Vaststelling bp Baroniestraat 24 Boxtel- Bijlage 1 Toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan
Baroniestraat 24 Boxtel Boxtel
DATUM IMRO IDN
NL.IMRO.0757.BP06BARONIESTR-VST1
PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
44001164.20180439
AUTEUR STATUS
vastgesteld
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Plangebied
6
1.3
Vigerend bestemmingsplan
7
1.4
Bij het plan behorende stukken
8
1.5
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
9
2.1
Huidige situatie
9
2.2
Planvoornemen
10
Hoofdstuk 3
Beleidskaders
16
3.1
Inleiding
16
3.2
Rijksbeleid
16
3.3
Provinciaal beleid
19
3.4
Gemeentelijk beleid
31
Milieuhygiënische- en planologische verantwoording
40
4.1
Bodem
40
4.2
Milieueffectrapportage
41
4.3
Water
42
4.4
Bedrijvigheid en milieuzonering
48
4.5
Externe veiligheid
49
4.6
Kabels en leidingen
53
4.7
Verkeer en parkeren
54
4.8
Wegverkeerslawaai
60
4.9
Luchtkwaliteit
63
4.10
Flora en fauna
65
4.11
Duurzaamheid
72
4.12
Archeologie
73
4.13
Cultuurhistorie
75
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
77
Financieel
77
Hoofdstuk 4
5.1
3/82
Maatschappelijk
77
Juridische plantoelichting
80
6.1
Plansystematiek
80
6.2
Bestemmingen
80
5.2
Hoofdstuk 6
4/82
Toelichting
5/82
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op de hoek van de Baroniestraat en de Annastraat in Boxtel staat de Heilig Hartkerk met bijbehorende pastorie en achterliggende tuin. Sinds begin 2015 worden er geen (ere)diensten meer gehouden in de kerk en ook de pastorie heeft haar functie verloren. Voor de renovatie en transformatie van de pastorie naar niet-zelfstandige wooneenheden is al vergunning verleend. De pastorie maakt geen onderdeel uit van het plangebied van dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan maakt, in de pastorietuin, de realisatie van 48 niet-zelfstandige wooneenheden in twee gebouwen mogelijk voor senioren en mensen met dementie. In het vervolg van deze toelichting wordt gerefereerd aan woonzorggebouwen. De gewenste ontwikkelingen zijn niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan 'Boxtel Noord'. De gemeente Boxtel heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan de wijziging van het bestemmingsplan. Het doel van voorliggend bestemmingsplan is een passend juridisch-planologisch kader te scheppen op basis waarvan de voorgestane ontwikkeling kan worden gerealiseerd.
1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Baroniestraat, in de bebouwde kom van Boxtel, ten noordwesten van het centrum. De Baroniestraat is één van de doorgaande verbindingsroutes in Boxtel. Dit bestemmingsplangebied voorziet in de tuin van de pastorie. De zuidelijke begrenzing van het plangebied wordt gevormd door de Baroniestraat zelf. De westelijke plangrens wordt gevormd door het perceel behorende bij de Heilig Hartkerk met de pastorie en de aldaar aanwezige begraafplaats. De noordelijke grens wordt gevormd door watergang het Smalwater en ten oosten van het plangebied staat het voormalig St. Ursulaklooster. Dit klooster is ook niet meer als zodanig in gebruik, maar wordt ingezet als een centrum voor zorg, welzijn en cultuur. Onder andere zijn hier gevestigd: het Jongerencentrum B-Town, het Centrum voor Jeugd en Gezin, bureau Halt en de GGD. Ook het Boxtels Museum Mubo is hier gehuisvest. In figuur 1.1 is de globale ligging van het plangebied weergegeven.
6/82
Figuur 1.1 Globale ligging plangebied (bron: ESRI Nederland, i.s.m. ruimtelijkeplannen en Kadaster)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Boxtel Noord', vastgesteld op 2 december 2010 en ook onherroepelijk sinds die datum. Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingen 'Groen', 'Maatschappelijk' en 'Water'. De gronden binnen de maatschappelijke bestemming zijn breed bestemd, onder andere voor sport en spel, gezondheidszorg, cultuur, welzijn, onderwijs en religie. De functie wonen is op basis van het geldend bestemmingsplan ter hoogte van de het terrein achter de pastorie in geen enkele vorm toegestaan. Verder is geen sprake van een bouwvlak. Aan de noordzijde van het plangebied, grenzend aan het Smalwater, geldt de bestemming 'Groen -1'. De gronden zijn onder andere bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, waterlopen en waterpartijen. Ook binnen deze bestemming is het gebruik van de gronden ten behoeve van het (zorg)wonen niet toegestaan. Ook aan de noordzijde van het plangebied is het Smalwater zelf bestemd als 'Water'. Deze gronden zijn bestemd voor waterhuishouding, waterlopen, waterpartijen en waterberging maar tevens voor groenvoorzieningen en extensief recreatief gebruik. Aangezien ter plaatse ook de functieaanduiding 'ecologische waarde' is opgenomen, zijn deze gronden tevens bestemd voor het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden.
7/82
Figuur 1.2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan Boxtel Noord
1.4
Bij het plan behorende stukken
Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: a. Toelichting, waarin de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader worden gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook beschreven wat het vigerend beleid inhoudt en hoe bij de ontwikkeling met (milieu)planologische aspecten rekening is gehouden. b. Regels, waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. c. Verbeelding, waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige situatie en het planvoornemen. In hoofdstuk 3 wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de beleidskaders van het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Boxtel. In hoofdstuk 4 worden diverse milieuhygiënische en planologische aspecten verantwoord. In hoofdstuk 5 wordt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op de juridische planopzet.
8/82
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, ofwel de bestaande situatie, goed in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van deze situatie. Ook wordt nader ingegaan op het planvoornemen en de toekomstige situatie.
2.1
Huidige situatie
2.1.1 Algemeen Meer dan honderd jaar was de Heilig Hartkerk aan de Baroniestraat in Boxtel, gebouwd en in gebruik genomen in 1901, het thuis voor een deel van de gelovige gemeenschap in Boxtel. Sinds 2015 worden er geen kerkelijke erediensten meer gehouden en is ook de pastorie niet meer als zodanig in gebruik. Op het achter gelegen terrein bevindt zich de tuin waar nog een enkele boom aanwezig is (zie ook paragraaf 3.4.9).
