CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

045 - Bijlagenboek ontwerpbestemmingsplan Weg door de Plas ong.

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente BrummenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Weg door de Plas ong.15.977 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het deel daarvan dat van nature in Nederland voorkomt, is dus beschermd (art. 3.1 lid 1). Habitatrichtlijnsoorten In deze categorie vallen alle in het wild levende dieren zoals genoemd in: • bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, • bijlage II bij het Verdrag van Bern of; • bijlage I bij het Verdrag van Bonn; (art. 3.5 lid 1) en (in hun natuurlijke verspreidingsgebied) planten van soorten, genoemd in: • bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of; • bijlage I bij het Verdrag van Bern; (art. 3.5, lid 5) De bijlagen zijn zeer uitgebreid en er staan ook veel soorten in genoemd die van nature niet in Nederland voorkomen. Andere soorten Naast de soorten waarvan de bescherming op Europees niveau verplicht is gesteld, is er ook een aantal soorten op nationaal niveau beschermd. Dit is dus een “nationale kop” op de Europese bescherming. Het gaat hierbij om soorten die zeer zeldzaam en/of bedreigd zijn en waarvan het duurzaam voortbestaan niet is verzekerd als er geen beschermingsmaatregelen worden getroffen. De soorten waar het om gaat zijn opgenomen op de bijlage bij de wet (art. 3.10, lid 1 onder a en c). Verbodsbepalingen Ten aanzien van vogels verbiedt de wet het opzettelijk doden of vangen (art. 3.1 lid 1), het opzettelijk vernielen van nesten, rustplaatsen en eieren (art. 3.1 lid 2), het rapen of onder zich hebben van eieren (art.

3.1 lid 3) en het opzettelijk storen van vogels (art. 3.1lid 4). Het verbod tot opzettelijk storen geldt

21

niet in het geval de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (art. 3.1 lid 5). Ten aanzien van de overige Europees beschermde diersoorten verbiedt de wet het opzettelijk doden of vangen (art 3.5 lid 1), het opzettelijk verstoren (art 3.5 lid 2), het opzettelijk vernielen of rapen van eieren (art 3.5 lid 3) en het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art 3.5 lid 4). Ten aanzien van de Europees beschermde plantensoorten verbiedt de wet het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen (art 3.5 lid 5). Ten aanzien van de nationaal beschermde diersoorten geldt slechts een verbod op het opzettelijk doden of vangen (art 3.10 lid 1 onder a) en het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art 3.10 lid 1 onder b). Ten aanzien van de nationaal beschermde plantensoorten geldt een verbod op het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen (art 3.10 lid 1 onder c). Gedragscodes, vrijstellingen en ontheffingen Gedragscode De in het voorgaande beschreven verbodsbepalingen zijn niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd volgens een door de minister van EZ vastgestelde gedragscode (art. 3.31 lid 1).

Het moet dan gaan om handelingen die plaatsvinden in het kader van: a. een bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; b. een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw; c. een bestendig gebruik; d. ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Vrijstelling Provinciale staten en de minister van EZ kunnen vrijstelling verlenen van de verbodsbepalingen (art 3.3 lid 2- 4; 3.8 lid 2-5, 3.10 lid 2). Voor zover het gaat om de hiervoor beschreven verbodsbepalingen, kan in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting een ontheffing worden verleend op de verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 en 3.10, dus ten aanzien van alle beschermde soorten. Een vrijstelling mag alleen worden verleend wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Deze zijn gelijk aan de voorwaarden waaronder een ontheffing verleend kan worden (zie hieronder). Voor welke soorten een vrijstelling geldt, verschilt per bevoegd gezag (ministerie van EZ en de afzonderlijke provincies). De lijst met vrijgestelde soorten van het ministerie is alleen van toepassing op handelingen waarvoor de minister van EZ het gevoegd gezag is. Voor handelingen waarvoor Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag zijn, geldt de vrijstellingslijst van de betreffende provincie.

Ontheffing Voor soorten waarvoor (in de betreffende provincie) geen vrijstelling geldt, moet wanneer niet volgens een gedragscode wordt gewerkt een ontheffing worden aangevraagd wanneer er een handeling wordt uitgevoerd waardoor een verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 of 3.10 van de Wnb wordt overtreden (art 3.3 lid 1,3; 3.8 lid 1,3, 3.10 lid 2). Of deze ontheffing kan worden verleend, hangt af van of men kan voldoen aan de voorwaarden. Deze voorwaarden verschillen per categorie. De eerste eis die wordt gesteld, is dat er geen andere bevredigende oplossing mag zijn. Dat betekent - ook in combinatie met de in artikel 1.11 beschreven zorgplicht - wanneer een overtreding redelijkerwijs te voorkomen is en ontheffing niet mogelijk is. De werkzaamheden moeten dan op zodanige wijze worden uitgevoerd dat er

22

geen overtreding van de wet plaatsvindt. Te denken valt aan het kappen van bomen buiten het broedseizoen, of het afzetten van en het wegvangen van soorten in het werkgebied. Verder kan een ontheffing alleen worden verleend wanneer is aangetoond dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort. Daarnaast gelden er per categorie verschillende aanvullende voorwaarden. Voor Vogelrichtlijnsoorten kan alleen een ontheffing worden verleend: (art 3.3 lid 4): 1. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; 3. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; 4. ter bescherming van flora en/of fauna; 5. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, of 6. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan. Voor Habitatrichtlijnsoorten kan alleen een ontheffing worden verleend: (art 3.8 lid 5): 1. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2.

ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of 5. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. Voor de andere soorten gelden de voorwaarden die gelden voor de overige Europees beschermde soorten, aangevuld met: (art 3.10 lid 2): 6. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; 7.

ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen; 8. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; 9. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; 10. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; 11. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; 12. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of

23

13. in het algemeen belang.

Aanhaken bij de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) Er kan voor worden gekozen geen ontheffing Wnb aan te vragen, maar de toestemming aan te laten haken bij de Omgevingsvergunning. In dat geval dient het betreffende onderzoek bijgevoegd te worden bij de aanvraag Omgevingsvergunning. Het bevoegd gezag voor de Omgevingsvergunning vraagt vervolgens een verklaring van geen bedenking (vvbg) aan bij het bevoegd gezag Wnb. De voorwaarden waaronder de vvgb wordt afgegeven maken vervolgens onderdeel uit van de Omgevingsvergunning. Wanneer ervoor wordt gekozen de toestemming Wnb niet aan te laten haken, moet de ontheffing Wnb zijn aangevraagd voordat de Omgevingsvergunning wordt aangevraagd.

24

Bijlage 4 Nader onderzoek kerkuil en steenmarter

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

63

Nader onderzoek kerkuilen en steenmarter Weg door de plas 20, Brummen

Nijverdal, 24 augustus 2020 Projectnummer 20.047

Colofon Titel

Nader onderzoek kerkuilen en steenmarter. Weg door de plas 20, Brummen

Uitvoering

Otte Groenadvies

Opdrachtgever

M. Geltink Weg door de plas 20 6971 JN Brummen 06-14413544 tsmots@hotmail.com

Projectnummer

20.047

Datum

24 augustus 2020

Vrijgegeven door

M. Geltink

Status

Definitief (Versie 2)

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Otte Groenadvies accepteert derhalve op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Otte Groenadvies uitgevoerde onderzoek neemt.

Brilsweg 1a 7441 BV te Nijverdal Tel: 06 - 511 77 946 mail: info@ottegroenadvies.nl

2

Inhoudsopgave 1. INLEIDING .....................................................................................................................................................4 1.1. AANLEIDING EN DOEL ...................................................................................................................................4 1.2. HUIDIGE SITUATIE .......................................................................................................................................4 1.3. PROJECT VOORNEMEN..................................................................................................................................5 2. WETTELIJK BELANG .......................................................................................................................................6 3. METHODIEK ..................................................................................................................................................7 3.1. WERKWIJZE KERKUIL ....................................................................................................................................7 3.2. WERKWIJZE STEENMARTER ............................................................................................................................8 3.3.

OVERZICHT VELDBEZOEKEN ............................................................................................................................8 4. RESULTATEN .................................................................................................................................................9 4.1. AANWEZIGHEID ..........................................................................................................................................9 4.2. EFFECTENBEOORDELING.............................................................................................................................. 10 5. CONCLUSIE..................................................................................................................................................10 6. GELDIGHEID ................................................................................................................................................11 7. BIBLIOGRAFIE..............................................................................................................................................12

3

1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doel In de ruimtelijke plannen is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten Wet natuurbescherming. Met andere woorden, in het ruimtelijke ordeningstraject dient te worden aangetoond dat het plan uitvoerbaar is. In dit kader is een quickscan flora en fauna uitgevoerd voor de voorgenomen amovatie van de schuur, een open kapschuur en een bakhuis (Otte Groenadvies oktober 2019- Rapportnummer 19154) Uit de quickscan is naar voren gekomen dat het plangebied mogelijk fungeert als vaste rust- en/of verblijfplaats voor de kerkuil en steenmarter. Indien dat het geval is, heeft de ruimtelijke ingreep mogelijk consequenties voor deze soorten en worden mogelijk verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Om deze reden is geadviseerd om een nader onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van het nest of rustplaatsen, het (essentieel) leefgebied en de functionaliteit van het plangebied voor de kerkuil en steenmarter.

Doel Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen: Kerkuilen en steenmarter: - Zijn er kerkuilen en steenmarters aanwezig? - Welke functie(s) heeft de planlocatie en de omgeving voor deze soorten? - Blijft de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen, vaste rust-of verblijfplaatsen en functioneel leefgebied behouden? - Welke eigenschappen van het object of gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden? - Is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren? - Welk wettelijk belang is er waardoor de activiteiten moeten worden uitgevoerd?

