042 - Informatie- en communicatieplan Raad 07 april 2021
Tekst van het document
Informatie- en communicatieplan
implementatie
rapport Berenschot
`naar een evenwichtig sociaal domein`
1
Inhoudsopgave
1.
Inleiding........................................................................................................................................................... 3
2.
Structuur implementatie rapport Berenschot.................................................................................. 4
3.
Ondersteuning Berenschot ...................................................................................................................... 4
4.
Prioritering bouwstenen .......................................................................................................................... 5
5.
Inzicht in implementatie bouwstenen en projecten Basis op Orde 2021.............................. 7
A.
Bouwstenen ................................................................................................................................................... 7
B.
Trajecten Basis op Orde .......................................................................................................................... 29
6.
Overzicht beslismomenten gemeenteraad ...................................................................................... 35
7.
Communicatie met de gemeenteraad ................................................................................................ 36
2
1. Inleiding De gemeente Brummen wordt geconfronteerd met toenemende kosten binnen het sociaal domein in het algemeen en binnen de uitvoering van de Wmo en Jeugdzorg in het bijzonder. De afgelopen jaren zijn er verschillende inspanningen gepleegd en maatregelen getroffen om grip te krijgen op de uitgaven en te komen tot een realistische begroting. Deze inspanningen hebben nog niet geleid tot de gewenste bezuinigingen. De gemeente Brummen heeft daarom adviesbureau Berenschot gevraagd om aan de hand van een onderzoek een oordeel te geven over de huidige inrichting van het sociaal domein en aanbevelingen te doen die leiden tot besparingen binnen het sociaal domein. Berenschot heeft een onderzoeksrapport opgeleverd onder de titel `Naar een evenwichtig sociaal domein`. In het rapport biedt Berenschot ombuigingsmogelijkheden in de vorm van bouwstenen. Deze bouwstenen vormen met elkaar een evenwichtig pakket van maatregelen. Bij wijziging van een bouwsteen wordt het evenwicht aangetast en het beoogd financieel resultaat is niet meer realiseerbaar. Het doel van het pakket aan bouwstenen is om het tekort in het sociaal domein volledig te reduceren. Op 17 december 2020 heeft de gemeenteraad besloten om scenario 3 in het rapport Berenschot te kiezen als opdracht aan het College om te gaan implementeren.
Aanvullend is door de raad een motie aangenomen waarin het College wordt verzocht een voorstel te doen voor een informatie- en communicatieplan ten behoeve van de informatievoorziening aan de raad over dit traject. In de motie is bepaald dat: Dit plan dient in ieder geval de volgende onderdelen te bevatten: a) De doelstelling van het project; b) Een opgave van doelen en mijlpalen van de te implementeren bouwstenen, inclusief: o de maatschappelijke effecten; o de randvoorwaarden, zoals Berenschot adviseert, waaronder de monitoring zowel van het implementatietraject zelf als structureel van het sociaal domein. o de financiële doelen (en businesscases) c) de wijze waarop, met welk doel en wie communiceert met de raad; d) een informatie- en communicatiekalender voor de raad, waarin o.a. wordt opgenomen: o de beslismomenten voor de raad o de (tussentijdse) informatiemomenten voor de raad o de (meerjaren)planning van het totale traject Dit plan is: o gebaseerd op de aanbevelingen, zoals verwoord in het rapport Berendschot; o een afgeleide van het implementatieplan van het college voor dit traject; o opgesteld in samenwerking met de raad.
3
2. Structuur implementatie rapport Berenschot Stuurgroep Door het College zijn wethouders Cathy Sjerps en Ingrid Timmer aangewezen als bestuurlijk verantwoordelijken voor de implementatie van het rapport Berenschot. Samen vormen zij de stuurgroep. In de stuurgroep worden beiden geadviseerd door de ambtelijk opdrachtgever en programmamanager. Ambtelijk opdrachtgever De ambtelijk opdrachtgever is Linda van Ulden. Linda van Ulden is de procesmanager inwonerszaken. Onderdeel van inwonerszaken is onder andere het TVE en beleid sociaal domein. Programmamanager De programmamanager voor de implementatie van het rapport Berenschot is Bob Terlingen. Hij geeft operationeel sturing aan de gehele implementatie van het rapport Berenschot. Projectleiders Per bouwsteen en per onderdeel Basis op Orde zijn projectleiders aangewezen. Zij zijn verantwoordelijk voor het project en sturen de implementatie van de bouwsteen of onderdeel Basis op Orde aan.
3. Ondersteuning Berenschot In het Raadsvoorstel Berenschot is door het College aangeven dat voor de implementatie van het rapport de expertise van Berenschot gewenst was. Berenschot heeft de projectleiders van de bouwstenen en projecten basis op orde via individuele en groepsgesprekken ondersteund en geadviseerd over de implementatie van de bouwstenen en de basis op orde brengen. Berenschot heeft op ieder individueel concept projectplan een schriftelijk advies gegeven gericht op een succesvolle implementatie van de bouwstenen en trajecten Basis op Orde. Aanvullend op deze reflectie op de concept projectplannen hebben er nog adviesgesprekken met individuele projectleiders plaatsgevonden. Afgesproken is dat de komende periode indien nodig, een beroep gedaan kan worden op de expertise van Berenschot.
4
4. Prioritering bouwstenen Tijdens de bespreking van het Raadsvoorstel rapport Berenschot is door het College aangegeven dat er een noodzaak is om te gaan prioriteren bij de implementatie van de bouwstenen en het rapport van Berenschot. Bij de prioritering is gewogen: welke bouwstenen leveren in de komende 3 jaar het meeste aan ombuigingen op en welke bouwstenen kunnen met bestaande capaciteit tot uitvoering worden gebracht.
Bouwstenen De volgende bouwstenen worden in 2021 in uitvoering gebracht: 1) Bouwsteen J1 pilot Praktijk Ondersteuner Huisartsen (POH) Jeugd bij alle huisartsen 2) Bouwsteen J2 budgetplafonds jeugd 3) Bouwsteen J3 samenwerking met het onderwijs 4) Bouwsteen J4 inzet kortdurende cliëntondersteuning Jeugd verbeteren/vergroten 1 5) Bouwsteen J5 maatwerkvoorzieningen in groepsverband uitvoeren2 6) Bouwsteen J6 aanscherpen en handhaving op beleid omtrent (leerlingen)vervoer 7) Bouwsteen W1 instroom en intensiteit van huishoudelijk hulp verkleinen 8) Bouwsteen W2 inzet kortdurende cliëntondersteuning Wmo verbeteren/vergroten 3 9) Bouwsteen W3 gerichtere inzet hulpmiddelen 10)Bouwsteen W4 kritischer toewijzen begeleiding groep en begeleiding individueel 11)Bouwsteen W5 voorliggende voorzieningen strategischer en doelmatiger inzetten4 12)Bouwsteen P1: incidentele kosten voor opstart WerkFit daadwerkelijk omzetten structurele baten 13)Bouwsteen P2 structurele tekorten op uitvoering Wsw en Participatiewet afbouwen 14)Bouwsteen P3 de marge op detacheringstarieven onderzoeken en op termijn de detacheringstarieven aanpassen 15)Bouwsteen P5 door procesverbeteringen zonder extra formatie een 10%-stijging van de instroom coronacrisis opvangen Dit betekent dat één bouwsteen, J8 Monitoring 10 duurste casussen, niet in uitvoering komt in 2021.
De belangrijkste reden is dat deze bouwsteen een investering vraagt voor het aantrekken van een of meerdere procesregisseurs. Naar verwachting zal in 2022 deze bouwsteen op basis van een businesscase wel tot implementatie gaan komen.
