CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Water- en Rioleringsplan Sint-Michielsgestel 2026-2030

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 11 december 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Water en rioleringsplan16.194 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor nieuwe stelselontwerpen (HWA-stelsels) hanteren we als ontwerpeis voor de ondergrondse afvoercapaciteit bui 9 met 30 cm waakhoogte (maximale waterpeil in het riool blijft 30 cm onder straatniveau).

❖ Toetsing bovengrondse verwerkingscapaciteit Voor bestaande bebouwing brengen we via een periodieke klimaatstresstest de kwetsbare gebieden in beeld. In gebieden waar de wateroverlast in de praktijk wordt herkend treffen we maatregelen om de kans op waterschade te beperken. Bij nieuwbouwprojecten toetsen we de bovengrondse verwerkingscapaciteit aan een bui van 70 mm in één uur. Aandachtspunt is het voorkomen van afwenteling van afstromend regenwater van hoger gelegen gebied naar lager gelegen gebied.

4 Strategie

5 Maatregelenpakket

6 Middelen

Om de kans op toekomstige grondwateroverlast te beperken doorlopen we samen met Waterschap de Dommel en waterschap Aa en Maas bij planologische wijzigingen een watertoets procedure. Hierbij beoordelen wij de waterhuishoudkundige randvoorwaarden en effecten van nieuwe ontwikkelingen, onder andere op basis van het nog aan te leggen grondwatermeetnet. Bij nieuwbouw adviseren we de ontwateringsdiepten uit tabel 3. Voor deze ontwateringsdiepten geldt een inspanningsplicht, geen resultaatsverplichting. Met andere woorden: als gemeente kunnen we niet verantwoordelijk worden gesteld voor het handhaven van de genoemde waarden.

❖ Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) In het kader van dit WRP gaan we aan de slag met een verdiepend inzicht in de klimaatbestendigheid van onze gemeente. We investeren eerst in betrouwbare modelberekeningen en het uitvoeren van grondwatermetingen (opstellen SSW) en benutten de komende periode om met het te verkrijgen inzicht een concreet pakket aan klimaatadaptatiemaatregelen in de openbare ruimte op te stellen.

4.3 GRONDWATER Te hoge grondwaterstanden kunnen leiden tot natte kruipruimten en optrekkend vocht in de woning. Dit kan gezondheidsschade tot gevolg hebben. De verantwoordelijkheid voor de staat van zijn gebouw(en) en terrein ligt primair bij de eigenaar. De afgelopen jaren hebben we echter ook te maken gehad met langdurige perioden van droogte. Hierdoor kan schade ontstaan aan funderingen en gebouwen, aan groenvoorzieningen en mogelijk ook aan infrastructuur. Daarnaast zijn tijdens perioden van droogte aanvullende middelen nodig voor het bewateren van de beplanting. Ook neemt de kans op schade aan de natuur en het risico op waterkwaliteitsproblemen toe.

26

Tabel 3: Geadviseerde minimale ontwateringsdiepten bij nieuwbouw

Functie

Woningen Hoofdwegen Secundaire wegen en woonstraten

Minimaal benodigde ontwatering (meter ten opzichte van gemiddeld hoogste grondwaterstand) 0,7 1,0 0,7

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

1 Inleiding

2 Beeld van de huidige situatie

3 Visie en ambitie

Overtollig grondwater dient (bij voorkeur) separaat van het stedelijke afvalwater te worden verwerkt in het openbaar gebied. De lozing van drainagewater op de vuilwaterriolering en gemengde riolering is niet gewenst.

❖ Beperken van grondwateroverlast Doelmatige maatregelen in openbaar gebied voeren we alleen uit als er sprake is van structureel nadelige gevolgen en het geen taak van provincie of waterschap betreft. Maatregelen op particulier terrein en aansluiting op de hoofddrainage zijn altijd voor rekening van de perceeleigenaar. De termen structureel, nadelig en doelmatig hebben we als volgt gedefinieerd:

•

Structureel: situatie waarbij de minimaal benodigde ontwateringsdiepte regelmatig wordt overschreden. Voor nieuwbouwgebieden gelden daarbij de ontwateringsdiepten uit tabel 3. Bestaande gebieden beoordelen wij afzonderlijk, omdat destijds nog geen ontwateringsdiepten waren geformuleerd. In alle gevallen betreft het een omstandigheid die voor een langere termijn geldt en geen incidentele situatie die bijvoorbeeld kan optreden na extreme neerslag. In dergelijke gevallen laat de wet een normaal maatschappelijk risico bij de perceeleigenaar.

•

Nadelige gevolgen: als in verblijfruimten omstandigheden optreden die tot volksgezondheidsproblemen en/of economische schade leiden. De verblijfruimten dienen daarbij te voldoen aan de bouwregelgeving.

•

Doelmatig: Factoren als de omvang en de duur van de overlast, het aantal getroffen percelen, de functie en de hydrologische toestand van het betrokken gebied, de financiële implicaties en de verschillende mogelijke oplossingen om grondwateroverlast tegen te gaan kunnen een rol spelen bij de vraag of maatregelen doelmatig zijn.

Drainage leggen we alleen aan wanneer onderzoek aantoont dat dit een doelmatige maatregel is. In bestaand gebied combineren we de aanleg van drainage met andere ingrepen in de ondergrondse ruimte, zoals rioolvervanging.

27

4 Strategie

5 Maatregelenpakket

6 Middelen

❖ Bronneringen en bemalingen Voor de lozing van overtollig grondwater is de ‘voorkeursvolgorde voor afvoer van bronneringswater’ van toepassing: 1. Retourbemaling naar hetzelfde watervoerend pakket 2. Lozen in de bodem (dat wil zeggen in een ander watervoerend pakket) 3. Lozen op oppervlaktewater (eventueel via een hemelwaterriool) 4. Lozen op het vuilwaterriool Bij het hanteren van bovenstaande voorkeursvolgorde staat doelmatigheid in alle gevallen voorop. Alleen als het niet anders kan is lozing op het riool een laatste optie.

❖ Beperken van droogteschade Bij het droogtebestendig (her)inrichten van de bebouwde omgeving zijn naast de gemeente Sint-Michielsgestel meerdere partijen betrokken. Denk hierbij aan particuliere grondeigenaren, Waterschap De Dommel, Waterschap Aa en Maas, Provincie Noord-Brabant, het drinkwaterbedrijf Brabant Water, maar ook bijvoorbeeld natuurverenigingen, agrariërs en industrie. Vanuit de rioleringszorg proberen we het (regen)water in hoger gelegen gebieden, waar mogelijk, zo min mogelijk af te voeren en zoveel mogelijk vast te houden. Op deze wijze dragen we bij aan het beperken van droogteschade. Daar waar het kan en doelmatig is gaan we uit van een gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) van 20-30 cm. Dit koppelen we aan de afkoppelkaart. Met het nog op te richten grondwatermeetnet kunnen we anticiperen op eventuele, te verwachten, overschrijdingen.

