045 - Bijlagenboek ontwerpbestemmingsplan Weg door de Plas ong.
Tekst van het document
Bestemmingsplan Weg door de Plas ong. Gemeente Brummen Bijlagenboek
Bestemmingsplan Weg door de Plas ong. Gemeente Brummen Bijlagenboek
Rapportnummer:
P02454_bijlagen
IMRO-identificatienummer:
NL.IMRO.0213.BPBG700074-va01
Datum:
7 januari 2021
Projectteam BRO:
MvDn, TA
Concept:
December 2019
Ontwerp:
Augustus 2020
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Weg door de Plas ong.
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
3
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
4
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek
6
Bijlage 3
Quickscan Flora en fauna
38
Bijlage 4
Nader onderzoek kerkuil en steenmarter
63
Bijlage 5
Sikstofonderzoek
76
Bijlage 6
Evaluatierapport bodemsanering PAK en asbest
99
2
Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)
Bijlagen bij toelichting
Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)
3
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing
4
Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)
Initiatief Perceel 1080 m2 Nieuw te bouwen woonhuis 113 m2 Te slopen 547 m2 Inpassingsmaatregelen 1. Oprijlaan richting het erf versterken Het accentueren van de oprijlaan richting het woonperceel door aan één zijde een bomenrij aan te planten (5 eikenbomen) die aansluit bij de bomenrij aan de overzijde van de oprijlaan; 2. Toevoegen van een lage haag Door het toevoegen van een lage haag van ca. 1 m hoog (5 stuks per m1) rondom het perceel zal het de sfeer en uitstraling krijgen van een erf. Beplanting die typerend is voor een haag in het oeverwallen landschap zijn meidoorn, veldesdoorn of ligusterhaag; Zicht naar het achterland
3. Aanplanten van een solitaire boom Kenmerkend voor een erf is dat er verspreid over het erf één of meerdere solitaire bomen staan. Er kan gebruik gemaakt worden van de volgende soorten: walnoot, kastanje, gewone es, linde of rode beuk; Zicht naar achterland De weidsheids van het landschap moet zichtbaar blijven vanaf het nieuw te bouwen woonhuis;
Open houden van de zone aan de voorkant
Open houden van de zone aan de voorkant Contrast tussen het meer besloten erf en de open graslanden rondom benadrukken. Het typerende kleinschalige landschap zal door deze inpassingen versterkt worden.
3
Zicht naar het achterland
2
Melkhuisje
1
Te slopen schuur
plas Weg door de
N348
Nieuw te bouwen Bestaande bomen Bestaande woning
Landschappelijke inpassing Weg door de Plas 20 bestaande Behouden Gemeente Brummen bosschage
Bosscheweg 107 Boxtel
datum: 23-04-2020
schaal: 1:500
www.bro.nl
getekend: LW
formaat: A3
tekening nr.: -
project nr.: P02454
info@bro.nl
telefoon +31 (0)411 85 04 00
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek
6
Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)
Akoestisch onderzoek Plan Weg door de plas 20 Brummen Geluidbelasting wegverkeerslawaai 19.119.01 versie 02
Behandeld door: Ing. R. Herik Opdrachtgever: M. Geltink Weg door de plas 20 6971 JN Brummen Hengelo 12 maart 2020
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
2
1
Inleiding
3
2
Situatie
3
3
Geraadpleegde bronnen
3
4
Wet Geluidhinder
4
4.1 Algemeen
4
4.2 Wegverkeerslawaai
4
Gegevens voor de berekeningen
6
5.1 Verkeersgegevens
6
6
Berekeningsresultaten
7
7
Hogere grenswaarde
8
8
Conclusie
9
5
FIGUREN EN BIJLAGEN
Figuur 1-1: Figuur 1-2:
situatie en ligging van het plan situatie en ligging zonder luchtfoto
Figuur 2:
vigerende bestemming
Figuur 3-1: Figuur 3-2:
rekenmodel met rekenresultaten N348 met aftrek ex artikel 110g rekenmodel met rekenresultaten cumulatief zonder aftrek ex artikel 110g
Figuur 4:
rekenmodel met nummering objecten en bodemgebieden
Bijlage 1: Bijlage 2:
invoergegevens rekenmodel rekenresultaten met en zonder aftrek ex artikel 110g
Akoestisch onderzoek – Woning Weg door de Plas 20 Brummen – 19.119.01 versie 21
2
1
Inleiding In opdracht van M. Geltink heeft Akoestisch Buro Tideman een akoestisch onderzoek verricht ten behoeve van de realisatie van een woonfunctie aan de Weg door de Plas 20 te Brummen Het voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op de geluidbelasting door wegverkeer binnen zones langs wegen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Het doel van het akoestisch onderzoek is het berekenen en het toetsen van de geluidsbelasting afkomstig van het wegverkeer. Volgens de Wet geluidhinder moeten hierin toekomstige ontwikkelingen worden betrokken. De geluidbelasting moet worden bepaald in het maatgevend jaar dat is vastgesteld op 10 jaar na onderzoek, in dit geval 2029. De geluidbelasting kan, mede om deze reden, alleen rekenkundig worden vastgesteld. De geluidsbelasting wordt getoetst aan de streef- en grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Toetsing vindt plaats op basis van een ‘nieuwe situatie’, waarbij 48 dB de voorkeursgrenswaarde is voor wegverkeerslawaai. In dit rapport worden de situatie, de relevante onderdelen van de Wet geluidhinder en de rekenresultaten toegelicht. Vervolgens wordt een conclusie gegeven.
2
Situatie In figuur 1 en figuur 2 is de situatie weergeven. Het plan omvat de realisatie van een woonfunctie op het pand op de positie aangegeven in figuur 1-1. Het plan ligt binnen de zone van N348 zijnde de een provinciale weg lokaal bekand als de IJsselgouw. Het plan ligt buiten 400 meter van de overige wegen. Alleen de N348 hoeft in het onderzoek te worden betrokken. Aan de hand van de bekende omgevingskenmerken en de verkeersintensiteiten kan de geluidbelasting worden berekend. Hierbij is gebruik gemaakt van de Standaard Rekenmethode II zoals beschreven in het “Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012, Bijlage III” uit 2012 (afgekort met RMW-2012). Per weg dient de berekende geluidbelasting te worden getoetst aan de richtwaarden genoemd in de Wet Geluidhinder.
3
Geraadpleegde bronnen Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: • Situatie en kadastrale informatie opgenomen als figuur 1; • Planschets opgenomen als figuur 2; • Verkeersgegevens afkomstig van de website “Gelders Verkeer”; • Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en Meetvoorschrift Geluidhinder (RMG2012). Gerekend is met het programma GEOMILIEU, versie 5.10.
Akoestisch onderzoek – Woning Weg door de Plas 20 Brummen – 19.119.01 versie 21
3
4
Wet Geluidhinder
4.1
ALGEMEEN Als een gemeentebestuur via het bestemmingsplan de bouw van geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk maakt, is er sprake van een ‘nieuwe situatie’ in de zin van de Wet geluidhinder. Indien een geluidsgevoelige bestemming, zoals een woning die binnen de geluidszone van een weg wordt geprojecteerd, moet een akoestisch onderzoek uitgevoerd worden naar de geluidsbelasting afkomstig van die weg.
4.2
WEGVERKEERSLAWAAI In de Wet Geluidhinder is bepaald dat iedere weg een geluidszone heeft. Een zone is in feite een akoestisch aandachtsgebied. De breedte van de zone wordt bepaald door het aantal rijstroken en de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied. Het binnen- en buitenstedelijk gebied is als volgt gedefinieerd: • •
buitenstedelijk: het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied (binnen en buiten de bebouwde kom) binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; binnenstedelijk: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van de gebieden binnen de zone van een autoweg of autosnelweg.
