CConstaterende datBreda
Koppel je AI →
Document · PDF

Rvs 18052022 Vaststellen Jaarstukken 2021 en resultaatbestemming incl bijlagen

gemeenteraad 9 juni 2022, gemeente BredaBij agendapunt: Bespreking financiële verantwoording, paragraaf weerstandsvermogen en rekenkamerbrief met wethouder48.660 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Dit zijn grote sociale opgaven die vragen om een langetermijnvisie en -aanpak. Daarom zoeken we steeds meer de verbinding tussen Verbeter Breda en de reguliere inzet vanuit het sociale werkveld. Hokjes afbreken Die opgaven kunnen we alleen realiseren met inzet vanuit alle maatschappelijke partners en vanuit alle verschillende domeinen. We zien steeds scherper dat we hokjes moeten afbreken en bredere verbanden moeten gaan zien. Bestaanszekerheid gaat over werk en inkomen, maar ook over wonen, economie en onderwijs. Kansengelijkheid gaat over jeugd en onderwijs, maar net zo goed over veiligheid en wijkaanpak. Gezondheid gaat over maatschappelijke ondersteuning, maar ook over de openbare ruimte, ruimtelijke ontwikkeling en sport. Van moeten naar willen We zitten midden in een transitieproces dat in 2015 begonnen is: van wettelijke sociale taken uitvoeren naar een inhoudelijke visie die gebouwd wordt vanuit mensen en levenslijnen. We leren, stukje bij beetje, om onszelf zó te organiseren dat we beter aansluiten bij wat onze inwoners nodig hebben. Zo hebben we in 2021 flinke stappen gezet op het gebied van integraal werken en denken. In het brede sociale domein doorlopen we een strategisch programma dat is gericht op een betere onderlinge samenwerking en meer integrale dienstverlening aan inwoners. Dit programma loopt nog in heel 2022 door.

Veel incidentele middelen Binnen het programma Vitaal en Sociaal Breda hebben we deze beweging in 2021 goed kunnen maken binnen de begrote middelen. Daarbij hebben we wel veel incidentele middelen binnengekregen, variërend van subsidies voor specifieke projecten tot extra taakfinanciering en coronasteun. De thema’s binnen dit programma verschillen wel in de mate waarin we uitkomen met het begrote budget: •

Binnen het thema 'Opgroeien' komen we dankzij de incidentele extra rijksmiddelen voor jeugd uit op een beperkt tekort.

•

Binnen het thema 'Betrokken zijn' zien we duidelijk de financiële gevolgen van de jarenlange toename van het aantal cliënten voor huishoudelijke ondersteuning (als gevolg van het abonnementstarief) en van het aantal cliënten dat begeleiding nodig heeft (onder andere door de extramuralisering van de ggz en door de coronapandemie).

•

Het thema 'Thuis' laat een overschot zien, vooral door incidentele mutaties in de rijksbijdragen en door coronacompensatie.

•

Het grootste positieve resultaat is zichtbaar binnen het thema 'Leren, ontwikkelen en werken'. Dat komt deels door incidentele extra middelen vanwege corona en deels door positieve resultaten door het gunstige economische klimaat, waardoor er veel werk is.

•

Op de thema’s 'Leven' en 'Ontmoeten' zien we beperkte positieve resultaten, onder meer doordat bepaalde activiteiten afgelopen jaar niet konden worden uitgevoerd door corona.

Jaarstukken 2021

30

Thema Opgroeien WAT HEBBEN WE BEREIKT? Jeugd De kern van wat we willen bereiken op het gebied van jeugd, is opgenomen in het beleidsplan ‘Samen voor onze toekomst’, dat medio 2020 is vastgesteld. In 2021 zijn we gestart met de eerste volledige jaarschijf van het Uitvoeringsplan jeugd(hulp) 2020-2023. Natuurlijk had de coronapandemie ook hier haar weerslag op: al onze aandacht was gericht op de jeugdigen en hun gezinnen en het voortzetten van het onderwijs, de jeugdhulp en de (nood)opvang. Daarbij was het belangrijk om de kwetsbare jeugdigen en hun gezinnen in beeld te houden, om hen te kunnen blijven ondersteunen en daarnaast de belangrijkste beleidsonderwerpen op te pakken. Denk aan: de verbetering van de jeugdbeschermingsketen, geweld in afhankelijksrelaties en de problematiek 18-/18+. We hebben het Uitvoeringsplan jeugd(hulp) gestaag maar minder voortvarend gerealiseerd. Dat kwam onder meer door de toegenomen werkdruk bij de jeugdhulpaanbieders en het voorliggend veld als gevolg van Covid-19. Voor de uitvoering van dit plan hebben we al onze ketenpartners nodig. Door de beperkte mogelijkheden om elkaar te ontmoeten, hebben we minder samen kunnen leren en ontwikkelen dan we gehoopt hadden. De zorg voor de jeugd is uiteraard gewoon doorgegaan. Een belangrijke pijler in ons beleid is dat kinderen gezond en veilig op kunnen groeien.

Zij moeten hun talenten kunnen ontwikkelen en gebruiken. Zo kunnen ze een waardevolle bijdrage leveren aan de maatschappij, nu en in de toekomst. Vanuit verschillende beleidsterreinen, zoals onderwijs, spelen, cultuur en veiligheid, besteden we hier aandacht aan vanuit het perspectief van de jeugdige. Met onze preventieve aanpak hebben we hier in 2021 extra aandacht aan besteed door activiteiten te organiseren met onze ketenpartners in het voorliggend veld. Onze aanpak is onder meer gericht op het voorkomen van specialistische jeugdhulp, instroom in de criminaliteit en schooluitval. Daarmee zorgen we voor een gezonde basis voor talentontwikkeling. Binnen onze preventieve aanpak bundelen en verbinden we activiteiten met andere beleidsterreinen. We werken bijvoorbeeld samen met het beleidsterrein Veiligheid. Samen zorgen we ervoor dat kwetsbare jeugdigen niet vatbaar zijn voor criminele carrières. We bieden daarvoor voorlichting, activiteiten en positieve rolmodellen aan. Daarnaast versterken we de jeugdigen, zodat ze beter in staat zijn om zelf de juiste keuzes te maken als het gaat om bijvoorbeeld wapenbezit, sexting en het veroorzaken van overlast. Het beleidskader voor jeugd en het meerjarenprogramma Veiligheid versterken elkaar door deze overlap.

Daarnaast hebben we onze krachten gebundeld voor het tegengaan van ongelijkheid in gezinnen en van achterstanden, zodat we een gezonde voedingsbodem creëren waarin de jeugdige kan opgroeien en zijn talenten kan benutten. Daarbij zijn we begonnen met de kwetsbare gebieden. Intussen passen we deze beproefde werkwijze in de hele stad toe. Daarmee leveren we ook een stevige bijdrage aan Verbeter Breda. Mede dankzij deze activiteiten en maatregelen blijven kinderen zich goed ontwikkelen en kunnen zij meedoen, ondanks de beperkende maatregelen van de afgelopen periode. Als het (even) niet goed gaat, ondersteunen we kinderen en hun opvoeders. Zo hebben we voorkomen dat kleine vragen uitmonden in grotere problemen. De volgende resultaten hebben we per thema bereikt: Familie 2018 2021

Percentueel verschil

Het aantal uithuisplaatsingen (reductie van 5% in 4 jaar tijd)

423

385

-8,9%

Het aantal plaatsingen in crisis, verblijfs- en gesloten jeugdhulp (afname van 5% in 4 jaar tijd)

199

168

-15,6%

De verblijfsperiode binnen verblijfszorg is verkort met 2% t.o.v. het jaar 2018

543

346

-36,3%

Totaal aantal pleeggezinnen in regio WBO

222

295

32,9%

Jaarstukken 2021

31

Jeugdhulp 2018

2021

Percentueel verschil

Instroom in de specialistische jeugdhulp (reductie 5%)

1811

1409

-22,2%

Uitstroom van kinderen uit de specialistische jeugdhulp (toename 10%)

1304

1602

22,9%

Veiligheid Cijfers bij beleidsdoelstelling

2018

2021

Percentueel verschil

Het aantal kinderbeschermingsmaatregelen (reductie 7%)

426

540

26,8%

Het aantal kinderbeschermingsmaatregelen langer dan één jaar (reductie 25%)

126

177

40,5%

Het aantal jeugdreclasseringsmaatregelen (reductie 5%)

