Wensen en bedenkingen erfgoednota Boxtel 2026-2030 - Bijlage 1 - Erfgoednota Boxtel 2026-2030
Tekst van het document
erfgoednota. Daarnaast kan het ook zijn dat de groep stakeholders veranderd, gezien omgevingsprogramma’s vaak breder worden ingestoken. Op dit moment zal Erfgoed onderdeel worden van het omgevingsprogramma Recreatie en Toerisme. De start van dit omgevingsprogramma staat gepland voor 2030. 7.1.3 Ruimte voor initiatieven Door de grote hoeveelheid wettelijke taken en de beperkte capaciteit is er weinig ruimte voor plustaken. Tegelijkertijd is het wenselijk dat de gemeente een aantal plustaken oppakt. Vaak zijn dit de projecten die erfgoed zichtbaar/beleefbaar maken en die vanuit de maatschappij ook gewenst zijn. Daarom is in het uitvoeringsprogramma het project: ‘14. Erfgoed betrokken bij projecten PR-erfgoed’ opgenomen. Dit project geeft de mogelijkheid om 1 of 2 projecten per jaar uit te voeren, samen met externe partijen, waarin erfgoed gepromoot wordt. Gedurende het jaar worden de wensen van externe partijen verzameld. Om de uitwerking van ideeën naar projecten concreet te maken en de kans van slagen te vergroten is een checklist voor initiatieven ontwikkeld. De initiatiefnemers dienen de checklist in te vullen. Aan het eind van het jaar worden de projecten besproken. Per gekozen project wordt gezamenlijk met de aandrager een projectopdracht geformuleerd. De ambtelijk- en bestuurlijk opdrachtgever zullen de projectopdracht accorderen.
Dit zullen dan de projecten zijn waar tijdens het opvolgende jaar de gemeente zich actief mee zal bezighouden. Checklist voor initiatieven PR-erfgoed projecten 1. Wat is de aanleiding of behoefte van het initiatief? 2. Waar in de gemeente vindt het initiatief plaats? 3. Welk type erfgoed is betrokken bij het initiatief (archeologie, monumenten, etc.)? 4. Aan welke erfgoeduitgangspunten draagt het project bij? 5. Aan welke uitgangspunten uit de omgevingsvisie draagt het project bij? 6. Betreft het een wettelijke en/of plustaak? 7. Welk instrument is nodig voor de uitvoering (website, app, boek)? Wat moet er worden uitgevoerd? 8. Wat of wie is er nodig om het instrument te ontwikkelen of project uit te voeren? 9. Waarom dient het project in dit jaar uitgevoerd te worden? 10. Wat is het resultaat? 11. Hoeveel gebruikers/bezoekers worden er verwacht en wat is de doelgroep? 12. Was is de te verwachte inspanning van de gemeente (begeleiding, kosten, uitvoerbaarheid)? 13. Wat voert de initiatiefnemer uit voor inspanning (begeleiding, kosten)? 14. Zijn er financiële middelen beschikbaar? 15. Wat zijn de voorwaarden om tot uitvoering van het project te komen? Met wie kun je het maken/ samenwerken? In hoeverre is het project uitvoerbaar? 16.
Wanneer kan het project uitgevoerd worden? Wat is de looptijd van het project? 7.1.4 Bijstellen uitvoeringsprogramma Het is mogelijk dat grote wijzigingen plaats vinden in Europese, Rijks-/provincie- of gemeentelijke wetgeving op het gebied van erfgoed. Dit legt extra druk op het bestaande erfgoeduitvoeringsprogramma. Mocht dit zich voordoen, dan zal de gemeente een wijziging in het uitvoeringprogramma doorvoeren. Het kan daarbij voorkomen dat bestaande projecten worden uitgesteld of gepauzeerd worden. Bij de jaarlijkse monitoring van het uitvoeringsprogramma zullen de stakeholders en college/raad hierover geïnformeerd worden. 7.2 Monitoring Erfgoednota Net als het uitvoeringsprogramma zal ook de Erfgoednota gemonitord worden. In 2029 wordt gestart met de actualisering van de Erfgoednota samen met de externe stakeholders. Opnieuw wordt al het bestaande beleid (van rijk, provincie, gemeente) bekeken. Daarnaast wordt aan de hand van de monitoring van het uitvoeringsprogramma inzichtelijk in hoeverre doelen van de 45
erfgoeduitgangspunten zijn behaald. Zijn de bestaande erfgoeduitgangspunten nog actueel, passen deze uitgangspunten ook bij de uitgangspunten van bijvoorbeeld de omgevingsvisie, of zijn er andere knelpunten die opgelost dienen te worden. Zoals eerder aangegeven, kan het zijn dat door het opstellen van omgevingsprogramma’s erfgoed de komende jaren ook geborgd zal worden in een programma. Dit kan consequenties hebben voor de aanpak en planning van de erfgoednota-actualisatie. Daarnaast kan het ook zijn dat de groep stakeholders veranderd, gezien omgevingsprogramma’s vaak breder worden ingestoken. Gemeente Boxtel vindt dit een positieve ontwikkeling omdat een integrale benadering van erfgoed ervoor zorgt dat de meerwaarde van erfgoed voor andere beleidsdomeinen nog sterker kan worden verankerd en uitgevoerd. Zoals het er nu uitziet zal Erfgoed een onderdeel worden van het omgevingsprogramma Recreatie en Toerisme. De start van dit omgevingsprogramma staat gepland voor het jaar 2030.
46
Bronnen Erfgoedvereniging Kèk Liemt (z.d.). De oorsprong van Liempde, geraadpleegd op 20 oktober 2025, van https://www.kekliemt.nl/erfgoedvereniging/stichting/De%20oorsprong%20van%20Liempde/2 . Erfgoedvereniging Kèk Liemt (z.d. a). Geboorteklokje, geraadpleegd op 20 oktober 2025, van https://www.kekliemt.nl/erfgoedvereniging/werkgroepen/geboorteklokje/28 . Gemeente Boxtel (2009). Het (Boxtels) landschap is de leesbare biografie van Boxtel; Erfgoednota gemeente Boxtel – Inhoudelijke onderbouwing. Gemeente Boxtel. Gemeente Boxtel (2009a). Het (Boxtels) landschap is de leesbare biografie van Boxtel; Erfgoednota gemeente Boxtel – Werk in uitvoering. Gemeente Boxtel. Gemeente Boxtel (2021). Samen aan de slag; Beleidsakkoord 2021-2026. Gemeente Boxtel. Gemeente Boxtel (2025). Beleidsplan Kunst en Cultuur in Boxtel 2025-2030. Gemeente Boxtel. Gemeente Boxtel (2025a). Visie Sociaal Domein. Gemeente Boxtel. Gemeente Boxtel & Royal HaskoningDHV Nederland B.V. (2025). Omgevingsvisie Boxtel, geraadpleegd op 23 september 2025, van https://ovisie-boxtel.ireporting.nl/visiekaart/kaart/ Ginder (2022). Visie Bezoekerseconomie Boxtel 2022-2030. In opdracht van de gemeente Boxtel. Ginder (2024). Economische agenda 2030. In opdracht van de gemeente Boxtel. Heemkunde Boxtel (z.d.).
