CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

053 - Ontwerpbestemmingsplan Weg door de Plas

Forum Samenleving 4 maart 2021, gemeente BrummenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Weg door de Plas ong.21.830 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De commissie "Waterbeheer 21e eeuw" heeft in opdracht van de regering duidelijk gemaakt dat we anders moeten omgaan met water en ruimte. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast moet ten minste behouden blijven. De aanwezige ruimte mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen. Waterplan provincie Gelderland Het Provinciaal Waterplan 2010-2015 is mede kader voor de wijze waarop omgegaan wordt met water in het plangebied. Het waterplan is beschreven aan de hand van een aantal thema's zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen voor 2007 en 2015 er liggen. Hierbij is rekening gehouden met de Europese kaderrichtlijn water en het beleid. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) Het thema "water als ordenend principe" loopt als een rode draad door het gehele plan. Dit houdt in dat, voordat er beslissingen worden genomen op ruimtelijk gebied, er wordt bekeken welke gevolgen die hebben voor watersystemen. Dit waterplan valt onder het regime van de nieuwe waterwet (22 dec. 2009).

Waterbeheerprogramma Waterschap Vallei en Veluwe In het Waterbeheerprogramma heeft het waterschap hun ambities en uitvoeringsprogramma’s vastgelegd voor de periode 2016 tot en met 2021. De plannen zijn mede kaderstellend voor de wijze waarop omgegaan wordt met water in de plangebieden. Gemeentelijk Waterplan Op 23 oktober 2008 heeft de gemeenteraad het "Waterplan Brummen" vastgesteld. In het waterplan Brummen heeft de gemeente Brummen samen met Waterschap Vallei en Veluwe het lokale waterbeleid vastgelegd. Verder sluit het waterplan aan bij het waterplan van de provincie Gelderland en het waterbeheerplan van Waterschap Vallei en Veluwe. Het waterplan heeft tot doel:  Het ontwikkelen van een gemeenschappelijke visie over water;  Het maken van concrete afspraken over ambities, maatregelen en de bekostiging daarvan;

Hoofdstuk 4

27

 

Water een prominente rol geven in de ruimtelijke ordening; Het vastleggen en inzichtelijk maken van de verantwoordelijkheden van de gemeente en het waterschap.

Alle nieuwe ontwikkelingen worden, afhankelijk van de ligging, aan de doelen en streefbeelden en de daarbij behorende omschrijving, getoetst. Op planniveau geldt voor de herontwikkeling met een bijkomend verhard oppervlak kleiner dan 2.000 m² een vrijstelling voor de realisatie van de compensatie vanuit het waterschap maar kan door de gemeente een specifieke invulling afhankelijk van de mogelijkheden ter plaatse geëist worden. De gemeente kiest er bewust voor hemelwater in openbaar gebied te verwerken en niet te kiezen voor verwerking van hemelwater op particulier terrein. Op deze manier wordt goed gebruik gemaakt van de deskundigheid van de gemeente en blijft het systeem beheersbaar. Bovendien wordt de particulier op deze manier ontzorgd. Eventuele compensatie geëist door de gemeente dient plaats te vinden volgens de voorkeursvolgorde: infiltreren, retentie binnen plangebied, retentie buiten plangebied of berging in bestaand watersysteem. Deze watertoets dient derhalve aangeleverd te worden ter goedkeuring aan het waterschap. Als een voorziening wordt aangelegd, kan een (indicatief) onderzoek naar de infiltratiecapaciteit van de bodem noodzakelijk zijn. In eerste instantie is de perceeleigenaar zelf verantwoordelijk voor de verwerking op zijn/haar terrein. Doorwerking plangebied Op 28 november 2019 is de digitale watertoets doorlopen.

In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Bodem- en grondwater Volgens de BIS-bodemdata bestaat de bodem in het plangebied uit kalkhoudende ooivaaggronden; zware zwavel en lichte klei (Rd90A). De gemiddelde hoogst gemeten grondwaterstand is minstens 80 centimeter beneden maaiveld. Oppervlaktewater In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Hemelwater Dit bestemmingsplan heeft als doel om het toevoegen van een woning mogelijk te maken. Initiatiefnemer is voornemens bestaande overtollige agrarische bebouwing te slopen en de gronden in te richten als tuin. Het verhard oppervlakte zal naar verwachting afnemen en zeker niet meer dan 1500 m 2 toenemen. Dit betekent dat volgens de normen van het Waterschap geen compensatie vereist is. Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater.

Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Het plangebied is van voldoende omvang om hemelwater te kunnen laten infiltreren.

Hoofdstuk 4

28

Afvalwater Voor de woning dient een nieuwe rioolaansluiting gerealiseerd te worden. De naastgelegen woningen zijn al aangesloten op het riool, de nieuwe woning wordt hier ook op aangesloten. Er wordt een aanvraag rioolaansluiting ingediend bij de gemeente Brummen. Conclusie Met onderhavig initiatief is sprake van hydrologisch neutraal ontwikkelen. Er is geen wateroverlast te verwachten. Daarmee vormt dit aspect geen belemmering voor onderhavig plan.