1.2. Huidige situatie De planlocatie betreft een schuur, een open kapschuur en een bakhuis. Deze staan op het perceel met een woonhuis. Het perceel is verhard met betonklinkers en tegels. Rond de bebouwing is geen siertuin aanwezig. De omgeving bestaat uit gras- en agrarische percelen met maïs. De aanwezig groen aan de zijde van het woonhuis valt buiten de onderzoekslocatie. De planlocatie ligt in het buitengebied van Brummen. Aan de westzijde van de planlocatie loopt de N345. De IJssel loopt langs de oostkant van de planlocatie, deze meanderd van noord naar zuid. Ten noordoosten aan de overzijde van de rivier de IJssel ligt de stad Zutphen. Ten zuidwesten ligt de plaats Brummen.

4

Afbeelding 1. Locatie plangebied (rood) (Kadviewer, z.d.) (Google Maps, z.d.)

1.3. Project voornemen Met de voorgenomen ontwikkelingen worden de bestaande schuur, open kapschuur en bakhuis geamoveerd en wordt op een andere locatie een nieuwe woning gerealiseerd. De uitvoering van de werkzaamheden is gepland na het verkrijgen van de benodigde vergunningen.

5

2. Wettelijk belang Op het nader onderzoek is sinds 2017 de Wet natuurbescherming (Wnb) (Overheid, 2015) van kracht. De wet is een vervanging van en samenbundeling van drie voorgaande wetten, nl; • Natuurbeschermingswet 1998; • Boswet; • Flora- en Faunawet. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden. Per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen, bescherming van; • Gebieden; • Soorten; • Houtopstanden. Voor deze rapportage is enkel de bescherming van soorten van toepassing. In bijlage 1 en 2 zijn het beschermingsregime soorten Vogelrichtlijnen en jaarrond beschermde nesten bijgevoegd.

6

3. Methodiek Allereerst zal de werkwijze voor het kerkuilenonderzoek besproken worden waarna het steenmarteronderzoek aan bod komt. In hoofdstuk vier is een overzicht gegeven van het doel van de verschillende veldbezoeken, de onderzoeksdata en de bijbehorende weersomstandigheden.

3.1. Werkwijze kerkuil De kerkuil komt voor in cultuurland met gras- en bouwlanden die begrensd worden door kruidenrijke akkerranden, houtwallen, heggen of bosjes. In bossen komt de kerkuil niet voor. Kerkuilen zijn standvogels, ze blijven meestal hun hele leven in hetzelfde gebied. Door slechte weersomstandigheden en voedselschaarste in de winter gaan kerkuil zwerven. De voortplantingsperiode begint in februari met territoriaal gedrag. De leg van de eerste broedsels vindt meestal plaats van eind maart tot begin mei. Met muizenrijke jaren zijn er vervolgbroedsels in juli en augustus, soms in oktober en december. (BIJ12, 2017) Als basis voor dit onderzoek is de methodiek gebruikt zoals deze wordt omgeschreven in het Kennisdocument Kerkuil (Tyto alba) versie 1.0, BIJ12 juli 2017. Daarnaast is het Soortenstandaard Netwerk Groene bureaus gebruikt om de aanwezigheid van de kerkuil te kunnen bepalen (BIJ12, 2017). Tijdens de inventarisatie dient de aan- en/of afwezigheid van nesten, rustplaatsen of (essentieel) leefgebied, zoals foerageergebieden van de kerkuil in beeld gebracht te worden. Om de meest kansrijke plekken te bepalen voor het aantreffen van de kerkuil dient bij het inventariseren gelet worden op de habitatkenmerken waarvan de kerkuil afhankelijk is. Het onderzoek vindt plaats in de periode van februari tot half oktober met drie gerichte bezoeken.

De inventarisatie dient tijdens goede weersomstandigheden en in een geschikt biotoop plaats te vinden. De beste momenten zijn in de avond en nacht. Kerkuilen reageren niet op het afspelen van het baltsgeluid en kan daarom niet worden gebruikt tijdens nader onderzoeken De aanwezigheid van een nest van een kerkuil kan worden aangetoond door een bezet nest en/of minimaal één waarneming in de periode van 1 februari- 31 augustus van een paar in het broedbiotoop, territoriaal gedrag (feb-maart) of een bedelend jong (vanaf juni). Tijdens de inventarisatie momenten dient er ook te worden gekeken naar sporen als krijtstrepen en uilenballen. (BIJ12, 2017) Tijdens het onderzoek is gebruik gemaakt van een verrekijker (Barr & Stroud, Sierra Binocular 8x42). Op de planlocatie en directe omgeving van het plangebied is een visuele inventarisatie uitgevoerd. Het weer is van invloed op de activiteiten van de kerkuil en daardoor op de doelmatigheid van het inventariseren. Regen en harde wind zijn geen ideale weersomstandigheden voor de kerkuil. Tijdens dergelijke weersomstandigheden wordt niet gewerkt. Droog weer en geen harde wind zijn ideale omstandigheden voor de vliegbewegingen van de kerkuil. Gedurende de veldbezoeken wordt het onderzoeksgebied en directe omgeving geïnventariseerd om een goed beeld te krijgen van het gedrag en mogelijke verblijfplaatsen.

