Vaststelling bp De Ruiting 3, 3a, 4, 4a, 5 en 7 (1299851)- Bijlage 2b3 bij toelichting Quickscan flora en fauna 4 locaties De Ruiting te Esch (NAW).pdf
Tekst van het document
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch
1
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
2
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch Status: Concept In opdracht van: De heren F. en C. van Wagenberg De Ruiting 4 5296 KE Esch Dhr. P. Houtman en mevr. H. de Laat De Ruiting 3 5296 KE Esch Dhr. M. van de Sande Ruiting 5 5076 RA Haaren Dhr. M. van Bouwdijk-van Berkel Ruiting 7 5076 RA Haaren
Contactpersoon: Marjon Bakermans- Van den Heuvel Crijns rentmeesters BV Uitgevoerd door: Lomans Ecoworks Boerenkamplaan 75 5712 AB Someren Veldwerk en rapportage: M. Lomans Projectnr: 2019 Datum: 18-06-2020
Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van de huidige natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Lomans Ecoworks accepteert daarom op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Lomans Ecoworks uitgevoerde onderzoek neemt.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
3
Inhoud 1. INLEIDING ...............................................................................................................................6 1.1 Aanleiding .............................................................................................................................6 1.2 Kader van het onderzoek. .....................................................................................................6 1.3 Doelstelling onderzoek ..........................................................................................................6 1.4 Leeswijzer .............................................................................................................................7 2. BESCHRIJVING PLANGEBIED....................................................................................................8 2.1 Ligging en beschrijving plangebied.........................................................................................8 2.2 Beoogde ontwikkeling ...........................................................................................................8 3. De Ruiting 4 .......................................................................................................................... 10 3.1 Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling .............................................................................
10 3.2 Foto- impressie.................................................................................................................... 11 4. De Ruiting 3 en 3a ................................................................................................................. 12 4.1 Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling ............................................................................. 12 4.2 Foto- impressie.................................................................................................................... 13 5. De Ruiting 5 .......................................................................................................................... 14 5.1 Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling ............................................................................. 14 5.2 Foto- impressie.................................................................................................................... 15 6. De Ruiting 7 .......................................................................................................................... 16 6.1 Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling ............................................................................. 16 6.2 Foto- impressie.................................................................................................................... 17 7.
NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND ............................................................................... 18 7.1 Soortenbescherming ........................................................................................................... 18 7.2 Gebiedsbescherming ........................................................................................................... 18 7.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................................ 18 8. WERKWIJZE .......................................................................................................................... 23 9. RESULTATEN ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING............................................................. 24 9.1 Flora .................................................................................................................................... 24 9.2 Vogels ................................................................................................................................. 26 9.3 Landzoogdieren grondgebonden ......................................................................................... 31 9.4 Vleermuizen ........................................................................................................................
34 9.5 Ongewervelden ................................................................................................................... 38 9.6 Vissen, reptielen en amfibieën............................................................................................. 39
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
4 10. RESULTATEN ONDERZOEK GEBIEDSBESCHERMING ............................................................ 40 10.1 Natura 2000 ...................................................................................................................... 40 10.2 Natuurnetwerk Brabant/ Ecologische hoofdstructuur ........................................................ 40 10.3 Houtopstanden ................................................................................................................. 41 11. SAMENVATTING EN CONCLUSIE ......................................................................................... 42 12. SAMENVATTING PER DEELLOCATIE IN OVERZICHTELIJKE TABEL ......................................... 43 13. GERAADPLEEGDE BRONNEN ............................................................................................... 47 14. TOELICHTING NADERE ONDERZOEKEN ............................................................................... 47 Bijlage 1. Beschermde soorten Vogelrichtlijn Bijlage 2. Beschermde soorten Habitatrichtlijn Bijlage 3. Beschermde soorten Provincie Noord- Brabant, ‘Andere soorten’ Bijlage 4. Vrijgestelde soorten Bijlage 5. Overzicht NDFF verspreiding beschermde soorten omgeving plangebied
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
5
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
6
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
Initiatiefnemers zijn voornemens om viertal samenhangende locaties aan De Ruiting te Esch, gemeente Haaren te herontwikkelen. Ten behoeve van de herontwikkeling dient het vigerende bestemmingsplan te worden gewijzigd. Crijns rentmeesters BV te Someren begeleidt de initiatiefnemers bij de te doorlopen ruimtelijke procedure. In het kader van de Wet natuurbescherming is het noodzakelijk om een Quickscan Flora en fauna (een verkennende natuurtoets) uit te voeren. Aan Lomans Ecoworks is door de initiatiefnemers opdracht verleend tot het uitvoeren van deze quickscan.
1.2
Kader van het onderzoek
Projecten of handelingen dienen te worden getoetst aan de wet- en regelgeving voor natuur. De natuurbescherming in Nederland bestaat uit de volgende kaders: • Wet natuurbescherming: o Soortenbescherming o Gebiedsbescherming o Houtopstanden • Provinciale verordening: o Natuurnetwerk Nederland (NNN) • Gemeentelijke regelgeving: o APV bomenkap
1.3
Doelstelling onderzoek
Middels dit verkennende onderzoek wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen/uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. En op welke wijze en in welke mate de beoogde ontwikkeling effect kan hebben op het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten. Aanvullend wordt bepaald of ontwikkelingen effect hebben op beschermde natuurwaarden van nabijgelegen Natura 2000- gebieden, gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden die op basis van de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Indien de beoogde ontwikkeling kan leiden tot negatieve effecten, leidt de quickscan tot aanbeveling voor vervolgstappen om te voorkomen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
7 1.4
Leeswijzer
In dit hoofdstuk is de aanleiding, het kader en de doelstelling van het ecologisch onderzoek beschreven. In hoofdstuk 2 wordt het plangebied van de gebiedsontwikkeling, de afzonderlijke deellocaties en de beoogde herinrichting beschreven. In hoofdstuk 3,4,5 en 6 volgt per deellocatie een beschrijving van het huidige gebruik en de beoogde herontwikkeling met een foto- impressie van de huidige situatie. In hoofdstuk 7 wordt het wettelijk kader van de natuurbescherming in Nederland uiteengezet. In hoofdstuk 8 wordt de werkwijze van het onderzoek besproken. In hoofdstuk 9 volgen de resultaten van het onderzoek per soortgroep en per deellocatie met de conclusies. Hoofdstuk 10 beschrijft de effectentoetsing op de gebiedsbescherming. In hoofdstuk 11 volgt de samenvatting en conclusie. In hoofdstuk 12 treft u een samenvatting per deellocatie in een overzichtelijke tabel. In hoofstuk 13 worden de geraadpleegde bronnen weergegeven. In hoofdstuk 14 wordt een toelichting gegeven op de geadviseerde nadere onderzoeken. Tot slot de bijlagen in de vorm van een overzicht van de beschermingsregimes Wnb met een opsomming van de soorten en een overzicht van de levering uit het Nationale Databank Flora en Fauna met daarin de bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
8
2.
