Programma kostenverhaal en financiële bijdragen - Bijlage 1 programma kostenverhaal en financiële bijdragen 2024
Tekst van het document
Programma kostenverhaal en financiële bijdragen 2024
Colofon Opdrachtgever
Opdrachtnemer
Niets uit deze publicatie, behoudens verwijzingen in ruimtelijke onderbouwingen, mag worden gereproduceerd, verspreid of overgedragen in welke vorm of op welke manier dan ook, met inbegrip van fotokopiëren, opnemen, of andere elektronische of mechanische wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van gemeente Boxtel en GrondGidsen.
2
samenvatting kostenverhaal en financiële bijdragen
kostenverhaal gebiedseigen kosten
bovenwijkse voorzieningen
plankosten nadeelcompensatie bouw- en woonrijp maken parkeren onderzoeken overige kosten
op basis van de plankostenscan, bij kleine (woningbouw)plannen een vast bedrag uitgekeerde nadeelcompensatie en proceskosten
infrastructuur
op basis van PTP-criteria
gemeentelijke kosten worden volledig doorbelast
financiële bijdragen verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving
wonen: sociale huur goedkope huur middenhuur/betaalbare koop dure koop niet-wonen
€ € € € €
verevening sociale woningbouw
sociale huur goedkope huur middenhuur/betaalbare koop dure koop
€ 12.000 € 40.000 € 40.000 € 107.000
900 1.100 1.500 3.100 1,00
(er geldt een vrijstelling voor toegelaten instellingen) per woning per woning per woning per woning per m2 uitgeefbaar
per woning per woning per woning per woning
3
inhoudsopgave samenvatting
3
1
inleiding
6
2
kostenverhaal en financiële bijdragen: verplichtingen en bevoegdheden
8
3
kostenverhaal en financiële bijdragen: toepassing in Boxtel
13
4
uitvoering
23
bijlagen
24
bijlage I
25
begrippen
bijlage II kostensoorten bij kostenverhaal
27
bijlage III specificatie investerings- en ontwikkelopgave
28
bijlage IV stappen voor het bepalen van het tarief voor de bijdrage
verbetering van de fysieke leefomgeving
30
bijlage V voorbeelden van de berekening van de bijdrage verbetering
van de fysieke leefomgeving
bijlage VI voorbeelden van een storting in het volkshuisvestingsfonds
32 33
5
1. inleiding
Kostenverhaal en financiële bijdragen Het omgevingsprogramma gaat in op de verdeling van de kosten die samenhangen met de groei van
Relatie tussen de omgevingsvisie en het programma kostenverhaal en financiële bijdragen
Boxtel. Dit geeft initiatiefnemers duidelijkheid. Het programma geeft weer hoe de gemeente de gemeentelijke kosten, die specifiek samenhangen met een
De gemeente Boxtel heeft in haar omgevingsvisie vastliggen hoe zij de totale fysieke leefomgeving voor de
initiatief, verhaalt op een initiatiefnemer, het zogenaamde kostenverhaal.
lange termijn wil inrichten. Om de ambities uit de omgevingsvisie waar te maken, zijn investeringen nodig om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te verbeteren. Denk hierbij aan de verbetering van het landschap,
Ook zijn er investeringen nodig die van waarde zijn voor de hele gemeente. Dit zijn investeringen om de
de aanleg van infrastructuur voor verkeers- en openbare vervoersnetwerken van gemeentelijk of regionaal
kwaliteit van de fysieke leefomgeving te verbeteren. Het grootste deel van deze investeringen, circa 88%,
belang of de aanleg van recreatievoorzieningen. Het programma kostenverhaal en financiële bijdragen is een
komt voor rekening van de gemeentebegroting. Dit is het aandeel van het bestaande gebied. Ook het
omgevingsprogramma dat een verdere uitwerking is van de omgevingsvisie.
nieuwe gebied gaat meebetalen. Initiatiefnemers betalen hiervoor de financiële bijdrage verbetering van de fysieke leefomgeving.
themacirkel omgevingsvisie Bron: omgevingsvisie Boxtel
Het programma schetst de kaders en spelregels van het instrument van verevening voor sociale woningbouw. Dit instrument helpt om de Programma Volkshuisvesting en wonen welzijn zorg 2023-2027 uit te
IIe eddeerreen kan m een k e an m e doen ee d oen
e rit y osp
Uitleg over het verplichte kostenverhaal en de bevoegdheid om financiële bijdragen te vragen.
in
no
ie
at
nom
n
ma
va t
Hoofdstuk 3 Kostenverhaal en financiële bijdragen: toepassing in Boxtel Hoe verhaalt de gemeente haar kosten en hoe is het tarief voor de financiële bijdragen bepaald?
co
se
skli
ie
ee
Afval en
Hoofdstuk 2 Kostenverhaal en financiële bijdragen: verplichtingen en bevoegdheden
tig
Pr
e
siti
an
tet r
rm
wa
en
ni
ie
En erg ie-
gin g
eat ecr nr
id
Ves ti
ee
m he
dieper in op de materie.
eid
voer ar ver oer ppeennbbaaar verv O O
ism
v
zaa
heden van de raad en het college van burgemeester en wethouders (hierna: college). De bijlagen gaan
Arbeidsm
Ke n
landbouw
ie
ur
zijn. Hoofdstuk 3 geeft weer hoe de gemeente hier invulling aangeeft. In hoofdstuk 4 staan de bevoegd-
arkt
r Toe
lus
du
t
Duurzame
Inc e
ne
Dit programma is compact en beschrijft in hoofdstuk 2 wat de wettelijke verplichtingen en bevoegdheden
rh
a ba eik er
B
P
la
P
en ter d wargron , m er ) de de Bo on at te (woog ie r at d pt en a e d t ta it aa t, h im las l K er ov
grondst offen
Aan ge na am
teit
Biodiversi
n
rk we et
eu ple eo
Boxtel & SMG 2040
Leeswijzer
d
ei
h ar
a kb
i re Be
id
ili
M
he nd
zo
Ge
Maatschappelijke voorzieningen en Won
en v le
Lan Ve d ilig erfsgchap, he oed cult id en auurhi rche stori olog e, ie Natuur
voeren.
Verb ind en d
Vincent
Kr
h ac
Hoofdstuk 4 Uitvoering Governance; wat doet de raad en wat mag het college?
6
7
2. kostenverhaal en financiële bijdragen: verplichtingen en bevoegdheden Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader. Wat zijn de verplichtingen en bevoegdheden voor gemeenten?
Het kostenverhaal is verbonden aan het mogelijk maken van de kostenverhaalsplichtige activiteit in het
In het volgende hoofdstuk staat hoe de gemeente Boxtel binnen deze wettelijke kaders het kostenverhaal en
omgevingsplan of met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
de financiële bijdragen toepast.
Als hiervan geen sprake is dan is het kostenverhaal ook niet aan de orde.
Wettelijk kader
Een gemeente is bevoegd en heeft daarmee de keuze om kosten niet te verhalen4 als het onderstaande geldt.
Het programma is geschreven op basis van de huidige wetgeving. De wettelijke basis ligt in de Omgevingswet. In het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling is dit nader uitgewerkt.
1. Er is minder dan € 10.000 aan kosten te verhalen. 2. Er zijn geen verhaalbare kosten als bedoeld in onderdelen A5 t/m A9 van bijlage IV Omgevingsbesluit.
Kostenverhaalsplicht en verbod
Denk hierbij o.a. aan sloop, bodemsanering en kosten van aanleg of wijziging van de openbare ruimte.
1
Gemeenten zijn verplicht om bij kostenverhaalsplichtige activiteiten kosten te verhalen. Hierbij geldt dat de 2
3
toerekenbare kosten proportioneel moeten zijn wat betreft het profijt dat het kostenverhaalsgebied van de
3. De verhaalbare kosten betreffen alleen de aansluiting van een locatie op de openbare ruimte of op de nutsvoorzieningen.
kostensoorten heeft. Zolang de initiatiefnemer de verschuldigde kosten niet heeft betaald, geldt een verbod om de kostenKostenverhaalsplichtige activiteit Denk hierbij aan de bouw van woningen of een ander gebouw of een grotere verbouwing of transformatie. In bijlage I wordt dit gedetailleerder beschreven.
verhaalsplichtige activiteit te verrichten; een bouwverbod of verbod om de activiteit te verrichten. In een anterieure overeenkomst kunnen de gemeente en een initiatiefnemer overeenkomen dat de betaling geheel of gedeeltelijk na aanvang van de activiteit plaatsvindt. Een voorwaarde hierbij is dat de initiatiefnemer aanvullende zekerheden voor betaling overlegt.
