CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen omgevingsvisie Boxtel en omgevingseffectrapportage- Bijlage 3 Omgevingseffectrapportage Boxtel

Raadsvergadering Boxtel 17 september 2024, gemeente boxtelBij agendapunt: VAN AGENDA GEHAALD - Vaststelling omgevingsvisie Boxtel met bijbehorende omgevingseffectrapportage33.410 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Het definitieve voorkeursalternatief Om het beleid ook meer te laten bijdragen aan de ambitie 4: ‘De leefomgeving is veilig en gezond’ is in het definitieve VKA meegenomen dat: • Voor wat betreft omgevingsveiligheid het VKA nu aansluit bij de wens om extra woningen te bouwen. Extra randvoorwaarden dienen meenemen te worden in verdere uitwerking per locatie. • Voor wat betreft geurhinder het opstellen van geurbeleid als programma is benoemd, in combinatie met programma transitie landbouw. • Voor wat betreft geluidhinder aanvullende maatregelen bij bestaande woningen zijn benoemd zoals geluidarmere bestrating. Ook het terugbrengen van toegestane snelheid van 50 km/u naar 30 km/u draagt bij aan het terugdringen van geluidhinder ook al is deze maatregel in eerste instantie bedoeld voor verkeersveiligheid en het centraal stellen van het fietsgebruik. • Voor wat betreft nieuwe ontwikkelingen moeten uitbreidingslocaties integraal ontwikkeld worden ten aanzien van de mobiliteit, waaronder de ontsluitingsfunctie.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

81

Op basis hiervan is de ambitie Aangenaam Leven 4: De leefomgeving is veilig en gezond in de effectbeoordeling in plaats van niet haalbaar nu veranderd in onzeker of de ambitie gehaald wordt. Verdere uitwerking van het nieuwe beleid in combinatie met monitoring zal moeten uitwijzen in de toekomst of deze ambitie gehaald wordt of niet.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

82

8

Wat zijn de gevolgen van het voorkeursalternatief?

In dit hoofdstuk zijn de effecten van het voorkeursalternatief (VKA) beschreven. Dit is gedaan door de beleidsuitspraken (zoals beschreven in hoofdstuk 7) te toetsen aan de beoordelingsaspecten uit de ‘foto van de leefomgeving’. In de ‘foto van de leefomgeving’ zijn de huidige situatie en de autonome ontwikkeling beschreven, dit vormt de referentiesituatie van dit OER. Omdat het voorkeursalternatief voor de omgevingsvisie niet in detail uitgewerkt is, is het niet mogelijk de effecten precies te berekenen (kwantitatief). Er wordt een oordeel op basis van expert judgement gedaan en daarom gesproken van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. De effecten hoeven niet daadwerkelijk op te treden, maar geven een indicatie van de mogelijke gevolgen van een beleidsuitspraak. Of het effect daadwerkelijk optreedt is onder meer afhankelijk van de precieze beleidsinvulling en concretisering van het beleid in bijvoorbeeld een programma en /of een omgevingsplan. De effectbeoordeling van het VKA en de argumentatie hierachter zijn opgenomen in bijlagen A6 en A7.

8.1

Wat zijn de effecten van het voorkeursalternatief?

De resultaten van de effectbeoordeling van het VKA zijn uitgewerkt op het niveau van beoordelingsaspecten, beleidsuitspraken en hoofdthema’s van de omgevingsvisie. Bij elke beschrijving is een figuur opgenomen waarbij het aantal kansen op positieve effecten en het aantal risico’s op negatieve effecten te zien is.

8.1.1

Overall beeld per beoordelingsaspect

Het nieuwe beleid laat de meeste kansen op positieve effecten zien voor de beoordelingsaspecten beweegvriendelijke leefomgeving, wateroverlast, beschermde natuur (Natura 2000), biodiversiteit en sociale veiligheid. Dit komt omdat er wordt ingezet op het creëren van ontmoetings- en recreatiemogelijkheden in de hele gemeente en het verbeteren van het fiets- en wandelnetwerk in en tussen de kernen. Daarnaast wordt er relatief veel groen oppervlak toegevoegd met ruimte voor waterberging in de kern Boxtel en op bedrijventerreinen. Natuurgebieden worden beter met elkaar verbonden. Voor de aspecten beschermde natuur (Natura 2000) en biodiversiteit zijn er naast kansen ook enkele risico’s op negatieve effecten. Per saldo zijn er meer kansen dan risico’s. Risico’s zijn er door een mogelijke stikstoftoename als gevolg van extra verkeersbewegingen door uitbreiding van woongebieden en bedrijventerreinen. Dit speelt met name in de kernen Boxtel en Liempde, maar ook in de andere kernen is dit een risico. Daarnaast kan de biodiversiteit verstoord worden door de aanleg van nieuwe bedrijvigheid op locaties die nu groen zijn rond de kernen Boxtel en Liempde.

Ook de verduurzaming van bedrijven op de bestaande bedrijventerreinen en de eventuele toepassing van windenergie in de oksel van de Kleine Aa en de Essche Stroom, en langs de A2 (ter hoogte van De Scheeken en Halse Barrier) kunnen de biodiversiteit verstoren. De volgende beoordelingsaspecten laten ook kansen op positieve effecten zien, maar in mindere mate dan de best scorende beoordelingsaspecten (zoals opgesomd onder het eerste tekstblok): maatschappelijke deelname, fiets- en wandelnetwerk, duurzame en slimme mobiliteit, werkgelegenheid en arbeidsmarkt, werklocaties, duurzame energieopwekking, duurzame woningen, broeikasgassen, hitte, droogte, oppervlaktewater, groene leefomgeving, passend woningaanbod, passend voorzieningenaanbod. Bij al deze aspecten zijn enkel kansen op positieve effecten voorzien en geen risico’s op negatieve effecten.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