BESCHRIJVING PLANGEBIED
2.1
Ligging en beschrijving plangebied.
Het plangebied van de gebiedsontwikkeling ligt aan de westzijde van Esch, gemeente Haaren, ten westen van de Essche stroom. De omgeving van De Ruiting kenmerkt zich door open agrarische percelen, (voormalige) intensieve veehouderijen, landschappelijk ingerichte percelen met vrijstaande woningen en natte natuur. Het plangebied omvat een viertal aangrenzende locaties aan De Ruiting.
Figuur 1. Overzicht deellocaties gebiedsontwikkeling De Ruiting (oranje) en ligging in de omgeving. Bron: Google Earth.
De Ruiting 4 betreft een voormalige intensieve veehouderij met een bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen, een Vlaamse schuur en aanliggende agrarische percelen. Rondom de bebouwing bevinden zich grasveldjes en opgaand groen als boomsingels en solitaire bomen. Het adres De Ruiting 3 is onderverdeeld in twee deellocaties. Ter plaatse van De Ruiting 3 bevindt zich een historisch herenhuis met bijgebouwen, en op 3a is een vakantiewoning aanwezig. Het perceel is ingericht met veel groen- en landschappelijke elementen. Ten oosten van de bebouwing bevindt zich een voormalige visplas. Op het adres De Ruiting 5 is sprake van een voormalig rundveebedrijf. De bebouwing bestaat uit een langgevelboerderij en een veldschuur. Het aanliggende terrein bestaat uit graslandpercelen en enkele bomenrijen. De locatie De Ruiting 7 omvat de kern van de bestaande natuur in de Natte natuurparel en is aangemerkt als ‘Landgoed’. De bebouwing bestaat uit en cultuurhistorische boerderij met bijgebouwen omgeven door veel groen als houtwallen, bomenrijen en solitaire bomen. Ten oosten en zuiden liggen extensieve graslandpercelen met een poel en in de zuidoosthoek tegen de meander bevindt zich een moerasbosje.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
9 2.2
Beoogde ontwikkeling
In het kader van de herinrichting van de Essche stroom zijn een achttal deelprojecten opgesteld voor het gehele stroomgebied. Eén van de deelprojecten betreft kom Esch- De Ruiting en omvat o.a. de hermeandering van de Essche stroom, hermeandering van de Kleine Aa en verandering van de aansluiting op de Essche stroom, aanleg van kades bij de kom van Esch in combinatie met een vispassage, hoogwatergebieden en realisatie van nieuwe natuur. Het plangebied De Ruiting sluit zowel aan de oost- als aan de zuidzijde aan op de Essche stroom.
Figuur 2. Integrale inrichtingsschets gebiedsontwikkeling De Ruiting. De meest noordelijke deellocatie is niet van toepassing bij deze quickscan. Bron: P15 (stads)landschappen.
Voor de gronden is een integraal ontwikkelingsplan opgesteld waarbij behalve functionele wijzigingen, het accent zal liggen bij natuurontwikkeling en verbetering van het landschap.
Op de volgende pagina’s worden per deellocatie het huidige gebruik en de beoogde ontwikkeling beschreven met vervolgens een foto-impressie van de aangetroffen situatie tijdens het veldonderzoek.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
10
3.
De Ruiting 4 ‘De Jofrahoeve’
3.1
Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling
Ter plaatse van De Ruiting 4 was tot voor kort een intensieve veehouderij aanwezig. De locatie omvat enkele agrarische percelen met een groot oppervlak en bebouwing omzoomd met bomenrijen en overige groenstructuren. De bebouwing bestaat uit een bedrijfswoning met bijbehorende bed & breakfast, enkele stallen en een mestsilo ten behoeve van de varkenshouderij, een Vlaamse schuur en een klein kapelletje. Figuur 3. Overzicht huidige situatie deellocatie De Ruiting 4 (oranje). Bron: Google earth.
De beoogde ontwikkeling betreft de sanering van de veehouderij, de sloop van een aantal stallen en de omzetting naar een gemengde bestemming ten behoeve van recreatie, wonen en natuur. Daarbij wordt de huidige bedrijfswoning met B&B omgezet naar een reguliere burgerwoning als nevenactiviteit. De bestaande Vlaamse schuur wordt in gebruik genomen als bedrijfswoning bij de beoogde recreatiefunctie (vestiging van een boerencamping) ter plaatse. De thans aanwezige ondersteunende horeca in de Vlaamse schuur wordt verplaatst naar de te handhaven schuur achter op het perceel. Figuur 4. Uitgewerkt inrichtingsplan De Ruiting 4 ‘De Jofrahoeve’. Bron: P15 (stads)landschappen.
De gehele terreininrichtig is gericht op natuurbeleving. Het nieuwe plan wordt landschappelijk ingepast met o.a. bomenrijen, boomgroepjes, struwelen, solitaire bomen, bloemrijke graslanden en er zullen enkele poelen worden aangelegd. Ook zullen extra natuurmaatregelen in de vorm van verblijfplaatsen en nestgelegenheid voor vleermuizen (doelsoort) en vogels worden gerealiseerd. Ter bevordering van de migratie van de ree worden geen afrasteringen met prikkeldraad aangelegd.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
11 3.2
Foto- impressie De Ruiting 4
Zicht op de te behouden bedrijfswoning, de Vlaamse schuur, het kapelletje en omgeving.
