(053) Rapport Rekenkamercommissie - Toegankelijkheid van de preventieve hulp voor jeugdigen - Brummen 2 maart 2023
Tekst van het document
5.2 Wat wordt verstaan onder universele en selectieve preventieve zorg? De Rekenkamercommissie is benieuwd naar de definitie van universele en selectieve preventie in de gemeente Brummen en in hoeverre dit wordt toegepast in het beleid. Samenvatting antwoord op deelvraag 2 ● De termen universele en selectieve preventie worden in de beleidsdocumenten niet expliciet teruggevonden. ● In de gemeente Brummen zijn desondanks veel voorbeelden van universele en selectieve preventie te vinden. Universele preventie gaat over voorzieningen met een universele doelgroep. Het gaat bijvoorbeeld over voorlichting op scholen over leefstijl of het bezoek aan de jeugdverpleegkundige bij het consultatiebureau. Voor universele preventie geldt dat het een brede doelgroep betreft en wordt gegeven zonder dat hier een specifiek probleem of risico in het spel is.
| 20 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Bij selectieve preventie is er een verhoogd risico bij een bepaalde doelgroep waar de preventieve voorziening zich op richt. Het gaat bijvoorbeeld over vroeg- en voorschoolse educatie voor peuters, maar ook over onderdelen van verslavingspreventie of het jongerenwerk. Een andere bekende vorm van selectieve preventie is de griepprik voor ouderen. Hoewel het geen onderdeel is van de onderzoeksvraag is het goed om geïndiceerde en zorggerelateerde preventie te benoemen. Het gaat hier over problemen die al bestaan en waar interventies worden ingezet om te voorkomen dat het probleem verergert. De activiteit is hierin gericht op het individu, terwijl het bij universele en selectieve preventie gaat over collectieve preventie. Figuur 3
Overzichten van de verschillende vormen van preventie
De termen uit figuur 3 worden niet teruggevonden in de beleidsdocumenten. Ook in gesprekken met medewerkers van de gemeente Brummen én maatschappelijke partners worden deze verschillende definities van preventie niet herkend. Tegelijkertijd zijn in de gemeente Brummen de verschillende vormen van hulp wel degelijk te onderscheiden. Zo bieden de GGD en Vérian allerlei vormen van universele preventie, bijvoorbeeld in leefstijllessen op school of het consultatiebureau. Diverse initiatieven richten zich specifiek op kinderen met een verhoogd risico op een bepaald probleem of achterstand, zoals kinderen met een VVE-indicatie.
5.3 Welke doelen voor preventie zijn benoemd? In deze paragraaf wordt ingezoomd op de mate waarin de doelstellingen voldoende geconcretiseerd zijn. Samenvattend antwoord op deelvraag 3 ● De doelstellingen zijn onvoldoende geconcretiseerd met meetbare indicatoren en streefwaarden. ● De doelstellingen over de beleidsdoelstellingen zijn gefragmenteerd aanwezig. ● Het is onduidelijk of de doelstellingen zijn vertaald in concrete eisen aan maatschappelijke partners.
| 21 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Eén van de belangrijkste bouwstenen voor de werkwijze op voorliggende voorzieningen jeugd is de bouwsteen W5: “voorliggende voorzieningen strategischer en doelmatiger inzetten”. Uit de (beleids)documenten blijkt onvoldoende wat er precies wordt verstaan onder ‘strategischer’ en ‘doelmatiger’. Om hier als gemeente voldoende op te kunnen sturen is het noodzakelijk dat deze termen geoperationaliseerd worden in concrete indicatoren en streefwaarden. In de verschillende voortgangsrapportages aan de gemeenteraad over het Berenschot-rapport wordt per bouwsteen gerapporteerd op de voortgang. De voortgang op bouwsteen W5 is voornamelijk van kwalitatieve aard. Zo wordt in diverse voortgangsrapportages geschreven over het beter inzichtelijk maken van voorliggende voorzieningen en het opstarten van nieuwe projecten. Waar de voortgangsrapportages op een mooie wijze inzichtelijk maken wat de afgelopen periode heeft plaatsgevonden, ontbreekt nog de vertaling naar het maatschappelijk effect. Met andere woorden, in hoeverre is het voorliggende veld door de interventies van de gemeente Brummen en haar partners ‘strategischer’ en ‘doelmatiger’ geworden. In het gezondheidsbeleid10 zijn doelstellingen én indicatoren benoemd. Het gaat hier over domeinoverstijgende doelstellingen die breder zijn dan alleen de doelgroep van dit onderzoek.
Het gaat bijvoorbeeld over de doelstelling bij het thema “Mentaal Gezond en Vitaal”: “We willen dat inwoners met psychische problematiek vroegtijdig passende zorg ontvangen”. Er worden twee indicatoren benoemd bij dit doel: ● Afname van het aantal inwoners dat aangeeft dat eenzaamheid voorkomt in de gemeente Brummen. ● Meer mensen weten waar ze terechtkunnen met vragen over psychische problematiek, verslaving en middelengebruik. Hoewel de streefwaarden ontbreken, zijn de doelstellingen wel geconcretiseerd in indicatoren. Het gezondheidsbeleid is tot stand gekomen in overleg met de maatschappelijke partners. Uit de documentenanalyse blijkt dat de doelstellingen voor voorliggende voorzieningen voor jeugdigen tussen de 0 en 27 jaar in Brummen gefragmenteerd aanwezig zijn over verschillende beleidsdocumenten (zie ook paragraaf 5.1.). Daarnaast zijn de doelstellingen onvoldoende gespecificeerd of SMART gemaakt. Het concretiseren van doelstellingen geeft inzicht in de precieze betekenis van de doelstelling. Zo zorgt het operationaliseren van de bouwsteen W5 voor inzicht in de betekenis van het ‘strategischer’ en ‘doelmatiger’ organiseren van voorliggende voorzieningen. Verder is het concretiseren van de doelstellingen een noodzakelijke stap om te toetsen of de gestelde doelstellingen ook daadwerkelijk worden bereikt.
Zonder het meet- en toetsbaar te maken, ontbreekt de mogelijkheid om de voortgang te monitoren.
10
Zie pagina 17 van de Nota Positieve en Integrale Gezondheid in Brummen.
| 22 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
H6 | Organisatie In dit hoofdstuk gaan we in op de manier waarop de gemeente Brummen de toegang tot hulp heeft georganiseerd. Bij de toegang tot hulp voor jeugdigen gaat het over de gemeentelijke toegang (Team Voor Elkaar), maar ook over andere plekken waar kinderen of ouders vragen kunnen stellen. Het gaat bijvoorbeeld over de huisarts, het consultatiebureau of school. In dit hoofdstuk komen de volgende deelvragen aan bod. Deelvragen 4.
Hoe is de toegang geregeld en hoe ziet dat er in de toekomst uit?
●
●
●
5.
Welke doelen en ambities zijn daarvoor geformuleerd en welke afwegingen zijn daarin gemaakt? En is hiervoor al een ontwikkeling in gang gezet?
●
●
In de beleidsregels en beleidskaders staat duidelijk uitgewerkt hoe de toegang georganiseerd is en welke ontwikkeling de toegang gaat doormaken. Er zijn stukken (op de website) die jongeren en ouders informeren over het jeugdbeleid en de voorliggende voorzieningen. Er is vanuit de toegangsteams actief informatie gedeeld met inwoners over jeugdhulp, de voorliggende voorzieningen, hoe men daarvoor een aanvraag kan doen, waar dit kan en wanneer men hiervoor in aanmerking komt. Het jeugd- en preventiebeleid is vertaald naar uitvoeringsprogramma’s of werkinstructies waarmee de toegang kan werken. De doelen en ambities voor de toegang zijn tot stand gekomen met de betrokken medewerkers en ketenpartners.
