(064) Toelichting met bijlage
Tekst van het document
425150
Bestemmingsplan
Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen
Januari 2024
Status: vastgesteld
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen”
Bestemmingsplan:
Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen
IDN:
NL.IMRO.0213. BPBG700067-va01
Status:
Vastgesteld
Datum:
januari 2024
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
1
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
2
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 9
HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE SITUATIE ................................................................... 10 2.1
HET PLANGEBIED EN DE OMGEVING ............................................................................................................... 10
HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 11 3.1 3.2
GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 11 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 14
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 15 4.1 4.2 4.3 4.4
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 15 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 17 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 19 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 20
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 24 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
GELUID .................................................................................................................................................... 24 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 24 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 26 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 27 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 29 GEUR ...................................................................................................................................................... 31 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 32 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 33 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 35
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 37 6.1 6.2
VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 37 WATERPARAGRAAF ................................................................................................................................... 38
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 39 7.1 7.2 7.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 39 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 39 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 40
HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 42 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG EN INSPRAAK ......................................................... 43 9.1 9.2 9.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 43 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 43 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 43
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 44 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2
ERFINRICHTINGSPLAN ......................................................................................................................... 44 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 45 BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
3
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld BIJLAGE 3
STIKSTOFONDERZOEK.......................................................................................................................... 46
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
4
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Van der Bijl Diervoeders is reeds decennia lang gevestigd op de locatie aan de Windheuvelstraat 11 in Brummen. Haar bedrijfsactiviteiten bestaan uit de verkoop van ondersteunende (agrarische) producten (dierenvoer, afrasteringsmateriaal, ruitersportartikelen etc.). Het gaat hierbij zowel om detailhandel(kleinverpakkingen) en groothandelsactiviteiten. Het bedrijf is gevestigd in een overwegend agrarisch gebied en heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot vaste leverancier voor vele agrarische- en recreatieve bedrijven en particulieren in het omliggend buitengebied. De eigenaar van het diervoerdersbedrijf is voornemens het één en ander aan de bedrijfsvoeren te wijzigen. Hierdoor is gebleken dat het geldend bestemmingsplan “Buitengebied 2008” niet geheel toereikend is om de gewenste bedrijfsactiviteiten uit te voeren. Jaren geleden heeft Van der Bijl Diervoeders een schuur aan de noordzijde van de locatie gerealiseerd. De schuur is essentieel voor het droog kunnen opslaan van de aangeboden hooiproducten. De betreffende schuur is echter buiten de kadastrale grenzen van het bedrijf gebouwd en is sindsdien gedoogd door de eigenaar van het perceel waar de schuur staat. Door wisseling van eigenaren is het gewenst dat de schuur wordt gesloopt. De schuur is door calamiteit reeds gesloopt.
Echter, doordat de droge opslag essentieel is voor Van der Bijl, is het gewenst om binnen de kadastrale grenzen van Van der Bijl een vervangende schuur te realiseren. Van der Bijl Diervoeders streeft daarnaast naar een formule waarbij een totaalproduct geleverd kan worden. Naast dierenbenodigdheden gaat het daarbij ook om advies en consult. Binnen deze formule is het gewenst om in een aparte ruimte in de winkel een kleinschalige dierenartspraktijk te vestigen. Het totaalproduct heeft voordelen voor mens en dier. De voornaamste voordelen zitten in de laagdrempeligheid en toegankelijkheid van deskundige zorg. Naast het kunnen bieden van een totaalproduct, zorgt deze formule er ook voor dat de winkel zich onderscheidt van webwinkels, die een steeds grotere druk uitoefenen op de fysieke winkels. Vorenstaande biedt Van der Bijl Diervoeders een duurzaam toekomstperspectief. Al met al is het voornemen om in de winkel een ruimte met een oppervlak van 40 m² in te richten en te gebruiken als dierenartspraktijk. Het voornemen: • •
Sloop en herbouw van de schuur; Realisatie van een dierenartspraktijk;
is niet in overeenstemming met het huidige bestemmingsplan “Buitengebied 2008”. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Er zal worden aangetoond dat de beoogde ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is. Opgemerkt wordt dat eveneens de reeds in 2014 vergunde uitbreiding van Van der Bijl Diervoeders wordt meegenomen in voorliggend bestemmingsplan.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Brummen ten noorden van de kern Brummen. Kadastraal is het plangebied bekend als gemeente Brummen, sectie O, nummers 276 (deels), 280 en 281. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van Brummen en Zutphen en van de directe omgeving weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
5
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Afbeelding 1.1
1.3
Ligging van het plangebied ten opzichte van Brummen en Zutphen en de directe omgeving (Bron: ArcGIS)
