen van extern salderen via SSRS zijn geen negatieve effecten op de nabijgelegen gevoelige gebieden en Natura2000-gebieden te verwachten. Significante gevolgen kunnen daarom worden uitgesloten. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben.

Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: 1. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; 2. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.

(vastgesteld)

39

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. jo. artikel 7.16 lid 2 en 3 Wet milieubeheer. Hierbij moet rekening worden gehouden met de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn. De criteria betreffen: 1. Een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en voor zover van belang, van sloopwerken. 2. Een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn. 3. Een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben. 4. Een beschrijving, voor zover er informatie beschikbaar is, van de mogelijke waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van (indien van toepassing) a. de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen b. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit. 4.12.2 Onderzoek 1.

Fysieke kenmerken van het plan/project

Het plan heeft betrekking op de realisatie van acht nieuwbouwwoningen. De locatie bestaat momenteel uit een bedrijfsterreintje. 2.

Plaats van het project

Het plan wordt uitgevoerd op een locatie die in gebruik was t.b.v. bedrijfsactiviteiten en gaat gebruikt worden als woongebied. In het kader van de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling, zie Hoofdstuk 4, is in voldoende mate inzicht verkregen in de milieugevolgen van het woningbouwplan op de kavel Emperweg 4 in Empe. 4.12.3 Conclusie Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de potentiële effecten wordt geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu'. De effecten blijven beperkt tot het project en zijn directe omgeving. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-(beoordelings)procedure voor dit project.

40

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planopzet

Inleiding

Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft, uit te oefenen. Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van ‘werken’ (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve:  het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen);  het bebouwen van de gronden;  het verrichten van werken (aanleggen). Dit plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting (met bijbehorende bijlagen). De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het plan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. Het geeft namelijk uitleg over de achtergronden van deze partiële herziening

5.2

Afstemming met andere (juridische) instrumenten

Een bestemmingsplan is niet allesomvattend. Een aantal zaken zal met behulp van andere instrumenten vastgelegd moeten worden of is reeds elders vastgelegd. Voor zover vanuit de visie relevant is in de toelichting van het bestemmingsplan aangegeven welke instrumenten ingezet worden. Gedacht kan worden aan de afstemming met de bouwverordening, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Keur van het Waterschap, monumentenverordening et cetera. Ook door de gemeente opgestelde beleidsregels, (zoals welstandsbeleid) kunnen daarbij een rol spelen. Voorop staat dat het bestemmingsplan zuiver blijft in die zin dat het een ruimtelijk ordeningsinstrument blijft. Het bestemmingsplan kan wel een schakel vormen tussen de verschillende instrumenten.

5.3

De bestemmingsmethodiek

De regels vormen samen met de digitale verbeelding (plankaart) het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Informatie die niet op de verbeelding vermeld staat en die wel ruimtelijk relevant is, wordt verwoord in de regels.

5.4

Digitale verbeelding

De verbeelding mag alleen die zaken bevatten die juridisch relevant zijn. Datgene dat op de verbeelding staat vermeld (met uitzondering van de ondergrond) is derhalve terug te vinden in de regels. Dit uitgangspunt wordt gehanteerd om de kaart zo rustig en leesbaar mogelijk te houden.

5.5

Regels

5.5.1

Inleiding

De regels van het bestemmingsplan voor het centrum van Brummen bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Dit conform ‘Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012 en de gemeentelijke systematiek voor bestemmingsplannen. Hieronder wordt de opbouw en indeling van de regels kort toegelicht

(vastgesteld)

41

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

5.5.2

Inleidende regels

Begrippen In artikel 1 zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Omschrijvingen van de begrippen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring of meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, hoogtematen en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ook is in dit artikel bepaald dat en kleine overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen met maximaal 1,5 meter is toegelaten. 5.5.3

Bestemmingsregels

Deze bestemmingen zijn in de regels onderverdeeld in onder meer:  Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan (wonen, tuin, groen, en verkeer).  Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (goot- en bebouwingshoogte, bebouwingspercentage etc.).  Nadere eisen; extra voorwaarden om te kunnen sturen op ruimtelijke kwaliteit.  Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels.  Specifieke gebruiksregels: welke vormen van gebruik zijn uitgesloten. 5.5.4 Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld Algemene bouwregels Algemene regeling m.b.t. ondergronds bouwen Hierin is opgenomen een algemene regeling voor het ondergronds bouwen met bijbehorende maatvoering. Bestaande afstanden en andere maten Het is niet de bedoeling dat overblijfselen van de huidige situatie moeten worden aangepast aan de nieuwe maatvoering van onderhavige bestemmingsplan.

