CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling bp Nieuw Koolwijk (1299756)- Bijlage 2b Toelichting ontwerp 12 mei 2022.pdf

Raadsvergadering Boxtel 20 december 2022, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan Nieuw Koolwijk17.951 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Crijns Rentmeesters BV

Witvrouwenbergweg 12 5711 CN Someren

BESTEMMINGSPLAN NIEUW KOOLWIJK GEMEENTE BOXTEL

Crijns Rentmeesters bv 12 mei 2022

T: 0493 – 47 17 77 E: info@crijns-rentmeesters.nl I: www.crijns-rentmeesters.nl

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’

Naam bestemmingsplan:

Nieuw Koolwijk

IMRO idn

NL.IMRO.0757.BP01NWKOOLWIJKESCH-OTW1

Versie voorontwerp

12 april 2021

Versie ontwerp

12 mei 2022

Versie vastgesteld

-

Opgesteld door

M.W.A. Bakermans – Van den Heuvel

Tweede contactpersoon

M.J.M. Crijns

Crijns Rentmeesters bv

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING________________________________________________________ 5 1.1

Aanleiding __________________________________________________________ 5

1.2

Plangebied __________________________________________________________ 5

1.3

Doel ________________________________________________________________ 6

2. PLANBESCHRIJVING ______________________________________________ 7 2.1

Huidige situatie plangebied ____________________________________________ 7

2.2

Beoogde situatie plangebied __________________________________________ 11

3. BELEIDSKADER _________________________________________________ 15 3.1

Rijksbeleid _________________________________________________________ 15

3.2

Provinciaal beleid ___________________________________________________ 16

3.3

Gemeentelijk beleid __________________________________________________ 21

4. MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN ________________ 30 4.1

Water ______________________________________________________________ 30

4.2

Ecologie ___________________________________________________________ 36

4.3

Cultuurhistorie en archeologie ________________________________________ 38

4.4

Agrarische bedrijvigheid _____________________________________________ 41

4.5

Niet-agrarische bedrijvigheid __________________________________________ 48

4.6

Geluid _____________________________________________________________ 49

4.7

Luchtkwaliteit _______________________________________________________ 51

4.8

Bodemkwaliteit _____________________________________________________ 54

4.9

Externe veiligheid ___________________________________________________ 55

4.10

M.E.R.-beoordeling __________________________________________________ 58

5. JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING __________________________________ 60 5.1

Inleiding ___________________________________________________________ 60

5.2

Algemene toelichting verbeelding ______________________________________ 60

5.3

Algemene toelichting regels___________________________________________ 60

6. UITVOERBAARHEID ______________________________________________ 62 6.1

Economische uitvoerbaarheid _________________________________________ 62

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ______________________________________ 62

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

3

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

7. PROCEDURE ____________________________________________________ 63 7.1

Inspraak ___________________________________________________________ 63

7.2

Omgevingsdialoog __________________________________________________ 63

7.3

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro ___________________________________________ 63

7.4

Zienswijzen_________________________________________________________ 63

BIJLAGEN: 1. Inrichtingsplan 2. Stikstofdepositie-onderzoek 3. Quickscan Flora en fauna 4. Notitie compensatie kerkuilenverblijfplaats 5. Actualisatie verkennend natuuronderzoek soortenbescherming 6. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven 7. Programma van Eisen Addendum t.b.v. archeologische opgraving 8. Evaluatierapport archeologische opgraving 9. Aanvullend archeologisch proefsleuvenonderzoek 10. Selectieadvies archeologie 11. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 12. Ontwerpbesluit hogere grenswaarde Wet geluidhinder 13. Aanvullend bodemonderzoek en nader asbestonderzoek 14. Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 15. Certificaten bouwtitels Ruimte voor Ruimte 16. Eindverslag inspraak en vooroverleg

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

4

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

1.

INLEIDING

1.1 Aanleiding Het buitengebied van Brabant is volop in beweging. In de omgeving van het plangebied vindt momenteel een transformatie plaats van voornamelijk agrarische omgeving naar een meer woonomgeving met natuur, recreatie en andere functiewijziging. Aan De Ruiting te Haaren/Esch zal sprake zijn van een Gebiedsontwikkeling De Ruiting. Onderhavig bestemmingsplan is opgesteld voor de herontwikkeling van de locatie De Ruiting 2B (Nieuw Koolwijk), hierna plangebied genoemd. Voor enkele meer zuidelijk gelegen locaties aan De Ruiting wordt tevens een bestemmingsplanprocedure doorlopen. Onderhavig bestemmingsplan ziet echter enkel op De Ruiting 2B. Ter plaatse van het plangebied werd tot voor kort een agrarisch bedrijf gevoerd in de vorm van planten- en bomenkwekerij. Inmiddels is alle bedrijfsbebouwing binnen het plangebied gesloopt. De kas, bedrijfsgebouwen, containervelden en waterreservoir zijn met het oog op de beoogde herontwikkeling verwijderd. Het plangebied wordt herontwikkeld naar woningbouwlocatie met een zestal Ruimte voor Ruimte kavels. Tevens wordt een flinke kwaliteitsslag behaald door de aanleg van nieuwe natuur

1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen aan De Ruiting 2B, ten westen van de kern Esch, in het buitengebied van de gemeente Boxtel. Navolgende figuur betreft een luchtfoto met de ligging van het plangebied en de omgeving hiervan weergegeven. Het plangebied is hierbij rood omkaderd.

Figuur 1: Luchtfoto plangebied en omgeving

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

5

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

1.3

Doel

Dit bestemmingsplan heeft de herontwikkeling van het plangebied De Ruiting 2B en het opstellen van een eenduidige en uniforme planologisch-juridische regeling voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing binnen het plangebied tot doel. Het bestemmingsplan voorziet in herbestemming van voormalige agrarische bedrijfslocatie naar woningbouwlocatie binnen een nieuwe groene context. Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding, onderhavige toelichting en bijbehorende bijlagen.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

6

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

2.

PLANBESCHRIJVING

2.1

Huidige situatie plangebied

2.1.1

Begrenzing

Het plangebied De Ruiting 2B is kadastraal bekend als gemeente Esch, sectie B, nummer 1495 (gedeeltelijk) en nummer 2530. Het plangebied kent een oppervlakte van in totaal circa 23.780 m². Navolgende figuur geeft een kadastraal overzicht weer van het plangebied en de omgeving hiervan, geprojecteerd op luchtfoto. Het plangebied is hierbij omkaderd met de blauwe bolletjeslijn.

