Bijlage 1 Afstudeeronderzoek Breda Yoes van Gelder
Tekst van het document
Ook de verandering van de teksten zorgt ervoor dat belangrijke informatie omtrent bepaald gevoerd beleid wordt gemist. Het is daarom belangrijk om de afweging te maken: wat weegt zwaarder de informatiewaarde of de leesbaarheid? Heb het idee dat de raad zich de laatste jaren te veel focust op de leesbaarheid. Uiteraard is dat belangrijk, maar het mag niet afdoen aan de kwaliteit. Hoe vind je de doelstellingen die gevormd worden binnen de gemeente? De doelstellingen van de gemeente worden voornamelijk gevormd door het bestuursakkoord. De politieke kleur is daarin duidelijk en daar hebben wij als beleidsmedewerkers geen invloed op. Wel hebben wij gesprekken met de onderhandelaar van het bestuursakkoord waarin wij ons verhaal kunnen doen. Bij het bestuursakkoord is het voor ons niet duidelijk of de doelstellingen goed worden doorvertaald. Dit ligt vooral aan de onderwerpen, wat wordt er nou mee bedoeld? En wat verwacht de raad eigenlijk van ons? Momenteel is het in het beleid voornamelijk de dissatisfiers weghalen, er wordt geen gehoor gegeven aan de satisfiers.. Er wordt gestuurd op klachten en niet op strengths. De beleidsevaluatie vindt plaats door onder andere technische inspecties.
63
De doelstellingen die wij hebben zijn intern gericht binnen de afdeling en worden niet zo snel naar buiten gericht. Het evalueren van beleid naar inwoners gebeurt wel, maar te weinig. Het monitoren van de inwoners is iets wat erg in ontwikkeling is bij de openbare ruimte. Daarom zijn wij nog erg zoekende hoe dat het beste vormgegeven kan worden. Hoe gaan we dat meten? Het is een ware transitie binnen de openbare ruimte. Hier zijn bijvoorbeeld dan de indicatoren voor, maar die vinden wij niet al te sterk. De indicatoren geven meestal niet aan of de doelstelling op een bepaald gebied verbeterd is. Waardoor ze momenteel nietszeggend zijn.
64
Bijlage 10: Interview J. Veuger, Hoofd afdeling Financiën Wat is uw functie? Ik ben hoofd van de afdeling financiën, wat 4 afdelingen kent met 100+ Fte’s. Hoe vindt u dat de huidige P&C-cyclus is vormgegeven? Zoals ik al hoorde bij de auditcommissie dat jullie redelijk onderzoek hebben gedaan naar de P&Ccyclus, dus ik hoef jullie niet te vertellen hoe die helemaal is ingedeeld. Het begint allemaal bij de kadernota die voortkomt uit politieke belangen. Het ontbreekt hierbij nog echt aan realisme, maar dat hoort erbij. Dit wordt in de begroting weer rechtgetrokken. De begroting is het product waar jullie geloof ik ook veel de nadruk op leggen. Momenteel vind ik de begroting te veel gericht op financiën en dat zeg ik als hoofd afdeling financiën. Het ontbreekt nog vaak aan de inhoud. Er moet meer begonnen worden met wat je uiteindelijk wil bereiken en vervolgens kijken naar welke financiële middelen daarvoor nodig zijn. Verder wordt er te veel gesproken over de details, dit komt voor uit het belang voor bepaalde politieke belangen. Zoals blijkt uit de motie hebben we als gemeente moeite met SMART-Formulering van wat we willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen. Dit mag echt worden verbeterd om vage wollige teksten te voorkomen. Het gevolg van die wollige teksten in de begroting is dat het wordt vertaald naar de bestuursrapportage en vervolgens de jaarrekening.
Dat de doelstellingen niet SMART-geformuleerd worden heeft verschillende redenen. Allereerst het opstellen van een begroting begint ruim van tevoren, de 5e maand van 2023 moet er al goed geformuleerd worden wat er in 2024 bereikt wil worden. Het college vindt het fijn als zaken niet altijd concreet geformuleerd worden, want men kan er op afgerekend worden. De afgelopen jaren hebben we veel met crisissen te maken gehad die veel gevraagd hebben van de ambtelijke organisatie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan corona. We leven als gemeente te veel op de dag wat het lastig maakt om naar de toekomst te kijken. Dit is wel belangrijk om op het juiste moment bij te kunnen sturen als er eventueel risico’s plaatsvinden. Ook de indicatoren is iets waar ik ontevreden over ben binnen de producten. Ik moet wel zeggen dat ze de afgelopen jaren flink verbeterd zijn. Onder andere door er heel veel binnen de begroting te schrappen. Toch vind ik de indicatoren niet goed geformuleerd. Een aantal moeten worden opgenomen in de begroting omdat ze landelijk verplicht zijn. De voornaamste reden hiervan is de vergelijkbaarheid met de andere gemeenten. Voor de eigen bedachten indicatoren zou er anders geopereerd moeten worden vind ik. Je zou willen beginnen als gemeente, wat je nou belangrijk vindt, wel beleid hoort daarbij. Vanuit daar formuleer je de indicatoren.
Nu zien wij dat de indicator update losstaat van de beleidsupdate. De indicatoren moeten dus meer gebouwd worden vanuit een reden. Ze laten momenteel niet altijd even goed zien wat de reden is dat die meting plaatsvindt. Wat zegt zoiets nou eigenlijk? Kadernota/VJN -> Begroting -> Bestuursrapportage -> Jaarrekening + Verantwoording. *Verantwoording bevat wat het was, maar niet wat het heeft opgeleverd voor de stad. WAT VIND JE NOU ECHT BELANGRIJK -> bouw dit om naar indicatoren. Met wie raad je nog aan om in gesprek te gaan? Indicatoren -> Marieke dörr (O&I) + Meting van doelstellingen *Koppeling met geld: Financieel adviseur: Suzanne Scheurder. *Kritische blik voor prototype: stuur het naar Joost door om te laten controleren.