119

146

22,7%

Onderwijs De wettelijk verplichte resultaatafspraken tussen de gemeente, de voorscholen en het basisonderwijs zijn in 2021 op papier gezet. Daarmee hebben we afspraken gemaakt over de schakelmomenten en de doelstellingen van de voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Extern adviesbureau Sardes heeft een scan uitgevoerd die bevestigt dat VVE op de juiste plaatsen wordt aangeboden. Daarmee is de evaluatie van het spreidingsbeleid afgerond. Naast het VVE-aanbod in de voorscholen bevat het programma aanvullende interventies op het gebied van taal en laaggeletterdheid, video home training en peuterspel thuis. Ouders zijn zo nadrukkelijk betrokken bij de VVE. De invoering van de ouderbijdrage heeft overigens niet geleid tot een grote afname van het aantal gezinnen dat deelneemt aan de VVE. Dit is in lijn met de landelijke ervaringen. Verder zien we een toenemende complexiteit bij de VVE-gezinnen. Dit heeft zijn weerslag op de groepen. Thuis-nabij en een zo normaal mogelijke inzet blijven de basis vormen voor de VVE. Hoewel de cijfers van het schoolverzuim niet zijn verslechterd, vermoeden we dat de gevolgen van de coronapandemie voor het onderwijs de komende jaren zichtbaar worden. Uit onderzoek blijkt dat 2 op de 5 Bredase ouders medio 2021 vonden dat de schoolprestaties van hun jongste kind zijn verslechterd tijdens van de coronacrisis.

Hetzelfde geldt voor de contacten die de kinderen met leeftijdsgenoten hebben. Bijna 1 op de 3 ouders geeft aan dat zijn kind zich minder gelukkig voelt. De gemeente en het onderwijs werken samen om de onderwijsachterstanden zo veel mogelijk te beperken. Er is sprake van een constante, licht dalende lijn van schoolverzuim. Landelijk is dit circa 2,1% en voor Breda is dit 1,7%. Vanwege corona zijn de cijfers van de afgelopen jaren echter niet een-op-een vergelijkbaar. Jongerenparticipatie maakt steeds meer deel uit van ons reguliere werk. We stimuleren goede initiatieven als de Toekomststoel en leergemeenschappen, om jongeren te stimuleren om mee te denken en mee te bouwen aan hun toekomst. Gemeentebreed vragen we de mening van inwoners in het algemeen en van jongeren in het bijzonder.

WAT HEBBEN WE ERVOOR GEDAAN ? Jeugd In het eerste volle jaar van het Uitvoeringsprogramma jeugd(hulp) 2020-2023 zijn we aan de slag gegaan met een groot aantal concrete maatregelen. Hieronder noemen we de belangrijkste. Thema Familie Samen met het veld hebben we een plan van aanpak uitgevoerd om samenhangende ondersteuning te verzorgen binnen de projecten ‘Doelgroep 18-/18+’ en ‘Civiel Trajectberaad’. Binnen de projecten ‘Pleegzorg’ en ‘Complexe echtscheidingen’ werkten we samen met verwijzers en verbeterden we het aanbod van passende hulp voor deze doelgroep. Het gaat om meerjarige projecten die nu een plan van aanpak hebben en kunnen starten via onze ketenpartners. Voorbeelden zijn een betere coördinatie voor de plaatsing van jeugdigen in de pleegzorg en het bestendigen van de pilot 'Uniform hulpaanbod bij complexe scheidingen', die moet leiden tot een betere samenwerking met onder meer de rechtbank en de Raad voor de Kinderbescherming. Thema Onderwijs-Zorg We hebben gewerkt aan een betere ondersteuning, waardoor kinderen niet onnodig thuis komen te zitten en jongeren minstens een startkwalificatie behalen. Daarvoor hebben we binnen de projecten ‘Jeugdhulp in het onderwijs’ en ‘Plein 3’

Jaarstukken 2021

32

geïnvesteerd in kwaliteit en expertise in het onderwijs. Na het eerste volledige jaar 'Plein 3' zien we dat onze investering een bestendige aanpak oplevert om jongeren aan het werk of op school te houden en daarmee een beter perspectief te bieden. Uit de resultaten blijkt bovendien dat de kosten voor alle betrokken beleidsterreinen afnemen. Thema Jeugdhulp We hebben onder meer geïnvesteerd in vakmanschap en samenwerking. In de toegang tot de jeugdhulp hebben we verder gewerkt aan een deskundige poortwachterfunctie die bijdraagt aan het normaliseren en versterken van specialistische expertise. De projecten ‘Verbeteren toegankelijkheid jeugdhulp’ en ‘Jeugdzorg en huisarts’ hebben daar in 2021 aan bijgedragen. Daarnaast hebben we geïnvesteerd in onderzoek naar de transformatie die we in de contracten voor jeugdhulp (en daarmee in ons zorglandschap) willen bereiken. Daarvoor hebben we gekeken naar onze eigen lessen en ervaringen van de afgelopen jaren. Ook hebben we gesproken met alle betrokkenen in de regio WBO, bijvoorbeeld tijdens raadsbijeenkomsten, in gesprekken met collega-jeugdhulpregio’s, jeugdhulpaanbieders, onderzoekers van het AEF-rapport 'Stelsel in groei', ouders en jeugdigen, en de partners in het voorliggend veld.

In 2021 hebben we met alle betrokken partners samengewerkt om de significante stijging van het aantal hulpvragen en jeugdhulptrajecten in goede banen te leiden. We hebben daarvoor extra geïnvesteerd in onze maatschappelijke partners door middelen beschikbaar te stellen voor extra professionals en aanvullende opdrachten voor activiteiten. Daarnaast zien we een toename van het aantal unieke jeugdigen in zorg. Deze groei wordt vooral veroorzaakt door de ambulante specialistische jeugdhulptrajecten. Het resultaat daarvan is dat de uitgaven voor jeugdhulp stijgen. Vooral isolement, de sluiting van het onderwijs en het wegvallen van perspectief hebben gezorgd voor een grotere hulpvraag bij jeugdigen. We hebben daardoor nóg meer waardering gekregen voor de inzet van de jeugdhulpprofessionals en de jeugdhulpaanbieders en voor de ondersteuning die zij het afgelopen jaar aan onze jeugdigen hebben gegeven. Thema Veiligheid In 2021 hebben we gewerkt aan 2 belangrijke opgaven: het verkorten van de doorlooptijd in de keten en het realiseren van een effectieve en efficiënte samenwerking om de gesignaleerde knelpunten op te lossen. Met het project ‘Regionale verbetering samenwerking jeugdbescherming’ hebben we gewerkt aan een betere samenwerking bij het toeleiden, het helpen en het afschalen.

Ook hebben we geïnvesteerd in het project 'Proeftuin ouder in detentie' om te komen tot een samenwerking met onder meer Avans Hogeschool, Exodus en de penitentiaire inrichting binnen het jeugdstrafrecht. Dit gesubsidieerde project loopt in 2022 en 2023. Daarnaast hebben we een plan van aanpak opgesteld dat is gericht op een betere uitvoering van crisisinterventies binnen de regio WBO. Samen met de deelnemers aan de thematafel Breda Opgroeien hebben we preventieve activiteiten georganiseerd. Dat heeft ook in 2021 voor een belangrijke basis gezorgd in de stad. Daar bovenop hebben we samen met maatschappelijke organisaties diverse activiteiten voor jongeren georganiseerd. Ook zijn we initiatieven gestart vanuit de preventieve aanpak Jeugd. De coronapandemie was een extra drijfveer om dit te doen. Hieronder vindt u een overzicht met een korte beschrijving per onderdeel: •

Superskillz We zijn gestart met het online programma ‘Superskillz’, dat de sociaal-emotionele ontwikkeling, de veerkracht en de mentale gezondheid van kinderen tussen de 6 en 13 jaar stimuleert. Op 2 basisscholen (De Parel en De Wisselaar) hebben we de eerste ervaringen opgedaan. Jongeren evalueren het programma na afloop. Bij positieve resultaten bekijken we of we nog meer scholen enthousiast kunnen maken om hiermee te gaan werken.

•

Innovatie BUas Vijf vierdejaars studenten van Breda University of applied sciences (BUas) werken, als onderdeel van de minor Experience Design & Innovations, aan een innovatie voor jongeren in de wijk Heuvel. Het onderwerp van de innovatie is het leren kennen en ontwikkelen van competenties. Ze hebben hier tot februari 2022 aan gewerkt en hebben jongeren, bewoners en maatschappelijke partijen bij hun activiteiten betrokken.

