Vaststelling bestemmingsplan Koevoortseweg- Bijlage 2 Bestemmingsplan
Tekst van het document
Bestemmingsplan Koevoortseweg te Boxtel 13 juni 2023
Bestemmingsplan Koevoortseweg Boxtel Gemeente Boxtel Vastgesteld
Rapportnummer:
P01997
Datum:
13 juni 2023
IMRO-code:
NL.IMRO.0757.BP01KOEVOORTSEW6-VST1
Opdrachtgever:
V.O.F. Van der Struijk
Projectteam BRO:
JRi, TAu, JEr
Concept:
juli 2022
Voorontwerp:
-
Ontwerp:
maart 2023
Vastgesteld:
juni 2023
Beknopte omschrijving:
Realisatie van twee ruimte-voor-ruimtewoningen Koevoortseweg en passende herbestemming in verband met beëindiging intensieve veehouderij locatie Koevoortseweg 6
Bron foto kaft:
BRO, Abstract BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
TOELICHTING
pagina
Inhoudsopgave
1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
3 3 3 6 8
2.PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie 2.2 Voorgenomen ontwikkeling
9 9 10
3.BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
13 13 15 21
4.OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Verkeer en parkeren 4.2 Geluid 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.5 Geur agrarisch 4.6 Kabels en leidingen 4.7 Externe veiligheid 4.8 Ecologie 4.9 Bodem 4.10 Water 4.11 Archeologie 4.12 Cultuurhistorie 4.13 M.e.r.-beoordeling
24 24 25 28 29 31 33 33 40 49 52 57 61 61
5.JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Algemene opzet 5.2 Toelichting op de verbeelding 5.3 Toelichting op de bestemmingen
62 62 63 64
Inhoudsopgave
1
6.UITVOERBAARHEID 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
67 67
6.1.1 Omgevingsdialoog 6.1.2 Wettelijk (voor)overleg 6.1.3 Vaststelling 6.2 Financiële uitvoerbaarheid
67 68 68 69
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3: Onderzoeken externe veiligheid Bijlage 4: Stikstofdepositieberekening gebruiksfase Bijlage 5: Besluit omgevingsvergunning milieu Bijlage 6: Ecologische onderzoeken Bijlage 7: Bodemonderzoek Bijlage 8: Verkennend archeologisch bureau- en veldonderzoek Bijlage 9: Verslag omgevingsdialoog Bijlage 10: Certificaat bouwtitel
Inhoudsopgave
2
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding Initiatiefnemers hebben hun intensieve varkenshouderij op de locatie Koevoortseweg 6 te Boxtel beëindigd. De huidige agrarische bebouwing en verhardingen van de intensieve varkenshouderij zijn gesloopt en de twee bestaande bedrijfswoningen worden omgezet naar burgerwoningen. Bij elk van deze twee woningen hoort ook een bestaande garage (bestaande bijgebouwen). Deze twee bestaande bijgebouwen zullen worden behouden. Daarnaast wordt met onderhavig bestemmingsplan voorzien in de mogelijkheid om per her te bestemmen bedrijfswoning (van bedrijfswoning naar burgerwoning) een nieuw bijgebouw van 200 m 2 te realiseren. In het kader van de beëindiging en sanering van de varkenshouderij wordt geparticipeerd in het Programma Sanering en Verduurzaming Veehouderij. De regels die daarvoor gelden zijn vastgelegd in de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen. Bij deelname is sprake van een warme sanering. Naast bovenstaande zijn initiatiefnemers voornemens om twee ruimte-voor-ruimtewoningen te realiseren op de locatie aan de Koevoortseweg (rechts naast nr. 4) in Boxtel. Daartoe zijn bouwtitels aangekocht bij de Ontwikkelmaatschappij Ruimte voor Ruimte. Het bouwen van deze ruimte-voorruimtewoningen aan de Koevoortseweg past niet binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan.
Ook dienen de twee bijgebouwen in de vorm van loodsen juridisch-planologisch mogelijk te worden gemaakt. De gemeente Boxtel heeft aangegeven onder voorwaarden medewerking te willen verlenen aan het initiatief. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan ex artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgesteld. Daarnaast moet voor de vrijkomende voormalige agrarische locatie een passende invulling komen. Deze locatie maakt derhalve onderdeel uit van voorliggend bestemmingsplan.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Beide locaties zijn gelegen in het buitengebied van de gemeente Boxtel. De locatie waar de ruimtevoor-ruimtewoningen gerealiseerd worden ligt aan de Koevoortseweg (rechts naast nr. 4) in Boxtel. Dit perceel staat kadastraal bekend als BTL00 - L - 911 en heeft een totale oppervlakte van circa 17.905 m2.
Hoofdstuk 1
3
Figuur 1.1 Perceel waarop de ruimte-voor-ruimtewoningen worden gerealiseerd (blauw gearceerd; bron: PDOK).
De locatie waar de huidige agrarische bedrijfsvoering wordt gestopt is ook gelegen aan de Koevoortseweg in Boxtel. Dit perceel staat kadastraal bekend als BTL00 - L - 816. Het perceel heeft een totale oppervlakte van 7.572 m2. Tevens is ongeveer 3.000 m² aan bouwvlak voor de agrarische bedrijfsvoering gesitueerd in het perceel dat kadastraal bekend staat als BTLOO – L – 911. De bedrijfswoningen aan de Koevoortseweg 6 en Kempseweg 17 staan als zodanig in relatie tot de agrarische bedrijfsvoering. Het perceel Koevoortseweg 6 heeft een oppervlakte van 1.633 m2 en staat kadastraal bekend als BTL00 - L – 814. Het perceel Kempseweg 17 heeft een oppervlakte van 2.320 m2 en staat kadastraal bekend als BTL00 - L – 553. Het bouwvlak voor de agrarische bedrijfsvoering bedraagt in totaal ongeveer 15.000 m2. Tot slot maakt nog het perceel BTL00 - L – 730 deel uit van het plangebied. Dit laatste perceel heeft een oppervlakte van 585 m2. In totaal beslaat het plangebied een oppervlakte van circa 30.000 m2. Het plangebied ligt ten zuidoosten van de kern Lennisheuvel, namelijk op een afstand van ongeveer 180 meter. De omgeving wordt gekenmerkt door burgerwoningen en (agrarische) bedrijven. De ligging en begrenzing van het plangebied is indicatief weergegeven in figuur 1.1. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding van het bestemmingsplan.
Ter verduidelijking is in figuur 1.2 een (ten opzichte van figuur 1.1) grootschaligere luchtfoto opgenomen.
