Landbouwvisie ZLTO Dommel en Aa juni 2022.pdf
Tekst van het document
VISIE LAND- EN TUINBOUW
ZLTO DOMMEL EN AA JUNI 2022
1
Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................... 2 1. Ontwikkelingsruimte voor de land- en tuinbouw ................................................... 4 1.1 Onze vragen aan de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught over ontwikkelingsruimte voor de land- en tuinbouw ................................................... 4 1.2 Ontwikkelingen binnen thema ontwikkelingsruimte voor de land- en tuinbouw .... 5 1.3 Visie van ZLTO-afdeling Dommel en Aa op ontwikkelingsruimte voor de land- en tuinbouw ........................................................................................................12 2. Water, landschap en bodem ..............................................................................15 2.1 Onze vragen aan de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught over water, landschap en bodem ........................................................................................15 2.2 Ontwikkelingen binnen thema water, landschap en bodem ..............................15 2.3 Visie van ZLTO-afdeling Dommel en Aa op water, landschap en bodem ............18 3.
Arbeid, personeel en huisvesting .......................................................................21 3.1 Onze vragen aan de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught over arbeid, personeel en huisvesting ..................................................................................21 3.2 Ontwikkelingen binnen thema arbeid, personeel en huisvesting .......................21 3.3 Visie van ZLTO-afdeling Dommel en Aa op arbeid, personeel en huisvesting ......22 4. Gezondheid.....................................................................................................24 4.1 Onze vragen aan de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught over gezondheid .....................................................................................................24 4.2 Ontwikkelingen binnen thema gezondheid .....................................................24 4.3 Visie van ZLTO-afdeling Dommel en Aa op gezondheid ...................................25 5.
Energie en infrastructuur ..................................................................................27 5.1 Onze vragen aan de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught over energie en infrastructuur .............................................................................................27 5.2 Ontwikkelingen binnen thema energie en infrastructuur ..................................27 5.3 Visie van ZLTO-afdeling Dommel en Aa op energie en infrastructuur ................29 6. Samenwerking in het licht van de omgevingswet .................................................32 Tot slot ...............................................................................................................33
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
2
Inleiding Voor u ligt de ‘Visie land- en tuinbouw’ voor de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught. ZLTO-afdeling Dommel en Aa presenteert u dit document met het oog op de totstandkoming van de omgevingsvisie van de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught. ZLTO is een organisatie die in Brabant, Zeeland en een deel van Gelderland actief is als belangenbehartiger onder de landelijke koepel van LTO Nederland. ZLTO is als organisatie gevestigd in ’s-Hertogenbosch en bestaat uit een werkorganisatie en een verenigingsstructuur. Binnen de werkorganisatie wordt dagelijks gewerkt aan thema’s en belangen voor agrarische bedrijven en in de specifieke sectoren (plantaardig, dierlijk en multifunctioneel). De ondernemers in het buitengebied worden geholpen bij vraagstukken en issues op het gebied van klimaat, vitaal platteland, voedselzekerheid, gezondheid, data, kennis en innovatie. ZLTO Dommel en Aa vertegenwoordigt als statutair zelfstandige vereniging de agrarische ondernemers in de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught die lid zijn. Het gaat om ruim 300 leden en zo’n 140 bedrijven. Ons buitengebied is ons allen dierbaar. Belangrijke thema’s zijn de productie van gezond basisvoedsel, leefbaarheid, economisch perspectief en gezondheid van mens en dier. De gemeentelijke omgevingsvisie (GOVI) geeft ook richting aan de ontwikkelingen van het buitengebied.
Dit biedt een uitgelezen kans om in afstemming met elkaar goede strategische keuzes te maken. Deze visie biedt handvatten voor afgewogen keuzes in het belang van onze gemeentes, hun burgers en ondernemers. Aan de hand van dit document gaan wij graag met u in gesprek over het verzilveren van kansen en het gezamenlijk voorkomen en afwenden van de bedreigingen. In de visie schetsen we de ontwikkelingen die wij verwachten, hoe wij als ondernemers hiermee om willen gaan, maar ook wat nodig is voor toekomstbestendige bedrijven. Het is geschreven vanuit een integraal perspectief. Er zal altijd aandacht en ruimte voor de individuele bedrijven en maatwerk moeten blijven. Juist omdat we een grote diversiteit aan agrarische bedrijven kennen. Wij besteden aandacht aan de volgende onderwerpen: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢
Ontwikkelingsruimte voor de landbouw Water, landschap en bodem Arbeid, personeel en huisvesting Gezondheid Energie en infrastructuur Samenwerking in het licht van de Omgevingswet
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
3
Agrariërs hebben een sleutelrol bij het oplossen van grote maatschappelijke vraagstukken; of het nu gaat om voedselveiligheid en -zekerheid, leefbaarheid van het platteland, gezondheid, klimaat of energie. Van oudsher is de land- en tuinbouw een hechte en dienstbare beroepsgroep waarin normen en waarden vaak van generatie op generatie worden overgedragen. De meeste agrarische bedrijven bestaan al generaties lang en zijn soms gebouwd op door de agrariërs zelf ontgonnen grond. Boeren en tuinders zijn betrokken bij de samenleving en voelen de verantwoordelijkheid om voor deze generatie en generaties na ons genoeg voedsel beschikbaar te hebben voor mens en dier en ook om de omgeving met zorg te beheren. In onze visie komt u de volgende elementen tegen: • • • •
De brede ontwikkeling: provinciaal/landelijk Perspectief in onze gemeentes Welke kansen en bedreigingen vloeien hieruit voort? Wat is de visie van ZLTO?
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
4
1.
1.1.1
•
•
• •
•
•
•
Onze vragen aan de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught over ontwikkelingsruimte voor de land- en tuinbouw
Hoe gaan we er in de toekomst voor zorgen dat de boeren en tuinders in de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught gezond, veilig en smaakvol voedsel, mooie bloemen, planten en bomen kunnen blijven produceren tegen een eerlijke prijs? Hoe zorgen we ervoor dat boeren en tuinders in de toekomst voldoende ontwikkelingsruimte hebben om hun ondernemingen te vormen naar de kansen, bedreigingen en uitdagingen van de toekomst? Denk hierbij aan nieuwe activiteiten op het bedrijf, schaalvergroting, voldoen aan nieuwe eisen op het gebied van gezondheid en dierenwelzijn, toepassing van robotisering en drones, ondersteunende teeltvoorzieningen, etc. Hoe willen de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught omgaan met agrarische bedrijven die andere bedrijfsactiviteiten willen ontwikkelen? Hoe kunnen de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught bijdragen aan voldoende grond (ha) voor agrariërs die nodig is om in te spelen op veranderende eisen vanwege klimaatverandering, kringlooplandbouw, welzijn en natuurinclusieve landbouw? Voor agrariërs is het belangrijk dat er een goede landbouwstructuur is en dat zij voldoende grond onder het bedrijf hebben. Voor veehouderijbedrijven is dit bijvoorbeeld van toepassing met het oog op het extensiveren van bedrijven.
Hoe kunnen de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught een bijdrage leveren aan de verbetering van de landbouwstructuur en grondgebondenheid van bedrijven bij de ontwikkeling van het NatuurNetwerk? Hoe kunnen de gemeentes zorgen dat onze bedrijven snel in kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen en dat deze ontwikkelingen gerealiseerd kunnen worden tegen aanvaardbare kosten? Zijn de gemeentes bereid mee te denken over nieuwe functies op vrijkomende bedrijfsgebouwen om het buitengebied vitaal te houden en ondermijning te voorkomen?
1.1.2 •
Ontwikkelingsruimte voor de land- en tuinbouw
Onze vragen aan de gemeente Boxtel over ontwikkelingsruimte voor de land- en tuinbouw
We leven in een steeds veranderde wereld waarbij door wereldpolitiek, epidemieën en weersextremen de zekerheid en stabiliteit van voedselproductie vaak onder druk staat. De goede landbouwgronden waarvan we er in Boxtel veel hebben, zijn nodig om te zorgen voor de voedselvoorziening (ook lokaal), dus waarom daar zonneparken vergunnen? Op andere plaatsen waar geen voedsel geproduceerd kan worden, kunnen daarvoor toch ook initiatieven ontwikkeld worden?
