(063) Toelichting
Tekst van het document
Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation Bestemmingsplan
Opdrachtgever
Liander N.V.
Gemeente Identificatienummer Versie Datum Opsteller Projectnummer
Brummen NL.IMRO.0213. BPEECE470000-va01 Vastgesteld 22 januari 2024 R. Nijdam 1265
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
429634
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding ......................................................................................................................... 1 Aanleiding ..................................................................................................................... 1 Vigerend bestemmingsplan .......................................................................................... 2 Leeswijzer ..................................................................................................................... 3 Begrippenlijst................................................................................................................. 4
2 2.1 2.2
Het plan ......................................................................................................................... 5 Bestaande situatie ........................................................................................................ 5 Toekomstige situatie ..................................................................................................... 6
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Beleidskader ................................................................................................................. 7 Inleiding ......................................................................................................................... 7 Rijksbeleid ..................................................................................................................... 7 Provinciaal beleid .......................................................................................................... 8 Gemeentelijk beleid ...................................................................................................... 9
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
Omgevingsaspecten ................................................................................................... 11 Inleiding ....................................................................................................................... 11 Archeologie ................................................................................................................. 11 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 12 Water........................................................................................................................... 12 Natuur ......................................................................................................................... 14 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 15 Bedrijven en Milieuzonering ........................................................................................ 16 Geluid .......................................................................................................................... 18 Magneetvelden ...........................................................................................................
18 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 19 Externe veiligheid ........................................................................................................ 19 Besluit milieueffectrapportage..................................................................................... 20
5 5.1 5.2
Toelichting op de regels .............................................................................................. 22 Algemeen .................................................................................................................... 22 Nadere toelichting op de regels .................................................................................. 22
6 6.1 6.2 6.3
Economische uitvoerbaarheid..................................................................................... 25 Algemeen .................................................................................................................... 25 Planschade ................................................................................................................. 25 Conclusie .................................................................................................................... 25
7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 26 Vooroverleg artikel 3.1.1. Bro ..................................................................................... 26 Zienswijzen ................................................................................................................. 26
Bijlagen bijlage 1 bijlage 2 bijlage 3 bijlage 4 bijlage 5 bijlage 6
Vooronderzoek Bodemonderzoek Watertoets Quickscan Flora en fauna Stikstofdepositie berekening Passende beoordeling Plan m.e.r. beoordeling
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Liander is verantwoordelijk voor het aanleggen, onderhouden en beheren van gas- en elektriciteitsnetten in (delen van) de provincies Gelderland, Flevoland, Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Friesland. Om te zorgen voor een betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening, is het belangrijk om de veiligheid, kwaliteit en capaciteit van de netten op orde te houden. De netinfrastructuur moet nu en in de toekomst aan de capaciteitsbehoefte van de klanten voldoen. De capaciteit van het bestaande transformatorstation aan de Schoonmansmolenweg 5 is onvoldoende om de groeiende behoefte aan nieuwe aansluitingen in de regio aan te kunnen. Enerzijds komt dit voort uit een toenemende vraag naar elektriciteit (mede door de verduurzaming van de papierindustrie) en anderzijds uit toenemende teruglevering van elektriciteit op het net door de toename aan duurzame energieopwekking. Daarom is een uitbreiding van het transformatorstation nodig met meer vermogen. De uitbreiding vindt plaats op het naastgelegen perceel (zie afbeelding 1). Voorliggend bestemmingsplan maakt de uitbreiding van het transformatorstation mogelijk.
afbeelding 1: ligging plangebied
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
1/26
Inleiding
1.2
Vigerend bestemmingsplan
Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: • bestemmingsplan ‘Eerbeek’, vastgesteld op 13 september 2020; • paraplubestemmingsplan ‘Archeologie’, vastgesteld op 15 oktober 2020; • paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’, vastgesteld op 18 oktober 2018; • paraplubestemmingsplan ‘Mantelzorgwoning’, vastgesteld op 15 oktober 2015 (niet relevant) Hieronder is ingegaan op de eerste drie bestemmingsplannen. Het paraplubestemmingsplan ‘Mantelzorgwoning’ is niet relevant voor dit plan. 1.2.1 Bestemmingsplan ’Eerbeek’ Voor het bestaande transformatorstation en de uitbreiding geldt het bestemmingsplan ‘Eerbeek’. De gronden hebben de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Hierbinnen zijn bedrijven van maximaal milieucategorie 4.1 toegestaan. Een uitsnede van het huidige bestemmingsplan is in afbeelding 2 getoond.
afbeelding 2: uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Eerbeek’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Gebouwen ten behoeve van bedrijven mogen binnen het bestemmingsvlak worden gebouwd. Er dient minimaal 3 meter afstand tot de zijdelingse perceelsgrens aan te worden gehouden en gebouwen voor bedrijven mogen maximaal 18 meter hoog worden gebouwd. De bebouwde oppervlakte per bouwperceel mag maximaal 80% bedragen. Op de gronden waar de uitbreiding is voorzien, is een functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ opgenomen. Deze bedrijfswoning is inmiddels verwijderd. Het enige dat ervan over is de toiletruimte, meterkast en de fundering. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt een maximum bouwhoogte van 3 meter. Onder andere voor bedrijfsinstallaties, antennes, verlichting en andere vergelijkbare bouwwerken geldt in afwijking hiervan een maximum hoogte van 8 meter. En voor erfafscheidingen geldt een maximum bouwhoogte van 1 meter voor de voorgevel en 2 meter in het achtererfgebied.
