(032) Eindrapport Bestuurlijke Toekomst Brummen-Rheden-Zutphen
Tekst van het document
2.2.3
Actualiteit beheerplannen Zutphen Beheerplan wegen niet actueel, actualisatie van beheerplan gebouwen en speelruimtes in 2025 Uit de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de begroting 2025 van de gemeente Zutphen blijkt dat de geldigheidsduur van het beheerplan wegen inmiddels is afgelopen en daarmee is verouderd. De actualisatie van dit plan is in de begroting nog niet nader toegelicht. Daarnaast verstrijkt de looptijd van de beheerplannen gebouwen en speelruimtes in 2025. Er zijn geen onderhoudsachterstanden vermeld in de begroting.
2.3
Getrouwheidsverklaring accountant en rechtmatigheidsverklaring college bij jaarrekening 2024 Sinds 2004 controleert de accountant elk jaar of de gemeente zich houdt aan de financiële regels (de rechtmatigheid) en of de jaarrekening klopt. De controle op rechtmatigheid heeft gezorgd voor beter financieel beheer. De introductie van de rechtmatigheidsverantwoording door het college van B&W vanaf de jaarrekening 2023 is een belangrijke ontwikkeling in het financieel toezicht op de gemeenten. Het college is nu zelf verantwoordelijk om verantwoording af te leggen over de financiële rechtmatigheid van zijn handelingen, wat bijdraagt aan een meer transparante en verantwoorde financiële bedrijfsvoering. Dit betekent dat het college moet uitleggen dat ze zich aan de (financiële) wet- en regelgeving hebben gehouden. De accountantsverklaring en de
13
rechtmatigheidsverklaring vullen elkaar aan. De accountant verklaart dat de jaarrekening een getrouwe weergave is van de baten en lasten en de activa en passiva. De accountant beoordeelt de jaarrekening, inclusief de rechtmatigheidsverantwoording, maar geeft geen apart oordeel meer over de rechtmatigheid. De rechtmatigheidsverantwoording versterkt de rol van de gemeenteraad in het bepalen van kaders en het controleren van het college. Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording, waarbij het verantwoorden en toelichten centraal staat, is het mogelijk om vooraf afspraken te maken tussen de raad en het college welke begrotingsonrechtmatigheden als gevolg van overschrijding van lasten en/of investeringen als acceptabel (passend in het beleid) worden beschouwd (dus onrechtmatig, maar acceptabel). In deze paragraaf is ingegaan op de getrouwheidsverklaring van de accountant en de rechtmatigheidsverklaring van het college van B&W bij de gemeenten Brummen, Rheden en Zutphen. Brummen De accountant heeft een goedkeurende verklaring afgegeven voor de getrouwheid van de jaarrekening. Het College van B&W heeft in de rechtmatigheidsverantwoording aangegeven de rechtmatigheidsgrens te overschrijden. De accountant is van mening dat de rechtmatigheidsverantwoording getrouw is.
De belangrijkste onrechtmatigheden in 2024 zijn: • Begrotingsoverschrijdingen € 9,1 miljoen • Kredietoverschrijdingen € 0,1 miljoen • Europese aanbestedingen € 1,3 miljoen Doordat € 8,4 miljoen begrotingsoverschrijdingen als acceptabel aangemerkt worden, resteren € 2,1 miljoen aan niet-acceptabele onrechtmatigheden. Rheden De accountant heeft een goedkeurende verklaring afgegeven voor de getrouwheid van de jaarrekening. Het college van B&W concludeert dat de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. Het totaal aan netto financiële rechtmatigheidsfouten bedraagt € 2 miljoen (1,15%). Zutphen De accountant heeft een goedkeurende verklaring afgegeven voor de getrouwheid van de jaarrekening van de gemeente Zutphen. Het college van B&W is van mening dat de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. Het totaal van de rechtmatigheidsbevindingen komt in 2024 uit op € 5,4 miljoen waarvan € 3 miljoen acceptabel.