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
5
1.2 Ontwikkeling in de sectoren Algemeen
Economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen gaan snel en daar willen onze boeren en tuinders op inspelen. Ontwikkelingsruimte is van vitaal belang voor perspectief op de langere termijn; of die ruimte nu letterlijk nodig is in de vorm van meer oppervlakte of voor het toevoegen of wijzigen van bedrijfsactiviteiten. Sommige boeren stoppen met hun bedrijf, anderen willen die verder ontwikkelen. Grondfuncties en behoeften uit de markt veranderen. Allemaal ontwikkelingen die kansen bieden, mits beleidsmatig goed onderkend en geadresseerd aan de juiste instanties. In de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught
Een zorgwekkende ontwikkeling is dat de agrarische sector in de gemeentes Boxtel, SintMichielsgestel en Vught sinds het jaar 2000 afgenomen is met ongeveer 50%. In 20 jaar tijd zijn we dus ongeveer de helft van onze stoffeerders en beheerders van het buitengebied kwijtgeraakt. Onderstaande grafieken tonen dit ook aan. 2016 is een bijzonder jaar waardoor een verandering in de trendlijn te zien is. Dit komt doordat het CBS vanaf dat jaar een andere invulling van de term ‘landbouwbedrijf’ is gaan hanteren. Daarnaast is uiteraard de ontwikkeling in 2021 te zien door de toevoeging van een deel van het grondgebied van Haaren aan o.a. de gemeentes Boxtel en Vught. De trendlijn voor de komende jaren is lineair ingezet. Echter is de verwachting dat de afname van bedrijven versneld toe zal nemen door verschillende overheidskeuzes zoals onder andere het provinciale besluit met betrekking tot emissie-arme vloeren in stallen, maar ook de maatregelen van het kabinet met betrekking tot stikstof.
Verl oop en prognos e va n het a a ntal l a ndbouwbedri jven Boxtel 250
200
150
100
50
0 1995
2000
2005
2010 Bedrijven
2015 Prognose
Bron: CBS
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
2020
2025 Trend
2030
2035
6
Verl oop en prognos e va n het a a ntal l a ndbouwbedri jven Si nt Mi chi el s ges tel 350
300
250
200
150
100
50
0 1995
2000
2005
2010
2015
2020
2030
2035
2030
2035
Trend
Prognose
Bedrijven
2025
Bron: CBS Verl oop en prognos e va n het a a ntal l a ndbouwbedri jven Vught 100 90 80
70 60 50 40 30 20
10 0 1995
2000
2005
2010
2015
Bedrijven
Prognose
2020
2025 Trend
Bron: CBS
Opmerking: De gemeentelijke herindeling van Vught in 2021 verklaart “de sprong” in de prognose.
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
7
1.2.1 Plant Akker- en tuinbouw
De Nederlandse akker- en tuinbouw heeft wereldwijd een koppositie op het gebied van (teelt)techniek, duurzaamheid en productiewaarde. De akker- en tuinbouwsector staan in het middelpunt van veel veranderingen en ontwikkelingen. Zo verschuift de consumptie steeds meer van dierlijk naar plantaardig voedsel: een enorme kans voor de sector. Noord-Brabant is daarvoor een belangrijke speler met akkerbouwproducten, boom- en sierteelt, fruitteelt, glastuinbouw, zachtfruiten groenteteelt. Een mooi voorbeeld van innovatief ondernemen in een voortdurend veranderende markt is Plantenkwekerij Kapteijns (gevestigd in zowel de gemeente Sint-Michielsgestel als ‘sHertogenbosch) die in februari 2019 door een gedeputeerde beloond is met de Agrofoodpluim Brabant, een aanmoedigingsprijs voor ondernemers die een ‘innovatieve bijdrage leveren aan een vitale, duurzame en maatschappelijk gewaardeerde agrofoodsector in Brabant’. Kapteijns is gespecialiseerd in de opkweek van onder meer prei- en aardbeiplanten. In de kas vervangt hij kunstmest sinds 13 jaar door biologische meststoffen, wormen en schimmels. Buiten heeft de ondernemer het gebruik van kunstmest binnen een termijn van 5 jaar verminderd met een derde. Een op afstand bestuurbare robot met UV-lampen bestrijdt op een natuurlijke manier schimmels op de planten.
Robot met UV-lampen bestrijdt op natuurlijke manier schimmels op planten (Bron: Plantenkwekerij Kapteijns)
Consumenten eisen een steeds hogere kwaliteit van de producten, terwijl teelt in de open lucht steeds uitdagender wordt door strenge milieueisen, bodemvruchtbaarheid en steeds extremere weersomstandigheden. De maatschappij vraagt in toenemende mate om lokale, traceerbare en soms ook biologische producten, geproduceerd met weinig emissies en gewasbeschermingsmiddelen. De ambitie van de land- en tuinbouw is om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op een zo laag mogelijk niveau te krijgen. Voor de ondernemers betekent dat onder andere de uitgangssituatie voor gezonde planten maximaliseren via o.a. verbetering van de bodemstructuur (organische stof, meststoffen en water) en een optimale, schone uitgangssituatie (vrij van onkruid).
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
8
Een duurzame reactie op deze vraagstukken is meer productie in kassen en/of met behulp van teeltondersteunende voorzieningen (TOV) in de buitenteelten. In een beschermde omgeving zijn de gevolgen van weersomstandigheden voor de teelt beter onder controle te houden, kan plantgezondheid optimaler gestuurd worden en biedt het vaak een verbetering van arbeidsomstandigheden. De tuinbouw gaat deze uitdagingen graag aan, maar heeft daarvoor wel de ruimte nodig. Zowel fysieke ruimte als in beleid en regelgeving: ontwikkelingsruimte dus. Ook zal er steeds meer techniek (robots, drones, sensoren etc.) komen om aan die eisen te kunnen voldoen. Dat biedt ook kansen. Bij akker- en tuinbouwbedrijven in de volle grond is de omvang en mechanisatiegraad toegenomen. De verwachting is dat de huidige maximale grootte van het bouwblok niet overal toereikend zal zijn in de toekomst. Met een bloeiende, toekomstbestendige akker- en tuinbouwsector kan de gemeente ook rekenen op een sector die bruist van de innovatie, economisch toegevoegde waarde en hoogwaardige (h)eerlijke producten. Ook in de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught komen naar verwachting veehouderijlocaties vrij. Om het buitengebied vitaal en leefbaar te houden, is het belangrijk dat we de economische potentie ervan blijven benutten.
We kunnen een deel van deze locaties geschikt maken voor de plantaardige sector met ruimere mogelijkheden voor bijvoorbeeld teeltondersteunende voorzieningen en kassen. Dit helpt om leegstand en de daarmee gepaard gaande verpaupering en criminaliteit te voorkomen.