Verhaalbare kostensoorten
Verruimde activiteiten
In het Omgevingsbesluit ligt vast welke kostensoorten de gemeente verplicht moet verhalen. In tabel A
Denk hierbij aan bouwwerken voor land- en tuinbouw, energie, infrastructuur, reclame en recreatie en
van bijlage IV van het Omgevingsbesluit staan de kosten die altijd verhaald moeten worden, dus zowel
een functieverandering zoals het omzetten van een recreatiewoning naar een permanente woning.
bij kostenverhaalsgebieden waarvoor een tijdvak is opgenomen als bij kostenverhaalsgebieden waarvoor
In bijlage I wordt dit uitgebreider beschreven.
geen tijdvak is opgenomen. In tabel B staan kostensoorten die gemeenten moeten verhalen bij kostenverhaalsgebieden met een tijdvak. Het onderscheid dat wordt aangebracht in deze bijlage is met name van toepassing op het moment dat de gemeente haar kosten via de publiekrechtelijke weg gaat verhalen. Gemeente Boxtel verhaalt haar kosten bij voorkeur via de privaatrechtelijke weg door middel van het sluiten van een anterieure overeenkomst. In bijlage II van het programma staan de verhaalbare kostensoorten uitgeschreven.
1) 2) 3) 4)
afdeling 13.6 Ow artikel 8.13 Ob artikel 8.15 Ob artikel 8.14 Ob
8
kostenverhaal en financiële bijdragen
Financiële bijdragen5 Een gemeente heeft de bevoegdheid om een financiële bijdrage te vragen en te verhalen voor kostenverhaalsplichtige activiteiten. Dit is dus geen wettelijke verplichting, maar een gemeentelijke keuze. Financiële bijdragen kan de gemeente afdwingen. Hierbij gelden wel wettelijke kaders. Deze worden hieronder beschreven. Voor andere activiteiten, de zogenaamde verruimde activiteiten6, kan de gemeente op basis van vrijwilligheid afspraken maken over een financiële bijdrage.
kostenverhaal
Gemeenten mogen financiële bijdragen vragen en verhalen op initiatiefnemers voor de verbetering van
verplicht en afdwingbaar
de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De financiële bijdragen hebben betrekken op:
verhaalbare kostensoorten:
1. Ontwikkelingen om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te verbeteren Dit zijn investeringen gericht op:
gebiedseigen kosten en gebiedsoverstijgende kosten (bovenwijks)
a. het verbeteren van het landschap; b. de aanleg en bescherming van natuur; c. de aanleg van infrastructuur voor verkeers- en openbare vervoersnetwerken van gemeentelijk
of regionaal belang;
d. de aanleg van recreatievoorzieningen die behoren tot de gemeentelijke of regionale groenstructuur; e. stedelijke herstructurering waaronder het slopen van woningen en het aanpassen van wegen. Om de financiële bijdragen af te dwingen, is het verplicht om in de omgevingsvisie of een programma de
financiële bijdragen
bevoegdheid en afdwingbaar
investeringen ter verbetering van de fysieke leefomgeving: landschap, natuur, infrastructuur, recreatie en stedelijke herstructurering
functionele samenhang tussen de beoogde ontwikkeling waarvoor de financiële bijdragen worden
functionele samenhang verplicht verankerd in omgevingsvisie of omgevingsprogramma
gevraagd en de activiteit te borgen. Daarnaast mag de bekostiging van de beoogde ontwikkeling niet al op een andere manier zijn verzekerd, bijvoorbeeld door een subsidie. De ontvangen financiële bijdragen mogen alleen besteed worden aan de beoogde ontwikkelingen. De gemeente legt periodiek verantwoording af over de besteding van de ontvangen financiële bijdragen. 2. Ontwikkelingen gericht op het bereiken van een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad Een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad betekent dat er voldoende sociale huur- en/of koopwoningen toegevoegd worden. Een initiatiefnemer van een initiatief dat minder sociale huur-
evenwichtige woningvoorraad
en/of koopwoningen realiseert dan in het woonbeleid vastligt, betaalt de financiële bijdragen zodat deze woningen op een andere locatie (hierna: compensatielocatie) extra gebouwd kunnen worden. Om de financiële bijdragen voor woningbouw af te dwingen, zijn de onderstaande drie uitgangspunten van toepassing. 1. De financiële bijdragen dienen om voldoende sociale huurwoningen en/of koopwoningen te realiseren. 2. De beoogde compensatielocatie(s) is/zijn opgenomen in het omgevingsplan of een programma. 3. Het realiseren van de sociale huur- of koopwoningen leidt tot een (groter) financieel tekort op de
grondexploitatie van de compensatielocatie(s).
5) afdeling 13.7 Ow en artikel 8.21 Ob 6) artikel 8.20 sub b en c Ob
9
privaatrechtelijk of publiekrechtelijk spoor voor kostenverhaal en eventueel financiële bijdragen (handreiking Kostenverhaal en financiële bijdragen Omgevingswet april 2022, bewerking GrondGidsen)
planvorming aangewezen activiteit Hoe verhaalt een gemeente kosten? Een gemeente kan haar kosten op twee manieren verhalen op initiatief-
wie voert de grondexploitatie?
nemers, namelijk via het privaatrechtelijke en het publiekrechtelijke spoor. gemeente
initiatiefnemer
Toelichting ‘wie voert de grondexploitatie?’ In het geval dat de gemeente grond in de huidige staat verkoopt aan een woningcorporatie en de woningcorporatie voert de grondexploitatie dan is de woningcorporatie in dat geval ‘initiatiefnemer’.
kan de gemeente een anterieure overeenkomst sluiten met de initiatiefnemer?
kostenverhaal en eventuele financiële bijdragen verzekerd via gronduitgifte; geen anterieure overeenkomst of kostenverhaalsregels nodig ja
nee
Het kan ook voorkomen dat de gemeente een locatie wil ontwikkelen en nog geen eigenaar van de grond is, maar deze wel wil verwerven. In dat geval voert de gemeente de grondexploitatie. Waarbij de
privaatrechtelijk spoor
publiekrechtelijk spoor
verwerving van de grond een onderdeel van de grondexploitatie is. wel of geen tijdvak koppelen aan kostenverhaalsgebied? wel tijdvak integrale ontwikkeling met gedetailleerde ramingen
geen tijdvak organische ontwikkeling met globaal kostenplafond
omgevingsplan wijzigen
omgevingsplan met kostenverhaalsregels opstellen
initiatiefnemer betaalt conform de anterieure overeenkomst kostenverhaal en eventuele financiële bijdragen
opleggen kostenverhaalsbeschikking voor kostenverhaal en eventuele financiële bijdragen
initiatiefnemer betaalt kostenverhaalsbeschikking
opheffen verbod tot verrichten aangewezen activiteit
actueel houden en tussentijdse en/of eindafrekening 10
Privaatrechtelijk spoor Een gemeente kan privaatrechtelijke afspraken maken met een initiatiefnemer over de kostenverhaalsplichtige activiteit. Het maken van privaatrechtelijke afspraken wordt ook wel het anterieure spoor genoemd. De afspraken gaan over onder andere de ruimtelijke kaders, het te realiseren programma, de fasering, het kostenverhaal en de financiële bijdragen. Deze afspraken worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst. De anterieure overeenkomst ondertekenen de gemeente en de initiatiefnemer voordat de planologische maatregel (het omgevingsplan of de Buitenplanse omgevingsplanactiviteit) wordt vastgesteld. De anterieure overeenkomst is vrijwillig en vormvrij voor beide partijen. Dit geeft de gemeente en de initiatiefnemer ruimte om maatwerk toe te passen. De mogelijkheden voor het kostenverhaal en de financiële bijdragen zijn bij het privaatrechtelijke spoor ruimer dan bij het publiekrechtelijke spoor. Hierbij gelden de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het kostenverhaal moet redelijk en billijk zijn. In een programma kostenverhaal en financiële bijdragen kan een gemeente de kaders voor het kostenverhaal en de financiële bijdragen vastleggen. Dit is transparant en geeft initiatiefnemers duidelijkheid.