De volgende wegen zijn echter vrijgesteld van een zone: • wegen, die liggen binnen een woonerf; • wegen, waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km/uur. De vraag of een perceel al dan niet binnen de bebouwde kom ligt is van feitelijke aard. Niet de plaats van het verkeersbord dat de bebouwde kom aangeeft, is bepalend, maar de aard van de omgeving. De geluidszone ligt aan weerszijden van de weg. Aan het uiteinde van een weg loopt de zone door over een afstand gelijk aan de zonebreedte, met de breedte die zij had aan het einde van de weg. Bij verschillende zonebreedten van één weg, loopt het breedste zonedeel door over een derde van de grootste zone-afstand en sluit dan met een loodlijn aan op de kleinere zone. Het akoestisch onderzoek richt zich op de te verwachten geluidbelasting op de geluidsgevoelige bestemmingen in de geluidszone. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidsbelasting afkomstig van wegverkeer bedraagt voor nieuwe woningen 48 dB. In bepaalde gevallen mogen hogere waarden worden toegepast. De maximaal toegestane waarde bedraagt 63 dB in stedelijk en 53 dB in buitenstedelijk gebied. Bij vervangende bouw liggen deze maxima 5 dB hoger.
Vanwege de verwachting dat het wegverkeer op middellange termijn stiller wordt (betere uitlaat/stillere motoren), wordt op grond van artikel 110 g van de Wet geluidhinder een aftrek op de rekenresultaten toegestaan alvorens te toetsen aan de wettelijke waarden. Deze aftrek bedraagt 5 dB voor wegen waarop met een snelheid van minder dan 70 km/uur wordt gereden.
Akoestisch onderzoek – Woning Weg door de Plas 20 Brummen – 19.119.01 versie 21
4
Voor wegen waar de representatieve snelheid voor lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt, bedraagt de aftrek op basis van artikel 110g Wgh (art. 3.4, lid 1): 4 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 57 dB is. 3 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 56 dB is; 2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting. en 2 dB of meer voor wegen waarop 70 km/uur of meer wordt gereden. Bij toetsing aan het Bouwbesluit bedraagt de aftrek 0 dB. Indien een hogere waarde wordt toegepast, moet door middel van een gevelisolatieberekening worden aangetoond dat de geluidsbelasting binnen de woning de maximaal toelaatbare waarde niet overschrijdt. Bij een nieuwe woning maakt de gevelisolatieberekening onderdeel uit van de bouwaanvraag.
Akoestisch onderzoek – Woning Weg door de Plas 20 Brummen – 19.119.01 versie 21
5
5
Gegevens voor de berekeningen Voor het uitvoeren van de berekeningen zijn de volgende gegevens nodig: • uurintensiteiten van de diverse categorieën van het verkeer; • de verkeerssnelheden; • de situering van het te onderzoeken pand ten opzichte van de omringende wegen en bebouwing; • het type wegdek • de invloed van de bodem op de geluidoverdracht. De gegevens dienen bepaald te zijn voor de toestand zoals die is te verwachten minimaal 10 jaar na het opstellen van het rapport, in dit geval voor het jaar 2029. De berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en Meetvoorschrift Geluidhinder. Gerekend is met het programma GEOMILIEU, versie 5.10.
5.1
VERKEERSGEGEVENS De verkeersgegevens zijn afkomstig van de website Gelders Verkeer. Voor de N348 wordt een etmaalintensiteit aangegeven van 13640 voertuigen voor het jaar 2018. Er is uitgegaan van een autonome groei van 1.5% per jaar hetgeen leidt tot een etmaalintensiteit in 2029 van 16067 mvt/etm. De wettelijk toegestane maximum snelheid is 80 km/u. De volgende verdeling is gehanteerd (overeenkomstig de opgave van de wegbeheerder):
De weg is opgedeel in twee rijrichting et elk een etmaalintensiteit van 8034 mvt (totaal 16067 mvt/etmaal). In bijlage 2 zijn de invoergegevens opgenomen van dit betreffende rekenmodel. In de figuren 31 en 3-2 is een weergave opgenomen van het rekenmodel.
Akoestisch onderzoek – Woning Weg door de Plas 20 Brummen – 19.119.01 versie 21
6
6
Berekeningsresultaten De geluidbelasting op het plan is bepaald op drie punten op de woning. De ligging van de waarneempunten is weergegeven in figuur 3-1 en 3-2. De hoogte van de waarneempunten is gekozen op 1.5 en 5 meter. Gerekend is met een bodemfactor van 0.7, de weg en het gebied rondom het object is als hard gebied aangemerkt. De invoergegevens van het model zijn opgenomen als bijlage 2. Berekeningen zijn tevens opgenomen als bijlage 3. In bijlage 3 zijn de waarden weergegeven op de begane grond en de verdieping. De geluidbelasting op de verdieping als gevolg van het verkeer over de N348 bedraagt maximaal 57 dB. De rijsnelheid op deze weg bedraagt 80 km/u. Na aftrek van 4 dB op grond van artikel 110g bedraagt de geluidbelasting maximaal 53 dB op de verdieping van de woning. De geluidbelasting op het maatgevend object is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Voor de verdere ontwikkeling van deze locatie dient een hogere waarde procedure te worden opgestart waarbij een hogere waarde tot 53 dB wordt vastgesteld voor de deze woning.
Akoestisch onderzoek – Woning Weg door de Plas 20 Brummen – 19.119.01 versie 21
7
7
Hogere grenswaarde De gemeente Brummen heeft geen geluidbeleid vastgesteld. De criteria voor het vaststellen van een hogere waarde zijn genoemd in de Wet Geluidhinder. In artikel 110a lid 5 van de Wet geluidhinder is bepaald dat een hogere waarde alleen kan worden verleend als “de toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting vanwege het industrieterrein, de weg of spoorweg, van de gevel van de betrokken woningen of andere geluidgevoelige gebouwen onderscheidenlijk aan de grens van de betrokken geluidgevoelige terreinen tot de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard". Om de geluidbelasting op deze woning terug te dringen zijn maatregelen aan deze weg zoals het aanbrengen van stil asfalt financieel niet haalbaar. Maatregelen in het tussengebied zouden kunnen bestaan uit een geluidscherm. Om voldoende effect te hebben zou de zichtlijn tussen de woning en de weg moeten worden doorbroken. Dit resulteert in een lengte van het scherm die verder gaat dan het perceel dat in eigendom is.. Een dergelijk scherm in het tussengebied is vanuit landschappelijk, stedenbouwkundig en financieel oogpunt niet wenselijk.
Als mogelijkheid voor de realisatie van deze woning blijft over het vaststellen van een hogere waarde. Het toepassen van de procedure voor hogere grenswaarden kan worden gevolgd voor de onderstaande situaties. 1. Verspreid gesitueerd zijn; 2. ter plaatse dringend noodzakelijk om reden van grond of bedrijfsgebondenheid; 3. door de gekozen situering een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen; 4. ter plaatse gesitueerd worden als vervanging van bestaande bebouwing; 5. in een dorps- of stadsvernieuwingsplan worden opgenomen; 6. door de gekozen situering of bouwvorm een doelmatige akoestisch afschermende functie gaan vervullen voor andere woningen of voor andere geluidgevoelige bestemmingen; 7. in de omgeving van een station of halte gesitueerd worden.
Hier is criteria 4 van toepassing. Naast de bovengenoemde hoofdcriteria is aangegeven dat een maximaal toelaatbaar binnenniveau in de woning is toegestaan van 33 dB. De benodigde gevelisolatie moet gelijk zijn aan het verschil tussen de werkelijke geluidbelasting en het niveau van 33 dB. Bij het vaststellen van de geluidwerende voorzieningen moet worden uitgegaan van een geluidbelasting van 57 dB.