Indruk van de deels gesloopte varkensstallen op het erf.
De te behouden schuur, de binnenzijde van het dak en een kijkje op het achtererf.
Indruk van de houtwal aan de zuidzijde en zicht op het meest westenlijk en noordwestenlijke percelen ten behoeve van nieuwe natuur.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
12
4.
De Ruiting 3 en 3a ‘De Roudonck’
4.1
Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling
De locatie De Ruiting 3 en 3a is onderverdeeld in twee deellocaties. Deze terreinindeling is gericht op het verbeteren van de natuurwaarden ter plaatse. Ter plaatse van De Ruiting 3 is een historisch herenhuis met bijgebouwen aanwezig binnen de woonbestemming. Binnen de recreatieve bestemming van De Ruiting 3a bevindt zich een recreatiewoning. Rondom het historische herenhuis is de tuin ingericht met veel opgaand groen, plantenborders, rondom de vakantiewoning liggen graspercelen omzoomd met hagen en struiken. De perceelsgrenzen zijn deels afgebakend met bomenrijen en stroken beplanting. Ten oosten van de bebouwing ligt een voormalige visplas. Figuur 5. Overzicht huidige situatie deellocatie De Ruiting 3 en 3a ‘De Roudonck’. (oranje) Bron: Google earth.
De beoogde ontwikkeling betreft de verandering van de vorm van de vigerende woonbestemming waarbij de educatieve nevenactiviteit, de reeds vergunde bed &breakfast in een vrijstaand bijgebouw en in de woning, planologisch wordt verankerd. Figuur 6. Uitgewerkt inrichtingsplan deellocatie De Ruiting 3 en 3a ‘De Roudonck’. Bron: P15 (stads)landschappen.
De achtergelegen gronden worden natuurlijk ingepast, passend bij de landschappelijke en hydrologische situatie ter plaatse. Tevens wordt de mogelijkheid geboden om een niet permanent natuurterrein te realiseren ten behoeve van natuureducatie.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
13 4.2
Foto- impressie De Ruiting 3 en 3a
Zicht op de locatie vanuit zuidwest, de voorgevel en zijgevel van het herenhuis met kunstnesten voor huiszwaluwen en vleermuiskasten.
Een kijkje op de gebouwen met vleermuiskasten, het erf en de achtertuin.
Het te slopen bijgebouwtje, het te slopen opslagschuurtje en de vakantiewoning op nr. 3a.
Landschappelijke elementen in de achtertuin, de kerkuilenkast en een indruk van de visplas.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
14
5.
De Ruiting 5 ‘De Antoniushoeve’
5.1
Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling
Aan De Ruiting 5 bevindt zich een voormalig rundveebedrijf. De bebouwing bestaat uit een langgevelboerderij en een veldschuur. Alle stallen zijn inmiddels gesloopt en de vergunning voor de veehouderij is ingetrokken. Figuur 7. Overzicht huidige situatie deellocatie De Ruiting 5 ‘De Antoniushoeve’. (oranje) Bron: Google earth
De beoogde ontwikkeling betreft de gedeeltelijke omzetting van de huidige agrarische bestemming met bedrijfswoning naar een reguliere burgerwoning en gedeeltelijk naar bedrijfswoning ten behoeve van de beoogde recreatie ter plaatse. Daarbij zal de bestaande veldschuur worden aangepast en het voormalige stalgedeelte van de langgevelboerderij worden verbouwd tot een woning met logies. Ook zal hierbij een bijgebouw worden opgericht. Figuur 8. Uitgewerkt inrichtingsplan van de deellocatie De Ruiting 5 ‘De Antoniushoeve’. Bron: P15 (stads)landschappen
Daarnaast worden ter plaatse vakantieappartementen en een horecapaviljoen met terras beoogd. De gehele terreininrichting zal gericht zijn op natuurbeleving. Zo wordt o.a. een boomgaard aangelegd met een bloemrijk grasland, groensingels, een laan, diverse hagen en bomenrijen. Verder worden er nieuwe sloten gegraven en bestaande sloten gedempt.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
15 5.2
Foto- impressie De Ruiting 5
De te verbouwen langgevelboerderij voor- en achterzijde en te te behouden veldschuur.
Een kijkje op de zolder van de boerderij en potentiële toegangsmogelijkheden vleermuizen.
Een huismus zingend op de nok, de poel en de steenuilenkast achter de veldschuur.
Indruk van de graslanden en bomerijen op het perceel en uitkijk in zuidoostelijke richting.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
16
6.
De Ruiting 7 ‘Landgoed De Ruiting’
6.1
Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling
De locatie De Ruiting 7 omvat de kern van de bestaande natuur in de Natte Natuurparel en is aangemerkt als landgoed onder de Natuurschoonwet 1928 (NSW). Bestemmingsplanmatig wordt aan de locatie tevens de aanduiding ’landgoed’ toegevoegd. De locatie bestaat uit een cultuurhistorisch waardevolle boerderij met bijgebouwen gelegen in een landschappelijk ingerichte tuin. Ten oosten en aan de zuidzijde bevinden zich agrarische percelen, een bomenrij, boomgroepjes en een poel. Figuur 9. Overzicht huidige situatie deellocatie De Ruiting 7 ‘Landgoed De Ruiting’. Bron: Google earth
Ten behoeve van de herontwikkeling zal de cultuurhistorische boerderij puur planologisch worden gesplitst in twee woonéénheden, waarbij eveneens de vergunde bed & breakfast wordt verankerd binnen de woonbestemming. Daarnaast zal het bouwvallige paardenstalletje/opbergruimte worden gesloopt en vervangen door een nieuwe stal en wordt een schuur opgericht voor landbouwmachines voor de bewerking van omliggende gronden. Aan de rand van de huidige ponyweide zal een deel van de randbeplanting worden verwijderd. Figuur 10. Uitgewerkt inrichtingsplan van de deellocatie De Ruiting 7 ‘Landgoed De Ruiting’. Bron: P15 (stads)landschappen.