65
Bijlage 11: Interview D. van Gool, beleidsadviseur Wat is uw functie? Ik ben momenteel bestuursadviseur van P. Depla de burgemeester van Breda. Voorheen deed ik dit altijd voor een wethouder. Als bestuursadviseur ben ik als het ware het scharnier tussen de bestuurlijke en ambtelijke organisatie. Ik werk voor het college en bewaak de integrale voorbereiding en de uitvoering van de collegeagenda en ben alert op de verbinding tussen de verschillende opgaven en beleidsvelden. Verder zorg ik voor risicobeheersing. Hoe kijkt uw tegen de P&C cyclus aan? Sinds 1 jaar heb ik er niet zoveel meer mee te maken, maar voorheen toen ik bestuursadviseur was voor een wethouder zeker wel. Ik moet zeggen dat ik de laatste jaren de leesbaarheid flink verbeterd vind. Er is hiervoor al flink wat aan gedaan, het kan natuurlijk altijd beter. Het zijn nog steeds hele boekwerken met +300 bladzijde. Het ene raadslid vindt dit helemaal prima terwijl de andere hier simpel weg gewoon niet doorheen komt. Dit heeft wel gevolgen op de controle in de stukken, dus verbeteringen moeten er altijd zijn. Verder worden de producten van de P&C cyclus los behandeld er zit weinig samenhang tussen de stukken. De producten zouden eigenlijk op elkaar moeten doorlopen, die verbanden moeten veel meer gelegd worden.
Bij de gebruikte indicatoren zitten ook nog haken en ogen aan, maar zoals ik heb begrepen buigen jullie je daar al over. Hoe vindt u dat de doelen zijn vertaald door de gemeente heen? Zoals jullie ongetwijfeld weten worden de doelstellingen gevormd vanuit het bestuursakkoord, dit zorgt voor het uitvoeringsprogramma. Het bestuursakkoord zou veel meer moeten terugkeren in de producten. Er zou telkens vanuit daar gekeken moeten waarvoor bepaalde dingen gedaan worden en waar we naartoe willen. De beleidseffecten zijn niet altijd even duidelijk, het meetbaar maken ervan zou helpen aan de verheldering. Daarbij kunnen de twee vragen gesteld worden: -Waar gaan we naar toe? -Wat willen we? Het wordt op die manier voor iedereen welke richting wij als gemeente op willen met bepaald beleid. Dit zorgt ervoor dat de beleidseffecten niet altijd even duidelijk zijn. Er moet veelmeer gekeken worden naar welke middelen er zijn om bepaalde gewenste effecten te bereiken.
66
Bijlage 12 Interview: R. Wiersma, Griffie Hoe kijkt u aan tegen het advies ambtelijke bijstand? Wij hebben het hier natuurlijk al eerder over gehad en ik vind het iets interessants voor de gemeente Breda, het is iets wat momenteel niet gebeurd. Terwijl ik hoor dat zo’n soort concept in bijvoorbeeld Utrecht en ik dacht in Almere goed werkt. Nu vertel je mij dat die behoefte er vanuit het stadskantoor wel is voornamelijk bij de beleidsmedewerkers. Ik weet niet of je het al van raadsleden hebt gehoord, maar ook zij hebben hier behoefte aan. Breda is hier altijd nog wat statisch in om dit te doen, maar het is zeker wat meegenomen kan worden. De wethouders zijn er niet altijd even enthousiast over het directe contact tussen beleidsmedewerkers en raadsleden. Er heerst dan een soort angst dat beleidsmedewerkers Iets heel anders zeggen dan de wethouders doen, op die manier kunnen ze afgerekend worden door raadsleden. In juni hebben wij dan ook zo’n informatiemarkt gehad waarbij raadsleden naar beleidskraampjes konden om technische vragen te stellen. Ik kan zeggen dat raadsleden dit fijn vinden en dit soort contactmomenten in de toekomst ook vaker mogen gebeuren. Nu zijn wij als griffie vooral de brug tussen de raadsleden en ambtenaren, dit is wat binnen de gemeente Breda wel nog steeds de wens is, mocht er meer van dit instrument gebruikt worden gemaakt.
Maar het contact tussen de raadsleden en beleidsmedewerkers kan zeker vaker gebeuren. Het is daarom wel te adviseren om de griffie te blijven gebruiken als tussenpersoon om ze met elkaar in contact te brengen. Dit heeft een aantal redenen, allereerst moet er gewaakt worden dat het werk voor de mensen vanuit het stadskantoor niet te belastend worden gemaakt. Raadsleden moeten ze niet overspoelen met vragen. Wij als griffie kunnen de vragen filteren die vorm van controle is handig. Zo kan er getoetst worden of het raadslid een technische vraag heeft of een politieke vraag. Ook kunnen wij het raadslid vervolgens door sturen naar de juiste ambtenaar ervoor. Wij hebben hiervoor veel contact met de beleidsadviseurs, dat is bij dit instrument ook zeker nodig. Samen kunnen we met beleidsadviseurs dan de vragen toetsen. Is het handig om die vragen door het hele jaar heen te doen? Per periode is misschien ook wel een goed idee op deze manier kunnen wij als griffie en de bestuursadviseurs de vragen verzamelen. Hierop volgend kijken wie geschikt is voor de vraag. De beleidsadviseur kan dit vervolgens doen aan de kant van het stadskantoor. De gesprekken kunnen in het begin bijvoorbeeld een 3 persoonsgesprek worden. Hoe meer er gebruik gemaakt wordt hoe meer de controle losgelaten kan worden.
67
Bijlage 13 Interview: C. Kuijpers, Senior audit Als senior Audit bij de gemeente Breda ben ik verantwoordelijk in het uitvoeren van de controle en evalueren van financiële processen, interne controles en heb ik bijvoorbeeld een verantwoording van de begroting. Advies 1: Het Verbeteren van de opmaak, structuur en omvang van de gemeentebegroting: Dit is iets geloof ik waar de meeste gemeenten wel mee kampen in Nederland. Hoe krijg je zo’n begroting nou behapbaar? Zoals je aangeeft zijn de 3W-vragen de basis voor de begroting van Breda. Het bij elkaar houden is zeker iets wat gerealiseerd kan worden. Het meer gebruik van kopjes om de leesbaarheid te vergroten geldt hetzelfde voor. Ik zie alleen niet hoe de omvang hiermee verminderd wordt, dat is iets wat ik graag zou zien. Cijfers visualiseren draagt niet bij aan de vermindering van het aantal pagina’s om het grote gedeelte van de bladzijde invult. Het verminderen van het aantal pagina’s kan door elk programma zo concreet mogelijk te maken. Goed kijken naar wat echt nodig is voor de begroting. Het gebruik maken van die hyperlinks voor de digitale begroting is zeker iets, waarbij de mensen die het willen extra verdieping kunnen krijgen voor het beleidsdoel bijvoorbeeld.