Archeologie werkgroep, geraadpleegd op 20 oktober 2025, van https://heemkundeboxtel.nl/vereniging/werkgroepen/archeologie-werkgroep/ . Informatiepunt Leefomgeving (z.d.). Rekening houden met cultureel erfgoed in het omgevingsplan. Geraadpleegd op 2 oktober 2025, van https://iplo.nl/thema/erfgoed/erfgoed-omgevingsplan/rekeninghouden-cultureel-erfgoed-omgevingsplan/ . Kadaster (z.d.). Topotijdreis, geraadpleegd op 23 september 2025, van https://www.topotijdreis.nl/ . Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (z.d.). Wat is immaterieel erfgoed?, geraadpleegd op 23 september 2025, van https://www.immaterieelerfgoed.nl/nl/watisimmaterieelerfgoed . Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (z.d. a). Heilig Bloedprocessie in Boxtel, geraadpleegd op 23 september 2025, van https://www.immaterieelerfgoed.nl/nl/heiligbloedprocessie . Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (z.d. b). Reus Jas de Keistamper in Boxtel, geraadpleegd op 20 oktober 2025, van https://www.immaterieelerfgoed.nl/nl/reusjasdekeistamper . Lysias Advies (2024). Inventarisatie Erfgoed & Overheid; Inventarisatie knelpunten, kansen en
oplossingen bij gemeenten en provincies voor uitvoering van erfgoedtaken in de fysieke leefomgeving. Lysias Advies, Amersfoort. Overheid.nl (z.d.). Erfgoedwet - Artikel 1.1 Begripsbepalingen, geraadpleegd op 22 september 2025, van https://wetten.overheid.nl/BWBR0037521/2024-01-01 . Overheid.nl (z.d. a). Erfgoedverordening Boxtel 2017 (geldend van 11-7-2024), geraadpleegd op 22 september 2025, van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR455717 . Overheid.nl (z.d. b). Erfgoedverordening Boxtel 2017 (geldend van 1-7-2017 t/m 24-9-2018), geraadpleegd op 22 september 2025, van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR455717/1 . Overheid.nl (z.d. c). Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Commissie ruimtelijke kwaliteit Boxtel (geldend van 1-1-2024), geraadpleegd op 22 september 2025, van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709094 . 47
Overheid.nl (z.d. d). Subsidieregeling monumenten Boxtel 2017 (geldend van 23-11-2019), geraadpleegd op 22 september 2025, van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR455751/4 . Van Renswoude, J. & E. Norde (2011). Een archeologische opgraving naar een prehistorische,
Romeinse en middeleeuwse vindplaats in de gemeente Boxtel, plangebied ‘In Goede Aarde’. Archeologisch Centrum Vrije Universiteit en Hendrik Brunsting Stichting, Amsterdam. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (z.d.). Verdrag van Faro. Geraadpleegd op 18 oktober 2025, van https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/erfgoedparticipatie-faro/verdrag-van-faro . Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (z.d. a). RCE Erfgoedthesaurus - Bouwhistorie, geraadpleegd op 23 september 2025, van https://thesaurus.cultureelerfgoed.nl/search;query=bouwhistorie;schemes=cht:b532325c-dc08-49dbb4f1-15e53b037ec3 . Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (z.d. b). Rijksmonumentenregister, geraadpleegd op 15 oktober 2025, van https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/ . Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (z.d. c). Kaart van beschermde stads- en dorpsgezichten, geraadpleegd op 15 oktober 2025, van https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-enkaarten/overzicht/kaart-van-beschermde-stads--en-dorpsgezichten . Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (z.d. d). Faro voor gemeenten, geraadpleegd op 2 oktober 2025, van https://faro.cultureelerfgoed.nl/groups/130-faro-voorgemeenten/welcome#:~:text=Concreet%20aan%20de%20slag%20met,document%20is%20een%20 interactieve%20pdf. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (z.d. e).
Start programma Erfgoed & Overheid, geraadpleegd op 2 oktober 2025, van https://www.cultureelerfgoed.nl/actueel/nieuws/2024/03/04/start-programmaerfgoed-en-overheid . Roymans, J.A.M., M.M. Peeters & M.A.H. Lipsch (2011). Boextel binnen en buiten den Brugghen; archeologie en cultuurhistorie in de gemeente Boxtel. RAAP rapport 2142. RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Weesp. Van de Water, A.E.M. & F.P. Kortlang (2013). Nota gemeentelijk archeologiebeleid Boxtel. De implemantatie van de Wet op de archeologische monumentenzorg in gemeentelijk beleid. ArchAeOrapport 1101. ArchAeO, Eindhoven. Van de Water, A.E.M. & F.P. Kortlang (2013a). Gemeente Boxtel. Implementatiedocumenten ten behoeve van het archeologiebeleid. ArchAeO-rapport 1111. ArchAeO, Eindhoven.
48
Bijlageblad Bijlage 1: Wettelijk kader Bijlage 2: Uitgebreide ontwikkelgeschiedenis, Het (Boxtels) landschap is de leesbare biografie van Boxtel, 2009. Hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4. Bijlage 3: Stoplichtbestand Uitvoeringsagenda 2009 Bijlage 4: Concept verhaallijnen van gemeente Boxtel Bijlage 5: Erfgoedparticipanten
49
Bijlage 1: Wettelijk Kader
1
Wettelijk Kader De Rijksoverheid, gemeenten, provincies en eigenaren zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de zorg voor ons cultureel erfgoed.
Internationaal Davos Declaration on Baukultur Ondertekend door alle Europese ministers van Cultuur en organisaties als UNESCO, de Architects Council of Europe (ACE), Europa Nostra en ICOMOS. Namens minister van Engelshoven werd de handtekening gezet door directeur-generaal Cultuur Barbera Wolfensberger. Baukultur is in de verklaring een begrip dat alle menselijke activiteit omvat waarmee de gebouwde omgeving wordt veranderd. Tot de bouwcultuur behoren zowel bestaande gebouwen, waaronder monumenten en andere cultuurhistorische elementen, als het ontwerp en de bouw van hedendaagse gebouwen, infrastructuur, openbare ruimten en landschappen. De ondertekenaars zijn van mening dat een goed ontworpen gebouwde omgeving bijdraagt aan sociale cohesie en aan de gezondheid en het welzijn van iedereen. Daarbij is cultuur en cultureel erfgoed een essentieel onderdeel van die kwalitatief hoogstaande bouwcultuur. Met de Verklaring van Davos verplichten de ondertekenaars zich de principes van een hoogwaardige bouwcultuur bij alle belanghebbenden binnen en buiten de overheid te promoten, en om beter beleid op dit onderwerp te ontwikkelen. Global Goals Uitvoeren van de Erfgoedvisie van de gemeente Boxtel betekent ook bijdragen aan de Global Goals. De SDG, Sustainable Development Goals of Duurzame Ontwikkelingsdoelen, zijn zeventien doelen om van de wereld een betere plek te maken in 2030.
Ze zijn een mondiaal kompas voor uitdagingen als armoede, onderwijs en de klimaatcrisis.
De zeventien doelen van Sustainable Develeoment Goals (https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/vn/duurzame-ontwikkelingsdoelen). Europees Erfgoedlabel De Europese Commissie in Brussel kent het Europees Erfgoed Label toe aan belangrijke Europese erfgoederen.1 In totaal hebben nu 67 erfgoedlocaties dit label gekregen als erkenning voor de rol die zij hebben gespeeld in onze gezamenlijke Europese geschiedenis, cultuur of integratie. Het label heeft een sterke educatieve waarde voor met name jongeren. Zij krijgen zo een beter beeld van de achtergronden van deze symbolische locaties. In Nederland bevinden zich vijf locaties, namelijk de Koloniën van Weldadigheid (o.a. in Drenthe, Friesland en Overijssel), Museum Ons’ Lieve Heer op Solder (in Amsterdam), Vredespaleis (in Den Haag), het Verdrag van Maastricht (in Maastricht) en Kamp Westerbork (in Hooghalen). 1
https://www.erfgoedlabel.eu/, geraadpleegd in oktober 2025.
2
Werelderfgoedlijst van UNESCO Erfgoed dat bijzonder is voor mensen van over de hele wereld staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO2. Die bevat op dit moment dertien erfgoederen in Nederland. Voorbeelden zijn de grachtengordel van Amsterdam, het getijdengebied van de Waddenzee en de Nieuwe Hollandse Waterlinies met een ligging vanaf Amsterdam, via Utrecht en Gelderland tot in Noord-Brabant. Rijksmonumenten die onderdeel uitmaken van een werelderfgoed, krijgen voorrang bij de verdeling van de instandhoudingssubsidie. UNESCO-verdrag immaterieel erfgoed In het UNESCO-verdrag over immaterieel cultureel erfgoed hebben deelnemende landen afgesproken om goed te zorgen voor immaterieel cultureel erfgoed.3 Op de internationale lijst van het UNESCOverdrag staan nu vijf immaterieel erfgoederen van Nederland, namelijk: het ambacht van molenaar, valkerij, Zomercarnaval, Graslandbevloeiing en de Corsocultuur. UNESCO-verdrag invoer en uitvoer cultuurgoederen In het UNESCO-verdrag uit 1970 staan afspraken om onrechtmatige invoer, uitvoer en eigendomsoverdracht van culturele goederen te voorkomen.4 Hiermee beschermen landen hun eigen roerende erfgoed voor illegale uitvoer. Tegelijkertijd spreken lidstaten in dit verdrag af om met elkaar de illegale invoer en uitvoer van cultuurgoederen tegen te gaan. Op 1 juli 2009 trad de Uitvoeringswet van het UNESCO-verdrag in werking.