14
3
Hoofdstuk 3: Eigen inkomsten
3.1 Verschillen in woonlasten in drie gemeenten Gemeenten brengen onroerendezaakbelasting (OZB), rioolheffing en afvalstoffenheffingen in rekening bij de inwoners. Dit is het grootste deel van de eigen gegenereerde structurele inkomsten van gemeenten. Bij een herindeling moeten er opnieuw keuzes gemaakt worden over de hoogte van de tarieven voor de nieuw te vormen gemeente. Bij de berekening van de afvalstoffenheffing en rioolheffing dient rekening te worden gehouden met de kostendekkendheid van de tarieven. Deze tarieven mogen maximaal kostendekkend zijn. De onderstaande tabel geeft inzicht in de gemiddelde woonlasten 2025 volgens het COELO4, uitgaande van een eenpersoonshuishouden en een driepersoonshuishouden. Bij de bepaling van de woonlasten is uitgegaan van de gemiddelde WOZ waarde in de betreffende gemeente. Tabel 7: woonlasten per gemeente Eigenaar woning
Rheden
Zutphen6
1.009
985
868
1.159
1.032
909
408
345
269
Woonlasten meerpersoonshuishouden (3 personen)
558
393
309
Verschil eigenaren/huurders meerpersoonshuishouden (3 personen)
601
639
600
Woonlasten eenpersoonshuishouden Woonlasten meerpersoonshuishouden (3 personen)
Brummen5
Huurder woning Woonlasten eenpersoonshuishouden
Opvallend is bij huurwoningen dat de lasten aanmerkelijk hoger liggen bij Brummen dan bij de andere twee gemeenten. De gemeente Brummen heft volgens de schatting van het Coelo bij een driepersoonshuishouden voor € 317 aan rioolheffing, waar dat bij Rheden € 139 is en bij Zutphen is het niet van toepassing, omdat er alleen rioolheffing wordt geheven bij eigenaren. Het landelijke gemiddelde voor rioolheffing is bij een driepersoonshuishouden met een huurwoning € 115. Volgens de berekening van het Coelo zijn de gemiddelde woonlasten in Nederland voor een koophuis met 3 inwonenden € 1.053 in het jaar 2025. De gemeente Brummen zit € 106 boven het landelijke gemiddelde, de gemeenten Rheden zit € 21 onder dit gemiddelde en de gemeente Zutphen zit € 144 onder dit gemiddelde. De OZB is een gemeentelijke belasting op woningen en bedrijfspanden. Het is de grootste bron van eigen gegenereerde structurele inkomsten voor een gemeente. Het is in ombuigingstrajecten een inkomstenverhogende maatregel die ingezet kan worden om te komen tot een sluitende begroting. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de gerealiseerde en geraamde OZB-inkomsten van 2024 en 2025. Ook toont de tabel voor welk deel de inkomsten van de gemeenten uit OZB bestaat. Tabel 8: Belastinginkomsten OZB Belastinginkomsten OZB x € 1.000
2024
% van totale inkomsten (2024)
2025
% van totale inkomsten (2025)
Brummen
6.932
9,0%
7.199
10,3%
Rheden
11.142
6,6%
13.431
7,6%
Zutphen
14.542
6,6%
14.949
6,9%
4 https://coelo.nl/atlas-lokale-lasten/lokale-lasten-calculator/ 5 In Brummen hangt het te betalen bedrag van de afvalstoffenheffing af van de hoeveelheid aangeboden afval. In het bedrag hierboven is het onderdeel afvalstoffenheffing gebaseerd op de gemiddelde hoeveelheid afval in deze gemeente. In Brummen hangt het te betalen bedrag van de rioolheffing af van het waterverbruik. Het bedrag waarin de rioolheffing hierboven is verwerkt, is gebaseerd op een gemiddelde. 6 In Zutphen hangt het te betalen bedrag van de afvalstoffenheffing af van de hoeveelheid aangeboden afval. In het bedrag hierboven is het onderdeel afvalstoffenheffing gebaseerd op de gemiddelde hoeveelheid afval in deze gemeente.