Daarom is de algemene bepaling opgenomen, dat bij afwijkingen de maatvoering mag worden aangehouden, zoals die bestond op het moment van ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan. Met deze bepaling wordt voorkomen dat de betreffende situaties vallen onder het overgangsrecht en als het ware worden ‘wegbestemd’ Algemene afwijkingsregels In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor meerdere dan wel alle bestemmingen in het plan. De criteria, die bij toepassing van de ontheffingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, worden aangegeven. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bestemmingen te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden voor bestemmingen met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, worden aangegeven.

42

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe Overige regels In het artikel ‘Overige regels’ is de voorrangsregeling voor de dubbelbestemmingen opgenomen. 5.5.5

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht In deze bepaling wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. De tekst is letterlijk verplicht voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze bepaling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsbepaling

5.6

Uitwerking in bestemmingsplan

Beschrijving per bestemming Groen Deze bestemming is ten behoeve van o.a. groen, water, voetpaden, speeltoestellen e.d. Tuin De bestemming is aan de voorzijde van de woningen en de strook evenwijdig aan de openbare weg Verkeer Deze bestemming is voor o.a. wegen, paden, parkeren, groen, water e.d. Wonen Binnen deze bestemming kunnen de woningen gerealiseerd worden. Er mogen 8 rijwoningen verdeeld in 2 rijen worden gebouwd. De sloopwerkzaamheden mogen pas aanvangen nadat de aanvullende natuuronderzoeken zijn uitgevoerd en eventuele mitigerende maatregelen zijn getroffen. Dit wordt in de anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer opgenomen.

(vastgesteld)

43

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

44

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ruimtelijke procedure dient op grond van artikel 3.1.6 lid f van het Bro onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Met de inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008 is de gemeente verplicht, op grond van artikel 6.12 lid 1 van die wet, tot kostenverhaal bij grondexploitatie. Deze verplichting houdt in dat als de gemeente er bij een ruimtelijke ontwikkeling niet in slaagt met alle particuliere eigenaren in het gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie, de gemeente publiekrechtelijk de kosten moet verhalen bij alle eigenaren in het exploitatiegebied waarmee niet is gecontracteerd. Gemaakte kosten (limitatief opgesomd in artikelen 6.2.3 tot en met 6.2.5 van het Bro) zoals plankosten, onderzoekskosten, kosten van inrichting van de openbare ruimte etc. kunnen worden verhaald door middel van een exploitatieplan dat gelijktijdig met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan is opgenomen in artikel 6.2.1 Bro (o.a. bouw van 1 of meer woningen, bouw van 1 of meer hoofdgebouwen). Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van meerdere woningen. Deze ontwikkeling maakt daarmee een bouwplan mogelijk in de zin van artikel 6.2.1 Bro.

Mocht er sprake zijn van sanering dan zal dit vanuit kostenoogpunt geen belemmering zijn voor de realisatie van het plan. De gemeente heeft met de initiatiefnemers een overeenkomst gesloten over grondexploitatie (een anterieure overeenkomst). Hierin zijn afspraken gemaakt over de betaling van de gemeentelijke kosten. De kosten van grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden zijn hiermee anderszins verzekerd. Het maken van een exploitatieplan is niet nodig. De omvang van de verontreiniging is op basis van het uitgevoerde onderzoek niet betrouwbaar vast te stellen. Daarom wordt geadviseerd om een nader bodemonderzoek uit te voeren. Op die manier wordt meer inzicht verkregen in de aard en omvang van de verontreiniging, zodat duidelijk wordt of bij de geplande bestemming (wonen) verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu te verwachten zijn. Ook kan op basis van de resultaten van een nader onderzoek een betrouwbare raming van de saneringskosten worden gemaakt

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De procedures voor de vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Wettelijk (voor)overleg In het Bro is in artikel 3.1.1 opgenomen dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Inspraak Gezien de aard van onderhavig bestemmingsplan waarbij de bestaande mogelijkheden uitgangspunt zijn, de nieuwe ontwikkelingen inzichtelijk zijn en o.a. de wijzigingen in de standaardplanmethodiek in de fase van voorbereiding van het bestemmingsplan bekend zijn gemaakt en ter inzage hebben gelegen, bestaat geen aanleiding om onverplicht inspraak te geven.