Een teeltondersteunende voorziening bij fruitteelt Bron: Fruitteeltbedrijf Van de Ven, Den Dungen
Boomkwekerij
In de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught (met name het Helvoirtse deel) bevinden zich boomkwekerijen met een diversiteit aan planten en bomen. Door de enorme verscheidenheid aan teelten zijn geen twee bedrijven hetzelfde. Grootste overeenkomst tussen de bedrijven is dat elk bedrijf verantwoordelijk is voor de eigen afzet. De boomkwekerijsector kan grofweg opgedeeld worden in de volgende 3 categorieën: 1) vollegrondsteelt zoals bijvoorbeeld de conifeer en heester 2) teelt van laanbomen welke nog extensiever is 3) teelt in allerlei maten potten wat doorgaans containerteelt genoemd
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
9
wordt en plaatsvindt op containervelden en in kassen met o.a. tunnels als teeltondersteunende voorzieningen (TOV). Het is een innovatieve sector die marktgericht produceert en in de laatste 5 jaar grote slagen heeft gemaakt betreft duurzaamheid en het terugdringen van chemische bestrijdingsmiddelen. Deze ontwikkelingen gaan de komende jaren nog veel verder. Vandaag de dag wordt al op veel bedrijven gewerkt met o.a.: o o o
o o
o
o
mechanische onkruidbestrijding d.m.v. moderne schoffelmachines in de vollegrond bij laanboomkwekerijen. aanleg van peilgestuurde drainage en druppelbevloeiingssystemen (irrigatie) om het waterverbruik terug te dringen. gebalanceerd gebruik van compost en organische meststoffen om het organisch niveau van de bodem op peil te houden en zo ook het water langer vast te houden in de bodem. geavanceerde spuitsystemen zoals LVS (Laag Volume Spuitensystemen) waarmee flinke reducties van middelen worden bereikt. groene milieuvriendelijke gewasbeschermingsmiddelen, plantversterkers en organische meststoffen van natuurlijke oorsprong waardoor chemisch bijsturen steeds minder of niet meer nodig is. bij de containerteeltbedrijven zijn alle ondergronden zowel buiten als binnen voorzien van een recirculatiesysteem waarbij het teveel aan water (met evt. meststoffen) teruggaat naar het waterbassin waar het wordt hergebruikt om de planten water te geven. Ook het hemelwater van de evt. kassen wordt meestal opgevangen in het bassin. in kassen worden vaak insecten uitgezet als natuurlijke vijanden van plaaginsecten.
Al met al is de boomkwekerij een belangrijke economische drager van het buitengebied en deze sector biedt werk aan vele mensen en vaak ook scholieren binnen onze gemeentes. De sector produceert planten en bomen voor de toename van biodiversiteit, voor opname van CO2 in het openbaar groen en - niet te vergeten - in de particuliere tuin.
Moderne schoffelmachine voor mechanische onkruidbestrijding (Bron: Boomkwekerij De Spankert, Boxtel)
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
10
1.2.2 Dier Grondgebonden veehouderij
Naast de provinciale en landelijke regels moet de sector veehouderij steeds meer inspelen op kringlooplandbouw, toepassen van weidegang, natuurinclusief ondernemen, welzijn, diergezondheid en biodiversiteit. Hier moeten de veehouders wel de financiële ruimte voor hebben, waarbij voldoende, betaalbare (pacht)grond een zeer belangrijk onderdeel is. Via het grondbeleid van de gemeentes kunnen bedrijven geholpen worden om meer grond onder het bedrijf te krijgen, denk bijvoorbeeld aan het pachtbeleid, het maken van een “grondpot” voor kavelruil, het combineren van landbouw en natuur of het beschermen van goede landbouwgebieden. Akkerbouw en boomteelt halen een hoger rendement van de grond. Bij extensiveren, door bijvoorbeeld uitgesteld maaien of kruidenrijk grasland, van de melkveehouderij wordt de productie per hectare lager, dus is er meer grond nodig voor dezelfde opbrengst. Dit kan de gemeente gedeeltelijk compenseren door een lagere pachtprijs te vragen. Naast de eis van kringlooplandbouw heeft de grondgebonden veehouderij ook een opgave om de emissies van vooral stikstof en methaan te reduceren. Er is nog veel mogelijk als veehouders de ruimte en tijd gegeven wordt om dat op hun eigen manier in te vullen. Intensieve veehouderij
In alle sectoren van de intensieve veehouderij wordt gewerkt aan een duurzaamheidsagenda. Belangrijke items zijn het verbeteren van het dierenwelzijn, verlagen van antibioticagebruik en het terugdringen van de emissies. Daarmee wordt de leefomgeving ook steeds beter. Ook in de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught hebben veel bedrijven daar al forse stappen in gezet en dit gaat de komende jaren onverminderd voort. De landelijke en provinciale eisen zijn immers hoog. De sector zet in op de ontwikkeling van nieuwe stalsystemen die integraal beter zijn: minder emissies, bevordering van het dierenwelzijn en verbetering van de brandveiligheid. Omdat bedrijven efficiënt produceren, is de klimaatimpact relatief klein. Ook maken ze veel gebruik van reststromen van humane voedselproductie. Bij de duurzaamheidsagenda gaat het niet alleen om maatschappelijke doelen, maar ook om een beter inkomen voor de boer. Er wordt steeds meer geproduceerd in duurzame ketens. De keurmerken Beter Leven en Planet Proof zijn daar voorbeelden van. Paardenhouderij
De activiteiten in deze sector zijn de laatste jaren flink toegenomen. Voor veel (agrarische) bedrijven is de paardenhouderij een interessante nevenactiviteit geworden. Andere bedrijven hebben zich volledig op de paardenhouderij gericht. Al deze activiteiten kunnen een afgewogen plattelandsbeleid bevorderen, mits de voorwaarden goed zijn. Vooral door het grondgebonden karakter is de paardenhouderij een passende vervolgfunctie op het vroegere agrarische grondgebruik. Welke kansen liggen er, wat zijn de valkuilen en welke coördinatie is nodig?
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
11
Het document “de paardenhouderij in het omgevingsrecht; handreiking voor de praktijk” 1 is een waardevolle bouwsteen voor iedere gemeente met paardenhouderij in haar buitengebied. Veehouderij algemeen
Het voldoen aan de eisen voor diergezondheid, dierenwelzijn en (brand)veiligheid vraagt om meer ruimte in en rondom stallen. We vragen de gemeente om met meer flexibiliteit om te gaan met deze eisen. De gemeente kan bijvoorbeeld uitgaan van een maximum aan bebouwd oppervlakte in plaats van maximum bouwblok, zodat de stallen wat verder uit elkaar kunnen staan. Vanuit marktconcepten zal er steeds meer vraag komen om dieren ook buiten te houden. Daar willen we ruimte voor, maar ook een zorgvuldige afweging qua diergezondheidsrisico’s zoals het risico op ontstaan van ziektes bij landbouwhuisdieren door contact met vogels, vossen, wilde zwijnen etc. Als ondernemers met innovatieve stalsystemen aan de slag willen gaan, dan is het belangrijk dat de gemeente meewerkt. Als sector pleiten we voor doelvoorschriften in plaats van middelenvoorschriften. In de omgevingswet zit ruimte om daarmee te experimenteren. Als veehouders in onze gemeente daarmee van start willen gaan, verwachten we steun van de gemeente in de vorm van soepele vergunningverlening of het toepassen van maatwerk. Het is ook belangrijk dat goede intensieve veehouderijlocaties beschermd blijven tegen andere soorten bestemmingen in de buurt. Onze veehouders proberen zoveel als mogelijk overlast te voorkomen. Maar gevoelige functies te dicht bij intensieve veehouderij moeten zo veel als mogelijk tegengegaan worden.
Zo baart het groeiend aantal minicampings in de omgeving van Laar/Nieuw Laar te Berlicum ons zorgen.
1.2.3 Multifunctioneel
Boeren produceren meer dan alleen gezond, lekker voedsel. Ze zorgen voor een verbinding met de samenleving. Veel boeren bieden ook recreatie, toerisme, zorg voor jong en oud, verkoop aan huis en energielevering. Deze verbreding in de landbouw is daarom van groot maatschappelijk belang. Ze zorgt voor vitale bedrijven, een leefbaar platteland en een rijke samenleving. In de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught vinden we vooral boerderijwinkels, zorglandbouw en bedrijven die landbouw en natuurbeheer combineren. Wij vinden dat we samen kansen moeten pakken. Om economisch duurzaam te zijn, is er vaak meer ruimte nodig voor deze bedrijven. Vaak verliezen overheden uit het oog dat ook in de multifunctionele landbouw groei en doorontwikkeling nodig zijn. Boeren met een neventak moeten blijven ontwikkelen en investeren om consumenten te binden en te boeien, in te spelen op veranderende wensen en te kunnen voldoen aan veranderende wetten. De provincie geeft deze ruimte al. We vragen de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught om dat ook te doen door een lijn te trekken met de provincie.