1 De implementatie van deze bouwsteen zal in samenhang met Bouwsteen W2 inzet kortdurende
cliëntondersteuning Wmo verbeteren/vergroten worden vormgegeven. 2 Deze bouwsteen zal naar verwachting eind 2021 in uitvoering komen, er nu nog geen projectplan opgesteld. 3 De implementatie van deze bouwsteen zal in samenhang met Bouwsteen J4 inzet kortdurende cliëntondersteuning Jeugd verbeteren/vergroten worden vormgegeven. 4 De implementatie van deze bouwsteen zal na de zomer in 2021 starten 5
Basis op Orde Naast de implementatie van de bouwstenen geeft het rapport Berenschot de nodige aanbevelingen om de basis op orde te gaan brengen binnen het TVE. Om hiervoor te gaan zorgen zijn er een aantal projecten gestart: 16)Basis op Orde bedrijfsvoering 17)Basis op Orde cultuurveranderingstraject 18)Basis op Orde 1 gezin, 1 plan 1 regisseur
6
5. Inzicht in implementatie bouwstenen en projecten Basis op Orde 2021 Vooraf Per bouwsteen en per onderdeel basis op orde is een projectplan ontwikkeld. Het is binnen deze opgave van de implementatie belangrijk om zorgvuldig te werken volgens Plan - Do - Check - Act. Aan het eind van het jaar zal per bouwsteen een evaluatie plaatsvinden. Op basis van deze evaluatie zal voor het jaar 2022 een herziening van de projectplannen volgen.
A. Bouwstenen Overzicht financiële resultaten bouwstenen in de komende 3 jaar
Bouwsteen
Ombuiging 2021
Ombuiging 2022
Ombuiging 2023
Totaal
J1 J2 J3 en J45 J5 J6 W1 W2 W3 W4 W5 P16 P2, P3 en P5 Totaal
€ 93.300 € 16.791 € 16.666 € 8.000 €0 € 64.883 €0 € 27.000 € 49.900 €0 €0 € 91.666 € 368.206
€ 93.300 € 16.791 € 16.666 € 8.000. € 8.500 € 64.883 € 29.934 € 27.000 € 49.900 €0 €0 € 91.666 € 398.640
€ 93.300 € 16.791 € 16.666 € 8.000. € 8.500 € 64.883 € 29.934 € 27.000 € 49.900 €0 €0 € 91.666 € 398.640
€ 279.900 € 50.373 € 49.998 € 24.000 € 17.000 € 194.649 € 59.868 € 81.000 € 149.700 €0 €0 € 274.998 € 1.181.486
5 Voor bouwsteen J4 en W2 zal in 2021 een businesscase ontwikkeld worden wat inzicht geeft in
ombuigingen in 2022 en 2023. 6 In de vastgestelde begroting 2021 is € 0 aan uitgaven opgenomen, daarom het resultaat van € 0 opgenomen. 7
1) Bouwsteen J1 pilot Praktijk Ondersteuner Huisartsen (POH) Jeugd bij alle huisartsen Doelen Het versterken van de samenwerking met de huisartsen op het gebied van jeugdzorg. We willen samen met huisartsen een kwalitatief betere jeugdzorg bieden: laagdrempelig, snel beschikbaar en beter op elkaar afgestemd. De effectiviteit van de samenwerking met de huisartsen op het gebied van jeugdhulp resulteert in een verlaging van de kosten. De POH-jeugd biedt kortdurende lichte jeugdhulp. Het gebruik of de inzet van zwaardere zorg minderen of voorkomen. Projectresultaten Nu wordt 9% van de totaal afgeronde/verwezen trajecten door POH Jeugd (9 stuks) doorverwezen naar Team voor Elkaar. In 2021 moet dit stijgen naar 15%. In 2022 moet dit stijgen naar 20% Een afname van het aantal beschikkingen door de huisartsen met 34 beschikkingen per jaar (afgezet tegen het jaar 2019) Per jaar een ombuiging van € 93.300 netto.
In 3 jaar wordt 279.000 netto omgebogen Een later te bepalen7 aantal minder beschikkingen specialistische jeugdzorg per jaar Mijlpalen in 2021 Geactualiseerde praktische, leesbare en begrijpbare informatie op B1 niveau over de toegang tot Jeugdzorg in de gemeente Brummen op website van de gemeente is gereed in december 2021 Vanaf juni 2021 wordt een beschikkingsbrief aan alle ouders, verzorgers, jongeren gestuurd die gebruik maken van jeugdhulp op verwijzing van een arts zonder bemiddeling van TVE. Evaluatie POH Jeugd gereed en besproken in stuurgroep met huisartsen in november 2021. Projectplan voor 2022 gereed en vastgesteld door stuurgroep in december 2021 Maatschappelijke effecten Naast kostenefficiëntie is het maatschappelijk effect dat jeugdhulp snel en laagdrempelig ingezet wordt. Jeugdigen worden niet onnodig doorverwezen en jeugdigen ontvangen dichtbij en snel zorg en/of begeleiding. Gemeente en huisartsen zijn gezamenlijk bewust van de kosten en de ruimte die we samen hebben binnen het budget van jeugdhulp. Zowel de zorg vanuit het TVE als de zorg (verwijzingen) door de huisartsen wordt bekostigd uit het zelfde (jeugd)budget. We zijn niet alleen verantwoordelijk voor het financieel resultaat voor de uitgaven voor jeugd, we nemen deze verantwoordelijkheid ook samen.
Participatie • De huisartsen, de POH-jeugd en de consulenten van Team voor Elkaar werken met elkaar samen volgens “trede 4 samen handelen” van de Participatieladder. • Ook de scholen in Brummen worden actief betrokken volgens “trede 4 samen handelen”. Hierin wordt samengewerkt met de projectleider bouwsteen J3 samenwerking met het onderwijs. • Conform “Trede 1 informeren” van de Participatieladder wordt de samenwerking bij de andere ketenpartners zoals zorgaanbieders, gecertificeerde instellingen en overige artsen onder de aandacht gebracht. • Conform “Trede 1 informeren” wordt de Maatschappelijke Advies Raad zal over de voortgang van de samenwerking met de huisartsen worden geïnformeerd.
7 Op dit moment is het nog niet mogelijk om hier een concreet aantal te benoemen. In de bedrijfs-
voering TVE wordt gewerkt aan het betrouwbaar beschikbaar stellen van de noodzakelijke data. 8
2) Bouwsteen J2 budgetplafonds jeugd Doelen We motiveren aanbieders om kritischer te zijn op het inzetten van jeugdhulp en lichtere of minder intensieve zorg in te zetten. Het instellen van budgetplafonds per aanbieder is een middel om het gesprek hierover te voeren. We voeren het gesprek met aanbieders over transformatie8. We hebben een gedeelde visie op transformatie en het anders organiseren van Jeugdzorg. Aanbieders komen tot zorginhoudelijke vernieuwing, nieuwe werkwijzen en samenwerkingsrelaties met alle brede voorzieningen rond jeugd en opvoeding, inclusief jeugdwelzijnswerk. Deze vernieuwingen leiden tot kostenbesparingen. Aanbieders initiëren kostenbesparende maatregelen en voeren die uit. Ze signaleren en anticiperen tijdig op het bereiken van budgetplafonds: ze nemen aan het begin van het jaar initiatief om het plafond niet te bereiken. De consulenten in het TVE voeren actieve casusregie en monitoren of beoogde resultaten van de ingezette jeugdhulp worden gehaald. Zij bespreken dit met de aanbieders. De aanbieders weten het TVE te vinden voor overleg met betrekking tot intensiteit en trajectduur, afschaling en inzet van andere vormen van preventieve- of groepsgerichte ondersteuning. Inwoners blijven tevreden over de kwaliteit van de jeugdhulp. Projectresultaten We hebben inzicht in ontwikkeling voorzieningen en kosten bij de aanbieders Jeugdzorg.
We signaleren tijdig het bereiken van budgetplafonds en kunnen sturen op ’normaliseren’ en afschalen. We zien afschaling door een kortere trajectduur en verschuiving naar inzet minder intensieve/ambulante jeugdhulp, groepsgerichte jeugdhulp en algemene voorzieningen. We hebben wachtlijsten en wachttijden per aanbieder in beeld Zo krijgen we 'grip op kosten’ en regie op transformatie. We realiseren een ombuiging van € 50.000 gedurende 3 jaar. Inwoners blijven tevreden over de kwaliteit van de jeugdhulp. Team voor elkaar werkt goed samen met de aanbieders jeugdhulp Mijlpalen in 2021 Gewenste stuurinformatie op aanbiederniveau is ingericht en beschikbaar in kwartaal 2. Eind 2021 zijn met de 5 aanbieders 3 gesprekken gevoerd en hebben de gemeente en de aanbieders samen een eenduidig zicht op de ontwikkelingen en kosten van jeugdhulp. Het is in kwartaal 4 duidelijk of, en zo ja welke mogelijkheden tot afschalen er ingezet (gaan) worden. Er zijn afspraken gemaakt over samen monitoren van resultaten. Er wordt het 3e kwartaal een besluit over met welke aanbieders aanvullend een budgetplafond wordt afgesproken en op welke manier dit plafond wordt berekend. Eind 2021 declareren de aanbieders structureel binnen een maand de geleverde zorg. Maatschappelijke effecten Het hanteren van budgetplafonds kan betekenen dat jeugdigen (onbedoeld) langer moeten wachten op hulp.
