CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen omgevingsvisie Boxtel en omgevingseffectrapportage- Bijlage 3 Omgevingseffectrapportage Boxtel

Raadsvergadering Boxtel 17 september 2024, gemeente boxtelBij agendapunt: VAN AGENDA GEHAALD - Vaststelling omgevingsvisie Boxtel met bijbehorende omgevingseffectrapportage33.410 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3

De buitenomgeving stimuleert mensen tot meer bewegen en elkaar vaker te ontmoeten. Er zijn goede fiets- en wandelroutes, (water)speelplaatsen, zitbankjes, pleintjes, open en groene schoolpleinen. De buitenruimte is zoveel mogelijk toegankelijk om te wandelen, fietsen en sporten, waardoor bewegen aantrekkelijker is voor jong en oud. Boxtel heeft een breed sportaanbod dat we in de toekomst willen behouden. Ook zijn er sportvoorzieningen en beweegroutes buiten de deur waar iedereen gebruik van kan maken en elkaar kan ontmoeten. Kunst en cultuur in de fysieke leefomgeving is toegankelijk voor iedereen.

4

De leefomgeving is veilig en gezond. We nemen de gevolgen voor veiligheid (o.a. risico’s bij de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen) en bescherming van de gezondheid mee bij de afweging van initiatieven. Overlast door stank en geluid is afgenomen en de kwaliteit van de lucht is verbeterd.

5

Groen en water zijn robuust, verbonden en beleefbaar in ons landschap aanwezig. De cultuurhistorische waarden zijn geborgd en versterkt en de biodiversiteit is toegenomen. Groenstructuren en erfgoed, bijvoorbeeld oude bomenrijen en sloten, zijn versterkt en met elkaar verbonden. Dat geldt ook voor natuurgebieden en het groen binnen en buiten de bebouwde kom. Het gaat hierbij om de hoeveelheid en de kwaliteit van het groen en water. Er is meer aandacht voor het behouden, uitbreiden, beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de natuurgebieden, landgoederen, monumenten en beekdalen. Dit is zowel voor de natuur (biodiversiteit) als voor de toegankelijkheid en beleving van inwoners. Het toevoegen van bijvoorbeeld hagen, bosjes en poelen, verbetert de biodiversiteit en de beleving. Bedrijven, inwoners en de gemeente werken samen om het groen te onderhouden.

6

De veiligheid en de beleving van veiligheid is verbeterd. De -sociale- veiligheid is beter door zichtbare, goed onderhouden, aantrekkelijke en toegankelijke openbare ruimtes, zoals pleinen, wegen, fiets- en wandelpaden en groen. De fietsroutes en oversteekplaatsen zijn veilig. De verkeersveiligheid en het veiligheidsgevoel zijn verbeterd door te werken volgens de principes van Duurzaam Veilig Verkeer.

7

Er wordt optimaal gebruik gemaakt van duurzame vormen van vervoer. Het hoogwaardige OV-netwerk (HOV) is uitgebreid met meer treinen en bussen naar ’sHertogenbosch, Eindhoven en Tilburg. Er zijn meer goede (snel)fietspaden tussen de kernen en de wandelroutes zijn beter en mooier. Dit betekent dat er een uitgebreid netwerk aan (snel)fietspaden en wandelpaden is, met duidelijke bewegwijzering en goede voorzieningen. Ook

Aangenaam leven

Verbindend netwerk

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

32

Thema

#

Ambitie zijn er meer (elektrische) deelauto’s en laadpalen in de kernen te vinden. De kernen zijn autoluw ingericht en een (eigen) auto voor de deur wordt minder vanzelfsprekend. Het aandeel autoverplaatsingen is afgenomen.

Krachtige economie

Inclusieve duurzaamheid

10 januari 2024

8

De bereikbaarheid is verbeterd door de lokale verbindingen tussen de kernen, het buitengebied en de natuurgebieden te optimaliseren. Hetzelfde geldt voor de regionale verbindingen naar Eindhoven, ’s-Hertogenbosch en Tilburg. Station Boxtel is de op- en overstaplocatie waar trein, bus, (deel)auto, fietspad en wandelpad samen komen. De kernen en bedrijven zijn goed bereikbaar en toegankelijk voor zowel bewoners als bezoekers van onze gemeente. Dit kan onder andere door slimme verkeersystemen en infrastructuur die geschikt is voor zelfrijdende auto’s.

9

De kracht van de samenleving wordt optimaal benut door ondersteuning van lokale netwerken en (burger)initiatievenen. We stimuleren gelijke kansen, vrijwilligerswerk en burgerinitiatieven dicht bij de bewoners, in hun eigen netwerk. We ondersteunen het onderwijsnetwerk in onze gemeente en er is aandacht voor duidelijke communicatie. Zoveel mogelijk mensen kunnen langer meedoen met de maatschappij, want als je tot op hoge leeftijd mee kunt doen is er ook minder vereenzaming. Bewoners die een handje extra nodig hebben weten waar ze een helpende hand kunnen vinden, door contact in de buurt.

10

Het landelijk gebied is vitaal en het gebruik van het land is in balans met natuurlijke systemen (bodem, water en lucht). Zo kunnen onze boeren aanvullende functies hebben zoals natuurbeheer, een zorgboerderij of recreatie. De cirkels bij de kringloop zijn zo klein als het kan en zo groot als noodzakelijk. Waar mogelijk combineren we de ontwikkelingen binnen duurzame landbouw met andere opgaven zoals klimaat, water, energie en natuur. Ook is er meer aandacht voor streekproducten en de kwaliteit van voedselproductie.

11

De gemeente Boxtel staat bekend als recreatieve bestemming om Het Groene Woud en Van Gogh Nationaal Park te ontdekken. De aantrekkelijke en gastvrije kernen dienen ook als uitvalsbasis voor natuur, cultuur en erfgoed. De gemeente heeft aantrekkelijke, historische en compacte kernen die worden gekenmerkt door gastvrijheid en een divers aanbod van horeca, overnachtingsplekken, cultuur en winkels met lokale producten. De kernen vormen een uitvalsbasis voor bewoners, recreanten en toeristen om het landschap, de steden en de natuur (bijvoorbeeld de Kampina, Het Groene Woud, van Gogh Nationaal Park) in de buurt te ontdekken.

12

De gemeente Boxtel onderscheidt zich door een goed vestigingsklimaat voor duurzame en inclusieve bedrijven. De gemeente biedt voldoende ruimte aan ondernemers die inzetten op de maatschappelijk verantwoord ondernemen, duurzame initiatieven en de circulaire economie. Er zijn binnen de gemeente broedplaatsen voor innovatie op het gebied van de circulaire en/of biobased economie. Doordat de gemeente samenwerkt met de Regio Noordoost Brabant, Noordoost Brabant Werkt, AgriFood Capital, Brainport, het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen, is er voor iedereen passend werk.

13

Er is sprake van een goede kwaliteit van de bodem en het water. De ondergrond (de bodem en watersystemen) speelt een belangrijke rol bij het maken van keuzes voor de inrichting van de leefomgeving. We houden rekening met de effecten van ontwikkelingen op de kwaliteit van de bodem en het watersysteem. Denk hierbij aan het beperken van het gebruik van bestrijdingsmiddelen en het zo min mogelijk verstoren van kwetsbare ondergrond. We stemmen het bovengronds-gebruik beter af op de (on)mogelijkheden die de ondergrond biedt. Er is geen nieuwe ernstige bodemverontreiniging bij gekomen en kansen worden benut om bestaande bodemverontreiniging op te lossen bij nieuwe ontwikkelingen.

BH7677-MI-RP-230704-1429

33

Thema

2.2.3

#

Ambitie

14

Wateroverlast, hittestress en verdroging gaan we zoveel mogelijk tegen met maatregelen. Water krijgt meer ruimte binnen de gemeente. Dat gaat niet alleen over de beekdalen, maar er is bijvoorbeeld ook meer afwisselend en passend groen dat we gebruiken om water op te vangen en langer vast te houden. Er is minder verhard oppervlak. Dat is goed voor de biodiversiteit en het draagt bij aan verkoeling in warme periodes. Ook zijn er bewoners die meehelpen met groenonderhoud in de straat. Door goede voorlichting weten bewoners hoe je om kan gaan met klimaatadaptie en kiezen ze steeds vaker voor groene daken en groene tuinen die regenwater opvangen. Ruimtelijke ontwikkelingen worden standaard klimaatbestendig uitgevoerd.