4.11 Archeologie en cultuurhistorie De kaders voor bescherming van de cultuurhistorische en archeologische waarden wordt gevormd door de Erfgoedwet en het Bro. De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. In het Bro is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving dient te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het is daarmee dus verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Doorwerking plangebied Archeologie De gemeente Brummen heeft haar archeologiebeleid doorvertaald in het vigerend bestemmingsplan. Dat houdt in dat de bescherming van eventuele archeologische waarden voorrang heeft op de onderliggende bestemming. Ter plaatse van het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie laag’. Daarnaast heeft de gemeente het ontwerp paraplubestemmingsplan ‘Archeologie’ vastgesteld op 9 december 2018. De ingekomen zienswijzen worden nu verwerkt en aan de gemeenteraad voorgelegd voor besluitvorming.

De regels in het paraplubestemmingsplan zijn in overeenstemming met het vigerende gemeentelijke archeologie beleid. Binnen het paraplubestemmingsplan heeft het plangebied ook de bestemming ‘Waarde – Archeologie laag’. Dit betekent dat bij bodemingrepen groter dan 2500 m2 en dieper dan 30 cm-mv een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Omdat onderhavig bestemmingsplan voorziet in het toevoegen van één woning en de totaal te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 2500 m2 is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. De gebiedsaanduiding uit het vigerende bestemmingsplan is in onderhavig bestemmingsplan overgenomen zodat de mogelijk aanwezige archeologische waarden planologisch beschermd blijven. Cultuurhistorie Volgens de provinciale kaart ‘Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie’ ligt het plangebied in een omgeving die is aangemerkt als ‘archeologische parel’. Dit gebied ligt globaal tussen Dieren en Zutphen en volgt de IJssel. Het plangebied betreft gedeeltelijk een woonbestemming en gedeeltelijk een agrarische bestemming. De bestaande verouderde overtollige agrarische bebouwing wordt gesloopt en de nieuwe woning wordt landschappelijk ingepast. Om deze reden zal het initiatief de cultuurhistorische/archeologische waarden van de regio ook niet belemmeren, maar juist versterken.

Hoofdstuk 4

29

Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de bestemmingsplanprocedure.

4.12 M.e.r.-beoordeling Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Welke activiteiten dat zijn, is vastgelegd in het Besluit milieueffectrapportage (verder: Besluit m.e.r.). De activiteiten zijn onderverdeeld in: 1. activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (onderdeel C van de bijlage bij Besluit m.e.r.); 2. activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben milieu (onderdeel D van de bijlage bij Besluit m.e.r.). Aan het merendeel van de activiteiten zijn drempelwaarden gekoppeld. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en de activiteit de drempelwaarde overschrijdt, geldt een m.e.r.-plicht. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Een m.e.r.-beoordeling is in ieder geval verplicht als de drempelwaarde wordt overschreden. De verplichting geldt (sinds 1 april 2011) ook als de drempelwaarde niet wordt overschreden maar toch niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu.

Gevolg van dat laatste is dat in een bestemmingsplan voor een activiteit die voorkomt in onderdeel D maar waarbij de omvang onder de drempelwaarde ligt, gemotiveerd moet worden of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor deze toets gelden geen vormvereisten en daarom wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r. beoordeling dient dan voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure plaats te vinden. Doorwerking plangebied Met dit bestemmingsplan wordt binnen een woonbestemming een woning mogelijk gemaakt. Dit kan leiden tot een m.e.r.(beoordelings)-plicht. Of een m.e.r.-procedure of m.e.r-beoordeling noodzakelijk is, dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst C en D van het Besluit m.e.r. overschrijdt. Het mogelijk maken van een woning binnen de bestemming ‘Wonen’ valt niet onder categorie D 11.2 van het Besluit m.e.r. (stedelijk ontwikkelingsproject). Het kan echter zijn dat de ontwikkeling wel kan worden beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject.

Volgens de Raad van State (201609536/1/A1) is het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage, afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. De concrete omstandigheden in dit geval is het slopen van overtollige agrarische bedrijfsbebouwing ten behoeve van het mogelijk maken van een woning. Voorts ligt de locatie niet in of nabij een beschermd natuurgebied en is er geen risico op verontreiniging. Ook leidt de ontwikkeling niet tot hinder

Hoofdstuk 4

30

voor omliggende functies maar zelfs tot een verbetering voor de milieuomstandigheden en leefomgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen gebruikt en/of –technologieën toegepast, waardoor er geen sprake is van risico op ongevallen. Ook blijkt uit dit bestemmingsplan dat er geen sprake is van nadelige gevolgen voor het milieu. Voorgaande maakt dat de ontwikkeling in het plangebied niet kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingstraject in de zin van categorie 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Derhalve is het niet noodzakelijk een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling uit te voeren.

Hoofdstuk 4

31

5.

JURIDISCHE PLANOPZET In dit hoofdstuk wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan beschreven.

5.1 Inleiding Het bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, waarbij de regels de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden regelen en de verbeelding de rol heeft van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding en regels. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het bestemmingsplan langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP 2012 kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.

Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met de SVBP 2012 en wordt op de voorgeschreven wijze digitaal beschikbaar gesteld.