Akoestisch onderzoek – Woning Weg door de Plas 20 Brummen – 19.119.01 versie 21
8
8
Conclusie Voor een plan gelegen binnen de zone van de Provinciale weg de N348 is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting op het plan ten gevolge van het wegverkeerslawaai. De geluidbelasting op de grens van het bouwplan bedraagt maximaal 53 dB na aftrek van 4 dB op grond van art. 110g van de Wet geluidhinder. De geluidbelasting is daarmee hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Voor de afweging om een hogere waarde te verlenen kan worden aangesloten bij de afwegingen zoals deze worden benoemd in de Wet Geluidhinder. Er wordt voldaan aan deze voorwaarden. Er kan een hogere waarde wordt verleend van 53 dB voor deze woning. Er gelden de volgende voorwaarden: De benodigde gevelisolatie moet gelijk zijn aan het verschil tussen de werkelijke geluidbelasting van 57 dB en het binnenniveau van 33 dB.
Hengelo 12 maart 2020
Ing. R. Herik
Akoestisch onderzoek – Woning Weg door de Plas 20 Brummen – 19.119.01 versie 21
9
Rekenmodel met ligging woning
Akoestisch Buro Tideman
N
Figuur 1-1
8-NZ N34
Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen
458000
0m
80 m
Z N348-N
-ZN N348
schaal = 1 : 2000
BMN01I 01439G0000
N348-ZN
N348-NZ
N N348-Z
N348-NZ
BMN01I 02346G0000
N348-ZN
N348-NZ
457800
N348-NZ
02 01 03 W01
verkoop kavel 1080m2
N348-NZ
H01 H02
BMN01I 02345G0000
N348-ZN
BMN01I 02073G0000
BMN01I 00787G0000
W03 BMN01I 01196G0000
N348-ZN
457600
N348-NZ
N348-NZ
W02
BMN01I 00244G0000
BMN01I 00242G0000 BMN01I 01238G0000
208600 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - Model Lden] , Geomilieu V5.10
W04 208800
Rekenmodel met ligging woning
Akoestisch Buro Tideman
N
Figuur 1-2
8-NZ N34
Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen
458000
0m
80 m
Z N348-N
-ZN N348
schaal = 1 : 2000
N348-ZN
N348-NZ
N N348-Z
N348-NZ N348-ZN
N348-NZ
457800
N348-NZ
N348-NZ
02 01 03 W01
H01 H02
N348-ZN
W03
N348-ZN
457600
N348-NZ
N348-NZ
W02
W04 208600 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - Model Lden] , Geomilieu V5.10
208800
Figuur 2
Akoestisch Buro Tideman
Model Lden Geluidbelasting NA aftrek ex art. 110G
Figuur 3-1 Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen periode:
Lden Inclusief groepsreducties
457800
0m
30 m schaal = 1 : 750
457750
verkoop kavel 1080m2
02: 49/50 01: 52/53 W01 03: 48/49
H01
H02 BMN01I 02345G0000
457700
BMN01I 02073G0000
BMN01I 00787G0000
W02
W03
457650 BMN01I 01196G0000
208550 208600 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - Model Lden] , Geomilieu V5.10
208650
Model Lden
Akoestisch Buro Tideman
Geluidbelasting zonder aftrek ex art. 110G
Figuur 3-2 Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen periode:
Lden
457800
0m
30 m schaal = 1 : 750
457750
verkoop kavel 1080m2
02: 53/54 01: 56/57 W01 03: 52/53
H01
H02 BMN01I 02345G0000
457700
BMN01I 02073G0000
BMN01I 00787G0000
W02
W03
457650 BMN01I 01196G0000
208550 208600 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - Model Lden] , Geomilieu V5.10
208650
W07
W06
208400 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - Model Lden] , Geomilieu V5.10
457400
457600
457800
N348-NZ
N348-N Z
W05
N348-ZN N348-NZ
N348-NZ
N348-NZ
N348-NZ
458000
Z N348-N
8-NZ N34 N348-ZN
N348-NZ
N348-NZ N348-ZN
N 48-Z Z N348-N
N348-ZN
-ZN N348
N348-ZN
H01
N N348-Z
N348-ZN
208600
H02
W04
W03
W02
02: 49/50 01: 52/53 W01 03: 48/49
0m
periode:
Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen
schaal = 1 : 2000
208800
80 m
Lden Inclusief groepsreducties
Invoerdata Akoestisch Buro Tideman Figuur 4
Bijlage 1 Model: Groep:
Naam N348-NZ N348-ZN
Model Lden Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - 19.119.01 Woning Brummen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. N348 rijdend van noord naar zuid N348 rijdend van zuid noord
Geomilieu V5.10
ISO_H 0.00 0.00
ISO M. 0.00 0.00
Hdef. Relatief Relatief
Type Verdeling Verdeling
Cpl False False
Cpl_W 1.5 1.5
Helling 0 0
Wegdek W0 W0
24-10-2019 19:27:48
Bijlage 1 Model: Groep:
Naam N348-NZ N348-ZN
Model Lden Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - 19.119.01 Woning Brummen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 V(MR(D)) ---
Geomilieu V5.10
V(MR(A)) ---
V(MR(N)) ---
V(MR(P4)) ---
V(LV(D)) 80 80
V(LV(A)) 80 80
V(LV(N)) 80 80
V(LV(P4)) ---
V(MV(D)) 80 80
V(MV(A)) 80 80
V(MV(N)) 80 80
24-10-2019 19:27:48
Bijlage 1 Model: Groep:
Naam N348-NZ N348-ZN
Model Lden Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - 19.119.01 Woning Brummen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 V(MV(P4)) ---
Geomilieu V5.10
V(ZV(D)) 80 80
V(ZV(A)) 80 80
V(ZV(N)) 80 80
V(ZV(P4)) ---
Totaal aantal 8034.00 8034.00
%Int(D) 6.67 6.67
%Int(A) 3.02 3.02
%Int(N) 0.98 0.98
%Int(P4) ---
%MR(D) ---
24-10-2019 19:27:48
Bijlage 1 Model: Groep:
Naam N348-NZ N348-ZN
Model Lden Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - 19.119.01 Woning Brummen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 %MR(A) ---
%MR(N) ---
Geomilieu V5.10
%MR(P4) ---
%LV(D) 89.20 89.20
%LV(A) 94.80 94.80
%LV(N) 85.47 85.47
%LV(P4) ---
%MV(D) 6.65 6.65
%MV(A) 3.30 3.30
%MV(N) 7.35 7.35
%MV(P4) ---
%ZV(D) 4.10 4.10
%ZV(A) 1.89 1.89
24-10-2019 19:27:48
Bijlage 1 Model: Groep:
Naam N348-NZ N348-ZN
Model Lden Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - 19.119.01 Woning Brummen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 %ZV(N) 7.17 7.17
%ZV(P4) ---
Geomilieu V5.10
MR(D) ---
MR(A) ---
MR(N) ---
MR(P4) ---
LV(D) 477.99 477.99
LV(A) 230.01 230.01
LV(N) 67.29 67.29
LV(P4) ---
MV(D) 35.64 35.64
MV(A) 8.01 8.01
24-10-2019 19:27:48
Bijlage 1 Model: Groep:
Naam N348-NZ N348-ZN
Model Lden Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - 19.119.01 Woning Brummen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 MV(N) 5.79 5.79
Geomilieu V5.10
MV(P4) ---
ZV(D) 21.97 21.97
ZV(A) 4.59 4.59
ZV(N) 5.65 5.65
ZV(P4) ---
LE (D) 63 81.44 81.44
LE (D) 125 91.10 91.10
LE (D) 250 96.39 96.39
LE (D) 500 103.47 103.47
24-10-2019 19:27:48
Bijlage 1 Model: Groep:
Naam N348-NZ N348-ZN
Model Lden Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - 19.119.01 Woning Brummen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (D) 1k 109.71 109.71
Geomilieu V5.10
LE (D) 2k 105.90 105.90
LE (D) 4k 99.03 99.03
LE (D) 8k 88.11 88.11
LE (A) 63 76.64 76.64
LE (A) 125 86.31 86.31
LE (A) 250 91.53 91.53
LE (A) 500 98.82 98.82
LE (A) 1k 106.04 106.04
24-10-2019 19:27:48
Bijlage 1 Model: Groep:
Naam N348-NZ N348-ZN
Model Lden Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - 19.119.01 Woning Brummen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (A) 2k 102.23 102.23
Geomilieu V5.10
LE (A) 4k 95.35 95.35
LE (A) 8k 84.20 84.20
LE (N) 63 74.17 74.17
LE (N) 125 83.49 83.49
LE (N) 250 88.85 88.85
LE (N) 500 96.08 96.08
LE (N) 1k 101.62 101.62
LE (N) 2k 97.77 97.77
24-10-2019 19:27:48
Bijlage 1 Model: Groep:
Naam N348-NZ N348-ZN
Model Lden Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - 19.119.01 Woning Brummen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (N) 4k 90.90 90.90
Geomilieu V5.10
LE (N) 8k 80.12 80.12
LE (P4) 63 ---
LE (P4) 125 ---
LE (P4) 250 ---
LE (P4) 500 ---
LE (P4) 1k ---
LE (P4) 2k ---
LE (P4) 4k ---
24-10-2019 19:27:48
Bijlage 1 Model: Groep:
Naam N348-NZ N348-ZN
Model Lden Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - 19.119.01 Woning Brummen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (P4) 8k ---
Geomilieu V5.10
24-10-2019 19:27:48
Bijlage 1 Model: Groep:
Naam 01 02 03
Model Lden Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - 19.119.01 Woning Brummen (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. Voorgevel Zijgevel noord Zijgevel zuid
Geomilieu V5.10
Maaiveld 0.00 0.00 0.00
Hdef. Relatief Relatief Relatief
Hoogte A 1.50 1.50 1.50
Hoogte B 5.00 5.00 5.00
Hoogte C ----
Hoogte D ----
Hoogte E ----
Hoogte F ----
Gevel Ja Ja Ja
24-10-2019 19:27:48
Bijlage 1 Model: Groep:
Naam N348-NZ N348-ZN H01 H02