Hoofdstuk 1
4
Figuur 1.2 Ligging plangebied (rood omlijnd; bron: Google Maps).
Figuur 1.3 Grootschaligere luchtfoto plangebied Koevoortseweg Boxtel (rood omlijnd; bron: PDOK).
Hoofdstuk 1
5
1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van de locatie Koevoortseweg geldt het bestemmingsplan Buitengebied 2011, dat op 10 april 2012 door de gemeenteraad van de gemeente Boxtel is vastgesteld en op 10 juli 2014 onherroepelijk is geworden. Het plangebied is gedeeltelijk bestemd als ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ met de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ en ‘maatvoering: aantal bedrijfswoningen 2’. Een ander deel is bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Natuur en Landschap’. Voor het behoud en de bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden geldt voor een deel van de gronden de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – Categorie 3’ en voor een ander deel ‘Waarde – Archeologie – Categorie 4’. Daarnaast geldt voor een deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Leefgebied soorten van half-open cultuurlandschap’, terwijl voor een ander deel sprake is van een dubbelbestemming ‘Waarde – Leefgebied soorten van half-open cultuurlandschap 2’. Door het plangebied loopt tevens de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’. Voor het gehele plangebied geldt bovendien de dubbelbestemming ‘Waarde – Attentiegebied EHS’. Helemaal aan de rand aan de noordwestelijke kant geldt de enkelbestemming ‘Natuur’ met de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – beekherstel.
Tot slot geldt nog voor een deel van het plangebied de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’ en is aan de achterzijde van het perceel gedeeltelijk de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ van toepassing.
Hoofdstuk 1
6
Figuur 1.4 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (plangebied indicatief rood omlijnd; bron: ruimtelijkeplannen.nl).
Naast het bestemmingsplan Buitengebied 2011 vigeert het bestemmingsplan Opheffen geluidzone bedrijventerrein Ladonk, zoals vastgesteld op 23 september 2014 en het paraplubestemmingsplan Kamerbewoning Boxtel, vastgesteld op 27 oktober 2020. In dit laatste plan wordt geregeld dat de begrippen ‘woning’, ‘wonen’, ‘woondoeleinden’, ‘wonen’, al dan niet in combinatie met woondoeleinden’, ‘woningen, al dan niet in combinatie met kamerbewoning’ uit de doeleinden/doeleindenomschrijvingen uit geldende bestemmingsplannen (als opgenomen in Bijlage 1 van het paraplubestemmingsplan) en anderszins omschreven doeleinden/bestemmingsomschrijvingen uit deze plannen gericht op wonen, woningen, woonhuizen en bewoning worden alle worden vervangen door ‘wonen in een woning’. Tevens worden een aantal begrippen aan deze plannen toegevoegd dan wel vervangen. De definitie van ‘wonen’ is daarbij als volgt: “het gehuisvest zijn of het huisvesten van personen in een woning/woonhuis.” Ook de definitie van de term ‘woning’ uit het bestemmingsplan Buitengebied 2011 wordt vervangen door een nieuwe definitie, namelijk de volgende:
Hoofdstuk 1
7
Woning: een complex van ruimten dat dient voor de huisvesting van één huishouden, of; één huishouden plus maximaal twee individuele personen, of; maximaal 4 individuele personen. De twee bestaande bedrijfswoningen zullen als aangegeven worden omgezet naar burgerwoningen. Gronden binnen de hiervoor geldende bestemming, namelijk ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’, zijn echter niet bestemd voor burgerwoningen. Om die reden zal moeten worden voorzien in een bestemming ‘Wonen’. Tevens is het noodzakelijk de twee ten dienste van deze burgerwoningen staande loodsen juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt binnen deze bestemming. Dat gebeurt middels aanduidingen in de verbeelding en verwijzingen naar deze aanduidingen in de planregels. Binnen de bestemming als ‘Agrarisch met waarden – Natuur en Landschap’ zijn geen burgerwoningen toegestaan. Om de twee burgerwoningen rechts naast de woning aan de Koevoortseweg 6 juridischplanologisch gezien mogelijk te maken, dient een bestemming ‘Wonen’ te worden opgenomen voor betreffende gronden. De initiatiefnemers zijn inmiddels overgegaan tot de aankoop van ruimte-voorruimtebouwtitels. Het certificaat bouwtitel is opgenomen als bijlage bij deze bestemmingsplantoelichting. Voor de door sanering vrijgekomen agrarische gronden waarop zich de intensieve veehouderij bevond dient een nieuwe, passende bestemming te worden gezocht.
1.4 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen: één verbeelding (plankaart) waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, regels waarin de voorschriften voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en een toelichting (plantoelichting) waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 met de planbeschrijving, dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en de gewenste situatie. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde haalbaarheidsaspecten zoals externe veiligheid, luchtkwaliteit en water wordt in dit hoofdstuk beschreven waarom de ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht.
Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
Hoofdstuk 1
8
2.
PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie Aan de Koevoortseweg was een intensieve varkenshouderij gevestigd. Bij deze varkenshouderij horen twee bedrijfswoningen, de Koevoortseweg 6 en Kempseweg 17. Bij elk van beide bedrijfswoningen bevindt zich een bijgebouw (garage). De oppervlakten van deze bijgebouwen bedragen respectievelijk 58 m2 en 48 m2. De percelen zijn gelegen in een kampenlandschap binnen de gemeente Boxtel. Een kampenlandschap is een oud, kleinschalig ontginningslandschap met kleine akkers en percelen. Dit landschap wordt gekenmerkt door een halfopen karakter, bestaande uit bospercelen met kleinschalige landbouwgebieden. Het landschap is door de tijd heen onderhevig geweest aan veranderingen. Het intensieve agrarische gebruik heeft voor variatie gezorgd in het landgebruik. De locatie waar de ruimte-voor-ruimtewoningen worden gerealiseerd, gelegen aan de Koevoortseweg (naast nr. 4), is op dit moment in gebruik als grasland. Aan de noordwestzijde bevindt zich het kenmerkende kampenlandschap en het beekdal van de Beerze. De zuidwestzijde wordt begrensd door (bedrijfs)woningen. De Koevoortseweg, gelegen ten oosten van het plangebied, wordt begeleid door een bomenrij die zich aan weerszijden van de weg uitstrekt. In het zuidoosten is een bebouwingscluster in de vorm van één vrijstaande woning met één twee-onder-een-kapwoning in de vorm van een langgevelboerderij.
Figuur 2.1 Luchtfoto plangebied en omgeving (plangebied rood omlijnd; bron: PDOK).
