CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen gewijzigd bestemmingsplan Rechterstraat 55 te Boxtel- Bijlage 1 Toelichting

Raadsvergadering Boxtel 27 juni 2024, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Rechterstraat 55 te Boxtel’16.764 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

28

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

De bestaande bebouwing is reeds aangesloten op het rioolstelsel. Het rioolstelsel beschikt over voldoende capaciteit voor de realisatie van 28 zorgwoningen.

4.2 Flora en fauna 4.2.1

Inleiding

Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving middels de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden.

4.2.2

Gebiedsbescherming

4.2.2.1 Natura 2000 De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura-2000 gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Het plangebied is gelegen op een afstand van minimaal 2,5 kilometer ten oosten van Natura 2000gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ en op 9 kilometer ten zuiden van ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’. Op zodanig grote afstand heeft de beoogde ontwikkeling geen effect op het Natura 2000-gebied. 4.2.2.2 Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het plangebied ligt op minimaal 250 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren: de Dommel. In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied.

De significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten. (Bron: Ecologische Quickscan, Brabant Eco). 4.2.2.3 Stikstof Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, verzilting, optische verstoring, verzuring en vermesting. Potentiële externe effecten, niet zijnde ten gevolge van stikstofdepositie, kunnen in de regel reeds met voldoende zekerheid worden uitgesloten indien een locatie op ruime afstand van een

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

29

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

Natura 2000-gebied is gelegen. De potentiële effecten ten gevolge van stikstofdepositie (en dientengevolge verzuring en vermesting) kunnen ook op grotere afstanden merkbaar zijn. In Nederland zijn er 118 (van de 161) Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats, waarvan de kritische depositiewaarde (KDW) reeds wordt overschreden. De KDW geeft aan bij welke mate van stikstofdepositie wordt aangenomen dat niet langer op voorhand kan worden uitgesloten dat er een risico is dat de kwaliteit van het habitattype wordt aangepast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van de stikstofdepositie. Indien een planvoornemen geen stikstofdepositie veroorzaakt op de Natura 2000-gebieden, of per saldo geen toename ten opzichte van de referentiesituatie, kan worden uitgesloten dat het plan een significant gevolg kan hebben. Door NOX Advies is thans een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat de emissie die als gevolg van het project vrijkomt in zowel de bouw- als gebruiksfase leidt tot een depositieresultaat van 0,00 mol N/ha/jaar. Om die reden zijn significante gevolgen op Natura 2000-gebieden uit te sluiten en vormt de beoogde herontwikkeling geen bedreiging voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. De rapportage inclusief berekeningen (NOX Advies, d.d.

11 oktober 2023) is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

4.2.3

Soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft tot doel in het wild levende planten en dieren te beschermen met het oog op de instandhouding van soorten. De verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden in de Wet natuurbescherming zijn uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit de vereisten van de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern, het Verdrag van Bonn, het Biodiversiteitsverdrag en de Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming. Het gaat daarbij om alle op het Europees grondgebied in het wild levende vogels en voorts om de dieren en planten van de soorten van Europees belang die van nature op het Nederlands grondgebied voorkomen. Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling plaats te vinden. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling wordt de monumentale villa voornamelijk inpandig verbouwd en wordt de niet-monumentale aanbouw gesloopt om te worden vervangen door nieuwbouw. Door Brabant Eco is ter plaatse van het plangebied dan ook een ecologische quickscan uitgevoerd.

Navolgende conclusies en aanbevelingen komen voort uit het uitgevoerde onderzoek: “Resultaten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er nest-, rust- en verblijfplaatsen van beschermde diersoorten, de vleermuis, de huismus en de dierzwaluw in het plangebied kunnen voorkomen. De beoogde renovatie van de monumentale villa en het slopen van de aanbouw kunnen deze beschermde soorten verstoren en hun VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

30

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

nestplaatsen vernielen. Het verstoren of vernietigen van beschermde diersoorten leiden tot overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming.

-

-

-

-

-

Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora worden uitgesloten. Echter is het voorkomen van de huismus, gierzwaluw en de vleermuis niet uit te sluiten. Nader onderzoek naar het voorkomen van deze beschermde diersoorten wordt geadviseerd, dit door middel van nadere inventarisatie en extra veldonderzoek. Wet natuurbescherming De ingreep kan mogelijk leiden tot verlies van het leefgebied van beschermde soorten. Nader onderzoek wordt geadviseerd om te bepalen of een ontheffing Wet natuurbescherming van de genoemde soorten noodzakelijk is. Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten, vaste rust- of verblijfsplaatsen of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden (15 maart – 15 juli). Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000-gebieden voor.

Het is met de voorgenomen werkzaamheden echter niet uit te sluiten dat deze leiden tot een verhoging van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied. Voor de ingreep dient daarom een Aerius berekening te worden uitgevoerd. In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

Aanbevelingen Bij onvoorziene omstandigheden zoals bijvoorbeeld indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: - Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels).