Model Lden Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - 19.119.01 Woning Brummen (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. N348 rijdend van noord naar zuid -- 4.00m (L/ N348 rijdend van zuid noord -- 4.00m (L/R) Hard gebied Hard gebied
Geomilieu V5.10
Bf 0.00 0.00 0.00 0.00
24-10-2019 19:27:48
Bijlage 1 Model: Groep:
Model Lden Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - 19.119.01 Woning Brummen (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam W01 W02 W03 W04 W05
Omschr. Woning Woning Woning Woning Woning
Hoogte 6.00 6.00 6.00 6.00 6.00
Maaiveld 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
W06 W07
Woning Woning
6.00 6.00
0.00 0.00
Relatief Relatief
Geomilieu V5.10
Functie
BAG-id
Gemeente
Jaar 0 0 0 0 0
AHN-jaar 0 0 0 0 0
Trust 0 0 0 0 0
Cp 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
Zwevend False False False False False
Refl. 63 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
0 0
0 0
0 0
0 dB 0 dB
False False
0.80 0.80
24-10-2019 19:27:48
Bijlage 1 Model: Groep:
Model Lden Versie 01 van 19.119.01 Woning Brummen - 19.119.01 Woning Brummen (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam W01 W02 W03 W04 W05
Refl. 125 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
Refl. 250 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
Refl. 500 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
Refl. 1k 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
Refl. 2k 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
Refl. 4k 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
Refl. 8k 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80
W06 W07
0.80 0.80
0.80 0.80
0.80 0.80
0.80 0.80
0.80 0.80
0.80 0.80
0.80 0.80
Geomilieu V5.10
24-10-2019 19:27:48
Bijlage 2 Rapport: Model: Map: Groep: Periode: Naam Groep
Toetsingstabel Model Lden (hoofdgroep) Lden
Omschrijving N348 Totaal (geen toetssoort) Overschrijding
Reductie [dB] --
01_A resultaat 55.6 55.6 ---
corr. 51.6 51.6 ---
01_B resultaat 56.9 56.9 ---
corr. 52.9 52.9 ---
02_A resultaat 52.7 52.7 ---
corr. 48.7 48.7 ---
02_B resultaat 54.0 54.0 ---
corr. 50.0 50.0 ---
03_A resultaat 51.6 51.6 ---
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V5.10
24-10-2019 19:29:22
Bijlage 2 Rapport: Model: Map: Groep: Periode:
Toetsingstabel Model Lden (hoofdgroep) Lden
Naam
Omschrijving
Groep
N348 Totaal (geen toetssoort) Overschrijding
Reductie [dB] --
03_A corr. 47.6 47.6 ---
03_B resultaat 52.7 52.7 ---
corr. 48.7 48.7 ---
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V5.10
24-10-2019 19:29:22
Bijlage 3 Quickscan Flora en fauna
38
Bestemmingsplan "Weg door de Plas ong." (vastgesteld)
Quickscan flora- en fauna Weg door de plas 20, Brummen
Nijverdal, 21 oktober 2019 Projectnummer 19154
Colofon Titel
Quickscan flora- fauna Weg door de plas 20, Brummen
Uitvoering
Otte Groenadvies
Veldinventarisatie
T.M. Stam – Gecertificeerd Stadswerk Flora en Fauna controleur 2018
Gecontroleerd
Ing. P. Otte
Opdrachtgever
Projectnummer
M. Geltink Weg door de plas 20 6971 JN Brummen 06-14413544 tsmots@hotmail.com 19154
Datum
21 oktober 2019
Vrijgegeven door Status
1e concept
Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Otte Groenadvies accepteert derhalve op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Otte Groenadvies uitgevoerde onderzoek neemt.
Brilsweg 1a 7441 BV te Nijverdal Tel: 06 - 511 77 946 mail: info@ottegroenadvies.nl
2
Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................................................................4
1.1. Aanleiding en doelstelling ...................................................................................................... 4 1.1.1 Uitgangspunten ................................................................................................................ 4 1.2. Methodiek .............................................................................................................................. 4 1.2.1. Wat is een quickscan ........................................................................................................ 4 1.2.2. Uitvoer onderzoek ........................................................................................................... 5 2. Wetgeving ....................................................................................................................................................6 3. Gebiedsomschrijving.....................................................................................................................................7
3.1. Huidig gebruik planlocatie en omgeving................................................................................. 7 3.2. Projectvoornemen.................................................................................................................. 7 3.3. Foto impressie planlocatie ..................................................................................................... 8 4. Gebiedsbescherming.....................................................................................................................................9
4.1. Natura 2000............................................................................................................................ 9 4.2. Gelders Natuur Netwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO) ..................................... 9 4.3. Weidevogelgebied................................................................................................................ 10 4.4. Lokaal ................................................................................................................................... 10 5. Beschermde flora en fauna .........................................................................................................................11
5.1. Flora ..................................................................................................................................... 11 5.2. Zoogdieren ........................................................................................................................... 11 5.3. Vleermuizen ......................................................................................................................... 12 5.4. Vogels ................................................................................................................................... 13 5.5. Overige soorten .................................................................................................................... 15 6. Conclusies ...................................................................................................................................................16
6.1. Overzicht van de bevindingen .............................................................................................. 16 6.2. Aanbevelingen...................................................................................................................... 17 7. Geldigheid ..................................................................................................................................................18 8. Bronnen ......................................................................................................................................................19 Bijlage.............................................................................................................................................................21
BIJLAGE 1: WETTELIJK KADER WET NATUURBESCHERMING – SOORTBESCHERMING ................. 21
3
1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doelstelling In de ruimtelijke plannen is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Met andere woorden, in het ruimtelijke ordeningstraject dient te worden aangetoond dat het plan, amovatie van een schuur, een open kapschuur en een bakhuis, uitvoerbaar is. In dit kader dient een quickscan flora en fauna uitgevoerd te worden op de locatie Weg door de plas 20 te Brummen.