83

Er zijn evenveel risico’s op negatieve effecten als kansen op positieve effecten voorzien voor doorstroming en bereikbaarheid, verkeersveiligheid, geluidhinder en luchtkwaliteit. Er zijn kansen op positieve effecten door de inzet op duurzamere mobiliteitsvormen in de kernen, het weren van de auto uit de kernen en door het verbeteren van het fietsnetwerk in en tussen alle kernen. Door de uitbreiding van bedrijvigheid bij de kernen Boxtel en Liempde, waarbij meer woon-werk verkeer gaat rijden, ontstaan er risico’s. De gemeente heeft in de aanscherping van het concept-VKA richting het definitieve VKA meerdere maatregelen opgenomen om de risico’s voor geluidhinder verder te verminderen. Bijvoorbeeld, bij de herinrichting van drukke wegen worden geluidmaatregelen afgewogen en de geluidszonering bij bedrijventerrein Ladonk wordt op termijn opgeheven. Geluid blijft een knelpunt (score rood), maar is er geen sprake van een potentiële verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie. De beoordelingsaspecten omgevingsveiligheid en geurhinder laten enkel risico’s zien. De gemeente neemt waar nodig maatregelen om omgevingsveiligheidsrisico’s te bepreken, maar dit neemt niet weg dat de uitbreiding van woningen bij de kern Boxtel nabij het spoor (Boxtel Noordwest) een risico vormt.

Daarnaast is er woningbouwuitbreiding voorzien nabij bedrijven die geurhinder produceren bij Boxtel Noordwest, Boxtel Zuid en Liempde. De gemeente is zich bewust van de risico’s voor omgevingsveiligheid en geurhinder. De gemeente kiest er bewust voor om eerst uit te breiden nabij de spoorzone om de nieuwe woongebieden goed bereikbaar te maken. Deze locatie zit ook in de Regionale Woondeal die met het Rijk gesloten is. Er zijn geen effecten waarneembaar voor het aspect ontsluitingskwaliteit OV. Er wordt ingezet op het ontwikkelen van een mobiliteitshub in de kern Boxtel, maar dit is het bestaande station. Er komen geen extra haltes/hubs bij in de gebieden waar de ontsluitingskwaliteit onvoldoende is.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

84

Figuur 8.1: Kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten voor het VKA, per beoordelingsaspect (in de figuur zijn alleen de kwantitatieve beoordelingsaspecten opgenomen).

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

85

8.1.2

Overall beeld per beleidsuitspraak

Alle beleidsuitspraken kennen kansen op positieve effecten, in alle gevallen zijn er meer kansen op positieve effecten dan risico’s op negatieve effecten. De beleidsuitspraken met alleen kansen op positieve effecten zijn, op volgorde van de grootte van de positieve effecten: Natuur De natuurgebieden in de gemeente Boxtel worden kwalitatief verbeterd en met elkaar verbonden (waaronder de Kampina met Eikenhorst en de Geelders met de Scheeken). Het verbinden wordt gedaan door nieuw groen, nieuwe natuur en/of natuurinclusieve landbouw. Voor de Kampina is extra aandacht omdat de biodiversiteit daar onder grote druk staat. Hier wordt water langer vastgehouden, stikstof teruggedrongen en de grondwaterstand verhoogd. Recreatie wordt gestimuleerd in de gebieden rondom de Kampina. De beken De Beerze, de Essche Stroom en de Dommel krijgen meer de ruimte. Nieuwe ontwikkelingen worden in de beekdalen tegengegaan. De beleidsuitspraak zal het meeste effect hebben in de Kampina en de beekdalen. Mobiliteit In de kern Boxtel wordt ingezet op het treinstation van Boxtel, dat wordt ontwikkeld naar een mobiliteitshub. Het station wordt beter bereikbaar gemaakt voor fietsers en deelmobiliteit, terwijl autoverkeer meer naar de randen van de kernen wordt verplaatst. De Stationsstraat in Boxtel wordt heringericht met als doel het verbeteren van de verbinding tussen het station en het centrum.

Er wordt ingezet op gedragsverandering. In de kernen Liempde, Esch en Lennisheuvel wordt doorgaand gemotoriseerd verkeer zoveel mogelijk geweerd. Tussen alle kernen worden de fietsverbindingen verbeterd. De beleidsuitspraak zal in alle kernen effect hebben. Transitie landelijk gebied De gemeente Boxtel wil inzetten op duurzame landbouw en verandering van functie of verdienmodel voor agrariërs die willen stoppen. Functies worden gecombineerd. De exacte inrichting van het landelijk gebied wordt nog uitgewerkt. De beleidsuitspraak zal het meeste effect hebben in het landelijk gebied (buiten de kernen). Voorzieningen In de gemeente Boxtel wordt er ingezet op zowel nieuwe voorzieningen als het verbeteren en behouden van bestaande voorzieningen. In de kern Boxtel is dit met name het toevoegen van voorzieningen voor senioren en het toegankelijk maken van voorzieningen voor ouderen en mindervaliden. In de kernen Esch, Lennisheuvel en Liempde wordt er gestreefd om bestaande voorzieningen te behouden en te versterken. De beleidsuitspraak zal het meeste effect hebben in de kern Boxtel. Toerisme In de kern Boxtel wordt het centrum ontwikkeld als ‘poort’ voor toeristen van onder andere het Groene Woud. De Cultuurhistorische As en de Dommel zullen in de kern Boxtel meer worden benadrukt.