Figuur 2: Kadastraal overzicht plangebied

2.1.2

Planologische situatie

De gemeenteraad van de voormalige gemeente Haaren heeft op 24 september 2020 het bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening 2020’ vastgesteld. Ter plaatse van het plangebied De Ruiting 2B is dit thans het vigerende bestemmingsplan. Navolgende figuur betreft een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening 2020’ ter plaatse van het plangebied. Het plangebied is hierbij omkaderd met de zwarte bolletjeslijn.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

7

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

Figuur 3: Uitsnede vigerend bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied

Het plangebied is in het vigerende bestemmingsplan thans bestemd als ‘Agrarisch’. Het plangebied kent tevens een ‘bouwvlak’ (gedeeltelijk), de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ (gedeeltelijk), ‘Waarde – Archeologie 2’ (gedeeltelijk), ‘Waarde – Archeologie 3’ (gedeeltelijk), ‘Waterstaat – Natte natuurparel bufferzone’ en ‘Waterstaat – Waterberging’ (gedeeltelijk), de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – teeltondersteunende voorzieningen’ (gedeeltelijk) en de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – beperkingen veehouderij’, ‘overige zone – groenblauwe mantel’, ‘overige zone – reservering waterberging’ en ‘overige zone – stalderingsgebied’. Ter plaatse van het plangebied wordt derhalve in de huidige situatie een grondgebonden agrarisch bedrijf toegestaan met gedeeltelijk teeltondersteunende voorzieningen, bedrijfsgebouwen en conform de regels tevens een bedrijfswoning.

2.1.3

Invulling en gebruik

Ter plaatse van het plangebied De Ruiting 2B wordt thans juridisch nog een agrarisch bedrijf gevoerd in de vorm van planten- en bomenkwekerij. Ter plaatse was sprake van een kas met een oppervlakte van ruim 4.000 m², een loods met een oppervlakte van circa 750 m², containervelden en een waterreservoir met een oppervlakte van circa 1.600 m². Vooruitlopend op de planologische procedure is reeds medio 2018 gestart met de sloop. In juni 2019 is alles gesloopt en vrijgegeven. Juridisch is echter thans nog sprake van de planten- en bomenkwekerij en wordt derhalve aangehaald als zijnde ‘huidige situatie’. Op de volgende figuur is nader ingezoomd op het plangebied De Ruiting 2B.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

8

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

Figuur 4: Luchtfoto plangebied voor sloop

Navolgend is een aantal foto’s weergegeven van het plangebied anno 2017.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

9

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

Figuur 5: Invulling plangebied anno 2017: kassen (a), verharding (b), oude stal (c), waterretentievoorziening (d), containerveld (e), doorzicht naar achtergelegen gronden (f), wal met Laurierkers waarachter waterbekken ligt (g), weiland (h). Bron: Inrichtingsplan P15 (stads)landschappen

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

10

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

2.2 Beoogde situatie plangebied 2.2.1

Inleiding

Vooruitlopend op onderhavig bestemmingsplan is alle bebouwing reeds gesloopt. De kas, bedrijfsgebouwen, containervelden en waterreservoir zijn verwijderd. Het plangebied wordt herontwikkeld naar woningbouwlocatie met een zestal ruimte-voor-ruimte-kavels. Onderstaand is de beoogde planologische situatie van de het plangebied weergegeven.

Figuur 6: Beoogde planologische situatie na herontwikkeling

2.2.2

Beoogde inrichting plangebied

De beoogde inrichting van het plangebied aan De Ruiting 2B is nader uitgewerkt in het inrichtingsplan, welke als bijlage bij onderhavige toelichting is gevoegd. De meest belangrijke inrichtingsmaatregelen voor wat betreft De Ruiting 2B worden als volgt omschreven: 

verwijderen van alle bebouwing en verhardingen

egaliseren van het terrein na afbraak containerveld, kas en schuur

het rooien van alle ongewenste beplanting

aanpassen afwatering middels nieuwe sloten aan achterzijde tuinen

nieuwe sloten aansluiten op verbeterde wegsloot langs De Ruiting

bouw van 6 nieuwe woningen in 2 clusters ‘De Hof’ en ‘De Hoeve’

ontsluiting woningen ‘De Hof’ via nieuw oprijlaantje op De Ruiting

ontsluiting woningen ‘De Hoeve’ via een inrit op De Ruiting

realiseren weilanden tussen en aansluitend op de tuinen

realiseren nieuwe natuur aan achterzijde

inplanten structurerende beplantingselementen en solitaire bomen

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

11

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

Navolgende figuur geeft de beoogde situatie na herontwikkeling van het plangebied De Ruiting 2B weer.

Figuur 7: Beoogde situatie plangebied (Bron: Inrichtingsplan P15 (stads)landschappen)

2.2.3

Landschappelijke inpassing

De beoogde Ruimte voor Ruimte woningen dienen landschappelijk te worden ingepast. Een groen raamwerk vormt de basis voor de uitwerking van dit plangebied als nieuwe buitenplaats. Het kenmerk van buitenplaatsen en landgoederen is immers die van hoogwaardige bebouwing ingebed in het groen. Er is daarom eerst een groen raamwerk ontworpen waarbinnen de nieuwe bebouwing een plek zal krijgen. De nieuwe bebouwing zal worden gegroepeerd in twee clusters die van elkaar zijn gescheiden door groen. Groen wordt ook ingezet als afschermend en structuurgevend element in de totaalinrichting van de nieuwe buitenplaats. Het groene raamwerk van de nieuwe buitenplaats bestaat uit enkele nieuwe bosjes aangevuld met bomenrijen, struweel, struikenrijen, hagen en losse bomen in (bloemrijk) grasland. Het opgaand groen geeft de buitenplaats de structuur en benadrukt de twee gebouwclusters. De hagen en struikenrijen begrenzen en scheiden de verschillende woonfuncties. Het groene raamwerk versterkt de beleving vanaf de straatzijde. Daarnaast is veel aandacht besteed aan het vormgeven van de overgang naar het landschap aan de achterzijde. Tussen de clusters is een open zicht naar de Essche stroom mogelijk. Bestaande en nieuwe boomgroepen en bosjes schermen de nieuwe bebouwing af zodat deze nergens in één keer zichtbaar is wat de visuele impact sterkt vermindert.

Het groene raamwerk verbindt de tuinen van de nieuwe huizen op een vanzelfsprekende ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

12

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

manier met de natuurgronden langs de Essche Stroom. Weilanden tussen en aansluitend op de tuinen scheppen ruimte in de totaalopzet en vormen tevens een potentieel leefgebied voor insecten en andere kleine dieren aansluitend op de natuurgronden aan de oostzijde. Bij het uitwerken van het groene raamwerk is specifiek rekening gehouden met bestaande beplantingselementen. Dit gaat dan specifiek om de bestaande groenrand van de tuin van De Ruiting 1A en een bosje met onder andere hoge schietwilgen in de noordoosthoek op het terrein van het huis Zwanenburg.