15
De hogere opbrengsten van OZB-inkomsten kunnen door een verhoging van het tarief en/of in combinatie met een verhoging van de WOZ-waarden van woningen en bedrijfspanden worden gerealiseerd. Ook de groei van een gemeente kan een rol spelen. De tabel hieronder geeft de stijging c.q. daling weer van de gemiddelde OZB van de drie gemeenten. Voor de berekening van de cijfers is gebruik gemaakt van de cijfers van COELO. Hieruit blijkt dat Brummen structureel de hoogste OZB per huishouden heeft in 2025. Tabel 9: OZB-inkomsten per huishouden OZB x€1
Brummen
2022
536
2023
617
2024
604
2025
601
Stijging t.o.v. jaar eerder
Rheden
Stijging t.o.v. jaar eerder
414 15,1% -2,1% -0,5%
Zutphen
Stijging t.o.v. jaar eerder
419
437
5,6%
434
3,6%
473
8,2%
432
-0,5%
561
18,6%
445
3,0%
3.2 Overige belastingen Naast de algemene heffingen kunnen gemeenten verschillende soorten lokale belastingen heffen, zoals hondenbelasting, precariobelasting, forensenbelasting, toeristenbelasting en parkeerbelasting. In Brummen wordt toeristenbelasting, een BIZ-heffing (bedrijven investeringszone) per onroerende zaak en begraafrechten geheven. Rheden kent hondenbelasting, toeristenbelasting, forensenbelasting en begraafrechten. In Zutphen worden precariobelasting, parkeerbelasting, toeristenbelasting en forensenbelasting toegepast.
16
4
Algemene uitkering en frictiekostenvergoeding
Tabel 10: Kenmerken per gemeente Gemeente
Inwoners Per 01-01-2024
Woonruimten Per 01-01-2024
Centrumfunctie
Sociale structuur
Brummen
21.286
10.415
Weinig
Matig
Rheden
43.661
21.983
Redelijk
Matig
Zutphen
48.752
24.291
Sterk
Zwak
4.1 Algemene uitkering na herindeling Gemeenten ontvangen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. Hiermee betalen zij een deel van hun uitgaven. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron voor een gemeente. Gemeenten mogen grotendeels zelf bepalen waar ze dit geld aan besteden, maar hebben wel wettelijke taken te bekostigen. Hoeveel geld de individuele gemeenten uit het gemeentefonds krijgen, hangt af van de kenmerken van de gemeenten en de belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. Gemeenten krijgen minder geld uit het gemeentefonds als ze veel capaciteit hebben om belasting te heffen. De Rijksoverheid bepaald de verdeling van het gemeentefonds aan de hand van meer dan 60 kenmerken, ook wel verdeelmaatstaven genoemd. Enkele voorbeelden van deze verdeelmaatstaven zijn: aantal inwoners, aantal jongeren, aantal uitkeringsgerechtigden, oppervlakte van de gemeenten en grootte van de watergebieden. Door de manier waarop bepaalde maatstaven zijn gewogen, is de algemene uitkering na herindeling niet gelijk aan de algemene uitkering van beide gemeente samen. De belangrijkste maatstaf die vervalt bij het samengaan van twee gemeenten is het vaste bedrag. Het vaste bedrag van de algemene uitkering is het gegarandeerde bedrag dat elke gemeente krijgt, ongeacht de kenmerken van gemeente.
In 2025 zal dit bedrag € 1,44 miljoen per gemeente bedragen (inclusief uitkeringsfactor). In de onderstaande tabellen zijn de effecten op de algemene uitkering te zien bij zowel de fusie BrummenRheden als Brummen-Zutphen. Deze berekening is op verzoek van de Provincie Gelderland gemaakt door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en is gebaseerd op de meicirculaire 2025. Doordat de berekening een momentopname is kunnen deze bedragen op een later moment afwijken. Daarnaast kan de hoogte van algemene uitkering in de komende jaren veranderen door een volgende stap in het ingroeipad van de herijking van het gemeentefonds, welke voor nu gemaximaliseerd is op € 37,50 per inwoner. Met toekomstige verdere ingroei is in de berekening geen rekening gehouden. Tabel 11: Algemene uitkering Brummen-Rheden Algemene uitkering Brummen-Rheden voor en na herindeling
Bedragen x € 1 inclusief uitkeringsfactor
Algemene uitkering Brummen voor herindeling Algemene uitkering Rheden voor herindeling Totaal:
41.672.791 95.441.998 137.114.789
Algemene uitkering Brummen-Rheden na herindeling
136.362.790
Verschil algemene uitkering door fusie
-751.999
Verschil algemene uitkering door fusie per inwoner Procentuele wijziging algemene uitkering door fusie
17
-11,49 -0,55%
Tabel 12: Algemene uitkering Brummen-Zutphen Algemene uitkering Brummen-Zutphen voor en na herindeling
bedragen x € 1 inclusief uitkeringsfactor
Algemene uitkering Brummen voor herindeling
41.672.791
Algemene uitkering Zutphen voor herindeling
121.298.607
Totaal:
162.971.398
Algemene uitkering Brummen-Zutphen na herindeling
161.883.291
Verschil algemene uitkering door fusie
-1.088.108
Verschil algemene uitkering door fusie per inwoner
-15,54
Procentuele wijziging algemene uitkering door fusie
-0,67%
De algemene uitkering zal in beide situaties lager uitkomen bij gemeentelijke herindeling. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het vervallen van het vaste bedrag per gemeente. Hierdoor lijken gemeenten financieel te worden “gestraft” voor een gemeentelijke herindeling. Dat vraagt om nadere toelichting. Bij een herindeling is er een aantoonbare daling van de bestuurskosten (minder raadsleden, minder bestuurders). Samen met de verwachte efficiencyvoordelen kan de daling in de algemene uitkering hierdoor worden opgevangen.