Hoofdstuk 2
9
2.2 Voorgenomen ontwikkeling Binnen het plangebied bevond zich een intensieve varkenshouderij. Deze varkenshouderij is inmiddels gesaneerd. Op 23 maart 2021 is besloten tot het intrekken van de omgevingsvergunning beperkte milieutoets voor wat betreft het houden van varkens. Uit de diertabel die is toegevoegd als bijlage III bij het intrekkingsbesluit volgt dat de vergunde uitstoot van 1.499,3 kg NH 3 per jaar volledig wordt ingetrokken. De twee aanwezige (bedrijfs)woningen aan de Koevoortseweg 6 en de Kempseweg 17 hierbij behouden. Aangezien feitelijk gezien geen sprake meer is van een agrarisch bedrijf zullen deze bedrijfswoningen worden omgezet naar burgerwoningen. Ten behoeve van elk van deze twee woningen zal een bijgebouw worden gerealiseerd in de vorm van een loods met een omvang van 200 m2 per woning. Bij elk van deze twee woningen hoort ook nog een garage (bestaande bijgebouwen). De oppervlakte van het bestaande bijgebouw behorende bij de bedrijfswoning aan de Koevoortseweg 6 bedraagt 58 m2. Voor het bijgebouw behorende bij de bedrijfswoning aan de Kempseweg 17 is dit 48 m2. Deze bestaande bijgebouwen zullen worden behouden. Tevens zullen rechts naast de woning aan de Koevoortseweg 4 twee woningen worden gebouwd, met een maximale inhoud van 850 m3 per woning.
Om realisatie van deze woningen mogelijk te maken, is ten behoeve van de realisatie van elk van deze woningen een ruimte-voor-ruimtetitel te verkregen via de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte, waardoor een (forse) bijdrage wordt geleverd aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Elk van beide ruimte-voor-ruimtepercelen heeft een oppervlakte van circa 2.000 m 2. Aanvullend zullen de percelen ook landschappelijk worden ingepast. Aan de voorzijde van de ruimtevoor-ruimtewoningen zullen knip- en scheerhagen worden aangebracht. Tevens zal op twee plekken in het plangebied een houtsingel worden aangeplant. Bij de landschappelijke inpassing is expliciet rekening gehouden met de ligging van de gasleiding die door het plangebied loopt. Ook is in het kader van de waardevermeerdering van gronden die optreedt als gevolg van de transitie naar een vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) verkend of en, zo ja, in welke mate deze waardevermeerdering dient te worden geïnvesteerd in het landschap, meer specifiek in natuurversterking. Natuurversterking zalplaatsvinden in het noordwestelijke deel van het plangebied. Een overzicht van het landschappelijk inpassingsplan is weergegeven in figuur 2.2. Voor een grotere weergave hiervan met vermelding van de gehanteerde schaal wordt verwezen naar bijlage 1.
In artikel 3.9 van de provinciale Omgevingsverordening wordt een verantwoording van de kwaliteitsverbetering van het landschap verplicht. De kwaliteitsverbetering houdt in dat de ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving. Voor een berekening van deze kwaliteitsbijdrage wordt verwezen naar bijlage 1.
Hoofdstuk 2
10
Bij de inmiddels gesaneerde veehouderij bevond zich een loods waaronder een mestkelder was gesitueerd. Ondanks dat initiatiefnemers met betrekking tot de sloop van deze loods niet in aanmerking komen voor een vergoeding moet de mestkelder wel worden gesaneerd in het kader van de warme saneringsregeling Varkenshouderij. De mestkelder is inmiddels gesaneerd en had een oppervlakte van 442 m² en een inhoud van 1250 m³.
Hoofdstuk 2
11
Figuur 2.2 Landschappelijk inpassingsplan (bron: BRO).
Hoofdstuk 2
12
3.
BELEIDSKADER Het al dan niet voldoen aan verschillende randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. Ten aanzien van onderhavig plan moet in dat kader gedacht worden aan onder meer het ruimtelijke beleid van het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Boxtel. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de relevante beleidsuitgangspunten van de diverse overheden.
3.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.
Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen.
Hoofdstuk 3
13
De nationale overheid richt zich in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1. bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen; 2. van de fysieke leefomgeving; 3. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 4. waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 5. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 6. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 7. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 8. in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 9. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 10. zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 11. beperken van klimaatverandering; 12. realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, 13. en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 14. waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 15. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 16. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 17.
waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 18. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 19. realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 20. ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 21. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 22. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 23. ontwikkelen van een duurzame visserij. Doorwerking plangebied Onderhavig initiatief is niet strijdig met de nationale belangen als geformuleerd in de NOVI. Het realiseren van een goede omgevingskwaliteit alsmede het zorgdragen voor voldoende woningen zijn relevante nationale belangen bij deze ontwikkeling. De taak voor het vormen van beleid inzake de planologische ruimte voor het realiseren van nieuwe woningen wordt neergelegd bij de decentrale overheden. Gemeenten vormen ook beleid over aansluiting op woonbehoeften. Om die reden dient de realisatie van de twee woningen en de omzetting van twee bedrijfswoningen naar burgerwoningen voornamelijk te worden getoetst aan gemeentelijk beleid.
Middels de voorgenomen ontwikkelingen wordt tevens ingespeeld op de nationale belangen van het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit en het beperken van klimaatverandering, aangezien de woonfunctie minder milieubelastend is dan de (gesaneerde) intensieve veehouderij, er mogelijk sprake is van natuurversterkende maatregelen die genomen worden vanwege optredende waardevermeerdering van gronden vanwege de transitie naar een VAB en vanwege de reductie van de uitstoot van broeikasgassen door de sanering van de veehouderij.
Hoofdstuk 3
14
Ladder voor duurzame verstedelijking Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Uit jurisprudentie blijkt namelijk dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling indien een bestemmingsplan voorziet in meer dan 11 woningen die, gelet op hun onderlinge afstand, als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, Bro, kunnen worden aangemerkt1. Aangezien onderhavig plan voorziet in de ontwikkeling van twee nieuwe woningen en de omzetting van twee bestaande bedrijfswoningen, kan derhalve niet gesproken worden van een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. Om die reden hoeft de Ladder voor duurzame verstedelijking niet te worden doorlopen.