(vastgesteld)

45

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

46

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Hoofdstuk 7

Procedure en overleg

In dit hoofdstuk is de procedure van het bestemmingsplan beschreven. In de eerste plaats is een toelichting gegeven van de verschillende stappen die in het algemeen in een bestemmingsplanprocedure onderscheiden kunnen worden. Vervolgens zijn de resultaten van de doorlopen stappen in de procedure van bestemmingsplan 'Emperweg 4, Empe'.

7.1

Procedurestappen

Een bestemmingsplan kent de volgende procedurestappen: 7.1.1

Ontwerp

Het ontwerp bestemmingsplan wordt behandeld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders. Een ontwerp bestemmingsplan ligt vervolgens gedurende zes weken ter inzage met de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen bij de gemeenteraad. 7.1.2

Vaststelling

De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast. De ingediende zienswijzen kunnen leiden tot een gewijzigde vaststelling ten opzichte van het ontwerp. 7.1.3

Beroep

Nadat de raad het bestemmingsplan heeft vastgesteld, wordt het besluit tot vaststelling bekend gemaakt. Daarna bestaat nog de mogelijkheid tot het indienen van een beroepsschrift bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7.2

Overleg omgeving

Het plan is voorgelegd aan de stichting 'Emper Hofje', zij hebben positief gereageerd op de plannen. De naaste omgeving is in oktober 2022 geïnformeerd over de plannen.

7.3

Zienswijzen

Het ontwerp van het bestemmingsplan 'Emperweg 4, Empe' heeft tot en met 19 juli 2023, gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Het plan wordt ongewijzigd vastgesteld.

(vastgesteld)

47

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

48

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Bijlagen

(vastgesteld)

49

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

50

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Bijlage 1

(vastgesteld)

Verkennend bodemonderzoek

51

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

52

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Bijlage 2

(vastgesteld)

Nader bodemonderzoek

53

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

54

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Bijlage 3

(vastgesteld)

Saneringskosten

55

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

56

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Bijlage 4

(vastgesteld)

Watertoets

57

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

58

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Bijlage 5

(vastgesteld)

Quickscan natuurtoets

59

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

60

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Bijlage 6

(vastgesteld)

Stikstof onderzoek

61

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

62

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Bijlage 7

(vastgesteld)

Aanvullende natuurtoets

63

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

64

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Bijlage 8

(vastgesteld)

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

65

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

66

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Regels

(vastgesteld)

67

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

68

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan

het bestemmingsplan 'Emperweg 4, Empe' van de gemeente Brummen; 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0213.BPKKEMPE50006-va01 met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, maar er functioneel onderdeel van uitmaakt; 1.4

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

aanduidingsgrens

de grens van de aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6

aanduidingsvlak

een vlak, door aanduidingsgrenzen van andere vlakken gescheiden; 1.7

achtergevel

de gevel van een gebouw, die is gesitueerd tegenover de voorgevel van het betreffende gebouw; 1.8

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde; 1.9

bed and breakfast

het tegen betaling bieden van kortstondig toeristisch verblijf en ontbijt aan huis; 1.10

bedrijf aan huis

bedrijfsmatige activiteit voorkomend in milieucategorie 1 of 2, dan wel een naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, zoals een kapsalon of schoonheidssalon; evenwel met uitzondering van een seksinrichting; 1.11

beroep aan huis

een juridisch, administratief, verzorgend, ontwerptechnisch, kunstzinnig, therapeutisch of (para)medisch beroep, alternatieve geneeswijzen daaronder begrepen, of daarmee gelijk te stellen activiteiten die in een woning dan wel (vrijstaand) bijgebouw worden uitgeoefend, inclusief ondergeschikte detailhandel; 1.12

bestaand

zoals legaal aanwezig ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan;

(vastgesteld)

69

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

1.13

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak; 1.14

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15

bijgebouw

een met het hoofdgebouw verbonden (wel of niet vanuit het hoofdgebouw te bereiken) of daarvan vrijstaand, gelegen op hetzelfde bouwperceel als het hoofdgebouw en dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw, in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en in functioneel opzicht ten dienste staat van het hoofdgebouw; 1.16

