Vaststellen gewijzigd bestemmingsplan Rechterstraat 55 te Boxtel- Bijlage 4 Bijlagen
Tekst van het document
Afstand plangebied 2 km 2 km 2 km 2 km
Bescherming Beschermd Beschermd Beschermd Beschermd
Bever In 1988 is men begonnen met het uitzetten van bevers in Nederland en het lijkt erop dat de bever langzamerhand een vaste plek in onze fauna heeft heroverd. Bevers komen voor in het overgangsgebied tussen land en water zoals moerassen, langs beken, rivieren en meren. De bever heeft een voorkeur voor rustige rivieren en meren omzoomd door broekbossen met bomen als wilg en es. De aanwezigheid van
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
18
Ecologische quickscan Rechterstraat 55 Boxtel, BE-0511 bossen op de oevers is een vereiste. De bever is waarschijnlijk in de omgeving gelegen Dommel waargenomen. Damhert Het damhert komt vooral voor in lichte loofbossen en gemengde bossen, maar ook in uitgestrekte naaldbossen. Het damhert heeft een voorkeur voor oudere bossen met een dichte onder begroeiing. Belangrijk is dat er voldoende gras is. Ook komt hij voor in randzones bij open plekken, graslanden en akkerranden en in parkachtige bosgebieden. Eekhoorn De voorkeurshabitat voor eekhoorn bestaat uit gemengde bossen, bosrijke tuinen, parken en houtwallen, daar waar voedselmogelijkheden voorhanden zijn. In het plangebied valt weinig te foerageren voor de eekhoorn door het ontbreken van geschikte voedselbomen en bosrijk biotoop. Edelhert Het edelhert komt vooral voor in drogere loofbossen, heidevelden, venen en moerassen. Het edelhert lijkt een voorkeur te hebben voor de randen van bosgebieden die grenzen aan de uiterwaarden van rivieren en beken. Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor de bever, damhert of edelhert. Er zijn geen eekhoornnesten waargenomen in het plangebied. Het is daardoor uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van een eekhoorn.
Het is aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Conclusie Het renoveren van het monumentale gebouw en het slopen van de aanbouw heeft mogelijk tot gevolg dat verblijfplaatsen van vleermuizen worden vernietigd en dat individuen worden verstoord. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd; het verstoren en vernietigen is een overtreding van de Wet natuurbescherming. In het plangebied komen geen marterachtigen voor. Daarnaast is het uit te sluiten het plangebied onderdeel is van de essentiële leefomgeving van bevers, het edelhert, de damhert en eekhoorns. Het is mogelijke dat er een enkele individu van een vrijgestelde soort aanwezig is in het plangebied. De zorgplicht is altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen. Mitigerende maatregelen Nader onderzoek is nodig om uit te kunnen sluiten of verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in de te renoveren monumentale villa en de te slopen aanbouw in het plangebied.
Op basis van de resultaten van het onderzoek kan worden bepaald welke effecten optreden, of een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is en welke mitigerende maatregelen genomen dienen te worden. Onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen dient te worden uitgevoerd tussen 15 mei en 30 september.
5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
19
Ecologische quickscan Rechterstraat 55 Boxtel, BE-0511 die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden en (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw
Afstand plangebied 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km
Bescherming categorie* en habitat 4, boom bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, boom bewonend 3, gebouw bewonend 4, boom bewonend 1, gebouw bewonend 4, boom bewonend 4, boom bewonend
* Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2.Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Omdat ze moeilijk van de grond kunnen opstijgen hebben ze een sterke voorkeur voor hoge nestplaatsen met een ruime aan- en uitvliegroute, zo kunnen ze makkelijk in vlucht komen door zich eruit te laten vallen. Deze koloniebroeders gebruiken het liefst elk jaar hetzelfde nest. Het monumentale gebouw in het plangebied is geschikt voor de gierzwaluw. Het dak overstek beschikt over meerdere openingen waarin de gierzwaluw zou kunnen nestelen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
20
Ecologische quickscan Rechterstraat 55 Boxtel, BE-0511
Gaten in de muren en ruimte tussen de dakpannen en het dak
Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. Binnen het plangebied ontbreekt het aan geschikte ingangen voor uilen om nestplaatsen te vinden. Tijdens het veldbezoek is er uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of rui veren. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen. Huismus Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van Huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de Huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Bij voorkeur binnen een straal van enkele honderden meters van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn er huismussen geobserveerd. Het pannendak van het niet monumentale gebouw is geschikt voor nestelende huismussen. Het slopen van de aanbouw kan mogelijk negatieve effecten hebben op de huidige biotoop van de huismus. De gecultiveerde tuin biedt foerageermogelijkheden aan de huismus. Als deze beplanting wordt verwijderd kan het foerageergebied van de huismus worden verstoord.