3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de ‘Brabantse Omgevingsvisie De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdpadven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Doorwerking plangebied Er worden twee ruimte-voor-ruimtewoningen gerealiseerd aan de Koevoortseweg. Voor de achterblijvende voormalige agrarische locatie is een gewenste en geschikte invulling gevonden. Het gehele plangebied wordt landschappelijk ingepast. De ontwikkelingen hebben geen invloed op de vier opgestelde ambities. Wel moet deze ontwikkeling in lijn zijn met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. In de volgende hoofdstukken wordt onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling geen negatieve invloed hierop heeft. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat deze omgevingsvisie geen belemmering vormt voor onderhavig bestemmingsplan.
1
Zie overzichtsuitspraak ABRvS, 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724.
Hoofdstuk 3
15
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant en de daarop vastgestelde wijzigingen vormen het toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is er gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot één interim omgevingsverordening. Er wordt expliciet gesproken over een interimverordening, om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte 2014. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie.
De verordening bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Doorwerking plangebied Het plangebied is in de Interim omgevingsverordening aangeduid als ‘landelijk gebied’ en ‘groenblauwe mantel’. Tevens is het plangebied aangemerkt als ‘attentiezone waterhuishouding’. Het deel van het plangebied nabij de Beerze is tevens aangemerkt als zone voor ‘Behoud en herstel van watersystemen’. Daarnaast wordt het plangebied aangemerkt als ‘stalderingsgebied’ en deels als ‘Attentiezone stiltegebied’. Omzetting bedrijfswoningen naar burgerwoningen Voor de omzetting van de bestaande bedrijfswoningen is met name artikel 3.69, onderdeel d van de Interim omgevingsverordening van toepassing. Deze bepaling geeft aan dat een voormalige bedrijfswoning kan worden omgezet naar een burgerwoning, mits er geen splitsing plaatsvindt in meerdere woonfuncties en overtollige bebouwing wordt gesloopt. Zoals in hoofdstuk 2 van deze toelichting is vermeld is de bestaande intensieve veehouderij beëindigd in het kader van het Programma Sanering en Verduurzaming Veehouderij. De bestaande bedrijfswoningen, die beide juridisch-planologisch zijn toegestaan op grond van het vigerende bestemmingsplan, zullen derhalve geen connectie meer hebben met het agrarische bedrijf, alsmede zal overtollige bebouwing worden gesloopt.
De oppervlakte van de gesloopte stallen bedroeg circa 3.850 m2. Tevens vindt er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaats. De omzetting van de bedrijfswoningen voldoet hiermee aan de regels uit de Interim omgevingsverordening. Voor de landschappelijke kwaliteit wordt verwezen naar onderstaande alinea’s alsmede naar bijlage 2 van de toelichting.
Hoofdstuk 3
16
Ruimte-voor-ruimtewoningen Met betrekking tot wonen in ‘Landelijk gebied’ is het volgende opgenomen in de verordening: Artikel 3.68 wonen in landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan; b. zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten. Ingevolge bovenstaand artikel 3.68, eerste lid, van de verordening zijn burgerwoningen in ‘Landelijk gebied’ in beginsel alleen toegestaan indien het gaat om bestaande burgerwoningen. Op grond van artikel 3.79 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant kan een bestemmingsplan van toepassing op ‘Landelijk gebied’ echter voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels waarop burgerwoningen kunnen worden gerealiseerd. Dit artikel luidt als volgt: Artikel 3.79 Ruimte-voor-ruimte kavel Lid 1 Een bestemmingsplan kan voorzien in een of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels in Stedelijk gebied of Landelijk gebied als deze ontwikkeling: a. door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit; b. op een aanvaardbare locatie plaatsvindt als bedoeld in Artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit, derde Lid; en c.
past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 3.77. Lid 2 Als uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat de in het verleden gedane investering in omgevingskwaliteit is terugverdiend, is het eerste lid niet meer van toepassing. Lid 3 Bij de toepassing van dit artikel zijn de volgende bepalingen niet van toepassing: a. artikel Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik, onder a; b. artikel Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; en c. artikel Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied, eerste Lid, onder a. Wanneer gebruik gemaakt wordt van bovengenoemd artikel 3.79, dan wordt een uitzondering gemaakt op de regel dat nieuwe burgerwoningen in ‘Landelijk gebied’ niet toegestaan zijn. Dit volgt uit artikel 3.79, derde lid, onderdeel c. Realisatie van burgerwoningen is dan onder voorwaarden mogelijk. Als bepaald in artikel 3.79, eerste lid, onderdeel b, is van belang dat het hierbij gaat om een aanvaardbare locatie. Wat bedoeld wordt met een aanvaardbare locatie is neergelegd in artikel 3.78, derde lid. Er is sprake van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkeling van een woning indien: de locatie in een bebouwingsconcentratie ligt;
Hoofdstuk 3
17
of de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie.
De definitie van ‘bebouwingsconcentratie’ is neergelegd in artikel 1.1 van de verordening. Hierin wordt een bebouwingsconcentratie beschreven als “kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster”. In dit geval is sprake van ligging binnen een bebouwingscluster nabij de rand van de kern Lennisheuvel. Een bebouwingscluster wordt in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant gedefinieerd als “vlakvormige verzameling van bebouwing, geheel of gedeeltelijk, in Landelijk gebied”. De woningen en bedrijfsgebouwen rondom de kruising van de Koevoortseweg en Kempseweg vormen tezamen een bebouwingsconcentratie in een verder tamelijk onbebouwd en landelijk gebied. Bebouwing binnen het bebouwingscluster is zowel georiënteerd op de Kempseweg als op de Koevoortseweg. De bebouwingsconcentratie bevindt zich op slechts ongeveer 180 meter afstand tot het stedelijk gebied van de kern Lennisheuvel. Tevens ligt de concentratie te midden van structuren en gebieden met duidelijke begrenzingen. Voor een verdere toelichting op waarom sprake is van een bebouwingsconcentratie wordt verwezen naar bijlage 1. Verder is sprake van de aankoop van ruimte-voor-ruimtetitels. Hiermee wordt voldaan aan de eis uit artikel 3.79, eerste lid, onderdeel a, van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
Wanneer een ruimte-voor-ruimtekavel ‘vanwege de Ontwikkelmaatschappij Ruimte voor Ruimte’ wordt ontwikkeld, wordt met de verkrijging van een certificaat dat hierbij wordt verkregen (ruimte-voorruimtetitel) aangetoond dat in het verleden al aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst is geboekt, in dit geval door de sanering van een veehouderij. Het ‘Certificaat Bouwtitel’ is toegevoegd als bijlage bij deze toelichting. Aanvullend wordt door onderhavig planvoornemen een bijdrage geleverd aan landschappelijke kwaliteit ter plaatse: Door de afbraak van alle stallen wordt de openheid van het landschap deels teruggebracht en wordt de stedenbouwkundige korrel verkleind. Tevens wordt het huidig agrarisch bouwvlak opgeheven zodat de mogelijkheden voor verdere uitbreiding van de stallen wordt ontnomen. De ruimte-voor-ruimtewoningen zullen zich middels erfinrichting en -beplanting op een passende wijze naar het landschap voegen, zodat de woningen een logisch geheel vormen met de rest van het bebouwingscluster. Concreet betekent dit toepassen van een verkaveling waarbij de doorlaatbaarheid van het lint gewaarborgd blijft (aansluiten bij de stedenbouwkundige structuur) en toevoegen van lokale landschapselementen (geschoren hagen, solitaire bomen, houtsingels op enkele perceelsgrenzen, etc.).
