CConstaterende datBreda
Koppel je AI →
Document · PDF

Rvs 15072021 Vaststellen Omgevingsvisie Breda Sterk en Veerkrachtig, Omgevingsvisie 2040 incl bijlagen

gemeenteraad 20 september 2021, gemeente BredaBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvisie 'Breda Sterk en Veerkrachtig. Omgevingsvisie 2040'39.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Voor zowel de groene als de verharde openbare ruimte geldt dat we waar mogelijk gebruik maken van duurzame en herbruikbare materialen. Met een inhaalslag en passend beheer verhogen we de kwaliteit van de bestaande openbare ruimte en wordt grootschalig onderhoud of vervanging minder vaak nodig. Cultuurhistorie Het Bredase erfgoed is waardevol en deze waarden willen we koesteren. Bredaas erfgoed is een breed begrip, waar veel zaken onder vallen. Onder het voor de Omgevingsvisie relevante erfgoed in de fysieke leefomgeving vallen archeologie, historische geografie (bijvoorbeeld het historische landschap) en gebouwd erfgoed (bijvoorbeeld monumenten). Om ons erfgoed goed te beschermen, te behouden en te beheren is er voldoende wet- en regelgeving. Daarom willen we ons de komende jaren ook richten op drie zaken die erfgoed maken tot Grondstof voor de toekomst (www.erfgoed.breda.nl/ downloads > Beleidsnota's en beleidskaarten): • Onderzoeken wat erfgoed nu precies betekent voor bewoners en bezoekers van Breda (verbondenheid). • Focus aanbrengen in het verhaal van het Bredase erfgoed en het dichterbij brengen (nabijheid). • De meerwaarde die erfgoed heeft beter inzetten door erfgoed te verbinden met andere vakgebieden (partnerschap). Hieraan verbinden we de volgende opgaven, die in Grondstof voor de Toekomst, Programma erfgoed 2019-2025 terugkeren als hoofdstukken.

Collectie Breda Breda kent veel erfgoed, onder te verdelen in veel categorieën. Niet alles binnen de verzameling erfgoed heeft dezelfde waarde voor het verhaal dat we willen vertellen: het Verhaal van Breda. Dit maakt het nodig om focus aan te brengen, zodat we de Collectie Breda in beeld krijgen.

Ons erfgoed…een bron van kennis! Hoe versterken we erfgoed als bron van kennis? Dit doen we door de dynamiek van de Collectie Breda te benadrukken, erfgoedkennis en -educatie te vergroten en de collectie te ontsluiten. Ons erfgoed…we zorgen er goed voor! Hoe geven we het beheer, behoud en bescherming van ons Bredaas erfgoed vorm? Hierbij bouwen we voort op wet- en regelgeving en beleid, maar sluiten we ook aan bij nieuwe maatschappelijke opgaven. Ons erfgoed…altijd in ontwikkeling! Hoe benutten we erfgoed als onderlegger voor ruimtelijke (her)ontwikkeling van de fysieke omgeving? We treden hierbij in dialoog met andere partijen en hebben oog voor de duurzaamheid van erfgoed. Uitgaande van het bovenstaande beleid worden structureel subsidies verstrekt. Bereikbaarheid De mobiliteitsbehoefte groeit, zowel in de bestaande stad en dorpen als door de verdere ontwikkeling van Breda. De verschillende vervoersmiddelen leggen een verschillend beslag op de openbare ruimte. Een automobilist heeft veel meer ruimte nodig dan een fietser. Tegelijkertijd willen we de stad bereikbaar hebben en houden voor alle vervoerswijzen (modaliteiten). Een systeemverandering in onze mobiliteit en slimmer gebruik van de beschikbare openbare ruimte is nodig. Daarom benaderen we de mobiliteit vanuit het STOP-principe: Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Personenauto.

Hiermee ontstaat ruimte op het wegennet en verbetert de bereikbaarheid voor alle modaliteiten. Bovendien helpt schoon verkeer en een mobiliteitssysteem dat actieve vormen van mobiliteit (lopen en fietsen) en ov-gebruik stimuleert Breda gezonder te maken. Zoals ook opgenomen in de Mobiliteitsvisie Breda.

Ons erfgoed…een beleving! Hoe draagt erfgoed bij aan de beleving in Breda? Voor de beleving van erfgoed zijn de volgende elementen onlosmakelijk aan elkaar verbonden: het historische verhaal, citymarketing en de fysieke omgeving.