1
https://sectorraadpaarden.nl/themas/ruimtelijke-ordening
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
12
Verkoop aan huis bij een boerderij Bron: Melkveehouderij SchoutenSleutjes, Berlicum
1.2.4 Stoppende bedrijven
De cijfers wijzen uit dat de aankomende jaren veel agrarische bedrijven gaan stoppen. Vergrijzing, toenemende regeldruk en de financiële positie van bedrijven zijn hiervan de belangrijkste oorzaken. Wanneer een agrarisch bedrijf beëindigd wordt en er zich geen ander agrarisch bedrijf vestigt op deze locatie, ontstaat een Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB). Op een VAB-locatie ontstaat de kans op leegstand, verloedering en criminele activiteiten.
1.3 Visie van ZLTO-afdeling Dommel en Aa op ontwikkelingsruimte voor de landbouw 1.3.1 Gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught •
•
De provincie Noord-Brabant heeft in maart 2022 een omgevingsverordening vastgesteld waarin opgenomen is dat er in de provincie meer ruimte komt voor solitaire kassen en (permanente) teeltondersteunende voorzieningen (TOV). We pleiten voor meer mogelijkheden betreffende TOVs binnen de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught. Zo is de teelt van zacht fruit onder lichtdoorlatende zonnepanelen een win-win-project. Een goed VAB-beleid kan de kans op leegstand, verloedering en criminele activiteiten op VAB-locaties voorkomen. In veel gevallen is een verdienmodel nodig om een sanering van de gebouwen te bekostigen. Dit kan door er bijvoorbeeld een woonbestemming mogelijk te maken bij de bebouwde kom of bebouwingsconcentraties. VAB-locaties kunnen ook worden benut voor verbreding binnen de land- en tuinbouw, ouderenzorg, recreatie of andere kleinschalige bedrijven. Op het moment dat deze landbouwvisie is geschreven, hebben de gemeentes Boxtel en Sint-Michielsgestel nog geen VAB-beleid ontwikkeld. Gemeente Vught is al verder en is bezig met het afronden daarvan waarvoor o.a. het VAB-beleid van de voormalige gemeente Haaren als voorbeeld heeft gediend. De gemeenteraad van Sint-Michielsgestel heeft een initiatief voorstel van de lokale CDA-partij unaniem aangenomen. Nu is het zaak om dit beleid met urgentie verder uit te werken en vast te stellen.
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
13
•
• •
•
Wat betreft het pachtbeleid heeft langjarige pacht de voorkeur. Bij de duur van een pachtcontract van slechts 1 jaar doet de pachter weinig aan de grond (“moet de volgende maar doen”) waardoor de bodem “verarmt”. Daarnaast vinden we dat er bij de bepaling van de pachtprijs meer gekeken moet worden welke teelt er op die grond gedaan kan worden. Wij vinden dat nieuwe (lees: aangelegde) natuur geen belemmering mag vormen voor vergunningverlening. Indien een nieuw aangelegd natuurgebied in de buurt komt van een agrarische bedrijf wat daar al lang gevestigd is, dan mag dat in onze ogen geen invloed hebben op de vergunning die aan dat agrarische bedrijf wordt afgegeven. Om de boomkwekerijen de ruimte te geven om zich te blijven ontwikkelen vragen wij de gemeentes bij nieuw te ontwikkelen beleid ruime mogelijkheden te bieden betreft kassen en containerteeltvelden. Ook zouden teelten in de vollegrond in het grootse deel van het buitengebied en in de beekdalen mogelijk moeten blijven of mogelijk worden.
1.3.2 Gemeente Boxtel •
•
•
•
Het zou gemakkelijker moeten zijn om je agrarische bedrijf om te schakelen naar of uit te breiden met een andere functie. Daarvoor is het meedenken van de gemeente van belang. Het is ook maatwerk. Vandaar moet iedere vergunningsaanvraag apart beoordeeld worden aan de hand van de specifieke bedrijfssituatie. Biologische boeren krijgen voorrang op de pacht van grond in de gemeente Boxtel. We vinden dat er bij het verpachten van grond geen onderscheid gemaakt moet worden tussen biologische en gangbare agrarische bedrijven. Het zou mogelijk moeten zijn een VAB-locatie om te zetten naar een bedrijfslocatie van beperkte omvang t/m industrieklasse 2. Ook zouden woonbestemmingen met kleinschalige bedrijvigheid omgezet moeten kunnen worden naar bedrijfsbestemming als er ergens anders een VAB-locatie gesaneerd wordt. We zien de ontwikkeling dat er meer gronden aan het Natuurnetwerk Brabant (NNB) worden toegevoegd waardoor onder andere verduurzamingsmaatregelen van de agrarische sector in de knel komen. Gronden die Ark of natuurorganisaties omzetten naar natuur zouden binnen de gemeente gecompenseerd moeten worden. Dat kan door binnen onze gemeente grond te onttrekken van de NNB. Het meest praktische hierbij is dat grond die binnen NNB ligt en nog niet omgevormd is naar natuur daadwerkelijk ook niet om te vormen.
De gemeente moet hier beter toezicht op houden, omdat we voor grotere maatschappelijke vraagstukken staan die met grond opgelost kunnen worden.
1.3.3 Gemeente Sint-Michielsgestel • • •
Kavelruil is wenselijk. Blijvende TOVs zijn nu enkel toegestaan aansluitend aan het bouwblok, maar wij vinden dat de gemeente dit ook op veldkavels zou moeten goedkeuren. Er komen teveel huizen versnipperd over het buitengebied. De huizen die gebouwd mogen worden als gevolg van de Ruimte voor Ruimte regeling zouden meer in de buurt van bestaande bebouwing moeten komen. Het is namelijk vragen om problemen. De bewoners willen enerzijds “in de natuur” wonen, maar anderzijds liever geen activiteiten op de aangrenzende landbouwpercelen in verband met eventuele geluidshinder en stankoverlast. Nu kan bijvoorbeeld een
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
14
perceel grasland zijn, maar een jaar later kan dit geruild worden voor bollenteelt of groenteteelt. Dan worden er vaker gewasbeschermingsmiddelen gebruikt en geeft dit problemen met de afstand tot huizen en perceelsgrenzen. De gemeentes moeten hierop toezien. Daarom pleiten we ervoor om in de vergunning te laten vermelden dat degenen die ervoor kiezen in het buitengebied te komen wonen, bekend zijn met de reguliere en toegestane agrarische activiteiten en deze als zodanig ook accepteren.
1.3.4 Gemeente Vught •
•
• • •
Er is een proef gaande met grond die van de gemeente is gepacht. Gemeente Vught wil dat er daar alleen stalmest en kunstmest op gereden wordt, dus geen drijfmest meer. Het gaat om ongeveer 40 hectare op De Gement. Het aantal potentiële pachters is daardoor gelimiteerd. Bovendien zijn wij van mening dat ook drijfmest goed is voor de grond. We ondervinden dat er te weinig expertise is binnen de gemeente omtrent landen tuinbouw. De gemeente baseert zich vaak op oude en dus incorrecte cijfers zoals dieraantallen binnen de gemeente. Ze zouden moeten werken met actuele gegevens waardoor ze kunnen zien wat er allemaal al verbeterd is. Beschikbare grondareaal is een probleem voor agrarische bedrijven. Er zijn teveel andere bestemmingen. Er zijn teveel kleine kavels. Herschikking van gronden/ruilverkaveling moet makkelijker worden en ook borging van huiskavels. Er komen teveel huizen versnipperd over het buitengebied. De huizen die gebouwd mogen worden als gevolg van de Ruimte voor Ruimte regeling zouden meer in de buurt van bestaande bebouwing moeten komen. Het is namelijk vragen om problemen. De bewoners willen enerzijds “in de natuur” wonen, maar anderzijds liever geen activiteiten op de aangrenzende landbouwpercelen in verband met eventuele geluidshinder en stankoverlast.