15

Het hergebruiken van producten, materialen en grondstoffen is de standaard. Zo is er bijvoorbeeld minder restafval per inwoner. Bij de inkoop en uitvoering van bouwprojecten werken we ‘biobased’: een duurzame manier van bouwen waarbij we werken met hernieuwbare grondstoffen en natuurlijke bouwmaterialen (zoals hout, grassoorten of schimmels). Ook gebruiken we minder nieuwe spullen doordat we gebruik maken van lokale kringloop-initiatieven en doordat er steeds meer producten worden gedeeld. Iedereen kan meedoen met de circulaire economie, binnen een eigen woning of via mogelijkheden in de wijk. We helpen inwoners en ondernemers hierbij door goede voorlichting.

16

De gemeente Boxtel is zo snel mogelijk energieneutraal en loopt minstens gelijk op met de regio Noordoost Brabant, het Rijk en de Regionale Energiestrategie (RES) opgave. Bestaande woningen en bedrijfspanden zijn verduurzaamd en gaan van het aardgas af. Daarmee besparen we energie en wordt er grootschalig energie opgewekt. Het duurzame imago van Boxtel is versterkt. Bewoners en ondernemers weten wat ze zelf kunnen doen om duurzamer te wonen of werken en ze weten wat de voordelen hiervan zijn. De gemeente faciliteert initiatieven, zodat deze haalbaar en betaalbaar zijn voor inwoners en ondernemers.

Trends en ontwikkelingen

In Nederland spelen er een aantal trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op de vier thema’s. Op nationaal niveau is er gekeken naar de effecten van de energietransitie, klimaatadaptatie, het landelijk gebied en duurzame verstedelijking. Daarnaast is er per thema gekeken wat de trends en ontwikkelingen zijn binnen de gemeente Boxtel. Aangenaam leven Binnen het thema Aangenaam leven is te zien dat er een middelmatige groei aan inwoners wordt verwacht tot 2035, wat zorgt voor een strijd om ruimte. Ook wordt het verschil met tussen het stedelijk gebied en het buitengebied steeds kleiner. Huishoudens wonen in huizen die niet bij hun inkomen passen en ouderen blijven langer thuis wonen. De drukte op de woningmarkt neemt toe en er is te weinig aanbod voor starters en senioren. Verbindend netwerk Binnen het thema Verbindend netwerk is te zien dat de drukte op de weg toeneemt, maar dat er ruimte voor groei is rond het openbaar vervoer. Er wordt meer thuis gewerkt en manieren van contact veranderen. Er ontstaan grotere verschillen tussen jong en oud en arm en rijk. Inwoners komen steeds vaker zelf met ideeën en hebben een actieve houding. Krachtige economie Binnen het thema Krachtige economie is te zien dat de komst van GreenTech Park Brabant zorgt voor een verandering van het type bedrijven dat aanwezig is in de gemeente.

Er is meer ruimte voor bedrijven die zich bezighouden met circulariteit en/of natuurlijke grondstoffen. Er is een stijging te zien in het aantal arbeidsmigranten. Ook verandert het type werk in de landbouw. 10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

34

Inclusieve duurzaamheid Binnen het thema Inclusieve duurzaamheid is er, naar de landelijke doelstelling om energieneutraal te zijn in 2050, te zien dat de gemeente ernaar streeft zo snel mogelijk energieneutraal te zijn en een duurzame samenleving te bewerkstelligen. Klimaatadaptatie wordt steeds belangrijker en er is een toename in circulaire landbouw en bedrijvigheid en deel-mobiliteit. Er wordt gezocht naar nieuwe manieren voor duurzame energie.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

35

3

Hoe is het OER gemaakt?

3.1

Algemene aanpak

Het OER bij de omgevingsvisie Boxtel geeft inzicht in: 1. De kwaliteiten van de leefomgeving van Boxtel Hoe staat de leefomgeving in Boxtel er op dit moment voor? Dat is beschreven in de ‘foto van de leefomgeving’ en vormt de referentiesituatie van dit OER. De referentiesituatie is zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling (dit is bestaand beleid waarover al besluiten zijn genomen). De ‘foto van de leefomgeving’ is opgenomen in bijlage A1 van dit OER. De huidige situatie laat zien hoe het er op dit moment voor staat in Boxtel. De autonome ontwikkeling is de situatie in 2030 bij ongewijzigd voortzetten van het vastgestelde beleid. Daar waar mogelijk wordt een doorkijk gemaakt naar 2040. Uit de ‘foto van de leefomgeving’ blijkt waar het de leefomgeving nu ‘op orde’ is en waar er nu en bij bestaand, ongewijzigd beleid knelpunten of problemen verwacht worden. Deze knelpunten zijn ook visueel weergeven in een knelpuntenkaart. In hoofdstuk 4 zijn de belangrijkste conclusies uit de ‘foto van de leefomgeving’ beschreven. 2. De gevolgen van het beleid op de leefomgeving Dit laat zien wat de verwachte gevolgen zijn van het nieuwe beleid wat onderdeel uitmaakt van de scenario’s en het (concept) voorkeursalternatief voor de ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Boxtel en in hoeverre dat de autonome trends de kwaliteiten van de leefomgeving beïnvloeden.

Om dit te kunnen beoordelen moet de omgevingsvisie voldoende concrete uitspraken bevatten van nieuw beleid en waar een relatie met de leefomgeving mee gelegd kan worden. 3. Of het beleid bijdraagt aan het halen van de gestelde ambities Dit laat zien in hoeverre verwacht wordt dat het nieuwe beleid bijdraagt aan het halen van de ambities die met de omgevingsvisie nagestreefd worden.

3.2

Proces en aanpak

Onderstaand Figuur 3.1 geeft het proces van dit OER schematisch weer, waarbij ook de interactie met de omgevingsvisie te zien is. In deze paragraaf worden de stappen op hoofdlijnen beschreven. In de overige paragrafen van dit hoofdstuk worden deze stappen uitgebreider beschreven. NRD De NRD beschrijft welke onderscheidende alternatieven in het OER onderzocht gaan worden (‘reikwijdte’). Daarnaast staat er in de NRD welke beoordelingsaspecten onderzocht gaan worden, de manier waarop en met welke diepgang (‘detailniveau’) dat gebeurt. Beoordelingskader In het beoordelingskader zijn beoordelingsaspecten opgenomen die in dit OER beoordeeld zijn. Het vormt daarmee het kader voor de beschrijving van de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen en de effecten van de omgevingsvisie.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

36

Foto van de leefomgeving In de ‘foto van de leefomgeving’ zijn de huidige situatie en autonome ontwikkeling tot 2030 beschreven voor de beoordelingsaspecten zoals opgenomen in het beoordelingskader. Autonome ontwikkelingen zijn trends, ontwikkelingen en vigerend beleid. Het is opgesteld op basis van de best beschikbare actuele informatie, data en toekomst-prognoses. Aanvullend is een doorkijk gemaakt naar 2040. Effectbeoordeling scenario’s en concept-voorkeursalternatief In het OER zijn twee scenario’s voor nieuw beleid onderzocht. Beide scenario’s zijn ingevuld vanuit een bepaalde dominante invalshoek, waarbij beide scenario’s een bepaalde nadruk kennen qua beleidsinvulling. Aan de hand van het beoordelingskader zijn de effecten van de scenario’s in beeld gebracht. Op basis van de resultaten van de effectbeoordeling van de scenario’s, heeft de gemeente Boxtel een concept-voorkeursalternatief opgesteld. Daarbij zijn elementen uit de twee scenario’s samengevoegd tot één alternatief. Deze is vervolgens op effecten beoordeeld. Effectbeoordeling definitief voorkeursalternatief De resultaten van de effectbeoordeling van het concept-voorkeursalternatief heeft de gemeente gebruikt bij het opstellen van een concept-omgevingsvisie. Hierin staat het definitieve voorkeursalternatief voor in de omgevingsvisie op te nemen nieuw beleid.