5.2 Plansystematiek Hieronder volgt een toelichting op hoofdstuk 1, 3 en 4 van de regels. Hoofdstuk 1. Inleidende regels In hoofdstuk 1 worden de in de planregels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels In hoofdstuk 2 worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Tevens worden per bestemming de bebouwingsmogelijkheden vermeld. Hoofdstuk 3. Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat bepalingen die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen, zodat het uit praktische overwegingen de voorkeur verdient deze in een afzonderlijk hoofdstuk onder te brengen. Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 is omschreven welke gebouwen en gebruik onder het overgangsrecht vallen.

Hoofdstuk 5

32

5.3 Bestemmingen Hieronder volgt een beknopte beschrijving van de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen de opgenomen (dubbel)bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Waarde – Archeologie laag’. Wonen De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen. Tevens zijn hieraan ondergeschikt de gronden bestemd voor erven (o.a. tuinen en parkeervoorzieningen), het uitoefenen van een aan-huisgebonden beroep en bedrijf (max. 50 m²) en het op hobbymatige basis houden van dieren. Voor woningen gelden maximale goot- en bouwhoogtes van 3 m en 9 m en voor bijgebouwen zijn deze maten vastgesteld op 3 m en 6 m. Kelders en verblijfsruimten die onder het peil gelegen zijn, mogen de bebouwingscontouren van een woning niet overschrijden. Voor andere bouwwerken zijn ook specifieke bouwhoogtes vastgesteld. Waarde – Archeologie laag De gronden met een archeologische bestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden. Voor de bestemming 'Waarde - Archeologie laag' geldt hierbij een maximale oppervlaktemaat van 2.500 m2. Via omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels van deze dubbelbestemming ten behoeve van het bouwen in overeenkomst met andere hier geldende bestemmingen (basisbestemmingen).

Ter bescherming van archeologische waarden is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden.

Hoofdstuk 5

33

6.

UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6.1 Economische uitvoerbaarheid Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het mogelijk maken van een woning. De uitvoering van de ontwikkeling is volledig voor rekening en risico van een particuliere initiatiefnemer, die daarvoor de benodigde budgetten heeft gereserveerd. De kosten voor het in behandeling nemen en in procedure brengen van het bestemmingsplan worden op grond van de legesverordening bij initiatiefnemer in rekening gebracht. Overeenkomstig artikel 6.24 lid 1 Wro wordt een anterieure overeenkomst afgesloten met de eigenaren waarin het verhaal van kosten geregeld is. Daarnaast wordt een planschadeovereenkomst afgesloten met de eigenaren waarin is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van eigenaren is. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden:  Vooroverleg;  Vaststellingsprocedure. 6.2.1 Omgevingsdialoog Voor het initiatief is een omgevingsdialoog gevoerd met belanghebbenden. Initiatiefnemer heeft het planvoornemen besproken met de omwonenden. De reactie van de omwonenden zijn wisselend op het initiatief. 6.2.2 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan worden geïnformeerd. De uitkomsten van het vooroverleg en de consequenties voor het bestemmingsplan zijn verwerkt.

Hoofdstuk 6

34

6.2.3 Inspraak De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. Gekozen is om geen inspraak toe te passen, dit omdat er al een omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden. 6.2.4 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure heeft het ontwerpbestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken, van 30 oktober 2020 tot en met 10 december 2020 ter inzage gelegen voor zienswijzen. In deze periode is er één zienswijze ingediend. Deze zienswijze heeft op één punt een wijziging in het bestemmingsplan tot gevolg gehad. Het plan wordt gewijzigd ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. 6.2.5 Beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal voor een periode van zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

Hoofdstuk 6

35

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Bijlage 2: Akoestisch onderzoek Bijlage 3: Quickscan Flora en fauna Bijlage 4: Nader onderzoek kerkuil en steenmarter Bijlage 5: Stikstofberekening Bijlage 6: Evaluatierapport bodemsanering PAK en asbest

Regels

Weg door de Plas ong.

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

4 8

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

9

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Van toepassing verklaring Wonen Waarde - Archeologie laag

9 10 12

Hoofdstuk 3

Algemene regels

14

Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Overige regels

14 15 16 17

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

18

Artikel 10 Artikel 11

Overgangsrecht Slotregel

18 19

2

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

Regels

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

Plan

Het bestemmingsplan Weg door de Plas ong. met identificatienummer NL.IMRO.0213.BPBG700074-va01 van de gemeente Brummen. 1.2

Bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

Aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

Aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

Aan huis verbonden beroep

Een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, cosmetisch of hiermee gelijk te stellen gebied, daaronder niet begrepen prostitutie, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. 1.6

Aan huis verbonden bedrijf

Een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, cosmetisch of hiermee gelijk te stellen gebied, daaronder niet begrepen prostitutie, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. 1.7

Agrarisch bedrijf

Een bedrijf met agrarische doeleinden. 1.8

Agrarische doeleinden

Doeleinden die gericht zijn op het voortbrengen van producten door middel van het houden van dieren, tenzij anders is bepaald in deze regels. 1.9

Bestaand bij bouwwerken: bestaande legale bouwwerken, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit

4

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

bestemmingsplan aanwezig waren of krachtens een verleende bouwvergunning of omgevingsvergunning voor het bouwen worden of mogen worden gebouwd; bij gebruik: bestaand gebruik dat bestond op het tijdstip ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; 1.10

Bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak. 1.11

Bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.12

Bijgebouw

Een met het hoofdgebouw verbonden (wel of niet vanuit het hoofdgebouw te bereiken) of daarvan vrijstaand gebouw dat door de vorm en gebruik onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw, in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en in functioneel opzicht ten dienste staat van het hoofdgebouw. 1.13

Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.14

Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.15

Bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.16

Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk (2 of meer) met wanden omsloten ruimte vormt. 1.17

Hobbymatig houden van dieren

Het uit liefhebberij/vrijetijdsbesteding houden van dieren zonder bedrijfsmatig karakter en dat niet valt onder het begrip 'Agrarisch bedrijf', waarbij de onderstaande dieraantallen als richtlijn kan worden gehanteerd: 10 schapen; 5 paarden; 10 geiten; 25 stuks pluimvee; 25 konijnen; 10 overige landbouwhuisdieren.

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

5

1.18

Hoofdgebouw

Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.19

Huishouden

Zelfstandige bewoning door een persoon, een gezin of een andere, minder traditionele woonvorm, waarbij sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning, van continuïteit in de samenstelling van de groep en van een zekere mate van onderlinge verbondenheid/ 1.20

Luifel

Zelfstandige bewoning door een persoon, een gezin of een andere, minder traditionele woonvorm, waarbij sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning, van continuïteit in de samenstelling van de groep en van een zekere mate van onderlinge verbondenheid. 1.21

Overkapping

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt, zonder dan wel met ten hoogste één wand omsloten is. 1.22

Paardenbak

Een terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of ander doorlatend materiaal ten behoeve van het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport. 1.23

Peil

De gemiddelde hoogte van het aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte bouwterrein, met een maximum van 7,5 meter boven NAP (Normaal Amsterdams Peil). 1.24

Seksinrichting

Een voor publiek toegankelijk, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoning van erotische-pornografische aard plaatsvindt. Hieronder wordt in elk geval verstaan een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.25

Voorgevelrooilijn

De aangeduide lijn die strak loopt langs de voor-, zij-, respectievelijk achtergevel van een hoofdgebouw tot aan de perceelsgrenzen 1.26

Wonen

Wonen in een woning.

6

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

1.27

Woning

Een complex van ruimten (exclusief bijgebouwen), uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

7

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2

De oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte maaiveld ter plaatse van het bouwwerk. 2.3

De goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden wolfseinden en dakkapellen buiten beschouwing gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot van de dakkapel . Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden verhoogde raam- en entreepartijen eveneens buiten beschouwing gelaten, mits de gezamenlijke breedte van raam- en/of entreepartijen niet meer bedraagt dan 30% van de breedte van de gevel van de woning waar de raam- en/of entreepartijen zich bevinden. 2.4

De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5

Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, luifels, gevelversieringen, standleidingen voor hemelwater, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, liftschachten, gevel- of kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten mits de overschrijding niet meer dan 1,5 meter bedraagt.

8

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Van toepassing verklaring

Op onderhavig wijzigingsplan 'Weg door de plas ong' zijn de regels van het bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan Parkeren', zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Brummen bij besluit van 18 oktober 2018 en vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0213.BPBREEPPARK10000-VA01 van overeenkomstige toepassing, zulks met dien verstande dat: a. de verbeelding is gewijzigd zoals vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0213.BPBG700074-va01 bijbehorende dit wijzigingsplan.

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

9

Artikel 4 4.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen met daaraan ondergeschikt: a. erven voor onder andere tuinen en parkeervoorzieningen. het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep en of bedrijf, met dien verstande dat maximaal 50 m2 van de oppervlakte van de bestaande bebouwing mag worden gebruikt voor een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf. Voor een aan huis gebonden bedrijf geldt dat deze uitsluitend is toegestaan indien deze voorkomt in categorie 1 van de Lijst van aan-huis-gebonden zoals opgenomen in bijlage 2 bij de regels; b. het op hobbymatige basis houden van dieren. 4.2

Bouwregels

Op gronden met deze bestemming zijn gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van deze bestemming toegestaan. Daarbij geldt het volgende: a. voor woningen geldt het volgende: 1. het aantal woningen bedraagt maximaal het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal woningen; 2. de maximale goot en bouwhoogte van een woning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3 meter en 9 meter; 3. woningen dienen ten minste op 1 meter achter de voorgevelroolijn te worden gebouwd; 4. voor woningen geldt dat de bestaande oppervlakte met maximaal 25% mag worden vergroot tot een maximum van 150 m²; 5. de herbouw van de woning is mogelijk waarbij de nieuwe bebouwingscontour op enig punt is geprojecteerd op maximaal 3 meter van de bestaande bebouwingscontour; 6. de oppervlakte van de bij woning behorende bijgebouwen mag per woning gezamenlijk maximaal 75 m² bedragen; 7. Voor bijgebouwen de maximale goot en bouwhoogte niet meer mag bedragen dan respectievelijk 3 meter en 6 meter; 8. Voor bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt het volgende: de maximale bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal de in onderstaande tabel opgenomen bouwhoogte: Bouwwerken geen gebouwen zijnde Bouwhoogte in meters Zwembaden 0,6 Overkappingen 3 Verlichtings- en vlaggenmasten 8 9.

per woning is maximaal één zwembad toegestaan met een maximale oppervlakte van 75 m2; 10. per woning mag de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen maximaal 30 m2 bedragen; 11. bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde binnen het bestemmingsvlak mag maximaal 2 m bedragen met uitzondering van schuttingen en andere terreinafscheidingen, die gelegen zijn voor de voorgevel of in het verlengde daarvan, waarvoor een maximale bouwhoogte geldt van 1 meter.