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.17

bouwgrens

de grens van een bouwvlak; 1.18

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd; 1.19

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten; 1.20

bouwperceelsgrens

de grens van een bouwperceel; 1.21

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.22

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen metaal of ander materiaal die (in)direct met de grond is verbonden hetzij (in)direct steun vindt in of op de grond en bedoeld is om ter plaatse te functioneren; 1.23

diepwortelende beplanting

beplanting met een wortelstelsel dat meer dan 0,5 m onder het maaiveld reikt of dat naar verwachting in de toekomst zal doen; 1.24

evenement

een publieke activiteit met een tijdelijk, plaatsgebonden en van het reguliere gebruik afwijkend karakter, plaatsvindend in de open lucht of in tijdelijke onderkomens en in het algemeen bedoeld ter ontspanning en/of vermaak, waaronder begrepen commerciële, culturele, religieuze en/of sportieve, of daarmee gelijk te stellen activiteiten zoals markten, braderieën, beurzen, kermissen, festiviteiten, wedstrijden, bijeenkomsten en festivals; 1.25

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

70

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe 1.26

hoofdgebouw

een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.27

huishouden

een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren waarbij sprake is van continuïteit is in samenstelling en onderlinge verbondenheid; 1.28

kamerverhuur

het geheel of gedeeltelijk verhuren van een woning of woongebouw -niet zijnde een ruimte in een vrijstaand bijgebouw- via kameruitgifte, waarbij kamers geen zelfstandige woonruimte vormen door het ontbreken in deze kamers van de al dan niet gedeeltelijke combinatie van een kookgelegenheid, een wasgelegenheid (sanitair en/of witgoedvoorzieningen) en een toilet, en waarbij geen sprake is van voorzieningen voor verzorging en begeleiding; 1.29

kap

een geheel of gedeeltelijke niet horizontale dakconstructie gevormd door ten minste twee schuin hellende dakschilden; 1.30

maaiveld

de bovenkant van het aansluitende afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden; 1.31

maximum aantal wooneenheden

op de verbeelding weergegeven aanduiding welke bepalend is voor het maximum toegestane aantal woningen; 1.32

nadere eis

een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder d van de Wet ruimtelijke ordening; 1.33

nutsvoorziening

een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en electriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten; 1.34

ondergeschikte dakkapel

dakkapel welke door zijn maatvoering als ondergeschikte toevoeging op een dak van een gebouw kan worden aangemerkt, zijnde een dakkapel welke niet breder is dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak van het gebouw tot een maximale breedte van 3 meter en met een fronthoogte van niet meer dan 1,75 meter gemeten vanaf de voet dakkapel tot aan het hoogste punt van de dakkapel; 1.35

ondergeschikte detailhandel

detailhandel die voortvloeit uit een andere ter plaatse toegelaten bedrijfs- of beroepsactiviteit en daarmee een directe relatie heeft bijvoorbeeld omdat de producten ter plaatse worden vervaardigd of gebruikt, waarbij de detailhandel in ruimtelijk, functioneel en inkomensverwervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de bedrijfs- of beroepsactiviteit die qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als zodanig herkenbaar blijft;

(vastgesteld)

71

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

1.36

oorspronkelijke achtergevel van een hoofdgebouw

de achtergevel van het hoofdgebouw zoals deze ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd met uitzondering van in bouwkundige zin van het hoofdgebouw te onderscheiden aangebouwde bouwwerken waarin slechts ondergeschikte functies plaatsvinden; 1.37

opslag

het opbergen van goederen - inclusief (vloei)stoffen en materialen - met de bedoeling en op een dergelijke wijze, dat men later weer over de goederen kan beschikken; 1.38

overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand; 1.39

overige bouwwerken

1.40

peil

1.40

peil

de bovenkant van het aansluitende afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden; 1.41

seksinrichting

een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een hiervoor bedoelde inrichting worden in elk geval verstaan: een bordeel, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en erotische massagesalon, al of niet in combinatie met elkaar; 1.42

speelveld

een openbaar terrein zoals een trapveld, basketbalterrein of skatevoorziening dan wel een terrein van vergelijkbare omvang waarop diverse speelvoorzieningen aanwezig zijn; 1.43

standplaats

het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van goederen en diensten, gebruikmakend van fysieke middelen zoals een kraam, een wagen of een tafel; 1.44

straatmeubiliair

hieronder wordt mede verstaan: (ondergrondse) inzamelbakken voor huishoudafval, - papier, glas-, kleding en andere afvalbakken, toegangsconstructies voor ondergronde voorzieningen, werken van beeldende kunst, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, alsmede abri's en kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen; 1.45

tuin

deel van een perceel dat vanwege zijn stedenbouwkundige, cultuurhistorische dan wel landschappelijke waarde(n) vrij van gebouwen en overkappingen dient te blijven en dat als zodanig geen deel uitmaakt van het erf bij een woning; 1.46

uitbouw

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, maar er functioneel onderdeel van uitmaakt;