Ik vind het opvallend dat raadsleden aangeven dat de begroting moeilijk te begrijpen is, aangezien het niet alleen een financiële begroting is, maar ook de doelstellingen er duidelijk in staan geformuleerd. Om deze verbeteringen ingang te zetten zou het of bij de beleidsmedewerkers die de stukken leveren ingang worden gezet, of later bij het schrijfteam die samen met een externe communicatieadviseur de begroting opstelt. Zij kunnen het toetsen van uniformiteit doen. Dit zijn nog vrij algemene adviezen, ik zou het uiteindelijk wel graag terug zien als voorbeeld hoe je het zou gaan doen. Advies 2: Zorg voor concretere doelstellingen met het gebruik van een doelenboom De doelenboom vind ik een vrij oud instrument, die ik niet meer echt van deze tijd vind. Hoe worden de doelstellingen hier concreter van? Het SMART maken van de doelstellingen dragen dan wel weer bij aan het concretiseren van de doelstellingen. Naar mijn idee zijn de doelstellingen binnen de gemeente Breda duidelijk. Advies 3: Maak meer gebruik van het instrument ambtelijke bijstand Ik vind dit een interessant punt maar ben er niet helemaal van overtuigd, of dit nodig is. Je geeft dan wel aan dat zowel bij raadsleden als bij de ambtenaren deze wens er is. Het lijkt mij alleen niet de bedoeling dat zij voortdurend in contact met elkaar zijn. Ik ben bang dat hiermee, het college wordt uitgeschakeld.
Het College is toch juist degene die het contact legt met raadsleden of met de ambtenaren. Zij (College) pakken de doelen van de raad en de raad bepaald dat niet direct voor de ambtenaren. Het lijkt mij niet dat andere gemeente het wel zo indelen.
Advies 4: Meer gebruik maken van stakeholders bij het meten van beleid Goed iets om de effecten van beleid beter in te zien. Wel ben ik benieuwd hoe dit vorm gegeven gaat worden, hoe ga je die gegevens goed gebruiken om het beleid aan te duiden, dat zou ik graag nog willen terugzien.
68
Advies 5: Verbeter de Prestatie-indicatoren Het verbeteren van prestatie-indicatoren is iets waar al veel naar gekeken is en waar zeker nog verbeteringen in te behalen zijn. Ik denk zeker dat het iets goed is om veel meer online bestaande data te gebruiken. Dit gebeurt binnen de gemeente naar mijn idee ook nog te weinig. Wel ben ik benieuwd hoe je die prestatie-indicatoren gaat verbeteren aan de hand van een voorbeeld. Het is nu vrij algemeen, wel denk ik dat die indicatoren verbeterd kunnen worden op die manier. Het belangrijk dat ze meerwaarde bieden aan bijvoorbeeld de doelstellingen van de begroting. Graag zie ik in een voorbeeld terug hoe je dat doet. Wanneer is zo’n prestatie-indicator voldoende en waar ligt het aan dat die dan goed genoeg is. Ik heb begrepen dat er nog een prototype voortkomt uit deze bevindingen, ik ben benieuwd naar dit plan.
69
Bijlage 14: Interview 2 J.Veuger, hoofdafdeling financiën Advies 1: Het Verbeteren van de opmaak, structuur en omvang van de gemeentebegroting: Het concreter maken van de begroting kan zeker door de punten die je aandraagt. De opbouw ziet er zoals je weet zo uit: programma, thema dit was al een hele verbetering van de afgelopen jaren. Op het eerste punt over de 3W-vragen snap ik denk ik wat je bedoelt. Je wilt ze beter bij elkaar houden, ik weet alleen niet of dit altijd praktisch haalbaar is er zijn soms redenen voor dat het zo staat vermeld. Dat de vragen meer verbinding met elkaar moeten hebben is zeker een advies wat meegenomen moet gaan worden. Ik ga erbij punt 2 nog wel verder op in, maar zeker wat gaan we doen en wat voor bedrag is daarvoor nodig, mag zeker duidelijker in de begroting worden opgenomen. Het verder gebruik van de kopjes voor de leesbaarheid is iets, wat vrij makkelijk toegevoegd kan worden en ook iets waar ik denk dat de leesbaarheid wel beter van wordt. Die lappen tekst worden op die manier verbeterd. Verder staan de beleidsdocumenten wel op plekken in de begroting opgenomen, maar dit is zeker niet duidelijk. Vaak staan ze achterin bij elk programma. Dit weten weinig mensen en het is niet duidelijk hoe die beleidsdocumenten zijn gebruikt. De verwijzingen in de tekst kan zeker bijdragen aan die verduidelijking.
Wanneer mensen opzoek naar meer verdieping bij bepaald beleid kunnen ze daarnaar doorverwezen worden. Dus het plaatsen van die linkjes in de tekst lijkt mij een goed iets. Ook het visualiseren van die cijfers is iets wat ik ook bruikbaar vind voor de begroting. Het geeft op die manier toch een sneller en duidelijker beeld hoe bepaalde dingen ervoor staan. Ik wil hier graag wel een voorbeeld van zien hoe die bijvoorbeeld kan. Ik begrijp dat eruit deze adviezen een implementatieplan komt en laat ook zeker in je presentatie aan de auditcommissie zien hoe je dit voor je ziet. Advies 2: Zorg voor concretere doelstellingen met het gebruik van een doelenboom Het concreter maken van de doelstellingen door ze meer SMART te maken ben ik het zeker mee eens. De rekenkamer had het destijds al aanbevolen en het is nog steeds een goed iets. Dit zou ik zeker in je advies opnemen, dit moet door het college B&W ingang worden gezet, die dit aan de beleidsmedewerkers zullen moeten opdragen, dat ze hier meer rekening moeten houden. Of dit gedaan wordt door gebruik te maken van een doelenboom maakt mij niet zoveel uit als het maar concreter is. Je kan zeker in je aanbeveling die doelenboom meenemen. Verder over het punt wat ik eerder al gedeeltelijk heb gezegd, is het verbinding leggen tussen de middelen en doelstellingen, die wij als gemeente hebben.
