Vaststelling bp De Ruiting 3, 3a, 4, 4a, 5 en 7 (1299851)- Bijlage 2a Regels ontwerp 28 juli 2022.pdf
Tekst van het document
d. per bed and breakfast accommodatie kan worden voorzien in een eigen keuken en eigen sanitaire voorzieningen.
9.5 Afwijken van de gebruiksregels 9.5.1
Afwijken aan-huis-verbonden bedrijf
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het afwijken ten behoeve van aan huis verbonden bedrijven met inachtneming van de volgende regels:
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
30
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 60 m²; b. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' of ter plaatse van een langgevelboerderij maximaal 40% van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing toegestaan; c.
het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken;
d. detailhandel is niet toegestaan; e. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving waarbij geldt dat deze past in milieucategorie 1 en 2 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering 2009; f.
de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner;
g. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven. 9.5.2
Afwijken aan-huis-verbonden beroep
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken ten behoeve van aanhuis-verbonden beroep met inachtneming van de volgende regels: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 30 m²; b. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorisch waardevol' of ter plaatse van een langgevelboerderij maximaal 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing toegestaan; c.
het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken;
d. detailhandel is niet toegestaan; e. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; f.
er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven.
9.6 Nadere eisen 9.6.1
Voorwaardelijke verplichting cultuurhistorische waarden
Ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' gelden de volgende bepalingen: a. de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' dient duurzaam in stand te worden gehouden; b. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een bouwwerk al dan niet gedeeltelijk te slopen; c.
een omgevingsvergunning als bedoeld in b kan enkel worden verleend indien en voor zover door de sloopwerkzaamheden geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de cultuurhistorische waarden;
d. voorafgaand aan de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in b dient het bevoegd gezag
daarover
een
advies
te
hebben
ingewonnen
bij
de
welstands-/gemeentelijke
monumentencommissie.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
31
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
Artikel 10 Leiding 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van een hoofdwaterleiding en daarbij behorende voorzieningen ter plaatse van de figuur 'hartlijn leiding - water'.
10.2 Bouwregels Op en in de gronden als bedoeld in lid 10.1, mogen, in afwijking van het bepaalde ten aanzien van de andere bestemmingen, uitsluitend worden gebouwd, bouwwerken ten behoeve van de betreffende leiding, waaronder begrepen gebouwen met elk een oppervlakte van ten hoogste 30 m² en een bouwhoogte van ten hoogste 4 m.
10.3 Afwijken bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 10.2, ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de betreffende andere bestemming van deze gronden, mits: a. de leiding niet wordt geschaad; b. er geen kwetsbare objecten worden toegelaten; c.
vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leiding.
10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c.
het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair;
d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het permanent opslaan van goederen; f.
het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
10.4.2 Uitzonderingen Het in lid 10.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. Het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn. b. Reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
32
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
10.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 10.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de leiding; zijn gewaarborgd. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij de bij de beheerder van de betreffende leiding.
10.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door de ligging van de figuur 'hartlijn leiding water' te wijzigen, mits de leidingbeheerder akkoord is.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
33
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
Artikel 11 Waarde - Archeologie 2 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden.
11.2 Bouwregels a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende regels verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 2. De verplichting tot het doen van opgravingen. 3. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. c.
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde onder a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
d. Het bepaalde onder a en b is niet van toepassing ter plaatse van het agrarisch bouwvlak.
11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.3.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. Het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld. b. Het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels. c.
Het aanleggen van leidingen dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld.
11.3.2 Uitzonderingen Het in lid 11.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. Het normale onderhoud en/of gebruik betreffen. b. Reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
34
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
c.
Gelegen zijn binnen het agrarisch bouwvlak.
11.3.3 Toelaatbaarheid a. De in lid 11.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. c.
Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.
11.4 Wijzigingsbevoegdheid 11.4.1 Wijziging dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door van een of meer bestemmingen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2', geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien: a. Uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn. b. Het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
35
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
Artikel 12 Waterstaat - Waterberging 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterberging' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor tijdelijke opvang van water.
12.2 Bouwregels In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemmingen van deze gronden, mogen op of in deze bestemming begrepen grond tevens bouwwerken tot een maximale bouwhoogte van 3 meter worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming.
12.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.3.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. Het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren. b. Ophogen van gronden en het aanleggen en wijzigen van kaden. 12.3.2 Uitzonderingen Het in lid 12.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. Binnen het bouwvlak plaatsvinden. b. Het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn. c.
Reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
d. Conform het inrichtingsplan zoals weergegeven in Bijlage 1 worden uitgevoerd ten behoeve van het natuurbeheer. 12.3.3 Toelaatbaarheid De in lid 12.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het waterbergend vermogen van de gronden. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij de waterbeheerder.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
36
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
Artikel 13 Waterstaat - Waterkering 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, in eerste instantie bestemd voor waterkering, met daaraan ondergeschikt: a. groenvoorzieningen; b. paden; c.
daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
13.2 Bouwregels 13.2.1 Gebouwen Op de voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 13.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op de voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de waterkering. 13.2.3 Consultatieplicht Op de voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden kunnen door het bevoegd gezag nadere eisen gesteld worden aan het bouwen van bouwwerken. De regels van 'Keur Waterschap De Dommel 2015' of een daaropvolgende door Waterschap De Dommel vastgestelde regeling dienen te allen tijde in acht te worden genomen. Het is derhalve noodzakelijk Waterschap De Dommel te horen.