Figuur 8: Beoogde landschappelijke inpassing plangebied: Het groene raamwerk vormt de hoofdstructuur van de buitenplaats Nieuw Koolwijk. Het raamwerk bestaat uit twee nieuwe bosjes (1) die samen met de bestaande bomengroep (*) op het terrein van Zwanenburg (Z) de nieuwe bebouwing vanaf de zijde van de Essche Stroom grotendeels aan het zicht onttrekken. De korte oprijlaan (2) geeft toegang tot ‘De Hof’, terwijl een enkele bomenrij (3) en twee groensingels met struiken en boen (4) de bebouwing van ‘De Hoef’ inkaderen. Twee struikenrijen (5) vormen de afscheiding van 3 van de 4 woningen in deze cluster vanaf de weg bezien. Verder bestaat de begrenzing van de tuinen telkens uit een haag (6). (Bron: P15 (stads)landschappen)

In het inrichtingsplan van P15 (stads)landschappen, welke als bijlage bij onderhavige toelichting is gevoegd, is de beoogde landschappelijke inpassing nader uitgewerkt en toegelicht.

2.2.4

Verkeer en parkeren

2.2.4.1

Verkeer

Als gevolg van de beoogde herontwikkeling zal de planten- en bomenkwekerij worden gesaneerd, waarvoor in de plaats een zestal Ruimte voor Ruimte woningen wordt gerealiseerd. De twee zuidelijke woningen worden rechtstreeks ontsloten op De Ruiting middels een gedeelde inrit. De vier noordelijke woningen worden ontsloten middels een nieuwe oprijlaan welke wordt aangesloten op De Ruiting. De

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

13

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

beoogde ontsluiting leidt tot een optimale doorstroming over De Ruiting. Op navolgende figuur is de beoogde ontsluiting van het plangebied weergegeven.

Figuur 9: Beoogde ontsluiting van het plangebied, met De Hof (1) via de een korte nieuwe zijstraat en de woningen van De Hoef (2) direct vanaf de bestaande weg (Bron: P15 (stads)landschappen)

Conform

de

CROW-richtlijnen

brengt

een

woning

in

het

landelijk

gebied

circa

7,4

motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal met zich mee. Dit houdt een toename van circa 45 vervoersbewegingen per etmaal over De Ruiting in. Daar tegenover staat het vervallen van de planten- en bomenkwekerij. Hiertoe staan geen richtlijnen genoemd in de CROW. De toename van vervoersbewegingen van personenvervoer zal echter niet opwegen tegen de afname van het aantal vervoersbewegingen van zwaardere voertuigen. De toename van motorvoertuigbewegingen ten behoeve van de beoogde Ruimte voor Ruimte woningen zal niet leiden tot problemen over De Ruiting.

2.2.4.2

Parkeren

Ter plaatse wordt een zestal Ruimte voor Ruimte kavels voorzien ten behoeve van ieder een vrijstaande woning. Per woning dient derhalve te worden voorzien in twee parkeerplaatsen, exclusief garage. Het plangebied biedt hiertoe voldoende ruimte.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

14

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

3.

BELEIDSKADER

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Het Rijk heeft de Nationale Omgevingsvisie opgesteld voor de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale politiek-bestuurlijke aandacht. De nationale belangen zijn in veel gevallen sectoraal. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten. Deze vier integrale prioriteiten betreffen: -

Klimaat & Energie: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

-

Duurzame ecnomie: duurzaam economisch groeipotentieel;

-

Stad & Regio: sterke en gezonde steden en regio’s;

-

Landelijk gebied: toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

In deze vier prioriteiten komen complexe, omvangrijke en dringende opgaven samen, die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Centraal in te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is dat tussen beschermen en ontwikkelen. Om aan dit afwegingsproces richting te geven worden drie afwegingsprincipes gehanteerd. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. De beoogde herontwikkeling heeft geen betrekking op de geformuleerde nationale belangen.

3.1.2

Ladder duurzame verstedelijking

Sinds 1 oktober 2012 is het op grond van artikel 3.1.6, tweede lid, Bro, verplicht om in het geval dat een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, in de toelichting de zogenoemde ladder voor duurzame verstedelijking op te nemen. Per 1 juli 2017 is een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking’ in werking getreden. Doel van deze wijziging is het vereenvoudigen van de regeling. Waar de ‘Ladder’ voorheen bestond uit drie treden waaraan getoetst diende te worden, is de kern van de gewijzigde ‘Ladder’ nu terug gebracht tot de volgende tekst: ‘De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

15

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

Artikel 1.1.1 Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als een “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. In de ‘Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat bij de regeling ‘Ruimte voor Ruimte’ geen sprake is van extra stedelijke ontwikkeling, omdat aan de oprichting van een Ruimte voor Ruimte woning sloop van bebouwing is voorafgegaan. Toepassing van de ladder is derhalve voor onderhavige ontwikkeling niet nodig.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1

Brabantse Omgevingsvisie

Op 14 december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot 2050. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Brabantse Omgevingsvisie vervangt als gevolg van de aankomende Omgevingswet tenminste de vier provinciale beleidsplannen over milieu en water (PMWP), verkeer en vervoer (PVVP), ruimtelijke ordening (Structuurvisie Ruimtelijke Ordening) en natuur (BrUG). De Brabantse Omgevingsvisie geeft aan hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien. En waar Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijndoelen te halen. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag.

Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt. De Brabantse Omgevingsvisie wordt uitgewerkt in de Brabantse Omgevingsverordening, thans nog de Interim omgevingsverordening.

3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

3.2.2.1

Inleiding

De Interim omgevingsverordening geeft bindende regels die bij ruimtelijke ontwikkelingen in acht genomen moeten worden. De provincie Noord-Brabant wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een Interim omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er alleen inhoudelijke wijzigingen zijn doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

16

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

vastgesteld beleid, zoals bijvoorbeeld het diep, rond en breed kijken van de omgevingsvisie. De regels voor ruimtelijke ontwikkelingen zijn ontleend aan de Verordening ruimte.

3.2.2.2

Ligging plangebied in Interim omgevingsverordening

Hierna wordt de ligging van het plangebied in de Interim omgevingsverordening per thema weergegeven. Het plangebied is hierbij weergegeven met zwarte bolletjeslijn.

Figuur 10: Aanduiding plangebied op themakaart 4: natuur en stiltegebieden

Het

plangebied

kent

in

de

Interim

omgevingsverordening

de

aanduiding

‘Attentiezone

waterhuishouding’.

Figuur 11: Aanduiding plangebied op themakaart 5: grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging

Met uitzondering van een hoek in het noordoosten kent het plangebied de aanduiding ‘Reservering waterberging’.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

17

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

Figuur 12: Aanduiding plangebied op themakaart 6: basiskaart Landelijk gebied

Het plangebied is in de Interim omgevingsverordening aangewezen als gelegen binnen het ‘Landelijk gebied’ en specifiek binnen de ‘Groenblauwe mantel’.

Figuur 13: Aanduiding plangebied op themakaart 7: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen

Het plangebied kent in de Interim omgevingsverordening de aanduidingen ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘Stalderingsgebied’ (op bovenstaande kaart niet inzichtelijk vanwege de ligging onder de aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’). In navolgende subparagrafen wordt nader ingegaan op de ter plaatse geldende regels zoals gesteld in de Interim omgevingsverordening.