72

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

1.47

voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.48

voorgevellijn

de lijn waarin de voorgevel van een hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan; 1.49

wijziging

een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening. 1.50

woning

een complex van ruimten bedoeld voor de huisvesting van één huishouden;

(vastgesteld)

73

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

74

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, waarbij de goot ter plaatse van een dakafronding in de zin van een wolfseindendak niet wordt meegerekend en met uitzondering van ondergeschikte dakkapellen; ; 2.3

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

(vastgesteld)

75

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

76

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, hemelwaterinfiltratievoorzieningen en rioleringswerken alsmede in ondergeschikte mate voor verkeersdoeleinden; b. ondergrondse voorzieningen voor afvalinzameling; c. doorsnijdende fiets- en voetpaden, hondenuitlaatplaatsen; d. watergangen en waterpartijen; e. doorsnijdende wegen ter ontsluiting van de direct aanliggende percelen; f. straatmeubilair en andere bijbehorende voorzieningen. 3.2 Bouwregels Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend overige bouwwerken worden gebouwd. 3.2.1

Overige bouwwerken

Voor overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen. b. In overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 4 m bedragen. 3.3 Specifieke gebruiksregels Een bestemmingsvlak mag beperkt worden ingericht voor verkeersdoeleinden en wel tot niet meer dan 1 m gemeten vanaf de bestemmingsgrens van de bestemming 'Groen'. 3.4

Afwijken van de gebruiksregels

a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.3 ten behoeve van een verdergaande inrichting voor verkeersdoeleinden. b. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: 1. een onevenredige aantasting plaatsvindt van de stedenbouwkundige karakteristiek van het straatbeeld; 2. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de cultuurhistorische karakteristiek van het straatbeeld; 3. geen onevenredige aantasting plaats vindt ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

(vastgesteld)

77

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

78

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Artikel 4 4.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

a. De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor beplantingen en verhardingen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. De gronden zijn tevens bestemd voor ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen, hemelwaterinfiltratievoorzieningen en rioleringswerken, waterpartijen en paden voor langzaam verkeer ten behoeve van de ontsluiting van de aangrenzende hoofdgebouwen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Overige bouwwerken a. Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd met uitzondering van overige bouwwerken. b. Voor overige bouwwerken gelden de volgende regels: 1. De bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen gelegen achter de voorgevellijn van een hoofdgebouw mag niet meer dan 2 m bedragen en voor zover gelegen vóór de voorgevellijn niet meer dan 1 m. 2. De hoogte van vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen.

(vastgesteld)

79

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

80

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Artikel 5 5.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:. a. wegen, straten, voet- en rijwielpaden; b. parkeervoorzieningen; c. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; d. (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen waaronder hemelwaterinfiltratievoorzieningen en rioleringswerken; e. voorzieningen van algemeen nut; met de daarbij behorende: f. overige bouwwerken; g. straatmeubilair; h. ondergrondse voorzieningen voor afvalinzameling.

(vastgesteld)

81

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

82

(vastgesteld)

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe

Artikel 6 6.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, waarbij het aantal woningen niet meer mag bedragen dan het op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal; ; b. het uitoefenen van een aan huis gebonden beroep; met de daarbij behorende: c. tuinen, erven; d. parkeervoorzieningen; e. waterlopen en waterpartijen; f. gebouwen en overige bouwwerken. 6.2 Bouwregels Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen gebouwen en overige bouwwerken worden gebouwd. 6.2.1