7

3.2. Werkwijze steenmarter De steenmarter heeft een voorkeur voor steenachtige biotopen en schuilplaatsen De steenmarter komt voor in een parklandschap, bosloze gebieden, steengroeven en gebouwen. Deze soort is een echte cultuurvolger en hij is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen, boerderijen en grote steden. De aanwezigheid van groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen zijn van belang, hier zoekt de steenmater zijn voedsel. Nader onderzoek op de steenmarter is maatwerk, veelal wordt deze uitgevoerd op basis van waarnemingen in de vorm van vraatsporen, uitwerpselen en loopsporenontlasting, kadavers of nestactiviteiten. Het onderzoek wordt uitgevoerd in de actieve periode van de steenmarter, deze loopt van juni tot augustus/september. (Zoogdiervereniging, z.d.)

3.3. Overzicht veldbezoeken In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de onderzoeksdata en omstandigheden tijdens het onderzoek naar de kerkuil en steenmarter. De veldonderzoeken zijn uitgevoerd door T.M. Stam, Gecertificeerd Stadswerk Flora en Fauna controleur. Kerkuilen- en steenmarteronderzoek Datum Periode Tijdstip Zonsopkomst/ Temperatuur Wind Weertype onderzoek ondergang 25 februari Avond/nacht 17:45 uur – 07.30 uur/ 6°C 3 Bf Bewolkt 2020 20.15 uur 18.07 uur 23 maart Avond/nacht 18:45 uur 06.29 uur/ 6 °C 2 Bf Helder 2020 21:15 uur 18.59 uur 24 april 2020 Avond/nacht 20.45 uur – 06.17 uur/ 12°C 3 Bf Licht bewolkt 23:00 uur 20.50 uur Tabel 1. Schematisch overzicht onderzoeksmomenten (Zonsopgangzonsondergang, z.d.) (KNMI, z.d.)

8

4. Resultaten 4.1. Aanwezigheid Kerkuilen 25 februari 2020 De weersomstandigheden waren bewolkt, droog en 6°C. Tijdens het onderzoek zijn er geen kerkuilen waargenomen op de planlocatie. Wel zijn er sinds de uitgevoerde Quickscan (Otte Groenadvies, 2019) nieuwe braakballen op de zolder van de kapschuur aangetroffen. 23 maart 2020 De weersomstandigheden waren helder, droog en 6°C. Tijdens het onderzoek zijn er geen uilen gezien en gehoord op de planlocatie. Tussen de inventarisatie perioden zijn er vier braakballen bijgekomen. Mogelijk gebruikt de uil deze locatie sporadisch als rustlocatie. 24 april 2020 De weersomstandigheden waren licht bewolkt, droog en 12°C. Tijdens het veldbezoek is de kerkuil overvliegend waargenomen. In de overkapping zijn geen nieuwe braakballen bijgekomen. Op onderstaande afbeelding is de overvliegende kerkuil aangeduid met daarnaast eventuele rust- en verblijfplaatsen.

Afbeelding 2. Locatie plangebied (rood), overvliegen kerkuil (blauwe lijn), mogelijke rust- en verblijfplaatsen (roze) (Google Maps, z.d.) Steenmarter Tijdens de drie hierboven genoemde inventarisatiemomenten zijn de schuren grondig gecontroleerd op sporen van de steenmarter. Er is in de onderzoeksperiode geen ontlasting bijgekomen of overige sporen als nestactiviteiten en kadavers waargenomen. Er zijn geen waarnemingen van de steenmarter of van het gebruik van deze soort gedaan op de planlocatie.

9

4.2. Effectenbeoordeling Kerkuilen Gedurende de avond is er een vliegbeweging van de kerkuil waargenomen, waardoor een beeld is ontstaan van het gebruik van de planlocatie. Uit de bevindingen blijkt dat de planlocatie en directe omgeving nauwelijks als foerageergebied en rustplaats wordt gebruikt, verblijfplaatsen zijn niet aanwezig. Door uitwijkmogelijkheden die gebruikt kunnen worden als rustplaats in de omgeving zijn negatieve effecten op de kerkuil niet te verwachten. Steenmarter De steenmarter gebruik de planlocatie mogelijk om te foerageren. De planlocatie wordt niet gebruikt als vaste rust- en verblijfplaats voor deze soort. Negatieve effecten zijn uitgesloten.