10

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

4.3

Specifieke gebruiksregels

4.3.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. b. c. d. e.

vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; bewoning als afhankelijke woonruimte; kamerbewoning; recreatief nachtverblijf; bedrijf aan huis.

4.3.2

Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing

a. Het gebruiken van gebouwen op basis van een na vaststelling van het plan verleende omgevingsvergunning, alsmede het in gebruik nemen en gebruiken van gronden die ten tijde van de vaststelling van het plan niet voor bedrijfsdoeleinden in gebruik zijn, is slechts toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. uiterlijk binnen één jaar na verlening van de betreffende omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen', danwel na ingebruikname van de in de aanhef bedoelde gronden, dienen de gronden te zijn ingericht overeenkomstig het landschapsplan zoals bedoeld in Bijlage 2. 2. de onder 1. genoemde inrichtingsmaatregelen dienen na realisatie duurzaam te worden beheerd en in stand te worden gehouden. 4.4

Afwijken van de gebruiksregels

Bij omgevingsvergunning kan het oprichten van een paardenbak worden toegestaan, hierbij gelden de volgende regels: a. per woning is maximaal 1 paardenbak toegestaan; b. de maximale afmetingen van de paardenbak bedragen 20 m bij 60 m; c. er wordt volledig rekening gehouden met de bestaande rechten van in de directe omgeving gelegen bedrijven en woningen en de bedrijven worden niet onevenredig in hun ontwikkelingsmogelijkheden geschaad; d. de afstand van de paardenbak tot woningen van derden of andere gebouwen van derden bedraagt ten minste 50 meter; e. de initiatiefnemer dient een door het college goed te keuren inrichtingsplan te overleggen. f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde in de vorm van lichtmasten en omheiningen en springhindernissen ten behoeve van de paardenbak toegestaan, met dien verstande dat: g. de bouwhoogte van lichtmasten maximaal 8 m bedraagt; h. de bouwhoogte van een omheining langs de paardenbak en springhindernissen in de paardenbak maximaal 1,5 meter bedraagt.

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

11

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie laag

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie laag' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen

De aanvrager van een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, legt een rapport over waarin de archeologische waarde in voldoende mate is vastgesteld, van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord. 5.2.2

Voorwaarden

Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in artikel 5.2.1 genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; b. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, zoals: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.2.3

Uitzonderingen

Het bepaalde in 5.2.1 is niet van toepassing indien: a. de aanvraag betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. de aanvraag betrekking heeft op één of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 2500 m2; c. de aanvraag betrekking heeft op een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst, of een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m. d. er een archeologisch onderzoek is uitgevoerd en advies is gevraagd aan de regioarcheoloog, waaruit is gebleken dat er geen archeologisch resten zijn aangetroffen. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1

Verbod

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie laag' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage

12

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

op een grotere diepte dan 30 cm; heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; verlagen of verhogen van het waterpeil; aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen. 5.3.2 Uitzonderingen b. c. d. e.

Het in 5.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke a. b. c. d.

worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop artikel 4.2 van toepassing is; een oppervlakte beslaan van ten hoogste 2.500 m2; reeds legaal in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning, of ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd 5.3.3 Toelaatbaarheid a. de aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.3.1, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, is vastgesteld; b. burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in artikel 5.3.3 genoegzaam blijkt dat: 1. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; 2.

schade door de werkzaamheden of werken kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden regels, zoals: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; of de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. Indien het bepaalde in artikel 5.3.3, sub c van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken. c. op een aanvraag die betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning is afgegeven, bedoeld in artikel 5.3.1, waaraan voorschriften zijn verbonden als bedoeld in artikel 5.3.3, is het bepaalde in artikel 5.3.2 niet van toepassing. Burgemeester en wethouders kunnen in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. Het bepaalde in artikel 5 is overeenkomstig van toepassing.

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

13

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

14

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

Artikel 7

Algemene bouwregels

7.1

Bestaande afstanden en andere maten

7.1.1

Maximale maatvoering

Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 7.1.2

Minimale maatvoering

In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

15

Artikel 8 8.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

a. onder gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gebouwen voor de exploitatie van een seksinrichting. b. onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden of bouwwerken waarbij niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de gemeentelijke parkeernota Parkeernota 2007.

16

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

Artikel 9 9.1

Overige regels

Voorwaardelijke verplichting parkeren

a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden wordt slechts verleend, indien er voldoende parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen wordt gerealiseerd. Voldoende betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de gemeentelijke Parkeernota 2007. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd dient er rekening te wordengehouden met de wijziging.

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

17

Hoofdstuk 4 Artikel 10 10.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

18

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

Artikel 11

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Weg door de Plas ong.'.

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

19

Weg door de Plas ong.