BREDA, STERK EN VEERKRACHTIG

65

BOUWEN AAN STAD EN LANDSCHAP

WAARDEVOL ERFGOED

ECOLOGISCHE VERBINDINGEN 66

Stedelijk autoverkeer maakt zoveel mogelijk gebruik van de stedelijke hoofd­ infrastructuur. De beperkte reistijd en goede doorstroming maken deze routes aantrekkelijk. Daarvoor zijn investeringen nodig in de belangrijkste wegen. Doordat autoverkeer meer gebruik maakt van de stedelijke hoofdinfrastructuur ontlasten we de wegen in de verblijfsgebieden. We verbeteren hierdoor de verblijfskwaliteit, verkeersveiligheid en bereikbaarheid met voet, fiets én auto. Dat geldt ook voor de bereikbaarheid van de binnenstad. Die verbeteren we door het doorgaande verkeer dat het centrum alleen passeert te verminderen. Doorgaand regionaal verkeer door de Bredase dorpen verminderen we door een combinatie aan maatregelen op het gebied van auto (hoofdwegennet), Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) en fiets. Met een betere doorstroming op en aansluiting met de snelwegen verbetert de bereikbaarheid van de stad en neemt doorgaand auto- en vrachtverkeer door Breda af. Breda is per spoor vaak en snel verbonden met de Brabantse stedenrij, Randstad en internationaal (België en Duitsland). En er komt een snelle, ­innovatieve OV-verbinding naar Utrecht. Bredanaars en bezoekers kiezen steeds vaker voor de fiets voor binnenstedelijke verplaatsingen. Dit is niet alleen gezond en duurzaam, maar zorgt ook voor minder zware belasting van ons wegennetwerk.

We maken nieuwe verbindingen tussen de woonwijken onderling. Dit maakt wijk-wijk-verplaatsingen per fiets een aantrekkelijk alternatief (zie wijk-wijkverbindingen op de kaart Sterk & ­Veerkrachtig Breda). We realiseren snelle fietsroutes naar alle kernen in de omgeving, zodat de (elektrische) fiets ook voor regionale verplaatsingen aantrekkelijker is. In het buitengebied creëren we nieuwe recreatieve fiets- en looproutes. Er komen nieuwe verbindingen over de singels voor betere bereikbaarheid voor voetgangers en fietsers. De binnensingel richten we voor deze verkeersdeelnemers in. In de binnenstad en in de verblijfsgebieden komt meer ruimte voor de voetganger. De verblijfsgebieden zijn verkeersveilig, er is ruimte voor verblijven en spelen en straten vormen geen barrière, maar een verbinding. Van en naar belangrijke voetgangersbestemmingen (zoals basisscholen, HOV-haltes en parkeergarages) leggen we doorlopende voetgangersroutes aan, ook voor minder validen. Het aandeel OV op regionale verbindingen neemt toe door uitbouw van het regionale HOV-netwerk naar de regionale kernen en werkgelegenheidsclusters. Het HOV-netwerk ondersteunen we binnen Breda met een sterk stadsnetwerk. De doorstroming en kwaliteit van het (H)OV verbetert door het waar mogelijk strekken en bundelen van de lijnen en het vergroten van halteafstanden. Om de

BREDA, STERK EN VEERKRACHTIG

toeganke­lijkheid van het OV in balans te houden, zetten we in op het verbeteren van het voor- en natransport naar de haltes en het vergroten van het aanbod van deelmobiliteit bij haltes. Belangrijke OV-lijnen verbinden we op meer plaatsen waardoor meer bestemmingen snel bereikbaar zijn. Er komt een aanvullend systeem van flexibele busjes, waarbij we zoveel mogelijk samenhang zoeken met het Wmo-vervoer. In Breda zijn er meer verplaatsingen waarbij reizigers van verschillende vervoerswijzen gebruikmaken: combimobiliteit. Een netwerk van vervoershubs zorgt voor verbinding tussen de netwerken. Hierdoor hebben mensen meer keuzevrijheid en flexibiliteit in hun mobiliteitsbehoefte. Het aanbod aan en gebruik van deel­ mobiliteit in Breda neemt toe door nieuwe aanbieders ruimte te bieden in bestaande gebieden en in gebiedsontwikkelingen. Mobility as a Service (Mobiliteit als dienst, MaaS) is geïntegreerd in alle mobiliteitsnetwerken van Breda. Er is volop ruimte voor Smart Mobility. Parkeren In gebiedsontwikkeling is ruimte voor parkeren bij voorkeur in gebouwde voorzieningen en is er ruimte voor vervoersalternatieven zoals deelauto’s en fietsen. Binnenstadbezoekers parkeren in parkeergarages, op de parkeervelden of op afstand in een hub. We reguleren de parkeerdruk in stedelijke omgevingen zodat parkeerdruk en overlast afneemt.