5. Conclusie 5.1. Conclusie -

Uit onderzoek blijkt dat de voorgenomen ontwikkelingen geen essentieel belang vertegenwoordigt voor kerkuilen en steenmarters. Hiervoor hoeft geen compensatie/mitigatieplan te worden opgesteld; Op de planlocatie worden geen negatieve effecten verwacht op het foerageergebied; Op de planlocatie zijn geen vaste verblijfplaatsen aanwezig, de locatie wordt mogelijk af en toe gebruikt als rustplaats; De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de gunstige staat van instandhouding van kerkuilen en de steenmarter; Voor de geplande werkzaamheden hoeft geen ontheffing worden aangevraagd; Voor de geplande werkzaamheden geldt de algemene zorgplicht, dit houdt in dat ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moet worden.

10

6. Geldigheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. De bevoegde gezag (provincie Gelderland) hanteren de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens mogen maximaal 3 jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.” Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in hoofdstuk 1. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden.

11

7. Bibliografie BIJ12. (2017, Juli). Kennisdocument Kerkuil. Opgeroepen op 28 April 2020, van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-011-Kennisdocument-Kerkuil-1.0.pdf Google Maps. (z.d.). Online kaarten. Opgeroepen op 28 April 2020, van https://www.google.nl/maps Kadviewer. (z.d.). Online kaarten. Opgeroepen op 28 April 2020, van https://kadviewer.map5.nl KNMI. (z.d.). Koninklijk Nederlands Metreologisch Instituut. Opgeroepen op 28 April 18, 2020, van https://www.knmi.nl/nederland-nu/weer/verwachtingen Otte Groenadvies. (2019). 19154 Quick scan flora en fauna. Nijverdal. Overheid. (2015, December 16). Wet natuurbescherming. Opgeroepen op 28 April 2020, van https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-10-01 Zonsopgangzonsondergang. (z.d.). Zonsopgangzonsondergang. Opgeroepen op 28 April 18, 2020, van https://www.zonsopgangzonsondergang.nl/hoe-laat-donker/ Zoogdiervereniging. (z.d.). Steenmarter. Opgeroepen op April 2020, van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/steenmarter

12

Bijlage 5 Sikstofonderzoek

76

Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)

2020 Berekening stikstofdepositie woning Weg door de Plas 20 Brummen

Busscher Milieu Advies Marco Busscher Versie 03 Vrijgave: M. Busscher Handtekening: Datum: 24-08-2020

24-8-2020

Onderzoek stikstofdepositie Weg door de Plas 20 Brummen Versie 03

Inleiding M. Geltink is voornemens om bij het adres Weg door de Plas 20 in Brummen een aantal schuren te slopen en een nieuwe woning te bouwen. Voor de bouw van de woning en de sloop van drie schuren zal gedurende enkele maanden met (deels zware) voertuigen van en naar het plangebied worden gereden. De daarbij optredende stikstofemissies kunnen leiden tot extra stikstofdepositie op de nabij gelegen Natura 2000-gebieden. Om die reden is de depositie van stikstof ten gevolge van de sloop en bouw van de woning berekend met het programmapakket Aerius Calculator 2019A. Deze notitie bevat een toelichting op deze berekening en bevat tevens de uitdraai van de Aeriusberekening. Daarnaast is ook de gebruiksfase in beeld gebracht. Hieronder is de ligging van locatie Weg door de Plas 20 ten opzichte van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied weergegeven. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitatgebied betreft het natuurgebied Rijntakken, gelegen op circa 1.600 meter van het gebied.

Figuur 1: Overzicht plangebied en omliggende Natura 2000-gebieden

1

Onderzoek stikstofdepositie Weg door de Plas 20 Brummen Versie 03

Wettelijk kader De nieuwe beleidsregels omtrent beoordeling van projecten waarbij er mogelijk sprake is van verslechterende of significante verstorende effecten op Natura 2000-gebieden zijn 13 december 2019 door de provincies vastgesteld. Deze beleidsregels geven samengevat aan dat een toename van stikstofdepositie, onder voorwaarden, kan worden gesaldeerd met afnamen van stikstofdepositie binnen of buiten het project (het zogenaamde intern of extern salderen). Op deze wijze kan, voor zover het onderdeel stikstofdepositie betreft een situatie worden bereikt waarbij uit de passende beoordeling volgt dat er geen sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van enig Natura 2000-gebied en/of de betreffende instandhoudingsdoelstellingen in gevaar worden gebracht. Voor wat betreft extern salderen wordt opgemerkt dat rekening gehouden dient te worden met afromen (70% van de over te nemen stikstofdepositie mag worden gebruikt). Voor extern salderen volgen op een later tijdstip specifieke regels. In onderstaand schema is bovenstaande omschrijving overzichtelijk weergegeven.