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
2/26
Inleiding
De bebouwde oppervlakte ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde erfen terreinafscheidingen en masten, mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 5%. Er is een dubbelbestemming Leiding – Hoogspanningsverbinding opgenomen aan de zuidwestzijde van het plangebied, langs de Schoonmansmolenweg. Hier is een ondergrondse hoogspanningsverbinding aanwezig (150kV). Toets aan het bestemmingsplan Het transformatorstation zal na de uitbreiding een opgesteld transformatorvermogen hebben van 198 MVA (zie nadere toelichting in hoofdstuk 2.2). Dit valt onder milieucategorie 3.2 (100200 MVA). Het toekomstige transformatorvermogen is daarmee toegestaan. Wel dient de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ verwijderd te worden. Voor de ontwikkeling is het nodig om de ondergrondse kabelverbinding door te trekken naar het nieuwe perceel. Hiervoor is het nodig om het deel met de dubbelbestemming Leiding – Hoogspanningsverbinding te vergroten tot en met de gronden van de uitbreiding. Het nieuwe gebouw en de bouwwerken die nodig zijn, zijn mogelijk binnen de toegestane bouwhoogtes. 1.2.2 Paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’ Het paraplubestemmingsplan Parkeren is opgesteld om voor de hele gemeente de parkeerregels te herzien in de bestaande bestemmingsplannen. Het paraplubestemmingsplan bevat parkeernormen per gebiedstype (centrum, rest bebouwde kom en buitengebied) en per functie.
De voorgenomen ontwikkeling wordt getoetst aan de parkeernormen. Dit is beschreven in paragraaf 4.6. Ook is in het nieuwe bestemmingsplan het Paraplubestemmingsplan Parkeren van toepassing verklaard, zodat de parkeernormen blijven gelden. 1.2.3 Paraplubestemmingsplan ‘Archeologie’ Dit paraplubestemmingsplan is opgesteld om voor de gemeente de archeologische beleidsregels uniform vast te stellen conform de gemeentelijke archeologische beleidskaart. Voor het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie middelmatig’. Bij bouwwerkzaamheden of grondroerende werkzaamheden die dieper gaan dan 0,4m en met een oppervlakte van meer dan 1.000 m2 is een archeologisch onderzoek nodig om de mogelijke archeologische waarden van de gronden vast te stellen. Deze toets zal plaats vinden als onderdeel van de omgevingsvergunningsaanvraag. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie middelmatig’ is overgenomen in dit nieuwe bestemmingsplan.
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het plan beschreven, waarbij eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie en vervolgens op de toekomstige situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt toegelicht hoe de planuitgangspunten zijn vertaald naar de bestemmingsregels. De economische uitvoerbaarheid van het plan is beschreven in hoofdstuk 6 en de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 7.
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
3/26
Inleiding
1.4
Begrippenlijst
In het voorliggende bestemmingsplan worden verschillende begrippen gebruikt, welke vrij technisch en specialistisch van aard zijn. Daarom is hieronder een begrippenlijst opgenomen waarin de meest belangrijke termen zijn toegelicht. Transformatorstation Op een transformatorstation, ook wel onderstation of elektriciteitsdistributiebedrijf genoemd, wordt de spanning van elektriciteit omgezet van de ene spanning naar een andere spanning (omhoog of omlaag). De elektriciteit wordt vanaf het station vervolgens getransporteerd naar de verschillende wijken of gebieden in een dorp of stad. Transformator Een transformator zet elektriciteit om van de ene spanning naar een andere spanning. Transformatorruimten De transformator komt in een bouwwerk te staan, de transformatorruimte. Veelal zijn transformatorruimten aan de bovenzijde en de voorzijde open. In het geval van dit bestemmingsplan staan de transformatoren in gebouwen (de bestaande gebouwen aan de straatzijde). Transformatorvermogen Het vermogen ofwel capaciteit van de transformator, uitgedrukt in MVA. MVA Aanduiding van het vermogen ofwel capaciteit van de transformator om elektriciteit te kunnen transporteren en transformeren. De capaciteit wordt uitgedrukt in VoltAmpère (VA). 1 MVA (MegaVoltAmpère) is 1.000.000 VA. kV De hoogte van de spanning wordt uitgedrukt in Volt, 10kV is 10.000 Volt.
Hoogspanning Hoogspanning is de verzamelnaam voor de hoogste spanningsniveaus in het elektriciteitsnet. Alle spanningsniveaus van hoger dan 25kV vallen hieronder. Middenspanning Middenspanning is de verzamelnaam voor de spanningen tussen de hoogste en laagste spanningsniveaus in het elektriciteitsnet. Alle spanningsniveaus van hoger dan 1kV en lager dan 25kV vallen hieronder. Laagspanning Laagspanning is de verzamelnaam voor de lage spanningen in het elektriciteitsnet en betekent spanning onder de 1kV (1.000 Volt). Middenspanningsinstallatie De middenspanningsinstallatie zorgt ervoor dat de elektriciteit gedistribueerd wordt over verschillende kabels naar de transformatorhuisjes in de wijk of naar bedrijven. De middenspanningsinstallatie is de “groepenkast” van een (onder)station.
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
4/26
Het plan
2
Het plan
2.1
Bestaande situatie
Het plangebied is gelegen aan de Schoonmansmolenweg en bestaat uit de kadastrale percelen 3540, 2864 en 3726. Het huidige transformatorstation bevindt zich op percelen 3540 en 2864 en is bijna volledig bebouwd. De bebouwing is plat afgedekt en heeft een hoogte heeft van ongeveer 9 m (excl. ventilatieroosters). Rondom de bebouwing is verharding aanwezig. Aan de wegzijde van het bestaande gebouw is een groenstrook aanwezig. Het huidige transformatorstation heeft een opgesteld transformatorvermogen van 132 MVA (twee transformatoren van elk 66 MVA).
afbeelding 3: aanzicht bestaande bebouwing (links) en (inmiddels verwijderde) bedrijfswoning (rechts) (bron: google streetview)
Binnen de grenzen van het huidige terrein locatie is geen ruimte voor uitbreiding. De uitbreiding is daarom voorzien op het naastgelegen perceel 3726 aan de Schoonmansmolenweg nr. 5a/b. De bedrijfswoning die hier stond is inmiddels verwijderd. Het enige dat ervan over is de toiletruimte, meterkast en de fundering. Er is in het plangebied geen oppervlaktewater aanwezig. Ook zijn er geen grote bomen aanwezig. Op de luchtfoto zijn groenstroken te zien aan de noordzijde en oostzijde van het bestaande gebouw, maar deze zijn al verwijderd vanwege graafwerkzaamheden hier.