We scheppen volop ruimte voor digitalisering van de parkeerketen. Verkeersveiligheid Breda gaat voor nul verkeersdoden. Dit doen we door op de hoofdwegen verkeersstromen zoveel mogelijk te scheiden en door op het onderliggende wegennet de rijsnelheid te verlagen. We blijven knelpunten aanpakken op basis van risico gestuurde aanpak. Hiervoor is nog beter zicht nodig op de ongevallen in Breda. We verminderen eenzijdige fietsongevallen door betere fietsinfrastructuur en training. De gelijkvloerse spoorwegovergangen in Breda maken we veiliger en vervangen we waar mogelijk door ongelijkvloerse kruisingen. Duurzame mobiliteit In 2044 is de mobiliteit helemaal schoon. Binnenstedelijke verplaatsingen nemen af door onder andere digitaal werken en door hoogstedelijk te ontwikkelen. De verdeling van verplaatsing over de verschillende vervoerswijzen (modal split) in en naar Breda verandert doordat fiets, voet, OV en deelmobiliteit uitnodigende alternatieven zijn voor de auto. De vervoersmiddelen worden schoner door verder

67

stimuleren van elektrische of H2 voertuigen, onder andere door invoering van een Zero Emissiezone voor vrachtverkeer en het blijvend verbeteren van noodzakelijke infrastructuur.

3.3. DUURZAME OMGEVING Alleen een gezonde gemeente kan op een verantwoorde manier groeien. Breda zet daarom in op een duurzame omgeving. We zetten in op energietransitie en klimaatadaptatie. We maken de beekdalen robuust, vangen water op, houden het vast en zorgen voor verkoeling. We verbinden de natuur in de wijken en dorpen met de natuur in het buitengebied, waardoor groen toegankelijk is voor iedereen. We zetten in op een groen, aantrekkelijk en vitaal buitengebied. We versterken natuur, landschap en cultuurhistorie, waarbinnen verschillende functies hun ruimte kunnen vinden (landbouw, wonen, recreëren, etc.). We stimuleren duurzame vormen van landbouw en richten ons op het voorkomen van leegstand. We breiden de bossen uit en leggen nieuwe recreatieve routes aan. We investeren in de bewustwording en kennisontwikkeling van inwoners, waarbij in het bijzonder wordt ingezet op de jeugd als toekomstige generatie. En we scheppen ruimte voor inwoners, bedrijven en organisaties om hun verantwoor­ delijkheid te nemen op weg naar een duurzame samenleving. We investeren in duurzame educatie in het onderwijs, duur­zame inspirerende ontmoetingsplekken (zoals bijvoorbeeld de kinder­boerderijen) en we faciliteren ruimte voor het organiseren van duurzame activiteiten.

OMGEVINGSVISIE BREDA 2040

3.3.1. KLIMAATBESTENDIG BREDA

68

Een klimaatbestendige stad is bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering. Ook nemen we/We nemen een groot aantal maatregelen om de klimaat­ verandering binnen de perken te houden. De energietransitie is erop gericht om de uitstoot van broeikasgassen zoveel mogelijk te beperken. Met klimaatadaptatie nemen we maatregelen die een grote bijdrage leveren aan het voorkomen van wateroverlast, hittestress en droogte. Klimaatadaptatie Samen met gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk hebben we in Nederland afspraken gemaakt om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018). Door samen te werken