Huismus nabij plangebied,takjes in de goot met mogelijkheden voor nesten onde pannendak
Ooievaar, roek en grote gele kwikstaart Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijke prooien, inclusief insecten, vissen, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en kleine vogels. Hij pakt het meeste voedsel van de grond, tussen lage vegetatie en uit ondiep water. Het is een monogame broeder, maar vormt geen paar voor het leven. Het paar bouwt een nest bestaande uit grote takken, dat soms jaren wordt gebruikt. Het leefgebied van de roek is open akker- en weideland, afgewisseld met bomen, bosjes, bomenrijen en heggen. De vogel gedijt goed in menselijk cultuurland als hij niet wordt bejaagd. Vooral de aanwezigheid van akkers is gunstig. Roeken hebben voorkeur voor hoge bomen, bij voorkeur niet in een bos maar een losse
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
21
Ecologische quickscan Rechterstraat 55 Boxtel, BE-0511 opstand. Het boomtype maakt niet zoveel uit. Als in het voorjaar de boomkruinen nog kaal zijn, zijn alle nesten van een roekenkolonie goed zichtbaar. In het voorjaar en 's zomers is de grote gele kwikstaart te vinden in de buurt van waterstroompjes, vooral in de bergen en heuvels. De vogel nestelt in holten in de buurt van water. 's Winters bevinden ze zich bij lagergelegen water en aan de kust. Geen van de biotopen van genoemde vogelsoorten komt echter voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze drie uitgesloten kan worden. Roofvogels De habitat van roofvogels bestaat, afhankelijk van de soort, uit een bos of een grote (half)open vlakte waar de vogels kunnen jagen. Daarnaast hebben ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden. In het plangebied is geen bos of open vlakte aanwezig. Daarnaast zijn er geen bomen met nesten van roofvogelsoorten aangetroffen. Het is dus uit te sluiten dat het plangebied onderdeel is van de habitat van een boom bewonende roofvogelsoort. De slechtvalk broedt bij voorkeur in hoge gebouwen (>4 verdiepingen). Er is voor de slechtvalk geen geschikte habitat aanwezig in het plangebied. Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.
In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is in het plangebied veel geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden. Met de beoogde herontwikkeling en de bijbehorende robuuste landschappelijke inpassing met streekeigen groen zullen nest- en foerageergelegenheid voor overige tuin, - en struweelvogels toenemen. Conclusie Er zijn tijdens het veldbezoek geen nesten in bomen waargenomen waarvan beschermde soorten gebruik kunnen maken. De gecultiveerde tuin biedt schuil- en foerageer mogelijkheden voor kleine vogelsoorten, zoals de huismus. Tijdens het veldbezoek zijn er huismussen geobserveerd.
Het gebouw biedt gezien het pannendak met openingen nestmogelijkheden voor de huismus en de gierzwaluw. De aanwezigheid van de huismus en de gierzwaluw is hierdoor niet uit te sluiten. Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van uilen of roofvogels verloren gaan. Nader onderzoek naar de huismus en de gierzwaluw wordt geadviseerd. Op basis van de resultaten van het nader onderzoek kan worden bepaald of er een ontheffing is vereist voor deze beschermde soorten. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten als duif en merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden. Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken. De planlocatie was visueel goed te onderzoeken.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
22
Ecologische quickscan Rechterstraat 55 Boxtel, BE-0511
5.2.4 Amfibieën, reptielen, vissen, vlinders en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Amfibieën, reptielen en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid reptielen en amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het bij amfibieën en reptielen om een waterstructuur van maximaal 1,5 meter diep. De soorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Alpenwatersalamander Heikikker Kamsalamander Poelkikker Hazelworm Levendbarende hagedis Kwabaal
Afstand plangebied 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km 2 km
Soortgroep en bescherming
2 km
Vissen, beschermd
Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Reptielen, beschermd Reptielen, beschermd
De aanwezigheid van deze beschermde soorten is uit te sluiten. Beschermde amfibie- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied, de ontwikkeling is land gebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. Het is echter altijd noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Vlinders en libellen Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar 2 libellensoorten, 4 dagvlindersoorten en 1 nachtvlindersoort waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Deze soorten zijn te vinden in de onderstaande tabel. In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor beschermde libellen en dagvlinders.