Figuur 2.1: Foto bestaande pastorie
9/82
Figuur 2.2: Vogelvluchtfoto van de kerk, de pastorie, het plangebied en de pastorietuin (bron: cyclomdia, 2021) 2.1.2 Omgeving plangebied Het plangebied ligt in de wijk Breukelen. Breukelen is de oude kern van de gemeente Boxtel. De wijk ligt tegen het centrum van Boxtel, is grotendeels een woonwijk, met een eigen voorzieningenstructuur. De Heilig Hartkerk met bijbehorende pastorie en achterliggende tuin, waar onderhavig plangebied onderdeel van uitmaakt, zijn al van functie gewijzigd. Er wordt daar gewoond in niet-zelfstandige wooneenheden. Verder is aan de overzijde van de Baroniestraat de basisschool Angelaschool gevestigd. Tevens bevindt zich hier een uitvaartonderneming. Op de hoek van de St. Annastraat en Baroniestraat is café de Adelaar gevestigd. Het St. Ursulaklooster is tegenwoordig niet meer in gebruik als klooster maar wordt ingezet als een centrum voor zorg, welzijn en cultuur. Onder andere zijn hier gevestigd: het Jongerencentrum B-Town, het Centrum voor Jeugd en Gezin, bureau Halt en de GGD. Ook het Boxtels museum Mubo is hier gehuisvest.
2.2
Planvoornemen
2.2.1 Stedenbouwkundige opzet De tuin van de voormalige pastorie wordt herontwikkeld tot een woongebied waar 48 niet-zelfstandige wooneenheden worden gerealiseerd. Figuur 2.2 geeft een beeld van de beoogde inrichting.
10/82
Figuur 2.3: Beoogde inrichting (Bron: ontwikkelaar, oktober 2024) Het ontwerp van twee geschakelde woonzorggebouwen is zorgvuldig ingepast tussen het bestaande ensemble van kerk, pastorie en klooster. In korrelgrootte en verschijningsvorm zal het passend zijn bij het naastgelegen St. Ursulaklooster alsmede bij de nieuwbouw Bracbant en de voormalige pastorie. De nieuwe woonzorggebouwen hebben een wisselende massaopbouw door deels de derde bouwlaag in een optische kap uit te voeren. Hiermee worden ook stedenbouwkundig accenten gemaakt die het gebouw een overhoekse uitstraling geeft en de entrees accentueren.
11/82
Figuur 2.4: Impressie gevel aan de Baroniestraat (Bron: ontwikkelaar)
Figuur 2.5: Impressie gevel aan de ontsluitingsweg van Bracbant (Bron: ontwikkelaar) 2.2.2 Beeldkwaliteit De stijlkeuze en materialisering sluit aan bij de bestaande bebouwing door gebruik van rood metselwerk en kozijnen met roeden en een lijnenspel wat verwijst naar de laat-negentiende-eeuwse architectuur van de belendingen. De entrees van beide woonzorggebouwen (48 niet-zelfstandige wooneenheden in twee gebouwen) aan het Bracbant en de Baroniestraat, krijgen een extra accent door het metselwerk op te trekken en te voorzien van horizontale en verticale gevelbanden. De kleur van het metselwerk sluit aan bij de kleur en textuur van het St. Ursulaklooster. De bovenste bouwlaag wordt gedeeltelijk bekleed met antraciet kleurige keramische gevelpannen en betimmerde goten. De hemelwaterafvoeren en kaders rondom de dakramen zijn van zink of een materiaal met deze uitstraling. 2.2.3 Ontsluiting en parkeren Voor de ontsluiting van de woonzorggebouwen wordt gebruik gemaakt van de bestaande inrit ten behoeve van het St. Ursulaklooster en de (zorg)woningen Bracbant. Binnen het plangebied worden 29 parkeerplaatsen gerealiseerd. In paragraaf 4.7 wordt daar nader op ingegaan.
2.2.4 Natuur en groen In afstemming met de provincie Noord-Brabant, waterschap De Dommel en de gemeente Boxtel is overleg gevoerd over het ontwikkelen van natuur in het plangebied nabij de rivier Smalwater direct ten noorden van het plangebied.
12/82
Een inrichtingsschets inclusief het document "Inrichting ecologische verbindingszone" is opgesteld. Het beleidsdocument "Groene Levensader door Boxtel" is hiervoor als onderlegger gebruikt. Het plangebied maakt onderdeel uit van een Nat Kralensnoer bestaande uit corridors en/of stapstenen. Stapstenen worden door elkaar verbonden door corridors. Nabij de planlocatie is al een stapsteen aanwezig. Het plangebied is daarom benaderd als corridor. De inrichtingsvoorwaarden betreffen een voor het publiek niet toegankelijke natuurvriendelijke oever met struikenrij. Daarnaast zijn de inrichtingsvoorwaarden gebaseerd op soorten die een midden tot groot belang hebben in het gebied, gekeken naar de corridor-functie van het Smalwater. De te ontwikkelen natuur in het plangebied krijgt de bestemming 'Natuur'. Daarnaast is in de regels van het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor realisatie en inrichting van deze natuur. De gronden met de bestemming 'Natuur' worden overgedragen aan de gemeente. De gemeente wordt daarmee verantwoordelijk voor het beheer en het onderhoud. In overleg met de gemeente is een beheerplan opgesteld. De inrichtingsschets van de ecologische verbindingszone is onder figuur 2.3 weergegeven (zie ook bijlage 1 bij de regels). In figuur 2.6 is het dwarsprofiel opgenomen.
Figuur 2.6 Dwarsprofielen noord-zuid (Bron: ontwikkelaar, oktober 2024) De nadere uitwerking van de inrichting van de ecologische verbindingszone is verankerd in de regels van dit bestemmingsplan. Daarbij is rekening gehouden met de randvoorwaarden voor de inrichting van het gebied en het beheer en onderhoud zoals opgenomen in bijlage 1 en 3 van de toelichting. Daarnaast zal het groen binnen het plangebied bestaan uit de tuinen bij de niet-zelfstandige wooneenheden. De bestaande structuur met de karakteristieke bomenlaan direct ten oosten van het plangebied blijft gehandhaafd. Er is een boomeffectanalyse uitgevoerd. De rapportage van die analyse is opgenomen in bijlage 4 bij deze toelichting. In dit bestemmingsplan zal de handhaving en bescherming van de betreffende bomen juridisch
13/82
worden verankerd. Tijdens de werkzaamheden worden de bomen eveneens beschermd. Ook de boom aan de Baroniestraat blijft in de beoogde situatie gehandhaafd. Vanuit de voorwaarden van een kapvergunning dienen een vijftal bomen herplant te worden en dit wordt binnen de groeninrichting van de zowel de EVZ als de tuin van het zorgcomplex uitgevoerd. Er worden 13 bomen en heesters aangeplant, zie het schetsontwerp, opgenomen in bijlage 26. Water De woonzorggebouwen (48 niet-zelfstandige wooneenheden in twee gebouwen) kijken aan de noordzijde uit op de waterloop Smalwater. Binnen het plangebied zelf wordt als onderdeel van de ecologische verbindingszone, oppervlaktewater gerealiseerd (zie ook paragraaf 4.3 en figuur 2.3 hiervoor). 2.2.5 Programma en doelgroep De 48 niet-zelfstandige woonzorgeenheden bieden plaats aan senioren met een zorgvraag en specifiek voor mensen met dementie. De gebouwen worden geëxploiteerd door Wonen bij September. Om bij Wonen bij September te komen wonen, is een indicatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) nodig. Wonen bij September levert kwalitatief hoogwaardige zorg voor mensen met indicatie VV04 of VV05. De woonzorggebouwen bestaan uit twee afzonderlijke delen (noord- en zuid) die tegen elkaar gebouwd zijn.