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0213.BPBG700067-va01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld met een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de geldende bestemmingsplannen “Buitengebied 2008” (vastgesteld op 17 december 2009), “Beschermingszone bestrijdingsmiddelen” (vastgesteld op 25 oktober 2012), “Paraplubestemmingsplan Parkeren” (vastgesteld op 18 oktober 2018) en “Paraplubestemmingsplan Archeologie” (vastgesteld op 15 oktober 2020). Ter duiding van het planologisch regime zijn met name de bestemmingsplannen “Buitengebied 2008” en “Paraplubestemmingsplan Archeologie” van belang. In afbeeldingen 1.2 en 2.2 zijn uitsneden van deze bestemmingsplannen opgenomen. Het plangebied is indicatief met de rode belijning aangegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
6
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Afbeelding 1.2
Uitsnede geldend bestemmingsplan “Buitengebied Brummen 2008” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Afbeelding 2.2
Uitsnede geldend bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Archeologie” (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
7
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld 1.4.2
Beschrijving bestemmingen
1.4.2.1 Bestemmingsplan “Buitengebied Brummen 2008” Op basis van dit geldende bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemmingen ‘Bedrijf – niet-agrarisch’ en ‘Agrarisch met landschapswaarden’. Daarnaast zijn de gronden in het plangebied voorzien van de gebiedsaanduidingen ‘Agrarisch gebied – waardevol landschap’, ‘bodemreliëf’ en ‘gebied met middelhoge archeologische verwachting’. Gronden met de bestemming ‘Bedrijf – niet-agrarisch’ zijn bedoeld voor de uitoefening van een niet-agrarisch bedrijf waarbij ter plaatse van het perceel Windheuvelstraat 11 de uitoefening van een bedrijf in de ‘mengvoeder- en veevoederdistributie’ wordt toegestaan. Het maximum bebouwd oppervlakte voor het bedrijf bedraagt 1.781 m², waarvan 650 m² voor detailhandel mag worden gebruikt. Opgemerkt wordt dat op 31 maart 2014 een omgevingsvergunning is verleend voor het uitbreiden van het bebouwd oppervlak met 193 m² en het uitbreiden van de maximale oppervlakte aan detailhandelsactiviteiten naar 1.275 m². De tot ‘Agrarisch met landschapswaarden’ bestemde gronden zijn onder meer bedoeld voor agrarische doeleinden alsmede het behoud, beheer en/of herstel van de landschappelijke, aardwetenschappelijke en ecologische waarden. Gezien het feit dat er ter plaatse geen bouwvlak is opgenomen is het bouwen van gebouwen niet toegestaan.
Uitsluitend andere bouwwerken mogen in het plangebied worden gebouwd, één en ander met inachtneming van de maximaal toegestane bouwhoogten. De gebiedsaanduidingen zijn opgenomen ter bescherming van eventuele in het plangebied voorkomende natuurlijke, landschappelijke danwel archeologische waarden. Hierbij wordt opgemerkt dat de gebiedsaanduiding ‘Gebied met middelhoge archeologische verwachtingswaarde’ is vervangend door dubbelbestemming die in de volgende paragraaf worden behandeld. 1.4.2.2 Bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Archeologie” Op basis van dit bestemmingsplan is het plangebied voorzien van twee dubbelbestemmingen, namelijk: ‘Waarde – Archeologie hoog’ en ‘Waarde – Archeologie zeer hoog’. Gronden voorzien van deze dubbelbestemmingen zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van archeologische waarden. Binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie hoog’ geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen dieper dan 40 cm en over een oppervlak van meer dan 250 m². Voor de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie zeer hoog’ geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen dieper dan 40 cm en over een oppervlak van meer dan 100 m². 1.4.3
Strijdigheid
De voorgenomen ontwikkeling betreft het toestaan van een dierenartspraktijk in de bestaande bebouwing, met een maximaal oppervlak van 40 m². Een dergelijke activiteit is ter plaatse van het plangebied op basis van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan. Het is daarom noodzakelijk dat het bestemmingsplan wordt herzien. Ten aanzien van de reeds gesloopte en herbouwen schuur geldt dat de beoogde locatie van de schuur buiten de bedrijfsbestemming ligt. De bouw van de schuur is daarom eveneens in strijd met het geldend planologisch regime. Tevens resulteert de voorgenomen verplaatsing van de schuur in een situatie dat niet past binnen de geldende bouwregels (oppervlakte). Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om het voornemen mogelijk te maken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
8
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omliggend gebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Gelderland, de regio Stedendriehoek en de gemeente Brummen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op de vooroverleg en inspraak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
9
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
HOOFDSTUK 2 2.1
DE HUIDIGE SITUATIE
Het plangebied en de omgeving
Het plangebied is gelegen aan de Windheuvelstraat 11 in het buitengebied van de gemeente Brummen. De omgeving van het bedrijf wordt gekenmerkt door een afwisselend landschap van open weilanden, kleine bospartijen, in versnipperde structuur woningen, agrarische en niet-agrarische bedrijvigheid. Ten westen en noorden van het plangebied bevinden zich bedrijfspercelen en agrarische cultuurgronden. Het plangebied wordt aan de noord- en oostzijde begrensd door De Voortweg en aan de zuid- en westzijde door respectievelijk de Windheuvelstraat en agrarische gronden. Afbeelding 2.1 geeft een beeld van de huidige situatie in het plangebied.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto huidige situatie in het plangebied (Bron: PDOK)
Het plangebied is ingericht ten behoeve van Van de Bijl Dierenvoeders en is bebouwd met een bedrijfswoning, het winkelpand, opslaggebouwen en overige bedrijfsbebouwing. Voor het overige bevindt zich in het plangebied een parkeerterrein en is de grond rondom de bedrijfswoning ingericht als tuin.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
10
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
HOOFDSTUK 3
PLANBESCHRIJVING
3.1
Gewenste ontwikkeling
3.1.1
Verplaatsen schuur
Zoals in hoofdstuk 1 is beschreven staat één van de schuren van initiatiefnemer buiten de in eigendom zijnde kadastrale percelen. De schuur, met een oppervlak van circa 105 m² is vergund, maar staat op grond van een perceel waarvan de gronden onlangs zijn verkocht. Hierdoor dient de schuur te worden gesloopt. De schuur is door calamiteit reeds ingezakt en gesloopt. De schuur wordt echter gebruikt voor de droge opslag van hooi. Doordat dit een belangrijk product voor initiatiefnemer is, dient elders in het plangebied een vervangende schuur te worden gebouwd. De gewenste locatie van deze schuur is gevonden aan de oostzijde van de bestaande bebouwing. In afbeelding 3.1 is weergegeven welke schuur dient te worden gesloopt en wat de gewenste locatie van de vervangende schuur is.
