CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(072) Motivering TAM-Omgevingsplan

Besluitvormende raadsvergadering 22 januari 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: TAM Omgevingsplan Oud Eerbeek18.890 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Gezien de landschappelijke ligging op een sneeuwsmeltwaterwaaier kan het plangebied bewoond zijn geweest vanaf het Laat-Paleolithicum. Aan het begin van de 19e eeuw is het landgebruik voornamelijk bouwland. In het 12

Bureau voor Archeologie (2024). Bureau- en inventariserend veldonderzoek. Eerbeek, Oud Eerbeek. Rapportnummer 1430. 1 augustus 2024.

56

zuidoosten van het besluitgebied heeft in de 19e eeuw een erf gelegen. De huidige bebouwing dateert uit 1950 tot 1960. Tijdens het booronderzoek zijn 45 boringen gezet met einddieptes tussen 150 en 230 cm -mv. De boorprofielen bevestigen de bodemopbouw zoals die werd verwacht op basis van het bureauonderzoek. De bodem is in het overgrote deel van het besluitgebied intact. In de top van de B- en BC-horizont kan een archeologisch sporenniveau aanwezig zijn. De top van dit niveau ligt tussen 55 en 130 cm -mv. Onder de huidige bebouwing is dit niveau naar verwachting niet meer intact. Indien graafwerkzaamheden tot in het potentiële archeologische niveau zijn voorzien, rekening houdend met een buffer van 30 cm, dan wordt aanbevolen een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren om nader te bepalen of archeologische resten aanwezig zijn en wat daarvan de waarde is. Bij het uitgraven van de bouwkuip van de nieuwe woningen wordt waarschijnlijk overal dieper gegraven dan deze maximale dieptes. Dat betekent dat voor de bouw van de nieuwe woningen waarschijnlijk een proefsleuvenonderzoek nodig is. Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) is in de onbebouwde delen van het besluitgebied mogelijk. Het is echter met meest praktisch om het proefsleuvenonderzoek uit te voeren als de huidige bebouwing tot het maaiveld gesloopt is.

De werkwijze van het proefsleuvenonderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid vast te stellen Programma van Eisen (PvE). Middels het opnemen van een archeologische dubbelbestemming is juridisch-planologisch gewaarborgd dat het archeologisch onderzoek moet worden verricht. Op deze manier zijn de (mogelijke) archeologische waarden in het besluitgebied in voldoende mate beschermd. Het archeologisch onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Omgevingswet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Brummen.

9.3

Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. Hierbij kan ook gedacht worden aan in de nabijheid het plangebied gelegen werelderfgoed.

57

Bij het beschermen van cultureel erfgoed in het omgevingsplan moet de gemeente rekening houden met bepaalde uitgangspunten. In artikel 5.130 lid 2 Bkl staan de instructieregels gesteld door het Rijk. Deze gaan over: − ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; − verplaatsing van beschermde monumenten; − gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; − aantasting van de omgeving van een beschermend monument; − aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen; − conserveren en in stand houden van archeologische monumenten. In en rondom het besluitgebied is geen bebouwing aanwezig met een monumentale status en/of cultuurhistorische waarde. Bij de stedenbouwkundige opzet van de beoogde woningbouw is rekening gehouden met de karakteristieken en structuur van de omgeving waartoe het besluitgebied behoort, zoals beschreven in paragraaf 2.2. Daarmee wordt gesteld dat de ontwikkeling niet zorgt voor eventuele aantasting van aanwezige cultuurhistorische waarden.

9.4

Conclusie Het besluit voldoet aan de kaders voor de aspecten archeologie en cultuurhistorie.

58

10 M.e.r.-beoordeling 10.1

Algemeen De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma’s waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Voor plannen en programma’s die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht.

Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma’s die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De plan-m.e.r.-beoordeling betreft een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect.

10.2

Motivering Onderhavig project betreft de sloop-nieuwbouw van 86 sociale huurwoningen in de buurt Oud Eerbeek. Met dit project vindt geen uitbreiding plaats van het areaal met stedelijke functies en zijn per saldo niet tot nauwelijks milieueffecten te verwachten. De nieuwe woningen zullen bovendien geen aansluiting op het gas krijgen. Gelet op de aard (wonen) en omvang (netto geen extra woningen) van dit project is er daarom geen sprake van een activiteit zoals genoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit.

10.3

Conclusie Een nadere beoordeling in een m.e.r-beoordeling of plan-m.e.r. is niet noodzakelijk.

59

11 Economische uitvoerbaarheid 11.1

Algemeen In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling niet evident onuitvoerbaar is. Vastgesteld moet kunnen worden dat er geen financieel-economische redenen zijn waardoor het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling niet uitgevoerd kan worden.

11.2

Kostenverhaal Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13 Ob voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8.15 Ob voor de kostensoortenlijst). Pas nadat is betaald, is het toegestaan de activiteiten uit te voeren (zie artikel 13.12 Ow). Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten verhaald worden is de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie (zie artikel 8.13 aanhef en sub a Ob). Er zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen.

11.3

Situatie besluitgebied De voorliggende ontwikkeling wordt gerealiseerd op initiatief van een private partij. De gemeente en de initiatiefnemer hebben een anterieure overeenkomst gesloten waarin de rechten en plichten van zowel de ontwikkelaar als de gemeente zijn aangegeven, alsmede de definitieve regeling ten aanzien van het kostenverhaal. Met deze overeenkomst is het plan verzekerd van kostendekking. De economische uitvoerbaarheid van dit project is hiermee voldoende aangetoond.

60

12 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 12.1

Participatie en overlegpartners Op grond van artikel 10.2 van het Omgevingsbesluit wordt bij het vaststellen van een omgevingsplan aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Daarbij moet worden aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan het toepassen van eventueel gemeentelijk participatiebeleid. Het overleg met bestuursorganen kan beperkt blijven tot die overheidsinstanties waarmee overleg werkelijk noodzakelijk is om te voorkomen dat de taak of verantwoordelijkheid van het andere overheidsorgaan ontoelaatbaar wordt beperkt, of dat het door dat orgaan te behartigen belang aantoonbaar wordt benadeeld. In 2021 is er door Veluwonen voor woonlocatie Oud Eerbeek een masterplan opgesteld. Vervolgens is een woonbelevingsonderzoek de huurders van de woningen in de woonlocatie uitgevoerd. In april 2022 is duidelijkheid gegeven over de plannen voor de buurt. Vervolgens is gestart met participatie en is een specifiek Sociaal plan opgesteld. Ook is er een wijkprojectcommissie in het leven geroepen waarin Veluwonen samen met vertegenwoordigers uit de woonlocatie in gesprek is gegaan. Ten slotte wordt Oud Eerbeek geregeld op de hoogte gehouden van nieuwe vorderingen in het planproces. Dit tezamen maakt dat wordt geacht dat voldoende aandacht is besteed aan participatie.

12.2

Zienswijzen Het ontwerp TAM-omgevingsplan heeft vanaf dinsdag 22 juli 2025 tot en met maandag 1 september voor één ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.

61

62

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16419152/2