Beide gedeelten bestaan uit 3 verdiepingen met voor de beide delen tezamen: - 48 niet zelfstandige wooneenheden; - gezamenlijke ruimten; - kantoor; - sanitaire- en technische ruimten; - bergingen. In totaal worden er dus 48 niet-zelfstandige wooneenheden gerealiseerd: circa 24 voor het noordelijke bouwdeel en circa 24 voor het zuidelijke bouwdeel.
Begane grond
14/82
Eerste verdieping
Tweede verdieping Figuur 2.8: plattegronden per verdieping (bron: ontwikkelaar september 2023)
15/82
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskaders
Inleiding
De beoogde ontwikkeling moet worden getoetst aan het nu geldende rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Hieronder is dit beleid nader beschreven.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op Rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: a. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie b. Duurzaam economisch groeipotentieel c. Sterke en gezonde steden en regio's d. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: a. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; b.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; c. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toetsing De NOVI wordt gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau. Eén van de nationale belangen die relevant is voor het voorliggende bestemmingsplan is een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming. Hier wordt aan voldaan. Voor het overige is geen concreet beleid op nationaal niveau geformuleerd dat van belang is voor het voorliggend bestemmingsplan. De in de NOVI genoemde nationale belangen worden door de voorgenomen ontwikkelingen niet geschaad.
16/82
3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro is de juridische vertaling van het beleid dat geschetst is in het SVIR. Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden. Dit betekent dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Evenals de SVIR wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau. Het Barro bevat regels voor bijvoorbeeld de mainportontwikkeling van Rotterdam, het kustfundament en defensie. Toetsing Op het plangebied zijn op basis van het Barro geen voorwaarden van toepassing.
3.2.3 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro) Het Barro is de juridische vertaling van het beleid dat geschetst is in de NOVI. Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden. Dit betekent dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Evenals de NOVI wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau. Het Barro bevat regels voor bijvoorbeeld de mainportontwikkeling van Rotterdam, het kustfundament en defensie. Het kabinet heeft in de NOVI vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen, bijvoorbeeld voor defensie en waterveiligheid, de bevoegdheid om algemene regels te stellen moet worden ingezet. Het gaat daarbij om het beschermen van de nationale belangen. Naar aanleiding van een advies van de Raad van State voorziet het Barro ook in een bij dit besluit behorende ministeriële regeling (Rarro). Toetsing en conclusie De NOVI, het Barro en het Rarro worden gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau en hebben geen directe belangen die geborgd moeten worden ten aanzien van het plangebied. De ontwikkeling draagt ook niet bij aan het verwezenlijken van dit beleid. De beoogde ontwikkeling betreft wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Toetsing daarvan heeft in paragraaf 3.2.4 plaatsgevonden. 3.2.4 Bro en Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder is als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, moet in de toelichting worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden voorzien. In het geval van de voorgenomen ontwikkeling gaat het om de bouw van 48 niet-zelfstandige wooneenheden. Omdat de functiewijziging groter is dan 500 m2 bvo, is sprake van een stedelijke ontwikkeling. Een toets aan de Ladder is dan ook noodzakelijk.
17/82
Aangezien de beoogde stedelijke herontwikkeling is voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied is hierna de behoefte beschreven. Beschrijving behoefte De behoefte aan de zorgeenheden blijkt uit de provinciale prognose, de gemeentelijke prestatieafspraken en de concrete belangstelling voor en invulling van deze eenheden. Ter illustratie van onderhavig planvoornemen heeft initiatiefnemer een zorganalyse opgesteld die als bijlage 5 aan deze toelichting is gehecht. In paragraaf 3.3.3 wordt specifiek ingegaan op de behoefte aan zorgwoningen. De niet-zelfstandige wooneenheden die in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt worden, zijn geschikt voor bewoners met zorgprofiel VV04 en VV05. In de bevolkings- en woningbehoefteprognose is beschreven dat er een concrete behoefte bestaat aan 17.400 wooneenheden voor intramuraal wonen. Een groeiende groep mensen in Nederland krijgt te maken met dementie. Het gaat hierbij om de mensen met dementie zelf en hun naasten. Voor al deze mensen heeft dementie een grote impact op hun leven. Door het stijgen van het aantal mensen met dementie neemt de druk op de zorg toe. Dit geldt voor bijvoorbeeld de verpleeghuiszorg en de wijkverpleging. Overheid, wetenschap en verschillende zorgpartijen zoeken naar oplossingen om de druk op de zorg te verlagen. Zij kijken naar preventie, risicoprofilering, betere medicatie en betere organisatie van zorg.
Om zorg voor mensen met dementie goed te kunnen organiseren, is het belangrijk de populatie goed in beeld te hebben. Om hoeveel mensen gaat het? Hoe oud zijn zij? Waar wonen ze en van welke zorg maken zij gebruik? Uit cijfers van Alzheimer Nederland (Mensen met dementie per gemeente, Alzheimer Nederland) blijkt dat door de vergrijzing het aantal dementie patiënten fors toeneemt. Op basis van voorspellingen van de toekomstige bevolkingsopbouw, is een prognose gemaakt van het aantal mensen met dementie in de toekomst. Deze berekening is gemaakt door ABF Research in opdracht van Alzheimer Nederland. Het aantal mensen met dementie groeit de komende decennia explosief naar meer dan een half miljoen in 2040. Gemeenten in de regio doen hun best om daar op in te spelen. Maar het is nog lang niet genoeg, vindt Alzheimer Nederland. In de regio's Den Bosch, Meierij en Bommelerwaard stijgt het aantal mensen met dementie de komende tijd in een kleine 20 jaar tot meer dan 10.000. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van de huidige situatie (5.550).
