Vaststelling bp Nieuw Koolwijk (1299756)- Bijlage 1 Aangepaste nota van zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan Nieuw Koolwijk- vs 6 december 2022.pdf
Tekst van het document
NOTA VAN ZIENSWIJZEN EN WIJZIGINGEN
ONTWERP BESTEMMINGSPLAN: “Nieuw Koolwijk”
Gemeente Boxtel Oktober 2022
Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk
pag. 1
Inhoud Inhoud ...................................................................................................................................................... 2 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 3 2. Zienswijzen .......................................................................................................................................... 4 3. Overzicht wijzigingen bij vaststelling ................................................................................................. 29
Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk
pag. 2
1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk ziet toe op de herontwikkeling van de locatie tegenover De Ruiting 2 in Esch naar een woningbouwlocatie voor zes ruimte voor ruimtewoningen en de aanleg van nieuwe natuur. Tot voor kort werd hier een agrarisch bedrijf gevoerd in de vorm van een plantenen bomenkwekerij. De op deze locatie aanwezige kas, bedrijfsgebouwen, containervelden en waterreservoir zijn met het oog op de beoogde herontwikkeling verwijderd. Het ontwerp bestemmingsplan heeft voor iedereen ter inzage gelegen van 9 juni tot en met 20 juli 2022. Tijdens deze periode had iedereen de gelegenheid een zienswijze kenbaar te maken aan de gemeenteraad van de gemeente Boxtel. Deze notitie is het eindverslag van de ingekomen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan. In het eindverslag wordt een weergave gegeven van de gevolgde procedure, de ingebrachte zienswijzen en de gemeentelijke reactie hierop.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 van dit eindverslag wordt een weergave gegeven van de ingekomen zienswijzen. Deze zienswijzen worden puntsgewijs, kort samengevat weergegeven en vervolgens beantwoord. Het 3e hoofdstuk bevat een overzicht van de wijzigingen die met de vaststelling ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn vastgesteld.
Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk
pag. 3
2. Zienswijzen Gedurende de termijn van ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan zijn 12 zienswijzen ingediend. De zienswijzen worden puntsgewijs, kort samengevat, weergegeven (cursief) en vervolgens beantwoord (normaal lettertype). Daarnaast is er buiten de termijn nog een zienswijze ingekomen. Ook deze is toegevoegd aan dit verslag en beantwoord.
Zienswijze 1 Het plangebied ligt in het beekdal van de Essche Stroom. Om wateroverlast te voorkomen is het daarom belangrijk dat het plan goed rekening houdt met de waterhuishouding in het beekdal. De opmerkingen die wij hierover gemaakt hebben op de eerdere versie van het voorontwerpplan (brief Z59334/U126825 van 6 november 2019), zijn verwerkt. Maar op enkele punten is nog niet duidelijk hoe het plan de waterbelangen borgt. Daarom vraag ik u om de onderstaande opmerkingen te verwerken in het plan. Plantoelichting - Paragraaf 3.2.2 beschrijft de geldende regels voor het plangebied vanuit de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). Maar de paragraaf besteedt geen aandacht aan artikel 3.36 van de IOV, terwijl het plangebied in Reserveringsgebied waterberging ligt. Ik vraag u dit toe te voegen en zo nodig te verwijzen naar de waterparagraaf. - De waterparagraaf noemt de grenswaarde van 2.000 m² uit de Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater. Sinds 1 april is deze grenswaarde voor het compenseren van nieuw verhard oppervlak verlaagd van 2.000 m² in 500 m². Ik vraag u om dit in de tekst aan te passen. Omdat hier sprake is van afname van verhard oppervlak, heeft de Keur-aanpassing verder geen gevolgen voor het plan.
- Regenwater dat afstroomt van de daken en nieuwe verhardingen, komt terecht in de nieuwe greppels in het plangebied. Het regenwater stroomt via deze greppels en de B-watergang langs De Ruiting snel weg naar de Essche Stroom. Ik vraag u om de greppels in het plangebied te voorzien van stuwtjes, zodat regenwater langer in het gebied blijft en de kans krijgt om te infiltreren in de bodem. Bij hevigere buien kan het water alsnog over de stuwtjes weg stromen, zodat er geen overlast ontstaat. Het plangebied ligt namelijk tegen de Natte Natuurparel Setersheike aan. Hier is het uitgangspunt water graag zoveel mogelijk vasthouden om verdroging te voorkomen. Ook volgt het plan op deze manier het principe “elke druppel telt” uit het nieuwe Waterbeheer-programma 2022-2027. En het plan voldoet zo aan uw gemeentelijk regenwaterbeleid dat de perceeleigenaar verantwoordelijk stelt voor het verwerken van het regenwater dat op het eigen terrein valt. - De plantoelichting besteedt geen aandacht aan de grondwaterstanden in het plangebied. Gegevens hierover vindt u in de bijlage en ik vraag u om deze op te nemen in de waterparagraaf. Ten oosten van de nieuwe steilrand zijn de grondwaterstanden iets ondieper dan in de rest van het plangebied. Het is niet duidelijk hoeveel centimeters het maaiveld hier verlaagd wordt. Door de afgraving zal het grondwater nog ondieper onder maaiveld komt.
Houd hiermee rekening bij de keuze van de beplanting. - De terreinhoogten die de waterparagraaf noemt, komen niet overeen met het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3): ze zijn 10 meter te hoog. - De herinrichting van de Essche Stroom kan ter hoogte van het plangebied zorgen voor hogere waterstanden. Door de aanleg van de steilrand (minimaal 5,50 m +NAP) overstromen de gronden ten westen van de steilrand niet vaker dan op dit moment het geval is. Daarnaast hebben wij eerder geadviseerd om een voldoende hoog bouwpeil boven het hoogwaterpeil (T150) van de Essche Stroom aan te houden. Volgens de laatste modelmatige inzichten is dat peil 5,90 m +NAP en is er nu een bouwpeil voorzien van 6,15 m +NAP (minimale terreinhoogte bouwkavels, zie ook de volgende opmerking hieronder). Dit moet ervoor zorgen dat er bij hoogwater in de Essche Stroom geen wateroverlast optreedt bij de woningen. Beschrijf de verschillende doelen van de steilrand en de terreinophoging duidelijk in de waterparagraaf. Hieruit volgt dan ook welke delen tot welke hoogte opgehoogd moeten worden: de locaties van de steilrand tot 5,50 m +NAP en de bouwkavels tot 6,15 m +NAP. Compensatie moet
Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk
pag. 4
plaatvinden voor de delen die nu overstromen bij hoogwater en worden opgehoogd (terreindelen lager dan 5,90 m +NAP). Planregels en verbeelding - Artikel 7.2.1 schrijft voor dat de begane grond van de nieuwe woningen minimaal op 6,15 m +NAP ligt. Wij hebben dit peil eerder opgevat als minimaal bouwpeil. Dus dat de bouwkavels worden opgehoogd tot minimaal 6,15 m +NAP, waarna het vloerpeil nog boven deze hoogte komt te liggen. De kans op wateroverlast in de woningen en de tuinen is dan – volgens de huidige inzichten – heel klein. Ik vraag u daarom om de bepaling aan te passen en een minimale terreinhoogte van 6,15 m +NAP voor te schrijven voor de bouwkavels. Ik wijs u erop dat voor nieuwe woningen in het buitengebied het waterschap geen inspanningsverplichting heeft om de T150-norm te garanderen. Daarom is het belangrijk dat het plan zelf voorziet in een verantwoorde bouwhoogte. De ontwikkeling is daarmee op eigen risico. - In de bestemming Waterstaat-Waterkering staat in artikel 11.3 en artikel 11.4.3 dat het bevoegd gezag de beheerder van de kering om advies vraagt voordat het een omgevingsvergunning verleent voor (bouw)werkzaamheden aan de kering. De bewoners van de Ruimte-voor-Ruimtewoningen zijn verantwoordelijk voor het beheer van de kering.