In 2016 is de Uitvoeringswet opgenomen in de Erfgoedwet (namelijk in hoofdstuk 6; paragraaf 1). De Inspectie Erfgoed en Overheidsdocumentatie verleent vergunning voor de invoer en uitvoer van cultuurgoederen en werkt hierin samen met de douane. Internationale samenwerking voor zorg voor erfgoed Sporen van het Nederlandse verleden zijn niet alleen in ons land aanwezig, maar ook in andere landen. De Rijksoverheid werkt met andere landen samen om dit gedeelde cultureel erfgoed te beschermen. Gedeeld cultureel erfgoed is onderdeel van het internationaal cultuurbeleid. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) voert dit beleid voor de periode 2021-2024 uit via het Programma Gedeeld Cultureel Erfgoed.5 De doelen en ambities hiervoor staan in het Beleidskader internationaal cultuurbeleid 2021-2024. Het gaat onder meer om bevordering van samenwerking tussen Nederlandse en buitenlandse instellingen en het uitwisselen van kennis en experts. Faro-verdrag De Raad van Europa stelde in 2005 het Faro-verdrag op. Dit verdrag benadrukt de maatschappelijke en verbindende waarde van cultureel erfgoed en het belang van deelname door de samenleving. Daarnaast wijst het op de rechten en verantwoordelijkheden die burgers bij cultureel erfgoed hebben. In het najaar van 2023 hebben 24 lidstaten het Verdrag geratificeerd6. Nederland heeft op 10 januari 2024 het Verdrag ondertekend.
De ratificatie heeft nog niet plaatsgevonden. Raad van Europa De Raad van Europa zorgt voor samenwerking tussen landen op cultureel gebied. In Nederland zijn verschillende verdragen van de Raad van Europa gebruikt ter bescherming van het erfgoed: Het verdrag van Granada over behoud van architectonisch erfgoed; Het verdrag van Valletta over archeologisch erfgoed; Het Faro-verdrag over de maatschappelijke en verbindende waarde van cultureel erfgoed en het belang van deelname door de samenleving. De Europese Erfgoedstrategie voor de 21e eeuw biedt een handvat en goede voorbeelden bij de uitdagingen voor beheer en behoud van erfgoed.7
https://unesco.nl/werelderfgoed , geraadpleegd in oktober 2025. https://unesco.nl/immaterieel-erfgoed , geraadpleegd in oktober 2025. 4 https://www.inspectie-oe.nl/toezichtvelden/cultuurgoederen/wet--en-regelgeving/unesco-verdrag-1970 , geraadpleegd in oktober 2025. 5 https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/internationaal/internationale-erfgoedsamenwerking , geraadpleegd in oktober 2025. 6 https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/erfgoedparticipatie-faro/verdrag-van-faro , geraadpleegd in oktober 2025. 7 https://www.coe.int/en/web/culture-and-heritage/strategy-21 , geraadpleegd in oktober 2025. 2 3
3
Nationaal De Rijksoverheid ondersteunt eigenaren bijvoorbeeld met subsidies en leningen voor rijksmonumenten. Ook draagt het zorg voor het nationale beleid, wetgeving en uitvoeringsprogramma’s. Nationale Omgevingsvisie: Nota Ruimte Erfgoed is een belangrijke drager van Omgevingskwaliteit. In Nederland wonen we met meer dan 18 miljoen mensen op ruim 41.000 km². We willen dat ons land over 30 jaar en ook daarna nog steeds prettig en gezond is om in te wonen, werken en recreëren. Daarom werkt Nederland aan een nieuwe Nota Ruimte. De Rijksoverheid werkt daarbij nauw samen met de provincies, gemeenten en waterschappen. De Nota Ruimte wordt de nieuwe nationale omgevingsvisie en vervangt de huidige NOVI. De Ontwerp-Nota Ruimte ligt momenteel ter inzage (t/m 15 december 2025)8. Erfgoedzorg Overheden (rijk, provincies en gemeenten) hebben bevoegdheden en verplichtingen op het gebied van erfgoed op grond van nationale wetten en instructieregels. De belangrijkste zijn de Erfgoedwet en de Omgevingswet en onderliggende en afgeleide regelgeving. Vuistregels voor de verdeling: De duiding van cultureel erfgoed en zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staan in de Erfgoedwet. De omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet. Bijvoorbeeld de aanwijzing van erfgoed in de fysieke leefomgeving (m.u.v.
rijksmonumenten) zoals beschermde stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen, maar ook de vergunningverlening voor het wijzigingen van rijksmonumenten. Voor de Omgevingswet, die per 1 januari 2024 van kracht is, zijn veel en zeer uitgebreide toelichtingen beschikbaar. Voor de Erfgoedwet is ook een toelichting beschikbaar, waarin met name wordt toegelicht wat er in 2016 wijzigde met de komst van deze wet, onder verwijzing naar voorheen separate wetten en regelingen die met de komst van de Erfgoedwet gebundeld werden. Daarnaast was vanwege eerdere inwerkingtreding van de Erfgoedwet dan de Omgevingswet een aantal bepalingen uit de Monumentenwet 1988 nog van kracht tot de Omgevingswet in werking trad. Hoewel deze dus per 1 januari 2024 zijn komen te vervallen, staan deze nog wel in de toelichting op de Erfgoedwet. Erfgoedwet (2016) In 2016 werden in de Erfgoedwet zes wetten en regelingen gebundeld. Ook werden een aantal nieuwe bepalingen opgenomen. Bijvoorbeeld het vervangen van het vergunningenstelsel bij archeologische opgravingen door een wettelijk certificeringsstelsel. Er is een memorie van toelichting op de Erfgoedwet. Daarin wordt vooral toegelicht wat zou gaan wijzigen met de komst van deze wet, onder verwijzing naar de verschillende wetten en regelingen die gebundeld werden.
Er is geen eenduidig overzicht van taken en verantwoordelijkheden gemeenten/ provincies gegeven. Op basis van diverse bronnen, o.a. (toelichtingen op onderdelen van) de Erfgoedwet is onderstaand samenvattend overzicht gemaakt van de belangrijkste doelen, principes en instrumenten van de Erfgoedwet. Doelen Behoud, bescherming, beheer, toegankelijkheid en duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed. In de Erfgoedwet is vastgelegd: Hoe met (on)roerend en immaterieel erfgoed wordt omgegaan Wie welke verantwoordelijkheden heeft Hoe toezicht daarop wordt uitgeoefend
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/09/26/aanbiedingsbrief-tk-publicatie-ontwerp-nota-ruimte, geraadpleegd in oktober 2025. 8
4
Nationale principes Definiëring, waardering en bescherming van erfgoed: De wet streeft naar het waarborgen van het behoud van erfgoed voor huidige en toekomstige generaties. Beheren van erfgoed op een duurzame manier om de mogelijkheden voor de toekomst te behouden en te bevorderen. Bijvoorbeeld: Archeologie in principe in situ bewaren, opgraven verboden zonder certificaat, verstoorder betaalt voor onderzoek. Stimuleren van deelname en samenwerking tussen verschillende belanghebbenden bij het behoud en beheer van erfgoed. Zorgen voor transparantie in besluitvorming en verantwoording voor genomen beslissingen met betrekking tot erfgoed. Bevorderen van waardering van erfgoed als bron van kennis, identiteit en inspiratie, en publieke kennisdeling over erfgoed. Verdeling verantwoordelijkheden en bevoegdheden: De wet legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van cultureel erfgoed waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden van overheden zijn zoveel mogelijk gedecentraliseerd naar lokale overheden. Verdeling varieert afhankelijk van erfgoedniveau en complexiteit. Toezicht: De wet legt de verantwoordelijkheid voor toezicht en handhaving bij de verschillende overheden om ervoor te zorgen dat de bepalingen van de wet worden nageleefd en dat erfgoed op een adequate manier wordt beschermd en beheerd. Denk aan bijv.
inspecties van erfgoedlocaties, controle op de naleving van vergunningen en voorschriften, en het handhaven van sancties bij overtredingen. Provincies adviseren gemeenten en houden interbestuurlijk toezicht op de uitvoering van de wettelijke taken door de gemeenten. Rijk is systeemverantwoordelijk. Instrumenten De belangrijkste instrumenten die de Erfgoedwet hanteert: Aanwijzing wat erfgoed is: Rijk, provincies en gemeenten hebben de bevoegdheid om erfgoed aan te wijzen. bijv. (archeologische) monumenten en rijksmonumenten. Door erfgoed aan te wijzen, krijgt het een speciale status en worden er regels en voorschriften opgesteld om het te beschermen en te behouden voor toekomstige generaties. Rijksmonumentenregister: register waarin alle beschermde rijksmonumenten in Nederland worden opgenomen. Subsidies en Financiële Stimulansen: De overheid kan subsidies verlenen en financiële stimulansen bieden aan eigenaren en beheerders van cultureel erfgoed om bij te dragen aan het behoud en de ontwikkeling ervan. Archeologische Monumentenzorg (AMZ): proces voor het beschermen en beheren van archeologische vindplaatsen, waarbij archeologisch onderzoek, vergunningen en voorschriften worden ingezet om archeologisch erfgoed te behouden.