•

Versterking jongerenwerk, wijksport en jongereninitiatieven Wij hebben Breda Actief, Grote Broer Grote Zus en Surplus gevraagd om extra aandacht te geven aan jongerenwerk, (bewegings)activiteiten voor jongeren en eigen initiatieven van jongeren. Zo start Grote Broer Grote Zus in BredaZuidwest met hun werkwijze. In andere delen van de stad stimuleert Breda Actief met Citytrainers en Buurtheldenprojecten de organisatie van sportieve, educatieve en culturele activiteiten voor jongeren. Surplus zet extra jongerenwerk in en sluit aan bij activiteiten. We hebben afspraken gemaakt voor een jaar. Na een evaluatie van de activiteiten bepalen we of we voor langere tijd afspraken kunnen maken.

•

Project Comeback Project Comeback is een programma met gratis on- en offlineactiviteiten voor jongeren. Deze activiteiten zijn

Jaarstukken 2021

33

gericht op het welzijn van de jongeren met de thema’s: persoonlijk, werk & opleiding, sociale contacten, en lichamelijke en mentale gezondheid. Bekende topsporters werken hieraan mee, omdat zij een belangrijk rolmodel voor jongeren kunnen zijn. Daarmee probeert het project jongeren te inspireren en een boost te geven aan hun welzijn. •

Verschillende activiteiten Tijdens diverse vakantieperiodes (maar ook daarbuiten) zijn op verschillende plekken in de stad activiteiten georganiseerd. Voorbeelden hiervan zijn: o Voetbalactiviteiten door de hele stad onder begeleiding van onder andere Grote Broer Grote Zus, Sterren van Morgen en WDS ’19. Deze activiteiten hebben ook een maatschappelijk karakter en geven een bijdrage aan de verschillende wijken. o Suppen onder begeleiding van Sterren van Morgen: een sportieve activiteit op het water. Tussen april en augustus hebben ongeveer 100 jongeren een sup-clinic gevolgd. Daarmee wilden we (kwetsbare) jongeren op een positieve manier in contact brengen met elkaar en met watersport, een activiteit die jongeren vaak niet zelfstandig kunnen financieren. Tijdens deze clinic was er aandacht voor de stad, de natuur, de oevers en het schoonmaken van de singels. o Muziek maken, kooklessen en creatieve activiteiten verzorgd door La Femme Vitaal. o Knutsel- en gameactiviteiten door Grote Broer Grote Zus. o Een bewustwordingsvideo rondom de ramadan in 2021 door Grote Broer Grote Zus, Surplus, Sterren van Morgen en een aantal positieve rolmodellen.

TEJO-huis TEJO (Stichting Therapeuten voor Jongeren) is een inloophuis voor jongeren. Het biedt jongeren tussen de 10 en 20 jaar on- en offline toegang tot laagdrempelige therapeutische hulp, anoniem en gratis, onmiddellijk, op het moment dat zij het nodig hebben en op een voor hen bereikbare plaats. Professionele therapeuten verlenen de hulp vrijwillig. JUZT In 2021 heeft stichting Juzt geprobeerd om zijn laatste locatie te verkopen, zodat we tot een finale vereffening konden komen. Ondanks een aantal serieuze mogelijkheden is dat niet gelukt. Daarom hebben we in december 2021 de uitstaande lening verlengd tot juli 2022. We kijken met stichting Juzt naar alternatieve opties om te komen tot een verkoop en daarmee tot een afwikkeling. Voor de financiële afwikkeling hebben we een voorziening. Op dit moment is er nog geen (voorlopig) koopcontract gesloten voor de locatie. Jeugdbescherming Brabant (JBB) In 2021 hebben de problemen rondom Gecertificeerde Instellingen (GI’s) in het algemeen en JBB in het bijzonder de nodige aandacht gevraagd en dit duurt nog steeds voort. Ons belangrijkste doel is om jeugdigen te voorzien van de juiste hulp en een verblijfplaats. In 2021 zijn we daar als regio WBO succesvol in geweest.

Daarbij stonden we als regio Brabant (met 5 jeugdhulpregio’s) onder verscherpt toezicht van de Inspectie Gezondheid en Jeugd (IGJ), omdat niet elke regio daar effectief in is geweest. Dit duurt naar verwachting voort in een deel van 2022. Daarnaast hebben we in 2021 extra middelen beschikbaar gesteld voor JBB om de dienstverlening en de zorg voor jeugdigen op peil te houden. Naar verwachting zijn er in 2022 aanvullende bijdragen nodig om de continuïteit van deze zorg te kunnen waarborgen. Verordening Jeugd In 2021 is gebleken dat we de vastgestelde 'Verordening jeugdhulp gemeente Breda 2020' moesten aanpassen door een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. We hebben deze aanpassing voorbereid en hebben de verordening tot eind 2021 geëvalueerd. Dat heeft geleid tot de 'Eerste wijziging van de Verordening jeugdhulp gemeente Breda 2020', die in 2022 wordt behandeld. Ook hebben we de beschikkingen in overleg met de ouders aangepast. Gemeentelijk Plan Spelen In september hebben we het gemeentelijke plan Spelen vastgesteld. Op speelplekken kunnen verschillende leeftijdsgroepen elkaar ontmoeten, samen spelen en bewegen.

Onderwijs •

De gemeente, het onderwijs, de kinderopvang en maatschappelijke instellingen hebben in 2021 de doorgaande ontwikkelingslijnen versterkt, zodat peuters en kleuters optimale startkansen hebben.

Jaarstukken 2021

34

•

Het Rijk heeft extra middelen beschikbaar gesteld aan scholen en de gemeente (Nationaal Programma Onderwijs). In 2021 hebben we een plan ontwikkeld dat zich de komende 2 jaar richt op hulpverlening, veiligheid en zorg op school, en aanvullende activiteiten.

•

In 2021 hebben we een volgende stap gezet voor het verbinden van het onderwijsbeleid, het jeugdbeleid en maatschappelijke organisaties. Zo hebben de thematafel Breda Leert en de thematafel Tegengaan Voortijdig Schoolverlaten ieder vele projecten uitgevoerd. Dit zijn enkele voorbeelden: o Het aanbod van VVE voor peuters en kleuters van 2½ tot 4 jaar is uitgebreid en de aansluiting op het basisonderwijs is versterkt. o De Nieuwe Veste, het primair onderwijs en andere partners hebben het project ‘Ontdek je talent’ uitgevoerd. o 'Taal 18+' heeft de taalbegeleiding uitgebreid van inwoners die daar behoefte aan hebben. o 'Voortijdig schoolverlaten' heeft ondanks corona vele kwetsbare jongeren individueel begeleid, waardoor het percentage schoolverlaten vrijwel gelijk is gebleven. o We hebben afspraken gemaakt met bedrijven voor stageplaatsen voor jongeren.

•

De Kindertrendrede is uitgesproken en heeft geleid tot vervolgafspraken met leden van de gemeenteraad. Er heeft een 3e editie plaatsgevonden van het project Gezond 100 met vo-scholieren en mbo- en hbo-studenten.

•

In 2021 hebben we voorbereidingen getroffen voor een nieuwe verordening voor het leerlingenvervoer. We hebben veel aandacht besteed aan de bezwaarschriften van ouders die een beroep deden op leerlingenvervoer. Intensieve gesprekken hebben geleid tot een lager aantal leerlingen in het leerlingenvervoer in het schooljaar 2021-2022. Dat is conform de intentie van de nieuwe verordening: het naar vermogen zelfstandig reizen van de leerling naar de school.

•

De gemeente, taalaanbieders en maatschappelijke organisaties hebben in 2021 het Actieplan Taal & Laaggeletterdheid verder uitgevoerd. Een mooie ontwikkeling binnen de NT1-aanpak is de televisieserie Gewone Helden. Daarin laten taalambassadeurs zien dat laaggeletterdheid niets is om je voor te schamen. Op het vlak van digitale inclusie is veel vraag naar Digimaatjes; 1-op-1-ondersteuning in digitale vaardigheden. Taal op de werkvloer is vanwege corona minder aan bod gekomen. Breda Eenvoudig heeft aandacht gevraagd voor eenvoudig communiceren, onder andere tijdens de Huh?-parade. Ook in onze eigen organisatie zijn we aan de slag gegaan om eenvoudig en duidelijk te communiceren. Collega’s met direct klantcontact volgen trainingen om helder te communiceren en om laaggeletterdheid te herkennen.

•

Niet alle doelstellingen van het actieplan zijn behaald. Door corona konden enkele projecten niet doorgaan en konden minder inwoners taalonderwijs volgen.

•

Corona heeft onmiskenbaar gevolgen gehad voor de schoolresultaten van leerlingen en studenten. Het Regionaal Bureau Leren heeft intensief gewerkt aan maatwerk; leerlingen zijn thuis bezocht en via Teams begeleid, en ook de scholen hebben sterk ingezet op individuele begeleiding.

