CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling bp De Ruiting 3, 3a, 4, 4a, 5 en 7 (1299851)- Bijlage 2b3 bij toelichting Quickscan flora en fauna 4 locaties De Ruiting te Esch (NAW).pdf

Raadsvergadering Boxtel 20 december 2022, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan De Ruiting 3, 3a, 4, 4a, 5 en 718.918 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

30 zullen leiden tot een toename van nest- en foerageergelegenheid voor algemene bos, - en struweelvogels.

EINDCONCLUSIE VOGELS De Ruiting 5 Huismussen Het is niet uit te sluiten dat huismussen nestelen onder de dakpannen van de langgevelboerderij aan De Ruiting 5. Nesten van huismussen zijn jaarrond beschermd op basis van art. 3.1 Wnb. Met de dakrenovatie en de deels interne verbouwing gaan mogelijk vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen verloren en worden verbodsbepalingen uit de Wnb overtreden. Een nader onderzoek naar vaste verblijfplaatsen (nesten) van huismussen wordt aanbevolen. Steenuil De steenuil heeft een vaste rust- en verblijfplaats in een steenuilenkast op een rustige plek op het perceel en broedt jaarlijks succesvol. Naar verwachting zal het toekomstige gebruik met een toename van horeca bezoekers, geluid en licht, geen negatief effect hebben op de voortplantingsplaats van de steenuil. De afstand van de steenuilenkast tot de toekomstige activiteiten wordt beoordeeld als voldoende. Steenuilen kunnen doorgaans goed omgaan met menselijke activiteiten in hun territorium. Aanbevolen wordt om dit alsnog vooraf te bespreken en te laten beoordelen door de lokale uilenwerkgroep die de situatie ter plekke goed in beeld hebben. Mogelijk kunnen zij adviseren om de kast te verplaatsen naar en gunstigere locatie.

De Ruiting alle deellocaties Met betrekking tot de geplande sloop- en verbouwingswerkzaamheden dient te worden voorkomen dat broedende vogels worden verstoord in het plangebied en directe omgeving. De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, (broedseizoen is globaal van half maart – half juli), of wanneer vooraf door een terzake deskundige is vastgesteld dat geen broedende vogels aanwezig zijn. Op deze wijze worden negatieve effecten ten aanzien van broedende vogels voorkomen.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

31 9.3

LANDZOOGDIEREN GRONDGEBONDEN

Verspreiding jaarrond beschermde verblijfplaatsen NDFF Volgens bronnenonderzoek komt de eekhoorn, steenmarter, bunzing en bever (§ 3.3 Wnb) voor in de omgeving binnen een afstand van 1 kilometer van het plangebied. Het NDFF vermeldt steenmarter, hermelijn, wezel en de das (§ 3.3 Wnb) op 1-5 km afstand. Eekhoorn De voorkeurshabitat voor eekhoorn bestaat uit gemengde bossen, bosrijke tuinen, parken en houtwallen, daar waar voedselmogelijkheden voorhanden zijn. Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. De aanwezigheid van de steenmarter verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Bunzing en overige kleine marterachtigen Kleine marterachtigen zoals bunzing, hermelijn en wezel zijn in de provincie Noord- Brabant vanaf 1 oktober 2017 beschermd (§ 3.3 Wnb). Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a.

struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. Das Het leefgebied van de das is te vinden in kleinschalig weide- of akkerlandschap bij bosranden of houtwallen met voldoende dekking, voedselaanbod en weinig verstoring.

De Ruiting 4 Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Eekhoorn Binnen de deellocatie met gemengde bomenrijen en solitaire bomen zijn voor de eekhoorn geschikte verblijf- en voedselmogelijkheden aanwezig. De bomenrijen en solitaire bomen zijn geïnspecteerd op de aanwezigheid van eekhoornnesten. Er zijn geen jaarrond beschermde eekhoornnesten aanwezig. Steenmarter Delen van het plangebied, met name het achtererf met opslag van grond, ruigtebegroeiingen, steenhopen, stapels dakpannen en stapels dakriet vormen geschikt biotoop voor de steenmarter. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van de steenmarter. Sporen van steenmarter of mogelijke aanwijzingen voor verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen. Gezien de aanwezige geschikte jacht- en schuilmogelijkheden voor de steenmarter, is niet uit te sluiten dat deze gebruik maakt van het plangebied. In de deels gesloopte stallen kunnen vaste verblijfplaatsen van steenmarter worden uitgesloten. In de werktuigenschuur zijn geen geschikte donkere hoekjes of plekken met weinig menselijke activiteit. De in de omgeving verblijvende steenmarter zal het plangebied in de nachtelijke voedseltochten bezoeken om jagen. Vaste verblijfplaatsen van steenmarter kunnen worden uitgesloten.

Bunzing en overige kleine marterachtigen Gezien de aanwezigheid van lijnvormige landschapselementen als houtwallen/bomenrijen en droge greppels nabij het plangebied kunnen kleine marterachtigen zich makkelijk door het landschap verplaatsen en hun weg vinden tot de locatie. Op het perceel zijn een aantal landschapselementen aanwezig welke het plangebied tot een geschikt leefgebied voor kleine marterachtigen maken. Er kunnen zich vaste verblijfplaatsen bevinden in de zanddepots, de bergen puin, onder gestapelde stenen/dakpannen en onder de stapels dakriet. Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

32 Kleine marterachtigen vinden foerageergelegenheid o.a. in de ruigtebegroeiing, de greppels en onder de houtwallen. Er wordt een nader onderzoek aanbevolen naar de aanwezigheid van vaste rust- en voortplantingsplaatsen van kleine marterachtigen. Hierbij kan ook tegelijk het gebruik van het terrein door de steenmarter worden onderzocht. Bever en das De bever komt niet voor binnen deze deellocatie door het ontbreken van stromend water. Het voorkomen van de das kan worden uitgesloten door het ontbreken van geschikte biotopen met dekking en voedselaanbod en de aanwezigheid van veel menselijke activiteit. In het plangebied komen verder geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Vrijgestelde soorten Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van vrijgestelde soorten aangetroffen. Er worden wel enkele zoogdieren verwacht die gebruik maken van het plangebied uit de categorie ‘Vrijgestelde soorten’ als haas, konijn, egel, mol en enkele algemene muizensoorten.

De Ruiting 3 en 3a Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Eekhoorn Binnen de groene deellocatie zijn volop foerageermogelijkheden voor de eekhoorn aanwezig. Jaarrond beschermde nesten van eekhoorns zijn niet aangetroffen. Steenmarter In het te slopen bijgebouwtje en het open opslagschuurtje zijn geen sporen van aanwezigheid van de steenmarter gevonden. Het is aannemelijk dat de steenmarter de locatie bezoekt om te foerageren. Bunzing en overige kleine marterachtigen Gezien de vele geschikte structuren om zich te verplaatsen en de aangebrachte landschappelijke elementen als takkenhopen, stenenstapeltjes en stapels (brand)hout, is niet uit te sluiten dat vaste rust- en verblijfplaatsen van kleine marters als bunzing, wezel en hermelijn aanwezig zijn. De landschappelijk elementen in de tuin zijn aangebracht met als doel deze kleine roofdiertjes te voorzien van schuilplekken en voortplantingsplekken. De landschappelijke elementen blijven ongewijzigd gehandhaafd en worden ontzien. Mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen zullen niet verloren gaan met de sloop het bijgebouwtje en het open opslagschuurtje. Bever en das Sporen van aanwezigheid van de bever zoals uitwerpselen, een wissel of afgeknaagde boomstammetjes zijn niet aangetroffen nabij de visplas. Het voorkomen van de das binnen de deellocatie kan worden uitgesloten door het ontbreken van geschikt leefgebied.