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
5/26
Het plan
afbeelding 4: luchtfoto situatie 2020 (bron: pdok.nl)
2.2
Toekomstige situatie
De capaciteit van het transformatorstation dient te worden vergroot. Er zal een nieuw gebouw komen op het naastgelegen perceel met daarin een middenspanningsinstallatie (de groepenkast). De nieuwe transformator komt in een van de bestaande transformatorruimten aan de voorzijde van het bestaande gebouw. Er komt een nieuwe transformator van 66 MVA, wat betekent dat er dan sprake is van 3 x 66 MVA = 198 MVA opgesteld vermogen. Daarmee valt het transformatorstation onder milieucategorie 3.2 (zie paragraaf 4.7). Het nieuwe gebouw met de middenspanningsinstallatie wordt circa 5 m hoog en heeft een oppervlakte van ongeveer 2.000 m2. Bovenop de bebouwing komen voorzieningen voor valbeveiliging van circa 1 m (hekwerk). Op de bebouwing komen voorzieningen voor bliksemafleiding, zogenoemde bliksemspitsen. Deze worden ca. 10 à 14 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld. De exacte positie van de nieuwbouw wordt nog nader bepaald in het kader van de omgevingsvergunning bouwen. De aanwezige hoogspanningsverbinding moet worden verlengd onder het terrein van het transformatorstation tot aan de nieuwe bebouwing op het perceel ernaast. Omdat de exacte positie van de uitbreiding op de kavel nog niet vaststaat, is in het bestemmingsplan voor een ruimer gebied rekening gehouden met de komst van de ondergrondse hoogspanningsverbinding.
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
6/26
Beleidskader
3
Beleidskader
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 2024 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving. Het Rijk heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Een van de nationale belangen is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur (belang 11). Vitale functies in de maatschappij zijn afhankelijk van een betrouwbare toelevering en uitwisseling van energie. Voor iedereen moet deze energie betaalbaar zijn. Energie moet veilig worden opgewekt, gewonnen, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt. Met betrekking tot ‘ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’ is in de NOVI aangegeven dat de transitie naar hernieuwbare energie meer ruimte vraagt voor transport, distributie, conversie en opslag van energie, zowel boven- als ondergronds.
In plaats van enkele relatief grote ‘puntbronnen’ (centrales) en transport van energie in één richting zal sprake zijn van meerdere, vaak decentrale en sterk in grootte verschillende bronnen (zon-, wind- en bodemenergie) en tweerichtingsverkeer (gebruik en productie) van energie. Betekenis voor het project De uitbreiding van het transformatorstation sluit aan op het nationale belang ‘realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur’ uit de NOVI. De capaciteitsuitbreiding van het netwerk is nodig om te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van essentieel belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening Sinds 1 juli 2017 is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' aangepast in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6. lid 2 Bro). Het artikel luidt nu als volgt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
7/26
Beleidskader
Het artikel heeft tot doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering te voorkomen. Eerst moet worden beoordeeld of sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Een stedelijke ontwikkeling is gedefinieerd in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro. Deze luidt: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Volgend uit jurisprudentie wordt een nieuw transformatorstation of de uitbreiding hiervan niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd (zie uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollands Kroon)). Betekenis voor het plan Gelet op de jurisprudentie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de ladder niet nodig. Daar komt bij dat de gewenste ontwikkeling nodig is om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. De ontwikkeling is bij het bestaande transformatorstation voorzien om zo met een relatief eenvoudige aanpassing het elektriciteitsnetwerk toekomstbestendig te maken.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland integreert vijf wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Betekenis voor het plan Een van de ambities die de provincie heeft is een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten. Het doel is dat Gelderland in 2050 klimaatneutraal is, door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Het tussendoel is om in 2030 55% broeikasgasreductie in Gelderland te verwezenlijken. Voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de regio en de verduurzaming van de energieopwekking, is een goed functionerend elektriciteitsnetwerk een vereiste. De uitbreiding van het transformatorstation op deze locatie bij het bestaande station is daar noodzakelijk voor. 3.3.2 Omgevingsverordening Gelderland Het plangebied is gelegen in de provincie Gelderland.
De provincie Gelderland heeft in de Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerd, januari 2023) regels staan waar rekening mee moet worden gehouden bij een nieuw bestemmingsplan. Betekenis voor het plan De plannenviewer is geraadpleegd. Het plangebied ligt niet binnen beschermd gebied zoals het Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Nationaal landschap (zie afbeelding 5). Er zijn geen regels uit de verordening die direct relevant zijn voor het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
8/26
Beleidskader
afbeelding 5: uitsnede Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerde versie jan. 2023).
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Strategische visie 2030 De Strategische visie 2030 omvat de hoofdlijnen van het beleid voor de (middel)lange termijn. De gemeente kiest hierin voor een positie die zich ruimtelijk en functioneel onderscheidt van de omliggende gemeenten. Zo ontstaat in regionaal verband diversiteit, complementariteit en identiteit. Om dit te bereiken wordt aangesloten op de onderscheidende kwaliteiten. Voor de gemeente Brummen is de groene kwaliteit het vertrekpunt; het is dé identiteitsdrager van de gemeente. De bestaande groene kwaliteiten worden behouden en nieuwe ontwikkelingen worden ingezet ter versterking van deze groene kwaliteiten. Van belang voor de voorgenomen ontwikkeling is dat de gemeente inzet op ruimtelijk-economische groei met voldoende woningen en voldoende werkgelegenheid. De gemeente hecht grote waarde aan de beschermde natuurgebieden en hier mogen geen ontwikkelingen in plaatsvinden die de waarden aantasten. Ook in de kernen zijn groene kwaliteiten van groot belang. Intensivering van het ruimtegebruik mag dan ook niet ten koste gaan van de groene identiteit en nieuwe ontwikkelingen versterken het groene karakter. Cultuurhistorische kwaliteiten dienen te worden benut als ruimtelijke dragers. Er worden kansen gezien voor nieuwe vormen van werkgelegenheid met een ‘groen’ profiel en/of welke een relatie hebben met het landschap.