Educatieve en Bewustmakingsprogramma's: De wet ondersteunt educatieve en bewustmakingsinitiatieven om het publiek bewust te maken van het belang van cultureel erfgoed en om participatie te bevorderen. Internationale Samenwerking: De Erfgoedwet maakt het mogelijk voor Nederland om samen te werken met internationale partners op het gebied van erfgoedbehoud, waardoor kennisuitwisseling en gezamenlijke projecten mogelijk worden gemaakt. Vergunningenstelsel: de wet maakt gebruik van vergunningen om activiteiten te reguleren die invloed hebben op cultureel erfgoed, verbouwingen en sloop.
5
Omgevingswet (2024) De Omgevingswet bundelt wetten en regelingen over onder meer ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. ‘Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’ is het motto. De wet beoogt een samenhangende benadering van diverse belangen. Een van die belangen is cultureel erfgoed. De omgang met het cultureel erfgoed in onze leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet. Het gaat om zaken als de omgevingsvergunning voor rijksmonumenten, het aanstellen van een gemeentelijke adviescommissie (met minimaal 2 adviseurs op gebied van cultureel erfgoed), of dat er rekening gehouden moet worden met cultureel erfgoed in omgevingsplannen. Faro programma Het Europese Verdrag van Faro benadrukt de maatschappelijke en verbindende waarde van erfgoed en het belang van deelname door de samenleving. In nauwe samenwerking met erfgoedorganisaties onderzoekt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) daarom de komende jaren hoe burgerinitiatief en -participatie het beste kunnen worden gestimuleerd en gefaciliteerd. De erfgoedgemeenschap en erfgoedparticipatie staan hierbij centraal. Het Verdrag van Faro benoemt een beweging in de erfgoedsector die steeds sterker wordt: cultureel erfgoed als middel om maatschappelijke doelen te verwezenlijken.
Het kabinet heeft in de brief Cultuur in een open samenleving aangekondigd een onderzoek naar de ratificatie van het Faro-verdrag te starten. Uitgangspunt van dit verdrag van de Raad van Europa is de sociale waarde van erfgoed. Het kabinet laat een inventarisatie maken van voorbeelden van de Faro-werkwijze en ondersteunt projecten waarbij de maatschappelijke deelname aan erfgoed centraal staat. Er is een Faro programma opgezet en er zijn subsidiemiddelen bij het Fonds voor Cultuurparticipatie beschikbaar voor het ontwikkelen van tools en methoden die erfgoedparticipatie moeten gaan bevorderen. Het is niet meer mogelijk om subsidie aan te vragen maar de uitvoeringsprojecten kunnen gevolgd worden op de speciale Farowebsite.9
Provinciaal De provincie Noord-Brabant is onder andere verantwoordelijk voor restauratiesubsidies en het toezicht op de gemeentelijke taken, waaronder de omgang met het cultureel erfgoed. Ook dragen zij zorg voor het behoud van het provinciale archeologische bodemarchief. Beleidskader Provincie Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant speelt een belangrijke rol bij het beschermen van cultureel erfgoed. Het beleidskader ‘Levendig Brabant 2030’ is integraal beleidskader voor de sectoren cultuur, erfgoed, sport en vrijetijd en vastgesteld in 2023.10 Het beleidskader zet de koers uit voor de uitvoeringsagenda’s, die Gedeputeerde Staten in 2023 en 2027 opstelt. Hieronder op hoofdlijnen de ambities betreft erfgoed: 1. We willen in Brabant aan de hand van ons erfgoed onze geschiedenis beleefbaar maken en doorgeven aan volgende generaties. Het zijn de verhalen over onze bestuurlijke geschiedenis, ons religieus erfgoed, de innovaties en de oorlogen die zijn gestreden op Brabants grondgebied. Het zijn de verhalen die ons, onze leef- en werkomgeving én onze cultuur hebben gevormd. De vier verhaallijnen blijven de pijlers van het erfgoedbeleid. Daarbij zal extra nadruk komen op de fysieke ruimtelijke component, in verband met de wettelijke taakstelling in de omgevingsvisie, vooral die van het cultuurhistorisch landschap; 2.
Herdenken en herinneren (inclusief het Bevrijdingsfestival Brabant en de Provinciale Herdenking Brabantse Gesneuvelden) wordt structureel onderdeel van het beleid (Statenmededeling herdenken en herinneren); 3. Binnen erfgoed wordt een groot aantal organisaties structureel door de provincie gefinancierd. Met betreffende organisaties maken we afspraken over hun inzet in relatie tot onze ambitie en doelen in dit beleidskader. Een klein deel van het takenpakket van Erfgoed Brabant heeft de 9 https://faro.cultureelerfgoed.nl/welcome , geraadpleegd in oktober 2025. 10 https://www.brabant.nl/onderwerpen/cultuur-erfgoed-sport-vrijetijd/beleidskader-levendig-brabant-2030/ , geraadpleegd in
oktober 2025.
6
provincie de afgelopen jaren met tijdelijke subsidies ondersteund. Een deel daarvan maken wij nu structureel; 4. Op basis van bestuurlijke afspraken met de rijksoverheid investeert de provincie jaarlijks € 4,4 miljoen (waarvan € 2,3 miljoen rijksmiddelen) in de restauratie van rijksmonumenten. Dat blijft een speerpunt, maar de provinciale inzet zal vanaf 2026 met € 1,6 miljoen teruglopen vanwege het wegvallen van incidentele middelen en de ombuigtaakstelling uit het bestuursakkoord 2020. Dat leidt tot minder restauraties van rijksmonumenten. Als provincie zien we het belang om restauraties mogelijk te maken, maar aangezien het hier subsidies betreft voor rijksmonumenten zien we het niet als structurele taak die we met structurele middelen ondersteunen. Een eventuele financiële plus kan hoogstens met aanvullende incidentele middelen gebeuren; 5. Vanuit Levendig Brabant dragen we bij aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit van ons landschap en trekken we integraal op met ruimte, water, bodem, natuur en landschap. We brengen bij ruimtelijke ontwikkelingen zo vroeg mogelijk in het proces kennis in over (het belang van) cultuurhistorische waarden en structuren.
Door beweging te stimuleren en gebiedseigen kennis in te brengen, dragen we bij aan de kwaliteit van gebiedsontwikkelingen en initiatieven uit de samenleving met maatschappelijke opgaven (klimaatadaptatie, energietransitie, krimp of groei) zoals bij de watermolenlandschappen; 6. Toekomstige herbestemming van monumenten die van provinciaal belang zijn, kunnen indien mogelijk met kennis, kunde en eventueel financiering ondersteund worden als incidentele middelen hiervoor beschikbaar zijn. Provinciale verordening fysieke leefomgeving/ instructieregel De provincie (zie bijvoorbeeld de provinciale verordening) kan instructieregels opstellen die de gemeente verplicht voor formulering en uitvoering van hun eigen beleid. Op de website van de Provincie Noord-Brabant staat daar over: ‘Hoe we omgaan met erfgoed in onze leefomgeving wordt mede bepaald door de Omgevingswet. De Omgevingswet regelt onderwerpen met betrekking tot de fysieke leefomgeving, zoals bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Omgevingswet staat voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. Het behoud van cultuurhistorische waardevolle gebieden is daar een onderdeel van.