1.1.1 Uitgangspunten Uitgangspunt voor deze rapportage is de inkomende oproep van mevrouw M. Geltink op 11 oktober 2019. Met als onderwerp Quick Scan Flora en Fauna. Op 11 mei 2019 is door de Otte Groenadvies een offerte met nr. 19131 per mail verstuurd. Op 11 oktober 2019 is de offerte per mail door mevrouw M. Geltink geaccordeerd. 1.2. Methodiek Om optimaal om te gaan met het zorgvuldigheidsprincipe uit de Wet natuurbescherming heeft de eigenaar besloten om een onderzoek te laten doen, alvorens de werkzaamheden uit te voeren. Onder meer bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met beschermde soorten en gebieden. Wet- en regelgeving omtrent deze soorten en gebieden is vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Het onderhavige rapport beschrijft de resultaten van een zogenaamde quickscan van beschermde natuurwaarden in en rond het plangebied. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkelingen en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen. De rapportage kan dienstdoen als onderbouwing bij bestemmingsplanwijzigingen en ontheffings- of vergunningaanvragen in het kader van de Wet natuurbescherming. In dit rapport worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd en getoetst aan de natuurwetgeving en –beleid. 1.2.1. Wat is een quickscan De quickscan flora en fauna is een oriënterend onderzoek.
Hierin wordt de geplande ontwikkeling getoetst aan de natuurwetgeving. Door middel van een veldbezoek en bureauonderzoek wordt beoordeeld welke natuurwaarden verwacht worden in het plangebied en wordt gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Ook wordt gekeken of de plannen mogelijk een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden en provinciaal beschermde Natuurmonumenten. Indien beschermde soorten voorkomen, kan een vervolgonderzoek noodzakelijk zijn. Eveneens dient te worden onderzocht of er gebruik kan worden gemaakt van gedragscodes en worden mogelijkheden tot ontheffing verkent. Een quickscan is een momentopname en geen standaard veldinventarisatie waarbij meerdere veldrondes in een seizoen worden uitgevoerd. Een quickscan geeft daardoor een beperkter beeld dan een standaard veldinventarisatie. Omdat het onderzoek een momentopname betreft, kan geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek.
4
1.2.2. Uitvoer onderzoek Op 15 oktober 2019 is een bezoek gebracht aan het plangebied en directe omgeving. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijk aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten en de indirecte aanwezigheid in de vorm van sporen (verblijfplaatsen, wissels, pootafdrukken en dergelijke). Er is gebruik gemaakt van een ladder, zaklamp en fotocamera. De weersomstandigheden waren bewolkt, 16°C. Tijdens het onderzoek waar dit rapport is voortgekomen is niet alleen gelet op flora en fauna binnen de contouren van het plangebied, maar ook op beschermde flora en fauna in de nabije omgeving. Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen en andere standaardwerken nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten ervoor kunnen komen in het plangebied.
5
2. Wetgeving De Wnb regelt de bescherming van in het wild voorkomende planten en dieren (voorheen Flora- en faunawet) (naast de bescherming van gebieden). In de wet is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en beschermde planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld. Daarnaast is het niet toegestaan om de directe leefomgeving van beschermde soorten, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10). Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor alle in het wild levende planten en dieren (algemene zorgplicht, artikel 1.11). De verbodsbepalingen, die handelingen die het voortbestaan van planten en diersoorten in gevaar kunnen brengen verbieden, is een belangrijk onderdeel van de Wet natuurbescherming. Deze verboden zorgen ervoor dat in het wild levende soorten zoveel mogelijk met rust worden gelaten. Deze verschillen per beschermingsgroep. De Wet natuurbescherming kent drie verschillende beschermingsregimes: • Vogelrichtlijnsoorten • Habitatrichtlijnsoorten • Andere soorten De provincies hebben in haar verordeningen uit de lijst van ‘andere soorten’ diersoorten aangewezen waarvoor een vrijstelling geldt en dus geen ontheffing van verbodsbepalingen voor hoeft te worden aangevraagd. Deze lijst met vrijgestelde soorten is per provincie anders.
De zorgplicht is wel van toepassing. Bij ruimtelijke plannen, met mogelijke gevolgen voor beschermde planten en dieren, is het verplicht om vooraf te toetsen of deze kunnen leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. Wanneer dat het geval dreigt te zijn, moet onderzocht worden of er maatregelen (mitigatie en/of compensatie) genomen kunnen worden om dit te voorkomen of om de gevolgen voor beschermde soorten te verminderen. Onder bepaalde voorwaarden geldt een vrijstelling of is het mogelijk van het bevoegd gezag ontheffing van de verbodsbepalingen te krijgen voor activiteiten op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Deze ontheffing wordt slechts verleend indien: • Er geen bevredigend alternatief is; • Er sprake is van een wettelijk belang; • Geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort. Zie Bijlage 1 voor het Wettelijk kader van de soortbescherming in de Wnb. De Wnb beschermt ook een aantal planten en vissen die onder de Flora- en faunawet niet beschermd waren. Hiermee is rekening gehouden in onderliggende natuurtoets, zie verder in paragraaf 4.1 aanwezigheid beschermde soorten.
6
3. Gebiedsomschrijving 3.1. Huidig gebruik planlocatie en omgeving De planlocatie ligt op een oeverwal. Dit zijn zandige afzettingen van de IJssel en vormt een overgang tussen het dekzandgebied en de uiterwaarden van de IJssel. De hooggelegen oeverwallen waren aantrekkelijke woonplaatsen. De dorpen op de oeverwal zijn vaak rond een cluster van boerderijen ontstaan. Om overstromingen tegen te gaan werden aan de rivierzijde dijken op de oeverwal aangelegd. De planlocatie ligt in het buitengebied van Brummen. Aan de westzijde van de planlocatie loopt de N345. De IJssel loopt langs de oostkant van de planlocatie, deze meanderd van noord naar zuid. Ten noordoosten aan de overzijde van de rivier de IJssel ligt de stad Zutphen. Ten zuidwesten ligt de plaats Brummen. De planlocatie betreft een schuur, een open kapschuur en een bakhuis. Deze staan op het perceel met een woonhuis. Het perceel is verhard met betonklinkers en tegels. Rond de bebouwing is geen siertuin aanwezig. De omgeving bestaat uit gras- en agrarische percelen met maïs. De aanwezig groen aan de zijde van het woonhuis valt buiten de onderzoekslocatie.
Afbeelding 1. Locatie plangebied (rood) 3.2. Projectvoornemen Met de voorgenomen ontwikkelingen worden de bestaande schuur, open kapschuur en bakhuis geamoveerd en wordt op een andere locatie een nieuwe woning gerealiseerd. De uitvoering van de werkzaamheden is gepland na het verkrijgen van de benodigde vergunningen.