3.4.2 Koersdocument duurzame energie 2015-2018 Met het koersdocument duurzame energie 2015-2018 wordt invulling gegeven aan de benodigde stappen om de ambities uit de Toekomstvisie 2030 te bereiken. Ook wordt hetgeen dat in het Bestuursprogramma 2015-2018 is vastgesteld omtrent de visie en rol op gebied van duurzame en lokale energiewinning verder uitgewerkt in het koersdocument. Het is de ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn. Vanwege het brede takenpakket van de gemeente, de bijbehorende financiële middelen en de verschillende wijzen waarop de taken uitgevoerd werden, is besloten dat een strategische heroriëntatie van taken en rollen noodzakelijk is. De gemeenteraad heeft besloten focus aan te brengen in de taakvelden, waarbij het thema duurzame energie geen focusgebied is. De gemeente zelf houdt voeling, haakt aan bij bestaande en nieuwe
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
9/26
Beleidskader
netwerken en komt lopende afspraken na. Er worden vanuit de gemeente geen nieuwe netwerken opgezet. Nieuwe initiatieven voor lokale duurzame energiewinning worden gefaciliteerd, maar slechts op kosten van de initiatiefnemer. Er is geen actieve taak op het gebied van advisering en voorlichting. Aan de hand van een concept Koersdocument Duurzame Energie is de gemeente Brummen in gesprek gegaan met verschillende stakeholders, die actief zijn op het gebied van duurzame energie. Aan de hand van de ontvangen input uit de gesprekken en het Symposium Duurzame Energie zijn per stakeholder/actor één of meerdere agendapunten geformuleerd. Deze agendapunten hebben betrekking op activiteiten en/of projecten, die de komende periode worden geïnitieerd, opgepakt of verricht door de betreffende stakeholder/actor, al dan niet in samenwerking met andere actoren. 3.4.3 Conclusie gemeentelijk beleid voor het plan Voor de duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling van de gemeente en de regio is een goed functionerend elektriciteitsnetwerk een vereiste. De ambities op het gebied van opwekking van duurzame energie vragen om een robuust elektriciteitsnetwerk. De uitbreiding van het transformatorstation is daar noodzakelijk voor. Het bestemmingsplan past daarmee in het beleid van de gemeente en faciliteert de ambities op het gebied van duurzaamheid en ruimtelijk-economische ontwikkeling.
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
10/26
Omgevingsaspecten
4
Omgevingsaspecten
4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk is de uitvoering van het project verantwoord aan de hand van de relevante omgevingsaspecten.
4.2
Archeologie
4.2.1 Algemeen Door ondertekening van het Verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. 4.2.2 Gemeentelijk archeologisch beleid Het plangebied ligt in een zone met een middelmatige archeologische verwachting volgens de beleidskaart bij het gemeentelijk archeologiebeleid (zie afbeelding 6). In het Paraplubestemmingsplan Archeologie is dan ook de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie middelmatig’ opgenomen. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 1.000 m2 met een verstoring dieper dan 0,4 m onder het maaiveld, dient eerst een rapport te worden overlegd, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld.
afbeelding 6: uitsnede archeologische beleidskaart Brummen
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
11/26
Omgevingsaspecten
Voor de voorgenomen ontwikkeling zullen graafwerkzaamheden worden uitgevoerd voor het aanleggen van de kabelverbindingen en de bouw van het nieuwe gebouw met transformatorruimte. Dit zal de oppervlakte van 1.000 m2 en de diepte van 0,4m waarschijnlijk overschrijden. Om de verplichting tot archeologisch onderzoek in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning te borgen, is de archeologische dubbelbestemming overgenomen in dit bestemmingsplan. 4.2.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect archeologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.
4.3
Bodemkwaliteit
4.3.1 Inleiding In het kader van goede ruimtelijke ordening dient aandacht te worden besteed aan de bodemkwaliteit en de betekenis voor de haalbaarheid van het plan. 4.3.2 Onderzoek Voor het bestemmingsplan is een bodemonderzoek uitgevoerd (‘Vooronderzoek milieuhygiënische bodemkwaliteit Uitbreiding OS Eerbeek, Sweco, 13 februari 2023). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 1 bij de toelichting Op basis van de bekende gegevens is de bodemkwaliteit voor de locatie voldoende in beeld. Bodemonderzoek is op basis hiervan niet nodig voor de geplande werkzaamheden. Indien grond vrijkomt kan de bodemkwaliteitskaart gebruikt worden als bewijsmiddel mits de grond binnen het beheergebied wordt toegepast. Bij toepassing buiten het beheergebied zal een partijkeuring alsnog noodzakelijk zijn. 4.3.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect bodemkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.