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

31

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

-

-

Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld op ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. Voorkom en bepek daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen). Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zo veel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken.

De ecologische quickscan (Brabant Eco, rapportnummer 2023-BE-0511, d.d. 13 februari 2023) is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Bij de bouwaanvraag wordt nader aandacht besteed aan natuurinclusief bouwen. Naar aanleiding van de quickscan is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Navolgende conclusie kan hieruit worden getrokken: “Uitgevoerd onderzoek van april tot september 2023 leidt tot de conclusie dat er geen nesten van huismussen en gierzwaluwen in de onderzochte bebouwing voorkomen. Ook is er geen essentieel leefgebied van huismussen in het plangebied aanwezig. Er zijn waarnemingen gedaan van twee soorten vleermuizen in de directe omgeving van het plangebied, namelijk de gewone dwergvleermuis en de rosse vleermuis. De gewone dwergvleermuis is enkel foeragerend waargenomen, de rosse vleermuis hoog overvliegend in de omgeving van het plangebied. Er zijn geen in- of uitvliegende, bouncende of baltsende vleermuizen bij de te verbouwen villa en de te slopen aanbouw waargenomen. Op basis van uitgevoerd veldonderzoek zullen de voorgenomen ontwikkelingen door gebrek aan verblijfslocaties en het ontbreken van een gebruiksfunctie geen invloed hebben op de aldaar voorkomende vleermuizen. Er zijn geen effecten te verwachten die van negatieve invloed zijn op de duurzame staat van instandhouding van de VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

32

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

waargenomen soorten en hun functioneel leefgebied. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming voor het uitvoeren van de plannen is dan ook niet nodig.” Het nader onderzoek (Brabant Eco, rapportnummer 2023-BE-0511 d.d., 22 september 2023) is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

4.3 Archeologie De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed is gelegen in de Erfgoedwet. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het archeologische stelsel. Tijdens het opstellen van bestemmingsplannen houden ze rekening met archeologische waarden. Ook maken zij meestal de afweging of archeologische waarden in situ behouden moeten blijven of kunnen worden opgegraven. De gemeente Boxtel heeft in 2012 de ‘Nota gemeentelijk Archeologiebeleid Boxtel’ vastgesteld. Hierin zijn de beleidsuitgangspunten van de gemeente ten aanzien van het gemeentelijke archeologiebeleid beschreven. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Boxtel met daarop het plangebied omcirkeld.

Figuur 12: Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Boxtel

Het plangebied is op de archeologische beleidskaart aangeduid als ‘Categorie 2’: gebieden met een (zeer) hoge archeologische waarde. De gemeente Boxtel heeft de archeologische verwachtingswaarden met archeologische dubbelbestemmingen vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan. Ter plaatse van het plangebied VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

33

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

is dan ook de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ vigerend. In de regels is vastgelegd dat bij bodemingrepen over een oppervlakte van meer dan 50 m² en dieper dan 0,4 meter beneden maaiveld met een archeologisch onderzoek dient te worden aangetoond dat er geen archeologische waarden verloren gaan. In de huidige situatie is de te slopen aanbouw gedeeltelijk onderkelderd. De bodem aldaar is dan ook reeds verstoord. Met de beoogde herontwikkeling vinden geen extra bodemingrepen plaats dieper dan 0,4 beneden maaiveld, over een oppervlakte van 50 m² of meer. Een archeologisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Niettemin blijft de dubbelbestemming met dit bestemmingsplan behouden, om ook deze regels in de toekomst te behouden.

4.4 Cultuurhistorie 4.4.1

Inleiding

Op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie zijn de cultuurhistorische (landschaps)waarden van bovenlokaal belang aangegeven. Navolgend is een uitsnede weergegeven van de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart, met daarop het plangebied omcirkeld.

Figuur 13: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart

4.4.2

Omgeving plangebied

Het plangebied is op basis van de CHW gelegen binnen een terrein van hoge archeologische waarde, zijnde de oude kern van Boxtel. Historische stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing zijn als gebieden van archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De selectie en begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 16e-eeuwse (Van Deventer) en vroeg 20e-eeuwse kaarten (Bonnebladen).

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

34

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

4.4.3

Huidige waarden binnen plangebied

De villa Rechterstraat 55 te Boxtel is op de CHW aangeduid als ‘Overige bouwkunst’. De villa betreft een gemeentelijk monument, gebouwd in 1910 in opdracht van Jan Phaf, toenmalig wethouder in Boxtel. De aanbouw dateert van 1981 en kent geen monumentale waarden. De villa is oorspronkelijk gebouwd als woning, maar heeft later ook dienst gedaan als kantoor, en is van 1939 tot 1970 bewoond geweest door de ‘Witte Zusters’. Na 1970 is het pand door de gemeente Boxtel gebruikt als kantoorlocatie. (Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum). Navolgend is een oude foto van de villa weergegeven, afkomstig van de CHW.