Afbeelding 3.1
Te slopen schuur en gewenste locatie vervangende schuur (Bron: PDOK, bewerkt door BJZ.nu)
Met de voorgenomen verplaatsing van de schuur, is sprake van een toename van bebouwd oppervlak voor initiatiefnemer. Immers stond de te slopen schuur niet op grond van initiatiefnemer en was daarmee planologisch gezien geen onderdeel van het toegestaan bebouwd oppervlak. Hiervoor wordt opgemerkt dat het geldende planologisch regime afwijkingsmogelijkheden kent, waarop basis het bebouwd oppervlak mag toenemen. In het ter plaatse geldende bestemmingsplan is namelijk een 10% regeling opgenomen in artikel 5, sub 3, onder a, 1 en artikel 25. In deze artikelen staat opgenomen dat je onder voorwaarden het bij recht toegestane
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
11
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld oppervlak aan bebouwing met 10% mag vergroten. Deze 10% regeling staat er twee keer in, dus bij gecombineerde toepassing is 2 x 10% vergroting van bebouwd oppervlak mogelijk. Op basis van het geldende bestemmingsplan is ter plaatse van het plangebied een bebouwd oppervlak van 1.781 m² toegestaan. Dit oppervlak kan op basis van de hiervoor genoemde afwijkingsregels worden vergroot met 356,2 m² (178,1 m² + 178,1 m²). Met deze vergroting mag ter plaatse van het plangebied in totaal 2.137,2 m² aan bebouwing worden gerealiseerd. In het verleden (2014) is de bebouwing ter plaatse van het plangebied reeds uitgebreid met 193 m². Het oppervlak van de bestaande bebouwing in het plangebied bedraagt 2.026 m². Door gebruik te maken van de hiervoor beschreven 10%-regelingen, mag het bebouwd oppervlak ten opzichte van de bestaande situatie worden vergroot met (2.137,2 m² – 2.026 m²) 111,2 m². Dit biedt ruim voldoende ruimte om de verplaatsing van de schuur planologisch in te passen.
Om gebruik te kunnen maken van de hiervoor beschreven 10%-regelingen, dient aan het onderstaande te worden voldaan: Het vorenstaan is toegestaan mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het landschaps- en bebouwingsbeeld en verkeersbelangen en de belangen van eigenaren en/of gebruikers van aangrenzende gronden en gebouwen niet onevenredig worden geschaad. In voorliggende toelichting worden de beschreven voorwaarden getoetst en wordt aangetoond dat hieraan kan worden voldaan. Tot slot wordt opgemerkt dat in voorliggend bestemmingsplan de 10%-regelingen worden geschrapt. Dit ter voorkoming dat hier meermaals gebruik van kan worden gemaakt. 3.1.2
Dierenartspraktijk
De groeiende invloed van webwinkels heeft als resultaat dat fysieke winkels het steeds zwaarder krijgen. Om fysieke winkels nog aantrekkelijk te houden voor de consument dient deze zich te onderscheiden van de webwinkels. De veranderingen in fysieke winkels volgen elkaar in hoog tempo op. Het onderscheidend vermogen van fysieke winkels ten opzichte van webwinkels bestaat onder andere uit de aanwezigheid van expertise en de mogelijkheid van het verkrijgen van advies op maat. Hoewel de expertise van Van der Bijl dierenvoeders reeds een meerwaarde is voor de winkel, wil Van der Bijl Dierenvoeders zich verder onderscheiden van webwinkels door een totaalproduct te kunnen bieden. Naast dierenbenodigdheden gaat het daarbij ook om advies en consult. Binnen deze formule is het gewenst om in een aparte ruimte in de winkel een kleinschalige dierenartspraktijk te vestigen. Vorenstaande resulteert in een meerwaarde voor de consument om er toch voor te kiezen de winkel te bezoeken. Het inpandig toevoegen van de dierenartsenpraktijk aan Van der Bijl dierenvoeders heeft naast de voordelen van het onderscheidend vermogen van de winkel om in te spelen op de veranderingen op de winkelmarkt ook voordelen voor mens en dier. De voornaamste voordelen zitten in de laagdrempeligheid en toegankelijkheid van deskundige zorg.