De beken in de gemeente krijgen meer de ruimte om door het landschap te kronkelen wat aantrekkelijk kan zijn voor toerisme. De kern Liempde is een gastvrije kern met een divers toeristisch aanbod. De beleidsuitspraak zal het meeste effect hebben in de kernen Boxtel en Liempde. Circulariteit Lokale kringloopinitiatieven worden in de gehele gemeente gestimuleerd. Bij het bedrijventerrein GreenTech Park Brabant wordt circulariteit bevorderd. De beleidsuitspraak zal het meeste effect hebben bij het GreenTech Park Brabant. Het gaat vooral om een regulerende, stimulerende en faciliterende rol vanuit de gemeente en niet om concrete acties. Die liggen bij de bedrijven zelf.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

86

Er zijn drie beleidsuitspraken waarbij er zowel kansen op positieve effecten als risico’s op negatieve effecten kunnen optreden. Per saldo is bij al deze beleidsuitspraken sprake van meer kansen dan risico’s. Het gaat om de volgende beleidsuitspraken: Bedrijventerreinen In de gemeente Boxtel worden bestaande bedrijventerreinen bereikbaar gehouden en er wordt geïnvesteerd in duurzame maatregelen. Voor de bedrijventerreinen Ladonk, Vorst A en Daasdonk ligt de nadruk op verduurzaming en verbetering, bijvoorbeeld door vergroening en het verbeteren van de infiltratie van hemelwater. Er zijn kansen voor uitbreiding aan de rand van Ladonk. In Vorst-B wordt het GreenTech Park Brabant ontwikkeld. Vorst-C is gereserveerd als mogelijke werklocatie. Het bedrijventerrein Broxven in Esch kan worden getransformeerd naar een woongebied. In Liempde heeft Daasdonk mogelijkheden voor bedrijvigheid, met aan de rand mogelijkheden voor woon-werkkavels. De beleidsuitspraak zal het meeste effect hebben in de kernen Boxtel en Liempde. Door de toevoeging van bedrijvigheid (op onbebouwde plekken) kan er mogelijk meer woon-werk verkeer gaan rijden. Dit heeft een negatief effect op de beoordelingsaspecten: doorstroming en bereikbaarheid, beschermde natuur (Natura 2000), Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones, biodiversiteit, verkeersveiligheid en luchtkwaliteit.

Wonen In de kern Boxtel worden verouderde wijken duurzaam herontwikkeld en is er ruimte voor grootschalige uitbreiding van het aantal woningen. In de kern Esch zijn er kansen voor de transformatie van een bedrijventerrein naar een woongebied. In de kernen Liempde, Esch en Lennisheuvel is er ruimte voor kleinschalige uitbreiding van het aantal woningen. De beleidsuitspraak zal het meeste effect hebben in de kern Boxtel. In alle kernen wordt rekening gehouden met ruimte voor groen en klimaatadaptatie. Door de toevoeging van nieuwe woningen nabij het spoor en nabij bedrijven die geurhinder veroorzaken, kunnen er negatieve effecten ontstaan. Ook gaat er mogelijk meer verkeer rijden. Dit heeft een negatief effect op de beoordelingsaspecten: beschermde natuur (Natura 2000), Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones, omgevingsveiligheid en geurhinder. Duurzame energie Voor duurzame energie zet de gemeente in op zon op daken, zonnevelden en windenergie. Zonne-energie wordt eerst toegepast in bestaand bebouwd gebied en waar nodig in het buitengebied. De zoekgebieden voor windenergie is in het landelijk gebied, specifiek in de oksel van de Kleine Aa en de Essche Stroom en langs de A2 ter hoogte van De Scheeken en Halse Barrier. De beleidsuitspraak zal voor zonne-energie het meeste effect hebben in het bebouwde gebied en voor windenergie in de zoekgebieden.

De mogelijke toepassing van windenergie kan zorgen voor een negatief effect in de zoekgebieden op: biodiversiteit en geluidhinder.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

87

Figuur 8.2: Kansen op positieve effecten en risico's op negatieve effecten voor het VKA, per beleidsuitspraak.

8.1.3

Overall beeld per hoofdthema

De meeste kansen op positieve effecten zijn er binnen de hoofdthema’s aangenaam leven en krachtige economie. Dit komt met name door de uitspraak over natuur, waarbij veel kansen voorzien zijn (zoals ook te zien in Figuur 8.2). Het hoofdthema inclusieve duurzaamheid heeft de minste kansen op positieve effecten. Per saldo zijn er wel meer kansen op positieve effecten dan risico’s op negatieve effecten. Voor het hoofdthema verbindend netwerk worden er geen risico’s op negatieve effecten voorzien.

Figuur 8.3: Kansen op positieve effecten en risico's op negatieve effecten voor het VKA, per hoofdthema en gebaseerd op de beleidsuitspraken.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

88

8.1.4

Overall beeld per deelgebied

De gemeente Boxtel heeft in haar omgevingsvisie verschillende deelgebieden genoemd, namelijk: stedelijk centrum, robuuste woonwijken, vitale kernen, bedrijfsfuncties, natuurgebieden, beekdalen en landelijk gebied. Deze deelgebieden zijn integraal opgenomen in de beleidsuitspraken. Hieronder is een globaal overzicht gegeven van de belangrijkste kansen en risico’s voor deze deelgebieden, op basis van de effectbeoordeling. Stedelijk centrum In het stedelijk centrum van Boxtel ligt de focus op het bouwen van woningen en voorzieningen, de mobiliteitstransitie en gedragsverandering. Er komen ontmoetingsplekken die voor iedereen toegankelijk zijn. Auto’s worden geweerd en verplaatst naar de randen van het centrum. De verbinding van het centrum met het station wordt verbeterd. Cultuurhistorische kwaliteiten worden behouden en benadrukt. Belangrijke rol voor het centrum is ook het aantrekken van toeristen. Er komt ruimte voor recreatie en wandelpaden langs de Dommel. Het deelgebied stedelijk centrum is gerelateerd aan de beleidsuitspraken voorzieningen, mobiliteit en toerisme. Kansen op positieve effecten in dit deelgebied zijn er voor de beoordelingsaspecten maatschappelijke deelname, werkgelegenheid en arbeidsmarkt, sociale veiligheid, beweegvriendelijke leefomgeving en passend voorzieningenaanbod.