De depositiebelasting van het voormalige bedrijf op de Kampina en Oisterwijkse vennen (Natura 2000-gebieden) 26,66 mol. Met de sanering is een aanzienlijke milieuwinst worden geboekt. Tussen de Beerze en de gronden van het plangebied loopt een wandelpad (wandelroute Smalwater, zie afbeelding hiernaast), wat meer (zicht)kwaliteit krijgt door de sloop van de stallen. Ook langs het pad aan de noordzijde, dat tussen de dubbele bomenrij kijkt dan niet meer uit op de stallen.
Hoofdstuk 3
18
Om volgens het provinciaal beleid een ruimte voor ruimte woning te kunnen realiseren stelt de Interim omgevingsverordening van de provincie de voorwaarde dat de ruimte voor ruimtekavels moeten passen binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. De gemeente Boxtel heeft op 28 juni 2011 de structuurvisie Boxtel 2011 vastgesteld. De structuurvisie is, zoals expliciet aangegeven in deze visie, het beleidskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Van belang is daarom te bezien of de beoogde ontwikkeling past in de kaders die de structuurvisie daarvoor stelt. Het plangebied valt in het deelgebied ‘Buitengebied’. In de visie is verwoord dat in dit gebied ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn. In de visie staat aangegeven dat: “Het buitengebied van Boxtel moet in samenhang bezien worden. Daarbij wordt enerzijds gestreefd naar verbetering en verbreding van de agrarische gebruiksmogelijkheden en anderzijds naar versterking van natuurwaarden en cultuurhistorische waarden.” Ook is vermeld dat ‘intensievere vormen van landbouw passen minder in het buitengebied van Boxtel’. Tot slot wordt in het uitvoeringsprogramma gestreefd naar een versterking van de landschappelijke en ecologische kwaliteit.
Gelet op het voorgaande kan gesteld worden dat de beëindiging van een intensieve veehouderij waarbij tegelijkertijd door ontstening en een landschappelijke inpassing de landschappelijke kwaliteiten worden versterkt passen is in de structuurvisie. Door de beëindiging worden tegelijkertijd de ecologische kwaliteiten versterkt. De geurimmissie dicht bij de kom van Lennisheuvel vervalt en er wordt ammoniak, dat voor vermesting en verzuring zorgt, uit de markt gehaald. Tegelijkertijd wordt door een reductie in vervoersbewegingen ook een reductie in de uitstoot van stikstof teweeggebracht, terwijl tegelijkertijd rust gecreëerd wordt. Gelet op het hiervoor beschrevene kan gesteld worden dat de beëindiging van een intensive veehouderij past in de visie van de gemeente Boxtel. Daarnaast worden door de ontwikkeling de ecologische en landschappelijke kwaliteiten versterkt en daarmee past in de ontwikkelingsrichting zoals de gemeente die voor ogen heeft. Hiermee is ook bij uitstek sprake van een toekomstbestendige ontwikkeling. Artikel 3.26 Attentiezone waterhuishouding Het gehele plangebied is verder aangemerkt als ‘Attentiezone waterhuishouding’.
Gelet op artikel 3.26, eerste lid, van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant strekt een bestemmingsplan van toepassing op deze attentiezone tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. In de toelichting op artikel 3.26 staat het volgende beschreven: De attentiezone waterhuishouding kent een basis in de reconstructie- en gebiedsplannen. Doel van de attentiezone is om ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op de binnen de attentiezone gelegen natte natuurparels tegen te gaan. Stromingen in het grondwatersysteem kunnen veranderen door verandering van bodemopbouw of het doorboren van lagen (bij grondverzet of diepploegen). Voor activiteiten die een negatief effect op de (grond)waterstand in een natte natuurparel kunnen hebben, is een vergunning nodig. Bij het toelaten van functies die een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding, geldt dat overleg met het waterschap nodig is.
Hoofdstuk 3
19
De nieuwe ruimte-voor-ruimtewoningen zullen worden gesitueerd op geruime afstand van de binnen de attentiezone gelegen natte natuurparels. De netto-afname in verharding van circa 3440,5 m2 (zie paragraaf 4.10) zal naar verwachting positieve effecten hebben op de natuur natuurparels. Negatieve effecten op natte natuurparels zijn uitgesloten, aangezien het verwijderen van verharding zorgt voor een verbetering van de hydrologische omstandigheden ter plaatse van en rondom het plangebied. Negatieve effecten in verband met het dempen van een bestaande sloot en de realisatie van een nieuwe watergang en het openen van de gedempte sloot ter plaatse van de voormalige stallen (zie paragraaf 4.10) zijn ook uitgesloten. Het waterbergend vermogen van het plangebied wordt hiermee namelijk verbeterd. Aan de zijde van de Beerze zal ook een drempel worden behouden/ingepast. Met een drempel in de watergang wordt het water langer in het gebied vastgehouden en kan verdroging van de natte natuurparel worden voorkomen. Ook wordt met de het behoud/de realisatie van deze drempel voorkomen dat hemelwater versneld wordt afgevoerd richting de Beerze. Bij de bouw van de woningen zal verder geen gebruik worden gemaakt van uitloogbare materialen.
Artikel 3.26, tweede lid, van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bepaalt dat het bestemmingsplan enkele regels moet bevatten ter bescherming van de waterhuishouding. Deze regels zijn opgenomen in artikel 8.3.1 van de regels van dit bestemmingsplan. Gelet op het voorgaande zijn negatieve effecten op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het Natuur Netwerk Brabant uit te sluiten. In de planregels van onderhavig bestemmingsplan is tevens een bestemming ‘Waarde – Attentiezone EHS’ opgenomen. Gronden met deze bestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, beheer en herstel van de waterhuishoudkundige situatie, gericht op het verbeteren van de condities voor de natuur(waarden). Bij de genoemde dubbelbestemming is een beschermend aanlegvergunningenstelsel opgenomen. Hiermee is de waterhuishouding in voldoende mate beschermd. Artikel 3.27 Behoud en herstel watersystemen Een deel van het plangebied is tevens aangemerkt als zone voor ‘Behoud en herstel van watersystemen’. Gelet op artikel 3.27, eerste lid, van de Interim omgevingsverordening strekt een bestemmingsplan van toepassing op ‘Behoud en herstel van watersystemen’ mede tot de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen. In dit kader is op de verbeelding een aanduiding ‘milieuzone – beekherstel’ opgenomen.