Dit is één omvattend geheel van strategische, richtinggevende hoofdlijnen voor nieuw omgevingsbeleid. Aan de hand van het beoordelingskader zijn de effecten van het nieuwe beleid in beeld gebracht.

Figuur 3.1: Processchema omgevingsvisie en OER gemeente Boxtel 10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

37

Passende Beoordeling Natura 2000 Omdat op voorhand niet uitgesloten kon worden dat het nieuwe beleid tot significante negatieve effecten in Natura 2000-gebieden leidt, is een Passende Beoordeling opgesteld. Daarin is beoordeeld of het nieuwe beleid tot significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden kan leiden en zo ja, op welke manier die effecten voorkomen kunnen worden (‘mitigerende maatregelen’). Botsproeven en mitigerende maatregelen Met zogenaamde ‘botsproeven’ is beoordeeld in hoeverre het nieuwe beleid consistent is en of ze ruimtelijk gezien naast elkaar kunnen bestaan. Er is beoordeeld of de verschillende beleidsonderdelen elkaar versterken en conflicteren. Voor het concept- en definitieve voorkeursalternatief zijn botsproeven uitgevoerd. Voor leefomgevingsaspecten waar het nieuwe beleid risico’s oplevert op negatieve effecten, en waar er ondanks het nieuwe beleid nog sprake is van een tekortschietend kwaliteitsniveau mogelijkheden voor verdere verbetering gegeven. Dat is gedaan in de vorm van beleidsopties of concrete mitigerende maatregelen. Doelbereik Op basis van de beoordelingsaspecten van het OER die samenhangen met de ambities van de omgevingsvisie, is beoordeeld in hoeverre het nieuwe beleid bijdraagt aan het behalen van die ambities.

Voor de twee scenario’s en het concept-voorkeursalternatief is een doorkijk gegeven naar het doelbereik en het definitieve voorkeursalternatief is beoordeeld op doelbereik. Monitoring Monitoring is een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie volgens de Omgevingswet. Door middel van monitoring worden de effecten van het beleid uit de omgevingsvisie inzichtelijk en wordt de kans geboden om tijdig bij te sturen in de gewenste richting. Monitoring maakt geen onderdeel uit van dit OER, wel is er een aanzet gegeven. In hoofdstuk 13 wordt hier nader op ingegaan als onderdeel van het vervolg op dit OER.

3.3

Het beoordelingskader

De kwaliteiten van de leefomgeving en de effecten van de omgevingsvisie zijn in beeld gebracht aan de hand van het beoordelingskader (zie Tabel 3.1). Het beoordelingskader volgt de brede en integrale benadering uit de Omgevingswet. Dit betekent dat naast de thema’s binnen de fysieke leefomgeving het beoordelingskader ook sociale en economische thema’s bevat. Met een dergelijk breed beoordelingskader kan het OER daadwerkelijk bijdragen aan een goede en brede weging van alle relevante belangen in de omgevingsvisie van de gemeente Boxtel. Het beoordelingskader is het resultaat van een analyse van opgaven in de fysieke leefomgeving en de ambities voor de omgevingsvisie. Bij het opstellen van te beschouwen beoordelingsaspecten is ook in ogenschouw genomen welke gegevens er beschikbaar waren. Het beoordelingskader is gaandeweg binnen de procesaanpak van het OER verder aangescherpt ten opzichte van de NRD, waarbij sommige beoordelingsaspecten zijn opgesplitst of samengenomen.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

38

Tabel 3.1: Beoordelingskader

Hoofdthema

Verbindend netwerk

Krachtige economie

Inclusieve duurzaamheid

Aangenaam leven

Sub-thema

Beoordelingsaspecten

Iedereen kan mee doen

Maatschappelijke deelname

Bereikbaarheid

Fiets- en wandelnetwerk, duurzame en slimme mobiliteit, doorstroming en bereikbaarheid

Openbaar vervoer

Ontsluitingskwaliteit OV

Arbeidsmarkt

Werkgelegenheid en arbeidsmarkt

Vestigingsklimaat

Werklocaties

Kennis en innovatie

Kennis en innovatie*

Toerisme en recreatie

Toerisme en recreatie*

Duurzame landbouw

Duurzame landbouw*

Afval en grondstoffen

Circulariteit*

Energie- en warmtetransitie

Duurzame energieopwekking, duurzame woningen, energiebesparing

Klimaatadaptatie (wateroverlast, hitte en droogte)

Wateroverlast, hitte, droogte

Bodem, water en ondergrond

Bodemkwaliteit*, oppervlaktewater, grondwater*

Natuur

Beschermde natuur (N2000), Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones*, biodiversiteit, groene leefomgeving

Landschap, cultuurhistorie, erfgoed en archeologie

Landschap, cultuurhistorie, erfgoed en archeologie*

Veiligheid

Omgevingsveiligheid, verkeersveiligheid, sociale veiligheid

Milieu

Geurhinder, geluidhinder, luchtkwaliteit

Gezondheid

Beweegvriendelijke leefomgeving

Wonen en voorzieningen

Passend woningaanbod, passend voorzieningenaanbod

* Voor deze aspecten geldt dat deze kwalitatief zijn omschreven, waardoor er geen waardeoordeel in de vorm van een kwaliteitsniveau is toegekend.

3.4

De ‘foto van de leefomgeving’

De ‘foto van de leefomgeving’ beschrijft de staat van de leefomgeving in de gemeente Boxtel. Hierbij wordt de huidige situatie en de autonome ontwikkeling tot 2030 gemeentebreed beschreven, en daar waar mogelijk een doorkijk gegeven naar 2040. De huidige situatie en de autonome ontwikkeling vormen samen de referentiesituatie voor dit OER. De beschrijving van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling is in samengevatte en visuele vorm weergeven in het ‘rad van de leefomgeving’, in de vorm van kwaliteitsniveaus hoe de leefomgeving ervoor staat (zie Figuur 3.3).

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

39

Wijze van beschrijven van de referentiesituatie De huidige situatie en autonome ontwikkeling zijn beschreven en er is een kwaliteitsniveau toegekend. Daarmee is een overzichtelijk beeld ontstaan van waar de leefomgeving gemeentebreed op orde is, waar er problemen en knelpunten optreden en wat de autonome trends daarin zijn. Voor de toekenning van een kwaliteitsniveau aan de beoordelingsaspecten is per beoordelingsaspect een schaallat gedefinieerd. Op basis van deze schaallat is een kwaliteitsniveau toegekend aan de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. Over het algemeen: bij kwaliteitsniveau ‘groen’ is overwegend sprake van een goede kwaliteit, dat wil zeggen: er is geen sprake van overschrijding van wettelijke of beleidsnormen, knelpunten of anderszins. Bij kwaliteitsniveau ‘rood’ is sprake van overwegend slechte kwaliteit, dat wil zeggen: er is sprake van overschrijding van normen of knelpunten. Bij kwaliteitsniveau ‘oranje’ is er sprake van een wisselend beeld ten aanzien van de aanwezigheid van problemen en/of het risico op problemen, de kwaliteit zit dan tussen groen en rood in. Rad van de leefomgeving De resultaten van de beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling worden weergeven in het zogenaamde ‘rad van de leefomgeving’.

Het rad visualiseert hoe de kwaliteit van de leefomgeving er in de gemeente Boxtel voor staat voor alle thema’s en beoordelingsaspecten. In de beoordeling van de beoordelingsaspecten zijn de volgende kwaliteitsniveaus gehanteerd: Gemeentebreed overwegend geen sprake van knelpunten of problemen (‘goed’) Gemeentebreed overwegend wisselend sprake van wel en geen knelpunten/problemen of risico (‘oranje’) Gemeentebreed overwegend sprake van knelpunten/problemen (‘slecht’) In het rad wordt de huidige situatie weergeven door de witte aaneengesloten lijn, de autonome ontwikkeling wordt weergeven door de donkerblauwe stippellijn.