Soort Beekrombout Bosbeekjuffer Grote vos
Afstand plangebied 2 km 2 km 2 km
Grote weerschijnvlinder Kleine ijsvogelvlinder
2 km
Teunisbloempijlstaart
2 km
Iepenpage
2 km
2 km
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Soortgroep en habitat Libellen, beken Libellen, bosbeken Dagvlinder, vochtige open bossen, waardplant: Iep, kers en wilgen Dagvlinder, loofbossen, of bosjes in beekdalen, waardplant: boswilg Dagvlinder, vochtige gemengde bossen en loofbossen, waardplant: wild kamperfoelie Nachtvlinder, vochtige bossen en bosranden, waardplant: teunisbloem, wilgenroosje, basterdwederik en kattenstaart Dagvlinder, Iepen in (vochtige) bossen, bosranden, parken en grotere tuinen, waardplant: diverse soorten iep, zoals gladde iep, ruwe iep en sommige cultivars
23
Ecologische quickscan Rechterstraat 55 Boxtel, BE-0511 Overige soorten Er zijn de laatste vijf jaar in een straal van twee kilometer rond het plangebied geen waarnemingen van beschermde soorten. Overige beschermde soorten insecten zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Conclusie In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden. Door het ontbreken aan oppervlaktewater in het plangebied is het voorkomen van beschermde vissoorten uit te sluiten.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
24
Ecologische quickscan Rechterstraat 55 Boxtel, BE-0511
6. RESULTATEN EN ADVIES Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie.
6.1 Resultaten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er nest-, rust-, en verblijfplaatsen van beschermde diersoorten, de vleermuis, de huismus en de gierzwaluw in het plangebied kunnen voorkomen. De beoogde renovatie van de monumentale villa en het slopen van de aanbouw kunnen deze beschermde soorten verstoren en hun nestplaatsen vernielen. Het verstoren of vernietigen van beschermde diersoorten leiden tot overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming.
6.2 Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora worden uitgesloten. Echter is het voorkomen van de huismus, gierzwaluw en de vleermuis niet uit te sluiten. Nader onderzoek naar het voorkomen van deze beschermde diersoorten wordt geadviseerd, dit door middel van nadere inventarisatie en extra veldonderzoek. Wet natuurbescherming o De ingreep kan mogelijk leiden tot verlies van leefgebied van beschermde soorten. Nader onderzoek wordt geadviseerd om te bepalen of een ontheffing Wet natuurbescherming van de genoemde soorten noodzakelijk is. o Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten, vaste rust-of verblijfsplaatsen of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden (15 maart - 15 juli). Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. o In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000 gebieden voor.
Het is met de voorgenomen werkzaamheden echter niet uit te sluiten dat deze leiden tot een verhoging van stikstofdepositie op een Natura 2.000 gebied. Voor de ingreep dient daarom een Aerius berekening te worden uitgevoerd. o In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. o Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Aanbevelingen Bij onvoorziene omstandigheden zoals bijvoorbeeld indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
25
Ecologische quickscan Rechterstraat 55 Boxtel, BE-0511 •
Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels). • Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. • Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. • Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen). Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de biodiversiteit en ons leefklimaat.
Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. (www.checklistgroenbouwen.nl). Daarnaast zijn er op de website www.bouwnatuurinclusief.nl veel tips om natuurinclusief te bouwen.