In de deellocatie komen verder geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Vrijgestelde soorten Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van vrijgestelde soorten aangetroffen. Er worden wel enkele zoogdieren verwacht die gebruik maken van het plangebied uit de categorie ‘Vrijgestelde soorten’ als haas, konijn, egel, mol en enkele algemene muizensoorten. De Ruiting 5 Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Eekhoorn Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

33 Binnen deze deellocatie is weinig geschikt opgaand groen voor de eekhoorn aanwezig. In de bomenrijen zijn geen jaarrond beschermde nesten van eekhoorns aangetroffen. Steenmarter Het stalgedeelte en de voormalige hooizolder van de langgevelboerderij zijn geïnspecteerd op mogelijke sporen van de steenmarter zoals uitwerpselen, krabsporen en prooiresten. Er zijn geen sporen gevonden die de aanwezigheid van de steenmarter doen vermoeden. In de open veldschuur/ garage zijn eveneens geen steenmartersporen waargenomen. Bunzing en overige kleine marterachtigen Landschapselementen die het plangebied tot een geschikt leefgebied maken voor kleine marterachtigen ontbreken. Bever en das Voor de bever en das ontbreken geschikte biotopen als water en moeras, bosjes en aanliggend kleinschalig cultuurlandschap. In het plangebied komen verder geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Vrijgestelde soorten Tijdens het veldbezoek zijn sporen van mollen en konijnen aangetroffen in het grasland. Verder worden enkele zoogdieren verwacht die gebruik maken van de deellocatie uit de categorie ‘Vrijgestelde soorten’ als haas, egel en enkele algemene muizensoorten. Voor de vrijgestelde soorten geldt de zorgplicht.

De Ruiting 7 Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Eekhoorn De deellocatie biedt volop mogelijkheden voor de eekhoorn door de ruime aanwezigheid van geschikt opgaand groen in de vorm van houtwallen en solitaire bomen rondom de boerderij. Tijdens het veldbezoek zijn geen eekhoorns waargenomen en ook zijn geen eekhoornnesten aangetroffen. Steenmarter Het te slopen paardenstalletje met opbergruimte is gecontroleerd op uitwerpselen, krabsporen en prooiresten van steenmarter. Er zijn geen aanwijzingen dat vaste verblijfplaatsen van steenmarter aanwezig zijn in het stalletje. Wezel en overige kleine marterachtigen De aanwezigheid van kleine marterachtigen als wezel, hermelijn en bunzing is aannemelijk gelet op de geschikte biotopen binnen de deellocatie. Vaste rust- en verblijfplaatsen zijn te vinden o.a. onder houtwallen, onder houtstapels in oude konijnenholen. Met de beoogde herontwikkeling wordt het paardenstalletje/opbergruimte gesloopt en de randbeplanting ten oosten van het paardenstalletje verwijderd. Verder zal een werktuigenschuur worden opgericht op een open graslandperceel ten westen van de boerderij. Vaste verblijfplaatsen van kleine marterachtige bevinden zich doorgaans niet in bebouwing, en op open graslandperceel zullen met de bouw van de werktuigenschuur geen vaste verblijfplaatsen vernietigd worden.

De mogelijke vaste verblijfplaatsen van kleine marterachtigen bevinden zich op de delen van het terrein waar geen werkzaamheden zullen plaatsvinden. Overtreding van verbodsbepalingen art. 3.10 lid 1b is niet aan de orde. Bever en das Nabij de meander van de Essche stroom zijn geen sporen van bevers waargenomen. Op het landgoed zijn geen sporen van das aangetroffen. Het voorkomen van das is onwaarschijnlijk door het ontbreken van geschikt dassenbiotoop met bos en aangrenzend akkerland en/of kleinschalige cultuurlandschap. Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

34 In de deellocatie komen verder geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Vrijgestelde soorten Tijdens het veldbezoek zijn sporen van mollen aangetroffen in de graslandpercelen. Er worden nog enkele zoogdieren verwacht die gebruik maken van het plangebied uit de categorie ‘Vrijgestelde soorten’ als haas, egel en enkele algemene muizensoorten.

EINDCONCLUSIE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN De Ruiting 4 Kleine marterachtigen Op deze deellocatie kan het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan niet worden uitgesloten. Delen van het plangebied vormen geschikt leefgebied voor steenmarter en kleine marterachtigen. Mogelijk zijn vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig van kleine marterachtigen als bunzing, wezel en hermelijn die verloren gaan met de herontwikkeling. Een nader onderzoek naar functies voor steenmarter en kleine marterachtigen conform de ‘Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming’ wordt aanbevolen.

9.4

VLEERMUIZEN

Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn strikt beschermd. Alle vleermuizen staan vermeld in de Europese Habitatrichtlijn (§ 3.2 Wnb). Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Verspreiding vleermuizen in de ruime omgeving volgens NDFF Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone/grijze grootoorvleermuis, baardvleermuis/Brandtsvleermuis en watervleermuis. Belangrijke vliegroutes en foerageergebied Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. Verblijfplaatsen Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. Enkele soorten verblijven zowel in gebouwen als in bomen. Tijdens inspecties op zicht worden relatief weinig verblijvende vleermuizen aangetroffen. Ook sporen die wijzen op verblijfplaatsen zijn vrij schaars.

De verblijfplaatsen worden meestal ontdekt op basis van het gedrag van vleermuizen na het verlaten van de verblijfplek. Hiervoor is uitgebreider onderzoek nodig tijdens de uren dat vleermuizen actief zijn en binnen de actieve periode van de jaarcyclus. Tijdens het veldonderzoek wordt daarom in de eerst instantie een inschatting gemaakt van de verwachtingskans op basis van aanwezige verblijfsmogelijkheden.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

35 -Onderstaand wordt het voorkomen van vlieg- en foerageerroutes voor het gehele plangebied van de gebiedsontwikkeling behandeld omdat deze nauwelijks verschillen per deellocatie en hier geen negatieve effecten op te verwachten zijn. Vervolgens wordt per deellocatie de uit te voeren sloop/bouwactiviteiten, het voorkomen van mogelijke verblijfplaatsen en het effect op vleermuizen in de conclusie beschreven. Belangrijke vliegroutes en foerageergebied alle deellocaties De Ruiting Vrijwel zeker fungeert de bomenlaan aangrenzend aan alle deellocaties aan De Ruiting als vaste vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen. Binnen de meeste deellocaties zijn geleidende groenstructuren aanwezig waardoor vleermuizen zich kunnen verplaatsen. De deellocaties vormen foerageergebied van goede tot zeer goede kwaliteit. Alle groenstructuren (op 3 bomen en enkele meters randbeplanting) en water blijven behouden met de gebiedsontwikkeling. Conclusie Alle groenstructuren en waterpartijen binnen de deellocaties van het plangebied blijven behouden. Met de beoogde gebiedsontwikkeling zullen natuurwaarden verbeteren door een robuuste landschappelijk inpassing met o.a. streekeigen groen, bloemrijke graslanden en uitbreiding van waterpartijen. Dit zal leiden tot een toename van de biodiversiteit en foerageermogelijkheden voor vleermuizen.