De navolgbaarheid van de ‘foto van de leefomgeving’ Voor het zo objectief, navolgbaar en reproduceerbaar mogelijk toekennen van kwaliteitsniveaus zijn de volgende factoren bepalend: 1. Beschikbare informatie en status daarvan; 2. Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van een groen, oranje en rood kwaliteitsniveau; 3. Waardering van de autonome ontwikkeling. Deze drie factoren worden hieronder verder toegelicht. 1. Beschikbare informatie en status daarvan Er wordt onderscheid gemaakt in drie verschillende vormen van beschikbare informatie: 1. Kwantitatieve informatie: dit betreft cijfermatige informatie, bijvoorbeeld data uit rekenmodellen of meetgegevens. 2. Kwalitatieve informatie: dit betreft niet-cijfermatige informatie, bijvoorbeeld kaartmaterieel met landschapstypen. 3. Expert judgement: in dit geval is er geen kwantitatieve of kwalitatieve informatie beschikbaar en wordt teruggevallen op het oordeel van een expert. Over het algemeen geldt dat kwantitatieve informatie het meest objectief, navolgbaar en reproduceerbaar is, en expert judgement het minst. Kwalitatieve informatie zit er tussenin. Er is daarom gestreefd om de beoordeling zoveel mogelijk op basis van objectieve, kwantitatieve informatie te baseren. Bij beoordelingsaspecten waar dat niet beschikbaar is, is teruggevallen op kwalitatieve informatie. Daar waar 10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

40

ook geen kwalitatieve informatie beschikbaar is, is teruggevallen op expert judgement. In de ‘foto van de leefomgeving’ (zie bijlage A1) is per beoordelingsaspect aangegeven welk type informatie is gebruikt. Bronvermelding De leefomgevingskwaliteiten voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling zijn in beeld gebracht op basis van beschikbare (cijfermatige en kwalitatieve) informatie bij de gemeente Boxtel, de provincie Noord-Brabant, de GGD Hart voor Brabant, Waterschap De Dommel en openbare bronnen. Per thema en beoordelingsaspect is in de navolgende hoofdstukken aangegeven welke bronnen specifiek zijn gebruikt. In de beschouwing van de autonome ontwikkeling zijn de gevolgen van verschillende trends en ontwikkelingen voor de verschillende beoordelingsaspecten meegewogen, zoals technologische ontwikkelingen (zoals in mobiliteit en digitalisering), maatschappelijke ontwikkelingen (zoals ontwikkeling van de economie en het aantal huishoudens) en andere autonome trends die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beïnvloeden (zoals klimaatverandering). Ook is meegewogen wat de verwachte invloed is als het bestaande beleid wordt voortgezet. Waar mogelijk worden belangrijke onzekerheden expliciet benoemd (denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van schone, emissieloze voertuigtechnologie).

2. Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van een groen, oranje en rood kwaliteitsniveau Onder referentiewaarde wordt hier verstaan een waarde waaraan een kwaliteitsniveau wordt gerelateerd. Hierbij is onderscheid gemaakt in: 1. Wettelijke normen; 2. Vastgestelde beleidsnormen of -doelstellingen 3. Advieswaarden van instituten (bijvoorbeeld GGD, RIVM, WHO); 4. Vraag versus aanbod (vanuit maatschappij, markt); 5. Benchmark ten opzichte van gemeentelijke doelstellingen/ambities; 6. Benchmark ten opzichte van landelijk gemiddelde, tijdreeksen (ontwikkelingen van de indicator over de afgelopen tijd) en geografische vergelijkingen (cijfers en trends van vergelijkbare gemeenten of de provincie Brabant); 7. Expert judgement. Bovenstaande opsomming moet als rangorde gezien worden qua objectiviteit, navolgbaarheid en reproduceerbaarheid. Per beoordelingsaspect is het afgelopen als een ladder, te beginnen bij 1 en eindigen bij 7. Daar waar er wettelijke normen beschikbaar zijn, zijn die gehanteerd. Bij afwezigheid van wettelijke normen is teruggevallen op vastgestelde beleidsnormen en zo verder. Daar waar geen enkele andere referentie beschikbaar is om een kwaliteitsniveau aan te relateren, is teruggevallen op expert judgement. In de hoofdstukken met de resultaten van de beoordeling zijn telkens aan het begin de gehanteerde informatie en referentiewaarde gedefinieerd.

Voorbeeld schaallat kwaliteitsniveau: luchtkwaliteit Binnen het thema ‘aangenaam leven’ en sub-thema ‘milieu’ is één van de beoordelingsaspecten ‘luchtkwaliteit’. Het beoordelingscriterium daarbij is de concentratie van en blootstelling aan fijnstof (PM10, PM2,5) en stikstofdioxide (NO2). Beschikbare informatie: kwantitatief, concentratiekaarten op basis van modelberekeningen. Referentiewaarde: wettelijke normen (grenswaarden Wet milieubeheer) en gezondheidskundige advieswaarden (WHO). Hiermee is voor dit aspect kwantitatieve informatie beschikbaar en wettelijke normen en gezondheidskundige advieswaarden als referentiewaarden voor de definitie van kwaliteitsniveaus. Op basis hiervan is de onderstaande schaallat voor kwaliteitsniveaus toegekend.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

41

Tabel 3.2: Voorbeeld schaallat kwaliteitsniveau: luchtkwaliteit

Kwaliteitsniveau

Luchtkwaliteit

Groen

Wettelijke grenswaarden worden overal behaald en WHO-advieswaarden worden (zo goed als) overal behaald.

Oranje

Wettelijke grenswaarden worden overal of bijna overal behaald, WHO-advieswaarden worden niet gehaald.

Rood

Op meerdere locaties worden wettelijke grenswaarden overschreden.

Op basis van de beschikbare kwantitatieve informatie en de gedefinieerde schaallat is het kwaliteitsniveau toegekend voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. Het toegekende kwaliteitsniveau is een gemeentebreed beeld, daar waar er specifieke relevante afwijkingen zijn van het gemeente brede beeld wordt dat in de onderbouwende beschrijving benoemd. De toegekende kwaliteitsniveaus zijn voor alle beoordelingsaspecten in het ‘rad van de leefomgeving’ toegekend, zoals in Figuur 3.2 weergegeven.

Figuur 3.2: Algemene schaallat van de beoordelingsaspecten zoals visueel weergegeven in een uitsnede van het Rad van de leefomgeving

3. Waardering autonome ontwikkeling Bij de beschouwing van beoordelingsaspecten is een waardering gegeven aan de autonome ontwikkeling, op basis van een kwalitatieve inschatting van ontwikkelingen die optreden als gevolg van: • De mate waarin autonome trends en ontwikkelingen leiden tot een vooruitgang of achteruitgang van de huidige situatie, zoals demografische veranderingen, klimaatveranderingen en veranderingen in de woningmarkt. • De mate waarin voortzetting van bestaand (gemeentelijk) beleid leidt tot een vooruitgang of achteruitgang. • De mate waarin besluiten over plannen, programma’s en projecten die worden geïnitieerd door andere partijen zoals Rijkswaterstaat, het Waterschap Aa en Maas en andere overheden leidt tot een vooruitgang of achteruitgang. Toekomstjaar autonome ontwikkeling De omgevingsvisie Boxtel is gericht op 2040. Omdat de meeste beschikbare informatie over autonome trends of prognoses voor leefomgevingsaspecten niet verder gaan dan 2030 of omdat de onzekerheidsmarge na 2030 groot wordt, is in het OER 2030 in beginsel als toekomstjaar gehanteerd. Aanvullend is een doorkijk gegeven richting 2040.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

42

Figuur 3.3: Rad van de leefomgeving gemeente Boxtel (zonder invulling)

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

43

3.5

De effectbeoordeling

Het OER toetst het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie op effecten, dit heet de effectbeoordeling. De gemeente Boxtel heeft ervoor gekozen eerst twee scenario’s voor nieuw beleid op te stellen om ‘de hoeken van het speelveld’ te ontdekken. Deze scenario’s zijn ook op effecten beoordeeld. De beoordeling van effecten van deze scenario’s geeft inzicht in de consequenties van (beleids)keuzes en helpt om het beleid in de omgevingsvisie verder aan te scherpen. Op basis van de twee scenario’s is vervolgens een conceptvoorkeursalternatief gedefinieerd. De effectbeoordeling van de scenario’s en het conceptvoorkeursalternatief is gedaan in tussentijdse notities. De resultaten hiervan zijn te lezen in hoofdstuk 5 en 6. De beoordelingsmethodiek Voor de beoordeling van het nieuwe beleid geldt dat er enkel beleidsuitspraken beoordeeld worden die nieuw en concreet genoeg zijn en dat er zicht is op de uitvoering. Dit beleid moet echter nog wel verder geconcretiseerd worden in vervolgplannen, -programma’s en -besluiten. In dit stadium kunnen effecten van het nieuwe beleid nog niet kwantitatief beschouwd worden, dus er is gekozen voor een kwalitatieve beschouwing. De effecten zijn beschreven in kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Deze effecten hoeven niet daadwerkelijk op te treden, maar ze geven wel een indicatie van de mogelijke gevolgen van het nieuwe beleid.