13.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.3.1 Consultatieplicht Op de voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden kunnen door het bevoegd gezag nadere eisen gesteld worden aan het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. De regels van 'Keur Waterschap De Dommel 2015' of een daaropvolgende door Waterschap De Dommel vastgestelde regeling dienen te allen tijde in acht te worden genomen. Het is derhalve noodzakelijk Waterschap De Dommel te horen.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
37
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
HOOFDSTUK 3
ALGEMENE REGELS
Artikel 14 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
38
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
Artikel 15 Algemene bouwregels 15.1 Bestaande afwijkende maatvoering In die gevallen, dat de (goot)hoogte, de oppervlakte, de inhoud, een bebouwingspercentage en/of de afstand tot de weg of perceelsgrenzen, en andere maten, voor in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in Hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die bestaande maatvoering in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.
15.2 Ondergronds bouwen a. Op plaatsen waar hoofd- en bijgebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden, direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd. b. De verticale diepte mag bij ondergronds bouwen niet meer bedragen dan 3,5 meter. c.
Het bevoegd gezag kan afwijken voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder het hoofdgebouw of bijgebouw mits hierdoor de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden aangepast.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
39
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
Artikel 16 Algemene gebruiksregels 16.1 Strijdig gebruik Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt: a. Het gebruik van onbebouwde gronden als standplaats of ligplaats van onderkomens. b. Het gebruik als opslag- stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten. c.
Het gebruik van verblijfsrecreatieve voorzieningen en voorzieningen voor tijdelijke huisvesting van seizoenswerknemers of voor permanente bewoning.
d. Het bewonen van vrijstaande bijgebouwen.
16.2 Afwijken gebruiksregels a. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in 16.1 en toestaan dat een deel van de woning, vrijstaand bijgebouw of bedrijfsgebouw wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, mits: 1. Een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg. 2. De afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 80 m². 3. Het bijgebouw of bedrijfsgebouw qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de betreffende (bedrijfs)woning. De afhankelijke woonruimte is gelegen op maximaal 10 meter afstand van het hoofdgebouw, met dien verstande dat indien de afhankelijke woonruimte binnen bestaande bebouwing kan worden gerealiseerd de afhankelijke woonruimte op maximaal 20 meter afstand van het hoofdgebouw gelegen mag zijn. 4. De afhankelijke woonruimte gelijkvloers wordt uitgevoerd. Het betreffende (deel) van het bijgebouw voldoet aan de eisen die voor woongebouwen gelden zoals het Bouwbesluit en de Bouwverordening. 5. Er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische)bedrijven. b.
Het bevoegd gezag kan afwijken ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen de woning en/of bijgebouwen bij de woning voor 'bed and breakfast' voorzieningen, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende regels: 1. Maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de gebouwen, tot een maximum van 60 m² voor 'bed and breakfast' wordt gebruikt. 2. Degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren dient tevens de bewoner van de woning te zijn. 3. De activiteiten dienen qua aard, milieubelasting, uitstraling en intensiteit te passen in de woonomgeving. 4. De activiteiten mogen geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige parkeerdruk veroorzaken. 5. Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven. 6. Er dient een nachtregister te worden bijgehouden.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
40
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
16.3 Voorwaardelijke verplichting 16.3.1 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing 1 Het in gebruik nemen van de horecagelegenheid zoals bedoeld in 7.2.2 onder e ter plaatse van de aanduiding 'horeca' is enkel toegestaan indien: a. de landschappelijke inpassing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing 1' zoals weergegeven in Bijlage 1 is gerealiseerd; b. de landschappelijke inpassing als bedoeld in sub a na realisatie duurzaam wordt beheerd en in stand wordt gehouden. 16.3.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing 2 Het in gebruik nemen van de tweede wooneenheid ter plaatse van het adres De Ruiting 7 is enkel toegestaan indien: a. de landschappelijke inpassing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing 2' zoals weergegeven in Bijlage 1 is gerealiseerd; b. de landschappelijke inpassing als bedoeld in sub a na realisatie duurzaam wordt beheerd en in stand wordt gehouden.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
41
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
Artikel 17 Algemene aanduidingsregels 17.1 Overige zone - attentiezone waterhuishouding 17.1.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - attentiezone waterhuishouding' zijn de gronden tevens bestemd voor bescherming van de waterhuishouding en het voorkomen van functies en activiteiten die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. 17.1.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - attentiezone waterhuishouding' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; b. de aanleg van drainage; c.
het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen;
c.
buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten.
17.1.3 Uitzonderingen Het in lid 17.1.2 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn. b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. c.
ter uitvoering van het inrichtingsplan, opgenomen in Bijlage 1 van deze regels, uitgevoerd worden.