Dit komt door inzet op ontmoetingsplekken en leefbaarheid met nieuwe woningen voor ouderen en voorzieningen. Er zijn geen risico’s op negatieve effecten. Robuuste woonwijken Met robuuste woonwijken worden de woonwijken in de kern Boxtel bedoelt die in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw gebouwd zijn. Sommige wijken zijn verouderd en minder duurzaam maar worden verduurzaamd. In de wijken komt ruimte voor groen en waterberging, duurzame mobiliteit, bewegen en ontmoeten. De voorzieningen worden toegankelijk en bereikbaar gemaakt. Het deelgebied robuuste woonwijken is gerelateerd aan de beleidsuitspraak wonen. Kansen op positieve effecten zijn er voor de beoordelingsaspecten duurzame woningen, wateroverlast, hitte, broeikasgassen, biodiversiteit en groene leefomgeving. In tegenstelling tot de uitspraak wonen zijn er geen risico’s op negatieve effecten omdat het om bestaand gebied gaat en niet om nieuwe woonwijken. Met name nieuwe woonwijken leiden tot risico’s op negatieve effecten. Vitale kernen Met de vitale kernen worden de kernen Esch, Lennisheuvel en Liempde bedoelt. In deze kernen komt er ruimte voor nieuwe woningen om het aanbod passend te maken. De ontmoetingsplekken worden behouden en waar mogelijk versterkt met ruimte voor klimaatadaptatie.

Doorgaand gemotoriseerd verkeer wordt zoveel mogelijk verweerd en de fietsverbindingen tussen de kernen worden beter benut en uitgebreid. De kern Liempde is belangrijk voor toerisme. De beken krijgen meer ruimte om door het landschap te kronkelen, dit kan positief zijn voor recreatie en toerisme. In Esch zijn er mogelijkheden voor transformatie van bedrijventerrein Broxven naar woningbouw. In Liempde heeft Daasdonk mogelijkheid voor bedrijvigheid. Het deelgebied vitale kernen is gerelateerd aan de beleidsuitspraken wonen, voorzieningen, mobiliteit, toerisme en bedrijfsfuncties. Kansen op positieve effecten zijn er voor de beoordelingsaspecten passend woningaanbod, fiets- en wandelnetwerk, verkeersveiligheid, toerisme en recreatie. Voor de beoordelingsaspecten geluidhinder en luchtkwaliteit geldt dat nieuwe woningen een risico vormen maar gemotoriseerd verkeer weren uit de kernen weer kansen zijn. Uitbreidingen van het aantal woningen kunnen ook risico’s vormen voor beschermde natuurgebieden, NNB en geurhinder.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

89

Bedrijfsfuncties De terreinen en gebouwen worden verduurzaamd en deze gebieden krijgen een groenere inrichting met ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen en aandacht voor biodiversiteit. Het bedrijventerrein Ladonk in de kern Boxtel wordt beter bereikbaar met deelmobiliteit en goede fiets- en wandelvoorzieningen. Er wordt een duurzame bedrijfsvoering gestimuleerd, waarbij de milieubelasting (geur, geluid en luchtemissies) vermindert. Bij Ladonk zal de geluidzonering op termijn opgeheven worden, waardoor grote lawaaimakers geen plek meer krijgen. Op de bedrijventerreinen Ladonk, Vorst A en Daasdonk is ruimte voor inbreiding. Op de langere termijn is een nieuw bedrijventerrein (Vorst C) gereserveerd. Het gebied ten zuiden van Boxtel is gereserveerd als een duurzame woon- werklocatie voor de langere termijn. Hier kan wonen worden gecombineerd met het Midden- en Kleinbedrijf (MKB). Het deelgebied bedrijfsfuncties is gerelateerd aan de beleidsuitspraak bedrijventerreinen. Kansen op positieve effecten zijn er voor de beoordelingsaspecten werkgelegenheid en arbeidsmarkt en werklocaties, wateroverlast en hitte. Risico’s op negatieve effecten zijn er met name voor de overkoepelende uitspraak bedrijventerreinen, niet voor dit deelgebied.

Natuurgebieden Bestaande natuurgebieden worden behouden en kwalitatief verbeterd en met elkaar verbonden door natuurlijk groen, nieuwe natuur of natuurinclusieve landbouw. Er worden maatregelen genomen om Natura 2000-gebied Kampina te ontlasten. Met een bufferzone wordt water beter vastgehouden tegen verdroging. Met natuurinclusieve landbouw wordt ingezet op het terugdringen van stikstof. Recreatie wordt toegestaan in de bufferzone om de kwetsbare delen van de Kampina te ontlasten. Het deelgebied natuurgebieden is gerelateerd aan de beleidsuitspraak natuur. Kansen op positieve effecten zijn er voor duurzame landbouw, droogte, bodemkwaliteit, grondwater, Natura 2000-gebieden en NNB, groene leefomgeving, biodiversiteit, en beweegvriendelijke leefomgeving. Er zijn geen risico’s op negatieve effecten. Beekdalen De beken de Beerze, de Essche Stroom en de Dommel krijgen de ruimte voor natuur, recreatie en het vasthouden van water. In de beekdalen zijn nieuwe ontwikkelingen, die afbreuk doen aan de kwaliteit van natuur in beekdalen, tegengegaan. De beekdalen vormen de verbinding tussen de kernen, het landelijk gebied en de natuurgebieden. Het deelgebied beekdalen is gerelateerd aan de beleidsuitspraak natuur. Kansen op positieve effecten zijn er voor wateroverlast, droogte, grondwater, biodiversiteit, groene leefomgeving en beweegvriendelijke leefomgeving.

Er zijn geen risico’s op negatieve effecten. Landelijk gebied In het landelijk gebied wordt de omslag naar duurzame landbouw gemaakt, waarbij water en bodem leidend zijn. In de natte delen wordt water zo goed mogelijk vastgehouden. Agrarisch natuurbeheer draagt bij aan de landschappelijke kwaliteit en helpt om de natuurgebieden in Boxtel beter met elkaar te verbinden. De recreatieve routes binnen de kernen worden meer verbonden met het landelijk gebied, waardoor het gebied ook een recreatieve functie krijgt. Recreatie en toerisme worden belangrijker voor het landelijk gebied. Het deelgebied landelijk gebied is gerelateerd aan de beleidsuitspraak transitie landelijk gebied. Kansen op positieve effecten zijn er voor duurzame landbouw, droogte, bodemkwaliteit, oppervlaktewater, grondwater, Natura 2000-gebieden, NNB, biodiversiteit, groene leefomgeving en beweegvriendelijke leefomgeving. Er zijn geen risico’s op negatieve effecten.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

90

8.2

Wat gebeurt er met de kwalitatieve aspecten?

