CConstaterende datBreda
Koppel je AI →
Document · PDF

Rvs 15072021 Vaststellen Omgevingsvisie Breda Sterk en Veerkrachtig, Omgevingsvisie 2040 incl bijlagen

gemeenteraad 20 september 2021, gemeente BredaBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvisie 'Breda Sterk en Veerkrachtig. Omgevingsvisie 2040'39.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

%% Gemeente Breda Raadsvoorstel

Zaaknummer: 1517372

Vaststellen Omgevingsvisie ‘Breda, Sterk en Veerkrachtig. Omgevingsvisie Breda 2040’, het Milieueffectrapport Omgevingsvisie Breda 2040 en de overige bijlagen. Aantal bijlagen: 9 bijlagen

Voorgesteld besluit 1. 2. 3.

4.

De Nota van Commentaar met betrekking tot de Omgevingsvisie Breda 2040 vast te stellen; Het Milieueffectrapport Omgevingsvisie Breda 2040 (verder te noemen: MER) inclusief aanvulling naar aanleiding van het advies van de Commissie m.e.r. vast te stellen; De Omgevingsvisie ‘Breda, Sterk en Veerkrachtig. Omgevingsvisie Breda 2040’ met onderstaande bijlagen gewijzigd vast te stellen: a. Lagenbenadering Omgevingsvisie Breda 2040; b. De potentie van het nieuwe centrum. Met de vaststelling van de Omgevingsvisie 'Breda, Sterk en Veerkrachtig. Omgevingsvisie Breda 2040’ de Structuurvisie Breda 2030 inclusief bijlagen in te trekken.

Portefeuillehouder: Weth. De Beer

Samenvatting Omgevingsvisie Op 1 juli 2022 treedt, naar verwachting, de Omgevingswet in werking. In de Omgevingswet is vastgelegd dat elke gemeente een Omgevingsvisie moet opstellen die de kwaliteit en ontwikkeling beschrijft van haar fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Het college van Breda heeft in 2018 met de bouwstenennotitie 'Op weg naar Omgevingsvisie Breda 2040’ uitgesproken behoefte te hebben aan een breed gedragen visie voor de ontwikkeling van Breda richting 2040: een Omgevingsvisie Breda 2040. Deze bouwstenennotitie is op 16 maart 2018 aangeboden aan de raad. Op basis van deze visie kan de gemeente samen met inwoners, bedrijven, corporaties, organisaties en andere initiatiefnemers gericht werken aan de grote opgaven waarvoor Breda staat. Met name de behoefte aan duizenden extra woningen en bijbehorende voorzieningen (verstedelijking),voldoende werkgelegenheid, de energietransitie, aanpassing aan klimaatverandering en biodiversiteitverbetering (verduurzaming). Naast de komst van de Omgevingswet is het actualiseren van de huidige Structuurvisie ook een aanleiding voor de nieuwe Omgevingsvisie. De Structuurvisie dateert uit 2013 en is aan een actualisatie toe. In de Structuurvisie werd ingezet op de compacte stad.

In de Omgevingsvisie is dit nog steeds een uitgangspunt, maar wordt een integrale schaalsprong gemaakt naar aanleiding van de huidige woon- en werkenopgave, de klimaat en energieopgaven, de verbreding naar het sociale domein (zoals gezondheid en de Verbeter Breda opgave) in relatie tot de fysieke leefomgeving. Dit heeft geleid tot de urgentie van een nieuwe strategische langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving van Breda richting 2040. Na een uitgebreid interactief proces met diverse partijen en bewoners is de Omgevingsvisie 'Breda, Sterk en Veerkrachtig. Omgevingsvisie Breda 2040’ tot stand gekomen. Deze visie is het eerste kerninstrument dat door de gemeente Breda wordt opgeleverd in aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In de visie staan onze ambities, doelen en opgaven waaraan gewerkt wordt op alle terreinen binnen de fysieke leefomgeving. Dit doen we samen met medeoverheden, burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. Dit gebeurt vanuit een integraal perspectief: sociale, economische en fysieke vraagstukken en ontwikkelingen worden in samenhang bekeken en vertaald naar de fysieke leefomgeving van de toekomst. We verstaan hieronder in ieder geval het geheel van ruimte (inclusief gebouwen), water, milieu (lucht en bodem), natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. Pagina 1 van 19

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1517372

Breda heeft haar toekomstbeeld helder: een internationale stad, die verbindt, openstaat voor nieuwe invloeden en waar iedereen kansen heeft en iedereen kan meedoen. Breda is grenzeloos, groen en gastvrij. Breda is sterk en veerkrachtig. Terinzaqeleqqinq Op 8 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda besloten de ontwerp Omgevingsvisie, het MER en de overige bijlagen vrij te geven voor zienswijzen. De zienswijzentermijn liep oorspronkelijk van 13 maart 2021 tot en met 23 april 2021. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 20 april 2021 besloten de zienswijzentermijn met drie weken te verlengen tot 15 mei 2021. Gelijktijdig met de ontwerp Omgevingsvisie hebben, naast het MER, nog diverse andere bijlagen ter visie gelegen. Het betreft de volgende bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Ontwikkelingsrichting bestaande werklocaties; Hoogbouwvisie Breda; Perspectief voor het centrum; Relatie Breda, Sterk en Veerkrachtig met Omgevingsvisie Noord-Brabant 2050; Gebiedsperspectief Breda Zuid-West (’t Hout - Rithmeesterpark fase 2); Beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB); Lagenbenadering Omgevingsvisie Breda 2040; Het Bredaas Mozaïek.

In totaal zijn er 235 zienswijzen ingediend. De zienswijzen komen van diverse partijen, zoals buurgemeenten, diverse belangenorganisaties en diverse burgers en bedrijven. Alle ingediende zienswijzen zijn samengevat, thematisch gebundeld en beantwoord in de Nota van Commentaar. De Nota van Commentaar ligt nu tezamen met de Omgevingsvisie Breda 2040, het MER en twee overige bijlagen ter besluitvorming voor. Gelijktijdig met de ter inzage termijn is het gesprek met de raad gevoerd om een inhoudelijke reactie en het gevoel bij de raad op te halen over de ontwerp Omgevingsvisie Breda 2040, het MER en de overige bijlagen. Daarnaast heeft op 4 mei 2021 de Commissie m.e.r. haar toetsingsadvies uitgebracht over het PlanMER Omgevingsvisie Breda. Het advies is als bijlage bij het raadsvoorstel gevoegd. De ingediende zienswijzen, de bevindingen van de raad en het advies van de Commissie m.e.r. hebben veel waardevolle en bruikbare input opgeleverd. Al deze resultaten hebben geleid tot bijstellingen in de opzet van de Omgevingsvisie, de inhoudelijke keuzes en de kaartbeelden. Ook zijn er aanpassingen doorgevoerd in de bijlagen, die gelijktijdig met de ontwerp Omgevingsvisie ter inzage hebben gelegen. Alle wijzingen hebben als doel om tot een breed gedragen en heldere visie voor de stad te komen.

Een in het oog springende wijziging in de Omgevingsvisie, die ter vaststelling wordt aangeboden, is de status van en het aantal bijlagen bij de visie. De bedoeling van een Omgevingsvisie is het formuleren van strategisch beleid voor de fysieke leefomgeving voor de langere termijn. In de ter vaststelling aangeboden Omgevingsvisie is dit consequenter doorgevoerd, gericht op het jaar 2040. De wijzigingen inzake de bijlagen zijn hieronder weergegeven. De overige wijzigingen worden verderop in dit voorstel onder het kopje 'Motivering’ nader toegelicht. 1.

Naast het MER zijn alleen nog de lagenbenadering Omgevingsvisie Breda 2040 en De potentie van het nieuwe centrum (voorheen Perspectief van het Centrum) als bijlage bij de vast te stellen Omgevingsvisie opgenomen.

2.

De bijlage Relatie Breda, Sterk en Veerkrachtig met Omgevingsvisie Noord-Brabant 2050 komt te vervallen, omdat het relevante deel is opgenomen in de Omgevingsvisie zelf.

3.

