(053) Rapport Rekenkamercommissie - Toegankelijkheid van de preventieve hulp voor jeugdigen - Brummen 2 maart 2023
Tekst van het document
Groeien naar beter Bestuurlijke Nota onderzoek toegankelijkheid preventieve zorg voor jeugdigen
Foto: Theo Rivierenlaan (Pixabay)
Inhoudsopgave Inleiding ....................................................................................................................................... 3 1 Conclusies............................................................................................................................. 4 1.1 1.2 1.3 1.4
2
Het beschreven beleid is verouderd ...................................................................................................... 4 Team voor Elkaar vervult een waardevolle rol in het voorliggend veld ................................................ 4 De rechtspositie van inwoners is verzwakt ........................................................................................... 5 De raad bewaakt zijn eigen informatievoorziening onvoldoende ......................................................... 5
Aanbevelingen ...................................................................................................................... 6 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Actualiseer en orden het beschreven beleid ......................................................................................... 6 Vraag specifieke rapportages over de realisatie van beleidsdoelen ..................................................... 6 Onderken verschillende behoeften in de kernen .................................................................................. 6 Versterk de positie van de inwoner ....................................................................................................... 6 Wees vasthoudend in afspraken over rapportage en bewaak deze ..................................................... 6
BIJLAGE ........................................................................................................................................ 7 Deel 2 - Nota van Bevindingen - BMC februari 2023 .......................................................................................... 7
Rekenkamercommissie Brummen: Toegankelijkheid preventieve hulp jeugdigen (Deel 1 Bestuurlijke nota)
2
Inleiding De coronacrisis heeft voor veel kinderen en jongeren ingrijpende gevolgen. Landelijke onderzoeken laten zien dat de mentale gezondheid en leerprestaties onder druk staan. Oudere jongeren werden economisch getroffen doordat zij hun baan verloren of niet aan het werk kwamen. “Hoe gaat het met de jongeren in Brummen?” vroeg de raad zich daarom eind 2021 af. Na een vooronderzoek in het voorjaar van 2022 volgde een rekenkameronderzoek waarvan de rapportage nu voor u ligt De gemeente Brummen is verantwoordelijk voor hulp aan jeugdigen. Het is bekend dat in Brummen net zoals in andere gemeenten veel geld wordt uitgegeven aan specialistische jeugdhulp. Maar daar gaat het hier niet over. In dit onderzoek beantwoordt de rekenkamercommissie de vraag naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het voorliggende veld. Eenvoudig gezegd: Hoe werkt Brummen aan preventie? Zijn er activiteiten waar jongeren terecht kunnen en weten zij die te vinden? Het antwoord op die vragen en de overige onderzoeksvragen kunt u in dit onderzoeksrapport lezen. Deze bestuurlijke nota (deel 1) bevat de overkoepelende conclusies en aanbevelingen van de rekenkamercommissie. Deel 2 betreft de nota van bevindingen, met daarin de onderzoeksopzet en de uitgebreide beantwoording van de onderzoeksvragen en toetsing aan het normenkader.
Deze nota van bevindingen is opgesteld door Tobias Hendriks en Tom Plat van BMC, die het onderzoek hebben uitgevoerd. Marisan Noordermeer was secretaris bij dit onderzoek. Contactpersoon binnen de ambtelijke organisatie was Grietje Bijlsma. De rekenkamercommissie dankt alle betrokkenen voor hun constructieve medewerking aan het onderzoek.
Rekenkamercommissie Brummen: Toegankelijkheid preventieve hulp jeugdigen (Deel 1 Bestuurlijke nota)
3
1 Conclusies In de gemeente Brummen is een uitgebreid aanbod van voorliggende voorzieningen voor jeugdigen. Aan de vormgeving van dat aanbod is op een oplossingsgerichte manier gewerkt. Team voor Elkaar speelt daarin een belangrijke rol. De werkwijze via Team voor Elkaar helpt de gemeente om goed aangesloten te zijn op het netwerk van hulpverlenende organisaties. Team voor Elkaar verwijst niet alleen door, maar ondersteunt ook zelf. Het leefringenmodel uit de visie Sociaal Domein (2013) is daarbij nog steeds leidend. Uitdaging voor de gemeente Brummen is om de nadelen van de gevolgde werkwijze te ondervangen. Die nadelen (hierna specifieker toegelicht) zijn dat er onvoldoende inzicht is in de activiteiten en resultaten van Team voor Elkaar, de rechtspositie van inwoners is verzwakt en dat de raad zichzelf onvoldoende in staat heeft gesteld de uitvoering van het (ook nog eens verouderde) beleid te controleren.
1.1
Het beschreven beleid is verouderd
Het integraal beleidskader voor het Sociaal Domein is van 2013. Het koersdocument jeugd- en jongerenwerk is van 2015. Dat is het jaar waarin de nieuwe Jeugdwet van kracht werd. Er zijn veel verschillende notities, en de plaats van het voorliggende veld of ‘overige’ voorzieningen in het beleid is niet duidelijk en eigenlijk afwezig. De psychische gezondheid krijgt in het – beschreven – beleid maar beperkt plaats. In het coalitieakkoord 2022-2026 staat weinig over het thema Jeugd. De verordening Jeugdhulp is van 2017. In deze verordening wordt verwezen naar ‘overige voorzieningen’. Dit betreft Veilig Thuis, Meldpunt Spoedeisende zorg en Preventie/basiszorg, basisdiagnostiek en de toegangsfunctie voor individuele voorzieningen (met indicatie). De Preventie/basiszorg, basisdiagnostiek en toegangsfunctie wordt in de praktijk door Team voor Elkaar verleend, maar dit staat niet zo benoemd in de verordening. De rol van Team voor Elkaar is daarmee niet goed vastgelegd.
1.2
Team voor Elkaar vervult een waardevolle rol in het voorliggend veld
Binnen het geheel aan voorzieningen voor kinderen en jongeren tussen 0 en 27 jaar vervult Team voor Elkaar een sleutelrol. Het team verstrekt indicaties voor specialistische hulp en maatwerkvoorzieningen, maar kan ook zelf een actieve rol spelen bij de zorg voor jeugdigen. De basishouding is oplossingsgericht. Voordeel hiervan is dat de gemeente Brummen gebruik kan maken van de professionaliteit, integraliteit en multidisciplinaire inbreng die binnen Team voor Elkaar aanwezig is. Het team kan ad hoc inspelen op behoeftes en de problematiek die aan de orde is en doet dit ook. Stichting Welzijn Brummen verzorgt de algemene voorziening het jongerenwerk en moet dit vastleggen in een uitvoeringsplan.
Rekenkamercommissie Brummen: Toegankelijkheid preventieve hulp jeugdigen (Deel 1 Bestuurlijke nota)
4
1.3
De rechtspositie van inwoners is verzwakt
Team voor Elkaar heeft dus een dubbele functie: het is de toegang, het verwijst door naar specialistische jeugdhulp, maar kan ook zelf kortdurende zorg verlenen. De zelfstandige rol die Team voor Elkaar in de zorg voor jeugdigen vervult (in plaats van kinderen en jongeren door te verwijzen met een indicatie), brengt met zich mee dat jeugdigen of hun ouders/verzorgers voor die zorg geen beschikking ontvangen. Hierdoor ontbreekt voor hun de mogelijkheid om bezwaar te maken. Een nadelig effect van deze werkwijze van Team voor Elkaar kan zijn dat hierdoor de rechtspositie van hulpvragende inwoners wordt verzwakt.
1.4
De raad bewaakt zijn eigen informatievoorziening onvoldoende
In de gemeente Brummen is veel beleid vastgesteld met betrekking tot zorg voor jeugdigen. De samenhang daartussen is onvoldoende expliciet. Het ontbreekt aan een overkoepelende visie en het beleid kenmerkt zich door ad hoc nota’s over afzonderlijke onderwerpen. Dit bemoeilijkt zowel de sturing vooraf als de controle achteraf door de raad. Het ontbreekt de raad aan een overzicht van de koppeling tussen doelen en resultaten. Over de rapportage zijn bovendien in informele werkgroepen (van een raadsmotie) afwijkende afspraken gemaakt, die vervolgens leidend zijn geworden voor de praktijk. De Bouwsteenrapportages van Berenschot nemen daarnaast de plek van de reguliere verantwoordingsdocumenten (zoals de bestuursrapportages uit de P&C-cyclus) te veel over. De raad is als gevolg hiervan onvoldoende in staat de doeltreffendheid van het beleid te controleren.