De Ruiting 4 Verblijfplaatsen in bomen In het plangebied zijn geen bomen aangetroffen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Alle bomen blijven sowieso behouden. Verblijfplaatsen in bebouwing Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. In het woonhuis op nr. 4 met pannendak zijn potenties voor vleermuizenverblijfplaatsen. Het woonhuis blijft in de huidige vorm gehandhaafd. De Vlaamse schuur met rieten dak heeft minder potenties. Ook de Vlaamse schuur blijft ongewijzigd. Na de verleende sloopvergunning is gestart met de sloop van de varkensstallen. Ten tijde van het veldbezoek waren de golfplaten daken reeds verwijderd en delen van de zijgevels reeds gesloopt. In dit type varkensstallen met golfplaten daken en dichte spouwmuren zonder open stootvoegen worden vrijwel nooit vleermuisverblijfplaatsen aangetroffen door de constructie, de gebruikte bouwmaterialen en het ontbreken van gebufferde verblijfplekken met een stabiel microklimaat. In de deels gesloopte stallen kunnen vleermuisverblijfplaatsen worden uitgesloten.

De te verbouwen werkschuur achter op het terrein met dichte spouwmuren zonder stootvoegen en golfplaten dak zonder dakbeschot is ongeschikt bevonden voor vleermuisverblijfplaatsen.

Conclusie Het voorkomen van vleermuisverblijfplaatsen in te slopen of in te verbouwen bebouwing kan worden uitgesloten.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

36 De Ruiting 3 en 3a Verblijfplaatsen in bomen Met de beoogde herontwikkeling zullen een drietal bomen worden gekapt waaronder een volwassen paardenkastanje. De paardenkastanje lijdt aan kastanje bloedziekte, is sterk kwijnend en bevat enkele holtes en dode takken. Deze holtes zijn met een sterke zaklamp geïnspecteerd op potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. De aanwezige holtes zijn niet naar boven toe ingerot waardoor vleermuizenverblijfplaatsen kunnen worden uitgesloten. Verder zijn op het terrein enkele bomen met holtes aanwezig. Al deze bomen blijven behouden. Verblijfplaatsen in gebouwen De historische woning op nr. 3 en de vakantiewoning op nr. 3a met pannendaken zijn geschikt voor vleermuisverblijfplaatsen. De beide woningen blijven gehandhaafd in de huidige vorm. Er zullen een tweetal gebouwtjes worden gesloopt. Een open opslagschuurtje met damwandprofielen dak en een laag schuurtje met een pannendak en houten dakbeschot. Het open opslagschuurtje is ongeschikt voor vleermuizen om te verblijven. Het lage bijgebouwtje met pannendak is gecontroleerd op sporen van aanwezigheid van vleermuizen zoals uitwerpselen of vetvegen op plekken waar vaak in- of uitgevlogen wordt. Alhoewel geen sporen van aanwezigheid zijn aangetroffen, kan niet uitgesloten worden dat verblijfplaatsen aanwezig zijn.

Conclusie Met de sloop van het lage bijgebouwtje kunnen vleermuizen worden verwond of gedood en worden daarmee mogelijk verbodsbepalingen uit de Wnb overtreden. Een nader vleermuisonderzoek zou noodzakelijk zijn om de aan- of afwezigheid vast te stellen/dan wel uit te sluiten. Gezien de omvang en de hoogte van het gebouwtje, de kans op aanwezigheid van verblijfplaatsen en de ruime aanwezigheid van alternatieve verblijfplaatsen (in de vorm van vleermuiskasten) wordt aanbevolen om vleermuisvriendelijk te slopen in plaats van een jaarrond vleermuisonderzoek op te starten. Als op zorgvuldige wijze vleermuisvriendelijk wordt gesloopt zullen geen vleermuizen gewond raken of gedood worden waardoor geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden. - De sloop kan het beste in het najaar of het vroege voorjaar worden uitgevoerd. In het najaar en in het vroege voorjaar zijn vleermuizen niet in winterslaap. Tijdens de winterslaap verkeren ze in een toestand waaruit ze heel langzaam ontwaken, wat ze ook zeer kwetsbaar maakt. -De sloop moet plaatsvinden bij temperaturen boven 8-10°C. Vleermuizen kunnen bij lage temperaturen in lethargie gaan, een toestand die veel lijkt op de winterslaap. Daardoor reageren ze veel trager dan bij hogere temperaturen, wat de kwetsbaarheid verhoogd. -De sloop gefaseerd uitvoeren. Waarbij eerst de gevelplanken en de ramen worden verwijderd.

Deze werkzaamheden zullen de nodige onrust bij eventueel aanwezige vleermuizen veroorzaken. Aangenomen mag worden dat de dieren daardoor een ander onderkomen op zullen zoeken. Daarna, (na één of twee nachten) kunnen de muren worden gesloopt.

De Ruiting 5 Verblijfplaatsen in bomen In het plangebied zijn geen bomen aangetroffen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Alle bomen blijven behouden. Verblijfplaatsen in bebouwing Met de herontwikkeling zal de huidige veldschuur worden aangepast en de langgevelboerderij deels intern worden verbouwd tot bedrijfswoning ten behoeve van de beoogde recreatie. Hierbij wordt het dak gerenoveerd. De huidige dakconstructie bestaat uit een pannendak met houten dakbeschot aan de zijde van de huidige woongedeelte en dakbeschot van rietmatten onder het stalgedeelte.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

37 Er zijn kierende pannen en spleten tussen dakpannen zichtbaar, spleten tussen de muur en de houten betimmering achter de dakgoot en nabij de dakkapel. Dit zijn plekken waar vleermuizen zich mogelijk toegang kunnen verschaffen tot de boerderij. Conclusie Het is niet uit te sluiten dat vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn in de te renoveren langgevelboerderij. Mogelijk gaan vaste rust- en verblijfplaatsen verloren tijdens de dakrenovatie/ verbouwing van het staldeel en worden hierbij verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Een nader onderzoek naar verblijfsfuncties voor vleermuizen conform Vleermuisprotocol 2017 wordt aanbevolen.

De Ruiting 7 Verblijfplaatsen in bomen De bomen rond en achter de woonboerderij zijn gecontroleerd op geschikte holtes, rottingsgaten, stamspleten en losse schors waarin zich mogelijk vleermuisverblijfplaatsen kunnen bevinden. Er zijn geen mogelijke vleermuisbomen aangetroffen. Alle bomen blijven behouden. Verblijfplaatsen in bebouwing In de woonboerderij en het naastgelegen bijgebouw zijn potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. De woonboerderij en het naastgelegen bijgebouw blijven in de huidige vorm gehandhaafd. Het te slopen paardenstalletje met bergruimte heeft een golfplaten dak met deels dakbeschot van eternietplaat met grote gaten. De gevels bestaan deels uit houten planken, strak tegen elkaar aan, en een deel van de gevel bestaat uit gepotdekselde planken. Onder het golfplaten dak zijn geen verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen door de grote temperatuurschommelingen en het ontbreken van gebufferde plekjes. Het geveldeel met planken zit strak tegen elkaar aan gesloten. Hiertussen kunnen geen vleermuizen verblijven. In het deel van de gevel met gepotdekselde schaaldelen kan theoretisch niet worden uitgesloten dat tijdelijke verblijfplaatsen voor één of enkele individuen (géén grote groepen) in spleten aanwezig zijn. Een jaarrond vleermuisonderzoek opstarten is een zwaar middel in dit geval.

De mogelijkheid om vleermuisvriendelijk te slopen en daarmee verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming te voorkomen, zou een meer praktische oplossing zijn. Conclusie In het deel van de lage houten gevel van het paardenstalletje met de gepotdekselde schaaldelen is niet uit te sluiten dat mogelijk periodiek één of enkele individuen zullen verblijven als zomerverblijfplaats. Met de sloop van het paardenstalletje kunnen vleermuizen worden verwond of gedood en worden daarmee mogelijk verbodsbepalingen uit de Wnb overtreden. Een nader vleermuisonderzoek zou noodzakelijk zijn om de aan- of afwezigheid vast te stellen/dan wel uit te sluiten. Echter een jaarrond onderzoek wordt in dit geval gezien als een te zwaar in te zetten middel. Gezien de geringe omvang van de mogelijk individuele zomerverblijfplaats, wordt aanbevolen om de gepotdekselde schaaldelen te verwijderen in de periode tussen december en februari. Tussen de gepotdekselde planken kunnen winterverblijfplaatsen met zekererheid worden uitgesloten. Als op deze wijze de planken verwijderd zullen worden, zullen geen vleermuizen verstoord worden, gewond raken of gedood worden. Hiermee wordt een overtreding van verbodsbepalingen Wnb voorkomen.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

38 9.5

ONGEWERVELDEN alle deellocaties De Ruiting

Verspreiding beschermde vlinders, libellen en overige gewervelden NDFF De NDFF vermeldt binnen een afstand van 1 kilometer geen beschermde dagvlinders en libellen. Op enige afstand van 1-5 kilometer van het plangebied zijn waarnemingen bekend van gentiaanblauwtje, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder, beekrombout en bosbeekjuffer. Aangetroffen soorten Vlinders en libellen Tijdens het veldbezoek op de verschillende deellocaties algemene vlinders als hooibeestje, klein koolwitje en icarusblauwtje waargenomen. Op deellocatie De Ruiting 3 en 3a werden algemene soorten waterjuffers aangetroffen in het rietlandje en een viervlek nabij de visplas. Op de deellocatie De Ruiting 7 zijn nabij de meander een grote keizerlibel en enkele platbuiken gespot. Voor beschermde vlinders en libellen is geen geschikt leefgebied binnen het plangebied van de gebiedsontwikkeling door het ontbreken van o.a. heidevelden met klokjesgentianen, bosrijke gebieden met open, zonbeschenen plekken, waardplanten als kamperfoelie en rijk begroeide, stromende waters met een hoge waterkwaliteit.

Overige soorten ongewervelden Overige beschermde soorten insecten, hout- en waterkevers zoals vliegend hert, vermiljoenkever of gestreepte waterroofkever zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig binnen het plangebied van de gebiedsontwikkeling. EINDCONCLUSIE ONGEWERVELDEN Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde dagvlinders en geen libellen waargenomen. Het plangebied van de gebiedsontwikkeling vormt geen leefgebied voor beschermde vlinders en libellen door het ontbreken van vegetaties met waardplanten en specifieke biotopen voor beschermde dagvlinders en libellen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

39 9.6

VISSEN, REPTIELEN EN AMFIBIEËN alle deellocaties De Ruiting

Verspreiding beschermde vissen, reptielen en amfibieën NDFF Er zijn geen waarnemingen van beschermde vissen in de directe omgeving. Op enige afstand van 1-5 kilometer komt de grote modderkruiper (§ 3.3), voor. Ook ontbreken waarnemingen van beschermde reptielen in de directe omgeving. Waarnemingen van reptielen als de hazelworm en levendbarende hagedis (§ 3.3), zijn bekend op een afstand van 1-5 kilometer. De poelkikker (§ 3.2), komt voor binnen een afstand van één kilometer. Beschermde amfibieën als rugstreeppad, kamsalamander (§ 3.2) en alpenwatersalamander en vinpootsalamander(§ 3.3) zijn waargenomen op wat grotere afstand. Aangetroffen soorten Vissen Ten tijde van het veldbezoek stonden alle greppels en sloten nabij de deellocaties droog. Op de deellocaties De Ruiting 3 en 3a en De Ruiting 7 is oppervlaktewater aanwezig. Aan De Ruiting 3 en 3a betreft dit de grote visplas ten oosten van de bebouwing en een vijvertje in de achtertuin. Op De Ruiting 7 ligt een poel in het grasland. Aan het aanwezige oppervlaktewater op de locatie De Ruiting 3 en 3a vinden geen wijzigingen plaats. Op De Ruiting 4 wordt met de beoogde herontwikkeling de poel uitgebreid tot een natuurplas. De poel met rondom enkele jonge wilgen bevindt zich in het grasland, de randen zijn onbegroeid en onderwatervegetatie ontbreekt geheel.

De poel wordt benut door het vee om te drinken en met warm weer om af te koelen. Tijdens het veldbezoek is de poel onderzocht op mogelijke aanwezigheid van beschermde vissen en amfibieën. Met behulp van een steeknet is in de poel gedurende 20 minuten bemonsterd. Er zijn enkel waterwantsen geschept als duikerwants en gewoon bootsmannetje. Deze soorten zijn weinig kritisch wat waterkwaliteit betreft. Het voorkomen van beschermde vissen kan worden uitgesloten. Reptielen en amfibieën Beschermde reptielen als levendbarende hagedis en hazelworm zijn afhankelijk van bos- en heideterreinen. De hazelworm heeft een voorkeur voor zand- en lössgronden. Dergelijke biotopen ontbreken in het plangebied en directe omgeving. Het voorkomen van de beschermde poelkikker is niet aannemelijk in de visplas ten oosten van De Ruiting 3 en 3a. Deze kritische soort houdt van voedselarm en schoon water, zonnige omstandigheden en rijk begroeide oevers. Het voorkomen van beschermde reptielen en amfibieën kan worden uitgesloten. EINDCONCLUISE VISSEN, REPTIELEN EN AMFIBIEËN Beschermde vissoorten, reptielen en amfibieën komen niet voor in het plangebied van de gebiedsontwikkeling door het ontbreken van geschikt voortplantingswater en leefgebied. Het plangebied wordt mogelijk benut door bruine kikker en gewone pad als landhabitat.

Bruine kikker en gewone pad behoren tot de ‘Vrijgestelde soorten’ waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling geen verbodsbepalingen gelden. Echter de zorgplicht is altijd van kracht.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

40

10.

RESULTATEN ONDERZOEK GEBIEDSBESCHERMING

10.1

Natura 2000

Op het kaartje van het Natuurbeheerplan van de provincie Brabant is te zien dat het dichtstbijzijnde Natura 2000- gebied ligt op ruim 2 kilometer ten zuidwesten van het plangebied. Het betreft Natura 2000-gebied ‘Kampina en Oisterwijkse vennen’

Figuur 11. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. Natura 2000- gebied (rood gearceerd). Bron: http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/ Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Behalve een functionele versterking van het gebied, heeft de beoogde gebiedsontwikkeling een forse natuurimpuls tot gevolg. Zo worden o.a. voormalige agrarische gronden omgevormd tot natuur en bestaande natuurwaarden worden verbeterd en/of aangesloten op bestaande of geplande natuur (Herinrichting Essche stroom). Gelet op de aard van de ontwikkeling en de afstand tot het Natura 2000-gebied, kunnen negatieve effecten op soorten en habitats worden uitgesloten. Stikstofdepositie Gezien de ligging van het plangebied op een afstand van ruim 2 kilometer tot het dichtstbijzijnde Natura 2000- gebied, is mogelijk een Aeriusberekening noodzakelijk zijn om mogelijke effecten op stikstofgevoelige habitats te bepalen. Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) Met de graaf- en bouwwerkzaamheden wordt niet geheid, de uit te voeren werkzaamheden zijn qua ordergrootte voor trillingen en geluid laag, en vergelijkbaar met huidig landbouwkundig gebruik.

Gelet op de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, en de uit te voeren werkzaamheden kunnen mechanische effecten, optische effecten en geluidsverstoring worden uitgesloten.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

41 10.2

Natuurnetwerk Brabant / Ecologische Hoofdstructuur

Op het kaartje van het Natuurbeheerplan van de provincie Brabant is te zien dat het plangebied deels binnen de Natte Natuurparel ‘Kampina en omgeving’ ligt. Natte Natuurparels zijn door de provincie aangewezen gebieden met bijzondere natuurwaarden. Het doel is om deze kwetsbare 'natte' natuur te behouden en te herstellen. Het uitgangspunt voor de bescherming van gebieden die vallen onder Natuurnetwerk Nederland is dat de ‘wezenlijke waarden en kenmerken’ niet door een ingreep worden aangetast. In of in de directe nabijheid van een NNB-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten.

Figuur 12. Ligging plangebied (blauwe cirkel) binnen de Natte Natuurparel/NNB. Bron: http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/ Op een deel van de gronden betrokken in de gebiedsontwikkeling lag al een natuurdoelstelling (Rijks Ecologische Hoofdstructuur). Bij de overige betrokken deelprojecten zal nieuwe natuur geïntegreerd worden in de nieuwe inrichting om zo tot een ecologische dooradering van het gebied te komen. Zo zal o.a. de natuurstrook aan De Ruiting 4 een wezenlijke toevoeging gaan vormen op de verbinding tussen twee Natte Natuurparels en gronden binnen de Natte Natuurparel aan De Ruiting 3a, 5 en 7 die aansluiten op Landgoed De Ruiting, worden omgezet naar natuur. Door de uitbreiding van het NNB kunnen delen van tuinen en erven die uit het netwerk worden gehaald, worden gecompenseerd. Per saldo wordt meer fors gevarieerde natuur toegevoegd, dan eraan wordt onttrokken. Het gehele integrale inrichtingsplan is samengevat in Natuurimpuls De Ruiting. 10.3

Houtopstanden

Het aspect Houtopstanden is niet van toepassing. Met de beoogde ontwikkeling worden geen bomen gekapt die vallen onder art. 4.2 Wnb.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

42

11.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE (Toetsing aan de Wet natuurbescherming)

BESCHERMDE SOORTEN Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb Vaste rust- en verblijfplaatsen cat. 1-4 in gebouwen In de langgevelboerderij op de locatie De Ruiting 5 zijn mogelijk huismussennesten aanwezig onder de dakpannen. Met de dakrenovatie en de verbouwing van het schuurdeel gaan mogelijk jaarrond beschermde nesten verloren en vindt overtreding plaats van art. 3.1 lid 2,4 en 5 van de Wet natuurbescherming. Een nader onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen (nesten) voor huismussen wordt aanbevolen. Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing Het is niet uit te sluiten dat vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn in de te verbouwen langgevelboerderij op de locatie De Ruiting 5. Met de dakrenovatie en de verbouwing van het stalgedeelte gaan mogelijk vleermuisverblijfplaatsen verloren en worden verbodsbepaling van art.3.5 lid 4 overtreden. Een nader onderzoek naar vleermuisverblijfplaatsen conform Vleermuisprotocol 2017 wordt aanbevolen. Nationaal beschermde Andere soorten art. 3.3 Wnb Kleine marterachtigen en steenmarter Delen van de locatie De Ruiting vormen geschikt leefgebied voor kleine marterachtigen als bunzing, wezel en hermelijn. Mogelijk gaan vaste rust- en voortplantingsplaatsen verloren met de beoogde herontwikkeling en worden verbodsbepaling uit art.

3.10 1a en 1b overtt Een nader onderzoek naar kleine marterachtigen en functies binnen het plangebied conform de ‘Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming 2017’ wordt aanbevolen. Steenmarter Een nader onderzoek naar gebruik van het plangebied door steenmarter wordt aanbevolen. (Dit kan gelijktijdig met het nader onderzoek naar kleine marterachtigen). Vrijgestelde soorten Er worden een aantal soorten verwacht uit deze categorie die gebruik maken van het plangebied zoals bruine kikker, gewone pad, haas,konijn, egel en enkele algemene muizensoorten. Voor deze soorten geldt wel vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, maar de algemene zorgplicht is altijd van kracht.

BESCHERMDE GEBIEDEN Natura 2000-gebied Gelet op de aard van de ontwikkeling en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, kunnen negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen voor habitattypen en leefgebieden van soorten worden uitgesloten. Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) Gezien de aard, de omvang, het effectbereik en de afstand tot Natura 2000- gebieden zijn negatieve effecten uit te sluiten.

Natuurnetwerk Brabant Kleine delen van tuinen en erven liggen binnen het Natuurnetwerk Brabant. Het NNB wordt uitgebreid met een, per saldo, forse compensatie. Zo wordt o.a. een ecologische dooradering gerealiseerd door de integratie van nieuwe natuur en worden twee Natte natuurparels met elkaar verbonden. Het gehele integrale inrichtingsplan is samengevat in Natuurimpuls De Ruiting.

Houtopstanden Het onderdeel Houtopstanden is niet van toepassing, er worden geen bomen gekapt die beschermd zijn op basis van art 4.2 Wnb.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

43

12.

Samenvatting per deellocatie in overzichtelijke tabel

Overzicht samenvatting (soort)groepen, mogelijke effecten en vervolgactie.

De Ruiting 4 Soortgroep

Bescherming

Functie plangebied

Mogelijk effect

Ontheffing nodig

Te nemen maatregelen/ vervolg

Vogels algemeen (nest niet jaarrond beschermd)

§3.1 Wnb

Foerageer- en broedgebied

Ja

Nee, op voorwaarde uitvoeren maatregelen

Sloop- en bouwwerkzaamheden uitvoeren buiten de broedtijd, of als vooraf door een ter zake deskundige is vastgesteld dat geen broedgeval aanwezig is

Grondgebonden zoogdieren algemeen

§ 3.3 Wnb

Leef- en foerageergebied

Nee, algehele vrijstelling

Zorgplicht. Bijv. Grondgebonden zoogdieren de gelegenheid geven om te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden

Steenmarter

§3.3 Wnb

Leefgebied

Ja

Mogelijk

Nader onderzoek gebruik plangebied door steenmarter. Gunstigste periode: mrt – sept.

Kleine marterachtigen: wezel-hermelijn-bunzing

§3.3 Wnb

Leefgebied en mogelijk vaste rust- en verblijfplaatsen

Ja

Mogelijk

Nader onderzoek vaste rust- en voortplantingsplaatsen voor kleine marterachtigen. Gunstigste periode: mrt – sept.

Vleermuizen

§3.2 Wnb

Foerageergebied

Ja

Nee, op voorwaarde uitvoeren maatregelen

Zorgplicht: Lichtverstoring voorkomen door werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uit te voeren en verlichting alleen daar richten waar het noodzakelijk is

Amfibieën algemeen

§3.3 Wnb

Landhabitat

Ja

Nee, algehele vrijstelling

Zorgplicht. Bijv. een week voor aanvang werkzaamheden alle vegetatie kort afmaaien

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

44

Overzicht samenvatting (soort)groepen, mogelijke effecten en vervolgactie.