De volgende bijlagen maken geen integraal onderdeel meer uit van de vast te stellen Omgevingsvisie, maar worden als zelfstandige thematische beleidsnota’s aan de raad aangeboden ter vaststelling parallel aan de vaststelling van de Omgevingsvisie:

Pagina 2 van 19

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1517372

a. De ontwikkelingsrichting bestaande werklocaties, b. Hoogbouwvisie Breda, c. Beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) Per beleidsnota zijn de ingediende zienswijzen, die betrekking hebben op het voorstel beantwoord. 4.

Het Ontwikkelingsperspectief Breda Zuid-West (’t Hout, RMP2) wordt eveneens iosgekoppeld van de visie. Dit ontwikkelingsperspectief zal echter niet parallel aan de Omgevingsvisie, maar later dit jaar ter besluitvorming aan de raad aangeboden. Naar aanleiding van de vele zienswijzen wordt dit ontwikkelingsperspectief aangepast, waarbij gekeken wordt naar het aantal hectare, de uit te geven percelen, rendement en behoud van natuur. De reacties uit de zienswijzen worden daarin meegenomen.

5.

Het Bredaas Mozaïek is in hoofdlijnen opgenomen in de vast te stellen Omgevingsvisie en de overige gedetailleerde thematische uitwerking in het document wordt later ter hand genomen.

In de Nota van Commentaar, die als bijlage bij dit voorstel is gevoegd, zijn alle ingediende zienswijzen (samengevat) opgenomen die tegen de ontwerp Omgevingsvisie, het MER en alle bijlagen die gelijktijdig als ontwerp ter visie hebben gelegen, zijn ingediend. Bij de raadsvoorstellen voor de vast te stellen Hoogbouwvisie, het beleid voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing en de Ontwikkelingsrichting bestaande werklocaties zijn per voorstel de tegen dat voorstel ingediende zienswijzen opgenomen. Milieueffectrapport De Omgevingsvisie is kaderstellend voor ruimtelijke ontwikkelingen. Voor elk kaderstellend plan moet een plan-MER worden gemaakt. Dit volgt uit artikel 7.2 tweede tot en met vierde lid, van de Wet milieubeheer. In het MER wordt inzicht gegeven in de huidige staat van de leefomgeving, de toekomstige autonome ontwikkeling bij ongewijzigd beleid en de effecten van ontwikkelingen zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. De kwaliteiten van de leefomgeving en de effecten van de Omgevingsvisie zijn in beeld gebracht aan de hand van een beoordelingskader. Het beoordelingskader is gebaseerd op de drie lagen van People-Planet-Profit. Per laag zijn de thema’s aangegeven en de daarbij beschouwde indicatoren.

Voor het MER zijn er vier fictieve scenario's opgesteld die het totale speelveld omvatten en onderling onderscheidend zijn in beleidsuitspraken op: • Maatschappelijke ontwikkeling: lokalisering versus globalisering; • Ruimtelijke ontwikkeling: bundeling van ontwikkelingen versus spreiding van ontwikkelingen binnen de gemeente. De kansen en risico’s, die samenhangen met de vier scenario’s, zijn in beeld gebracht en deze zijn gebruikt ter aanscherping van het beleid dat uiteindelijk een plaats heeft gekregen in de Omgevingsvisie. Dit is het voorkeursscenario in het MER. Het MER constateert voor de Omgevingsvisie Breda zowel kansen op positieve effecten als risico’s op negatieve effecten. De risico’s hangen voornamelijk samen met mogelijke negatieve effecten op klimaat, natuur en biodiversiteit en bodem en water. Hiervoor zijn diverse aandachtpunten en aanbevelingen (ook wel mitigerende maatregelen) geformuleerd. Een groot deel van deze punten is deels of volledig meegenomen bij het verder aanscherpen van de Omgevingsvisie. Waar dat niet mogelijk bleek, kunnen deze veelal meegenomen worden bij de uitwerking in het omgevingsplan of omgevingsprogramma.

De Omgevingsvisie biedt vanuit MER optiek voornamelijk kansen op het vlak van gezonde leefstijl en leefomgeving, passend woningaanbod, adequate voorzieningen, aantrekkelijk vestigingsklimaat, infrastructuur, fietsverkeer en dergelijken. Van het MER is een samenvatting opgesteld in de vorm van een iReport (http://planmerovisiebreda.ireportinq.nl/). Zowel het iReport als het volledige MER zijn als bijlage bij dit voorstel gevoegd. Daarnaast heeft de Commissie voor de m.e.r. de kwaliteit van het MER getoetst en beoordeeld. In haar advies constateert de commissie in de eerste plaats dat de m.e.r. procedure goed is benut om in een iteratief proces tot een voorkeursscenario te komen. Pagina 3 van 19

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1517372

Er is veel data en informatie verzameld en een goede basis gelegd voor het ontwikkelen van de scenario’s, de effectbeoordeling en de monitoring. Echter, de commissie heeft ook geconstateerd dat het voorkeursscenario op een te hoog abstractieniveau aan bod komt in het MER. De Commissie heeft daarom een aantal adviezen uitgebracht ter verbetering van het MER, waarop later in dit voorstel ingegaan zal worden.

Beoogd effect van het besluit Omqevingsvisie Met het vaststellen van de Omgevingsvisie Breda 2040, het MER en de overige twee bijlagen wordt richting gegeven aan de inrichting van de fysieke leefomgeving die de gemeente Breda nastreeft. Daarnaast biedt de Omgevingsvisie een inspirerend startpunt voor het gesprek met talloze betrokken partijen en belanghebbenden over de inrichting van de aanpassingen die nodig zijn in Breda om de stedelijke opgaven te realiseren. Wanneer de Omgevingsvisie Breda 2040 wordt vastgesteld, geldt de huidige wet (Wet ruimtelijke ordening: Wro) nog. Dit betekent dat met de Omgevingsvisie Breda 2040 in juridische zin een structuurvisie wordt opgeleverd. Aangezien er maar één gemeentedekkende structuurvisie kan gelden, wordt de oude Structuurvisie Breda 2030 bij vaststelling van de Omgevingsvisie 2040 ingetrokken. Voor gemeenten die al voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een aanvang hebben gemaakt met het opstellen van een integrale Omgevingsvisie, is een gelijkstellingsbepaling in de Omgevingswet opgenomen. Om gebruik te kunnen maken van deze gelijkstellingsbepaling moet de gemeentelijke Omgevingsvisie voldoen aan bepaalde eisen zoals gesteld in de Omgevingswet.

Allereerst moet de visie een beschrijving bevatten van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, en de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. Daarnaast moet de Omgevingsvisie voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet van kracht zijn of onmiddellijk na de inwerkingtreding daarvan van kracht worden. Aangezien de Omgevingsvisie ‘Breda, Sterk en Veerkrachtig. Omgevingsvisie Breda 2040’ aan beide eisen voldoet, kan deze visie als gevolg van het overgangsrecht als Omgevingsvisie worden aangemerkt na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Milieueffectrapport Het MER heeft tot doel om de milieubelangen een volwaardige plaats te geven in de afwegingen die ten grondslag liggen aan de totstandkoming van de Omgevingsvisie. Dit betekent dat het voorkeursscenario niet per definitie het milieuvriendelijkste scenario is, maar een scenario dat beïnvloed is door het m.e.r.-proces. Breda wil zich immers wel ontwikkelen en heeft grote ambities, maar deze willen we waarmaken op een goede en integraal afgewogen manier. Daarbij ontkomen we er niet aan dat er op bepaalde thema’s negatieve effecten ontstaan, terwijl we op andere vlakken juist positief scoren.

Uit de scenario analyse van het MER is gebleken waar kansen en risico’s lagen. Door kansrijke onderdelen op te nemen en risicovolle onderdelen waar mogelijk aan te passen of aan te vullen naar aanleiding van de scenario analyse, zonder daarbij inbreuk te doen aan de oorspronkelijke grote ambities in de Omgevingsvisie, is het voorkeursalternatief mede tot stand gekomen.

Uitvoering van het besluit Omgevingsvisie Zo spoedig mogelijk na besluitvorming door de gemeenteraad wordt de Omgevingsvisie Breda 2040, het MER en de overige twee bijlagen gepubliceerd, en treden daarmee in werking. Een Omgevingsvisie, die vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld, kan nog op grond van de Wet ruimtelijke ordening worden gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl met gebruikmaking van de huidige digitale standaarden. Recentelijk is de inwerkingtreding van de Omgevingswet uitgesteld naar 1 juli 2022. Eén van de belangrijkste redenen hiervoor was dat de noodzakelijk software voor de Omgevingswet nog niet gereed was.