De terreininrichting is gericht op het verhogen van de natuur- en belevingswaarde van het landgoed. Het landgoed zal ingericht worden met wandelpaden, de bestaande poel wordt vergroot tot een natuurplas en een tweede waterpartij zal worden aangelegd ter vervanging van de diepe sloot ter plaatse. Verder worden landschapselementen zoals een boomgaard, hagen, boomgroepjes, bomenrijen en struwelen aangeplant en zullen natuurgraslanden worden ingezaaid.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
17 6.2
Foto- impressie De Ruiting 7
De woonboerderij vooraanzicht en indruk van de omliggende tuin met boomgaard.
Te slopen paardenstalletje met gepotdekselde zijgevel en zicht op de binnenzijde dak.
Zicht op het achterliggende landgoed en een indruk van de poel.
Zicht op de bomenrij, het wandelpad op het landgoed en de zuidoosthoek bij de meander.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
18
7.
NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND
Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming staat in het teken van verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in Soortenbescherming en Gebiedsbescherming.
7.1
SOORTENBESCHERMING
Beschermingsniveaus De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Europa in het wild levende vogels worden beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Soorten worden Europees beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Het derde beschermingsregime betreft: ‘Andere soorten,’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt beschermd zijn. Het zwaarst beschermingsregime gelden voor de Europees beschermde soorten welke vallen onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en worden hier als strikt beschermd aangeduid. Voor nationaal beschermde soorten ‘Andere soorten’ geldt een zwakker beschermingsregime en kan per provincie en per soort vrijstelling verleend worden voor ingrepen die betreffen ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud. Van de soorten die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature op het grondgebied van de Europese unie voorkomen. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, in totaal ca. 290 soorten. (met uitzondering van exoten die hier ook kunnen broeden).
Op alle vogels is het beschermingsregime van § 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De Europees beschermde soorten bestaan uit soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a inclusief het verdrag van Bern bijlage II en het verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van § 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De ‘andere’ nationale soorten staan vermeld in een bijlage van de wet die hoort bij artikel 3.10 en 3.11. Op deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Het betreft een limitatieve lijst. Op deze soorten (zie bijlage 3), is het beschermingsregime van § 3.3 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
19
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun Natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Tabel 1. Overzicht beschermingsregime met verbodsbepalingen Wet natuurbescherming.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
20
Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Naast soorten beschermt de Wet Natuurbescherming ook verblijfplaatsen die als ‘vast’ kunnen worden aangemerkt. Deze bescherming geldt alleen de vaste verblijfplaatsen van vogels en zoogdieren. (zie bijlage 1 en 2) Een vaste verblijfplek betreft een verblijfplek waar een dier regelmatig terugkeert en niet slechts eenmalig voor een specifieke functie gebruikt wordt, zoals de nesten van de meeste vogels. Ook hier zijn er verschillende gradaties in beschermingsniveau, afhankelijk hoe kwetsbaar de instandhouding van de soort is in relatie tot gebruik van de vaste verblijfplek. In samenhang met de verblijfplek wordt ook de leefomgeving beschermd zover voor deze van belang is om het functioneren van de verblijfplek mogelijk te maken. Ontheffingsplicht en vrijstelling Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. Vaak kunnen maatregelen getroffen worden zodat verbodsbepalingen niet worden overtreden, zoals de werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare periode, het aanpassen van de werkvolgorde of de werkzaamheden faseren in ruimte en tijd. In sommige gevallen kan er gebruik gemaakt worden van vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgelegd voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen.
Een toegepaste vorm van vrijstelling is onder meer door het werken met een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode, door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Toetsing Elke categorie beschermde soorten kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Voor de drie categorieën beschermde soorten moeten de effecten op populatieniveau worden getoetst. Daarbij dient de staat van instandhouding van de gehele populatie in aanmerking genomen te worden. Een ontheffingsaanvraag wordt o.a. beoordeeld op de volgende punten: • aanwezigheid van aanvaardbare alternatieve mogelijkheden • aanwezigheid van een wettelijk belang • de staat van instandhouding van de soort en behoud van functionaliteit van de verblijfplek. Het wettelijk belang betreft, afhankelijk van de status van de soort, een Nationaal wettelijk belang (Vrijstellingsbesluit) of een Europees wettelijk belang (Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn). Deze wettelijke belangen hebben o.a. betrekking op de openbare veiligheid, volksgezondheid, veiligheid luchtvaart en bescherming van flora en fauna. Zorgplicht De wet erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende dieren. Dit is de waarde die de plant of dier in zichzelf heeft. De waarde die wordt gehecht aan kwaliteiten van een soort, ongeacht de waarde die soort heeft voor mensen.
Artikel 1.11 van de Wnb stelt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De zorg houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om zodoende die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd, en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
21
Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringfunctie en geen juridische status. Plaatsing op de lijst betekent daarom niet automatisch dat de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort nodig onder de Wet natuurbescherming. De Rode lijsten zijn richtinggevend voor toekomstig beleid. Van overheden en terreinbeherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de Rode lijsten.
7.2
GEBIEDSBESCHERMING
De gebiedenbescherming onderscheidt twee typen beschermde natuurgebieden • •
Gebieden die op Europees niveau beschermd zijn en aangewezen zijn in het kader van de Habitatrichtlijn (HR), Vogelrichtlijn (VR) en Verdrag van Ramsar (wetlands) en vallen onder de noemer Natura 2000- gebieden. Planologisch beschermde natuurgebieden en verbindingsstructuren die op landelijke basis zijn ingesteld en vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (EHS). In de provincie NoordBrabant geheten; Natuurnetwerk Brabant (NNB).