2

Onderzoek stikstofdepositie Weg door de Plas 20 Brummen Versie 03

Invoergegevens Aerius In AERIUS zijn standaard emissie-kengetallen opgenomen op basis waarvan de emissie van NOx en NH3 wordt bepaald. Ook de bewegingen van en naar het terrein dienen in de berekening meegenomen te worden. Conform jurisprudentie dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden tot dat het verkeer op is genomen in het heersende verkeersbeeld. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is dit het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer, onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen emissie ten gevolge van de verkeersgeneratie van het plan en de emissies bij de aanleg in het plan zelf. De nieuw te bouwen woning genereert nagenoeg geen extra gemotoriseerd verkeer naar de Weg door de Plas. Het is nog niet duidelijk of er wel of geen gasaansluiting in de nieuw te bouwen woning komt. In voorliggend onderzoek is echter uitgegaan van een gasaansluiting. De stikstofemissie van de toekomstige situatie (gebruiksfase) is echter verwaarloosbaar ten opzichte van de aanlegfase. Desondanks is de zogenaamde gebruiksfase van de nieuw te bouwen woning doorgerekend met Aerius Calculator 2019A.

Emissies sloop schuren en bouw woning Aan de hand van literatuurstudie, de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van slopen en bouwen en de omvang van de te slopen schuren en de te bouwen woning zijn de in te zetten machines en de gebruiksduur bepaald. Ook het verkeer van en naar de bouwlocatie is in de Aeriusberekening meegewogen. De ligging van de locatie bepaalt wanneer de aan- en afvoerbewegingen kunnen worden beschouwd als zijnde ‘opgenomen in het heersende verkeersbeeld’. Hieronder zijn de omvang en de uitgangspunten ten aanzien van het in te zetten materieel weergegeven. Wat de inzet van materieel betreft is uitgegaan van: • • • • • • • •

inzet van een rupskraan voor het slopen van de schuren; inzet van een shovel voor laden sloopmateriaal; inzet van een vorkheftruck om materialen van de vrachtauto naar de bouwlocatie te brengen en transport materialen op locatie; inzet van een graafmachine voor het ontgraven van de fundering en het woonrijp maken; inzet van een trilplaat voor verdichten zand en aftrillen bestrating; inzet van een minigraver voor aanleg riolering en leidingen; inzet van een vaste bouwkraan; inzet (vracht)voertuigen (per dag). Hierbij gaat het om de aan- en afvoer van sloop- en bouwmateriaal, machines en personeel. Daarbij is voor wat betreft het vrachtverkeer uitgegaan van enkel zwaar vrachtverkeer (worse case). Werktuig

Emissie [kg] 1,1 0,7 0,6 0,3 0,1 0,4 1,4 0,3

Bj. vanaf 2015 2015 2011 2015 2008 2015 2015 2015

trilwals 8 10 40 3,4 1,10 0,1 Figuur 2: Berekening emissie NOx mobiele werktuigen (I=sloop, II=bouwrijp, III=bouwen, IV=woonrijp)

2011

I

II III IV

graafmachine rups Shovel minigraver graafmachine trilwals bouwkraan vorkheftruck graafmachine

Duur [uur] 30 15 6 18 8 20 80 18

Verm. [kW] 200 200 60 100 10 100 100 100

Lastf. [%] 60 60 60 60 40 50 60 60

Emissie [g/kWh] 0,3 0,4 3,3 0,3 3,4 0,4 3,3 0,3

TAF 0,87 1,05 0,87 0,87 1,10 0,95 0,95 0,87

In bijlage 1 is een compleet overzicht opgenomen van de uitgangspunten die hierbij gehanteerd zijn. 3

Onderzoek stikstofdepositie Weg door de Plas 20 Brummen Versie 03

Wijze van modellering De activiteiten en de daarbij behorende emissies zijn in de berekening meegenomen door middel van diverse punt- en lijnbronnen. Onderstaande uitgangspunten zijn hierbij gehanteerd: • • •

De emissie van materieel voor de sloop van de bestaande gebouwen is door middel van een puntbron in het model opgenomen; Voor de emissies van het materieel en de stilstaande vrachtvoertuigen tijdens de bouw is een puntbron gehanteerd voor het gebied waar gebouwd gaat worden en de bij de bouwfase horende emissies zijn hiervoor toegepast; Voor het materieel (mobiele werktuigen) is uitgegaan van de standaard bronkenmerken uit AERIUS, voor de vrachtvoertuigen is uitgegaan van een gemiddelde emissiehoogte van 2,5 meter boven maaiveld. Voor het materieel en de werktuigen is geen warmte-output gehanteerd (worse case).

De motorvoertuigbewegingen met personen- en vrachtvoertuigen vinden op de omliggende (bestaande) wegen plaats. Voor het aankomende rijdende verkeer is uitgegaan van een route vanaf de rotonde N348/N345 tot aan de bouwlocatie. Het vertrekkende verkeer rijdt de omgekeerde weg, vanaf de bouwlocatie tot aan de rotonde N348/N345. Voor deze lijnbron is gerekend met het wegtype ‘Binnen bebouwde kom’.