In de planregels is bepaald dat gronden ter plaatse van deze aanduiding bestemd zijn voor de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen. Ter plaatse van deze aanduiding geldt mede de bestemming ‘Waterstaat – Waterberging’. De regels die zijn opgenomen voor deze bestemming beperken de mogelijkheden tot het oprichten van bebouwing. Ook is het zonder omgevingsvergunning ophogen van gronden expliciet verboden. Daarnaast geldt mede ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – beekherstel’ de bestemming ‘Waarde – Attentiezone EHS’. De regels die gelden voor deze dubbelbestemming beperken het aanbrengen van niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlakten. Er wordt als zodanig voldaan aan artikel 3.27 van de Interim omgevingsverordening.
Hoofdstuk 3
20
Overig Het plangebied wordt tevens aangemerkt als ‘Stalderingsgebied’. Op grond van artikel 2.74 uit de Interim omgevingsverordening geldt een verbod voor een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdierhouderijen op een bouwperceel, door de bouw van een dierenverblijf of het in gebruik nemen van bestaande bebouwing voor het houden van dieren. In onderhavig geval is gene sprake van realisatie van een dierenverblijf voor hokdieren. Een groot deel van het plangebied wordt daarnaast nog aangemerkt als ‘Attentiezone stiltegebied’. Voor de twee ruimte-voor-ruimtepercelen geldt dat ze niet gelegen zijn binnen deze zone. Concluderend kan gesteld worden dat het initiatief op basis van bovenstaande in overeenstemming is met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
3.3 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Verfrissend Boxtel In juli 2011 heeft de gemeenteraad van Boxtel de structuurvisie ‘Verfrissend Boxtel’ voor het gemeentelijk grondgebied vastgesteld. Hierin wordt een integrale visie gegeven op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De visie bestaat ten eerste uit een Atlas, hierin wordt een inventarisatie van het huidige beleid gemaakt en een beschrijving van het huidige Boxtel gegeven. Vervolgens is een analyse gemaakt op vier integrale thema’s: wonen en leven, beleven, ondernemen en verbinden. Daaropvolgend zijn een agenda, welke de belangrijkste vraagstukken bevat, en een bedrijfsplan gemaakt. De vier thema’s vormen de rode draad van de visie. In het thema ‘wonen en leven’ wordt een voorwaardenkaart voor aangenaam leven geschetst, in het thema ‘beleven’ wordt een troevenkaart van Boxtel gegeven, in het thema ‘ondernemen’ wordt een kansenkaart voor vitaliteit geschetst en in het thema ‘verbinden’ wordt een vervlechtingskaart van duurzame relaties gegeven. Doorwerking plangebied De woonomgeving in Boxtel is gevarieerd. De opgave voor het woningaanbod is om te komen tot meer differentiatie en variatie, onder andere via het organiseren van goed verspreide zorgvoorzieningen.
De woningvraag in Boxtel leidt niet tot grootschalige uitbreidingen, maar eerder tot ‘afronden’ (met kleinschalige uitbreidingen) en ‘inbreiden’ en herstructureren. Er is bij onderhavig plan geen sprake van een grootschalige uitbreiding. Bebouwing in de vorm van twee ruimte-voorruimtewoningen wordt tevens toegevoegd in een kernrandzone, één van de vormen die wordt onderscheiden wanneer het gaat over een (bestaande) bebouwingsconcentratie. Bij het volgen van de lijn dat er sprake is van ontwikkelingen binnen een bestaande bebouwingsconcentratie kan er in juridisch-planologische zin ook niet gesproken worden over uitbreiding. Boxtel 2020, duurzaam en dynamisch centrum in het Groene Woud In deze strategische visie (29 juni 2009) is aangegeven in welke richting Boxtel zich in de periode 2010-2020 verder wil ontwikkelen. Een strategische visie die ziet op de periode na 2020 is (nog) niet beschikbaar. De visie is verwoord in zes ambities. Steun voor de ambities is gevonden in de vele gesprekken die hebben plaatsgevonden en die dienen te worden voortgezet. De zes ambities zijn:
Hoofdstuk 3
21
1. 2. 3. 4. 5. 6.
Boxtel blijft voorop met duurzaamheid. Boxtel ontwikkelt toerisme en recreatie tot volwaardige bedrijfstak. Boxtel versterkt zijn positie als werkgelegenheidsgemeente. Boxtel werkt aan een sterk centrum. Boxtel is ook in 2020 een prima woongemeente. Boxtel heeft een modern bestuur.
Bovenstaande ambities zijn toegelicht in zes hoofdstukken. Voor dit bestemmingsplan is ambitie 5 van belang. Boxtel, een prima woongemeente Tot 2020 groeit de eigen bevolking van Boxtel nog met 700 inwoners tot een totaal van 30.900. Voor deze groei alleen zijn ongeveer 300 woningen nodig. Een veel groter aantal, plusminus 900 woningen, is nodig om de nog steeds doorgaande gezinsverdunning op te vangen. De gemiddelde woningbezetting bedroeg in 2008 namelijk 2,47 en zal dalen naar ongeveer 2,30 in 2020. Voor de eigen bevolking zijn er dus opgeteld zo'n 1.200 woningen nodig. Doorwerking plangebied Met voorliggend bestemmingsplan worden twee nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Met het initiatief wordt invulling gegeven aan de wens van initiatiefnemer in Boxtel, omdat het slechts twee woningen betreft heeft het geen grote impact op het woningbouwprogramma. Met de ontwikkeling wordt de realisatie van twee woningen gecompenseerd met de sloop van bestaande agrarische bebouwing. Daarnaast wordt er voorzien in een landschappelijke inpassing. Woonvisie 2016-2025 Op 28 juni 2016 is de woonvisie van gemeente Boxtel vastgesteld, hierin staan de prioriteiten van het woonbeleid voor de periode 2016-2025 beschreven. Naast een beschrijving van de plancapaciteit in de gemeente Boxtel analyseert de woonvisie ook de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van de verschillende wijken.