In de provinciale omgevingsverordening zijn de gebieden opgenomen die vanuit de provincie belangrijk zijn en is de bescherming van de daarin voorkomende waarden en kenmerken geregeld.’11 Vanuit de omgevingswet moet de provincie naast een omgevingsvisie ook een omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. In de omgevingsverordening staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Het aanpassen van de omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant aan de huidige eisen en wensen is een doorlopend proces. De laatst vastgestelde verordening is van 1 juli 2025.12 Subsidieregeling Bij de provincie Noord-Brabant zijn momenteel vijf subsidieregelingen actief: 1. Cultureel erfgoed - Eco-archeologisch onderzoek Regeling is bedoeld voor het behoud van het meest kwetsbare archeologisch erfgoed in Noord-Brabant, zoals bijv.(bijvoorbeeld) houten voorwerpen, plantenresten, textiel, dierlijke resten en de informatie die deze ecologische materialen in zich dragen. Projecten voor het uitvoeren van dit specialistisch eco-archeologisch onderzoek en het conserveren van eco-archeologische waarden komen in aanmerking voor subsidie van de provincie. Voorwaarde voor de onderzoeken is dat het een bijdrage levert aan de kennis over het klimaat, de flora of fauna of het menselijk handelen in het verleden in Noord-Brabant.
De volgende organisaties kunnen deze subsidie aanvragen: Waterschappen, gemeenten, Staatsbosbeheer, Brabants Landschap, Natuurmonumenten, universiteiten, erkende wetenschappelijke instituten en organisaties die specialistisch eco-archeologisch onderzoek uitvoeren, kunnen voor het uitvoeren van specialistisch eco-archeologisch onderzoek een subsidie ontvangen. Ook voor projecten gericht op het conserveren van eco-archeologische waarden is subsidie mogelijk. https://www.brabant.nl/onderwerpen/cultuur-erfgoed-sport-vrijetijd/erfgoed-ruimte/ , geraadpleegd in oktober 2025. https://www.brabant.nl/onderwerpen/omgevingsbeleid/omgevingsverordening-noord-brabant/ , geraadpleegd in oktober 2025. 11 12
7
2.
3.
4.
5.
Enkele belangrijke voorwaarden voor subsidieverlening zijn: het project wordt uitgevoerd in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en het project komt voort uit een ruimtelijk project. Het totale beschikbare budget voor de aanvraagperiode in 2025 is €50.000 euro. De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van €24.500 euro. Cultureel erfgoed - Instandhouding molens Projecten voor het in stand houden van molens komen in aanmerking voor subsidie van de provincie. Enkele belangrijke voorwaarden voor subsidieverlening zijn: de molen is gelegen binnen het grondgebied van de provincie Noord-Brabant; de molen waarop het project betrekking heeft is een rijksmonument. Overige voorwaarden voor de subsidie kunt u vinden in paragraaf 3 (Instandhouding molens) van de Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016. Naast de regels van de Subsidieregeling zijn ook de regels van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant van toepassing. Het totaal beschikbare budget voor de aanvraagperiode in 2025 is € 370.000. Cultureel erfgoed – Restauratie van rijksmonumenten Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de restauratie van rijksmonumenten in de vorm van: a. religieus erfgoed; b. militair erfgoed; c. industrieel erfgoed; d. kastelen en landgoederen.
Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door: rechtspersonen en natuurlijke personen. Enkele belangrijke voorwaarden voor subsidieverlening zijn: het project is gericht op een rijksmonument en het project is gericht op de restauratie van: a) religieus erfgoed b) militair erfgoed; c) industrieel erfgoed; of d) kastelen of landgoederen; e) het rijksmonument is gelegen in de provincie Noord-Brabant; Overige voorwaarden voor de subsidie kunt u vinden in §1 van de Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016. Naast de regels van de Subsidieregeling zijn ook de regels van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant van toepassing. Het beschikbare budget voor de aanvraagperiode was in 2024 € 4.350.000. De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 1.4, bedraagt 70% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €400.000. Indien toepassing van het eerste lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan €150.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt. Cultureel erfgoed – Levendig Brabant - cultuur, erfgoed, sport en vrije tijd in de Mix De subsidieregeling Levendig Brabant (onderdeel cultuur, erfgoed, sport en vrije tijd in de Mix) is er voor toekomstbestendige initiatieven die werken aan onze maatschappelijke opgaven door de verbinding te leggen tussen cultuur, erfgoed, sport en vrijetijd.
Brabants Erfgoedfonds Eigenaren van een monument, zowel rijksmonument als gemeentelijk monument, of cultuurhistorisch waardevol gebied in de provincie Noord-Brabant kunnen een laagrentende lening/hypotheek aanvragen van het Brabants Erfgoedfonds.13 Voor de kosten die gemaakt worden voor het onderhouden, restaureren, verduurzamen of herbestemmen van een pand én het nemen van maatregelen voor klimaatadaptatie.
Erfgoed Brabant Erfgoed Brabant is het provinciale kennis- en expertisecentrum voor erfgoed in Noord-Brabant. De werkzaamheden van Erfgoed Brabant zijn onderdeel van het in 2023 vastgestelde Beleidskader Levendig Brabant 2030, een integraal beleidskader voor cultuur, erfgoed, sport en vrijetijd. Dit kader https://www.restauratiefonds.nl/zakelijk/financieren/alle-zakelijke-financieringen/brabants-erfgoedfonds , geraadpleegd in oktober 2025. 13
8
en de ontwikkelingen in de erfgoedwereld in Brabant en daarbuiten hebben geleid tot een bijstelling van onze visie en de doelen die we nastreven. Niet alleen het erfgoed zelf stellen zij centraal, maar ook de sociale en verbindende functie die erfgoed heeft. Daarbij komt een grotere nadruk te liggen op participatie en eigen regie. Want erfgoed ben je zelf! Dit heeft ook gevolgen voor de wijze waarop Erfgoed Brabant is georganiseerd en hoe zij hun werkplannen inrichten. De doelen uit Levendig Brabant staan sinds 2024 centraal. Waar voorheen de activiteiten en projecten via drie programmalijnen georganiseerd hebben, geven zij nu aan met welke activiteiten/projecten een bijdrage wordt geleverd aan de verschillende doelen uit het beleidskader. Bij Erfgoed Brabant werken ze met verschillende teams: Team BrabantsErfgoed.nl en Team Brabant Cloud gaan over het bereiken van alle Brabanders. Om iedereen te bereiken worden allerhande vormen van informatie en inhoud met elkaar verbonden in één groot interactief systeem. Dit systeem staat bekend als het erfgoedplatform BrabantsErfgoed.nl. Ook de Brabant Cloud en het collectieregistratiesysteem dat daarbij hoort gaat Erfgoed Brabant verder ontwikkelen; Team Educatie, Team CmK en Team Academiewebsite: zijn drie teams die bijdragen aan inhoudelijke en instrumentele kennisopbouw en -overdracht over erfgoed voor allerlei doelgroepen.
Met name erfgoededucatie in het basisonderwijs, onder andere De Cultuur Loper en de lesprojecten zoals Museumschatjes, zijn belangrijke speerpunten. De drie onderdelen 'Wetenschap', 'Educatie' en 'Scholing en support' geven ook de komende jaren invulling aan het adagium ‘Een leven lang leren’; Team Scholing zorgt ervoor dat erfgoedwerkers beter in staat worden gesteld om hun werk te doen. Het gaat hierbij om museummedewerkers, heemkundigen, leerkrachten, studenten of andere mensen die actief zijn in de Brabantse erfgoedsector. Dit doet Erfgoed Brabant op allerlei manieren: van het ontwikkelen van educatieve lesmaterialen tot aansprekend scholingsaanbod op locatie. Team Faro is bezig om het Verdrag van Faro in Erfgoed Brabant te integreren. Naast participatie, spelen hierin ook diversiteit, inclusie en toegankelijkheid een specifieke rol. Het gedachtegoed van Faro geeft handvatten om de blik niet alleen naar binnen te richten, maar juist ook naar buiten. Zo gaan zij erfgoedorganisaties beter ondersteunen in het participeren in lokale gemeenschappen buiten de eigen erfgoedwereld. Zo kunnen deze erfgoedorganisaties meer, nieuw en jong publiek vinden. De ontmoeting met nieuwe doelgroepen draagt enerzijds bij aan een groter draagvlak voor erfgoed zelf, anderzijds kan het de sociale samenhang vergroten.
Lokaal Beleidskader Lokaal Gemeente Boxtel Rol: De gemeente is bevoegd gezag en onder andere verantwoordelijk voor vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van archeologie en monumentenzorg. De gemeente is de belangrijkste speler als het gaat om de ruimtelijke verankering en bescherming van het cultureel erfgoed. De wettelijke taken van de gemeente zijn: 1) Bevoegd gezag 2) Onafhankelijk en deskundig adviescommissie 3) Analyseren en benoemen aanwezige erfgoedwaarden 4) Informeren monumenteneigenaren 5) Toezicht en Handhaving Voor het lokale beleidskader en de instrumenten van de gemeente verwijzen we naar Hoofdstuk 4 van de Erfgoednota Boxtel 2026-2030.