6.1 Hoe is de toegang geregeld en hoe ziet dat er in de toekomst uit? In de gemeente Brummen zijn er meerdere toegangswegen naar hulp. In deze rapportage maken we onderscheid tussen de gemeentelijke toegang, andere wettelijke verwijzers naar jeugdhulp én andere belangrijke vindplekken. Samenvatting antwoord deelvraag 4 ● De toegang voor jeugdigen is geregeld op meerdere plekken in de gemeente Brummen. ● Team Voor Elkaar, huisartsen, het onderwijs en de Jeugdgezondheidszorg zijn belangrijke vindplekken voor ondersteuningsvragen van jeugdigen. Gemeentelijke Toegang Team Voor Elkaar vormt de gemeentelijke toegang van Brummen. Inwoners van alle leeftijden kunnen hier terecht met vragen over zorg en ondersteuning, jeugd en gezin, werk en inkomen en mantelzorg en vrijwilligers. Het team opereert onder de vlag van de gemeente Brummen.
| 23 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Team Voor Elkaar werkt aan de hand van het leefringenmodel (zie ook hoofdstuk 4 bij de beschrijving van het integraal beleidskader drie decentralisaties gemeente Brummen). Eigen verantwoordelijkheid staat centraal bij hulp en ondersteuning. Waar mogelijk draagt de inwoner (en dus ook jeugdigen en het gezin) zelf de verantwoordelijkheid voor zijn of haar eigen leven. Als inwoners bij het Team Voor Elkaar aankloppen met een vraag volgt een periode van vraagverheldering en -analyse. Op basis hiervan kiezen de consulenten van Team Voor Elkaar een passend vervolgtraject. Dit kan een maatwerkvoorziening zijn, maar ook een verwijzing naar het voorliggend veld of een combinatie van beide. Consulenten van het Team Voor Elkaar bieden indien nodig kortdurende cliëntondersteuning aan. Met deze cliëntondersteuning worden inwoners met een aantal gesprekken in maximaal zes maanden ondersteund richting zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Tegelijkertijd bieden de consulenten geen andere vormen van ambulante ondersteuning aan. Gedurende het traject bij Team Voor Elkaar hanteren de consulenten de procesregie. Bij meervoudige en/of complexe problematiek kan het Team Voor Elkaar ook de casusregie voeren. Casusregie heeft als doel om de verschillende vormen van inhoudelijke hulp goed op elkaar te laten aansluiten.
Idealiter wordt de procesregie afgesloten, zodra een (door)verwijzing is gedaan, bijvoorbeeld naar een maatwerkvoorziening. Ten tijde van het onderzoek was er nauwelijks een wachtlijst bij het Team Voor Elkaar. Sinds de zomer van 2022 is de wachtlijst iets opgelopen. De caseload is pittig, zowel in aantallen als in complexiteit. Verder hebben consulenten er last van als het op een andere plek in de keten spaak loopt. Als voorbeeld wordt grote drukte in de jeugdbescherming genoemd, waardoor er meer druk komt op het Team Voor Elkaar. Huisartsen Veel inwoners kiezen ervoor om hun hulpvraag te stellen bij de huisarts. Huisartsen hebben vanuit de Jeugdwet eveneens de mogelijkheid om te verwijzen naar jeugdhulp. Uiteraard hebben ze ook de mogelijkheid om ouders, verzorgers en/of kinderen te verwijzen naar voorliggende voorzieningen. Sinds 2019 werkt een POH-GGZ jeugd in de gemeente Brummen. Alle huisartsen zijn hierbij aangesloten. Na een eerste inschatting van de huisarts kan deze ervoor kiezen om de POH-GGZ jeugd in te zetten, bijvoorbeeld bij opvoed- en opgroeivragen. Deze functionaris heeft de mogelijkheid om de vraag te verhelderen en indien nodig een aantal begeleidende gesprekken te voeren. Veel van de hulpvragen worden op deze manier al weggenomen, zonder dat een verwijzing naar jeugdhulp nodig is.
Mocht na een goede vraagverheldering alsnog een verwijzing nodig zijn naar een maatwerkvoorziening, dan is dat uiteraard mogelijk. De POH-GGZ jeugd biedt een brugfunctie voor samenwerking tussen de huisartsen, het Team Voor Elkaar en andere maatschappelijke partners. De huisartsen zijn inhoudelijk verantwoordelijk voor het werk van de POH-GGZ jeugd. De gemeente Brummen financiert de POH-GGZ jeugd. Het werkgeverschap ligt bij Huisartsen Organisatie Oost-Gelderland (HOOG). Jeugdgezondheidszorg Bijna alle kinderen in de gemeente Brummen komen in contact met de jeugdgezondheidszorg. Voor kinderen tot 4 jaar is het consultatiebureau op meerdere momenten in het leven van kinderen betrokken. Vérian voert deze hulp tot 4 jaar uit. Vanaf 4 jaar biedt de GGD gezondheidszorg aan jeugdigen. Jeugdartsen hebben wettelijk de mogelijkheid om te verwijzen naar jeugdhulp.
| 24 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Dit maakt de jeugdgezondheidszorg naast een belangrijke vindplek ook een plek waar wordt verwezen naar jeugdhulp. De jeugdgezondheidszorg bestaat onder andere uit het consultatiebureau voor medische, verpleegkundige en pedagogische zorg. Voor kinderen vanaf de basisschoolleeftijd wordt een divers pakket aan voorliggende voorzieningen en activiteiten georganiseerd, zoals leefstijllessen op school of de verzuimspreekuren. Onderwijs De meeste kinderen gaan naar school. School is dan ook vaak een plek waar (hulp)vragen als eerste aan het licht komen. Het vormt daarom een belangrijke toegang tot (jeugd)hulp. In de gemeente Brummen is aan alle scholen van het primair onderwijs een contactpersoon vanuit het Team Voor Elkaar gekoppeld. Daarnaast is bij vier basisscholen een consulent een dagdeel in de week aanwezig op school. Bij zorgen van bijvoorbeeld een intern begeleider of een leraar kan vervolgens snel een passende oplossing worden ingezet. In de gemeente Brummen zijn er geen middelbare scholen aanwezig. Veel Brummense jongeren gaan naar een middelbare school in Zutphen of Dieren. De gemeente Brummen is cofinancier (samen met andere gemeenten in de regio) van de gezinsgeneralisten van het Onderwijszorgcentrum (OZC) in Zutphen. In het onderwijszorgcentrum werken ambulante jeugdhulpverleners die gedetacheerd worden door jeugdhulpaanbieders in de regio.
Zij zijn beschikbaar op school voor kortdurende begeleiding aan jeugdigen. Veel vragen worden zo al op school opgelost, zonder dat een verwijzing naar een maatwerkvoorziening nodig is. Ook spelen de jeugdhulpverleners een belangrijke schakelfunctie naar het Team Voor Elkaar.
6.2 Welke doelen en ambities zijn daarvoor geformuleerd en welke afwegingen zijn daarin gemaakt? En is hiervoor al een ontwikkeling in gang gezet? Samenvatting antwoord deelvraag 5 ● Er wordt bijgestuurd op basis van actuele ontwikkelingen, maar in het beleid is geen specifiek toekomstplan zichtbaar ● Er zijn concrete werkinstructies en -processen beschikbaar bij Team Voor Elkaar Er zijn uit de documentenstudie, de interviews en de participerende observaties geen specifieke toekomstplannen voor de toegang te destilleren. Tegelijkertijd wordt natuurlijk wel bijgestuurd op basis van actuele ontwikkelingen, zoals het opplussen van de formatie bij het Team Voor Elkaar wat in paragraaf 6.1 staat beschreven. Ook zijn gesprekken gaande over de verlening van de (co)financiering van de jeugdhulpverleners op de middelbare scholen waar de gemeente Brummen aan meebetaald. Zo wordt (overeenkomstig het antwoord op deelvraag 1) vooral incrementeel gestuurd op basis van actuele vraagstukken in de gemeente Brummen. Er zijn concrete werkinstructies en -processen beschikbaar bij Team Voor Elkaar Team Voor Elkaar maakt gebruik van concrete werkinstructies. In een totaaloverzicht kunnen medewerkers van Team Voor Elkaar alle processtappen zien vanaf een aanmelding tot aan het inzetten van eventuele hulp.