met andere partijen in de openbare ruimte en op particulier terrein kunnen we onze stad en dorpen voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. We hebben afgesproken om ‘Breda ondanks of dankzij de klimaatverandering aantrekkelijk, uitdagend en klimaatbestendiger te maken voor bewoners en bezoekers’. (Ruimtelijk Adaptatieplan 2020). Via uitvoeringsprogramma’s en regelgeving beschermen we de volksgezondheid tegen (grond)wateroverlast, beschermen we de omgeving/het milieu én bevorderen we hiermee ook een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving (Stedelijk Waterplan 2019-2023). Samen met onze water- en klimaatpartners binnen de Baronie gaan we via een gebiedsgerichte agenda sturen op het herstellen van het oude bekenlandschap (zie kaart Sterk & Veerkrachtig Breda: Herstel beekdalen). Dit doen we door water vast te houden in de beekdalen en te infiltreren op díe locaties waar dit het meest effectief is. Hiermee leggen we de verbinding met het Van Gogh Nationaal Park i.o. We kunnen dit als overheden niet alleen, een groot deel van het verhard oppervlak ligt immers op particulier terrein. Van onze inwoners en ondernemers verwachten we dat ze meewerken om water zo duurzaam mogelijk te verwerken. We organiseren diverse activiteiten voor bewoners en verlenen subsidie.

Meer infiltratie We stellen onze drinkwatervoorraad veilig voor de toekomst en houden zoveel mogelijk schoon water vast om langdurig droge perioden te kunnen overbruggen. We streven ernaar om bij elke ontwikkeling zoveel mogelijk hemelwater te infiltreren, speciaal in droogtegevoelige gebieden of op droogtegevoelige locaties. Waar mogelijk houden we water vast in plaats van het direct af te voeren en gaan we ontharden door bestrating te verwijderen om het water makkelijker in de bodem te laten zakken. In specifieke gevallen voeren we water aan, kiezen we voor lokale verwerking van afvalwater of slaan we water op. Gericht tijdelijke wateropvang Bij de aanleg van verhard oppervlak houden we rekening met extreme buien. We stellen eisen om in (of in de directe nabijheid van) nieuwe ontwikkelingen bij voorkeur bovengrondse waterberging aan te brengen en stimuleren, waar mogelijk, groene daken en hemelwaterinfiltratie. Omdat de kernen Prinsenbeek en Bavel relatief kwetsbaar zijn ten aanzien van wateroverlast verlangen we daar bij (her)ontwikkelingen een maximum aan compenserende waterberging. Nieuwbouwgebieden in wateroverlastgevoelige gebieden krijgen eveneens een

Gebieden waarbij in de directe nabijheid afvoer op de singels of de rivier mogelijk is, zijn minder kwetsbaar. Hier bieden we bij kleine ontwikkelingen meer ruimte om buiten het plangebied te bergen. Ter compensatie verlangen we in dat geval meer ontwikkeling van groen zodat we daarmee de blauwgroene hoofdstructuur kunnen versterken. Het tekort aan waterberging vangen we elders in het gebied op, hiervoor reserveren we ruimte. Beschermen grond- en drinkwater We voorkomen grondwaterverontreining zo veel mogelijk door in onze grond­ waterbeschermings- en waterwingebieden vervuilende activiteiten te weren. Op eventuele locaties met grote bodemverontreinigingen zijn we voorzichtig met infiltratie van hemelwater om verspreiding te voorkomen. Locaties met een relatief hoge grondwaterstand achten we minder geschikt voor bebouwing. We stemmen daarom het (meervoudig) ruimtegebruik af op het natuurlijk verloop van het grondwater. In gebieden met een risico op grondwateroverlast, zoals IJpelaar, verbeteren we de ontwatering in combinatie met grote reconstructies. Minder verharding, meer groen en gericht groene verkoelings- en schaduwplekken Om ervoor te zorgen dat het binnen en buiten in Breda aangenaam blijft tijdens warme zomerdagen gaan we voldoende schaduw in loop- en verblijfsgebieden aanbrengen. We benutten hiervoor o.a.

de verkoelende werking van bomen en schaduwwerking van gebouwen. Hiertoe versterken we de (bestaande) groen­ blauwe structuur en de hoofdbomenstructuur (https://www.breda.nl/bomen-­breda). Samen met onder meer bewoners, ondernemers en woningcorporaties willen we ook het versteende oppervlak verminderen, de toepassing van (donkere) ­warmteabsorberende materialen beperken en de sponswerking van de bodem nog beter benutten. We willen dat iedere Bredanaar in de nabijheid van verkoelings- en schaduwplekken komt te wonen. We realiseren een fijnmazig groenblauw net­werk in de wijken en daarmee leggen we de verbinding met de ecologische hoofdstructuur, water en natuurgebieden. Daarnaast werken we aan de verbetering van de waterkwaliteit en bereikbaarheid van het water om het beter te kunnen gebruiken voor verkoeling. We richten onze energie in eerste instantie op díe gebieden waar de grootste behoefte ligt. Dit zijn de binnenstad/centrum, Tuinzigt, Fellenoord, Spoorzone, Belcrum en ook bedrijventerreinen.