Nu kan bijvoorbeeld een perceel grasland zijn, maar een jaar later kan dit geruild worden voor bollenteelt of groenteteelt. Dan worden er vaker gewasbeschermingsmiddelen gebruikt en geeft dit problemen met de afstand tot huizen en perceelsgrenzen. De gemeentes moeten hierop toezien. Daarom pleiten we ervoor om in de vergunning te laten vermelden dat degenen die ervoor kiezen in het buitengebied te komen wonen, bekend zijn met de reguliere en toegestane agrarische activiteiten en deze als zodanig ook accepteren.
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
15
2.
Water, landschap en bodem
In het licht van de klimaatverandering neemt de kans op extremen in neerslag toe. Zowel teveel als te weinig neerslag. Dat heeft directe gevolgen voor de land- en tuinbouw. Omdat de gemeente vaak ‘de buurman’ is van de agrarische ondernemer, kan de opstelling van de gemeente van invloed zijn op het productievermogen van agrarische gronden. Overigens is het waterschap als eerste verantwoordelijk voor het waterbeheer in de regio. Maar binnen de beleidskaders van het waterschap kan de gemeente nadrukkelijk haar verantwoordelijkheid nemen.
2.1 Onze vragen aan de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught over water, landschap en bodem •
•
•
•
Hoe gaan we er in de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught voor zorgen dat het systeem van watergangen, greppels, vijvers, openbare ruimtes ingericht is op de toenemende weersextremen? En hoe gaan we maximaal gebruik maken van de toegenomen gemiddelde neerslag op jaarbasis? Denk aan “ontstening” van het openbaar gebied, zodat water beter in de grond kan infiltreren. Of tijdelijke ondergrondse wateropslag. Boeren zijn voor hun bedrijfsvoering afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende oppervlakte- en grondwater. Met name in de zomer; voor landbouwgewassen is dit het belangrijkste groeiseizoen. Hoe kunnen de gemeentes en het waterschap hen daarbij helpen? Boeren en andere waterbeheerders doen veel om zoveel mogelijk (regen)water vast te houden. Hoe kunnen we er gezamenlijk voor zorgen dat hierdoor geen wateroverlast ontstaat tijdens neerslagrijke periodes? Hoe kunnen wij als agrariërs bijdragen aan de biodiversiteit en hoe kan de gemeente dat faciliteren?
2.2 Ontwikkelingen binnen thema water, landschap en bodem Watertekort
Het beste voorbeeld is de mogelijkheid voor het vasthouden van water in watergangen. Weliswaar is het waterschap de beheerder van het grond- en oppervlaktewater, maar minder dan 10% is daadwerkelijk in onderhoud bij het waterschap. Vooral de kleinere watergangen (de zogenoemde B- en C-watergangen) en greppels zijn in onderhoud bij de naastliggende grondgebruiker. Vaak is dat de gemeente, bijvoorbeeld als wegbeheerder of als beheerder van sportvelden en openbaar groen. Juist deze kleinere watergangen lenen zich uitstekend om regenwater vast te houden in het gebied, zodat het kan worden toegevoegd aan het grondwater en de verdroging wordt verminderd. Dat kan via maatregelen als de aanleg van stuwtjes, schotten, verhoogde duikers etc. Vaak geeft het waterschap hiervoor een financiële ondersteuning. De keuze van de maatregelen komt het meest tot zijn recht als die qua soort en locatie wordt afgestemd met de naastliggende agrariërs. De ZLTO-afdeling wordt hier graag bij betrokken. Vanwege het vaker voorkomen van lange droge periodes neemt de behoefte aan wateropslag toe in de land- en tuinbouw. Eén van de oorzaken van verdroging is het
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
16
continu leegpompen van de tunnelbakken zoals bijvoorbeeld in Best. Dit staat natuurlijk lijnrecht tegenover de inspanningen om het grondwater te verhogen. We willen dat de gemeente hier rekening mee houdt bij het aanleggen van toekomstige tunnelbakken.
Geautomatiseerde stuw Bron: Waterschap Aa en Maas
Wateroverlast
In periodes van hevige neerslag hebben riooloverstorten de functie om het gemeentelijk rioolstelsel in de bebouwde kom te ontlasten. Het overtollige water wordt veelal geloosd in het agrarisch gebied, aan de rand van de bebouwde kom. Zeker wanneer de ontvangende sloten een beperkte capaciteit hebben, heeft dat overstroming tot gevolg van aangrenzende landbouwgronden. Vaak heeft dat water een slechte kwaliteit, waardoor vervuilende stoffen achterblijven op landbouwgrond of zich hechten aan de gewassen. In het kader van voedselveiligheid en (in geval van grasland) diergezondheid is dat ongewenst: de ervaring leert dat dit tot enorme financiële schades kan leiden. Onze oproep is daarom om het rioolstelsel zodanig te dimensioneren dat riooloverstorten zo min mogelijk gebruikt behoeven te worden. Op termijn moeten we streven naar het volledig ontkoppelen van het riool waardoor de overstorten hun functie verliezen. Daarnaast moet in overleg met het waterschap het ontvangende slotenstelsel voldoende capaciteit hebben. Beregening
De afgelopen jaren zijn er een aantal lange droge periodes geweest in de zomermaanden met als resultaat tegenvallende oogsten. In verband met de klimaatverandering verwacht men dat deze trend zich voortzet. Om dit te voorkomen is de mogelijkheid om percelen te beregenen een noodzaak. Beregening heeft naast goede oogsten van de gewassen ook nog andere positieve resultaten: o
o
Water is van belang voor de biodiversiteit. Zo hebben bijvoorbeeld weidevogels water nodig om te drinken en ze eten vooral regenwormen die alleen in vochtige grond aanwezig zijn. Met een (kunstmatige) bui regen nemen planten eerder en gemakkelijker meststoffen op. Ze blijven dan niet in de grond zitten om op enig moment uit te spoelen naar het grondwater of oppervlaktewater.
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
17
o
o
In het verleden is onderzoek gedaan naar het effect van het verdunnen van mest met water op de vervluchtiging van stikstof in de vorm van ammoniak (dus emissie via de lucht). Bij verdunning van 1:2 (water: mest) vervluchtigt 30-40% minder ammoniak ten opzichte van niet-verdunnen. Emissie die niet ontstaat, kan ook niet neerdalen op nabij gelegen natuurgebieden. Met name voor grasland geldt dat beregening ook belangrijk is om de zode na de zodebemesting weer te laten herstellen. De sleuf die er in getrokken wordt, doorbreekt het wortelstelsel; een snelle hergroei is belangrijk om onkruidgroei te voorkomen. Teveel onkruid leidt eerder tot chemische gewasbescherming en/of het scheuren van grasland. Dat is ongewenst.
Naast beregening zijn er ontwikkelingen op het gebied van druppelirrigatie en peilgestuurde drainage waardoor er bespaard kan worden op de hoeveelheid water. Landschap
Agrariërs zijn in staat om natuur te ontwikkelen en beheren wanneer zij hier de ruimte en een passende vergoeding voor krijgen. Bijvoorbeeld bij het meer grondgebonden maken van veehouderijbedrijven. Agrariërs kunnen natuurontwikkeling en –beheer vaak voor gunstigere tarieven uitvoeren dan natuurbeherende organisaties dit kunnen. Gemeenten zijn aan zet om deze ruimte te creëren bij ontwikkeling en beheer van het NatuurNetwerk.
Hooien in het Dynamisch Beekdal van de Aa
Een goede landschappelijke inpassing van bedrijfsgebouwen en bepaalde voorzieningen is wenselijk. De eisen en kosten voor het realiseren van de landschappelijke inpassing moeten echter wel proportioneel zijn in relatie tot de betreffende ontwikkeling en functioneel aansluiten bij de voorgenomen activiteit.