Figuur 14: Oude foto villa Rechterstraat 55 te Boxtel (Bron: Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant)

Door Bureau inventarisatie & advies monumenten is een redengevende beschrijving opgesteld voor de villa ter plaatse van het plangebied. Daaruit kan het navolgende worden gesteld: Het betreft een op een straathoek gelegen tweelaagse villa, in traditionalistische stijl met Jugendstilelementen, met diverse solitaire bomen in de omringende tuin. De villa is van architectuurhistorische waarde vanwege het bouwtype, de bouwstijl, en de architect P.G. Buskens, alsmede vanwege de gaafheid van de hoofdvorm, de detaillering en ornamentiek, en met name ook vanwege de kwaliteit van het interieur. De situeringswaarde is als markant aan te merken en gaaf onderdeel van de historische woonbebouwing aan de Rechterstraat, mede gelet op het ensemble met de nabijgelegen tuinmanswoning annex koetshuis. Ook is de villa van historische waarde vanwege de voormalige bestemming als fabrikantenvilla en als klooster van de Witte Zusters. De redengevende beschrijving is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

4.4.4

Cultuurhistorische waarden na herontwikkeling

Met de beoogde herontwikkeling wordt een passende herbestemming gegeven aan de monumentale villa, in de vorm van zorgwoningen met kleinschalige horeca als nevenfunctie. De cultuurhistorisch waardevolle woning blijft behouden en wordt door het permanente gebruik onderhouden en duurzaam in stand gehouden. Alle cultuurhistorische waarden blijven behouden. De niet-monumentale aanbouw aan de woning zal worden gesloopt en plaatsmaken voor nieuwbouw. Met de sloop gaan geen waarden verloren. De nieuwbouw zal lager zijn dan het monument en zal dienen als achtergrond en decor voor het monument vanaf de Rechterstraat. Tevens dient de nieuwbouw als scheiding en VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

35

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

tegenwicht ten opzichte van het gemeentehuis en de bebouwing aan de Doctor van Helvoortstraat. De beoogde herontwikkeling zal enkel een positief effect hebben op de cultuurhistorie ter plaatse. Het ontwerp van de beoogde bebouwing na herontwikkeling is nader toegelicht in paragraaf 2.2.3 van deze toelichting. Het ontwerp is reeds in de vergadering van 3 oktober 2023 door welstand en de monumentencommissie van de gemeente Boxtel geaccordeerd.

4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.5.1 Inleiding Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Om te komen tot een verantwoorde, ruimtelijk relevante toetsing in milieuhygiënisch opzicht van nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde milieuzonering. Hieronder wordt verstaan het aanbrengen/handhaven van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige functies als wonen en verblijfsrecreatieve voorzieningen. De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een milieugevoelige functie die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. De VNG-brochure geeft navolgende omschrijving voor het omgevingstype ‘rustige woonwijk’: “Een rustige woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding.

Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer.” De VNG-brochure geeft navolgende omschrijving voor het omgevingstype ‘gemengd gebied’: “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” De omgeving van het plangebied kan gezien de functiemenging in de omgeving worden gezien als ‘gemengd gebied’. In ‘gemengd gebied’ kunnen de in de VNG-brochure genoemde richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat ter plaatse.

4.5.2

Bedrijvigheid binnen plangebied

Ter plaatse van het plangebied wordt een woon-zorglocatie beoogd met kleinschalige horeca als nevenactiviteit. De hoofdfunctie blijft wonen. De kleinschalige nevenfuncties zullen inpandig VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

36

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

plaatsvinden, op de begane grond en zullen vallen binnen maximaal milieucategorie 2. In het bestemmingsplan is vastgelegd dat de nevenfunctie geen aantasting van het woon- en leefklimaat mag veroorzaken. In de huidige situatie is reeds de horeca en detailhandel positief bestemd en zal als gevolg van de beoogde herontwikkeling niet toenemen. Gesteld kan worden dat de beoogde herontwikkeling geen belemmering vormt voor gevoelige functies binnen het plangebied of in de omgeving hiervan.

4.5.3 Bedrijvigheid in de omgeving In de directe nabijheid van het plangebied zijn diverse voorzieningen op het gebied van detailhandel, dienstverlening en maatschappelijke doeleinden aanwezig. Navolgend worden de omliggende functies nader toegelicht: -

-

Op circa 25 meter ten noordoosten van het plangebied is een nutsvoorziening aanwezig. Deze valt binnen de milieucategorie 1, waarvoor in gemengd gebied geen vaste aan te houden afstand geldt tot gevoelige functies. Centrumvoorzieningen grenzend tegen het westen van het plangebied. Ter plaatse vinden geen activiteiten plaats welke leiden tot belemmeringen binnen het plangebied. Ten noorden en noordwesten van het plangebied is het gemeentehuis gelegen. Ook vanuit deze locatie vinden geen activiteiten plaats welke leiden tot belemmeringen binnen het plangebied.