Ik vraag u daarom om de beide artikel aan te passen en de waterbeheerder om advies te vragen voordat een omgevingsvergunning wordt verleend. - Artikel 15.3 van de planregels bevat regels voor de aanduiding “overige zone – regionale waterberging”. Maar deze aanduiding komt niet terug op de verbeelding. Volgens de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant ligt het plangebied alleen binnen Reserveringsgebied waterberging. De aanduiding “overige zone – regionale waterberging” is daarom niet nodig binnen het plangebied. - De verbeelding die is gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl wijkt af van de verbeelding in figuur 6 in paragraaf 2.2.1. Ik vraag u om in deze figuur de laatste versie van de verbeelding op te nemen. De benoemde zaken worden aangepast op de verbeelding, in de toelichting en regels. De genoemde zaken voor wat betreft ontwatering en hoogte bouwkavels worden opgenomen in het defintieve ontwerp voor het bouw- en woonrijp maken. Het vloerpeil van de te realiseren woningen komt in ieder geval boven 6.15+NAP. Ook worden de gevraagde stuwtjes geplaatst. Wijziging Het plan is aangepast op de genoemde punten. De waterparagraaf wordt aangevuld.
Zienswijze 2 Uw antwoord over privacy op onze inspraakreactie maakt ons zeer boos. Als u ter plekke was gaan kijken had u gezien, dat de bestaande groenrand op perceel De Ruiting 1a, die voor ons het zicht op de huizen van Nieuw Koolwijk zouden moeten voorkomen, NIET BESTAAT. De rij verouderde coniferen, waar je doorheen kunt kijken, begint iets voor de garage en heeft ook altijd op deze plek gestaan. We hebben dus vrij zicht op de huizen van Nieuw Koolwijk aan de ander kant van het smalle zandpad. Het zandpad ligt tussen De Ruiting 1a en de nog te bouwen huizen van Nieuw Koolwijk. De WATERPLAS, waar de huizen van Nieuw Koolwijk op komen te staan moet gedempt worden en daarna opgehoogd tot 16.15 m. boven NAP! Zie blz. 33 van het Inrichtingsplan uit het Ontwerpbestemmingsplan "Nieuw Koolwijk" dat nu ter visie ligt. Ons perceel ligt veel lager. Er dreigt dus wateroverlast voor ons. Hoe blijft ons perceel droog?? Onze VOORTUIN, VOORSTE GEDEELTE VAN HET WEILAND liggen op 5.50 m. boven NAP? Veel lager dan het wegdek van De Ruiting. Ons huis staat op gelijke hoogte met het wegdek van De Ruiting. Ook het ZANDPAD ligt voor even laag als onze voortuin. Onze ACHTERTUIN ligt ook laag, maar deze wordt door het Waterschap opgehoogd. Hoe zorgt u er voor dat we straks geen natte voeten of meer krijgen!!!!
Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk
pag. 5
We zitten straks tegen een 27 m. HOGE BERG aan te kijken. (16.15m. + de hoogte van een huis 10 m.) Wat doet WINDKRACHT 7 of meer met onze mooie oude bomen, die tegen die hoge berg vastloopt!!! ONDER HET MOM VAN NATUUR0NTWIKKELIN6 OP DE RUITING, krijgt zelfs een recreatiewoning een oprijlaan van 100 m. of meer, dwars over hooggekwalificeerde landbouwgrond. Ze noemen het een half verhard karrespoor. Dat is geen verbetering van het landschap, maar VERSTENING EN VERNIELING VAN HET LANDSCHAP. CITAAT uit het nu ter visie liggende Inrichtingsplan uit het Ontwerpbestemmingsplan "Nieuw Koolwijk" blz. 8 Een belangrijk accent bij het opstellen van het integraal inrichtingsplan lag bij natuurontwikkeling en verbetering van het landschap. Het integraal inrichtingsplan is een schetsplan dat gelijktijdig met de bestemmingsplanprocedure verder zal worden uitgewerkt per deellocatie. Er zijn 5 deellocaties. CITAAT uit het Bestemmingsplan toelichting deel B blz. 32 De recreatiewoning op de deellocatie De Ruiting 3a blijft met de beoogde herontwikkeling ongewijzigd. Wel wordt er een nieuwe toegangsweg in de vorm van een half verhard karrespoor richting de recreatiewoning gerealiseerd. Sorry, maar een karrespoor is niet verhard en ook niet half verhard. Volgens het woordenboek is een karrespoor....door een kar of karren gemaakt spoor. Dit kan dus niet.
Wij vragen de Gemeenteraad van Boxtel nogmaals met klem, om het plangebied "Nieuw Koolwijk' niet te beschouwen als bouwlocatie maar het te bestemmen als natuurontwikkeling. Tussen het perceel van betrokkenen en het plangebied is een zandpad gelegen in eigendom van de gemeente. Tussen dit zandpad en de nieuw geplande woningen is een strook natuur bestemd als groenkader rondom de nieuwe woningen. Deze houtwal binnen het plangebied ontneemt het zicht op de nieuwe woningen en blijft gehandhaafd zoals in het inrichtingsplan is aangeduid. Blijkbaar is er in het inrichtingsplan en toelichting van het bestemmingsplan een typefout geslopen. 16,15 moet 6,15m +NAP zijn, dit wordt aangepast. Er is een bestaande watergang die overstroming naar perceel van betrokkenen voorkomt. Daarnaast is in de watertoets die onderdeel uitmaakt van de toelichting van het bestemmingsplan onderbouwd dat met de beoogde ontwikkeling sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Dit is ook getoetst door het waterschap. Het benoemde karrespoor is geen onderdeel van dit bestemmingsplan, maar van het ‘bestemmingsplan De Ruiting 3, 3a, 4, 4a, 5 en 7’. Wijziging In het inrichtingsplan en de toelichting wordt de hoogte aangepast naar 6,15 +NAP.
Zienswijze 3 Uit de toelichting valt als aanleiding voor het in procedure brengen van dit plan het volgende af te leiden: “Aan De Ruiting te Haaren/Esch zal sprake zijn van een Gebiedsontwikkeling De Ruiting. Onderhavig bestemmingsplan is opgesteld voor de herontwikkeling van de locatie De Ruiting 2B (Nieuw Koolwijk), hierna plangebied genoemd. Voor enkele meer zuidelijk gelegen locaties aan De Ruiting wordt tevens een bestemmingsplanprocedure doorlopen. Onderhavig bestemmingsplan ziet echter enkel op De Ruiting 2B. Ter plaatse van het plangebied werd tot voor kort een agrarisch bedrijf gevoerd in de vorm van planten- en bomenkwekerij. Inmiddels is alle bedrijfsbebouwing binnen het plangebied gesloopt. De kas, bedrijfsgebouwen, containervelden en waterreservoir zijn met het oog op de beoogde herontwikkeling verwijderd. Het plangebied wordt herontwikkeld naar woningbouwlocatie met een zestal Ruimte voor Ruimte kavels. Tevens wordt een flinke kwaliteitsslag behaald door de aanleg van nieuwe natuur.” Indiener stelt zich allereerst op het standpunt dat met de beoogde opzet van het plan geen recht wordt gedaan aan de afspraken die met hem zijn gemaakt. Er zijn overeenkomsten Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk
pag. 6
gesloten, een anterieure overeenkomst met de gemeente alsmede een overeenkomst met de gemeente en provincie, doch hetgeen daar in is gesteld aan voorwaarden wordt naar zijn mening nu niet nagekomen. Indiener verzet zich dan ook tegen het huidige ontwerpbestemmingsplan en ziet zich genoodzaakt op deze wijze zijn ongenoegen kenbaar te maken. Indiener ziet in de eerste plaats graag een uitnodiging tegemoet teneinde in gesprek te gaan. En heeft daar ook recht op daar hij deze ruimtelijke ontwikkeling mede mogelijk heeft gemaakt door bedrijfsverplaatsing en verkoop van het perceel. In het plan is onderstaande afbeelding opgenomen.