•

FIKS is de Bredase en Zundertse variant van het landelijke programma Maatschappelijke Diensttijd (MDT). In 2021 zijn 3 groepen jongeren begeleid met in totaal 38 jongeren.

RISICO'S De risico's die we binnen dit thema zien, vindt u in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

INDICATOREN Thema-indicatoren Opgroeien Indicator: Deelname cultuur door kinderen (audit nr 1) Omschrijving: Percentage kinderen en jongeren van 6 tot en met 17 jaar dat een cultuuractiviteit doet in de vrije tijd. Bron: Stadsenquête

Meeteenheid: %

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Streefwaarde 2021

57

Realisatie 2021

Streefwaarde 2022

41

Zie toelichting

Het percentage in 2021 (41%) is aanzienlijk lager dan in 2020 (57%). Dit kan verschillende oorzaken hebben: allereerst is de vraag dit jaar gesteld aan ouders van kinderen vanaf 4 jaar (eerder onderzoek vanaf 6 jaar); daarnaast kan corona, meer nog dan in 2020 ertoe hebben geleid dat minder kinderen een activiteit konden volgen of hebben gevolgd. In de eerstvolgende herijking van de set (beleids)indicatoren passen we deze indicator aan aan de nieuwe leeftijdsgrens (4 tot 18 jaar in plaats van de huidige 6 tot 18 jaar).

Indicator: Deelname cultuur door kinderen - basisschoolleeftijd (audit nr 2)

Jaarstukken 2021

35

Omschrijving: Percentage kinderen van 6 tot en met 11 jaar dat deelneemt aan cultuuractiviteiten. Bron: Stadsenquête

Meeteenheid: %

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Streefwaarde 2021

Realisatie 2021

Streefwaarde 2022

44

Zie toelichting

63

In de basisschoolleeftijd zien we in 2021 een fors lager percentage deelname aan culturele activiteiten dan in 2020. Dit kan verschillende oorzaken hebben: allereerst is de vraag dit jaar gesteld aan ouders van kinderen vanaf 4 jaar (eerder onderzoek vanaf 6 jaar); daarnaast kan corona, meer nog dan in 2020 ertoe hebben geleid dat minder kinderen een activiteit konden volgen of hebben gevolgd. In de eerstvolgende herijking van de set (beleids)indicatoren passen we deze indicator aan aan de nieuwe leeftijdsgrens (4 tot 12 jaar in plaats van de huidige 6 tot 12 jaar).

Indicator: Deelname cultuur door kinderen - middelbare schoolleeftijd (audit nr 3) Omschrijving: Percentage kinderen van 12 tot en met 17 jaar dat deelneemt aan cultuuractiviteiten. Bron: Stadsenquête

Meeteenheid: %

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Streefwaarde 2021

52

Realisatie 2021

Streefwaarde 2022

35

Zie toelichting

De 35% cultuurdeelname van kinderen in het voortgezet onderwijs (12 tot 18) is in 2021 aanzienlijk lager uitgekomen dan in 2020 (52%). Op dit moment is niet direct duidelijk waardoor dit grote verschil komt. Mogelijk hangt het samen met het lange(re) termijn effect van corona, waardoor minder jongeren konden of wilden deelnemen aan een cultuuractiviteit.

Indicator: Beweegnorm (audit nr 4) Omschrijving: Percentage kinderen en jongeren van 6 tot en met 17 jaar dat voldoet aan de beweegrichtlijn (7 dagen per week minstens een uur matig intensieve inspanning) Bron: Stadsenquête

Meeteenheid: %

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Streefwaarde 2021

Realisatie 2021

Streefwaarde 2022

12

30

42

Zie toelichting

27

Let op: realisatiecijfers vanaf 2021 zijn niet meer vergelijkbaar met voorgaande jaren in verband met wijzigingen in de landelijke beweegrichtlijnen (in 2020) en de onderzoeksopzet (2021). De streefwaarde in 2021 is behaald, deze streefwaarde is destijds nog wel gebaseerd op de 'oude definitie / onderzoeksopzet'. Deze indicator zal in de eerstvolgende herijkingsronde worden aangepast aan de nieuwe beweegrichtlijnen.

Indicator: Jongeren met jeugdbescherming (audit nr 5) Omschrijving: Percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdbescherming van het totaal aantal jongeren in deze leeftijd Bron: www.waarstaatjegemeente.nl BBV

Meeteenheid: %

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

0,9

0,9

0,9

Streefwaarde 2021

Realisatie 2021

Streefwaarde 2022

0,8

Zie toelichting

Dit is een landelijk verplichte indicator. De gemeente volgt de ontwikkelingen, maar bepaalt hierop geen streefwaarde. Er is sprake van een lichte daling vanaf 2015. In de periode 2015 - 2021 ligt het aandeel jongeren met jeugdbescherming in Breda steeds lager dan het aandeel in Nederland en het gemiddelde cijfer van gemeenten van vergelijkbare grootte.

Indicator: Jongeren met ambulante jeugdhulp (audit nr 6) Omschrijving: Aantal jongeren tot en met 23 jaar met ambulante zorg in natura jeugdhulp (ambulante begeleiding en/of ambulante behandeling). Bron: Gemeente Breda, Zorgportaal (berichtenverkeer jeugdhulp) Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

3.899

4.139

4.142

Meeteenheid: Aantal Streefwaarde 2021

Realisatie 2021

Streefwaarde 2022

4.503

Zie toelichting

Er is geen streefwaarde bepaald. Bij het doorontwikkelen van de monitor Jeugd kijken we of er een geschikter kerncijfer is dat we gebruiken als begrotingsindicator. Daarom is er voor 2021 nog geen streefwaarde bepaald. Productindicatoren Product Algemene voorzieningen jeugd Indicator: Kinderen in uitkeringsgezin (audit nr 7) Omschrijving: Percentage kinderen tot 18 jaar in uitkeringsgezinnen Bron: www.waarstaatjegemeente.nl BBV

Meeteenheid: %

Jaarstukken 2021

36

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

7

6

6

Streefwaarde 2021

Realisatie 2021

Streefwaarde 2022 Zie toelichting

Dit is een landelijk verplichte indicator. De gemeente volgt de ontwikkelingen, maar bepaalt hierop geen streefwaarde. Van 2009 t/m 2012 groeide 6% van de kinderen op in een gezin dat moet rondkomen van een bijstandsuitkering. In de periode 2013 t/m 2018 nam dit toe tot 7% en vanaf 2019 ligt het weer op 6%. De groep kinderen in een uitkeringsgezin in Breda is vergelijkbaar met het landelijke gemiddelde en iets lager (1%-punt verschil) dan gemeenten van vergelijkbare grootte. Realisatiecijfer voor 2021 is nog niet beschikbaar gesteld door VNG Realisatie.

Indicator: Jongeren met delict voor rechter (audit nr 8) Omschrijving: Percentage 12 tot en met 21-jarigen met delict voor de rechter van totaal aantal jongeren in deze leeftijd Bron: www.waarstaatjegemeente.nl BBV

Meeteenheid: %

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

1

1

1

Streefwaarde 2021

Realisatie 2021

Streefwaarde 2022 Zie toelichting

Dit is een landelijk verplichte indicator. De gemeente volgt de ontwikkelingen, maar bepaalt hierop geen streefwaarde. Het cijfer voor 2020 is inmiddels wel bekend. Vanaf 2009 is sprake van een daling: van 3% naar 2% in 2012 t/m 2014 en naar 1% vanaf 2015. Dit is vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde en het gemiddelde van gemeenten van vergelijkbare grootte. Realisatiecijfer voor 2021 is nog niet beschikbaar gesteld door VNG Realisatie.

Indicator: Werkloze jongeren (audit nr 9) Omschrijving: Percentage 16 t/m 22-jarigen dat werkloos is (=als werkzoekende staat ingeschreven bij het UWV en geen baan heeft volgens de Polisadministratie) ten opzichte van het totaal aantal jongeren in deze leeftijd. Bron: www.waarstaatjegemeente.nl BBV

Meeteenheid: %

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

2

2

2

Streefwaarde 2021

Realisatie 2021

Streefwaarde 2022 Zie toelichting

Dit is een landelijk verplichte indicator. De gemeente volgt de ontwikkelingen, maar bepaalt hierop geen streefwaarde. In de periode 20152020 ligt het aandeel werkloze jongeren steeds op 2%, vergelijkbaar met het landelijke cijfer en het gemiddelde cijfer van gemeenten van vergelijkbare grootte. Realisatiecijfer voor 2021 is nog niet beschikbaar gesteld door VNG Realisatie.