Het plangebied is thans bestemd als ‘Wonen’ met ‘horeca’ en ‘detailhandel’ als nevenactiviteit. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling blijft dit overeind. De gevoelige functies blijven binnen het vigerende ‘bouwvlak’ en komen dan ook niet dichter tot omliggende bedrijfsactiviteiten. Gesteld kan worden dat herontwikkeling van het plangebied in het kader van ‘Bedrijven en milieuzonering’ geen bezwaar is.

4.6 Agrarische bedrijven 4.6.1 Inleiding De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft onder andere normen voor de voor- en achtergrondbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Indirect heeft de Wgv consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten. Een geurnorm beoogt namelijk mensen te beschermen tegen overmatige geurhinder. Omgekeerd moet een bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat mensen zichtzelf blootstellen aan die overmatige hinder, bijvoorbeeld door zich in de directe nabijheid van een veehouderij te vestigen. Bij besluitvorming omtrent geurgevoelige objecten dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen: Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object). Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

37

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

4.6.2

Woon- en leefklimaat

Als vuistregel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dicht bij het geurgevoelige object is gelegen. De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. In de omgeving van het plangebied zijn geen veehouderijen gelegen. Een berekening van de voorgrondbelasting is dan ook niet aan de orde. Voor wat betreft de achtergrondbelasting kan worden gekeken naar een door de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant uitgebrachte kaart. Navolgend is een uitsnede weergegeven van de kaart met daarop de achtergrondbelasting weergegeven (uitdraai van maart 2022). Het plangebied is aangeduid met de zwarte cirkel.

Figuur 15: Uitsnede kaart Achtergrondbelasting geur (Bron: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant)

Ter plaatse van het plangebied is sprake van een achtergrondbelasting van 0-3 oue/m³, waarmee gesteld kan worden dat sprake is van een zeer goed woon- en leefklimaat.

4.6.3 Belangenafweging Als gevolg van de beoogde herontwikkeling mogen geen veehouderijen in de ontwikkelingsmogelijkheden worden belemmerd. In de omgeving van het plangebied zijn echter geen veehouderijen aanwezig. Door de beoogde herontwikkeling worden ook geen veehouderijbedrijven in de ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd.

4.6.4

Conclusie

Ter plaatse van het plangebied is sprake van een zeer goed woon- en leefklimaat in het kader van het aspect ‘geur’. Ook worden als gevolg van de beoogde herontwikkeling geen veehouderijen VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

38

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

belemmerd in de bedrijfsvoering dan wel de ontwikkelingsmogelijkheden. De beoogde herontwikkeling is dan ook in het kader van het aspect ‘geur’ geen bezwaar.

4.7 Gezondheid 4.7.1

Endotoxinen

De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Bij deze advieswaarde kan ervan uitgegaan worden dat de gezondheid van omwonenden van veehouderijen wordt beschermd tegen een overmaat aan endotoxine. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. In de omgeving van het plangebied zijn geen intensieve veehouderijen gevestigd.

In de omgeving is dan ook geen sprake van een uitstoot aan endotoxinen.

4.7.2

Geitenhouderijen

Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans hebben dan gemiddeld op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot twee kilometer is er sprake van een vergroot risico. Binnen een straal van 2 kilometer vanuit het plangebied zijn geen geitenhouderijen gelegen.

4.7.3

Gewasbeschermingsmiddelen

Kenmerkend voor de land- en tuinbouw zijn de intensieve teeltsystemen met een relatief hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Bij het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen komt drift vrij. Drift is een term die gebruikt wordt voor de spuitvloeistof die tijdens de bespuiting buiten het te behandelen gebied terecht komt als gevolg van wind- en luchtstromen. Drift is hoger bij toepassing in fruitteelt dan bij de akkerbouw en lage bomenteelt, waarbij voornamelijk neerwaarts wordt gespoten.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

39

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

Derhalve dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening afstand te worden gehouden tussen gevoelige objecten en teeltgebieden. Er zijn geen wettelijke bepalingen over de aan te houden afstand. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Uit rechtspraak volgt dat dit een locatie-specifiek onderzoek moet zijn. Het plangebied bevindt zich niet in de omgeving van gronden waarop gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden gebruikt. Dit aspect vormt dan ook voor de beoogde herontwikkeling geen belemmering.

4.8 Geluid 4.8.1

Wegverkeerslawaai

Bij de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke woonfuncties is het noodzakelijk inzicht te verkrijgen in de mogelijke geluidshinder in het kader van de Wet geluidhinder. Langs alle wegen, woonerven en wegen met een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur daargelaten, zijn geluidzones aanwezig waarbinnen de geluidhinder getoetst dient te worden. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling wordt binnen de vigerende woonbestemming een aantal zorgwoningen gerealiseerd. Het aantal wooneenheden neemt daarmee toe, maar wel binnen het vigerende ‘bouwvlak’. Het plangebied is gelegen binnen een 30-kilometerzone, waarmee een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet noodzakelijk wordt geacht. Niettemin dient wel sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het kader van akoestiek. Navolgend is een uitsnede weergegeven van de geluidkaart van Nederland, ter plaatse van het plangebied. Het plangebied is hierbij weergegeven in de zwarte cirkel.