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
18
Bodem
Sommige gemeentes hebben landbouwgrond in eigendom. De laatste jaren lijkt er een trend te zijn dat deze grond wordt verpacht aan de hoogstbiedende. Dit met als doel om bij te dragen aan de gemeentelijke begroting. Een hoge pachtprijs heeft echter als nadeel dat de grondgebruiker het maximale van de grond wil halen met zo min mogelijk input. Dat kan leiden tot verkeerde grondbewerking (te zware apparatuur, waardoor de ondergrond verdicht) en tot het nalaten van het geven van onderhoudsbemesting. Wanneer dit jaren achtereen doorgaat, ontstaat roofbouw op de grond. ZLTO is enkele jaren geleden het project BodemUP gestart, met op dit moment ongeveer 1000 deelnemers. In dat project worden boeren door ZLTO begeleid in zorgvuldig bodembeheer op de thema’s fysische, biologische en chemische bodemkwaliteit. Ook de gemeentes kunnen agrariërs stimuleren tot duurzaam bodembeheer. Hierbij kun je denken aan niet de maximale pachtprijs willen behalen, maar meer te kijken wat de betreffende ondernemer qua tijd en geld steekt in de verbetering van de bodemkwaliteit. Wellicht ten overvloede: wanneer de grondgebruiker de zekerheid heeft dat hij de grond gedurende een langere periode in gebruik kan hebben (in plaats van slechts één jaar), verhoogt dat de bereidheid van de boer tot zorgvuldiger bodembeheer.
2.3 Visie van ZLTO-afdeling Dommel en Aa op water, landschap en bodem 2.3.1 Gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught •
•
•
•
•
Het gemeentelijk beleid betreft drainage (en dan met name de peilgestuurde drainage) zou moeten aansluiten op het beleid van de waterschappen in het gebied. Peilgestuurde drainage wordt steeds vaker in de landbouw en ook in de boomteelt toegepast om het (grond)water langer in de bodem van percelen vast te houden. Deze ontwikkeling wordt door de waterschappen zelfs gestimuleerd. We vinden dat de gemeentes en het waterschap moeten proberen om water langer vast te houden in hun watergangen. Dit graag in combinatie met de lokale agrariërs die het peil kunnen beheren. Gemeentes zouden toestemming moeten verlenen om opslag van water (bassins/natuurlijk gegraven bassins) buiten het bouwblok te plaatsen, ook als een gegraven bassin boven maaiveld uitkomt. Hierdoor zouden akker- en tuinbouwbedrijven het (drainage)water op kunnen slaan in periode van overvloedige neerslag en weer kunnen gebruiken in periode van droogte. Hiervoor is ook samenwerking/toestemming nodig van de waterschappen. Het is een goede zaak dat op steeds meer plaatsen schoon hemelwater niet via het riool wordt afgevoerd. Het is wel zaak om een manier te vinden burgers er blijvend op te attenderen dat dit water ook zuiver moet blijven, dus bijvoorbeeld geen auto wassen op de oprit of gebruik van onkruidbestrijdingsmiddel op de stoep.
Bij nieuwbouwwijken zou ook kritischer naar dakbedekking en goten gekeken moeten worden. Het gebruik van bijvoorbeeld zink kan door corrosie zorgen voor verhoogde gehaltes in het oppervlaktewater. Een goede landschappelijke inpassing van bedrijfsgebouwen wordt vaak gewenst. Het snoeihout wat vrijkomt bij het onderhoud hiervan mag nu nog onder voorwaarden worden opgestookt. Dit zorgt echter in enkele gevallen ook voor overlast en voor CO2 uitstoot. Mogelijk dat hiervoor gekeken kan worden naar een duurzamere oplossing.
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
19
•
•
•
•
•
•
We verzoeken de gemeentes om hun bomen beter te snoeien en zowel aan de wegkant als aan de kant van de wei/akker. Ook de bomen zijn daarbij gebaat. Overhangende takken geven veel productiederving, maken het land bewerken lastig en bladafval is in consumptiegewassen en veevoer een groot probleem. Zoals eerder vermeld investeert een pachter bij een eenjarig contract niet veel in de bodem zodat de grond op den duur “verarmt”. Hierdoor heeft die grond ook minder waterbergend vermogen. Brabant wil 40 miljoen bomen gaan planten om ontbossing tegen te gaan. Met het project ‘Plan Boom’ dragen de Brabantse Milieufederatie, Brabants Landschap en IVN Brabant hier aan bij. De komende 4 jaar worden er met dit landelijke project 10 miljoen bomen in tuinen, bermen, plantsoenen, parken, bedrijventerreinen en in het buitengebied in heel Nederland. We willen de gemeente verzoeken om ervoor te zorgen dat deze niet (dicht) op de toch al steeds schaarser wordende landbouwgrond worden geplant. Het grondwaterverbruik van bossen is veel hoger dan van grasland of bouwland. Alterra heeft dit in 2000 in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij onderzocht2. Dit wordt nooit benoemd maar het aanleggen van meer bos zal grote effecten hebben op de waterhuishouding.
De gemeente zou particulieren erop moeten aanspreken dat ze hun bomen regelmatig snoeien zodat de wegen begaanbaar blijven voor landbouwverkeer. Hiervoor moet beleid met bijvoorbeeld verordeningen komen. Er wordt weleens beweerd dat de land- en tuinbouw de bodem uitput. Dat is niet het geval. We stellen voor om een keer een presentatie te geven bij de gemeentes om dit toe te lichten.
2.3.2 Gemeente Boxtel •
•
•
De Boxtelse beekdalen die vaak ook goede en productieve landbouwgronden zijn, worden al decennia gebruikt door agrariërs. Door de afname van beschikbare landbouwgronden is de druk hierop alleen maar groter geworden. We vinden dat laag gelegen percelen landbouwgrond in beekdalen in ieder geval beschikbaar moeten blijven voor de land- en tuinbouw. Er zouden meer stuwen moeten komen en het zou mogelijk gemaakt moeten worden meer stuwen in eigen beheer te bedienen zodat de boeren snel kunnen inspelen op extreme weersomstandigheden. Water moet zo lang mogelijk in het gebied vastgehouden kunnen worden en overtollig water moet bij dreigende schade ook tijdig afgevoerd kunnen worden. Bij het beleid van sloten maaien en onderhoud van sloten en duikers zou de gemeente (al dan niet in overleg met ZLTO) moeten bekijken wat belangrijke en minder belangrijke watergangen zijn en hierop het onderhoud aanpassen. Dit zou voor de uitvoerende aannemers ook duidelijk digitaal op kaart moeten staan.
2 Het rapport “Het waterverbruik van bossen in Nederland” vindt u op
http://www.climatexchange.nl/projects/boshydrologie/Waterverbruik_Bossen.pdf
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
20
2.3.3 Gemeente Sint-Michielsgestel • •
•
Rond attentiegebieden zouden geen strengere regels moeten komen en geen vergunningen voor beregening ingetrokken moeten worden. Voor het onderhoud van watergangen sluit het waterschap tegenwoordig een contract van 3 jaar af met de loonwerker die voor het laagste bedrag inschrijft. Vaak komen die bedrijven niet uit de buurt en kennen de regio en de aangelanden niet. De ervaring van de afgelopen jaren leert dat de huidige loonwerker geen contactgegevens registreert van de aangelanden. Bovendien worden de werkzaamheden niet uitgevoerd zoals opgedragen. Hierover hebben we contact gehad met het waterschap. Het zou beter zijn om lokaal aan te besteden en met een loonwerker in zee te gaan die gegevens over gronden en aangelanden goed geregistreerd heeft en contact houdt met de aangelanden. Bovendien heeft lokale aanbesteding een lagere milieubelasting gezien de loonwerker niet ver hoeft te rijden om op de plaats van bestemming te komen. Er zijn nu gebieden die verdrogen waar vroeger veel minder droogte was. Een voorbeeld daarvan is het gebied tussen de Runweg en de Hasseltsedijk in Berlicum. De stuw in het Aaveld is weggehaald. Volgens ons is dat een belangrijke oorzaak. Kan het waterschap ervoor zorgen dat er een stuw of dam terugkomt in de Aa in het betreffende gebied?