Deze informatie voorziet de makers van de omgevingsvisie van input over hun nieuwe beleid. Doordat de gemeente Boxtel heeft gekozen voor scenario’s en een conceptvoorkeursalternatief voordat er een voorkeursalternatief is, kan de gemeente tijdig bijsturen en mogelijke negatieve effecten mitigeren. Of het effect daadwerkelijk optreedt, is onder meer afhankelijk van de precieze beleidsinvulling en concretisering van het beleid in bijvoorbeeld een omgevingsplan of omgevingsprogramma. Scoping van de beoordelingsaspecten Het nieuwe (voorgenomen) beleid bestaat uit meerdere beleidsuitspraken die over bepaalde thema’s gaan. Voorbeelden van thema’s zijn natuur, mobiliteit en duurzame energie. Voorafgaand aan de effectbeoordeling is er op basis van expert judgement bepaald met welke beoordelingsaspecten uit de ‘foto van de leefomgeving’ de beleidsuitspraak raakvlakken heeft, dit heet scoping. Het kan zijn dat een beoordelingsaspect gerelateerd is aan meerdere onderwerpen. In bijlage A2 een tabel opgenomen die de relatie laat zien tussen de thema’s van het nieuwe beleid en de beoordelingsaspecten. Alle aspecten uit de foto van de leefomgeving zijn gerelateerd aan tenminste één beleidsuitspraak. Tabel 3.3: Gehanteerde scoringstabel bij effectbeoordeling

Score

Definitie

++

Zeer grote kans op een positief effect

+

Kans op een positief effect

-

Risico op een negatief effect

--

Zeer groot risico op negatief effect

0

Nagenoeg geen effect

n.v.t.

Geen raakvlak tussen beleidsuitspraak en beoordelingsaspect

10 januari 2024

De beoordeling Elke beleidsuitspraak is vervolgens enkel op deze beoordelingsaspecten beoordeeld in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Het kan ook zijn dat er wel een relatie is maar dat er nagenoeg geen effect te verwachten is. In enkele gevallen is er sprake van zowel kansen als risico’s. In deze gevallen is per saldo op basis van expert judgement een afweging gemaakt of er sprake is van overwegend kansen of risico’s. Voor de beoordeling is een vijfpuntschaal gehanteerd, deze is weergeven in Tabel 3.3.

BH7677-MI-RP-230704-1429

44

De effecten in het ‘rad van de leefomgeving’ De kansen op positieve effecten en de risico’s op negatieve effecten zijn geprojecteerd in het rad van de leefomgeving. Dit geeft, per beoordelingsaspect, inzicht in de ontwikkeling van het nieuwe beleid ten opzichte van de referentiesituatie. Op basis van deze informatie is in één oogopslag zichtbaar of de omgevingsvisie leidt tot een relatieve kwaliteitsverbetering of -verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie. Het gaat om een inschatting van het nieuwe kwaliteitsniveau op basis van de relatieve ontwikkeling. De nadruk ligt hierbij op de verbeteringen en verslechteringen ten opzichte van de referentiesituatie in plaats van op de nieuwe kwaliteitsniveaus. Door de resultaten van de effectbeoordeling van de scenario’s en het concept-voorkeursalternatief in het rad van de leefomgeving te projecteren, is ook zichtbaar op welke beoordelingsaspecten aanvullende maatregelen genomen moeten worden om de leefomgeving verder te verbeteren. De effectbeoordeling van de scenario’s en concept-voorkeursalternatief ten opzichte van de referentiesituatie is in de tussentijdse notities bijgevoegd (zie bijlagen A3 en A4). De daar benoemde kansen en risico’s zijn bij elkaar opgeteld. Daaruit is afgeleid of er overwegend sprake is van meer kansen op positieve effecten of risico’s op negatieve effecten.

In hoeverre er sprake is van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten is benoemd in de tussentijdse notities en samengevat in dit OER.

3.6

De botsproeven

De omgevingsvisie Boxtel schetst een samenhangend en integraal beeld van de leefomgeving van de gemeente Boxtel, de opgaven die er liggen, de ambities die de gemeente wil behalen en het nieuwe beleid dat helpt de ambities te halen. Omdat het om een samenhangend, integraal beeld gaat, is het van belang dat het voorgenomen beleid voldoende consistent is en niet conflicteert. Hierbij is het van belang dat dat de ene uitspraak voor nieuw beleid geen afbreuk doet aan een andere uitspraak, maar dat uitspraken elkaar juist versterken. Want alleen dan kun je spreken van integraal beleid dat in samenhang bijdraagt aan het verbeteren van leefomgevingskwaliteiten en het behalen van ambities. In dit OER zijn zogenaamde ‘botsproeven’ uitgevoerd, waarbij de onderlinge samenhang tussen beleidsuitspraken is beschouwd. De beleidsuitspraken zijn, op systematische wijze, onderling met elkaar geconfronteerd en beoordeeld op potentiële onderlinge versterking en strijdigheid. In Tabel 3.4 is de score weergeven die bij de systematische beoordeling gehanteerd is. Tabel 3.4: Gehanteerde scoringstabel bij botsproeven

Score

Definitie

+

Kans op synergie/versterking

0

Nagenoeg geen effect

-

Risico op tegenstrijdigheid

+/-

Zowel sprake van synergie als tegenstrijdigheid

n.v.t.

Geen raakvlak tussen beleidsuitspraken

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

45

3.7

Het doelbereik

Draagt het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie bij aan het halen van de gestelde ambities? Dat is de vraag die centraal staat in het doelbereik. In het OER is beoordeeld in hoeverre de ambities zoals deze geformuleerd zijn, haalbaar zijn in 2040 en in welke mate de beleidsuitspraken uit het voorkeursalternatief bijdragen. Om tijdig te kunnen bijsturen is ervoor gekozen ook een doorkijk naar het doelbereik te geven op basis van de effectbeoordeling van het concept-voorkeursalternatief. Op die manier is de gemeente Boxtel in de gelegenheid gesteld om het beleid, waar nodig, aan te passen om de ambities te halen.

3.8

De Passende Beoordeling

De gemeente Boxtel legt in haar omgevingsvisie het ruimtelijk beleid vast. In het OER wordt bepaald of dit beleid uitvoerbaar is. In dat kader is in het OER met behulp van een voortoets bepaald of een Passende Beoordeling uitgevoerd moet worden. De Wet natuurbescherming schrijft namelijk voor dat wanneer een activiteit of plan significant negatieve effecten kan hebben op een Natura 2000-gebied een Passende Beoordeling moet worden opgesteld. Bij deze beoordeling wordt niet alleen gekeken naar de gevolgen van de activiteit zelf, maar ook naar de gevolgen die de activiteit in combinatie met andere activiteiten of plannen heeft. Het nieuwe plan kan alleen worden vastgesteld, wanneer op grond van de Passende Beoordeling is vastgesteld dat de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied niet zullen worden aangetast. De Passende Beoordeling is de wettelijke plantoets die hoort bij kaderstellende plannen waarvan een significant negatief effect op een Natura 2000-gebied op voorhand niet uitgesloten kan worden. Het doel van de Passende Beoordeling is: • Het in beeld brengen van de risico’s op significant negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-netwerk als gevolg van het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie. • Beschrijven van mitigerende maatregelen en/of beleidsaanpassingen die nodig zijn om significante effecten te voorkomen.