Pagina 4 van 19

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1517372

Wanneer (naar verwachting in 2024) het digitale stelsel Omgevingswet helemaal klaar is, moet al het omgevingsbeleid in Nederland ‘objectgericht’ beschikbaar zijn. Dit betekent dat kaarten met de bijbehorende tekstdelen interactief en digitaal bij elkaar te vinden zijn. Bij een objectgerichte Omgevingsvisie is er interactie tussen de tekst en de kaart. De teksten zijn kort en bondig, als zelfstandige onderdelen geschreven, en gekoppeld aan de bijbehorende geografische aanduidingen op de kaart. In aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de Omgevingsvisie Breda 2040 ook objectgericht gemaakt. Participatie Omgevingsvisie Passend bij het karakter van de Omgevingswet is vanaf de start van de werkzaamheden voor de Omgevingsvisie ingezet op een interactief proces met inwoners, bedrijven en organisaties in Breda. Juist daarom was nog niet op voorhand aan te geven welke vraagstukken aan de orde zouden komen, in welke stappen zou worden gewerkt en wie daarbij betrokken moesten worden. En hoewel de Participatieleidraad bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving is vastgesteld nadat het participatietraject in gang was gezet, kan worden gesteld dat de totstandkoming van de Omgevingsvisie aansluit bij de uitgangspunten van de leidraad.

Bouwstenenfase Als eerste stap is in afzonderlijke en gecombineerde gesprekken met stakeholders, belangenorganisaties en wijk- en dorpsraden opgehaald op welke vraagstukken de Omgevingsvisie in zou moeten gaan. Dit gebeurde door te reflecteren op de Structuurvisie Breda 2030, een beeld van actuele trends en ontwikkelingen en het benoemen van de nieuwe opgaven waar onze stad zich voor gesteld voelde. De resultaten zijn verzameld in het projectplan 'Van Bouwstenen naar Omgevingsvisie’, die door het college is vastgesteld (april 2019). Hierin staat dat de inzet bij de Omgevingsvisie is om de stad intensief te betrekken: ‘Niet alleen de gebruikelijke stakeholders, maar iedereen die met energie of creativiteit kan bijdragen aan een mooie toekomst voor Breda. De werkwijze gaat daarom niet uit van reactie van de samenleving op in het stadskantoor geproduceerde stukken, maar op het mét de stad ontwikkelen van een samenhangende toekomst. Hierbij is ook het doel het bewustzijn van de inwoners, organisaties en bedrijven te vergroten, dusdanig dat zij een bijdrage willen en kunnen leveren aan het ontwikkelen van de stad’. In het projectplan staan de principes beschreven die ten grondslag liggen aan de opzet van de participatie, die parallel liep met de stapsgewijze aanpak van de ontwikkeling van de visie.

Eén van de principes betrof het prikkelen van stakeholders in de stad om mee te werken aan het organiseren en inhoud geven van de verdieping. Hieronder is per fase in de ontwikkeling van de Omgevingsvisie aangegeven op welk niveau en op welke manier de participatie heeft plaatsgevonden. Verdiepingsfase Op basis de bouwstenen zijn voor de inhoudelijke verdieping vijf invalshoeken benoemd. Aan de hand daarvan is in 2019 ‘het gesprek met de stad’ gevoerd. Centraal in deze fase stonden de 'Talks of the Town’, openbare bijeenkomsten waarin ter zake deskundigen van binnen en buiten Breda hun licht lieten schijnen over één van de invalshoeken en de opgave die zij zagen voor Breda. De bijeenkomsten werden druk bezocht (tussen de 100 tot 150 deelnemers per bijeenkomst). De opbrengsten uit de bijeenkomsten zijn zowel in tekst als beeld gebundeld in een samenvattend verslag. Voor de inhoudelijke verdieping is ook gebruikt gemaakt van inzichten uit participatietrajecten voor sectorale visies zoals de Mobiliteitsvisie en het Masterplan Digitalisering en activiteiten van de Toekomststoel. Bovendien werd aangesloten bij de 'Week van de Toekomst’, waar de ambitie van Breda als grenzeloze, groene en gastvrije stad centraal stond. Het StadsLab Breda is in opdracht van de gemeente in deze fase in gesprek gegaan met inwoners, organisaties en ondernemers in Breda.

De bevindingen zijn vastgelegd in de krant ‘Stad van Straks’ die huis aan huis is verspreid. Ook architectenplatform ‘BLASt’ heeft bijeenkomsten georganiseerd over Stad in het Park en groen bouwen. Hoofdkeuzefase Op basis van ideeën en adviezen uit de verdiepingsfase zijn de belangrijkste hoofdkeuzes en inrichtingsprincipes benoemd. De bedoeling was om aan de hand hiervan in de eerste helft van 2020 door te gaan met (fysieke) bijeenkomsten en ontmoetingen onder de titel Talks with the town’. Vanwege de uitbraak van het coronavirus moest de aanpak worden herzien. Pagina 5 van 19

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1517372

Op digitale wijze zijn over de voorgestelde koers van de Omgevingsvisie dialogen gevoerd met stakeholders, belangenorganisaties en wijk- en dorpsraden. In september 2020 is een eerste openbaar webinar georganiseerd over de hoofdkeuzes en inrichtingsprincipes. In oktober 2020 is door BredaNu een interactief vervolgwebinar georganiseerd. Aan beide webinars namen een groot aantal inwoners, vertegenwoordigers van organisaties en andere belangstellenden deel. Samenvattingen van de hoofdkeuzes en inrichtingsprincipes zijn gepubliceerd op het platform PlanBreda. Alle belangstellenden konden reageren op de keuze die op de verschillende invalshoeken zijn gemaakt. Ook in deze fase droegen externe partners bij. In een tweede versie van de krant 'Stad van Straks’ legde het StadLab reacties vast van inwoners, organisaties en ondernemers op de keuzes voor de Omgevingsvisie. En mede naar aanleiding van de Talk of the town’ over het buitengebied, organiseerden Natuurplein De Baronie en ZLTO in september 2020 een online natuurcafé over de vraag hoe boeren en de natuur in het buitengebied samen de toekomst in kunnen Van 13 maart 2021 tot 15 mei 2021 hebben de ontwerp Omgevingsvisie, het MER en de bijbehorende bijlagen ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon eenieder een zienswijze indienen.

Met de inzet van sociale media, korte filmpjes en een directe benadering via brief/mail naar ongeveer 400 belangenbehartigers en betrokkenen (bedrijven, wijk & dorpsraden en burgers) bij de Omgevingsvisie zijn de inwoners van Breda en de actief betrokkenen in het proces geïnformeerd over de inhoud en de tervisielegging van de ontwerp Omgevingsvisie en alle anderen bijlagen. Ook is de ontwerp Omgevingsvisie voor een inhoudelijke reactie voorgelegd aan gemeenten in de regio, het waterschap, provinciën en andere overheden zoals RWS, GGD, VR, enz. Gelijktijdig aan de externe consultatie met de stad is de ontwerp Omgevingsvisie met de raad besproken en heeft de Commissie m.e.r. een advies uitgebracht. Het belangrijkste doel van deze wijze van communicatie was een uitgebreid bewustzijn van het bestaan van de ontwerp Omgevingsvisie en het verkrijgen van zoveel mogelijk reacties vanuit de stad op de ontwerp Omgevingsvisie. Er zijn in totaal 235 zienswijzen ingediend. In alle fasen van de totstandkoming van de Omgevingsvisie hebben organisaties, bedrijven en inwoners zich zeer actief en betrokken getoond. Ook de prettige, intensieve samenwerking met de raadswerkgroep Omgevingswet en de reflectie van de raad op de ontwerp Omgevingsvisie en de overige bijlagen hebben geleid tot zeer waardevolle bijdragen voor de uiteindelijk vast te stellen Omgevingsvisie.