Het risico op wachtlijsten bestaat. Daarnaast kan het betekenen dat een jeugdige niet voor een bepaalde vorm van hulp geen volledig vrije keuze van aanbieder meer heeft. Dit kan leiden tot ontevredenheid en onbegrip. Als niet adequaat wordt gehandeld kan het in het ergste geval leiden tot een juist groter beroep op zorg. Doel van de transformatie is om de jeugdhulp beschikbaar en betaalbaar te houden. Inzetten op normaliseren, afschalen naar een lichtere vorm van hulp en hulp in groepsverband in plaats van 8 Met transformatie bedoelen we niet alleen het inzetten van lichtere, goedkopere of minder inten-
sieve zorg maar ook het samen met jeugdhulp-aanbieders verkennen en inzetten van andere mogelijkheden en samenwerkingen die bijdragen aan kwaliteit en mogelijkheden om de jeugdhulp betaalbaar te houden. 9
individueel, kan door (ouders van) jeugdige cliënten worden ervaren als een aantasting van wat waar ze menen recht op hebben. Daarnaast kan het leiden tot negatieve beeldvorming over de gemeente Brummen. Participatie • We betrekken en consulteren de werkgroep Jeugd van de Maatschappelijke Adviesraad (MAR) conform trede 2 van de Participatieladder. We informeren de werkgroep Jeugd over het Plan. Samen volgen we de maatschappelijke effecten van de ingezette interventies. In geval er signalen vanuit de Brummense samenleving in relatie tot het (anders) toekennen komen zullen deze in de werkgroep Jeugd worden besproken. • We vragen jeugdigen en hun ouders naar hun tevredenheid over de geboden Jeugdhulp. Relevante signalen uit deze gesprekken bespreken we met de werkgroep Jeugd van de MAR, aanbieders, consulenten en andere betrokkenen. • We informeren verwijzers zoals (huis)artsen en gecertificeerde instellingen over de financiële schaarste en het instellen van budgetplafonds. • We werken samen met SWB aan betere aansluiting tussen voorliggende voorzieningen en maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp. Waar nodig organiseren we aanvullende voorliggende (groeps)voorzieningen. • We denken nog na over andere vormen van participatie in dit project zoals een klankbordgroep jeugdige ervaringsdeskundigen.
10
3) Bouwsteen J3 Samenwerken met onderwijs Doelen Samen met consulenten van Team voor Elkaar, primair onderwijs en voorscholen (gekoppeld aan de scholen) zo preventief mogelijk lichte zorgvragen bij jonge kinderen signaleren en normaliseren. Deze zorgvragen worden tijdig bij de ouders onder de aandacht gebracht en de ouders worden hier eventueel in ondersteund om deze problemen zelf of in hun netwerk op te lossen (vergroten van de ouderbetrokkenheid). Met als doel belemmeringen in de ontwikkeling van de kinderen te minimaliseren. Soms komen deze voort uit de thuissituatie. Het doel is niet te snel maatwerk toe te kennen, maar ook niet te laat hulp in te zetten. Daar waar ouders met ondersteuning er toch niet uitkomen wordt in overleg met onderwijs en ouders vroegtijdig interventies ingezet om duurder maatwerk in de toekomst te voorkomen. Hierbij wordt nadrukkelijk ook gekeken naar interventiemogelijkheden vanuit het onderwijs. In het eerste jaar starten we met 4 verschillende werkwijzen per school. Er worden met de scholen en de consulenten TVE die betrokken zijn bij de scholen afspraken gemaakt over een bepaalde werkwijze per school, zodat een vergelijking van de verschillende werkwijzen mogelijk wordt. Uiteindelijk moet in het derde jaar gekozen worden voor een bepaalde werkwijze.
Bevorderen van de inzet van kortdurende cliëntondersteuning dat door consulenten van Team voor Elkaar wordt uitgevoerd op de scholen. De consulenten werken conform het leefringenmodel en het uitgangspunt 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. Door ook in te zetten op de voorscholen is het doel dat er minder verwijzingen via de huisarts gaan verlopen door een betere werkwijze op de voorscholen en scholen. Projectresultaten Vermindering aantal maatwerkvoorzieningen in 2021: 4, 2022: 6, 2023: 9 Dit betekent jaarlijks een ombuiging van € 16.666. In het 3e jaar wordt een keuze gemaakt voor de beste werkwijze. Dit zal in een rapportage worden toegelicht. In deze rapportage wordt ook inzichtelijk welke mogelijkheden er zijn voor meer inclusief onderwijs en de uitvoering van maatwerk jeugdhulp in de school. Mijlpalen in 2021 Evaluatie van de werkwijzen vindt 4x per jaar plaats. De verslagen hiervan worden met elkaar gedeeld en waar nodig nader besproken. Per kwartaal wordt de stand bijgehouden van het aantal toegekende maatwerktrajecten 0-12 jaar. Per kwartaal wordt ook bijgehouden in hoeveel gevallen een maatwerktraject mogelijkerwijs voorkomen kon worden. We houden per kwartaal bij in hoeverre er minder vragen binnenkomen bij informatie en advies over kinderen tussen 0-12 jaar. We rapporteren hier 2x per jaar over aan de stuurgroep.
Maatschappelijke effecten Het verstrekt het zelfvertrouwen en eigen regie van ouders. Incidenteel kan het ook leiden tot ontevredenheid omdat ouders van mening zijn dat ze niet krijgen waar ze recht op te hebben. Om inzicht te krijgen in de ervaring van ouders naar aanleiding van wijzigingen door deze bouwsteen vragen we ouders hun mening bij afronding van ieder traject kortdurende cliëntondersteuning. Hierdoor monitoren we of er signalen zijn die zicht geven op maatschappelijke effecten. In de kwartaalrapportages zullen we hier inzicht in geven. Participatie • Samen met scholen wordt conform “Trede 2 Consulteren/Adviseren” van de Participatieladder besproken en besloten hoe de verschillende uit te proberen werkwijzen uitgevoerd gaan worden. Ook wordt samen met de scholen de uitvoering per kwartaal geëvalueerd. • Ouders worden (conform Trede 1 informeren van de Participatieladder) door scholen geïnformeerd over deze werkwijze. • Gedurende 3 jaar zal ouders gevraagd worden (conform “Trede 2 Consulteren/Adviseren” van de Participatieladder) hoe ze het ingezette traject ervaren hebben. En waar zij eventueel verbeteringen zien. 11
•
De MAR zal (conform Trede 1 informeren van de Participatieladder) over het project worden geïnformeerd.
12
4) Bouwsteen J4 en W2 inzet kortdurende cliëntondersteuning Jeugd verbeteren/vergroten Doelen Het vergroten en verbeteren van cliëntondersteuning en zorgen dat er makkelijker, laagdrempelig gebruik gemaakt kan worden van ondersteuning als algemene en voorliggende voorziening. Hierdoor hoeft er geen gebruik te worden gemaakt van relatief dure trajecten van gespecialiseerde, gecontracteerde aanbieders. Het betreft hier uitsluitend lichte ondersteuningstrajecten. Door het meer inzetten van cliëntondersteuning, door het zoveel mogelijk overhevelen van maatwerkvoorzieningen naar een algemeen toegankelijke voorziening, wordt een besparing op de inzet van maatwerkvoorzieningen gerealiseerd. Het moet vanzelfsprekender en aantrekkelijker worden voor inwoners om in eerste instantie met kortdurende cliëntondersteuning te gaan werken in plaats van het melden van een behoefte aan maatwerk ondersteuning. Cliëntondersteuning moet sneller en eenvoudiger beschikbaar zijn, geen wachttijden hebben en er moet sprake zijn van minder regeldruk Kortdurende cliëntondersteuning is snel beschikbaar, kortdurend en resultaatgericht en hierop wordt actief gestuurd.