Het gaat hier met name om aanbevelingen voor de uitwerking van de uitvoeringsbesluiten. • Waar relevant: kansen op positieve effecten. Het detailniveau van de Passende Beoordeling sluit aan bij het detailniveau van de omgevingsvisie en het definitief voorkeursalternatief. In de Passende Beoordeling is bepaald welke factoren een knelpunt zijn bij het behalen van de doelen van de gebieden binnen de verschillende Natura 2000-landschappen. Dit geeft handvatten om een risico-inschatting te maken van de nieuwe beleidsuitspraken. Wanneer bijvoorbeeld verstoring een belangrijk knelpunt binnen een Natura 2000-landschap is, dan is er eerder sprake van een risico op een negatief effect bij beleid dat leidt tot een toename van verstoring. Wanneer van het nieuwe beleid de locatie bekend is, kan nauwkeuriger worden aangegeven welke Natura 2000-gebieden beïnvloed kunnen worden. Aan de hand van deze informatie dient de Passende Beoordeling aannemelijk te maken dat aantasting van natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden is uit te sluiten en dat het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie uitvoerbaar is. De Passende Beoordeling sluit aan op de beoordeling die in het OER is gemaakt.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

46

4

Wat staat er in de ‘foto van de leefomgeving’?

4.1

Algemeen beeld

De staat van de fysieke leefomgeving van Boxtel is samengevat weergegeven in het ‘rad van de leefomgeving’ (zie Figuur 4.1). De witte lijn geeft de huidige situatie weer, de witte stippellijn de autonome ontwikkeling in 2030. Het verschil tussen de autonome ontwikkeling en de huidige situatie geeft weer in hoeverre er sprake is van een negatieve of positieve autonome trend voor de verschillende beoordelingsaspecten. De positie van de lijnen in het Rad (de witte doorgetrokken lijn en de witte stippellijn) is per indicator bepaald aan de hand van de definitie en de gehanteerde schaallat voor de waardering van de huidige en autonome situatie. Dit wordt beschreven per indicator in de ‘foto van de leefomgeving’ in bijlage A1. Huidige situatie: wisselend kwaliteitsbeeld De huidige staat van de fysieke leefomgeving in Boxtel laat een wisselend beeld zien. Vooral voor de aspecten maatschappelijke deelname, duurzame woningen en verkeersveiligheid staat de fysieke leefomgeving er op dit moment over het algemeen goed voor (‘groen’). Leefomgevingsaspecten met een laag kwaliteitsniveau (‘rood’) zijn fiets- en wandelnetwerk, duurzame en slimme mobiliteit, duurzame energieopwekking, broeikasgassen, wateroverlast, beschermde natuur (Natura 2000), omgevingsveiligheid en geluidhinder.

Autonome ontwikkeling 2030: negatieve en positieve trends De autonome ontwikkeling in Boxtel laat wisselende trends zien in de kwaliteit van de leefomgeving. Bij fiets- en wandelnetwerk, duurzame en slimme mobiliteit en omgevingsveiligheid is ook in 2030 nog sprake van een tekortschietend kwaliteitsniveau, naar verwachting op hetzelfde niveau als in of verslechterend ten opzichte van de huidige situatie (kwaliteitsniveau ‘rood’). Voor de aspecten duurzame energieopwekking, broeikasgassen en geluidhinder zijn positieve autonome trends te verwachten, maar niet voldoende om ‘uit het rood’ te komen. Vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij bovengenoemde aspecten belangrijke opgaven voor de omgevingsvisie. De locaties van deze knelpunten zijn verder toegelicht in paragraaf 4.2. De aspecten werkgelegenheid en arbeidsmarkt, hitte, beweegvriendelijke leefomgeving, passend woningaanbod en passend voorzieningenaanbod zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’ maar laten autonoom een verslechterende trend zien. Ook voor deze aspecten liggen belangrijke opgaven voor de omgevingsvisie. Deze aspecten zijn dan ook verder toegelicht in paragraaf 4.2.

Daarentegen zijn de aspecten wateroverlast en beschermde natuur (Natura 2000) in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘rood’, maar is de verwachting dat deze autonoom verbeteren naar kwaliteitsniveau ‘oranje’. De aspecten ontsluitingskwaliteit OV, droogte, oppervlaktewater, biodiversiteit, groene leefomgeving, sociale veiligheid en geurhinder zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, maar laten autonoom geen verandering zien. De aspecten doorstroming en bereikbaarheid en luchtkwaliteit zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en laten autonoom een verbetering binnen ‘oranje’ zien. Het aspect werklocaties laat autonoom een verbetering van ‘oranje’ naar ‘groen’ zien. De aspecten maatschappelijke deelname, duurzame woningen en verkeersveiligheid zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘groen’ en blijven autonoom gelijk of laten een verbetering binnen ‘groen’ zien.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

47

Figuur 4.1: Rad van de leefomgeving gemeente Boxtel

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

48

4.2

Belangrijke aandachtspunten

De beoordelingsaspecten die in de huidige situatie en autonome ontwikkeling beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en ‘oranje met verslechterende trend’ zijn aangemerkt als knelpunt en aandachtspunt. Vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij deze aspecten belangrijke opgaven voor de omgevingsvisie. De aspecten waar het om gaat en het specifieke aandachtspunt zijn hieronder omschreven. Figuur 4.2 geeft een deel van deze aspecten visueel weer in een knelpuntenkaart. Voor sommige aspecten geldt dat deze niet ruimtelijk-specifiek te maken zijn, doordat er geen locatiespecifieke informatie is of omdat het een gemeentebreed aspect is (bijv. broeikasgassen). In deze paragraaf is per beoordelingsaspect aangegeven of dat hiervoor geldt of niet.

Figuur 4.2: Knelpuntenkaart gemeente Boxtel

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

49

Knelpunten Knelpunten zijn de aspecten die in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en autonoom in het ‘rood’ blijven Fiets- en wandelnetwerk In het fietsnetwerk in de gemeente ontbreken op dit moment verbindende schakels. Deze zijn in de kaart aangegeven. Daarnaast ervaren gebruikers de kwaliteit van fietspaden slechter dan landelijk gemiddeld. Dit is niet ruimtelijk-specifiek te maken en is daarom niet in op de kaart weergeven. Duurzame en slimme mobiliteit Het aantal deelauto’s en elektrische auto’s blijft in de gemeente Boxtel achter op het gemiddelde in de provincie Noord-Brabant. Dit aspect is een gemeentebreed aspect en is niet ruimtelijk- specifiek te maken. Duurzame energieopwekking Het percentage duurzaam opgewekte energie ligt lager dan het landelijk gemiddelde en voldoet nog niet aan de doelstelling vanuit de EU. Dit aspect is een gemeentebreed aspect en is niet ruimtelijk- specifiek te maken. Broeikasgassen De gemeente Boxtel voldoet nog niet aan de gestelde reductiedoelen uit de Klimaatwet. Het aspect broeikasgassen is een gemeentebreed aspect en daardoor niet ruimtelijk-specifiek te maken. Geluidhinder De aanwezigheid van het spoor en de A2 zijn een bron van geluid. Daarnaast zijn er ook provinciale en lokale wegen in Boxtel waar rondom geluidhinder kan worden ervaren. Deze locaties zijn aangegeven op de kaart.