De ingediende zienswijzen, de bevindingen van de raad en het advies van de Commissie m.e.r. hebben uiteindelijk geleid tot bijstellingen in de opzet van de Omgevingsvisie, de inhoudelijke keuzes en de kaartbeelden. Beleidscyclus De Omgevingsvisie vormt een belangrijke stap in de beleidsontwikkeling en doet dit vanuit integraal perspectief op de fysieke leefomgeving. Een Omgevingsvisie is nooit af. Door samen te werken aan Breda, door aan de slag te gaan met de opgaven, veranderen deze in de tijd. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen in de maatschappij, de markt en/of onze eigen organisatie vragen om regelmatige bijstelling van de opgaven en aanpak. Via monitoring en actualisatie brengen we in beeld of en in welke mate we de ambities en doelen halen. De hieruit voortkomende signalen kunnen aanleiding zijn voor bijsturing in de uitvoering of aanpassing in de beleidsdoorwerking en de beleidsontwikkeling (waaronder Omgevingsvisie en propgramma’s). Om de Omgevingsvisie haar rol te laten vervullen in de beleidscyclus is het streven om jaarlijks monitoring en tweejaarlijks evaluatie te laten plaatsvinden. De uit de evaluatie voortkomende informatie kan aanleiding zijn voor actualisatie. Door frequentere actualisatie kunnen we flexibel omgaan met kansen en ontwikkelingen die de toekomst brengen.

De Omgevingsvisie is op deze manier zowel qua ambitie als bijvoorbeeld financiën een dynamisch product. Milieueffectrapport Bij het lezen van het MER is het belangrijk om de volgende kanttekeningen met betrekking tot de gehanteerde methode in ogenschouw te nemen: Het MER gaat uit van het aantal kansen op positieve effecten en het aantal risico’s op negatieve effecten ten opzichte van de autonome ontwikkeling in 2040. Pagina 6 van 19

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1517372

Er worden geen uitspraken gedaan over de aard of omvang van kansen en risico’s of de aannemelijkheid dat deze zich kunnen voordoen; de complexiteit en daarmee samenhangende onzekerheden over de doorwerking en uitvoering van het beleid zijn hiervoor te groot. Uit het MER blijkt dat de beleidsuitspraken gericht op het bouwen van 25.800 woningen (woningbouw) en 100 hectare bedrijventerrein (bedrijvigheid) de grootste impact hebben op de leefomgeving in termen van aantal risico’s op negatieve effecten. De beleidsuitspraak ten aanzien van voorzieningen in het centrum en in lokale woonmilieus, en de beleidsuitspraken ten aanzien van voorzieningen en mobiliteit bieden de meeste kansen op positieve effecten. Dit gaat dus over een totaalbeeld van de opgetelde kansen en risico’s met betrekking tot alle gebruikte indicatoren als gevolg van een beleidsuitgangspunt. De meeste kansen op positieve effecten zijn gerelateerd aan de indicatoren broeikasgassen, luchtkwaliteit en geluidhinder, dit zijn tevens indicatoren die veel risico’s op negatieve effecten kennen. Andere indicatoren met voornamelijk kansen op positieve effecten zijn gezonde leefstijl en leefomgeving, passend woningaanbod, adequate voorzieningen, aantrekkelijk vestigingsklimaat, infrastructuur, fietsverkeer.

Indicatoren waar sprake is van risico’s op negatieve effecten zijn gerelateerd aan het thema natuur en biodiversiteit, dit betreft de indicatoren Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en biodiversiteit. Dit wordt mede veroorzaakt door de gekozen methodiek. De beleidsuitspraken op het vlak van woningbouw, bedrijvigheid, mobiliteit en energie brengen allemaal risico’s met zich mee voor deze indicatoren. Hierdoor wordt een relatief groot aantal risico’s onderscheiden. Ontwikkelingen in de Omgevingsvisie met betrekking tot de realisatie van groen, vinden we vooral terug in de beleidsuitspraak over buitengebied en groen. Aangezien dit slechts één beleidsuitspraak betreft, blijft het aantal kansen hierdoor beperkt (één positieve uitspraak vs. vier negatieve uitspraken). Omdat geen uitspraken worden gedaan over de aard of omvang van de kansen en risico’s, zorgt het extra toevoegen van natuur nauwelijks voor verandering in de effectbeoordeling binnen het MER, terwijl dit in de praktijk wel een wezenlijk effect heeft en bijdraagt aan onze ambities. Het voorkeursscenario is in de praktijk beter in balans dan de conclusies uit het MER op het eerste oog doen vermoeden. De verbinding met groen en water vindt plaats op verschillende schaalniveaus.

Vanuit het besef dat het (historische) landschap een vestigingsvoorwaarde is, haakt Breda aan bij de ligging op de grens van het Van Gogh nationaal park (beken- en zandlandschap) en de Zuiderwaterlinie (veen- en kleilandschap). Met de natuur wordt een partnerschap aangegaan door ruimte te geven aan biodiversiteit en door natuur integraal onderdeel uit te laten maken van activiteiten als bouwen, ondernemen en landbouw (natuur inclusief). Bij binnenstedelijke herontwikkelingen is de ambitie om minimaal 20% van het terrein groen in te richten en bij de herinrichting van de openbare ruimte wordt 10% vergroend. Daarbij wordt gezocht naar een balans met behoud, beheer en de versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden. In het stedelijk gebied wordt een grootschalig zoetwaterreservoir gerealiseerd, 't Zoet gericht op extra waterberging en verbetering van het regionale ecologische- en watersysteem, waarbij de historische situatie als inspiratie dient, ‘t Zoet dient tevens als onderlegger voor stedelijke ontwikkeling, recreatie en ontmoeten in Breda. Daarnaast worden bestaande landschapsparken in het stedelijk gebied behouden en versterkt. In het buitengebied (en voor een klein deel in de stad) worden de nog ontbrekende delen van het Natuurnetwerk Brabant en de bijbehorende ecologische verbindingszones gerealiseerd.

Concreet wordt 305 hectare nieuwe natuur en 27 kilometer aan ecologische verbindingszones voorzien. Daarnaast wordt er aan het Gemeentelijk Natuurnetwerk 267 ha. nieuwe natuur en 37 kilometer aan ecologische verbindingszones toegevoegd in de komende 6 jaar. Om de toenemende recreatieve druk te compenseren worden is het de ambitie om de bestaande bossen met 130 ha. nieuw bos uit te breiden. En om barrièrewerking te voorkomen worden er 132 faunapassages aangelegd. Verbinding met groen ontstaat door (de aanleg van nieuwe), groene wandel- en (snel)fietsroutes en aantrekkelijk ingerichte parkways. Door groene ontmoetingsplekken, beheer van de openbare ruimte door bewoners en het gezamenlijk verbouwen van voedsel ontstaan ook sociale verbindingen. Groen is er ook in de vorm van groene gevels en groene daken. De ontwikkeling van meer groen en water binnenstedelijk (bij herontwikkeling en herinrichting) draagt bij aan de transitie naar een klimaatbestendigere leefomgeving.

Pagina 7 van 19

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1517372

Motivering Waarom een Omqevinqsvisie Breda staat de komende jaren voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie en het voorzien in werkgelegenheid en huisvesting. Deze opgaven pakken we integraal op en benutten we om een schaalsprong te maken, met behoud van het mooie van Breda, voor de generaties na ons. Omdat er nieuwe opgaven en initiatieven op ons afkomen waarop we willen anticiperen is er behoefte aan een nieuwe strategische visie voor de fysieke leefomgeving. Ook is het op grond van de Omgevingswet voor iedere gemeente verplicht om een Omgevingsvisie vast te stellen. De Omgevingswet vervangt, naar verwachting, vanaf 1 juli 2022 het huidige stelsel van wetgeving voor de fysieke leefomgeving. De ambities hierin werken door in de andere gemeentelijke instrumenten; het omgevingsplan en eventuele programma's. Het vormt het afwegingskader voor initiatieven in de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie bevat de strategische visie op de fysieke leefomgeving van Breda voor de langere termijn. Dit gebeurt vanuit een integraal perspectief: sociale, economische en fysieke vraagstukken en ontwikkelingen worden in samenhang bekeken en vertaald naar de fysieke leefomgeving van de toekomst.