Rekenkamercommissie Brummen: Toegankelijkheid preventieve hulp jeugdigen (Deel 1 Bestuurlijke nota)
5
2 Aanbevelingen 2.1
Actualiseer en orden het beschreven beleid
De verordening is het belangrijkste instrument van de raad omdat het beschrijft wat de gemeente wel of niet doet. Leg vast wat de positie en taken van Team voor Elkaar zijn. Actualiseer het beschreven beleid indien noodzakelijk en draag zorg voor een logisch verband tussen de verschillende beleids- en uitvoeringsnota’s.
2.2
Vraag specifieke rapportages over de realisatie van beleidsdoelen
De professionele vrijheid die het Team voor Elkaar heeft bij de aanpak van problematiek vraagt om een explicietere verantwoording van de afwegingen en activiteiten van het team. Vraag het College om (jaar)rapportages over de inzet van Team voor Elkaar. Voor zover het om het jeugd- en jongerenwerk gaat, is ook inzicht in de inzet van de Stichting Welzijn Brummen van belang. De rapportages van Berenschot die nu worden verstrekt, zijn op een te hoog abstractieniveau om te zien of Team voor Elkaar doelmatig en doeltreffend functioneert. Een goede verantwoording door Team voor Elkaar is om twee redenen van belang. In de eerste plaats vereist de grotere eigen afwegingsruimte die het team heeft, ook meer verantwoordingsinformatie over hoe het team met die afwegingsruimte omgaat. In de tweede plaats kan meer inzicht in de resultaten van Team voor Elkaar iets zeggen over de doelmatigheid van de uitvoering. Want als Team voor Elkaar doorverwijzingen naar maatwerkvoorzieningen kan voorkomen, is dat een indicatie dat er doelmatig wordt gewerkt.
2.3
Onderken verschillende behoeften in de kernen
De behoeften aan voorzieningen verschillen per kern. Dat blijkt vooral als het gaat om een vergelijking tussen Brummen en Eerbeek. Dit vraagt om een gericht aanbod per kern. De verbindende rol van Team voor Elkaar leent zich er goed voor om (meer dan nu het geval is) aan te sluiten op deze verschillende behoeften aan activiteiten voor jongeren in de kernen Brummen en Eerbeek.
2.4
Versterk de positie van de inwoner
De positie van inwoners om te waarborgen dat zij voldoende zorg krijgen kan worden versterkt, door hen in de gelegenheid te stellen zich te laten bijstaan door een onafhankelijke consulent of vertrouwenspersoon. De verordening is nu niet duidelijk of deze ook ter beschikking is van jeugdigen en hun ouders die gebruik maken van een overige voorziening. Zorg er vervolgens voor dat deze wijziging ook gedeeld wordt met de inwoners.
2.5
Wees vasthoudend in afspraken over rapportage en bewaak deze
Aangezien de raad zelf verantwoordelijk is voor zijn informatievoorziening, is het belangrijk om niet alleen afspraken te maken over de gewenste verantwoordingsinformatie, maar er ook op toe te zien dat deze informatie door het college wordt verstrekt. Als de raad vanwege voortschrijdend inzicht tot de conclusie komt dat andere verantwoordingsinformatie beter aansluit op de informatiebehoefte, is het zaak hierover concrete afspraken te maken.
Rekenkamercommissie Brummen: Toegankelijkheid preventieve hulp jeugdigen (Deel 1 Bestuurlijke nota)
6
BIJLAGE Deel 2 - Nota van Bevindingen - BMC februari 2023
Rekenkamercommissie Brummen: Toegankelijkheid preventieve hulp jeugdigen (Deel 1 Bestuurlijke nota)
7
De toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Rekenkameronderzoek naar voorliggende voorzieningen voor de jeugd in de gemeente Brummen Rapportage Rekenkamercommissie Brummen en Voorst
Nota van bevindingen | februari 2023
Partners in verbetering
De toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen Nota van bevindingen Rekenkamercommissie Brummen
Inhoudsopgave Leeswijzer
1
DEEL I
2
DE ESSENTIE VAN HET ONDERZOEK
2
H1 | Inleiding en aanleiding
3
1.1 Uitvoering van het jeugdbeleid 1.2 Doelstelling onderzoek
3 4
H2 | Conclusies
5
DEEL II
8
NOTA VAN BEVINDINGEN
8
H3 | Onderzoeksverantwoording
9
3.1 Onderzoeksvraag en deelvragen 3.2 Onderzoeksmethoden H4 | Inrichting van het voorveld 4.1 De sociale basis 4.2 Juridisch kader 4.3 Landelijke ontwikkelingen en onderzoek 4.4 Het voorliggende veld voor jeugdigen in Brummen 4.5 (Beleids)documenten voorliggende voorzieningen jeugdigen H5 | Beleid en doelstellingen
9 10 12 12 13 14 15 16 19
5.1 Op welke wijze wordt door de gemeente gewerkt aan de doelstelling om meer in te zetten op preventie? 19 5.2 Wat wordt verstaan onder universele en selectieve preventieve zorg? 20 5.3 Welke doelen voor preventie zijn benoemd? 21 H6 | Organisatie
23
6.1 Hoe is de toegang geregeld en hoe ziet dat er in de toekomst uit? 23 6.2 Welke doelen en ambities zijn daarvoor geformuleerd en welke afwegingen zijn daarin gemaakt? En is hiervoor al een ontwikkeling in gang gezet? 25 H7 | Uitvoering 7.1 Welke activiteiten worden ingezet om de doelstellingen te realiseren? 7.2 Hoe verloopt de samenwerking tussen de professionals in de eerste lijn? 7.3 In hoeverre is het duidelijk dat de jeugd ook hulp zoekt als dat nodig is? H8 | Resultaten en ervaren effecten
26 26 28 29 31
8.1 Op welke wijze wordt de voortgang gemonitord en welke effecten zijn behaald? 31 8.2 Welke ervaring hebben jongeren met het gevoerde beleid en de uitvoering? Zijn de voorzieningen op hun behoefte afgestemd? 34
H9 | Evaluatie en verantwoording
35
9.1 Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang geïnformeerd en op welke wijze wordt informatie behandeld? 35 9.2 Op welke wijze kan de gemeenteraad grip krijgen en regie voeren op het gebied van voorliggende voorzieningen jeugd? 37 Bijlage 1 | Normenkader
38
Bijlage 2 | Bestudeerde documenten
41
Bijlage 3 | Respondentenlijst
42
Colofon
43
Leeswijzer Het onderzoek is opgebouwd uit twee delen. Deel I is te beschouwen als een zelfstandig leesbaar onderzoeksrapport. In dit deel zijn de hoofdlijnen van het onderzoek en de belangrijkste uitkomsten op hoofdlijnen beschreven. In dit deel leest u: De aanleiding voor het onderzoek. ● De doelstelling van het onderzoek. ● De conclusies uit het onderzoek. ● In Deel II is het integrale onderzoek opgenomen met daarin de beantwoording van de onderzoeksvragen en de onderbouwing van de conclusies. Ook wordt hierin kort het juridisch kader uiteengezet, welke taken de gemeente toebedeeld heeft gekregen en waar de gemeenteraad een rol in kan spelen.
| 1 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
DEEL I DE ESSENTIE VAN HET ONDERZOEK
| 2 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
H1 | Inleiding en aanleiding 1.1 Uitvoering van het jeugdbeleid Gemeenten in Nederland zijn verantwoordelijk voor de hulp aan jeugdigen. Het gaat daarbij over geïndiceerde zorg, zoals begeleiding en behandeling, en over voorliggende hulp en ondersteuning, zoals jeugd- en jongerenwerk, jeugdgezondheidszorg en de peuteropvang. Gemeenten zijn de meest passende overheidslaag om deze taken uit te voeren, omdat zij het dichtst bij de jeugdigen en gezinnen staan. Gemeenten kunnen dus beter inschatten welke (hulp)behoefte jeugdigen hebben en hoe de voorzieningen hierbij aansluiten. Verreweg het meeste geld dat gemeenten ontvangen voor de jeugdhulp gaat op aan geïndiceerde jeugdhulp. In de gemeente Brummen is dit niet anders. Het valt op dat ook de meeste aandacht gaat naar deze geïndiceerde jeugdhulp. Hoewel dit goed te verklaren is, verdienen preventieve en voorliggende voorzieningen ook aandacht. Eén van de ideeën achter de decentralisaties was immers dat een stevig netwerk aan preventieve en voorliggende voorzieningen een alternatief kan bieden voor geïndiceerde hulp. Kinderen en gezinnen kunnen daarmee laagdrempelig en dichtbij huis terecht voor hulp en ondersteuning. Voorliggende voorzieningen kunnen een goed alternatief bieden voor geïndiceerde hulp.