Dit is een belangrijke voorwaarde om te voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en om de redelijkheid en billijkheid te waarborgen. Gemeenten mogen geen baatafroming plegen, dus de verkregen exploitatiebijdragen en financiële bijdragen dienen te zijn gebaseerd op concrete kosten die de gemeente maakt of gaat maken. Een programma geeft duidelijkheid over de doelbestemming van bijdragen en sluit hiermee baatafroming uit. Voorafgaand aan de anterieure overeenkomst kan een gemeente een intentieovereenkomst sluiten. De intentieovereenkomst gaat in op de afspraken voor de haalbaarheidsfase, bijvoorbeeld de verdeling van werkzaamheden (wat doet de initiatiefnemer en wat doet de gemeente?), de planning en de vergoeding voor de inzet van de gemeente tijdens de haalbaarheidsfase. Publiekrechtelijk spoor Als een gemeente het kostenverhaal niet kan borgen met een anterieure overeenkomst en zij brengt de planologische wijziging van een kostenverhaalsplichtige activiteit in procedure, dan moet zij het kostenverhaal publiekrechtelijk borgen. De gemeente neemt dan voor het kostenverhaalsgebied kostenverhaalsregels op in het omgevingsplan of kostenverhaalsvoorschriften bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het publiekrechtelijke kostenverhaal is strikt gebonden aan de wet- en regelgeving (Omgevingswet, Omgevingsbesluit en Omgevingsregeling).
Zo moet bijvoorbeeld onderbouwd worden dat de toerekenbare en verhaalbare kosten proportioneel zijn in verhouding tot het profijt dat het kostenverhaalsgebied van de kostensoorten heeft. Ook publiekrechtelijk kunnen de financiële bijdragen afgedwongen worden voor kostenverhaalsplichtige activiteiten.
11
12
3. kostenverhaal en financiële bijdragen: toepassing in Boxtel 3.1
Contractering
In de haalbaarheidsfase wordt het initiatief één keer en bij complexe(re) initiatieven meerdere malen besproken op de omgevingstafel.
Een initiatiefnemer dient via het digitale omgevingsloket zijn initiatief in als dit niet past binnen het omgevingsplan. Indien van waarde is er een vooroverleg. Het initiatief wordt op de intaketafel behandeld en
Als de haalbaarheidsfase is doorlopen en het initiatief haalbaar is, dan sluiten de gemeente en de initiatief-
daar wordt een eerste inschatting gemaakt of het initiatief voorstelbaar is. Als een initiatief voorstelbaar is,
nemer een anterieure overeenkomst. In de anterieure overeenkomst staan de afspraken over onder andere
dan nemen/neemt de portefeuillehouder(s) wonen en ruimtelijke ontwikkeling een principebesluit. Na het
de ruimtelijke kaders, het te realiseren programma, de fasering, het kostenverhaal en de financiële
principebesluit sluiten de initiatiefnemer en de gemeente een intentieovereenkomst. In uitzonderlijke
bijdragen. Nadat de gemeente en de initiatiefnemer de anterieure overeenkomst hebben ondertekend,
gevallen kan hiervan worden afgeweken. In de intentieovereenkomst staan afspraken over de haalbaarheids-
kan de juridisch-planologische procedure worden gestart.
fase, bijvoorbeeld de verdeling van werkzaamheden (wat doet de initiatiefnemer en wat doet de gemeente?), de planning en de vergoeding voor de inzet van de gemeente tijdens de haalbaarheidsfase.
Het uitgangspunt is dat gemeente Boxtel met initiatiefnemers een anterieure overeenkomst sluit en hierin de afspraken over kostenverhaal en financiële bijdragen vastlegt.
relatie leges en kostenverhaal leges
intake inschatting voorstelbaarheid
kostenverhaal
principeverzoek o.b.v. legesverordening
positief principebesluit kostenverhaalsplichtige activiteit
ja
intentieovereenkomst na betaling plankosten
nee
omgevingsvergunning o.b.v legesverordening
haalbaarheidsfase uitwerking plan (met initiatiefnemer)
en parallel daaraan:
opstellen anterieure overeenkomst (met initiatiefnemer)
anterieure overeenkomst
start formele planologische procedure
na ondertekening en betaling of overleggen zekerheden kostenverhaal en financiële bijdragen
13
Als de gemeente geen anterieure overeenkomst kan sluiten en de gemeente de juridisch-planologisch procedure toch wil starten om de kostenverhaalsplichtige activiteit mogelijk te maken dan borgt de gemeente het kostenverhaal en de financiële bijdragen publiekrechtelijk door kostenverhaalsregels of kostenverhaalsvoorschriften op te nemen in het omgevingsplan, respectievelijk de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Indien nodig kan de gemeente de onderbouwing van de financiële bijdragen in het omgevingsplan of de buitenplanse omgevingsplanactiviteit nader onderbouwen in aanvulling op dit programma.
3.2 Financiële zekerheid Om de betaling van de te verhalen kosten en de financiële bijdragen te verzekeren, vraagt de gemeente de initiatiefnemer om een zekerheid van betaling. In de basis betreft dit de daadwerkelijke betaling van het kostenverhaal bij het afsluiten van de intentieovereenkomst en de anterieure overeenkomst. De gemeente bepaalt in de anterieure overeenkomst of, en zo ja, wanneer de initiatiefnemer de te verhalen kosten en financiële bijdragen in termijnen mag voldoen7. Als sprake is van een betaling in termijnen dan dient de initiatiefnemer een bankgarantie af te geven voor het restant van het verschuldigde bedrag. De initiatiefnemer overlegt ook een bankgarantie voor de nadeelcompensatie. De gemeente brengt zonder deze financiële zekerheid de planologische maatregel niet in procedure. Bij de facturatie gelden de gemeentelijke betaaltermijnen en betalingsvoorwaarden. Als niet is voldaan aan de betalingsverplichting geldt een bouwverbod8.
7) artikel 13.13 lid 2 Ow 8) artikel 13.12 Ow
14
3.3
Samenvatting kostenverhaal en financiële bijdragen
Het kostenverhaal en financiële bijdragen in gemeente Boxtel ziet er schematisch als volgt uit:
categorie
omschrijving
toelichting
Kostenverhaal
Gemeentelijke plan- en apparaatskosten
Voor kleine bouwactiviteiten9 en woningbouwplannen t/m 5 woningen in het stedelijk gebied hanteert het college vaste bedragen. Voor de overige initiatieven bepaalt de gemeente de gemeentelijke planen apparaatskosten met de plankostenscan10. Als de gemeente kosten maakt dan worden deze volledig doorbelast aan de initiatiefnemer. Op basis van profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid wordt het bedrag bepaald en doorbelast. Onderdeel van de apparaatskosten zijn de gemaakte kosten voor het beoordelen van de door de initiatiefnemer uitgevoerde onderzoeken. Als de gemeente zelf onderzoeken verricht, belast zij deze kosten volledig door. De gemeente belast de uitgekeerde nadeelcompensatie en de proceskosten behorende bij de afwikkeling van de nadeelcompensatie volledig door aan de initiatiefnemer. Het uitgangspunt is dat een initiatiefnemer zelf de benodigde kwaliteitsverbetering in het buitengebied realiseert. Als dit niet mogelijk is, dan is een storting in het reserve plattelandsvernieuwing aan de orde. De hoogte van het bedrag wordt bepaalt aan de hand van de Landschapsinvesteringsregeling. Het uitgangspunt is dat ieder bouwplan op eigen terrein de benodigde parkeerplaatsen aanlegt. Als dit om beargumenteerde redenen niet mogelijk is, dan is het college bevoegd om af te wijken. Het college verhaalt de kosten om de parkeerplaatsen elders aan te leggen. Maatwerk.