We verstaan hieronder het geheel van ruimte (inclusief gebouwen), water, milieu (luchten bodem), natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. Geen doel op zich dus, maar een middel om de juiste condities te creëren in Breda om in een grenzeloze, gastvrije en groene stad goed te leven, werken, wonen, recreëren, studeren en meer. Omgevingsvisie ‘Breda. Sterk en Veerkrachtig. Omqevinqsvisie Breda 2040’ In deze Omgevingsvisie ontvouwen we de ambitie, doelen en opgaven van Breda voor de komende 20 jaar. We laten zien waar we ons op richten en op welke wijze we de bedreigingen en uitdagingen te lijf gaan. We gaan niet in de verdediging, maar zetten drie stappen vooruit door onszelf sterker te maken. We laten zien dat we goed voor onze wijken, dorpen en het buitengebied zorgen om zo onze veerkracht te vergroten. Breda, een grenzeloze, gastvrije en groene gemeenschap, is toekomstgericht en stelt de kwaliteit van leven voorop. Dit is onze ambitie, dit brengt ons samen. Samen met onze partners in de stad, dorpen en regio geven we uitvoering aan deze Omgevingsvisie en maken we Breda sterk en veerkrachtig. Daarom groeien we naar een gemeente met meer dan 215.000 inwoners. Hiervoor bouwen we ruim 25.000 woningen, waarvan negentig procent binnen de bebouwde kom.

We bieden ruimte voor minstens 110.000 banen en compenseren de getransformeerde bedrijventerreinen in de stad aan de rand van ons stedelijk gebied. We kiezen voor een hoogstedelijk centrum dat we uitbreiden en verdichten met een mix van wonen, werken en verblijven. Ook heffen we de barrièrewerking van de noordelijke rondweg tussen noord en zuid op. Tegelijkertijd investeren we in onze bereikbaarheid, voorzieningen en openbare ruimte en versterken we de natuur, het water en ons landschap. We bevorderen de gezondheid van onze inwoners en richten de openbare ruimte multifunctioneel in, waardoor mensen elkaar nog meer kunnen ontmoeten en deze uitnodigt tot bewegen. Zo zorgen we voor een sterk en toekomstbestendig Breda en voor een veerkrachtig Breda met krachtige en karakteristieke wijken en dorpen. En dat doen we natuurlijk samen. De Omgevingsvisie ‘Breda, Sterk en Veerkrachtig. Omgevingsvisie Breda 2040’ bestaat uit vijf hoofdstukken en drie bijlagen.

Pagina 8 van 19

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1517372

BREDA, STERK EN VEERKRACHTIG OMGEVINGSVISIE BREDA 2040 Dit brengt ons samen Ambitie Breda, een grenzeloze, gastvrije en groene gemeenschap, is toekomstgericht en stelt de kwaliteit van leven voorop. Dat brengt ons samen

Sterk Breda Hier richten we ons op

Doelen

Veerkrachtig Breda Hier zorgen we voor

Kernwaarden Gmucfeoi

Vtntvk /ntwniÖWM*/ knooppunt

Gêttvrf/

OnguMd dndt

Groen

Verbind met groen

» Een hoogstedelijk centrum • Ruimte voor minstens 110.000 banen • Bouwen van meer dan 25.000 woningen • Versterken van het gezamenlijke voorzieningenniveau met de regio • Samen zorgen voor karakteristieke en krachtige wijken en dorpen • Verbeteren van de verbindingen tussen wijken • Inrkhtcn van de openbare ruimte voor ontmoetingen en bewegen • Een toekomstbestendige stad • Bevorderen van de gezondheid van onze inwoners

Aantrekkelijke vstlglngsplek

Grenzeloos

Duurzame omgeving

Groen

Dit gaan we doen Programmeren Realiseren Monitoren

Verantwoording Wat is de fysieke leefomgeving? Waarom een Omgevingsvisie? Beleidscyclus Het denkraam Het partkipatieporccs De omgevingsvisies van Rijk en Provincie Samenvatting Milieueffectrapportage Doorwerking van het MER en het advies van de MER commissie

Bijlagen Mllieueffectrapport Omgevingsvisie Breda 2040 Lagenbenadering Potentie van het centrum

Dit brengt ons samen (hoofdstuk 1) bevat de ambitie en doelen van de Omgevingsvisie: De ambitie die in de Omgevingsvisie centraal staat is: Breda, een grenzeloze, gastvrije en groene gemeenschap, is toekomstgericht en stelt de kwaliteit van leven voorop. Om dit te realiseren stellen we negen doelen: • Een hoogstedelijk centrum Het succes van onze activiteiten om (internationale) bedrijven en talenten te behouden en aan te trekken en om jongeren aan ons te binden, hangt in belangrijke mate samen met het vestigingsklimaat dat we bieden. Breda heeft een goed vestigingsklimaat met een grote potentie. We hebben nabij ons hsl-station namelijk 124 hectare beschikbaar voor herontwikkeling. Door de ruimte in ons centrum intensief te gebruiken met een mix aan functies, meervoudig ruimtegebruik en ontwikkelingen in hoge dichtheid realiseren we hier hoogstedelijke vestigingsmilieus. Met combinaties van wonen, werken en voorzieningen, nabij openbaar vervoer. Zo maken we een schaalsprong. •

Bouw van ruim 25.000 woningen Breda is een groeiende gemeente in aantal inwoners en huishoudens en groeit naar verwachting verder door. Als gevolg van demografische, sociaal-culturele en sociaaleconomische ontwikkelingen verandert de woonbehoefte van bewoners. Zo neemt met name het aantal en aandeel een- en tweepersoonshuishoudens en ouderen (vergrijzing) toe. Hier spelen we op in met onze woningbouwprogrammering. We bouwen ruim 25.000 woningen en benoemen daarnaast zoekgebieden voor verdere verstedelijking. We streven naar een structurele verhoging van de woningbouwproductie naar 1.500 woningen per jaar.

Pagina 9 van 19

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1517372

•

Ruimte voor minstens 110.000 banen We faciliteren de nieuwe economie, zodat werklocaties meegaan met kwantitatieve en kwalitatieve eisen van de toekomst. Op binnenstedelijke locaties gaat het steeds vaker om het creëren van mogelijkheden voor integratie van (bedrijfs)activiteiten of de inpasbaarheid hiervan in de omgeving. Tegelijk behouden, versterken en actualiseren we onze bestaande werklocaties en realiseren we nieuwe werklocaties aan de randen van ons stedelijk gebied om binnenstedelijke bedrijventerreinen die transformeren te compenseren.

•

Versterken van het gezamenlijke voorzieningenniveau met de regio Met het uitbreiden en verbeteren van onze voorzieningenstructuur versterken we het vestigingsklimaat van Breda en de regio en daarmee onze positie als (inter)nationaal knooppunt. We onderscheiden ons met het onderwijs, zorg, sport en cultuuraanbod. De digitaal infrastructuur is een voorziening, die van een topniveau dient te blijven.

•

Samen zorgen voor karakteristieke en krachtige wijken en dorpen Breda is een gemeente waar iedereen vooruit kan, waar bewoners veilig zijn, in een stad die verbonden is. We creëren de juiste voorwaarden om alle inwoners een goede kwaliteit van leven te bieden. Dat doen we in alle delen van Breda met steun van (alle) bewoners en met inzet vanuit alle sectoren. Hierbij ondersteunt vroegsignalering ons in het richten van onze aandacht en inzet. Met een gedifferentieerde woningvoorraad in wijken en dorpen zorgen we voor een evenwichtige spreiding van bewoners.

•

Verbeteren van de verbindingen tussen wijken We dragen bij aan het verminderen van de tweedeling. We doen dit mede door verbindingen te leggen, barrières weg te nemen en functies te spreiden. We realiseren verbindingen die het mogelijk maken datje makkelijk op andere plekken in Breda kunt komen en spreiden functies zodat je interesse hebt om op die plekken te zijn. Het opheffen van de barrièrewerking van de noordelijke rondweg vervult hierin een belangrijke rol. Net als het behouden van bestaande spoorwegovergangen en het toevoegen van een nieuwe spoorwegovergang tussen ’t Zoet (het voormalige CSM-terrein) en de Nijverheidssingel.

•

Bevorderen van de gezondheid van onze inwoners We gaan uit van het gedachtegoed van positieve gezondheid. Met deze bredere benadering dragen we bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. We zorgen voor een prettige, gezonde en inclusieve omgeving, waar de sociale structuur voorop staat. Zorg en maatschappelijke voorzieningen zijn voor iedereen bereikbaar in de wijk- en dorpscentra. We dragen zorg voor een gezond leefmilieu en bevorderen gezondheid door te verbinden met groen en blauw. Daarbij bieden we ruimte voor bewegen, ontmoeten en ontspannen en zorgen we voor een schonere en koelere omgeving.