*Getal in ronde haakjes (): percentage met dementie ten opzichte van de totale bevolking †Getal in blokhaakjes []: stijging van het aantal mensen met dementie ten opzichte van het jaar 2022 Figuur 3.1: prognose mensen met dementie landelijk, regionaal en lokaal (bron: zorganalyse ontwikkelaar, juli 2023) De gemeente Boxtel heeft prestatieafspraken gemaakt met woonstichting JOOST en HuurdersBelangenVereniging Boxtel/Liempde (Prestatieafspraken 2020-2024) over de huisvesting van
18/82
bijzondere doelgroepen. Een aantal doelgroepen is in het bijzonder afhankelijk van specifiek aanbod in de (sociale of particuliere) huursector. Onder deze doelgroepen worden onder andere verstaan de kwetsbare ouderen die een beroep doen op specifieke woonvormen, omdat zelfstandig wonen niet meer mogelijk is. In september 2022 heeft de gemeente Boxtel een woningmarktonderzoek laten uitvoeren (Companen, Woningmarktonderzoek en onderzoek wonen met zorg, 19 september 2022). Hieruit blijkt ook dat nu en in de toekomst sprake is van een tekort aan geclusterd wonen met zorg. Tot slot is in dit kader van belang de inhoud van het gemeentelijk programma volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg dat in juli 2023 is vastgesteld (zie paragraaf 3.4.3). De beoogde ontwikkeling voorziet in de behoefte door 48 niet-zelfstandige wooneenheden mogelijk te maken. Deze eenheden zijn geschikt voor de verhuur aan mensen met een zorgvraag en specifiek dementie. Conclusie Op basis van bovenstaande blijkt dat er behoefte bestaat aan zorgwoningen zoals voorzien in dit plan. Het planvoornemen voldoet daarmee aan de uitgangspunten zoals opgenomen in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Tot slot vindt de voorgenomen ontwikkeling plaats binnen het bestaand stedelijk gebied van Boxtel. De voorgenomen ontwikkeling voldoet daarmee aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zijn vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een klimaatproof Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie Samen met andere partijen, zoals gemeenten en bedrijven, wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Toetsing en conclusie Stedelijke ontwikkelingen dienen in principe plaats te vinden binnen 'bestaand stedelijk gebied'. Herbestemmen wordt gezien als het nieuwe bouwen: als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke)
19/82
herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen namelijk de kansen om de forse woningbouwopgave van circa 120.000 woningen in de komende tien jaar te realiseren. De beoogde ontwikkeling draagt hier op bescheiden wijze aan bij. 3.3.2 Interim Omgevingsverordening (geconsolideerde versie 2022) en TAM-Omgevingsverordening 2024 Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: Iov N-B) vastgesteld. Deze verordening is per 5 november 2019 in werking getreden. Vanwege de Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Onder de Omgevingswet heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Iov N-B is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Omdat de Omgevingswet inmiddels in werking is getreden, is de TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant inmiddels van kracht. Deze heeft de Iov N-B vervangen. Voorliggend bestemmingsplan is voor 1 januari 2024 als ontwerp ter visie gegaan en valt daarmee onder het overgangsrecht. In deze paragraaf wordt aan beide versies van de omgevingsverordening getoetst. Dit omdat in 2024 een kaartaanpassing voor voorliggend gebied heeft plaatsgevonden. Iov N-B De Iov N-B is beleidsneutraal van karakter.
Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In hoofdstuk 3 van Iov N-B zijn de instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen. In de Iov N-B zijn regels voor ontwikkelingen gekoppeld aan werkgebieden (structuren) en aanduidingen.
20/82
Figuur 3.2: Uitsnede kaart 3 Iov N-B: Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed Het plangebied ligt binnen het 'Stedelijk gebied' zoals weergegeven in figuur 3.2. Daarnaast ligt het noordelijk deel van het plangebied (gelegen tegen het Smalwater) binnen de zone 'behoud en herstel watersystemen' en als 'Natuur Netwerk Brabant - evz' (ecologische verbindingszone) (figuur 3.3.).
21/82
Figuur 3.3: Uitsnede kaart 4 Iov Noord-Brabant: Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden Voor het planvoornemen zijn onderstaande regels en basisprincipes uit de Iov N-B van toepassing: Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. 2. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Toetsing In dit geval is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling van zorgeenheden binnen het bestaand stedelijk
22/82
gebied van Boxtel. Het betreft de transformatie van vrijgekomen stedelijk gebied. Het Natuur Netwerk Brabant wordt met de ontwikkeling van een corridor verder vorm gegeven en de bebouwing blijft buiten deze zone. Met de realisatie van de nieuwbouw van de woonzorggebouwen (48 niet-zelfstandige wooneenheden) wordt rekening gehouden met de klimaatverandering en duurzame energie. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies. Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit 1. Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. 2. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Deze aspecten worden hierna beschreven. Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a.
de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: b. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; c. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; d. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); e. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. 2. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Toetsing Met het herontwikkelen van een vrijgekomen binnenstedelijke locatie wordt voldaan aan de regels voor zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 3.7 Toepassing van de lagenbenadering 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. 2. De lagenbenadering omvat de effecten op:
23/82
a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Toetsing De toepassing van de lagenbenadering is een hulpmiddel om de effecten van een ontwikkeling in beeld te brengen. Het gaat daarbij om het effect op de lagen in wisselwerking met elkaar waarbij de factor tijd actief wordt benut. Het is van belang om te weten hoe de omgeving in elkaar steekt en te kijken naar alle lagen: de ondergrond, de netwerklaag, de bovenlaag en de tijdsdimensie. Tussen deze lagen bestaat een wisselwerking. Iedere laag kent zijn eigen dynamiek, verschillende veranderingssnelheid en mate van omkeerbaarheid bij ingrepen.
Voor een aantal aspecten die bij de lagenbenadering betrokken worden, bevat de Iov N-B specifieke regels, zoals het Natuur Netwerk, de groenblauwe mantel, cultuurhistorische- en aardkundige waarden, stiltegebied en delen van het watersysteem. In dit geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied van Boxtel. Op de ecologische verbindingszone is later ingegaan. Artikel 3.8 Meerwaardecreatie 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Toetsing Met de voorgenomen ontwikkeling wordt meerwaarde gecreëerd door het toekennen van een nieuwe duurzame vervolgfunctie waar behoefte aan is, namelijk zorgwonen. Artikel 3.25 Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone 1.
Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone strekt tot verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone met een breedte van: a. ten minste 50 meter in Stedelijk Gebied en in Verstedelijking Afweegbaar; b. ten minste 25 meter in alle overige gebieden. 2. Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt regels, om te voorkomen dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone, die
24/82
in ieder geval: a. het oprichten van bebouwing beperken; b. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten beperken. 3. Na realisatie van de ecologische verbindingszone is Artikel 3.15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant van overeenkomstige toepassing. Toetsing Het planvoornemen voorziet binnen de aanduiding Natuur Netwerk Brabant in de ontwikkeling/verwezenlijking van een corridor als onderdeel van de ecologische verbindingszone. De in lid 1 sub a voorgeschreven breedte van 50 meter ziet op de gehele breedte van de zone, in kwestie aan weerszijden vanuit het hart van de Smalwater zones van 25 meter. Ingevolge provinciaal beleid dient een ecologische verbindingszone in stedelijk gebied gemiddeld 50 meter breed te zijn (5 ha/km). Wanneer de zone op plekken smaller wordt ingericht - zoals het geval in dit planvoornemen -, dient dit onderbouwd te worden. Dit kan alleen als vanuit de doelsoorten en het funtioneren van de ecologische verbindingszone ook met minder volstaan kan worden. Op minder dan 50 meter ten noordoosten van het onderhavige plangebied aan de Baroniestraat/ het Smalwater is al een stapsteen ingericht achter het Ursulaklooster. Zie daartoe de rapportage van Habitus en Ecogroen (Bijlage 1).