2.3.4 Gemeente Vught •
•
Er vindt nu waterberging plaats op goede landbouwgrond. Dat moet volgens ons anders kunnen. Het komt sowieso niet vaak voor dat er noodzaak is voor waterberging en we zouden het graag op andere grond zien. Op veel plaatsen is het nu nog verplicht om archeologisch onderzoek te doen vooraf aan het uitvoeren van werkzaamheden in de bodem onder een bepaalde diepte. De omgevingswet heeft ook als doel de regeldruk te verminderen. Onze ervaring is dat bij archeologisch onderzoek de trefkans meestal heel klein is, omdat in deze gebieden veelal in het verleden een ruilverkaveling is geweest waarbij de gronden vaak nog dieper zijn bewerkt of omgeploegd. We willen dat het beleid zo gewijzigd wordt dat er alleen onderzoek hoeft worden gedaan als de trefkans reëel is.
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
21
3.
Arbeid, personeel en huisvesting
3.1 Onze vragen aan de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught over arbeid, personeel en huisvesting Hoe kunnen de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught bijdragen aan: • •
De beschikbaarheid van gemotiveerd en gekwalificeerd personeel? Voldoende huisvesting van voldoende kwaliteit voor arbeidsmigranten of buitenlandse seizoenarbeiders?
3.2 Ontwikkelingen binnen thema arbeid, personeel en huisvesting De zorg om het beschikbaar hebben van voldoende en gekwalificeerd personeel neemt toe in de fruitteelt, (glas)tuinbouw, akkerbouw en veehouderij. In de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught speelt dit vooral in de plantaardige sectoren. Het huidig tekort aan laaggeschoolde arbeid wordt ingevuld door arbeidsmigranten, hoofdzakelijk uit Oost-Europa. De huisvesting van arbeidsmigranten blijft aandacht vragen. We vinden het belangrijk dat er kwalitatief goede huisvesting is. LTO Nederland heeft daarom het keurmerk Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AKF)3 voor betere huisvesting van seizoenarbeiders ontwikkeld. Er moet voldoende aanbod van betaalbare passende huisvesting zijn.
Voor het steken van asperges zijn seizoensarbeiders nodig.
Meer weten over het keurmerk Agrarisch Keurmerk Flexwonen? Zie: https://werkgeverslijn.nl/flexwonen 3
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
22
3.3 Visie van ZLTO-afdeling Dommel en Aa op arbeid, personeel en huisvesting 3.3.1 Gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught •
•
•
Wij vinden dat huisvesting voor arbeidsmigranten welke voldoet aan de richtlijnen van het AKF - of eventueel SNF(Stichting Normering Flexwonen )- ook kleinschalig mogelijk moet zijn op agrarische bedrijven voor eigen medewerkers. Er is dan een goede sociale controle waardoor er weinig overlast ontstaat. Daarnaast is er voor deze medewerkers dan geen huisvesting nodig in reguliere woonhuizen en dat is gezien de toch al krappe woningmarkt gunstig. Bovendien houdt men een betere binding met de arbeidsmigranten. Ervaring leert dat grootschalige opvang eerder leidt tot criminaliteit. In geval van woonruimte voor seizoensarbeiders op agrarische bedrijven zou de woonruimte buiten het seizoen verhuurd moeten kunnen worden aan anderen om de investering in de woonruimte rendabel te maken. Buurgemeente Oisterwijk -en met name de kern Haaren- telt een aanzienlijk aantal agrarisch ondernemers. Een groot deel van hen maakt permanent en/of tijdelijk gebruik van de inzet van arbeidsmigranten. Veel ondernemers willen graag meer mogelijkheden om kwalitatief goede huisvesting op het eigen erf te organiseren. Daarnaast is er de wens om het bestaande agrarisch huisvestingsaanbod efficiënter te benutten door de beschikbare ‘lege bedden’ tijdens het laagseizoen van de ene ondernemer te kunnen matchen met de behoefte van andere ondernemer in het hoogseizoen.
Meer huisvesting op het agrarisch erf verlicht daarnaast de druk op woonwijken. Gemeente Oisterwijk heeft een beleidskader voor huisvesting van arbeidsmigranten opgesteld die sinds 26-11-2021 geldig is. We willen u wijzen op onderstaande onderdeel van dit beleidskader wat u mogelijk kunt gebruiken bij het opstellen van een dergelijk beleidskader voor de gemeentes Boxtel, SintMichielsgestel en Vught. “1. De te huisvesten doelgroep bestaat uit (circulaire) shortstayarbeidsmigranten. Dat wil zeggen: arbeidsmigranten mogen maximaal 1 jaar aaneengesloten gebruik maken van deze huisvesting. Anders verandert ‘verblijven’ in ‘wonen’ en dat is niet in overeenstemming met het bestemmingsplan. Na een onderbreking mogen zij desgewenst hiervan opnieuw gebruik maken; 2. In de huisvestingsvoorzieningen worden primair werknemers gehuisvest die bij het bedrijf werkzaam zijn. Het kan hierbij ook gaan om de huisvesting van werknemers die op een andere vestigingslocatie van het bedrijf werkzaam zijn. Deze andere locatie dient wel in de gemeente te liggen; 3. De huisvestingsvoorzieningen worden zoveel mogelijk gerealiseerd binnen of aansluitend aan het (agrarisch) bouwvlak waaronder eventuele vrijgekomen agrarische bebouwing (VAB) 4. De initiatiefnemer dient zijn arbeidsbehoefte te onderbouwen.
Het maximum aantal te huisvesten arbeidsmigranten is gelijk aan het maximum aantal werknemers tijdens de seizoenspiek. Een agrarisch bedrijf met meerdere percelen naast elkaar mag daarbij geen cumulatie toepassen. Genoemd maximum geldt tevens voor een mogelijke combinatie van tijdelijke en permanente huisvestingsvoorzieningen; 5. Tijdens het laagseizoen mag een agrarisch ondernemer zijn beschikbare ‘lege bedden’ tijdelijk aanbieden aan collega agrarisch ondernemers uit de gemeente. De verblijfsbieder verwerkt dit in het nachtregister;
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
23
6. De huisvesting dient te allen tijde ondergeschikt te blijven aan de agrarische bedrijfsvoering. 7. Tijdelijke woonvoorzieningen (als toercaravans en portocabins) moeten aan de normen van het AKF voldoen. Hierin staat ook de termijn opgenomen waarin deze voorzieningen mogen worden gebruikt.”
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
24
4.
Gezondheid
4.1 Onze vragen aan de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught over gezondheid •
• •
Het voldoen aan de eisen voor diergezondheid en (brand)veiligheid vraagt om meer ruimte in en rondom stallen. Ondernemers moeten voldoende ontwikkelingsruimte hebben of hun huidige bedrijven voldoende kunnen aanpassen om aan de wettelijke voorwaardes te kunnen blijven voldoen. Hoe kunnen de gemeentes dit faciliteren? De trend leeft om steeds meer productiedieren buiten te gaan houden. Hoe gaan de gemeentes daarmee om qua diergezondheid en risico’s op interactie met wild? Hoe zien de gemeentes hun rol als het gaat om een zoönose?
4.2 Ontwikkelingen binnen thema gezondheid De maatschappelijke acceptatie van de landbouw (licence to produce) komt niet alleen tot uiting in eisen die over de producten gaan, maar ook in de bedrijfsvoering zelf. Omwonenden en andere medegebruikers van het landelijk gebied reageren daar steeds meer op en willen meer inspraak in de productiewijze. Rust, ruimte en het groene karakter van het landelijk gebied zijn voor deze groepen belangrijke kernwaarden. Het landelijk gebied is niet alleen voorbestemd als productieruimte voor landbouw. De schaalvergroting van agrarische gebouwen leidt vaak tot bezwaren van omwonenden. Deze wensen geen grote industrieel ogende schuren in hun ‘achtertuin’. Steeds vaker maakt men zich ongerust over de risico’s voor de volksgezondheid. Naast dierziekten, kunnen fijnstof en geurhinder zorgen voor ongerustheid en (gezondheids)klachten bij omwonenden. De Nederlandse veehouderij zorgt dat consumenten in binnen- en buitenland kunnen genieten van goed, gezond en veilig vlees, zuivel en eieren. Dat doet ze volgens de hoogste standaarden. De producten voldoen aan de Nederlandse wettelijke eisen voor voedselveiligheid die tot de strengste van de wereld horen. Gezonde dieren staan aan de basis van veilig voedsel. Gezonde dieren leven langer, kennen een hoger niveau van dierenwelzijn en hebben weinig tot geen antibiotica nodig.