•

Inrichten van de openbare ruimte voor ontmoetingen en bewegen Bij herinrichting van de openbare ruimte streven we naar een toename van het groenoppervlak. Door de openbare ruimte te vergroenen en klimaatadaptief, duurzaam, gezond en voor iedereen toegankelijk te maken, nodigt deze uit tot ontmoeten en bewegen. We richten de openbare ruimte beweegvriendelijk in en stimuleren wandelen en fietsen. We creëren ontmoetingsplekken in de openbare ruimte, waar iedereen zich welkom voelt. We benutten de kansen, zoals de energietransitie, om werk met werk te maken bij de (her)inrichting van de openbare ruimte.•

•

Een toekomstbestendig Breda We zetten in op een groen, aantrekkelijk en vitaal buitengebied en we vergroenen de bebouwde kom. We versterken natuur, landschap en cultuurhistorie en maken het watersysteem sterker. We stimuleren duurzame vormen van landbouw en richten ons op het voorkomen en oplossen van leegstand van onder andere agrarisch vastgoed. Tegelijk voegt elke nieuwe stedelijke ontwikkeling groene, openbare ruimte toe aan de stad. We bouwen natuurinclusief en leggen vijf nieuwe parken aan. We voltooien het natuurnetwerk en breiden de bossen uit. We streven naar een groenblauw raamwerk dat sterk is op alle schaalniveaus, zodat het van waarde is in eenieders directe omgeving maar ook op Europese schaal. Zo worden we een stad in een park. Pagina 10 van 19

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1517372

Sterk Breda (hoofdstuk 2) en Veerkrachtig Breda (hoofdstuk 3) zijn de twee met elkaar samenhangende hoofdopgaven van de Omgevingsvisie. In deze hoofdstukken worden opgaven geschetst die uitvoering geven aan de negen doelen. Beide hoofdopgaven zijn uitgewerkt in drie opgaven die aansluiten op de Bredaase kernwaarden: grenzeloos, gastvrij en groen. • De hoofdopgave ‘Sterk Breda’ is gebiedsgericht. Hier beschrijven we waar we ons op richten met gebieden die staan aangegeven op de Omgevingsvisiekaart ‘Breda, Sterk en Veerkrachtig’. ‘Sterk Breda’ bestaat uit de opgaven Versterk internationaal knooppunt, Ongedeeld Breda en Verbind met groen. •

De hoofdopgave ‘Veerkrachtig Breda’ is thematisch. Hier beschrijven we aan de hand van thema’s, waar we voor zorgen. ‘Veerkrachtig Breda’ bestaat uit de opgaven: Aantrekkelijke vestigingsplek, Vitale gemeenschap en Duurzame omgeving.

In ‘Dit gaan we doen’ (hoofdstuk 4) beschrijven we het programma waaraan gewerkt wordt, de manier waarop we de realisatie ter hand nemen en de monitoring en evaluatie van de Omgevingsvisie. Het programma biedt onder andere inzicht voor wonen, werken en groen en water. De realisatie gaat in op samenwerking, het uitvoeringsperspectief met onder andere inzicht in de investeringen in de fysieke leefomgeving en de sturing op ruimteclaims en ruimtelijke kwaliteit. In monitoring geven we aan hoe we de Omgevingsvisie haar rol te laten vervullen in de beleidscyclus van de Omgevingswet en hoe door middel van monitoring en evaluatie inzicht en sturing te geven op de voortgang van onze doelen. In 'Ter toelichting’ (hoofdstuk 5) geven we uitleg over begrippen en onderwerpen die van belang zijn geweest bij het opstellen van deze Omgevingsvisie. Bijvoorbeeld het participatieproces, de samenhang met de Rijks- en provinciale Omgevingsvisie en de uitgevoerde Milieueffectrapportage (MER). Tot slot heeft deze Omgevingsvisie drie bijlagen: het Milieueffectrapport Omgevingsvisie Breda 2040, de Lagenbenadering en De potentie van het nieuwe centrum. Het Milieueffectrapport is hiervoor al toegelicht.

De Lagenbenadering draagt aan door een analyse aan de hand van deze drie lagen bij aan het onderbouwing van locatiekeuzes voor nieuwe woon- en werkterreinen in het buitengebied, alsmede voor de zoekgebieden voor verstedelijking op langere termijn. De potentie van het nieuwe centrum bevat uitleg van een toe te passen methodiek voor gebiedsontwikkeling en biedt inzicht in de kwantitatieve opgave voor het centrum. Het onderbouwd de (programmatische) opgave die voor het centrum in de Omgevingsvisie is opgenomen. Relatie met de Structuurvisie Breda 2030 In september 2013 heeft de gemeenteraad van Breda met de vaststelling van de Structuurvisie Breda de koers voor de ontwikkeling van de stad, de dorpen en het buitengebied op weg naar 2030 bepaald. Inmiddels zijn we bijna 8 jaar verder. Deze Omgevingsvisie moet na vaststelling de huidige Structuurvisie Breda 2030 uit 2013 gaan vervangen als strategische visie voor de fysieke leefomgeving van Breda richting 2040. Onderstaand kort samengevat de belangrijkste wijzigingen in de Omgevingsvisie ten opzichte van de Structuurvisie Breda 2030. 1.

Ontwikkelrichting De Structuurvisie had als inzet het ontwikkelen van een compacte, duurzame stad met ruimte voor initiatief en kende als hoofdlijnen voor de (ruimtelijke) ontwikkeling: Knooppunt Breda, Breda Markstad en Bredaas Mozaïek. In de Omgevingsvisie staat de kwaliteit van leven centraal. Hiervoor zijn twee hoofdopgaven benoemd: Sterk Breda en Veerkrachtig Breda. De hoofdopgaven Sterk Breda en Veerkrachtig Breda zijn geïnspireerd op het economisch model van de donut economie. Sterk Breda zet in op opgaven binnen de zo geheten 'de veilige en rechtvaardige ruimte’. Veerkrachtig Breda zet in op opgaven die afgeleid zijn van het sociaal fundament en de ecologische begrenzing. De deelopgaven in beide hoofdpijlers geven uitwerking aan het grenzeloze, gastvrije en groene Breda. Sterk Breda door te richten op het versterken van onze positie als internationaal knooppunt, een ongedeeld Breda en het verbinden met groen. Veerkrachtig Breda door te zorgen voor een aantrekkelijke vestigingsplek, een vitale gemeenschap en een duurzame omgeving. Zo verbinden de opgaven de doelen van de Omgevingsvisie met het Verhaal van Breda.

Pagina 11 van 19

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1517372

2.

Integraliteit De Omgevingswet stelt ten opzichte van de oude wetgeving meer eisen aan het proces vanaf het begin van plannenmaken en biedt tegelijk meer mogelijkheden voor integraliteit van denken en doen. Hoewel de Structuurvisie al een brede insteek kende vanuit de drie gecombineerde sectorale invalshoeken economie en mobiliteit, wonen en samenleven en energie, klimaat en ondergrond, is met Sterk en Veerkrachtig Breda gekozen voor een verdergaande geïntegreerde aanpak. Sectoraal beleid is gebundeld in een aantal samenhangende opgaven. De sociale opgave is verbreed en geïntegreerd meegenomen, voor zover relevant voor de fysieke leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan een aantal nieuwe maatschappelijke uitdagingen zoals digitalisering, gezondheid, energietransitie en klimaatverandering.

3.

Ongedeeld Breda In de Structuurvisie lag de focus op het verbeteren van de verbinding tussen de noord- en zuidkant van het spoor. In de Omgevingsvisie ligt deze op het opheffen van de barrière van de Noordelijke Rondweg (NRW). De combinatie van gebiedsontwikkelingen in het centrum (waaronder CrossMark), de aanpak van de NRW en de aanpak van leefbaarheid & veiligheid in de Haagse Beemden, de Hoge Vucht, Doornbos en Linie, Tuinzigt en Schorsmolen en Fellenoord zijn de belangrijkste aanjagers van een ongedeeld Breda.

4.

