Onderzoek rekenkamer Boxtel Subsidiebeleid- bijlage 2 Rapportage Bevindingen Subsidiebeleid
Tekst van het document
REKENKAMER BOXTEL
Subsidiebeleid Boxtel Nota van bevindingen en bijlagen
November 2024
0
INHOUDSOPGAVE
Leeswijzer
2
B. NOTA VAN BEVINDINGEN
3
1. Definitie subsidie, soorten subsidies en bedragen 1.1 Documentenanalyse 1.2 Ervaringen ambtelijk betrokkenen en subsidieontvangers 1.3 Bevindingen deelvraag 1 en 2
3 3 7 7
2. Overzicht van subsidieontvangers 2.1 Documentenanalyse 2.2 Ervaringen ambtelijk betrokkenen en subsidieontvangers 2.3 Bevindingen deelvraag 3
11 11 12 13
3. Subsidieregelingen en bijdrage aan opgaven en doelen 3.1 Documentenanalyse 3.2 Ervaringen ambtelijk betrokkenen en subsidieontvangers 3.3 Bevindingen deelvragen 4 en 5
14 14 22 22
4. Bekendheid van opgaven, doelen en beoogde prestaties 4.1 Documentenanalyse 4.2 Ervaringen ambtelijk betrokkenen en subsidieontvangers 4.3 Bevindingen deelvragen 6 en 7
24 24 27 27
5. Proces van verantwoording, bewaking voortgang en realisatie 5.1 Documentenanalyse 5.2 Ervaringen ambtelijk betrokkenen en subsidieontvangers 5.3 Bevindingen deelvragen 8, 9 en 10
29 29 32 32
6. Opvattingen over het totale subsidieproces 6.1 Helderheid subsidieproces 6.2 Tevredenheid over het procesverloop 6.3 Bevindingen deelvraag 11
34 34 35 36
BIJLAGEN
37
1 Bestuurlijke reactie college van B&W 2 Subsidiestaat welzijnsactiviteiten 2024 3 Overzicht geïnterviewde personen
37 38 40
1
Leeswijzer De resultaten van het onderzoek zijn gerapporteerd in twee rapportages. Deel A betreft de Kernnota waarin de aanpak van het onderzoek, de conclusies en aanbevelingen, de kern van de bestuurlijke reactie van het college van B&W en het nawoord van de Rekenkamer Boxtel (RK) is opgenomen. Deel B betreft de Nota van Bevindingen, waarin uitgebreider verslag wordt gedaan van de resultaten van het onderzoek. Daarin zijn ook de bijlagen opgenomen.
2
B. NOTA VAN BEVINDINGEN 1. Definitie subsidie, soorten en bedragen Hoofdstuk 1 gaat in op deelvragen 1 en 2. De eerste en tweede deelvraag luiden als volgt: 1. Wat wordt in Boxtel verstaan onder subsidies? 2. Welke soorten subsidies worden gehanteerd en om welke bedragen gaat het daarbij? Bij deelvraag 1 en 2 worden als normen door de RK gehanteerd: • Er is een heldere definitie opgenomen in de Algemene Subsidieverordening en/of Beleidskader subsidies Boxtel 2017 van de gemeente Boxtel. • De keuze voor subsidie soorten is gemotiveerd en inzichtelijk. • De indeling in categorieën is overzichtelijk en consistent. 1.1 Documentenanalyse 1.1.1 Het subsidielandschap In het Boxtelse subsidielandschap zijn de volgende documenten essentieel: • Algemene subsidieverordening Boxtel 2017 (Asv) • Beleidskader subsidies Boxtel 2017 (oftewel, het subsidiebeleid) • Programmabegroting (begroting) • Subsidieregeling Maatschappelijke Ontwikkeling 2018 en overige subsidieregelingen Algemene subsidieverordening Boxtel 2017 (Asv) De Algemene subsidieverordening Boxtel (vanaf nu: Asv) is in 2017 in werking getreden. Dit vormt de juridische basis van gemeentelijke subsidies. De Asv is een verordening die zich met name richt op reikwijdte, subsidieplafonds, procestermijnen, beslis/weigeringsgronden en verantwoording. Het betreft de voorwaarden voor de subsidies die de gemeente verstrekt.
Momenteel worden voorbereidingen getroffen om de Asv te actualiseren. Beleidskader subsidies Boxtel 2017 (het subsidiebeleid) De Asv kan niet volledig voorzien in hoe de gemeente subsidies doeltreffend inzet. Daarom is er een beleidskader; het Beleidskader subsidies Boxtel 2017 (vanaf nu: het subsidiebeleid). Ook het subsidiebeleid is toe aan actualisatie. De voorbereidingen hiervan vinden in 2024 plaats. Het juridisch kader (Asv) en het beleidskader (subsidiebeleid) werken aanvullend op elkaar. Programmabegroting en subsidiestaat welzijnsactiviteiten De programmabegroting (vanaf nu: begroting) bevat de doelstellingen, activiteiten en het beschikbare geld voor het nieuwe begrotingsjaar. De begroting wordt door de raad vastgesteld. Onderdeel van de begroting vormt de bijlage ‘subsidiestaat welzijnsactiviteiten’, waarin wordt aangegeven welke maatschappelijke organisatie voor welk bedrag wordt gesubsidieerd in het begrotingsjaar. Subsidieregeling Maatschappelijke Ontwikkeling 2018: structurele subsidies 3
De subsidiestaat welzijnsactiviteiten betreft enkel de structurele subsidies die vanuit de Subsidieregeling Maatschappelijke Ontwikkeling 2018 worden uitgekeerd. De Subsidieregeling Maatschappelijke Ontwikkeling is vastgesteld door het college. Deze is in werking getreden per 1 januari 2018. Deze regeling wordt gebruikt als kader (de wijze van subsidiëren) voor subsidies binnen het sociaal domein en maatschappelijke ontwikkeling. Overige subsidieregelingen: structurele en incidentele subsidies Naast de Subsidieregeling Maatschappelijke Ontwikkeling, zijn er nog andere subsidieregelingen die een relatie hebben met de subsidiestaat welzijnsactiviteiten (en dus structurele subsidies betreffen). Ook deze subsidieregelingen zijn vastgesteld door het college. Dit zijn: • Uitvoeringsregeling voorschoolse educatie in de peuteropvang • Subsidieregeling musea • Subsidiekader gesubsidieerde primaire partners Naast structurele subsidies worden in Boxtel incidentele subsidies verstrekt.
Incidentele subsidies volgen uit de volgende subsidieregelingen (september 2024) die ook zijn vastgesteld door het college: • Regeling besteding middelen Legaat van Cooth • Subsidieregeling regentonactie • Subsidieregeling monumenten • Regeling vouchers muziekonderwijs Boxtel • Tijdelijke stimuleringsregeling gevelverbetering • Stimuleringsregeling incidentele subsidie cultuur • Subsidieregeling Water en groen op eigen terrein • Subsidieregeling GALA Boxtel 2024-2026 • Subsidieregeling Vergroenen van schoolpleinen • Stimuleringsbijdrage Uitvoeringsprogramma Bezoekerseconomie Boxtel 2024-2026 • Een regeling met betrekking tot VVE is in ontwikkeling. Een incidentele subsidie kan ook worden verstrekt zonder subsidieregeling. Dit is veelal op basis van een collegebesluit of bestaat uit aanvullende middelen voor een verstrekte subsidie. Beleidsterreinen in relatie tot subsidies Er zijn verschillende beleidsterreinen waar subsidies een relatie mee hebben, zowel de structurele als incidentele subsidies. Dit zijn: sport en bewegen, kunst en cultuur, ouderenzorg, jeugd en jongerenwerk, gemeenschapsfuncties, wijkmakelaars, nieuwkomers, onderwijs, 0e en 1e lijns (voorliggend veld), accommodatiebeleid.
Beleidsnota’s die hiermee een relatie hebben zijn de Cultuurnota gemeente Boxtel 2017-2020, Beleidsnotitie Samen ouder worden in Boxtel 2019, Beleidskader armoedebeleid 2023-2026, Beleidsnota jongerenwerk 2017, Lokale educatieve agenda 2020-2024, VVE beleid Boxtel 2020 en Boxtel sportbeleid 2011-2015. Sommige van deze Beleidsnota’s zijn inmiddels sterk verouderd. 1.1.2 Definiëring van subsidie Subsidie volgens de Asv In de Asv1, wordt aangegeven dat er geen definitie van een subsidie in de Asv is opgenomen. Wat onder een subsidie moet worden verstaan, is omschreven in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht (vanaf nu: Awb), zo geeft de Asv te kennen. De Awb geeft aan: “Kenmerken van een subsidie zijn dat er aanspraak is op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het 1 Gemeente Boxtel. Algemene subsidieverordening Boxtel 2017, pg. 7.
4
oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.” Subsidie volgens het subsidiebeleid Het subsidiebeleid2 definieert wat er in de gemeente Boxtel (vanaf nu: gemeente) onder een subsidie wordt verstaan: “Subsidie is een uitvoeringsinstrument om beleid te verwezenlijken. Het beleid (het “wat en waarom”) ligt vast in visiedocumenten, beleidsprogramma’s, notities en de programmabegroting. Om dit beleid te verwezenlijken (het “hoe”) staan de gemeente verschillende instrumenten ter beschikking. Zo kan de gemeente een opdracht verstrekken (inkoop), zelf voorzieningen realiseren, financiële bijdragen verstrekken en subsidies verlenen. Elk instrument kent zijn eigen juridisch kader en beleidskader. Het Beleidskader Subsidies beschrijft de wijze waarop (en dus “hoe”) gemeente Boxtel het subsidie-instrument op een zo efficiënt en doeltreffend mogelijke wijze inzet.”
Als algemene doelstelling van het subsidiebeleid formuleert de gemeente3: “Organisaties, verenigingen en individuen die werkzaam zijn in of voor Boxtel aanvullend en ondersteunend op de eigen inzet (zowel fysiek als financieel) in staat stellen om met hun activiteiten een bijdrage te leveren aan het realiseren van beleidsdoelstellingen van de gemeente Boxtel.” 1.1.3 Soorten subsidies Subsidies fysiek en sociaal domein Het subsidiebeleid maakt onderscheid tussen twee soorten subsidies4: • Domein fysiek: De gemeente faciliteert en ondersteunt met subsidies in het fysieke domein een duurzame samenleving met een krachtige lokale economie. De gemeente geeft een impuls aan de economie, leefbaarheid en biodiversiteit. De gemeente richt zicht op een aantrekkelijke gemeente met toerisme als volwaardige bedrijfstak en een sterk centrum (een woon- en werkgemeente). • Domein sociaal: Met subsidies in het sociaal domein stimuleert de gemeente de zelfredzame samenleving. De gemeente richt zich hierbij op initiatieven die zonder ondersteuning niet zouden ontstaan. Het beleid richt zich op jeugd en kwetsbare burgers (met name onder ouderen, mensen met een beperking of een grote afstand tot de arbeidsmarkt). De gemeente wil bevorderen dat iedereen meedoet. Anders gezegd: “niemand staat aan de kant”.
Structurele en incidentele subsidies Er worden verder twee vormen van subsidies onderscheiden; structurele en incidentele subsidies. Zie paragraaf 1.1.1 Het subsidielandschap.
1.1.4 Omvang subsidies en differentiatie in subsidiebedragen Bedragen structurele en incidentele subsidies Via het financiële systeem kan de gemeente een overzicht vormen van welke maatschappelijke organisatie welk bedrag aan structurele en/of incidentele subsidie ontving/ontvangt in een bepaald jaar. Ook het totaal aan structurele en incidentele subsidies voor een bepaald jaartal is inzichtelijk gemaakt. Daarnaast wordt per subsidie soms een (korte) toelichting gegeven waarvoor de subsidie
2 Gemeente Boxtel. Beleidskader subsidies Boxtel 2017, pg. 3. 3 Gemeente Boxtel (2017). Beleidskader subsidies Boxtel 2017, pg. 9. 4 Gemeente Boxtel (2017). Beleidskader subsidies Boxtel 2017.
5
betrof/betreft. Uit dit overzicht (van juli 2024) kunnen de volgende totaalbedragen worden samengesteld: Jaar 2021 2022 2023 2024
Structurele subsidies € 3.172.431 € 3.377.770 € 3.461.262 € 3.789.305
Incidentele subsidies * € 851.960 € 1.415.188 € 1.422.363 € 1.260.241
Totaalbedrag € 4.024.391 € 4.792.958 € 4.883.625 € 5.049.546
* Bedrag t/m 31 juli 2024 Bron: Overzicht via de ambtelijke organisatie.
Differentiatie in subsidiebedragen en spelregels In relatie tot de verantwoording van subsidies, maakt de gemeente onderscheid tussen verschillende subsidiebedragen (zoals aangeduid in de Asv); tot € 5.000, van € 5.000 tot € 50.000 en boven € 50.000. Bedragen tot € 5.000 betreft met name vrijwilligersorganisaties op het gebied van sport, kunst/cultuur, gezondheid, welzijn etc. Bedragen tot € 50.000 betreffen tevens vooral vrijwilligersorganisaties op het gebied van sport, kunst/cultuur, gezondheid, welzijn etc. Bedragen boven € 50.000 betreft met name professionele partners zoals ContourdeTwern, MEE, Stichting Brede Scholen Boxtel (vanaf nu: BSB), Huis73 (bibliotheek) etc. Een verdere uitwerking van de wijze van verantwoording per subsidiebedrag, wordt gegeven in hoofdstuk 5, paragraaf 5.1.1 Wijze van verantwoording. 1.1.5 Een andere indeling van soorten subsidies en doelen Na het aantrekken van een ‘beleidsadviseur subsidies’ wordt ten tijde van dit rekenkameronderzoek gewerkt aan een herziening van het subsidiebeleid en een afstemming van het subsidieproces voor zowel de gemeente Boxtel als de gemeente Sint-Michielsgestel. In dat verband is een andere indeling in vormen en doelen van subsidies opgesteld.
Er worden daarbij zes vormen van subsidies onderscheiden: • Prestatiesubsidies • Vrijwilligerssubsidies • Opstartsubsidies • Projectsubsidies • Exploitatiebijdragen • Wijkmakelaarsbudgetten. Schematisch als volgt samengevat:
6
Bron: Gemeente Boxtel (aangeleverd door beleidsadviseur subsidies, 2024).
1.2 Ervaringen ambtelijk betrokkenen en subsidieontvangers In de gesprekken komen diverse thema’s naar voren in relatie tot de beantwoording van de twee eerste onderzoeksvragen. Het gaat hierbij om de volgende aandachtspunten: • Het ontbreken van een duidelijk overzicht van subsidies. Een totaalbeeld met een heldere indeling van subsidie categorieën is momenteel niet beschikbaar. Ook de verdeling van subsidies over de gehanteerde categorieën is niet consistent. Zo worden bijvoorbeeld subsidies voor wijkraden onder verschillende categorieën ondergebracht. • Geen compleet inzicht van subsidies in de begroting. De in de begroting opgenomen subsidiestaat bevat niet het totaaloverzicht aan subsidies. Opgenomen zijn alleen de bedragen uit de subsidieregeling Maatschappelijke Ontwikkeling. In het volgende hoofdstuk wordt inzichtelijk gemaakt om welke bedragen het gaat. • Onvoldoende transparantie over bijdragen vanuit het subsidiebeleid versus bijdragen vanuit het accommodatiebeleid. Zowel bij ambtelijke medewerkers als bij enkele subsidie ontvangende organisaties wordt onduidelijkheid ervaren over de bijdragen vanuit het subsidiebeleid versus bijdragen vanuit het accommodatiebeleid. Door verschillende gesprekspartners wordt ervoor gepleit te komen tot een scherpere afstemming tussen het accommodatiebeleid en het subsidiebeleid en duidelijker te maken wat waaronder valt.
Het wordt als onvoldoende transparant ervaren welke bijdragen aan organisaties lopen via het subsidiebeleid en welke bijdragen via het accommodatiebeleid. • Helderheid en stroomlijning in het subsidielandschap nodig. Met de aanstelling van een beleidsadviseur subsidies - sinds een jaar actief binnen MijnGemeenteDichtbij (vanaf nu: MGD) - worden mogelijkheden gezien het overzicht en consistentie in het subsidiebeleid te verbeteren en ook het subsidieproces beter te stroomlijnen. De nieuwe indeling in subsidies, zoals onlangs gepresenteerd in een werksessie over subsidiebeleid, wordt door velen gezien als voorbeeld voor verbetering. 1.3 Bevindingen deelvragen 1 en 2 Bevindingen deelvragen 1 en 2: • In het subsidiebeleid is een heldere definitie opgenomen van wat een subsidie inhoudt voor de gemeente: “Subsidie is een uitvoeringsinstrument om beleid te verwezenlijken. Het beleid 7
•
•
• •
(het “wat en waarom”) ligt vast in visiedocumenten, beleidsprogramma’s, notities en de programmabegroting. Om dit beleid te verwezenlijken (het “hoe”) staan de gemeente verschillende instrumenten ter beschikking. Zo kan de gemeente een opdracht verstrekken (inkoop), zelf voorzieningen realiseren, financiële bijdragen verstrekken en subsidies verlenen. Elk instrument kent zijn eigen juridisch kader en beleidskader. Het Beleidskader Subsidies beschrijft de wijze waarop (en dus “hoe”) gemeente Boxtel het subsidie-instrument op een zo efficiënt en doeltreffend mogelijke wijze inzet.” Op dit moment worden onderscheiden: subsidies in het fysieke en in het sociale domein. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt in structurele en incidentele subsidies. Eerste gedachten over een nieuwe indeling van subsidies gaan uit van de volgende subsidie categorieën: prestatiesubsidies, vrijwilligerssubsidies, opstartsubsidies, projectsubsidies, exploitatiebijdragen en wijkmakelaarsbudgetten. Met deze indeling wordt het overzicht en de helderheid vergroot. Bovendien is op deze wijze sprake van een compleet beeld. De in de begroting opgenomen subsidiestaat geeft geen overzicht van het totale subsidiebudget. Het gaat daarbij vooral om subsidies vanuit de Subsidieregeling Maatschappelijke Ontwikkeling en nog drie andere subsidieregelingen. Dit betreffen structurele subsidies.
Inzicht in structurele en incidentele subsidies vanuit andere subsidieregelingen, mist. Ook blijkt dat de indeling van subsidies in de onderscheiden categorieën niet steeds consistent is. In de Asv is sprake van een differentiatie in de omvang van subsidiebedragen (tot € 5.000, van € 5.000 tot € 50.000, en boven € 50.000). In samenhang daarmee zijn ook verschillende spelregels benoemd over de verantwoording van het subsidiebedrag. Met de aanstelling van een beleidsadviseur subsidies worden binnen MGD mogelijkheden gezien om het zicht op het subsidielandschap en het subsidieproces te verbeteren.
8
2. Overzicht van subsidieontvangers Hoofdstuk 2 gaat in op deelvraag 3. De derde deelvraag luidt als volgt: 3. Aan wie worden deze bedragen verstrekt en is daar een duidelijk overzicht van? Bij deze deelvraag wordt als norm door de RK gehanteerd: • Er is een overzicht van alle subsidies beschikbaar waarin de subsidieontvanger, het subsidiebedrag en de belangrijkste projectkenmerken per subsidieontvanger zijn opgenomen. 2.1 Documentenanalyse 2.1.1 De structurele subsidies De structurele subsidies die worden uitgekeerd bedragen volgens de subsidiestaat welzijnsactiviteiten 2021, 2022, 2023 en 2024: 2021: € 3.172.431 2022: € 3.377.770 2023: € 3.461.262 2024: € 3.789.305 Het bedrag voor 2024 uit de subsidiestaat welzijnsactiviteiten is verdeeld over de volgende categorieën5: A Sport B Jeugd- en ontspanningsorganisaties C Algemene activiteiten overwegend op sociaal cultureel gebied met een openbaar karakter D Cultuurhistorie E Activiteiten op het gebied van emancipatie, allochtonen en uitkeringsgerechtigden
€ 26.448 € 16.848 € 145.618
F Activiteiten op het terrein van gezondheidsbeleving en -bevordering G Fanfares, tamboer- en lyrakorpsen, majorettes en overige muzikale uitingsvormen H Overige verenigingen en/of organisaties I Gemeenschapshuizen J Professionele instellingen K Peuterspeelzalen en voorschoolse educatie Totaal
€ 55.307 € 56.665 € 106.799 € 67.390 € 3.013.842 € 257.046 € 3.789.305
€ 21.259 € 22.083
In bijlage 2 is een detaillering van de subsidiestaat welzijnsactiviteiten 2024 opgenomen. Hierin wordt inzichtelijk welke maatschappelijke organisaties voor welke bedragen in 2024 worden gesubsidieerd vanuit de Subsidieregeling Maatschappelijke Ontwikkeling, incl. subsidies vanuit de 5 Programmabegroting 2024, bijlagenboek, hoofdstuk 7, Subsidiestaat welzijnsactiviteiten.
11
(structurele) subsidieregelingen ‘Uitvoeringsregeling voorschoolse educatie in de peuteropvang’, ‘Subsidieregeling musea’ en ‘Subsidiekader gesubsidieerde primaire partners’. 2.1.1 De incidentele subsidies Wat betreft incidentele subsidies6 gaat het om de volgende bedragen: 2021: € 851.960 2022: € 1.415.188 2023: € 1.422.363 Voor 2024 is er nog geen totaal beeld. Het gaat in de periode 2021 t/m 2023 om 318 gesubsidieerde maatschappelijke organisaties. In het overzicht dat binnen de ambtelijke organisatie vanuit de financiële systemen kan worden uitgedraaid, zijn de subsidiebedragen per maatschappelijke organisatie inzichtelijk, per jaar. Bij de incidentele subsidies wordt een korte toelichting gegeven waar het bedrag voor bedoeld is. Bijvoorbeeld: subsidie leertraject, vervoer Taalkas, exploitatiebijdrage, onderhoudsbijdrage, muziekvoucher etc. Het laagste subsidiebedrag uit dit overzicht bedraagt € 200, het hoogste subsidiebedrag uit dit overzicht bedraagt € 1.500.952. 2.2 Ervaringen ambtelijk betrokkenen en subsidieontvangers In de gesprekken komt naar voren: • De subsidiestaat is niet volledig. De incidentele subsidies met een omvang van € 1.260.241 zijn niet opgenomen in de subsidiestaat welzijnsactiviteiten in de begroting 2024. Een meer herkenbare indeling in subsidie categorieën kan ook helpen om tot beter overzicht en inzicht te komen.
• Meer flexibiliteit in besteding van budgetten Door een aantal gesprekspartners wordt de wens geuit om meer flexibiliteit te hebben in de besteding van de budgetten, bijvoorbeeld om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Door anderen wordt vooral benadrukt dat de gemeente uitdraagt open te staan voor nieuwe initiatieven. Die zouden bijvoorbeeld kunnen worden betaald uit de ‘opstartsubsidies, projectsubsidies en het wijkmakelaarsbudget’. 2.3 Bevindingen deelvraag 3 Bevindingen deelvraag 3: • Slechts een gedeelte van de subsidies (namelijk de structurele subsidies opgenomen in de subsidiestaat welzijnsactiviteiten) zijn publiekelijk bekend. Hierin wordt per begrotingsjaar duidelijk aan wie de subsidie is/wordt verstrekt en voor welk subsidiebedrag. Projectkenmerken per subsidieontvanger zijn daarbij niet inzichtelijk. • Voor incidentele subsidies is binnen de ambtelijke organisatie een overzicht beschikbaar vanuit de financiële systemen, waarin duidelijk wordt aan wie de subsidie wordt verstrekt en voor welk subsidiebedrag. Dit overzicht is echter niet openbaar. In dat overzicht zijn nauwelijks
6 Bron: Overzicht via de ambtelijke organisatie.
12
projectkenmerken per subsidieontvanger opgenomen. Volstaan wordt meestal met een summiere toelichting over de bedoeling van de subsidie. • Met een totaaloverzicht van structurele en incidentele subsidies kan het inzicht van de subsidie omvang worden verbeterd. Een nieuwe indeling van subsidies, zoals momenteel in ontwikkeling, helpt eveneens om beter inzicht te krijgen in de verschillenden subsidies. De daarin benoemde categorieën als ‘instroomsubsidies, projectsubsidies en wijkmakelaarsbudget’ kunnen worden ingezet voor nieuwe initiatieven. Daarmee is ook de flexibiliteit in het subsidiesysteem gediend.
13
3. Subsidieregelingen en bijdrage aan opgaven en doelen Hoofdstuk 3 gaat in op deelvragen 4 en 5. De vierde en vijfde deelvraag luiden als volgt: 4. Zijn de gemeentelijke opgaven en de beleidsdoelen, die met subsidiëring worden beoogd, vastgelegd? 5. Is er voor elke subsidieregeling vastgelegd wat de gemeente beoogt met de subsidie en hoe dit bijdraagt aan de gemeentelijke opgaven en de beleidsdoelen? Bij deze deelvragen worden als normen door de RK gehanteerd: • In de Algemene subsidieverordening en/of het subsidiebeleid zijn de soorten subsidies benoemd en is het doel per soort aangegeven. • In het subsidiebeleid zijn de gemeentelijke opgaven die met subsidiëring beoogd worden, benoemd. • Het subsidiebeleid kent een duidelijke relatie met beleidsnota’s waarin de beleidsdoelen zijn benoemd om de gemeentelijke opgaven te kunnen realiseren. • De subsidieregelingen benoemen wat de gemeente beoogt met de subsidie en hoe dit bijdraagt aan de gemeentelijke opgaven en beleidsdoelen uit beleidsnota’s. 3.1 Documentenanalyse 3.1.1 Subsidiebeleid en gemeentelijke opgaven De Asv7 maakt geen onderscheid tussen de soorten en vormen van subsidies die de gemeente onderscheid, en ook worden geen gemeentelijke opgaven benoemd. Dit wordt wel geduid in het subsidiebeleid8.
Het subsidiebeleid zet in op het doelgericht inzetten van subsidies, aanvullend te subsidiëren, met oog voor kwetsbare inwoners. Zoals hiervoor aangegeven maakt de gemeente daarin onderscheid in twee subsidieclusters (soorten subsidies); domein fysiek en domein sociaal. Het subsidiebeleid geeft een overzicht van de gemeentelijke opgaven voor deze twee clusters: Subsidiecluster Fysiek Cluster Duurzaamheid (programma 1)
Fysiek Cluster Economie (programma 2) Fysiek Cluster Woonomgeving (programma 3) Fysiek Cluster Innovatie
Doelstellingen per subsidiecluster • Onze gemeente is een gezonde, groene en duurzame samenleving voor nu én later • Boxtel is een duurzaam en dynamisch centrum in “Het Groene Woud” • De lokale economie is sterk en duurzaam met voldoende werkgelegenheid • Toerisme en recreatie is een volwaardige bedrijfstak • We beschermen onze monumenten en andere cultuurhistorisch waardevolle objecten • Innovatie in het fysiek domein bevorderen
7 Gemeente Boxtel. Algemene subsidieverordening Boxtel 2017.
8
Gemeente Boxtel (2017). Beleidskader subsidies Boxtel 2017.
14
Sociaal Cluster Kunst Cultuur (programma 3)
Sociaal Cluster Zorg en Welzijn (programma 4)
Sociaal Cluster Innovatie
• Samenwerking stimuleren • Er is een aansprekende culturele infrastructuur met een laagdrempelige vorm van muziekonderwijs • Bibliotheken zijn modern en voor eenieder toegankelijk • Gemeenschapshuizen hebben draagvlak (voor en door bewoners) en een ondernemend bestuur • Iedereen doet mee • Jeugd en kwetsbare burgers (met name onder ouderen, mensen met een beperking of een grote afstand tot de arbeidsmarkt) worden voldoende ondersteund • Er is maximale stimulans tot sport en beweging • Innovatie in het sociaal domein bevorderen • Samenwerking stimuleren
3.1.2 Subsidiebeleid en beleidsdoelen Er zijn verschillende beleidsterreinen en beleidsnota’s waar subsidies een relatie mee hebben, zoals in hoofdstuk 1, paragraaf 1.1.1 Het subsidielandschap is beschreven. Ter illustratie volgen hier enkele voorbeelden uit beleidsnota’s: • In de Beleidsnotitie Samen ouder worden in Boxtel uit 2019 zijn de beleidsdoelstellingen uitgewerkt in een samenwerkingsagenda met vier pijlers; wonen en woonomgeving, gezond en vitaal, verbondenheid en eenzaamheid, en ondersteuning en zorg (Thuis). • In de Lokale educatieve agenda 2020-2024 worden drie doelen benoemd, uitgewerkt in de thema’s: brede ontwikkeling, doorgaande ontwikkelingslijnen 0-18 jaar en passende ondersteuning. • Ook in het Beleidskader armoedebeleid 2023-2026 wordt verwezen naar gemeentelijke doelstellingen. De ambitie uit het beleidsakkoord dat iedereen in Boxtel mee moet kunnen doen in de maatschappij, met betaald werk of als vrijwilliger, wordt benoemd. Vervolgens worden de doelen van het beleid benoemd en uitgewerkt via de thema’s: kinderarmoede, vroegsignalering, preventie schulden en vereenvoudiging van de regelingen, versterken van het netwerk, en duurzaamheid. 3.1.3 Structurele subsidies en beleidsdoelen Vanuit de Subsidieregeling Maatschappelijke Ontwikkeling9 wordt het merendeel van de structurele subsidies verstrekt.
Deze subsidieregeling verwijst per onderdeel naar het doel. Voor sommige onderdelen zijn echter geen doelen benoemd. Een overzicht van onderdelen en doelen is als volgt: Onderdeel A. Sport
B. Jeugd- en ontspanningsorganisaties
Doel Subsidie wordt verstrekt voor het behouden en het stimuleren van sportbeoefening in verenigingsverband of subsidie ten behoeve van behoud van buitensportaccommodaties, in de gemeente Boxtel. Het bevorderen van ontspanningsactiviteiten voor de jeugd in de gemeente Boxtel waaraan iedereen binnen de doelgroep kan deelnemen zonder lid te zijn van een bepaalde organisatie.
9 Gemeente Boxtel. Subsidieregeling Maatschappelijke Ontwikkeling 2018.
15
C. Algemene activiteiten op sociaal cultureel gebied D. Cultuurhistorie E. Activiteiten emancipatie, allochtonen en uitkeringsgerechtigheden F. Activiteiten gezondheidsbeleving en bevordering G. Fanfares, tamboer- en lyrakorpsen, majorettes en overig H. Overige verenigingen en/of organisaties I. Gemeenschapshuizen J. Professionele instellingen
K. Peuterspeelzalen en voorschoolse educatie
Het organiseren van sociaal culturele activiteiten met een openbaar karakter. Vervallen. Het bevorderen van integratie, participatie en emancipatie van allochtone inwoners van de gemeente Boxtel in de Boxtelse samenleving. Niet benoemd.
Niet benoemd.
Niet benoemd. Niet benoemd. Met professionele regionale instellingen worden aparte subsidiebeschikkingen met contracten afgesloten waarbij prestaties het uitgangspunt vormen. Met enkele instellingen zijn de te leveren prestaties opgenomen in het contract (product/offerte) of de opdrachtformulering. Het gaat daarbij om de Bibliotheek, de Kunststichting Boxtel, de Brede Scholen Boxtel en ContourdeTwern. Zie de afzonderlijk vastgestelde uitvoeringsregelingen.
Onder J. Professionele instellingen wordt verwezen naar prestatie-afspraken of -overeenkomsten voor een beschrijving van de doelen. Een uitgewerkt voorbeeld is Huis73 (Bibliotheek)10, waarin de volgende doelen genoemd zijn: 1. Het bieden van een laagdrempelige toegang tot een breed aanbod van media, verhalen en betrouwbare informatie (schriftelijk en digitaal) vanuit hoogwaardige bibliotheekvestigingen en logistieke dienstverleningsconcepten. 2. Het bieden van doelgroep specifieke programmering van gevarieerde activiteiten, die zijn gericht op taalstimulering, leesbevordering, culturele educatie en mediawijsheid. 3. Het bieden en versterken van taalstimulering, leesbevordering en mediawijsheid voor de jeugd door middel van samenwerking met educatieve instelling. 4. Het bestrijden van laaggeletterdheid (gezinsaanpak geletterdheid). 5. De bevordering van digitale inclusie. 6. Het stimuleren van persoonlijke ontwikkeling. 7. Het versterken van haar rol als belangrijke schakel binnen het lokale netwerk van culturele, educatieve en kunstzinnige instellingen en individuen. 8. Het implementeren van lokaal, provinciaal en landelijk overeengekomen innovaties. 9. Is gecertifieerd op basis van de meest geactualiseerde certificeringsnormen. 10. Zorgt voor minimaal één fysieke vestiging in de gemeente. 11. Regionale inbedding en verankering door samen te werken met andere bibliotheken. 12.
Digitale en bijzondere dienstverlening d.m.v. deelname aan de landelijke digitale infrastructuur en het interbibliothecair leenverkeer.
10 Gemeente Boxtel. Prestatieafspraken subsidie 2024-2025.
16
Over subsidiabele activiteiten wordt in de Subsidieregeling Maatschappelijke Ontwikkeling benoemd dat subsidie uitsluitend kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan beleidsdoelstellingen in het sociaal domein of op het gebied van maatschappelijke ontwikkeling in de gemeente, zoals vastgelegd in het coalitieakkoord, de begroting, het subsidiebeleid en bestuurlijk vastgestelde beleidsdocumenten. Naast de Subsidieregeling Maatschappelijke Ontwikkeling, bestaan er drie andere subsidieregelingen van waar uit structurele subsidies worden verstrekt. Daarin zijn de volgende doelen en subsidiabele activiteiten benoemd: Subsidieregeling Uitvoeringsregeling voorschoolse educatie in de peuteropvang
Doel De VVE-doelgroep peuter extra ondersteunen bij de voorbereiding op het basisonderwijs
Subsidieregeling musea
1. Het ondersteunen van bestaande musea in de gemeente Boxtel 2. Het verwerven, prepareren, conserveren, behouden en uitdragen van het culturele erfgoed van de gemeente Boxtel en andere collecties, zodat inwoners en bezoekers zowel actief als passief daaraan kunnen deelnemen 3. Het eigentijds bevorderen van de deelname aan actieve en passieve kunst - en cultuurbeleving door alle Boxtelse leerlingen
17
Subsidiabele activiteiten 1. Een structureel aanbod voorschoolse educatie in de peuteropvang van 16 uur in 4 dagdelen per week gedurende 40 weken per jaar op basis van een berekend bedrag per VVE-doelgroep peuter per jaar 2. De inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker voor VVEdoelgroep peuters in de peuteropvang op basis van 10 uur per VVE-doelgroep peuter per locatie per jaar conform de wettelijke verplichting Innovatie Kwaliteit Kinderopvang (IKK) met ingang van 1 januari 2022 De activiteit dient gericht te zijn op: 1. Het vormgeven en tentoonstellen van publieksaantrekkelijke (wissel) exposities van voorwerpen en verzamelingen met Boxtelse culturele en cultuurhistorische waarden, op een vaste locatie in de gemeente Boxtel 2. Het ontvangen en rondleiden van publiek op de vaste locatie zowel individueel als in groepsverband en gericht op een breed publiek 3. Het ontwikkelen van educatieve programma’s voor diverse doelgroepen 4. Het digitaal registreren en beter toegankelijk maken van de collectie voor studie en onderzoek 5. Het versterken van de samenwerking en promotie van de bestaande musea onderling en regionaal 6. Het ontwikkelen en het uitvoeren van gezamenlijke projecten en arrangementen met andere sectoren, die ten gunste zijn van toeristen, inwoners en onderwijs
Subsidiekader gesubsidieerde primaire partners
1. Betere en efficiëntere samenwerking tussen de primaire partners 2. Een sluitend en integraal aanbod van diensten en ondersteuning aan onze inwoners 3. Gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een sluitend en integraal aanbod bij primaire partners 4. Samenwerking van primaire partners binnen het netwerk van ketenpartners, wijk- en buurtteams, kleinere gesubsidieerde organisaties, vrijwilligersorganisaties en inwonersinitiatieven 5. Uniforme sturing op de subsidieopdrachten aan de gesubsidieerde primaire partners 6. Uniform proces van subsidieaanvraag, -verlening, verantwoording en -vaststelling conform de Algemene Subsidieverordening bij de gesubsidieerde primaire partners
7. Het stimuleren en mogelijk maken van wetenschappelijk onderzoek op de vaste locatie in de gemeente Boxtel Niet als zodanig benoemd. Wel wordt verwezen naar: De subsidieopdracht die gemeente Boxtel voor 2022 e.v. aan de primaire gesubsidieerde partners MEE, ContourdeTwern, Brede Scholen Boxtel geeft, vormt de ‘basisondersteuning’. GGD en WSD worden niet gesubsidieerd maar zijn wel belangrijke primaire partners en maken deel uit van het samenwerkingsverband. In dit subsidiekader staan de inhoudelijke voorwaarden voor de subsidieopdracht en de voorwaarden voor de monitoring van en sturing op de subsidieopdracht omschreven. Afbakening: Basisondersteuning is de ondersteuning die gericht is op het versterken van de sociale basis in de gemeente, en de (lichte) ondersteuning die als basisvoorziening voor alle inwoners beschikbaar is zonder verwijzing of indicatie. De activiteiten in de basisondersteuning zijn terug te voeren op: presentie (‘er zijn’, dichtbij en toegankelijk, er-op-af, kennen en gekend worden), preventie, signalering en passende hulp en ondersteuning.
3.1.4 Incidentele subsidies en beleidsdoelen Daarnaast worden incidentele subsidies verstrekt. Daarin zijn de volgende doelen en/of subsidiabele activiteiten benoemd:
Subsidieregeling Regeling besteding middelen Legaat van Cooth
Doel Niet benoemd, wel wordt verwezen naar subsidiabele activiteiten (zie rechterkolom).
Subsidieregeling regentonactie
Het voor inwoners van de gemeente Boxtel verlagen van de kosten van de aanschaf van een regenton, waardoor inwoners gestimuleerd worden een regenton aan te schaffen.
18
Subsidiabele activiteiten 1. Boven normatieve onderwijsvoorzieningen (primair onderwijs). 2. Onderwijskundige projecten (primair onderwijs). 1. Door aanschaf van een regenton wordt regenwater door inwoners opgevangen en hergebruikt, waardoor: het bewustzijn van inwoners van watergebruik in en rondom de woning wordt
Subsidieregeling monumenten
Niet benoemd, wel wordt verwezen naar subsidiabele activiteiten (zie rechterkolom).
Regeling vouchers muziekonderwijs Boxtel
Het stimuleren van participatie: actieve deelname aan muziekonderwijs door in Boxtel wonende leerlingen. 1b. het bevorderen van een divers aanbod aan muziekonderwijs in de gemeente Boxtel: voor alle vormen van muziekonderwijs kan een voucher verstrekt worden. 2. De voucher wordt verstrekt voor het volgen van groeps-, duo- of individuele lessen door een leerling bij een muziekdocent die staat op de muziekdocentenlijst als bedoeld in artikel 11, eerste lid. Niet benoemd, wel wordt benoemd: Burgemeester en wethouders kunnen aan de eigenaar, huurder of gebruiker van een pand gelegen in het stimuleringsgebied op aanvraag subsidie verstrekken voor gevelverbetering, behalve als de
Tijdelijke stimuleringsregeling gevelverbetering
19
bevorderd, en een bijdrage wordt geleverd aan het klimaatbestendig maken van de openbare ruimte. 2. De subsidie wordt verstrekt aan de deelnemende ondernemer per verkochte regenton, mits daarbij wordt voldaan aan de onder artikel 6 gestelde voorwaarden. 1. Burgemeester en wethouders kunnen aan de eigenaar van een gemeentelijk monument op aanvraag subsidie verstrekken voor het normale onderhoud van dat monument. 2. Burgemeester en wethouders kunnen aan de eigenaar van een gemeentelijk monument op aanvraag subsidie verstrekken voor de restauratie van dat monument. 3. Burgemeester en wethouders kunnen aan een eigenaar van een object dat deel uitmaakt van een beschermde gevelwand of aan een gemachtigde namens de eigenaren van objecten die deel uitmaken van een beschermde gevelwand op aanvraag subsidie verstrekken voor het normale onderhoud of de restauratie van die beschermde gevelwand of delen daarvan. Niet benoemd.
Niet benoemd.
Stimuleringsregeling incidentele subsidie cultuur
gevelverbetering heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2016 of de aanvraag om subsidie wordt ingediend na 31 december 2019. 1. De culturele en kunstzinnige activiteiten stimuleren op het terrein van amateurkunst en cultureel erfgoed gericht op één of meerdere van specifieke doelen: a. Stimuleren van participatie: actieve deelname aan culturele en kunstzinnige activiteiten. b. Stimuleren van presentatie cultureel erfgoed van de gemeente Boxtel dat verder gaat dan openstellen alleen. c. Stimuleren van publieksbereik: een openbaar en verbindend karakter. d. Bevorderen van innovatie, nieuwe initiatieven of doorontwikkeling ervan. e. Bevorderen van brede samenwerkingsverbanden binnen de gemeente Boxtel met concreet resultaat ten behoeve van Boxtel en haar inwoners. f. Het bevorderen van cultuurparticipatie van jeugd en kwetsbare burgers. g. Het bevorderen van eigen kracht van de mensen. h. Het bevorderen van cultureel ondernemerschap. i. Het bevorderen en stimuleren van kennisvermeerdering, kennisdeling en bewustwording. j. Het toevoegen van de vernieuwende artistieke waarde aan het bestaande. 2. Projecten als bedoeld in lid 1 van dit artikel op het gebied van amateurkunst zijn ten minste altijd gericht op het stimuleren van participatie als bedoeld in sub a. Naast dit vereiste doel kunnen ook andere doelen als bedoeld in sub b tot en met sub j worden nagestreefd. 3.
Projecten als bedoeld in lid 1 van dit artikel op het gebied van cultureel erfgoed zijn ten minste altijd gericht op het stimuleren van presentatie als bedoeld in sub b. Naast dit vereiste doel kunnen ook andere doelen als bedoeld
20
Verweven met doelen (zie linker kolom).
Subsidieregeling Water en groen op eigen terrein
in sub a en sub c tot en met j worden nagestreefd. 4. Het doel bevorderen van innovatie, nieuwe initiatieven of doorontwikkeling daarvan zoals opgenomen in lid 1 sub d van dit artikel, kan betrekking hebben op diverse vormen van innovatie. Op het gebied van cultureel erfgoed kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het digitaliseren van museale collecties. Vereist is in alle gevallen dat wordt aangetoond wat de meerwaarde is van de vernieuwing ten opzichte van de reguliere taak van de organisatie. 5. Een aanvrager die voor een subsidie in aanmerking wil komen, moet aantonen dat de activiteit bijdraagt aan de doelstelling van deze regeling. 1. Met deze subsidieregeling wordt afkoppeling van hemelwater van het gemeentelijke riool, op eigen terrein, gestimuleerd door het treffen van een infiltratie-, afkoppel en/of bergingsvoorziening. Daarnaast wordt lokaal vasthouden en infiltreren van hemelwater gestimuleerd door ontharding en vergroening van erf en dak. 2. De subsidieregeling levert een bijdrage aan de klimaatbestendigheid binnen de gemeentegrenzen van Boxtel. Hiermee worden onderstaande doelen gerealiseerd: a. Minder onnodige zuivering van hemelwater als afvalwater door afvoer naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. b. Minder wateroverlast bij piekbuien. c. Minder verbruik drinkwater voor beregening van tuinen tijdens droge perioden. d.
Minder droogte door aanvulling van het grondwater. e. Minder hittestress in bebouwde omgevingen. f. Verbeteren van leefbaarheid. g. Toename biodiversiteit. h. Vergroten van klimaatadaptatie- en waterbewustzijn bij inwoners.
21
Een subsidie wordt verleend voor: a. Ontharding en de vergroening van erfverharding op eigen terrein ten behoeve van het infiltreren van hemelwater. b. Het aanleggen van groene daken ten behoeve van het bergen van hemelwater. c. De benodigde infiltratie-, afkoppel en/of bergingsvoorziening inclusief toebehoren voor het afkoppelen van bestaand dakoppervlak van de gemengde riolering.
Er zijn drie regelingen in ontwikkeling: Subsidieregeling GALA Boxtel 2024-2026, Subsidieregeling Vergroenen van schoolpleinen en een subsidieregeling voor de Vve. Deze in ontwikkeling zijnde regelingen vormen (nog) geen onderdeel van dit overzicht. 3.2 Ervaringen ambtelijk betrokkenen en subsidieontvangers In de gesprekken komen diverse thema’s naar voren in relatie met de beantwoording van de vierde en vijfde deelvraag: • Inhoudelijke grondslag en doelen van subsidies Nogal wat gesprekspartners - zowel ambtenaren als vertegenwoordigers van vrijwilligersorganisaties - hebben geen scherp beeld van de inhoudelijke grondslag en doelen van de subsidies. Vaak wordt verwezen naar de subsidie uit voorgaande jaren in plaats van naar de beleidsinhoudelijke motieven voor de subsidie. • Subsidiebudgetten wijkorganen en wijkraden Voorgaande conclusie geldt vooral ook voor de subsidiebudgetten voor wijkorganen en wijkraden. In de loop der tijd zijn daar voor wijken en dorpen andere subsidiebedragen toegevoegd en is de onduidelijkheid toegenomen over waarom welke wijkorganen en dorpsraden welke subsidiebedragen krijgen toegekend. Een gemeenschappelijke grondslag voor subsidiering van wijken en dorpen alsook de bijbehorende criteria voor subsidiëring wordt door velen gemist.
• Visie sociaal domein en in beleidsnota’s als grondslag voor subsidies Vaak wordt in de gesprekken verwezen naar de in voorbereiding zijnde integrale visie op het sociaal domein en visies in beleidsnota’s. Gesteld wordt dat hieruit belangrijke grondslagen voor het nieuwe subsidiebeleid kunnen voortkomen. Dat vraagt nog wel om een goede doorvertaling naar het subsidiebeleid. Alsdan wordt het ook beter mogelijk om aan te geven waar subsidies op moeten worden ingezet. • Afstemming subsidiebeleid en accommodatiebeleid Als specifiek aandachtspunt wordt ook vaak genoemd: de afstemming tussen het subsidiebeleid en het accommodatiebeleid. De lijn tussen beide sporen en de grondslag voor de bijdragen zijn vaak onduidelijk voor betrokken spelers. Voor grotere vrijwilligersorganisaties en professionele organisaties geldt dat probleem overigens minder. Nu zowel voor het subsidiebeleid als het accommodatiebeleid nieuw beleidsnota’s worden opgesteld is dit een uitgelezen kans de beoogde verheldering aan te brengen. 3.3 Bevindingen deelvragen 4 en 5 Bevindingen deelvragen 4 en 5: • De gemeente onderscheidt in het subsidiebeleid twee soorten subsidies: de subsidieclusters domein fysiek en domein sociaal. Het subsidiebeleid geeft een overzicht van de gemeentelijke opgaven voor deze twee clusters.
• Vanuit de Subsidieregeling Maatschappelijke Ontwikkeling wordt het merendeel van de structurele subsidies verstrekt. Deze subsidieregeling verwijst per onderdeel naar het doel. • Ook in andere subsidieregelingen, van waaruit zowel structurele als incidentele subsidies worden verstrekt, worden in veel gevallen het doel benoemd. Vaak worden ook subsidiabele activiteiten benoemd.
22
•
• •
Hoewel dus regelmatig verwezen wordt naar achterliggende beleidsnota’s vraagt de relatie tussen beleidsdoelen en de te verlenen subsidies aandacht. Een verbetering in deze wordt volgens de gesprekspartners vooral kansrijk geacht bij het verschijnen van een nieuwe integrale visie op het sociaal domein en visies in beleidsnota’s. Met de beoogde herziening van het subsidiebeleid en het accommodatiebeleid kan de afstemming tussen beide verder worden uitgewerkt. Daarmee kan ingespeeld worden op de wensen van betrokken spelers om hierin meer helderheid te krijgen. Ook in de gesprekken komt dit thema vaak terug. Er zijn nogal eens vragen over de inhoudelijke grondslagen en te realiseren doelen door middel van inzet van subsidies. Dit geldt in het bijzonder voor de subsidiëring van dorpsraden en wijkraden. Aanvullend op de oorspronkelijke verdelingen per wijk en dorp, waarvan de grondslag overigens niet steeds duidelijk is, zijn in de loop der tijd diverse subsidies toegevoegd. Het beeld is daardoor vertroebeld.
23
4. Bekendheid van opgaven, doelen en beoogde prestaties Hoofdstuk 4 gaat in op deelvragen 6 en 7. De zesde en zevende deelvraag luiden als volgt: 6. Zijn de gemeentelijke opgaven en de beleidsdoelen die met de subsidie beoogd wordt, vooraf kenbaar gemaakt aan de ontvanger van de subsidie? 7. Is het helder voor de ontvanger van de subsidie welke maatschappelijke prestaties daarvoor te moeten leveren? Bij deze deelvragen worden als normen door de RK gehanteerd: • De te realiseren gemeentelijke opgaven en beleidsdoelen zijn actief gecommuniceerd richting de subsidieontvangers. • Voor de subsidieontvanger is duidelijk welke maatschappelijke prestaties te moeten leveren voor een bijdrage aan het realiseren van de gemeentelijke opgaven en beleidsdoelen.
4.1 Documentenanalyse 4.1.1 Bekendheid met doelen en beoogde prestaties De Asv11 beschrijft dat voor een aanvraag tot subsidie (onafhankelijk van de hoogte van het aan te vragen subsidiebedrag), de aanvrager aan onder andere de volgende voorwaarden dient te voldoen (of afwijkende voorwaarden zoals bepaalt in de subsidieregeling): • Een beschrijving dient te geven van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd • De doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd • Hoe de activiteiten daaraan bijdragen • Een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten Door de vraag aan de subsidieaanvrager om een relatie te leggen met doelen en resultaten en hoe activiteiten bijdragen aan die doelen en resultaten, wordt verondersteld dat de subsidieaanvrager bekend is met de gemeentelijk opgaven, de relevante beleidsdoelen en de relevante doelen vanuit de subsidieregeling. Immers, de doelen en resultaten die met de activiteiten worden nagestreefd dienen binnen deze kaders te passen. Nadat er een aanvraag is gedaan voor subsidie beoordeelt de gemeente de aanvraag. Het subsidiebeleid12 geeft aan dat de beoordeling verloopt via een objectief toetsingskader. Dit toetsingskader wordt per domein opgesteld.
Dit toetsingskader staat centraal in het gesprek met de subsidieaanvrager, waarbij in redelijkheid wordt gekeken naar de noodzaak/toegevoegde waarde van de activiteit en de hoogte van de subsidie in relatie tot het gemeentelijke doel. Met professionele organisaties als ContourdeTwern, MEE, BSB, Huis73 (Bibliotheek) e.d. en in sommige gevallen met vrijwilligersorganisaties, waarbij het gaat om subsidiebedragen boven € 11 Gemeente Boxtel. Algemene subsidieverordening Boxtel 2017. 12 Gemeente Boxtel. Beleidskader subsidies Boxtel 2017.
24
50.000, worden vaak convenanten en prestatie-overeenkomsten opgesteld in samenspraak met de betreffende maatschappelijke organisaties. Voorbeelden zijn de convenant Kinderboerderij 2019 t/m 2024, prestatie-overeenkomst 2024 voor de Kinderboerderij en prestatie-afspraken 2024-2025 voor Huis73 en BSB 2024. Convenanten betreffen meerjarige uitgangspunten van subsidieverlening en doelstellingen. Prestatie-overeenkomsten zijn vooral gericht op het omschrijven van de gewenste output (resultaten). Waar mogelijk wordt deze output in meetbare indicatoren in de prestatieovereenkomst vastgelegd. Een voorbeeld van een prestatie-overeenkomst is de overeenkomst met BSB 2024. De opdracht luidt dat de BSB een bijdrage levert aan een doorgaande leerlijn voor ieder kind op het gebied van sport, cultuureducatie en taalontwikkeling. De gemeente heeft opdracht om in te zetten op deze gebieden waarvoor zij rijks- en provinciale middelen ontvangen (de Brede Regeling Combinatiefunctionarissen, BRC). Sinds 2022 werkt de BSB samen met de primaire partners ContourdeTwern en MEE, en op basis van een gezamenlijk uitvoeringsplan aan de verbetering van de ketensamenwerking op de 0de1ste lijn met het doel de zorg en ondersteuning voor inwoners in één sluitend en integraal aanbod samen te brengen.
Er worden vervolgens zes doelen onderscheiden inclusief welke prestaties daarvoor geleverd worden en welke resultaten daarmee bereikt worden. Ook wordt aan ieder doel het subsidiebedrag gekoppeld. Een voorbeeld is het eerste doel dat in de prestatie-overeenkomst is genoemd: Doel Het bevorderen van participatie, integratie en welbevinden van mensen met een focus op kinderen en jongeren. De aansturing vindt plaats door (een van de) professionals van de BSB. Ook in 2024 worden er weer gesprekken gevoerd om de TaalSpeelGroep in de wijk Boxtel Oost nieuw leven in te blazen zodat er na de zomervakantie weer gestart kan worden met deze activiteit.
Prestatie/proces Structurele wekelijks inzet van de SCW-stagiaires bij het Voorleesfietsproject. Inzet tijdens evenementen en vakantieactiviteiten i.s.m. Buurtsport. Tevens inzet op de diverse scholen ten behoeve van cultuureducatieactiviteiten in de eerste trap (inschools) of in de tweede trap (naschools).
Resultaat Uitbreiden en verdieping van de woordenschat bij doelgroepkinderen. Beperking kosten in CmK projecten door stagiaires professionele kunstenaars en aanbieders te laten assisteren. Tevens borgen van doorgaande lijn in pedagogische aanpak door inzet bij diverse in- en naschoolse en vakantie activiteiten en evenementen.
Een ander voorbeeld is de prestatie-overeenkomst met de Kinderboerderij 2024: Doel
Doelstelling
De Kinderboerderij Boxtel stelt zich ten doel het respect, de verantwoordelijkheid en de zorgzaamheid van de kinderen voor (huis)dieren, voor de natuur en voor de samenleving te bevorderen. De Kinderboerderij tracht dit doel te bereiken door het op professionele wijze
Het kind centraal: ontmoeting van kind en dier, ontspanning en ontwikkeling. De Kinderboerderij tracht deze missie te bereiken door het aanbieden en begeleiden van mogelijkheden aan kinderen (en hun ouders, verzorgers, begeleiders) om in hun directe woon- en leefomgeving op een
25
Omschrijving te verrichten werkzaamheden Doelen en activiteiten voor het jaar 2024: 1. Het actief exploiteren van de Kinderboerderij; 2. Het kosteloos openstellen van de kinderboerderij voor bezoekers, 7 dagen per week;
aanbieden en begeleiden van mogelijkheden aan kinderen (en hun ouders, verzorgers en begeleiders) om in hun directe woon- en leefomgeving op een kind- en diervriendelijke manier, spelenderwijs, in de directe omgang met en verzorging van dieren, hun kennis en ervaring te vergroten. Daarnaast is de kinderboerderij ook een ontmoetingsplaats voor bewoners van de wijk Boxtel Oost en helpt daarmee de sociale cohesie in de wijk te vergroten.
kind- en diervriendelijke manier, spelenderwijs, in de directe omgang met en verzorging van dieren, hun kennis en ervaring te vergroten. Sociale binding: door het hebben en het verder ontwikkelen van de huiskamerfunctie (voor jong en oud) De Kinderboerderij is een gezellige en laagdrempelige ontmoetingsplek voor bewoners van de wijk Boxtel Oost, jong en oud, en helpt op die manier mee de sociale cohesie in de wijk te vergroten. De Kinderboerderij is ook een plek waar cliënten van Cello begeleid kunnen werken in de vorm van dagbesteding. Ook vindt er onder professionele begeleiding en in het kader van de Wmo dagbesteding plaats voor ouderen (Dagje Thuis). De verbinder: “beleving” is het middel waarmee aan alle bezoekers informatie, educatie of vertier actief of passief wordt aangeboden.
3. Een laagdrempelige ontmoetingsplaats in de wijk Boxtel Oost voor jong én oud; 4. Begeleide dagbesteding bieden aan een tiental cliënten van Cello (5 dagen per week); 5. A. Begeleide dagbesteding bieden aan alleenstaande ouderen (Dagje thuis); B. Groepscontact faciliteren voor alleenstaande ouderen (buurtatelier); 6. Begeleide leerervaringsplaatsen bieden aan leerlingen van bijzonder onderwijs; 7. Begeleide stageplaatsen bieden aan leerlingen van Helicon; 8. De beweeg- en generatietuin aan de voorzijde van de kinderboerderij verzorgen en onderhouden op kwaliteitsniveauA; 9. Regelmatig activiteiten en evenementen aanbieden en organiseren voor de jeugd; 10. Streven naar herstart van project Natuur- en Milieueducatie voor basisscholen.
Een leerbedrijf: De kinderboerderij is een leerbedrijf voor stagiaires uit het middelbaar en hoger beroepsonderwijs.
Bij een positieve beoordeling van de subsidieaanvraag volgt de subsidieverlening (subsidiebeschikking)13. Daarbij wordt het wettelijk kader benoemd welke is toegepast bij de beoordeling. Een voorbeeld is de subsidiebeschikking BSB 2024: het wettelijk kader bestaat uit de Awb, Asv, Beleidskader subsidies Boxtel 2017 (het subsidiebeleid) en de Subsidieregeling Maatschappelijke Ontwikkeling. Er wordt hiervoor verwezen naar de Asv en de subsidieregeling en naar de website van de gemeente. In de subsidiebeschikking wordt richting subsidieontvanger verder benoemd dat de subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan beleidsdoelstellingen in (bijvoorbeeld) het sociaal domein of op het gebied van maatschappelijke ontwikkeling. Daarbij wordt aangegeven dat de organisatie bijvoorbeeld valt in een bepaalde doelgroep (zie de onderdelen uit de subsidiestaat welzijnsactiviteiten). Feitelijk wordt zo indirect verwezen naar een bepaalde subsidieregeling, vaak 13 Hiervoor zijn enkele voorbeelden van subsidiebeschikkingen geraadpleegd: Beschikking BSB Boxtel 2024, Beschikking
Kindertuin Boxtel 2024.
26
naar de Subsidieregeling Maatschappelijke Ontwikkeling waarmee de meeste structurele subsidies worden verstrekt, waarin doelen en/of subsidiabele activiteiten zijn opgenomen. Een directe verwijzing in de subsidiebeschikking naar gemeentelijke opgaven en beleidsdoelen wordt dan ook niet gegeven. 4.2 Ervaringen ambtelijk betrokkenen en subsidieontvangers In relatie met de deelvragen 6, 7 en 8 komen uit de gesprekken de volgende aandachtspunten naar voren: • Betere samenwerking gemeente en primaire partners geborgd Afgelopen jaren is de samenwerking tussen gemeente en de zogenaamde primaire partners wat betreft het subsidiebeleid verbeterd, zo wordt opgemerkt. Er wordt meer gewerkt vanuit vertrouwen naar elkaar. Ook wordt daarbij de inzet genoemd om te komen tot een subsidieopdracht, waarin ContourdeTwern, MEE en BSB een gezamenlijk uitvoeringsplan opstellen. Wel is het dan zaak dat de gemeente daarbij een duidelijke inhoudelijke onderlegger levert, waarop met het uitvoeringsplan kan worden ingespeeld. Ook in deze context wordt de integrale visie sociaal domein genoemd. • Duidelijkheid over inhoudelijke grondslag verschilt per type subsidieontvanger Bij de grotere subsidie ontvangende organisaties is het duidelijk wat de gemeentelijke doelen zijn, waarmee met de subsidie moet worden ingespeeld.
Bij de kleinere organisaties is dat minder het geval en wordt veel meer gevaren op de subsidieverlening van de voorgaande jaren. Daar is de inhoudelijke grondslag voor subsidieverlening onduidelijker. • Rolverdeling tussen gemeente en subsidieontvanger duidelijk Bij de meeste gesprekspartners is sprake van overeenstemming over de rolverdeling. De vraag ‘wat willen we bereiken’ moet duidelijk door de gemeente worden beantwoord. Voor de beantwoording van de ‘hoe vraag’ is het zaak de expertise van de uitvoerders te benutten. Voor de gemeente betekent dat daarvoor ook de ruimte moet worden gegeven. In het algemeen is het oordeel hierover positief. • Meer contact tussen gemeente en subsidie ontvangende organisaties Met name bij de gemeentelijke vertegenwoordigers (accounthouders) wordt nogal eens de wens geuit om het overleg met subsidie ontvangende organisaties te intensiveren. Alsdan kan de aansluiting van datgene wat beoogd wordt vanuit de gemeente en de te verwachten resultaten van de subsidie ontvangende organisatie beter worden verbonden. Door beperkte tijd en door personele wisselingen staat het accounthouderschap nogal eens onder druk, zo wordt gesteld. • Accounthouders en wijkmakelaars spelen een belangrijke rol als ‘linking pins’ Bij het verkrijgen van subsidies worden de gemeentelijke vertegenwoordigers (accounthouders) en de wijkmakelaars vaak genoemd.
Op een proactieve wijze weten ze de juiste lijnen te leggen naar mogelijkheden voor subsidiering van bepaalde activiteiten. Dat laat onverlet dat een verdere doorontwikkeling van het wijkgericht werken ook vaak als wens wordt geuit. 4.3 Bevindingen deelvragen 6 en 7 Bevindingen deelvragen 6 en 7:
27
•
•
•
• •
•
Er wordt verondersteld dat de subsidie-aanvrager bij de aanvraag van de subsidie reeds bekend is met de gemeentelijke doelen, de beleidsdoelen en de doelen uit de subsidieregelingen. Immers, in de Asv wordt als voorwaarde voor de aanvraag gesteld dat de doelen en resultaten die met de activiteiten worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen, worden benoemd in de aanvraag. In de subsidiebeschikking (wanneer de subsidie is toegewezen) wordt verwezen naar het wettelijk kader; de documenten waaruit de subsidieontvanger gemeentelijke opgaven en beleidsdoelen kan achterhalen. Ook wordt in de subsidiebeschikking verwezen naar de relevante subsidieregeling, waarin doelen en/of subsidiabele activiteiten zijn opgenomen. Een directe verwijzing in de beschikking naar gemeentelijke opgaven en beleidsdoelen wordt niet gegeven. Voor subsidiebedragen boven € 50.000 worden vaak convenanten en prestatieovereenkomsten opgesteld in samenspraak met de betreffende maatschappelijke organisaties. Convenanten zien toe op de uitgangspunten van subsidieverlening en doelstellingen. Prestatie-overeenkomsten omschrijven de gewenste output (resultaten). Daarmee is het voor subsidieontvangers helder welke maatschappelijke prestaties te moeten leveren.
Uit de geanalyseerde voorbeelden blijkt dat formats voor prestatie-overeenkomsten niet identiek zijn; zaken worden op verschillende wijzen beschreven. Bij de professionele organisaties zijn de opgaven en doelen van de gemeente bekend. Dit geldt minder voor de organisaties met een subsidiebudget onder € 50.000. Waar de gemeente de doelen van de subsidie meegeeft (de ‘wat vraag’) is geconstateerd dat er daadwerkelijk ruimte wordt geboden aan de uitvoerende organisaties om de ‘hoe-vraag’ te beantwoorden. Of met andere woorden: voor de uitvoerende organisaties is er ruimte in de keuze van activiteiten om de doelen te realiseren. Zowel de accounthouders als de wijkmakelaars vervullen een belangrijke rol als verwijzer naar subsidiemogelijkheden.
28
5. Proces van verantwoording, bewaking voortgang en realisatie Hoofdstuk 5 gaat in op deelvragen 8, 9 en 10. De achtste, negende en tiende deelvraag luiden als volgt: 8. Wordt vooraf duidelijk gecommuniceerd hoe verantwoording van de besteding van de subsidie moet worden afgelegd? 9 Wordt er achteraf (in verhouding tot het bedrag van de subsidie) in de praktijk een duidelijke verantwoording van de besteding van de subsidie afgelegd? 10. Wordt de voortgang van de uitvoering actief bewaakt en wordt er bij afwijkingen ten opzichte van de gemaakte afspraken bijgestuurd (tussentijdse wijzigingen)?
Bij deze deelvragen worden als normen door de RK gehanteerd: • Hoe de gesubsidieerde maatschappelijke organisaties verantwoording af moeten leggen is vastgelegd en is vooraf gecommuniceerd aan de subsidieontvangers. • Bij subsidiebedragen boven € 5.000 wordt minimaal jaarlijks verantwoording afgelegd over de besteding van het subsidiebedrag. Daarin is opgenomen welke activiteiten zijn ondernomen, welke resultaten zijn bereikt en welke doelen zijn gerealiseerd. Daarbij is een relatie gelegd naar de gemeentelijke opgaven en beleidsdoelen. • De voortgang van te realiseren activiteiten, prestaties en doelen door de gesubsidieerde maatschappelijke organisatie wordt bewaakt door de gemeente, en zo nodig wordt er bijgestuurd. 5.1 Documentenanalyse 5.1.1 Wijze van verantwoording Uit het subsidiebeleid14 blijkt dat de beoordeling van de verantwoording zich primair richt op de bereikte resultaten. Subsidieontvangers wordt gevraagd verantwoording af te leggen over de activiteiten. Bij de verantwoording staat niet zozeer centraal of de subsidie “tot elke cent achter de komma” aan de juiste zaken is besteed, maar veeleer de vraag of de activiteiten hebben geleid tot het afgesproken eindresultaat. De subsidieontvanger heeft immers binnen de kaders van de subsidiebeschikking en/of de prestatieovereenkomst een zekere vrijheid om activiteiten te ontplooien, zo wordt aangegeven.