Welk bedrag is er nodig om dat bepaalde doel te verwezenlijken. Hierdoor wordt het voor de gehele organisatie duidelijk hoe die twee vragen op elkaar aansluiten. Het wordt op die manier ook zeker duidelijker voor de raadsleden en kunnen daardoor beter beoordelen of ze het waard vinden om die hoeveelheid geld daarvoor in te zetten. Dit zorgt voor zoveel meer duidelijkheid. Vervolgens moet er in de jaarrekening beter terugkomen of die doelen zijn behaald. Het komt nu vaak voor dat bepaalde dingen worden weggelaten in de jaarrekening terwijl die toch echt de begroting moet volgen. Advies 3: Maak meer gebruik van het instrument ambtelijke bijstand Zeker een goed punt iets waarvan ik denk dat er draagvlak voor is. Dat heb ik wel gemerkt bij de informatiemarkt die in juni is geregeld. Zowel de beleidsmedewerkers als de raadsleden waren hier enthousiast over. Die gesprekken kunnen zeker meer plaats gaan vinden. Het college blijft natuurlijk wel in de ‘lead’ voor het contact met de raad. Je zou kunnen aanbevelen dat de informatiemarkt elk jaar terug moet komen bij het behandelen van de begroting en de jaarrekening. Wanneer raadsleden daar meer vragen over hebben dat er individuelen gesprekken met de raadsleden ingepland kunnen
70
worden. Het gebruik van een griffie en beleidsadviseurs bij die gesprekken is iets waar ik wel mee kan instemmen. Advies 4: Meer gebruik maken van stakeholders bij het meten van beleid Ja goed punt. Gebeurd op zijn tijd natuurlijk al, maar je geeft in het voorbeeld aan dat het voor veel verrijking zorgt. Dus het adviseren dat het meer ingang gezet moet worden is iets waar ik het zeker mee eens ben. Dit kan zowel geadviseerd worden aan de raadsleden en de beleidsmedewerkers (die het natuurlijk al geregeld doen) om in beter inzicht te krijgen. Advies 5: Verbeter de Prestatie-indicatoren Het meer gebruik maken van data voor de verbetering van de indicatoren lijkt mij een goed punt. De sites die je als voorbeeld geeft hebben inderdaad goede gegevens die gebruikt kunnen worden voor de begroting. Ik vind voor de rest het proces hoe de prestatie-indicatoren tot stand komen wel interessant om daar een advies van verbetering te geven. Ik merk dat het proces niet soepel verloopt. Het college levert de indicatoren aan de raad die vervolgens het voorstel schrappen of goedkeuren. Dit wordt gedaan via de Auditcommissie aangezien zij niet zouden opereren vanuit politiek belang. Zij beoordelen moeten oordelen op basis van inhoud en geld. In de praktijk merk ik dat dit toch wat anders ligt. Leden van de auditcommissie proberen de punten van hun partij te verwerken in de indicatoren.
Dit is eigenlijk niet de bedoeling en schaadt de kwaliteit van de indicatoren. Het college en het daar bijhorende ambtelijke ondersteuning zien dit graag anders. Dat zij meer de lead hebben over de indicatoren waar je in je advies ook aangeeft dat ze meer moet afgeleid worden van de doelstellingen. Vervolgens zouden ze dan beoordeeld kunnen worden in de bob-cyclus (beeld…). Op die manier denk ik dat het proces wordt verbeterd en leidt tot betere indicatoren.
71
Bijlage 15: aanbevelingen die zijn voorgelegd Hieronder worden de aanbevelingen die voor elke specifieke belemmering zijn opgesteld, beknopt samengevat. Omdat er gebruikt wordt gemaakt van Design Thinking, worden deze aanbevelingen voorgelegd aan de eerder behandelde belanghebbenden die betrokken zijn bij dit vraagstuk.
Advies 1: Het Verbeteren van de opmaak, structuur en omvang van de gemeentebegroting Om de structuur en opmaak van de gemeentebegroting te verbeteren en daarmee ook de leesbaarheid, transparantie en informatievoorziening. Wordt er geadviseerd om gebruik te maken van een uniforme structuur voor alle programma’s toe te passen. Om dit te kunnen realiseren is het handig om te houden aan een aantal kaders: -3W-vragen Het eerste kader is het gebruik van de 3W-vragen. Dit vormt al de basis voor de gemeente Breda, maar dient verder gerealiseerd te worden. Dit kan worden bewerkstelligd door consistentie toe te passen. Door allereerst bijvoorbeeld de 3W-vragen bij elkaar te houden. Verder is het aan te raden om kopjes te gebruiken om grote lappen tekst bij de vragen beter leesbaar te maken. Het advies is een koptekst te gebruiken bij drie of meer bulletpoints. -Verwijzingen naar externe documenten Het aanbrengen van verwijzingen in de begroting. Er wordt momenteel bij de begroting weinig gebruik gemaakt van verwijzingen naar beleidsstukken, rapporten en andere relevante documenten. Voeg daarom verwijzingen toe naar relevante documenten in de digitale versie (d.m.v hyperlinks en voetnoten). Het gebruik van deze verwijzingen kan gewenste verbetering opleveren op het gebied van transparantie, informatievoorziening en efficiëntie.
Het gebruik van hyperlinks en voetnoten voorkomt een hoopzoekwerk en biedt tegelijkertijd meer inzicht en details, zonder dat de omvang aangetast wordt. -Cijfers meer visualiseren Een ander kader waar gebruik van gemaakt kan worden is de financiële gegevens meer te visualiseren. Dit biedt de mogelijkheid om informatie overzichtelijker te weer te geven. Waarbij tekst meer ruimte en woorden nodig heeft. De visualisaties kunnen voor verschillende filters in de begroting worden toegepast, zoals uitgaven en ontvangsten, Het visualiseren kan gedaan worden door gebruik te maken van tabellen, grafieken en afbeeldingen. Het zorgt ervoor dat de financiële gegevens makkelijker te begrijpen zijn omdat grote lappen tekst voorkomen worden. Het toepassen van deze kaders zal niet alleen de leesbaarheid van de begroting verbeteren, maar het zal ook de samenhang tussen de verschillende onderdelen versterken. Hierdoor wordt het voor de lezer gemakkelijker om de begroting te begrijpen en de gewenste informatie te vinden.