De Ruiting 3 en 3a Soortgroep

Bescherming

Functie plangebied

Mogelijk effect

Ontheffing nodig

Te nemen maatregelen/ vervolg

Vogels algemeen (nest niet jaarrond beschermd)

§3.1 Wnb

Foerageer- en broedgebied

Ja

Nee, op voorwaarde uitvoeren maatregelen

Sloopwerkzaamheden uitvoeren buiten de broedtijd, of als vooraf door een ter zake deskundige is vastgesteld dat geen broedgeval aanwezig is

Grondgebonden zoogdieren algemeen

§ 3.3 Wnb

Leef- en foerageergebied

Nee, algehele vrijstelling

Zorgplicht. Bijv. Grondgebonden zoogdieren de gelegenheid geven om te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden

Vleermuizen

§3.2 Wnb

Mogelijk individuele zomerverblijfplaats te slopen laag bijgebouwtje

Ja

Nee, op voorwaarde uitvoeren maatregel

Bijgebouwtje vleermuisvriendelijk slopen in najaar of vroege voorjaar bij geschikte weersomstandigheden

Vleermuizen

§3.2 Wnb

Foerageergebied

Ja

Nee, op voorwaarde uitvoeren maatregelen

Zorgplicht: Lichtverstoring voorkomen door werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uit te voeren en verlichting alleen daar richten waar het noodzakelijk is

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

45

Overzicht samenvatting (soort)groepen, mogelijke effecten en vervolgactie.

De Ruiting 5 Soortgroep

Bescherming

Functie plangebied

Mogelijk effect

Ontheffing nodig

Te nemen maatregelen/ vervolg

Huismus

§3.1 Wnb

Mogelijk vaste rust- en verblijfplaatsen in langgevelboerderij

Ja

Mogelijk

Nader onderzoek huismussen

Steenuil

§3.1 Wnb

Vaste rust- en verblijfplaats in nestkast

Ja

Nee

Overleg met plaatselijke steenuilenwerkgroep verplaatsing nestkast i.v.m. mogelijke verstoring door functiewijziging langgevelboerderij

Vogels algemeen (nest niet jaarrond beschermd)

§3.1 Wnb

Foerageer- en broedgebied

Ja

Nee, op voorwaarde uitvoeren maatregelen

Sloop- en bouwwerkzaamheden uitvoeren buiten de broedtijd, of als vooraf door een ter zake deskundige is vastgesteld dat geen broedgeval aanwezig is

Grondgebonden zoogdieren algemeen

§ 3.3 Wnb

Leef- en foerageergebied

Nee, algehele vrijstelling

Zorgplicht. Bijv. Grondgebonden zoogdieren de gelegenheid geven om te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden

Vleermuizen

§3.2 Wnb

Mogelijk vaste rust- en verblijfplaatsen in langgevelboerderij

Ja

Mogelijk

Nader onderzoek vaste rust- en verblijfplaatsen vleermuizen

Vleermuizen

§3.2 Wnb

Foerageergebied

Ja

Nee, op voorwaarde uitvoeren maatregelen

Zorgplicht: Lichtverstoring voorkomen door werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uit te voeren en verlichting alleen daar richten waar het noodzakelijk is Ook in het nieuwe plan; beperk het gebruik van verlichting

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

46

Overzicht samenvatting (soort)groepen, mogelijke effecten en vervolgactie.

De Ruiting 7 Soortgroep

Bescherming

Functie plangebied

Mogelijk effect

Ontheffing nodig

Te nemen maatregelen/ vervolg

Vogels algemeen (nest niet jaarrond beschermd)

§3.1 Wnb

Foerageer- en broedgebied

Ja

Nee, op voorwaarde uitvoeren maatregelen

Sloop- en bouwwerkzaamheden uitvoeren buiten de broedtijd, of als vooraf door een ter zake deskundige is vastgesteld dat geen broedgeval aanwezig is

Grondgebonden zoogdieren algemeen

§ 3.3 Wnb

Leef- en foerageergebied

Nee, algehele vrijstelling

Zorgplicht. Bijv. Grondgebonden zoogdieren de gelegenheid geven om te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden

Vleermuizen

§3.2 Wnb

Mogelijk individuele verblijfplaats tussen klein deel van gepotdekselde planken gevel te slopen paardenstalletje

Ja

Nee, op voorwaarde uitvoeren maatregel

Planken verwijderen en stalletje slopen in de inactieve periode van vleermuizen. Dec- febr.

Vleermuizen

§3.2 Wnb

Foerageergebied

Ja

Nee, op voorwaarde uitvoeren maatregelen

Zorgplicht: Lichtverstoring voorkomen door werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uit te voeren en verlichting alleen daar richten waar het noodzakelijk is Ook in de nieuwe situatie: beperk het gebruik van verlichting

Amfibieën algemeen

§3.3 Wnb

Landhabitat

Ja

Nee, algehele vrijstelling

Zorgplicht. Bijv. een week voor aanvang bouwwerkzaamheden werktuigenschuur alle vegetatie kort afmaaien ter plaatse

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

47

13.

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Literatuur • Broekhuizen, S., K. Spoelstra. J.N.M.Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. • Creemers, R.M.C.& J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. • Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortenbescherming. 11 oktober 2017. Zoogdiervereniging en provincie Noord- Brabant. • Kennisdocument Huismus Passer domesticus Versie 1.0, juli 2017. • Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. • Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie december 2016. • SOVON broedvogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. • Veldgids Vleermuizen van Europa, Christian Dietz & Andreas Kiefer 2017. • Vleermuizen en planologie, Cursusdictaat november 2014. Zoogdiervereniging. • Wet natuurbescherming, 16 december 2015, gepubliceerd Staatscourant 19 januari 2016.

Internetsites • www.brabant.nl • www.haaren.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.verspreidingsatlas.nl • www.quickscanhulp.nl

14.

TOELICHTING: Nader onderzoek vleermuizen en huismussen De Ruiting 5 en

nader onderzoek kleine marterachtigen De Ruiting 4.

Vleermuizen Geplande ontwikkelingen, effecten op vleermuizen en mogelijk vervolgscenario Het is niet uit te sluiten dat vaste rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig zijn in de te verbouwen langgevelboerderij. Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd. Tijdens de dakrenovatie of verbouwwerkzaamheden kunnen aanwezige vleermuizen verstoord worden, gewond raken of mogelijk gedood worden. Nader onderzoek is noodzakelijk om de verblijfsfuncties die de langgevelboerderij kan vervullen voor vleermuizen vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden conform het Vleermuisprotocol 2017 waarbij in de periode tussen half mei en half september een viertal veldbezoeken plaatsvinden om soorten en functies vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Als de functies van het plangebied voor vleermuizen in beeld gebracht zijn en er negatieve effecten door de sloopwerkzaamheden te verwachten zijn, kunnen passende mitigerende/ compenserende maatregelen voorgesteld worden.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

48 Door te nemen maatregelen kunnen overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden vermeden. Dit betekent dat er geen dieren gedood, verwond of actief verstoord mogen worden en dat in geval van significant belangrijke verblijfplaats deze tijdig op een goede manier vervangen dienen te worden. De ecologische functie die het plangebied mogelijk voor de betreffende populatie vervult moet onverminderd blijven bestaan. Om te voorkomen dat dieren gedood, verwond of actief verstoord worden, kunnen o.a. de volgende maatregelen nodig zijn: • Werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare perioden. • Alternatieve verblijfplaatsen aanbieden, ruim voordat de sloop gaat plaatsvinden. • Bij het verdwijnen van een verblijfplaats kunnen inpandige voorzieningen worden gerealiseerd in de nieuwbouw, zodat deze geschikt is voor vleermuizen om in te verblijven. De voorgestelde maatregelen worden opgenomen in een ‘mitigatieplan’. In het mitigatieplan worden maatregelen voorgesteld ter voorkoming van overtreding verbodsbepalingen Wnb en behoud van de functionele leefomgeving. Indien aantoonbaar wordt gewerkt conform Kennisdocument van BIJ12 is een ontheffingsaanvraag/verklaring van geen bedenkingen, niet noodzakelijk.

Huismussen Geplande ontwikkelingen, effecten op huismussen en mogelijk vervolgscenario Het is niet uit te sluiten dat nesten van huismus onder de dakpannen van de te verbouwen langgevelboerderij aanwezig zijn. Nesten van huismussen inclusief hun functionele leefgebied zijn jaarrond beschermd. Tijdens de werkzaamheden kunnen mogelijk jaarrond beschermde nesten verloren gaan en worden verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Er dient een nader onderzoek plaats te vinden naar vaste verblijfplaatsen van huismussen conform Kennisdocument huismus (Passer domesticus) BIJ12 juli 2017. Dit betekent twee gerichte veldbezoeken in de periode eind maart – half mei. Als blijkt dat vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen verdwijnen door de geplande werkzaamheden worden mitigerende maatregelen voorgesteld. Door mitigerende (verzachtende) maatregelen te treffen conform de Kennisdocumenten van BIJ12 voor beschermde soorten kan voorkomen worden dat verbodsbepalingen uit de Wnb worden overtreden. In de Kennisdocumenten van BIJ12 zijn effectief bewezen maatregelen opgenomen die de functionaliteit van nest-, voortplantings- of rustplaatsen waarborgen.

Door het uitvoeren van deze maatregelen in tijd en ruimte wordt voldaan aan de zorgplicht / zorgvuldig handelen, het behoud van functionaliteit van de verblijfplaats en de waarborging van de lokale staat van instandhouding van de huismus. De volgende maatregelen kunnen o.a. nodig zijn: • Werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare perioden. • Alternatieve verblijfplaatsen aanbieden, ruim voordat de sloop gaat plaatsvinden. • Bij het verdwijnen van een verblijfplaats kunnen inpandige voorzieningen worden gerealiseerd in de nieuwbouw, zodat deze geschikt is voor huismussen. De voorgestelde maatregelen worden opgenomen in een ‘mitigatieplan’. In het mitigatieplan worden maatregelen voorgesteld ter voorkoming van overtreding verbodsbepalingen Wnb en behoud van de functionele leefomgeving. Indien aantoonbaar wordt gewerkt conform Kennisdocument van BIJ12 is een ontheffingsaanvraag/verklaring van geen bedenkingen, niet noodzakelijk.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

49

Kleine marterachtigen en steenmarter Geplande ontwikkelingen, effecten op kleine marterachtigen en mogelijk vervolgscenario De beoogde herontwikkeling heeft mogelijk negatieve effecten op kleine marterachtigen en steenmarter. De voorgenomen sloop- opruim- en graafwerkzaamheden heeft mogelijk tot gevolg dat vaste rust- en verblijfplaatsen kleine marterachtigen worden vernietigd en daarbij dieren worden verwond of gedood. De kleine marters bunzing, wezel en hermelijn zijn in de provincies Noord- Holland, Drenthe en Noord- Brabant beschermd onder het beschermingsregime van ‘nationaal beschermde soorten,’ art 3.10 Wnb. Het is verboden om deze dieren te doden, te verwonden en hun vaste rust- of voortplantingsplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. De steenmarter wordt landelijk beschermd onder het beschermingsregime van ‘nationaal beschermde soorten’, art. 3.10 Wnb. Het is verboden steenmarters te doden, te verwonden en hun vaste rust- of voortplantingsplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Aanbevolen wordt om vooraf onderzoek uit te voeren naar de anwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen. Een dergelijk onderzoek vindt plaats met cameravallen, sporenbuizen en marterboxen/struikrovers. Afhankelijk van de grootte van het terrein en de periode van het jaar worden gedurende 6 tot 12 weken de inventarisatiematerialen geplaatst op kansrijke plekken op het erf.

Blijkt uit het onderzoek dat vaste verblijfplaatsen aanwezig zijn dan dienen voorzorgsmaatregelen te worden getroffen. Een overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming is te voorkomen door voorafgaand en tijdens de werkzaamheden voorzorgsmaatregelen te treffen. Het gaat dan om het behoud van de functionaliteit van de voortplanting- en/of vaste rust- of verblijfplaats van de soort. Dit kan o.a. zijn: werken buiten de kwetsbare periode, aanpassen van de werkwijze, werkzaamheden gefaseerd in tijd en ruimte uitvoeren, verbeteren habitat in bestaand leefgebied of realiseren van nieuwe rust- en verblijfplaatsen. Als door het tijdig nemen van (effectief bewezen) maatregelen het functionele leefgebied in stand blijft, en daardoor geen verbodsverboden uit de Wnb worden overtreden, is een ontheffingsaanvraag niet noodzakelijk. Wel is het dan van belang om e.e.a. onderbouwd vast te leggen in een mitigatieplan/ projectplan, voor het geval er een handhavingsverzoek of toezicht aan de orde is. Kan ondanks het nemen van maatregelen niet worden voorkomen dat verbodsbepalingen worden overtreden, dan is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

50

BIJLAGE 1

BESCHERMDE SOORTEN VOGELRICHTLIJN

Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten als bedoeld in art 3.1 van de Wnb. Vogels met vaste verblijfplaatsen De Vogelrichtlijn onderscheidt de volgende categorieën beschermde vaste verblijfplaatsen: Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. 1. 2.

3.

4. 5.

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

Soortgroep

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Bescherming

Vogels

steenuil

Athene noctua

Categorie 1

Vogels

gierzwaluw

Apus apus

Categorie 2

Vogels

huismus

Passer domesticus

Categorie 2

Vogels

roek

Corvus frugilegus

Categorie 2

Vogels

grote gele kwikstaart

Motacilla cinerea

Categorie 3

Vogels

kerkuil

Tyto alba

Categorie 3

Vogels

oehoe

Bubo bubo

Categorie 3

Vogels

ooievaar

Ciconia ciconia

Categorie 3

Vogels

slechtvalk

Falco peregrinus

Categorie 3

Vogels

boomvalk

Falco subbuteo

Categorie 4

Vogels

buizerd

Buteo buteo

Categorie 4

Vogels

havik

Accipiter gentilis

Categorie 4

Vogels

ransuil

Asio otus

Categorie 4

Vogels

sperwer

Accipiter nisus

Categorie 4

Vogels

wespendief

Pernis apivorus

Categorie 4

Vogels

zwarte wouw

Milvus migrans

Categorie 4

Vogels

blauwe reiger

Ardea cinerea

Categorie 5

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

51

Vogels

boerenzwaluw

Hirundo rustica

Categorie 5

Vogels

bonte vliegenvanger

Ficedula hypoleuca

Categorie 5

Vogels

boomklever

Sitta europaea

Categorie 5

Vogels

boomkruiper

Certhia brachydactyla

Categorie 5

Vogels

bosuil

Strix aluco

Categorie 5

Vogels

brilduiker

Bucephala clangula

Categorie 5

Vogels

draaihals

Jynx torquilla

Categorie 5

Vogels

eidereend

Somateria mollissima

Categorie 5

Vogels

ekster

Pica pica

Categorie 5

Vogels

gekraagde roodstaart

Phoenicurus phoenicurus

Categorie 5

Vogels

glanskop

Parus palustris

Categorie 5

Vogels

grauwe vliegenvanger

Muscicapa striata

Categorie 5

Vogels

groene specht

Picus viridis

Categorie 5

Vogels

grote bonte specht

Dendrocopos major

Categorie 5

Vogels

hop

Upupa epops

Categorie 5

Vogels

huiszwaluw

Delichon urbicum

Categorie 5

Vogels

ijsvogel

Alcedo atthis

Categorie 5

Vogels

kleine bonte specht

Dendrocopos minor

Categorie 5

Vogels

kleine vliegenvanger

Ficedula parva

Categorie 5

Vogels

koolmees

Parus major

Categorie 5

Vogels

kortsnavelboomkruiper

Certhia familiaris macrodactyla Categorie 5

Vogels

oeverzwaluw

Riparia riparia

Categorie 5

Vogels

pimpelmees

Parus caeruleus

Categorie 5

Vogels

raaf

Corvus corax

Categorie 5

Vogels

ruigpootuil

Aegolius funereus

Categorie 5

Vogels

spreeuw

Sturnus vulgaris

Categorie 5

Vogels

tapuit

Oenanthe oenanthe

Categorie 5

Vogels

torenvalk

Falco tinnunculus

Categorie 5

Vogels

zeearend

Haliaeetus albicilla

Categorie 5

Vogels

zwarte kraai

Corvus corone

Categorie 5

Vogels

zwarte mees

Periparus ater

Categorie 5

Vogels

zwarte roodstaart

Phoenicurus ochruros

Categorie 5

Vogels

zwarte specht

Dryocopus martius

Categorie 5

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

52

BIJLAGE 2

BESCHERMDE SOORTEN HABITATRICHTLIJN

(NIET VOGELS) Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten bedoeld in art. 3.5 van de Wnb. Soortgroep

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Bescherming

Sporenplantenbladmossen

geel schorpioenmos

Hamatocaulis vernicosus

Bern I

Sporenplantenbladmossen

tonghaarmuts

Orthotrichum rogeri

Bern I

Sporenplanten-varens

kleine vlotvaren

Salvinia natans

Bern I

Zaadplanten

liggende raket

Sisymbrium supinum

Bern I

Zaadplanten

drijvende waterweegbree

Luronium natans

Bern I, HR IV

Zaadplanten

groenknolorchis

Liparis loeselii

Bern I, HR IV

Zaadplanten

kruipend moerasscherm

Apium repens

Bern I, HR IV

Zaadplanten

zomerschroeforchis

Spiranthes aestivalis

Bern I, HR IV

Insecten-dagvlinders

moerasparelmoervlinder

Euphydryas aurinia ssp. aurinia

Bern II

Insecten-haften

oeveraas

Palingenia longicauda

Bern II

Insecten-libellen

mercuurwaterjuffer

Coenagrion mercuriale ssp. mercuriale

Bern II

Zoogdierenzeezoogdieren

walrus

Odobenus rosmarus ssp. rosmarus

Bern II

Reptielen

dikkopschildpad

Caretta caretta

Bern II, Bon I, HR IV

Reptielen

kemp's zeeschildpad

Lepidochelys kempii

Bern II, Bon I, HR IV

Reptielen

lederschildpad

Dermochelys coriacea

Bern II, Bon I, HR IV

Reptielen

soepschildpad

Chelonia mydas

Bern II, Bon I, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

bultrug

Megaptera novaeangliae

Bern II, Bon I, HR IV

Zoogdierenzeezoogdieren

gewone vinvis

Balaenoptera physalus

Bern II, Bon I, HR IV

Amfibiëen

boomkikker

Hyla arborea ssp. arborea

Bern II, HR IV

Amfibiëen

geelbuikvuurpad

Bombina variegata ssp. variegata

Bern II, HR IV

Amfibiëen

heikikker

Rana arvalis ssp. arvalis

Bern II, HR IV

Amfibiëen

kamsalamander

Triturus cristatus

Bern II, HR IV

Amfibiëen

knoflookpad

Pelobates fuscus ssp. fuscus

Bern II, HR IV

Amfibiëen

rugstreeppad

Bufo calamita

Bern II, HR IV

Amfibiëen

vroedmeesterpad

Alytes obstetricans ssp. obstetricans

Bern II, HR IV

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

53

Insecten-dagvlinders

apollovlinder

Parnassius apollo

Bern II, HR IV

Insecten-dagvlinders

boszandoog

Lopinga achine

Bern II, HR IV

Insecten-dagvlinders

donker pimpernelblauwtje

Maculinea nausithous

Bern II, HR IV

Insecten-dagvlinders

grote vuurvlinder

Lycaena dispar ssp. batava

Bern II, HR IV

Insecten-dagvlinders

pimpernelblauwtje

Maculinea teleius

Bern II, HR IV

Insecten-dagvlinders

tijmblauwtje

Maculinea arion

Bern II, HR IV

Insecten-dagvlinders

zilverstreephooibeestje

Coenonympha hero

Bern II, HR IV

Insecten-kevers

brede geelrandwaterroofkever

Dytiscus latissimus

Bern II, HR IV

Insecten-kevers

gestreepte waterroofkever

Graphoderus bilineatus

Bern II, HR IV

Insecten-kevers

juchtleerkever

Osmoderma eremita

Bern II, HR IV

Insecten-kevers

vermiljoenkever

Cucujus cinnaberinus

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

bronslibel

Oxygastra curtisii

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

gaffellibel

Ophiogomphus cecilia

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

gevlekte witsnuitlibel

Leucorrhinia pectoralis

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

groene glazenmaker

Aeshna viridis

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

noordse winterjuffer

Sympecma annulata ssp. braueri

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

oostelijke witsnuitlibel

Leucorrhinia albifrons

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

rivierrombout

Gomphus flavipes ssp. flavipes

Bern II, HR IV

Insecten-libellen

sierlijke witsnuitlibel

Leucorrhinia caudalis

Bern II, HR IV

Insecten-nachtvlinders

teunisbloempijlstaart

Proserpinus proserpina

Bern II, HR IV

Reptielen

gladde slang

Coronella austriaca ssp. austriaca

Bern II, HR IV

Reptielen

muurhagedis

Podarcis muralis ssp. brongniardii

Bern II, HR IV

Reptielen

zandhagedis

Lacerta agilis ssp. agilis

Bern II, HR IV

Vissen

steur

Acipenser sturio

Bern II, HR IV

Zoogdierenlandzoogdieren

hamster

Cricetus cricetus ssp. canescens

Bern II, HR IV

Zoogdierenlandzoogdieren

otter

Lutra lutra ssp. lutra

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

baardvleermuis

Myotis mystacinus ssp. mystacinus

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

bechsteins vleermuis

Myotis bechsteini

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

bosvleermuis

Nyctalus leisleri ssp. leisleri

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

brandts vleermuis

Myotis brandti ssp. brandti

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

franjestaart

Myotis nattereri

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

gewone grootoorvleermuis

Plecotus auritus ssp. auritus

Bern II, HR IV

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.

54

Zoogdierenvleermuizen

grijze grootoorvleermuis

Plecotus austriacus ssp. austriacus

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

grote hoefijzerneus

Rhinolophus ferrumequinum ssp. ferrumequinum

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

grote rosse vleermuis

Nyctalus lasiopterus

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

ingekorven vleermuis

Myotis emarginatus ssp. emarginatus

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

kleine dwergvleermuis

Pipistrellus pygmaeus

Bern II, HR IV

Zoogdierenvleermuizen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=46848e6c-be94-4eb2-9491-5796b4f21ab6