N345

N348

Figuur 3: Overzicht verkeersgeneratie

4

Onderzoek stikstofdepositie Weg door de Plas 20 Brummen Versie 03

Rekenresultaat De conclusie uit de berekening luidt als volgt: er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Bijlage 2 bevat in pdf de Aerius-resultaatberekening. Overzicht locatie woning

Figuur 4: Overzicht te slopen bebouwing in het plangebied (met geel aangegeven) Figuur

Figuur 5: Nieuw te bouwen woning (met rood aangegeven)

5

Onderzoek stikstofdepositie Weg door de Plas 20 Brummen Versie 03

Gebruiksfase Nadat de woning gebouwd is (realisatiefase) zal de woning in gebruik worden genomen (gebruiksfase). De stikstofbronnen in de gebruiksfase bestaan enkel uit de emissie van de woning (in deze meer specifiek een extra gasaansluiting) en de extra verkeersbewegingen naar de woning. Voor wat betreft de emissie van de woning is uitgegaan van de standaard emissiewaarde op basis van vrijstaande woning die is voorzien van een gasaansluiting (bron: CBS/CPB/ER). Voor wat betreft de emissies van de verkeersbewegingen is uitgegaan van een ruim aantal bewegingen van 10 extra bewegingen per dag met personen auto’s en 2 extra zware vrachtwagenbewegingen. Dit betreft een ruime overschatting.

Figuur 6: Emissiefactor vrijstaande woning (bron: CBS/CBP/ER)

Rekenresultaat Ondanks de ruimte overschatting van de gebruiksfase luidt de conclusie uit de berekening als volgt: er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Bijlage 3 bevat in pdf de Aerius-resultaatberekening.

6

Onderzoek stikstofdepositie Weg door de Plas 20 Brummen Versie 03

Bijlage 1: Uitgangspunten voor Aerius-berekening M. Geltink, Weg door de Plas 20, 6971 JN Brummen - woning uitgangspunten voor berekeningen AERIUS

REALISATIEFASE

Total e oppervl akte perceel 4440 m2 Woonri jp oppervl a kte 1120 m2 Te s l open gebouwen totaa l 1785 m3 Afvoer betonpl aten 2x2mtr 308 m2 Ontgra ven nieuwe woni ng 100 m2

wa arop ni euwe woni ng komt 1100 kg/s tuk ci rca

I Te slopen gebouwen Afvoer s l oopmateri a a l 15% van m3 Benodi gde vra chtwa gens Afvoer betonpl a ten Benodi gde vra chtwa gens La adti jd s l oopmateri aa l Total e la a dti jd

268 m3 0,15% a anna me 14 20 m3 per vra cht 85 ton totaa l 5 20 ton per vra cht 10 mi nuten per vracht, l a s tfactor 20% 4 uur

Graa fma chi ne Shovel

30 uur 15 uur

1 wk a anna me30 uur per week 1 wk a anna me15 uur per week

30 m3 2 s tuks 6 uur 1 vra cht 18 uur 8

0,3 (oppervl a k x 30 cm s chatti ng) 20 m3 per vra cht wk 1 a anna me 6 uur per week 1 vra cht 1 a anna me 18 uur per week wk wk 1 a anna me 8 uur per week

II Bouwrijp Aanvoer zand (evt. verdi chtings ma teri aa l ) Benodi gde vra chtwa gens Mi ni graver (s l euven ka bel s /l ei di ngen/ri ool ) Aanvoer ri ol eri ng- l ei di ngmateri al en Graa fma chi ne ontgra ven/verdi chten Tri l wa l s

III Bouw Aanvoer materi al en compl ete hui s 1400 ton (i ncl . funderi ng/muren/tus s envl oeren/da k) Benodi gde vra chtwa gens i ncl . betonmixer etc. 47 s tuks Bouwkra an - va s t - el ectri s ch 20 uur Vorkheftruck 80 uur

a anna me 700 m3

2 ton/m3

30 ton/vra cht 15 mi nuten los ti jd 2 wk a anna me10 uur per week 10 wk a anna me 8 uur per week

IV Woonrijp Graa fma chi ne Tri l wa l s Aanvoer materi al en

18 uur 8 uur 1 vra cht

Aantal bewegingen motorvoertuigen Bus jes en pers onena uto's Vra chtwagens

390 per ja a r 26 wk s cha tti ng 3 per dag 71 per ja a r

7

1 wk a anna me18 uur per week 1 wk a anna me 8 uur totaa l a anna me 1 vrachtwagens tota al

5 werkda gen

Onderzoek stikstofdepositie Weg door de Plas 20 Brummen Versie 03

Bijlage 2: Resultaat Aerius-berekening realisatiefase PDF: AERIUS_bijlage: RRihzbpPb5ov (21 augustus 2020)

8

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RRihzbpPb5ov (21 augustus 2020) pagina 1/7