Verbeteren waterkwaliteit Het open water in Breda gaan we stap voor stap verbeteren tot zwemkwaliteit. Dat doen we vanwege het toenemende recreatief gebruik van ons water, zodat we de waterkwaliteit watergebonden evenementen niet in de weg staat. We blijven daarom ons huishoudelijk afvalwater binnen de bebouwde omgeving verwerken via de centrale rioolwaterzuiveringsinstallatie en de kans op lozingen verkleinen. Bij de aanleg en inrichting van nieuwe waterpartijen minimaliseren we de kans op overlast zoals blauwalgen, muggen en ongedierte. We blijven doorgaan met het scheiden en ontvlechten van schoon- en vuilwaterstromen. Naast energie- en grondstoffenterugwinning en het beperken van de kans op wateroverlast, zorgen we met de gescheiden inzameling dat eventueel water op straat hygiënischer van kwaliteit is. Zo verlagen we het gezondheidsrisico van (opspattend) water op straat. Ook bij de introductie van bovengrondse hemelwateropvangvoorzieningen waken we ervoor dat (zeker bij meervoudig ruimtegebruik) er geen nieuwe gezondheidsrisico’s ontstaan. Waar doelmatig verwerken we ons afvalwater in het buitengebied decentraal op duurzame en verantwoorde wijze. Procesafvalwater laten we bij voorkeur door bedrijven zelf verwerken, dit is doelmatiger en duurzamer.

Energietransitie In de energietransitie maken we, de bewoners en ondernemers van Breda, in de periode 2020-2040 flinke stappen. Dat is nodig omdat we een flinke opgave hebben: een CO2-­neutrale gemeente in 2044. Het is ook nodig vanwege de klimaat­doelstellingen waar we ons als Nederland aan hebben verbonden. De overschakeling naar duurzame vormen van energie koppelen we aan het verduurzamen van gebouwen, om te beginnen ons eigen vastgoed. Betaalbaarheid van de energietransitie heeft onze aandacht.



extra zware wateropgave opgelegd. Afhankelijk van het gebied kunnen we ook besluiten om bij een nieuwe ontwikkeling geen hemelwaterriolering aan te leggen.





 











BREDA, STERK EN VEERKRACHTIG



 



 







 69

Breda is een CO2-neutrale gemeente in 2044. Het energiegebruik is ten opzichte van 2008 gehalveerd en we wekken de benodigde energie zoveel mogelijk duurzaam binnen Breda op. Deze opgave betreft alle activiteiten waarbij fossiele energie wordt gebruikt, zoals wonen, werken en mobiliteit. Het gaat niet alleen om het CO2-vrij maken van alle energiegerelateerde activiteiten, maar ook om activiteiten en processen waarbij overige broeikasgassen zoals methaan en lachgas vrijkomen. Het voorkomen van verdere klimaatverandering is een breed en complex vraagstuk waarbij niet alleen ruimtelijke aspecten van belang zijn, maar ook sociale aspecten zoals betaalbaarheid van de energietransitie. Daarom nemen we bewoners mee in de te nemen energiemaatregelen. Energietransitie is een van de belangrijkste opgaven waarvoor we de komende decennia staan. Om te bereiken dat Breda in 2044 CO2-neutraal is, zijn de volgende tussen­ opgaven gesteld. • In 2030 bedraagt de: • CO2-reductie: 49% ten opzichte van 1990. • Opwekking van stroom met zonnepanelen op daken: 113 GWh.