Vanuit het totaaloverzicht kan voor iedere processtap doorgeklikt worden naar een document met aanvullende informatie en werkinstructies. Het gaat hier om tientallen documenten die ter ondersteuning aan de consulenten zijn opgesteld. Ook wordt er veel verwezen naar landelijk naslagwerk, bijvoorbeeld over het woonplaatsbeginsel.
| 25 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
H7 | Uitvoering In dit hoofdstuk gaan we in op de uitvoering van voorliggende voorzieningen in de gemeente Brummen. Daarnaast komt de samenwerking tussen de gemeente Brummen, Team Voor Elkaar en voorliggende voorzieningen aan bod. Ook komt de route naar hulp voor jeugdigen aan bod. In dit hoofdstuk komen de volgende deelvragen aan bod. Deelvragen 6.
Welke activiteiten worden ingezet om de doelstellingen te realiseren?
● ●
7.
Hoe verloopt de samenwerking tussen de zorgverleners in de eerste lijn (huisartsen, Team Samenleving, voorveld)?
●
●
8.
In hoeverre is het duidelijk dat de jeugd ook hulp zoekt als dat nodig is?
●
●
●
●
Er is een overzicht van alle activiteiten waarbij de gemeente betrokken is binnen het jeugdveld. Er is een duidelijke sociale kaart waarop alle voorliggende voorzieningen zijn benoemd. Deze kaart is ook bekend bij alle partijen in het voorveld. Er is nauwe samenwerking tussen de gemeentelijke toegang, huisartsen, jeugdartsen en voorliggende voorzieningen jeugd. Er is sprake van een effectieve samenwerking tussen de gemeente en de maatschappelijke partners en professionals. Uit interviews met professionals blijkt dat zij de juiste zorg hebben geboden/ontvangen die aansluit bij de behoefte van jongeren. De gemeente heeft onderzoeken uitgevoerd dan wel geïnventariseerd waar de behoeften van de jeugd naar uitgaan. De gemeente is bekend met de vindplaatsen (zoals op scholen en jeugdhonken) waar jongeren zich kunnen melden. Professionals zijn aanwezig op vindplaatsen dichtbij de jongeren, bijvoorbeeld op school of in de wijk.
7.1 Welke activiteiten worden ingezet om de doelstellingen te realiseren? De gemeente Brummen heeft een uitgebreid aanbod aan voorliggende voorzieningen. Zie voor een beschrijving van (een groot deel van) deze activiteiten ook paragraaf 4.4. Samenvatting antwoord deelvraag 6 ● Er zijn veel verschillende soorten voorliggende voorzieningen in de gemeente Brummen. ● Nog niet al deze voorzieningen zijn voldoende bekend bij maatschappelijke organisaties. ● De schaal van de gemeente Brummen maakt het ingewikkeld om bepaalde initiatieven specifiek voor de gemeente te organiseren. ● Eerbeek en Brummen hebben ieder een eigen behoefte ten aanzien van voorliggende voorzieningen voor jeugdigen. Uit veel van de gesprekken blijkt dat het overzicht van voorliggende voorzieningen jeugd nog niet bij iedereen voldoende duidelijk is. Tegelijkertijd is hierop gerapporteerd in de voortgangsrapportages “implementatie naar een evenwichtig sociaal domein”.
| 26 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
In de laatste rapportage (september 2022) staat beschreven:“Er heeft een verkenning plaatsgevonden over de vraag ‘hoe kunnen we een overzicht van alle algemene voorzieningen voor zowel de inwoners, externe partners als het Team Voor Elkaar toegankelijk maken?’. Ook is de vraag gesteld of een digitaal algemeen toegankelijk portaal kan bijdragen. Een enquête via het inwonerspanel Brummen Spreekt heeft als resultaat opgeleverd dat inwoners geen behoefte hebben aan en meerwaarde zien in een digitaal portaal [als een aanvullende bron]. De bestaande informatiekanalen bieden voldoende en adequate informatie” (Vierde Voortgangsrapportage, pagina 38). Dit beeld over het overzicht van voorliggende voorzieningen jeugd wordt niet gedeeld door alle maatschappelijke partners. Sommige partijen spreken uit dat het moeilijk is om een goed overzicht te hebben van de aanwezige voorliggende voorzieningen jeugd, terwijl dit wel een meerwaarde zou zijn. Op www.digitale-sociale-kaart.nl staat de gemeente Brummen ook opgenomen. Tegelijkertijd geeft dit geen volledig overzicht van de beschikbare voorzieningen. Zo zijn lokale initiatieven niet te vinden via deze website. De geïnterviewden geven aan dat er al een uitgebreid aanbod is aan voorliggende voorzieningen voor jeugdigen. Op basis van actuele vragen die leven wordt het veld nog regelmatig uitgebreid met nieuwe initiatieven.
Zo is regelmatig het organiseren van een KIES-training (Kinderen In Een Scheiding) genoemd als een ontbrekende voorziening. Eén van de respondenten geeft aan dat er nog wel eens te snel overgegaan wordt tot het opzetten van een nieuwe voorziening terwijl dit dan in de praktijk helemaal niet nodig blijkt. Zo is in het verleden een KIES-training opgezet die vervolgens niet voldoende gebruikt werd. Het is een aandachtspunt voor de gemeente Brummen om eerst goed inzichtelijk te maken wat de behoefte is aan een bepaalde voorziening voordat deze daadwerkelijk wordt opgezet. De schaal van Brummen wordt hier ook regelmatig benoemd als onderliggende oorzaak dat voorzieningen niet voldoende gevuld worden. #Opladers komt in veel gesprekken aan bod als een waardevol initiatief. De overgang van 18- naar 18+ behoeft meer aandacht. Als voorbeeld wordt een ‘herstelcentrum’ voor jongvolwassenen genoemd. Hier zouden jongvolwassenen terechtkunnen in hun weg naar zelfstandigheid, bijvoorbeeld door ook te kijken naar beroepsontwikkeling. Meerdere respondenten beschrijven het ingewikkelde karakter van de overgang van 18- naar 18+, ook vanwege de verschillende wettelijke kaders. Brummen en Eerbeek In veel van de gesprekken wordt het verschil genoemd tussen Brummen en Eerbeek. De papierindustrie van Eerbeek gaat terug tot in de zeventiende eeuw.
De papierindustrie heeft ervoor gezorgd dat relatief veel arbeidsmigranten zich hebben gevestigd in Eerbeek. Op dit moment kent Eerbeek onder andere een Italiaanse, Turkse en Molukse gemeenschap. In diverse gesprekken met maatschappelijke partners komt het verschil tussen Eerbeek en Brummen terug. Er wordt al tijden gesproken over het opzetten van een jongerencentrum in Eerbeek. Ten tijde van dit onderzoek is er nog geen uitsluitsel of dit jongerencentrum er gaat komen. Eerbeek heeft een unieke doelgroep met eigen hulpvragen. Een aantal van de voorliggende voorzieningen aan jeugdigen is vooral nog gericht op Brummen en in mindere mate op Eerbeek. Een aantal respondenten geeft daarom aan dat sommige voorzieningen in Brummen ook goed zouden passen in Eerbeek. ‘Het ontbreken van’ een jongerencentrum voor Eerbeek is hier een voorbeeld van.
| 27 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
7.2 Hoe verloopt de samenwerking tussen de professionals in de eerste lijn? Bij deze deelvraag wordt onderscheid gemaakt tussen de samenwerking tussen de gemeente Brummen en maatschappelijke partners en maatschappelijke partners onderling. Samenvatting antwoord deelvraag 7 ● De samenwerking tussen maatschappelijke organisaties en de gemeente Brummen verloopt goed. ● In de samenwerking tussen Team Voor Elkaar en andere maatschappelijke organisaties is er ruimte voor verbetering. De samenwerking met de gemeente Brummen verloopt goed De samenwerking met de gemeente Brummen wordt door veel samenwerkende organisaties bestempeld als goed. Medewerkers van de gemeente zijn doorgaans bereid om mee te denken zodra er een vraag is vanuit het voorliggend veld. Het kan hier bijvoorbeeld gaan over het opzetten van een nieuwe voorliggende voorziening. Zoals gezegd in paragraaf 5.1 richt de samenwerking zich met name op actuele vraagstukken. Er is in de samenwerking minder aandacht voor ambities, visies en doelstellingen. Een aantal partijen geeft aan dat het goed zou zijn om opnieuw met elkaar om tafel te gaan om de ambities en doelstellingen voor voorliggende voorzieningen aan jeugdigen op te stellen.