9
Bijlage 2: Uitgebreide ontwikkelgeschiedenis, Het (Boxtels) landschap is de leesbare biografie van Boxtel, 2009. Hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4
DE LEESBARE BIOGRAFIE VAN BOXTEL
Het (Boxtels) landschap is de leesbare biografie van Boxtel. Erfgoednota gemeente Boxtel INHOUDELIJKE ONDERBOUWING
erfgoednota inhoudelijke onderbouwing gemeente Boxtel april 2009
1
DE LEESBARE BIOGRAFIE VAN BOXTEL
3.
Het Boxtelse erfgoed landschapsontwikkeling “De peulvruchten tieren wel in de Meijerij van ’sHertogenbosch en de rogge levert er goed brood. De boekweit wil er ook zeer goed voort. Men zaait er veel haver, minder vlas, en weinig tarwe en garst. De boomvruchten, het wild, de schapen en het gevogelte zijn er bij uitnemendheid goed van smaak. Men ademt er eene gezonde lucht in, en de ingezetenen leven doorgaans lang. Het (Boxtel) is een der levendigste, aangenaamste en fraaiste plaatsen van de Meijerij, waar veel doortogt is, zoo van postwagens en andere rijtuigen, als van zware karren, die van 's Hertogenbosch, over Eindhoven, den weg nemen op Maastricht, Luik, enz. Men heeft er te midden der plaats een fraai marktplein, en vindt er sommige fraaie huizen, die meest langs den straatweg gebouwd zijn, en daaronder goede logementen, uitspanningen en herbergen. Vooral op zon- en feestdagen wordt Boxtel veel door de inwoners van 's Hertogenbosch bezocht, die zich hier komen vermaken, dit, gevoegd bij den gestadigen doortogt, zet deze plaats veel levendigheid bij.”
erfgoednota inhoudelijke onderbouwing gemeente Boxtel april 2009
36
DE LEESBARE BIOGRAFIE VAN BOXTEL
3.1.
Inleiding
3.1.1.
Inleiding Volgens de beschrijving (in de inleiding van hfst. 3) van Van der Aa (1851) was de Meierij van ’s-Hertogenbosch, en Boxtel in het bijzonder, een goede plaats om te vertoeven. Nu, anderhalve eeuw later, is het uiterlijk van het landschap en de nederzettingen sterk veranderd. Er zijn echter nog veel elementen te herkennen uit eerdere perioden. Het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Boxtel, gezien vanuit cultuurhistorisch perspectief, vormt de aanleiding voor deze erfgoednota. Het behouden en ontwikkelen van het oude cultuurlandschap, oude nederzettingsvormen en bebouwing is alleen mogelijk wanneer de historische situatie bekend is. In dit hoofdstuk wordt de historische ontwikkeling van de gemeente Boxtel beschreven, aan de hand van literatuur, oude kaarten en veldwaarnemingen. Dit betreft zowel de archeologische en historisch-geografische situatie als de bebouwingsgeschiedenis. Dit hoofdstuk heeft een thematisch verloop. De basis voor een landschappelijke beschrijving is de ondergrond van het onderzochte gebied. Bodemopbouw, reliëf en de aanwezigheid van open water zijn belangrijke factoren voor het stichten van een nederzetting en het aanleggen van landbouwgronden. Na de beschrijving van deze landschapskenmerken wordt de oudste geschiedenis behandeld.
Landschap en nederzettingen van de Steentijd tot de Romeinse tijd worden achtereenvolgens behandeld, aan de hand van archeologische vondsten. Vanaf de Vroege Middeleeuwen zijn er duidelijke sporen herkenbaar in het landschap. Het onderzoek vervolgt met een beschrijving vanaf deze periode. Daarbij wordt speciaal aandacht besteed aan bepaalde gebouwen en gebouwengroepen. Het onderzoek wordt beëindigd met een conclusie, waarbij karakteristieken van Boxtel, Liempde en het omringende landschap worden benadrukt. De gemeente Boxtel, die ook de woonplaatsen Liempde en Lennisheuvel omvat, is weergegeven in de topografische kaart op de volgende pagina.
erfgoednota inhoudelijke onderbouwing gemeente Boxtel april 2009
37
DE LEESBARE BIOGRAFIE VAN BOXTEL
Gemeente Boxtel met de grenzen van 1997 (Wolters-Noordhoff BV, 1999). 3.1.2.
De gemeente Boxtel Boxtel, de stedelijke kern, bestaat uit vier wijken. Centrum-Breukelen is de oudste wijk en vormt het centrum van Boxtel. Hier staan onder andere de SintPetruskerk en kasteel Stapelen. Later ontstane wijken van Boxtel zijn Selissenwal, Boxtel-Oost en Munsel-Selissen. De wijken zijn oorspronkelijk aan elkaar gegroeide gehuchten. Deze gehuchten zijn Selissen, Munsel, Onrooi en Breukelen. De meeste namen van deze gehuchten leven voort in de wijknamen van Boxtel. Ten zuidoosten van Boxtel ligt het dorp Liempde dat tot 1996 een zelfstandige gemeente vormde. Tot Liempde behoren de Kern van Liempde, Koestraat, De Berg, Hezelaar, Vrilkhoven, Kasteren en Velder.
erfgoednota inhoudelijke onderbouwing gemeente Boxtel april 2009
38
DE LEESBARE BIOGRAFIE VAN BOXTEL Binnen de gemeentegrens liggen nog enkele gehuchten die niet aan Boxtel zijn vastgegroeid. In het westen van de gemeente zijn dit Nergena, Tongeren, Luissel en Roond. In het noorden zijn dit Hal en Heult. Ten zuiden van Boxtel liggen Lennisheuvel, Kleinder Liempde en De Vorst. Ten oosten van Boxtel ligt Kasteren. De overige bebouwing in de gemeente bestaat uit over het gebied verspreide boerderijen en niet-agrarische woonhuizen. Een overzichtskaart met de ligging van de dorpen, gehuchten en wijken is hieronder weergegeven.
Overzichtskaart van nederzettingen in de gemeente Boxtel. De locatie van Boxtel en de overige bebouwingskernen hangt voornamelijk samen met het oorspronkelijke landschap en de bodemgesteldheid. Niet alle delen waren geschikt om te wonen of om landbouw te bedrijven. De bodemgesteldheid kan direct gekoppeld worden aan het landgebruik, de nederzettingslocatie en de nederzettingsontwikkeling. In de nu volgende paragrafen worden deze onderwerpen beschreven. Daarna worden bepaalde gebouwen en gebouwengroepen uitgelicht die van bijzondere historische waarde zijn. In de bijlage staat een overzicht van de in dit rapport beschreven perioden met bijbehorende jaartallen. Deze tekst is gebaseerd op de tot op heden gedane historische onderzoeken en archeologische vondsten binnen de gemeente. Sommige gebieden zijn daarbij beter onderzocht dan andere. Over het gebied direct grenzend aan de Dommel is bijvoorbeeld relatief veel informatie beschikbaar aangezien hier in 1985-1986 een archeologische inventarisatie is uitgevoerd (Kortlang, 1987). De cultuurhistorische beschrijving is vooral landschappelijk van aard. Voor de politieke, sociale en economische ontwikkeling wordt verwezen naar de uitgebreide studie van Coenen die in 2004 is verschenen.
erfgoednota inhoudelijke onderbouwing gemeente Boxtel april 2009
39
DE LEESBARE BIOGRAFIE VAN BOXTEL
3.2.
Landschapsontwikkeling
3.2.1.
Algemeen De gemeente Boxtel is gelegen in het Brabantse dekzandgebied in de Centrale Slenk. Het tijdens het Pleniglaciaal gevormde dekzand noemt men het oude dekzand. Dit oude dekzand bevat hier en daar ook uitgestrekte leemlagen, de zogeheten Brabantse leem. Deze leemlagen zijn waarschijnlijk ontstaan doordat smeltwaterstromen 's zomers fijne deeltjes uit het dekzand konden uitspoelen en weer afzetten in depressies in de permanent bevroren ondergrond. Aan het eind van het Weichselien, zo’n 10000 jaar geleden, trad er een klimaatsverbetering op, waardoor er weer wat meer begroeiing kwam. Hierdoor had de wind minder vat op het zand, zodat er alleen nog maar plaatselijk dekzand kon worden gevormd, het jonge of lokale dekzand. Dit jonge dekzand is in feite niets anders dan opgewaaid en weer neergelegd oud dekzand. Het is wat grover dan het oude dekzand, en het bevat wat minder leem. Dit komt doordat de allerfijnste deeltjes door de wind verder zijn meegevoerd en elders weer neergelegd. Door de vorming van lokale dekzanden kreeg het oppervlak ook wat meer reliëf. Hier en daar werden dekzandruggen of paraboolvormige duinen gevormd. In de literatuur wordt dit meestal aangeduid als de Formatie van Boxtel (De Mulder et al., 2003). Deze ontwikkeling heeft geresulteerd in een zwakgolvend landschap met zuidwest-noordoost georiënteerde dekzandruggen (naar de heersende windrichting).