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. binnen deze bestemming zijn uitsluitend aaneengesloten woningen toegestaan; b. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; c. het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan het op de verbeelding aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. d. het hoofdgebouw dient met de voorgevel op of maximaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn te worden geplaatst; e. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; f. de goot- en bouwhoogte mogen maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' aangegeven goot- en bouwhoogte bedragen; g. de dakhelling dient ten minste 30° te bedragen. 6.2.2 Aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de gezamenlijke oppervlakte aan aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen mag maximaal 70 m2 per woning bedragen, mits de bebouwde oppervlakte van het bouwperceelgedeelte achter de voorgevellijn niet meer bedraagt dan 85%; b. indien de bouwmogelijkheden voor het hoofdgebouw in het bouwvlak niet volledig zijn benut, mag het niet benutte deel van het bouwvlak worden gebruikt voor de realisatie van aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen zonder dat dit ten koste gaat van de onder a genoemde oppervlaktenorm; c.

een aan- en/of uitbouw dan wel een bijgebouw mag uitsluitend vanaf 3 meter achter de voorgevellijn van de woning worden gebouwd; d. de maximale goot- en bouwhoogte van aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen bedragen respectievelijk 3,30 en 6 meter; e. aan- en/of uitbouwen mogen tevens gebruikt worden ten behoeve van de woonfunctie; f. in afwijking van het bepaalde onder e en onverminderd het bepaalde onder a en b geldt dat binnen deze afstand een aan- en/of uitbouw dan wel een aangebouwd bijgebouw is toegestaan van maximaal 10 m2. 6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. overige bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak gebouwd worden. Overkappingen mogen echter uitsluitend achter de voorgevellijn worden gebouwd; b. voor zwembaden gelden de algemene bouwregels; c. de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt per bouwperceel maximaal 40 m2;

(vastgesteld)

83

bestemmingsplan Emperweg 4, Empe d. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 meter, met uitzondering van erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte maximaal 2 meter mag bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen voor de voorgevellijn maximaal 1 meter mag bedragen; 6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van de procedure zoals aangegeven in Artikel 13, nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de parkeermogelijkheden in de naaste omgeving; c. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; d. ter waarborging van de verkeersveiligheid; e. ter waarborging van de sociale veiligheid; f. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding. 6.4 Specifieke gebruiksregels Voor het uitoefenen van een beroep aan huis of een bedrijfsactiviteit als genoemd in Bijlage 1 Lijst van kleinschalige beroeps- en bedrijfsactiviteiten aan huis is toegestaan mits: a. de woonfunctie moet primair blijven, in die zin dat maximaal 40% van de totale vloeroppervlakte van de woning voor dat doel mag worden gebruikt, met een maximum van 50 m2 per woning; b.

degene die gebruiker is van de woning, moet ook degene zijn die het aan huis gebonden beroep uitoefent; c. vrijstaande bijgebouwen, mogen niet worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep. 6.5 Afwijken van de gebruiksregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.1 voor: a. de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf, mits de woonfunctie in overwegende mate wordt behouden en de ruimtelijke uitwerking in overeenstemming is met de woonfunctie, dan wel geen ernstige hinder voor de omgeving wordt veroorzaakt. Dit betekent dat: 1. het medegebruik van ondergeschikte betekenis moet zijn en maximaal 40% van het totale vloeroppervlakte van de woning voor dat doel mag worden gebruikt, met een maximum van 50 m2 per woning; 2. de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair moet blijven; 3. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit en de bouwverordening; 4. degene die het aan huis gebonden beroep of bedrijf uitoefent ook de gebruiker is van de woning; 5. slechts bedrijven toelaatbaar zijn, die behoren tot milieucategorie 1 en 2 van de als Bijlage 1 bijgevoegde 'Lijst van kleinschalige beroeps- en bedrijfsactiviteiten aan huis'; 6. geen onevenredige verstoring mag plaatsvinden van de voorzieningenstructuur; 7.

geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop – als ondergeschikte nevenactiviteit – van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het aan huis gebonden bedrijf; 8. het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling, casu quo niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken; 9. het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de parkeerbalans, casu quo primair op eigen terrein moet worden geparkeerd door gebruiker en bezoekers; 10. reclame- uitingen beperkt moeten blijven een en ander conform de wettelijke bepalingen; 11. het bij de woning behorende bouwperceel niet mag worden gebruikt voor werkzaamheden en opslag ten behoeve van het aan huis gebonden bedrijf; 12. vrijstaande bijgebouwen niet mogen worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf; b. voor het hebben van een bed- en breakfastvoorziening, mits de woonfunctie in overwegende mate wordt behouden en de ruimtelijke uitstraling van de activiteiten qua aard, omvang en intensiteit verenigbaar is met de omringende woonomgeving. Dit betekent dat:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13211591/2