7
3.3. Foto impressie planlocatie De open kapschuur
De schuur
Het bakhuis
8
4. Gebiedsbescherming 4.1. Natura 2000 Er liggen geen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. Dichtbij zijnde gebied is rivier de IJssel, ongeveer 1,5 kilometer ten oosten van de locatie. Wijziging beleidsvoering: Door het veranderen van de beleidsvoering in de gemeente Brummen is m.b.t. tot het landelijk stikstof probleem (PAS) voor alle ruimtelijke ontwikkelingen gebruikt gemaakt van de beslisboom, waar bij alle ”nieuwe” ontwikkelingen gevraagd wordt om een AERIUS-berekening. Uit de AERIUS-berekening zal blijken of met de voorgenomen ontwikkeling de stikstof depositie toeneemt. Als de uitkomst hiervan 0,00 of minder is kan een vergunning worden verleend.
Afbeelding 2. Locatie plangebied (rood), N2000 (groen) 4.2. Gelders Natuur Netwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO) De planlocatie ligt niet binnen de begrenzing van het Gelders Natuur Netwerk. De dichtstbijzijnde gebieden betreft de rivier de IJssel op circa 1,5 kilometer ten noordoosten van de planlocatie. De ingrepen vinden plaats buiten deze provinciaal beschermde gebieden en hebben geen effect op de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen. Nader onderzoek naar externe effecten is niet nodig. De planlocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van de Groene Ontwikkelingszone (GO). De dichtstbijzijnde gebieden liggen op circa 1,2 kilometer ten oosten van de planlocatie. In samenhang met de GNN wil de provincie meer ecologische samenhang creëren van de natuur. Hierbij wordt de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten gewaarborgd. Nader onderzoek naar externe effecten is niet nodig. In onderstaande afbeelding wordt de GNN en de GO weergegeven.
9
Afbeelding 3. Locatie plangebied (rood), GNN (donkergroen), GO (lichtgroen)
4.3. Weidevogelgebied Met betrekking tot het weidevogelgebied en beschermde landschapselementen geldt dat de planlocatie niet ligt binnen het beschermde gebied. Negatieve effecten zijn niet te verwachten naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkeling. 4.4. Lokaal In de aanlegfase kunnen werkzaamheden met machines leiden tot een tijdelijke geluids- en optische verstoring. Dit kan leiden tot enige tijdelijke negatieve effecten op aanwezige fauna. De tijdelijke verstoring in de aanlegfase is van korte duur en zal naar alle verwachting niet leiden tot negatieve effecten, daar de soorten voldoende alternatieven hebben om te foerageren in de omgeving. Significante negatieve effecten zijn daarmee op voorhand uit te sluiten.
10
5. Beschermde flora en fauna 5.1. Flora Rondom de opstallen bestaat het terrein uit verwilderd gazon met daaromheen agrarische akkers waarop maïsteelt plaatsvindt. Om de opstallen staan enkele bomen en struiken als gewone es, vlier en berk. In het verwilderde gazon kwamen kenmerkende ruderale graslandsoorten voor. Daarnaast stonden er soorten als rode klaver, gewone brandnetel, scherpe boterbloem en ridderzuring. Beschermde houtopstanden Gemeente Brummen heeft een lijst opgesteld waarop beschermde- en monumentale bomen staan vernoemd. Uit deze lijst is gebleken dat er geen beschermingswaardige bomen op de planlocatie en de directe omgeving aanwezig zijn. Effectenbeoordeling Binnen het onderzoeksgebied zijn geen beschermde planten aangetroffen. Recente waarnemingen van beschermde plantensoorten ontbreken eveneens. In combinatie met de voedselrijke omstandigheden in de omgeving en het ontbreken van zeer specifieke biotopen waar beschermde planten worden aangetroffen, is aanwezigheid van beschermde vaatplanten uit te sluiten. Nader onderzoek naar vaatplanten is niet nodig. 5.2. Zoogdieren Onder zoogdieren worden hier bedoeld alle grond- en boomgebonden zoogdieren met uitzondering van vleermuizen. Steenmarter In de schuur zijn uitwerpselen van steenmarter aangetroffen.
Onbekend is of deze soort hiermee de grens van zijn/haar territorium afbakent of daadwerkelijk gebruik maakt van de bebouwing als verblijfplaats. Daarnaast zijn er diverse openingen waarmee de schuur toegankelijk wordt gemaakt voor deze soort. De steenmarter is een Nationaal beschermde soort in de Wet natuurbescherming. Kleine marterachtigen Bunzing De bunzing komt voor in allerlei verschillende landschapstypen, maar zijn voorkeur gaat uit naar een kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden en water in de buurt. Dit kunnen oeverbegroeiingen, droge sloten, heggen, houtwallen, bosranden en akkerranden zijn, maar ook meer waterrijke gebieden zoals rietvelden of moerasgebieden. Daarnaast komt hij ook voor in vrij open terreinen, zoals weidegebieden met sloten. Vooral in de winter komt de bunzing ook wel in de buurt van boerderijen voor: Daar kunnen ze tussen strobalen en op hooizolders warm blijven, en muizen en ratten bemachtigen. Hermelijn Hermelijn komt in alle habitats voor, van open plekken, in bossen, houtwallen, duinen, akkers, vochtig terrein. De enige voorwaarde is dat er voldoende dekking aanwezig is. Wezel Wezels leven bij voorkeur in open, droge natuur- en cultuurlandschap maar verder in veel verschillende biotopen (zoals bossen, duinen, wei- en akkerland. Meestal in droger gebied dan de hermelijn.
Echter overal waar woelmuizen ontbreken, ontbreekt ook de wezel. Ze zoeken graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die
11
bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden en de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt. Algemeen voorkomende zoogdierensoorten zoals huismuis, huisspitsmuis, haas, ree en egel komen hoogstwaarschijnlijk wel in en rond het plangebied. Deze soorten zijn niet beschermd of staan op de vrijstellingslijst van de provincie Gelderland. Effectenbeoordeling Beschermde soorten Steenmarter De te amoveren bebouwing zijn in potentie geschikt als verblijfplaats voor steenmarter. Verblijfplaatsen van steenmarter zijn beschermd. Nader onderzoek op deze soort is maatwerk, veelal wordt deze uitgevoerd op basis van waarnemingen op de locatie. Deze kan plaatsvinden tijdens nader onderzoek op overige soorten. Kleine marterachtigen Op de planlocatie is geen siertuin aanwezig. De planlocatie biedt geen geschikt habitat voor de kleine marterachtigen. De ruimtelijke ontwikkeling zal geen negatieve effecten hebben op het leefgebied van de kleine marterachtigen. Algemene soorten De werkzaamheden kunnen tot negatieve effecten op deze soorten leiden, bijvoorbeeld door de aantasting van holen en gangenstelsels. Omdat een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting geldt, moet alleen rekening gehouden worden met de algemene zorgplicht die voor alle planten en dieren geldt. 5.3.
Vleermuizen Een vleermuisonderzoek valt buiten het kader van een quickscan. Wel is de potentie onderzocht van het plangebied voor vleermuizen en is gelet op sporen. Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van kunstwerken, zoals gebouwen. Er is onderzocht welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld. Daarna is onderzocht welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Als richtlijn is hiervoor de checklist van het huidig geldende vleermuisprotocol (2017) aangehouden. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Verblijfplaatsen De voorgenomen ingreep heeft betrekking op voor vleermuizen geschikte bebouwing. Soorten als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger kunnen in bebouwing voorkomen. De planlocatie is op te delen in drie delen, namelijk: - De open kapschuur - De schuur - Het bakhuis De open kapschuur De open kapschuur is opgebouwd uit een houten constructie met een golfplaten dak. De zijkanten van de open kapschuur zijn voorzien van damwandplaten.