Het tarief bedraagt: Wonen11: Sociale huur € 900 per woning Goedkope koop € 1.100 per woning Middenhuur/betaalbare koop € 1.500 per woning Dure koop € 3.100 per woning
Bouw- en woonrijp maken Bovenwijkse voorzieningen (gebiedsoverstijgende kosten) Onderzoeken
Nadeelcompensatie (planschade) Landschapsinvesteringsregeling
Parkeren
Financiële bijdragen
Overige verhaalbare kosten,voor zover van toepassing Verbetering van de fysieke leefomgeving
Niet-wonen:
Verevening sociale woningbouw
€ 1,00 per m² uitgeefbaar
Vrijstellingen: • sociale huurwoningen, die geëxploiteerd worden door een toegelaten instelling waarmee de gemeente prestatieafspraken heeft; • maatschappelijk vastgoed niet-commerciële doeleinden. Het uitgangspunt van de gemeente is dat alle initiatieven voldoen aan het programma Volkshuisvesting wonen zorg welzijn 2023-2028. Het college kan besluiten om af te wijken met: 1. Fysieke verevening 2. Volkshuisvestingsfonds Voor initiatieven vanaf 4 woningen geldt de onderstaande bijdrage per prijssegment12: Goedkope koop € 12.000 Middenhuur/betaalbare koop € 40.000 Dure koop € 107.000 Vrijstellingen: • initiatieven voor van één, twee en drie woningen; • initiatieven in het buitengebied die leiden tot een verbetering van de omgevingskwaliteit, zoals de sanering van een agrarisch bedrijf; • initiatieven in het landelijk gebied voor de ontwikkeling van een landgoed.
9) artikel 13.5 Or 10) bijlage XXXIV en bijlage XXXIVa bij de artikelen 13.2, 13.3, 13.5 lid 2 en 3, 13.8 lid 2 en 13.9 lid 1, Or 11) de prijssegmenten liggen vast in het programma Volkshuisvesting wonen zorg welzijn 2023-2027 en de Doelgroepenverordening 2023 gemeente Boxtel 12) Prijspeil 1 januari 2024
15
Hoofdregel, vrijstelling en afwijking
De regeling geldt niet voor:
De hoofdregel is dat de gemeente bij iedere nieuwe kostenverhaalsplichtige activiteit haar kosten en de fi-
• reeds gesloten anterieure overeenkomsten;
nanciële bijdragen verhaalt. Alle woningbouwinitiatieven voldoen aan het programma Volkshuisvesting
• initiatieven waarvoor het college principemedewerking heeft verleend voor 31 december 2023 en
wonen zorg welzijn 2023-2027. Na instemming van het college mag de initiatiefnemer hiervan afwijken
initiatieven met een vergelijkbare hardheid in de precontractuele fase en die binnen de kaders (van de
door een storting te doen in het volkshuisvestingsfonds.
principemedewerking) ontwikkeld worden.
De gemeente geeft een vrijstelling voor de financiële bijdrage bij een verbetering van de fysieke
Als het college kan instemmen met een wijziging op het principebesluit en het initiatief voegt minder sociale
leefomgeving:
huurwoningen toe of een lager percentage dan geldt het volkshuisvestingsfonds voor het deel dat het
• sociale huurwoningen, die geëxploiteerd worden door een toegelaten instelling waarmee de gemeente
initiatief afwijkt van de principemedewerking.
prestatieafspraken heeft; • maatschappelijk vastgoed niet-commerciële doeleinden.
3.4 Kostenverhaal
De gemeente geeft een vrijstelling voor het volkshuisvestingsfonds voor:
Per kostenverhaalsplichtige activiteit bepaalt de gemeente voor het kostenverhaalsgebied wat de te verhalen
• initiatieven voor van één, twee en drie woningen ;
kosten zijn. Dit is maatwerk. De te verhalen kosten kunnen binnen het kostenverhaalsgebied liggen, maar
• initiatieven in het buitengebied die leiden tot een verbetering van de omgevingskwaliteit, zoals de
ook daarbuiten. Hieronder staat hoe de gemeente deze kosten bepaalt. Het uitgangspunt hierbij is dat alle
13
sanering van een agrarisch bedrijf; • initiatieven in het landelijk gebied voor de ontwikkeling van een landgoed. Het college kan in uitzonderlijke situaties afwijken van de hoofdregel. Dit kan als een gebiedsontwikkeling voor de gemeente een maatschappelijke meerwaarde heeft én de initiatiefnemer objectief met een onder-
gemeentelijke kosten, die worden voorzien voor de ontwikkeling van het gebied, ten laste komen van de initiatiefnemer.
Gemeente Boxtel maakt geen gebruik van de bevoegdheid om af te zien van kostenverhaal.
bouwing van een onafhankelijke, gecertificeerde taxateur14 kan aantonen dat een activiteit financieel niet haalbaar is als het kostenverhaal en de financiële en bovenwijkse bijdragen betaald dienen te worden (en de
Gemeentelijke plan- en apparaatskosten
gemeente komt tot dezelfde conclusie). Deze afwijking houdt in dat het college in uitzonderlijke situaties
De hoogte van de plan- en apparaatskosten bepaalt de gemeente met de plankostenscan15. De uitkomst
haar kosten niet of deels verhaalt en een lagere of geen financiële en bovenwijkse bijdragen verhaalt.
van de plankostenscan wordt aangevuld met de kosten voor het opstellen van de intentie- en anterieure
Daarmee neemt de gemeente de kosten die niet verhaald worden voor haar rekening. Dit vormt een
overeenkomst. Daarnaast wordt de uitkomst geïndexeerd naar het verwachte betalingsmoment. Per product
uitzondering en verlangt een gemotiveerd besluit van het college.
en activiteit bepaalt de gemeente wie de activiteit uitvoert. Het deel dat de gemeente uitvoert, vergoedt de initiatiefnemer aan de gemeente. Werkzaamheden die de initiatiefnemer zelf uitvoert, brengt de gemeente
Overgangsregeling en inwerkingtreding
uiteraard niet in rekening aan de initiatiefnemer.
Het kostenverhaal en de financiële bijdragen verbetering van de fysieke leefomgeving geldt vanaf 1 juli 2024 voor alle nieuwe initiatieven. De financiële bijdragen voor verevening sociale woningbouw/het volkshuis-
Voor kleine bouwactiviteiten16 hanteert het college vaste bedragen. Hierbij geldt in algemeenheid dat voor
vestingsfonds geldt vanaf 1 januari 2024 voor alle nieuwe initiatieven.
deze initiatieven de inrichting van de openbare ruimte niet hoeft te worden aangepast. Mochten er wel aanpassingen noodzakelijk zijn, of een complexe stedenbouwkundige inpassing aan de orde zijn, dan berekent de gemeente de plan- en apparaatskosten met de plankostenscan. De kosten die de gemeente maakt voor het behandelen van eventuele zienswijzen en beroepsprocedure worden afzonderlijk aan de initiatiefnemer in rekening gebracht.
13) o.b.v. aangenomen motie volkshuisvestingsfonds d.d. 19 maart 2024 14) de taxateur is gecertificeerd bij en geregistreerd in het register van het NRVT 15) bijlage XXXIV en bijlage XXXIVa bij de artikelen 13.2, 13.3, 13.5 lid 2 en 3, 13.8 lid 2 en 13.9 lid 1, Or 16) artikel 13.5 Or
16
Bouw- en woonrijp maken17 en bovenwijkse voorzieningen
Nadeelcompensatie20
Per kostenverhaalsgebied wordt bepaald of de initiatiefnemer of de gemeente het gebied geheel of
De tegemoetkoming in nadeelcompensatie en de procedurekosten voor de afhandeling belast de gemeente
gedeeltelijk bouw- en woonrijp maakt. Als de gemeente de aanleg of aanpassingen van werken in het
volledig door aan de initiatiefnemer. De initiatiefnemer geeft een bankgarantie af voor de nadeelcompensatie.
openbaar gebied verzorgt, dan bepaalt de gemeente het te verhalen bedrag voor de investering op basis van
De hoogte van het bedrag van de bankgarantie wordt bepaald op basis van een risicoanalyse nadeel-
kengetallen of een besteksraming. Deze werken kunnen zowel binnen als buiten het kostenverhaalsgebied
compensatie en een inschatting van de procedurekosten voor de afhandeling van verzoeken voor
liggen. Ook de voorbereidingskosten en het toezicht en directievoering op de werkzaamheden worden bij
nadeelcompensatie.