Aandachtspunten Aandachtspunten zijn de aspecten die in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en autonoom verbeteren naar ‘oranje’ of in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en autonoom verslechteren binnen ‘oranje’ of naar ‘rood’. Werkgelegenheid en arbeidsmarkt Het aantal banen in Boxtel ligt lager dan het gemiddelde in de provincie Noord-Brabant. Het aspect werkgelegenheid en arbeidsmarkt is een gemeentebreed aspect en daardoor niet ruimtelijk-specifiek te maken. Wateroverlast Met name in de bebouwde kom van de kernen in de gemeente Boxtel zijn er tijdens extreme regenbuien locaties waar sprake is of kan zijn van wateroverlast. Dit hangt samen met het percentage verhard oppervlak in de bebouwde kom. Deze locaties zijn aangegeven op de kaart. Hitte Hittestress wordt veroorzaakt door een groot percentage verhard oppervlakte. In gebieden waar kwetsbare functies aanwezig zijn (zoals verzorgingstehuizen) kan dit een groot probleem vormen. De aandachtsgebieden voor hittestress zijn weergeven in Figuur 4.2. Beschermde natuur (Natura 2000) Natura 2000-gebieden in de omgeving van de gemeente Boxtel voldoen op dit moment nog niet aan de gewenste staat van instandhouding. Daarnaast zijn deze gevoelig voor stikstofuitstoot. In de kaart is het

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

50

Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen opgenomen omdat dit gebied binnen de gemeentegrens van Boxtel ligt. Omgevingsveiligheid In de gemeente Boxtel ligt een groot aantal (beperkt) kwetsbare gebouwen binnen de aandachtsgebieden voor brand en explosie van verschillende risicobronnen ligt. Daarnaast ligt er een beperkt kwetsbaar gebouw binnen de PR10-6 per jaar contour van Vion Boxtel B.V.. Deze locaties zijn aangegeven op de kaart. Beweegvriendelijke leefomgeving De gemeente Boxtel blijft met name achter op het landelijk gemiddelde qua speelplekken en recreatief groen-blauw. Dit aspect is een gemeentebreed aspect en is niet ruimtelijk- specifiek te maken. Passend voorzieningenaanbod In de gemeente Boxtel is de gemiddelde afstand naar bepaalde voorzieningen groter dan gemiddeld genomen in de provincie Noord-Brabant. Het gaat met name om horecavoorzieningen en winkels, culturele voorzieningen en voorzieningen voor gezondheid en welzijn. Dit aspect is een gemeentebreed aspect en is niet ruimtelijk- specifiek te maken. Naast bovenstaande aandachtspunten geldt dat de aspecten ontsluitingskwaliteit OV, droogte, oppervlaktewater, biodiversiteit, groene leefomgeving, sociale veiligheid en geurhinder in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en autonoom geen verbetering of verslechtering laten zien. Ook hier ligt een opgave voor de omgevingsvisie.

Deze aspecten zijn niet in bovenstaand Figuur 4.2 weergeven.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

51

5

Welke scenario’s zijn er onderzocht en wat zijn de gevolgen daarvan?

De gemeente Boxtel heeft ervoor gekozen om twee scenario’s voor nieuw beleid op te stellen om ‘de hoeken van het speelveld’ te ontdekken. Deze scenario’s zijn op effecten beoordeeld. De resultaten hiervan zijn opgenomen in een aparte notitie (zie bijlage A3). In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste punten uit deze notitie overgenomen.

5.1

Totstandkoming van de scenario’s

De twee scenario’s zijn tot stand gekomen door een uitgebreid participatieproces georganiseerd door de gemeente Boxtel. Er zijn twee scenario’s opgesteld die de spreekwoordelijke ‘hoeken van het speelveld’ bevatten. Het nieuwe beleid uit de scenario’s is uiteengezet in verschillende thema’s, zoals wonen, natuur en mobiliteit. Dit zijn de beleidsuitspraken, per thema is er één beleidsuitspraak. In Tabel 5.1 zijn deze beleidsuitspraken kort samengevat. In bijlage A3 is een uitgebreide beschrijving van beide scenario’s opgenomen. Beide scenario’s zijn ook ruimtelijk gevisualiseerd in een kaart. In Figuur 5.1 is scenario 1 te zien en in Figuur 5.2 is scenario 2 te zien. Tabel 5.1: Samenvatting van de beleidsuitspraken van scenario 1 en scenario 2

Thema

Scenario 1

Scenario 2

Naoorlogse buurten worden geherstructureerd. Het uitgangspunt is autonome groei van woningen, waarbij aandacht is voor toevoeging van groen en water(berging).

Inbreiding en uitbreiding met maximaal 3.000 nieuwe woningen. De locaties ten noordoosten en ten zuiden van Boxtel komen in aanmerking voor grootschalige uitbreiding. Meer kleinschalige uitbreiding bij Liempde, Esch en Lennisheuvel.

Behoud en optimalisatie van bestaande voorzieningen in elke buurt.

Behoud van bestaande voorzieningen en toevoeging van nieuwe voorzieningen in nieuwe woonwijken.

De natuurgebieden worden beter met elkaar verbonden (robuuste ring) met versterking van bestaande natuur en eventueel toevoeging van nieuwe natuur.

Behoud van huidig groen en toevoeging van nieuw groen in lijn met autonoom beleid.

De fietsnetwerken in de dorpen worden aangepast en uitgebreid. Het treinstation wordt doorontwikkeld tot een duurzame mobiliteitshub.

Het treinstation wordt doorontwikkeld tot een duurzame mobiliteitshub. Daarnaast komen er op verschillende plekken nieuwe ontsluitingswegen om nieuwe woon- en werklocaties beter bereikbaar te maken.

Transitie landelijk gebied

Omschakeling van intensieve landbouw naar natuurinclusieve landbouw. Boeren die willen stoppen krijgen ruimte voor omschakeling naar recreatie en duurzame energieopwekking.

Het landelijk gebied wordt een uitloopgebied waar ontwikkeling van natuur en recreatie samenkomen. Er is ruimte voor duurzamere vormen van landbouw.

Toerisme

Versterking van recreatieve activiteiten in de natuur. Er is ruimte voor kleinschalige overnachtingsmogelijkheden.

Aantrekken van toeristen uit de regio door het versterken van bestaande trekpleisters.

Verduurzamen en vergoenen van bestaande bedrijventerreinen. Er komt geen uitbreiding van bedrijvigheid.

Er is een jaarlijkse toename van 2 ha bedrijventerrein per jaar. Bij Ladonk is ruimte voor inbreiding. Bij de A2 is ruimte voor een nieuw bedrijventerrein.

Wonen

Voorzieningen

Natuur

Mobiliteit

Bedrijventerreinen

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

52

Thema

Duurzame energie

Scenario 1

Scenario 2

Maximale inzet zon op dak en waar nodig zon op land in combinatie met natuur en/of recreatie.

Maximale inzet zon op dak en waar nodig zon op land in combinatie met natuur en/of recreatie. Daarnaast zijn er drie zoekgebieden voor windenergie.

Figuur 5.1 is een weergave van het beleid uit scenario 1.

Figuur 5.1: Visualisatie van het beleid uit scenario 1

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

53

Figuur 5.2 is een weergave van het beleid uit scenario 2.

Figuur 5.2: Visualisatie van het beleid uit scenario 2

5.2

Belangrijkste effecten

In bovenstaande paragraaf zijn de beleidsuitspraken kort toegelicht. Deze zijn beoordeeld op omgevingseffecten. In Figuur 5.3 is het rad van de leefomgeving te zien. De witte stippenlijn laat zien hoe elk beoordelingsaspect uit de foto van de leefomgeving zich autonoom ontwikkelt. Daarnaast is weergegeven hoe de scenario’s zich ontwikkelen ten opzichte van deze referentiesituatie, dus of er overwegend kansen of risico’s voorzien zijn. Zo is ook goed te zien hoe de scenario’s scoren ten opzichte van elkaar. Onder de figuur zijn de grootste verschillende tussen de twee scenario’s kort toegelicht.

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

54

Figuur 5.3: Rad van de Leefomgeving gemeente Boxtel voor de scenario’s

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

55

Overall biedt scenario 1 meer kansen dan scenario 2. Daarnaast zijn er bij scenario 2 veel meer risico’s voorzien. Dit hangt samen met een aantal factoren. Hieronder zijn de belangrijkste verschillen en overeenkomsten, die van invloed zijn op de omgevingseffecten, toegelicht. Bij scenario 2 zijn veel meer risico’s voorzien, omdat ingezet wordt op een forse toename van nieuwe woningen en uitbreiding van bedrijvigheid, met daarbij de toevoeging van nodige voorzieningen en nieuwe ontsluitingswegen. Groei gaat gepaard met gevolgen. Daar tegenover wordt in scenario 1 ingezet op een autonome toevoeging van woningen en geen uitbreiding van voorzieningen en bedrijvigheid. Dit scenario richt zich op behoud en relatief weinig ontwikkeling. Hierdoor zijn bij scenario 2 veel risico’s voorzien voor klimaatadaptatie, natuur en milieu die zich in scenario 1 amper voordoen. Daarnaast zet scenario 1 in op verduurzaming en vergroenen van woongebieden en bedrijventerreinen. Er wordt ook nieuwe natuur toegevoegd in de vorm van verbindingszones. Dit biedt veel kansen voor natuur, terwijl bij scenario 2 enkel het behoud van bestaande natuur centraal staat. Scenario 1 focust op nieuwe fiets- en wandelverbindingen voor eigen bewoners, terwijl scenario 2 inzet op het aantrekken van toerisme van buitenaf waardoor de druk op Boxtel kan toenemen.