Het is niet altijd noodzakelijk om naar de dierenarts te gaan en de drempel om een dierenarts te bezoeken wordt steeds hoger. Voor de klant is het daarom prettig om op een laagdrempelige manier naar Van der Bijl dierenvoeders te gaan. In de winkel kan de klant waar nodig en mogelijk worden geholpen en indien noodzakelijk worden doorgestuurd naar de inpandige dierenartsenpraktijk. Dit heeft als resultaat dat dieren die diergeneeskundige zorg behoeven sneller terechtkomen bij een dierenarts. Beschrijving van de dierenartsenpraktijk • • •
Het oppervlak voor de inpandige praktijk zal maximaal 40 m² gaan bedragen De openingstijden zijn gelijk aan die van de winkel De activiteiten die uitgevoerd worden zijn o Consult en vaccinatie o Kleine behandelingen o Verkoop voeding en overige diergeneeskundige producten o Eerstelijns operaties en behandelingen, zoals castratie en sterilisatie, gebitsbehandelingen
Gezien de kleinschaligheid (40 m²) van de dierenartsenpraktijk ten opzichte van de circa 2.000 m² winkeloppervlak is hier nadrukkelijk sprake van een activiteit die ondergeschikt is aan de huidige functie. BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
12
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld 3.1.3
Landschappelijke inpassing
Ter waarborging van de landschappelijke inpassing van het plangebied, is in voorliggend geval door De Erfontwikkelaar een erfinrichtingsplan opgesteld. Het erfinrichtingsplan inclusief bijbehorende onderbouwing is in bijlage 1 van deze toelichting opgenomen. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van het erfinrichtingsplan opgenomen. Aansluitend wordt in het kort ingegaan op het erfinrichtingsplan.
Afbeelding 3.2
Erfinrichtingsplan (Bron: De Erfontwikkelaar)
Het erf aan de Windheuvelstraat is momenteel grotendeels landschappelijk goed ingepast. De zuid-oostzijde is veel opener. Hiermee vallen de verschillende gebouwen vanuit deze zijde meer op. Hier is geen ruimte om extra beplanting te voorzien. De zuidzijde is goed ingepast met enkele bomen en hagen in de tuin. Wel staan er aan de oostzijde enkele gebiedsvreemde beplantingen die vervangen dienen te worden. Gekozen is om een nieuw houtsingel aan te planten die eventuele buitenopslag afschermt. Tevens draag deze singel bij aan de biodiversiteit. De nieuwe hooischuur wordt aansluitend op de bestaande schuur gebouwd. Opvallende kleuren zijn vanuit het landschap niet wenselijk. Materialen die mooi verouderen en passen in het landschap moeten worden toegepast. Vanuit het vigerend beleid is het wenselijk om bestaande groenelementen te behouden en waar kan te versterken. De erven langs de Windheuvelstraat komen sterk overeen met de omschreven karakteristiek. Het kent half open erfensembles, al dan niet voorzien van enkele grote bomen en gesloten bosjes of singels. Richting de weg zijn de tuinen open en er is zicht op de bebouwing. De erven in het landschap kennen een duidelijke cluster waarbij de verhouding groen en stenen in balans is.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
13
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld De keuze voor de verharding moet in afstemming gemaakt worden met de materialisering van de architectuur. Verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden. Dit in afstemming met de kleurstelling van de gevels en overige materialisering van het woonhuis en de overige gebouwen.
3.2
Verkeer en parkeren
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Doordat in voorliggend geval enkel sprake van vervangende nieuwbouw van een opslagschuur en van een inpandig toevoegen van een dierenartspraktijk dat ondergeschikt is aan de huidige winkel, heeft het voornemen geen negatieve gevolgen voor de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbehoefte ter plaatse van het plangebied. De bestaande klanten behoren tot de doelgroep en door het voornemen zal het aantal klanten niet toenemen. Hierbij wordt opgemerkt dat het exploiteren van de dierenartspraktijk enkel een manier is om bestaande klanten vast te houden door het bieden van extra services. De dierenartspraktijk moet dan ook niet worden gezien als een losstaande functie dat nieuwe klanten aantrekt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
14
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
3.
Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
15
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.
4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconstateerd is dat de woonfunctie de meest logische vervolgfunctie is voor deze locatie. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2.2 Toetsing aan de ladder Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Op basis van jurisprudentie kan worden gesteld dat:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
16
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld • • •
Planologische gebruikswijzigingen zonder een toename van bouwmogelijkheden in de hoofdregel niet te kwalificeren zijn als Ladderplichtige stedelijke ontwikkelingen. Indien sprake is van “zodanige functiewijzigingen” kunnen planologische gebruikswijzigingen wel worden gekwalificeerd als een Ladderplichtige stedelijke ontwikkeling. Wanneer kan sprake zijn van een “zodanige functiewijziging”? Bepalend daarvoor is of een functiewijziging van invloed is op het woon-, leef- en ondernemersklimaat elders.
In geval van voorgenomen ontwikkeling wordt het planologisch gebruik van bestaande bebouwing beperkt gewijzigd. Tevens wordt De invloed van de ontwikkeling op het woon-, leef- en ondernemersklimaat zal niet onevenredig negatief worden beïnvloed. Dit zal in hoofdstuk 5 worden toegelicht. Tevens wordt opgemerkt dat de toe te voegendierenartsfunctie bij uitstek een geschikte functie is voor het buitengebied. 4.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Op basis van jurisprudentie kan worden gesteld dat: • • •
Planologische gebruikswijzigingen zonder een toename van bouwmogelijkheden in de hoofdregel niet te kwalificeren zijn als Ladderplichtige stedelijke ontwikkelingen. Indien sprake is van “zodanige functiewijzigingen” kunnen planologische gebruikswijzigingen wel worden gekwalificeerd als een Ladderplichtige stedelijke ontwikkeling. Wanneer kan sprake zijn van een “zodanige functiewijziging”? Bepalend daarvoor is of een functiewijziging van invloed is op het woon-, leef- en ondernemersklimaat elders.