Inhoudsopgave

Bijlagen bij regels

3

Bijlage 1

Landschappelijke inpassing

4

Bijlage 2

Lijst van aan-huis-gebonden bedrijfsactiviteiten

6

2

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

Bijlagen bij regels

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

3

Bijlage 1 Landschappelijke inpassing

4

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

Initiatief Perceel 1080 m2 Nieuw te bouwen woonhuis 113 m2 Te slopen 547 m2 Inpassingsmaatregelen 1. Oprijlaan richting het erf versterken Het accentueren van de oprijlaan richting het woonperceel door aan één zijde een bomenrij aan te planten (5 eikenbomen) die aansluit bij de bomenrij aan de overzijde van de oprijlaan; 2. Toevoegen van een lage haag Door het toevoegen van een lage haag van ca. 1 m hoog (5 stuks per m1) rondom het perceel zal het de sfeer en uitstraling krijgen van een erf. Beplanting die typerend is voor een haag in het oeverwallen landschap zijn meidoorn, veldesdoorn of ligusterhaag; Zicht naar het achterland

3. Aanplanten van een solitaire boom Kenmerkend voor een erf is dat er verspreid over het erf één of meerdere solitaire bomen staan. Er kan gebruik gemaakt worden van de volgende soorten: walnoot, kastanje, gewone es, linde of rode beuk; Zicht naar achterland De weidsheids van het landschap moet zichtbaar blijven vanaf het nieuw te bouwen woonhuis;

Open houden van de zone aan de voorkant

Open houden van de zone aan de voorkant Contrast tussen het meer besloten erf en de open graslanden rondom benadrukken. Het typerende kleinschalige landschap zal door deze inpassingen versterkt worden.

3

Zicht naar het achterland

2

Melkhuisje

1

Te slopen schuur

plas Weg door de

N348

Nieuw te bouwen Bestaande bomen Bestaande woning

Landschappelijke inpassing Weg door de Plas 20 bestaande Behouden Gemeente Brummen bosschage

Bosscheweg 107 Boxtel

datum: 23-04-2020

schaal: 1:500

www.bro.nl

getekend: LW

formaat: A3

tekening nr.: -

project nr.: P02454

info@bro.nl

telefoon +31 (0)411 85 04 00

Bijlage 2 Lijst van aan-huis-gebonden bedrijfsactiviteiten

6

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

Bijlage 1: Lijst van aan-huis-gebonden bedrijfsactiviteiten bij de bestemming Wonen

Lijst van aan-huis-gebonden bedrijfsactiviteiten bij de bestemming Wonen OMSCHRIJVING

AFSTANDEN IN METERS EN INDICES

- VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Vervaardiging van wijn, cider e.d.

30 0

18 182

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN - BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)

10 10 30

20 205

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, - RIET, KURK E.D. 10 10 30 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken

VERKEER

VISUEEL BODEM LUCHT

10

30

2

2G

2

0

30

2

1G

1

10 30 10 30 30 10

0 0 0 0 10 0

10 1 30 2 10 1 30 2 30 D 2 10 1

1P 1P 1G 2G 2G 1G

1 2 B 1 1 1 B 1

30

0

30

2

1G

1

VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN 36 - N.E.G. 361 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 362 Fabricage van munten, sieraden e.d. 363 Muziekinstrumentenfabrieken

0 10 10 30 10 10 30 10 30

0 10 10

10 30 30

1 2 2

1P 1G 2G

1 1 B 2

51 511

- GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren)

0

0

10

0

10

1

1P

1

52 527

- DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)

0

0

10

10

10

1

1P

1

55 5511, 5512 5552

- LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Pensions Cateringbedrijven

10 0 10 0

10 10 30 C 10

10 30

1 2

2P 1 1 G/P 1

0

0

10

0

10

1

2P

1

- DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren)

0 0 0

0 0 0

10 10 10

0 0 0

10 1 10 1 10 D 1

2P 1P 1P

1 1 1

- POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten

0

0

30 C 0

30

2

2P

1

0

0

10 C 0

10

1

1P

1

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN 22 - OPGENOMEN MEDIA 221 Uitgeverijen (kantoren) 2222.6 Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen 2223 A Grafische afwerking 2223 B Binderijen 2225 Overige grafische aktiviteiten 223 Reproduktiebedrijven opgenomen media

0 0 10 0 0 0 30 0 30 0 0 0

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN - EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten 30 0 33 A e.d.

GEVAAR

1 1 1

GELUID

1G

STOF

2

15 1593 t/m 1595

GEUR

30

nummer

GROOTSTE AFSTAND CATEGROIE

SBI-CODE

30 C 0

33

61, 62 - VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT 61, 62 A Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) 63 6322, 6323 633 634 64 641

65, 66, 67 - FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN 65, 66, 67 A Banken, verzekeringsbedrijven

70 - VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED 70 A Verhuur van en handel in onroerend goed

0

0

10

0

10

1

1P

1

72 - COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE 72 A Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.

0

0

10

0

10

1

1P

1

73 731 732

30 10 30 0 0 10

30 R 30 0 10

2 1

1P 1P

1 1

- SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek

74 - OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING 74 A Overige zakelijke dienstverlening: kantoren 7481.3 Foto- en filmontwikkelcentrales

0 0 10 0

10 0 30 C 10

10 D 1 30 2

2P 2G

1 1 B

0 0

0 0

10 30

0 0

10 30

1 2

2P 2P

1 1

- DIVERSE ORGANISATIES Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren)

0

0

10

0

10

1

1P

1

- CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Studio's (film, TV, radio, geluid) Ateliers, e.d.