Bij het proces voor de totstandkoming van de integrale beleidsnota sociaal domein (2013) is een uitvoerig participatief traject doorlopen, wat door veel maatschappelijke partners als prettig werd ervaren, zo prettig dat het negen jaar later nog steeds op hun netvlies stond. Ook vanuit de gemeente Brummen wordt de samenwerking met maatschappelijke partners als positief ervaren. Er zijn korte lijnen en daardoor weten professionals elkaar goed te vinden. Er zijn allerlei overlegmomenten waarbij de gemeente met maatschappelijke partners in gesprek gaat. Veel van deze overleggen raken aan het thema voorliggende voorzieningen voor jeugdigen. Zo is er twee keer per jaar overleg met de huisartsen, wordt regelmatig met het onderwijs gesproken op bestuurlijk niveau en ook op tactisch niveau vindt overleg plaats. Het gaat op tactisch niveau bijvoorbeeld over de financiering van de inzet van de gezinsgeneralisten van het onderwijszorgcentrum (OZC) in Zutphen (zie ook paragraaf 6.1). Er is ruimte voor verbetering in de samenwerking met Team Voor Elkaar In de gemeente Brummen zijn de lijnen kort. Meerdere geïnterviewde geven aan dat ze een andere professional snel kunnen vinden als dit nodig is. Vaak hebben betrokkenen van elkaar het directe telefoonnummer, waardoor het contact snel is gelegd. Team Voor Elkaar speelt een centrale rol in de samenwerking tussen de voorliggende voorzieningen.
Wanneer een verwijzing naar een maatwerkvoorziening nodig is, zijn zij immers (één van) de aangewezen partij(en). De samenwerking met Team Voor Elkaar wordt wisselend ervaren. Alle respondenten benoemen de grote betrokkenheid van de medewerkers bij Team Voor Elkaar. Tegelijkertijd is er (op sommige momenten) sprake van een wachtlijst. Dit kan ertoe leiden dat partijen ervoor kiezen om contact te zoeken met een andere organisatie of professional, waar ze eerder hulp van ontvangen hebben.
| 28 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Ook wordt in een deel van de gesprekken genoemd dat er relatief veel personele wisselingen zijn. Om goed samen te werken is het belangrijk dat je elkaar kent en weet waarvoor je bij elkaar terechtkunt. Bij (relatief veel) personele wisselingen is het opbouwen van dit type relatie een uitdaging. Een ander aspect van het elkaar kennen dat in de gesprekken regelmatig aan bod komt, is het hebben van een gedeelde werkplek. Door elkaar gemakkelijk te kunnen aanspreken vanwege een nabije werkplek, ontstaat sneller een effectieve samenwerking. Er is ruimte voor verbetering in de terugkoppeling van casuïstiek tussen Team Voor Elkaar en andere partijen. Samenwerkingspartners willen wanneer zij een casus overdragen, doorgaans graag op de hoogte blijven van de voortgang. In het verleden ging dit onvoldoende, maar hier is de afgelopen jaren veel in verbeterd. De inzet van de POH-GGZ jeugd heeft bijvoorbeeld (naast alle inhoudelijke voordelen) geleid tot een brugfunctie tussen huisartsen en voorliggende voorzieningen. Daarnaast zijn met andere vakgebieden, waaronder de jeugdgezondheidszorg, afspraken gemaakt over de wijze van terugkoppeling tussen de jeugdgezondheidszorg en Team Voor Elkaar. Dit type afspraken draagt bij aan een goede samenwerking.
7.3 In hoeverre is het duidelijk dat de jeugd ook hulp zoekt als dat nodig is? Het is ingewikkeld om met zekerheid te stellen dat alle jongeren en doelgroepen goed in beeld zijn. Bij het beantwoorden van deze deelvraag is vooral gekeken naar een aantal criteria die de kans vergroten dat er zoveel mogelijk kinderen goed in beeld zijn, zodat de juiste hulp geboden kan worden. Dit wordt opgebouwd aan de hand van het inzicht in op- en afschalen, het aansluiten bij de behoefte van jongeren op het gebied van hulp en ondersteuning en de aansluiting met de vindplaatsen. Samenvatting antwoord deelvraag 8 ● De mogelijkheden om op en af te schalen zijn niet structureel in beeld. ● Professionals sluiten aan bij de hulpvraag van jongeren. ● De gemeente Brummen is goed aangesloten op de vindplaatsen. Mogelijkheden van op- en afschalen zijn niet structureel in zicht Als voorliggende voorzieningen voor jeugdigen goed zijn ingericht, zijn er voldoende mogelijkheden om af te schalen. Afschalen betekent dat een lichtere voorziening wordt ingezet als hulp aan een inwoner. Het kan bijvoorbeeld zijn dat na enige tijd een maatwerkvoorziening niet langer nodig is, maar een passende voorliggende voorziening een uitkomst biedt. Op dit moment is het overzicht aan voorliggende voorzieningen niet voldoende in beeld.
Dit overzicht kan bijdragen aan de mogelijkheden van bijvoorbeeld het onderwijs, het jongerenwerk en de jeugdgezondheidszorg om jeugdigen in contact te brengen met voorliggende voorzieningen. Professionals sluiten aan bij de hulpvraag van jongeren Uit de gesprekken met allerlei professionals blijkt dat de hulpvraag van de inwoner leidend is om te bepalen of een voorliggende voorziening passend is. In de werkwijze van Team Voor Elkaar zit het leefringenmodel vervlochten, waarbij voorliggende voorzieningen voor jeugdigen tot de derde leefring behoren (namelijk: algemene voorzieningen zoals ontmoetingsplaatsen, verenigingen). Alle gesproken professionals en organisaties zetten alleen een maatwerkvoorziening in als dit echt nodig is. Er wordt hierbij altijd gekeken of er een voorliggende voorziening is die als alternatief ingezet kan worden.
| 29 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
De gemeente Brummen sluit goed aan op de vindplaatsen Om te zorgen dat hulpvragen aan het licht komen, is het belangrijk om goed aan te sluiten bij de vindplaatsen. Het gaat hier bijvoorbeeld over het consultatiebureau, het onderwijs en op straat. Team Voor Elkaar doet dit bijvoorbeeld door aan iedere basisschool een contactpersoon te koppelen en op vier scholen een dagdeel aanwezig te zijn. Eventuele vragen van leerlingen, leraren of intern begeleiders kunnen zo snel opgepakt worden. In paragraaf 6.1 zijn de vindplaatsen nadrukkelijk aan bod gekomen. De gemeente Brummen sluit op verschillende manieren aan bij de vindplaatsen. Soms doet de gemeente dit zelf, bijvoorbeeld via de gemeentelijke toegang bij het onderwijs. Op andere momenten ontvangen andere organisaties hiervoor een opdracht. Zo zorgt het jongerenwerk ervoor dat ze aanwezig zijn in de wijken, ook om problemen, uitdagingen of inspirerende ideeën te signaleren. De POH-GGZ jeugd werkt vanuit de huisartsen en is zo laagdrempelig aanwezig om vragen te beantwoorden, te verhelderen of begeleiding te bieden. Ook op middelbare scholen zijn jeugdhulpverleners aanwezig voor de jongeren van de gemeente Brummen. Samenvattend heeft de gemeente Brummen de aansluiting met de vindplaatsen goed georganiseerd.
| 30 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
H8 | Resultaten en ervaren effecten In dit hoofdstuk beschrijven we welke resultaten door de gemeente worden behaald en hoeverre deze in beeld zijn gebracht. Ook gaan we kort in op de ervaring van jongeren en ervaringsdeskundigen met het gevoerde beleid. Hiervoor hebben we participerend onderzoek gedaan. In dit hoofdstuk gaan we in op de volgende deelvragen. Deelvragen
Normen
9.