❖ Meldingen en praktijkmetingen Als gemeente zijn we het eerste aanspreekpunt bij meldingen over grondwaterover- of -onderlast. Samen met het waterschap beoordelen we de verantwoordelijkheid en de

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

1 Inleiding

2 Beeld van de huidige situatie

3 Visie en ambitie

ernst en omvang door onder andere gebruik te maken van praktijkmetingen en lokale gebiedskennis. We sluiten ons aan bij een regionaal initiatief om een grondwatermeetnet op te zetten om daarmee een vinger aan de pols te houden.

4.4 OPPERVLAKTEWATER Waterschap De Dommel en waterschap Aa en Maas zijn verantwoordelijk voor (voldoende) schoon oppervlaktewater. Als gemeente dragen we daaraan bij via goed rioleringsbeheer. Het rioolstelsel is voorzien van lozingspunten op het oppervlaktewater. Deze noemen we riooloverstorten. Tijdens langdurige of zeer hevige neerslag treden de lozingspunten in werking om (afval)water op straat te voorkomen. Hierdoor komt er met hemelwater verdund afvalwater in het milieu terecht. Dit willen we zo veel als mogelijk voorkomen, ook vanuit ecologie. In het verleden hebben we geïnvesteerd in het terugdringen van de vuiluitworp uit het rioolstelsel. De emissiegerichte aanpak bestaande uit onder andere de aanleg van bergbezinkvoorzieningen, afkoppelen van verhard oppervlak, optimalisatie van de riolering, sturing van gemalen en monitoren van het systeem, zetten we door. Maatregelen om eventuele structurele knelpunten op te lossen bepalen we op basis van een doelmatigheidsafweging. Samen met Waterschap De Dommel en Waterschap Aa en Maas wegen we af, of we dit het beste bron-, systeem- of effectgericht kunnen doen. Het afkoppelen van verhard oppervlak en het aanbrengen van hemelwaterberging (klimaatadaptatie) draagt positief bij aan het verder terugdringen van de vuilemissie.

❖ Beheer en onderhoud Voor gezond en beleefbaar oppervlaktewater werken we doelmatig samen met de beheerders van het oppervlaktewater, de oevers en de openbare ruimte. Het beleid van de waterschappen is vastgelegd in de regionale waterbeheerplannen. De watergangen die niet in de legger zijn opgenomen (anders dan A—watergangen) en die

28

4 Strategie

5 Maatregelenpakket

6 Middelen

in openbaar gebied zijn gelegen (en daarmee dus niet in handen van particulieren of andere partijen zoals Rijkswaterstaat, provincie, ProRail, Natuurmonumenten zijn) vallen onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid. We streven ernaar dat niet alle resterende open ruimte opgevuld wordt met stedelijke uitbreiding, maar dat er ook ruimte beschikbaar blijft om een klimaatrobuust watersysteem te maken en te behouden. De onderzoeken en stresstesten die wij uitvoeren geven ons ook handvatten voor de omgang met water op de grens tussen stedelijk gebied en landelijk gebied. In die grensgebieden beschikken we ook nu al over bewuste overstromingsgebieden en een meet- en signaleringssysteem voor (ongewenste) overstortingen. Deze onderzoeks- en afwegingsinspanningen blijven we in de aankomende periode voortzetten, in nauw overleg met de waterschappen.

4.5 DRINKWATER We beschermen via provinciale regelgeving het diepe grondwater en oppervlaktewater zodat het geschikt blijft voor toekomstige drinkwaterwinning. Hier dragen we gezamenlijk zorg voor met provincie Noord-Brabant, Waterschap De Dommel, Waterschap Aa en Maas en onze buurgemeenten. Drinkwaterbesparing nemen we mee in onze communicatie.

4.6 BODEM Een vitale bodem is belangrijk vanwege onder andere de draagfunctie, de sponswerking en biodiversiteit. Een goede bodem beschermt tegen verzakking en voorkomt bodemdaling. Naast de sponswerking heeft een vitale bodem ook een infiltrerende en zuiverende functie voor afstromend (vervuild) regenwater en is deze beter geschikt om vocht vast te houden ten gunste van het groen. Met het infiltreren van afgekoppeld hemelwater in de bodem introduceren we een mogelijk risico op bodemverontreiniging. We willen een vinger aan de pols houden door de toplaag van hemelwateropvangvoorzieningen om de 10-15 jaar te bemonsteren.

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

1 Inleiding

2 Beeld van de huidige situatie

3 Visie en ambitie

Het Waterbeheerplan (WBP) 2022-2027 van Waterschap de Dommel zet koers naar een toekomstbestendige waterhuishouding in 2050. Daartoe zijn nu structurerende keuzes nodig over ons watersysteem. Het waterschap heeft daarom het “handelingsperspectief voor de watertransitie” opgesteld. Deze nota bevat doelen en handelingsperspectieven voor de omgang met water in de zogenoemde hoge koppen, flanken en beekdalen. De strekking van de doelen is als volgt: Hoge koppen: structurele aanvulling van de grondwatervoorraad

• • •

Al het water infiltreert Onttrekkingen niet meer vanzelfsprekend en worden heroverwegen Wat schoon is moet schoon blijven (voorkomen van uitspoeling)

Flanken: aan- en afvoer meer in balans bij een hoger grondwaterpeil

• •

Stijgende grondwaterpeilen en minder beregening nodig Grondwaterstanden en duurzaam grondgebruik zijn op elkaar afgestemd en worden vastgelegd

Beekdalen: voldoende ruimte om pieken op te vangen en geen verdrogende werking op de omgeving

•

Systeemherstel: het wordt natter (hogere grondwaterstand), water krijgt meer ruimte (inundatie) en beken blijven stromen

• • •

De functie van het beekdal is leidend Voorkomen van uitspoeling Geen technische bescherming meer voor nieuwe ontwikkelingen

Het Waterbeheerplan (WBP) 2022-2027 van Waterschap Aa en Maas zet koers naar een “de stad als spons”.