0 0

0 0

30 C 10 10 0

30 10

2 1

2G 2P

1 1

0 0 0 0

0 0 0 0

30 0 10 0 10 0 10 C 0

30 2 10 1 10 1 10 D 1

1G 1P 1P 1P

1 1 1 1

85 - GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG 8512, 8513 Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven 853 2 Kinderopvang 91 9111 92 921, 922 9251, 9252

93 - OVERIGE DIENSTVERLENING 9301.3 A Wasverzendinrichtingen 9301.3 B Wasserettes, wassalons 9302 Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten 9305 B Persoonlijke dienstverlening n.e.g.

Bijlage 2. Lijst van bedrijfsactiviteiten

Toelichting bij de lijst van bedrijfsactiviteiten Algemeen De lijst van bedrijfsactiviteiten is gebaseerd op de richtafstandenlijsten voor milieubelastende activiteiten uit de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG1. Uit de richtafstandenlijsten zijn die bedrijfsactiviteiten geselecteerd, die in beginsel passen binnen de beoogde bestemming. Richtafstanden In de lijst van bedrijfsactiviteiten wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste afstand van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Bij het bepalen van de richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • het betreft 'gemiddeld' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; • de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ of ‘gemengd gebied’; • de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van activiteiten; • bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie.

De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming, die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning, die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. Omgevingstype Allereerst zijn er richtafstanden, die zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk2 of een vergelijkbaar omgevingstype.

1 2

Bedrijven en milieuzonering, VNG, 2009. Een rustige woonwijk is een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.

Toelichting Lijst van Bedrijfsactiviteiten

1

Gemotiveerd kunnen kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied3, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hoge milieubelasting kent. Verdere reducties zijn in de meeste gevallen niet te verantwoorden, omdat niet aannemelijk kan worden gemaakt dat het woon- en leefklimaat niet wordt aangetast en het functioneren van bedrijven niet in gevaar wordt gebracht. In onderstaande tabel worden de richtafstanden weergegeven afhankelijk van het omgevingstype. milieucategorie

richtafstand tot omgevingstype rustige richtafstand tot omgevingstype gemengd woonwijk en rustig buitengebied

gebied

1

10 m

0 m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

Aanvullende toelichtende informatie bij de richtafstanden Kolom met richtafstanden voor geluid In de kolom met richtafstanden voor geluid is – waar van toepassing – de letter C van continu opgenomen. Hiermee is aangegeven dat bij de betreffende milieubelastende activiteiten de voor geluid bepalende activiteiten continu (dag en nacht) in bedrijf zijn. Voorts is - waar van toepassing - de letter Z van zonering opgenomen. Het gaat hierbij om inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken in de zin van de Wet geluidhinder (vroeger ook wel A-inrichtingen genoemd), die als zodanig zijn aangewezen in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.

3

Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals, winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden, die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot dit omgevingstype. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.

2

Toelichting Lijst van Bedrijfsactiviteiten

Kolom met richtafstanden voor gevaar In de kolom “gevaar” zijn de richtafstanden aangegeven, die bij gemiddelde activiteiten van dat type aangehouden kunnen worden. Het betreft alle gevaarsaspecten, inclusief brandgevaar en stofexplosies. In deze kolom is voor activiteiten die mogelijk onder de werking van het Bevi vallen of gaan vallen de letter R van risico opgenomen. In dezelfde kolom is voor activiteiten waarop het Vuurwerkbesluit van toepassing is de letter V van vuurwerk opgenomen. Voor deze activiteiten dient altijd te worden getoetst aan de veiligheidsafstanden uit het Vuurwerkbesluit. D van ‘divers’ in kolom milieucategorie Bij de bepaling van de richtafstanden voor de onderscheiden bedrijfstypen is uitgegaan van een 'gemiddeld' nieuwe activiteit met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. Bij alle activiteiten dient daarom rekening te worden gehouden met een zekere variatie. Voor activiteiten met een grote variatie in productieprocessen is de letter D van divers opgenomen. Index voor verkeersaantrekkende werking Naast de genoemde milieuaspecten kan ook de verkeersaantrekkende werking van belang zijn voor de toelaatbaarheid van milieubelastende activiteiten op een bepaalde locatie.

Dit aspect kan niet worden vertaald naar afstanden maar is weergegeven met een kwalitatieve index, die loopt van 1 tot en met 3, met de volgende betekenis: 1: potentieel geringe verkeersaantrekkende werking; 2: potentieel aanzienlijke verkeersaantrekkende werking; 3: potentieel zeer grote verkeersaantrekkende werking. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen goederenvervoer (G) en personenvervoer (P). Overige aandachtspunten van activiteiten In de lijsten zijn tenslotte enkele andere aandachtspunten benoemd. Deze zijn bedoeld als aanvullende informatie waarmee in specifieke gevallen rekening gehouden kan worden gehouden. Visuele hinder De index voor visuele hinder is een indicator voor de (visuele) inpasbaarheid van activiteiten. B van 'bodemverontreiniging' De index voor bodem kan een hulpmiddel zijn bij de selectie van toelaatbare inrichtingen op gevoelige gronden, zoals bodembeschermingsgebieden. In het provinciale beleid met betrekking tot de bodembescherming speelt dit aspect een rol. Uitwerking van dit beleid vindt plaats in de provinciale milieuverordeningen. In deze kolom is de letter B opgenomen indien een activiteit een verhoogde kans op bodemverontreiniging geeft, bijvoorbeeld door calamiteiten, incidenten of 'sluimerende' lekkages.