●
De prestaties van de gemeente zijn inzichtelijk gemaakt en in lijn met de geformuleerde streefwaarden en doelen.
●
Er is sprake van een monitoringssystematiek.
●
Er wordt passende zorg geboden en de tevredenheid hierover wordt gemonitord.
●
Er zijn cliëntervarings-/of behoefteonderzoeken gehouden zoals bepaald is door VWS.
●
Er worden gericht voorzieningen of preventie ingezet om recidive te voorkomen, met gebruikmaking van verschillende zorgproducten.
Op welke wijze wordt de voortgang gemonitord en welke effecten zijn al behaald?
10. Welke ervaring hebben jongeren met het gevoerde beleid en de uitvoering? Zijn de voorzieningen op hun behoefte afgestemd?
8.1 Op welke wijze wordt de voortgang gemonitord en welke effecten zijn behaald? Voor de beantwoording van deze deelvraag is in de eerste plaats gekeken naar de beschikbare informatie in de P&C-documenten. In de jaarrekening worden een aantal beleidsindicatoren benoemd. Hierbij wordt een overzicht gegeven van informatie over de afgelopen jaren. Het gaat bijvoorbeeld over het percentage werkloze jongeren tussen de 16 tot en met 22 jaar en over jongeren met jeugdhulp. Ook wordt het percentage kinderen genoemd dat gebruikmaakt van peuteropvang. Hierbij wordt geen nadrukkelijke koppeling gemaakt met de doelstellingen van de gemeente Brummen. Samenvatting antwoord deelvraag 9 ● De voortgangsrapportages geven inzicht in de stand van zaken in het sociaal domein. De nadruk van deze rapportages ligt op financiële ontwikkelingen én ontwikkelingen in het gebruik van maatwerkvoorzieningen. ● Er wordt nog te weinig verbinding gelegd tussen de monitoringsgegevens en de doelstellingen van de gemeente Brummen voor voorliggende voorzieningen jeugd. ● Maatschappelijke partners reflecteren uitgebreid op hun activiteiten, maar de koppeling met doelstellingen ontbreekt. Voortgangsrapportages geven inzicht in de stand van zaken De gemeenteraad ontvangt periodiek een voortgangsrapportage over de implementatie van het rapport “Naar een evenwichtig sociaal domein”.
Deze rapportage biedt inzicht in de financiële stand van zaken in het sociaal domein. Daarnaast wordt op de verschillende bouwstenen uit het rapport de voortgang gemeld. Hierbij wordt een combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve gegevens getoond. De monitor bevat een rijke hoeveelheid informatie over het gebruik van voorzieningen.
| 31 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Ook komen instroom, uitstroom en leeftijdsopbouw aan bod. Het valt op dat niet nadrukkelijk een koppeling wordt gemaakt met de doelstellingen van de gemeente Brummen. Los van de beschrijving wat er gebeurt in de aantallen is het belangrijk om de vraag te beantwoorden: wat betekenen deze (cijfermatige) ontwikkelingen voor het wel of niet behalen van onze doelstellingen op het gebied van voorliggende voorzieningen? Voor voorliggende voorzieningen jeugd is bouwsteen W5 “voorliggende voorzieningen strategischer en doelmatiger inzetten” relevant. In de vierde voortgangsrapportage over de implementatie van het rapport “Naar een evenwichtig Sociaal Domein” wordt uitgebreid gereflecteerd op de voortgang op bouwsteen W5. Het gaat bijvoorbeeld over het wel of niet inzichtelijk maken van een overzicht op voorliggende voorzieningen en het aanscherpen van de afspraken met Stichting Welzijn Brummen. Het is (net zoals bij de gepresenteerde cijfers) onduidelijk in hoeverre de ingezette acties hebben geleid tot het gewenste resultaat. Met andere woorden, de verbinding met de doelstellingen wordt onvoldoende gelegd. De voortgangsrapportage kondigt aan dat er een participatief traject gestart wordt om tot een beleidskader algemene en preventieve voorzieningen sociaal domein te komen. Er zijn voldoende handvatten om concrete resultaten te benoemen.
Zo worden bij de POH-GGZ jeugd (bouwsteen J1) concrete projectresultaten benoemd, ook in relatie tot Team Voor Elkaar. In het informatie- en communicatieplan implementatie “Naar een evenwichtig Sociaal Domein” staat dat in 2021 15% van de afgeronde/verwezen trajecten door de POH-GGZ jeugd naar Team Voor Elkaar verwezen moet zijn. In 2022 stijgt dit percentage naar 20%. Op deze aantallen wordt structureel gereflecteerd in de voortgangsrapportages. De resultaten van de POH-GGZ jeugd zijn in beeld gebracht door ProScoop. De POH-GGZ jeugd is erg effectief gebleken in de gemeente Brummen. In meer dan de helft (57% in totaal) van de casussen lukt het de POH-GGZ jeugd om de hulpvraag zelfstandig op te lossen, bijvoorbeeld door middel van een aantal gesprekken. Hierdoor zijn aanzienlijk minder verwijzingen nodig naar maatwerkvoorzieningen. Als er geen POH-GGZ jeugd was geweest, had ongeveer 60% van de aanmeldingen van jeugdigen direct geleid tot een verwijzing naar de Basis of Specialistische GGZ. Waar nodig zoekt de POH-GGZ jeugd contact met andere organisaties, waaronder het Team Voor Elkaar. Gedurende de jaren laat dit een stabiel beeld zien met ongeveer 7% van de casussen die worden verwezen naar het Team Voor Elkaar.
Maatschappelijke partners reflecteren uitgebreid op hun activiteiten, maar de koppeling met doelstellingen ontbreekt Organisaties die middelen ontvangen voor het organiseren van voorliggende voorzieningen, bijvoorbeeld via een overeenkomst of subsidie, leveren een verantwoording aan hoe deze middelen zijn besteed. Voor subsidies geldt dat na het indienen van de verantwoording de subsidie wordt vastgesteld. Afhankelijk van de kwaliteit van de verantwoording wordt de subsidie vastgesteld op het gesubsidieerde bedrag of lager dan het gesubsidieerde bedrag. De gemeente Brummen heeft een duidelijk overzicht van vastgestelde subsidiebedragen per jaar. Hierin wordt duidelijk beschreven of alle activiteiten conform subsidieverlening zijn uitgevoerd of niet. In de gemeente Brummen is een traject gaande om duidelijker in beeld te brengen welke resultaten van maatschappelijke partners worden verwacht. Zo zijn Stichting Welzijn Brummen en de gemeente Brummen in gesprek over de resultaatafspraken voor 2023. In vergelijking met voorgaande jaren worden de maatschappelijke resultaten scherper geformuleerd.
| 32 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Het benoemen van scherpe doelstellingen/resultaten is een noodzakelijke voorwaarde om ook scherp te kunnen verantwoorden. Het feit dat de doelstellingen/resultaten onvoldoende scherp zijn geformuleerd is terug te zien in de verantwoordingen van gesubsidieerde partijen11. Er wordt uitgebreid gereflecteerd op de georganiseerde activiteiten, maar de aansluiting met de doelstellingen van de gemeente Brummen ontbreekt. Het is belangrijk om te benoemen dat dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van de gemeente Brummen en de maatschappelijke partners. Alleen in het samenspel tussen subsidie- of opdrachtverstrekker en ontvanger is het mogelijk om scherpe resultaten af te spreken en hier ook over te verantwoorden. Een combinatie van ‘tellen’ en ‘vertellen’ geeft veelal het beste weer in hoeverre een maatschappelijke doelstelling is gerealiseerd. De uitgaven ten aanzien van voorliggende voorzieningen jeugd worden nog op een hoog abstractieniveau verzameld Hoewel het geen separate deelvraag was, is doelmatigheid wel onderdeel van de hoofdvraag. Daarom is er een uitvraag gedaan bij de organisatie naar de uitgaven van de afgelopen jaren op het gebied van voorliggende voorzieningen voor jeugdigen. Uit onderstaand overzicht valt op te maken dat de uitgaven alleen op een hoog abstractieniveau inzichtelijk zijn. Hiermee is het lastig om (bij) te sturen.