Tegelijkertijd is het vaak onvoldoende duidelijk hoe effectief voorliggende voorzieningen zijn én in hoeverre het ook een passend alternatief is voor geïndiceerde hulp. De coronacrisis De maatregelen om het coronavirus te bestrijden hebben verregaande gevolgen gehad voor veel inwoners van Nederland. Ook jongeren hebben deze gevolgen ervaren.1 Vooral in de eerste maanden van de coronacrisis werden jongeren hard getroffen. Dit werd zichtbaar door een stijging van de werkloosheid, een stijging van het aantal uitkeringen, stagnerende studievoortgang en afnemende leerprestaties. De mentale gezondheid van de kinderen en jongeren staat eveneens onder druk. Zo is landelijk het aantal jongeren tot 30 jaar dat door zelfdoding om het leven kwam met 15% gestegen ten opzichte van vorige jaren. De kindertelefoon merkte dat ook aan het aantal gesprekken over zelfdoding, depressie en angsten. Aanleiding onderzoek Landelijk zijn de gevolgen van de coronamaatregelen op jongeren al onderzocht. Ook de komende jaren zullen deze onderzoeken doorlopen. In de media komt het thema ook veel terug. De gemeenteraadsleden van de gemeente Brummen willen weten in hoeverre dit speelt in hun eigen gemeente en of de voorliggende voorzieningen zijn toegerust om hierop in te spelen.
De Rekenkamercommissie Brummen is vanuit de oriëntatie op doelmatigheid en doeltreffendheid benieuwd naar de toegankelijkheid van preventieve hulp en voorliggende voorzieningen voor de jeugd in de gemeente Brummen. Daarom heeft ze besloten een onderzoek te doen naar dit type jeugdbeleid.
1
https://www.nji.nl/coronavirus/onderzoek-gevolgen-coronatijd
| 3 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
1.2 Doelstelling onderzoek De Rekenkamercommissie Brummen wil met het onderzoek inzicht krijgen ‘in de uitgangspunten en opzet van de toegankelijkheid van de voorliggende voorzieningen voor de jeugd in de betreffende gemeente.’ Hier hoort eveneens de vraag bij in hoeverre de voorliggende voorzieningen daadwerkelijk dienen als alternatief voor geïndiceerde zorg. Met andere woorden, hoe effectief zijn de voorliggende voorzieningen? Met de resultaten uit dit onderzoek kunnen de leden van de gemeenteraad (bij)sturen op het jeugdbeleid in het algemeen en de voorliggende voorzieningen in het bijzonder. De Rekenkamercommissie Brummen heeft, gekoppeld aan bovenstaande doelstelling, de volgende centrale onderzoeksvraag geformuleerd: Hoe doeltreffend en doelmatig is het voorliggend veld van universele en selectieve preventieve zorg voor de jeugd in de gemeente Brummen georganiseerd? De centrale onderzoeksvraag is verder geoperationaliseerd door middel van dertien deelvragen die zijn terug te vinden in de onderzoeksverantwoording.
| 4 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
H2 | Conclusies In deel II van dit rapport zijn alle bevindingen uitvoerig beschreven. In dit deel gaan we in op de belangrijkste conclusies. Algemene conclusie De gemeente Brummen werkt hard aan het zo goed mogelijk vormgeven van de voorliggende voorzieningen aan jeugdigen. Betrokkenen beschrijven de houding van de gemeente als ‘oplossingsgericht’. Dit betekent dat altijd actief wordt meegedacht vanuit de gemeente bij vragen of problemen waar één van de voorliggende voorzieningen tegenaan loopt. Het gaat hier over gesubsidieerde organisaties, maar ook over het onderwijs en de jeugdgezondheidszorg. Tegelijkertijd wordt een overkoepelende visie en/of beleidskader ten aanzien van preventieve voorliggende voorzieningen in de gemeente Brummen gemist. Het is daarom niet voldoende duidelijk wat de gemeente Brummen precies wil bereiken. Dit gaat gepaard met onvoldoende geconcretiseerde doelstellingen. Zo zijn over het algemeen geen indicatoren, meetinstrumenten en streefwaarden gekoppeld aan de doelstellingen. Zonder geconcretiseerde doelstellingen is eenduidige sturing vanuit de gemeente op de voorliggende voorzieningen ingewikkeld. Er is sprake van een uitgebreid veld aan voorliggende voorzieningen voor jeugdigen in de gemeente Brummen. Jeugdigen kunnen op veel plekken terecht voor een hulpvraag, maar ook voor leuke activiteiten.
Het uitgebreide netwerk aan voorliggende voorzieningen is echter niet bij alle betrokkenen voldoende bekend. Verder is het belangrijk om de voorliggende voorzieningen in te richten op basis van de behoefte van de jeugdigen in de gemeente Brummen. Deze behoefte naar voorzieningen kan ook verschillen, bijvoorbeeld tussen Eerbeek en Brummen. De gemeente Brummen kan meer gebruikmaken van data en actuele rapportages als basis voor het inrichten van het voorliggend veld voor jeugdigen. De gemeente Brummen is goed aangesloten op de vindplekken. Het gaat bijvoorbeeld over de aansluiting tussen Team voor Elkaar en het basisonderwijs, de inzet van de POH-GGZ jeugd en de jeugdhulpverleners op de middelbare scholen waar jongeren uit Brummen naar school gaan. In de informatievoorziening aan de gemeenteraad wordt de koppeling gemist tussen de informatie en de doelstellingen van de gemeente. Ook wordt het overkoepelende beeld gemist en ligt de focus veelal op de andere (kern)taken in het sociaal domein, zoals de Jeugdwet. Dit maakt het ingewikkeld voor raadsleden om hun kaderstellende en controlerende rol te vervullen. Tegelijkertijd geven raadsleden aan hier zelf ook een rol in te hebben door actiever te vragen om (bepaalde) informatie. Deelconclusies 1. De gemeente Brummen heeft veel beleid vastgesteld, maar de samenhang tussen de documenten ontbreekt.