3.2.2.3

Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik

Het doel van de provincie is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

18

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende- of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is. Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel. De realisatie van Ruimte voor Ruimte woningen wordt gezien als ‘nieuwvestiging’ maar behoort conform artikel 3.79 van de Interim omgevingsverordening tot de mogelijkheden, in afwijking van artikel 3.6, dat gebruik gemaakt moet worden van een bestaand bouwperceel.

3.2.2.4

Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap

Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening stelt dat een ruimtelijke ontwikkeling binnen het Landelijk gebied gepaard dient te gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing, het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land, het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het wegnemen van verharding, het slopen van bebouwing, de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones en het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is uitdrukkelijk bepaald dat bij Ruimte voor Ruimte ontwikkelingen geen toepassing gegeven behoeft te worden aan het principe van kwaliteitsverbetering van het landschap zoals bedoeld in artikel 3.9. 3.2.2.5

Artikel 3.26 Attentiezone waterhuishouding

Doel van de attentiezone is om ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op de binnen de attentiezone gelegen natte natuurparels tegen te gaan. Stromingen in het grondwatersysteem kunnen veranderen door veranderingen van bodemopbouw of het doorboren van lagen (bij grondverzet of diepploegen). Voor activiteiten die een negatief effect op de (grond)waterstand in een natte natuurparel kunnen hebben, is een vergunning nodig. Bij het toelaten van functies die een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding, geldt dat overleg met het waterschap nodig is. Met de beoogde inrichting van het plangebied De Ruiting 2B wordt rekening gehouden met de grondwaterstand ter plaatse. Hierover is reeds overleg gevoerd met het waterschap.

3.2.2.6

Artikel 3.51 Beperkingen veehouderij

Het plangebied De Ruiting 2B kent in de Interim omgevingsverordening tevens de aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’. Binnen de aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’ wordt de uitbreiding van, de nieuwvestiging van en de omschakeling naar een veehouderij niet toegestaan. De beoogde

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

19

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

herontwikkeling heeft geen betrekking op de veehouderij en is dan ook niet in strijd met de regels van artikel 3.51, ‘Beperkingen veehouderij’.

3.2.2.7

Artikel 3.52 Staldering

Het plangebied De Ruiting 2B kent in de Interim omgevingsverordening tevens de aanduiding ‘Stalderingsgebied’. Binnen het ‘Stalderingsgebied’ gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van veehouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. De beoogde herontwikkeling heeft geen betrekking op de veehouderij en is dan ook niet in strijd met de regels van artikel 3.52, ‘Stalderingsgebied’.

3.2.2.8

Artikel 3.79 Ruimte voor Ruimtekavel

Artikel 3.79 van de Interim omgevingsverordening stelt dat onder voorwaarden kan worden voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels binnen het ‘Stedelijk gebied’ of ‘Landelijk gebied’. Navolgend worden de voorwaarden uit artikel 3.79 van de Interim omgevingsverordening punt voor punt besproken en toegelicht met betrekking tot het plangebied De Ruiting 2B: 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels in Stedelijk gebied of Landelijk gebied als deze ontwikkeling: a. door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit; Gebruik wordt gemaakt van geaccordeerde bouwtitels Ruimte voor Ruimte, waarmee zeker is gesteld dat sprake is van een winst van de omgevingskwaliteit. Zes bouwtitels afkomstig van de Ontwikkelingsmaatschappij zijn als bijlage bij deze toelichting gevoegd. b. op een aanvaardbare locatie plaatsvindt als bedoeld in artikel 3.78, derde lid; In artikel 3.78, derde lid is bepaald dat sprake is van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkeling van een woning als de locatie in een bebouwingsconcentratie ligt, of als de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie. Het plangebied De Ruiting 2B kan worden gezien als bebouwingsconcentratie.

De ligging van de bebouwingsconcentratie is nader uitgewerkt in paragraaf 3.3.3. van onderhavige toelichting. c. past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in artikel 3.77; In artikel 3.77 is aangegeven dat de ontwikkelingsrichting van een gebied in elk geval wordt bepaald door welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering in de omgeving passen. In de omgeving van het plangebied is sprake van een veelal voormalig agrarisch gebied, waarin de laatste jaren een transformatie heeft plaatsgevonden naar wonen, natuur en recreatie. De sanering van het agrarisch bedrijf en daarmee de realisatie van de beoogde Ruimte voor Ruimte woningen passen binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. De beoogde Ruimte voor Ruimte woningen zullen landschappelijk worden ingepast. Het opgaand groen wordt

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

20

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

structurerend ingezet om de gekozen ruimtelijke opzet te ondersteunen. De woningen worden gescheiden door middel van weilanden. Aan de achterzijde wordt een deel van het terrein ingericht als natuurgebied, aansluitend op de naastgelegen gronden van Stichting het Brabants Landschap. De beoogde landschappelijke inpassing van de woningen wordt nader toegelicht in het inrichtingsplan, welke als bijlage bij onderhavige toelichting is gevoegd. 2. Als uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat de in het verleden gedane investering in omgevingskwaliteit is terugverdiend, is het eerste lid niet meer van toepassing. Niet van toepassing. 3. Bij de toepassing van dit artikel zijn de volgende bepalingen niet van toepassing: a. artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik, onder a; b. artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; en c. artikel 3.68 Wonen in landelijk gebied, eerste lid, onder a. Zes bouwtitels Ruimte voor Ruimte worden ingezet voor de realisatie van de beoogde woningen. Geen toepassing hoeft te worden gegeven aan de genoemde artikelen. De bouwtitels Ruimte voor Ruimte zijn als bijlage bij onderhavige toelichting gevoegd. Voldaan kan worden aan de ruimte-voor-ruimteregeling zoals

gesteld in artikel 3.79 van de Interim

omgevingsverordening.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Structuurvisie Haaren

3.3.1.1

Inleiding

De gemeenteraad van de voormalige gemeente Haaren heeft op 22 januari 2015 de Structuurvisie Haaren vastgesteld. De structuurvisie beschrijft de mogelijkheden voor woningbouw, bedrijven, recreatie en toerisme. Ook gaat de visie in op de toekomstperspectieven voor agrarische ontwikkeling, milieu, water, cultuurhistorie en verkeer. De structuurvisie levert geen directe rechten of verboden op, zoals een bestemmingsplan. De visie is gericht op de langere termijn: 2025 - 2030. De structuurvisie bestaat uit 3 delen: A.

De visie (weergave van strategieën, keuzes en afwegingskader);

B.

Het uitvoeringskader (Haarens Kwaliteitsmenu en structuurvisiekaart);

C.

De atlas (achtergrond).

In de volgende subparagrafen wordt ingegaan op deel A en deel B van de structuurvisie.