4.4
Water
4.4.1 Beleid en regelgeving Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsnota’s verschenen die zich richten op een (zowel kwalitatief als kwantitatief) duurzaam waterbeheer. Op het hoogste niveau zijn de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Nationaal Waterplan (NW) richtinggevend. Op een lager schaalniveau is voor dit planvoornemen met name het beleid van het waterschap Rivierenland relevant. Dit beleid is in lijn met, en in aanvulling op, de plannen die Rijk en provincies hebben op het gebied van waterbeheer. Derhalve wordt hier alleen kort ingegaan op de hoofdpunten uit het beleid van het waterschap Vallei en Veluwe. 4.4.1.1 Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe In het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) heeft het waterschap haar ambities en uitvoeringsprogramma vastgelegd voor de periode 2022 tot en met 2027. De plannen bepalen in grote lijnen de agenda's voor de komende zes jaar. Het plan is mede kaderstellend voor de wijze waarop omgegaan wordt met water in de plangebieden. Het BOP is op 22 november 2021 vastgesteld. Om de taak als waterbeheerder uit te kunnen oefenen en doelstellingen uit de Waterwet te bereiken maakt het waterschap gebruik van de Keur en de Legger. De Keur is een verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan.
Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De Legger bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhouds- en beschermingszones. In de Legger wijst het waterschap tevens aan wie het onderhoud van een watergang, dijk of constructie moet uitvoeren. Ook wordt bepaald of er controle (schouw) wordt gedaan.
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
12/26
Omgevingsaspecten
Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert initiatiefnemers dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt.
Dit kan door nadere eisen / randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Het uitgangspunt is om duurzame bouwmaterialen te gebruiken en geen uitlogende materialen toe te passen voor delen waar hemelwater op komt zoals daken, gevels en verharde terreinen. 4.4.2 Situatie plangebied Er is geen oppervlaktewater in het plangebied of hier direct omheen. Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een waterkering, een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied of intrekgebied. Het plangebied ligt wel in een grondwaterfluctuatiezone, zoals die door de Provincie Gelderland is bepaald. Dit is een zone langs de flanken van het Veluwemassief, waar de grondwaterstanden naar verwachting op termijn zullen stijgen. Afhankelijk van de verwachtte stijging kan het raadzaam zijn daar nu rekening mee te houden, om toekomstig grondwateroverlast te voorkomen. Het is belangrijk dat er voldoende ontwateringsdiepte is. Hemelwater Er worden op de daken en aan de gevels van de nieuwe bouwwerken geen uitlogende bouwmaterialen toegepast. De initiatiefnemer zorgt er voor dat er geen vervuild hemelwater wordt geloosd op de bodem of oppervlaktewater. Watercompensatie De gronden waar de uitbreiding is voorzien, zijn in de huidige situatie voor een groot deel al verhard. De bedrijfswoning is gesloopt, maar de fundering is er nog.
Door de voorgenomen ontwikkeling is niet of nauwelijks sprake van een toename aan verharding ten opzichte van de bestaande situatie en in elk geval niet meer dan 1.500 m2. Dit betekent dat er geen compensatieplicht geldt. 4.4.3 Resultaat watertoets Het waterschap maakt gebruikt van de digitale watertoets via www.dewatertoets.nl. De digitale watertoets is op 26 september 2022 doorlopen. Het resultaat is opgenomen in een rapportage, welke als bijlage 2 bij de toelichting is opgenomen. Uit de watertoets blijkt dat de korte watertoetsprocedure mag worden gevolgd. Dit betekent dat er geen nader overleg nodig is. In het kader van het vooroverleg hoeft het bestemmingsplan niet te worden toegestuurd aan het waterschap. 4.4.4 Conclusie De digitale watertoets is doorlopen. Hieruit volgt dat het plan een beperkte invloed op het watersysteem heeft en dat de korte procedure van toepassing is. Er gelden aandachtspunten van-
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
13/26
Omgevingsaspecten
wege de ligging in de grondwaterfluctuatiezone van de Veluwe, wat mogelijke grondwateroverlast in de toekomst met zich mee kan brengen. Bij de verdere uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de grondwaterstanden en wordt voor voldoende drooglegging gezorgd.
4.5
Natuur
4.5.1 Wettelijk kader In een ruimtelijk plan moet worden aangetoond hoe de voorgenomen ontwikkeling die met dit plan mogelijk wordt gemaakt, zich verhoudt met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Dit betekent dat bij de voorbereiding van het plan moet worden onderzocht of deze wet- en regelgeving de uitvoering van de ontwikkeling al dan niet in de weg staat. De gebiedsbescherming en de soortenbescherming zijn per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. 4.5.2 Onderzoek Voor het bestemmingsplan is een onderzoek uitgevoerd (‘Quickscan Schoonmansmolenweg 5 te Eerbeek, Van der Goes en Groot, 19 september 2022). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 3 bij de toelichting. In het onderzoek is ingegaan op effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten. In de onderstaande paragrafen zijn de bevindingen toegelicht. 4.5.2.1 Gebiedsbescherming Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd natuurgebied (Natura-2000 of Gelders Natuurnetwerk of Groene Ontwikkelingsruimte. Het meest nabijgelegen Natura-2000 gebied is de Veluwe op circa 400 meter afstand. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toenames van geluid, trilling, licht of depositie van stikstof.
Externe effecten als gevolg van de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie zijn tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden in combinatie met de aard van de plannen (uitbreiding transformatorstation) niet te verwachten vanwege geluid, trilling of licht. Een negatief effect vanwege stikstofdepositie is niet op voorhand uit te sluiten. Stikstofdepositie Een toename in stikstofdepositie kan op grotere afstand een negatief effect sorteren op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. De beoogde ontwikkeling betreft de uitbreiding van het huidige transformatorstation. Een transformatorstation stoot geen stikstof uit. Ten opzichte van de huidige situatie blijft het aantal verkeersbewegingen in de gebruiksfase gelijk, waardoor de beoogde ontwikkeling in de gebruiksfase niet resulteert in een toename van stikstofemissie op het perceel. Hierdoor wordt op voorhand uitgesloten dat er in de gebruiksfase sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Een berekening middels de AERIUS Calculator voor de gebruiksfase kan derhalve achterwege blijven. Gedurende de bouwfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. De werkzaamheden nemen twee jaar in beslag.