Gezien de korte afstand van het plangebied tot de bestaande stapsteen, is door de ecologen van Habitus bepaald dat er geen andere stapsteen nodig is ter plaatse van het plangebied en hier kan worden volstaan met een zogenoemde corridor functie. Een corridor moet volgens eerdergenoemde beleidsdocumenten een breedte hebben van minimaal 10 meter. Als de corridor op de juiste manier wordt ingericht, acht Habitus een corridor met een breedte van 10 meter ook voldoende als habitat voor de betreffende doelsoorten. In dit kader wordt opgemerkt dat de volgende extra compenserende elementen worden toegepast: de parkeerplaatsen zullen worden voorzien in half open bestrating welke voorzien zal worden met groen; er wordt natuurinclusief gebouwd in welk kader maatregelen in het pand zullen worden getroffen voor o.a. vleermuizen, gierzwaluw en huismussen; er worden meer in het plan opgenomen dan nodig volgens herplantplicht (te weten 12 tot 15 stuks).
Figuur 3.4: Corridor met stapstenen
25/82
Herbegrenzing zoekgebied EVZ Gelet op het voorgaande dient de aanduiding NNB - evz ingevolge 'Kaart 4: Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden' herbegrensd worden. Deze herbegrenzing draagt bij aan het doel waarvoor het betreffende werkingsgebied is opgenomen en is daarmee gebaseerd op artikel 5.3, lid 1, sub b van de Iov N-B. De breedte van de aanduiding vanuit de huidige insteek van de beek Smalwater wordt van 25 meter, teruggebracht naar 10 meter. Hiertoe zal een verzoek worden ingediend. Met het verzoek tot herbegrenzing van het werkingsgebied ‘Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone’ in de Iov N-B, wordt beoogd het werkingsgebied aan te passen aan de feitelijke inrichting van de EVZ, en wordt geanticipeerd op de wijziging in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Met dit nieuwe bestemmingsplan wordt ter plaatse van de corridor een natuurbestemming toegekend. Daarmee wordt de te realiseren EVZ ter plaatse van het plangebied van een passende bestemming voorzien. In de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan is het te verwijderen deel van de aanduiding 'Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone' voorzien van de gebiedsaanduiding: 'overige zone - in interim omgevingsverordening te verwijderen zoekgebied ecologische verbindingszone'.
overige zone - in interim omgevingsverordening te verwijderen zoekgebied ecologische
26/82
verbindingszone Figuur 3.5: Zone kleinschalige herbegrenzing Op basis van de biotoopeisen van de doelsoorten hebben Habitus en Ecogroen een aantal inrichtingsvoorwaarden gesteld voor het plangebied. Deze zijn verwerkt in de inrichtingsschets (figuur 2.3) en staan beschreven in de rapportage in Bijlage 1. De inrichting conform deze voorwaarden is tevens nader geborgd in de planregels middels een voorwaardelijke verplichting (artikel 3.4.1), gekoppeld aan voornoemde inrichtingsschets die tevens als Bijlage 1 aan de regels is gehecht. Met deze inrichting wordt de situatie ter plaatse voor zowel de waterhuishouding als de ecologische waarden verbeterd. TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant Per 1 januari 2024 is Interim omgevingsverordening (Iov N-B) van rechtswege vervallen en geldt de TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor een ontwerpbestemmingsplan dat (kort) vóór deze datum in procedure is gebracht geldt dat deze na 1 januari vastgesteld dient te worden op basis van de Iov N-B zoals deze op 31 december 2023 luidde. Gedeputeerde Staten (GS) moeten op basis hiervan een besluit nemen over de herbegrenzing, waarna de wijziging van de omgevingsverordening (na publicatie) in werking treedt en het bestemmingsplan in overeenstemming met de omgevingsverordening kan worden vastgesteld.
Op 17 september 2024 heeft GS enkele kaartaanpassingen doorgevoerd in de TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant. De exacte begrenzing van de EVZ is voor voorliggend plangebied bijgesteld (zie bijlage 27). De herbegrenzing is daarmee door de provincie goedgekeurd. In de vast te stellen versie van dit bestemmingsplan is om deze reden de gebiedsaanduiding: 'overige zone - in interim omgevingsverordening te verwijderen zoekgebied ecologische verbindingszone' komen te vervallen. 3.3.3 Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant, actualisering 2020 Voor een actueel beeld van de toekomstige bevolkingsontwikkelingen, veranderingen in de leeftijds- en huishoudenssamenstelling en de hiermee samenhangende woningbehoefte in Noord-Brabant, actualiseert de provincie Noord-Brabant - zoals is vastgelegd in de Iov Noord-Brabant - regelmatig de bevolkings- en woningbehoefteprognose. De actuele gegevens uit de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose vormen ook belangrijke ingrediënten voor de Brabantse Agenda Wonen (zie paragraaf 3.3.4). In het kader van een duurzaam verstedelijkingsbeleid (zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik) vindt de provincie het van belang, dat de mogelijkheden om het woningbouwprogramma in te zetten op binnenstedelijke locaties en voor het herbestemmen van leegstaand vastgoed goed worden benut.
Wonen met zorg en welzijn Samenhangend met de vergrijzing liggen er in Brabant forse opgaven op het vlak van ‘wonen met zorg en welzijn’. Voorzien moet worden in een breed palet aan woonvormen, nodig om in te spelen op de woonwensen van ouderen.
27/82
Met de actualisering van de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose is ook een indicatie gegeven van de (regionale) opgaven die er in Noord-Brabant liggen op het vlak van wonen met zorg en welzijn. Hierbij is onderscheid gemaakt in ‘beschermd wonen’, ‘beschut wonen’ en ‘geschikt wonen’. De vooruitberekeningen hebben betrekking op alle huishoudens (met gradaties van mobiliteitsbeperkingen) en op ouderen in instellingen (‘Verpleging’ en 'Verzorging, afgekort VV) en beslaan de periode 2015 tot 2045. In de prognose is rekening gehouden met de ontwikkelingen in het rijksbeleid, waardoor een groot deel van de verzorgingshuiszorg is geëxtramuraliseerd. Sinds 2014 worden er alleen nog nieuwe indicaties afgegeven voor VV4. Het aantal plaatsen in verzorgingshuizen (VV1-4, oftewel het ‘beschut wonen’) is in Brabant inmiddels nog maar ruim een derde over ten opzichte van 2010 (van 12.200 naar 4.500 plaatsen). Daarmee is de afbouw bijna geheel gerealiseerd. Het aantal plaatsen in verpleeghuizen (VV5-10, oftewel het ‘beschermd wonen’) is in de periode 2010 tot 2015 in Noord-Brabant gegroeid van zo’n 12.000 naar 15.000 plaatsen, vooral door de toename van het aantal 75+ers. Dit komt doordat hospices niet meer onder het beschermd wonen vallen en doordat de vraag minder is gestegen, omdat mensen later naar het verpleeghuis gaan en er ook korter verblijven.