Natura 2000 Natura 2000- gebieden betreffen gebieden van grote ecologische waarde. In Nederland zijn 164 Natura 2000- gebieden aangewezen. Per Natura 2000- gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Iedereen die vermoedt, of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000- gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Uitgezonderd zijn activiteiten binnen Natura 2000- gebied die uitgevoerd worden in het kader van vastgelegde beheersplannen ten behoeve van Natura 2000- doelen. Een ontheffing wordt alleen verleend indien er geen reële alternatieven zijn, de staat van instandhouding van soorten niet in gevaar komt en er sprake is van een groot openbaar belang, dat o.a. de volksgezondheid en openbare veiligheid kan betreffen. De ontheffingsverlening gaat veelal gepaard onder strikte voorwaarden en beperkingen en er is altijd sprake van een compensatieplicht. Natuurnetwerk Nederland De natuurgebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland vormen door hun onderlinge verbindingen een samenhangend ecologisch netwerk. Het Natuurnetwerk Nederland is de opvolging van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) waarvan de naam de EHS nog in de wetgeving verankerd is.
De beleidsmatige bescherming van het Natuurnetwerk Nederland is vastgelegd in de Verordening Ruimte 2017. In de provincie Noord- Brabant (Natuurnetwerk Brabant) bestaat het Natuurnetwerk Nederland uit de Rijks EHS en de provinciale EHS. In de Verordening ruimte wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de Rijks- en de provinciale EHS. Provincies kunnen zelf bepalen welke gebieden beschermd worden via het provinciaal beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of – landschap. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle mogelijke effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De bescherming van NNNgebieden verloopt via het ruimtelijk ordeningsrecht Barro (bestemmingsplannen) en niet via natuurwetgeving.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
22
7.3
BESCHERMING VAN HOUTOPSTANDEN
Bos valt onder de Wet natuurbescherming als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft, uit meer dan 20 bomen bestaat. Alleen als bos buiten de bebouwde kom ligt, valt het onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet. Bomen op erven en tuinen en een rij wilgen of populieren op of langs landbouwgronden zijn uitgezonderd van de meldingsplicht. Verder is in de Wet natuurbescherming ruimte gecreëerd voor vellen voor de productie van hout als biomassa. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd van de meld- en herplantplicht indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd. De uitzondering van de oude Boswet voor Italiaanse populieren, linden, paardenkastanjes en treurwilgen gaat onder de Wet natuurbescherming niet meer op. De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod.
De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Meldingsplicht Wanneer een boseigenaar voornemens is om een houtopstand die onder de Wet Natuurbescherming valt, te gaan vellen dan moet hij dit voornemen minstens een maand van te voren melden bij Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie. (art. 4.2 Wnb). Herplantplicht De eigenaar van grond waarop een houtopstand is geveld, of op andere wijze teniet is gegaan, is verplicht binnen drie jaar te herplanten. (art. 4.2 Wnb). Het is niet van belang hoe het bos is ontstaan of in welke staat het verkeerde. Wanneer de herplant niet aanslaat, moet binnen drie jaar daarna de herplant worden vervangen. Er geldt een algehele vrijstelling voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Kapverbod In uitzonderingsgevallen kunnen Gedeputeerde Staten een kapverbod opleggen wanneer het natuurof landschapsschoon ernstig in gevaar is. In de praktijk gebeurt dat slecht af en toe, zoals in gevallen waarbij het om zeer oude bomen of buitengewoon waardevolle boomgemeenschappen gaat.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
23
8.
WERKWIJZE
De quickscan bestaat uit een bronnenonderzoek, een verkennend veldbezoek en een biotoopgeschiktheidsbeoordeling. Bronnenonderzoek In het kader van de quickscan heeft een bronnenonderzoek plaatsgevonden, waarbij is gekeken naar mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied en directe omgeving en gebiedsgerichte bescherming. Voor het soortenonderzoek is o.a. gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), diverse verspreidingsatlassen en kennisdocumenten. De bron van de NDFF gegevens die in deze rapportage worden vermeld betreft: ‘NDFF - quickscanhulp.nl 18 mei 2020’. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (EHS). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord- Brabant.
Veldbezoek Er heeft een veldbezoek plaatsgevonden op 8 juni. Het weer was wisselend bewolkt met zonnige perioden en een zwakke westenwind bij een temperatuur van max. 18°C. Daarbij zijn de aanwezige biotopen in de deellocaties van het plangebied en directe omgeving opgenomen. Bij de biotoopgeschiktheidsbeoordeling worden de aangetroffen biotopen tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF vergeleken met de habitatvereisten van beschermde soorten, waarop ingeschat kan worden welke soorten er potentieel voorkomen. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken.
Opmerking: De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van de plangebied en directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
24
9.
Resultaten onderzoek soortenbescherming
Per soortgroep wordt de verspreiding van beschermde soorten in de omgeving op basis van het NDFF weergegeven, vervolgens worden de deellocaties getoetst op potenties voor de NDFF beschermde soort, de aangetroffen soorten en de te verwachten soorten worden beschreven, en vervolgens worden de effecten in de conclusie weergegeven. Afhankelijk van de relevantie van de soortgroep wordt per deellocatie een conclusie weergegeven, of het gehele plangebied wordt samengevat in één conclusie.
9.1
FLORA
Verspreiding beschermde flora NDFF Volgens gegevens uit het NDFF komt binnen een straal van één kilometer van het plangebied kruipend moerasscherm (§ 3.2 Wnb) voor. Op enige afstand van 1-5 kilometer zijn waarnemingen bekend van drijvende waterweegbree (§ 3.2 Wnb). Kruipend moerasscherm is een pionier van lage, open vegetatie die niet goed tegen concurrentie kan. Groeiplaatsen van kruipend moerasscherm bevinden zich op zonnige, open plekken op natte, matig voedselarme zwak zure veen- of kleibodems die ’s winters overstromen. Ten zuidoosten van de gebiedsontwikkeling bevindt zich één van de weinige groeiplaatsen in Nederland nabij de Essche stroom in een recent gegraven meander. Drijvende waterweegbree is een plant van zwakstromend of stilstaand helder, voedselarm tot matig voedselrijk (fosfaatarm), zwak zuur water. Ze komt voor in de Groote Beerze ten zuiden van de Essche stroom. De Ruiting 4 Aangetroffen soorten De deellocatie De Ruiting 4 is omgeven door intensief bemeste agrarische percelen. De oprit tot de woning op nr. 4 en vrijwel het gehele erf tussen de stallen is verhard met betonklinkers en betonplaten. De grasveldjes nabij huisnr 4. en aan de voorzijde van de Vlaamse schuur op nr. 4a worden bemest en regelmatig gemaaid.