4.2 Bestuurskosten Bij een herindeling veranderen de bestuurskosten van de nieuwe gemeente ten opzichte van de oude gemeenten. Er is nog één raad en één college van burgemeester en wethouders. Op basis van de omvang van de nieuwe gemeente kan een ruwe inschatting worden gemaakt over bespaarde bestuurskosten. Bij het scenario Brummen-Rheden zal de nieuwe gemeente in de inwonersklasse van 60.000 tot 70.000 vallen. Bij deze inwonersklasse zijn er 33 leden van de gemeenteraad en kunnen er maximaal 6 (voltijd) wethouders lid zijn van het college. Van deze gegevens uitgegaan kan de herindeling tot een besparing van € 450.000 tot € 500.000 op de bestuurskosten op jaarbasis leiden. Bij het scenario Brummen-Zutphen zal de nieuwe gemeente in de inwonersklasse van 70.000 tot 80.000 vallen. Bij deze inwonersklasse zijn er 35 leden van de gemeenteraad en kunnen er maximaal 7 (voltijd) wethouders lid zijn van het college. In dit geval zou de herindeling leiden tot een besparing van € 300.000 tot € 350.000 op de bestuurskosten op jaarbasis. Het verschil tussen beide scenario’s wordt voor het grootste deel veroorzaakt doordat er met een extra wethouder rekening wordt gehouden bij de combinatie Brummen-Zutphen. Het is de gemeente echter vrij te kiezen hoeveel wethouders deel zullen nemen aan het college, zolang er maar minimaal 2 wethouders zijn en maximaal 20% van het aantal raadsleden.
De ene wethouder extra is in deze berekening verantwoordelijk voor een verschil van ongeveer € 140.000. Daarnaast zijn in bovenstaande schattingen niet de vergoeding van de gemeentesecretaris en de raadsgriffier meegenomen. De gezamenlijke bezoldiging voor de griffier en gemeentesecretaris kwam in Brummen in 2024 uit op €222.600.
4.3 Frictiekostenvergoeding Bij het vormen van een nieuwe gemeente krijgt de gemeente te maken met overgangskosten, ook wel frictiekosten genoemd. Frictiekosten zijn lasten die nodig zijn voor de voorbereiding en implementatie van de nieuwe organisatie. Het gaat hierbij om lasten die zonder herindeling niet gemaakt zouden zijn en die per definitie extra en tijdelijk zijn. Voorbeelden van frictiekosten zijn: • Extra kosten van voorbereiding van de herindeling • Organisatieonderzoek • Integratie beheerplannen
18
• • • • •
Voorlichting Wachtgelden (alleen als gevolg van deze herindeling) Boventalligen (alleen als gevolg van deze herindeling) Verhuizing en tijdelijke voorzieningen t.b.v. verhuizing Ontwikkelen huisstijl
Om de nieuwe gemeente in de frictiekosten tegemoet te komen bestaat de tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling. Dit is een tijdelijke uitkering van vijf jaar om de incidentele lasten op te vangen. De vergoeding zal voor het eerst worden ontvangen in het jaar voorafgaand aan de herindeling en zal doorlopen tot en met het derde jaar na de herindeling. De vergoeding betreft 125% van de geschatte frictiekosten. Volgens de berekening van BZK is de frictiekostenvergoeding voor beide herindelingsopties gelijk. Het totaalbedrag is geraamd op € 5.990.569. Voor de berekening is uitgegaan van een herindeling per 01-01-2025. In de werkelijkheid zullen de exacte cijfers dus kunnen afwijken. In tabel 12 is te zien hoe de frictiekosten zouden worden verdeeld. Tabel 13: Maatstaf herindeling bij fusie Brummen-Rheden of Brummen-Zutphen per 1 januari 2025 Jaar Bedrag x € 1 Percentage 2024 1.198.114 25% 2025 1.916.982 40% 2026 958.491 20% 2027 958.491 20% 2028 958.491 20% Totaal
5.990.569
125%
In het jaar voorafgaand aan de herindeling wordt de frictiekosten-vergoeding evenredig aan de betrokken gemeenten uitgekeerd en het restantbedrag in de vier jaren daaropvolgend aan de nieuwe gemeente.