In dit landschap bevinden zich een aantal beekdalen met meanderende beeksystemen die zich langzaam in het dekzandlandschap insnijden.
3.2.2.
Gebiedsspecifiek De oudste kern van Boxtel is gesitueerd op de rand van het brede, ondiepe dal waar onder andere de Dommel, de Essche Stroom, de kleine Aa, de Beerze en de Reusel hun loop vinden. Deze riviertjes wateren af richting het noorden. Vooral in perioden met veel regenval traden de riviertjes buiten hun oevers. De hogere delen van het landschap liggen vooral parallel aan de Dommel en bestaan uit dekzandruggen. Het gebied verder van de rivier af bestaat uit lager gelegen (verspoelde) dekzanden, zo nu en dan afgewisseld met een hogere dekzandrug. Vanwege de goede ontwateringstoestand van de dekzandruggen werden dergelijke ruggen al vroeg gebruikt voor het verbouwen van landbouwgewassen. Om verarming van de bodem tegen te gaan werd mest op de akkers aangebracht via het potstalsysteem. De mest bestond uit plaggen die in de stal werden gelegd om de uitwerpselen van het gestalde vee op te vangen. De plaggen werden met de uitwerpselen als mest op de akker gebracht. Op deze wijze kon een akkercomplex op zandgrond gedurende eeuwen jaarlijks opnieuw bebouwd worden zonder dat de bodem uitgeput raakte. Op den duur is zo een esdek ontstaan met een dikte van meer dan 50 cm. In dit geval spreekt men bodemkundig gezien van enkeerdgronden. In Noord-Brabant worden dergelijke complexen akkers genoemd.
Volgens Spek (2004) begon de vorming van de esdekken in Brabant aan het einde van de veertiende eeuw of het begin van de vijftiende eeuw. Voorbeelden van esdekken in de gemeente Boxtel zijn het gebied ten zuiden van Tongeren, een deel van de wijk Selissenwal en de akkers rondom Liempde.
erfgoednota inhoudelijke onderbouwing gemeente Boxtel april 2009
40
DE LEESBARE BIOGRAFIE VAN BOXTEL Op sommige plaatsen in het gebied ontstonden vennetjes. Door verspoeling van het lemige dekzand heeft zich hier een ondoorlatende leemlaag dicht aan het oppervlak gevormd waardoor het regenwater niet de bodem in kon zakken. Dergelijke vennen zijn nu vooral aanwezig in de lagere dekzandvlaktes, zoals Kampina. Ook elders in de gemeente Boxtel waren deze vennen aanwezig, deze zijn door de vele ontginningen echter verdwenen. De nederzettingen in de gemeente Boxtel zijn geconcentreerd op de hogere zandruggen. De oude kom van Boxtel is waarschijnlijk gelegen in een oude kom in een verbreding van het Dommeldal, ter plekken van wat natuurlijke hoogten. Dat kunnen eilandjes van de zandomgeving zijn, maar ook oeverwallen van de Dommel. De Burchtheuvel zal een verhoging van zo’n hoogte zijn; de oude akker op de Strijp zal ook op zo’n hoogte liggen en de Rechterstraat steekt het brede dal op een wat smaller plekje over. Wegensplitsingen markeren de rand van het Dommeldal. Stapelen ligt op een laag eiland in het dal. Munsel ligt zo als het hoort op een hoog terrein aan de Dommel, net als Selissen aan de overkant. Bij Onrooij lag een randje open akker pal aan het dal (zal wel de grote akker zijn van deze domeinhoeve, vergelijk de Vorstakker), maar de rest van dat gebied bestaat uit laat-middeleeuwse kampen.
Een en ander zou met bodemonderzoek gecontroleerd moeten worden om dit vast te stellen.
Interpretatiekaartje van het gebied tussen rijksweg en spoorlijn. K.Leenders, 2006.
erfgoednota inhoudelijke onderbouwing gemeente Boxtel april 2009
41
DE LEESBARE BIOGRAFIE VAN BOXTEL Liempde is gelegen te midden van een aantal hogere zandruggen en ligt iets verder van de Dommel af. Het landschap nabij open water en op de hogere, drogere delen van het landschap was ideaal voor de eerste ontginningen, vandaar dat de eerste bewoners zich hier vestigden (Berendsen, 1997). 3.2.3.
Bodemopbouw De bodem in het zwak golvende dekzandgebied bestaat voornamelijk uit veldpodzolgronden. Veldpodzolgronden ontstaan veelal op relatief arme zandgronden. Door de relatief lagere ligging op de dekzandwelvingen en – vlaktes is de ontwateringstoestand relatief slecht, waardoor de bodems natter zijn. Op de dekzandruggen komen van nature voornamelijk haarpodzolgronden voor. Dergelijke gronden worden gevormd in relatief arme zandgronden (leemarm zand) met een goede natuurlijke ontwateringstoestand. Grote delen van de dekzandruggen zijn later afgedekt door een esdek. Afhankelijk van de dikte van het esdek kunnen laarpodzolgronden (esdek tussen 30 en 50 cm dik) of enkeerdgronden (esdek dikker dan 50 cm) ontstaan. Enkeerdgronden treft men voornamelijk op de top van dekzandruggen aan terwijl de laarpodzolgronden voornamelijk aan de voet van dekzandruggen worden aangetroffen. Als gevolg van menselijke invloed in de late Middeleeuwen zijn her en der stuifgebieden ontstaan met stuifduinen, zoals bijvoorbeeld bij Kampina het geval was. (Het gebied van Kampina moet worden gerekend tot de Formatie van Kootwijk 3.). Hier bevinden zich vlakvaag- en duinvaaggronden. Dergelijke gronden worden gekenmerkt door hun jonge leeftijd waardoor slechts geringe bodemvorming heeft plaatsgevonden. In de laaggelegen, vochtige beekdalen werd klei en zand afgezet en op natte locaties kon veen groeien.
In deze laagstgelegen delen van de beekdalen komen dan ook veengronden voor. Het grootste deel van de beekdalen wordt echter ingenomen door beekeerdgronden. Dergelijke gronden zijn kenmerkend voor gebieden met een hoge grondwaterstand waardoor de organische stof in de humushoudende bovengrond minder snel afgebroken. Door de aanvoer van organische stof ontstaat na verloop van tijd een bodem met een matig dik humeus dek (15-30 cm). De beekeerdgronden bevatten roestvlekken tot in de bovengrond. Deze aanwezigheid van roestvlekken duidt op een (zeer) slechte ontwateringstoestand van de ondergrond van deze bodem. In tegenstelling tot de enkeerdgronden zijn de beekeerdgronden meestal op geheel natuurlijke wijze ontstaan, zonder aanvoer van (mest)materiaal van elders (esdek tussen 15 en 30 cm dik). Indien de bodem is bemest, dan is de dikte van het humeuze dek vaak 30 tot 50 cm. In dit geval spreekt men van matig dikke beekeerdgronden. In de hoger gelegen delen van de beekdalen bevinden zich gooreerdgronden. Net als bij de beekeerdgronden wordt er onderscheid gemaakt tussen matig dunne beekeerdgronden met een humeus dek van 15 tot 30 cm en matig dikke beekeerdgronden met een humeus dek van 30 tot 50 cm. In tegenstelling tot de beekeerdgronden ontbreken de roestvlekken bij de gooreerdgronden.
erfgoednota inhoudelijke onderbouwing gemeente Boxtel april 2009
42
DE LEESBARE BIOGRAFIE VAN BOXTEL
3.3.
Oudste geschiedenis: Mesolithicum tot Romeinse tijd
3.3.1.