72
Advies 2: Zorg voor concretere doelstellingen met het gebruik van een doelenboom Er is onderzocht hoe de doelstellingen concreter geformuleerd kunnen worden. Zoals de Rekenkamer al eerder heeft aangegeven kan het SMART-formuleren zorgen voor heldere doelstellingen. Het maakt het mogelijk dat: - Beleidsmedewerkers eenvoudiger passend beleid kunnen formuleren dat aansluit bij de doelstelling. -Er kan gebruik worden gemaakt van een doelenboom om de gewenste situatie te vertalen naar meetbare doelen. Deze aanpak lijkt geschikt voor de gemeente Breda. De doelenboom kan als volgt worden ingedeeld: 1. Allereerst moet de gewenste situatie in kaart worden gebracht. Er dient hierbij onderzocht te worden hoe de huidige situatie ervoor staat en hoe ver weg de gewenste situatie nog is. Dit zou voort kunnen vloeien uit de strategie en visie die de gemeente stelt. 2. Vervolgens dient er een hoofddoel gesteld te worden voor het thema in kwestie. Het doel moet SMART-geformuleerd worden. 3. Na het formuleren van het hoofddoel, is het belangrijk om subdoelen te ontwikkelen die bijdragen aan het behalen van elk hoofddoel. Subdoelen helpen om hoofddoelen op te splitsen in haalbare stappen, ze richten zich op specifieke aspecten van het hoofddoel. Het is hierbij noodzakelijk om de onderlinge subdoelen samenhangend te maken. Ook voor de subdoelen geldt dat ze smart geformuleerd moeten worden. 4.
Onder de subdoelen vindt er een inventarisatie plaats welke mogelijke acties er ondernomen moeten worden om het subdoel te bereiken. Daarbij zijn de indicatoren die relevant zijn voor de doelstellingen.
Advies 3: Maak meer gebruik van het instrument ambtelijke bijstand Zowel vanuit het stadskantoor als vanuit de gemeenteraad van Breda is er de wens om het contact tussen beide te verbeteren. Om zo duidelijk te hebben wat er als ambtenaar verwacht wordt. De VNG komt met het instrument ‘ambtelijke bijstand’, dit verwijst naar de ondersteuning die ambtenaren verlenen aan bestuurders, politici en andere belanghebbende bij het uitvoeren van hun taken en verantwoordelijkheden. Ambtelijke bijstand is een instrument dat het contact tussen de raad en ambtenaren kan versterken. Het stelt de gemeenteraad in staat om hun doelen en beleidsvoornemens duidelijk te communiceren met de beleidsmedewerkers. Beleidsmedewerkers zijn dagelijks bezig met specifieke beleidsgebieden en beschikken over waardevolle informatie en expertise. Ze kunnen beoordelen in hoeverre de gestelde doelen haalbaar zijn en advies geven om deze te realiseren, zodat de effectiviteit en efficiëntie van de besluitvorming gewaarborgd kan worden. Het is echter belangrijk dat de ambtelijke bijstand gebaseerd is op onafhankelijkheid en objectiviteit, zodat de besluitvorming op reglementaire wijze kan worden uitgevoerd. Een effectieve manier om dit te bereiken is door middel van rondetafelgesprekken tussen de raad en ambtenaren.
73
Advies 4: Meer gebruik maken van stakeholders bij het meten van beleid Om de effectiviteit van monitoring te verbeteren en een beter inzicht te krijgen in de gevolgen van het beleid, wordt aanbevolen om meer gebruik te maken van stakeholders bij het meten van beleidseffecten. Het voorbeeld van het gesprek tussen de uitvoeringsorganisatie MEE West-Brabant en de raadsleden toont aan dat het betrekken van mensen met praktijkervaring waardevolle inzichten kan opleveren. Het advies is om regelmatig gesprekken en consultaties te organiseren met relevante stakeholders, zoals organisaties, belangengroepen en burgers die direct betrokken zijn bij het beleidsterrein. Door hen een stem te geven en naar hun ervaringen en obstakels te luisteren, kan waardevolle informatie worden verkregen over de gevolgen van het beleid. Dit biedt een aanvulling op de traditionele methoden zoals enquêtes en meldingen, die mogelijk beperkingen hebben in termen van representativiteit en volledigheid.
Advies 5: Verbeter de Prestatie-indicatoren Om de indicatoren te verbeteren zou er gekeken kunnen worden naar de drie voorwaarden: betekenisvol, eigenaarschap en praktisch hanteerbaar. Om ervoor te zorgen dat de indicatoren betekenisvol zijn, is het essentieel om duidelijkheid te verschaffen over het doel van de indicatoren en hoe ze worden gebruikt. Daarnaast moeten de belanghebbenden, zoals professionals en experts uit de werkpraktijk, actief worden betrokken bij het vaststellen en toepassen van de indicatoren. Dit vergroot het eigenaarschap en de betrokkenheid, waardoor de indicatoren gezamenlijk worden bepaald. Daarnaast moeten de indicatoren praktisch hanteerbaar zijn en aansluiten bij de dagelijkse praktijk van het gevoerde beleid. Om dit te realiseren, kunnen de indicatoren worden uitgebreid met meer informatie en verdieping. Een mogelijke aanpak is om naast de cijfermatige scores ook de expertise van professionals uit het betreffende vakgebied toe te voegen. Dit kan worden bereikt door bijvoorbeeld interviews af te nemen met deze professionals, waardoor er een realistisch beeld ontstaat van de huidige situatie. Andere relevante informatie kan worden opgedaan door het toevoegen van aanvullende meetinstrumenten, rapporten en evaluatiemethoden om een beter inzicht te krijgen in de resultaten van het beleid.
Voorbeelden hiervan zijn: CBS Statline, Brabant Scan, Waarstaatjegemeente, de politiedatabase, de atlas voor gemeenten etc.