Figuur 16: Uitsnede kaart van Wegverkeerslawaai (Bron: Atlas Leefomgeving)

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

40

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

De geluidbelasting op deze kaart wordt uitgedrukt in Lden (Lday-evening-night), de maat voor de gemiddelde geluidsbelasting over een etmaal. Deze kaart geeft een ruwe indicatie van de geluidkwaliteit en daarmee een goed beeld van de geluidkwaliteit van aandachtsgebieden zoals woonkernen, natuur- en stiltegebieden. Over een klein gedeelte het plangebied is sprake van een geluidniveau van 51-55 dB. Over het overige gedeelte van het plangebied is sprake van een geluidniveau van 46 – 50 dB, waarmee gesteld kan worden dat sprake is van een ‘goed woon- en leefklimaat’. Gesteld kan dan ook worden dat het aspect wegverkeerslawaai geen bezwaar is voor de beoogde herontwikkeling.

4.8.2

Industrielawaai

Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluidproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe. In de omgeving van het plangebied is geen sprake van grote lawaaimakers waarmee met de beoogde herontwikkeling rekening gehouden dient te worden.

4.9 Luchtkwaliteit 4.9.1

Wet luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Met de Wet luchtkwaliteit en de bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma (NSL). Binnen het NSL werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen.

4.9.2

Niet in betekenende mate

Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto. Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto. Met de beoogde herontwikkeling wordt enkel een passende herbestemming gegeven aan cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in de

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

41

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

vorm van 28 zorgwoningen met kleinschalige horeca als nevenactiviteit. Gesteld kan worden dat het plan valt onder het begrip NIBM en de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht.

4.9.3

Fijn stof

Fijn stof (PM10) is een verzamelnaam voor uiteenlopende deeltjes die door de lucht zweven: roetdeeltjes, opstuivend zand, uitlaatgassen, zeezout, plantmateriaal, cementdeeltjes en bijvoorbeeld stukjes afgesleten autoband of wegdek. Fijn stof kan ook ontstaan door reacties tussen verschillende gassen in de lucht. De gemiddelde hoeveelheid (concentratie) fijn stof in Nederland is hoger in het zuiden, nabij grotere steden en bij grote industriegebieden. Fijn stof is dus een vorm van luchtvervuiling en heeft een ongunstig effect op de gezondheid van mensen. Tot fijn stof worden in de lucht zwevende deeltjes kleiner dan 10 dan wel 2,5 micrometer (µg) gerekend. Fijn stof blijft in de lucht zweven en bestaat uit deeltjes van verschillende grootte, van verschillende herkomst en daardoor met een verschillende chemische samenstelling. Verkeer, industrie en landbouw zijn de belangrijkste bronnen. Op grond van de Wet milieubeheer gelden voor fijn stof de volgende grenswaarden: - De jaargemiddelde concentratie PM10 is maximaal 40 µg/m³; - De daggemiddelde concentratie van 50 µg/m³, mag maximaal 35 maal per kalenderjaar worden overschreden; - De jaargemiddelde concentratie PM2,5 is maximaal 25 µg/m³. Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied en de directe omgeving weer.

Figuur 17: Fijnstof PM10 2020 (Bron: Atlas Leefomgeving)

De jaargemiddelde concentratie fijn stof PM10 ter plaatse van het plangebied bedraagt 16-18 µg/m³. De concentratie fijn stof blijft daarmee ruimschoots onder de toegestane norm van 40 µg/m³.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

42

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

Figuur 18: Fijnstof PM2,5 2020 (Bron: Atlas Leefomgeving)

De jaargemiddelde concentratie fijn stof PM2,5 ter plaatse van het plangebied bedraagt 9-10 µg/m³. De concentratie fijn stof blijft daarmee ruimschoots onder de toegestane norm van 25 µg/m³. Gesteld kan worden dat hiermee de luchtkwaliteit ter plaatse acceptabel is en dat de beoogde herontwikkeling in het kader van blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van fijn stof geen bezwaar is.

4.9.4

Stikstof

De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide: de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³. Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van NO2 ter plaatse van het plangebied en directe omgeving weer.

Figuur 19: Stikstofdioxide NO2 2020 (Bron: Atlas leefomgeving)

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

43

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

Ter plaatse van het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie NO2 van 12-14 µg/m³. Geconcludeerd kan worden dan de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van stikstofdioxide geen bezwaar is.