29

4 Strategie

5 Maatregelenpakket

6 Middelen

Vanuit ons uitgangsprincipe hydrologisch neutraal ontwikkelen dragen we bij aan de beoogde watertransitie. We verkennen de komende periode, samen met de waterschappen, hoe we een bijdrage kunnen leveren aan de grondwaterbalans

4.7 PROFESSIONEEL BEHEER We benutten rioolververbetering voor het pakken van kansen om een bijdrage te leveren aan bredere gemeentelijke opgaven. Hiertoe stellen we ons leidend op als de restlevensduur van de riolering op basis van de toestand minder dan 5 (overeenkomstig de planperiode) jaar bedraagt. We stellen een goed onderbouwde programmering voor rioolverbetering op voor een periode van tien jaar met een clusterindeling, waarbij we sturen op werk met werk maken (eerste vijf jaar vast, tweede vijf jaar flexibel, daarna indicatief). Voor riolering met een restlevensduur van meer dan 10 jaar waar dus vanuit de kwaliteit gezien geen opgave is en die niet binnen een cluster vallen, stellen we ons volgend op. Waar doelmatig koppelen we mee met andere projecten in de openbare ruimte. Voor riolering met een restlevensduur van meer dan 20 jaar zien we vanuit kwaliteit geen opgave. Bij herinrichtingsprojecten gaan we niet automatisch mee. Dit zou tot een te groot kapitaalverlies leiden. Binnen de clusters wordt door middel van inspectie bepaald waar we gaan vervangen, relinen en/of afkoppelen. Onderdeel van onze ambitie is het beheer en onderhoud van water en riolering meer planmatig in te richten en de benodigde gegevens en informatie te verzamelen en te uniformeren. Communicatie, innovatie en samenwerken horen daar ook bij.

❖ Beheerstrategie Om blijvend invulling te kunnen geven aan de wettelijke watertaken zorgen we dat we de gegevens volledig maken en op het gewenste kwaliteitsniveau brengen en houden. Zo verbeteren we onze basis voor professioneel beheer. De levensduur van de riolering willen we zover mogelijk oprekken om kosten te besparen en mee te kunnen koppelen met andere ingrepen in de openbare ruimte. Hiervoor voeren we een restlevensduuranalyse uit. Met deze analyse hebben we waardevolle input voor onze

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

1 Inleiding

2 Beeld van de huidige situatie

3 Visie en ambitie

4 Strategie

vervangings-/verbeteringsstrategie en wijkgericht werken. Voor een zo doelmatig mogelijke werking van het rioolstelsel werken we samen met onze partners in de waterketen. 3.

Klein onderhoud Onder klein onderhoud verstaan we reguliere onderhoudsactiviteiten met een kort-cyclisch karakter, zoals reinigen en repareren van kolken, gemalen en riolen. De onderhoudsmaatregelen zijn erop gericht om het systeem te laten functioneren volgens een afgesproken serviceniveau.

4.

Correctief onderhoud Soms is onvoorzien onderhoud nodig, bijvoorbeeld bij een calamiteit. De kans hierop proberen we zoveel als mogelijk te beperken door een gedegen uitvoering van het beheer en onderhoud.

Om het stedelijke watersysteem goed te laten functioneren voeren we onderhoud uit. Voorbeelden hiervan zijn het reinigen van riolen, kolken, gemalen en het uitvoeren van reparaties. De huidige aanpak van het onderhoud van de verschillende rioleringsobjecten blijft gehandhaafd, volgens een vaste frequentie.

1.

2.

30

Vervanging/relining Vervangingsmaatregelen, zoals slopen en vervangen van het bestaande rioolstelsel. Dit combineren we met verbetermaatregelen zoals afkoppelen van verhard oppervlak om ‘werk-met-werk’ te maken en eventuele hinder tot een minimum te beperken. Om kosten te besparen passen we ook relining toe. Bij relining wordt de bestaande rioolbuis van binnenuit verstevigd door middel van een zogenoemde kous of schaaldelen wat de levensduur verlengt. Binnen de clusters bepalen wij door middel van inspectie waar we gaan vervangen, relinen of afkoppelen. De voorkeur gaat uit naar vervanging op basis van kwaliteit in plaats van leeftijd. Grofweg maken we voor 25% gebruik van relining, in 50% van de gevallen koppelen we af en 25% is reguliere vervanging. In hoeverre aparte hemelwaterriolering wordt aangelegd is maatwerk. Groot onderhoud/renovaties Onder groot onderhoud verstaan we preventieve maatregelen, zijnde geen rioolvervanging. Het zijn maatregelen om het rioolstelsel in goede staat te houden of te brengen en de kans op schade te beperken. Waar doelmatig

6 Middelen

differentiëren we het groot onderhoud op basis van risico’s, meldingen, waarnemingen, metingen en/of omgevingsfactoren.

❖ Riolering

We onderscheiden vier typen beheer- en onderhoudsmaatregelen voor riolering:

5 Maatregelenpakket

Waar mogelijk en doelmatig stemmen wij onder- en bovengrondse maatregelen in de openbare ruimte integraal op elkaar af (integrale afstemming met weg- en groenbeheer en ruimtelijke ordening). Gebieden met structurele knelpunten geven we een hoge prioriteit. In minder urgente gebieden rekken we, om mee te kunnen liften met andere werkzaamheden in de openbare ruimte.

❖ Gegevensbeheer De beheerpakketten van de verschillende disciplines moeten goed toegankelijk en gebruiksvriendelijk zijn zodat dit bijdraagt aan onze integrale werkwijze. De beheergegevens moeten actueel, betrouwbaar, compleet, nauwkeurig, consistent en toegankelijk zijn.

❖ Innovatie/circulariteit In dit WRP hebben we financiële ruimte opgenomen voor het uitvoeren van pilots/onderzoek. Bij de vervanging en aanleg van nieuwe riolering gebruiken we materialen met een lange levensduur en waar mogelijk hergebruiken we vrijkomende materialen.

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

1 Inleiding

2 Beeld van de huidige situatie

3 Visie en ambitie

Bij vervanging van systemen nemen we het aspect duurzaamheid mee. We houden wel voldoende vrijheid om, indien nodig, tempo te kunnen maken en streven naar de toepassing van bewezen technieken. We zijn terughoudend in hergebruik, met name voor het drinkwaterstelsel. Voor restwater heeft Waterschap de Dommel ‘de WaterBank’ ontwikkeld. Dit is een verbindingsplatform waar bruikbaar restwater door publieke en private partijen gezamenlijk opgeslagen en hergebruikt kan worden, bijvoorbeeld voor bluswater of koelwater.

❖ Communicatie en stimulering In onze communicatie richting inwoners en ondernemers richten we ons met name op hetgeen particulieren van de overheid mogen verwachten en andersom. We houden de komende periode de stimuleringsregelingen van beide waterschappen tegen het licht en passen onze bijdrageregeling zonodig aan. We benutten de bestaande contactmomenten zoals vergunning- en subsidieaanvragen, uitvoeringsprojecten en de gemeentelijke website om informatie te delen.

❖ Samenwerken Voor water(keten)beheer blijven we de samenwerking met het waterschap opzoeken, met behoud van ieders eigen verantwoordelijkheid. Wij blijven structureel in overleg en stemmen de werkzaamheden af. Ook blijven we zitting nemen in werkeenheid De Meijerij en werken we o.a. samen met de provincie, ODBN, Brabanrt Water en de waterschappen op het gebied van water.