3.3.1.2

Deel A

In deel A van de structuurvisie zijn de gemeentelijke ambities wat betreft ‘omgevingskwaliteit’ verwoord. De beoogde herontwikkeling ter plaatse van het plangebied heeft invloed op de omgevingskwaliteit. In de structuurvisie is aangegeven dat kleinschalige initiatieven die bijdragen aan

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

21

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

het landschap specifieke aandacht van de gemeente vragen. Onder andere wordt ingegaan op de punten ‘Wonen en woonomgeving’ en ‘Omgevingskwaliteit’. Voldoende woningaanbod In een landelijke regio als de gemeente Haaren geldt de algemene regel dat zoveel woningen gebouwd mogen worden als nodig is voor de natuurlijke bevolkingsgroei. In de periode 2011 - 2020 geldt een behoefte aan circa 850 nieuwe woningen om toe te voegen aan de bestaande woningvoorraad. Uitgangspunt is dat de bouw van woningen aansluit bij de actuele behoefte. De gemeente Haaren ziet, naast het bereiken van een evenwicht tussen woningvraag en woningaanbod voor alle inwoners, voor zichzelf ook een taak weggelegd ten aanzien van het actief versterken van het dorpse karakter door het bouwen van woningen op de juiste locaties. Vrijkomende agrarische bebouwing In de structuurvisie is aangegeven dat circa 60% van de agrariërs in de gemeente Haaren het agrarische bedrijf voor 2020 voorziet te beëindigen, een gedeelte daarvan kan of wil zijn agrarische bedrijfsomgeving niet meer aanpassen. Deze trend heeft tot gevolg dat veel bebouwing die in gebruik was voor het agrarische bedrijf in onbruik raakt. Vanuit de strategie ‘groen groener maken’ wordt gepoogd het buitengebied in samenhang met deze ontwikkeling te ontstenen; mede om oneigenlijk gebruik en verval van resterende bebouwing te voorkomen.

Op basis van het functionele beleid is het daarom mogelijk om op VAB-locaties Nieuwe Economische Dragers (NED’s) of woonfuncties te vestigen. Door de gemeente worden de volgende voorwaarden gesteld voor de vestiging van NED’s of woonfuncties: 

Relatie met voorzieningenniveau in kernen; de vestiging van een NED is een kans als die geen negatief effect heeft op het voorzieningenniveau van de kernen. Slechts als sprake is van een specifieke formule wijken we hiervan af.

Relatie met bedrijventerreinen; de vestiging van een NED is een kans als die naar aard en omvang in het buitengebied thuishoort. NED’s die qua aard en omvang op een bedrijventerrein thuishoren worden geweerd, anders wordt het uitgiftebeleid voor die terreinen ondermijnd.

Aard en maat bebouwing; de vestiging van een NED of woonfunctie is een kans als de aard, maat en verschijningsvorm van de bebouwing past in het buitengebied. Daarnaast moet sprake zijn van een kwaliteitsverbetering.

De mate van verstoring van de ontwikkelingsmogelijkheden van agrariërs die willen schaalvergroten of intensiveren. De vestiging van een NED is in principe overal in het agrarische buitengebied mogelijk. In het agrarisch ontwikkelingsgebied mag de vestiging van een NED niet ten koste gaan van de ontwikkelingsmogelijkheden van agrariërs die willen schaalvergroten of intensiveren. Vanuit dit oogpunt laat de gemeente Haaren geen activiteiten toe die een belemmering voor agrariërs kunnen vormen. Daarnaast zijn ook uitsluitend activiteiten toegestaan die niet veel grond claimen, zodat er voldoende ruimte blijft voor de landbouw. Nieuwe activiteiten moeten zich in dit gebied dus beperken tot het voormalige agrarische bouwvlak.

De beoogde herontwikkeling past met de sanering van de voormalige agrarische bedrijfslocatie in samenhang met de realisatie van woningen en nieuwe natuur binnen de visie van de voormalige gemeente Haaren.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

22

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

3.3.1.3

Deel B

In deel B van de structuurvisie wordt ingegaan op de drie verschillende groepen instrumenten die de gemeente Haaren hanteert om aan de beleidsuitgangspunten invulling te geven. In de structuurvisie wordt aan één van de procesinstrumenten invulling gegeven door het ontwikkelen van het Haarens Kwaliteitsmenu. Onderdeel van deel B is tevens de structuurvisiekaart. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de structuurvisiekaart weer, waarop het plangebied is aangeduid met de zwarte cirkel.

Figuur 14: Uitsnede structuurvisiekaart met daarop het plangebied aangeduid

Het plangebied is gelegen binnen het Beekdal Essche Stroom. In de beekdalen van de Leij, de Beerze en de Dommel zijn al verschillende beekherstelprojecten uitgevoerd. Het werk is echter nog niet af: voor substantiële delen van het bekensysteem, met name bij de Essche Stroom, is het essentieel dat het beekherstel voltooid wordt. De inrichting die vooral gericht was op het zo snel mogelijk afvoeren van water naar de Maas wordt getransformeerd naar een brede ecologische zone met een meanderende beek. De gebiedsontwikkeling van de Essche Stroom wordt niet door de gemeente zelf geïnitieerd, maar wel gefaciliteerd. De gebiedsontwikkeling is passend in de door de gemeente geformuleerde omgevingskwaliteiten van het gebied. Gebiedsontwikkeling De Ruiting maakt onderdeel uit van Gebiedsontwikkeling Essche Stroom, waaraan de beoogde herontwikkeling van het plangebied aan De Ruiting 2B een enorme bijdrage levert. Een passende andere herbestemming wordt gegeven aan de voormalige agrarische bedrijfslocatie, waarbij nadrukkelijk aandacht is besteed aan water en natuur.

3.3.2

Woonvisie 2017-2021

De voormalige gemeente Haaren heeft op 1 juni 2017 de ‘Woonvisie 2017 – 2021’ vastgesteld. Deze woonvisie is opgesteld om vraag en aanbod op de woningmarkt, ook in de toekomst, zo optimaal mogelijk op elkaar af te stemmen. Om doelen te bereiken wordt de focus in het woonbeleid gelegd op het creëren van een woonvoorraad die aansluit aan de woonbehoeften van de inwoners.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

23

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

Binnen de gemeente leiden demografische ontwikkelingen tot veranderende woonbehoeften. Volgens de provinciale bevolkingsprognose daalt het aantal inwoners op termijn, maar blijft het aantal huishoudens vooral op korte termijn groeien. De piek ligt op circa 5.750 huishoudens in 2022, een groei van ongeveer 350 huishoudens ten opzichte van 2017. De huishoudensontwikkeling is een goede voorspeller van de woningvraag. Het bedienen van de huishoudensgroei van ongeveer 350 huishoudens, vergt een toevoeging van gemiddeld 60 woningen per jaar tot en met 2022. Ook de vraag naar woningen in het hogere segment neemt toe. In 2017 heeft de Provincie Noord-Brabant haar bevolkings- en woningbehoefteprognose geactualiseerd. Met het actualiseren van de prognose zijn de toegestane woningbouwaantallen, ook voor de gemeente Haaren, opnieuw vastgesteld. In de nieuwe prognose wordt voor de voormalige gemeente Haaren een lichte bevolkingsgroei voorspeld tot 0,25% in de periode tot 2024. Tot 2024 is de prognose gesteld dat voormalig gemeente Haaren zo’n 285 tot 370 woningen dient toe te voegen aan haar bestaande voorraad. Ruimte voor Ruimte staat los van deze woningbouwaantallen. Ruimte voor Ruimte is hoogwaardige woningbouw op de overgang van de dorpen naar het buitengebied en bebouwingsclusters in het buitengebied. Deze provinciale regeling beoogt milieuwinst en ruimtelijke kwaliteitswinst.