Vaststelling van de TVW is voorzien eind 2021. Er wordt gekeken naar de mogelijkheden voor warmte uit water, lucht en bodem, zon, geothermie, industriële restwarmte uit Moerdijk. Uit de RES blijkt dat het belang van zonthermie gaat toenemen naarmate de belasting van het elektriciteitsnet tegen grenzen aan gaat lopen. In Breda is dat inmiddels het geval. Er loopt momenteel een congestieonderzoek naar het terug leveren van elektriciteit. Grootschalig elektrificeren van de warmtevoorziening vergroot ook de druk op het elektriciteitsnet. Zonthermie is kant-en-klare warmte die in combinatie met opslag in seizoensbuffers zeer beperkte inzet van elektriciteit vraagt. We hebben ten noordwesten van de Haagse Beemden een zoekgebied voor zonthermie aangeduid nabij het bestaande warmtenet. Ergens in dit zoekgebied zou een zonthermiepark kunnen worden gerealiseerd, waarbij participatie en een goede landschappelijke inpassing belangrijke uitgangspunten zijn. Op deze locatie komen wellicht meerdere bronnen zoals groen gas en mogelijk ook geothermie samen in een energiehub. Maar ook bestaande warmtebronnen kunnen beter dan nu worden benut. Het verduurzamen van de warmtevoorziening heeft ruimtelijk veel impact, zowel ondergronds als bovengronds en heeft invloed op wonen, werken en de voorzieningen in Breda.

Eén van de CO2-opgave afgeleide opgaven is dat Breda in 2044 aardgasvrij is. Daarvoor is een mix aan maatregelen nodig:

OMGEVINGSVISIE BREDA 2040

Naast de al lopende aanpak door middel van het Klimaat Uitvoeringsprogramma is uit het Klimaatakkoord een tweetal trajecten gestart waarmee invulling wordt gegeven aan het nationale klimaatdoel:

70

• Regionale Energie Strategie (RES) en • Transitievisie Warmte (TVW). In de RES is de benodigde aanvullende opwek van duurzame elektriciteit als opgave voor Breda concreet gemaakt tot 2030. De plannen voor Wind A16 zijn hierin meegenomen. Het uitgangspunt is dat tot 2030 voornamelijk zonnepanelen op daken worden gerealiseerd. In de RES 2.0, die in de loop van 2022 wordt opgesteld, is aandacht voor de opwekmogelijkheden na 2030. Op basis van de resultaten uit de RES 2.0 actualiseren we de Omgevingsvisie.

• Verzwaren elektriciteitsnet, inclusief plaatsen extra trafohuisjes en buurt­ batterijen. • Aanleg van warmtenetten met pomphuisjes. • Aanleg van bodemenergiesystemen, bij collectieve systemen inclusief pompputten/huisjes. • Aanleg van zonnecollectorvelden met seizoensopslag. • Aanleg asfaltcollectoren. • Toepassen warmtewisselaars in riolering voor thermische energie uit afvalwater (TEA/Riothermie). • Inname en terugvoerpunten voor aquathermie. • Aanleg laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer. • Zongericht verkavelen en bouwen.

Uit de Transitievisie warmte blijkt nog welke voorzieningen waar en wanneer nodig zijn. Om de energietransitie tot een succes te maken faciliteren we als gemeente deze voorzieningen zo goed als mogelijk. Het Klimaatakkoord stelt dat moet worden gestreefd naar een fifty-fifty verdeling van eigendom tussen marktpartijen en de lokale omgeving. Dit is ook uitgangspunt bij ontwikkeling van projecten in Breda. Een transformatie is hét moment dat kan en moet worden aangegrepen om een toekomstbestendig, energiezuinig en aardgasvrij gebouw te realiseren. De gemeente Breda zet daarom in op energiezuinige, aardgasvrije transformaties, in één keer goed. We zetten ook in op toepassing van duurzame technieken met de laagste total cost of ownership. Ontwikkelaars en bouwers brengen de mogelijkheden in kaart aan de hand van een onderzoek, een zogenaamde energievisie. Hierbij biedt de transitievisie warmte aanknopingspunten. Aardgas speelt daarbij geen enkele rol meer.