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Busscher Milieu Advies

Weg door de Plas 20, 6971 JN Brummen

Omschrijving

AERIUS kenmerk

sloop schuren + bouw woning Weg door de Plas Brummen

RRihzbpPb5ov

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

21 augustus 2020, 08:41

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

19,71 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

sloop twee schuren bouw woning

Situatie 1

RRihzbpPb5ov (21 augustus 2020) pagina 2/7

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

-

4,44 kg/j

< 1 kg/j

2,31 kg/j

II Bouwrijp Weg door de Plas Brummen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

-

1,88 kg/j

III Bouwen Weg door de Plas Brummen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

-

9,47 kg/j

IV Woonrijp Weg door de Plas Brummen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

-

1,61 kg/j

I Sloop Weg door de Plas Brummen woning Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

2 Aan- en afvoerbewegingen Weg door de Plas Brummen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

Situatie 1

RRihzbpPb5ov (21 augustus 2020) pagina 3/7

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam

Situatie 1

Locatie (X,Y) NOx

Voertuig

Omschrijving

AFW

Brandstof verbruik (l/j)

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

graafmachine slopen

4,0

4,0

0,0 NOx

2,16 kg/j

AFW

shovel slopen

4,0

4,0

0,0 NOx

1,44 kg/j

AFW

vrachtwagen stilstaand sloop

2,5

4,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

I Sloop Weg door de Plas Brummen woning 208615, 457721 4,44 kg/j

Soort

Voertuig

Standaard

Standaard

Situatie 1

2 Aan- en afvoerbewegingen Weg door de Plas Brummen 207982, 457397 2,31 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

780,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Zwaar vrachtverkeer

143,0 / jaar NOx NH3

1,61 kg/j < 1 kg/j

RRihzbpPb5ov (21 augustus 2020) pagina 4/7

Resultaten

Naam

Locatie (X,Y) NOx

Voertuig

Omschrijving

AFW

Brandstof verbruik (l/j)

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

Minigraver bouwrijp

4,0

4,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

AFW

graafmachine bouwrijp

4,0

4,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

AFW

trilwals

4,0

4,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

AFW

vrachtwagen stilstaand bouwrijp

2,5

4,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx

Resultaten

II Bouwrijp Weg door de Plas Brummen 208619, 457721 1,88 kg/j

Voertuig

Omschrijving

AFW AFW

Situatie 1

Brandstof verbruik (l/j)

III Bouwen Weg door de Plas Brummen 208619, 457719 9,47 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

vorkheftruck bouwen

4,0

4,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

vrachtwagen stilstaand bouwen

2,5

4,0

0,0 NOx

8,82 kg/j

RRihzbpPb5ov (21 augustus 2020) pagina 5/7

Resultaten

Naam

Locatie (X,Y) NOx

Resultaten

Voertuig

Omschrijving

AFW

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

graafmachine woonrijp

4,0

4,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

AFW

trilplaat

4,0

4,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

AFW

vrachtwagen stilstaand woonrijp

2,5

4,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

Situatie 1

Brandstof verbruik (l/j)

IV Woonrijp Weg door de Plas Brummen 208617, 457719 1,61 kg/j

RRihzbpPb5ov (21 augustus 2020) pagina 6/7

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200805_f3dee6357e Database versie 2019A_20200805_f3dee6357e Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Situatie 1

RRihzbpPb5ov (21 augustus 2020) pagina 7/7

Bijlage 3: Resultaat Aerius-berekening gebruiksfase PDF: AERIUS_bijlage: RvfUHPB28YmH (24 augustus 2020)

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RvfUHPB28YmH (24 augustus 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Busscher Milieu Advies

Weg door de Plas 20, 6971 JN Brummen

Omschrijving

AERIUS kenmerk

gebruiksfase

RvfUHPB28YmH

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

24 augustus 2020, 11:40

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

14,52 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

gebruiksfase (verkeersbewegingen)

Situatie 1

RvfUHPB28YmH (24 augustus 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

uitstoot cv ketel (gas) Wonen en Werken | Woningen

2 Aan- en afvoerbewegingen Weg door de Plas Brummen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

-

3,00 kg/j

< 1 kg/j

11,52 kg/j

RvfUHPB28YmH (24 augustus 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

uitstoot cv ketel (gas) 208626, 457726 15,0 x 10,0 x 8,0 m 25°

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

Gebouw (LxBxH) Oriëntatie Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

5,0 m 0,000 MW Continue emissie 3,00 kg/j 2 Aan- en afvoerbewegingen Weg door de Plas Brummen 207982, 457397 11,52 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

10,0 / etmaal NOx NH3

3,29 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

2,0 / etmaal NOx NH3

8,22 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RvfUHPB28YmH (24 augustus 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200805_f3dee6357e Database versie 2019A_20200805_f3dee6357e Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Situatie 1

RvfUHPB28YmH (24 augustus 2020) pagina 5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9858799/1