In de afbeelding is overigens door ondergetekende met een gele pijl de ontsluiting van het perceel van indiener geduid, en met de gele cirkel de aldaar geprojecteerde woning. Indiener heeft in een eerder stadium al aangegeven dat hij graag ziet in verband met zijn bedrijfsvoering aan het perceel tegenover de planlocatie. Enerzijds verkeerstechnisch, immers er is sprake van transportbewegingen van en naar zijn bedrijfslocatie. Daarnaast zou het ook de voorkeur verdienen de met de gele cirkel geduide woning juist te projecteren aan de overzijde van de nieuw aan te leggen ontsluitingsweg zodat overlast van het verkeer van en naar het bedrijf van indiener tot een minimum wordt beperkt. Immers de in- en uitrit van indiener is dan verder gelegen van de woning. Het plan zorgt voor meer verkeersbewegingen. Het bestemmingsplan voorziet onvoldoende in mogelijkheden voor een goede ontsluiting. Althans, er ontbreekt een verkeersonderzoek en op grond van de toelichting concludeert cliënt dan dat het ontwerp een deugdelijke motivering ontbeert. In de toelichting is het volgende gesteld: “Conform de CROW-richtlijnen brengt een woning in het landelijk gebied circa 7,4 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal met zich mee. Dit houdt een toename van circa 45 vervoersbewegingen per etmaal over De Ruiting in. Daar tegenover staat het vervallen van de planten- en bomenkwekerij.
Hiertoe staan geen richtlijnen genoemd in de CROW. De toename van vervoersbewegingen van personenvervoer zal echter niet opwegen tegen de afname van het aantal vervoersbewegingen van zwaardere voertuigen. De toename van motorvoertuigbewegingen ten behoeve van de beoogde Ruimte voor Ruimte woningen zal niet leiden tot problemen over De Ruiting.” Opvallend, aangezien er voor de voormalige planten- en bomenkwekerij geen CROW-richtlijnen worden genoemd, wordt gemakshalve geconcludeerd dat de toename van verkeersbewegingen van personenvervoer niet opweegt tegen de afname van het aantal vervoersbewegingen van zwaardere voertuigen. Zonder enige onderbouwing. Nog los van het feit dat het verkeer dat verband houdt met het aanwezige kinderdagverblijf op het perceel van cliënt geheel buiten beschouwing wordt gelaten. Op dit punt is het ontwerpplan in strijd met een deugdelijke ruimtelijke ordening.
Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk
pag. 7
Indiener merkt nog op dat er wordt gesproken over de locatie aan De Ruiting en niet meer specifiek over nummer 2b. Dit kan eigenlijk ook niet daar 2b een onderdeel is van het bedrijf dat mee verplaatst is. Er loopt ook nog steeds een verzoek tot herstel van dit nummer voor de nieuwe locatie naast 2, hierop heeft indiener echter nog steeds geen reactie mogen ontvangen. Het waterschap en de provincie stellen dat sprake is van volledige sanering van de voormalige kwekerij op nummer 2b. Dat klopt niet, daar in feite sprake is van een bedrijfsverplaatsing en niet van een sanering. Gesloopte opstallen en dergelijke zijn “als het ware” verhuisd naar De Ruiting 2. De uitgangspunten kloppen daarom niet. De bestaande m2 zijn dan nog steeds van toepassing op de nieuwe locatie. Namens Indiener wordt met nadruk gewezen op de overeenkomst die is gesloten met het oog op de verplaatsing. In de toelichting staat onder meer: “Er zijn geen wettelijke bepalingen over de aan te houden afstand. Door de Raad van State wordt bij beoordeling van nieuwe ruimtelijke situaties vanwege drift een afstand van 50 meter aangehouden. Er zijn in de omgeving van het plangebied geen spuitzones opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. De gronden in de omgeving van het plangebied zijn niet in gebruik voor de boomteelt. Dit aspect vormt dus geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Andersom heeft de sanering van het agrarisch bedrijf ter plaatse enkel een positief effect op de omgeving.” Indiener stelt zich op het standpunt dat de nieuw te bouwen woningen wel degelijk binnen de spuitzone(s) van het perceel De Ruiting 2 liggen. Op dit punt is het plan dus ook in strijd met een deugdelijke ruimtelijke ordening. Naaar aanleiding van de zienswijze heeft er een overleg plaatsgevonden tussen wethouder Van der Zanden, projectleider en betrokkene over de afspraken in de private overeenkomst. Dit betreft een private overeenkomst en staat los van de afweging over de ruimtelijke inpasbaarheid van de beoogde ontwikkeling. De voor huisnummering verantwoordelijke afdeling is in kennis gesteld van de verwachtingen van betrokkene. Zoals in de toelichting van het plan beschreven is de te verwachte verkeerstoename zeer beperkt. Het gaat om een toename van circa 45 vervoersbewegingen per etmaal. Voor gemiddelde erftoegangswegen geldt een maximale capaciteit van 4.000 - 6.000 verkeersbewegingen per etmaal. Hieruit mag worden geconcludeerd dat de bestaande wegen geschikt zijn voor de verwachte (geringe) toename van verkeer vanwege de zes woningen. Deze toename leidt niet tot verkeersonveilige situaties en zoals uit het akoestisch onderzoek blijkt ook niet tot onaanvaardbare geluidoverlast.
Inderdaad is niet inzichtelijk welke vervoersbewegingen er door de verwijdering van de agrarische bestemming ter plaatse zijn komen te vervallen. De opmerking daarover in paragraaf 2.2.4.1 van de toelichting wordt dus verwijderd. De afstand tussen de geplande woningen en de ontsluiting van het bedrijf van betrokkene is niet van die mate dat verkeersbewegingen ernstige overlast zullen gaan leveren voor de hier geprojecteerde woning, zoals ook blijkt uit het uitgevoerde akoestische onderzoek. In deze procedure gaat het om het verwijderen van een gekoppeld agrarisch bouwvlak in het bestemmingsplan en het toevoegen van de functies wonen en natuur. Dat betrokkene zijn bedrijfsactiviteiten heeft verplaatst naar een andere perceel waar ook een agrarische bestemming van toepassing is doet daar niets aan af. Op locatie van betrokkene is sprake van een kwekerij met kinderdagverblijf. Gezien de op zijn locatie aanwezige gevoelige functie (kinderdagverblijf) is het in het aldaar geldende bestemmingsplan Buitengebied opgenomen verbod op gebruik van gewasbeschermingsmiddelen van toepassing. Er kan hier dus geen sprake zijn van spuitzones van het perceel De Ruiting 2.
Wijziging In paragraaf 2.2.4.1 van de toelichting wordt de volgende zinsnede verwijderd: “De toename van vervoersbewegingen van personenvervoer zal echter niet opwegen tegen de afname van het aantal vervoersbewegingen van zwaardere voertuigen.”
Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk
pag. 8
Zienswijze 4 1) Buiten de bebouwde kom, midden in natuurgebied De Ruiting en in het mooie Beekdal van de Eschestroom daar passen geen 6 nieuwbouw huizen. Dit zal afbreuk zijn van het mooie stukje natuur aan Eschestroom. Deze huizen zouden elders in de gemeente Boxtel geplaatst moeten worden. Mijn vraag is dan ook is dit niet mogelijk in de gemeente Boxtel? 2) Nieuw Koolwijk zal ontwikkeld worden op een archeologisch beschermd terrein. Dit is uitermate van de gekke om het beetje Historie wat we nog in Esch hebben te vernietigen. Dit mooie terrein moet een wandel natuurgebied worden. Waar tevens de beschermde diersoorten hun leven kunnen voortzetten. 3) Bij mijn aanwezigheid bij het tweede archeologisch onderzoek is gebleken dat er nog maar steeds 10% van terrein is onderzocht. Dit zou echter volledig moeten zijn i.v.m. de hoge Archeologische waarde van het terrein. 4) De 6 kavels van ruimte voor ruimte zijn voor compensatie van de Firma Overbeek en Het Buurtschap De Ruiting. De Firma Overbeek is inmiddels gecompenseerd en heeft zijn plannen uitgevoerd. Maar het Buurtschap De Ruiting heeft nog geen enkel plan ingediend of uitgevoerd. Maar de geldstroom van de 6 huizen is ook richting het buurtschap. Om nu al rekening te houden met het Buurtschap de Ruiting is belachelijk als we niet weten wat hun plannen zijn.