Kortdurende cliëntondersteuning is bedoeld om als voorliggende algemene voorziening de eigen kracht van de inwoner te vergroten, te onderzoeken of er binnen het sociale netwerk van de cliënt hulp geboden kan worden of er een beroep gedaan kan worden op overige vrij toegankelijke (algemene) voorzieningen. Het verbeteren van de interne processen en aanscherping van het methodische kader voor de uitvoering in het TVE leidt tot betere resultaten met minder inzet van uren. Er is directe sturing via een goede monitoring op de resultaten van de kortdurende cliëntondersteuning Projectresultaten Kortdurende cliëntondersteuning wordt door de medewerkers van Informatie & Advies (via o.a. de inloopspreekuren of telefonisch contact) direct aangeboden zonder dat de inwoner op een wachtlijst terecht komt. Er wordt gelijk een afspraak gemaakt voor een verkennend gesprek en aansluitend wordt er direct en in samenwerking met de inwoner een ondersteuningsplan opgesteld. De daarin gestelde doelen zijn allen SMART beschreven en dus uitvoerbaar en meetbaar. Inwoner en cliëntondersteuner werken samen aan deze doelen. Er vindt geregeld evaluatie plaats waarbij doelen en plan bijgesteld kunnen worden Er is elke week een weekstart met alle cliëntondersteuners waarbij de belangrijke actiepunten van die week worden besproken. De cliëntondersteuners zijn in staat gestructureerd en planmatig te werken.
Zij zijn analytisch, doortastend en kunnen goed inschatten welke acties moeten worden uitgezet om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de cliënt te vergroten. Cliëntondersteuners nemen zo min mogelijk acties of werkzaamheden van de inwoner over, zij laten de regie bij de inwoner. Zij leggen de nadruk op het vergroten van vaardigheden van de inwoner (en zijn sociale netwerk) en vergroten daarmee de eigen kracht. Clientondersteuners zijn kostenbewust en maken mede op basis daarvan keuzes bij het bepalen van de best passende hulp of ondersteuning. Cliëntondersteuners zijn onderling kritisch, scherp en in staat elkaar feedback te geven en feedback te ontvangen. Eind 2021 is er een businesscase voor de jaren 2022 en 2023 gereed. Mijlpalen in 2021 Vanaf juni 2021 is het cliëntvolgsysteem binnen het TVE geoptimaliseerd Eind juni 2021 is er meer duidelijkheid over welke deskundigheidsbevordering voor kortdurende cliëntondersteuning nodig is en binnen het opleidings- en scholingsplan TVE zal hierin gaan worden voorzien. In december 2021 is er een betrouwbare monitor voor cliëntondersteuning. In december 2021 wordt een toename van cliëntondersteuning zichtbaar. Verwacht wordt dat ook 13
een daling te zien is in de inzet van maatwerkvoorzieningen In december 2021 is alle informatie gereed voor een businesscase cliëntondersteuning. Hieruit zal blijken of de huidige bezetting voldoende is om de verwachte toename van hulpvragen te verwerken. Maatschappelijke effecten De ondersteuning aan de inwoner kan sneller starten want er is geen onderzoek via het keukentafelgesprek nodig. Er hoeft geen eigen bijdrage door de inwoner betaald te worden en er is voor zowel de inwoner als gemeente minder administratie- en regeldruk. Inwoners zullen moeten gaan wennen aan voor hen de nieuwe vorm van ondersteuning Participatie • Er wordt samen met de inwoner conform “Trede 4 samen handelen” van de Participatieladder een ondersteuningsplan opgesteld. • In het jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek wordt onderzocht of de inwoner tevreden is met deze dienstverlening. • We betrekken actief de Maatschappelijke Adviesraad (MAR) conform trede 2 van de Participatieladder.
14
5) Bouwsteen J6 aanscherpen en handhaving op beleid omtrent (leerlingen)vervoer Doelen Het verminderen van de kosten voor leerlingenvervoer. Dit willen we bereiken door bij nieuwe aanvragen strakker de verordening te handhaven op toekenning naar alleen de dichtstbijzijnde geschikte school. Een nieuwe verordening leerlingenvervoer die aan de hand van de Brummense praktijk goed uitvoerbaar is en die bijdraagt aan kostenreductie. Aangepast leerlingenvervoer (met een busje of taxi) moet meer een uitzondering worden dan de regel in Brummen. Er worden afspraken gemaakt met het Samenwerkingsverband over communicatie met ouders over toekenningen van leerlingenvervoer in relatie tot de meest geschikte dichtstbijzijnde school. Projectresultaten In 2023 zijn er 4 beschikkingen leerlingenvervoer minder afgegeven. Dit leidt in 2023 tot een ombuiging van € 17.000. In 2021 wordt € 0 omgebogen In 2022 wordt € 8.500 omgebogen In 2021 wordt € 8.500 omgebogen Een nieuwe Verordening leerlingenvervoer Mijlpalen in 2021 Eind 2021 is er een nieuwe Verordening Leerlingenvervoer gereed die in januari/februari 2022 ter besluitvorming aan de Raad wordt aangeboden. Eind 2021 is er inzicht in het aantal beschikkingen voor het schooljaar 2021-2022 waar aanpassing mogelijk is en zelfstandigheid van kinderen te stimuleren is.
Maatschappelijke effecten Bij het aanscherpen en handhaven van het beleid leerlingenvervoer kan er ontevredenheid gaan ontstaan bij ouders en kinderen. Het aantal beroep- en bezwaar procedures kan toenemen. Dit zal gemonitord worden. Door ouders meer aan te spreken op hun te voorzichtig en te beschermend gedrag naar hun kinderen zal de ontwikkeling van kinderen naar zelfstandigheid bevorderd worden. Participatie • Er wordt een bijeenkomst georganiseerd conform “Trede 2 consulteren/adviseren” van de Participatieladder met zowel gebruikers van leerlingenvervoer als niet gebruikers van leerlingenvervoer en scholen. Tijdens deze bijeenkomst zal met iedereen gesproken worden over het mogelijk vervroegen van zelfstandig leren reizen. Ook wordt voorgelegd dat ouders op de dagen dat ze niet werken, zelf de kinderen naar school kunnen brengen. • De concept verordening wordt op de gebruikelijke wijze ter inzage voor inspraak vrij gegeven. • De MAR wordt in het proces van de verordening actief betrokken conform “Trede 2 Consulteren/adviseren” van de participatieladder.
15
6) Bouwsteen W1 instroom en intensiteit van huishoudelijk hulp verkleinen Doelen De instroom en intensiteit van de voorziening Huishoudelijke Hulp (HH) binnen 3 jaar te verkleinen en daarmee 10% te besparen t.o.v. het kostenniveau 2019. Het gemiddeld aantal uren per beschikking verlagen met 15% Het gemiddeld aantal uren per week verlagen met 10% Het aantal af te geven beschikkingen verlagen met 10% Het TVE werkt kostenbewust Beheersing van de kosten als gevolg van het abonnementstarief Projectresultaten Eind 2023 is er 180.000 omgebogen Eind 2023 is de gemiddelde looptijd van een beschikking 2 jaar (nu is dit 2,3 jaar) Eind 2023 is het gemiddeld aantal uren 2,3 per week. Per maand worden er maximaal 30 beschikkingen afgegeven (inclusief vervolgbeschikkingen) Consulenten van TVE zijn in staat om op basis van duidelijke criteria, toepassen van het leefringenmodel een onderbouwde en passende beschikking HH af te geven. Inwoners blijven tevreden over de kwaliteit van de HH-ondersteuning. Zij kunnen regie voeren over een schoon en leefbaar huis. Mijlpalen in 2021 Nieuwe beleidsregels Wmo zijn eind juni 2021 door het College vastgesteld Een uitvoeringsrichtlijn huishoudelijke hulp is in juli 2021 vastgesteld De gewenste stuurinformatie voor het TVE is in kwartaal 2 ingericht en beschikbaar Er is (digitaal) dashboard voor TVE ingericht en beschikbaar in kwartaal 2.