Productindicatoren Product Jeugdhulp maatwerkondersteuning Indicator: Jongeren met jeugdhulp (audit nr 11) Omschrijving: Percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp van het totaal aantal jongeren in deze leeftijd (over het hele jaar) Bron: www.waarstaatjegemeente.nl BBV

Meeteenheid: %

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

10,1

10,6

10,9

Streefwaarde 2021

Realisatie 2021

Streefwaarde 2022

10,6

Zie toelichting

Dit is een landelijk verplichte indicator. De gemeente volgt de ontwikkelingen, maar bepaalt hierop geen streefwaarde. Ter vergelijking: in 2021 is het landelijk gemiddelde uitgekomen op 10,5%. Productindicatoren Product Jeugdhulp geëscaleerde zorg Indicator: Jongeren met jeugdreclassering (audit nr 12) Omschrijving: Percentage jongeren van 12 tot 23 jaar met jeugdreclassering van het totaal aantal jongeren in deze leeftijd Bron: www.waarstaatjegemeente.nl BBV

Meeteenheid: %

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

0,4

0,5

0,5

Streefwaarde 2021

Realisatie 2021

Streefwaarde 2022

0,4

Zie toelichting

Dit is een landelijk verplichte indicator. De gemeente volgt de ontwikkelingen, maar bepaalt hierop geen streefwaarde. Het aandeel is de afgelopen jaar redelijk stabiel en vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde en lager dan grote gemeenten.

Productindicatoren Product Primair en voortgezet onderwijs Indicator: Absoluut schoolverzuim (audit nr 13) Omschrijving: Aantal leerplichtigen dat niet staat ingeschreven op een school (per 1000 leerplichtigen) Bron: www.waarstaatjegemeente.nl BBV

Meeteenheid: Aantal per 1.000

Jaarstukken 2021

37

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Streefwaarde 2021

2,9

4,3

3,1

2,6

Realisatie 2021

Streefwaarde 2022 Zie toelichting

Vanaf 2014 is sprake van een dalende trend. In de periode 2014-2020 is het absoluut verzuim in Breda hoger vergeleken met het landelijk gemiddelde en in de periode 2014-2019 ook hoger dan het gemiddelde van gemeenten van vergelijkbare grootte. In 2020 is laatstgenoemde voor het eerst op hetzelfde niveau. Realisatiecijfer voor 2021 is nog niet beschikbaar gesteld door VNG Realisatie.

Indicator: Relatief schoolverzuim (audit nr 14) Omschrijving: Aantal leerplichtigen dat wel staat ingeschreven op een school, maar ongeoorloofd afwezig is (per 1000 leerplichtigen) Bron: www.waarstaatjegemeente.nl BBV Realisatie 2018

Realisatie 2019

19

22

Meeteenheid: Aantal per 1.000 Realisatie 2020

Streefwaarde 2021 17

Realisatie 2021

Streefwaarde 2022 Zie toelichting

In de periode 2014-2019 is het relatief verzuim in Breda lager vergeleken met het landelijke cijfer en het gemiddelde van gemeenten van vergelijkbare grootte (behalve in het jaar 2016). Ten opzichte van 2015 (realisatie: 30 leerlingen per 1000 ongeoorloofd afwezig) is sprake van een dalende trend. Realisatiecijfers voor 2020 en 2021 zijn nog niet beschikbaar gesteld door VNG Realisatie.

Thema Betrokken zijn WAT HEBBEN WE BEREIKT? •

In 2021 hebben we met MOOIWERK en vrijwilligersorganisaties uit de stad samengewerkt aan een plan van aanpak voor 2022-2024, dat in september is vastgesteld door de gemeenteraad. In dit plan zijn de belangrijkste speerpunten voor het vrijwilligerswerk in Breda verwerkt en is beschreven hoe we het vrijwilligerswerk zo goed mogelijk kunnen ondersteunen.

•

Steunpunt informele zorg Breda (StiB) heeft verder gewerkt aan de doelen uit het Uitvoeringsplan Zorg voor elkaar Breda, subthema mantelzorg, respijtzorg en dementie (te vinden op Breda.nl).

•

In maart 2021 is de tijdelijke opvanglocatie aan de Riethil in gebruik genomen. Door het gebruik van 1- en 2persoonskamers en de nodige aanpassingen in het gebouw konden we voldoen aan de coronamaatregelen. De doorstroomvoorziening aan de Slingerweg is inmiddels gesloopt. In augustus zijn we gestart met de nieuwbouw van een dag- en nachtopvang.

•

Het proces van de klantreis Wmo is verder in gang gezet en is per 1 januari 2022 in de hele stad ingevoerd. De insteek is om de zelfredzaamheid van inwoners te vergroten en vaker oplossingen te vinden die dicht bij mensen liggen, goedkoper zijn en waar mensen net zo tevreden over zijn.

•

De naamsbekendheid van Zorg voor elkaar Breda (ZveB) lijkt na een stijging in 2020 weer wat afgenomen in 2021.

WAT HEBBEN WE ERVOOR GEDAAN ? In september hebben we de gemeenteraad uitvoerig inzicht gegeven in de financiële en inhoudelijke ontwikkelingen binnen de Wmo. We lieten zien dat we in de periode 2018-2021 in totaal zo'n € 7 miljoen hebben bespaard dankzij efficiencywinst en door scherpe keuzes te maken in de maatregelenpakketten. Toch kunnen we daarmee niet de extra kosten opvangen van het voortdurend toenemende aantal cliënten en de fors stijgende tarieven. Transitiejaar Omdat we nog onvoldoende duidelijkheid hadden over 2 belangrijke ontwikkelingen in 2021, hebben we besloten om 2022 als transitiejaar te zien. In de eerste plaats was het nog niet duidelijk of het abonnementstarief zou worden afgeschaft. Inmiddels weten we dat dit waarschijnlijk enkel het geval is voor huishoudelijke verzorging. Het is nog onduidelijk hoe dit gaat lopen en hoeveel mensen we hiermee kunnen laten uitstromen. Naar verwachting wordt het wetsvoorstel pas over 2 tot 3 jaar ingevoerd. Daarnaast is er nog geen duidelijkheid over verdere financiële compensatie. Wel heeft de nieuwe staatssecretaris een Wmo-houdbaadheidsonderzoek aangekondigd. De bedoeling is dat dat beeld moet leiden tot een fundamentele discussie over de opgave in de Wmo. Verder zagen we dat het beroep op Wmo Begeleiding onverminderd blijft toenemen. Corona heeft deze ontwikkeling versterkt.

Beweging naar de voorkant In 2021 hebben we onze beweging naar de voorkant voortgezet. In januari is de klantreis Wmo van start gegaan in Noordoost. Alle Wmo-gerelateerde vragen van inwoners zijn sindsdien opgepakt door het aanmeldpunt en de inlopen van ZveB. Zij

Jaarstukken 2021

38

bepalen na een korte uitvraag waar de vraag het beste opgepakt kan worden. Dit kan maatschappelijk werk of een klantmanager Wmo zijn, maar veel vragen kunnen ook door de inwoner zelf worden opgelost met informatie en het juiste advies. In deze klantreis staat de samenwerking tussen de klantmanager Wmo en het maatschappelijk werk van ZveB centraal, met aandacht voor de juiste zorg en ondersteuning op de juiste plaats en met de klant in de lead. We zagen het aantal maatwerkvoorzieningen voor Wmo Begeleiding in Noordoost stabiliseren, terwijl dit aantal in de andere 3 kwadranten steeg. In januari 2022 hebben we de nieuwe klantreis Wmo daarom in de hele stad ingevoerd. We verwachten dat deze aanpak de groei van het aantal aanvragen voor Wmo Begeleiding dempt. Een daling lijkt op dit moment echter niet reëel. Huishoudelijke Verzorging We zagen het aantal aanvragen voor huishoudelijke verzorging in 2021 onverminderd blijven stijgen. Vooral in de tweede helft van 2021 kwamen er dusdanig veel nieuwe cliënten naar de gemeente toe, dat we de aanvragen niet meer binnen de wettelijke termijnen konden afhandelen. Daarom besloten we om te gaan werken met een afgebakende wachtlijst voor specifieke aanvragen voor huishoudelijke verzorging. Daarbij hoorde een zorgvuldige screening vooraf welke mensen wel en niet langer konden wachten op hulp.