Beide scenario’s zetten in op zonneparken in combinatie met natuur, waarbij scenario 2 ook een toevoeging van windenergie beslaat. Dit kan risico’s vormen voor natuur en geluidhinder.

5.3

Kwalitatieve aspecten

Onderstaande beoordelingsaspecten zijn in de ‘foto van de leefomgeving’ kwalitatief ingevuld. Voor deze beoordelingsaspecten was onvoldoende specifieke gemeentelijke informatie beschikbaar of kon niet gesteld worden in hoeverre de referentiesituatie er goed of slecht voor staat. Aan deze thema’s is daarom geen kwaliteitsniveau toegekend in de ‘foto van de leefomgeving’. In de effectbeoordeling van de scenario’s zijn deze kwalitatieve aspecten wel beoordeeld op kansen op positieve effecten of risico’s op negatieve effecten. Hieronder is per scenario voor de kwalitatieve aspecten schematisch weergegeven of er sprake is van overwegend kansen (groen pijltje omhoog ) of overwegend risico’s (rood pijltje omlaag ). Nul (0) betekent dat er geen effecten zijn en twee pijltjes betekent dat dit scenario net wat beter/slechter scoort (meer kansen of risico’s) ten opzichte van het andere scenario. Wat opvalt uit onderstaande Tabel 5.2 is dat bij scenario 1 sprake is van overwegend kansen bij alle kwalitatieve aspecten. Bij scenario 2 is er ook sprake van minder kansen en overwegend risico’s op twee kwalitatieve aspecten. In de scenariobeoordeling (bijlage A3) zijn de kansen en risico’s tekstueel toegelicht. Tabel 5.2: Overwegend kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten bij de kwalitatieve aspecten

Kwalitatieve aspecten Kennis en innovatie

Scenario 1

Scenario 2

0

Toerisme en recreatie Duurzame landbouw Afval en grondstoffen

0

0

Bodemkwaliteit Grondwater Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones Landschap, cultuurhistorie en archeologie

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

56

5.4

Ontwikkeling knel- en aandachtspunten ten opzichte van de referentiesituatie

In de ‘foto van de leefomgeving’ is aan de beoordelingsaspecten een kwaliteitsniveau toegekend: groen, oranje of rood. De beoordelingsaspecten die in de huidige situatie en autonome ontwikkeling beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en ‘oranje met verslechterende trend’ zijn aangemerkt als respectievelijk knelpunt en aandachtspunt. Vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij deze aspecten belangrijke opgaven voor de omgevingsvisie. In onderstaande tabellen is weergegeven hoe deze knelpunten zich ontwikkelen per scenario. De tabel geeft weer of er sprake is van overwegend kansen (groen pijltje omhoog ) of overwegend risico’s (rood pijltje omlaag ) voor de bestaande knelpunten. Nul (0) betekent dat er geen effecten zijn en twee pijltjes betekent dat dit scenario net wat beter/slechter scoort (meer kansen of risico’s) ten opzichte van het andere scenario. Bestaande knelpunten In de ‘foto van de leefomgeving’ zijn de volgende aspecten aangemerkt als knelpunt: fiets- en wandelnetwerk, duurzame en slimme mobiliteit, duurzame energieopwekking, broeikasgassen en geluidhinder. Uit Tabel 5.3 blijkt dat bij het merendeel van de knelpunten sprake is van overwegend kansen. Het is onzeker in hoeverre de kansen leiden tot een opheffing van het knelpunt.

Bij scenario 1 is de kans groot dat het knelpunt voor fiets- en wandelnetwerk verholpen wordt, omdat er meerdere nieuwe fietsverbindingen toegevoegd worden. Dit is niet het geval in scenario 2. Voor de andere knelpunten bestaan ook kansen, maar het is nog onzeker in hoeverre dit kan leiden tot opheffing van het knelpunt. Dit komt omdat de beleidsuitspraken inzetten op verbetering, maar het niet concreet genoeg is om met zekerheid te zeggen dat het knelpunt wordt opgelost. Het gaat dan om de beoordelingsaspecten duurzame en slimme mobiliteit (S1 en S2), duurzame energieopwekking (S1 en S2) en broeikasgassen (S1). Scenario 2 laat meer risico’s zien voor broeikasgassen, waardoor het knelpunt blijft bestaan. Voor geluidhinder geldt dat er in scenario 1 geen kansen of risico’s zijn en in scenario 2 is er meer risico’s zijn dan kansen, waardoor het knelpunt blijft bestaan. Tabel 5.3: Ontwikkeling van de bestaande knelpunten uit de referentiesituatie per scenario

Knelpunten

Referentiesituatie

Fiets- en wandelnetwerk

=

Duurzame en slimme mobiliteit

=

Scenario 1

Scenario 2 0

Duurzame energieopwekking Broeikasgassen Geluidhinder

0

Bestaande aandachtspunten Naast bestaande knelpunten zijn de volgende aspecten aangemerkt als aandachtspunt: werkgelegenheid en arbeidsmarkt, wateroverlast, hitte, beschermde natuur (Natura 2000), omgevingsveiligheid, beweegvriendelijke leefomgeving, passend woningaanbod en passend voorzieningenaanbod. In Tabel 5.4 is te zien dat binnen scenario 1 sprake is van (overwegend) kansen bij de meeste aspecten. Bij al deze aspecten (met een groen pijltje omhoog) wordt het aandachtspunt mogelijk verholpen. Uitzondering hierop vormt passend woningaanbod, hiervoor zijn er enkel risico’s. De aandachtspunten voor

10 januari 2024

BH7677-MI-RP-230704-1429

57

werkgelegenheid en arbeidsmarkt, omgevingsveiligheid en passend woningaanbod blijven bestaan, waarbij passend woningaanbod mogelijk een nieuw knelpunt vormt. In scenario 2 is sprake van (overwegend) risico’s voor wateroverlast, hitte, beschermde natuur (Natura 2000) en omgevingsveiligheid waardoor deze allen mogelijk een nieuw knelpunt vormen. Bij de andere aspecten die positief scoren wordt het aandachtspunt mogelijk verholpen. Tabel 5.4: Ontwikkeling van de bestaande aandachtspunten uit de referentiesituatie per scenario

Aandachtspunten

Referentiesituatie

Werkgelegenheid en arbeidsmarkt Wateroverlast

Scenario 1 0

Huidig

*

Autonoom

Hitte Beschermde natuur (Natura 2000)

Scenario 2

* Huidig

*

Autonoom

Omgevingsveiligheid

0

*

Beweegvriendelijke leefomgeving Passend woningaanbod

*

Passend voorzieningenaanbod * Bij deze aspecten is er sprake van een verdere verslechtering richting kwaliteitsniveau ‘rood’, waarmee het aandachtspunt een knelpunt kan worden.

Nieuwe knelpunten Zoals hierboven beschreven is in scenario 1 mogelijk sprake van een nieuw knelpunt voor passend woningaanbod. In scenario 2 vormen de aspecten wateroverlast, hitte, beschermde natuur (Natura 2000) en omgevingsveiligheid mogelijk een nieuw knelpunt. Nieuwe aandachtspunten Naast mogelijke nieuwe knelpunten zijn er mogelijke nieuwe aandachtspunten. Het gaat hier om aspecten die in de referentiesituatie ‘oranje’ scoren en waarbij het nieuwe beleid tot meer risico’s dan kansen leidt (rood pijltje omlaag). Uit Tabel 5.5 blijkt dat er bij scenario 2 er bij alle onderstaande aspecten mogelijk nieuwe knelpunten ontstaan. Bij scenario 1 is dat enkel het geval bij biodiversiteit, maar het is onwaarschijnlijk dat dit daadwerkelijk een knelpunt wordt, omdat er ook kansen zijn voorzien in dit scenario. Tabel 5.5: Mogelijke nieuwe aandachtspunten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=6a4be10d-b849-4d72-9184-3b141149837d