Op voorliggende ontwikkeling is ook de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2 er in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling en er getoetst moet worden aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking In geval van voorgenomen ontwikkeling wordt het planologisch gebruik van bestaande bebouwing beperkt gewijzigd. De invloed van de ontwikkeling op het woon-, leef- en ondernemersklimaat zal niet onevenredig negatief worden beïnvloed. Dit zal in hoofdstuk 5 worden toegelicht. Tevens wordt opgemerkt dat de toe te voegendierenartsfunctie bij uitstek een geschikte functie is voor het buitengebied. Tevens neemt het bebouwd oppervlak in voorliggend geval niet toe met meer dan 500 m². Gelet op het vorenstaande is in voorliggen geval geen sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ als bedoeld in de ladder voor duurzame verstedelijking. 4.1.3
Conclusie toets aan het rijksbeleid
Geconcludeerd kan worden dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen betreffen de Omgevingsvisie Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
17
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld 4.2.1
Omgevingsvisie Gelderland
4.2.1.1 Algemeen Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ vastgesteld. Op 1 maart 2019 is deze in werking getreden. De provincie wil Gelderland in de toekomst ‘Gaaf’ houden, en vindt dat we daar nu wat voor moeten doen. De provincie staat voor stevige uitdagingen. Er zijn grote, verscheidene ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Hierbij staan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. De focus ligt op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Om de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland uit te werken, streeft de provincie zeven samenhangende ambities na. Met behulp van deze zeven ambities geeft de provincie hier uitvoering aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Energietransitie, van fossiel naar duurzaam; Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; Circulaire economie: het sluiten van kringlopen; Biodiversiteit: werken met de natuur; Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.
In voorliggend geval is met name ambitie 6 van toepassing. Hier wordt hierna nader op ingegaan. 4.2.1.2 Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio Wat we zien in Gelderland… Gelderland heeft een unieke ligging op de oostwest-as en de noordzuid-as van ons land; een strategische en aantrekkelijke positie te midden van andere sterke regio’s – Amsterdam (Randstad), Brussel (Vlaamse Ruit), Keulen (Rheinland). We zijn daarmee uitstekend verbonden en werken daarmee samen, net zoals met onze buurprovincies. Juist door de bijzondere kwaliteiten en veelzijdigheid van Gelderland – haar natuur, groene steden op menselijke schaal, kennisinfrastructuur, cultuur, recreatie en toerisme en sport – kan zij zich verder ontwikkelen als ideale vestigingsplek en uitvalslocatie om te werken en te wonen. Met onze brede blik op de leefomgeving geven wij dan ook een krachtige impuls aan de regionale economie en arbeidsmarkt. Zo kunnen mensen in Gelderland zich ontplooien, ontspannen en ontwikkelen. Waar we naar streven…. Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; dat is wat wij willen. Zo wordt Gelderland versterkt: nu en in de toekomst. De aanpak van de provincie Gelderland: •
•
• •
De provincie zorgt voor een gevarieerd aanbod aan goed ontsloten, kwalitatief hoogwaardige, duurzame werklocaties. We gaan hierover in gesprek met de Gelderse regio’s en maken regionale afspraken over een goede balans tussen de vraag en het aanbod van werklocaties. Het concentreren van economische activiteiten heeft daarbij onze voorkeur, boven versnippering. En: het omvormen van bestaande en leegstaande bedrijvenlocaties gaat boven de aanleg van nieuwe terreinen. Samen met de regio’s spelen we in op veranderende behoeften van het bedrijfsleven. Toekomstige behoeften veranderen immers continue, dit vraagt om regelmatig herzien van de regionale afspraken. Ook stimuleert de provincie het omvormen van bestaande gebouwen en locaties zodat deze weer aansluiten bij de wensen van bedrijven en werknemers. De provincie zorgt dat bedrijven die zich hier willen vestigen of die willen uitbreiden snel en effectief geholpen worden bij het vinden van een zo optimaal mogelijke locatie. De provincie stimuleert de aansluiting tussen het Gelderse onderwijs en de arbeidsmarkt. We stimuleren dit ook in fysieke zin met campusontwikkeling. BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
18
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld •
De provincie stimuleert (kleinschalig) ondernemerschap en innovatie, ook met oog voor ontwikkeling van lokale arbeidsmarkten. Zeker wanneer ondernemers een duurzaam Gelderland dichterbij brengen.