Een analyse is gereed om de effecten van het abonnementstarief te beperken in juli 2021 Een voorstel is gereed in september om de effecten van het abonnementstarief met maatregelen te beperken Alle consulenten TVE zijn in kwartaal 3 getraind en er is een lerende omgeving ingericht inventarisatie mogelijk opties inzetten innovaties gereed eind kwartaal 4. Maatschappelijke effecten Inzetten op zelfredzaamheid, eigen netwerk en versoberen betekent dat een inwoner minder uren ondersteuning in de vorm van HH ontvangt. Inwoners kunnen het ‘anders beschikken’ (versoberen, waar mogelijk inzetten op wederkerigheid) ervaren als een aantasting van wat waar ze menen recht op hebben. Dit kan tot ontevredenheid bij inwoners leiden die ook bezwaar aantekenen tegen de afgegeven beschikking. We informeren inwoners met een duidelijke boodschap waarmee we inzetten op bewustwording van financiële schaarste. Uiteraard zorgen we voor een goede onderbouwing bij iedere beschikking. Door teruggang van het aantal uren HH er minder tijd is voor een sociaal gesprek terwijl een deel van de inwoners hier wel een duidelijke behoefte heeft. Gevoelens van ervaren eenzaamheid kunnen groter worden.
Binnen een lokale aanpak “Een tegen Eenzaamheid” 9zullen we hier passend op gaan anticiperen en proberen om dit ongewenst effect te voorkomen Participatie • Om inzicht te hebben in (on)tevredenheid en eenzaamheid te ‘meten’ zal TVE als onderdeel van het proces (een deel van) de inwoners met een nieuwe beschikking bellen en vragen naar hun tevredenheid en welzijn. Daarnaast vragen we de huishoudelijke hulpen om een grotere rol te nemen in het signaleren van eenzaamheid. • We betrekken de werkgroep Wmo van de Maatschappelijke Adviesraad (MAR) conform trede 9 Binnen het landelijk programma “Een tegen Eenzaamheid” van het Ministerie van VWS wordt
gewerkt aan een lokale aanpak “Een tegen Eenzaamheid”. 16
• • •
2 van de Participatieladder als adviseur en klankbordgroep. Conform “Trede 4 samen handelen” van de Participatieladder gaan we met alle aanbieders en o.a. Stichting Welzijn Brummen in gesprek over het thema “eenzaamheid” gericht op het samen met elkaar bestrijden van de eenzaamheid in Brummen Conform “Trede 2 Consulteren/adviseren” zullen we inwoners actief uitnodigen om mee te denken in het vinden van alternatieven en oplossingen. In het jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek wordt onderzocht of de inwoner tevreden is met deze dienstverlening.
17
7) Bouwsteen W3 gerichtere inzet hulpmiddelen Doelen Hulpmiddelen, met name rollende voorzieningen, worden gerichter in gezet. Met gerichter doelen we hier zowel op rechtmatig gebruik als doelmatigheid van gebruik. Inwoners nemen meer de eigen verantwoordelijkheid en gebruiken van eigen financiële middelen om hulpmiddelen aan te schaffen Er wordt door het TVE meer verwezen naar voorliggende voorzieningen zoals de zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg en het UWV en geen beschikking Wmo meer afgegeven. We reduceren de niet-gebruikte voorzieningen Heroverweging van het beleid “mobiliteitsgarantie”10 Er wordt bijgedragen aan het kosten bewustzijn bij zowel inwoner als de uitvoering TVE Projectresultaten In 2021 wordt er in totaal € 27.000 omgebogen In 2022 wordt er in totaal € 27.000 omgebogen In 2023 wordt er totaal € 27.000 omgebogen Het aantal niet gebruikte voorzieningen is teruggedrongen wat een besparing oplevert van € 8.000 per jaar (dit bedrag is onderdeel van ombuigingen 2021, 2022 en 2023 die hierboven aangegeven zijn) Er wordt een besparing gerealiseerd in de kosten van woonvoorzieningen van € 26.000 per jaar (dit bedrag is onderdeel van ombuigingen 2021, 2022 en 2023 die hierboven aangegeven zijn) Mijlpalen in 2021 Nieuwe beleidsregels Wmo zijn eind juni 2021 door het College vastgesteld In april 2021 is er contact gelegd met één of meer regiogemeenten over
mogelijke ombuigingsopties voor deze bouwsteen zoals een rolstoel- en scootmobielpool. In april 2021 zijn de tarieven van de hulpmiddelen met het bijbehorende onderhoudscontract gedetailleerd bekend bij alle Wmo consulenten. De Wmo consulenten zullen de tarieven vanaf april 2021 benoemen in keukentafelgesprekken en weergeven in gespreksverslagen. In het tweede kwartaal van 2021 vindt er een online training plaats onder de Wmo consulenten en consulenten Informatie en Advies over hulpmiddelen, voorliggende voorziening en wet- en regelgeving. In het tweede kwartaal van 2021 vinden de eerste her-controles plaats door middel van telefonisch onderzoek. Er worden 20 tot 30 controles verricht als pilot. In september 2021 zijn de uitvoeringsrichtlijnen Wmo gereed, deze uitvoeringsrichtlijnen bieden handvatten aan de uitvoering In het derde kwartaal van 2021 is er een kostenbatenanalyse omtrent de mobiliteitsgarantie opgesteld In het derde kwartaal van 2021 is analyse gereed over de uitvoering van her-controles. Onderdeel van de analyse is of er extra capaciteit nodig is en of dit opweegt tegen het besparingspotentieel. In het vierde kwartaal van 2021 vindt de her-controle plaats door middel van telefonisch onderzoek. Maatschappelijke effecten Het strenger toezien op de rollende voorzieningen en woonvoorzieningen, kan leiden tot inname, verwijzingen of afwijzingen.
Dit kan in 2021 tijdelijk resulteren in meer klachten en/of bezwaren. Door actief te communiceren met de inwoner over de kosten van hulpmiddelen, zal er bij de inwoner een bewustzijn van schaarste ontstaan en zal eerder zelf naar een oplossing gezocht gaan worden. Dit versterkt de eigen regie en zelfstandigheid. 10 Er is met een aanbieder een mobiliteitsgarantie afgesproken. Met deze garantie garandeert de
gemeente Brummen de inwoner een mobiliteits- en omruilgarantie van minimaal 108 maanden/9 jaar. 18
Participatie • Met inwoners die een beroep doen op hulpmiddelen hanteren we ‘Trede 1 informeren” van de participatieladder. • De Maatschappelijke Advies Raad (MAR) wordt actief betrokken bij de onderzoeks- en implementatiefase van deze bouwsteen. De MAR wordt gedurende het project geïnformeerd (trede 1), betrokken wanneer er advies nodig is (trede 2) en indien nodig gevraagd om gezamenlijk te handelen in besluitvormingen (trede 3).
19
8) Bouwsteen W4 kritischer toewijzen begeleiding groep en begeleiding individueel Doelen Kritischer en gerichter inzetten van de voorzieningen begeleiding en dagbesteding. De gemiddelde looptijd van een beschikking verlagen met 20%. Het aantal af te geven beschikkingen verlagen met 10%. Voorkomen van ongewenste stapelingen (inwoners hebben >1 vergelijkbare voorziening). Professionalisering en kostenbewust handelen door de uitvoering binnen het TVE. Kostenbewustzijn bij de inwoners Klanttevredenheid is ruim voldoende. Projectresultaten Eind 2023 is een besparing gerealiseerd van € 150.000 op de totale kosten begeleiding. (begeleiding individueel en begeleiding groep). In 2021 is dit € 50.000 ombuigen In 2022 is dit € 50.000 ombuigen In 2023 is dit € 50.000 ombuigen Eind 2023 is de gemiddelde looptijd van een beschikking 2 jaar. Per maand worden er maximaal 11 beschikkingen afgegeven (inclusief vervolgbeschikkingen). Eind 2023 is het aantal beschikkingen afgenomen tot 360. Consulenten van TVE zijn in staat om op basis van duidelijke criteria en het toepassen van het leefringenmodel onderbouwde en passende beschikkingen begeleiding af te geven. Inwoners blijven tevreden over de kwaliteit van de ondersteuning in de vorm van begeleiding wat blijkt uit het continue cliënttevredenheidsonderzoek.