6.3 Toelichting op nader onderzoek
Huismussen Het is niet uit te sluiten dat er nesten van huismussen aanwezig zijn in het pannendak van de te slopen en renoveren villa aan de Rechterstraat 55 te Boxtel. Nesten van huismussen, inclusief hun functionele leefgebied, zijn jaarrond beschermd. Tijdens de werkzaamheden zullen mogelijk jaarrond beschermde nesten verloren gaan en worden mogelijk verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Om erachter te komen of er nesten van huismussen aanwezig zijn zal er een nader onderzoek moeten worden uitgevoerd. Een deskundige op het gebied van huismussen moet tussen 10 maart en 20 juni in de ochtend rond een tot twee uur na zonsopkomst de locaties van de broedplaatsen vaststellen. Er mag worden aangenomen dat er geen broedende huismussen aanwezig zijn als tijdens twee bezoeken tussen 1 april en 15 mei of tijdens vier bezoeken tussen 10 maart en 20 juni geen tekenen van aanwezigheid zijn waargenomen. Ook andere functies van het leefgebied, zoals winterslaapplaats en voedselgebied moeten onderzocht worden. Bij aanwezigheid van huismussen dient er een mitigatieplan te worden opgesteld conform de richtlijnen van het Kennisdocument Huismus (Passer domesticus), BIJ12, versie juni 2022. In het mitigatieplan worden maatregelen voorgesteld ter voorkoming van overtreding van verbodsbepalingen Wet natuurbescherming en behoud van de functionele leefomgeving.
Indien aantoonbaar wordt gewerkt conform Kennisdocument van BIJ12 is een ontheffingsaanvraag/verklaring van geen bedenkingen, niet noodzakelijk. De volgende maatregelen kunnen o.a. nodig zijn:
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
26
Ecologische quickscan Rechterstraat 55 Boxtel, BE-0511 • Werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare perioden. • Alternatieve verblijfplaatsen aanbieden, ruim voordat de sloop/renovatie gaat plaatsvinden. • Bij het verdwijnen van een verblijfplaats kunnen inpandige voorzieningen worden gerealiseerd in de nieuwbouw, zodat deze geschikt is voor huismussen.
Gierzwaluwen Het monumentale gebouw beschikt over ruimte onder het pannendak en ruimte tussen het dak en de muren. Hierdoor is het mogelijk dat de gierzwaluw mogelijke nestlocatie heeft in het gebouw. De aanwezigheid van de gierzwaluw is niet uit te sluiten. Gierzwaluwen (Apus apus) zijn vooral goed te herkennen aan hun silhouet en geluid. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben een donkere lichaamskleur met een onopvallende lichtere vlek op hun keel. Het lichaam van een volgroeide gierzwaluw is slechts tot ongeveer 18 centimeters lang. Hun zeer kenmerkende sikkelvormige vleugels hebben een spanwijdte van ongeveer 40 centimeters, en hun poten en snavel zijn opvallend kort. Je hoeft ze niet eens te kunnen zien om ze te herkennen: hun typische scherpe krijsen verraadt ze direct. Gierzwaluwen verblijven van eind april tot eind juli in ons land, dan verlaten ze Europa om naar Afrika te trekken, waar ze overwinteren. Ze planten zich maar één keer per jaar voort, tijdens hun verblijf in Europa. Ze nestelen vooral in gebouwen waar ze geschikte holtes kunnen vinden, bijvoorbeeld onder dakpannen of in gaten achter regenpijpen. Omdat ze moeilijk van de grond kunnen opstijgen hebben ze een sterke voorkeur voor hoge nestplaatsen met een ruime aan- en uitvliegroute, zo kunnen ze makkelijk in vlucht komen door zich eruit te laten vallen. Ze gebruiken het liefst elk jaar hetzelfde nest.
Het onderzoek naar gierzwaluwen dient uitgevoerd te worden conform het Kennisdocument gierzwaluw van BIJ12. Hiervoor zal tussen 15 mei en 15 juli de planlocatie drie keer worden bezocht van 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang of tot wanneer nodig blijkt te zijn. De minimale tussentijd tussen de bezoeken is 10 dagen en een bezoek is zeker tussen 20 juni en 7 juli in verband met aanwezige jongen. Op een strategische plaats zal telkens 15 tot 30 minuten worden gepost en er zal gefocust worden op nok-, goot- en invliegers. Bij het voorkomen van nestlocaties van gierzwaluwen kunnen ook maatregelen nodig zijn zoals werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare periode en het aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen.