18
de initiatiefnemer in rekening gebracht. Als de initiatiefnemer de openbare ruimte zelf aanlegt dan vraagt de gemeente een zekerheidstelling in de vorm van een bankgarantie. Het college kan in uitzonderlijke situaties
Overige verhaalbare kosten
afwijken van het vragen van een bankgarantie. Dit vraagt een zorgvuldige afweging en onderbouwing en gaat
Buiten de hierboven genoemde gebiedseigen kosten zijn er nog meer verhaalbare kosten. Meestal verricht
gepaard met een risico inschatting. Een alternatieve zekerheidsstelling zou bijvoorbeeld een eerste recht van
de initiatiefnemer de hieraan gerelateerde werkzaamheden zelf of laat deze verrichten en daarmee is er geen
hypotheek kunnen zijn. De gemeente maakt voor semioverheden een uitzondering en vraagt hier geen
sprake van gemeentelijke kosten. Mocht het voorkomen dat de gemeente deze kosten maakt, dan belast zij
bankgarantie. De reden hiervoor is dat het risico op het niet nakomen van de verplichtingen als laag wordt
deze volledig door aan de initiatiefnemer op basis van werkelijk gemaakte kosten of, indien van toepassing,
ingeschat.
de legesverordening. Denk hierbij bijvoorbeeld aan slopen van opstallen of bodemsanering.
Het kan voorkomen dat meerdere kostenverhaalsgebieden profijt hebben van de werken, zogenaamde
Landschapsinvesteringsregeling
bovenwijkse voorzieningen. De gemeente zal op basis van profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit de
De gemeente Boxtel staat onder voorwaarden nieuwe initiatieven in het buitengebied toe. De gemeente stelt
kosten van de werken toerekenen aan de kostenverhaalsgebieden en verhalen op de initiatiefnemer.
hierbij eisen aan het behoud en het versterken van de omgevingskwaliteit. De gemeente volgt hiermee het provinciale beleid, zoals verankerd in de omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant en de
Parkeren
Regeling kwaliteitsverbetering van het landschap.
De gemeente hanteert parkeernormen bij nieuwe activiteiten. Het uitgangspunt is dat ieder bouwplan op eigen terrein de benodigde parkeerplaatsen aanlegt. Als dit om beargumenteerde redenen niet mogelijk is
De kwaliteitsverbetering kan zowel in natura als in de vorm van een bijdrage worden gerealiseerd. Het heeft
of bij een integrale gebiedsontwikkeling op gebiedsniveau wordt opgelost, dan is het college bevoegd om
de voorkeur dat de initiatiefnemer de kwaliteitsverbetering op de locatie of in de nabijheid hiervan zelf
hiervan af te wijken. Het is aan de initiatiefnemer om schriftelijk aan te tonen dat het parkeren niet (geheel) op
realiseert. Van een ruimtelijke verbetering in natura is bijvoorbeeld sprake als er in ruil voor een nieuwe
eigen terrein kan worden gerealiseerd. De initiatiefnemer dient een verzoek tot afwijking in bij de gemeente.
woning (agrarische) bedrijfsgebouwen worden gesloopt of landschapselementen worden aangebracht,
De gemeente past maatwerk toe op basis van redelijkheid en billijkheid voor de te verhalen kosten. De kosten
zoals houtwallen, bomenrijen en poelen. De ruimtelijke verbetering kan echter niet altijd op of nabij de te
omvatten de aanlegkosten van de parkeerplaatsen, de voorbereiding, toezicht en uitvoering van de aanleg en
ontwikkelen locatie worden gerealiseerd. Als hiervan sprake is, dan doet de initiatiefnemer een bijdrage.
inbrengwaarde of verwervingskosten van de grond.
Deze bijdrage komt in de reserve plattelandsvernieuwing. Uit deze reserve wordt de vereiste kwaliteitsverbetering vervolgens door of namens de gemeente op een andere plek in het buitengebied gerealiseerd.
Onderzoeken
19
Het uitgangspunt is dat de initiatiefnemer de onderzoeken laat uitvoeren. Mocht de gemeente onderzoeken
In het uitvoeringsprogramma natuur en landschap legt de gemeente verantwoording af over de besteding van de bijdrage.
laten uitvoeren, dan belast de gemeente de onderzoekskosten volledig door aan de initiatiefnemer. Denk hierbij aan onderzoeken voor de planologische procedure en de uit te voeren werken, zoals grondmechanisch en milieukundig bodemonderzoek, akoestisch onderzoek, ander milieukundig onderzoek, archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek en onderzoek voor natuurbescherming.
17) bijlage IV (kostensoorten A8), Ob 18) bijlage IV (kostensoorten A5 t/m A9), Ob 19) bijlage IV (kostensoorten A1 en A10), Ob 20) bijlage IV (kostensoorten A11), Ob. Dit programma gaat over het kostenverhaal van nadeelcompensatie op de initiatiefnemer en gaat niet over degene die verzoekt om nadeelcompensatie.
17
3.5
Financiële bijdragen investeringen om de fysieke leefomgeving te verbeteren
Indexering en actualisatie De tarieven voor de financiële bijdrage verbetering van de fysieke leefomgeving indexeert het college jaarlijks. Deze staan in de begroting. Periodiek actualiseert het college de berekening en daarmee het tarief voor de
Bij kostenverhaalsplichtige activiteiten verhaalt en bij verruimde activiteiten vraagt de gemeente een
financiële bijdrage verbetering van de fysieke leefomgeving. Vanwege het dynamische karakter is een
financiële bijdrage verbetering van de fysieke leefomgeving. Dit betreft investeringen waar het bestaande
periodieke actualisatie, indicatief iedere vier jaar, van de investerings- en ontwikkelopgave het uitgangspunt.
en nieuwe gebied profijt van hebben. Er is een functionele samenhang tussen de verbeteringen en de groei
Als er grote wijzigingen zijn of ambities worden bijgesteld, dan is er aanleiding om eerder te actualiseren.
van de gemeente. Bepalen van de bijdrage verbetering van de fysieke leefomgeving per kostenverhaalsplichtige activiteit Om het tarief voor de financiële bijdrage verbetering van de fysieke leefomgeving te bepalen, doorloopt de
Bij het berekenen van de bijdrage voor een specifiek initiatief geldt dat het gaat om de extra toevoeging van
gemeente periodiek een aantal stappen. Bijlage IV geeft dit stappenplan weer.
het programma. Het betreft dus nieuwbouw vermindert met sloop of bij transformatie de gebruikswijziging (tot maximaal het bedrag dat verschuldigd is voor de nieuwbouw). Bijlage V geeft drie fictieve berekeningen van de bijdrage verbetering van de fysieke leefomgeving. Bij het sluiten van de anterieure overeenkomst wordt de bijdrage berekend op basis van de mogelijkheden in de beoogde planologische maatregel.
Gebiedseigen kosten, bovenwijkse voorzieningen en investeringen om de fysieke leefomgeving te verbeteren kostenverhaalsgebied 1 (nieuw gebied) gebiedseigen kosten binnen exploitatiegebied
Ontsluitingsweg
bovenwijkse voorziening binnen kostenverhaalsgebied
gebiedseigen kosten buiten exploitatiegebied
bovenwijkse voorziening buiten kostenverhaalsgebied
waterberging
doorfietsroute
kostenverhaal financiele bijdragen kostenverhaalsgebied 2 (nieuw gebied) gebiedseigen kosten binnen exploitatiegebied
financiele bijdragen
geldstroom kostenverhaal geldstroom financiële bijdragen
kostenverhaal
18 18
Bepalen van de bijdrage verbetering van de fysieke leefomgeving per kostenverhaalsplichtige activiteit
De bijdrage van initiatiefnemers wordt gestort in de bestemmingsreserve bij ontvangst van de betaling. De
Bij het berekenen van de bijdrage voor een specifiek initiatief geldt dat het gaat om de extra toevoeging van
gemeentelijke grondexploitaties dragen via de reserve grondexploitaties bij als er in een jaar grond wordt
het programma. Het betreft dus nieuwbouw vermindert met sloop of bij transformatie de gebruikswijziging.
uitgegeven en de levering bij de notaris heeft plaatsgevonden.