31

4 Strategie

5 Maatregelenpakket

6 Middelen

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

1 Inleiding

2 Beeld van de huidige situatie

5

3 Visie en ambitie

MAATREGELENPAKKET

In dit hoofdstuk leggen we uit welke activiteiten en maatregelen we als gemeente Sint-Michielsgestel de komende jaren gaan uitvoeren. We doen dit om te voldoen aan de wettelijke watertaken en om onze doelen uit het Water- en Rioleringsplan (WRP) te halen. We gaan onder andere onderhoud uitvoeren aan water en riolering, geld reserveren voor het maken van plannen en onderzoek en werken met regelingen zoals het afkoppelprogramma, zodat regenwater niet in het riool komt. We verdelen onze activiteiten in vier groepen: • Planvorming en onderzoek: plannen maken en onderzoeken uitvoeren. • Beheer en onderhoud: zorgen dat alles goed blijft werken. • Vervangings- en verbetermaatregelen: oude onderdelen vervangen en verbeteren. • Facilitair en overig: andere ondersteunende taken. We rapporteren in dit hoofdstuk de kosten vanaf 2026 t/m 2030, waarbij alle bedragen zijn uitgedrukt in prijspeil 2025.

32

4 Strategie

5 Maatregelenpakket

6 Middelen

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

1 Inleiding

2 Beeld van de huidige situatie

3 Visie en ambitie

4 Strategie

5.1 PLANVORMING EN ONDERZOEK

Tabel 4: Budgetverdeling planvorming en onderzoek 2026-2030 (bedragen op vast

2027

2028

2029

2030

€ 25.000

€ 21.000

€ 16.000

€ 21.000

In de komende periode hebben we een jaarlijks budget voor het in stand houden en goed laten functioneren van ons water en rioleringssysteem. We hebben onder meer budget gereserveerd voor onderhoud van het riool en het op te richten grondwatermeetnet, het reinigen en inspecteren van kolken en gemalen en het onderhoud van wadi’s. De komende periode hebben we voor het reinigen en inspecteren van kolken en gemalen en reparaties buiten de jaarschijven extra budget opgenomen. Naast de structurele onderhouds- en inspectietaken, hebben we een aantal nieuwe posten opgenomen voor de komende periode. De posten onderhoud duikers en sloten, onderhoud IBA, bijdrage vegen en eventuele calamiteiten met de persleiding zijn toegevoegd ten opzichte van het vGRP. Tabel 5 geeft een overzicht van de budgetverdeling.

€ 90.000

€ 90.000

€ 90.000

€ 90.000

Tabel 5: Budgetverdeling onderhoudsactiviteiten 2026-2030 (bedragen op vast

€ 115.000

€ 111.000

€ 106.000

€ 111.000

prijspeil 2025, exclusief indexatie) Activiteit

Jaarlijks budget

Onderhoud grondwatermeetnet

€ 17.000

Onderhoud riolering

€ 120.000

Onderhoud hoofd- en drukgemalen

€ 10.000

Reiniging en inspectie van kolken en gemalen

€ 360.000

Rioolreparaties buiten de jaarschijven

€ 100.000

Onderhoud wadi’s

€ 45.000

Calamiteiten persleiding

€ 20.000

Onderhoud IBA’s

€ 10.000

Onderhoud duikers en sloten

€ 161.000

Bijdrage vegen (vanaf 2026)

€ 45.000

TOTAAL

€ 888.000

In het kader van planvorming gaan we de komende periode o.a. werken aan: ▪ Het herijken van dit WRP ▪ Bijdrage voor de risicodialogen ▪ Actualisatie van het kostendekkingsplan voor het WRP De komende periode hebben we jaarlijks budget gereserveerd voor diverse onderzoeken. Een van onze prioriteiten is het opstellen van een Stedelijk Systeem Water (SSW). Ook voeren we een analyse van de grondwaterdata uit om een kaart te maken van de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) en reserveren we een budget voor onderzoekskosten. In het kader van onderzoek gaan we de komende periode o.a. werken aan: ▪ Opstellen SSW ▪ Analyse grondwaterdata voor GHG kaart

33

6 Middelen

5.2 ONDERHOUD

Planvorming is een belangrijk onderdeel voor doelmatig rioleringsbeheer. Voor het behouden en verkrijgen van inzichten in de toestand en het functioneren van het rioleringssysteem is onderzoek noodzakelijk. In het WRP is daarom structureel een jaarlijks budget gereserveerd om zowel het onderzoek als de planvorming uit te voeren. Tabel 4 toont de jaarlijkse budgetten. Daarnaast leveren we tot en met 2027 jaarlijks een financiële bijdrage voor de regiosamenwerking De Meierij. Met deze samenwerking pakken we als regio gezamenlijk onderzoeken en activiteiten op.

prijspeil 2025, exclusief indexatie) Activiteit 2026 € 25.000 Planvorming € 90.000 Onderzoek € 115.000 TOTAAL

5 Maatregelenpakket

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

1 Inleiding

2 Beeld van de huidige situatie

3 Visie en ambitie

4 Strategie

5.3 VERVANGING- EN VERBETERINGSMAATREGELEN

Tabel 6: Budgetverdeling vervangings- en verbeteringsmaatregelen 2026-2030

Vrijvervalriolering

€ 1.786.000

€ 1.786.000

Gemalen (E/M) Drukriolering (E/M) Randvoorzieningen (EM)

€ 186.000

€ 205.000

€ 400.000

€ 400.000

€ 1.786.000

2029

2030

€ 1.786.000

€ 1.786.000

€102.000

€ 151.000

€ 146.000

€101.000

€ 400.000

€ 79.000

€ 67.500

Randvoorzieningen (BK) Aanpassen riool t.b.v. camping Hoge Heide

€ 65.000

Grondwatermeetnet

€ 50.000

IBA’s Persleidingen

€ 510.000

Voor een goed functioneren, beheren en onderhouden van het rioleringssysteem zijn materialen, diensten en activiteiten nodig. De budgetverdeling hiervoor is opgenomen in tabel 7. In de huidige budget verdeling is de stimuleringsregeling particulier afkoppelen nog opgenomen voor 2026. Hierna loopt de regeling af en verdwijnt deze post uit het budget. Daarentegen is er nieuwe post toegevoegd. In de komende periode richten we ons op het ordenen en actualiseren van relevante data onder de post ‘data op orde’. Dankzij 'Met elkaar voor Mekaar' wordt er al goed gebruik gemaakt van de regeling. Deze is verlengd en gaan we wijzigen (subsidie Groen en Water). Tabel 7: Budgetverdeling facilitair/overig 2026-2030 (bedragen op vast prijspeil 2025,

exclusief indexatie) Activiteit Stimuleringsbijdrage afkoppelen Advocaat en proceskosten schadevergoeding Klic-Wion service Inhuur personeel begroot Data op orde Verbindingen vast internet Telefoonkosten Bijdrage RIONED Energielasten Overige Kosten automatisering

TOTAAL

TOTAAL

34

€ 246.000 € 3.076.000

€2.637.000

€2.186.000

6 Middelen

5.4 FACILITAIR/OVERIG

De vervangings- en verbeteringsmaatregelen zijn gericht op het in stand houden en optimaliseren van het functioneren van het systeem. Het moment van vervangen baseren we op de inspectieresultaten en/of optredende problemen en stemmen we af met andere werkzaamheden in de openbare ruimte. In 2026 werken we ook door aan twee verbeteringsmaatregelen vanuit het vorige vGRP ‘Aanpassen riool t.b.v. camping Hoge Heide’ en ‘Grondwatermeetnet’. De vervangings- en verbetermaatregelen zijn opgenomen in tabel 6.