Op die manier voorkwamen we dat mensen die sneller hulp nodig hadden daar te lang op moesten wachten. En zorgden we juist voor een drempel (langer wachten) voor de gemiddeld wat vermogendere doelgroepen die door het financieel aantrekkelijke abonnementstarief naar de gemeente komen voor een schoon huis. HV3 Inmiddels is duidelijk geworden dat HV3 (een combinatie van huishoudelijke verzorging en lichte begeleiding) niet meer de meerwaarde biedt die we enkele jaren geleden voorzagen. Dit heeft meerdere oorzaken. Allereerst past HV3 niet goed in het gedachtegoed van de beweging naar de voorkant, omdat we voor lichte begeleiding vaak andere oplossingen vinden dan een maatwerkvoorziening. Daarnaast wordt de besparing die we voor ogen hadden bij het uitdenken van HV3 (daardoor) niet meer gehaald. Tot slot blijkt uit een inventarisatie onder de aanbieders en de klantmanagers dat er wel relevante casussen zijn voor HV3, maar dat de aantallen beperkt zijn. Daarom voeren we HV3 niet meer door. Hoewel we HV3 niet gaan invoeren, houden we aandacht voor de doorontwikkeling van huishoudelijke verzorging. Bewustwording rondom eenzaamheid Met de campagne '+EEN Breda' hebben we de bewustwording rondom eenzaamheid (mede door corona) vergroot. In het kader van Breda Samen Doen hebben we nieuwe uitvoeringsplannen opgesteld voor 2022. Hierbij hebben we ook rekening gehouden met de coronasituatie.

Wanneer reguliere activiteiten niet mogelijk zijn, zetten we een alternatief aanbod in. In 2021 heeft voor het eerst de Dag van de Verantwoording plaatsgevonden. In overleg met de gemeenteraad hebben we gekozen voor 2 momenten: 'Staat van de tafels: de inhoud' en 'Staat van de tafels: het proces'. Beide bijeenkomsten waren constructief en er zijn interessante inzichten gedeeld. Agenda toegankelijkheid In 2021 hebben we de actiepunten van de 'Agenda toegankelijkheid 2020' uitgevoerd. We zijn gestart met en voor mensen met een beperking om een ‘Agenda toegankelijkheid 2022’ op te stellen. Het uitgangspunt blijft ‘niets over ons, zonder ons’: we betrekken de mensen die het betreft actief bij het formuleren en uitvoeren van activiteiten. De coronamaatregelen vroegen daarbij om meer creativiteit en flexibiliteit in de planning en de uitvoering van de voorgenomen activiteiten. LHBTIQ+ Samen met de Regenboogpartners hebben we weer diverse activiteiten georganiseerd om de sociale acceptatie, weerbaarheid en veiligheid van de LHBTIQ+-inwoners te vergroten. Dat deden we onder meer met zichtbare uitingen en activiteiten op dagen als Paarse Vrijdag en Coming-out-day, maar ook door een campagne die specifiek was gericht op de aanpak van straatintimidatie.

Senioren We hebben een projectleider aangesteld voor het project Breda Senior, die intern en extern verkennende gesprekken heeft gevoerd met stakeholders. Op 21 oktober vond een werkconferentie plaats waarbij onder andere senioren, raadsleden en vertegenwoordigers van zorg- en welzijnsorganisaties een eerste aanzet hebben geschreven voor een agenda. Verder hebben studenten van Avans Hogeschool onderzoek gedaan naar de behoeften van senioren in Breda. Via workshops met stakeholders en senioren hebben ze eind december hun advies opgeleverd. Dit gebruiken we bij het bepalen van de speerpunten van Breda Senior. Ook zijn er 2 werkgroepen gevormd: 1 met senioren en 1 met stakeholders waarmee we in gesprek willen blijven.

Gemengd wonen •

Een jaar na het sluiten van het Pact hebben we de eerste tussenrapportage bestuurlijk besproken. Daarin wordt de voortgang van de betrokken projecten geschetst en bewaakt.

Jaarstukken 2021

39

•

Het gemengd-wonenproject aan de Gageldonksestraat is gestart. Verder zijn we begonnen met de planvorming van tijdelijke sociale woningen. Daarnaast is de eerste paal geslagen voor de nieuwbouw aan de Rijpstraat, waar een gemengd-wonenproject komt.

Mantelzorgers Mantelzorgers bieden essentiële hulp op het gebied van zorg en welzijn. Daarom willen we hen zo goed mogelijk ondersteunen. Dit doen we door de inzet van het StiB, waar mantelzorgers ondersteuning en informatie kunnen krijgen. Om respijtzorg aan te bieden, zijn we een pilot gestart met logeerzorg. Deze pilot is eind 2021 gestart en loopt door tot en met eind 2022. We willen daarmee respijtzorg bieden aan mantelzorgers die zorgen voor een naaste met dementie. De waardering van mantelzorgers is (nog) niet omgevormd naar een pas of app. Zoals we al schreven in de begroting 2022, bleek uit een voorverkenning dat een stadspas alleen succesvol kan zijn als deze breed wordt opgezet, voor verschillende doelgroepen. Een besparing op de uitvoeringskosten van de mantelzorgwaardering is op korte termijn niet realistisch zonder die omvorming. Wel hebben we in 2021 de VVV-bon vervangen door de Breda Cadeaukaart, zodat de lokale economie gesteund wordt. Het geldbedrag van € 75 is gelijk gebleven. Wet verplichte ggz Begin 2022 is de eindrapportage over de gemeentelijke taken bij de Wet verplichte ggz opgeleverd. Het onderzoek kostte meer tijd vanwege de coronacrisis. De aanbevelingen volgen we komende jaren op. Dat betekent onder andere dat we eenmaal per jaar de uitvoering van de gemeentelijke taken evalueren. Dit blijven we doen met de regiogemeenten in West-Brabant.

Samenwerkingsafspraken vanuit het Preventieakkoord Het Bredaas Lokaal Preventieakkoord bestaat uit 28 samenwerkingsafspraken met diverse partners, verdeeld over de 3 speerpunten: gezond ouder worden, Hoge Vucht en een gezonde werkvloer. In 2021 hebben we voor het eerst uitvoeringsgelden beschikbaar gesteld. Diverse partners hebben hier gebruik van gemaakt. Hierdoor is de uitvoering van deze samenwerkingsafspraken al (deels) in gang gezet. In 2022 verkennen we hoe we deze plannen op een duurzame manier kunnen voortzetten. Beheersmaatregelen In het bestuursakkoord Lef en Liefde is afgesproken om met aanvullende plannen te komen om kosten binnen het sociaal domein te beheersen. Binnen de Wmo zijn er op verschillende momenten in de afgelopen jaren beheersmaatregelen ingevoerd. Zo wisten we 1,5 miljoen structureel te besparen door een kapitaallastenregeling in te voeren voor aanbieders, waarbij ze alleen nog daadwerkelijk gemaakte kosten voor eigen kapitaal kunnen declareren. Verder zijn we vanuit ‘de juiste zorg op de juiste plek’ in gaan zetten op een betere doorstroming van cliënten vanuit de Wmo naar de Wlz. Hiermee hebben we een besparing gerealiseerd van 0,9 miljoen. En we hebben het eerdergenoemde project Beweging naar de Voorkant zowel vanuit inhoudelijke visie, als vanuit kostenefficiëntie in 2021 ingevoerd in één stadskwadrant. En per 1 januari 2022 in de gehele stad.

We verwachten (onder andere vanuit een uitgewerkte businesscase) hiermee een besparing te realiseren van 1,5 miljoen euro. Alleen we zien dat er ook andere ontwikkelingen zijn die deze besparing minder zichtbaar maken, omdat het aantal cliënten wel fors is gestegen. Mede door de enorme stijging van aanvragen in 2021 voor huishoudelijke verzorging, gaan we vanaf 2022 aanvragen meer screenen op urgentie. In 2021 hebben we tenslotte de volgende beheersmaatregelen uitgewerkt: • Strakkere regie op het gebruik van de deeltaxi Ook in 2021 konden inwoners met een deeltaxipas onbeperkt gebruikmaken van de deeltaxi. Wel zagen we een relatief lager gebruik door de coronacrisis. Daarnaast hebben we een verkenning uitgevoerd onder de gebruikers van de deeltaxi. Hierbij hebben we onderzocht hoe groot de doelgroep is die veel kilometers reist en wat hun vervoersbehoefte is. Bij hen zijn we ook nagegaan wat de noodzaak is van het gebruik van de deeltaxi. Een beperking van het aantal kilometers is echter niet aan de orde geweest vanwege het beperkte gebruik in coronatijd. Ook de verkenning of het reguliere openbaar vervoer een alternatief is, heeft om die reden nog niet plaatsgevonden. • Aanpassingen zorgpolis Afgelopen jaar konden inwoners met hoge zorgkosten en een relatief laag inkomen weer gebruikmaken van de zorgpolis Gemeenten Extra Uitgebreid.