Bijlage V geeft drie fictieve berekeningen van de bijdrage verbetering van de fysieke leefomgeving. Bij het sluiten van de anterieure overeenkomst wordt de bijdrage berekend op basis van de mogelijkheden in de
De bepaling van de stand van de bestemmingsreserve en de verantwoording van de bestedingen vindt
beoogde planologische maatregel.
jaarlijks plaats en is een onderdeel van de jaarrekening.
Bestemmingsreserve verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving
De bestemmingsreserve wordt ingezet tot maximaal het saldo € 0.
De gemeente stort de ontvangen financiële bijdragen verbetering van de fysieke leefomgeving van initiatiefnemers (private grondexploitatie) en van de gemeentelijke grondexploitaties in de bestemmingsreserve verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Uit deze reserve betaalt de gemeente naar rato een deel van de verbetering van de fysieke leefomgeving (cofinanciering). Het overige deel betaalt de gemeente uit de eigen (algemene) middelen. De bestemmingsreserve verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving kan enkel ingezet worden voor investeringen om de fysieke leefomgeving van gemeente Boxtel te verbeteren.
financiëring van de investeringsopgave
nieuw gebied
bestemmingsreserve
voeding bestemmingsreserve
bestaand gebied
algemene middelen gemeente
bijdragen derden
Overige financiering
subsidies overige financiering
financiering investeringsopgave
bruto-investering
gemeentelijke grondexploitaties
verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving
netto investering
initiatiefnemers
19
3.6 Financiële bijdragen volkshuisvestingsfonds
Het uitgangspunt van de gemeente is dat alle initiatieven voldoen aan het programma Volkshuisvesting wonen zorg welzijn 2023-2028. De gemeente legt beoogde compensatielocatie(s) niet vast in haar
De gemeente Boxtel heeft in haar programma Volkshuisvesting wonen zorg welzijn 2023-2027 het
omgevingsvisie of een programma. Dit is een vereiste om de financiële bijdragen voor sociale woning-
woningbouwprogramma opgenomen dat zij nastreeft. Het woningbouwprogramma is zo opgesteld dat de
bouw af te dwingen.
gemeente in iedere kern een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad bereikt. Een belangrijke opgave is het toevoegen van voldoende sociale huurwoningen.
De initiatiefnemer verzoekt het college om af te mogen wijken van het woningbouwprogramma en hiervoor een storting te doen in het volkshuisvestingsfonds.
Het uitgangspunt is dat ieder nieuw initiatief voldoende sociale huurwoningen toevoegt, zoals omschreven in het programma Volkshuisvesting wonen zorg welzijn 2023-2027.
Als het college wil meewerken aan een initiatief van één, twee of drie woningen dat afwijkt van het
Er kunnen redenen zijn dat een initiatiefnemer voor een specifiek initiatief minder sociale huurwoningen wil
programma Volkshuisvesting wonen zorg welzijn 2023-2028 geldt een vrijstelling voor de storting
realiseren en dus wil afwijken van het woningbouwprogramma uit het programma Volkshuisvesting wonen
in het volkshuisvestingsfonds.
zorg welzijn 2023-2027. Een initiatiefnemer kan het college verzoeken om af te wijken. Het college neemt hierover een beargumenteerde beslissing. Er zijn dan mogelijkheden om toch het woningbouwprogramma uit het programma Volkshuisvesting wonen zorg welzijn 2023-2027 (op kernniveau) waar te maken.
Verzoek van een initiatiefnemer Als een initiatiefnemer minder sociale huurwoningen wil realiseren en niet zelf op een andere locatie dit
Afwijking met fysieke verevening
tekort aan woningen kan compenseren, dan kan de initiatiefnemer het college verzoeken om af te mogen
De initiatiefnemer zorgt of initiatiefnemers zorgen dat het totale woningbouwprogramma op meerdere
wijken van het woningbouwprogramma uit het programma Volkshuisvesting wonen zorg welzijn 2023-2027.
locaties in totaal voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Hierbij borgt het college contractueel in de
De initiatiefnemer onderbouwt in zijn verzoek wat de reden is of redenen zijn om af te wijken. Denk hierbij
anterieure overeenkomst(en) dat de locatie waar de compensatie (hierna: de compensatielocatie) plaatsvindt
aan argumenten op het gebied van ruimtelijke inpassing of exploiteerbaarheid van de sociale huurwoningen.
ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt. De gemeente neemt in de anterieure overeenkomst hiervoor
De initiatiefnemer verzoekt het college om een storting in het volkshuisvestingsfonds te mogen doen, zodat
bepalingen op, zoals de termijn waarbinnen de compensatielocatie gerealiseerd wordt, het stellen van
de gemeente kan zorgen voor de compensatie. Het college bepaalt of het wil meewerken aan het verzoek en
een financiële zekerheid in de vorm van een bankgarantie en boetebepalingen bij het niet nakomen (niet
onderbouwt dit besluit.
realiseren van de sociale huurwoningen) van de afspraken. Afwijking met volkshuisvestingsfonds
Deze beleidsregel is niet van toepassing op tijdelijke mantelzorgwoningen en splitsing van woningen.
Het volkshuisvestingsfonds is een instrument om verevening tussen locaties mogelijk te maken. De initiatieven, die te weinig sociale huurwoningen realiseren, storten in het volkshuisvestingsfonds en initiatieven of gemeentelijke grondexploitaties die extra sociale huurwoningen realiseren, kunnen een uitkering krijgen uit het volkshuisvestingsfonds. De gemeente kan hierdoor sturen dat er voldoende sociale huurwoningen (per kern) gebouwd worden. Het volkshuisvestingsfonds is een bestemmingsreserve. De ontvangen stortingen zet de gemeente alleen in om extra sociale huurwoningen te realiseren zoals beschreven in deze beleidslijn. Deze regeling wordt opgenomen in het programma kostenverhaal en financiële bijdragen.
20
Stortingen in het volkshuisvestingsfonds
Uitkeringen uit het volkshuisvestingsfonds
De hoogte van de storting is afhankelijk van het aantal woningen en de prijssegmenten die gerealiseerd
Initiatiefnemers van initiatieven met meer sociale huurwoningen dan het programma Volkshuisvesting wonen
worden in plaats van de sociale huurwoningen. De tarieven zijn bepaald door het verschil in grondwaarde
zorg welzijn 2023-2027 voorschrijft en een gemeentelijke grondexploitatie met meer sociale huurwoningen
normatief te bepalen. De grondwaarde van een sociale huurwoning is lager dan die van de andere prijs-
kunnen een bijdragen krijgen uit het volkshuisvestingsfonds. De uitkering is net als de storting afhankelijk van
segmenten. De initiatiefnemer kan dus met een initiatief met minder sociale huurwoningen en meer
de woningen die niet gerealiseerd worden in plaats van de sociale huurwoningen. Het is een compensatie
woningen in de andere prijssegmenten een hogere grondwaarde realiseren. Bij het bepalen van de hoogte
voor de lagere grondwaarde en hierbij mag geen sprake zijn van staatsteun. Het toekennen van een uitkering
van de storting wordt het aantal sociale huurwoningen gecompenseerd met (steeds) het hoogste
is een bevoegdheid van het college en hiervoor is een collegebesluit nodig.
prijssegment. Een uitkering uit het volkshuisvestingsfonds is alleen aan de orde als de sociale huurwoning(en) verhuurd De gemeente hanteert de onderstaande tarieven. Deze tarieven gelden totdat het college ze actualiseert
worden door een toegelaten instelling waarmee de gemeente prestatieafspraken heeft. De betaling vindt
en nieuwe tarieven vaststelt. Het college doet dit in beginsel iedere drie jaar. In bijlage VI staan een aantal
plaats na oplevering van de sociale huurwoningen, dus als de woningen gereed gemeld zijn.
voorbeelden.