Vleermuizen Het is niet uit te sluiten dat er vaste verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig zijn in buitengevels of dakconstructie van het te renoveren en te slopen gebouw. Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd. Tijdens de sloopwerkzaamheden kunnen aanwezige vleermuizen verstoord worden, gewond raken of mogelijk gedood worden. Tussen half mei en eind september worden met een vijftal veldbezoeken de eventueel voorkomende soorten en verblijfsfuncties van het gebouw vastgesteld, dan wel uitgesloten. Als de functies van het plangebied voor vleermuizen in beeld gebracht zijn en er negatieve effecten door de werkzaamheden te verwachten zijn, kunnen passende mitigerende/compenserende maatregelen voorgesteld worden. Door te nemen maatregelen kunnen overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden vermeden. Dit betekent dat er geen dieren gedood, verwond of actief verstoord
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
27
Ecologische quickscan Rechterstraat 55 Boxtel, BE-0511 mogen worden en dat in geval van significant belangrijke verblijfplaatsen deze tijdig op een goede manier vervangen dienen te worden. De ecologische functie die het plangebied mogelijk voor de betreffende populatie vervult moet onverminderd blijven bestaan. Om te voorkomen dat dieren gedood, verwond of actief verstoord worden, kunnen o.a. de volgende maatregelen nodig zijn: • Werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare perioden. • Alternatieve verblijfplaatsen aanbieden, ruim voordat de sloop/renovatie gaat plaatsvinden. • Bij het verdwijnen van een verblijfplaats kunnen inpandige voorzieningen worden gerealiseerd in de nieuwbouw, zodat deze geschikt is voor vleermuizen om in te verblijven. De voorgestelde maatregelen worden opgenomen in een ‘mitigatieplan’. In het mitigatieplan worden maatregelen voorgesteld ter voorkoming van overtreding verbodsbepalingen Wet natuurbescherming en behoud van de functionele leefomgeving. Indien aantoonbaar wordt gewerkt conform Vleermuisprotocol 2021 is een ontheffingsaanvraag/verklaring van geen bedenkingen, niet noodzakelijk. Het Vleermuisprotocol 2021 is een door de Gegevensautoriteit Natuur (GaN) en het Netwerk Groene Bureaus goedgekeurde methodiek.
Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van gebieden voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen voor de Wet natuurbescherming. Het is een hulpmiddel voor deskundige vleermuisonderzoekers en de beoordelaars van vleermuisonderzoek om te bepalen wat een juridisch redelijke onderzoeksinspanning is voor een specifieke locatie. Het protocol is opgesteld om het onderzoek voor de Wet natuurbescherming optimaal te laten verlopen. Wanneer het protocol in essentie is gevolgd, bestaat grote mate van juridische zekerheid dat voldaan is aan een wettelijke en maatschappelijk verantwoorde inspanning om na te gaan of soorten en functies van gebieden in het geding zijn.
Indien tijdig opdracht gegeven wordt voor de nadere onderzoeken kan de rapportage hiervan in september 2023 opgeleverd worden.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
28
Ecologische quickscan Rechterstraat 55 Boxtel, BE-0511
7. BRONNEN
Websites kaartbank.brabant.nl www.atlasleefomgeving.nl www.brabant.nl www.floron.nl www.ivn.nl www.natuurmonumenten.nl www.natura2000.nl www.NDFF.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vivarapro.nl www.vogelbescherming.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.wikipedia.nl
Andere bronnen Checklist vleermuisprotocol Limpens et al., 2014, 2017 Baijens et al., 2005 Netwerk groene bureaus
Bijlagen Bijlage 1: de verspreidingslijst van NDFF Bijlage 2: de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming Bijlage 3: de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
29
Uitvoerportaal Rechterstraat
BE-0511
7962 records Middelpunt < 1km²
Middelpunt > 5km²
Middelpunt 1km² - 5km²
Vlak
schaal 1 : 5000
De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.