In ruil voor sloop van agrarische bedrijfsgebouwen en inleveren van milieurechten, die in gebruik zijn of waren voor de intensieve veehouderij wordt de bouw van woningen op daarvoor geschikte locaties toegestaan. Deze woningen mogen extra worden gebouwd. Het zijn grote woningen op grote kavels, waarmee tegemoet wordt gekomen aan de toenemende vraag aan woningen in het hogere segment. De beoogde herontwikkeling heeft echter geen effect op de geprognotiseerde woningbouwaantallen, daar Ruimte voor Ruimte hier los van staat.

3.3.3

Bebouwingsconcentraties Haaren

De toevoeging van Ruimte voor Ruimte woningen kan enkel plaatsvinden binnen een bebouwingsconcentratie in het buitengebied binnen de provincie. De voormalige gemeente Haaren heeft geen gebiedsvisie opgesteld waarin bebouwingsconcentraties zijn vastgelegd. Derhalve dient per locatie te worden bezien of al dan niet sprake is van een bebouwingsconcentratie. In de Interim omgevingsverordening

worden

‘kernrandzones’,

‘bebouwingslinten’

en

‘bebouwingsclusters’

geschaard onder de definitie van een ‘bebouwingsconcentratie’. In artikel 1.1 van de Interim Omgevingsverordening

Noord-Brabant

wordt

de

navolgende

definitie

gegeven

voor

een

bebouwingsconcentratie: “0010 bebouwingsconcentratie: Kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster” Navolgende definities worden gegeven voor deze bepalingen: “009 bebouwingscluster: Vlakvormige verzameling van bebouwing, gelegen buiten Stedelijk gebied”

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

24

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

“0011 bebouwingslint: Min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg buiten Stedelijk gebied” “0043 kernrandzone: Overgangszone van bestaand stedelijk gebied naar het buitengebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar met een toenemende menging van functies” Op basis van de volgende verantwoording is door P15 (stads)landschappen gekomen tot de volgende begrenzing van de betreffende bebouwingsconcentratie:

Figuur 15: Bebouwingsconcentratie ter plaatse van het plangebied en de omgeving hiervan

De locatie voldoet aan de door de provincie Noord-Brabant gegeven definitie van een bebouwingscluster. De provincie Noord-Brabant geeft aan dat het moet gaan om een verzameling van bebouwing bij een kruispunt van wegen in het buitengebied. Sprake is van een verzameling van bebouwing. Het cluster wordt aan de oostzijde duidelijk begrensd door het beekdal van de Essche

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

25

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

Stroom. Aan de westzijde wordt het cluster begrensd door de bebouwing aan de Haarenseweg 17. Voorbij deze bebouwing begint het karakteristieke halfopen landschap tussen Esch en Haaren. De sportvelden van de voetbalvereniging vormen de noordelijke grens van het cluster. Aan de zuidzijde moet de woning De Ruiting 1a gezien worden als de laatste bebouwing behorende tot het cluster. Voorbij deze woning trekt het landschap zich naar het zuiden meer open. Ter plaatse is duidelijk sprake van een overbrugnederzetting. Deze nederzettingen zijn typisch voor dorpen die zich op de flank van de beek uitstrekken. Op de plaats waar de beek werd overgestoken (de voorde) werd van oudsher bebouwing geclusterd. Deze bebouwing is allereerst ontwikkeld op de hoger gelegen gronden de zogenaamde donken. De bebouwing van Kranenburg, Koolwijk en Gasthuis zijn hier voorbeelden van. Met het rechttrekken van de Essche stroom in de jaren ‘60 van de vorige eeuw is de ontwatering van het gebied sterk verbeterd. De tussen de donken gelegen gronden werden hierdoor geschikt voor bebouwing. Nabij de kruising werden dan ook verspreid nieuwe woonfuncties en enkele agrarische functies toegevoegd. Onderstaande figuur geeft een historisch beeld van de bebouwingsconcentratie en omgeving.

Figuur 16: Topografische kaart van omstreeks 1930 (bron: topotijdreis.nl)

Op de kaart van 1930 is duidelijk te zien dat de bebouwing (Gasthuis, Kranenburg en Koolwijk) verspreid is gelegen in de nabijheid van het kruispunt. De volgende kaart laat de situatie zien rond 1970. De Essche Stroom is rechtgetrokken en de Haarenseweg is verbeterd. Duidelijk is te zien dat er (woon)bebouwing toegevoegd tussen de bestaande historische bebouwing.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

26

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

Figuur 17: Topografische kaart van omstreeks 1970 (bron: topotijdreis.nl)

Voorgaande figuur laat zien dat ‘De Ruiting/Haarenseweg’ omstreeks 1970 reeds een ruimtelijke eenheid vormde met een eigen herkenbare begrenzing. Sindsdien heeft er nog verdichting plaatsgevonden binnen het cluster. Dit betreft vooral toevoeging van agrarische bebouwing op de locatie De Ruiting 2B. De verzameling van gebouwen rond dit kruispunt is dan ook verder gegroeid. De volgende figuur betreft een recente topografische kaart waarop is te zien dat sinds 1970 de bebouwing rond het betreffende kruispunt verder is toegenomen.

Figuur 18: Topografische kaart 2016 (bron: topotijdreis.nl)

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

27

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

De Haarenseweg en de Ruiting/Witvensedijk vormen gezamenlijk een bebouwingscluster in het buitengebied van de gemeente Haaren. De bebouwing concentreert zich langs deze drie wegen en vormt samen een ruimtelijk cluster, te weten ‘De Ruiting/Haarenseweg’. Navolgende figuur geeft een beeld van de reikwijdte van het betreffende bebouwingscluster op luchtfoto.