Programma voor wonen en werken In de Omgevingsvisie is gekozen voor een hoogstedelijke ruimtelijke ontwikkeling met hoge dichtheden en een gedifferentieerde mix van wonen, werken en voorzieningen. Met deze ontwikkelingen dragen we bij aan het realiseren van de landelijke woningbouwopgave, benutten we de potentie van Breda en dragen we bij aan een sterke en gezonde regio. De potentie wordt voor een groot deel gedragen door het hsl-station en de grote hoeveelheid binnenstedelijke transformatie opgaven. a. Voor woningbouw werd in de Structuurvisie uitgegaan van herprogrammering en het ombuigen van bestaande plannen. In de Omgevingsvisie is de woningbouwproductie structureel verhoogd naar 1.500 woningen perjaar. Hiermee levert Breda een grotere bijdrage aan de landelijke woningbouwopgave dan volgens de provinciale prognoses. Negentig procent van de woningbouw ligt binnen de stedelijke grenzen en daarnaast wordt ruimte geboden voor uitbreiding van de dorpen. Hiermee wordt het compacte stad principe verruimd. b. Voor bedrijventerreinen werd in de Structuurvisie uitgegaan van consolideren en herstructureren. Door transformatie van binnenstedelijke bedrijventerreinen naar woningbouw is in de Omgevingsvisie ruimte opgenomen voor het realiseren van nieuwe terreinen aan de randen van de gemeente. De totale voorraad bedrijventerreinen neemt hierbij niet of nauwelijks toe.

5.

Groen Het groenblauwe raamwerk was in de Structuurvisie vooral structurerend voor de ruimtelijke ontwikkeling. In de Omgevingsvisie heeft het groen een veel bredere betekenis gekregen. Met het principe van ‘natuur als partner’ als uitgangspunt, wordt uit oogpunt van gezondheid, klimaat en biodiversiteit binnen het stedelijk gebied gekozen voor 'natuurinclusief bouwen’ en in het buitengebied voor een gedifferentieerde mix tussen landbouw en natuur.

6.

Systeemtransities In de Structuurvisie hebben systeemtransities op het gebied van energie, mobiliteit en digitalisering nog maar beperkt aandacht gekregen. In de Omgevingsvisie spelen we zoveel als mogelijk al in op de invloed van de systeemtransities voor de leefwereld van de inwoners van Breda en de neerslag daarvan in de fysieke leefomgeving.

7.

Groen en Rood Bij vaststelling van de Omgevingsvisie Breda 2040 wordt het beleid uit het Beleidskader groen en rood, met de daarbij behorende 'Rode kaart buitengebied Breda’ (onderdeel van de Structuurvisie 2030) ingetrokken. Het gevolg is dat de geselecteerde bouwlocaties voor Ruimte voor Ruimte woningen, ook wel bekend als Buitenwonen aan de linten, komen te vervallen. In plaats daarvan zal het toevoegen van nieuwe Ruimte voor Ruimte woningen alleen nog mogelijk zijn op locaties waar al bouw- en gebruiksmogelijkheden aanwezig zijn,

Pagina 12 van 19

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1517372

veelal (voormalige) agrarische bedrijfslocaties. De reden voor deze beleidswijziging is dat het locatiebeleid uit het Beleidskader groen en rood op gespannen voet staat met de transformatie-opgave die is ontstaan als gevolg van het vrijkomen van agrarische bedrijfslocaties (VAB-locaties). In een tijd waarin gezocht wordt naar herontwikkelingsmogelijkheden op bestaande (en benutte) bouwvlakken en in een tijd waar de wens om bescherming van het waardevolle buitengebied toeneemt is er steeds minder bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak voor het benutten van onbebouwde (agrarische) gronden voor het toevoegen van ruimte voor ruimte woningen. Na vaststelling van de Omgevingsvisie zal het gemeentebestuur daarom niet meer meewerken aan het in procedure brengen en verlenen of vaststellen van een ruimtelijk besluit dat de bouw van ruimte voor ruimte woningen mogelijk maakt op een wijze die in strijd is met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie en het VAB-beleid. Een uitzondering hierop wordt gemaakt voor initiatiefnemers die na een positieve principe-uitspraak van het college een voldoende concreet en toetsbaar concept-bestemmingsplan hebben ingediend bij het gemeentebestuur, voorafgaand aan de vaststelling van de Omgevingsvisie. De beleidswijziging is aangekondigd in het ontwerp van de Omgevingsvisie Breda.

Tevens is nog een aparte bekendmaking, voorafgaande aan de vaststelling van de Omgevingsvisie verzorgd. 8.

Participatie Meer nog dan bij de Structuurvisie al het geval was, is bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie ingezet op actieve vormen van participatie en cocreatie. Bij de Structuurvisie beperkte de digitale aanpak zich vooral nog tot het experiment van de inzet van sociale media. Mede onder invloed van de coronacrisis is bij de Omgevingsvisie ingezet op meer digitale interactie (Webinars, PlanBreda). We hebben hierin gehandeld volgens de uitgangspunten van de participatieleidraad.

Inqediende zienswijzen Van 13 maart 2021 tot 15 mei 2021 hebben de ontwerp Omgevingsvisie, het MER en de bijlagen ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon een ieder een zienswijze indienen. Tijdens de periode van terinzagelegging zijn 235 zienswijzen binnen gekomen. De zienswijzen komen van diverse partijen, zoals buurgemeenten, diverse belangenorganisaties en diverse burgers en bedrijven. De zienswijzen zijn samengevat en van een reactie voorzien in de bijgevoegde Nota van Commentaar. Indien niet alle afzonderlijke onderdelen van de zienswijzen in de samenvatting zijn opgenomen, zijn deze wel in de totale beoordeling meegenomen. In de Nota van Commentaar is een lijst met de indieners van een zienswijze opgenomen. In het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn zowel deze lijst als de zienswijzen zelf geanonimiseerd en worden de persoonsgegevens van de indieners van de zienswijzen niet openbaar gemaakt. De Nota van Commentaar en de geanonimiseerde zienswijzen zijn als bijlage bij dit voorstel gevoegd. Naast de ingediende zienswijzen heeft de raad een reflectie op de ontwerp Omgevingsvisie, het MER en de bijlagen gegeven en heeft de Commissie m.e.r. een advies uitgebracht. Reflectie Gemeenteraad Gelijktijdig met de ter inzage termijn is de ontwerp Omgevingsvisie aan de raad aangeboden ter consultatie.

Gedurende deze periode is een aantal zeer vruchtbare gesprekken met de raad gevoerd om een inhoudelijke reactie en het gevoel bij de raad op te halen over de ontwerp Omgevingsvisie Breda 2040. In de oordeelsvormende sessie heeft de raad al een eerste reflectie gegeven op de ontwerp Omgevingsvisie, het MER de bijlagen. Hieruit is gebleken dat veel onderwerpen die bij de behandeling in de raad aan de orde zijn gekomen, overeenkomen met de strekking van de ingediende zienswijzen. De belangrijkste aandachtspunten zijn: De programmatische onderbouwing voor zowel wonen en werken (zowel kwalitatief als kwantitatief); Het realiseren van betaalbare woningen; Pagina 13 van 19

Gemeente Breda • • • • • • • •

Zaaknummer: 1517372

Participatie De opgave in en rond Bavel; De opgave voor ’t Hout; Het karakter van de dorpen; Bereikbaarheid; Gezondheid en leefbaarheid; Het MER; Hoogbouw.

Ook is er aandacht gevraagd voor het beter leesbaarheid en toepasbaar maken van de Omgevingsvisie. De fase van ter inzagelegging, het expliciet uitvragen van zienswijzen en de proactieve inbreng vanuit de raad heeft een mooi resultaat opgeleverd. Al deze bruikbare informatie heeft het college in staat gesteld om een completere Omgevingsvisie op te stellen en deze aan de gemeenteraad aan te bieden ter besluitvorming. Wijzingen ten opzichte van de ontwerp Omgevingsvisie De ingediende zienswijzen, de bevindingen van de raad en het advies van de Commissie m.e.r. hebben uiteindelijk geleid tot bijstellingen in de opzet van de Omgevingsvisie, de inhoudelijke keuzes en de kaartbeelden. In de Nota van Commentaar is in een algemeen deel ingegaan op alle wijzingen die zijn doorgevoerd in de Omgevingsvisie. Ook wordt ingegaan op de 235 zienswijzen die gedurende de ter visie leggingsperiode zijn binnengekomen. Ten opzichte van de ontwerp stukken zijn de vast te stellen Omgevingsvisie en de bijlagen op diverse punten aangepast. Voor deze aanvullingen en wijzigingen zijn ook verschillende aanleidingen: 1.