(bedragen op vast prijspeil 2025, exclusief indexatie) Activiteit 2026 2027 2028

5 Maatregelenpakket

€ 2.034.000

€2.105.500

Jaarlijks budget In 2026 Vanaf 2027 € 100.000 € 5.000 € 6.000 € 17.000 € 50.000 € 3.000 € 6.100 € 4.500 € 200.000 € 6.000 € 398.000

€ 5.000 € 6.000 € 17.000 € 50.000 € 3.000 € 6.100 € 4.500 € 200.000 € 6.000 € 298.000

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

1 Inleiding

2 Beeld van de huidige situatie

6

3 Visie en ambitie

MIDDELEN

Voor het beheer van het water- en rioolsysteem in Sint-Michielsgestel hebben we goede mensen nodig met de juiste kennis. We moeten ook genoeg geld hebben om alles goed te regelen. De komende jaren geven we hier bijna € 2,4 miljoen per jaar aan uit. Dit geld komt van bewoners en ondernemers, via de riool- en waterzorgheffing. In dit hoofdstuk vertellen we hoeveel mensen en geld we nodig hebben om het riool goed te beheren.

35

4 Strategie

5 Maatregelenpakket

6 Middelen

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

1 Inleiding

2 Beeld van de huidige situatie

3 Visie en ambitie

4 Strategie

6.1 PERSONELE MIDDELEN De

veroudering

van

de

riolering,

meer

extreme

weersomstandigheden,

de

de nodige in- en uitbreidingen vragen om een bredere personele bezetting. De huidige formatie sluit niet aan bij de groeiende opgave. Ook wordt steeds meer gevraagd van de medewerkers. Uitbreiding van de personele capaciteit is noodzakelijk. Op basis van de benchmark riolering en een onderzoek van Berenschot is berekend dat

4 FTE in 2026 nodig is voor MGD als geheel. De impact van de KRW-impuls nog niet bekend. De acties/maatregelen die hieruit voortkomen zullen naar verwachting extra personele capaciteit vragen.

In de financiële doorrekening is een groei in de loonkosten en overhead meegenomen voor 4 FTE in 2026 voor MGD als geheel, waarvan 44% voor Sint-Michielsgestel (en 56% voor Boxtel). Tabel 8 schetst de loonkosten en overhead in de planperiode. Voor de uitbreiding van de formatie is de volgende extra personele capaciteit beoogd: Beleidsmedewerker / Cluster coördinator Adviseur Beheerder Technisch medewerker

Tabel 8: Loonkosten en overhead in de periode 2026 t/m 2030 (bedragen op vast prijspeil 2025, exclusief indexatie) 2026 € 735.600

Loonkosten Overhead TOTAAL

36

2027 € 580.000

6 Middelen

6.2 FINANCIËLE MIDDELEN

energietransitie met nieuwe kabels en leidingen in de grond, verdere verduurzaming, en

• • • •

5 Maatregelenpakket

2028 € 580.000

2029 € 580.000

€ 73.600

€ 58.000

€ 58.000

€ 58.000

€ 809.200

€ 638.000

€ 638.000

€ 638.000

2030

Uitgangspunten Om tot een kostendekkend tarief te komen, maken we een financiële doorrekening van de riool- en waterzorgheffing over de gemiddelde levensduur van de riolering. Hierbij hebben we de volgende uitgangspunten gehanteerd:

Riool- en waterzorgheffing ▪ Het tarief voor de riool- en waterzorgheffing bedraagt in 2025 € 167,79. Dit betreft een vast bedrag van €120,- voor alle eenheden, plus een gemiddeld verbruik binnen de gemeente maal €0,37 per m3 verbruikt water. ▪ De riool- en waterzorgheffing mag op begrotingsbasis maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b). ▪ Reserveren voor toekomstige vervangingsinvesteringen - door dotaties aan de reserves en/of (spaar)voorziening is – toegestaan. Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan. ▪ De opbrengsten van de riool- en waterzorgheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de waterhuishouding.

Heffingseenheden ▪ Het aantal (equivalente) heffingseenheden bedraagt per 1 januari 2025: 12.380. Dit aantal eenheden is berekend op basis van de totale begrootte opbrengsten uit riool- en waterzorgheffing in 2025 en het bovengenoemde tarief in 2025. ▪ Uitgaande van de gemiddelde woningbouw, stijgt dit aantal met 1089 eenheden (109 per jaar) tot 13.469 eenheden in 2035. Daarna blijft het aantal heffingseenheden in deze kostendekkingsberekening gelijk.

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

1 Inleiding

2 Beeld van de huidige situatie

3 Visie en ambitie

4 Strategie

6 Middelen

Rente en inflatie

Investeringen

▪ De rente op nieuwe investeringen en boekwaarden bedraagt 1,43% in 2025 en 1,56% vanaf 2026. Deze rente wordt voor het eerst doorbelast halverwege het jaar van de investering. ▪ We rekenen geen rente toe op positieve saldi van reserves of voorzieningen. ▪ Aanname in de kostendekkingsberekening is dat er 2,90% indexatie plaatsvindt per jaar van de uitgaven, saldo’s op voorzieningen en de boekwaarde (als gevolg van inflatie). Bij de aanpassing van de begroting wordt de werkelijke inflatie gebruikt. ▪ De rekenresultaten in dit rapport zijn gepresenteerd op vast prijspeil, exclusief indexatie. Als gevolg van inflatie dient de riool- en waterzorgheffing jaarlijks te worden geïndexeerd.

▪ De investeringen zijn gebaseerd op basis van de aanleg- en renovatie jaren vanuit het beheerbestand en standaard levensduren (cyclische investeringen). ▪ De onderliggende kostenkengetallen komen uit de Kennisbank Stedelijk Water van Stichting RIONED. De kostenkengetallen van de Kennisbank (2021) zijn met 7,54% per jaar geïndexeerd om ze op prijspeil 2025 te brengen. ▪ We hanteren de volgende technische levensduren: – Vrijvervalriolering, gemalen bouwkundig, en randvoorzieningen bouwkundig: 70 jaar – Persleidingen en drukriolering bouwkundig: 60 jaar – Gemalen en pompen randvoorzieningen: 15 jaar. – Pompen drukriolering en IBA’s: 20 jaar. – Drainage: 40 jaar ▪ In het geval van activeren, vindt de afschrijving lineair plaats, startend aan het begin van het jaar volgend op de investering. Fiscale afschrijvingstermijnen zijn gelijk aan bovengenoemde technische levensduren, met uitzondering van: – Gemalen bouwkundig: 50 jaar. – Persleidingen en drukriolering bouwkundig: 40 jaar. – Randvoorzieningen bouwkundig: 60 jaar.

BTW ▪ Jaarlijks belasten we 21% BTW door aan de riool- en waterzorgheffing, op basis van directe exploitatiekosten en investeringen.

Voorzieningen ▪ Het saldo van de Tariefsegalisatievoorziening (BBV 44.2) bedraagt per 1 januari 2025: € 9.723.662. ▪ Het saldo van de voorzieningen mag gedurende de gehele beschouwde periode (70 jaar) niet negatief zijn. ▪ Het saldo in de voorziening wordt binnen 30 jaar benut. ▪ Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening(en) wordt begroot.

Kostendekking In een kostendekkingsplan onderscheiden we twee soorten uitgaven: de exploitatiekosten en investeringsuitgaven: ▪

37

5 Maatregelenpakket

Exploitatiekosten zijn de directe kosten voor activiteiten zoals planvorming, onderzoek, beheer, en facilitaire zaken. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het boekjaar waarin deze worden uitgegeven. De onderhoudsactiviteiten betreffen een groot aandeel van de exploitatiekosten. Ook loonkosten en overhead zijn onderdeel van de exploitatiekosten.

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

1 Inleiding

2 Beeld van de huidige situatie

▪

3 Visie en ambitie

Investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld rioolvervanging) en verbeteringsinvesteringen (bijvoorbeeld buisvergroting of afkoppelmaatregelen). Investeringen zijn uitgaven voor zaken die meerdere jaren meegaan en in de gemeente Sint Michielsgestel worden gekapitaliseerd. De jaarlijkse kosten die daaruit voortkomen (kapitaallasten) bestaan uit rente en afschrijvingen.

4 Strategie

5 Maatregelenpakket

6 Middelen

In de aankomende periode (met doorkijk t/m 2094) activeren we alle investeringen. De geactiveerde (rest)investeringen leiden tot een boekwaarde. Uit de boekwaarde volgen kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) voor een bepaalde duur. Het verwachte boekwaardenverloop is weergegeven in figuur 3.

De uitgangspunten, voorziene planmaatregelen en jaarlijkse werkzaamheden leiden tot het uitgavenpatroon in figuur 2. De uitvoering hangt sterk samen met de planning en afstemming met andere boven- en ondergrondse werkzaamheden, de bedrijfsvoering van de gemeentelijke organisatie en de daaraan gekoppelde ambities. Dit zal uiteindelijk van invloed zijn op het werkelijke uitgavenpatroon.

Figuur 3: Verwacht boekwaardenverloop 2025-2094 (prijspeil 2025)

Het uitgavenpatroon in figuur 2 en het boekwaardenverloop uit figuur 3 leiden tot het lastenpatroon zoals in figuur 4. Hierin zijn ook de benodigde totale baten weergegeven.

Figuur 2: Verwacht uitgavenpatroon in de periode 2025 t/m 2094. Bedragen op prijspeil 2025 (exclusief indexatie).

38

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

1 Inleiding

2 Beeld van de huidige situatie

3 Visie en ambitie

Figuur 4: Lastenpatroon versus inkomsten in de periode 2025 t/m 2094. Bedragen op

prijspeil 2025 (exclusief indexatie) De benodigde totale baten zijn in figuur 5 vertaald naar de benodigde riool en waterzorgheffing per eenheid. Tabel 9 geeft de heffingsontwikkeling in de planperiode weer in getallen (exclusief indexatie). De omrekening van totale inkomsten naar heffing per eenheid betreft het basistarief zoals toegelicht in de uitgangspunten. De eerste 8 jaar stijgt het tarief met jaarlijks 6,6%. Vervolgens stijgt het tarief 13 jaar met 0,65%, waarna het dan geldende tarief 7 jaar gehandhaafd kan worden op hetzelfde niveau. Op deze manier wordt het saldo in de egalisatievoorziening binnen 30 jaar benut. Vervolgens stijgt het nog 1 jaar met 4,4%, waarna het de resterende doorgerekende periode gelijk kan blijven.

4 Strategie

5 Maatregelenpakket

6 Middelen

Figuur 5: Verwacht heffingsverloop in de periode 2025 t/m 2094. Bedragen op prijspeil 2025 (exclusief indexatie) Tabel 9: Verwacht heffingsverloop in de planperiode. Bedragen op prijspeil 2025 (exclusief indexatie)

Jaar

2026 2027 2028 2029 2030

Benodigde inkomsten uit riool- en waterzorgheffing € 2.095.591 € 2.253.373 € 2.422.855 € 2.604.893 € 2.800.406

Aantal (equivalente) heffingseenheden 12.489 12.598 12.707 12.816 12.925

Riool- en waterzorgheffing per eenheid

€ 167,79 (+ 6,6%) € 178,86 (+ 6,6%) € 190,67 (+ 6,6%) € 203,25 (+ 6,6%) € 216,67

Ter bevordering van de lastenegalisatie worden verschillen tussen totale baten en lasten verwerkt op de Tariefsegalisatievoorziening Riolering (art. 44.2 BBV). Daarbij is

39

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

1 Inleiding

2 Beeld van de huidige situatie

3 Visie en ambitie

de wettelijke regel in acht genomen dat het saldo in die voorziening in geen enkel jaar negatief mag zijn. Het verloop van de egalisatievoorziening is weergegeven in figuur 6.

4 Strategie

5 Maatregelenpakket

6 Middelen

programmabegroting, het te hanteren indexatiepercentage bepaald. Naast deze indexatie moet tenminste de beleidsmatige wijziging behouden blijven voor een rioolen waterzorgheffing die aansluit bij dit plan. Mochten wijzigingen zoals strengere regelgeving, wijzigingen in financiële uitgangspunten of andere (onvoorziene) ontwikkelingen aan de orde zijn, is het verstandig om het kostendekkingsplan te actualiseren.

Varianten Naast de hierboven uitgewerkte basiskostendekkingsvariant (voorziening binnen 30 jaar benutten) zijn er 2 aanvullende varianten uitgewerkt: 1. Een variant met een stabiele wijziging van de heffing gedurende de planperiode. 2. Een variant waarbij de heffing zo lang mogelijk gelijk wordt gehouden. In figuur 7 is het verloop van het tarief weergegeven voor alle varianten, en in figuur 8 is het saldo van de egalisatievoorziening weergegeven voor alle varianten. Figuur 6: Verwacht saldoverloop van de egalisatievoorziening in de periode 2025 t/m 2094. Bedragen op prijspeil 2025 (exclusief indexatie)

Risico’s Het langjarig verloop van de riool- en waterzorgheffing hebben we berekend op basis de huidige beste inzichten. Bij de interpretatie van de resultaten dient rekening te worden gehouden met de (actuele) onzekerheden die de riool- en waterzorgheffing zullen beïnvloeden. Dat kunnen kostenontwikkelingen zijn, zoals prijsstijging van (bouw)materialen, energiekosten, en toenemende opgaven rondom klimaatadaptatie. Ook andere onvoorziene ontwikkelingen, calamiteiten, strengere regelgeving of bijvoorbeeld wijzigingen in financiële uitgangspunten kunnen het verloop beïnvloeden. Om een kostendekkende riool- en waterzorgheffing te behouden, dient de hier weergegeven riool- en waterzorgheffing telkens te worden geïndexeerd op basis van de optredende inflatie. Jaarlijks wordt, bij het vaststellen van de nieuwe

40

Figuur 7: Verwacht heffingsverloop voor alle varianten in de periode 2025 t/m 2094. Bedragen op prijspeil 2025 (exclusief indexatie)

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

1 Inleiding

2 Beeld van de huidige situatie

3 Visie en ambitie

4 Strategie

Figuur 8: Verwacht saldoverloop van de egalisatievoorziening voor alle varianten in de periode 2025 t/m 2094. Bedragen op prijspeil 2025 (exclusief indexatie)

Het tarief gedurende de planperiode en aan het einde van de doorgerekende periode is voor alle varianten weergegeven in tabel 10. Tabel 10: Verwacht heffingsverloop in de planperiode en aan het einde van de doorgerekende periode voor alle varianten. Bedragen op prijspeil 2025 (exclusief indexatie)

Jaar Basisvariant Planperiode 2026 € 167,79 2027 € 178,86 2028 € 190,67 2029 € 203,25 2030 € 216,67 Einde doorrekening (na 70 jaar) 2094 € 317,76

41

Variant 1

Variant 2

€ 167,79 € 167,79 € 167,79 € 167,79 € 167,79

€ 167,79 € 187,92 € 210,48 € 235,73 € 264,02

€ 316,28

€ 305,05

5 Maatregelenpakket

6 Middelen

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

7

42

BIJLAGEN

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

BIJLAGE A WETTELIJK KADER (WATER EN RIOLERING)

iv. het beheer van watersystemen, voor zover toegedeeld bij omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.18, tweede lid, of bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.20, derde lid, (art. 2.18: als beheer van specifieke provinciale wateren niet aan waterschap, maar aan gemeente is toegewezen, art. 2.20: als beheer van specifieke rijkswateren aan gemeente is toegewezen)

In de Omgevingswet - Artikel 2.16 (gemeentelijke taken voor de fysieke leefomgeving) zijn de wettelijke watertaken van de gemeente opgenomen (cursief is door ons een korte toelichting opgenomen). 1.

Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a.

op het gebied van waterketenbeheer:

het

beheer

van

watersystemen

v. de zuivering van stedelijk afvalwater, in gevallen waarin toepassing is gegeven aan artikel 2.17, derde lid (als met waterschap is overeengekomen dat zuivering door gemeente doelmatiger is, bijvoorbeeld via een IBA)

en

i. de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan, (dit is de zorgplicht hemelwater) ii. het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet op grond van artikel 2.17, 2.18 of 2.19 tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort, (dit is de zorgplicht grondwater) iii. de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, (dit is de zorgplicht stedelijk afvalwater)

43

2.

b.

het behoeden van de staat en werking van openbare wegen, voor zover niet in beheer bij een waterschap, een provincie of het Rijk, voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die wegen,

c.

de beheersing van geluid afkomstig van wegen in beheer bij de gemeente, lokale spoorwegen, voor zover deze niet zijn aangewezen op grond van artikel 2.13a, eerste lid, aanhef en onder b, en industrieterreinen, voor zover deze niet zijn aangewezen op grond van artikel 2.12a, eerste lid.

Op grond van het eerste lid, onder a, onder 3°, wordt stedelijk afvalwater ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringtechnisch werk als dat vrijkomt: a.

op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten als bedoeld in de richtlijn stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

vuilwaterriool, (als een bebouwde kom al boven de drempel van 2000 VE zit moet elk nieuw perceel daarbinnen gerioleerd worden). b.

3.

op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaar vuilwaterriool. (De landelijke afstands- en vervuilingscriteria komen vooralsnog in de bruidsschat terecht en blijven daarmee van kracht tot waterschap en gemeente(n) daar samen een eventuele nieuwe invulling aan geven)

In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt. (Dit biedt de mogelijkheid om alternatieve zuiveringen toe te staan).

Ad 2a. De Europese Commissie wil de richtlijn voor behandeling van stedelijk afvalwater aanscherpen. Naast aangescherpte lozingsregels bestaat het voornemen om gemeenten met 1.000 inwoners te verplichten om water te zuiveren (tegenover 2.000 inwoners nu). Nadere informatie over waterbeleid is te vinden op: www.helpdeskwater.nl www.infomil.nl www.riool.net www.stowa.nl www.wetten.overheid.nl www.samenwerkenaanwater.nl www.ruimtelijkeadaptatie.nl www.omgevingswet.nl www.iplo.nl

44

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

BIJLAGE B TAKEN EN BEVOEGDHEDEN (WATER EN RIOLERING) Bij het uitvoeren van dit WRP hebben we te maken met verschillende taken en bevoegdheden van de diverse waterpartners en nieuwe uitdagingen en ontwikkelingen waar we op willen anticiperen. De zorg en verantwoordelijkheid voor het water is in handen van gemeenten, waterschappen, waterbedrijven, provincie en perceeleigenaren. Iedere partij heeft hierin zijn eigen verplichtingen en bevoegdheden, die zijn vastgelegd in wetgeving of beleid.

45

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

46

Actor

Taken bevoegdheden

Europa

Op 22 december 2000 is de Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. De KRW is een Europese richtlijn, die bedoeld is om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater op goed niveau te krijgen en te houden. In 2027 moeten alle EU-lidstaten voldoen aan de doelen die de Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt. Provincies stellen de ecologische doelen en de begrenzing van de regionale KRW-waterlichamen vast en zijn daarnaast verantwoordelijk voor grondwater. Het beheer van regionale KRW-waterlichamen is in handen van de waterschappen.

Rijk

Het Rijk is verantwoordelijk voor het nationale beleidskader en de strategische doelen en maatregelen voor het waterbeheer in Nederland. Op grond van Europese regelgeving en de nationale Waterwet zijn iedere 6 jaar nationale plannen voor water nodig. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen. Daarnaast zijn het Programma Noordzee, de stroomgebiedbeheerplannen en de overstromingsrisicobeheerplannen onderdeel van het NWP. Hiermee geeft het programma invulling aan de Europese richtlijnen voor water. Volgens Omgevingsbesluit artikel 8.14 dient het Nationaal Waterprogramma elke zes jaar te worden geactualiseerd door het Rijk.

Provincie

De provincie is verantwoordelijk voor de vertaling van het rijksbeleid naar een regionaal beleidskader en voor strategische regionale opgaven. De provincie is opsteller van het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP). Dit is de opvolger van het Provinciaal Milieu en Waterplan. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Waterprogramma (NWP) en de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen. De provincie is tevens bevoegd gezag voor vergunningverlening, het toezicht en handhaving van onderstaande grondwateronttrekkingen en -infiltraties: • Grote industriële onttrekkingen • Grondwateronttrekkingen t.b.v. drinkwaterwinning • Bodemenergiesystemen Ten aanzien van het WRP heeft de provincie een adviserende en toetsende rol. De provincie kan een aanwijzing geven indien er tegenstrijdigheden zijn tussen het WRP en de provinciale plannen. De provincie is opsteller van de Brabantse Omgevingsvisie (2018).

Waterbeheerder

De waterbeheerder is verantwoordelijk voor het operationeel regionaal waterbeheer. De waterbeheerder draagt zorg voor droge voeten (veiligheid), schoon, voldoende en aantrekkelijk water. Conform artikel 3.7 uit de Omgevingswet stelt de waterbeheerder periodiek een Waterbeheerprogramma op, wat rekening houdt met het Regionale Waterprogramma. De waterbeheerder heeft een zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater en is bevoegd gezag voor directe lozingen op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) en (in)directe lozingen op het oppervlaktewater. Voor de regulering van lozingen op de riolering heeft de waterbeheerder een adviserende rol naar gemeenten. De waterbeheerder heeft ook een zorgplicht voor het beheer van regionale wateren en keringen. Handelingen in het oppervlaktewatersysteem reguleren waterschappen via de waterschapsverordening (keur). De waterbeheerder is verantwoordelijk vergunningverlening, toezicht en handhaving van grondwateronttrekkingen en infiltraties binnen het beheergebied (met uitzondering van de drie categorieën waarvoor de provincie verantwoordelijk is). Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen veilig te stellen doorlopen waterschap en gemeente bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de watertoetsprocedure. Ten aanzien van het gemeentelijk Programma Water en Riolering heeft het waterschap een adviserende rol.

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

Actor

Taken bevoegdheden

Drinkwater beheerder

Drinkwaterbedrijven zorgen voor schoon drinkwater. Overheden die (in)direct betrokken zijn bij de bescherming van drinkwater hebben een verantwoordelijkheid voor de invulling van de zorgplicht drinkwater. Deze zorgplicht is opgenomen in de Drinkwaterwet. De zorgplicht drinkwater geldt zowel voor de bescherming van bronnen van drinkwater als voor de infrastructuur. De gemeente heeft drie wettelijke watertaken ten aanzien van stedelijk waterbeheer: • Doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater naar een zuiveringstechnisch werk (Ow art. 2.16) • Doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater dat perceeleigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen verwerken (Ow art. 2.16) • Treffen van doelmatige maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voorwaarde hierbij is dat de maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap/provincie behoren.

Gemeente De gemeente is het loket te voor grondwatervraagstukken binnen haar beheersgebied (Ow art. 2.16). Ook is de gemeente deels bevoegd gezag voor bodemenergiesystemen. Lozingen van (afval)water zijn per doelgroep geregeld via lozingenbesluiten. In de meeste gevallen is de gemeente hiervoor het bevoegd gezag. Bij de verwerking van (afval)water dient de gemeente rekening te houden met de wettelijke voorkeursvolgorde. De uitvoering van de gemeentelijke taken kan effecten hebben op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Hoe gemeenten die plichten vervullen, leggen ze vast in het WRP. Omgevingsdienst

De Omgevingsdienst is een overheidsorganisatie die als primaire taak heeft om vergunningverlening, toezicht en handhaving uit te voeren op milieugebied (VTHmilieutaken).

Regionaal Netwerkorganisatie, die als primaire taak heeft om invulling te geven aan een (meer) doelmatig waterbeheer. Een regionaal samenwerkingsverband bestaat meestal uit samenwerkingsverband vertegenwoordigers van gemeenten, waterschap(pen) en drinkwaterbedrijf/drinkwaterbedrijven

Perceeleigenaar

47

De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de staat van zijn woning en perceel. Dit betekent dat hij zelf verantwoordelijk is voor het op eigen perceel treffen van maatregelen om de waterdichtheid te garanderen en voor de inzameling van stedelijk afvalwater en overtollig hemel- en grondwater. Pas als de perceeleigenaar zich redelijkerwijs niet kan ontdoen van het overtollige hemel- en grondwater, ligt er een taak voor gemeente of waterschap. De perceeleigenaar heeft ook een zorgplicht. Dit betekent dat hij geen handelingen mag verrichten waarvan hij of zij kan verwachten dat deze het doelmatige functioneren van (water)voorzieningen belemmeren.

WATER- EN RIOLERINGSPLAN

Colofon WATER- EN RIOLERINGSPLAN PLANPERIODE 2025-2029 KLANT Gemeente Sint-Michielsgestel AUTEUR Michel Moens PROJECTNUMMER 30223330 ONZE REFERENTIE SJ6S5HD3M5JQ-497373503-4479:01 DATUM 1 oktober 2025 STATUS Concept

Over Arcadis Arcadis is de leidende wereldwijd opererende datagedreven duurzame ontwerp-, advies- en consultancyorganisatie op het gebied van de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij zijn met 36.000 architecten, data-analisten, ingenieurs, projectplanners, water- en duurzaamheidexperts. Onze gedeelde passie is: Improving quality of life. Toewijding aan de strategie ‘accelerating a planet positive future’ onderschrijft onze wereldwijde samenwerking met klanten en hoe we hen helpen met duurzame projectkeuzes. We combineren digitale met mensgerichte innovaties en omarmen toekomstgerichte vaardigheden op het gebied van milieu, energie, water, gebouwen, transport en infrastructuur. We werken vanuit meer dan dertig landen en rapporteerden in 2023 een bruto omzet van 5 miljard euro. www.arcadis.com www.arcadis.com Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Nederland T +31 (0)88 4261 261

Arcadis. Improving quality of life 48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=3e1386d6-2cf9-481b-9ca6-f678d6ba334d