4.10 Bodemkwaliteit Voorafgaand aan het volgen van een ruimtelijke procedure dient te worden nagegaan of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik. Het belangrijkste uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreinigingen geen onaanvaardbare risico’s opleveren voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Ter plaatse van het plangebied is derhalve door Lankelma een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Navolgende conclusies en aanbevelingen komen hieruit voort: “Conclusie Algemeen De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 3,1 m-mv overwegend uit matig fijn siltig zand. In de bodemlagen 2,2 tot 2,4 m-mv en 2,9 tot 3,1 m-mv wordt een leemlaag aangetroffen. In de uitkomende grond zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. Grond In het grondmengmonster MM1 (bovengrond) zijn analytisch licht verhoogde gehalten met lood, PAK, som PCB en minerale olie aangetoond. In het grondmengmonster MM2 (bovengrond) zijn analytisch licht verhoogde gehalten met koper, kwik, lood en PAK aangetoond.

Deze concentraties overschrijden de achtergrondwaarden, doch overschrijden de interventiewaarden niet. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van deze bodemlaag indicatief als klasse Industrie beschouwd worden. In het grondmengmonster MM3 (ondergrond) is analytisch een licht verhoogd gehalte met kwik aangetoond. Deze concentratie overschrijdt de achtergrondwaarde, doch overschrijdt de interventiewaarden niet. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van deze bodemlaag indicatief als klasse AW2000 beschouwd worden. Grondwater In het grondwater uit peilbuis B01 is analytisch een licht verhoogde concentratie met barium aangetoond. Deze overschrijdt de streefwaarde doch niet de interventiewaarde. Asbest in grond In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een indicatieve inspectie van het terrein plaatsgevonden. In de vrijkomende grond en op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Het voorliggende VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

44

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie. Toetsing hypothese De hypothese ‘onverdacht’ kan op basis van de resultaten, slechts licht verhoogde gehalten in grond en grondwater, formeel worden aanvaard. Nader bodemonderzoek Op basis van voornoemde samenvatting en conclusies is nader bodemonderzoek vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien niet aan de orde. Resumé en aanbeveling Middels onderhavig bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. In het kader van de Wet bodembescherming zijn geen aanvullende procedures noodzakelijk. Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er, ons inziens, vanuit milieuhygiënisch oogpunt derhalve geen belemmeringen c.q. beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie. Wanneer men (graaf)werkzaamheden en/of wijzigingen uit gaat voeren, dient men rekening te houden met de volgende zaken: - wanneer men grond van de locatie wil afvoeren dient men rekening te houden met afzetkosten. Een acceptant van de grond kan een aanvullend onderzoek eisen (lees partijkeuring). Op basis van dit onderzoek is de bovengrond indicatief als zijnde klasse Industrie bestempeld.

De ondergrond is indicatief bestempeld als klasse AW2000; - het verlenen van een omgevingsvergunning is ter competentie aan het bevoegd gezag.” De volledige rapportage (Lankelma Geotechniek Zuid BV, rapportnummer 2003159, d.d. 14 januari 2021) is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

4.11 Externe veiligheid 4.11.1 Inleiding Het externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen, activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. Ten aanzien van externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in: 1. Plaatsgebonden Risico (PR): Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 106/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van kwetsbare objecten, alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten; 2. Groepsrisico (GR): VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

45

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. De gestelde norm is een oriënterende waarde waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: Bedrijven; Vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water); Hoogspanningslijnen; Ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen).

4.11.2 Risicovolle inrichtingen Binnen het plangebied zijn geen inrichtingen gelegen die vanwege de aanwezigheid of het werken met gevaarlijke stoffen, beperkingen opleveren voor de omgeving. In de omgeving zijn geen bedrijven aanwezig die vallen onder het Bevi. De meest dichtbij gelegen risico inrichting betreft een tankstation met LPG-installatie aan de Brederodeweg 26. Het plangebied bevindt zich buiten de risicocontouren van dit object.

4.11.3 Vervoer gevaarlijke stoffen 4.11.3.1 Spoor Op een afstand van ruim 700 meter van het plangebied is de spoorlijn Eindhoven – ’s-Hertogenbosch gelegen. Voor de spoorlijn geldt een plasaandachtsgebied (PAG) van 30 meter. Hieraan kan ruim worden voldaan. Voor deze spoorlijn geldt een toxisch aandachtsgebied van 1.500 meter. Het plangebied valt wel binnen dit gebied. Het plangebied en de geprojecteerde ontwikkeling bevindt zich echter op grote afstand van de risicobron. Op deze afstand is het toxisch scenario maatgevend. Effecten als gevolg van een plasbrand of BLEVE/explosie reiken niet tot het plangebied. 4.11.3.2 Buisleidingen In de omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen. Derhalve vormt dit aspect geen bezwaar. 4.11.3.3 Hoogspanningslijnen In de omgeving van het plangebied zijn geen hoogspanningslijnen aanwezig. Derhalve vormt dit aspect geen bezwaar. 4.11.3.4 Wegen Op een afstand van circa 1.200 meter ten oosten van het plangebied is de Rijksweg A2 tussen Eindhoven en Den Bosch gelegen. Voor deze weg geldt geen PAG. Derhalve vormt dit aspect geen bezwaar. 4.11.3.5 Waterwegen In de omgeving van het plangebied zijn geen waterwegen gelegen waarover transport van gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden. Dit aspect vormt derhalve geen bezwaar.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

46

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

4.11.4 Veiligheid 4.11.4.1 Groepsrisico Vanwege de grote afstand tot risicobronnen in de omgeving zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd. De mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item. Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Verder is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch. 4.11.4.2 De bestrijdbaarheid van omvang van een ramp of zwaar ongeval In geval van een calamiteit zal de brandweer ingezet worden aan de bron ter beperking van de effecten van de calamiteit. Het bestrijdbaarheidsvraagstuk in relatie tot de ontwikkeling op deze grote afstand van de risicobron wordt daarom niet verder beschouwd. 4.11.4.3 Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Blootstelling aan een toxisch gas is het bepalende scenario. In geval van een calamiteit dienen personen te schuilen.