Mijlpalen in 2021 Gewenste stuurinformatie voor begeleiding ingericht en beschikbaar eind juni 2021. Het aanbod van voorzieningen per aanbieder is in beeld eind juni 2021. Nieuwe beleidsregels Wmo zijn eind juni 2021 door het College vastgesteld In kwartaal 3 zijn er uitvoeringsrichtlijnen voor het TVE vastgesteld In 2022 bieden de aanbieders aanvullend op individuele begeleiding ook groepsvoorzieningen of werken hiervoor samen met collega-aanbieders. Het onderzoek naar stapeling/dubbelingen binnen de Wmo en tussen Wmo en Zorgverzekeringswet is in september afgerond. Alle inwoners waarbij het vermoeden is dat er sprake is van stapeling/dubbelingen zijn gesproken. Beschikkingen zijn beëindigd of aangepast. In kwartaal 4 zijn de inwoners, waarbij het vermoeden is dat een inwoner ‘Wet langdurige zorgwaardig’ is, gesproken. Deze inwoners geven aan binnen 3 maanden zelf een CIZ-indicatie voor de Wet langdurige zorg aan te vragen. Bij nieuwe beschikkingen hebben we vanaf kwartaal 3 inzicht in hoeveel inwoners we ondersteunen door inzet van voorliggende voorzieningen als (deel van) de oplossing. Maatschappelijke effecten Minder inzet van individuele begeleiding vraagt om aanpassingen van de inwoner die niet gewend is om gebruik te maken van groeps- of algemene voorzieningen. Gevoelens van ervaren eenzaamheid kunnen groter worden.
Binnen een aanpak “Een tegen Eenzaamheid” zullen we hier passend op gaan anticiperen en proberen om dit ongewenst effect te voorkomen. Het ‘strakker’ beschikken kan ook betekenen dat er een groter beroep wordt gedaan op mantelzorgers, die wanneer daar onvoldoende aandacht en ondersteuning voor is, overbelast kunnen raken. Samen met Stichting Welzijn Brummen zorgen we voor een passende inzet op mantelzorgondersteuning. Participatie 20
• •
• •
In het project betrekken en consulteren we de werkgroep Wmo van de Maatschappelijke Adviesraad (MAR) conform Trede 2 van de Participatieladder We gaan met inwoners in gesprek conform trede 2 van de Participatieladder en laten hen meedenken over mogelijke opties en alternatieven. Vooral rondom (consequenties en mogelijkheden van) het omzetten van individuele begeleiding naar groep of het inzetten van begeleiding groep als algemene voorziening. We vragen inwoners die een nieuwe beschikking of een vervolgbeschikking krijgen naar hun tevredenheid over de geboden begeleiding. Relevante signalen uit deze gesprekken bespreken we met de werkgroep Wmo van de MAR. We werken samen conform trede 3 van de Participatieladder met aanbieders aan het creëren van groepsvoorzieningen.
21
9) Bouwsteen W5 voorliggende voorzieningen strategischer en doelmatiger inzetten Doelen In de opdrachtverlening aan Stichting Welzijn Brummen wordt beter vastgelegd wat de rol, taken en verantwoordelijkheden zijn van Stichting Welzijn Brummen in relatie tot de ombuigingsopgave Berenschot. Voorliggende voorzieningen sluiten beter aan bij de vraag van de inwoner en ondersteunen de consulenten van Team voor elkaar om bij te dragen aan het verminderen van de inzet van maatwerkvoorzieningen. Projectresultaten Resultaatgerichte uitvoeringsafspraken met Stichting Welzijn Brummen voor de periode juli tot en met december 2021 Nieuwe resultaatgerichte uitvoeringsafspraken met Stichting Welzijn Brummen voor het jaar 2022. Start ‘Welzijn op Recept’ en GGZ in de wijk (mede t.b.v.
Beschermd Thuis) per 01 januari 2022 Mijlpalen in 2021 Eind kwartaal 3 is de analyse en evaluatie van huidige algemene voorzieningen gereed Eind kwartaal 3 is de analyse en evaluatie van huidige maatwerkvoorzieningen gereed Eind kwartaal 3 is de analyse en onderzoek naar hoe de huidige (financiële) middelen van SWB beter en efficiënter kunnen word en ingezet om bij te dragen aan de bezuinigingsopgaven van de gemeente Brummen gereed In kwartaal 4 is de Verkenning mogelijkheden implementatie ‘Welzijn op Recept’ gereed Plan ‘van maatwerkvoorzieningen naar preventie’ in kwartaal 4 gereed In kwartaal 4 is de ontwikkeling van de sociale kaart van de gemeente Brummen gereed Maatschappelijke effecten Door het – in samenspraak met inwoners, sleutelfiguren, organisaties en verenigingen - ontwikkelen van voorliggende voorzieningen ontstaat een breder aanbod. Hierdoor is het mogelijk om inwoners door te verwijzen naar voorliggende voorzieningen en is het mogelijk minder te hoeven verwijzen naar maatwerkvoorzieningen. Hierdoor kunnen kosten worden gereduceerd. Mogelijk maatschappelijk effect is meer ontevredenheid bij inwoners, doordat zij niet krijgen waar zij menen recht op te hebben. Hetzelfde is mogelijk bij zorgaanbieders.
Meer verwijzingen naar voorliggende algemene voorzieningen betekend dat er een afname zal zijn van het aantal doorverwijzingen naar individuele maatwerkvoorzieningen. Maatschappelijke organisaties kunnen daarbij van mening zijn dat er onevenredig veel van inwoners wordt gevraagd. Een tegenbeweging kan zijn is dat er bij strengere toewijzing uiteindelijk minder vraag zal zijn naar maatwerkvoorzieningen omdat de drempel wordt verhoogd. Nieuwe uitvoeringsafspraken kunnen wijzigingen betekenen in de huidige uitvoering afspraken. Dit kan betekenen dat medewerkers van SWB zich moeten richten op andere taken. Dit zou tot ontevredenheid kunnen leiden bij de medewerkers. Participatie • Met Stichting Welzijn Brummen zal conform “Trede 4 samen handelen” van de Participatieladder gewerkt worden aan een nieuwe opdrachtverlening, de introductie van Welzijn op recept, “GGZ in de wijk” en de ontwikkeling van algemene voorzieningen. • Conform “Trede 2 consulteren” van de Participatieladder organiseren we verkennende bijeenkomst(en) met inwoners, sleutelfiguren, organisaties en verenigingen over nieuw te ontwikkelen voorliggende voorzieningen.
• Conform “Trede 2 consulteren” van de Participatieladder organiseren we verkennende gesprekken met aanbieders over nieuw te ontwikkelen en/of te collectiviseren van voorliggende voorzieningen • Conform “Trede 3 samen beslissen” werken we met de huisartsen in Brummen samen om tot 22
•
een introductie van Welzijn op recept te komen. Conform “Trede 2 consulteren” van de Participatieladder zijn we met de Maatschappelijke Advies Raad in gesprek over de bouwsteen en vragen ze actief om vanuit het inwonersperspectief ideeën en alternatieven aan te dragen.
23
10) Bouwsteen P1: incidentele kosten voor opstart WerkFit daadwerkelijk omzetten structurele baten Vooraf Berenschot is in haar onderzoek uitgegaan van de realisatiecijfers 2019. In 2019 was er sprake van incidentele kosten voor de opstart van WerkFit. Vooral voor het pand aan de Kollergang en loonwaarde metingen zijn er incidentele kosten gemaakt. In de begroting 2021 is geen budget voor incidentele kosten opgenomen. Het is dus zaak om te zorgen dat er geen kosten gemaakt worden.