1 februari 2023 13:51:31
1
Auteur: Jeannette Welten
Uitvoerportaal Rechterstraat
BE-0511 Zoekvraag Soort
Soortgroep
Wet en Beleid
Periode
Alle
Alle
Wnb - andere soorten 1 februari 2018 tot 1 (NB) februari 2023 Jaarrond beschermde nesten Wnb - Vogelrichtlijn Wnb - Habitatrichtlijn
Samenvatting
Bronhouder
Zoekgebied
Alle
Alles rakend aan of binnen zoekgebied
(unieke soorten) / totaal aantal waarnemingen
De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.
1 februari 2023 13:51:31
2
Auteur: Jeannette Welten
Uitvoerportaal Rechterstraat
BE-0511 Beleid Jaarrond beschermde nesten Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boomvalk Bosuil Brilduiker Buizerd Ekster Gekraagde roodstaart Gierzwaluw Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Kleine bonte specht Koolmees Oeverzwaluw Ooievaar Pimpelmees Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Spreeuw Steenuil Tapuit Torenvalk Wespendief Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht Zwarte wouw
(40) 4545 46 82 255 234 250 2 16 4 136 314 135 479 38 157 224 67 34 331 63 57 9 27 436 3 67 348 1 95 13 46 210 26 4 43 9 184 16 53 29 2
De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.
1 februari 2023 13:51:31
3
Auteur: Jeannette Welten
Uitvoerportaal Rechterstraat
BE-0511 Beleid Jaarrond beschermde nesten (FL) Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Groene specht Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Kleine bonte specht Middelste bonte specht Oeverzwaluw Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Spreeuw Steenuil Tapuit Torenvalk Wespendief Zwarte specht Zwarte wouw
(29) 2280 46 82 2 16 136 479 157 224 67 34 331 63 57 9 27 2 3 67 1 95 13 46 210 26 4 43 9 29 2
De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.
1 februari 2023 13:51:31
4
Auteur: Jeannette Welten
Uitvoerportaal Rechterstraat
BE-0511 Beleid Jaarrond beschermde nesten (FR) Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Ooievaar Ransuil Ringmus Roek Scholekster Slechtvalk Sperwer Steenuil Torenvalk Wespendief Zwarte specht Zwarte wouw
(24) 1659 46 82 2 16 136 479 67 34 331 63 57 9 67 1 3 95 3 13 46 26 43 9 29 2
De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.
1 februari 2023 13:51:31
5
Auteur: Jeannette Welten
Uitvoerportaal Rechterstraat
BE-0511 Beleid Jaarrond beschermde nesten (LI) Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Oeverzwaluw Ooievaar Ransuil Ringmus Roek Slechtvalk Sperwer Spotvogel Steenuil Torenvalk Wespendief Zwarte specht Zwarte wouw
(25) 1726 46 82 2 16 136 479 67 34 331 63 57 9 3 67 1 3 95 13 46 67 26 43 9 29 2
De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.
1 februari 2023 13:51:31
6
Auteur: Jeannette Welten
Uitvoerportaal Rechterstraat
BE-0511 Beleid Jaarrond beschermde nesten (OV) Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Ooievaar Ransuil Ringmus Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Tapuit Torenvalk Wespendief Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht Zwarte wouw
(25) 1683 82 2 16 136 479 67 34 331 63 57 9 67 1 3 95 13 46 26 4 43 9 16 53 29 2
RL: Bedreigd Beekrombout Bosbeekjuffer Kartuizer anjer Tapuit
(4) 39 20 14 1 4
RL: Ernstig Bedreigd Kwabaal
(1) 1 1
De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.
1 februari 2023 13:51:31
7
Auteur: Jeannette Welten
Uitvoerportaal Rechterstraat
BE-0511 Beleid RL: Gevoelig Boerenzwaluw Brilduiker Graspieper Grauwe vliegenvanger Huismus Huiszwaluw Kneu Levendbarende hagedis Matkop Ringmus Schubvaren Spotvogel Zwarte mees
(13) 661 82 4 1 38 331 63 1 27 19 3 9 67 16
RL: Kwetsbaar Boomvalk Bunzing Grote lijster Grote vos Kamsalamander Kleine ijsvogelvlinder Koekoek Laatvlieger Nachtegaal Patrijs Ransuil Steenuil Torenvalk Wielewaal
(14) 296 2 3 21 4 9 4 69 36 2 3 1 26 43 73
De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.
1 februari 2023 13:51:31
8
Auteur: Jeannette Welten