17.1.4 Toelaatbaarheid De in lid 17.1.2 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de verwachten gevolgen geen onevenredige schade aanrichten aan de waterhuishouding en de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant.
17.2 Overige zone - behoud en herstel watersystemen 17.2.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - behoud en herstel watersystemen' zijn de gronden tevens bestemd voor de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
42
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
17.2.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - behoud en herstel watersystemen' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten van meer dan 100 m², anders dan een bouwwerk; b. het ophogen van gronden. 17.2.3 Uitzondering Het in lid 17.2.2 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden welke: a. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; b. binnen een bouwvlak worden uitgevoerd. 17.2.4 Toelaatbaarheid De in lid 17.2.2 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. de verwachten gevolgen geen onevenredige schade aanrichten aan de watersystemen; b. het betrokken waterbestuur is gehoord.
17.3 Overige zone - regionale waterberging 17.3.1 Omschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regionale waterberging' zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud van het waterbergend vermogen van het gebied. 17.3.2 Bebouwing Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regionale waterberging' mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd indien de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2 m. 17.3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regionale waterberging' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen van gronden en het aanbrengen of wijzigen van kaden. 17.3.4 Uitzonderingen Het in lid 17.3.3 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. Het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn. b. Reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
43
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
17.3.5 Toelaatbaarheid De in lid 17.3.3 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. het betrokken waterbestuur is gehoord.
17.4 Overige zone - reservering waterberging Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - reservering waterberging' zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
44
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
Artikel 18 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in deze regels, ten behoeve van: a. Het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes, telefooncellen, bewaarplaatsen van huisvuilcontainers en transformatorhuisjes,
uitgezonderd
verkooppunten
voor
motorbrandstoffen,
waarvan
de
oppervlakte niet meer dan 30 m² en de bouwhoogte niet meer dan 4 meter mag bedragen. b. Indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van de ligging van bestemmings- en bouwgrenzen en grenzen van aanduidingen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, of uit oogpunt van doelmatig gebruik van gronden en bebouwing, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen op de plankaart is aangegeven niet meer dan 2,5 meter bedragen. c.
Voor afwijkingen van bepalingen, gesteld ten aanzien van maten en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten en percentages.
d. Het bouwen van kunstwerken, geen gebouw zijnde, en masten en bijbehorende installaties voor telecommunicatie of sirenes, al of niet op of aan gebouwen of bouwwerken, geen gebouw zijnde, tot vanaf peil een bouwhoogte van 40 meter, met inachtneming van de volgende regels: 1. de realisatie mag niet plaatsvinden binnen de NNB; 2. gebruik dient te worden gemaakt van bestaande masten voor telecommunicatie of andere bestaande hoge objecten, zoals hoge gebouwen of lichtmasten, indien deze aanwezig zijn binnen een redelijke afstand van de gevraagde locatie; 3. er geen aantasting plaatsvindt van ter plaatse aanwezige waarden;
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
45
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
Artikel 19 Algemene wijzigingsregels 19.1 Algemene wijzigingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met toepassing van Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, de ligging van grenzen van bestemmings- en bouwvlakken en aanduidingen te wijzigen, met inachtneming van de volgende regels: a. de bij wijziging betrokken grenzen mogen ten hoogste 5 meter worden verschoven; b. de oppervlakte van de bij wijziging betrokken bestemmings- en bouwvlakken en aanduidingen mag ten hoogste 5% worden verkleind of vergroot ten opzichte van de oppervlakte vóór wijziging; c.
door een wijziging mogen de waarden die het plan beoogt te beschermen niet onevenredig worden aangetast.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
46
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
Artikel 20 Algemene procedureregels Met betrekking tot de voorbereiding van de wijziging van het bestemmingsplan is Afdeling 3.4 (Openbare voorbereidingsprocedure) van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
47
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
Artikel 21 Overige regels 21.1 Parkeren, laden en lossen Het bevoegd gezag toetst bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor laden en lossen. Hiervoor gelden de volgende regels: a. In het geval van de oprichting of uitbreiding van een gebouw dient ten behoeve van het parkeren van auto's te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. b. In het geval van functiewijziging van een gebouw en/of van gronden dient ten behoeve van het parkeren van auto's te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. c.
Indien het gebruik van een gebouw en/of gronden daar aanleiding toe geeft, dient te worden voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen.
d. Voor het bepalen van de benodigde parkeergelegenheid en/of de ruimte voor laden en lossen dient te worden voldaan aan het parkeerbeleid van de gemeente Boxtel, zoals geldend ten tijde van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. e. De parkeervoorzieningen als bedoeld onder a en b en de ruimte voor laad- en losvoorzieningen als bedoeld onder c dienen in stand te worden gehouden.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
48
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
HOOFDSTUK 4
OVERGANGS- EN SLOTREGELS
Artikel 22 Overgangsrecht 22.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde onder a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. c.
Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
22.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c.
Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
49
Bestemmingsplan ‘De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7’ Regels
Artikel 23 Slotregel Deze regels kunnen worden aangehaald onder de titel: Regels van het bestemmingsplan 'De Ruiting 3, 3A, 4, 4A, 5 en 7'
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
50