Verschillende (beleids)documenten raken aan het thema voorliggende voorzieningen en preventie. Zo is er een integraal beleidskader sociaal domein, een preventieakkoord, een sport- en beweegakkoord, een beleidsnota preventie middelengebruik en een uitvoeringsnotitie kinderopvangregelingen. Al deze thema’s hebben te maken met voorliggende voorzieningen voor jeugdigen. De samenhang tussen deze notities ontbreekt op dit moment, maar wordt volgens de planning van de gemeente Brummen in 2023 opgesteld in een nieuwe beleidsnota.
| 5 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
2. Er zijn onvoldoende geconcretiseerde doelstellingen voor de gemeente Brummen voor voorliggende voorzieningen jeugd. Diverse doelstellingen in het sociaal domein raken aan het thema voorliggende voorzieningen jeugd. Tegelijkertijd zijn er onvoldoende geconcretiseerde doelstellingen die specifiek gaan over dit thema. Daarnaast zijn de doelstellingen in de beleidsplannen onvoldoende voorzien van indicatoren, meetinstrumenten en streefwaarden. 3. De gemeente Brummen hanteert een oplossingsgerichte werkwijze op het gebied van voorliggende voorzieningen jeugd. Als maatschappelijke organisaties een vraag of zorg hebben, dan probeert de gemeente Brummen dit zo goed mogelijk in overleg op te lossen. Uit meerdere gesprekken blijkt dat deze oplossingsgerichte werkwijze wordt gewaardeerd door maatschappelijke organisaties. Tegelijkertijd wordt hierdoor het gestructureerde verhaal ten aanzien van voorliggende voorzieningen gemist door een aantal van de maatschappelijke partners. 4. In de gemeente Brummen zijn er meerdere toegangswegen naar hulp. Vragen van jeugdigen, ouders en/of verzorgers kunnen op allerlei plekken in de gemeente Brummen boven water komen. Zo komen veel vragen binnen bij het consultatiebureau, op school, bij de huisarts of bij Team Voor Elkaar.
Sommige vragen worden gesignaleerd op één van deze plekken, maar hier kan ook actief een vraag gesteld worden door een kind, ouder of verzorger. 5. De gemeente Brummen is goed aangesloten op de vindplaatsen. Een belangrijk onderdeel van vroegsignalering is het aanwezig zijn op de vindplekken. De gemeente Brummen heeft dit op een goede wijze georganiseerd, bijvoorbeeld door de POH-GGZ jeugd, de jeugdhulpverleners op het voortgezet onderwijs en de consulenten van Team voor Elkaar die op allerlei manieren verbindingen leggen met voorliggende voorzieningen. 6. Er is sprake van een uitgebreid veld aan voorliggende voorzieningen voor jeugdigen. De gemeente Brummen heeft een uitgebreid netwerk aan voorliggende voorzieningen. In bijna alle gesprekken komt dit rijke netwerk ter sprake. Tegelijkertijd zijn er nog ideeën om de voorliggende voorzieningen verder uit te breiden. Het is hierbij essentieel dat dit goed aansluit bij de behoefte van jeugdigen, ouders en verzorgers én past bij de schaalgrootte van Brummen. 7. Niet alle voorliggende voorzieningen zijn voldoende bekend bij de maatschappelijke organisaties. Een uitgebreid veld aan voorliggende voorzieningen betekent ook dat professionals veel voorzieningen moeten kennen om hier naar te verwijzen en gebruik van te maken. Nog niet alle voorzieningen zijn voldoende bekend bij professionals om hier optimaal gebruik van te maken. 8.
Eerbeek en Brummen hebben verschillende behoeften ten aanzien van voorliggende voorzieningen jeugd. Het verschil tussen Eerbeek en Brummen is in de gesprekken veelvuldig aan bod gekomen, terwijl dit relatief weinig terugkomt in (beleids)documenten. Het is daarom mogelijk dat de voorzieningen in de gemeente Brummen nog onvoldoende (op alle plekken) aansluiten bij de behoefte van jeugdigen, ouders en verzorgers.
| 6 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
9. De samenwerking tussen organisaties in het voorliggend veld verloopt over het algemeen goed. De samenwerking tussen organisaties onderling én met de gemeente verloopt over het algemeen goed. De gemeente Brummen wordt beschreven als een betrouwbare proactieve organisatie die echt wil meedenken over een oplossing (zie ook conclusie 3). Tegelijkertijd is bij Team Voor Elkaar ruimte voor verbetering in de samenwerking. De afgelopen jaren zijn grote stappen gezet in de terugkoppeling van Team Voor Elkaar naar maatschappelijke organisaties, bijvoorbeeld bij een doorverwijzing vanuit de huisarts naar Team Voor Elkaar. 10. De voortgangsrapportages geven inzicht in de inhoudelijke en financiële stand van zaken van het sociaal domein, maar de koppeling met de doelstellingen ontbreekt. Periodiek wordt een voortgangsrapportage opgesteld voor de gemeenteraad. Hierin staat een reflectie beschreven op de inhoudelijke en financiële stand van zaken in het sociaal domein én de bouwstenen uit het rapport “Naar een evenwichtig sociaal domein”. Op het gebied van voorliggende voorzieningen voor jeugdigen wordt alleen op een aantal specifieke thema’s gerapporteerd, zoals de POH-GGZ jeugd. Daarnaast mist de koppeling tussen de gepresenteerde informatie en de doelstellingen van de gemeente Brummen. 11.
De informatievoorziening naar de gemeenteraad over voorliggende voorzieningen jeugd is onvoldoende, maar hier spelen gemeenteraadsleden zelf ook een rol in De raadsleden beschrijven de informatievoorziening over voorliggende voorzieningen als onvoldoende. Tegelijkertijd geven de gemeenteraadsleden aan dat ze hier zelf onvoldoende een rol in hebben gepakt. Eén van de punten die naar voren is gekomen uit het gesprek met de gemeenteraad is dat de focus van de informatievoorziening de afgelopen jaren heeft gelegen op de financiële ontwikkeling.
| 7 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
DEEL II NOTA VAN BEVINDINGEN
| 8 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
H3 | Onderzoeksverantwoording Deel II van het rapport gaat gedetailleerder in op de bevindingen waarop de conclusies en aanbevelingen in Deel I zijn gebaseerd. Deel II kent de volgende hoofdstukindeling:
● ● ● ● ● ● ●
Hoofdstuk 3: Onderzoeksverantwoording Hoofdstuk 4: Inrichting van het voorveld Hoofdstuk 5: Beleid en doelstellingen Hoofdstuk 6: Organisatie Hoofdstuk 7: Uitvoering Hoofdstuk 8: Resultaten en ervaren effecten Hoofdstuk 9: Evaluatie en monitoring
In de bijlagen is de informatie opgenomen waarnaar in de tekst wordt verwezen. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe het onderzoek is uitgevoerd.
3.1 Onderzoeksvraag en deelvragen De Rekenkamercommissie heeft de volgende centrale onderzoeksvraag geformuleerd: Hoe doeltreffend en doelmatig is het voorliggend veld van universele en selectieve preventieve zorg voor de jeugd in de gemeente Brummen georganiseerd?
De centrale onderzoeksvraag valt uiteen in vijf thema’s waaronder de verschillende deelvragen vallen. Beleid 1. Op welke wijze wordt door de gemeente gewerkt aan de doelstelling om meer in te zetten op preventie? 2. Wat wordt verstaan onder universele en selectieve preventieve zorg? 3. Welke doelen voor preventie zijn benoemd? Organisatie 4. Hoe is de toegang nu geregeld en hoe ziet dat er in de toekomst uit? 5. Welke doelen en ambities zijn daarvoor geformuleerd en welke afwegingen zijn daarin gemaakt? En is hiervoor al een ontwikkeling in gang gezet en zo ja, welke? Uitvoering 6. Welke activiteiten worden ingezet om de doelstellingen te realiseren? 7. Hoe verloopt de samenwerking tussen de zorgverleners in de eerste lijn (huisartsen, Team Samenleving, voorveld)? 8. In hoeverre is het duidelijk dat de jeugd ook hulp zoekt als dat nodig is? Resultaten en ervaren effecten 9. Op welke wijze wordt de voortgang gemonitord en welke effecten zijn al behaald? 10. Welke ervaring hebben jongeren met het gevoerde beleid en de uitvoering? Zijn de voorzieningen op hun behoefte afgestemd?
| 9 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Evaluatie en verantwoording 11. Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang (van het beleid) geïnformeerd en op welke wijze wordt de informatie behandeld? 12. Op welke wijze kan de gemeenteraad grip krijgen en regie voeren op het gebied van jeugdbeleid? Welke instrumenten zijn er, aan welke knoppen kan gedraaid worden en heeft de raad dit ook gedaan? Scope van het onderzoek Het onderzoek richt zich op de breedte van de doelgroep jeugd. Dit betekent alle kinderen en jongeren in de leeftijd van 0 tot 27 jaar. Binnen deze leeftijdscategorie focust het onderzoek zich op het welzijn van het kind, de jongere of jongvolwassene. Het betreft nadrukkelijk een onderzoek naar de toegankelijkheid van voorliggende voorzieningen, vrije toegankelijke zorg en/of integrale toegang en niet een onderzoek naar geïndiceerde jeugdhulp of kostenbeheersing. Hoewel het onderzoek niet gericht is op geïndiceerde jeugdhulp, raakt dit thema de effectiviteit van voorliggende voorzieningen. Effectieve voorliggende voorzieningen zorgen voor laagdrempelige hulp en ondersteuning dichtbij huis, waardoor de vraag naar geïndiceerde jeugdhulp als het goed is afneemt. Daarnaast staat een sterk voorliggend veld klaar om jongeren op te vangen nadat ze jeugdhulp hebben ontvangen, bijvoorbeeld door goed jeugd- en jongerenwerk.
Om meer inzicht te krijgen in de beleving van de leeftijdsgroep 0-27 jaar hebben we in het onderzoek de activiteiten bij een aantal voorliggende voorzieningen jeugd geobserveerd. De jeugdigen kunnen, naast de feitelijke organisatie van het aanbod van voorliggende voorzieningen, aangeven in hoeverre ze de voorliggende voorzieningen als laagdrempelig ervaren en hier ook gebruik van maken.
3.2 Onderzoeksmethoden Voor het verzamelen van de benodigde informatie en het beantwoorden van de onderzoeksvragen zijn verschillende onderzoeksmethoden gebruikt. Documentenstudie Op basis van een documentenstudie is een topiclijst opgesteld voor de interviews met betrokkenen. Een complete lijst van de bestudeerde documenten vindt u in bijlage 2. Interviews met stakeholders Voor verdieping en nadere duiding zijn interviews gehouden. Er zijn intern gesprekken gevoerd met medewerkers van de ambtelijke organisatie, de verantwoordelijke portefeuillehouder, de gemeenteraad en de medewerkers van het Team voor Elkaar.. Maar er is ook gesproken met externe betrokkenen verschillende jeugdhulp- en zorgprofessionals, de POH-GGZ jeugd, et cetera. De complete lijst van geïnterviewde personen is te vinden in bijlage 3. Voor de interviews met intern en extern betrokkenen hebben we topiclijsten gehanteerd.
| 10 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Participerende observatie De derde onderzoeksmethode betreft het daadwerkelijk zelf observeren hoe doelmatig en doeltreffend de voorliggende voorzieningen in de praktijk zijn georganiseerd. Participerende observatie is een methode waarin de onderzoekers meedoen met de onderzoeksgroep in hun deelname aan voorliggende voorzieningen. Het gaat hier bijvoorbeeld over activiteiten van het jeugd- en jongerenwerk, meelopen op een (sport)vereniging of aanwezig zijn in het buurthuis. Observeren geeft inzicht in bepaalde patronen van het gedrag die normaal gesproken niet uit interviews of een documentenstudie naar voren komen. Participerende observatie verschilt van reguliere observatie doordat de onderzoekers ook daadwerkelijk mee hebben gedaan met de activiteiten van de doelgroep. BMC heeft voor dit onderzoek meegelopen met het jongerenwerk van Stichting Welzijn Brummen en is aanwezig geweest op een teenage-party van Pampus. Van beide observaties zijn geen verslagen gemaakt, maar wel aantekeningen die als input zijn verwerkt in dit rapport.
| 11 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
H4 | Inrichting van het voorveld In dit hoofdstuk zetten we uiteen wat de verantwoordelijkheid is van de gemeente bij het inrichten van het voorliggende veld voor jeugdigen. Ook wordt de landelijke context besproken op basis van een aantal recente onderzoeken. Verder wordt kort de doelgroep jeugdigen tussen de 0 en 27 jaar in cijfers besproken.
4.1 De sociale basis Gemeenten in Nederland zijn verantwoordelijk voor de hulp aan jeugdigen. Het gaat daarbij over geïndiceerde zorg, zoals begeleiding en behandeling, en over voorliggende hulp en ondersteuning, zoals jeugd- en jongerenwerk, jeugdgezondheidszorg en de peuteropvang. Gemeenten zijn de meest passende overheidslaag om deze taken uit te voeren, omdat zij het dichtst bij de jeugdigen en gezinnen staan. Gemeenten kunnen dus beter inschatten welke (hulp)behoefte jeugdigen hebben en hoe de voorzieningen hierop aansluiten. Verschillende niveaus van ondersteuning komen naar voren in onderstaande piramide over de sociale basis. Figuur 1
De sociale basis
In de top van de piramide bevindt zich de geïndiceerde jeugdhulp. Het gaat hier over maatwerkvoorzieningen. Jeugdigen, ouders of verzorgers kunnen hier alleen aanspraak op maken na een verwijzing door één van de wettelijke verwijzers. Het gaat hier bijvoorbeeld over de huisarts, jeugdarts, kinderarts of gemeentelijke toegang (Team Voor Elkaar in Brummen). Dit onderzoek richt zich specifiek op de sociale basis lagen “georganiseerd formeel”, “georganiseerd informeel” en “informeel”. Het grootste gedeelte van de sociale basis organiseert zichzelf. Inwoners komen vanuit een bepaalde overtuiging of hobby bij elkaar en vormen een vereniging of voorziening. Inmenging van de lokale overheid, bijvoorbeeld door een subsidie, is hier vaak niet aan de orde. Het betreft hier de lagen “georganiseerd informeel” en “informeel”. In de laag “georganiseerd formeel” zijn vaak partijen actief waar de gemeente een directe relatie mee heeft. Het gaat bijvoorbeeld over een subsidierelatie met de welzijnsorganisatie of een overeenkomst met de GGD.
| 12 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Ook met het onderwijs wordt regelmatig overleg gevoerd en worden afspraken gemaakt. Bij de “georganiseerd formeel” laag zit ook de meeste invloed van de gemeenteraad. Zo stelt de gemeenteraad de begroting vast voor de subsidies aan voorliggende voorzieningen en bepalen zij op hoofdlijnen waar de gemeente wel en geen geld voor over heeft. Indirect kan de gemeenteraad sturen op “georganiseerd informeel” en “informeel”, bijvoorbeeld door de formeel georganiseerde organisaties de opdracht te geven de informele laag te versterken.
4.2 Juridisch kader In tegenstelling tot de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet is voor voorliggende voorzieningen Jeugd geen scherp juridisch kader. Preventie komt in veel wetten voor als thema en vooral op gezondheid zijn duidelijke kaders meegegeven vanuit het Rijk. Preventief jeugdbeleid komt in vier verschillende wetten aan bod2: ● Wet Publieke Gezondheid (Wpg): de Wpg regelt de taken van gemeenten op het gebied van publieke gezondheidszorg. In hoofdstuk 23 staan deze taken opgesomd. Het gaat bijvoorbeeld over het vormgeven van de jeugdgezondheidszorg en verslavingspreventie. Wat precies onder jeugdgezondheidszorg valt, is ook grotendeels gespecificeerd met concrete taken, waaronder prenatale voorlichting van aanstaande ouders, het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding. ● Wmo 2015 (Wmo): een belangrijk doel uit de Wmo is het voorkomen van zwaardere vormen van ondersteuning. Gemeenten hebben veel vrijheid om dit vorm te geven. ● Jeugdwet: één van de doelen van de Jeugdwet is om meer in te zetten op voorliggende preventieve voorzieningen. Op verschillende plekken in de Jeugdwet wordt verwezen naar “het voorkomen en de vroege signalering van en vroege interventie bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen”.
Ook dienen de gemeenten in te zetten op het versterken van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, wijken en scholen en dienen opvoedvaardigheden van ouders te worden verhoogd4. De Jeugdwet specificeert niet hoe gemeenten deze doelen dienen te realiseren. Gemeenten hebben een hoge mate van beleidsvrijheid om dit in te vullen. ● Zorgverzekeringswet (Zvw): in de Zvw worden individuele preventieve activiteiten geregeld. De verzekerde heeft recht op bepaalde preventieve activiteiten, zoals het consult bij de huisarts. Ook preventieve tandartscontroles, de anticonceptiepil en dieetadvisering vallen onder het basispakket voor jongeren. Over het algemeen geldt dat het hier gaat over individuele preventieactiviteiten. Wanneer het over een groepsaanbod gaat, dan valt dit onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Preventieve activiteiten en voorzieningen die raken aan het thema gezondheid zijn duidelijk gespecificeerd vanuit de wet. Het gaat bijvoorbeeld over bepaalde medicijnen, tandartszorg, het bezoek aan de huisarts of de jeugdgezondheidszorg. Wanneer het gaat over het voorkomen van sociaal-emotionele problematiek hebben gemeenten meer ruimte om keuzes te maken waar ze wel en niet op inzetten. Vanuit de wettelijke kaders staat benoemd dat gemeenten het moeten regelen, maar niet hoe ze het moeten regelen. Per definitie kan dit leiden tot grote verschillen tussen gemeenten.
2
Zie ook: https://www.nji.nl/preventief-jeugdbeleid/wet-en-regelgeving. https://wetten.overheid.nl/BWBR0024705/2022-10-10#HoofdstukII. 4 Zie hoofdstuk 2 van de Jeugdwet: https://wetten.overheid.nl/BWBR0034925/2022-08-01#Hoofdstuk2. 3
| 13 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
4.3 Landelijke ontwikkelingen en onderzoek Het versterken van de sociale basis staat hoog op de politieke agenda. Dit geldt ook voor preventieve voorzieningen voor jongeren, ouders of verzorgers. Een belangrijke belofte van de decentralisatie van de jeugdzorg in het sociaal domein was de mogelijkheid om lokaal allerlei preventieve voorzieningen te organiseren die het gebruik van maatwerkvoorzieningen zouden doen afnemen. Tot nu toe is deze belofte nog niet voldoende uitgekomen. Adviesbureau AEF (Andersson Elffers Felix) heeft in 2020 een rapport gepubliceerd waaruit bleek dat de uitgaven landelijk zowel op preventieve voorzieningen als op maatwerkvoorzieningen in de jeugdzorg zijn gestegen sinds 2015. De stijgende kosten in de jeugdhulp leiden eveneens tot een grote financiële druk. Gemeenten zijn de afgelopen jaren geconfronteerd met grote tekorten in de jeugdhulp. Dit onderstreept het belang van effectieve preventieve voorzieningen voor jeugdigen, omdat deze voorzieningen laagdrempeliger, dichterbij huis en vaak goedkoper zijn dan maatwerkvoorzieningen. Sturen en leren in de sociale basis In september 2022 heeft Verwey-Jonker5 een onderzoek gepubliceerd naar de sociale basis in twaalf gemeenten.
Welke keuzes hebben zij gemaakt in de sociale basis ten aanzien van sturen en verantwoorden? Uit hun rapport blijkt onder andere dat de sociale basis een diffuus begrip is en niet altijd wordt voorzien van een heldere definitie. Hierdoor ontstaan verschillende beelden en verwachtingen over de sociale basis tussen gemeenten en maatschappelijke partners. Daarnaast wordt gesteld dat er nog veel gewerkt wordt met aannames en veronderstellingen over de effectiviteit van de sociale basis. Het gaat bijvoorbeeld over aannames over de effectiviteit, maar ook over de kosten ten opzichte van maatwerkvoorzieningen. Er valt nog veel te winnen door hier steviger gebruik te maken van een wetenschappelijke ondersteuning voor de beleidsuitgangspunten. Het rapport behandelt tevens vier modellen om de sociale basis in te richten. Ieder model heeft voor- en nadelen. De uitdaging is om te onderzoeken welk van de vier modellen het beste past bij de lokale situatie en waarom. Het gaat over: ● Gecentraliseerd model ● Hiërarchisch model ● Consortiummodel ● Waaiermodel Informatievoorziening en het stellen van kaders Uit een onderzoek van Divosa naar rekenkameronderzoek in het sociaal domein komt duidelijk naar voren dat de informatievoorziening richting de raad vaak niet optimaal is6: ● Gemeenteraden formuleren onvoldoende concrete en meetbare doelstellingen en kaders.
Dit komt door de complexiteit van het stelsel. Daarmee is er echter ook geen eenduidig zicht op de informatiebehoefte. Wanneer niet duidelijk is wat bereikt moet worden, is niet duidelijk wat er gemonitord moet worden en waarover het college van B&W moet rapporteren aan de raad.
5
https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2022/09/121500_Leren-sturen-en-verantwoorden-in-d e-sociale-basis_WEB.pdf 6 Rekenkamers over het sociaal domein.
| 14 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
●
Veel gegevens die worden verzameld en gerapporteerd aan de raad zijn nog niet vertaald naar bruikbare informatie. Het ontbreekt veelal aan analyses en duiding om de geleverde informatie op waarde te kunnen schatten en te gebruiken voor de controlerende en kaderstellende rol.
4.4 Het voorliggende veld voor jeugdigen in Brummen De gemeente Brummen heeft een uitgebreid netwerk aan voorliggende voorzieningen voor jeugdigen tussen de 0 en de 27 jaar. Hieronder volgt een korte opsomming van (een selectie uit) het aanbod van voorliggende voorzieningen. Dit is niet volledig, maar geeft wel een beeld van de aanwezige voorzieningen: ● Jeugdgezondheidszorg (0-18 jaar): de jeugdgezondheidszorg bestaat onder andere uit het consultatiebureau voor medische, verpleegkundige en pedagogische zorg. Voor kinderen vanaf de basisschoolleeftijd wordt een divers pakket aan voorliggende voorzieningen en activiteiten georganiseerd, zoals leefstijllessen op school of de verzuimspreekuren. ● Welzijnsactiviteiten: de welzijnsorganisatie biedt diverse activiteiten en voorzieningen voor jeugdigen in de gemeente Brummen. Zo is er een jongerencentrum (Talenthouse BASE), de uitreiking van de “Brummense Bikkel” en organiseert het jongerenwerk verschillende activiteiten afhankelijk van de vragen die spelen in de gemeente Brummen. Het jongerenwerk is actief aanwezig in de wijken om problemen vroegtijdig te signaleren en waar nodig jongeren perspectief te bieden. Het jongerenwerk vormt hiermee de voelsprieten in de samenleving voor waar het (probleem)jongeren betreft.
Dit hebben de onderzoekers ook zelf kunnen vaststellen tijdens een avond waarin is meegelopen met het jongerenwerk en de wijkagent (tijdens zogenaamde participerende observatie). ● Kinderopvang en vroeg- en voorschoolse educatie (VVE): voor de jongste kinderen zijn er verschillende locaties voor kinder - en peuteropvang in de gemeente Brummen. Ook wordt VVE aangeboden aan kinderen met (een verhoogd risico op) een achterstand. ● Team Voor Elkaar: Team Voor Elkaar is aanwezig voor alle vragen over hulp en ondersteuning van inwoners van de gemeente Brummen. Aan de hand van het leefringenmodel wordt beoordeeld welke oplossing het beste past bij de vraag. Eigen kracht, eigen verantwoordelijkheid en het sociale netwerk spelen hierbij een belangrijke rol. Team Voor Elkaar biedt daarnaast kortdurende cliëntondersteuning. In een aantal gesprekken (met een maximale doorlooptijd van zes maanden) worden inwoners geholpen richting zelfstandigheid en zelfredzaamheid. ● Huisartsen en POH-GGZ jeugd: de POH-GGZ jeugd biedt laagdrempelige hulp aan jeugdigen en/of ouders in de gemeente Brummen. In een groot deel van de gevallen kan de POH-GGZ jeugd via een aantal gesprekken al (een deel van) de hulpvraag oplossen. Indien er een maatwerkvoorziening nodig is, wordt in overleg met de huisarts verwezen of het Team Voor Elkaar ingeschakeld.
● Aansluiting tussen onderwijs en ondersteuning aan jeugdigen: op 4 basisscholen is een consulent van Team voor Elkaar een dagdeel aanwezig. Bij eventuele hulpvragen of zorgen worden direct de juiste contacten gelegd. Op alle middelbare scholen in de regio van het samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs Zutphen en omstreken zijn jeugdhulpverleners actief vanuit het Onderwijszorgcentrum. Dit wordt mede gefinancierd vanuit de gemeente Brummen. Bij zorgen over een leerling uit de gemeente Brummen wordt indien nodig geschakeld met het Team Voor Elkaar. ● #Opladers: is veelvuldig genoemd tijdens de gesprekken. Het initiatief opereert vanuit de filosofie dat er een heel dorp nodig is om een kind op te voeden. Ouders komen hier in contact met andere ouders om vragen rondom opgroeien en opvoeden met elkaar te delen. Zo wordt gebouwd aan een krachtig (opvoed)netwerk.
| 15 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
●
Maakplaats de Villa: dit is een plek voor alle kinderen om talenten te ontdekken en te ontplooien. Dit gebeurt middels allerlei activiteiten, zoals koken, naaien, zagen, hutten bouwen, solderen en schilderen. Via psycho-sociale ondersteuning, de rustklas en een aandachtsplek kunnen jeugdigen die dit nodig hebben extra ondersteuning ontvangen.
Zoals gezegd gaat het hier alleen om een selectie van het aanbod. Deze selectie is gemaakt, omdat deze in de gesprekken en de bestudeerde documenten veelvuldig aan bod is gekomen. Tegelijkertijd zijn er nog allerlei andere voorzieningen te noemen die laagdrempelig bereikbaar zijn voor jeugdigen en ouders. Denk bijvoorbeeld aan de bibliotheek, kerken en (sport)verenigingen.
4.5 (Beleids)documenten voorliggende voorzieningen jeugdigen In deze paragraaf komen de verschillende beleidsdocumenten aan bod die de gemeente Brummen heeft vastgesteld op het gebied van voorliggende voorzieningen voor jeugdigen. Het gaat om een selectie van de meest relevante (beleids)documenten voor de jeugdigen van 0-27 jaar. Coalitieakkoord 2022-2026 In het coalitieakkoord komen verschillende facetten aan bod die raken aan preventie en voorliggende voorzieningen voor jeugd. Zo komen de thema’s leefbaarheid, sociaal domein en vitaliteit van de samenleving door sport en cultuur aan bod. Er is specifieke aandacht voor jongerenwerk en sociale netwerken in de wijk7: ● Versterking jongerenwerk in de gemeente met bijzondere aandacht voor een (ontmoetings)plek in de kern Eerbeek. ● Versterking sociale netwerken in wijken door buurtwerk met een integrale aanpak. In lijn met spoor vijf van het ontwikkelplan inzetten op gebiedsgericht beleid waarin armoede, gezondheid en energietransitie in samenhang aandacht krijgen. Cultuur en sport worden benoemd als instrumenten van een vitale samenleving. Zo draagt het bij aan het behouden én het bevorderen van sociale cohesie. Integraal beleidskader drie decentralisaties gemeente Brummen De visie op het Sociaal Domein uit 2013 beschrijft de ambities en uitgangspunten voor het sociaal domein sinds de decentralisaties.
Uit de gesprekken blijkt dat de inhoud van dit beleidskader nog grotendeels actueel is. Het leefringenmodel speelt een centrale rol in het beleidsplan. Figuur 2
7
Leefringenmodel
Zie pagina 10 van het coalitieakkoord Brummen 2022-2026.
| 16 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Het model werkt van binnenuit naar buiten. Om te verkennen welke hulp en ondersteuning passend is, worden de verschillende leefringen doorlopen. Als eerste wordt onderzocht wat de inwoner zelf kan realiseren. Vervolgens wordt gekeken naar het sociale netwerk (leefring 2) en algemene voorzieningen (leefring 3). Individuele voorzieningen worden ingezet als de eerste drie leefringen onvoldoende leiden tot een oplossing. Bij situaties waar dat nodig is, kan direct een individuele voorziening ingezet worden (zonder dat eerst alle ringen worden doorlopen). De algemene voorzieningen (leefring 3) zijn in dit onderzoek de voorliggende voorzieningen voor jeugdigen tussen de 0 en 27 jaar. De kaderstellende uitgangspunten uit het integrale beleidskader raken direct aan het organiseren van de derde leefring. Drie van de vier uitgangspunten hebben invloed op de voorliggende voorzieningen jeugd: ● De eigen verantwoordelijkheid en kracht van inwoners staan centraal Dit uitgangspunt gaat bijvoorbeeld over het leveren van passende ondersteuning aan jeugdigen en ouders. Ouders zijn volgens het uitgangspunt primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. ● Investeren in probleemoplossend vermogen van de samenleving Volgens het uitgangspunt zorgt meer aandacht voor preventieve voorzieningen voor het voorkomen van zwaardere ondersteuningsvormen.
Dit zijn bijvoorbeeld voorzieningen die informele netwerken versterken en problemen vroegtijdig signaleren. Ook een goed inzicht en overzicht van de voorzieningen in de vorm van een sociale kaart worden hier benoemd. ● Organiseren op de Brummense Schaal Waar dat mogelijk is worden voorzieningen lokaal georganiseerd. Alleen als het niet anders kan, wordt op regionale schaal geopereerd. Toegang tot zorg en ondersteuning dient dichtbij de inwoners van de gemeente Brummen aanwezig te zijn, bijvoorbeeld via ontmoetingsplekken voor alle leeftijdsgroepen. ‘Naar een evenwichtig Sociaal Domein’ Eind 2020 heeft de gemeenteraad het rapport “Naar een evenwichtig Sociaal Domein” ontvangen. Dit rapport van Berenschot geeft verschillende handvatten om de kosten binnen het sociaal domein beheersbaar te krijgen (en te behouden). Hiervoor zijn onder andere bouwstenen opgesteld. Bouwsteen W5 luidt: “voorliggende voorzieningen strategischer en doelmatiger inzetten”. Hoewel de bouwsteen officieel valt onder de Wmo, geldt deze bouwsteen voor het gehele sociaal domein. Voor jeugdigen zijn specifiek twee bouwstenen relevant voor de voorliggende voorzieningen. Bouwsteen J18: pilot Praktijkondersteuner Huisartsen (POH) jeugd bij alle huisartsen en J3: samenwerking met het onderwijs hebben voorliggend effect op jeugdigen en gezinnen.
Periodiek wordt de gemeenteraad op de hoogte gesteld van de voortgang op de verschillende bouwstenen. Zo zijn inmiddels vier voortgangsrapportages gedeeld met de gemeenteraad. Voor de voorliggende voorzieningen is vooral bouwsteen W5 een belangrijke. In meerdere gesprekken is aangegeven dat dit de kapstok is om in te zetten op voorliggende voorzieningen. Preventief gezondheidsbeleid Positieve gezondheid is het uitgangspunt van het gezondheidsbeleid. Het gezondheidsbeleid raakt aan verschillende thema’s in het sociaal domein, waaronder begeleiding, dagbesteding, jeugdhulp, armoede, schulden en sport.
8
In de rapportage staat de bouwstenen J voor Jeugd en de W voor maatschappelijke ondersteuning.
| 17 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Deze visie wordt onder andere geborgd in de werkwijze van het Team Voor Elkaar: “De integrale werkwijze van het Team Voor Elkaar sluit goed aan bij positieve gezondheid. In de opzet en werkwijze van het Team Voor Elkaar zijn welzijn, zorg en participatie in één multidisciplinair team ondergebracht. Daardoor komen in het Team Voor Elkaar de verschillende dimensies van positieve gezondheid al samen omdat vragen rondom werk, participatie, gezondheid, ondersteuning, jeugdzorg door het Team Voor Elkaar in samenhang worden bekeken9”. Preventieakkoord gemeente Brummen 2021-2023 Eén van de geprioriteerde thema’s uit het preventieakkoord is gezond opgroeien. Jeugdigen moeten in gezondheid en veiligheid kunnen opgroeien en volwaardig kunnen meedoen aan de maatschappij. Hier vallen verschillende programma’s onder: ● Kansrijke start ● BoekStart met een gezonde Twist ● Rookvrije speelplekken ● Van fruit na de wedstrijd naar een gezondere sportkantine ● Koken met een klein budget ● Gezonde leefstijl op school ● NIXzonderID ● Psychische gezondheid van jeugd en jongvolwassenen In het preventieakkoord wordt nadrukkelijk de koppeling gemaakt tussen de psychische gezondheid en de coronapandemie. Het aandeel jongeren met psychische problemen is flink gestegen: van 29% in 2019 naar 44% in 2021.