Er staan 5 opgaven vermeld voor het aspect wonen in Boxtel: Opgave 1: Een betaalbare woning voor ieder huishouden; Opgave 2: Verbeteren kwaliteit, de geschiktheid en de duurzaamheid van de bestaande woningvoorraad; Opgave 3: Huisvesting bijzondere (zorg)doelgroepen; Opgave 4: Vraaggericht bouwen met oog voor de toekomst; Opgave 5: Boxtel aantrekkelijke woongemeente. In de ‘Regionale Agenda Wonen’ wordt de netto-behoefte aan toevoeging van woningen in Boxtel in de periode 2015 tot 2025 geraamd op 1.315. Inclusief compensatie voor sloop zijn dat er 145 per jaar. Gemiddeld lag de bouwproductie in Boxtel de afgelopen tien jaar daar ruim onder. Zonder extra inspanningen kan Boxtel niet in de geraamde woningvraag voorzien, omdat plancapaciteit vooralsnog ontoereikend is. De gemeente is daarom altijd op zoek naar voldoende geschikte bouwlocaties en er is ruimte voor particuliere wooninitiatieven.
Hoofdstuk 3
22
Doorwerking plangebied De ontwikkeling is een particulier wooninitiatief. Er worden twee ruimte-voor-ruimtewoningen mogelijk gemaakt en initiatiefnemers worden gefaciliteerd wanneer het gaat om de omzetting van twee bedrijfswoningen naar burgerwoningen. De realisatie van twee nieuwe woningen zal niet tot een overschot leiden in de gemeente Boxtel. De ‘Woonvisie 2016-2025’ zorgt niet voor belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling.
Hoofdstuk 3
23
4.
OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald. Het plan wordt aan deze elementen getoetst. Een en ander dient ter onderbouwing waarom er sprake is van een goede ruimtelijke ordening bij realisatie van de in het plan opgenomen planologische mogelijkheden.
4.1 Verkeer en parkeren Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen op treden en of dit een effect heeft op het wegverkeer en parkeren. Doorwerking plangebied Verkeer Met de landelijke gemiddelden uit de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’, uitgegeven door het CROW (381), kan de te verwachte verkeersgeneratie worden bepaald. In de publicatie wordt een minimum en maximum verkeersgeneratie genoemd. Er worden twee vrijstaande woningen toegevoegd in het buitengebied. Dit komt neer op een gemiddeld aantal verkeersbewegingen van 8,2 per etmaal per woning. In totaal voor twee woningen zal aantal verkeersbewegingen dus op basis van de ‘CROW-publicatie 381’ toenemen met gemiddeld 16,4 motorvoertuigen per etmaal. Dit heeft geen aanzienlijke impact op de verkeersafwikkeling in de omgeving. Het omliggende wegennetwerk kan deze verkeersgeneratie prima verwerken. Tevens lag het aantal verkeersbewegingen voor de gesaneerde intensieve veehouderij significant hoger. Dit betekent dat sprake is van een verbetering ten aanzien van de afwikkeling van verkeer.
Parkeren Voor het voorzien van voldoende parkeerplaatsen worden de parkeernormen uit de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’, uitgegeven door het CROW (381), gebruikt. De cijfers behorende bij een ligging in het ‘buitengebied’ van een ‘weinig stedelijk gebied’ zijn gebruikt. Voor vrijstaande woningen zijn 2,4 parkeerplaatsen per woning benodigd. Met 2 woningen ontstaat zo een totale parkeernorm van 4,8 parkeerplaatsen. Afgerond gaat het hierbij om 5 parkeerplaatsen. De gemeente Boxtel heeft in haar principebesluit aangegeven dat er per woning 3 parkeerplaatsen op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd. Ter plaatse van de naar burgerwoning om te zetten bedrijfswoning aan de Koevoortseweg 6 is op dit moment op eigen terrein ruimte voor het parkeren van circa 5 auto’s. 3 parkeerplaatsen zijn reeds als zodanig gerealiseerd. Tevens is aan de rechterzijde van de woning nog ruimte voor het parkeren van 2 extra auto’s. Ter plaatse van de naar burgerwoning om te zetten bedrijfswoning aan de Kempseweg 17. De woning beschikt over een bestaande garage die geschikt is voor het parkeren van 1 auto. Daarnaast is de oprit zodanig ruim opgezet dat op eigen terrein ruimte is voor het parkeren van ten minste 2 extra auto’s of, indien de
Hoofdstuk 4
24
garage niet wordt gebruikt voor parkeren, voor ten minste 3 auto’s. Concluderend kan worden gesteld dat ter plaatse van de bestaande naar burgerwoningen om te zetten bedrijfswoningen op dit moment al wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Aannemelijk is dat ter plaatse van de 2 beoogde ruimte-voor-ruimtewoningen voldoende ruimte beschikbaar is om op eigen terrein beschikbaar om te kunnen voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zijnde 3 parkeerplaatsen per woning. Ten behoeve van het parkeren van auto’s en de ontsluiting van dit onderdeel van het plangebied krijgen beide ruimte-voor-ruimtewoningen één gezamenlijke inrit. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van de bestaande inrit, waardoor het niet noodzakelijk is om bomen te kappen of (berm)sloten te kruisen. De andere bestaande inritten zullen worden gehandhaafd. In het landschappelijk inpassingsplan (LIP), dat is toegevoegd als bijlage, is expliciet aangegeven waar betreffende inritten zich bevinden. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
4.2 Geluid Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; de aanleg van een nieuwe weg; de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. Tabel: Breedte geluidszones langs wegen Stedelijk gebied Buiten stedelijk gebied
Aantal rijstroken
Zone breedte
1 of 2
200 meter
3 of meer
350 meter
1 of 2
250 meter
3 of 4
400 meter
5 of meer
600 meter
In de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel is 48 dB en mag in principe niet worden overschreden. Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag
Hoofdstuk 4
25
de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor dient middels een ontheffing een hogere waarde te worden vastgesteld. Tabel: Maximale ontheffingswaarden Situatie
Maximale
Artikel
ontheffingswaarde Stedelijk gebied
Nieuwe woningen
63 dB
Artikel 83, lid 2 Wgh
Vervangende nieuwbouw
68 dB
Artikel 83, lid 5 Wgh
Buiten stedelijk gebied
Nieuwe woningen
53 dB
Artikel 83, lid 1 Wgh
Agrarische bedrijfsbebouwing
58 dB
Artikel 83, lid 4 Wgh
Vervangende nieuwbouw
58 dB
Artikel 83, lid 7 Wgh
Vervangende nieuwbouw* binnen de zone van
63 dB
Artikel 83, lid 6 Wgh
een autoweg of autosnelweg
*Met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur en een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogte 100 woningen.