Doelen Geen incidentele kosten WerkFit Borgen in interne processen dat er geen onvoorziene uitgaven kunnen plaatsvinden Projectresultaten De jaarrekeningen 2021, 2022 en 2023 laten zien dat er geen incidentele kosten zijn gemaakt Binnen de verschillende processen in de organisatie zijn heldere afspraken vastgelegd die borgen dat er zonder een College of Raadsbesluit geen incidentele kosten gemaakt kunnen worden Mijlpalen in 2021 Afspraken zijn vastgelegd om te zorgen dat er geen incidentele kosten gemaakt worden In de tussenevaluatie in kwartaal 2 blijkt dat er nul euro aan incidentele kosten is uitgegeven Eind 4e kwartaal blijkt uit de evaluatie dat er nul euro aan incidentele kosten is uitgegeven Maatschappelijke effecten Geen Participatie Geen
24
11) Bouwsteen P2 structurele tekorten op uitvoering Wsw en Participatiewet afbouwen Doelen De werkomgeving van WerkFit is meer doelmatig ingericht op het ontwikkelen van competenties en vakvaardigheden in relatie tot het vergroten van de verdiencapaciteit en uitstroom naar werk in kansrijke sectoren. We maken effectief en efficiënt gebruik van financiering en voorzieningen via onder andere het Regionaal Werkbedrijf FactorWerk Wet educatie en beroepsonderwijs (Web) en andere incidentele budgetten, waardoor er minder re-integratie budget hoeft te worden ingezet Overbruggingstrajecten binnen WerkFit (uitvoering Larcom) worden minimaal aangeboden en er wordt gebruik gemaakt van alternatieven binnen lokale organisaties en instellingen in de gemeente Brummen Trajecten arbeidsmatige dagbesteding binnen WerkFit (uitvoering Larcom) wordt alleen ingezet wanneer er geen alternatief is en wanneer het aantoonbaar leidt tot regulier werken WerkFit biedt kansen voor taalleren op de werkplek.
Daarnaast wordt het programma door uitvoerder Larcom zodanig vorm gegeven dat ook parttime werken binnen WerkFit mogelijk wordt (2 medewerkers bezetten 1 kostenplaats) Tijdelijke extra Rijksfinanciering zetten we effectief in en besparen op de reguliere uitvoeringskosten De uitvoering van de nieuwe taak inburgering (ingangsdatum 2022) richten we zodanig in dat er op uitvoeringskosten en budget bespaard gaat worden. We beheersen de kosten en de uitvoering nieuw beschut werk (Participatiewet) en de doelgroep werkt maximaal bij een externe werkgever De inzet van individuele re-integratie voorzieningen is effectief en efficiënt gericht op zo snel mogelijk uitstroom naar werk. Om een ombuiging te realiseren prioriteren we de inzet van voorzieningen Medische keuringen worden effectief en efficiënt ingezet en de uitvoering werkt conform een uitvoeringsrichtlijn De inwoner die een uitkering van de Participatiewet ontvangt is vanuit zijn/haar eigen verantwoordelijkheid actief aan het werk in het vinden van een betaalde baan. In de uitvoering wordt hierop gehandhaafd. We zijn tijdig voorbereid op de aflopende aanwijzing aan uitvoerder Larcom per 2024 binnen WerkFit. Er is een kostenanalyse gereed en er is inzicht in benodigde omvang en werkzaamheden vanaf 2024 voor de doelgroep Wsw, beschut werk en participatiewet.
Projectresultaten Er wordt in 3 jaar € 275.000 omgebogen (elk jaar € 91.666) Er zijn afspraken met uitvoerder Larcom gemaakt over de reductie van het aantal plekken arbeidsmatige dagbesteding en daarmee is een ombuiging van 80% van het budget gerealiseerd Er zijn afspraken met uitvoerder Larcom gemaakt over de doelmatige uitvoering gericht op het ontwikkelen van competenties en vakvaardigheden in relatie tot het vergroten van de verdiencapaciteit en uitstroom naar werk in kansrijke sectoren. Er is een uitvoeringsrichtlijn medische keuringen vastgesteld en de uitvoering door WerkFit ervan leidt concreet tot minder uitgaven voor medische keuringen Door inzet van regionale financiering en algemene voorzieningen wordt er in 2021 15 % op individuele re-integratie middelen omgebogen Door inwoners met een Participatiewet uitkering meer aan te spreken op de eigen verantwoordelijkheid wordt er meer uitstroom naar werk gerealiseerd en wordt er in 2021 15 % op de kosten re-integratie omgebogen en een voordeel op de kosten voor uitkeringen gerealiseerd WerkFit draagt bij aan taalontwikkeling en kansen voor participatie en werk voor nieuwkomers (niet- of niet meer inburgering plichtig) en werkzoekenden met een taalachterstand. De werk25
zaamheden en taalontwikkeling zijn gericht op zo snel mogelijk doorstromen naar reguliere activiteiten buiten WerkFit, betaald of vrijwillig. Door de inrichting en uitvoering van de Wet inburgering wordt in 2022 op de kosten uitvoering WerkFit bespaard 50% van de doelgroep nieuw beschut (Participatiewet) is werkzaam bij een reguliere werkgever in 2023 De doorlooptijd van het leerwerktraject binnen WerkFit (uitvoering Larcom) is verkort van 6 naar 4 maanden in 2024 Parttime deelname aan een leerwerktraject binnen WerkFit (uitvoering Larcom) is mogelijk in 2024 Mijlpalen in 2021 In mei zijn er nieuwe uitvoeringsafspraken met Larcom gemaakt over de trajecten arbeidsmatige dagbesteding vastgelegd.
In juni is de uitvoeringsrichtlijn medische keuringen vastgesteld en medewerkers WerkFit werken conform de uitvoeringsrichtlijn In juni zijn er nieuwe uitvoeringsafspraken met Larcom gemaakt over de doelmatige uitvoering In juli zijn alle monitoringsinstrumenten voor WerkFit ingericht In september zijn medewerkers WerkFit getraind en geschoold over de regionale financiering en voorzieningen via onder andere het Regionaal Werkbedrijf FactorWerk In september worden de eerste taalactiviteiten vormgeven binnen WerkFit In november is het uitvoeringsplan Wet inburgering gereed Maatschappelijke effecten Werk hebben en actief deelnemen aan de samenleving is voor de inwoner belangrijk en draagt bij aan de positieve gezondheidsbeleving Het meer aanspreken op de eigen verantwoordelijkheid om weer aan het werk te komen zal enerzijds leiden tot een toename van ontevredenheid maar zal tegelijkertijd ook leiden tot meer zelfstandigheid en eigen regie Nieuwkomers in de gemeente Brummen spreken eerder de Nederlandse taal en nemen deel aan de Brummense samenleving Participatie • Conform Trede 2 van de participatieladder zal de werkgroep participatie van de MAR vooraf in het proces gevraagd worden om te adviseren. Tijdens het proces zal de werkgroep participatie van de MAR geconsulteerd worden.
• Conform Trede 2 van de participatieladder worden er klankbordgesprekken met werkzoekenden en werknemers binnen WerkFit gehouden ten aanzien van kansen voor het versterken van het rendement van WerkFit voor het vinden van werk en het aansluiten bij de eisen in regulier werk
26
12) Bouwsteen P3 de marge op detacheringstarieven onderzoeken en op termijn de detacheringstarieven aanpassen Doelen De marktpositie van WerkFit Brummen versterken en hierbij onderzoeken of de financiële groei in detacheringstarieven en dienstverlening voor de medewerkers vanuit WSW haalbaar is. Het jaarlijks doorvoeren van verhoging van de detacheringstarieven door doorberekening van stijging van het wettelijk minimum loon en de indexering consumentenprijsindex. Door acquisitie van banen in de regio ontstaan er nieuwe kansen op werk waarbij ook een marktconform uurtarief berekend kan worden. Vergroten naamsbekendheid WerkFit Brummen bij ondernemers in gemeente Brummen en haar buurtgemeenten waardoor er meer kansen kunnen ontstaan op werk voor de Wsw medewerkers van gemeente Brummen. Projectresultaten 55% van de Wsw medewerkers is op detacheringsbasis werkzaam bij regionale bedrijven (nu is dit 53%) Het gemiddelde uurtarief bij een detachering is per januari 2021 is € 8,60 per uur. Doelstelling eind 2023 is een groei van het gemiddelde uurtarief tussen 5% tot 12.5%. Dat betekent bij een maximale groei van 12.5% er een stijging van het uurtarief naar € 9.70 gerealiseerd wordt.