Naast de collectiviteitskorting die onderdeel is van de polis, betaalt de gemeente het volledige eigen risico. Dit betekent in de praktijk dat de bijdrage van de gemeente in 2021 ongeveer € 32 per maand per cliënt was. De uitgaven voor de collectieve ziektekostenverzekering zijn afgenomen door duidelijkere communicatie over wie gebruik kan maken van deze polis (mensen met chronische klachten en/of extra structurele hoge ziektekosten) en door controle daarop bij het aanvragen. In totaal hebben we hiermee zo’n 1,8 miljoen structureel kunnen besparen.

Jaarstukken 2021

40

• Technische optimalisaties In 2021 hebben we nog beter zicht gekregen op onze cliënten en onze zorgaanbieders. Dit inzicht maakte een aantal doorontwikkelingen mogelijk. Zo zijn de pgb-tarieven met ingang van 1 januari 2021 aangepast, zodat ze meer in lijn zijn met onze tarieven voor Zorg in Natura (ZiN). Ook is het pgb-proces geoptimaliseerd, waardoor cliënten nog zorgvuldiger begeleid worden en er door betere voorlichting nog meer sprake is van eigen regie. We zien dat deze optimalisaties ervoor zorgen dat minder mensen uit eigen beweging voor een pgb kiezen. Daarnaast is de tariefopbouw voor geclusterd wonen bij ZiN meer in lijn gebracht met de werkelijke kosten daarvan. Dit is geïmplementeerd bij de nieuwe inkoop voor beschermd wonen, die op 1 januari 2022 van start is gegaan. Met deze technische optimalisaties hebben we zo’n 1,6 miljoen bespaard, waarvan in totaal 1,4 miljoen op PGB-budget (hoewel sommige pgb-houders zijn overgestapt van PGB naar Zorg in Natura, waardoor er slechts sprake is van een verschuiving van budget i.p.v. een besparing). Van de 1,4 miljoen aan structurele besparingen op PGB in de afgelopen jaren is 0,5 miljoen in 2021 gerealiseerd (zie financiële toelichting). Deze maatregelen hebben in totaal veelal meer besparingen opgeleverd dan begroot. In totaal gaat het om zo'n € 7 miljoen aan structurele besparingen.

Deze opbrengsten zijn niet altijd een-op-een terug te zien in de jaarrekening, omdat het resultaat ook door andere ontwikkelingen kan zijn beïnvloed. De gestegen cliëntaantallen in huishoudelijke ondersteuning en begeleiding en fors gestegen tarieven zijn daarbij de grootste factor.

RISICO'S •

Zorgaanbieders hebben door corona meer kosten gemaakt voor de uitvoering van de Wmo. Het Rijk heeft ons als compensatie een bedrag van zo'n € 350.000 gegeven. Zorgaanbieders kunnen tot 1 april 2022 een declaratie voor meerkosten indienen. De verwachting is dat deze compensatie van het Rijk daarvoor voldoende is.

•

Het aantal begeleidingstrajecten onder jongvolwassenen (18 t/m 27 jaar) nam in de afgelopen jaren toe. Deze toename komt mede door de coronacrisis, waarbij (kwetsbare) jongeren vastlopen, zoekende zijn naar structuur of terugvallen in ongewenst gedrag. Het beoogde effect van het project Bewegen naar de voorkant (beheersmaatregel) is onder andere door de toename van het aantal begeleidingstrajecten minder goed zichtbaar en leidt slechts tot een demping van de groei in plaats van tot een daadwerkelijke daling van de kosten.

•

Inmiddels lijkt duidelijk dat onze claim voor financiële compensatie van de aanzuigende werking van het abonnementstarief niet volledig door het Rijk gehonoreerd wordt. We zien een sterk toegenomen vraag naar huishoudelijke ondersteuning (+20% ten opzichte van 2018) en een (bij wet verplicht) explosief toegenomen tarief (+30% ten opzichte van 2017). Wel wil de nieuwe coalitie het abonnementstarief voor huishoudelijke ondersteuning afschaffen en een eerlijke bijdrage invoeren. Onduidelijk is nog hoe dit er precies uit komt te zien. De (financiële) effecten van deze maatregel zijn dus ook niet te voorspellen. De invoering neemt minimaal 2 tot 3 jaar in beslag.

Meer informatie vindt u in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

INDICATOREN Thema-indicatoren Betrokken zijn Indicator: Meedoen (audit nr 15) Omschrijving: Percentage inwoners dat actief meedoet in de samenleving. Dat kan op verschillende manieren: intensief mantelzorg, intensief vrijwilligerswerk, minimaal 12 uur per week aan het werk in loondienst of als zelfstandig ondernemer, deelname aan re-integratietraject, school/opleiding volgen. Bron: Buurtenquête

Meeteenheid: %

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Streefwaarde 2021

71

Realisatie 2021

Streefwaarde 2022

73

Zie toelichting

Realisatie 2021

Streefwaarde 2022

Er is geen streefwaarde bepaald.

Indicator: Actief in de buurt (audit nr 2201) Omschrijving: Percentage bewoners dat zich actief heeft ingezet in de buurt Bron: Buurtenquête

Meeteenheid: %

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Jaarstukken 2021

Streefwaarde 2021

41

27

30

26

Zie toelichting

Bandbreedte is 25%- 27%. De streefwaarde is niet behaald. In 2021 bleef de coronacrisis en de daarbij horende maatregelen ook in de buurten impact hebben. Dit maakt dat bewoners minder actief zijn geweest in 2021.

Indicator: Ondersteuning buurtinitiatieven (audit nr 2202) Omschrijving: Percentage bewoners dat het (helemaal) oneens is met de stelling: De gemeente ondersteunt buurtinitiatieven op het gebied van leefbaarheid en veiligheid voldoende. Bron: Buurtenquête

Meeteenheid: %

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Streefwaarde 2021

Realisatie 2021

Streefwaarde 2022

12

10

Zie toelichting

12

Streefwaarde was dat de groep die de ondersteuning van de gemeente onvoldoende vindt gelijk blijft of kleiner wordt (ten opzichte van 2019). Deze streefwaarde is behaald. In 2021 is er blijvend aandacht geweest voor veiligheid en leefbaarheid in de wijken en buurten. Met name door de aanpak Aandachtswijken was hiervoor extra aandacht.

Productindicatoren Product Maatwerk Wmo Indicator: Maatwerkarrangementen Wmo (audit nr 16) Omschrijving: Aantal cliënten met een maatwerkarrangement Wmo (per 10.000 inwoners) Bron: www.waarstaatjegemeente.nl BBV

Meeteenheid: Aantal per 10.000

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

830

850

840

Streefwaarde 2021

Realisatie 2021

Streefwaarde 2022

790

Zie toelichting

Dit is een landelijk verplichte indicator. De gemeente volgt de ontwikkelingen, maar bepaalt hierop geen streefwaarde. Het voorlopige realisatiecijfer gaat over de eerste helft van 2021 (=790). De cijfers over het hele jaar zijn standaard hoger dan op basis van het halfjaarcijfer te verwachten is. Je kunt dus niet stellen dat er sprake is van een daling in 2021. In de periode 2017-2020 is het aandeel hoger vergeleken met het landelijke cijfer en het gemiddelde cijfer van gemeenten van vergelijkbare grootte.

Thema Thuis WAT HEBBEN WE BEREIKT? Voor sommige mensen is een ‘thuis’ niet vanzelfsprekend. Omdat het daar niet veilig is, bijvoorbeeld. Omdat ze het niet kunnen betalen. Of omdat ze er zelf een rommeltje van maken, waardoor het niet verantwoord is. Daarom hebben we ook in 2021 weer vele inwoners geholpen aan een thuis. Onze inzet varieerde van hulp aan slachtoffers van huiselijk geweld, tot hulp bij dakloosheid en het bieden van een veilige woonomgeving bij psychische problematiek.

WAT HEBBEN WE ERVOOR GEDAAN ? Huiselijk geweld en kindermishandeling •

Veilig Thuis en tal van andere organisaties zetten zich dagelijks in voor vroegsignalering en het bieden van de juiste hulp aan slachtoffers van alle vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties (GIA). In 2021 hebben we de afspraken met Veilig Thuis vernieuwd. Vanaf begin 2022 werken we volgens deze afspraken. Voor de aanpak van plegers worden mannelijke ervaringsdeskundigen ingezet (ex-plegers van huiselijk geweld), die samen met een professionele hulpverlener hulp en ondersteuning bieden aan gezinnen waar huiselijk geweld speelt. Dit doen we onder andere bij huisverboden.