De beoordelingsaspecten kennis en innovatie, toerisme en recreatie, duurzame landbouw, circulariteit, bodemkwaliteit, grondwater, Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones en landschap, cultuurhistorisch erfgoed en archeologie zijn in de ‘foto van de leefomgeving’ kwalitatief ingevuld. Voor deze beoordelingsaspecten was onvoldoende specifieke gemeentelijke informatie beschikbaar. Aan deze thema’s is daarom geen kwaliteitsniveau toegekend in de ‘foto van de leefomgeving’. In de beoordeling van het VKA zijn ook deze kwalitatieve aspecten beoordeeld op kansen op positieve effecten of risico’s op negatieve effecten. Omdat deze effecten niet te vergelijken zijn met een kwaliteitsniveau uit de foto van de leefomgeving is hieronder een kwalitatieve beschrijving gegeven van de verwachte ontwikkelingen van deze kwalitatieve aspecten als gevolg van het nieuwe beleid in het VKA. Dit is gedaan per beoordelingsaspect. In onderstaande Tabel 8.1 is te zien hoe deze kwalitatieve aspecten zich ontwikkelen met het nieuwe beleid. De tabel geeft weer of er sprake is van overwegend kansen (groen pijltje omhoog ) of overwegend risico’s (rood pijltje omlaag ) voor de kwalitatieve aspecten. Tabel 8.1: Ontwikkeling van kwalitatieve aspecten in het VKA

Kwalitatieve aspecten

VKA

Kennis en innovatie Toerisme en recreatie Duurzame landbouw Afval en grondstoffen Bodemkwaliteit Grondwater Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones Landschap, cultuurhistorie en archeologie

Kennis en innovatie In de ‘foto van de leefomgeving’ is voor het aspect kennis en innovatie gekeken naar innovatieve bedrijven/instellingen. Voor het aspect kennis en innovatie is er een relatie met de beleidsuitspraken transitie landelijk gebied en bedrijventerreinen. De beleidsuitspraak voor bedrijventerreinen biedt een kans voor kennis en innovatie, omdat er ingezet wordt op innovatieve bedrijfsvoering. De verwachting is daarom dat kennis en innovatie positief zal ontwikkelen. Toerisme en recreatie In de ‘foto van de leefomgeving’ is voor het aspect toerisme en recreatie gekeken naar het aantal overnachtingen en bezoekers van daguitjes. Voor het aspect toerisme en recreatie is er een relatie met de beleidsuitspraak toerisme. Op basis van deze beleidsuitspraak is er een kans op positief effect door de inzet op toeristische voorzieningen voor met name dagjesmensen in de kernen Boxtel en Liempde. De verwachting is dat er sprake zal zijn van een positieve ontwikkeling van het aspect toerisme en recreatie. Duurzame landbouw In de ‘foto van de leefomgeving’ is voor het aspect duurzame landbouw gekeken naar de ontwikkelingen in de landbouw en het aantal veehouderijen. Voor het aspect duurzame landbouw is er een relatie met de beleidsuitspraken transitie landelijk gebied en natuur.

Op basis van deze beleidsuitspraken zijn er kansen op positieve effecten door de inzet op vormen van duurzame landbouw. De verwachting is dat er sprake zal zijn van een positieve ontwikkeling van het aspect duurzame landbouw in het landelijk gebied.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

91

Afval en grondstoffen In de ‘foto van de leefomgeving’ is voor het aspect afval en grondstoffen gekeken naar de hoeveelheid huishoudelijk afval en bedrijventerreinen met potentie voor industriële symbiose en recycling. Voor het aspect afval en grondstoffen is er een relatie met de beleidsuitspraken bedrijventerreinen en circulariteit. Op basis van deze beleidsuitspraken zijn er kansen op positieve effecten door de inzet op het verminderen van restafval in de kernen en circulaire bedrijfsvoering op de bedrijventerreinen. De verwachting is dat er sprake zal zijn van een positieve ontwikkeling van het aspect afval en grondstoffen. Bodemkwaliteit In de ‘foto van de leefomgeving’ is voor het aspect bodemkwaliteit gekeken naar milieuregels volgens het activiteitenbesluit, spoedlocaties voor bodemverontreiniging en voormalige stortplaatsen. Voor het aspect bodemkwaliteit is er een relatie met de beleidsuitspraken natuur, transitie landelijk gebied en duurzame energie. Op basis van deze beleidsuitspraken zijn er kansen op positieve effecten door de inzet op nieuwe natuur, vormen van duurzame landbouw en omdat water en bodem sturend zijn bij ontwikkelingen. De verwachting is dat er sprake zal zijn van een positieve ontwikkeling van het aspect bodemkwaliteit in het landelijk gebied en de natuurgebieden.

Grondwater In de ‘foto van de leefomgeving’ is voor het aspect grondwater gekeken naar de grondwaterstanden, aanwezigheid van kwel en grondwaterbeschermingsgebieden. Voor het aspect grondwater is er een relatie met de beleidsuitspraken natuur, transitie landelijk gebied en duurzame energie. Op basis van deze beleidsuitspraken zijn er kansen op positieve effecten door de toevoeging van waterberging en de inzet op vormen van duurzame landbouw in het landelijk gebied. De maatregelen gericht op klimaatadaptatie kunnen ook bijdragen aan het kwaliteit en kwantiteit van het grondwater, bijvoorbeeld door water langer vast te houden. Hierdoor is er meer water en kunnen de aanwezige concentraties vreemde stoffen die aanwezig zijn in het water verdund worden. De verwachting is dat er sprake zal zijn van een positieve ontwikkeling van het aspect grondwater. Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones In de ‘foto van de leefomgeving’ is voor het aspect Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones gekeken naar het bestaande netwerk en de attentiezones waterhuishouding. Voor het aspect Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones is er een relatie met de beleidsuitspraken wonen, natuur, mobiliteit, transitie landelijk gebied, toerisme, bedrijventerreinen en klimaatadaptatie.