3.3.2. GEZOND LEEFMILIEU Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is. Het is belangrijk om gezond te kunnen wonen, werken en ontspannen om zo de gezondheid van inwoners te bevorderen. We nemen ook maatregelen om de gezonde leefomgeving te beschermen, bijvoorbeeld op het gebied van bodem, water, lucht, geluid, licht, geur en externe veiligheid (zie de Duurzaamheidsvisie 2030 Breda, Actsheets duurzaamheid (4 maart 2021)) (https://breda.raadsinforma­ tie.nl/document/9648591/1/Rvs_19012021_Vaststellen%20actsheets%20 duurzaamheid%20incl%20bijlagen). Waar mogelijk pakken we milieuaantasting bij de bron aan en hanteren het beginsel dat de vervuiler betaalt. Daarnaast houden we rekening met het voor­zorgsbeginsel en voorkomen we nadelige gevolgen voor de fysieke leefom­ geving zoveel mogelijk. Daarbij is één van de belangrijkste uitgangspunten voor activiteiten in de fysieke leefomgeving een goede balans tussen het beschermen en benutten van de leefomgeving. De leefomgeving kan direct de gezondheid van mensen beïnvloeden, bijvoorbeeld door een slechte luchtkwaliteit, maar ook indirect, bijvoorbeeld door stress als gevolg van overlast.

BREDA, STERK EN VEERKRACHTIG

Bodem en ondergrond Onze centrale bodemopgave is het beschermen en benutten van onze bodem inclusief de ondergrond die daar onlosmakelijk mee verbonden is. We sturen in gebruik en functie; boven- en ondergronds. We gaan daarbij uit van de ­(natuurlijke) systeembenadering van de bodem, inclusief ondergrond en grondwater. Concreet betekent de inzet op de balans van beschermen en benutten: het tegengaan van vergrijzing en verslechtering van de kwaliteit van de bodem en het grondwater, om zo te komen tot een gestadige verbetering op langere termijn. We voorkomen zo dat beschermen en benutten steeds verder in een concurrerende positie terecht komen en we zetten in op mogelijke compensatie. Daardoor kunnen we doelgericht en gebiedsgedifferentieerd werken, bijvoorbeeld door in bepaalde gebieden en bestemmingen, te onderbouwen of er andere keuzes te maken zijn dan elders. We voldoen daarmee aan de beoogde verbetering en creëren we kansen voor (woningbouw)opgaves op bijvoorbeeld inbreidingslocaties. Juist daarmee bereiken we een sterk en veerkrachtig Breda op het gebied van bodem. We sluiten zoveel mogelijk aan bij natuurlijke momenten, zoals (ver)bouwontwikkelingen. Dat is de werkwijze voor het aanpakken van nog aanwezige bodemverontreinigingen. We maken hiervoor onderscheid in de aard en de plaats van de vervuiling.

We zien de laatste jaren een forse toename van het gebruik en beheer van bodem en ondergrond. Aan de orde zijn meer onderhoud, verleggen, vervangen en aanleggen van energienetwerken, kabels en leidingen maar ook waterberging, vergroening, infiltratie en ondergronds bouwen. Met het alsmaar toenemende gebruik ontstaat de noodzaak om de ondergrond te ordenen, conflicten te beperken en zaken te beschermen. Onze opgave voor de ondergrond is ‘meervoudig gebruik, door verschillende partijen, in balans met beschermen en benutten’. Deze uitdaging is groot en brengt daarom ook onvermijdelijke keuzes met zich mee. Belangrijk is echter dat de ondergrond over de hele gemeente in balans blijft, dus niet verslechtert en op termijn zelfs verbetert. En dat we onnodige ­(schade)kosten voorkomen. Belangrijke ondergrondthema’s zijn daarbij: ondergronds bouwen, ondergronds transport en opslag van warmte en energie, nieuwe oplossingen voor het leggen van kabels en leidingen en het duurzaam hergebruik van bouwstoffen.

71

KLIMAATBESTENDIG

VERBETERDE STADSWATERKWALITEIT

72

De komende jaren pakken we de nog aanwezige bodemverontreinigingen aan. Dit doen we bovenal ontwikkel gestuurd met onderscheid in bronaanpak af­han­kelijk van aanwezigheid, aard en locatie. Daarnaast zetten we compensatie in.

mobiliteit. Het plan is om de huidige milieuzone aan te scherpen en er wordt gestreefd naar invoering van een Zero Emissiezone voor bepaalde voertuigen in 2025. (zie 3.2.2.).