4.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Gelderland’ In voorliggend geval is sprake van een beperkte functiewijziging bij een bestaande diervoeder, om zodoende een kleinschalige dierenartspraktijk mogelijk te maken. Tevens wordt een bestaande schuur herbouwd. Het voornemen biedt de diervoerderwinkel een duurzaam toekomstperspectief en draagt daarmee bij aan de plattelandseconomie en een vitaal buitengebied. De functieverandering vindt enkel binnen een bestaand pand plaats, waardoor geen sprake is van een aantasting van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Daarentegen is wel sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. 4.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
De provincie beschikt over een palet van instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening Gelderland bevat geen bepalingen die de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in de weg staan. Geconcludeerd wordt dat de Omgevingsverordening Gelderland de beoogde ontwikkeling niet in de weg staat. 4.2.3
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Voorliggende ruimtelijke ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Gelderland, die is verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1
Regionale structuurvisie Stedendriehoek 2030
4.3.1.1 Algemeen De Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 (RSV) (vastgesteld 2007) geeft de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling op langere termijn, tot 2030. De RSV gaat over het zogenaamde bundelingsgebied van de drie steden Apeldoorn, Deventer en Zutphen en het daarbinnen gelegen middengebied (grote delen van het grondgebied van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Lochem, Voorst en Zutphen). De Regionale Structuurvisie De Voorlanden van de regio Stedendriehoek (vastgesteld 2009) maakt samen met Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 (voor het bundelingsgebied) het ruimtelijk beleid voor de regio ‘compleet’. Beide documenten vormen samen de visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van dit gebied. De doelstelling voor de RSV is door de regio uitgewerkt in vijf strategische keuzen: • • • • •
Duurzaam waterbeheer als basis voor ruimtelijke ontwikkeling; Natuur, landschap en landbouw ontwikkelen in functiecombinaties; Regionale bereikbaarheid verbeteren door hoogwaardig openbaar vervoer; Stedelijke herstructurering gaat boven nieuwe stadsuitbreidingen; Toevoegen van centrumstedelijke en landelijke woonmilieus.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
19
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld 4.3.1.2 Kernkwaliteiten landelijk gebied De plattelandseconomie van De Voorlanden moet zich gevarieerd ontwikkelen en bijdragen aan de ontwikkeling van een robuust landschap. De voornaamste economische drager van het platteland is ook in 2030 de landbouw. Het waar mogelijk bieden van ruimte voor schaalvergroting moet ertoe bijdragen, dat de grondgebonden sector zich goed heeft kunnen handhaven. Ook de intensieve sector moet zich, binnen de randvoorwaarden van milieu en landschap, goed kunnen ontwikkelen. In enkele meer grootschalige gebieden zullen naar verwachting nieuwe agrarische productielandschappen ontstaan, met een eigen kwaliteit. Door versterking van het toeristische profiel heeft de Stedendriehoek een belangrijke troefkaart voor de (plattelands)economie in handen in De Voorlanden. De positie van de Stedendriehoek op de markt voor hoogwaardige en kleinschalige voorzieningen in een cultuurhistorisch en landschappelijk waardevolle omgeving moet daarbij worden versterkt. Ook zullen nieuwe duurzame economische dragers tot ontwikkeling komen. Deze kansen moeten worden benut voor onder andere verbreding van de agrarische bedrijfsvoering naar recreatie en toerisme, zorg en welzijn en naar natuur- en landschapsbeheer.
Kansen voor nieuwe economische dragers kunnen worden benut bij functieverandering van vrijkomende agrarische bebouwing en meer economisch gebruik van (nieuwe) landgoederen. De Stedendriehoek zet daarbij in op ontwikkelingen die ook een bijdrage aan verbetering van de kwaliteit van natuur en landschap in De Voorlanden leveren. 4.3.3
Toetsing aan regionaal beleid
De voorgenomen ontwikkeling levert in het kader van het regionaal beleid geen belemmeringen op. Het voornemen draagt bij aan een duurzaam toekomstperspectief voor een bestaand bedrijf. Vorenstaande zorgt voor een economische impuls (of het behoud hiervan) in het buitengebied van Brummen.
4.4
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot het voorliggende bestemmingsplan zijn de hieronder genoemde beleidsstukken het belangrijkst. 4.4.1
Toekomstvisie Brummen 2030
4.4.1.1 Algemeen De toekomstvisie maakt heldere keuzes voor de toekomst van Brummen en geeft daarmee een duidelijke koers aan richting 2030. De visie geeft richting aan de strategie, het beleid en de plannen die de komende vijftien jaar worden gemaakt. Het is een inspiratiekader, dat laat zien wat en wie Brummen wil zijn in 2030. Het is geen opsomming van beleidskeuzes voor de komende vijftien jaar. De richting is duidelijk. Hoe de gemeente daar komt, wordt de komende jaren ingekleurd door de gemeentelijke politiek, de gemeentelijke organisatie en de inwoners en ondernemers van Brummen. 4.4.1.2 Bedrijvigheid in het buitengebied De prachtige natuur, het veelzijdige landschap en de landgoederen zijn kernwaarden van de identiteit van Brummen. Het buitengebied vormt daarmee een belangrijke pijler. De boer, de natuurbeheerder en de landgoedeigenaar zijn de belangrijkste beheerders van het buitengebied. Ingezet wordt op versterking van het buitengebied. Niet door stilstand, maar door vernieuwing met respect voor het oude. Het boerenbedrijf vormt het krachtige centrale punt in deze vernieuwing. De agrarische sector bestaat in Brummen vooral uit veehouderij. De Brummense veehouderij is een krachtige economische sector die beeldbepalend is in het buitengebied. De agrarische sector krijgt in Brummen de ruimte om zich te ontwikkelen.