Mijlpalen in 2021 Plan van aanpak gericht op versterken van de marktpositie is eind kwartaal 2 gereed Ieder kwartaal is de monitor detacheringstarieven gereed en wordt besproken binnen WerkFit gericht op het sturen op groei naar tussen de 5% en 12.5 % groei van het uurtarief eind 2023 In kwartaal 2 is een plan gereed gericht op het vergroten van de deskundigheid van Wsw consulenten en accountmanagers door het volgen van vakinhoudelijk trainingen Maatschappelijke effecten Wsw medewerkers werken met veel plezier bij de ondernemers in de gemeente Brummen en ontwikkelen naar vermogen en doen mee. Participatie • Conform ”Trede 1 informeren” van de participatieladder, zal met de MAR gesproken worden over de bouwsteen en de ontwikkelingen binnen WerkFit Brummen. • Conform “Trede 4 samen handelen” van de Participatieladder zal er met de ondernemers samengewerkt worden gericht op het creëren van banen.
27
13) Bouwsteen P5 door procesverbeteringen zonder extra formatie een 10%-stijging van de instroom coronacrisis opvangen Doelen 10% van de verwachte toestroom nieuwe uitkeringsgerechtigden Participatiewet met bestaande capaciteit opvangen Werkprocessen binnen WerkFit efficiënter inrichten waardoor de inwoner passende dienstverlening kan worden geboden Projectresultaten Bij een toename van het aantal uitkeringsgerechtigden van 10% is er geen extra capaciteit aantrokken. Werkprocessen over de “klantreis” van de uitkeringsgerechtigde is dé manier van werken binnen WerkFit. Mijlpalen in 2021 Elk kwartaal een rapportage monitor effect coronacrisis op de instroom Vanaf kwartaal 3 een maandelijkse monitoring van resultaten in- door- en uitstroom en ontwikkeling van ingezette en/of lopende trajecten Kwartaal 4 Evaluatie door HR over de stand van zaken ontwikkeling van personeel WerkFit door gevolgde trainingen en/of opleidingen Maatschappelijke effecten Werk geeft voldoening, structuur in het leven en draagt bij aan het deelnemen aan de samenleving. Door vanuit WerkFit uitkeringsgerechtigden te ondersteunen om naar vermogen zich te ontwikkelen en/of re-integreren naar betaald werk wordt actief bijgedragen aan voldoen, structuur en meedoen aan de samenleving. Participatie Conform “trede 1 Informeren” van de participatieladder wordt MAR geïnformeerd over de implementatie van deze bouwsteen
28
B. Trajecten Basis op Orde 14) Basis op Orde Bedrijfsvoering Vooraf In onderstaand overzicht wordt afgeweken van het format en zijn projectresultaten en mijlpalen samengevoegd. Ook enige beperking aangebracht in de opname van alle acties, werkzaamheden en projectresultaten die binnen het project uitgevoerd/gerealiseerd gaan worden. Doelen Het algemene doel van dit project is het in control zijn van het sociaal domein, zowel cijfermatig als bedrijfsmatig. Processen in kaart gebracht Alle processen die gebruikt worden in het sociaal domein op ieder niveau zijn geoptimaliseerd, beschreven en er zijn werkbeschrijvingen beschikbaar. Medewerkers zijn goed geïnformeerd, kennen deze processen en werken volgens gemaakte afspraken. Systemen en monitoring De systemen zijn zo efficiënt mogelijk ingericht en volgen de processen. Systemen zijn de belangrijkste instrumenten voor medewerkers om overzicht en inzicht in werkzaamheden te verkrijgen en te behouden. Er zijn duidelijke afspraken over het gebruik van de verschillende systemen De verzamelde gegevens (data) wordt gebruikt voor het opstellen van stuurinformatie gepresenteerd in een dashboard. Database actueel Achterstanden op alle procesniveaus worden geïnventariseerd en er worden SMART plannen gemaakt om achterstanden in te lopen. Bemensing op orde Er is voldoende capaciteit om alle werkzaamheden te verrichten.
Er is duidelijkheid over de aandachtsgebieden van de verschillende functies en er is sprake van continuïteit doordat werkzaamheden van elkaar kunnen en moeten worden overgenomen. Er is voldoende deskundigheid om de benodigde werkzaamheden uit te voeren. Er wordt binnen de organisatie op een effectieve en efficiënte wijze samengewerkt en informatie uitgewisseld. Interne controlestructuur ingericht Er vindt op regelmatige basis, op verschillende niveaus en momenten periodieke controle plaats met als doel processen te monitoren en bij te kunnen sturen. Controles zullen plaatsvinden op processen, kwaliteit en financiële verantwoording. Projectresultaten en mijlpalen Processen in kaart gebracht Juni 2021: een groot deel van alle processen binnen het sociaal domein is beschreven. Op basis van bevindingen (kwaliteitscontrole, accountantscontrole, verbeterpunten van de verschillende projectleiders, voortschrijdend inzicht), vindt er een continu proces van optimalisering plaats. Juni 2021: er wordt uniform beschikt in eenheden die de richtlijnen van de regio volgen. Hierdoor is er accurate en betrouwbare monitorinformatie beschikbaar. Foutmarge van beschikkingen/voorzieningen die bij de backoffice aankomen zijn te verwaarlozen. Juni – december 2021: alle processen zijn gecontroleerd op efficiëntie. Focus hierbij vooral op backoffice processen waarin veel verbeteringen nodig zijn.
Alle verbeterpunten zijn in kaart gebracht. Juni 2021: alle wettelijke vertegenwoordigers van jeugdigen (conform wetgeving en AVG) voor wie een directe verwijzing is afgegeven ontvangen een brief waarin staat vermeld welke zorg er is afgegeven, voor welke duur, wie deze zorg financiert en waar men met vragen en/of klachten te29
recht kan. Januari 2022: de toegangsprocedure is gewijzigd om de wachttijd terug te dringen, werkinstructies zijn beschikbaar om medewerkers toegang (nog) beter faciliteren in het maken van een goede screening. Januari 2022: Een snelle procedure is ingericht voor eenvoudige vragen om daarmee de wachttijd voor de inwoner terug te dringen Vanaf januari 2022 wordt bij route gebonden vervoer rekening gehouden met de afstemming van ritten waardoor samen rijden mogelijk is. Systemen en monitoring Januari – december 2021: continu werken aan de benodigde data en kpi’s (stuurinformatie, financiële informatie), systemen/processen inrichten voor het verzamelen van de gewenste data Januari – december 2021: maandelijks handmatig opstellen monitor/dashboard sociaal domein Juni 2021: Uitbreiden (brief)formats voor externe communicatie (beschikkingen, verslagen, brieven) Juni 2021: verbetering van de koppeling Gemeentelijke Basis Administratie om mutaties beter te kunnen verwerken. Toevoegen email integratie in het frontoffice-systeem TVE. Uitvoeren BSN conversie naar persoonsnummer. Hierdoor wordt gegevensdeling makkelijker en vooral veiliger. Verkenning samenwerking met en leren van ervaringen monitoring sociaal domein met gemeenten Zutphen, Deventer en Apeldoorn Database actueel Juni 2021: alle voorzieningen zijn uniform geregistreerd volgens voorschriften zorgregio.
Juni 2021: achterstanden bij de backoffice zijn in beeld brengen en gekaderd. Deze worden teruggebracht tot overzichtelijke werkzaamheden en acties. Beschreven is wat er moet gebeuren per achterstand en hoeveel tijd dat kost om deze onder controle te krijgen. Binnen de ambtelijke organisatie wordt onderzocht of er medewerkers uit andere processen zijn die kunnen ondersteunen. Bemensing op orde April – Mei 2021: tijdelijk extra capaciteit en expertise is op basis van een tijdelijk contract toegevoegd aan de bedrijfsvoering TVE Juni – december 2021: er wordt voor alle werkzaamheden van de backoffice een duidelijke beschrijving gemaakt inclusief tijdsindicatie. Aan de hand hiervan is duidelijk waar capaciteitstekorten zijn voor de toekomst. Er is inzicht in oplossingen die kunnen bijdragen aan het oplossen van het capaciteitstekort zoals efficiënter werken, automatiseren, uitbreiden capaciteit, verbreden kennis. Er is een prioriteitenlijst beschikbaar van werkzaamheden die beslist moeten doorgaan. Controle Februari 2021: opzetten van een controleregister, maar deze wordt gedurende geheel 2021 uitgebreid. Controles voorkomen dat gemaakte fouten voor problemen zorgen (het opsporen van fouten ineen vroeg stadium voorkomt veel herstelwerk in een later stadium) Februari 2021: controle op verzilvering voorzieningen (wordt opgenomen in controleregister).