Er is een stikstofdepositie berekening uitgevoerd voor beide bouwjaren (Qirion, 2 februari 2023). De rapportage is opgenomen als bijlage 4 bij de toelichting. Uit de uitgevoerde stikstofberekening blijkt dat tijdens de aanlegwerkzaamheden sprake is van verhoogde stikstofdepositie op twee leefgebiedtypen in Natura 2000-gebied De Veluwe. Tijdens elk bouwjaar is deze stikstofdepositie 0,01 mol/ha/jaar. Vanwege deze uitkomsten is een Passende Beoordeling uitgevoerd (Van der Goes en Groot, 27 maart 2023). De rapportage is opgenomen als bijlage 5 bij de toelichting. In deze Passende beoordeling zijn de effecten van de berekende stikstofdepositie vanwege het uitbreiden van het transformatorstation op Natura 2000-gebied Veluwe getoetst aan de landelijke natuurwetgeving. Uit deze toets blijkt dat de stikstofemissie vanwege het project geen significant negatief effect heeft op de aanwezige leefgebiedtypen en de relevante natuurwaarden in Natura 2000-gebied De Veluwe. Op grond van de uitkomsten van de Passende beoordeling is voor de aanlegwerkzaamheden een vergunning van de Wet natuurbescherming te verkrijgen.
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
14/26
Omgevingsaspecten
Er kan worden geconcludeerd dat de gebiedsbescherming geen belemmering oplevert voor de uitvoering van het plan. 4.5.2.2 Soortenbescherming Uit de quickscan is naar voren gekomen dat er geen vervolgonderzoek nodig is naar de aanwezigheid van beschermde planten- of dieren. Wel gelden er vanuit de zorgplicht aandachtspunten voor de uitvoering van de werkzaamheden. Algemene broedvogels In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient te worden voorkomen dat er verstoring plaatsvindt van broednesten. Dit kan door te werken buiten het broedseizoen. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half juli worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Indien binnen het broedseizoen gewerkt wordt, dient voorafgaan aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitgevoerd te worden door een ter zake kundige. Vleermuizen In de bebouwing en bomen rondom het plangebied kunnen mogelijk vleermuizen verblijven.
Tijdens de werkzaamheden moet worden voorkomen dat ’s nachts felle verlichting aan blijft staan, zodat eventueel aanwezige verblijfplaatsen van vleermuizen in de omgeving van het plangebied niet worden verstoord. 4.5.3 Conclusie Er zijn geen significant negatieve effecten op beschermde natuurgebieden en er is ook geen vervolgonderzoek nodig naar beschermde planten- of diersoorten. Vanuit de zorgplicht gelden er wel enkele aandachtspunten ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden. Ook is een vergunning Wnb nodig voor de werkzaamheden vanwege de stikstofdepositie. Deze wordt door de initiatiefnemer aangevraagd bij het bevoegd gezag. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect ecologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.
4.6
Verkeer en parkeren
4.6.1 Verkeersafwikkeling Het plangebied ligt aan de Schoonmansmolenweg. De bestaande aansluiting op de weg zal worden benut voor de ontsluiting van het terrein. Het transformatorstation is onbemand. Er komen alleen af en toe medewerkers in verband met controle en onderhoud (enkele keren per maand). Dit heeft geen gevolgen voor de verkeerssituatie. 4.6.2 Parkeren Op het terrein is voldoende ruimte voor het parkeren bij controle- en onderhoudswerkzaamheden. Door de uitbreiding van het transformatorstation is er geen wijziging in de parkeerbehoefte. De gemeentelijke parkeernormen zijn opgenomen in het Paraplubestemmingsplan Parkeren. Het plangebied ligt in de zone ‘parkeernormen rest bebouwde kom’. In artikel 4 van het paraplubestemmingsplan is per functie beschreven wat de parkeernorm is. Het parkeren dient op eigen terrein te worden opgelost. Een transformatorstation is geen functie die specifiek is benoemd. Ook is geen van de beschreven normen in overeenstemming met de parkeervraag voor het transformatorstation. Op het terrein zal voldoende ruimte zijn voor parkeren, ook na de uitbreiding.
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
15/26
Omgevingsaspecten
4.6.3 Conclusie Het transformatorstation is onbemand en leidt niet tot een toename aan verkeersbewegingen. De bestaande wegenstructuur is geschikt voor het ontsluiten van het plangebied. Op het terrein komt voldoende ruimte voor parkeren ten behoeve van onderhoud en controle. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
4.7
Bedrijven en Milieuzonering
4.7.1 Inleiding De ruimtelijke ordening stelt zich tot doel een goede kwaliteit van de leefomgeving te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van voldoende afstand tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk en gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.
Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot een omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Dit is ook het geval bij een transformatorstation. Milieucategorie 1 2
Richtafstand (rustige woonwijk 10 m 30 m
Richtafstand (gemengd gebied 0m 10 m
3.1 3.2
50 m 100 m
30 m 50 m
4.1 200 m 100 m 4.2 300 m 200 m Tabel 1: Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)
In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering is een stappenplan omschreven voor de toetsing van het aspect geluid. Hieronder zijn de stappen beschreven. Stap 1 Indien de richtafstand voor de gewenste bedrijfscategorie voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven en is het plan inpasbaar geacht. Stap 2 Indien 'stap 1' niet toereikend is, is het nodig om de geluidbelasting te berekenen. Hiervoor gelden de volgende grenswaarden: • Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'rustige woonwijk' van maximaal: o 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde). o 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde). o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde).