Wel valt er uiteraard via de verschillende subsidies bij te sturen op de individuele organisaties, maar een overkoepelend beeld ontbreekt. Daarmee is het leggen van bijvoorbeeld een correlatie tussen de inzet van voorliggende voorzieningen en de afname van het aantal maatwerkvoorzieningen lastig. 2019
2020
2021
2022
Bedragen x 1000
Begroot
Werkelijk
Begroot
Werkelijk
Begroot
Werkelijk
Begroot
Samenkracht en burgerparticipatie
1.633
1.505
1.631
1.518
1.739
1.549
1.552
Wijkteams
1.055
1.144
1.082
1.283
1.554
1.607
1.631
Maatwerkdienstverlening 18-
4.311
4.761
4.296
4.483
4.577
5.243
5.134
Geëscaleerde zorg 18-
354
150
790
462
566
470
543
Bovengenoemde taakvelden geven de financiële verhoudingen weer tussen voorliggende voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Bij elkaar opgeteld wordt ruim € 3 miljoen geïnvesteerd in het voorliggende veld (hier valt zowel de gemeentelijke toegang als de voorliggende voorzieningen aan jeugdigen onder. Let op: hier zitten ook voorliggende voorzieningen voor volwassenen bij). Voor maatwerkvoorzieningen is in 2022 in het kader van de Jeugdwet ruim € 5,5 miljoen begroot.
Voor dit onderzoek is er geen uitgebreid onderzoek gedaan naar het subsidiebeleid, dan wel de subsidiedossiers. Er is alleen gekeken naar de verantwoording van een aantal organisaties uit het voorveld en de gemeentelijke doelen op voorliggende voorzieningen jeugd. 11
| 33 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
8.2 Welke ervaring hebben jongeren met het gevoerde beleid en de uitvoering? Zijn de voorzieningen op hun behoefte afgestemd? Samenvatting antwoord deelvraag 10 ● Het cliëntervaringsonderzoek geeft een positief beeld, maar is jaren geleden uitgevoerd. ● De gemeente Brummen kan de behoefte van jongeren in het voorliggend veld nog beter in kaart brengen. Cliëntervaringsonderzoek geeft een positief beeld, maar is jaren geleden uitgevoerd Gemeenten zijn verplicht om jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek uit te voeren voor Jeugd en Wmo. Het laatste cliëntervaringsonderzoek in Brummen gaat over het jaar 2019. De onderzoeken over 2020 en 2021 zijn (nog) niet uitgevoerd. Uit het onderzoek van 2019 komt naar voren dat 72% van de jongeren en ouders de weg naar hulp en ondersteuning weet te vinden als ze een hulpvraag hebben. Dit percentage is vergelijkbaar met de referentiegroep. In 2018 antwoordde nog 70% dat ze snel geholpen werden, terwijl dit in 2019 is gedaald naar 52%. Een groot deel van de jongeren geeft aan dat zij goed geholpen zijn (74%). Kanttekening bij een deel van deze cijfers is dat het vooral gaat over jeugdzorg en niet perse over voorliggende voorzieningen. Daarnaast was de respons van het cliëntervaringsonderzoek 2019 zeer laag (7,8%). Verder zijn er nauwelijks klachten en bezwaren ingediend onder de noemer van de Jeugdwet: 2019
2020
2021
Klachten
2 (informeel afgehandeld)
0
0
Bezwaren
0
1 (kennelijk niet-ontvankelijk)
0
De gemeente Brummen kan de behoefte van jongeren nog beter in kaart brengen Vragen vanuit jongeren komen op dit moment vooral via professionals bij de gemeente Brummen terecht. Een aantal betrokkenen stelt dat nog weinig direct met jongeren wordt gesproken over hun behoefte aan voorliggende voorzieningen. Het is belangrijk om te benoemen dat deze behoefte niet alleen gaat over hulpvragen, maar ook kan gaan over een leuke dagactiviteit of feest. Door de behoefte van jongeren goed in beeld te brengen (bijvoorbeeld ook in Eerbeek én Brummen) kan de gemeente het voorliggend veld op zo’n manier doorontwikkelen dat het goed aansluit bij de wensen van de doelgroep. Dit sluit aan bij de eerder beschreven bouwsteen W5. Er zijn allerlei rapportages beschikbaar die de gemeente Brummen hiervoor kan gebruiken. Zo maakt de GGD rapportages over de (ervaren) gezondheid van jeugdigen, is per gemeente veel informatie inzichtelijk over de bevolkingsontwikkeling (onder andere via statline) en staat in de verantwoordingen van gesubsidieerde partners veel informatie over de voorliggende voorzieningen aan jeugdigen.
| 34 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
H9 | Evaluatie en verantwoording In dit hoofdstuk beschrijven we op welke manier de evaluatie en de verantwoording wordt afgelegd aan de gemeenteraad. Daarbij gaan we ook in op de vraag of de raad met de huidige informatievoorziening heeft kunnen sturen en ook heeft gestuurd. In dit hoofdstuk komen de volgende deelvragen aan bod. Deelvragen
Normen
11. Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang (van het beleid) geïnformeerd en op welke wijze wordt de informatie behandeld?
●
●
● ●
● ●
12. Op welke wijze kan de gemeenteraad grip krijgen en regie voeren op het gebied van jeugdbeleid? Welke instrumenten zijn er, aan welke knoppen kan gedraaid worden en heeft de raad dit ook gedaan?
Er is sprake van eenduidige en structurele monitoringssystematiek die ook informatie kan opleveren voor de raad. De informatievoorziening aan de gemeenteraad is tijdig (er kan nog iets met de informatie worden gedaan). De informatievoorziening aan de gemeenteraad is juist (de informatie kent geen fouten en is betrouwbaar). De informatievoorziening aan de gemeenteraad is volledig. De informatievoorziening aan de gemeenteraad is begrijpelijk (de informatie is geen verzameling van losse data, maar voorzien van analyses en duiding). De informatie wordt op een toepasselijke wijze behandeld (in lijn met de behoefte van de raad). Er worden regelmatig werkbezoeken of raadsinformatiebijeenkomsten georganiseerd met partijen uit het voorveld.
Hiervoor bestaat in beginsel geen norm, dit moet uit het onderzoek blijken.