74
Bijlage 16 Implementatieplan:
Aanleiding voor onderzoek Op 15 juni 2021 heeft de gemeenteraad van Breda een motie aangenomen met de titel 'Motie grip op beleidseffecten'. In deze motie zijn verschillende belangrijke stellingen opgenomen die betrekking hebben op de Planning & Control stukken van de gemeente Breda. De gemeenteraad van Breda heeft middels de motie 'motie grip op beleidseffecten' de behoefte uitgesproken om de kwaliteit van de P&C stukken te verbeteren en meer grip te krijgen op beleidseffecten. De belangrijkste stellingen uit deze motie zijn als volgt: • • • • • • •
De accountant en Rekenkamer signaleren een gebrek aan smart-formulering en doelmatig rapporteren. De jaarstukken moeten leesbaarder en meer informatief worden. Het streven naar een compacte verantwoording mag niet ten koste gaan van de informatiewaarde. Verbetering van de informatiewaarde is een continu proces. Er dient meer doelmatig en doeltreffend gerapporteerd te worden. Jaarstukken moeten een betere verantwoording bevatten op het gebied van doelstellingen, effecten en bijsturing. De auditcommissie krijgt de taak om de P&C cyclussen van 2023, 2022 en 2021 te gebruiken als leidraad om de P&C cyclus van 2024 te verbeteren. (Zie motie ‘Grip op Beleidseffecten’)
(Zie motie Grip op Beleidseffecten)
75
Betrokken stakeholders in dit onderzoek Bij het onderzoek naar hoe de Gemeente Breda haar grip op beleidseffecten kan versterken, is er gestreefd naar een grondige en uitgebreide benadering door diverse groep van stakeholders te raadplegen. Dit diverse scala aan betrokken partijen draagt bij aan een dieper inzicht in het probleem waarmee de gemeente Breda te maken heeft. Allereerst zijn er gesprekken gevoerd met de verschillende fracties van de Bredase gemeenteraad om inzicht te krijgen in hun perspectief op de planning en control-cyclus. Naast de politieke vertegenwoordigers zijn verschillende andere actoren nauw betrokken geweest bij dit onderzoek: -De Rekenkamer van Breda is geconsulteerd vanwege hun expertise -Er zijn gesprekken gevoerd met diverse ambtenaren en medewerkers van de Gemeente Breda om een dieper inzicht te krijgen in het proces van beleidsvorming en uitvoering binnen de gemeente -Uitvoeringsorganisatie MEE-Breda is benaderd om inzicht te krijgen in de effecten van bepaald gevoerd beleid. Naast deze lokale stakeholders is er ook informatie verzameld door het vergelijken van de planning & control documenten van andere Nederlandse gemeenten en door het bestuderen van zakelijke rapporten van diverse gemeente. Deze aanpak heeft gezorgd voor een breed en onderbouwd perspectief op het onderwerp.
76
Probleemanalyse Op basis van de gesprekken met de verschillende stakeholders is een probleemanalyse uitgevoerd, uit deze analyse zijn een aantal belemmeringen geconstateerd die ervoor zorgen dat de gemeente Breda slechts beperkt grip op haar beleidseffecten krijgt. Dit gaat om de volgende belemmeringen:
1. Opmaak, structuur en omvang van de P&C-producten Uit de gesprekken met de politieke partijen van de gemeenteraad is naar voren gekomen dat raadsleden problemen ervaren met de opmaak, structuur en omvang van de begroting. Zo gaven verschillende raadsleden aan dat zij of raadsleden uit hun partij het lastig vinden om de financiële stukken uit de begroting te begrijpen. Deze onduidelijkheid ontstaat voornamelijk doordat de financiële en beleidsgerichte informatie in de documenten door elkaar heen lopen en informatie verspreid staat. Hierdoor is het lastig voor raadsleden om de link te leggen tussen de financiële gegevens en het uitgevoerde beleid. Ook de omvang van de begroting speelt hierin een grote rol. Het feit dat niet alle raadsleden zich gemakkelijk kunnen oriënteren in de begroting is als een probleem te beschouwen. Een van de taken van de raad is het controleren of het afgesproken beleid goed is uitgevoerd. Het is daarom belangrijk dat raadsleden de informatie in de stukken begrijpen, zodat ze deze kritisch kunnen beoordelen. Als gevolg van de grote omvang in combinatie met onduidelijke structuur kan de raad soms lastig een goed en volledig oordeel vormen over de effectiviteit en doelmatigheid van het gevoerde beleid. Er is al gezocht naar verschillende oplossingen, waaronder het inschakelen van een externe schrijver.
Deze persoon heeft destijds de stukken van de beleidsmedewerkers verzameld en gecombineerd tot een samenhangende tekst. Echter, dit leidde tot ontevredenheid bij de beleidsmedewerkers, omdat de teksten verkeerd werden geïnterpreteerd en belangrijke informatie werd weggelaten. Het verbeteren van de leesbaarheid van de tekst is belangrijk, maar dit mag niet ten koste gaan van de informatiewaarde, geven de beleidsmedewerkers aan.
2. Onduidelijk geformuleerde doelstellingen Uit de rekenkamerbrief van 2022 is gebleken dat de doelstellingen die de gemeente Breda formuleert niet helder zijn geformuleerd. Tijdens de gesprekken met verschillende belanghebbenden zijn de bevindingen van de Rekenkamer bevestigd. Dit gebrek aan duidelijkheid strekt zich uit tot de gehele gemeente en leidt tot het ontstaan van meerdere belemmeringen binnen de organisatie. De doelstellingen van de gemeente worden veelal afgeleid van de gemeentelijke strategie en ambitie. Uit de interviews met de verschillende actoren blijkt dat de strategie en ambitie van de gemeente nauwelijks terug te vinden zijn in de P&C producten. Dit heeft ervoor gezorgd dat: -Doelstellingen niet concreet/SMART zijn geformuleerd. De doelstellingen zijn moeilijk door te vertalen in concrete plannen om de doelstellingen te realiseren. -De onduidelijke doelstellingen zijn lastig meetbaar, waardoor het effect van het gevoerde beleid en ingezette middelen niet zichtbaar zijn. 77
3. Het beperkte contact tussen de raadsleden en beleidsmedewerkers Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat er momenteel weinig contact is tussen de raadsleden en beleidsmedewerkers. Het is interessant op te merken dat zowel de raadsleden als de beleidsmedewerkers de wens uitspreken om dit contact te intensiveren en te verbeteren. Beleidsmedewerkers hebben benadrukt dat bepaalde onderwerpen binnen hun beleidsterrein, die zij als belangrijk beschouwen, moeilijk op de politieke agenda van de gemeenteraad komen. Het gevolg hiervan is dat belangrijke beleidskwesties mogelijk niet de aandacht krijgen die ze verdienen binnen het besluitvormingsproces. Raadsleden hebben de wens van meer contact met beleidsmedewerkers, zodat zij antwoorden kunnen krijgen op eventuele vragen die zij hebben met betrekking tot beleidskwesties. Dit wordt met name belangrijk gevonden wanneer er beperkte tijd is om deze zaken te bespreken met het College van Burgemeester en Wethouders.