De achterzijde bestaat uit een uitbouw van een steensmuur met golfplaten. De open kapschuur en de uitbouw zijn niet geïsoleerd. Er zijn geen naden en kieren aanwezig die in potentie geschikt zijn om te dienen als verblijfplaats voor vleermuizen. Tevens is er sprake van een onstabiel
12
microklimaat voor deze soortgroep. Het gebouw is vrij toegankelijk voor predatoren. De bebouwing biedt geen geschikte verblijfplaats voor vleermuizen. De schuur De schuur is opgebouwd uit een steensmuur met van binnen een houten constructie. Op het dak liggen golfplaten. Een zijkant is afgewerkt met houten planken en de andere zijde met stalen platen. Geen van de elementen zijn geïsoleerd en zijn er vele grote openingen te vinden. Het dak ligt ‘koud’ op het dak, waar geen openingen aangetroffen zijn die geschikt zijn voor gebouw bewonende vleermuizen. Binnen het gehele plangebied zijn geen sporen, zoals mest en afgebeten vlinder- en/of vliegenvleugels aangetroffen. Het bakhuis Het bakhuis is opgebouwd uit een steensmuur en een golfplaten dak. Het bakhuis is niet geïsoleerd, het dak biedt geen ruimten als kieren en naden die in potentie geschikt zijn voor vleermuizen. Foerageergebied en vlieg- en mitigatieroutes Boven het plangebied wordt mogelijk gefoerageerd door vleermuizen. Hier is echter geen sprake van een foerageergebied dat van essentieel belang is voor vleermuizen. In de directe omgeving zijn vele vergelijkbare en meer geschikte locaties aanwezig. Daarnaast blijft tijdens- en na de ruimtelijke ontwikkeling het plangebied geschikt als foerageergebied. Het plangebied vormt geen schakel als vlieg- en mitigatieroute.
Licht Met de nieuwe inrichting moet rekening worden gehouden met kunstmatige lichtbronnen om lichtverstoring te voorkomen. Dit betekent dat de plaatsing, de intensiviteit en de stralingsrichting van buitenlampen zodanig moet zijn dat er geen verstoring van strooilicht plaatsvindt. Werk met vleermuisvriendelijke verlichting en maak de verlichting dynamisch. Te allen tijde moet de verlichting naar beneden gericht zijn om verstoring door middel van strooilicht te voorkomen. Effectenbeoordeling Op basis van het veldbezoek is de inschatting dat de vleermuizen geen gebruik maken van de opstallen. Nader onderzoek en/of ontheffing aanvragen is niet nodig. 5.4. Vogels Huismus Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen gezien en gehoord. De daken van de schuur en de open kapschuur hebben een open karakter zonder isolatie. De bakschuur is volledig afgetimmerd en biedt geen toegang voor huismussen. De opstallen bieden geen geschikte locatie als nest- en verblijfplaats. In de directe omgeving van het plangebied wordt mogelijk gefoerageerd door huismussen. Tijdens de ruimtelijke ontwikkeling zal met de inrichting van dit perceel het foerageergebied voor de huismussen worden verruimd. Negatieve effecten op verblijfplaatsen/nestlocaties voor de huismus zijn op voorhand uit te sluiten.
Gierzwaluw De bebouwing op de planlocatie beschikken allen over afgewerkte voor- en achtergevels door boegen of houten en metalen afwerkranden. Door de afwerking ontbreekt de mogelijkheid op een verblijfplaats voor de gierzwaluw. Daarnaast ontbreekt de habitat van de gierzwaluw. De gierzwaluw is van oorsprong een koloniebewoner van oude binnensteden, het stedelijk gebied. De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van Brummen en bevindt zich niet in het typische stedelijk gebied waar de gierzwaluw van houdt. Met de ruimtelijke ontwikkeling worden geen negatieve effecten op gierzwaluw verwacht.
13
Uilen Steenuil Het leefgebied van een steenuil bestaat uit een open tot halfopen landschap met een afwisselend korte en verruigde vegetatie. Er zijn erven aanwezig met bebouwing, beplanting, tuinen en/of weilandjes met hobby vee. Er moeten voldoende nestplaatsen zijn in de vorm van boomholten, nestkasten of nauwe ruimten. Daarbij moet het leefgebied over een gevarieerd aanbod van prooien beschikken, geen verstoring en versnippering bevatten door grote wegen en voldoende zit- en uitkijkposten hebben om te foerageren en te rusten. Kerkuil De kerkuil komt voor in een cultuurland met gras- en bouwlanden die begrensd worden door kruidenrijke akkerlanden, heggen of bosjes. De functionele leefomgeving moet voldoen aan een onbeperkt voedselaanbod. Er moeten voldoende oriëntatiemogelijkheden, schuilplekken en zit- en uitkijkposten zijn. Er mag geen verstoring en versnippering plaatsvinden door grotere wegen en geen heldere lichtbronnen op de broedplek gericht zijn. Tijdens het veldonderzoek zijn er sporen als braakballen en krijtstrepen die wijzen op gebruik van de open kapschuur, aangetroffen. In nabije omgevingen zijn er in 2019 waarnemingen gedaan van de kerkuil, nabij de Cortenoeverseweg. In 2019 zijn er meerdere waarnemingen gedaan van de steenuil, aan de overzijde van de N348 en nabij de Papenbeek.
De open kapschuur biedt voor de kerkuil in potentie geschikte ruimten die kunnen dienen als nest- en verblijfplaats van deze soort.
Foto 1. Krijtstrepen
Foto 2. Uilenballen
Overige jaarrond beschermde nestplaatsen Tijdens het onderzoek zijn er geen horsten, roekenkolonie of geschikte (oude) kraaiennesten aangetroffen in het plangebied en nabije omgeving. Overige broedvogels De omgeving van het plangebied is geschikt voor algemene broedvogels. Het plangebied biedt mogelijkheden voor nestlocaties. Tijdens de inventarisatie zijn nesten, nestactiviteiten en/of nestrestanten in de opstallen aangetroffen. Effectenbeoordeling Steenuil Door het ontbreken van afwisselende korte en verruigde vegetatie en het feit dat er geen nestplaatsen in de vorm van boomholten, nestkasten of nauwe ruimten aanwezig zijn is de planlocatie ongeschikt als nest- en verblijfplaats voor de steenuil. Negatieve effecten zijn niet te verwachten op deze soort.
14
Kerkuil De open kapschuur is geschikt als nest- en verblijfplaats voor deze soort. Om aan te tonen dan wel uit te sluiten dat de kerkuil gebruikt maakt van de kapschuur moet nader onderzocht worden met mogelijk ontheffingsaanvraag als gevolg. Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet Natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren is niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen* moeten plaatsvinden. *In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 15 maart tot 15 juli. 5.5. Overige soorten Het ontbreekt aan een geschikt leefgebied voor zwaarder beschermde soorten (amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden) en dergelijke soorten komen dan ook met zekerheid niet voor op de planlocatie. Algemeen kleine soorten komen hoogstwaarschijnlijk wel in en rond het plangebied. Herkomst is terug te voeren op de eventueel aanwezige waterpartijen. Deze soorten zijn niet beschermd of staan op de vrijstellingslijst van de provincie Gelderland.
Effectenbeoordeling Het vóórkomen van beschermde soorten uit overige soortgroepen (amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden) is op voorhand uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt leefgebied en doordat de locatie buiten het bekende verspreidingsgebied valt. Negatieve effecten op beschermde soorten uit overige soortgroepen zijn derhalve op voorhand uit te sluiten. Een ontheffing of nader onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.
15
6. Conclusies 6.1. Overzicht van de bevindingen Soortbescherming/Voortoets Natura 2000 - habitattypen
Aanwezigheid n.v.t.