19
Geraadpleegde bronnen: Documenten: Alle 12 provincies (2020), gemeenschappelijk financieel toezichtkader GTK 2020 Gemeenten Gemeente Brummen (2024), programmabegroting 2025 Gemeente Brummen (2025), jaarrekening 2024 Gemeente Rheden (2024), programmabegroting 2025 Gemeente Rheden (2025), jaarrekening 2024 Gemeente Zutphen (2024), programmabegroting 2025 Gemeente Zutphen (2025), jaarrekening 2024 Provincie Gelderland (2025), Begrotingsbrief gemeente Brummen 2025 Provincie Gelderland (2025), Begrotingsbrief gemeente Rheden 2025 Provincie Gelderland (2025), Begrotingsbrief gemeente Zutphen 2025 Geraadpleegde websites: https://coelo.nl/atlas-lokale-lasten/lokale-lasten-calculator/ bezocht op 21-7-2025
20
DEEL V: Wisselen van samenwerkingsverbanden Gemeente Brummen
Wisselen van samenwerkingsverband(en) Rapportage deelonderzoek fase 2 bestuurlijke toekomst gemeente Brummen Versie definitief, 5 december 2025
1
INLEIDING Aanleiding Eén van de deelonderzoeken binnen het vervolgonderzoek naar de bestuurlijke toekomst van gemeente Brummen betrof het “wisselen van samenwerkingsverbanden”. Gemeenten Brummen, Rheden en Zutphen zitten in allerlei samenwerkingsverbanden (zowel verplichte als niet-verplichte, variërend van gemeenschappelijke regelingen zoals de Veiligheidsregio, de GGD en de Omgevingsdienst tot en met tijdelijke samenwerkingsverbanden), maar niet altijd in dezelfde. Dit laatste kan of zal betekenen dat bij een eventuele herindeling/bestuurlijke fusie van gemeenten Brummen en Rheden, of van gemeenten Brummen en Zutphen, één van beide gemeenten wettelijk verplicht danwel uit eigen beweging, moet wisselen van samenwerkingsverband(en). Beide gemeenten vormen samen immers één nieuwe gemeente en die ene gemeente zit per definitie altijd als één gemeente in een samenwerkingsverband. Omdat wisselen van samenwerkingsverbanden consequenties/impact kan hebben zowel voor de samenwerkingsverbanden zelf als voor de inwoners die uiteindelijk door deze samenwerkingsverbanden worden bediend, was en is het van groot belang om die consequenties/impact alvast zo volledig en objectief mogelijk te duiden.
Dan kan dit meegenomen en meegewogen worden door de drie betrokken gemeenteraden in het besluit dat zij uiteindelijk moeten nemen over wel of niet herindelen/bestuurlijk fuseren, en in het geval van alleen gemeente Brummen: met welke van de twee gemeenten dan? In gemeenten Rheden en Zutphen ligt immers ‘alleen’ de vraag voor: wel of niet samengaan met gemeente Brummen?
Belangrijk vertrekpunt Belangrijk vertrekpunt voor het deelonderzoek wisselen van samenwerkingsverbanden was en is dat een eventueel samengaan van gemeenten is bedoeld voor de lange(re) termijn en dat het eventueel wisselen van samenwerkingsverbanden daarin geen bepalende, laat staan doorslaggevende rol mag spelen, tenzij wisselen van samenwerkingsverbanden blijvende “schade” oplevert voor de dienstverlening aan inwoners. Dat is op basis van dit deelonderzoek echter niet de verwachting. Inwoners zullen in sommige gevallen tijdelijk of permanent te maken kunnen krijgen met andere dienstverleners, met een ander telefoonnummer en/of een andere contactpersoon, maar van risico’s voor de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening is geen sprake. Bovendien kan wisselen van samenwerkingsverbanden evengoed belangrijke voordelen hebben. Ook om die reden vinden de drie gemeenten en de Provincie dat het (eventueel) wisselen van samenwerkingsverbanden geen “showstopper” mag zijn. Daarvoor zijn andere belangen zwaarwegender, zoals een robuustere gemeente voor een robuustere dienstverlening, ook op de langere termijn. En mochten aan het (eventueel) wisselen van samenwerkingsverbanden frictiekosten verbonden zijn, dan heeft de Provincie zich bereid verklaard daarover in gesprek te gaan.