Echter als de plannen niet door raad wordt goedgekeurd hebben ze ook geen geld nodig van de ruimte v ruimte regeling en zouden we kunnen voldoen met 2 huizen. Of het besten geen huizen of elders in de gemeente Boxtel waar ze gepast zijn!! 5) Nieuw Koolwijk zal gerealiseerd worden aan De Ruiting. De straat de Ruiting is niet geschikt voor meer verkeersbewegingen. Dit omdat De Ruiting vanaf huisnummer 8 verhoogd zal worden en tevens zal de weg als dijk van de Eschstroom dienen. (zie plannen waterschap). Dit i.v.m. de toekomst met de hoge waterstanden is dit geen veilige zet. Willen jullie ook echter de verkeers bewegingen mee nemen in u besluit van het kinderdagverblijf aan De Ruiting 2. Dit zal voor een verkeersinfarct zorgen aan De Ruiting. De weg is echter maar 3 meter breed!!!! Neem ook graag de plannen mee van het buurtschap waar ook zeer veel verkeer op af zal komen. 6) Door Nieuw Koolwijk en plannen van het Buurtschap (bekend bij wethouder Wim vd Zanden) zal er een nieuwe gemeente in de gemeente ontstaan.
Is dit de bedoeling dat er straks meer mensen wonen op De Ruiting dan bv de Postelstraat? Plan buurtschap; 1e (De Ruiting 5) Realiseren van 3 appartementen Realiseren van 1 vakantiehuis Boerderij splitsing naar 2 woningen Conferentie zaal met lichtte horeca 2e (De Ruiting 4) Bedrijfswoning omzetten naar privé woning Vlaamse omzetten naar woning Bestaande hal omzetten naar zorgboerderij +/- 40 patiënten en dan nog aantal medewerkers. Van de bedrijfswoning is er ook een aanvraag bekend van een flexwoning in de bestaande schuur. Nu B&B 3e (De Ruiting 3) B&B voor 6 personen Uitbreiding van de vergunning aantal cursisten 4e (De Ruiting 7) Splitsing van woonhuis. 7) Door de bouw van de 6 woningen zal het wild verjaagd worden. Hieronder verstaan fazanten, eenden, konijnen, hazen, marters, steenuil en reeën. Ja deze mooie diersoorten komt dit perceel voor. Dit zou echt zonden zijn. 8) Als bewoner van De Ruiting sinds 2014. Heb ik bewust voor deze locatie gekozen. Mijn keuze was in dit gebied rust natuur en vrijheid! Het zal belachelijk zijn door deze komst van de 6 huizen dat dit mijn ontnomen wordt. Dus graag vraag ik u nog een keer om de huizen elders te plaatsen in de gemeente Boxtel. Of misschien helemaal dit project te cancelen. Op basis van de bovenstaande argumenten heb ik bezwaar tegen het ontwerp ‘bestemmingsplan Nieuw Koolwijk’ te Esch.
Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk
pag. 9
Naar aanleiding van het voorgaande, verzoek ik u, met inachtneming van mijn zienswijze, het ontwerp bestemmingsplan niet vast te stellen. 1. Dit bestemmingsplan is voorbereid als vervolg op de besluitvorming van de gemeente Haaren in 2015. In ruimtelijke zin maakt op deze locatie de bestemming ‘agrarisch bouwvlak’ plaats voor wonen, groen, natuur en verkeer. Er is daarbij gezocht naar een verkaveling die de bijzondere context van deze locatie versterkt. 2. De gekozen opzet sluit aan op de historisch gegroeide situatie met op donken gelegen bebouwingsclusters en boerderijen aan de weg. Aan de achterzijde wordt een deel van het terrein ingericht als natuurgebied, aansluitend op de naastgelegen gronden van Stichting Het Brabants Landschap. Dit past bij het beoogde karakter, waarbij naar onze mening wonen en kwaliteitsverbetering van het landschap hand in hand gaan. 3. Op de locatie heeft uitgebreid archeologisch onderzoek plaatsgevonden en op alle plekken waar bouwactiviteiten zijn gepland ook door het graven van proefsleuven. Het overige plangebied blijft ongeroerd en behoud de beschermende archeologische dubbelbestemming. 4. Het ontwerpbestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3a, 4, 4a, 5 en 7’ heeft inmiddels ook ter inzage gelegen en iedereen is in de gelegenheid gesteld ook daarover een zienswijze aan de gemeenteraad kenbaar te maken. 5.
Ook aan het onderdeel verkeer is in het bestemmingsplan specifiek aandacht besteed. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van een onevenredige toename van verkeersbewegingen. Het gaat om een toename van circa 45 vervoersbewegingen per etmaal. Voor gemiddelde erftoegangswegen geldt een maximale capaciteit van 4.000 - 6.000 verkeersbewegingen per etmaal. Hieruit mag worden geconcludeerd dat de bestaande wegen geschikt zijn voor de verwachte (geringe) toename van verkeer vanwege de zes woningen. Deze toename leidt niet tot verkeersonveilige situaties en zoals uit het akoestisch onderzoek blijkt ook niet tot onaanvaardbare geluidoverlast. 6. Het klopt dat in de omgeving van het plangebied al een aantal jaren een transformatie aan de gang is van een voornamelijk agrarische omgeving naar een meer woonomgeving met natuur, recreatie en andere functiewijziging. Voor de onderdelen waarvoor aanpassing van het bestemmingsplan aan de orde is, is op basis van objectieve criteria onderzocht en geconcludeerd dat deze nieuwe functies inpasbaar zijn in de omgeving. 7. Als voorbereiding op het bestemmingsplan heeft uitgebreid onderzoek plaatsgevonden naar de flora en fauna ter plaatse. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat beoogde herontwikkeling een positief effect heeft op de flora- en fauna. Onder andere doordat het plan voorziet in een forse erfbeplanting. Wijziging Geen wijziging.
Zienswijze 5 In het Esseblad van 17 juni j. l. las ik met verbazing de reactie van wethouder Wim van der Zanden. “Totaal hebben we 135 inspraakreacties op het voorontwerp bestemmingsplan ontvangen.” Dit aantal komt absoluut niet overeen met de inspraakreacties die wij vorig jaar ontvangen hebben. Toen bleek, dat er maar liefst tussen de 190 en 200 personen via een petitie en het invullen van een inspraakformulier, bezwaar gemaakt hadden tegen de voorgenomen bouw van zes Ruimte-voor Ruimtewoningen aan De Ruiting 2b in Esch. Het is al enige tijd geleden dat ik voor de klas gestaan heb maar het rekenen ben ik echt nog niet verleerd. Waar komt dit grote verschil vandaan? Aanvankelijk dachten we aan een procedure fout maar na overleg met de bevoegde ambtenaar bleek dat, de vijf lijsten met namen van mensen die vorig jaar de petitielijsten ingevuld hebben, niet meegerekend zijn. Deze zijn aangezien als een bezwaar! De petitielijsten zijn maar liefst door 83 mensen ondertekend. Als je 134 en 83 bij elkaar optelt, komt daar toch echt 217 te staan. Dit getal komt beter overeen met het aantal ingediende zienswijzen van vorig jaar. Het team landelijk gebied gaat uitzoeken wat er gebeurd is met de 5 ingediende petitielijsten.
Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk
pag. 10
Verder heeft de wethouder het over “20 unieke” inspraakreacties. Zou de wethouder hier de reacties van de personen die hun bezwaar uitgebreider hebben toegelicht mee bedoelen? Volgens mij waren de inspraakreacties allemaal ondertekend en dus rechtsgeldig. Een rechtsgeldige handtekening is een handtekening die met pen op papier wordt gezet en daar is het Burgerlijk Wetboek heel duidelijk over. Artikel 8.1.2 van het Burgerlijk Wetboek definieert een handtekening als volgt “een teken of een opeenvolging van tekens, aangebracht met de hand, elektronisch of via ieder ander procedé, waarmee een persoon zich identificeert en waaruit zijn wilsuiting blijkt”. Alle inspraakreacties die ingediend zijn, zijn allen voorzien van, naam, straat en huisnummer en handtekening. Het zijn dus allemaal rechtsgeldige wilsuitingen en daarom allemaal “uniek”. In mijn optiek moeten dan ook alle ingediende inspraakreacties. volwaardig meegenomen worden. In het Esseblad van 17 juni j. l. las ik met verbazing de reactie van wethouder Wim van der Zanden. “Totaal hebben we 135 inspraakreacties op het voorontwerp bestemmingsplan ontvangen.” Dit aantal komt absoluut niet overeen met de inspraakreacties die wij vorig jaar ontvangen hebben.