4. Monitoring en bijsturing Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat indicatoren niet altijd duidelijk het effect van het gevoerde beleid inzichtelijk maken. Dit heeft tot gevolg dat er een beperkte mogelijkheid is om accuraat bij te sturen. Oorzaken: - Indicatoren zijn vaak onbruikbaar voor de experts in de werkpraktijk. - Een groot aantal van de prestatie-indicatoren die opgenomen zijn in de begroting zijn niet gemeten. - Indicatoren sluiten niet goed aan bij het bijbehorende beleid of zijn niet specifiek genoeg. - Er wordt te weinig gebruikgemaakt van aanvullende meetinstrumenten, rapporten en evaluatiemethoden om een beter inzicht te krijgen in de resultaten van het beleid. -Het proces van de totstandkoming van de prestatie-indicatoren verloopt stroef
Conclusie & Adviezen In dit hoofdstuk worde de conclusies van dit onderzoek benoemd en worden er vervolgens concrete adviezen gegeven om de problemen, zoals benoemd in de probleemanalyse, beter te beheersen. 1. Het verbeteren van opmaak, structuur en omvang van de gemeentelijke begroting Zoals blijkt uit de probleemanalyse is er behoefte om de structuur en opmaak van de gemeentebegroting te verbeteren en daarmee ook de leesbaarheid, transparantie en informatievoorziening. Om hieraan verbetering te treffen worden de volgende kaders geadviseerd:
78
3W-vragen: Het eerste kader omvat het gebruik van de 3W-vragen dat al de basis vormt voor de begroting van de gemeente Breda. Dit dient echter verder te worden geoptimaliseerd. Dit kan bereikt worden door consistentie toe te passen, met name in het beter op elkaar aansluiten van de 3W-vragen. Een speciale focus ligt op het verbinden van de doelstellingen met de daaraan relateerde kosten. Van groot belang is om in de begroting duidelijk en transparant te laten zien welke financiële middelen noodzakelijk zijn om het specifieke doelen te realiseren. Tussenkopjes bij gebruik van meer dan 3 bulletpoints: Een effectieve strategie om de leesbaarheid van de inhoud te vergroten, is het hanteren van tussenkopjes bij drie of meer bulletpoints. Tussenkopjes hebben het voordeel dat ze de tekstuele structuur verbeteren. Dit resulteer in een meer toegankelijke en overzichtelijke inhoud, wat van groot belang is om de boodschap effectief over te brengen aan de lezer. Verwijzingen naar beleidstukken in de digitale begroting: Het opnemen van gerichte verwijzingen naar externe beleidsdocumenten in de begroting kan aanzienlijke verbeteringen teweegbrengen op het gebied van transparantie, informatievoorziening en efficiëntie. Door dergelijke verwijzingen op te nemen, kunnen algemene beschrijvingen worden verminderd.
Lezers die meer diepgaande informatie willen over specifiek beleid kunnen dan worden doorverwezen worden naar de relevante beleidsdocumenten. Visualiseren van Cijfers Het toepassen van visuele weergaven voor cijfers in de begroting brengt de mogelijkheid met zich mee om informatie op een overzichtelijke manier te presenteren. Deze visualisaties dragen bij aan een beter begrip van de financiële gegevens in de begroting. Het inzetten van visualisatietechnieken kan onder andere bestaan uit het gebruik van heldere tabellen, grafieken en doeltreffende afbeeldingen. Door deze aanbevelingen toe te passen, kan de gemeentebegroting van Breda worden verbeterd in termen van structuur, leesbaarheid en transparantie, wat uiteindelijk zal bijdragen aan een effectievere communicatie van financiële informatie aan alle belanghebbende.
79
Advies 2: Zorg voor concretere doelen voor het meten van beleid Om de doelstellingen van het gemeentelijke beleid beter meetbaar te maken wordt het volgende advies geïmplementeerd: Toepassen van SMART-doelstellingen: Het College van Burgemeester en Wethouders en hun beleidsmedewerkers dienen de bestaande doelstellingen concreter te formuleren door ze SMART te maken. Dit houdt in dat de doelstellingen concreter te formuleren door ze SMART te maken. Dit houdt in dat doelstellingen Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden worden geformuleerd. Deze benadering creëert een helder kader waarbinnen de doelstellingen duidelijk behaald kunnen worden. Eventueel zou hier een doelenboom bij kunnen worden toegevoegd (zie voorbeeld prototype). Koppelen van middelen aan doelstellingen: Om de doelstellingen te verduidelijken, is het handig om nauwkeurig in kaart te brengen welke specifieke middelen nodig zijn om de gemeentelijke doelstellingen van de begroting te realiseren. Zoals beschreven in advies 1, kan de begroting het beste worden aangepast om duidelijk aan te geven welke financiële middelen vereist zijn om specifieke doelen te bereiken. Hierbij is het essentieel om gedetailleerde toelichting te geven over waarom bepaalde financiële toewijzingen essentieel zijn voor het behalen van de doelstellingen.
Deze aanpakt maakt het voor belanghebbenden eenvoudiger om te begrijpen welke financiële toewijzingen zijn verbonden aan specifieke doelen, waardoor nauwkeurige beoordeling kan plaatsvinden over de investering van financiële middelen. Consistente opnamen in de jaarrekening: Een belangrijke stap voor het waarborgen van consistentie en nauwkeurigheid van financiële rapportages is ervoor te zorgen dat alle doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting, ook daadwerkelijk terugkomen in de jaarrekening. Dit garandeert de traceerbaarheid van de financiële middelen die zijn toegewezen aan specifieke doelen. Het zorgt tevens voor een transparante verantwoording van de financiële prestaties en resultaten van de gemeente Breda, waardoor belanghebbenden een helder inzicht krijgen in de effectiviteit van het beleid. Door deze stappen te implementeren, wordt de meetbaarheid, transparantie en effectiviteit van het gemeentelijke beleid verbeterd, wat uiteindelijk zal bijdragen aan een betere besluitvorming en verantwoording binnen de gemeente Breda.
80
Advies 3: Zorg voor meer contact tussen raadsleden en beleidsmedewerkers Zoals beschreven in de probleemanalyse is er naar voren gekomen dat zowel beleidsmedewerkers als de gemeenteraad van Breda de wens hebben geuit om de communicatie tussen de partijen te optimaliseren. Het implementeren van dit advies heeft als doel om de interactie tussen de gemeenteraad en ambtenaren te versterken: Toepassen van Ambtelijke Bijstand: Om de communicatie tussen raadsleden en beleidsmedewerkers te verbeteren, wordt aanbevolen het instrument van ambtelijke bijstand te benutten. Dit instrument biedt waardevolle mogelijkheden om de interactie tussen de gemeenteraad en ambtenaren te versterken. Het instrument brengt verschillende voordelen met zich mee. Ten eerste krijgen raadsleden om meer vragen te stellen en antwoorden te ontvangen, vooral in situaties waarin er beperkte tijd beschikbaar is bij de behandeling van de P&C-producten. Aan de andere kant kunnen beleidsmedewerkers hun specifieke aandachtspunten aanstippen die van cruciaal belang zijn binnen hun beleidsterrein en die op de politieke agenda moeten worden geplaatst. Beheerste communicatie via Griffie en Beleidsadviseurs: Het is van essentieel belang om de verantwoordelijkheid voor het contact tussen de gemeenteraad en beleidsmedewerkers in lijn te brengen met de bestaande structuur.