Overzicht van deelname in samenwerkingsverbanden In het navolgende overzicht de samenwerkingsverbanden waarin de huidge drie gemeenten actief zijn. Daarin is sprake van: • verplichte samenwerking(en): de samenwerking en de samenstelling zijn door het Rijk opgelegd: dit zijn de GGD, de omgevingsdienst en de veiligheidsregio; • semi-verplichte samenwerking(en): de samenwerking is door het Rijk opgelegd, maar gemeenten mogen zelf kiezen hoe zij de samenwerking vormgeven: dit zijn onder andere de regionale energie strategie (RES) en de jeugdzorg;. • niet-verplichte samenwerking(en): de samenwerking is in die gevallen volledig vrijwillig. Daar waar gemeenten op dit moment in dezelfde samenwerkingsverbanden zitten, is dat in het overzicht groen gemarkeerd aangegeven.
2
Overzicht van deelname in samenwerkingsverbanden
Openbare orde en veiligheid
Brummen Zorgregio Midden-IJssel / Oost-Veluwe GGD Noord- en Oost-Gelderland Veilig Thuis Noord- en OostGelderland Werkcentrum Veluwe-Stedendriehoek Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Ruimtelijke ordening, economie en regionale ontwikkeling
Politie landelijke eenheid Oost-Nederland, basisteam IJsselstreek Regio Stedendriehoek Economic Board / Strategische Board Stedendriehoek
Arbeidsmarktregio Midden-Gelderland Veiligheids- en Gezondheidsregio GelderlandMidden Politie landelijke eenheid Oost-Nederland, basisteam IJsselwaarden Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen & The Economic Board
Stichting Archipel Onderwijs & Kinderopvang Regionaal Archief Zutphen
Gelders Archief
RMC Regio Stedendriehoek (leerplicht en schooluitval)
Regionaal Bureau Leerplicht Arnhem
Graafschap Bibliotheken Omgevingsdienst Veluwe
Bibliotheek Zoomerij Omgevingsdienst Regio Arnhem Waterschap Rijn en IJssel en deels Vallei en Veluwe Circulus (per 1-1-26) (afvalbedrijf) Vitens (drinkwaterbedrijf) Visit Arnhem / Visit Veluwe Veluwe Alliantie De Connectie (vanaf 1-12026 gemeente Arnhem) Bank Nederlandse Gemeenten Regionale uitvoeringsarrangementen BUIG-uitkering De Connectie (vanaf 1-12026 gemeente Arnhem) Inkoop-samenwerking Midden Gelderland
Sociaal domein
Onderwijs en cultuur
Milieu en afvalverwerking
Deels Waterschap Vallei en Veluwe, deels Rijn en IJssel Circulus (afvalbedrijf)
Toerisme en recreatie
Vitens (drinkwaterbedrijf) Visit Veluwe / Hanzesteden
Belastingen
Tribuut
Financien
Bank Nederlandse Gemeenten Regionale uitvoeringsarrangementen BUIG-uitkering
ICT
Samenwerking met Zutphen en Apeldoorn Inkoop-samenwerking Regio Stedendriehoek
Inkoop en aanbesteding(en)
Rheden Modulaire GR Sociaal Domein Centraal Gelderland Veiligheids- en Gezondheidsregio GelderlandMidden
Zutphen Zorgregio Midden-IJssel / Oost-Veluwe GGD Noord- en Oost-Gelderland Veilig Thuis Noord- en Oost-Gelderland Werkcentrum VeluweStedendriehoek Veiligheidsregio Noorden Oost-Gelderland Politie landelijke eenheid Oost-Nederland, basisteam IJsselstreek Regio Stedendriehoek Economic Board / Strategische Board Stedendriehoek Stichting Archipel Onderwijs & Kinderopvang Regionaal Archief Zutphen RMC Regio Stedendriehoek (leerplicht en schooluitval) Graafschap Bibliotheken Omgevingsdienst Veluwe Waterschap Rijn en IJssel Circulus (afvalbedrijf) Vitens (drinkwaterbedrijf) Visit Veluwe / Hanzesteden Tribuut Bank Nederlandse Gemeenten Regionale uitvoeringsarrangementen BUIG-uitkering Samenwerking met Brummen en Apeldoorn Inkoop-samenwerking Regio Stedendriehoek
3
Conclusie op basis van dit overzicht is dat gemeenten Brummen en Zutphen in dezelfde samenwerkingsverbanden zitten en dat geldt niet (althans in aanzienlijk mindere mate) voor de gemeenten Brummen en Rheden. In die zin heeft een (eventueel) samengaan van de gemeenten Brummen en Rheden dus automatisch meer “voeten in aarde” dan bij een (eventueel) samengaan van de gemeenten Brummen en Zutphen. En hoe dan ook kost elke wisseling van samenwerkingsverband tijd, geld en capaciteit, los van mogelijke desinvesteringen en wat een (eventueel) uittreden ‘doet’ met de ‘achterblijvende’ partij(en).