Op basis van deze beleidsuitspraken worden er overwegend kansen op positieve effecten voorzien. De kansen ontstaan door het verbinden van natuurgebieden, het verminderen autogebruik in de kernen door het faciliteren van andere soorten vervoer en de inzet op vormen van duurzame landbouw in het landelijk gebied. Er zijn ook risico’s op negatieve effecten door de uitstoot van stikstof als gevolg van extra verkeersbewegingen door meer woningen en bedrijvigheid rond de kernen. De verwachting is dat er (per saldo) sprake zal zijn van een positieve ontwikkeling van het aspect Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones. Landschap, cultuurhistorisch erfgoed en archeologie In de ‘foto van de leefomgeving’ is voor het aspect landschap, cultuurhistorisch erfgoed en archeologie gekeken naar de cultuurhistorische waardenkaart en de cultuurhistorische beleidsadvieskaart. Voor het aspect landschap, cultuurhistorisch erfgoed en archeologie is er een relatie met de beleidsuitspraken wonen, natuur, mobiliteit, transitie landelijk gebied, toerisme, bedrijventerreinen, duurzame energie en klimaatadaptatie. Op basis van deze beleidsuitspraken worden er kansen op positieve effecten voorzien.

De kansen ontstaan door het versterken van het landschap in de natuurgebieden en de beekdalen en de van de cultuurhistorische waarden in de kern Boxtel en door het faciliteren van recreatieve activiteiten in de bufferzones rond de natuurgebieden waardoor het landschap mogelijk beter beleefbaar wordt. De

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

92

verwachting is dat er sprake zal zijn van een positieve ontwikkeling van het aspect Landschap, cultuurhistorisch erfgoed en archeologie.

8.3

Hoe ontwikkelen de knelpunten ten opzichte van de referentiesituatie?

In de ‘foto van de leefomgeving’ is aan de beoordelingsaspecten een kwaliteitsniveau toegekend. In het geval dat er sprake is van een overwegend goede kwaliteit is het kwaliteitsniveau ‘groen’ toegekend. Voor het kwaliteitsniveau ‘oranje’ geldt dat er op enkele locaties sprake is van een overschrijding van gestelde normen. Tenslotte geldt voor ‘rood’ dat er sprake is van een overwegend slechte kwaliteit, er is dan op meerdere locaties in de gemeente sprake van een overschrijding van gestelde normen. De beoordelingsaspecten die in de huidige situatie en autonome ontwikkeling beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en ‘oranje met verslechterende trend’ zijn aangemerkt als knelpunt en aandachtspunt. Vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij deze aspecten belangrijke opgaven voor de omgevingsvisie. Dit is in lijn met het doel van de Omgevingswet. Hieronder zijn de knelpunten uit de ‘foto van de leefomgeving’ opgesomd, de ‘foto van de leefomgeving’ is opgenomen als bijlage A1 van dit OER. In de ‘foto van de leefomgeving’ zijn de volgende aspecten aangemerkt als knelpunt: fiets- en wandelnetwerk, duurzame en slimme mobiliteit, duurzame energieopwekking, broeikasgassen en geluidhinder.

Daarnaast zijn de volgende aspecten aangemerkt als aandachtspunt: werkgelegenheid en arbeidsmarkt, wateroverlast, hitte, beschermde natuur (Natura 2000), omgevingsveiligheid, beweegvriendelijke leefomgeving, passend woningaanbod en passend voorzieningenaanbod. Figuur 8.4 geeft een vergelijking van de omgevingseffecten van het VKA ten opzichte van de referentiesituatie. Hieruit valt op te maken of er sprake is van een verbetering, of juist een verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie. Het kan ook zijn dat er geen effect is. Paragraaf 8.3.1 gaat in op de ontwikkeling van de bestaande knelpunten en aandachtspunten zoals deze benoemd zijn in de ‘foto van de leefomgeving’. Daarnaast kan het zijn dat het beleid uit het VKA meer risico’s op negatieve effecten laat zien, dan kansen op positieve effecten. In dat geval is het mogelijk dat er nieuwe knelpunten of aandachtspunten ontstaan. Paragraaf 8.3.2 gaat hier verder op in.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

93

Figuur 8.4: Rad van de Leefomgeving VKA

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

94

8.3.1

Ontwikkeling bestaande knel- en aandachtspunten

Deze paragraaf beschrijft de ontwikkeling van de bestaande knel- en aandachtspunten. Eerst is beschreven welk kwaliteitsniveau in de ‘foto van de leefomgeving’ is toegekend aan het beoordelingsaspect. Vervolgens worden de gevolgen van het VKA beschreven. Tenslotte is beschreven of de verwachting is dat ’het VKA bijdraagt aan het (gedeeltelijk) oplossen van de knel- of aandachtspunten. De volgende knelpunten zijn in de ‘foto van de leefomgeving’ benoemd: • Fiets- en wandelnetwerk Fiets- en wandelnetwerk is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een gelijkblijvende autonome trend. Het nieuwe beleid laat enkel kansen op positieve effecten zien. Deze kansen op positieve effecten ontstaan door de toevoeging van nieuwe fietsverbindingen in en tussen de kernen. Hiermee wordt het bestaande knelpunt naar verwachting verholpen, het is niet aannemelijk dat het leidt tot kwaliteitsniveau ‘groen’. • Duurzame en slimme mobiliteit Duurzame en slimme mobiliteit is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een gelijkblijvende autonome trend. Het nieuwe beleid laat enkel kansen op positieve effecten zien. Deze kansen op positieve effecten ontstaan door het toevoegen van een mobiliteitshub in de kern Boxtel. Omdat het gaat om één hub (die niet de gehele gemeente kan dienen) wordt het knelpunt mogelijk niet geheel verholpen.