Het College van B&W voert voornamelijk contact met de gemeenteraad. Om dit contact te waarborgen, wordt geadviseerd geen open vorm van communicatie te hanteren. In plaats daarvan wordt aanbevolen om het contact te laten verlopen via de griffie en beleidsadviseurs. Zij fungeren als tussenpersoon en kunnen de gestelde vragen beoordelen, gedurende een vastgestelde periode verzamelen en doorgeven aan de juiste persoon de gemeente Breda. Onafhankelijkheid en objectiviteit: Om politieke beïnvloeding in de beleidsplannen te voorkomen, wordt voorgesteld dat bij deze gesprekken de griffie of een beleidsadviseur aanwezig is. Dit waarborgt dat ambtelijke bijstand gebaseerd is op onafhankelijkheid en objectiviteit, en vermindert de kans op politieke inmenging in beleidsvorming. Verhoging van contactmomenten: Naast de bovengenoemde maatregelen kan het aantal contactmomenten tussen de gemeenteraad en beleidsmedewerkers verder worden vergroot door regelmatig informatiemarkten te organiseren. Deze markten bieden een gelegenheid voor directe interactie en uitwisseling van informatie, waardoor de communicatie tussen beide partijen versterkt wordt.
81
Advies 4: Verbeter de prestatie-indicatoren en het daar bijhorende proces Dit advies richt zich op het optimaliseren van prestatie-indicatoren en het proces voor hun ontwikkeling. Het benadrukt die belangrijke voorwaarden voor effectieve indicatoren: betekenisvolheid, eigenaarschap en praktische hanteerbaarheid. De implementatie van dit advies kan op de volgende manieren worden vormgegeven.
Duidelijkheid over doel en gebruik: Het is van groot belang om helderheid te verschaffen over het doel en het gebruik van prestatieindicatoren. Dit kan worden bereikt door de betekenis en het nut van de indicatoren duidelijk te communiceren naar alle betrokkenen. Dit vergroot het begrip en de waardering voor de indicatoren als meetinstrument voor beleidseffecten.
Betrokkenheid van belanghebbende: Om de relevantie en effectiviteit van de indicatoren te vergroten, wordt aanbevolen om belanghebbende zoals professionals en experts uit de werkpraktijk actief te betrekken bij het vaststellen en toepassen van de indicatoren. Dit vergroot het eigenaarschap en de betrokkenheid, wat resulteert in gezamenlijk vastgestelde indicatoren.
Verdieping en praktische toepasbaarheid: Om de indicatoren praktisch hanteerbaar te maken, kunnen ze worden uitgebreid met meer informatie en verdieping. Dit kan worden bereikt door naast cijfermatige scores ook de expertise van professionals uit het vakgebied toe te voegen. Die informatie kan worden verkregen door interviews af te nemen en zo een realistisch beeld van de situatie te schetsen. Aanvullende meetinstrumenten en evaluatiemethoden Het verbeteren van inzicht in beleidseffecten kan worden bereikt door aanvullende meetinstrumenten, rapporten en evaluatiemethoden toe te voegen. Diverse bronnen zoals: CBS-statline, Brabant Scan, Waarstaatjegemeente, de politiedatabase en de atlas voor gemeenten kunnen waardevolle aanvullende informatie verschaffen. Optimaliseren van het indicatorenproces: Naast het verbeteren van de indicatoren zelf, wordt er ook aanbevolen om het proces van de totstandkoming van de prestatie-indicatoren te verbeteren. Een specifieke belemmering is dat politieke standpunten van raadsleden invloed kunnen hebben op de formulering van indicatoren. Om dit te voorkomen, wordt geadviseerd om het college van Burgemeester en Wethouders meer invloed te geven bij het opstellen van indicatoren. Dit draagt bij aan een betere integratie van gemeentelijke doelstellingen in de indicatoren en een efficiënter beoordelingsproces tijdens de raadsvergaderingen.
82
Prototype verbetering begroting: Allereerst zijn de programma’s die in de begroting zijn opgenomen onderzocht, met als doel te bepalen hoe ze kunnen worden verbeterd op basis van het uitgevoerde onderzoek. Hierbij wordt er specifiek gekeken naar de mogelijkheid van een vaste structuur en opmaak die bruikbaar kunnen zijn voor alle programma’s. Het streven is om een consistente en overzichtelijke aanpak te ontwikkelen die de leesbaarheid en begrijpelijkheid van de programma’s vergroot. Door het verbeteren van de programma’s bevordert het de transparantie en verantwoording, zowel intern binnen de gemeente Breda als extern naar belanghebbende en het publiek. Dit kan als volgt worden bewerkstelligd:
83
Voorbeeld doelenboom in een programma Het gebruik van een doelenboom kan de leesbaarheid van de tekst met betrekking tot het thema (in dit geval familie) verbeteren. Door bij elk thema een doelenboom te gebruiken, wordt er meer overzicht gecreëerd in de begroting en worden lange stukken tekst vermeden. De doelenboom kan als volgt worden ingedeeld
84
Prototype paragraaf kapitaalgoederen Om een voorbeeld te geven hoede paragrafen kunnen worden vormgeven is dit prototype van kapitaalgoederen tot stand gekomen, waarbij de linkerzijde de huidige weergave van de begroting laat zien en de rechterzijde de verbetervoorstellen bevat. Vanuit mijn eigen visie vind ik dat de rechterzijde aanzienlijk leesbaarder is. Daarnaast is ervoor gekozen om de kapitaalgoederen verder onder te verdelen in verschillende categorieën: 1. Grijs: Deze categorie omvat wegverharding, civieltechnische kunstwerken en openbare verlichting. 2. Groen: Hieronder vallen bomen en cultuurgroen 3. Blauw: Deze categorie omvat waterwegen en riolering Door deze indeling wordt er meer structuur aangebracht en wordt het gemakkelijker om specifieke informatie te vinden over de verschillende kapitaalgoederen.
85
86