Uitkeringen kunnen plaatsvinden zolang de reserve voldoende middelen bevat. De gemeente kan beschikken over de stortingen in de reserve waar een onherroepelijke planologische maatregel aan ten grondslag ligt.
prijssegment
21
tarief De gemeente kan de reserve een (tijdelijke) impuls geven en vullen met een storting om de bouw van sociale
Goedkope koop
€
12.000
huurwoningen te stimuleren. De gemeente kan de stortingen om een impuls te geven weer uitnemen zonder
Middenhuur/betaalbare koop
€
40.000
dat hier een verplichting ontstaat om extra sociale huurwoningen te realiseren. De impuls was immers niet
Dure koop
€
107.000
om een tekort van sociale huurwoningen te compenseren, maar om een impuls te geven. Evaluatie
De initiatiefnemer doet de storting in het volkshuisvestingsfonds voordat de planologische procedure start
Het college evalueert periodiek de regeling volkshuisvestingsfonds. De eerste evaluatie vindt plaats één jaar
of overlegt een bankgarantie wanneer de gemeente bij wijze van uitzondering instemt met een betaling in
na vaststelling van de regeling volkshuisvestingsfonds.
termijnen. In het voorkomende geval dat een planologische wijziging niet vastgesteld of onherroepelijk wordt en er dus geen woningbouwplan komt, dan vervalt de verplichting om de storting te doen. Er worden dan geen woningen toegevoegd en er ontstaat dan geen tekort aan sociale huurwoningen. Afwijking door uitwisseling sociale huurwoningen en goedkope koopwoningen Een initiatiefnemer mag, als het college daarmee instemt, sociale huurwoningen en goedkope koopwoningen uitwisselen wanneer deze voldoen aan de prijs-/kwaliteitverhouding22 gesteld in de doelgroepenverordening. Een goedkope koopwoning heeft dan een minimale gebruiksoppervlakte van 65m2 bij een grondgebonden woning en 50 m2 bij een appartement en voldoet aan de prijsgrenzen voor de maximale koopprijs23.
21) de prijssegmenten liggen vast in het programma Volkshuisvesting wonen zorg welzijn 2023-2027 en de Doelgroepenverordening 2023 gemeente Boxtel 22) artikel 7 Doelgroepenverordening 2023 gemeente Boxtel 23) artikel 4 Doelgroepenverordening 2023 gemeente Boxtel
21
22
4. uitvoering Dit hoofdstuk schetst de bevoegdheden van de raad en het college ten aanzien van het programma kostenverhaal en financiële bijdragen.
omschrijving
rol van het college
rol van de raad
Programma kostenverhaal en financiële bijdragen
Voordragen
Vaststellen
Periodiek actualiseren en vaststellen van het tarief voor de financiële bijdrage verbetering van de fysieke leefomgeving en de financiële bijdrage van het volkshuisvestingsfonds
Vaststellen
Jaarlijkse rapportage over voortgang en inzet van de bestemmingsreserve verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de bestemmingsreserve volkshuisvestingsfonds in de jaarrekening
Voordragen
Bepalen van de hoogte, in rekening brengen, innen en stellen van zekerheden voor de betaling van het kostenverhaal en de financiële bijdragen zoals beschreven in het programma kostenverhaal en financiële bijdragen
Vaststellen
Het doen van stortingen en onttrekkingen uit de bestemmingsreserve volkshuisvestingsfonds
Vaststellen (via P&C cyclus/egalisatiereserve)
Afwijken kostenverhaal en financiële bijdragen, onderbouwd met een onafhankelijke taxatie/exploitatieopzet.
Vaststellen
Vaststellen
23
Bijlagen
24
bijlage I
begrippen Financiële bijdragen In deze begrippenlijst staan de op dit programma van toepassing zijnde artikelen uit de Omgevingswet
Artikel 8.21 (categorieën ontwikkelingen waarvoor financiële bijdragen kunnen worden verhaald)
en Omgevingsbesluit.
Omgevingsbesluit 1. Als categorieën ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving waarvoor, als
Aanvullende activiteiten waarvoor financiële bijdragen op vrijwillige basis kunnen worden
wordt voldaan aan de criteria van artikel 13.23, eerste lid, onder a en b, van de wet, in een omgevingsplan
overeengekomen (ook wel verruimde activiteiten)
kan worden bepaald dat een financiële bijdrage wordt verhaald op degene die een activiteit als bedoeld in
Onder de Omgevingswet is het mogelijk om privaatrechtelijk op vrijwillige basis de financiële bijdragen
artikel 13.11 van de wet verricht, worden aangewezen:
overeen te komen voor de volgende activiteiten uit art. 8.20 Omgevingsbesluit sub b en c:
a. wijziging van de inrichting van het landelijk gebied ter verbetering van landschappelijke waarden door
• de bouw van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor:
middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in ieder geval worden
- land- of tuinbouw, voor zover de oppervlakte ten minste 100 m bedraagt;
begrepen het verwijderen van vrijkomende agrarische bebouwing en het herstellen of aanvullen van
- opwekking of winning, omzetting of transport van energie of van gasvormige, vloeibare of vaste stoffen
landschappelijke elementen;
2
b. aanleg of wijziging van gebieden als bedoeld in artikel 2.44 van de wet of gebieden die in het
als energiedrager; - infrastructuur, voor zover het gaat om wegen, vaarwegen, spoorwegen of telecommunicatie infrastructuur;
omgevingsplan ter bescherming van de natuur zijn aangewezen en herstel, op basis van een omgevingsvisie of programma, van dier- en plantensoorten die van nature in Nederland in het wild
- handelsreclame; of
voorkomen door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke leefomgeving, waaronder in
- recreatie; en
ieder geval worden begrepen maatregelen in de fysieke leefomgeving: 1°. ter vermindering van de stikstofdepositie; of
• andere activiteiten, voor zover het gaat om het gebruik van: - een of meer bestaande gebouwen, niet zijnde recreatiewoningen, mits de bruto vloeroppervlakte
2°. ter bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; c. aanleg van infrastructuur voor verkeers- en openbaar vervoersnet-werken van gemeentelijk of regionaal
van de nieuw toegelaten functie ten minste 1.500 m bedraagt; 2
- gronden, mits de grondoppervlakte van het nieuw toegelaten gebruik ten minste 1.000 m bedraagt, of 2
- een of meer bestaande recreatiewoningen voor permanente bewoning.
belang; d. aanleg van recreatievoorzieningen die behoren tot de gemeentelijke of regionale groenstructuur, waaronder in ieder geval worden begrepen parken en recreatiegebieden;
Anterieure overeenkomst
e. ontwikkelingen gericht op het bereiken van een naar prijsklasse evenwichtige samenstelling van de
Een privaatrechtelijke overeenkomst tussen een gemeente en een ontwikkelende partij/initiatiefnemer over
woningvoorraad in de gemeente of regio door middel van het realiseren van sociale huur- of koop-
de grondexploitatie, gesloten vóór de vaststelling van een planologische maatregel, zoals bedoeld in artikel
woningen als bedoeld in artikel 5.161c, eerste lid, onder a en b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving
13.13 Omgevingswet. Deze overeenkomst kan de volgende benaming hebben anterieure exploitatie-
buiten het gebied waar de activiteit, bedoeld in artikel 13.11 van de wet, plaatsvindt, voor zover in dat
overeenkomst, samenwerkingsovereenkomst, (koop)realisatieovereenkomst etc. De ontwikkelende
gebied met het oog op die evenwichtige samenstelling onvoldoende sociale huur- of koopwoningen
partij/initiatiefnemer is grondeigenaar of wordt grondeigenaar van het plangebied.