9.1 Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang geïnformeerd en op welke wijze wordt informatie behandeld? Samenvatting antwoord deelvraag 11 ● Raadsleden ervaren de informatievoorziening als onvoldoende. Tegelijkertijd hebben raadsleden hier zelf nog onvoldoende een rol in gepakt. ● De focus heeft de afgelopen jaren gelegen op financiële ontwikkelingen en ontwikkelingen in het gebruik van maatwerkvoorzieningen. ● Het aantal werkbezoeken vanuit de gemeenteraad is laag.
| 35 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Sinds het rapport “Naar een evenwichtig Sociaal Domein” is gepresenteerd aan de gemeenteraad wordt een structurele monitoring en verantwoordingscyclus gehanteerd. Door middel van voortgangsrapportages wordt de gemeenteraad op de hoogte gehouden van de financiële en inhoudelijke ontwikkelingen in het sociaal domein. Per bouwsteen wordt de voortgang besproken en in hoeverre de projectresultaten zijn gerealiseerd. Sinds het rapport is gedeeld met de gemeenteraad zijn er vier voortgangsrapportages gedeeld. De laatste voortgangsrapportage gaat over de periode tussen 1 januari 2022 en 31 augustus 2022. De voortgangsrapportages gaan over meer dan alleen voorliggende voorzieningen jeugd. De focus van de voortgangsrapportages ligt op gebruik van specialistische voorzieningen en de financiële ontwikkelingen die hierbij passen. Uit de gesprekken blijkt dat de voortgangsrapportages niet leiden tot grote discussie in de gemeenteraad. Voorheen werden de voortgangsrapportages ieder kwartaal aangeboden, maar inmiddels is in overleg met de werkgroep sociaal domein afgesproken om één keer per half jaar de voortgangsrapportage te delen met de gemeenteraad. Het aantal moties en amendementen op voorliggende voorzieningen jeugd ligt eveneens laag. Raadsleden ervaren de informatievoorziening als onvoldoende De informatievoorziening wordt door gemeenteraadsleden als onvoldoende ervaren.
Specifiek over voorliggende voorzieningen voor jeugdigen wordt nog relatief weinig informatie ontvangen. Uiteraard ligt hier ook een rol voor de gemeenteraadsleden om actief om informatie te vragen op specifieke onderwerpen. Dit heeft de afgelopen jaren onvoldoende plaatsgevonden. Naast rapportages wordt het idee door een aantal raadsleden geopperd om meer in gesprek te gaan met jongeren over hun behoefte aan voorliggende voorzieningen. Dit kan bijvoorbeeld via een (actieve) jongerenraad. In plaats van informatievoorziening vanuit het college krijgen de raadsleden op deze wijze direct informatie vanuit de jongeren. Er wordt benoemd dat de afgelopen jaren de aandacht ook wel veel op het geld heeft gelegen. Binnen het sociaal domein gaat het gesprek dan snel over de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet. De voorliggende voorzieningen voor jeugdigen zijn daarmee niet het grootste aandachtspunt. In de wijze waarop de voortgangsrapportages zijn opgebouwd is dit punt terug te lezen. Zo start iedere rapportage met informatie over de financiële ontwikkelingen en ontwikkelingen in het gebruik van maatwerkvoorzieningen. Het is ook ingewikkeld voor gemeenteraadsleden om alle informatie op waarde te beoordelen. Hier is een breder beeld voor nodig. Zo moeten de voorliggende voorzieningen beoordeeld worden binnen de context van het gehele jeugdbeleid.
Hier raken ook vragen aan over de mogelijkheden om op en af te schalen. Het aantal werkbezoeken van de gemeenteraad is laag Er worden weinig werkbezoeken georganiseerd voor raadsleden bij voorliggende voorzieningen. Kanttekening hierbij is dat door corona een aantal geplande momenten zijn afgelast. Zo stond er bijvoorbeeld een presentatie gepland voor de gemeenteraad over de POH-GGZ jeugd. In verschillende interviews komt naar voren dat het contact tussen ambtenaren en gemeenteraadsleden laagdrempelig verloopt. Zo kunnen informele vragen vroegtijdig worden afgevangen. Sinds 2022 zijn hier werkafspraken voor gemaakt en worden de vragen volgens een werkproces beantwoord. Uiteraard is er voor formele raadsvragen een proces ingericht.
| 36 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
9.2 Op welke wijze kan de gemeenteraad grip krijgen en regie voeren op het gebied van voorliggende voorzieningen jeugd? Samenvatting antwoord deelvraag 12 ● Een belangrijk onderdeel van grip en regie is het stellen van scherpe kaders met daarin geconcretiseerde doelstellingen (indicatoren en streefwaarden). ● Gezamenlijk duiden van cijfers en ervaringen kan het gevoel van grip en regie op het thema voorliggende voorzieningen verstevigen. ● Werkbezoeken of presentaties over de praktijk van voorliggende voorzieningen kunnen bijdragen aan de (ervaren) grip en regie op het thema. Zoals beschreven in paragraaf 9.1 wordt er op dit moment weinig gebruikgemaakt van de formele sturingsinstrumenten van de gemeenteraad bij het thema voorliggende voorzieningen jeugd. Er zijn nauwelijks moties en amendementen ingediend op dit thema. Een aantal gemeenteraadsleden geeft aan dat er weinig informatie wordt gedeeld met de gemeenteraad over het thema voorliggende voorzieningen aan jeugdigen. Hierdoor ontstaan er ook weinig mogelijkheden om bij te sturen. Een belangrijk onderdeel van grip en regie is het stellen van scherpe kaders voor voorliggende voorzieningen aan jeugdigen. Scherpe kaders bevatten in ieder geval doelstellingen die zijn voorzien van indicatoren en streefwaarden.
Hiermee geeft de gemeenteraad mee welke fenomenen weergeven of een doelstelling bereikt wordt (indicatoren) en wanneer ze tevreden zijn (streefwaarden). Het beleidskader over voorliggende voorzieningen wordt volgens de huidige planning in 2023 opgesteld. De gemeenteraad kan dit plan toetsen aan deze vereisten. Vervolgens wordt periodiek gerapporteerd aan de gemeenteraad of het gelukt is om de doelstellingen te realiseren. Het gaat hier niet om afrekenen of het hanteren van een stoplichtsystematiek, maar om de gezamenlijke duiding die aan de cijfers en ervaringen wordt gegeven. Waarom lukt het wel of niet om een doelstelling te bereiken? En wanneer het niet lukt: hoe kunnen de gemeenteraadsleden vanuit hun rol hierop sturen? Een ander belangrijk punt is inzicht van de gemeenteraad in de praktijk van de voorliggende voorzieningen. Diverse raadsleden gaan op eigen initiatief al langs bij voorliggende voorzieningen, blijkt uit het gesprek met de raad. Tegelijkertijd is veel van deze informatie relevant voor meerdere gemeenteraadsleden. Het kan bijdragen aan de (ervaren) grip en regie op het thema voorliggende voorzieningen als gemeenteraadsleden met enige regelmatig uit de praktijk geïnformeerd worden, bijvoorbeeld door Team Voor Elkaar, de POH-GGZ jeugd of Stichting Welzijn Brummen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een werkbezoek of via een presentatie.
| 37 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Bijlage 1 | Normenkader Onderzoeksvraag
Norm
Beleid 1.
Op welke wijze wordt door de gemeente gewerkt aan de doelstelling om meer in te zetten op preventie?
● ● ● ●
Het beleidskader jeugd (en preventie) is vastgesteld en actueel. De beoogde maatschappelijke effecten zijn expliciet benoemd. Relaties met andere beleidsterreinen zijn expliciet benoemd en duidelijk gemaakt. De raad heeft mee kunnen denken en beslissen in het kader van hun kaderstellende rol.
2.
Wat wordt verstaan onder universele en selectieve preventieve zorg?
Hiervoor bestaat in beginsel geen norm, dit moet blijken uit het onderzoek.
3.
Welke doelen voor preventie zijn benoemd?
● ● ●
●
De doelen zijn benoemd en SMART geformuleerd (of SMT). Er is in kaart gebracht welke streefwaarden gerealiseerd dienen te worden. Maatschappelijke instellingen en ketenpartners hebben mee kunnen denken vanuit hun adviseursrol in de totstandkoming van het beleid. De doelen zijn vertaald naar concrete eisen voor voorliggende voorzieningen, bijvoorbeeld in een subsidieregeling of een programma van eisen.