Mesolithicum, Neolithicum en Bronstijd Uit de oudste perioden van menselijke bewoning is slechts een gering aantal archeologische vondsten gedaan. Zo is uit het Mesolithicum (de Midden Steentijd) in heel Boxtel slechts één enkele vuursteenvondst gedaan en wel op de Hezelaarsche Akker bij Liempde (Kortlang, 1987). Overigens is er in de gemeente Boxtel buiten het Dommeldal erg weinig archeologisch onderzoek gedaan. In het Dommeldal is vanaf Stapelen tot Munsel geen systematisch onderzoek gedaan. Er kunnen, wat verder van de Dommel af, dus nog vele vondsten worden gedaan die het archeologische beeld van de gemeente zouden veranderen. Rond 5300 voor Christus vestigen de eerste boeren zich op de lössgebieden langs de Maas. Op de zandgronden, waaronder de oevers van de Dommel, blijft de Mesolitische traditie echter bestaan. Wat later, in de Nieuwe steentijd, vond de eerste permanente bewoning in Boxtel plaats. In deze periode was er ook voor het eerst sprake van landbouw. De riviertjes de Dommel en de Essche Stroom zijn de spil van de vroege bewoningsgeschiedenis in het gebied. De bewoning bestond uit solitaire of groepjes boerderijen, dicht bij de riviertjes. De meest vruchtbare gronden werden in gebruik genomen als akkerland. Voorwaarde was dat deze gronden niet te nat mochten zijn waardoor de lager gelegen beekdalgronden ongeschikt waren.
Deze gronden overstroomden immers als de riviertjes buiten hun oever traden. Daarom vestigde men zich op de dekzandruggen. Uit het Neolithicum zijn evenals uit het Mesolithicum slechts enkele losse vondsten gedaan. Dit betreft een vuurstenen bijl tussen Boxtel en Liempde (direct ten zuiden van de Dommel) en een vuurstenen bijl op het escomplex ten noordoosten van Den Berg (Kortlang, 1987). Ook is er een vuurstenen bijl gevonden op de Hezelaarsche Akker.
Vuurstenen bijl gevonden op de Hezelaarsche Akker omstreeks 1952 (Verwers, 1992).
erfgoednota inhoudelijke onderbouwing gemeente Boxtel april 2009
43
DE LEESBARE BIOGRAFIE VAN BOXTEL Uit de Late Bronstijd is een urnenveld gevonden in het Boxtelse buurtschap Nergena nabij de Helweg (Coenen, 2004). Dit is een indicator voor bewoning van de nabije omgeving. Verder naar het zuidoosten, buiten de gemeente Boxtel, zijn meerdere vondsten uit deze periode gedaan bij Sint-Oedenrode. Uit archeologisch onderzoek blijkt dat dit gebied in de Bronstijd en ook de IJzertijd intensief bewoond werd (Arts, et.al., 2001). Door het geringe aantal vondsten in de gemeente Boxtel is er tot aan de IJzertijd relatief weinig bekend over de bewoningsgeschiedenis. Wel kan geconcludeerd worden dat de situatie vergelijkbaar was met het beter onderzochte Sint-Oedenrode. 3.3.2.
IJzertijd en Romeinse tijd De oudste aangetroffen duidelijke nederzettingssporen dateren uit de IJzertijd. In deze periode nam de bevolkingsdichtheid sterk toe. Daarmee nam de behoefte aan voedsel toe en groeide het akkerareaal. Omdat er nog geen bemesting plaatsvond en de productie van landbouwgewassen per oppervlakte daarom laag was werd gebruik gemaakt van een groot akkerareaal. Regelmatig werden er nieuwe akkers aangelegd en oude akkers verlaten, omdat deze uitgeput waren. Boerderijen verhuisden daarbij mee, men spreekt van ‘zwevende erven’ (Barends et.al., 2000). Langs de Dommel zijn een vijftal concentraties van IJzertijdvondsten gedaan. Dit betreft vondsten op de Hezelaarse Akker, de Smalderse Akker bij Den Berg, op de hoge akker van Kasteren, ten noorden van Boxtel net boven het omleidingkanaal van de Dommel en op de akkers bij Selissen (Kortlang, 1987). Vooral de vondsten bij Kasteren zijn zeer interessant. Er zijn sporen van een nederzetting aangetroffen. Op de Smalderse Akker werd een tweede nederzetting aangetroffen.
De Hezelaarsche Akker ten oosten van Liempde. Volgens Barends et.al. (2000) was op de Brabantse zandgrondende bewoning in de Romeinse tijd geconcentreerd op de hellingen van de dekzandruggen. De Romeinse bewoningssporen liggen in Boxtel inderdaad op de flanken van het Dommeldal (Kortlang, 1987). Aan de Heultse Dreef ten zuiden van Gemonde, vlak buiten gemeente Boxtel, lag een Romeins grafveld. Nabij het centrum van Boxtel, bij de oprijlaan naar de huidige begraafplaats Munsel, is een Romeinse nederzetting gevonden die dateert uit de periode van het begin van de
erfgoednota inhoudelijke onderbouwing gemeente Boxtel april 2009
44
DE LEESBARE BIOGRAFIE VAN BOXTEL jaartelling tot de derde eeuw. Er zijn sporen van tien huizen gevonden uit vier of vijf bouwfasen (Verwers en Kooistra, 1990). Zeven ervan hebben een west-oost oriëntatie.
De locatie van de Romeinse nederzetting in Boxtel is aangegeven met een rode kleur (Verwers en Kooistra, 1990). Ook zijn er vondsten uit de Romeinse tijd bij Munsel. Deze vondsten, tufsteen en dakpannen, zijn relatief bijzonder, omdat zij aantonen dat er een bijzonder Romeins gebouw heeft gestaan. Het gebied bij Munsel was reeds in de eerste eeuw na Christus bewoond (Kortlang, 1987). Vlakbij, op de akkers bij Selissen, zijn ook enkele vondsten uit de Romeinse tijd gedaan (Kortlang, 1987). Aan de Dommel in de Rechterstraat in Boxtel zijn in 1967 enkele houten balken gevonden die geïnterperteerd werden als een “veenweg”. Het hout is niet gedateerd. Omdat in de wijde omgeving ook wel Romeinse vondsten gedaan zijn, heeft men deze houten knuppelweg in de Romeinse tijd gedateerd. Dergelijke knuppelwegen bij Esch en in Eindhoven werden echter als Middeleeuws gedateerd, bij Riel echter in de Late Bronstijd tot Midden-Ijzertijd. (Coenen, 2004, Kakebeeke, 1953, Archis wngnrs. 41103 en 37051; Drenth en Roymans, 2004.). Nabij Liempde, op de Hezelaarsche Akkers en op de Kerkakkers zijn enkele voorwerpen uit de Romeinse tijd gevonden (Kortlang, 1987). Nét buiten gemeente Boxtel zijn er vele Romeinse vondsten gedaan. Op de Berg ten zuiden van Olland werd in 1968 een vierkante Romeinse waterput opgegraven met daarin vele Romeinse voorwerpen.
Voorts zijn er veel voorwerpen gevonden bij de dorpen Esch, Sint-Michielsgestel, Vught en Sint Oedenrode, aan beide zijden van de Dommel (Kortlang, 1987). Vrijwel alle zandruggen langs de Dommel waren in de Romeinse tijd bewoond gezien de vondst van de vele nederzettingssporen.
erfgoednota inhoudelijke onderbouwing gemeente Boxtel april 2009
45
DE LEESBARE BIOGRAFIE VAN BOXTEL
3.4.
Locatie en ontwikkeling van nederzettingen vanaf de Vroege Middeleeuwen
3.4.1.
Inleiding Na de Romeinse tijd nam de bewoningsintensiteit af. Vanaf de zevende eeuw ontstonden op de hogere delen van de dekzandruggen weer nederzettingen (Barends et.al., 2000). Ook in de Merovingische en Karolingische tijd woonde men op de hogere delen. Zowel schriftelijke bronnen als archeologische vondsten geven aan dat er in deze periode in de regio Boxtel bewoning is geweest. Een belangrijke schriftelijke bron wordt gevormd door de cijns- en leenboeken van de abdij van Echternach (Coenen, 2004). Vindplaatsen van Vroeg Middeleeuws materiaal zijn vooral de akkers bij Tongeren en de akkers rond Liempde. De nederzettingen uit de vroege middeleeuwen lagen boven op dekzandruggen. De sporen ervan bleven bewaard onder de later gevormde esdekken. Bij Tongeren (De Donders) en op de Hezelaarsche Akkers is veel Middeleeuws aardewerk gevonden, op de Vrilkhovense Akker is een Middeleeuwse mantelspeld gevonden. e