Maar wellicht is ook de vraag minder toegenomen, omdat meer ouderen gebruik maken van een ‘Volledig Pakket Thuis’ (VPT). Hierbij krijgen ouderen de verpleeg- en verzorgingshuiszorg aan huis of in een geclusterde woonvorm (het betreft zelfstandige woningen, dus geen instellingsplaatsen). De komende jaren liggen er stevige opgaven op het vlak van wonen met zorg en welzijn. In figuur 3.6 is een tabel en grafiek opgenomen waarin de ontwikkeling van de vraag naar beschermd, beschut en geschikt wonen in Noord-Brabant is weergegeven.
28/82
Figuur 3.6: Ontwikkeling van de vraag naar beschermd, beschut en geschikt wonen in Noord-Brabant, 2012-2045 (2018=100) Verhoudingsgewijs ligt de sterkste groei bij het beschermd wonen. Het aanbod tussen 2015 en 2045 zal bijna moeten verdubbelen. Voor het beschermd wonen, waar de zwaardere, intensievere vormen van zorg worden geboden, komt de vraagraming in 2045 14.500 plaatsen hoger uit dan het aanbod van 14.750 (intramurale) plaatsen in 2018. De extramuralisering van verzorgingshuizen is bijna afgerond. Tussen 2018 en 2021 neemt de capaciteit in verzorgingshuizen in de provincie nog (verder) af, met zo’n 200 plaatsen. Samenhangend met de toenemende vergrijzing van de Brabantse bevolking neemt de vraag in de loop van de jaren ’20 echter wel weer toe, omdat ook op termijn nog een groot deel (75%) van de ‘VV-04’ beschut kan wonen. Tussen 2021 en 2045 zal de vraag naar beschut wonen met 3.100 plaatsen toenemen. In landelijke gemeenten (zoals Boxtel) is de groei van de vraag naar wonen met zorg en welzijn relatief sterker dan in stedelijke gemeenten. Dat geldt vooral voor de intramurale vraag en de vraag naar geclusterde ouderenwoningen. Dit hangt samen met de vergrijzing, die in landelijke gemeenten sterker is dan in stedelijke gemeenten.
De zorgaanbieder die de woonzorggebouwen zal exploiteren biedt woonzorg aan mensen met een zorgprofiel VV4 en VV5 (VV4 valt onder beschut wonen, VV5 valt onder beschermd wonen). Zoals uit de prognose blijkt, zal
29/82
er tot 2045 een forse groei zijn de behoefte aan beschut en beschermd wonen. Het planvoornemen voorziet daarom in een concrete behoefte. Conclusie Het planvoornemen voorziet binnenstedelijk in de realisatie van 48 niet-zelfstandige wooneenheden. De prognose gaat uit van een behoefte aan 17.400 intramurale plaatsen. Het planvoornemen sluit nadrukkelijk aan op het beleid van de provincie en voorziet in de behoefte aan zorgwoningen. 3.3.4 Brabantse Agenda Wonen Versnelling van de woningbouwproductie, vernieuwing en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het ombouwen van leegstaand vastgoed naar woningen. Dat zijn belangrijke doelen van de Brabantse Agenda Wonen. Met deze agenda geven Gedeputeerde Staten aan welke accenten er de komende jaren liggen bij het bouwen en wonen en hoe de provincie zich hiervoor gaat inzetten. De Brabantse woningmarkt kent grote uitdagingen. Zo moet de woningvoorraad de komende 10 tot 15 jaar met 11%, ofwel zo’n 120.000 woningen, toenemen. De afgelopen jaren zijn te weinig woningen gebouwd. Bovendien verandert de vraag naar woonruimte sterk. Zo bestaat ruim 40% van de huishoudens in 2040 uit eenpersoonshuishoudens en is er een grote behoefte aan kleinere, betaalbare woonruimten. Ook het bouwen van voldoende woningen voor het middensegment op de woningmarkt –betaalbare koop en middeldure huur – blijft punt van aandacht.
Verder vragen initiatieven voor nieuwe woonvormen als flexwonen, tiny houses, tijdelijk wonen en nieuwe combinaties van wonen, werken en zorg steeds vaker van overheden om experimenteerruimte te bieden. Transformatie, herstructurering en inbreiding krijgen prioriteit Woningbouw is het enige type vastgoed waar de komende jaren nog een behoorlijke vraag naar is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld winkels, kantoren en maatschappelijk vastgoed. In paragraaf 3.3.3 is aangetoond dat wel sprake is van behoefte aan niet-zelfstandige wooneenheden zoals in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Woningbouw kan ook een substantiële bijdrage leveren aan maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken als verduurzaming en het terugdringen van leegstand. Na 2030 neemt de groei van de woningbehoefte sterk af, en verdwijnt ook de kans om werk te maken van transformatie, herstructuering en inbreiding. Dus de urgentie om in de komende paar jaar de vraag naar woningen slim te benutten is heel groot. In de regionale woningbouwafspraken wil de provincie daarom prioriteit geven aan plannen voor herbestemming van leegstaande gebouwen of plannen voor inbreidingslocaties. Een principe dat ook iets kan betekenen voor bestaande woningbouwplannen, die dan niet, pas later, of na aanpassing kunnen worden gerealiseerd.
Ook voert de provincie een brede inventarisatie uit naar potentiële transformatielocaties in steden en dorpen. Bij complexe transformaties kan de provincie mee investeren via het provinciale Ontwikkelbedrijf. Concrete keuzes daarvoor zijn in 2018 gemaakt. De provincie geeft gemeente dus ruim baan bij transformaties. Om het gemeente gemakkelijk te maken mag er in centra veel meer gebouwd worden. De gemeente heeft met de regiogemeenten uit Noordoost Brabant West en de provincie Noord-Brabant als
30/82
onderdeel van de Brabantse Agenda Wonen nadere afspraken gemaakt in het document 'Wonen in Regionaal Perspectief - Noordoost Brabant West' uit november 2018. Conclusie Met de toevoeging van niet-zelfstandige wooneenheden voorziet het planvoornemen in een concrete behoefte. Het plangebied betreft een inbreidings- en transformatielocatie waarmee gehoor wordt gegeven aan de prioritering van de provincie.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Verfrissend Boxtel 2011-2020 In de gemeentelijke structuurvisie zijn de ruimtelijke verbanden onderzocht en vertaald. Hierbij zijn keuzes gemaakt op diverse terreinen zoals infrastructuur, bedrijventerreinen, vitalisering buitengebied, woongebieden, regionale positionering en op financieel-economisch vlak. Het doel van de structuurvisie is om een beleidskader te stellen voor ruimtelijke ontwikkeling: enerzijds als toetsing bij nieuwe ontwikkelingen, anderzijds als basis voor concrete projecten. De structuurvisie bestaat uit drie hoofdproducten, een Atlas met een beschrijving van de gemeente, een inventarisatie van bestaand beleid en een analyse op een viertal thema’s: ‘wonen en leven’, ‘beleven’, ‘ondernemen’ en ‘verbinden’. Dit is vertaald naar een Agenda met een visie per deelgebied en een Bedrijfsplan met een uitvoeringsprogramma en Structuurkaart. Toetsing en conclusie De ontwikkeling valt binnen het programma 'wonen en leven'. De woonkwaliteit vormt de basis voor Boxtel om stabiel te blijven en om nog te kunnen groeien. Een aantrekkelijke leefomgeving en een sterk ‘herkenbaar’ centrum vormen de dragers, voor bestaande en voor nieuwe bewoners. Boxtel is een niche tussen stad en dorp; dat geeft intimiteit en maat en schaal aan woningen en voorzieningen. De woonomgeving in Boxtel is gevarieerd.