Een boer is intrinsiek gemotiveerd om een hoog niveau van diergezondheid na te streven. Niet alleen omdat de dieren dan beter presteren, maar juist ook omdat boeren graag zien dat het goed gaat met hun dieren. Door hun kennis, ervaring en geholpen door telkens nieuwe (wetenschappelijke) inzichten zijn zij daartoe in staat. Transparantie is van groot belang: het zichtbaar maken van de wijze waarop boeren zorgen voor diergezondheid en de dilemma’s en de beperkingen waar zij dan tegen aan lopen. Zo leiden maatschappelijke eisen op het gebied van dierenwelzijn en omgeving soms tot uitdagingen met betrekking tot diergezondheid. Ook andere ontwikkelingen, zoals het toenemend aantal in het wild levende dieren, leiden tot (nieuwe) risico’s voor de diergezondheid. Aan de andere kant zijn er kritische vragen over de invloed van de veehouderijsystemen op de humane gezondheid. Een samenhangende en integrale aanpak is dan van wezenlijk belang. Preventie is van groot belang bij het gezond houden van dieren. Dit start al rond de geboorte: gezondheid (en welzijn) van een drachtig dier en vervolgens de zorg voor jonge dieren zal hen ook het verdere leven weerbaar maken. Daarnaast betekent preventie dat dieren weerbaar moeten zijn, dat besmetting vanuit de natuur of via mensen moet worden voorkomen en dat het diergezondheidsmanagement en bijbehorende hygiëne op de boerderij op orde is.
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
25
In toenemende mate is er kritiek op de veehouderij in Nederland, o.a. vanwege de gezondheidseffecten die het zou hebben op omwonenden. Hierbij wordt bijvoorbeeld gewezen op vermeende gezondheidsrisico’s. Boeren en tuinders voelen verantwoordelijkheid om te zorgen voor een gezond platteland. Dit kan alleen op basis van goed onderbouwde en feitelijke informatie. Uit verschillende onderzoeken die zijn uitgevoerd door VGO (Veehouderij en Gezondheid van Omwonenden) waarvan in 2016 en 2017 rapporten zijn verschenen, bleek dat omwonenden van veehouderijbedrijven minder vaak last hebben van allergieën en dat er geen verschil is gevonden in risico’s op het verkrijgen van een zoönose tussen omwonenden van een boerderij en mensen die niet dicht bij een boerderij wonen. Wel werd in het onderzoek geconcludeerd dat omwonenden bij sterke concentraties van agrarische bedrijven met kippen of varkens een verhoogde kans hebben op aandoeningen aan de luchtwegen. Dit waarschijnlijk als gevolg van een hogere concentratie fijnstof. Voor de betreffende sectoren was dit aanleiding om te investeren in de reductie van fijnstof. Daarnaast is er soms sprake van geuroverlast. Waar dit speelt is ZLTO, in samenwerking met de betreffende veehouder, altijd bereid het gesprek aan te gaan om te kijken of er mogelijkheden zijn om de overlast te voorkomen.
Daarom werken alle dierlijke sectoren aan het terugdringen van emissies. Door toegenomen eisen op het gebied van welzijn, kan het zijn dat bedrijven extra ontwikkelingsruimte nodig hebben (bijv. meer bouwvlak of meer m2 bouwen). Daardoor komt er ruimte om minder dieren per m 2 gebouw te houden.
4.3 Visie van ZLTO-afdeling Dommel en Aa op gezondheid 4.3.1 Gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught •
Burgers laten nog vaak hun honden los in de wei. Ze zijn zich vaak niet bewust van de ziekte Neospora die mede daardoor kan ontstaan onder vee. Neospora is een parasiet die honden bij zich kunnen dragen. Via uitwerpselen van honden in de wei komt het in het voer van koeien terecht. Neospora is een van de belangrijkste besmettelijke oorzaken van verwerpen(vroeggeboortes) bij koeien. We zouden graag zien dat dit onder de aandacht wordt gebracht op de websites van de gemeentes en regelmatig opgenomen wordt in gemeentelijke berichten in de lokale bladen. Het is wenselijk dat ook in het buitengebied de honden worden aangelijnd en dat daar de hondenpoep wordt opgeruimd.
Waarschuwingsbord bij wei voor hondeneigenaren met betrekking tot Neospora Bron: Gezondheidsdienst
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
26
•
•
Er wordt ook nog veel afval zoals blikjes in de wei gegooid wat ernstige verwondingen bij vee kan opleveren. We willen de gemeentes vragen ook dat onder de aandacht te brengen bij de burgers. Er bestaat veel emotie en een lage acceptatiegraad bij burgers wat betreft de relatie tussen land- en tuinbouw en de gezondheid van de mensen. Het is belangrijk dat gemeentes zich bij vergunningverlening laten leiden door feiten en zich niet laten meeslepen in emoties.
Visie land- en tuinbouw ZLTO Dommel en Aa
27
5.
Energie en infrastructuur
5.1 Onze vragen aan de gemeentes Boxtel, Sint-Michielsgestel en Vught over energie en infrastructuur • • •
•
•
• •
Hoe wordt de zonneladder lokaal ingevuld en getoetst? Zijn de gemeentes bereid om goede landbouwlocaties en -gebieden te beschermen tegen andersoortige ontwikkelingen zoals zonneparken? Delen de gemeentes de visie dat behoud en concretiseren van een goed toekomstige landbouwstructuur een eerste uitgangspunt is bij de nadere invulling van de lokale energietransitie? Hoe gaan de gemeentes zorgen dat behoud en concretisering van een goede toekomstig landbouwstructuur door de uitvoering en invulling van de RES niet in de knel komt? Hoe kan ruimte geboden worden (via vergunningen, bouwblokken, VABs e.d.) aan innovaties rondom technieken en toepassingen van nieuwe duurzame energieinitiatieven? Bijvoorbeeld zonnepanelen op teeltondersteunende voorzieningen, toepassing kleine windmolens en energieopslag? Deze voorbeelden vragen om aanpassingen van beleid bouwblokken, vergunningen e.d. Hoe gaan de gemeentes lokale participatie van de energie-initiatieven stimuleren (o.a. boer-burger). Heeft u als gemeente hier een visie over? Zijn de gemeentes bereid om eisen as-/tiphoogte van kleine windmolens te verruimen om zo toepassing van kleine windmolens te stimuleren?
5.2 Ontwikkelingen binnen thema energie en infrastructuur Energie
Op dit moment produceert 1 op de 3 agrariërs al duurzame energie, waarvan het overgrote deel door zonnepanelen op de daken van bedrijfsgebouwen. De sector gaat steeds meer naar de rol van energieleverancier (zowel individueel als collectief). Dit wordt integraal onderdeel van het bedrijf. Daarnaast worden de bedrijven steeds meer energieneutraal. Toepassingen van zonne-energie, windenergie, benutten van aardwarmte, energiebesparing en benutten van restwarmte zijn bronnen die integraal in de toekomstige bedrijven meegenomen worden. De agrarische sector is in Nederland al voor meer dan 80% zelfvoorzienend op het gebied van energie volgens het RVO. Voor energieproductie zijn er diverse kansen en mogelijkheden voor de agrarische sector om lokaal en/of op bedrijfsniveau energie te produceren. Ontwikkeling zonnedaken