Niet-verplichte samenwerkingsverbanden Voor de vrijwiligge of niet-verplichte samenwerkingsverbanden geldt dat de nieuwe gemeente uiteindelijk beslist. In het geval van een samengaan van gemeenten Brummen en Zutphen is het logisch dat de huidige samenwerkingsverbanden waarin beide gemeenten participeren, door de nieuwe gemeente worden voortgezet. In het geval van een samengaan van gemeenten Brummen en Rheden is het aan de nieuwe gemeente om te kiezen welk samenwerkingsverband het beste past bij de nieuwe gemeente. Al bij het herindelingsontwerp (volgend op het principebesluit) zal de vraag aan de orde zijn welke keuzes de nieuwe gemeente hierin wil maken. Het herindelingsontwerp voor de nieuwe gemeente wordt namelijk door BZK en de Provincie getoetst op de criteria ‘regionaal draagvlak’ en ‘regionale samenhang’. Zie tevens het kader hierna.
Regionaal draagvlak Het kabinet kijkt niet alleen naar het draagvlak bij de direct betrokken gemeenten en hun inwoners, maar ook naar de opvatting van de provincie en de buurgemeenten en andere (bestuurlijke) organisaties in de regio. Regionale samenhang Alle gemeenten maken deel uit van diverse samenwerkingsverbanden en ook na een herindeling blijft samenwerking op tal van terreinen zinvol en nodig. Daarom vraagt het kabinet aan gemeenten om in te gaan op de gevolgen van de herindeling voor de samenwerkingsrelaties en eventuele andere bestuurlijke ontwikkelingen in de regio. Bron: beleidskader gemeentelijke herindeling BZK.
Verplichte en semi-verplichte samenwerkingsverbanden Voor de verplichte en semi-verplichte samenwerkingsverbanden geldt dat het Rijk de samenstelling bepaalt. En dus ook gaat over “wissels” indien de huidige gemeenten in verschillende (semi) verplichte samenwerkingsverbanden zitten. In het geval van samengaan van gemeenten Brummen en Zutphen geldt dat de beide gemeenten in dezelfde verplichte en semi-verplichte samenwerkingsverbanden zitten. Wissels zijn voor deze combinatie dus niet aan de orde. In het geval van samengaan van gemeenten Brummen en Rheden is het tegenovergestelde het geval. Voor alle verplichte en semi-verplichte samenwerkingsverbanden geldt dat door het Rijk bepaald wordt in welk samenwerkingsverband de nieuwe gemeente terechtkomt.
4
Impact voor inwoners Veel samenwerkingsverbanden vervullen cruciale taken (zoals veiligheid, zorg, vergunningen) waarvan inwoners direct afhankelijk zijn. De dienst- en zorgverlening is echter altijd gegarandeerd. Bijvoorbeeld met betrekking tot brandbestrijding zullen inwoners bij wisseling van veiligheidsregio geen verschil merken omdat altijd de dichtstbijzijnde eenheid wordt ingezet, ongeacht tot welke organisatie deze behoort. Wel kan bij een wisseling van regio de uitvoeringsorganisatie (zoals de zorgverlener) veranderen, maar de zorg wordt altijd gecontinueerd.
Bijlagenboek Naar aanleiding van dit deelonderzoek zijn er meerdere brieven binnengekomen van betrokkenen. Voor meer informatie verwijzen we naar het bijlagenboek.
Brummen, 5 december 2025
5