De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe bouwwerken zijn goed geïsoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. Ook de te renoveren villa zal voldoen aan alle veiligheidseisen. Belangrijk is wel dat luchtbehandelinginstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Verder dient in geval van een calamiteit tijdig gewaarschuwd te worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS (Waarschuwings- en alarmsysteem) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding.

4.11.5 Conclusie De beoogde herontwikkeling voldoet aan de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Boxtel en het restrisico wordt bestuurlijk aanvaardbaar geacht. De beoogde herontwikkeling is in het kader van externe veiligheid geen bezwaar.

4.12 M.e.r.-beoordeling 4.12.1 Inleiding De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen: 1. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

47

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

2.

Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C beval activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten.

Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets of een activiteit zodanige gevolgen voor het milieu heeft dat de procedure van een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. In onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is een lijst van mogelijke ontwikkelingen (kolom 1) opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling verplicht is, indien er wordt voldaan aan de voorwaarden (drempelwaarden) zoals opgenomen in kolom 2 van onderdeel D. Wanneer een ontwikkeling uit onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. wordt beoogd, maar de activiteit niet aan de in kolom 2 opgenomen voorwaarden voldoet, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig.

4.12.2 Toets aan drempelwaarden De beoogde herontwikkeling komt niet voor op de C-lijst. De beoogde activiteit is wel aan te merken als activiteit D 11.2 uit de bijlage van het Besluit m.e.r.. Het gaat daarbij om de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Op grond van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage dient een MER te worden opgesteld bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen met een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen dan wel de realisatie van een bedrijfsvloeroppervlakte met een omvang van meer dan 200.000 m². De beoogde ontwikkeling binnen het plangebied overschrijdt deze drempelwaarden niet. Een m.e.r.beoordeling is dan ook niet noodzakelijk.

4.12.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.12.3.1 Inleiding Omdat de activiteit is aan te merken als activiteit D 11.2 maar omdat de activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. Op basis van de criteria die genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling wordt voor de beoogde ontwikkeling een vormvrije m.e.r.- beoordeling uitgevoerd. De criteria zijn in navolgende tabel aangegeven.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

48

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

Tabel 3.1: Criteria bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling 1. Kenmerken van het project: a. Omvang van het project; b. Cumulatie met andere projecten; c. Gebruik van natuurlijke grondstoffen; d. Productie van afvalstoffen; e. Verontreiniging en hinder; f. Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën. 2. Plaats van het project: a. Bestaand grondgebruik; b. Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; c. Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (Wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van cultuurhistorisch, cultureel of archeologisch belang. 3. Kenmerken van potentiele effect: a. Bereik van het effect (geografische onze en grootte van de getroffen bevolking); b. Grensoverschrijdend karakter van het effect; c. Waarschijnlijkheid van het effect; d. Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.

4.12.3.2 Kenmerken van het project Binnen het plangebied wordt de bestaande monumentale villa herbestemd naar woon-zorglocatie met 28 zorgwoningen en kleinschalige horeca als nevenactiviteit. Er vindt geen cumulatie plaats met andere projecten. Geen gebruik wordt gemaakt van bijzonder schaarse producten. In deze toelichting is aangetoond dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot verontreiniging en/of hinder. Het risico op ongevallen is niet aanwezig. De beoogde ontwikkeling leidt ook niet tot een toename van geur, gevaar, stof of geluid. 4.12.3.3 Plaats van het project Ter plaatse van het te herontwikkelen plangebied is sprake van een monumentale woning met aangebouwd bijgebouw, niet zijnde monumentaal. Het monumentale gedeelte zal voornamelijk inpandig worden verbouwd. Het niet-monumentale gedeelte zal worden gesloopt en vervangen voor nieuwbouw. Het plangebied bevindt zich in het centrum van de gemeente Boxtel, in de directe nabijheid van het gemeentehuis. De beoogde ontwikkeling past binnen de aard en schaal van het gebied. 4.12.3.4 Kenmerken van potentiële effect Het effect van de beoogde ontwikkeling op de omgeving is enkel positief te noemen en valt binnen de hiervoor gestelde normen. Er is geen sprake van een grensoverschrijdend karakter. Uit deze toelichting en de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat de kans op negatief effect op de omgeving zeer klein is.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

49

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

4.12.4 Conclusie Op grond van deze toelichting is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling. Gelet op de kenmerken van het plan, de locatie van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten moet worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu'. De effecten blijven beperkt tot het plangebied.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

50

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

5.