De opgave voor het woningaanbod is te komen tot meer differentiatie en variatie. De beoogde ontwikkeling voorziet hierin met zorgeenheden ten behoeve van een groeiende doelgroep. 3.4.2 Woonvisie De woonvisie moet kaders bieden die de gemeente de komende jaren nodig heeft om samen met betrokken partijen zoals woningcorporaties vorm te geven aan het wonen in Boxtel. In de woonvisie zijn vijf opgaven benoemd die de komende jaren centraal staan in het woonbeleid: een betaalbare woning voor iedereen; verbeteren kwaliteit, geschiktheid, duurzaamheid woningvoorraad; huisvesting bijzondere (zorg)doelgroepen; vraaggericht bouwen met oog op de toekomst; Boxtel aantrekkelijke woongemeente. De gemeente streeft naar een woningbouwprogramma dat aansluit bij de actuele vraag. De programmering van woningtypologieën is daarbij maatwerk en vraagt om een zekere flexibiliteit. Initiatieven gericht op voorkomen van (langdurige) leegstand in cultuurhistorisch waardevolle gebouwen worden gestimuleerd, net als particuliere
31/82
wooninitiatieven in het stedelijke gebied. De vraag naar woningen verandert door demografische ontwikkelingen. Het aandeel jongeren neemt af. Nieuwbouw voor starters is dan ook beperkt noodzakelijk. Het aantal huishoudens dat kleiner en meer betaalbaar wil wonen neemt toe. Ook groeit de groep ouderen de komende jaren. Gestimuleerd wordt ouderen tijdig te laten verhuizen naar een geschikte levensloopbestendige woning. Prestatieafspraken De gemeente Boxtel, Woonstichting JOOST en Huurders Belangen Vereniging Boxtel maken op basis van de woonvisie 2016-2025 jaarlijks prestatieafspraken. Met betrekking tot huisvesting van bijzondere doelgroepen, waaronder de niet-zelfstandige wooneenheden vallen, is het volgende vastgelegd. Er moeten voldoende woningen beschikbaar zijn om statushouders en bijzondere doelgroepen in sociale huurwoningen te kunnen huisvesten. Een aantal doelgroepen is in het bijzonder afhankelijk van specifiek aanbod in de (sociale of particuliere) huursector. Onder deze doelgroepen worden onder andere verstaan de kwetsbare ouderen die een beroep doen op specifieke woonvormen, omdat zelfstandig wonen niet meer mogelijk is. Toetsing en conclusie Per wijk is er een woningbouwopgave uiteengezet in de woonvisie. Het plangebied ligt in Boxtel Noord.
Meer diversiteit in de wijk door het realiseren van huurwoningen voor middeninkomens om de doorstroming te bevorderen staat, naast het toevoegen van ouderenhuisvesting, centraal. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van woningen voor bijzondere zorgdoelgroepen. Dit is in overeenstemming met de woonvisie en de prestatieafspraken. 3.4.3 Programma volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg 2023-2027 Op 4 juli 2023 heeft de gemeenteraad het ‘Programma volkshuisvesting en wonen-welzijn-zorg 2023-2027' vastgesteld. Ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan is dit beleidsdocument nog niet gepubliceerd. Deze toekomstvisie gaat over wonen in relatie tot welzijn en zorg en geeft richting aan wat voor thuis moet worden gebouwd en voor wie. De toekomstvisie is samengevat in drie zogenaamde punten: 1. Passende woningen en doorstroming 2. Wonen met welzijn en zorg 3. Duurzaam wonen in wijken en dorpen Onder deze drie punten zijn in totaal zeven taken benoemd. 1. Passende woningen en doorstroming De juiste woning voor de juiste doelgroep: op de juiste plek en op het juiste moment. Een groot maatschappelijk
32/82
onderwerp dat vraagt om meer regie vanuit de gemeente. Mensen die in Boxtel willen wonen, hebben in alle dorpen kans om een woning te vinden die bij hun inkomen en levenssituatie past. De kans op een woning wordt groter dankzij de doorstroming of toevoeging van woningen. Daarbij steunen wijken en dorpen binnen de gemeente elkaar rondom sociaal-maatschappelijke onderwerpen. Denk aan de huisvesting van migranten en mensen met een psychische kwetsbaarheid. Meer passende en betaalbare woningen Gemeente Boxtel wil meer passende en betaalbare woningen toevoegen aan het woningbouwprogramma. Het doel is om tegemoet te komen aan de vraag vanuit eigen inwoners. Met name voor: (koop)starters mensen met een bescheiden of middeninkomen de snelgroeiende groep oudere inwoners aandachtsgroepen met een dringende woonvraag 2. Inspelen op de woningbehoefte Het doel is om eigen inwoners kansen te bieden, maar ook om Boxtel en zijn dorpen op een goede manier verder te ontwikkelen. Daarbij wordt rekening gehouden met de groeiende vraag vanuit de omgeving. Goede ligging tussen steden Boxtel ligt zeer gunstig tussen de grote steden Eindhoven, Tilburg en ’s-Hertogenbosch. Deze goede ligging is een kans om mooie manieren van wonen toe te voegen en de samenleving te versterken. Om inwoners en de vraag uit de regio mee te nemen, bestaat de wens om veel meer woningen te bouwen.
Daarmee wordt oneerlijke concurrentie voorkomen. 3. Vernieuwende en creatieve woonvormen Er wordt gezorgd voor meer aanbod aan nieuwe manieren van wonen. Daarnaast wordt ruimte geboden aan snelle en creatieve woonoplossingen om in te spelen op de veranderende vraag. 4. Wonen-welzijn-zorg voor langer of weer zelfstandig wonen Inwoners met een ondersteunings- of zorgvraag kunnen in ieder dorp wonen en passende ondersteuning en zorg ontvangen. Het uitgangspunt is inzetten op positieve gezondheid door sociale netwerken, beweging, ontmoeting, basisvoorzieningen (dichtbij of thuisgebracht), een toegankelijke omgeving en woningen. 5. Een thuis voor iedereen Gemeente Boxtel wil een thuis voor iedereen bieden. Dat wordt aangemoedigd door mensen mee te laten doen in de samenleving en passende huisvesting te bieden. 6. Leefbare wijken en dorpen In de dorpen blijven er door nieuwbouw mogelijkheden voor jong, oud en alles daartussenin. Deze mix zorgt ervoor dat de aanwezige voorzieningen en leefbaarheid op peil blijven. Er wordt ingezet op leefbare wijken en dorpen. Wijken die zowel fysiek als sociaal klimaatbestendig zijn, dus ook waarbij zorgen voor elkaar centraal staat. Wonen is namelijk meer dan een huis: wonen moet een thuis zijn. Belangrijk is dat inwoners zelf het initiatief nemen om sociale en maatschappelijke uitdagingen op te pakken.