Binnen het gebied zijn soorten van verstoorde en voedselrijke bodems aangetroffen als raket, compassla en Canadese fijnstraal tussen de betonklinkers op het erf en reukloze kamille en bijvoet achter de stallen. Achter op het terrein groeien op de zanddepots reukloze kamille, klaprozen en ruigtesoorten als grote brandnetel en akkerdistel. NDFF soorten Binnen de deellocatie zijn geen pioniersomstandigheden met matig voedselarme, venige kleibodems die ’s winters overstromen. Het voorkomen van kruipend moerasscherm kan worden uitgesloten. Ook voor de waterplant drijvende waterweegbree ontbreken groeiomstandigheden door het ontbreken van zwak stromend of stilstand matig voedselrijke en fosfaatarm water. Beschermde plantensoorten worden vanwege de aangetroffen biotopen niet verwacht. De Ruiting 3 en 3a Aangetroffen soorten De achtertuin en de graslandperceeltjes op de locatie De Ruiting 3 en 3a op droge tot vochtige, matig voedselrijke bodem worden extensief beheerd. Het doel is om verschraling van de bodem te stimuleren door te maaien en afvoeren van het maaisel. In de graslandjes ten oosten van de bebouwing domineert de gestreepte witbol met hiertussen kruiden als kruipende boterbloem en veldzuring. Meer richting de voormalige visplas zijn in de vochtig rietgraslandje algemene soorten als smeerwortel, valeriaan, poelruit en echte koekoeksbloem aangetroffen.
In de visplas groeien gele
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
25 plomp en waterlelie. De randen zijn begroeid met o.a. riet, grote lisdodde en de kwelindicator bosbies. NDFF soorten Binnen deze deellocatie zijn geen pioniersomstandigheden aangetroffen met venige kleibodem welke periodiek overstromen. Daarmee kan het voorkomen van kruipend moerasscherm worden uitgesloten. Ook de gezien de waterkwaliteit in de visplas kan de aanwezigheid van drijvende waterweegbree worden uitgesloten. In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aanwezig en worden gezien de aanwezige biotopen ook niet verwacht. De Ruiting 5 Aangetroffen soorten Rondom de langgevelboerderij ligt aan de voorzijde een gazon en achter de woning bevindt zich een kleine siertuin met heesters en vaste planten. Ten zuiden van de oprit staat een open veldschuur met rondom een gemaaid grasveld met enkele fruitboompjes en een opgedroogde poel. Verder is de bebouwing ten noordoosten en oosten omringd met droge en vrij schrale graslandpercelen die periodiek worden gemaaid. Tijdens het veldbezoek zijn in het grasland algemene soorten aangetroffen als gewoon biggenkruid, witte klaver en duizendblad. Aan de randen van de droge greppel op het midden van het perceel zijn dagkoekoeksbloem, smeerwortel en vlotgras gespot.
NDFF soorten Groeiplaatsen voor beschermde planten voorkomend in de omgeving (kruipend moerasscherm en drijvende waterweegbree) kunnen worden uitgesloten door het ontbreken van vochtige biotopen en oppervlaktewater. De Ruiting 7 Aangetroffen soorten Aan de achterzijde van het woonhuis liggen natuurlijke grasveldjes, graslandperceeltjes aangeplant met fruitbomen, enkele solitaire loofbomen en een weiland voor de pony’s. Langs de randen van de droge greppels zijn plaatselijk smalle rietkragen en ruigtevegetatie met grote brandnetel en zevenblad aanwezig. Verder oostwaarts richting de beek ligt een veedrinkpoel. De randen zijn zodanig betreden door het vee dat ze vrijwel onbegroeid zijn. De graslandpercelen op het landgoed worden extensief begraasd en beheerd. Plaatselijk zijn bloemrijke graslandmengsels ingezaaid, die door de afgelopen periode van droogte niet zijn ontkiemd. In de graslanden zijn algemene grassoorten als gestreepte witbol, zachte dravik, kropaar en gewoon reukgras aangetroffen. Verder zijn kruiden als zachte ooievaarsbek, paardenbloem en kruipende boterbloem waargenomen. In het zuidoostelijke deel nabij de Essche stroom zijn een aantal plantensoorten aangetroffen die gelden als kwelindicatoren zoals bosbies, hoge cyperzegge en snavelzegge. NDFF soorten Nabij de Essche stoom is gelet op mogelijke aanwezigheid van groeiplaatsen van kruipend moerasscherm.
Ter plaatse is geen sprake van een pionierssituatie. De vegetatie is te hoog en de algemene (matig voedselrijke en voedselrijke) soorten domineren. Geschikte groeiplaatsen voor kruipend moerasscherm zijn niet aanwezig en worden niet verwacht. Ook gezien de aanwezige waterkwaliteit ter plaatse kan het voorkomen van drijvende waterweegbree worden uitgesloten. EINDCONCLUSIE FLORA Plantensoorten die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde plantensoorten van de Habitatrichtlijn en provinciaal beschermde soorten zijn niet aanwezig binnen de deellocaties en worden niet verwacht. Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen in het plangebied van de gebiedsontwikkeling.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
26 9.2
VOGELS
In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’ (zie bijlage 1). Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Verspreiding beschermde vogelsoorten NDFF met jaarrond beschermde verblijfplaatsen: Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in gebouwen Uit deze zwaarste beschermingscategorie zijn in het plangebied mogelijk een aantal soorten aanwezig die als uitgesproken cultuurvolgers gelden en voor hun verblijfsmogelijkheden geheel afhankelijk zijn van bebouwing. Binnen een straal van één kilometer vermelden de NDFF gegevens waarnemingen van gierzwaluw, huismus, kerkuil en steenuil. Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in bomen Volgens de NDFF komen binnen een afstand van minder dan één kilometer uit deze categorie de ransuil, sperwer en roek voor. Op een afstand van 1-5 kilometer zijn waarnemingen bekend van slechtvalk, wespendief en zwarte wouw.