Ordening van de ondergrond vergt vroegtijdige gesprekken met initiatiefnemers, partners en gebruikers van de ondergrond. Dit zijn bijvoorbeeld kabel- en leidingexploitanten. We houden rekening met het natuurlijke bodemsysteem in de afweging van de kansen, het ruimtebeslag, het gebruik van de ‘bodemschatten’ (bijvoorbeeld grondwater voor schoon drink/proceswater) en archeologie. Daarnaast is bescherming in evenwicht met benutting, maken we afwegingen transparant en nemen we de factor tijd ook mee in onze afwegingen. De ­gemeente is hierin een belangrijke regisseur, aangezien de gemeente een belangrijke beheerder van de fysieke leefomgeving is.

Op hoogbelaste locaties zijn we terughoudend met het realiseren van voorzieningen, zoals een kinderdagverblijf of dagopvang voor ouderen, voor mensen die extra kwetsbaar zijn voor luchtverontreiniging vanwege hun leeftijd (kinderen, ouderen) of aandoening (mensen met een luchtweg- of hartvaatziekte).

We werken ruimtelijk beleid verder uit voor bodemenergie en restwarmte voor gebieden waar de ondergrond intensief wordt gebuikt, zoals het centrum, de wijken en de bedrijventerreinen. Daarbij zijn eisen nodig aan de afstemming tussen vraag en aanbod en aan het transport- en distributiesystemen. Samen­ werkingsvormen, zoals bijvoorbeeld collectieve energiesystemen, bieden hierin nadrukkelijk een kans. Lucht We streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit voor gezondheidswinst voor iedereen in Breda. Daarbij werken we toe naar de WHO-advieswaarden voor NO2 en PM10 in 2030. Deze advieswaarden zijn strenger dan de geldende wettelijke luchtkwaliteitsnormen. Zelfs onder de norm kan er gezondheidsschade optreden. Daarom nemen we maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Deze maatregelen richten zich vooral op verkeer. Dit is vooralsnog de grootste bron qua luchtverontreiniging. De focus ligt bij het ‘verder verbeteren van de luchtkwaliteit om gezondheidsredenen’. Daarom hebben we het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend, samen met veel andere gemeenten en provincies, om gezamenlijk toe te werken naar een substantiële reductie van de gezondheidsschade door luchtverontreiniging in 2030. In Breda hebben we al veel maatregelen genomen, zoals de invoering van de milieuzone en diverse doorstromingsmaatregelen.

Uitgangspunt is om dit soort maatregelen te blijven nemen zodat de luchtkwaliteit steeds verder verbetert. Daarom stellen we een decentraal uitvoeringsplan op. In dit plan nemen we maatregelen op die de luchtkwaliteit verbeteren. Bijvoorbeeld op het gebied van

BREDA, STERK EN VEERKRACHTIG

Daarnaast geven we voorlichting aan inwoners om overlast van het stoken van hout in de kachel of open haard terug te brengen. Bij woningbouw binnen twee kilometer van een geitenhouderij onderzoeken we de risico’s op zoönosen voor toekomstige bewoners. We verplichten agrariërs om de risico’s op zoönosen te verkleinen voor omwonenden en bezoekers van hun bedrijf. Stikstof Veel van de geplande woningbouw en aanleg van werkgebieden vindt in het noorden en westen van de gemeente plaats, op relatief grote afstand van Natura 2000 gebieden. Dit levert weinig stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden op. Van de grootschalige ontwikkelingen zorgen alleen de projecten rondom Bavel voor een wat grotere depositie op het Natura 2000-gebied het Ulvenhoutse Bos. Hier tegenover staat dat in het zuiden van het Breda diverse natuurontwikkelingsprojecten zijn gepland (Markdal, Chaamse Beken, etc.). Hier zal agrarisch grondgebruik worden omgezet in natuur. Dit levert zo dicht bij het Ulvenhoutse Bos een relatief grote vermindering van de stikstofdepositie op. Naar verwachting zal de combinatie van de realisatie van de woon- en werkgebieden en natuur­ ontwikkelingsprojecten dan ook netto een vermindering van de stikstofdepositie opleveren. Wel is nog een grote reductie nodig om de doelen van de stikstofwet te halen. Hierin voorziet deze Omgevingsvisie niet.

Op dit moment is nog onduidelijk welke generieke maatregelen de Rijksoverheid gaat nemen en wat de resterende lokale opgave gaat zijn.

73

VITAAL BUITENGEBIED

DE HOLLANDSE WATERLINIE

DUURZAME OMGEVING

74

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10411052/1