• Duurzame energieopwekking Duurzame energieopwekking is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering. Het nieuwe beleid laat enkel kansen op positieve effecten zien. De kansen op positieve effecten ontstaan door het toepassen van zon op dak in de kernen en zonne-energie in het buitengebied en windenergie in de oksel van de Kleine Aa en de Essche Stroom en langs de A2 (ter hoogte van De Scheeken en Halse Barrier). Het is onduidelijk in hoeverre hiermee wordt voldaan aan de klimaatdoelstellingen. Daarom is het onzeker of het huidige knelpunt wordt verholpen, wel is er sprake van een positieve trend. • Broeikasgassen Broeikasgassen is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering. Het nieuwe beleid biedt enkel kansen op positieve effecten. De kansen ontstaan door het bieden van duurzame alternatieven voor mobiliteit in de kernen, het verduurzamen van woningen in de kern Boxtel en de inzet op duurzame energieopwekking. Het is onzeker in hoeverre hiermee wordt voldaan aan de landelijke doelstellingen voor broeikasgassen. Daarom is het onzeker of het huidige knelpunt wordt verholpen, wel is er sprake van een positieve trend. • Geluidhinder Geluidhinder is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering.

Het nieuwe beleid resulteert evenwichtig in een kans op positief effect en een risico op negatief effect. Enerzijds neemt geluidhinder mogelijk toe door de toepassing van windenergie in de oksel van de Kleine Aa en de Essche Stroom en de toevoeging van woningen en bedrijvigheid aan de randen van de kernen, waardoor er meer verkeer gaat rijden. Anderzijds zullen er bij de herinrichting van drukkere wegen geluidmaatregelen afgewogen worden (zoals het verlagen van de snelheid), zal de geluidszonering bij bedrijventerrein Ladonk opgeheven worden en wordt er ingezet op duurzamere vormen van vervoer in de kernen. Met het nieuwe beleid wordt het knelpunt naar verwachting niet verholpen. De verdere uitwerking van het nieuwe beleid zal uitwijzen in hoeverre het knelpunt verholpen zal worden of verder zal verslechteren.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

95

De volgende aandachtspunten zijn in de ‘foto van de leefomgeving’ benoemd: • Werkgelegenheid en arbeidsmarkt Werkgelegenheid en arbeidsmarkt is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Het nieuwe beleid resulteert in kansen op positieve effecten door toevoeging van nieuwe bedrijvigheid (Midden- en Klein Bedrijven (MKB) en maak- en creatieve industrie) in de kernen Boxtel en Liempde en voorzieningen in de kern Boxtel. Met de uitwerking van het nieuwe beleid wordt het aandachtspunt naar verwachting verholpen. • Wateroverlast Wateroverlast is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering naar oranje. Het nieuwe beleid resulteert in kansen op positieve effecten door de toevoeging van natuurlijk groen en waterberging in nieuw en verouderde woonwijken, op bedrijventerreinen en rondom Kampina in de ‘bufferzone’. Met de uitwerking van het nieuwe beleid wordt het aandachtspunt naar verwachting verholpen. • Hitte Hitte is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Het nieuwe beleid resulteert in kansen op positieve effecten door de inzet op vergroenen en klimaatadaptieve maatregelen in bestaande en nieuwe woonwijken. Hiermee wordt de negatieve trend gekeerd en het aandachtspunt naar verwachting verminderd of mogelijk opgelost.

• Beschermde natuur (Natura 2000) Beschermde natuur (Natura 2000) is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau rood met een autonome verbetering naar oranje. Het nieuwe beleid resulteert in overwegend kansen op positieve effecten door het verbinden van natuurgebieden en de transitie van intensieve veehouderij naar vormen van duurzame landbouw. Er zijn ook risico’s op negatieve effecten door de uitstoot van stikstof als gevolg van extra verkeersbewegingen door meer woningen en bedrijvigheid aan de rand van de kernen. Naar verwachting wordt het aandachtspunt mogelijk verholpen met het nieuwe beleid. Bij verdere uitwerking van de plannen moet goed gekeken worden naar eventuele stikstoftoenames. • Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Met het nieuwe beleid zijn risico’s op negatieve effecten voorzien door de bouw van woningen naast de kern Boxtel nabij de spoorzone (aandachtsgebied voor omgevingsveiligheid) en door realisatie van windenergie in de oksel van de Kleine Aa en de Essche Stroom. De gemeente zal alle relevante ontwikkelingen toetsen op omgevingsveiligheid en waar nodig dringt de gemeente aan op het nemen van maatregelen. De gemeente kiest er bewust voor om uit te breiden nabij de spoorzone om de nieuwe woongebieden goed bereikbaar te maken.

Naar verwachting is er daarom sprake van een negatieve trend en wordt het aandachtspunt mogelijk een knelpunt. • Beweegvriendelijke leefomgeving Beweegvriendelijke leefomgeving is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Het nieuwe beleid resulteert in kansen op positieve effecten door het versterken en toevoegen van nieuwe fiets- en wandelpaden in en tussen de kernen. Hiermee wordt de negatieve trend gekeerd en het aandachtspunt naar verwachting verhopen. • Passend woningaanbod Passend woningaanbod is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Het nieuwe beleid resulteert in kansen op positieve effecten door de grootschalige uitbreiding van het aantal woningen en het bouwen van nieuwe woningen die passen bij de behoefte. Hiermee wordt de negatieve trend gekeerd en het aandachtspunt naar verwachting verholpen.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

96

•

Passend voorzieningenaanbod Passend voorzieningenaanbod is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verslechtering. Het nieuwe beleid resulteert in kansen op positieve effecten door het voorzieningenaanbod beter passend te maken en nieuwe voorzieningen indien nodig toe te voegen bij nieuwe woonwijken. Hiermee wordt de negatieve trend gekeerd en het aandachtspunt mogelijk verhopen.