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING

5.1 Inleiding Het bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ bestaat uit een verbeelding en regels en gaat vergezeld van onderhavige toelichting. De verbeelding vormt samen met de planregels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zijn de bestemmingen en aanduidingen aangeduid met daaraan gekoppelde regels met betrekking tot bouwen en gebruik. De toelichting bij het plan heeft geen juridisch bindende werking maar biedt een overzicht van de onderzoeksresultaten en planmotivatie en draagt derhalve bij aan de planinterpretatie.

5.2 Algemene toelichting verbeelding De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding onder meer bestemmingsvlakken, dubbelbestemmingen en een functieaanduiding opgenomen.

5.3 Algemene toelichting regels In de regels staan regels voor het gebruik van gronden binnen de bestemming in het plangebied en voor het oprichten en gebruiken van bebouwing op die gronden. Met het opstellen van de regels is aangesloten bij de regels behorend bij het bestemmingsplan ‘Centrum Boxtel’ van de gemeente Boxtel. De regels zijn ingedeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1: Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat 2 artikelen. In artikel 1 en 2 zijn begripsbepalingen en meetvoorschriften opgenomen die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de voorschriften in de overige hoofdstukken. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bestaat uit de artikelen die corresponderen met de bestemmingen op de verbeelding. In de planregels zijn in hoofdstuk 2 de planregels opgenomen voor de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Groen’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. De regels in een bestemming zijn als volgt opgebouwd en benoemd: 1. bestemmingsomschrijving; 2. bouwregels; 2. afwijken van de bouwregels; 3. specifieke gebruiksregels; 4. afwijken van de gebruiksregels; 5. omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; 6. omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; 7. wijzigingsbevoegdheid.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

51

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

Een bestemmingsregel hoeft niet alle elementen te bevatten. Dit verschilt per bestemming. In de bestemmingsomschrijving wordt een omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functies. Als eerste wordt de hoofdfunctie aangegeven. Indien er sprake is van andere aan de grond toekende functies, worden deze daarna omschreven. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt in woningen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waardoor een toetsing van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen overzichtelijk is. Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat artikelen, waarin regels zijn opgenomen die gelden voor het gehele plangebied, te weten de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels, algemene procedureregels en overige regels. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat 2 artikelen waarin bepalingen zijn opgenomen die gelden voor het hele plangebied, namelijk het overgangsrecht en de slotregel.

5.4 Toelichting bestemmingen 5.4.1

Groen

De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen met daarbij behorende voorzieningen en ‘horeca’ ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’. Ter plaatse mag niet worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de groenvoorzieningen.

5.4.2

Verkeer - Verblijfsgebied

De voor ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woonstraten en pleinen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en overige daarbij behorende voorzieningen. Ter plaatse mag niet worden gebouwd, met uitzondering van voorzieningen van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

5.4.3

Wonen

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in een woning, specifiek bedoeld voor zorgwoningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - zorgwonen'. Tevens is ter plaatse van de aanduiding 'horeca', horeca toegestaan in categorie 1, 2 en 3 en detailhandel ter plaatse van de aanduiding ‘detailhandel’. Binnen de bestemming ‘Wonen’ wordt ruimte geboden voor 28 zorgwoningen, enkel bestemd voor bewoners met een aantoonbare zorgbehoefte.

5.4.4

Waarde – Archeologie 2

De voor 'Waarde – Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

52

Bestemmingsplan ‘Rechterstraat 55 te Boxtel’ - Toelichting

6.

UITVOERBAARHEID

6.1 Economische uitvoerbaarheid Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. De gemeente Boxtel zal middels een overeenkomst in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan is conform de wettelijke vereisten kenbaar gemaakt en heeft zes weken ter inzage gelegen. Naar aanleiding van zienswijzen op het bestemmingsplan heeft een heroverweging plaatsgevonden op deze onderdelen en is besloten onderhavig bestemmingsplan op een aantal punten te wijzigen en aan te vullen.

6.3 Overleg ex artikel 3.1.1. Bro Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Waterschap De Dommel en de provincie Noord-Brabant zijn in het kader van het vooroverleg betrokken bij onderhavig bestemmingsplan. Het waterschap heeft aangegeven in te kunnen stemmen met het conceptontwerpbestemmingsplan. Wel geeft het waterschap nog een aantal adviezen mee voor wat betreft hemelwaterberging. Geadviseerd wordt bijvoorbeeld om te onderzoeken of er kansen zijn om regenwater af te koppelen en/of te werken met een groen dak op de nieuwe aanbouw. De adviezen worden meegenomen in de uiteindelijke uitwerking van de plannen. De provincie heeft geen opmerkingen gegeven op het conceptontwerp.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=8bd10402-4a15-465e-bc0a-e5ecd8330927