•

Eind 2021 werden we geconfronteerd met wachtlijsten bij Veilig Thuis. Zij hebben inmiddels actie ondernomen om deze wachtlijsten weg te werken.

•

De afspraken over het overdragen van casuïstiek naar lokale teams zijn dit jaar vernieuwd. De implementatie en de monitoring van de uitvoering vinden plaats in 2022.

•

Het beleidskader 'GIA en Meldpunt crisiszorg' is gereed en aangeboden aan de gemeenteraad. De financiële bijdrage voor GIA (aan Veilig Thuis) is voor 2022 vastgesteld.

•

Het nieuwe regionale programma is vervangen door het regionale beleidskader, waarin we voortbouwen op het programma Geweld Hoort Nergens Thuis. Niet alle activiteiten uit het programma zijn al afgerond. De voorbereidingen voor een grootschalig trainingsprogramma zijn in de tweede helft van 2021 gestart, de uitvoering is

Jaarstukken 2021

42

doorgeschoven naar 2022. Ook de incidentele inzet voor de aanpak van schadelijke praktijken pakken we in 2022 op. Het Rijk heeft hier incidenteel extra middelen voor beschikbaar gesteld via de decentralisatieuitkering. •

In het regionale beleidskader GIA staat wat we verwachten van de vrouwenopvang en wat de basis is voor de subsidieverlening aan stichting Safegroup. Bij de vrouwenopvang is sprake van achterstallig onderhoud. Ook zijn er frictiekosten in beeld gebracht door de overgang van Juzt naar een zelfstandige stichting. Hiervoor hebben we in 2021 extra subsidie verleend, maar een deel van de extra investeringen vindt plaats in 2022.

Integrale crisiszorg Het landelijke (telefonische) meldpunt Zorgwekkend Gedrag is medio 2021 opengegaan. Aanpak verward gedrag •

Het scholingsprogramma is succesvol uitgevoerd. De aanpak van verward gedrag is onderdeel van het reguliere werk. In Breda hebben we onze medewerkers, medewerkers van onze partners en alle inwoners de kans geboden om een training over verward gedrag te volgen. In 1,5 jaar hebben we 6 trainingen aangeboden. Hier hebben veel mensen aan deelgenomen. In totaal hebben we 35 trainingen aangeboden en de deelnemers gevraagd wat zij ervan vonden. Een ruime meerderheid was zeer tevreden. Ze misten alleen de inzet van rollenspellen. Dit was vanwege de coronapandemie helaas maar beperkt mogelijk. De deelnemers hoopten wel dat de gemeente deze trainingen nog een keer wil aanbieden.

•

Met subsidie is de functie van de wijk-GGD'er ingebed in de reguliere werkzaamheden van de bemoeizorg- en de OGGZ-taken van de GGD.

Beschermd wonen Per 1 januari 2022 wordt gestart met de doordecentralisatie van beschermd wonen. Dat betekent dat niet alleen de 43 centrumgemeenten, maar alle 355 gemeenten zich volledig gaan inzetten voor inwoners die in aanmerking komen voor beschermd wonen en daartoe alle regionale samenwerkingsafspraken hebben gemaakt. Eind 2021 zijn deze samenwerkingsafspraken in de regio Breda bekrachtigt. De gemeenschappelijke regeling 'Beschermd wonen regio Breda' is door alle gemeenteraden vastgesteld. Daarin hebben we de gezamenlijke verantwoordelijkheid vastgelegd voor de toegang, de contractering en de financiering van beschermd wonen. De gemeente Breda heeft de opdracht gekregen om dit te organiseren. We hebben afgesproken dat de eerste aanmelding voor beschermd wonen bij de lokale toegangen plaatsvindt. Daarmee geven we invulling aan de gezamenlijke inhoudelijke verantwoordelijkheid. Ook sturen we op de aanmeldingen voor beschermd wonen, doordat eerst wordt gekeken of hulpvragers ook geholpen kunnen worden met een lokale voorziening en/of het aanbod in het voorliggend veld. De regio Breda heeft voldaan aan alle elementen van de Norm voor Opdrachtgeverschap voor Beschermd Wonen. Vanaf 1 januari 2023 zou er een nieuwe financiële verdeling over gemeenten en een zogeheten woonplaatsbeginsel komen.

Daarmee wordt geregeld dat gemeenten voortaan verantwoordelijk zijn voor beschermd wonen voor de eigen inwoners en daartoe ook in staat zijn, omdat ze daarvoor ook de middelen ontvangen. Inmiddels is bekend geworden dat de voorgenomen invoering van het woonplaatsbeginsel beschermd wonen door het Rijk per 1 januari 2023 uitgesteld wordt. We hebben namens de hele regio nieuwe contracten gesloten voor beschermd wonen. De nadruk is nog meer komen te liggen op de tijdelijkheid van beschermd wonen, om het onderscheid met de Wet langdurige zorg (Wlz) duidelijker te maken. Daarnaast leggen we de nadruk op zo veel mogelijk zelfstandig (blijven) wonen, zoals afgesproken in het regionale beleid. In de beschikkingen leggen we een duidelijker verband tussen de gewenste resultaten voor de cliënten en de bijbehorende ureninzet door de aanbieder. Hiermee krijgen we meer sturingsinformatie over de kwaliteit en de kosten. Tot slot heeft de gemeente geïnvesteerd in het gesprek met de zorgaanbieders over de gewenste kwaliteit en de doelen van het beleid. We hebben een aantal voorbereidende stappen gezet om uiteindelijk te komen tot een regionale uitstroom uit beschermd wonen en de maatschappelijke opvang. De gemeenten, corporaties en grootste zorgaanbieders in de regio hebben in 2021 een onderbouwde aanname opgesteld van de behoefte aan woningen voor de komende jaren.

Die aanname geldt als een streefbeeld om samen naar toe te werken. Tegelijkertijd hebben we de inhoudelijke ambities beschreven in een convenant waarin ieders rol beschreven is. Beide documenten zijn eind november bestuurlijk bekrachtigd. Alle gemeenten en corporaties hebben de kwantitatieve opgave opgenomen in de prestatieafspraken.

Maatschappelijke opvang •

In 2021 hebben we (dreigend) dak- en thuislozen een passend traject aangeboden via Centraal Onthaal. Dit kon een opvangplek zijn bij de doorstroomvoorziening of opvang voor jongeren bij Villa Boerebont. De meer zelfredzame

Jaarstukken 2021

43

dak- en thuislozen gaan naar een crisiswoning. Dit kan in Breda, maar ook in het land van Altena. In 2021 hebben we het aanbod aan woon- en opvangplekken uitgebreid op basis van het versterkingsplan tegen dak- en thuisloosheid. •

In het 2e kwartaal van 2021 zijn de sloop- en bouwwerkzaamheden voor de nieuwe dag- en nachtopvang voor daken thuislozen gestart. Naar verwachting wordt de nieuwbouw in de zomer van 2022 opgeleverd en kort na de zomer in gebruik genomen.

•

Eind 2020 zijn we gestart met de projecten vanuit het versterkingsplan tegen dak- en thuisloosheid. Een externe projectleider voert de regie op dit proces, in samenwerking met de regiogemeenten en de betrokken maatschappelijke partners. De projecten zitten in verschillende stadia; het ene is net gestart, het andere is al in een verder gevorderd stadium. De tussenevaluatie wordt verwacht in juni, waarna de eindevaluatie voor eind 2022 op de planning staat.

Ketenaanpak verslavingszorg In 2021 hebben we de pilot GHB in de dag- en nachtopvang DSV geëvalueerd. Daarop hebben we besloten om deze activiteiten in de reguliere dienstverlening bij DSV in te bedden. Na een evaluatie van het Casusoverleg GHB Breda is besloten om dit netwerkoverleg onder Maatschappelijk Steunsysteem (MaSS)-coördinatie te brengen voor de hele regio. Na 1 jaar vindt een evaluatie plaats.

RISICO'S •

De VNG heeft afgesproken dat de uitname voor cliënten die naar de Wlz zijn gegaan, overeenkomt met de werkelijke kosten. Voor centrumgemeente Breda is de overgang dus budgetneutraal verlopen.

•

Naar verwachting wordt de nieuwe dag- en nachtopvang voor dak- en thuislozen in de zomer van 2022 opgeleverd en kort na de zomer in gebruik genomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11563482/1