Doorwerking plangebied Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de toevoeging van 2 woningen en de omzetting van 2 bedrijfswoningen naar burgerwoningen. Woningen zijn geluidsgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh). Indien een ruimtelijk plan voorziet in woningen binnen een zone van 250 meter aan weerszijden van een één- of tweebaansweg buiten stedelijk gebied ligt, dient een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd2. Omdat het plangebied binnen de geluidszone van zowel de Koevoortseweg als de Kempseweg ligt, is door K+ een akoestisch onderzoek naar te verwachten optredende gevelbelastingen ten gevolge van wegverkeer uitgevoerd. De opzet van en resultaten uit het akoestisch onderzoek worden beknopt gepresenteerd in navolgende alinea’s. Voor het volledige onderzoeksrapport wordt verwezen naar de bijlagen. Aangezien voor de bestaande naar burgerwoningen te herbestemmen bedrijfswoningen op dit moment eenzelfde beschermingsniveau geldt ten aanzien van wegverkeerslawaai als voor burgerwoningen, kan op grond van artikel 76, derde lid, van de Wgh worden geconcludeerd dat deze twee bestaande woningen reeds in voldoende mate worden beschermd tegen wegverkeerslawaai. Beide naar burgerwoningen te herbestemmen bedrijfswoningen kunnen met andere woorden op dit moment al worden aangemerkt als geluidsgevoelige objecten.
Bij de herbestemming naar burgerwoningen is daarmee geen sprake van nieuwe geluidsgevoelige objecten. Daarom zijn enkel de 2 te realiseren ruimte-voor-ruimtewoningen geïncludeerd in het onderzoek. De voor het onderzoek benodigde verkeersgegevens zijn aangereikt door de gemeente Boxtel. Betreffende gegevens zijn afkomstig uit het regionale Verkeersmodel Provincie Noord-Brabant (BBMA) voor het jaar 2030. De gemeente Boxtel heeft aangegeven dat er geen ophogingspercentage 2
Uitgezonderd wanneer er sprake is van een woonerf of van een weg waar een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur (zie artikel 74, tweede lid, onderdelen a en b, Wgh).
Hoofdstuk 4
26
hoeft te worden gehanteerd om tot het maatgevende jaar 2032 te komen. Aangezien de realisatie van de 2 ruimte-voor-ruimtewoningen plaatsvindt in het buitengebied, geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB en een maximale ontheffingswaarde van 53 dB. Ten aanzien van wegverkeerslawaai afkomstig van de Koevoortseweg kunnen de volgende conclusies worden getrokken: De voorkeursgrenswaarde wordt wel, maar de maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de Koevoortseweg is maximaal 50 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Bij de gemeente Boxtel kan een verzoek worden ingediend voor het verlenen van een hogere waarde. In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat de nieuwbouwwoningen worden gebouwd naast bestaande woningen. Het treffen van maatregelen aan de bron in de vorm van een andere wegverharding zou kunnen worden overwogen. Hiermee is een geluidreductie van maximaal 5 dB te realiseren. De geluidbelasting kan daarmee worden teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde of lager. De kosten voor dergelijke maatregelen worden geraamd op €60.000,- (200 m * 6m * €50,-) en stuiten daarmee op bezwaren van financiële aard. Indien een hogere waarde wordt vastgesteld, kan de gemeente aan deze ontheffing aanvullende voorwaarden stellen.
Dit kan betekenen dat het bouwplan dient te beschikken over ten minste één geluidluwe gevel. Hieronder wordt veelal verstaan dat de gevelbelasting niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor elk van de te onderscheiden geluidbronnen. Volgens tabel 4.1. en 4.2 is zichtbaar dat het gebouw beschikt over tenminste één geluidluwe gevel, de linker-, rechter- en achtergevel is een geluidluwe gevel. Conform Bouwbesluit worden in deze situatie eisen gesteld aan de minimale gevelgeluidwering. Wanneer een hogere waarde wordt verleend, moet voor de nieuwe woning worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit. De minimaal vereiste geluidwering is het verschil in geluidbelasting (zonder aftrek artikel 110g Wgh) en 33 dB. Ten aanzien van wegverkeerslawaai afkomstig van de Kempseweg kan de volgende conclusie worden getrokken: De geluidbelasting ten gevolge van deze weg is maximaal 32 dB, incl. aftrek artikel 110g. De waarde ligt onder de voorkeursgrenswaarde waardoor geen hogere waarde ten aanzien van deze weg hoeft te worden aangevraagd. De Wet geluidhinder legt ten gevolge van wegverkeerslawaai afkomstig van deze weg geen restricties op aan het plan.
Tot slot verdient het opmerking dat het plangebied niet binnen de geluidszone van een spoorweg of industrieterrein ligt. Daarom hoeft ten aanzien hiervan geen akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het aspect geluid zorgt niet voor belemmeringen. Vanwege de overschrijding (2dB) van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB vanwege wegverkeerslawaai afkomstig van de Koevoortseweg is
Hoofdstuk 4
27
het noodzakelijk om een verzoek tot verlening van een hogere waarde in te dienen bij de gemeente Boxtel. Dit is mogelijk, omdat de maximale ontheffingswaarde van 53 dB niet wordt overschreden.
4.3 Luchtkwaliteit De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: Het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM. Het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO 2 en PM10 (1,2μg/m3).
Doorwerking plangebied Dit bestemmingsplan maakt twee nieuwe woningen mogelijk. De planontwikkeling dient gezien te worden als één van de in de Regeling NIBM genoemde categorieën van gevallen, namelijk de ontwikkeling van woningen, en blijft ruimschoots onder de drempelwaarde van 1.500 woningen. Daarom kan worden gesteld dat de luchtkwaliteit met het initiatief niet in betekenende mate wordt aangetast en dat een luchtkwaliteit onderzoek niet noodzakelijk is. De achtergrondwaarden ter plaatse van het plangebied moeten in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel onderzocht worden. Het is daarbij van belang om ook te bekijken of er ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hierover kunnen uitspraken gedaan worden aan de hand van achtergrondwaarden voor NO 2, PM10 en PM2.5. Die kunnen bepaald worden middels de NSL-monitoringstool. Hierbij zij de waarden van de dichtstbijzijnde meetpunten als uitgangspunt genomen. Betreffende waarden zijn opgenomen in navolgende tabel.