Effecten
Aanbeveling
Natura 2000 - habitatsoorten
n.v.t.
Natura 2000 – (niet) broedvogels
niet
geen
geen
Natura 2000 - zuurgevoeligheid
mogelijk
mogelijk
AERIUS-berekening
Overige onderdelen NNN
n.v.t.
Soortgroepen Flora – beschermde soorten
Aanwezigheid niet
Effecten geen
Aanbevelingen geen
Vleermuizen – verblijfplaatsen
niet
geen
geen
Vleermuizen – vlieg/foerageerroute
niet
geen
geen
Zoogdieren – gebouwbewonend
mogelijk
mogelijk
nader onderzoek
Zoogdieren – grond-/boombewonend
niet
geen
geen
Zoogdieren – vrijgestelde soorten
mogelijk
beperkt
zorgplicht
Vogels – jaarrond beschermde nesten
mogelijk
mogelijk
nader onderzoek
Vogels – algemene broedvogels
mogelijk
beperkt
zorgplicht
Amfibieën/vissen – vrijgestelde soorten
niet
geen
geen
Amfibieën/vissen – beschermde soorten
niet
geen
geen
Reptielen/ongewervelden – vrijgest. soort mogelijk
beperkt
zorgplicht
Reptielen/ongewervelden – besch. soort
geen
geen
niet
16
6.2. Aanbevelingen Gebiedsbescherming - N2000 • Voer een PAS/AERIUS-berekening uit om aan te bepalen of met de nieuwe ontwikkeling/inrichting negatieve effecten op N2000 gebied plaatsvinden Flora - Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden; Fauna Steenmarter - De te amoveren bebouwing is in potentie geschikt als verblijfplaats voor steenmarter. Verblijfplaatsen van steenmarter zijn beschermd. Nader onderzoek op deze soort is maatwerk, veelal wordt deze uitgevoerd op basis van waarnemingen op de locatie. Deze kan plaatsvinden tijdens nader onderzoek op overige soorten; Kerkuil - Om te bepalen of met de voorgenomen werkzaamheden en nieuwe inrichting een effect optreedt op rusten verblijfplaats en bijbehorende essentiële functionele leefomgeving. Het bepalen van effecten is maatwerk, dit moet worden uitgevoerd door een inzake deskundige. -
Tijdens het broedseizoen zijn broedgevallen van algemene broedvogels in de omgeving van het plangebied te verwachten. Bezette nesten mogen nooit vernield worden. Verstoring is alleen toegestaan wanneer deze geen invloed heeft op de overleving van ouders en jongen. De piek van het broedseizoen ligt in de periode half maart-half juli, maar eerdere en latere broedgevallen komen voor;
Overige -
Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en wordt contact opgenomen met een inzake deskundige. Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan;
-
Goedgekeurde gedragscode, ruimtelijke ontwikkeling van de vereniging Stadswerk kan worden toegepast tijdens de werkzaamheden. Hierin wordt beschreven hoe om te gaan met o.a. de algemene zorgplicht. Wel moet er een kanttekening worden geplaatst, als basis van de gedragscode ligt de Flora- en faunawet. De gedragscode is nog niet aangepast op de (per 1 januari 2017) geldende wet- en regelgeving, Wet natuurbescherming.
17
7. Geldigheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag provincie Gelderland en gemeente Brummen hanteert de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens hebben een beperkte geldigheidstermijn. Voor vogels en soorten genoemd op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn hanteren we daarom een geldigheidstermijn van maximaal 3 jaar. Voor soorten genoemd op de bijlage bij de wet natuurbescherming is deze periode 5 jaar. Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in de aanleiding van het onderzoek. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden.
18
8. Bronnen Boeken S. Broekhuizen, Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Natuur van Nederland, 2016 Sovon Vogelonderzoek Nederland, Vogelatlas van Nederland, november 2018 Verandering en laatste stand van zaken m.b.t. de vogelpopulatie in Nederland. Internet Alterra Onderzoeksinstituur Alterra draagt door deskundig en onafhankelijk onderzoek bij aan het realiseren van een kwalitatief hoogwaardige en duurzame groene leefomgeving. Geraadpleegd op 16 oktober 2019 http://www.synbiosys.alterra.nl Bij12 BIJ12 is de uitvoeringsorganisatie voor de samenwerkende provincies en werkt behalve voor provincies ook voor het Rijk en andere ketenpartners Geraadpleegd op 16 oktober 2019 https://www.bij12.nl Gemeente Brummen Informatie m.b.t. monumentale/behoudenswaardige bomen Geraadpleegd op 16 oktober 2019 www.brummen.nl Kadviewer Kadviewer is een online kaartendienst waarmee geografische locaties opgezocht kunnen worden. Geraadpleegd op 16 oktober 2019 http://kadviewer.kademo.nl Nationaal Georegister Geoinformatie voor heel Nederland Geraadpleegd op 16 oktober 2019 http://nationaalgeoregister.nl Provincie Gelderland Informatie m.b.t. Wet natuurbescherming, beschermde soorten en gebieden Geraadpleegd op 16 oktober 2019 https://www.gelderland.nl RVO RVO Rijksdienst voor ondernemend Nederland Planten, dieren en natuurgebieden worden wettelijk beschermd via regels, vergunningen en subsidies.
De belangrijkste zijn de Wet natuurbescherming en de CITES-regelgeving. Geraadpleegd op 16 oktober 2019 http://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde -planten-dieren-en-natuur
19
Verspreidingsatlas NDFF spreidingsatlas bundelt informatie over biodiversiteit Geraadpleegd op 16 oktober 2019 http://www.verspreidingsatlas.nl Vogelbescherming Vogelbescherming is een onafhankelijke landelijke natuurbeschermingsorganisatie gericht op vogels Geraadpleegd op 16 oktober 2019 http://www.vogelbescherming.nl Zoogdierenvereniging De Zoogdiervereniging zet zich in voor onderzoek naar, en bescherming van inheemse wilde zoogdieren én hun leefgebieden in Nederland. Geraadpleegd op 16 oktober 2019 https://www.zoogdiervereniging.nl Omgevingsweb Beslisboom: Toestemmingverlening stikstofdepostitie bij nieuwe activiteiten Geraadpleegd op 21 oktober 2019 https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/beslisboom-toestemmingverlening-stikstofdepositie-bij-nieuweactiviteiten
20
Bijlage BIJLAGE 1: WETTELIJK KADER WET NATUURBESCHERMING – SOORTBESCHERMING De Wnb is op 1 januari 2017 in werking getreden. De wet is in de plaats gekomen van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De wet is ingedeeld in hoofdstukken en kent een algemeen deel (hoofdstuk 1), delen over Natura 2000-gebieden (hoofdstuk 2), soorten (hoofdstuk 3), houtopstanden, hout en houtproducten (hoofdstuk 4), verder delen die gaan over vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen (hoofdstuk 5), financiële bepalingen (hoofdstuk 6), handhaving (hoofdstuk 7), overige bepalingen (hoofdstuk 8) en tot slot een beschrijving van het overgangsrecht (hoofdstuk 9) en een beschrijving van de wijziging van overige wetten (hoofdstuk 10). In navolgende paragrafen is een samenvattende beschrijving van het onderdeel soortbescherming gegeven, wat relevant is voor onderliggende toetsing. Categorieën De wet maakt onderscheid in drie categorieën van beschermde soorten, namelijk: • Vogelrichtlijnsoorten • Habitatrichtlijnsoorten • Andere soorten Vogelrichtlijnsoorten Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn zijn in Nederland beschermd. De soorten van artikel 1 van Vogelrichtlijn zijn alle vogelsoorten die op het Europese grondgebied van de lidstaten van de EU voorkomen.