Organisatie 4.
Hoe is de toegang nu geregeld en hoe ziet dat er in de toekomst uit?
●
●
●
5.
Welke doelen en ambities zijn daarvoor geformuleerd en welke afwegingen zijn daarin gemaakt? En is hiervoor al een ontwikkeling in gang gezet?
●
●
In de beleidsregels en beleidskaders staat duidelijk uitgewerkt hoe de toegang georganiseerd is en welke ontwikkeling de toegang gaat doormaken. Er zijn stukken (op de website) die jongeren en ouders informeren over het jeugdbeleid en de voorliggende voorzieningen. Er is vanuit de toegangsteams actief informatie gedeeld met inwoners over jeugdhulp, de voorliggende voorzieningen, hoe men daarvoor een aanvraag kan doen, waar dit kan en wanneer men hiervoor in aanmerking komt.
Het jeugd- en preventiebeleid is vertaald naar uitvoeringsprogramma’s of werkinstructies waarmee de toegang kan werken. De doelen en ambities voor de toegang zijn tot stand gekomen met de betrokken medewerkers en ketenpartners.
| 38 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Uitvoering 6.
Welke activiteiten worden ingezet om de doelstellingen te realiseren?
● ●
7.
8.
Hoe verloopt de samenwerking in de eerste lijn tussen zorgverleners (huisartsen, Team Samenleving, voorveld)?
●
In hoeverre is het duidelijk dat de jeugd ook hulp zoekt als dat nodig is?
●
●
●
●
●
Er is een overzicht van alle activiteiten waarbij de gemeente betrokken is binnen het jeugdveld. Er is een duidelijke sociale kaart waarop alle voorliggende voorzieningen zijn benoemd. Deze kaart is ook bekend bij alle partijen in het voorveld. Er is nauwe samenwerking tussen de gemeentelijke toegang, huisartsen, jeugdartsen en voorliggende voorzieningen jeugd. Er is sprake van een effectieve samenwerking tussen de gemeente en de maatschappelijke partners en professionals. Uit interviews met professionals en jeugdigen blijkt dat zij de juiste zorg hebben geboden/ontvangen die aansluit bij de behoefte van jongeren. De gemeente heeft onderzoeken uitgevoerd dan wel geïnventariseerd waar de behoeften van de jeugd naar uitgaan. De gemeente is bekend met de vindplaatsen (zoals op scholen en jeugdhonken) waar jongeren zich kunnen melden. Professionals zijn aanwezig op vindplaatsen dichtbij de jongeren, bijvoorbeeld op school of in de wijk.
Resultaten 9.
Op welke wijze wordt de voortgang gemonitord en welke effecten zijn al behaald?
●
10. Welke ervaring hebben jongeren met het gevoerde beleid en de uitvoering? Zijn de voorzieningen op hun behoefte afgestemd?
●
●
● ●
De prestaties van de gemeente zijn inzichtelijk gemaakt en in lijn met de geformuleerde streefwaarden en doelen. Er is sprake van een monitoringssystematiek.
Er wordt passende zorg geboden en de tevredenheid hierover wordt gemonitord. Er zijn cliëntervarings-/of behoefteonderzoeken gehouden zoals bepaald is door het Ministerie van VWS. Er worden gericht voorzieningen of preventie ingezet om recidive te voorkomen, met gebruikmaking van verschillende zorgproducten.
Evaluatie en verantwoording 11. Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang van het beleid geïnformeerd en op welke wijze wordt de informatie behandeld?
●
● ●
Er is sprake van eenduidige en structurele monitoringssystematiek die ook informatie kan opleveren voor de raad. De informatievoorziening aan de gemeenteraad is tijdig (er kan nog iets met de informatie worden gedaan). De informatievoorziening aan de gemeenteraad is juist (de informatie kent geen fouten en is betrouwbaar). De informatievoorziening aan de gemeenteraad is volledig.
| 39 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
●
● ●
12. Op welke wijze kan de gemeenteraad grip krijgen en regie voeren op het gebied van jeugdzorg? Welke instrumenten zijn er, aan welke knoppen kan gedraaid worden en heeft de raad dit ook gedaan?
De informatievoorziening aan de gemeenteraad is begrijpelijk (de informatie is geen verzameling van losse data, maar voorzien van analyses en duiding). De informatie wordt op een toepasselijke wijze behandeld (in lijn met de behoefte van de raad). Er worden regelmatig werkbezoeken of raadsinformatiebijeenkomsten georganiseerd met partijen uit het voorveld.
Hiervoor bestaat in beginsel geen norm, dit moet uit het onderzoek blijken.
| 40 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Bijlage 2 | Bestudeerde documenten Verordening ● Verordening tegemoetkoming kosten SMI-kinderopvang ● Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke Ondersteuning ● Algemene subsidieverordening 2019 Beleidsregels en uitvoeringsnotities ● Uitvoeringsnotitie kinderopvangregelingen ● Beleidsregels gemeentelijke subsidies en coronacrisis ● Besluit algemene subsidieregeling ● Algemene subsidieregeling Beleidsplannen ● Integraal beleidskader drie decentralisaties ● Nota Positieve en Integrale gezondheid in Brummen ● Preventieakkoord gemeente Brummen ● Sport- en beweegakkoord gemeente Brummen ● Beleidsnota Preventie middelengebruik en verslaving gemeente Brummen ● Beleidsnota Participatiewet 2015-2016 Visiedocumenten (lokaal en regionaal) ● Coalitieakkoord 2018-2022 ● Coalitieakkoord 2022-2026 ● Koersdocument Jeugd- en jongerenbeleid ● Programmaplan Zorgregio Midden IJssel Oost Veluwe Wmo en Jeugdhulp Jaarrekeningen en begrotingen ● Jaarrekeningen 2018-2021 ● Begrotingen 2018-2022 Documenten Toegangsteam ● Totaalproces Team Voor Elkaar Cliëntervaringsonderzoeken ● Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2019 Voortgangsrapportages ● 1e voortgangsrapportage implementatie naar een evenwichtig sociaal domein ● 2e Voortgangsrapportage implementatie naar een evenwichtig sociaal domein ● 3e Voortgangsrapportage implementatie naar een evenwichtig sociaal domein ● 4e Voortgangsrapportage
implementatie naar een evenwichtig sociaal domein ● Informatie- en communicatieplan implementatie naar een evenwichtig sociaal domein Aanvragen en verantwoordingsdocumenten samenwerkingspartners ● Tactus ● GGD ● Vérian ● Stichting welzijn Brummen ● Sportkompas Overige stukken ● Moties ● Amendementen ● Raadsvragen en antwoorden ● Raadsinformatiebrieven ● Raadsvoorstellen ● Raadsbesluiten
| 41 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Bijlage 3 | Respondentenlijst Interne rollen
Portefeuillehouder Jeugd
Vertegenwoordiging gemeenteraad
Beleidsmedewerkers Jeugd, Onderwijs en Sport Medewerker Team Voor Elkaar Leerplicht
Externe rollen
Huisarts Wijkmanager POH-GGZ jeugd Welzijn en jongerenwerk
Jeugdverpleegkundige (GGD & Vérian)
Jeugdarts
Kinderopvang en VVE
Jeugdhulpverlener Onderwijszorgcentrum
Samenwerkingsverband Passend Onderwijs
| 42 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
BMC Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort Postbus 490 3800 AL Amersfoort (033) 496 52 00 info@bmc.nl www.bmc.nl KvK BMC Advies 32078667 IBAN NL91 ABNA 0504 0357 54 BTW NL80.86.63.598 B.01
Colofon Februari 2023 Classificatie
: Vertrouwelijk
Naam adviseurs
:
Projectnummer
: PO027586
Correspondentienummer
: DH-0102-1810
● ●
T. Plat MA T. Hendriks
| 43 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen