CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoek rekenkamer Boxtel Subsidiebeleid- bijlage 2 Rapportage Bevindingen Subsidiebeleid

Raadsvergadering Boxtel 10 december 2024, gemeente boxtelBij agendapunt: Rekenkameronderzoek Subsidiebeleid Boxtel11.925 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De rechtmatige besteding van subsidie blijft hierbij het uitgangspunt. Artikel 13, 14 en 15 van de Asv15 gaan in op de spelregels rondom de verantwoording van subsidies: • In artikel 13 is bepaald dat een subsidie tot € 5.000 direct door burgemeester en wethouders wordt vastgesteld of verleend en binnen 12 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve wordt vastgesteld. Er is bij deze bedragen geen verantwoording van de subsidie door de subsidieontvanger benodigd. Bij subsidieregeling kan daarvan overigens worden afgeweken; er kan worden bepaald dat de subsidieontvanger aan dient te tonen dat 14 Gemeente Boxtel. Beleidskader subsidies Boxtel 2017. 15 Gemeente Boxtel. Algemene subsidieverordening Boxtel 2017.

29

•

•

de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, ook werkelijk zijn verricht en dat aan de verplichtingen zijn voldaan. In artikel 14 is bepaald dat een subsidie tussen € 5.000 en € 50.000 de subsidieontvanger uiterlijk 12 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling indient. De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. Ook bevat de aanvraag een financieel verslag waaruit blijkt op welke wijze het subsidiebedrag is besteed. Bij subsidieregeling dan wel bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. In artikel 15 is bepaald dat een subsidie van meer dan € 50.000 de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling indient. In geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar. In geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk 13 weken na afloop van het betrokken boekjaar. In andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.

De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en bij een bedrag dat lager is dan of gelijk is aan € 200.000 een subsidieverklaring opgesteld door een onafhankelijk accountant; en bij een bedrag dat hoger is dan € 200.000 een controleverklaring opgesteld door een onafhankelijk accountant. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.

In de subsidiebeschikking wordt aan de subsidieontvanger bekend gemaakt hoe de wijze van verantwoording vormgegeven dient te worden en per wanneer de gemeente deze verantwoording uiterlijk wenst te ontvangen. Een voorbeeld is de subsidiebeschikking BSB 2024; voor de verantwoording op uiterlijk 1 april 2025 is een inhoudelijk verslag 2024 noodzakelijk waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en dat aan de verplichting is voldaan, een financieel verslag 2024 waaruit blijkt op welke wijze de subsidie is besteed, een balans 2024 met een toelichting daarop, en een controleverklaring opgesteld door een onafhankelijk accountant. 5.1.2 Feitelijke verantwoording door subsidieontvangers Maatschappelijke organisaties die meer dan € 50.000 aan subsidie ontvangen, leveren jaarlijks een inhoudelijk verslag en een financieel verslag of jaarrekening op. De RK heeft een aantal van deze inhoudelijke verslagen (jaarverslagen) geanalyseerd, o.a. van Huis73 (Bibliotheek)16 en BSB17. Het jaarverslag 2023 van Huis73 (Bibliotheek) gaat in op verschillende activiteiten die zijn georganiseerd en welke resultaten daarmee zijn bereikt, een verhaal op inhoud. Ook de ‘harde cijfers’ als aantal leden, bezoekers, uitleningen e.d. zijn inzichtelijk gemaakt in het jaarverslag. De relatie naar de gemeentelijke opgaven en beleidsdoelen wordt in het jaarverslag echter niet

16 Bibliotheek Boxtel. Jaarverslag 2023. 17 Stichting Brede Scholen Boxtel. Jaarverslag 2023.

30

gemaakt. Een financieel verslag of jaarrekening ontbreekt hierin ook; er is geen inzicht op inkomsten en uitgaven. Het jaarverslag BSB 2023 gaat eveneens in op de ondernomen activiteiten en welke resultaten daarmee zijn bereikt; deze zijn vooral gerealiseerd rondom een aantal programmalijnen waarna per programmalijn een nadere toelichting is gegeven. De relatie naar de gemeentelijke opgaven en beleidsdoelen wordt in het jaarverslag niet gemaakt. In het jaarverslag is wel een overzicht van inkomsten en uitgaven opgenomen. 5.1.3 Rapporteren over voortgang en bijsturing Eén van de bijzondere voorwaarden die aan een subsidie gegeven kan worden, zo blijkt uit de Asv artikel 12, is dat bij subsidies hoger dan € 50.000 met activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, de verplichting kan worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Voor subsidies lager dan € 50.000 bestaan geen formele spelregels over de wijze van rapporteren over de voortgang. De prestatie-overeenkomst met de Kinderboerderij 202418 gaat bijvoorbeeld in op het tussentijds verantwoording afleggen.

Daarin wordt genoemd dat tweemaal per jaar een bestuurlijk overleg plaatsvindt over ontwikkelingen en tweemaal per jaar een ambtelijk overleg plaatsvindt over de inhoud van de prestatieafspraken en de ambities voor het komende jaar. 5.1.4 Realisatie doelen en beoogde prestaties De realisatie van doelen is lastig te boordelen, omdat de doelen vaak in algemene termen zijn gesteld, zoals hiervoor ook al is aangegeven. Het gaat vaak om doelen als: vergroten sociale cohesie, verbetering leefbaarheid, minder eenzaamheid, e.d. Daarbij passende indicatoren, die laten zien of deze doelen gerealiseerd zijn, ontbreken veelal. Overigens wordt hierbij opgemerkt dat het ook heel lastig is om dergelijke indicatoren op te stellen, die de daadwerkelijke maatschappelijke effecten laten zien van de uitgevoerde activiteiten. Het blijft steeds de vraag of de leefbaarheid of sociale cohesie is verbeterd of verslechterd dankzij, of ondanks, de ontwikkelde activiteiten. Overigens kan wel een beeld gevormd worden van de geleverde prestaties. Bijvoorbeeld aan de hand van de uitgevoerde projecten, ondernomen activiteiten, aantal gevoerde gesprekken, aantal deelnemers en bezoekers, e.d. Uit een analyse van de jaarverslagen van vooral de professionele organisaties, maar vaak ook van vrijwilligersorganisaties kan worden opgemaakt dat de afgesproken activiteiten grotendeels worden gerealiseerd.

Het zijn dan activiteiten, waarvan het plausibel is aan te nemen dat die aan de realisatie van de doelen bijdragen. Bijvoorbeeld kan worden verwezen naar een project als ‘boekstart’. Daarbij geldt: hoe meer voorgelezen wordt hoe hoger de woordenschat van kinderen. Of een ander voorbeeld: kinderen, die de bibliotheek bezoeken hebben een hoger leesniveau.

18 Gemeente Boxtel. Prestatieovereenkomst subsidie Kinderboerderij 2024.

31

Wanneer de beoogde activiteiten (in een enkel geval) niet worden uitgevoerd, komt dit vooral voort uit een (tijdelijk) personeelstekort. Soms kan het dan overblijvende budget dan een jaar later worden ingezet dan wel het wordt teruggevorderd. 5.2 Ervaringen ambtelijk betrokkenen en subsidieontvangers In de gesprekken komen diverse thema’s naar voren in relatie met de beantwoording van de deelvragen 8, 9 en 10: • Duidelijkheid over de benodigde wijze van verantwoording Bij het overgrote merendeel van de organisaties, waarmee de RK heeft gesproken, is het duidelijk op welke wijze de verantwoording moet plaatsvinden. Voor sommige vrijwilligersorganisaties met een subsidiebudget onder € 5000 of tot € 50.000 is die helderheid niet steeds aanwezig. Met name de professionele organisaties geven aan zich ook goed te kunnen vinden in de werkwijze rondom de verantwoording. Opgemerkt wordt dat het overleg met de gemeente daarover soepel verloopt. • Periodiek overleg en tussentijdse (bij)sturing verschilt tussen professionele en vrijwilligersorganisaties Over eventuele afwijkingen in de uitvoering of nieuwe ontwikkelingen vindt periodiek (meestal eenmaal per kwartaal) overleg plaats tussen gemeentelijke contactpersonen (accounthouders) en de professionele organisaties. Het bestuurlijk overleg is enkele keren per jaar tussen beide.

Bij vrijwilligersorganisaties is er (logischerwijs) minder vaak sprake van periodiek overleg, gezien de hoogte van subsidiebedragen. In verband met het tussentijds volgen van de ontwikkelingen en eventuele bijstellingen wordt vanuit de ambtelijke organisatie aangegeven dat daarvoor nogal eens te weinig tijd is voor met name de kleinere vrijwilligersorganisaties. Dit betekent ook dat er weinig oog is voor de uitvoeringsactiviteiten gedurende het jaar. • Monitoring van doelen en prestaties: kwantitatief en kwalitatief Omdat de doelen (bijvoorbeeld een betere gezondheid, een grotere sociale cohesie of leefbaarheid) veelal ruim zijn omschreven is de doelrealisatie moeilijk te meten. In veel gesprekken wordt het signaal afgegeven dat het belangrijk is te komen tot heldere afspraken op welke wijze de doelrealisatie en het bieden van zicht op de geleverde prestaties vorm kan krijgen. Het vooraf hebben van een gedragen beeld bij zowel gemeente als de subsidie ontvangende organisaties wordt vaker als wens geuit. Vaak wordt daarbij ook gewezen zowel door vertegenwoordigers van de gemeente als van subsidie ontvangende organisaties - op de ‘betrekkelijkheid’ van indicatoren, die het maatschappelijk effect van de subsidie zichtbaar moeten maken. Bij de monitoring zal het naast ‘tellen ook vooral om vertellen’ moeten gaan (kwantitatieve en kwalitatieve monitoring).

Story telling kan hierbij een belangrijke rol vervullen. Daarnaast is een goed gesprek over de doelen van de subsidieopdracht en de uitwerking daarvan in de te leveren prestaties hierbij van grote betekenis. Een gezamenlijke verkenning van de gemeente en de professionele organisaties op dit thema wordt van belang geacht door deze spelers. 5.3 Bevindingen deelvragen 8, 9 en 10 Bevindingen deelvragen 8, 9 en 10:

32

•

•

•

•

•

Voor de drie onderscheiden subsidie-omvangen (tot € 5.000, van € 5.000 tot € 50.000 en boven € 50.000) hanteert de gemeente verschillende spelregels over de wijze van verantwoording, die recht doen aan de omvang van de subsidiebedragen. Deze spelregels worden kenbaar gemaakt aan de subsidieontvangers middels de subsidiebeschikking. Maatschappelijke organisaties die subsidiebedragen boven € 50.000 ontvangen, worden geacht jaarlijks een inhoudelijk verslag en een financieel verslag of jaarrekening in te dienen ten behoeve van verantwoording. Dit gebeurt ook daadwerkelijk en het samenspel in deze wordt positief beoordeeld. Voor subsidies lager dan € 50.000 bestaan geen formele spelregels over de wijze van rapporteren over de voortgang. Met de professionele organisaties vindt tussentijds periodiek overleg plaats over de voortgang en over nieuwe ontwikkelingen, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Daarbij zijn ook mogelijkheden voor bijstelling in de uitvoering. Dit gebeurt veel minder met vrijwilligersorganisaties. De doelrealisatie is moeilijk meetbaar in termen van maatschappelijke effecten. Op het niveau van ondernomen activiteiten, projecten, bereikte deelnemers, gevoerde gesprekken, e.d. is dat wel mogelijk. Uit de analyse komt naar voren dat de voorgenomen prestaties ook grotendeels worden uitgevoerd. Door personele problemen lukt dat in een enkel geval niet.

Het maken van duidelijke afspraken over de monitoring aan de voorkant schept duidelijkheid voor gemeente en subsidie ontvangende organisatie over de wijze van meting van doelen, opgaven en te leveren prestaties. Daarbij wordt als wens vaak een mix genoemd van kwantitatieve en kwalitatieve informatie (‘story telling’). Het wordt belangrijk gevonden deze zoektocht naar die duidelijkheid vooraf gezamenlijk in te zetten.

33

6. Opvattingen over het totale subsidieproces Hoofdstuk 6 gaat in op deelvraag 11. De elfde deelvraag luidt als volgt: 11. Hoe ervaren de betrokken spelers (binnen en buiten de gemeente) het totale subsidieproces? Als normen worden daarbij gehanteerd: • Het subsidieproces is voor de betrokken spelers helder. • De betrokken spelers zijn tevreden over het procesverloop. In het voorafgaande zijn al diverse aspecten van het subsidieproces naar voren gekomen alsook de opvattingen van betrokkenen. Aanvullend daarop worden hier nog enkele thema’s toegevoegd, die betrekking hebben op het totale subsidieproces. Deze zijn voortgekomen uit de gesprekken met vertegenwoordigers van de gemeente (accounthouders) alsook van subsidie ontvangende organisaties. 6.1 Helderheid subsidieproces 6.1.1 Differentiatie over de helderheid binnen de ambtelijke organisatie Waar het gaat om de helderheid van het subsidieproces voor de betrokken spelers is sprake van een wisselend beeld. Binnen de gemeente is het belangrijk een onderscheid te maken tussen ‘ervaren’ en ‘relatief nieuwe’ medewerkers. Voor de ervaren medewerkers is het subsidieproces over het algemeen helder: zij kennen de termijnen, de inhoudelijke spelregels, de wijze van overleggen met subsidiepartners, e.d. Voor relatief nieuwe medewerkers geldt dat veel minder.

Zo zijn de redenen voor subsidieverlening vaak onduidelijk en ontbreekt ook nogal eens het inzicht in de beleidsmatige onderleggers. Vaak worden ‘historische motieven’ genoemd als reden voor subsidieverlening: ‘die organisatie heeft in vorige jaren ook subsidie gekregen’. Beide typen medewerkers geven overigens aan dat een overzicht van en een instructie over het totale subsidieproces ontbreekt. Eenieder moet zelf een eigen verkenning gaan uitvoeren hoe het proces in elkaar zit, welke spelregels er zijn, wie de verschillende accounts zijn voor de verschillende organisaties, hoe de samenwerking met het team financiën is geregeld, wat de beleidsmatige onderleggers zijn, e.d. Waar in de afgelopen jaren veel mutaties in de personele bezetting hebben plaatsgevonden heeft het gemis aan een dergelijk overzicht geleid tot inhoudelijke ruis en veel extra energie gekost van nieuwe medewerkers van MGD. 6.1.2 Differentiatie over de helderheid binnen de subsidie ontvangende organisaties Bij de subsidie ontvangende organisaties dient eveneens een onderscheid gemaakt te worden. In dit geval tussen de professionele organisaties versus de organisaties, die vooral met vrijwilligers werken.

34

Voor de professionele organisaties als Huis73, Contour de Twern, MEE, stichting BSB, e.d. is het subsidieproces meestal wel helder. Zij hebben vaak ook structureel contact (meerdere malen per jaar) met de accounthouders binnen de gemeente en ook minimaal eenmaal per jaar met de wethouder. Ook het feit dat soms vooraf overlegd wordt over de prestatieafspraken helpt daarbij. Voor organisaties, die vooral met vrijwilligers werken, is deze duidelijkheid van het subsidieproces vaak minder. Zij missen een duidelijk overzicht vanuit de gemeente over wat valt onder het subsidiebeleid en wat onder het accommodatiebeleid, bijvoorbeeld bij de gemeenschapshuizen. Verlies van overzicht ontstaat ook door wisseling van contactpersonen. Het bieden van meer overzicht en structuur en daarover vervolgens ook communiceren binnen de ambtelijke organisatie en naar de externe partners kan daarbij helpen, zo wordt opgemerkt. In dat opzicht bestaat er overigens wel waardering voor het feit dat de gemeente ieder jaar de subsidie ontvangende organisaties via een heldere brief aanschrijft om een nieuwe subsidieaanvraag in te dienen. 6.2 Tevredenheid over het procesverloop 6.2.1 Verschillende beelden van de tevredenheid over het procesverloop Wat hiervoor gesteld is over de helderheid van het subsidieproces is op een vergelijkbare wijze terug te vinden in het procesverloop.

De ervaren contactpersonen binnen de gemeente hebben zichzelf het procesverloop eigen gemaakt en hebben een eigen modus gevonden het proces vorm te geven. In die zin zijn ze daar tevreden over. Dit geldt echter veel minder voor de relatief onervaren contactpersonen. Een parallel beeld doet zich ook voor bij de subsidie ontvangende organisaties. De professionele organisaties zijn meer tevreden dan de vrijwilligersorganisaties. Dit hangt samen met het feit dat professionele organisaties: • Zelf expertise in huis hebben over subsidieprocessen; • Ervaring hebben in andere gemeenten; • Met vaak ook een stevige contactpersoon vanuit de gemeente hebben ze ook meer mogelijkheden voor een professionele vormgeving van het proces, hetgeen tot tevredenheid aan beide kanten leidt. Over het procesverloop wordt daarnaast opgemerkt dat er een verschuiving gaande is van een accentverlegging: van een sterk administratief-financieel proces naar een proces dat meer gericht is op de inhoudelijke dialoog. Door de betrokken spelers wordt dit een goede ontwikkeling geacht. 6.2.2 Meerjarige afspraken Als belangrijk verbeterpunt voor het subsidieproces wordt vaak genoemd: het werken met meerjarige afspraken. In de gesprekken met vertegenwoordigers van zowel de ambtelijke organisatie als met subsidie ontvangende organisaties komt dit vaak terug.

Het jaarlijks doorlopen van het hele subsidieproces (aanvragen tot en met verantwoorden) vraagt veel tijd, zowel aan de kant van de gemeente als aan de kant van de subsidie ontvangende organisaties. Dat kost veel administratief-procedurele energie. En dat terwijl de doelstellingen veelal

35

betrekking hebben op een langere termijn en de daarop gerichte activiteiten ook. De continuïteit is gediend met meerjarige afspraken. Natuurlijk is het dan wel zaak afspraken te maken over bijstellingen, op basis van de inhoudelijke voortgang en nieuwe ontwikkelingen. Dat zou prima op jaarbasis kunnen, zo wordt aangegeven. Bij een werkwijze met meerjarige afspraken is het des te belangrijker dat tussen gemeente en subsidie ontvangende organisatie een gedeeld beeld bestaat over wat geleverd moet worden. Aan de hand van een ‘programma van eisen’ zou de gemeente dit kunnen aanreiken aan de professionele organisaties. Vervolgens kan een daarop passend aanbod worden geformuleerd. Met een dergelijke benadering wordt de focus sterker gericht op de inhoudelijke doelen. In de praktijk van nu is nog (te) vaak sprake van een subsidiëring op basis van historische afspraken. Of deze inhoudelijk nog opportuun zijn krijgt daarbij soms weinig aandacht. 6.2.3 Indexering In de afgelopen jaren is de door de gemeente toegepaste indexering onvoldoende gebleken om de reële prijsstijgingen (in lonen, huurprijzen, materialen, e.d.) op te vangen. De wens wordt uitgesproken om na te gaan of er een betere afstemming kan komen tussen de door de gemeente gehanteerde indexcijfers en de daadwerkelijke kostenstijgingen van de verschillende organisaties.

6.2.4 Wijkgericht werken In veel gesprekken klinkt het belang van de wijkgerichte aanpak door. Het meer werken op basis van de behoefte in de wijken en daarop een aanpak ontwikkelen wordt vaak bepleit. Veel subsidies zijn ook wijkgericht of worden via de subsidie ontvangende organisaties per wijk ingezet. De ratio en de grondslag achter deze subsidies voor de verschillende wijken en dorpen is vaak niet meer bekend. Een totaaloverzicht ontbreekt ook. In het verleden zijn daar afspraken over gemaakt, maar de vraag wordt gesteld of de huidige verdeling van subsidies over de wijken recht doet aan de inhoudelijke opgaven in de verschillende wijken en dorpen. 6.3 Bevindingen deelvraag 11 Bevindingen deelvraag 11: • Het dominante beeld is dat de professionele organisaties het subsidieproces helder vinden en daar in belangrijke mate tevreden over zijn. Voor kleinere organisaties, die werken met vrijwilligers is het oordeel op deze punten minder positief. • Binnen de ambtelijke organisatie is eveneens sprake van een wisselend beeld: voor de ervaren medewerkers zijn het subsidielandschap en de spelregels helder. Voor andere medewerkers geldt dat veel minder.

• Als meer specifieke aandachtspunten komen uit de gesprekken naar voren: de wens om te komen tot meerjarige subsidieafspraken, een betere afstemming over de indexering en een meer op inhoud gerichte inzet van de middelen voor wijkgericht werken op basis van een door bewoners gedragen wijk- of dorpsplan.

36

BIJLAGEN 1. Bestuurlijke reactie college van B&W Op 31 oktober 2024 heeft de Rekenkamer onderstaande reactie op het concept rapport ontvangen. ‘Op 26 september 2024 ontvingen wij uw conceptrapport Subsidiebeleid Boxtel. Wij hebben met belangstelling kennisgenomen van het conceptrapport. U vraagt ons om: 1. aan te geven of er in de rapportage feitelijke onjuistheden staan. 2. een bestuurlijke reactie te geven op het conceptrapport. 3. aan te geven op welke wijze, wanneer en in welke context wij uitvoering gaan geven aan de aanbevelingen.

De feitelijke onjuistheden hebben wij separaat per mail aan u doorgegeven. In onze verdere reactie gaan wij in op uw aanbevelingen aan ons. Bestuurlijke reactie Wij stellen het op prijs dat uw Rekenkamer een onderzoek heeft uitgevoerd naar het huidige subsidiebeleid. Wij beschouwen uw rapport als een uitgebreide evaluatie voor de start van het nieuwe subsidiebeleid in Boxtel. Het geeft ons aanbevelingen en bouwstenen om dit nieuwe beleid vorm te geven en helpt ons de implementatie daarvan goed in te richten. In reactie op uw aanbevelingen Aanbeveling 3: Geef aan de ambtelijke organisatie de opdracht te komen tot een stroomlijning van het subsidiebeleid op basis van een nieuwe indeling van de subsidie categorieën uit de herijking van het subsidiebeleid. Met de aanstelling van de beleidsadviseur subsidies zien wij ook de uitgelezen kans om tijd, ruimte en structuur te brengen in subsidieverstrekking. We zien de rol van beleidsadviseur subsidies als een procesondersteuner naast de inhoudelijke kennis van beleidsadviseurs. De samenwerking tussen proces en inhoud moet komend jaar resulteren in een nieuw subsidiebeleid en aansluitende subsidieregelingen per beleidsterrein. Daarmee verwachten wij de gewenste structuur, overzicht en grip op subsidies terug te krijgen en de ambtelijke organisatie te professionaliseren op het gebied van subsidieverstrekking.

Naast een nieuw subsidiebeleid hebben wij ook opdracht gegeven om een nieuw accommodatiebeleid te ontwikkelen. Wij nemen uw aanbeveling om expliciet te zijn over welke bijdrage waar moet worden ondergebracht ter harte. Wij verkennen de mogelijkheid om een subsidiebureau op te zetten waarin alle subsidies worden verwerkt. Dit kan het proces van subsidieverstrekking versterken en versnellen. Aanbeveling 4: Geef aan de ambtelijke organisatie de opdracht te verkennen op welke wijze de samenwerking met subsidie ontvangende organisaties kan worden versterkt. Het is prettig om te constateren dat de organisaties over het algemeen tevreden zijn met de samenwerking. Uw aanbevelingen over de samenwerking zitten vooral in de procesmatige kant van subsidieverstrekking zoals meerjarige afspraken en indexering. Deze aanbeveling nemen wij ter harte en zullen de mogelijkheden hiervoor nader onderzoeken. Dat het contact met vrijwilligersorganisaties kan verbeteren erkennen we en is zeker ook een wens van ons. De contacten zullen (opnieuw) gelegd worden bij het opstellen van het subsidiebeleid en de subsidieregelingen. Nu we ook met inhoudelijke beleidsadviseurs weer op sterkte komen gaan we dit zeker ook onderhouden. Tot slot Tijdens uw onderzoek is een schets van het nieuwe subsidiebeleid ontworpen. U refereert hier in uw rapport aan.

U benoemt in uw rapport ook dat deze schets passend is bij de aanbevelingen. Dit geeft ons het vertrouwen om het subsidiebeleid in deze lijn verder te ontwikkelen. We gaan hier het komende half jaar graag samen met onze subsidie ontvangende organisaties mee aan de slag.’

37

2. Subsidiestaat welzijnsactiviteiten 2024

38

39

3. Overzicht geïnterviewde personen College van B&W • Wethouder subsidies Ambtelijke organisatie • Concernmanager sociaal • Teammanager Sociale Beleids Ontwikkeling • Teammanager Maatschappelijke en Economische Ontwikkeling • Beleidsadviseur Sociale Beleids Ontwikkeling subsidies • Beleidsadviseur Sociale Beleids Ontwikkeling sport en bewegen • Beleidsadviseur Sociale Beleids Ontwikkeling ouderenzorg • Beleidsadviseur Sociale Beleids Ontwikkeling nieuwkomers • Beleidsadviseur Sociale Beleids Ontwikkeling onderwijs • Beleidsadviseur Sociale Beleids Ontwikkeling 0e + 1e lijns + accounthouder primaire partners • Beleidsadviseur Maatschappelijke en Economische Ontwikkeling vastgoed sport • Beleidsadviseur Maatschappelijke en Economische Ontwikkeling kunst, cultuur • Beleidsadviseur Maatschappelijke en Economische Ontwikkeling kunst, cultuur, gemeenschapsfuncties • Beleidsadviseur Maatschappelijke en Economische Ontwikkeling vastgoed (accommodatiebeleid) • Beleidsadviseur/wijkmakelaar Subsidieontvangers • ContourdeTwern • Gemeenschapshuis De Walnoot • Huis73 (bibliotheek) • Hockeyvereniging MEP • MEE • Stichting Brede Scholen Boxtel • Stichting Rond Kerk Orion (RKO) (Lennisheuvel)

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=8ed7df55-c36f-4c0f-b33b-7340f6331f23