Figuur 19: Reikwijdte bebouwingsconcentratie op luchtfoto

Het staat niet ter discussie dat het plangebied is gelegen rond een kruispunt van wegen in het buitengebied. Het gaat om de kruising Haarenseweg/De Ruiting. De figuur laat duidelijk zien dat er thans sprake is van een cluster van bebouwing rond de betreffende kruising. Tevens is te zien dat het bebouwingscluster een ruimtelijke eenheid in het buitengebied vormt met kort op elkaar gelegen bebouwing gesitueerd op regelmatige afstand van elkaar. De groenstructuur en bebouwingsstructuur binnen het cluster zorgen voor een ruimtelijke samenhang. De inrichting van de erven en de situering van de bebouwing ten opzichte van de weg vertonen sterke overeenkomsten waarbij de tweedeling in historische bebouwing en tussenvoegingen nog goed is af te lezen.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

28

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

De bebouwing kan getypeerd worden als ruime woningen op ruime kavels. De inrichting van de erven vertoont gelijkenissen doordat de bebouwing zich sterk concentreert rondom de woning en het erf en niet diep het achterland insteekt. Derhalve kan, ook voor wat betreft de bebouwingsstructuur op de individuele erven, gesproken worden van een ruimtelijke eenheid. Voor de landschappelijke inrichting geldt hetzelfde. Het bebouwingscluster ontleent haar groene karakter met name aan de bomenlanen en de beplantingen op de erfgrenzen en de kleinschalige open ruimtes die regelmatig terugkeren binnen het cluster. De open ruimtes worden begrensd door groene kaders en zorgen voor een gesloten structuur. Deze kenmerken geven het bebouwingscluster een eenduidig, samenhangend karakter. Voorheen had het cluster een meer agrarisch karakter. De agrarische bedrijven zijn echter overwegend klein tot middelgroot. Uitzondering vormt het glastuinbouwbedrijf De Ruiting 2B. In de loop van de vorige eeuw heeft er een zekere transformatie plaatsgevonden van een agrarische functie naar wonen. Op dit moment bestaat de bebouwingscluster overwegend uit woonfuncties met name geconcentreerd ten zuidoosten van het kruispunt. Deze transformatie is passend en vanwege de ligging in de nabijheid van woonkernen ook gewenst.

De cluster kan aanzienlijk aan kwaliteit winnen indien de grootschalige agrarische bebouwing (kassen en een tuinbouwloods) worden gesloopt. Een Ruimte voor Ruimteontwikkeling waarbij de agrarische gebouwen worden gesloopt en woningen worden toegevoegd kan dan ook voor een aanzienlijke kwaliteitsverbetering zorgdragen. De doorzichten tussen de bebouwing naar het achtergelegen landschap zijn waardevol en dienen dan ook bij een dergelijke ontwikkeling gehandhaafd te blijven.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

29

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

4.

MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN

4.1 Water 4.1.1

Inleiding

Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. De watertoets is in het leven geroepen omdat met name het waterbeleid een wezenlijk andere oriëntatie heeft gekregen: van reageren naar anticiperen. Water heeft een aantal specifieke kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen waar de ruimtelijke ordening rekening mee moet houden. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van de oprichting van de woning binnen het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gedestilleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel.

4.1.2

Relevant beleid Waterschap De Dommel

4.1.2.1

Inleiding

Op 26 februari 2015 heeft het dagelijks bestuur van Waterschap De Dommel in zijn vergadering vastgesteld de ‘Keur Waterschap De Dommel’, de algemene regels behorende bij de ‘Keur Waterschap De Dommel 2015’, de beleidsregels voor Waterkering, Waterkwantiteit (inclusief hydrologische uitgangspunten voor afvoeren van hemelwater), de beleidsregel Agrarische beregening uit grondwater bij schaarste, de beleidsregel Actualiseren grondwatervergunningen, het model bedrijfswaterplan en de passende beoordeling beregeningsbeleid. De keur, de algemene regels en de beleidsregels zijn met ingang van 1 maart 2015 in werking getreden. 4.1.2.2

Keur

Waterschap De Dommel beheert het grond- en oppervlaktewater (zoals rivieren en beken) en waterkeringen met bijbehorende kunstwerken (bijvoorbeeld stuwen en gemalen). Om het grond- en oppervlaktewater en de waterkeringen goed te kunnen beheren en beschermen zijn er regels nodig, vastgelegd in een verordening, de ‘Keur Waterschap De Dommel 2015’. In de Keur staan algemeen geformuleerde geboden en verboden. Naast deze geboden en verboden is er een groot aantal algemene regels opgesteld. Daarnaast zijn in veel gevallen activiteiten in en rondom kleine waterlopen helemaal vrijgesteld van regels. Op navolgende figuur is een uitsnede weergegeven van de keurkaart van Waterschap De Dommel ter plaatse van het plangebied.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

30

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

Figuur 20: Uitsnede keurkaart Waterschap De Dommel

Het plangebied De Ruiting 2B is gelegen binnen het ‘Attentiegebied’. Ontwikkelingen binnen het attentiegebied mogen niet leiden tot een negatief effect op de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse. De beoogde herontwikkeling voorziet in sanering van opstallen ter plaatse van het plangebied. Hiervoor in de plaats komt een zestal Ruimte voor Ruimte woningen. In samenhang met de beoogde herontwikkeling moet onder andere de bestaande afwateringsstructuur op punten wordt herzien, vooral waar het gaat om kwaliteitsverbetering van het oppervlaktewater in en rondom het gebied. Er zullen greppels worden gegraven langs de weilandjes, de bouwlocaties zullen -lichtworden opgehoogd, en een gedeelte aansluitend op de natuurzone langs de Essche Stroom zal worden aangepast ten behoeve van waterberging. Het uitgangspunt is een gesloten grondbalans. Omdat er sprake is van wijziging van de detailafwatering dient een watervergunning worden aangevraagd, zodat het waterschap dit kan beoordelen. De wijzigingen zijn overigens in overleg met Waterschap De Dommel bepaald. De beoogde herontwikkeling heeft daarmee geen negatief effect op het ‘Attentiegebied’. 4.1.2.3

Waterbeheerprogramma 2022-2027

Het Waterbeheerprogramma schetst de visie en ambitie van het waterschap voor de lange termijn (2050). In 2050 wil de Dommel een leefomgeving die klaar is voor de toekomst en een watersysteem dat daarbij past. Dat laatste wil zeggen; een waterhuishouding die robuust, flexibel en in balans is met de natuur en de omgeving én zorgt voor een goede waterkwaliteit. De droge zomers van 2018, 2019 en 2020, én de wateroverlast in 2021 tonen de urgentie aan en laten zien dat de omgang met water fundamenteel moet veranderen. Deze grote veranderopgave heet de watertransitie. Waterschap De Dommel heeft de ambities uiteengezet in drie principes. De principes geven nadere betekenis aan de ambitie in het beheersgebied van Waterschap De Dommel. Navolgend zijn de principes benoemd:

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

31

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

1.

Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt. In landbouw, natuur en stedelijk gebied wordt al het water dat valt geïnfiltreerd in de bodem. Waar infiltratie niet kan (kwelgebieden) is ruimte gemaakt om water maximaal vast te houden en vertraagd af te voeren.

2.

Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan. De hoofdlijn is: “peil volgt gebruik waar het kan en gebruik volgt peil waar het moet. “Waterschap De Dommel wil een structurele oplossing vinden in het aanpassen van de waterafhankelijke functies, zodat die meer in overeenkomst zijn met de mogelijkheden en natuurlijke condities van het water en bodemsysteem. Partijen anticiperen op grotere weersextremen. Droge en natte perioden horen bij de natuurlijke dynamiek van de plek en het daarbij passende gebruik en leiden niet meer tot onverwachte en onoverkomelijke schade.

Wat schoon is moet schoon blijven. Alle gebruikers zijn verantwoordelijk voor een goede waterkwaliteit. Iedereen geeft het water minstens zo schoon af als ze het hebben ontvangen. Gemeenten gebruiken het rioolstelsel waar het voor bedoeld is, namelijk het transporteren van vuil water naar rioolwaterzuiveringsinstallatie. Gemengde rioolstelsels worden uitgefaseerd. Agrarische percelen hebben geen negatief effect op de waterkwaliteit van het oppervlaktewater en het grondwater. 4.1.2.4

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen

De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak

toeneemt.

Deze

(beleids)uitgangspunten

zijn

geformuleerd

in

de

‘Beleidsregel

Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², 500 m² - 10.000 m² en meer dan 10.000 m². Op basis van de Keur en de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ wordt geen compensatie vereist voor plannen met een toename van verhard oppervlak van minder dan 500 m². Het hemelwater afkomstig van het toegenomen verhard oppervlak mag naar bestaand oppervlaktewater worden afgevoerd. Op vrijwillige basis is de aanleg van een infiltratievoorziening toegestaan, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat.

4.1.3

Waterparagraaf

4.1.3.1

Hydrologisch neutraal ontwikkelen

Ter plaatse van het plangebied aan De Ruiting 2B is sprake van een kas met een oppervlakte van ruim 4.000 m², een loods met een oppervlakte van circa 750 m², containervelden en een ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

32

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

waterreservoir met een oppervlakte van circa 1.600 m². Deze verharding wordt met de beoogde herontwikkeling geheel gesloopt en verwijderd. Met de beoogde herontwikkeling wordt een zestal Ruimte voor Ruimte woningen beoogd, met een oppervlakte oppervlakteverharding van circa 400 m² per woning, bestaande uit hoofdgebouw, bijgebouw en erfverharding. Ter plaatse wordt tevens een toegangsweg beoogd ten behoeve van de ontsluiting van de woningen. Dit leidt tot een extra oppervlakteverharding van circa 650 m². Na herontwikkeling zal dan ook sprake zijn van circa 3.050 m² oppervlakteverharding. Daar in de huidige situatie sprake is van circa 6.350 m², zal het verhard oppervlak ter plaatse van het plangebied als gevolg van de beoogde herontwikkeling dan ook afnemen. In principe wordt dan ook geen compensatie vereist in de vorm van extra waterberging. Niettemin wordt binnen het plangebied een gedeelte binnen de bestemming ‘Natuur’ ingericht voor waterberging. De realisatie van deze extra waterberging zal worden meegenomen in de watervergunning. De nieuwe woningen worden afgekoppeld en wateren oppervlakkig af richting greppels en sloten.

4.1.3.2

Aanpassing afwatering plangebied

De plannen van het waterschap voor een meer natuurlijke inrichting van de Essche Stroom hebben gevolgen voor de bestaande afwateringssituatie. De beoogde aanleg van een vispassage en de daarmee samenhangende verplaatsing van de stuw in de Essche Stroom naast Esch betekent dat de verzamelsloot achter de huidige kade zal verdwijnen. Op andere plekken vervalt de waterkerende werking van deze kade omdat deze wordt doorsneden met de nieuwe meandering van de Essche Stroom. Om wateroverlast te voorkomen wordt gedacht aan een nieuwe kade verderop langs de rand van de als nieuwe natuur te ontwikkelen aanliggende gronden. Dit betekent dat er achter deze kade een nieuwe verzamelsloot zal worden gemaakt om het water verder af te voeren en dat bestaande en eventuele nieuwe sloten hierop aangesloten zullen worden. Om het plangebied dezelfde hoogwaterbescherming te geven als de bestaande kade zal aansluitend op de nieuwe kade een steilrand worden gemaakt in combinatie met een terreinverlaging daarvoor. Zo wordt ook benodigde waterberging gerealiseerd.

ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

33

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

Figuur 21: Aanpassing van de detailafwatering van deellocatie Nieuw Koolwijk, met in rood de te dempen B-wateren. In oranje is de nieuwe kade achter het Huis Zwanenburg met de aansluitende steilrand aangegeven. In blauw zijn de nieuwe sloten (nu grotendeels C-wateren) weergegeven met in geel de kunstwerken (duikers)

De veilige hoogte van de nieuwe steilrand is in overleg met het waterschap gesteld op 15,50m + NAP. Deels is het terrein al hoger met een terreinhoogte variërend van 15,80 tot 15,95m + NAP. Maar een klein deel van het terrein zal worden aangevuld tot 15,50m + NAP ter plaatse van de geprojecteerde steilrand. Deze plaatselijke ophoging vindt plaats waar momenteel de terreinhoogte schommelt tussen 15,00 en 15,25m + NAP. Er wordt hier 192 m³ aan grond opgebracht om de steilrand met een bovenhoogte van 15,50m + NAP te maken. De woningen worden op één na allen gesitueerd op delen van het terrein boven 15,50m + NAP. Hier zal plaatselijk de terreinhoogte worden verhoogd met 10 tot 25 centimeter ten behoeve van woningbouw. Dit gaat echter niet ten koste van waterbergingsmogelijkheden op deze locatie. De woning in de linker onderhoek is geprojecteerd aan het eind van een zone die nu is ingericht voor waterberging. Hier zal een ophoging plaatsvinden van 50 tot 100 centimeter. Er zal hier 855 m³ grond worden opgebracht tot de bouwhoogte van 16,15m + NAP. Een deel van het terrein voor de nieuwe steilrand zal worden verlaagd. Dit betreft deels terrein dat eerder was opgehoogd ten behoeve van het inmiddels gestaakte gebruik als kwekerij met kas.

Door het terrein aansluitend op de natuurgronden te verlagen ontstaat een steilrand, die landschappelijk aantrekkelijk is en een tevens de gewenste hoogwaterbescherming biedt. De huidige terreinhoogte van het te verlagen deel voor de nieuwe steilrand varieert van 15,80 tot 15,40m + NAP. Er zal hier 2.620 m³ grond worden afgegraven. Verder zal er direct voor de steilrand een nieuwe sloot worden ONTWERP Crijns Rentmeesters bv

34

Bestemmingsplan ‘Nieuw Koolwijk’ - Toelichting

gegraven (195 m³). Er wordt dan ook meer grond afgegraven in de natuurzone (2.815 m³) dan er wordt opgebracht ten behoeve van de woningbouw en steilrand (1.047 m³), zodat de totale waterbergingscapaciteit toe zal nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=1e3ae414-f92e-4331-8b69-1c8bdfa596d2