De Ruiting 4 Aangetroffen en te verwachten soorten Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in gebouwen Op de deellocatie De Ruiting 4 is de sloop van een drietal stallen voormalige varkensstallen aan de orde. De meest westenlijke schuur blijft gehandhaafd en wordt omgevormd tot ondersteunende horeca. De huidige bedrijfswoning en de Vlaamse schuur met bijgebouw blijven in de huidige vorm gehandhaafd. Na de verkregen sloopvergunning is gestart met de sloop van de daken van de drie varkensstallen. Ten tijde van het veldbezoek waren de golfplaten daken en delen van zijgevels van de stallen reeds verwijderd. Voormalige vaste rust- en verblijfplaatsen voor gebouwbewonende soorten als huismus en gierzwaluw onder de golfplaten daken zijn niet aan de orde. Huismussen en gierzwaluwen broeden vrijwel nooit onder golfplaten daken. Onder dit soort daken loopt de temperatuur veel te snel op. Beide soorten broeden doorgaans onder pannendaken met kieren, spleten en losliggende pannen of in muurspleten en ruimtes achter gootbetimmering. Daarbij heeft de gierzwaluw een voorkeur voor stedelijk gebied met hoge gebouwen met steile pannendaken waarbij een vrije invliegmogelijkheid op een zekere hoogte noodzakelijk is. Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen en huismussenactiviteit waargenomen. De kerkuil en de steenuil komen voor in de omgeving.
Er is uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of ruiveren onder mogelijke roestplekken in de te behouden schuur. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen. De grote gele kwikstaart komt voor in de directe omgeving. De grote gele kwikstaart is te vinden langs snelstromende beken, maar ook nabij stilstaand water. De soort nestelt graag bij water onder bruggen en stuwen en in nissen in muren. Ook wordt soms genesteld in stedelijk gebied waar een beek doorheen loopt. De waarnemingen van grote gele kwikstaart hebben betrekking op de Essche stroom. Binnen de deellocatie zijn geen nestelmogelijkheden voor de grote gele kwikstaart aanwezig. Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in bomen Op de deellocatie zijn een aantal gemengde boomsingels/bomenrijen rond het terrein aanwezig met soorten als es, zomereik, zwarte els en wilg aan de westzijde. Op het erf en nabij de Vlaamse schuur
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
27 staan diverse solitaire bomen als walnoot en zomereik. Alle bomen blijven behouden met de herontwikkeling. Tijdens het veldbezoek zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen in de boomsingels of solitaire bomen op het erf. Voor de ransuil die broedt in oude kraaien- of eksternesten en bij voorkeur roestplaatsen onderhoud in naaldbomen, ontbreekt geschikte nestgelegenheid. De sperwer broedt ook wel in tuinen met dicht struweel en de roek is een koloniebroeder die bij voorkeur in hoge boomgroepjes of kleine bosperceeltjes broedt. Voor genoemde soorten ontbreekt geschikt leefgebied en broedgelegenheid. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten van vogels waargenomen op een afstand van 1-5 kilometer van het gebied kan worden uitgesloten. De slechtvalk broedt in hoge gebouwen en in nestkasten in torens en hoogspanningsmasten. Ook voor wespendief ontbreekt leefgebied en nestgelegenheid, deze soort vindt broedhabitat in (vochtige) bosgebieden in de omgeving van heide en hoogveen waar hun foerageergebied zich bevindt. De waarnemingen van zwarte wouw in de omgeving heeft vrijwel zeker betrekking op doortrekkende vogels. In Nederland zijn maar enkele broedgevallen bekend en het plangebied komt daarbij zeker niet in aanmerking.
Vaste rust- en verblijfplaatsen categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zo zeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten in boomsingels aan de randen of in solitaire bomen binnen de deellocatie aangetroffen. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten aangetroffen
De Ruiting 3 en 3a Aangetroffen soorten Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in gebouwen Op deze deellocatie wordt een laag bijgebouwtje en een open opslagschuurtje gesloopt. Tijdens het veldbezoek zijn huismussen aangetroffen die nestelen onder de dakpannen van de woning op nr.3. Aangezien gierzwaluwen vrijwel nooit in bebouwing in het buitengebied nestelen kunnen vaste verblijfplaatsen redelijkerwijs worden uitgesloten. Het woonhuis blijft in de huidige vorm gehandhaafd. Het lage te slopen bijgebouwtje is onderzocht op aanwezigheid van nesten van huismussen onder het pannendak. Er is gelet op uitstekende droge grassprietjes, uitstekende veertjes en uitwerpselen nabij een nestingang. Onder de pannen zijn geen huismussennesten aanwezig. Het te slopen open stalletje met dak van damwandprofiel zijn geen potenties voor huismussennesten Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in bomen In de tuin rond het woonhuis op nr. 3 zullen een drietal bomen worden gekapt. Het betreft een volwassen paardenkastanje met kastanje bloedziekte in slechte conditie, een Judasboom met een stamdiameter van ca. 25 centimeter en een eik in de achtertuin met en stamdiameter van ca. 25 centimeter. In de te kappen bomen zijn geen (jaarrond) beschermde nesten aanwezig. In de paardenkastanje zijn enkele holtes en rottingsgaten aanwezig. De boom is geïnspecteerd op mogelijke bewoning door vogels of vleermuizen.