Daarbij gaan ontwikkelruimte en vernieuwing hand in hand. De bescherming van cultuurhistorie (monumenten en archeologische vondsten), landgoederen, natuur en landschappen blijft verankerd in wet- en regelgeving. De ontwikkelruimte voor bestaande niet-agrarische bedrijven in het buitengebied hangt af van de relatie die zij hebben met het buitengebied. Nieuwe grootschalige niet-agrarische bedrijven horen thuis op een
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
20
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld bedrijventerrein. Kleinschalige bedrijven in bijvoorbeeld de zorg, dienstverlening of creatieve sector zijn wel inpasbaar in bestaande gebouwen in het buitengebied, bijvoorbeeld op een landgoed of boerderij. 4.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Toekomstvisie Brummen 2030’ Van der Bijl Diervoeders is gevestigd in een overwegend agrarisch gebied en heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot vaste leverancier voor vele agrarische en recreatieve bedrijven en particulieren in het omliggende buitengebied. Door de toenemende druk van webwinkels dienen fysieke winkels, ten behoeve van de continuïteit en de levensvatbaarheid, zich te onderscheiden van webwinkels. Voor Van der Bijl Diervoeders kan dit onderscheid worden behaald door naast de dierenbenodigdheden tevens advies en consult van een dierenartspraktijk aan te kunnen bieden. Zoals aangegeven zal de dierenartspraktijk maximaal een oppervlakte van 40 m² in beslag nemen binnen de bestaande bebouwing en zal daarmee ondergeschikt zijn aan de diervoerderswinkel. Er zal nog steeds sprake zijn van een niet-agrarische functie die sterk gelieerd is aan het buitengebied. Het voornemen zorgt voor het versterken van de economische vitaliteit van het bedrijf.
Geconcludeerd wordt dat de ‘Toekomstvisie Brummen 2030’ zich niet verzet tegen de in deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen ontwikkeling. 4.4.2
Ruimtelijke ontwikkelingsvisie "Ligt op groen"
4.4.2.1 Inleiding De ruimtelijke ontwikkelingsvisie ‘Ligt op groen’ (ROV) is op 28 september 2006 door de raad van de gemeente Brummen vastgesteld. Dit beleidsdocument vormt een inspirerend wensbeeld in de vorm van ambities en doelen en is koers uitgezet in de richting van dit wensbeeld. Strategische beleidsuitspraken zijn vertaald naar een ontwikkelingsprogramma voor de periode tot 2015. Het inzetten van nieuwe ontwikkelingen ter versterking van groene kwaliteiten staat centraal in de visie. 4.4.2.2 Landschappelijke zones De identiteit van de gemeente Brummen wordt vooral bepaald door de groene kwaliteit. Deze groene kwaliteiten, en niet de programmatische wensen, zijn het vertrekpunt voor toekomstige ontwikkelingen. De ROV onderscheidt vijf landschappelijke zones, met elk eigen ontwikkelingsmogelijkheden en –wensen. De zones zijn noord-zuid gericht. Van oost naar west zijn dit de IJsselvallei, de Oeverwal, het Arcadisch landschap, de Veluweflank en de Veluwe. Het plangebied is gelegen in de landschappelijke zone ‘Arcadisch landschap’. Dit is weergegeven in afbeelding 4.1.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
21
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
Afbeelding 4.1
Landschappelijke zones ROV (Bron: Ruimtelijke ontwikkelingsvisie ‘Ligt op groen’)
4.4.2.3 Ruimtelijk streefbeeld ‘Oeverwal’ De gemeente Brummen zet in op het herkenbaar maken van de oeverwal als een eenheid. De gemeente Brummen wil de bestaande landschappelijke kenmerken benadrukken en versterken. Ook is het goed mogelijk om nieuwe stedelijke ontwikkelingen in dit gebied een plek te geven, juist ter versterking van het landschap. De nadruk wordt gelegd op behoud van openheid op akkercomplexen en het verdichten van het overige landschap door toevoeging van lanen, kavelbeplantingen en bebouwing. Uiteindelijk doel is verdichting van het landschap, waarmee de huidige doorsnijdingen ruimtelijk worden afgezwakt en het gebied beter ruimtelijke veranderingen kan opnemen. Met behulp van extra beplantingen kan de karakteristiek van kronkelende wegen en onregelmatige kavels, in contrast met de aangrenzende deelgebieden, benadrukt worden. Voor de ontwikkeling van het ruimtelijk streefbeeld vormen de kernkwaliteiten van het waardevolle landschap Zuidelijke IJsselvallei uit de structuurvisie Gelderland het uitgangspunt. 4.4.2.4 Toetsing van het initiatief aan de “Ruimtelijke ontwikkelingsvisie, Ligt op groen” In voorliggend geval is sprake van een sterk aan het buitengebied gelieerde niet-agrarische bedrijfsfunctie. Er is geen sprake van een nieuwvestiging of een grootschalige uitbreiding in de groene omgeving.