Naar aanleiding van ingediende zienswijzen en besprekingen in de raad: De belangrijkste wijzigingen naar aanleiding hiervan zijn: • Het nader toelichten van de programmatische opgave voor wonen en werken; • De opgave in en rond Bavel; • De opgave ’t Hout; • Het hoogbouwbeleid.

2.

Beter leesbaar en toepasbaar te maken van de Omgevingsvisie De belangrijkste wijzigingen op dit aspect zijn: • De opzet van de Omgevingsvisie; • Eén kaart in plaats van twee kaarten; • Aanpassingen in de legenda.

3.

De Omgevingsvisie compleet te maken. In de ter vaststelling aangeboden Omgevingsvisie is de manier waarop uitvoering wordt gegeven aan de omgevingsvisie verder uitgewerkt in het onderdeel ‘Dit gaan we doen’. Dit hoofdstuk ten opzichte van de ontwerp Omgevingsvisie uitgebreid en biedt nu een beter inzicht in het programma, de realisatie (waaronder investeringen) en de monitoring. In de ontwerp Omgevingsvisie stonden in hoofdstuk 4 en dan met name in hoofdstuk '4.3 Verantwoording’ onderwerpen die niet gaan over realisatie. Deze onderwerpen zijn gebundeld en opgenomen in een eigen hoofdstuk met de naam Ter toelichting’.

4.

Aanpassingen in de twee overige bijlagen die, naast het MER, nog onderdeel uitmaken van de Omgevingsvisie: • Lagenbenadering Omgevingsvisie Breda 2040 De lagenbenadering is een informatieve bijlage. De lagenbenadering onderscheidt drie lagen: de ondergrond, de netwerklaag en de occupatielaag. Een benadering aan de hand van deze drie lagen draagt bij aan het onderbouwing van locatiekeuzes voor nieuwe woon- en werkterreinen in het buitengebied, alsmede voor de zoekgebieden voor verstedelijking op langere termijn.

Pagina 14 van 19

Gemeente Breda •

Zaaknummer: 1517372

De potentie van het nieuwe centrum Bij de ontwerp Omgevingsvisie is als bijlage het 'Perspectief voor het nieuwe centrum’ vrijgegeven. Naar aanleiding van vragen over de status van deze bijlage is het document aangepast en heeft het de naam ‘De potentie van het nieuwe centrum’ gekregen. Het document vormt geen toetsingskader voor initiatieven. Het bevat uitleg van een toe te passen methodiek voor gebiedsontwikkeling en biedt inzicht in de kwantitatieve opgave voor het centrum. Door het verkennen van de potentie van het nieuwe centrum wordt de (programmatische) opgave die voor het centrum in de Omgevingsvisie is opgenomen onderbouwd.

Voor een uitgebreidere toelichting op alle wijzingen in de Omgevingsvisie, de Lagenbenadering en De potentie van het nieuwe centrum wordt verwezen naar de bijgevoegde Nota van Commentaar. In de ingediende zienswijzen zitten ook veel complimenten omgevingsvisie waarvoor respect en waardering zijn uitgesproken voor de mooie complete integrale Omgevingsvisie met een gezonde ambitie voor de toekomst van Breda 2040. Meerdere buurgemeenten, andere overheden en partners spreken waardering uit voor de wijze waarop Breda steeds de samenwerking op zoekt. Hierbij wordt ook de regionale (gebiedsgerichte) aanpak als positief ervaren en kijken partijen uit om gezamenlijk verdere invulling te geven aan de omgevingsvisie (bijvoorbeeld via RIA en verstedelijkingsakkoord). Een aantal regionale samenwerkingen ontbraken in de visie en zijn aangepast in de Omgevingsvisie. Daarnaast zijn teksten meer in lijn gebracht met de huidige regionale afspraken. Milieueffectrapport De beoordeling van de scenario’s is in beeld gebracht met een beschouwing van de kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Deze effecten hoeven niet daadwerkelijk op te treden maar geven een indicatie van mogelijke gevolgen van beleidsuitspraken. Uit de resultaten van deze beschouwing zijn 12 aandachtspunten geformuleerd. Deze werken als volgt door in de Omgevingsvisie.

Aanbevelingen woningbouw en bedrijventerreinen: 1. Focus bij ontwikkeling van woningbouw op inbreidingslocaties boven uitbreiding naar het buitengebied om druk op biodiversiteit en verstoring van beschermde flora en fauna te beperken. 2. Cluster bestaande en nieuwe bedrijven op slimme wijze op bestaande bedrijventerreinen om uitbreiding in het buitengebied te voorkomen. 3. Wanneer toch in het buitengebied gebouwd wordt, pas dan de beschreven groen/blauwe casco’s toe om de negatieve effecten te beperken. 4. Bundel ruimtelijke ontwikkelingen om het aantal verkeersbewegingen, en daarmee de risico’s op negatieve effecten op verkeersveiligheid en bereikbaarheid te beperken. 5. Pas woningbouw en uitbreiding van bedrijventerreinen zoveel mogelijk in aan de noordkant van Breda om de druk op Natura 2000-gebied Ulvenhoutse bos te beperken. In het voorkeursscenario is woningbouw met name gefocust op inbreiding, in verschillende type woonmilieus. Bij de groei van de dorpen Teteringen, Prinsenbeek en Bavel is woningbouw voorzien in het buitengebied, direct grenzend aan de grenzen van de dorpen. Echter zal de grootste woningbouwopgave binnenstedelijk plaatsvinden, aan de noordzijde van de stad en gebaseerd op inbreiding. Hier wordt bij de herontwikkeling minimaal 20% van het oppervlakte groen ingericht en zijn voorzieningen relatief dichtbij aanwezig.

Daarnaast worden maatregelen getroffen op het vlak van mobiliteit. Hiermee wordt zoveel mogelijk gehoor gegeven aan de aanbevelingen om bij ontwikkeling van woningbouw te focussen op inbreidingslocaties en om ruimtelijke ontwikkelingen te bundelen. Effecten op biodiversiteit, door bijvoorbeeld verstoring, en negatieve effecten als gevolg van een toenemend aantal verkeersbewegingen, worden daarmee beperkt. De ontwikkelingen bij Bavel liggen in het buitengebied en aan de zuidzijde van de gemeente. Deze vormen dan ook een uitzondering en vormen een risico voor het Ulvenhoutse bos. Hiernaar zal nader onderzoek plaatsvinden wanneer deze ontwikkelingen verder uitgewerkt worden.

Pagina 15 van 19

Gemeente Breda

Zaaknummer: 1517372

Aanbevelingen ecologie 1. Pas de voorziene zoetwaterreservoirs uit scenario 1 ('t Zoet) in, om hitte- en droogtestress te reduceren en grond- en oppervlaktewater kwaliteit en kwantiteit te verbeteren. Daarnaast biedt dit kansen op het vlak van biodiversiteit. 2. Leg stevige ecologische verbindingszones aan om de positieve effecten van deze maatregel te versterken. Dit biedt kansen op het gebied van biodiversiteit, hittestress en wateroverlast, waarbij de toename van het groenoppervlak substantieel moet zijn. Ook natuurinclusief bouwen draagt hieraan bij. 3. Laat ecologische verbindingszones en infrastructurele verbindingen elkaar niet op het zelfde niveau kruisen om barrièrewerking te voorkomen. ‘t Zoet is opgenomen in de Omgevingsvisie. Daarnaast is er 27 kilometer aan ecologische verbindingszones opgenomen die door het stedelijk weefsel lopen en wordt er uitgegaan van natuurinclusief bouwen. Er zijn oever-verbindingen als verkenning opgenomen ter kruising van ecologische verbindingszones. De verdieping van de Noordelijke Rondweg zorgt dat de barrièrewerking van deze infrastructurele verbinding enorm verkleind wordt. Waar snelfietsroutes natuurnetwerken doorkruisen is niet geheel duidelijk welke barrièrewerking daarvanuit gaat. Aanbevelingen mobiliteit 1. Voorzie in de aanleg van (snel)fietsroutes, gescheiden van overig verkeer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10411052/1