Toen bleek, dat er maar liefst tussen de 190 en 200 personen via een petitie en het invullen van een inspraakformulier, bezwaar gemaakt hadden tegen de voorgenomen bouw van zes Ruimte-voor Ruimtewoningen aan De Ruiting 2b in Esch. Het is al enige tijd geleden dat ik voor de klas gestaan heb maar het rekenen ben ik echt nog niet verleerd. Waar komt dit grote verschil vandaan? Aanvankelijk dachten we aan een procedure fout maar na overleg met de bevoegde ambtenaar bleek dat, de vijf lijsten met namen van mensen die vorig jaar de petitielijsten ingevuld hebben, niet meegerekend zijn. Deze zijn aangezien als een bezwaar! De petitielijsten zijn maar liefst door 83 mensen ondertekend. Als je 134 en 83 bij elkaar optelt, komt daar toch echt 217 te staan. Dit getal komt beter overeen met het aantal ingediende zienswijzen van vorig jaar. Het team landelijk gebied gaat uitzoeken wat er gebeurd is met de 5 ingediende petitielijsten. Verder heeft de wethouder het over “20 unieke” inspraakreacties. Zou de wethouder hier de reacties van de personen die hun bezwaar uitgebreider hebben toegelicht mee bedoelen? Volgens mij waren de inspraakreacties allemaal ondertekend en dus rechtsgeldig. Een rechtsgeldige handtekening is een handtekening die met pen op papier wordt gezet en daar is het Burgerlijk Wetboek heel duidelijk over.
Artikel 8.1.2 van het Burgerlijk Wetboek definieert een handtekening als volgt “een teken of een opeenvolging van tekens, aangebracht met de hand, elektronisch of via ieder ander procedé, waarmee een persoon zich identificeert en waaruit zijn wilsuiting blijkt”. Alle inspraakreacties die ingediend zijn, zijn allen voorzien van, naam, straat en huisnummer en handtekening. Het zijn dus allemaal rechtsgeldige wilsuitingen en daarom allemaal “uniek”. In mijn optiek moeten dan ook alle ingediende inspraakreacties. volwaardig meegenomen worden. Bij deze maak ik bezwaar tegen de voorgenomen bouw van zes ruimte voor ruimtewoningen aan de Ruiting 2b te Esch, zoals kenbaar gemaakt in het ontwerp bestemmingsplan “Nieuw Koolwijk” 2b in Esch. Door de beoogde aanleg van een buitenplaats met zes villa’s aan De Ruiting 2b dreigt een archeologisch monument en een terrein met dubbele archeologische waarden met Romeinse bewoningssporen en een mogelijk derde grafveld in Esch, vernietigd te worden. Dit terrein grenst aan het Romeinse villaterrein en het Romeinse grafveld. Op 9 juli 2021 heb ik in mijn zienswijze uitvoerig aangegeven waarom ik bezwaar maakte tegen het voorontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk. De antwoorden die ik van u mocht ontvangen hebben mijn bezwaren geenszins weggenomen. Derhalve blijft mijn bezwaar van 9 juli 2021 ongewijzigd van kracht.
(zie bijgevoegd bezwaar van 9 juli 2021). Tevens dien ik hierbij opnieuw de lijst met namen van de inspraakreacties naar aanleiding het voorontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk te Esch in en de 5 lijsten met petitie bezwaren tegen het plan Nieuw Koolwijk. (zie bijlage 1) De originele afschriften heeft u reeds in uw bezit. U heeft niet gereageerd op de inhoud van mijn ingediende zienswijze met betrekking tot onderstaande opmerkingen.
Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk
pag. 11
1. In het plangebied is aan de zuidkant de bodem verstoord door graafwerkzaamheden gedurende de 20e en begin 21e eeuw. De provincie was toen eigenaar van de grond en had deze werkzaamheden moeten voorkomen. Ruimte voor Ruimte/Provincie Noord-Brabant waren hier duidelijk in overtreding. Er was geen ontgrondingsvergunning aangevraagd en de wet bodembescherming werd eveneens genegeerd. Tevens zijn door de graafwerkzaamheden eventuele aanwezige archeologische sporen verdwenen dus ook de Monumentenwet heeft men aan zijn laars gelapt. 2. Hoe is het mogelijk dat Ruimte voor Ruimte/Provincie Noord-Brabant op dit archeologisch beschermd terrein ooit tot deze planvorming heeft kunnen komen? In uw antwoord geeft u aan dat, de dubbele bestemming archeologie blijft bestaan. In het ontwerpbestemmingsplan dat nu ter inzage ligt wordt inderdaad aangegeven dat op de niet onderzochte delen van het plangebied de beschermde dubbele bestemming archeologie blijft bestaan.
Hoe gaat u dit handhaven? Vinden de afgravingen plaats onder archeologisch begeleiding? Op papier is alles afgedekt maar hoe zit het met de werkelijkheid aangaande de bescherming van dit archeologisch terrein? Denkt u dat, dit waardevolle archeologisch terrein voldoende beschermd wordt, als er groot grondverzet plaats gaat vinden? En hebt u al nagedacht over het kostenplaatje voor de gemeente Boxtel als er weer archeologische vondsten gevonden worden en er eventueel verder archeologisch onderzoek moet plaatsvinden? 3. Daar waar overheden en semioverheden de uitgangspunten van het verdrag van Valletta leidend laten zijn en handelen in de geest ervan, zou het in de rede liggen om de zorgplicht in de planontwikkeling van begin af aan nader te concretiseren. In uw onderbouwing kan ik nergens terugvinden of deze zorgplicht ook van begin af aan is meegenomen. Pas eind 2019 begin 2020, toen de plannen al in een ver gevorderd stadium waren, liet Ruimte voor Ruimte/ Provincie Noord-Brabant een archeologisch booronderzoek uitvoeren. Uit dit onderzoek blijkt duidelijk dat alleen daar waar men de villa’s wil realiseren, proefboringen gepland waren.
Als je de uitgangspunten van het verdrag van Valletta leidend laat zijn dan draag je zorg voor het hele archeologische plangebied en niet alleen over dat deel wat voor jouw van financieel belang is! In mijn optiek ga je dan niet respectvol om met je cultureel erfgoed. (zie bijlage 2). 4. De hele gang van zaken rondom de preparatie en ontwikkeling van dit archeologisch monument tot bouwterrein komt in een vreemd daglicht te staan als men bedenkt dat het archeologisch terrein door bevoegd gezag al vrijgegeven was voor de bouw van zes villa’s na het proefsleuvenonderzoek. Brisant als men bedenkt dat daarna bij opgraving in het noordelijk gedeelte een inheems- Romeinse nederzetting is gevonden! In uw antwoord zegt u; “De geuite zorg dat betreffende gebied al is vrijgegeven voor woningbouw kunnen wij wegnemen omdat hiervan geen sprake is. Dit besluit ligt met dit bestemmingsplan straks aan onze gemeenteraad voor”. Daar ik zelf gemeenteraadslid geweest ben weet ik wat de bevoegdheden van de gemeenteraadsleden inhouden. Klaarblijkelijk heeft u mijn geuite zorg verkeerd geïnterpreteerd. Mijn zorg betrof en betreft het gegeven dat uw adviseur alleen op het proefsleuvenonderzoek al zoveel van het archeologisch terrein had vrijgegeven, terwijl er nog archeologisch onderzoek moest plaatsvinden.
Toen ik naar zijn onderbouwing vroeg kreeg ik als antwoord; “Ach daar heb ik mij niet zo in verdiept”. (Zie bijlage 9 juli 2021) Verder blijkt uit een antwoord (zie bijlage 9 juli 2021) dat uw adviseur, op de hoogte was van de mogelijkheid dat zich in het plangebied een derde grafveld zou kunnen bevinden. Op mijn vraag waarom er geen proefsleuf gepland was in het zuidelijke deel van het plangebied, kreeg ik als antwoord; “Ik denk dat mijn collega zijn necropool (grafveld) wil en er staan bomen”. 5. Na afronding van het archeologisch onderzoek door Sweco zou op mijn aandringen in juni 2021 nog een extra proefsleuf gegraven worden in het gebied waar de Romeinse kurk-urn gevonden is. Helaas bleek dit in de praktijk een loze actie, men is niet op de juiste locatie gaan graven. U zegt in uw antwoord dat: “Vervolgens is besloten de zuidwestelijke proefsleuf alsnog door te zetten naar het zuiden om duidelijkheid te krijgen over de mate van verstoring in deze zone. Die verstoring was al lang bekend! (zie bijlage 3) Dit onderzoek is afgrond, er zijn in deze zone geen archeologische waarden aanwezig of nog te verwachten”. Had de archeoloog dat verwacht gezien eerder onderzoek op deze locatie?
Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk
pag. 12
(zie bijlage 4). Als u het rapport (51000725) leest dan ziet u dat de proefsleuf aansloot bij een eerder gegraven proefsleuf en afweek in oostelijke richting. Het rapport van dit onderzoek was nog niet beschikbaar tijdens de inspraakprocedure Voorontwerp Bestemmingsplan “Nieuw Koolwijk” maar is nu wel te raadplegen. Inventariserend Veldonderzoek doormiddel van (aanvullende) proefsleuven (IVP-P) Projectnummer: 51000725. Referentienummer: SWNL0278522.docm. Datum 27-08-2021. Dit deelgebied werd overigens al eerder vrijgegeven door Sweco (2019) in overleg met de adviseur van de gemeente Boxtel, destijds adviseur van de gemeente Haaren, (zie punt 4 in deze zienswijze) Dus wat voegde dit onderzoek nog toe? Ze konden niet om een extra onderzoek heen omdat ik opmerkingen gemaakt had over het archeologisch onderzoek aan de zuidoostelijke deel van het plangebied en dan krijg je dit onderzoek wat totaal niets heeft toegevoegd! Ik verzet mij tegen de bouw van zes Ruimte voor Ruimte woningen op De Ruiting 2b in Esch omdat Ruimte voor Ruimte/ Provincie Noord-Brabant haar eigen financiële belangen vooropstelt en de zorgplicht voor dit hele archeologische terrein over laat aan de gemeente Boxtel. Maar liefst zo’n 200 Esschenaren (op 1.800 inwoners) hebben bezwaar gemaakt tegen de bouw van deze 6 Ruimt voor Ruimte woningen.
Ruimte voor Ruimte/Provincie Noord-Brabant heeft van begin af aan heel bewust alleen die plekken onderzocht die zij willen bebouwen. Dit vind ik respectloos en onacceptabel t.o.v. het hele archeologisch waardevol terrein. (zie bijlage 2). Derhalve heb ik in 2020 al mijn zorgen kenbaar gemaakt aan de archeoloog van de provincie en herhaalde malen aangedrongen op verder onderzoek. Mijn zorg betrof en betreft voornamelijk het gebied aan de zuidoostelijke kant van het plangebied. Ik heb herhaalde malen verzocht om juist proefsleuf 12 in het oostelijke gebied te onderzoeken en aansluitend hierop de zuidkant. Proefsleuf 12 was tijdens het proefsleuven onderzoek in 2019 te drassig en werd derhalve niet helemaal doorgetrokken en onderzocht. De machinist, die alle werkzaamheden heeft uitgevoerd voor Sweco, stond in juni 2021 netjes met zijn kraan klaar om werkput 12 verder uit te graven. Niets daarvan! Hij werd naar het zuidwestelijke deel bij de werkputten 8 en 9 gedirigeerd. Mijn verwachting was juist dat proefsleuf 12 en het zuidelijke deel alsnog onderzocht zou worden en niet een extra proefsleuf op een plek waarvan men wist dat deze totaal verstoord was. Bovendien is op die plek in het zuidwestelijke deel een groot waterbassin uitgegraven. De restanten hiervan zijn nog zichtbaar. Een kind zou zeggen: “Daar heb ik al gegraven, daar ben ik al geweest en daar lag niks”.
Kinderlogica noemen ze dat in de ontwikkelingspsychologie. Ik zal u niet vermoeien met de hele tekst uit het rapport, maar die kan ik u desgewenst wel verstrekken. Resultaten uit eerder onderzoek. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven. Projectnummer: 364141, Referentienummer: swar 2282IVO-P, De Ruiting, Esch, 12-03-2020. Feitelijk onderzoek werkputten 8 west en 8 oost en werkput 9. Door deze putten heeft een van de voormalige waterbassins gelopen maar in tegenstelling tot het waterbassin in het noordelijk deel van het plangebied, lijkt dit bassin diep in de ondergrond te zijn ingegraven en te zijn gedempt met puin- en plastic houdende grond. (zie bijlage 3) Werkput 8 west Deze werkput was bijna geheel diepgaand verstoord. In een zandige bouwvoor van 55 cm dikte zijn resten van puin en plastic aangetroffen en op een diepte van 80 cm is zwartbruin zand aanwezig met puinresten. Werkput 8 oost In deze werkput is tot een diepte van 90 cm een verstoorde laag aanwezig met donker bruingrijs zand met puin en plantenresten, en stukken plastic. Werkput 9 De zuidzijde van de werkput had een verstoort pakket van ca. 100 cm, met daaronder in het vlak blauwachtige verkleuringen, waarschijnlijk afkomstig van het waterbassin dat hier heeft gelegen. Uit het rapport blijkt dus klip en klaar dat dit zuidwestelijk deel dus diep verstoord is.
Uitgerekend op deze locatie werd in juni 2021 nog een extra onderzoek verricht met als motivatie dat er in 2019 een depot aanwezig was waardoor de geplande twee proefsleuven niet gegraven konden worden. Ze hebben toen gekozen voor drie proefsleuven in plaats van de twee geplande. (zie bijlage 4). Het moge duidelijk zijn dat, uit
Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk
pag. 13
het aanvullend veldonderzoek (projectnummer:510007250) geen noemenswaardige sporen naar boven gekomen zijn. Dat staat niet vermeld in bovengenoemd rapport maar, ik ben de hele dag aanwezig geweest tijdens het onderzoek in juni 2021 en constateerde dat het proefsleuvenonderzoek gestaakt werd op ongeveer 8/9 meter van het einde van het plangebied. Na dit in mijn ogen nutteloze onderzoek, wat alleen maar geld gekost heeft en waar van te voren rederelijkwijs verwacht kon worden dat het niets op zou leveren, heb ik contact opgenomen met de archeoloog van de provincie Noord-Brabant en gevraagd waarom werkput 12 in het oostelijk deel van het plangebied niet verder onderzocht was. “Daar zit je in een beekdal, een beekloop, daar is niets te vinden” was het antwoord. Met dit antwoord zijn meerdere archeologen het oneens zeker gezien de archeologische onderzoeken van de laatste jaren. In 2009 heeft ARC: Archaeologic al Research en Consultancy een verkennend archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van boringen aan De Ruiting 2 en 2b te Esch, te Haaren uitgevoerd. In de onderzoeksgeschiedenis van dit rapport wordt uitvoerig stilgestaan bij het oostelijk deel van het plangebied. Een samenvatting luidt als voIgt: “Verder ligt in het meest oostelijke deel van het plangebied een beekdal, zonder veen.
Hiervoor bestaat een hoge verwachting voor archeologische resten uit alle perioden die verband houden met infrastructuur, voorzieningen voor de visvangst en jacht, plaatsen van .‘rituele depositie’ en tijdelijke verblijfplaatsen. (zie bijlage 5). Ook Sweco geeft aan dat beekloop elders gelegen kan hebben. Het is de bedoeling dat het oostelijke deel van het plan “Nieuw Koolwijk” finaal op de schop gaat en er veel grondverzet plaats gaat vinden. In de rapporten van Sweco staat herhaaldelijk vermeld dat eventuele vondsten gemeld moeten worden bij het meldpunt voor Archeologie. Gelooft u daar werkelijk in? Vondsten zullen met “de mantel der aarde” bedekt worden, vrees ik.... Wat zou het fijn geweest zijn als het hele gebied “Nieuw Koolwijk” onderzocht was, maar Ruimte voor Ruimte heeft, en ik zeg het nogmaals, uit financieel oogpunt, alleen archeologisch onderzoek uitgevoerd op de plekken waar men de luxe villa’s zou willen realiseren. Hoe is het mogelijk dat Ruimte voor Ruimte/Provincie Noord-Brabant de macht en mogelijkheid heeft om dit terrein met een hoge archeologische waarde, zo aan te tasten. De doelstelling die de provincie zich stelt ten aanzien van de archeologie lijkt mij hier ver te zoeken. Na advies van Sweco konden ze er niet om heen om een archeologisch onderzoek in het noordelijkplangebied uit te voeren.