Dit leidt ertoe dat de psychische gezondheid van jeugdigen en jongvolwassenen tussen 2021 en 2023 extra aandacht krijgt. Sport- en beweegakkoord Brummen 2020-2023 Sport wordt in de gemeente Brummen ingezet als instrument om gezondheid en (sociaal) welbevinden te bevorderen. Het is de ambitie om meer jongeren te laten voldoen aan de (landelijke) beweegnorm. Daarnaast krijgt de aansluiting tussen sport en het onderwijs nadrukkelijk aandacht. Juridisch kader De gemeente Brummen heeft in verschillende documenten het juridisch kader geregeld ten aanzien van voorliggende jeugdvoorzieningen. Voor individuen (jeugdigen en volwassenen) regelen de verordeningen Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning hun rechten wanneer ze aankloppen voor hulp of ondersteuning. Deze documenten zijn gericht op jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning en gaan met name over (de inzet van) maatwerkvoorzieningen. Ook zijn processtappen vastgelegd, bijvoorbeeld over de inhoud van de beschikking of de regels ten aanzien van persoonsgebonden budget. Voorliggende voorzieningen komen aan bod als één van de mogelijke oplossingen voor een hulpvraag. Dit wordt in deze documenten niet verder geconcretiseerd of toegelicht. Organisaties die via een subsidie een bijdrage willen leveren vinden de vereisten voor een aanvraag in de subsidieverordening en in de algemene subsidieregelingen.
Hierin staan de (procedurele) vereisten beschreven om aanspraak te kunnen maken op publieke middelen via een subsidie. Op inhoudelijk vlak is niet gespecificeerd waar organisaties aan moeten voldoen. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk aan welke resultaten ze moeten bijdragen om aanspraak te maken op een subsidie.
9
Pagina 5 van de nota Positieve en Integrale gezondheid in Brummen.
| 18 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
H5 | Beleid en doelstellingen In dit hoofdstuk wordt beschreven welke doelstellingen zijn vastgesteld ten aanzien van voorliggende voorzieningen voor jeugdigen. Er wordt getoetst of deze doelstellingen voldoende zijn geoperationaliseerd in bijvoorbeeld indicatoren en meetinstrumenten. Allereerst wordt beschreven op welke wijze wordt gewerkt aan preventieve voorzieningen. Vervolgens komt het onderscheid tussen universele en selectieve preventieve zorg aan bod. Het hoofdstuk sluit af met de specifieke doelstellingen voor preventie. In dit hoofdstuk komen de volgende deelvragen aan bod. Deelvragen
Normenkader
1.
●
Op welke wijze wordt door de gemeente gewerkt aan de doelstelling om meer in te zetten op preventie?
● ● ●
Het beleidskader jeugd (en preventie) is vastgesteld en actueel. De beoogde maatschappelijke effecten zijn expliciet benoemd. Relaties met andere beleidsterreinen zijn expliciet benoemd en duidelijk gemaakt. De raad heeft mee kunnen denken en beslissen in het kader van hun kaderstellende rol.
2.
Wat wordt verstaan onder universele en selectieve preventieve zorg?
Hiervoor bestaat in beginsel geen norm, dit moet blijken uit het onderzoek.
3.
Welke doelen voor preventie zijn benoemd?
● ● ●
●
De doelen zijn benoemd en SMART geformuleerd (of SMT). Er is in kaart gebracht welke streefwaarden gerealiseerd dienen te worden. Maatschappelijke instellingen en ketenpartners hebben mee kunnen denken vanuit hun adviseursrol in de totstandkoming van het beleid. De doelen zijn vertaald naar concrete eisen voor voorliggende voorzieningen, bijvoorbeeld in een subsidieregeling of een programma van eisen.
5.1 Op welke wijze wordt door de gemeente gewerkt aan de doelstelling om meer in te zetten op preventie? Het beleid op preventie krijgt in verschillende (beleids)documenten vorm. Het coalitieakkoord en het integrale beleidskader drie decentralisaties gemeente Brummen geven de overkoepelende ambities en doelstellingen weer voor voorliggende voorzieningen jeugd, terwijl het preventieakkoord, het integrale gezondheidsakkoord en de sport- en beweegvisie concreter invulling geven aan preventie in de gemeente Brummen. Samenvatting antwoord op deelvraag 1 ● Er is veel beleid, maar de samenhang tussen de beleidsdocumenten ontbreekt. ● De gemeenteraad stelt kaders, maar dit gebeurt vaak indirect op voorliggende voorzieningen jeugd. ● De gemeente Brummen hanteert een oplossingsgerichte werkwijze op het gebied van voorliggende voorzieningen. Maatschappelijke partners missen het ‘structurele beeld’.
| 19 | Nota van bevindingen over de toegankelijkheid van preventieve hulp voor jeugdigen in de gemeente Brummen
Er is veel beleid, maar de samenhang tussen de beleidsdocumenten ontbreekt Het beleid op voorliggende voorzieningen jeugd en preventie is in verschillende (beleids)documenten geregeld. Tegelijkertijd ontbreekt de samenhang tussen al deze documenten. Het niveau en de periode van de verschillende documenten verschillen eveneens. Zo gaat het om coalitieakkoorden, een integraal beleidskader, beleidsdocumenten per thema en een preventieakkoord. Het integraal beleidskader sociaal domein stamt nog uit 2013, terwijl het preventieakkoord gaat over de periode tussen 2021 en 2023. In de gesprekken wordt voornamelijk verwezen naar bouwsteen W5 uit de nota “Naar een evenwichtig Sociaal Domein” van Berenschot. Deze bouwsteen spreekt de ambitie uit dat de voorliggende voorzieningen strategischer en doelmatiger ingezet moeten worden. Dit wordt echter niet verder uitgewerkt in beleidsdoelstellingen. De gemeenteraadsleden hebben aangegeven vooral indirect kaders te stellen voor (een deel van de) voorliggende voorzieningen voor jeugdigen. Zo wordt in het sport- en beweegakkoord ook verwezen naar (sport)verenigingen en meedoen door middel van sport. Dit is alleen ‘slechts’ een deel van de voorliggende voorzieningen voor jeugdigen en niet het totaalbeeld.
De gemeente Brummen hanteert een oplossingsgerichte werkwijze In de gesprekken met maatschappelijke partners komt naar voren dat de werkwijze bij voorliggende voorzieningen jeugd nog een te ad hoc karakter heeft. Wanneer een specifiek probleem in Brummen of Eerbeek speelt, wordt actief meegedacht vanuit de gemeente om het probleem op te lossen. Het gaat bijvoorbeeld om het ontwikkelen van een specifieke training of voorziening waar op dat moment vraag naar is. Tegelijkertijd wordt het overkoepelende (structurele) beeld en beleid door een deel van de externe respondenten gemist. Dit leidt ertoe dat er vooral in veel verschillende ‘eilandjes’ gewerkt wordt. Het overkoepelend beeld is hierbij ingewikkeld te onderscheiden. Deze bevinding komt overeen met de documentenstudie. Hoewel er veel beleidsstukken zijn vastgesteld op preventie en voorliggende voorzieningen jeugd is de verbinding tussen de documenten niet altijd duidelijk. Verder zijn de bestudeerde documenten in verschillende tijdsperioden vastgesteld. Zo is de integrale beleidsnota over het sociaal domein vastgesteld in 2013, terwijl het preventieakkoord gaat over de periode 2021-2023. Respondenten geven aan dat er behoefte is aan een structureel verhaal op het gebied van voorliggende voorzieningen jeugd.