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
16/26
Omgevingsaspecten
• Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'gemengd gebied' van maximaal: o 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde). o 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde). o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). Stap 3 en 4 Indien 'stap 2' niet toereikend is, is in de VNG-uitgave nog een stap 3 en zelfs een stap 4 beschreven. In voorliggend rapport wordt hier vooralsnog niet verder op ingegaan. 4.7.2 Betekenis voor het plan Het plangebied ligt aan de rand van het bedrijventerrein Eerbeek Zuid. Voor het bestemmingsplan is uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. De dichtstbijzijnde woning is de woning aan de Doonweg 5 op ca. 120 meter van de grens van het plangebied (zie afbeelding 7). Binnen het plangebied is in het huidige bestemmingsplan de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ opgenomen voor de bedrijfswoning die hier voorheen was. Omdat met het nieuwe bestemmingsplan deze functieaanduiding vervalt en de bedrijfswoning is verwijderd, hoeft hier niet aan te worden getoetst.
afbeelding 7: afstand tot dichtstbijzijnde woning rond het nieuwe transformatorstation
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
17/26
Omgevingsaspecten
Tabel 2: milieucategorie van een elektriciteitsdistributiebedrijf (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)
Het transformatorstation heeft na de uitbreiding een opgesteld vermogen 198 MVA. Daarmee valt het transformatorstation in milieucategorie 3.2 (elektriciteitsdistributiebedrijven met een transformatorvermogen van 100 t/m 200 MVA) (zie Tabel 2). Voor milieucategorie 3.2 geldt een indicatieve afstand van 100 meter in het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ en 50 meter in ‘gemengd gebied’ vanwege mogelijke geluidhinder. De dichtstbijzijnde woningen zijn gelegen op een grotere afstand dan 100 meter. Er wordt zodoende voldaan aan de richtafstand en het plan wordt inpasbaar geacht. Er is geen verder onderzoek nodig. Daar komt bij dat in het huidige bestemmingsplan bedrijven tot en met milieucategorie 4.1 zijn toegestaan. De hinderafstand daarvan is groter dan de milieucategorie 3.2 van het transformatorstation na de uitbreiding. 4.7.3 Conclusie Er wordt voldaan aan de richtafstand van de milieucategorie. Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
4.8
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid en bevat een stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. Het bestemmingsplan maakt geen ‘grote lawaaimaker’ 1 mogelijk en zal dan ook geen geluidzone bevatten. Dit is pas het geval als er sprake is van een transformatorstation met een gelijktijdig in te schakelen vermogen van 200 MVA in de buitenlucht. Het plangebied ligt binnen de geluidzone van industrieterrein Eerbeek-Zuid. Een nutsvoorziening is echter geen geluidgevoelige functie. Ook leidt de uitbreiding van het transformatorstation niet in een wijziging van de verkeersaantrekkende werking. Het station is onbemand en er komt af en toe personeel naar het station voor controle en onderhoud. Er is geen akoestisch onderzoek naar industrielawaai nodig of naar verkeerslawaai. Vanuit de Wet geluidhinder is geen onderzoek nodig en volstaat de milieuzonering die in paragraaf 4.7 is beschreven. Daaruit blijkt dat het plan voldoet aan de gestelde richtafstanden. Het aspect geluidhinder vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
4.9
Magneetvelden
4.9.1 Achtergrond Voor de blootstelling, kortdurend of langdurend, aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Voor onder andere transformatorstations heeft de Europese Unie (EU) een richtwaarde voor maximale blootstelling van 100 microtesla geadviseerd. Nederland heeft deze richtwaarde overgenomen. De richtwaarde houdt in dat burgers in de openbare ruimte niet blootgesteld mogen worden aan magneetvelden ten gevolge van de elektriciteitsvoorziening van meer dan 100 microtesla. 4.9.2 Betekenis voor het plan Liander zorgt dat alle installaties die het in beheer heeft hieraan voldoen en dat burgers niet worden blootgesteld aan magnetische velden van meer dan 100 microtesla. De 100 microteslacontour ligt in de regel direct rond de transformatoren en er is geen kans dat deze buiten de stationsgrens komt. En gelet op eerder uitgevoerde berekeningen van vergelijkbare transformatorstations kan worden gesteld dat er geen kans bestaat dat de 100 microteslacontour buiten de stationsgrens komt. 1
Inrichtingen zoals genoemd in onderdeel D van bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht.
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
18/26
Omgevingsaspecten
4.10
Luchtkwaliteit
4.10.1 Wettelijk kader In de Wet milieubeheer (verder: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritieke stoffen zijn stikstofdioxide en fijnstof. Voor de andere in de Wm genoemde stoffen, wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan aan de vereisten. In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Een bijdrage is “niet in betekenende mate” als de toename maximaal drie procent van de jaargemiddelde grenswaarde van fijn stof of stikstofdioxide bedraagt. Wanneer een ontwikkeling valt onder één van die categorieën is het niet nodig een onderzoek naar de luchtkwaliteit uit te voeren. Zo is bijvoorbeeld een kantoorlocatie met een bruto vloeroppervlakte van niet meer dan 100.000 m2 en één ontsluitingsweg danwel niet meer dan 200.000 m2 en twee ontsluitingswegen een van deze categorieën. 4.10.2 Conclusie Het bestemmingsplan leidt niet tot een toename aan verkeersbewegingen. Het project draagt zodoende “niet in betekenende mate” bij en er is geen luchtkwaliteitsonderzoek nodig.
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
4.11
Externe veiligheid
4.11.1 Kader Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria, zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (verder: Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij de besluitvorming rondom ruimtelijke plannen de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt in het externe veiligheidsbeleid het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze plaatsgebonden risicocontour mogen geen kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt.
Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico, mede bepaald door het aantal personen (dichtheid) binnen het te beschouwen gebied. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. 4.11.2 Betekenis voor het plan Voor het bestemmingsplan is de risicokaart geraadpleegd (www.risicokaart.nl). Langs de Harderwijkerweg (N786) loopt een buisleiding van Gasunie (op 410 meter afstand) en onder de Wethouder Sandersstraat loopt een buisleiding (op 440 meter afstand). Verder zijn geen risicobronnen in de directe nabijheid aanwezig.