Uitsluitend worden de bestaande bedrijfsactiviteiten planologisch ingepast en wordt een beperkte (functie)wijziging mogelijk gemaakt. Desondanks is in voorliggend geval een erfinrichtingsplan opgesteld (zie paragraaf 3.1.3). Met het erfinrichtingsplan wordt het plangebied nog verder landschappelijk ingepast in de omgeving en wordt de instandhouding hiervan in de regels gewaarborgd. Het voornemen draagt hiermee bij aan de herkenbaarheid en het behoud van de gebiedseigen landschappelijke kenmerken. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de ruimtelijke ontwikkelingsvisie.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
22
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld 4.4.3
Nota Ruimtelijke Kwaliteit Brummen
4.4.3.1 Inleiding In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit heeft de gemeente Brummen het welstandsbeleid geformuleerd. De nota bevat handvatten voor verbouwingen en beschrijft hoe om te gaan met verbouwingen aan huizen, bedrijven, landgoederen en monumenten. Ook worden suggesties gegeven over duurzaamheid en worden oplossingsrichtingen gegeven voor de herindeling van boerenerven. De nota is opgesteld vanuit de overtuiging dat de gemeente, ondernemers en inwoners het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving dienen te behartigen. De verschijningsvorm van een bouwwerk is geen zaak van de eigenaar van het bouwwerk alleen; elke voorbijganger wordt ermee geconfronteerd, of hij nu wil of niet. Het welstandsbeleid – vastgelegd in de nota - is bedoeld om in alle openheid een bijdrage leveren aan de schoonheid en de aantrekkelijkheid van de gemeente Brummen. De ‘Nota Ruimtelijke Kwaliteit’ is opgedeeld in een aantal onderdelen, namelijk: 1. 2. 3. 4. 5.
De algemene welstandscriteria; Gebiedsgerichte welstandscriteria; Welstandscriteria per thema; Welstandscriteria voor kleine bouwwerken; Excessen.
Ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling, zijn de algemene welstandscriteria en de welstandscriteria voor kleine bouwwerken van belang. 4.4.3.2 Algemene welstandscriteria In de algemene welstandscriteria is in algemene zin aangegeven dat een bouwwerk dient te voldoen aan redelijke eisen van welstand en dat de verschijningsvorm van een bouwwerk een relatie heeft met het gebruik van het bouwwerk. Een bouwwerk dient tevens een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de openbare ruimte en er dient sprake te zijn van een samenhangend stelsel van maatverhoudingen. Tot slot dient er een logische materiaal keuze te zijn gemaakt. 4.4.3.3 Welstandscriteria voor kleine bouwwerken Speciaal voor de relatief kleine bouwwerken die niet vergunningsvrij zijn, gelden binnen de gemeente richtinggevende criteria. De criteria zien toe op de positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering van kleine bouwwerken. 4.4.3.4 Toetsing van het initiatief aan de ‘Nota Ruimtelijke Kwaliteit’ Brummen In de vergunningsfase van de te realiseren bebouwing in het plangebied worden de welstandscriteria in acht genomen. In dezelfde fase wordt ook een welstandstoets uitgevoerd. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat aan de welstandscriteria kan worden voldaan. 4.4.4
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid Brummen
Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten zoals verwoord in de in deze paragraaf behandelde beleidsdocumenten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
23
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectenrapportage. Opgemerkt wordt dat in voorliggend geval uitsluitend de te herbouwen schuur en de inpandige dierenartsenpraktijk de toe te voegen functies betreffen. Voor het overige worden bestaande reeds vergunde activiteiten in het bestemmingsplan opgenomen. De reeds vergunde activiteiten worden in de volgende paragrafen buiten beschouwing gelaten.
5.1
Geluid
5.1.1
Wettelijk kader
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 5.1.2
Beoordeling
In voorliggend geval zijn de aspecten rail- en wegverkeerslawaai niet van belang aangezien het project niet voorziet in de realisatie van een nieuw geluidsgevoelig object. In het kader van industrielawaai worden er geen geluidsgevoelige objecten mogelijk gemaakt en betreft het geen ontwikkeling in of nabij een gezoneerd bedrijventerrein. Voor wat betreft de invloed van het bedrijf op de omgeving wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering). 5.1.3
Conclusie
De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoering van het voorgenomen plan.
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. 5.2.2
Situatie plangebied
In voorliggend geval is ter plaatse van het plangebied door Sigma Bouw & Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Doordat het bodemonderzoek heeft plaatsgevonden op gronden die nagenoeg volledig zijn bebouwd, en deze bebouwing tevens nog in gebruik is, is het bodemonderzoek met name rondom
BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies
24
Bestemmingsplan “Buitengebied 2008, Windheuvelstraat 11 Brummen” Vastgesteld de bebouwing uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is in bijlage 2 van deze toelichting openomen. Hierna wordt op de bevindingen ingegaan. Grond Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal plaatselijk puinresten waargenomen. Plaatselijk zijn boringen vanwege een obstructie gestaakt. In het opgeboorde plaatselijk puinhoudende bodemmateriaal is op basis van zintuiglijke waarnemingen geen asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Vm. bovengrondse brandstoftank bovengrond (0.06-0.26 m-mv) Bovengrondmonster MM1 (boring 1) bevat geen verhoogd gehalte minerale olie en vluchtige aromaten ten opzichte van de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 1 (3.0-4.0 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium (zware metalen) ten opzichte van de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. Overig onbebouwde deel van het plangebied bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte lood (zware metalen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, som 10) en PCB’s (som 7) t.o.v.