Dit deel is aangeduid als archeologisch monument en heeft derhalve ook veel onderzoeksgegevens opgeleverd. Waarom geen onderzoek op de door mij voorgestelde locaties? Uit archeologische rapporten blijkt dat er zich op De Ruiting een derde grafveld zou kunnen bevinden. Gezien de ligging van de locatie is dit niet geheel ondenkbaar. Door mijn betrokkenheid met de archeologie en cultuurhistorie van ons dorp, voel ik mij verantwoordelijk voor het cultureel erfgoed van Esch. Deze zorg zou gedeeld moeten worden door de provincie en de gemeente. Een van de hoofddoelen van het provinciaal beleid is: Vergroting van het maatschappelijke draagvlak voor archeologie in Brabant. Het archeologisch bodemarchief vormt voor meer dan 99% de enige bron van kennis van de menselijke geschiedenis. In de Brabantse bodem zit informatie verborgen over de bewoningsgeschiedenis, die bij verstoring onherstelbaar verloren gaat. En als klap op de vuurpijl: Het is belangrijk dat de samenleving zorg draagt voor het behoud van het archeologisch bodemarchief. Mijn zorgen over dit zo belangrijke terrein komen niet uit de lucht vallen en zeker niet als je bedenkt dat Ruimte voor Ruimte archeologisch onderzoek heeft laten uitvoeren alleen daar waar ze hun plannen willen verwezenlijken. Laten we beginnen met de Archeologische verwachtings- en beleidskaart van de gemeente Haaren vastgesteld in 2011.
Op deze beleidskaart wordt aangegeven dat het zuidelijke deel van het bestemmingsplan Nieuw Koolwijk ligt in een archeologisch waardevol gebied 3 met een hoge verwachtingswaarde. (gebied met een hoge archeologische verwachting) Als dusdanig vermeld in RAAP adviesdocument 981, Plangebied regionale kering , p.8. Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek in plangebied De Ruiting te Esch, gemeente Haaren. Projectnummer: 36414. Referentienummer: swni 0247973. Datum 29-10-2019. Rapportnummer 2249. In dit rapport vind je de volgende verwijzing: Een mogelijk grafveld uit de Late Bronstijd-ijzertijd. (AMK 4175, circa 950 m ten zuiden van het onderhavige plangebied) Als er in het onderhavige plangebied, in 2010, een geheel
Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk
pag. 14
gave Romeinse kurkurn gevonden wordt, die duidt op een bijgift uit een graf, mag je toch veronderstellen dat alle alarmbellen gaan rinkelen voordat je, zonder uitgebreid onderzoek gedaan te hebben op die plek, de locatie vrijgeeft terwijl je weet dat daar mogelijk een derde grafveld van Esch kan liggen. Verder lees je in dit rapport: Tijdens de aanleg van een hemelwaterbassin in 2010, gelegen binnen de begrenzing van het plangebied, zijn mogelijk aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een grafveld uit de Romeinse Tijd. De aanleg van het bassin is uitgevoerd zonder dat hiervoor vergunning is verleend en derhalve ook zonder dat er nader archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Er is een anonieme vondstmelding gedaan van een klein intact Terra Nigra potje. (Archis zaak-ID 3262691100). Aangezien er geen archeologisch onderzoek binnen de monumentenzorg heeft plaatsgevonden, geldt de hoge verwachting voor dit gebied ( het zuidelijke plangebied) nog steeds. In diverse rapporten die Sweco heeft opgesteld over het plangebied Nieuw Koolwijk wordt verwezen naar: ARC: (= Archaeological Reseearch en Consultancy). Een verkennend archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van boringen aan De Ruitng te Esch, gemeente Haaren (2009). Dit onderzoek werd in 2009 uitgevoerd i.v.m. de bouw van tuinbouwkassen op De Ruiting 2b te Esch.
Twee delen van het huidige plangebied Nieuw Koolwijk werden destijds ook onderzocht en kregen op basis van dit onderzoek een hoge archeologische verwachting maar vanwege de beperkte aard van de geplande activiteiten destijds, werd er geen vervolgonderzoek uitgevoerd. In dit rapport (2009) staat bij de aanbeveling duidelijk te lezen; Indien er nu of in de toekomst op de zuidelijke deellocaties andere grondwerkzaamheden dan hierboven zijn beschreven, plaatsvinden, zal vervolgonderzoek noodzakelijk kunnen zijn, afhankelijk van de ingreep. In de rapporten van Sweco wordt herhaaldelijk gewezen op het feit dat er graafwerkzaamheden uitgevoerd gaan worden die doordringen in de archeologische laag. Ook in het zuidelijk gedeelte van het huidige plangebied zullen deze ingrepen plaats vinden. Al deze informatie is bekend en waarom weigert men dan om deze resultaten serieus te nemen? Waarom geen onderzoek op de door mij voorgestelde locaties? Het zal duidelijk zijn dat een archeologisch vervolgonderzoek Ruimte voor Ruimte geld gaat kosten maar dat is het risico als je op een archeologisch monument een bestemmingsplan gaat ontwikkeling. Mocht uit een nieuw archeologisch onderzoek in het zuidoostelijke deel van het plangebied blijken dat zich daar daadwerkelijk een derde grafveld bevindt, dan heb je als Ruimte voor Ruimte/Provincie Noord-Brabant natuurlijk wel iets uit te leggen.
Wellicht is dit ook een van de redenen waarom het zuidoostelijke deel niet archeologisch onderzocht werd. In mijn optiek heeft Ruimte voor Ruimte/ Provincie Noord-Brabant bij de planontwikkeling van Nieuw Koolwijk zich onvoldoende gerealiseerd dat het hier gaat om een zeer waardevol archeologisch terrein. Door de realisatie van dit plan dreigt er veel van het culturele erfgoed van Esch verloren te gaan. De mogelijkheid bestaat dat er op De Ruiting een derde grafveld ligt en dat het zuidelijke deel van het plangebied Nieuw Koolwijk aan de rand kan liggen van dit grafveld. Hierop kan niemand, zonder een gedegen archeologisch onderzoek, een antwoord geven. Daarom verzoek ik de raadsleden van de gemeente Boxtel met klem dit plangebied niet te bestemmen als bouwlocatie, en het cultureel erfgoed van Esch en haar Esschenaren en een eventueel derde grafveld veilig te stellen. In één van de ingebrachte inspraakreacties meldt indiener: “zie in de bijlage van deze zienswijze het aantal handtekeningen van bewoners die wonen om Nieuw Koolwijk heen die tegen Nieuw Koolwijk zijn”. Die bijlage bevat 85 handtekeningen onder de vermelding ‘Petetie bezwaar Nieuw Koolwijk’. Deze bijlage bevat geen verdere beschrijving, toelichting of verzoek.
Het college heeft er juist voor gekozen voorafgaande aan de formele procedure iedereen in de gelegenheid te stellen inhoudelijk mee te praten over het voorgenomen plan. Daarvoor is in 2021 de inspraakprocedure gehouden. Alle inhoudelijke opmerkingen zijn beoordeeld en beantwoord in het ter inzage gelegde ‘Eindverslag inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk’. Na de inspraakprocedure is de officiële bestemmingsplanprocedure gestart. Iedereen heeft de mogelijkheid gekregen om hierover een formele zienswijze aan de gemeenteraad kenbaar te maken. In de nota van inspraak heeft het college gemeld dat : “Begin 2021 constateerde de deskundige (senior archeoloog) dat Sweco tot dan toe al veel en goed onderzoek had uitgevoerd; een groot
Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk
pag. 15
deel van het plangebied is vlakdekkend opgegraven. In overleg met de archeologen van de provincie is destijds echter ook geconstateerd dat in zuidelijk deel niet geheel tevredenstellend bleek te zijn onderzocht. Initiatiefnemer is daarom verzocht nog een laatste proefsleuf te laten trekken om de laatste onduidelijkheden voor het totale project op te kunnen lossen en de resultaten daarvan in het eindrapport over de opgraving op te nemen. Op 9 juni 2021 heeft daarom in overleg met de senior archeoloog nader veldonderzoek plaatsgevonden en deze resultaten zijn in het rapport verwerkt. Overigens is er vooral gegraven op plekken die bebouwd gaan worden (inclusief de tot natuur te bestemmen gronden) en konden deze worden vrijgegeven. Archeologische begeleiding bij de bouwwerkzaamheden is dus niet geadviseerd. Voor de overige gebieden blijft de beschermende dubbelbestemming waarde-archeologie van toepassing. De regelgeving richt zich er op dat onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden voordat ruimtelijke plannen worden uitgevoerd en dat bescherming plaatsvindt door opgraving of bewaring in situ danwel door bescherming binnen het bestemmingsplan. In dit geval zijn diverse objecten veilig gesteld door onderzoek en opgraving en blijft voor de rest van het plangebied de bescherming binnen het bestemmingsplan gelden. Het is dus NIET graven, tenzij.
In zijn algemeenheid blijft gelden dat indien bij de uitvoering van werkzaamheden in vrijgegeven gebieden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, conform art. 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht is. Het is dan aan de gemeente als bevoegd gezag om te bepalen wat er naar aanleiding van deze toevalsvondsten en de daarmee samenhangende kosten, wordt gedaan: • de archeologische toevalsvondst in situ (in de bodem) te behouden door planaanpassing • de archeologische toevalsvondst te onderzoeken (op te graven) • de archeologische toevalsvondst verloren te laten gaan. Dat er financiële argumenten een beperkende rol hebben gespeeld is niet juist. Het is immers niet aan de initiatiefnemer zelf om te bepalen welke omvang het onderzoek moet hebben maar aan de betrokken archeologen. Wij hebben ook niet de indruk dat de betrokken archeologen, met het oog op de kosten, het noodzakelijke onderzoek hebben beperkt. Wij begrijpen wel dat er verschil van inzicht kan leven in dat werkveld evenals in elke beroepsgroep, maar kwade opzet of onwil kunnen wij niet in de gang van zaken ontdekken.
Ruimte voor Ruimte-maatschappij en de provincie als aandeelhouder zijn zich terdege bewust van de archeologische waarden van het gebied en zullen in dat bewustzijn ook aandacht hebben voor zorgvuldigheid bij de uitvoering van de ontwikkeling, ook bij eventuele toevalsvondsten. Het college heeft de taak daarop toe te zien en zal daar ook nauwgezet op inzetten. Wijziging Geen wijziging.
Zienswijze 6 Enige weken geleden ontvingen wij, een jaar na het indienen, een reactie op onze zienswijze betreffende het plan Koolwijk. De tijd die genomen is voor behandeling staat in schril contrast met de kwaliteit en zorgvuldigheid van behandeling van alle ingediende zienswijzen. Als direct aanwonenden van het plangebied en dus direct belanghebbend, is er nog nooit met ons contact opgenomen laat staan gevraagd hoe onze zorgen en mogelijke nadelen weggenomen zouden kunnen worden. In plaats daarvan wordt er naar aanleiding van onze zienswijze geconcludeerd dat wij geen behoefte hebben aan bescherming van onze belangen die als gevolg van dit plan onder druk komen te staan. Wij begrijpen echt niet hoe deze conclusie getrokken kan worden op basis van het feit dat wij aangegeven hebben dat het plangebied niet zomaar over onze tuin geplaatst kan worden omdat wij daardoor niet alleen financieel nadeel van gaan ondervinden maar ook juridische risico’s lopen. Wij zouden bij meewerken immers contractbreuk plegen. Onzorgvuldig en onfatsoenlijk. De oplossing het plangebied dan maar aan te passen is geen oplossing voor de nadelen die wij gaan ondervinden. Het was “chique” geweest als men eerst contact met ons had gehad alvorens het plangebied te veranderen.
Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Nieuw Koolwijk
pag. 16
Niemand in ons land heeft recht op een vrij uitzicht, ook wij niet maar iedereen in ons land heeft wel recht op een fatsoenlijke en zorgvuldige behandeling wij dus ook. Los van de verkeerde conclusie die getrokken is, worden andere belangrijke punten zoals strijdigheid met bestaand beleid, goede ruimtelijke ordening en zorg om waterberging wel heel snel en makkelijk afgedaan. De gemeente Haaren heeft twee weken voor het verliezen van haar zelfstandigheid het besluit genomen dat er principe medewerking verleend kan worden maar deze beslissing was conform de afspraken voor de herindeling niet meer aan haar. Boxtel heeft meerdere malen aangegeven dat het in voorgestelde vorm niet passend is in het beleid van Boxtel. De reden waarom er nu toch doorgezet wordt is ons dan ook een raadsel. Wellicht hebben financiële argumenten een rol gespeeld maar deze kunnen op zichzelf nooit een reden zijn om goede ruimtelijke ordening en cultuurhistorische waarde, het huidige beleid dus, aan de kant te schuiven. Over de kwaliteit van het uitgevoerde bodemonderzoek zullen we het nu maar niet hebben. Uiterst misleidend ervaren wij ook het feit dat dit bestemmingsplan is losgekoppeld van het bestemmingsplan de Ruiting. Dit bestemmingsplan is een rechtstreeks gevolg van dat bestemmingsplan.
Oorspronkelijk waren beide plannen samengevoegd maar toen bleek dat de initiatiefnemers van plan de Ruiting de belanghebbende van Koolwijk niet meekregen in hun plannen waar zij de voordelen hadden en de omwonenden van plan Koolwijk de nadelen is men toch doorgegaan. Dit zonder instemming en medeweten van de benadeelden. Deze mensen hadden in het verleden immers ook geprobeerd woningen te realiseren en dat werd altijd afgewezen. Sociale onrust is het gevolg en hier vloeit een onveilig gevoel bij medewerkers van Ruimte voor Ruimte uit voort. In een digitaal overleg met Ruimte voor Ruimte, waarbij de verantwoordelijke wethouder, de directeur van Ruimte voor ruimte en burgemeester aanwezig waren is de casus besproken. Ruimte voor ruimte gaf aan dat wat haar betreft plan Koolwijk niet door hoefde te gaan als er elders in de gemeente ontwikkeld kon worden. Het plan was immers slechts om de kosten die gemaakt waren bij plan de Ruiting zoveel mogelijk terug te halen. De burgemeester heeft aangegeven dat het als het project stopgezet zou worden dat dat op fatsoenlijke en goede gronden moest gebeuren. De bedreiging die gevoeld werd als gevolg van de sociale onrust kon niet de reden zijn. Tevens heeft hij aangegeven dat hij zich bezwaard voelde betrokken te worden bij deze casus omdat hij belanghebbende is.
Het peilen van de gevoelens door middel van het vragen van zienswijzen op een voorgenomen bestemmingsplan is niet ongewoon. Het opstarten van nieuwe ruimte voor ruimte mogelijkheden binnen Boxtel tegelijk met het splitsen van het gewraakte bestemmingsplan de Ruiting was ook een reden om te denken dat er uitvoering gegeven werd aan de oplossing die geboden was te weten stoppen met het doorzetten van de huidige plannen of toewerken naar een gedragen plan zodat de onenigheid in het buurtschap opgelost kon worden. Onze verbazing was dan ook groot toen tijdens afwezigheid van de burgemeester het stuk met positief advies door het College vastgesteld was. Vanzelfsprekend had hij zich inhoudelijk niet met het dossier kunnen bemoeien gezien zijn persoonlijke belangen. Maar compleet tegen de afspraken in met een ander voorstel komen zonder dit ook maar vooraf te melden is wel heel bijzonder. Ook bij de andere direct betrokkenen is dit behoorlijk verkeerd gevallen. Op basis van de gewekte verwachtingen ( o.a. Het loskoppelen van bestemmingsplannen ) had men immers geen bezwaar meer gemaakt tegen het inmiddels in procedure gebrachte “Ruiting plan”. Onze huidige zienswijze is dan ook gebaseerd op een tweetal bedenkingen A. Bedenkingen betreffende de inhoud/ kwaliteit van het plan. ( het plan is in strijd met het huidig Boxtel’s beleid ) B.