Toelichting Lijst van Bedrijfsactiviteiten

3

L van 'luchtverontreiniging' De uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht is niet te vertalen in een richtafstand die bij voorkeur tot woningen (of andere gevoelige locaties) in acht genomen zou moeten worden. Toch kan de uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht in planologisch opzicht relevant zijn. Denk aan de neerslag van geëmitteerde schadelijke stoffen op gevoelige bodems, gewassen en flora. Ook doen zich in de praktijk regelmatig problemen voor met de afstand tot woningen bij het toepassen van ontsmettings- en bestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw. Bij activiteiten waar dit mogelijk relevant is, is de L van 'luchtverontreiniging' vermeld. Gebruikte afkortingen De volgende afkortingen worden in de tabel gebruikt: < > = cat. e.d. kl. n.e.g. o.c. p.c. p.o. b.o. v.c. u d w j B C D L Z R V

niet van toepassing of niet relevant kleiner dan groter gelijk aan categorie en dergelijke klasse niet elders genoemd opslagcapaciteit productiecapaciteit productieoppervlak bedrijfsoppervlak verwerkingscapaciteit uur dag week jaar bodemverontreiniging continu divers luchtverontreiniging zonering op basis van Wet geluidhinder risico (Besluit externe veiligheid inrichtingen mogelijk van toepassing) vuurwerkbesluit van toepassing

4

Toelichting Lijst van Bedrijfsactiviteiten

Lijst van bedrijfsactiviteiten

Basisinformatie voor milieuzonering Uit: Bedrijven en milieuzonering Uitgave VNG, 2009

BRO

OMSCHRIJVING

VISUEEL

BODEM

LUCHT

10

10

30 C

10

30

2

1 G

1

B

L

10 10 10 30 30 30

10 10 10 10 10 10

30 C 30 C 30 C 30 C 30 C 30 C

10 10 10 10 10 10

30 30 30 30 30 30

2 2 2 2 2 2

1 G 1 G 1 G 1 G 1 G 1 G

1 1 1 1 1

B B B B B

L L L

50 50

30 30

30 C 30 C

0 0

50 50

3.1 3.1

1 G 1 G

1 1

30 10 30

0 0 10

50 C 30 C 30 C

10 10 0

50 30 30

3.1 2 2

1 G 1 G 1 G

1 1 1

30 30 30 30 30

10 10 10 10 10

50 30 50 30 30 C

10 10 10 10 0

50 30 50 30 30

3.1 2 3.1 2 2

2 G 1 G 2 G 1 G 1 G

1 1 1 1 1

10

10

50

0

50

3.1

1 G

1

50

0

50 C

10

50

3.1

1 G

1

50

0

50 C

0

50

3.1

1 G

1

50 30 50

0 0 0

50 C 50 50

30 10 10

50 50 50

3.1 3.1 3.1

1 G 1 G 1 G

1 1 1

50

0

50

10

50

3.1

2 G

1

50

10

30

10

50

3.1

1 G

1

50

10

50

50

50

3.1

1 G

1

10

0

30

0

30

2

1 G

1

30

10

30 C

10

30

2

1 G

1

30 30 50

10 10 30

30 30 10

10 10 10

30 30 50

2 2 3.1

1 G 1 G 2 G

1 1 2

10

0

30 C

0

30

2

1 G

1

50 10 0

0 0 10

50 50 50

10 10 10

50 50 50

3.1 3.1 3.1

2 G 1 G 1 G

2 1 2

30 10 50

0 10 10

50 30 10

0 10 10

50 30 50

3.1 2 3.1

1 G 2 G 1 G

1 2 1

50 50

10 10

30 50

10 10

50 50

3.1 3.1

2 G 2 G

2 1

10

30

50

10

50

3.1

2 G

1

0 10

30 10

50 30

0 0

50 30

3.1 2

1 G 1 G

1 1

D D

-

VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN Binnenvisserijbedrijven 0 Vis- en schaaldierkwekerijen 2 - visteeltbedrijven - VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN 0 Slachterijen en overige vleesverwerking: 5 - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² 6 - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m² 7 - loonslachterijen - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met 151 8 p.o. < 2.000 m² 152 0 Visverwerkingsbedrijven: 152 6 - verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² 1531 0 Aardappelprodukten fabrieken: 1531 2 - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² 1551 0 Zuivelprodukten fabrieken: 1552 2 - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² 1581 0 Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: 1581 1 - v.c. < 2500 kg meel/week 1584 0 Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. 1584 3 <= 200 m² 1584 6 - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² Deegwarenfabrieken 1585 1592 0 Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: Vervaardiging van wijn, cider e.d.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9742553/1