33/82
7. Duurzaam wonen De woningen en woonomgeving zijn duurzaam volgens de ambities uit de gemeentelijke Transitievisie Warmte, het uitvoeringsprogramma warmtetransitie en het klimaatakkoord. Toetsing en conclusie De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van woningen voor bijzondere zorgdoelgroepen. Dit is in overeenstemming met de toekomstvisie. 3.4.4 Visie: De Groene Levensader (1999) Totstandkoming De vergadering van ingelanden van het Waterschap De Dommel heeft op 15 december 1999 ingestemd met de inrichtingsvisie voor de Dommel en het Smalwater. Het rapport 'Groene Levensader door Boxtel; Inrichtingsvisie Dommel en Smalwater door Boxtel' (hierna: de Groene Levensader) vigeert nog steeds. Status van de visie De inrichtingsvisie dient als onderlegger voor uitwerking van deelprojecten. Per plan betekent dit dat in de toekomst een integrale afweging van alle aspecten plaats vindt. De inrichtingsvisie geeft een streefbeeld weer hoe de toekomst zou kunnen zijn, zulks met respectering van de huidige situatie en bestemming. Uit het voorwoord van het rapport de Groene Levensader blijkt dat dit rapport is bedoeld als een visie voor de inrichting van de ecologische verbindingszone Dommel en Smalwater door Boxtel.
Het doel van deze inrichtingsvisie is om een totaalvisie te geven op de ecologische verbindingszone Dommel en Smalwater, waarin is aangegeven op welke manier de ecologisch verbindingszone gecombineerd kan worden met de stedenbouwkundige en recreatieve functies van de Dommel en Smalwater. Op pagina 1 van de visie is het volgende opgenomen: "Het plan beoogt het opstellen van een totaalvisie voor de ecologische verbindingszones Dommel en Smalwater door Boxtel. Tevens heeft de visie een strategisch karakter binnen het gemeentelijk ruimtelijk ordeningsbeleid. De visie fungeert als toetsingskader voor toekomstige ontwikkelingen zodat de ecologische kwaliteiten van Dommel en Smalwater worden veiliggesteld." Het planvoornemen is niet in strijd met de Groene Levensader, voor de inrichtingsschets is de Groene Levensader als onderlegger gebruikt. Bebouwing van de tuin achter de pastorie wordt in de visie niet als onmogelijk beschouwd (zie onderstaande tekstpassage 1). Wel wordt als oplossingsrichting voorgesteld om de tuin in te richten als stapsteen (zie onderstaande tekstpassage 2 uit de visie). Dit is echter niet meer dan een oplossingsrichting. Daarnaast zijn de locaties van de streefbeelden in de Groene Levensader enkel indicatief.
De exacte invulling vindt dan ook plaats bij de uitwerking van maatregelen in nog op te stellen inrichtingsplannen, zoals bijvoorbeeld gedaan is bij De Dommelvisie 2007. In deze uitwerkingsvisie is een stapsteen ingericht op een deel van de voormalige sportvelden. Tekstpassage 1 (pagina 10 van de Groene Levensader) “Reeds geruime tijd bestaan er plannen voor de bouw van enkele woningen in de tuin achter de pastorie van de Heilig Hartkerk. Daarnaast komt (op termijn) ruimte vrij achter de Bracbant-Havo waar eventueel gebouwd zou kunnen worden. Om het – beschermd straatbeeld – (Monumentenwet) van de Baroniestraat niet aan te tasten is
34/82
er in het verleden voor gekozen de nieuwe woningen in de Pastorietuin langs de oever van het Smalwater te projecteren. Gedeputeerde Staten hebben hiervoor geen verklaring van geen bezwaar afgegeven omdat onvoldoende ruimte was gereserveerd voor de toekomstige ecologische verbindingszone. Of bebouwing in de pastorie tot de mogelijkheid behoort, kan nu nog niet worden aangegeven. Op korte termijn zal moeten worden gestart met voorbereidingen om te komen tot een visie en een bestemmingsplan voor het gebied Zandvliet.” Tekstpassage 2 (pagina 56 van de Groene Levensader) “Indien de (voormalige) bouwplannen zouden worden verwezenlijkt, worden de mogelijkheden voor de aanleg van stapstenen en flauwe oevers zeer beperkt. Binnen dit traject van Smalwater zijn enkele goed functionerende stapstenen noodzakelijk voor een redelijk functionerende ecologische verbindingszone. De mogelijkheden voor herinrichting langs en op het kerkhof zijn waarschijnlijk minimaal. Hier dient vooral gekeken te worden naar natuurvriendelijk beheer en kleine stapstenen ten behoeve van droge natuur. Oplossingsrichting: tuin achter de pastorie en terrein achter Bracbant-Havo inrichten als stapsteen, waar mogelijk natuurlijkvriendelijk beheer toepassen.” Het rapport Groene levensader door Boxtel heeft door de jaren heen een strategisch karakter binnen het gemeentelijk ruimtelijke ordeningsbeleid gekregen.
De visie uit het rapport fungeert als toetsingskader voor toekomstige ontwikkelingen zodat de ecologische kwaliteiten van Dommel en Smalwater worden veiliggesteld. In de StructuurvisiePlus uit 2002 is de Groene Levensader verwerkt. De centrale doelstelling van de StructuurvisiePlus is een kwaliteitsslag te maken, waarin de ruimtelijke kwaliteit integraal wordt benaderd. Onderhavige uitwerkingsvisie en inrichtingsplan sluiten aan op de Groene Levensader en de StructuurvisiePlus en geven een concrete invulling van de beoogde herinrichting van de beekdalen van Dommel en Smalwater door Boxtel. Dat uit de tekst blijkt dat woningbouw in de tuin tot de mogelijkheden behoort, is hierboven uiteengezet. Ook is duidelijk dat de deeltrajectkaarten zijn opgesteld ter illustratie en zijn ondergeschikt aan de tekst daarvan. Deze lezing wordt ook bevestigd in de Uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 november 2007 (zaaknummers: AWB 07/3369 en AWB 07/3370). Toetsing In afstemming met de provincie Noord-Brabant, waterschap De Dommel en de gemeente Boxtel is de inrichting van de toe te voegen natuur besproken. Daarbij is het plangebied op basis van het principe Nat Kralensnoer benaderd als corridor, en niet als stapsteen zoals uit het rapport de Groene Levensader kan worden opgemaakt.