Er zijn geen aanwijzingen dat de holtes in gebruik Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
28 zijn door vogels. De gaten zijn niet naar boven toe ingerot. Hiermee kunnen ook vleermuisverblijfplaatsen worden uitgesloten. In verband met de gevaarzetting wordt de kastanjeboom op korte termijn verwijderd. De boomgroepjes, boomsingels en solitaire bomen in het plangebied zijn geïnspecteerd op jaarrond beschermde nesten. In de boomsingel aan de noordzijde bevindt zich een horst van een buizerd. De buizerd heeft vorig jaar succesvol gebroed. Alle groensingels en alle bomen (op drie na) op het perceel blijven gehandhaafd. Vaste rust- en verblijfplaatsen categorie 5 Tijdens het veldbezoek zijn nestelende spreeuwen onder het dak van het woonhuis waargenomen en de bonte specht liet zich horen. Binnen het plangebied zijn in de bomen langs de oprijlaan een aantal nestkasten geplaatst voor cat. 5 soorten als zwarte roodstaart, kool- en pimpelmezen. Ook zijn bomen met stamholtes aangetroffen waarin cat. 5 holenbroeders als spechten en boomklever broedgelegenheid vinden. In de achtertuin zijn bomen met rottingsgaten en holtes. In een els zijn in een holte broedende spreeuwen waargenomen. Aan de voorgevel van de woning zijn kunstnesten voor huiszwaluwen geplaatst.
Deze extra nestgelegenheid is geplaatst in het kader van het project ‘Ervenplus’ van Brabants Landschap Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn legio mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Tijdens het veldbezoek is een broedend winterkoninkje aangetroffen in een totempaal.
De Ruiting 5 Aangetroffen soorten Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in gebouwen Huismus Vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluwen kunnen in alle redelijkheid worden uitgesloten. Gierzwaluwen zijn uitgesproken stads- en dorpsvogels die bij voorkeur broeden in oude stadswijken vaak met hoge steile daken, of in aangeboden nestgelegenheid. Ze broeden vrijwel nooit in het buitengebied. Op het dak van de langgevelboerderij zijn huismussen gespot tijdens het veldbezoek. De huismussen vlogen op en neer in zuidwestelijke richting De Ruiting 7. Gezien de aanwezige nestelmogelijkheden onder kierende dakpannen en onder het dak is niet uit te sluiten dat nesten van huismussen aanwezig zijn. De nesten van huismussen zijn jaarrond beschermd. De Wet natuurbescherming verbiedt om huismussen opzettelijk te verwonden, te doden, of hun nesten te beschadigen of weg te nemen. Met de voorgenomen verbouwing en dakrenovatie gaan mogelijk vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen verloren en worden verbodsbepalingen uit de Wnb overtreden. Een nader onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen voor huismussen wordt aanbevolen. Indien huismussennesten aanwezig zijn, dienen mitigerende (verzachtende) maatregelen te worden genomen ter voorkoming van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb en instandhouding van de nesten.
Steenuil In een steenuilenkast aan een boom achter de veldschuur broedt de steenuil ook dit jaar weer succesvol. De steenuilenkast bevindt zich op een rustige plek op het perceel, alle elementen in het omliggende steenuil biotoop blijven intact en worden versterkt met de robuuste landschappelijke inpassing. De herontwikkeling ter plaatse betreft de dakrenovatie, interne verbouwing van het staldeel en de realisatie van een horecapaviljoen met terras. Dit betekent meer menselijke activiteiten, geluid en verlichting. Naar verwachting zal dit voor de steenuil geen nadelige gevolgen hebben. De nestkast hangt op een rustige plek en in de omgeving is voldoende Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.
29 foerageergebied/leefgebied van goede kwaliteit beschikbaar. Aanbevolen wordt om alsnog de plaatselijke uilenwerkgroep te laten beoordelen of de uilenkast mogelijk dient te worden verplaatst. Zij kennen de omgeving als geen ander en indien noodzakelijk kunnen zij informeren m.b.t. een gunstigere plek voor de kast, zodat deze tijdig voorafgaand aan de herontwikkeling verplaatst kan worden. Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in bomen De gemengde bomenrijen zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten cat 1-4. In de bomen zijn geen jaarrond beschermde nesten aanwezig. De bomenrijen blijven behouden en worden versterkt in het nieuwe plan. Binnen de deellocatie is vrijwel geen geschikt leefgebied voor in de omgeving voorkomende vogels met jaarrond beschermde nesten (ransuil, sperwer, roek, slechtvalk, wespendief en zwarte wouw) door het ontbreken van geschikt broedhabitat en foerageergebied. Vaste rust- en verblijfplaatsen categorie 5 Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn.
Tijdens het veldbezoek zijn nestresten van holenduiven aangetroffen op de voormalige hooizolder. Verder is in het plangebied relatief weinig geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden. De beoogde herontwikkeling en de bijbehorende robuuste landschappelijke inpassing zullen leiden tot een toename van nest- en foerageergelegenheid voor algemene bos, - en struweelvogels.
De Ruiting 7 Aangetroffen soorten Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in gebouwen Mogelijk zijn vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels uit deze categorie aanwezig in de boerderij. De boerderij blijft in haar huidige vorm gehandhaafd. In het te slopen paardenstalletje/ opslagruimte met enkele houten wand en golfplaten dak zijn geen vaste verblijfplaatsen uit deze categorie aangetroffen en worden ook niet verwacht. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen De te verwijderen randbeplanting nabij het paardenstalletje is gecontroleerd op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten. Er zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Ook in de houtwal aan de westzijde zijn geen jaarrond beschermde nesten aanwezig. Vaste rust- en verblijfplaatsen categorie 5 In het te slopen paardenstalletje is een oud nest van een boerenzwaluw aangetroffen. Door de boerenzwaluwen wordt dit seizoen niet gebroed in het stalletje. Uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen. Mogelijk zijn in de houtwallen bomen met geschikte holtes aanwezig. Alle groenstructuren binnen de deellocatie blijven behouden uitgezonderd enkele meters randbeplanting nabij de ponyweide. Overige Vogelrichtlijnsoorten Tijdens het veldbezoek zijn gaai, merel en vink gespot. Nest- en foerageergelegenheid is volop beschikbaar.
De beoogde herontwikkeling en de bijbehorende robuuste landschappelijke inpassing Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch.