Versnellingsakkoord-stikstofemissiereductie-2021-2030.pdf
Tekst van het document
d.
Van het bedrag uit tabel 4 voor ‘Versterken natuurinclusieve landbouw, agrarisch natuurbeheer en hydrologisch systeemherstel’ (€ 3 miljard) komt op zeer korte termijn € 1 miljard beschikbaar voor natuurinclusieve landbouw in de overgangsgebieden van Natura 2000-gebieden, via stoppers, danwel via uitplaatsing of beëindiging piekbelasters, om daarmee op korte termijn een depositiereductie van 10 mol te realiseren en deze beschikbaar te stellen voor economische ontwikkeling. Hiermee wordt gerealiseerd dat in de overgangsgebieden een snelle start gemaakt kan worden met verbetering van de natuur en tegelijkertijd ontwikkelruimte snel beschikbaar komt.
De genoemde bedragen zijn indicatief wat betreft de verdeling over de drie instrumenten (innovatie, piekbelasters/stoppers en natuurinclusieve landbouw/agrarisch natuurbeheer). De gebiedsprocessen moeten leidend zijn voor de inzet van instrumenten en middelen. Indien een regeling een tekort heeft aan budget, kan dit gedekt worden vanuit een overschot in een andere regeling. De middelen zijn benodigd voor de periode 2021 – 2030. De middelen voor piekbelasters en stoppers dienen snel beschikbaar te zijn.
12
RIVM, Verwacht effect op stikstofdepositie door fiches normeren en beprijzen, 10 maart 2021, maatregelen L12a.
13
Als een deel van de economische ontwikkelruimte gebruikt wordt voor de landbouw, dan kan dit per saldo tot een minder sterke daling van het aantal dieren leiden. 14
Op basis van Ter Haar (Fiches, Annex: beleidsopties, ABDTOPConsult, 2021) p. 35 die aangeeft dat bij een generieke korting van 30% het saldo van opbrengsten minus variabele kosten afneemt met € 1 miljard. Bij 7,5% dus € 250 miljoen. Dit is vermenigvuldigd met een factor 8. Dit is een hoge inschatting i.v.m. het belang dat de benodigde reductie in depositie gehaald wordt. 15
RIVM, Verwacht effect op stikstofdepositie door fiches normeren en beprijzen, 10 maart 2021, maatregelen L1c gedeeld door 4.
29
Bijlage: Uitwerking en onderbouwing stikstofakkoord
45. Het is essentieel dat de diverse instrumenten op elkaar afgestemd worden, zodat er een totaaloplossing komt die innovatie, agrarisch natuurbeheer, verplaatsing en stoppen mogelijk maken. Provincies dienen dit proactief en voortvarend aan te pakken. Zij bepalen welke projecten gefinancierd kunnen worden op basis van de gebiedsgerichte aanpak. De mix tussen wat privaat mogelijk is en wat publiek gefinancierd kan worden, is per project verschillend. Middelen dienen snel beschikbaar te zijn en in het gebiedsproces moet de afstemming plaatsvinden wat per project mogelijk en nodig is. Dit betekent dat niet gewerkt zal worden met vaste percentages, maar dat deze flexibel worden toegepast op de concrete situatie, ofwel: geen algemene subsidieregeling, maar private contracten tussen overheid en ondernemer met een langjarige looptijd, zodat er ook geen onzekerheid is ten aanzien van beleidswijzigingen en zodat alle financieringsbronnen op elkaar kunnen worden afgestemd. Provincies en gemeenten moeten zich inzetten voor realisatie van maatregelen met ruimtelijke gevolgen zoals verplaatsing. Dit betekent ook een oproep aan gemeenten om goede ‘landingslocaties’ te bieden voor de te verplaatsen bedrijven.
46. Voor de landbouw zijn aanvullende maatregelen mogelijk. Zo kunnen betere managementpraktijken, andere mestaanwending, voermaatregelen en meer weidegang tot verdere reductie leiden. Deze kunnen worden benut voor verdere reductie in het kader van de doelstellingen op langere termijn. Ook kunnen deze maatregelen in reserve gehouden worden voor het geval de hiervoor genoemde maatregelen onvoldoende reductie opleveren.
47. Voor alle sectoren waar innovatie de oplossing is, worden fiscale belemmeringen weggenomen (bijv. door versnelde afschrijving van bestaande technieken en door bedrijfsbeëindiging fiscaal mogelijk te maken).
48. Voor het halen van de natuurdoelen is het nodig dat er voldoende emissiereductie plaatsvindt en dat deze voldoende hard is, zodat het pakket ook juridisch houdbaar is. Daarom moeten sectorale doelstellingen voor het verminderen van NOx en NH3 emissies in 2030 juridisch bindend wettelijk worden vastgelegd. Er vindt een definitieve doorrekening plaats waarin alle maatregelen meegenomen worden. Op basis daarvan worden sectorale doelstellingen vastgelegd. De ontwikkelruimte wordt buiten de realisatie van deze doelstellingen gehouden, omdat die met extra emissiereductie gecompenseerd wordt.
49. Er komt tot 2030 € 4 miljard extra beschikbaar voor natuurherstel. € 1 miljard daarvan gaat direct naar investeringen in meer robuuste natuur. € 3 miljard komt ter beschikking van de landbouw voor de versterking van natuurinclusieve landbouw en agrarisch natuurbeheer in (de overgangsgebieden van) Natura 2000-gebieden. Agrarisch natuurbeheer in en rond natuurgebieden wordt een dienst waarvoor een vergoeding beschikbaar is. Hierdoor wordt het een normale private activiteit met vragers (overheden, natuurorganisaties) en aanbieders (boeren). Dus niet via subsidies, maar via langlopende private contracten. De extra middelen voor natuur worden
30
Bijlage: Uitwerking en onderbouwing stikstofakkoord
daarmee voor een belangrijk deel gebruikt voor natuurverbetering via agrarisch natuurbeheer en een versterking van natuurinclusieve landbouw door boeren in de Natura 2000-gebieden en in de overgangsgebieden. De waardevermindering van de grond wordt door de overheid vergoed. Voorwaarde hiervoor is dat de functie/ bestemming van die grond verandert (bijv. naar agrarisch natuurbeheer, waarbij ook de investeringen die gedaan zijn, door mogelijke volgende eigenaren moeten worden ‘doorgezet’ [langetermijnbeleid]). Het Grondfonds biedt een mogelijkheid tot financiering van afwaardering van gronden.
50. Tot nu toe hebben we ons in de berekeningen geconcentreerd op de effecten van maatregelen op stikstofdepositie. Immers, voor een direct effect op de natuur is niet zozeer de stikstofemissie, maar de stikstofdepositie bepalend (zie ook de recent verschenen rapportage ‘Stikstofruimte voor de toekomst’).16 Tegelijkertijd zijn doelen vaak geformuleerd in termen van emissie. Daarom is hierna in tabel 5 op een rij gezet wat het maatregelenpakket betekent voor emissies. Tabel 5. Emissiereductie maatregelenpakket in kiloton NH3 en NOx Basispad
Incl. stikstofwet
Incl. klimaatakkoord
Incl. maatregelen
Reductie
2018
2030
2030
2030
2030
2018 – 2030
NH3 (kiloton)
129
120
104
PM
79
-39%
NOx (kiloton)
211
130
123
PM
114
-46%
Bron
1
1
2
PM
3
Bronnen: 1. PBL, Emissieramingen luchtverontreinigende stoffen, 30 november 2020 2. PBL, Analyse stikstofbronmaatregelen, 24 april 2020 3. RIVM, Verwacht effect op stikstofdepositie door fiches normeren en beprijzen, 10 maart 2021
51. Opgemerkt zij dat de maatregelen in het kader van de stikstofwet onzekerheid geven ten aanzien van de effecten (de minimale inschatting van PBL is overgenomen) en er mogelijk dubbeltellingen zitten met het maatregelenpakket. Overigens wordt voor NOx de emissiereductiedoelstelling voor 2030 ook gehaald zonder het maatregelenpakket. Daar staat tegenover dat er geen gegevens beschikbaar zijn van de effecten van het klimaatakkoord op de NOx- en NH3 emissies. Dit verhoogt het reductiepercentage.
52. De emissiereductie voor ammoniak komt voor grootste deel uit de nieuwe stallen (18 kiloton). De stoppersregeling levert 4,5 kiloton reductie en de piekbelastersregeling 2 kiloton. In totaal wordt 39% van de ammoniakemissie gereduceerd ten opzichte van 2018. Hier komt het effect van het klimaatakkoord nog bij.
16
‘Stikstofruimte voor de toekomst; Langetermijnverkenning stikstofproblematiek: doel, integraliteit en regie’, H. Paul, ABDTOPConsult, maart 2021.
31
Bijlage: Uitwerking en onderbouwing stikstofakkoord
53. Voor emissieloze mobiliteit, verduurzaming industrie, bouw- en energiesector is uitgegaan van 9 kiloton reductie. In totaal wordt 46% emissie van NOx gereduceerd ten opzichte van 2018. Hier komt het effect van het klimaatakkoord nog bij.
54. Gemiddeld over NH3 en NOx wordt 43% minder geëmitteerd in 2030 t.o.v. 2018. Hier komen de effecten van het klimaatakkoord nog bovenop.
32