worden gerealiseerd en het op een andere locatie realiseren van die woningen: 1°. in het omgevingsplan is toegelaten of voorgeschreven op grond van regels als bedoeld in artikel
Bestaand gebied
5.161c, eerste lid, onder a of b, van dat besluit of in een programma is opgenomen; en
Bestaande woningen en niet-woningen, zoals kantoren, bedrijven en overig commercieel vastgoed, op de
2°. tot gevolg heeft dat de kosten, bedoeld in artikel 13.11 van de wet, op grond van het eerste lid van
peildatum van de berekening van het tarief voor verbetering van de fysieke leefomgeving. Bij opstellen van
dat artikel niet volledig kunnen worden verhaald of dat een tekort op de gemeentelijke exploitatie
het programma is dit 1 januari 2024.
van de benodigde gronden ontstaat; en f. stedelijke herstructurering ter verbetering van het woon- en leefklimaat in verouderde wijken of
Bovenwijkse voorzieningen
gebieden met leegstandsproblemen door middel van het treffen van maatregelen in de fysieke
Gebiedsoverstijgende werken, werkzaamheden en maatregelen waarvan meer dan één kostenverhaalsgebied
leefomgeving, waaronder in ieder geval worden begrepen het slopen van woningen en het aanleggen
profijt heeft.
of wijzigen van wegen. 25
2. Onder de aanwijzing valt niet de aanleg van voorzieningen of het treffen van maatregelen in de fysieke
Maatschappelijk voorzieningen zonder winstoogmerk
leefomgeving waarvoor kosten worden gemaakt die op grond van artikel 13.11, eerste lid, van de wet
Maatschappelijke voorzieningen zijn voorzieningen op het gebied van sport, onderwijs, religie, opvang,
geheel of gedeeltelijk moeten worden verhaald op degene die de betrokken activiteit verricht.
welzijn, zorg en medisch, waarbij de voorziening (geheel of gedeeltelijk) direct of indirect mogelijk wordt gemaakt met publieke middelen en de exploitant geen winstoogmerk heeft.
Gbo Nieuwe gebied
Gebruiksoppervlak conform NEN2580.
Woningen en niet-woningen die (naar verwachting) worden toegevoegd aan de bestaand gebied en nog niet Initiatiefnemer
planologisch zijn ingepast. Het betreft nieuwbouw verminderd met sloop/transformatie.
Een private partij, bijvoorbeeld een projectontwikkelaar, bouwbedrijf of een particuliere grondeigenaar, die een kostenverhaalsplichtige activiteit wil realiseren, waarvoor een planologische wijziging nodig is.
PTP-criteria De criteria genoemd in artikel 13.11 lid 1 Omgevingswet.
Kostenverhaalsgebied Het kostenverhaalsgebied wordt zo begrensd dat alle onderdelen van de beoogde ontwikkeling erin vallen.
Profijt
Het gaat zowel om de gronden waar de kostenverhaalsplichtige activiteiten zijn geprojecteerd als om de
De nieuwe ontwikkeling moet nut ondervinden van de te treffen werken, werkzaamheden en maatregelen.
gronden voor openbare ruimte en andere voorzieningen. Toerekenbaarheid Kostenverhaalsplichtige activiteit
Er moet een causaal verband zijn tussen de activiteit en de investering.
Artikel 8.13 Omgevingsbesluit a. de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie;
Proportionaliteit
b. de bouw van een of meer hoofdgebouwen, anders dan gebouwen met een woonfunctie;
Indien meerdere gebieden profijt hebben van werken, werkzaamheden en maatregelen, moeten deze naar
c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m bruto vloeroppervlakte of met een of meer
evenredigheid worden verdeeld.
2
gebouwen met een woonfunctie; d. de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto vloeroppervlakte; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien gebouwen met een
Sociale huurwoningen Woningen met een maandhuur tot maximaal de liberalisatiegrens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag en verhuurd door een toegelaten instelling (Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting en Woningwet).
woonfunctie betreft; f. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt. Kostenverhaalsregels en -voorschriften Als de gemeente publiekrechtelijk haar kosten verhaalt dan doet zij dit met ‘kostenverhaalregels’ in het omgevingsplan of de ‘kostenverhaalvoorschriften’ in een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
26
bijlage II
kostensoorten bij kostenverhaal
A10: De kosten van voorbereiding en toezicht op de uitvoering van de onder A3, A5, A6, A8 en A9 bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek
A. Kostensoorten bij kostenverhaal met of zonder tijdvak
A11: Nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de Omgevingswet A12: Niet-terugvorderbare BTW, niet-gecompenseerde compensabele BTW of andere niet-terugvorderbare
A1: De kosten van het vaststellen van een omgevingsplan of een projectbesluit of het verlenen van een
belastingen, over de kostenelementen, genoemd onder A1 en A3 tot en met A10
omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, inclusief het daarvoor benodigde
A13: De rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten, verminderd met renteopbrengsten
onderzoek
A14: De kosten van andere door of in opdracht van het bestuursorgaan te verrichten werkzaamheden, voor
A2: De waarde van de gronden die worden gebruikt voor de uitvoering van de onder A8 en A9 bedoelde
zover die werkzaamheden rechtstreeks verband houden met de in deze bijlage bedoelde werken,
werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief de waarde van de te slopen opstallen, geraamd
werkzaamheden en maatregelen
overeenkomstig artikel 8.17, eerste lid Omgevingsbesluit A3: De kosten van het vrijmaken van de gronden, bedoeld onder A2, van persoonlijke rechten en lasten,
B. Kostensoorten bij kostenverhaal met tijdvak; in aanvulling op tabel A
eigendom en bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten A4: Het tijdelijk beheer van de door of vanwege de gemeente, de provincie of de Staat verworven percelen,
B1: De waarde van de gronden waar de bouwactiviteiten, bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, van de
verminderd met de uit het tijdelijk beheer te verwachten opbrengsten
Omgevingswet, zullen worden verricht, inclusief de waarde van de daar aanwezige, te slopen opstallen,
A5: De kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en
geraamd overeenkomstig artikel 8.17, eerste lid Omgevingsbesluit
leidingen op de gronden, bedoeld onder A2
B2: De kosten om de gronden, bedoeld onder B1, vrij te maken van persoonlijke rechten en lasten,
A6: De kosten van bodemsanering, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken
eigendom, bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten
op de gronden, bedoeld onder A2
B3: De kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en
A7: De kosten van de noodzakelijke compensatie van in het kostenverhaalsgebied verloren gegane
leidingen op de gronden, bedoeld onder B1
natuurwaarden, groenvoorzieningen en watervoorzieningen
B4: De kosten van bodemsaneringswerkzaamheden, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten
A8: De kosten van de aanleg of wijziging van:
van grondwerken op de gronden, bedoeld onder B1
• 1°. wegen, gebouwde en ongebouwde openbare parkeergelegenheden, pleinen, voet- en rijwiel paden, gebouwde openbare fietsenstallingen, faciliteiten voor ondergrondse afvalinzameling, waterpartijen, watergangen, voorzieningen voor de waterhuishouding, bruggen, tunnels, duikers, kades, steigers, en andere rechtstreeks met de aanleg daarvan verband houdende werken en bouwwerken; • 2°. infrastructuur voor openbaar-vervoervoorzieningen met bijbehorende werken en bouwwerken; • 3°. groenvoorzieningen, natuurvoorzieningen en openbare niet-commerciële sportvoorzieningen; • 4°. openbare verlichting en brandkranen met aansluitingen; • 5°. straatmeubilair, speeltoestellen, sierende elementen, kunstobjecten en afrasteringen in de openbare ruimte; • 6°. distributienetwerken voor elektriciteit, warmte, gas en water, inclusief bijbehorende werken en bouwwerken; en • 7°. riolering, inclusief bijbehorende werken en bouwwerken A9: De kosten van werken, werkzaamheden en maatregelen die noodzakelijk zijn voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit
27
bijlage III
specificatie investerings- en ontwikkelopgave Investeringsopgave Onderstaande tabel geeft een overzicht van de verbetering van de fysieke leefomgeving. Het betreft het netto-investeringsbedrag.
investeringen
nettoinvesteringsopagve
Groen, water natuur en landschap Ecologische verbindingszone Smalwater Ecologische verbindingszone Blauwhoefseloop Algemene investering landschapselementen Boxtel Noordwesthoek boskavels in groene singels