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
19/26
Omgevingsaspecten
Het bestemmingsplan maakt de uitbreiding van het bestaande transformatorstation mogelijk. Een transformatorstation is geen kwetsbaar object. Er verblijven geen mensen voor langere duur. Er is geen sprake van een wijziging in het groepsrisico door het bestemmingsplan.
afbeelding 8: uitsnede risicokaart met risicobronnen in de omgeving, het plangebied is aangeduid met een blauwe stippellijn, de rode stippellijnen zijn de buisleidingen (bron: nederland.risicokaart.nl)
4.11.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.
4.12
Besluit milieueffectrapportage
4.12.1 Wettelijk kader De milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wet- en regelgeving voor milieueffectrapportage (m.e.r.) is vastgelegd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in de AMvB Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de Wet milieubeheer zijn vooral de procedurele verplichtingen opgenomen. In het Besluit m.e.r. is opgenomen wanneer een m.e.r. verplicht is. Globaal zijn er 3 soorten m.e.r.: 1. Een plan m.e.r. is wettelijk verplicht wanneer: a. Het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor een (project-)m.e.r. noodzakelijk is, dan wel waarvoor beoordeeld moet worden of een (project-)m.e.r. noodzakelijk is. Dit zijn de activiteiten die genoemd zijn in kolom 1 van Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Voor activiteiten uit Bijlage D geldt de plan-m.e.r. plicht direct als ze groter is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2. Als ze kleiner is dan die drempelwaarden, wordt de plan m.e.r. plicht bepaald door de vormvrije m.e.r.-beoordeling.
Bestemmingsplan Schoonmansmolenweg 5a en 5b Eerbeek Transformatorstation, Vastgesteld
20/26
Omgevingsaspecten
b.
De activiteiten in het bestemmingsplan leiden tot mogelijk significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden (passende beoordeling noodzakelijk). Bij een plan m.e.r. gaat het om besluiten uit kolom 3 van Bijlage C en D van het Besluit m.e.r. 2. Een project- of besluit-m.e.r. is wettelijk verplicht wanneer: a. De activiteit genoemd is in Bijlage C van het Besluit m.e.r. b. De initiatiefnemer of het bevoegd gezag besloten hebben dat voor een activiteit uit Bijlage D van het Besluit m.e.r. een milieueffectrapport opgesteld wordt, c.q. moet worden. Bij een project- of besluit-m.e.r. gaat het om besluiten uit kolom 4 van Bijlage C of D van het Besluit m.e.r. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een bestemmingsplan dat in directe zin woningbouw mogelijk maakt waarvoor een m.e.r.-plicht geldt, of om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een bedrijf (met aanzienlijke milieugevolgen). 3. Een m.e.r.-beoordeling is wettelijk verplicht voor de activiteiten in kolom 1 van Bijlage D van het Besluit m.e.r.. Indien de activiteit kleiner is dan de getalsmatige drempelwaarden in kolom 2 van Bijlage D is er sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiervoor hoeft geen raadpleging plaats te vinden en het besluit hoeft niet gepubliceerd te worden in de Staatcourant. Bij een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling gaat het om besluiten uit kolom 4 van Bijlage 4 van het Besluit m.e.r..
4.12.2 Betekenis voor het plan Voor het bestemmingsplan is een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd (opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan). Uit dit onderzoek volgt dat er tijdens de aanleg sprake is van een depositie van meer dan 0,00 mol/ha/jr op het nabijgelegen Natura-2000 gebied De Veluwe. Dit betekent dat het project valt onder wat hierboven is vermeld onder 1.b., namelijk dat de activiteiten mogelijk leiden tot significante gevolgen voor het Natura-2000 gebied. Om dit te beoordelen is een Passende beoordeling uitgevoerd. Als voor een bestemmingsplan een passende beoordeling moet worden opgesteld, is daarmee automatisch de plicht ontstaan om voor het bestemmingsplan een milieueffectrapport op te stellen. Dit is geregeld in artikel 7.2a lid 1 Wet milieubeheer (Wm). In artikel 7.2a lid 2 Wm is echter een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen voor de m.e.r.-plicht voor plannen waarvoor een passende beoordeling moet worden gemaakt. Deze uitzondering is uitgewerkt in artikel 3 van het Besluit milieueffectrapportage (“Besluit-m.e.r.“). Er zijn twee uitzonderingssituaties: 1. een plan dat het gebruik bepaalt van een klein gebied. Hiervoor moet dan worden voldaan aan drie eisen, namelijk: a. een bestuursorgaan van de gemeente moet bevoegd gezag zijn. De plan-m.e.r.-beoordeling is hierdoor uitgesloten voor plannen of programma’s van de provincies of het Rijk; b.
het plan moet zien op een omvang van het grondgebied van de gemeente dat klein is in verhouding tot het totale grondgebied van de gemeente; c. het bevoegd gezag heeft beoordeeld of het plan geen aanzienlijke milieueffecten heeft. 2. De tweede situatie betreft kleine wijzigingen van een plan waarvan het bevoegd gezag heeft beoordeeld dat die geen aanzienlijke milieueffecten hebben. Verder betrekt het bevoegd gezag bij deze beoordeling de context van het plan dat wordt gewijzigd en de mate van waarschijnlijkheid dat de wijzigingen aanzienlijke milieueffecten zullen hebben. Het bestemmingsplan omvat een klein gebied en de gemeente is het bevoegd gezag. Daarmee kan het plan vallen onder de uitzonderingssituatie, mits geen aanzienlijke milieueffecten optreden. Om dit te bepalen is een Plan m.e.r. beoordeling uitgevoerd (DNS Planvorming, 28 maart 2023). De rapportage is opgenomen als bijlage 6. Uit de plan m.e.r.-beoordeling volgt dat, op basis van de huidige kennis en uitgangspunten ten tijde van het uitvoeren van de beoordeling, kan worden uitgesloten dat er sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Er is voor het bestemmingsplan geen milieueffectrapport nodig.