8.3.2

Nieuwe knel- en aandachtspunten als gevolg van het VKA

Zoals hierboven benoemd zijn er een aantal aspecten met aandachtspunten. Een verslechtering door het nieuwe beleid uit het VKA kan ervoor zorgen dat een aandachtspunt een knelpunt gaat vormen. Bij het volgende aspect (zoals hierboven toegelicht) kan dit het geval zijn: • Omgevingsveiligheid Naast mogelijke nieuwe knelpunten zijn er mogelijke nieuwe aandachtspunten als gevolg van het VKA. Het gaat hier om aspecten die in de referentiesituatie oranje scoren en waarbij het nieuwe beleid tot meer risico’s op negatieve effecten dan kansen op positieve effecten leidt. Bij het volgende aspect kan dit het geval zijn: • Geurhinder Geurhinder is in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau oranje met een autonome verbetering. Er is een risico op negatief effect door het realiseren van nieuwe woningen bij Boxtel Noordwest, Boxtel-Zuid en in de kern Liempde, waar een kans is op geurhinder door geurproducerende bedrijven. Met het nieuwe beleid ontstaat hierdoor mogelijk een nieuw aandachtspunt voor het aspect geurhinder.

8.4

Conclusie

In onderstaande tabellen is te zien hoe de knel- en aandachtspunten zich ontwikkelen door het nieuwe beleid uit het VKA. In de tabel zijn de referentiesituatie en de gevolgen van het VKA te zien. De referentiesituatie is de situatie zoals deze is beschreven in de ‘foto van de leefomgeving’. Dit is de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. Er kan sprake zijn van een verslechtering ( ), verbeterende ( ) of gelijkblijvende trend (=) in de autonome ontwikkeling ten opzichte van de huidige situatie. Het VKA zijn de gevolgen van het nieuwe beleid. De tabel geeft weer of er sprake is van overwegend kansen (groen pijltje omhoog ) of overwegend risico’s (rood pijltje omlaag ) door het VKA voor de bestaande knel- en aandachtspunten. Het gelijkteken (=) betekent dat er evenveel kansen als risico’s zijn voorzien. In de laatste tabel is te zien of er nieuwe aandachts- of knelpunten ontstaan door het nieuwe beleid uit het VKA. Tabel 8.2: Ontwikkeling van de bestaande knelpunten uit de referentiesituatie

Knelpunten

Referentiesituatie

Fiets- en wandelnetwerk

=

Duurzame en slimme mobiliteit

=

VKA

Duurzame energieopwekking Broeikasgassen Geluidhinder

10 januari 2024

=

BH7677-MI-RP-230704-1429

97

Tabel 8.3: Ontwikkeling van de bestaande aandachtspunten uit de referentiesituatie

Aandachtspunten

Referentiesituatie

VKA

Werkgelegenheid en arbeidsmarkt Wateroverlast

Huidig

Autonoom

Huidig

Autonoom

Hitte Beschermde natuur (Natura 2000) Omgevingsveiligheid Beweegvriendelijke leefomgeving Passend woningaanbod Passend voorzieningenaanbod Tabel 8.4: Mogelijke nieuwe aandachtspunten

Aandachtspunten

Referentiesituatie

VKA

Geurhinder

Het nieuwe beleid uit het voorkeursalternatief biedt veel kansen en weinig risico’s. Het nieuwe beleid laat de meeste kansen op positieve effecten zien voor de beoordelingsaspecten beweegvriendelijke leefomgeving, wateroverlast, beschermde natuur (Natura 2000), biodiversiteit en sociale veiligheid. De beoordelingsaspecten omgevingsveiligheid en geurhinder laten enkel risico’s zien. Er zijn geen effecten waarneembaar voor het aspect ontsluitingskwaliteit OV. Bij alle kwalitatieve aspecten (geen kwaliteitsniveau toegekend) is sprake van een positieve ontwikkeling door het nieuwe beleid. Het gaat om de beoordelingsaspecten: kennis en innovatie, toerisme en recreatie, duurzame landbouw, circulariteit, bodemkwaliteit, grondwater, Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones en landschap, cultuurhistorisch erfgoed en archeologie. In de ‘foto van de leefomgeving’ zijn knelpunten en aandachtspunten aangewezen; beoordelingsaspecten die er in de huidige situatie niet goed voor staan. Bij veel van deze knel- en aandachtspunten is een positieve ontwikkeling voorzien en bij sommige aspecten wordt het knelpunt ook daadwerkelijk verholpen. De knelpunten met een positieve ontwikkeling zijn: fiets- en wandelnetwerk, duurzame en slimme mobiliteit, duurzame energieopwekking en broeikasgassen.

De aandachtspunten met een positieve ontwikkeling zijn: werkgelegenheid en arbeidsmarkt, wateroverlast, hitte, beschermde natuur (Natura 2000), beweegvriendelijke leefomgeving, passend woningaanbod en passend voorzieningenaanbod. Het beoordelingsaspect geluidhinder is in de referentiesituatie aangemerkt als knelpunt, omdat op meerdere plekken bij geluidgevoelige functies niet voldaan wordt aan de wettelijke maximale grenswaarden en de WHO-advieswaarden voor wegverkeer en railverkeer. Door het nieuwe beleid is er zowel een kans op positief effect als een risico op negatief effect voorzien. Er is een kans, omdat er wordt ingezet op duurzame vormen van mobiliteit, waardoor geluidhinder door auto’s mogelijk afneemt. Er is een risico, omdat ingezet wordt op windenergie wat geluidhinder kan veroorzaken. Met het nieuwe beleid wordt het knelpunt naar verwachting niet verholpen. De verdere uitwerking van het nieuwe beleid zal uitwijzen in hoeverre het knelpunt verholpen zal worden of verder zal verslechteren.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=6a4be10d-b849-4d72-9184-3b141149837d