Herstelbesluit bestemmingsplannen Woongebied Hamsestraat-Roderweg en Woonwerkkavels Hamsestraat- Bijlage 5.8 Bijlagenboek bp Woonwerklocatie
Tekst van het document
Bijlage 4 Flora en fauna
540
Bestemmingsplan "Woonwerklocatie Hamsestraat" (vastgesteld)
Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Concept
Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde
1
colofon
projectnaam Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde datum 19 oktober 2022 projectnummer P02081 opdrachtgever Gemeente Boxtel BRO projectleider CV opgesteld door SKl interne controle MvdS bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde
2
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1
Werkwijze quickscan flora en fauna
4
4
2
Planbeschrijving
5
3
Toetsing gebiedsbescherming
8
4
Toetsing beschermde houtopstanden
9
5
Toetsing soortenbescherming
10
2.1 2.2
3.1 3.2
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
6
Huidige situatie Toekomstige situatie
Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
Vogels
Toetsing
5.3.1
Toetsing
5.4.1
Amfibieën
Toetsing
12
5.5.1
Toetsing
12
5.6.1
Toetsing
5.7.1
Vaatplanten
Toetsing
13
5.8.1
Toetsing
13
Reptielen
Vissen
Ongewervelde diersoorten
Vervolgtraject en advies
14 14
7
Samenvatting
15
8
Geraadpleegde bronnen
16
11
5.2.1
Grondgebonden zoogdieren
Soortgericht onderzoek Aanbevelingen
8 8
Toetsing
Conclusie 6.1
5 5
5.1.1
Vleermuizen
6.1.1 6.1.2
11
11
12
12
12
12
12
12
13
13
13
14 14
Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde
3
1
Inleiding
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van een nieuwe woon/werklocatie tussen de Hamsestraat en Roderweg te Liempde, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving.
1.1
Werkwijze quickscan flora en fauna
In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 18 oktober 2022 tussen 16.00 – 17.30 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 16°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een zuidwestenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid
De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.
1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde
4
2
Planbeschrijving
Het plangebied is gelegen aan de oostzijde van de Hamsestraat te Liempde. Ten noorden en westen ligt bebouwing, naar het zuiden akkerland, en ten oosten staat een kas met hier omheen bemest grasland. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.
2.1
Huidige situatie
Het plangebied bestaat momenteel uit agrarisch terrein. Het overgrote deel betreft intensieve akker en grasland. Rondom en tussen de percelen liggen sloten en staan enkele solitaire bomen en struiken. In het noordwesten is een houtsingel aanwezig, en is een braamstruweel aanwezig rondom een grasland wat reeds enkele jaren verruigd is. Er staan enkele kleine bouwwerkjes (afdakjes etc) binnen het plangebied. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 8 geven een impressie van het plangebied,
Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
2.2
Toekomstige situatie
Binnen het plangebied wordt een nieuwe woonwijk gerealiseerd. Een deel hiervan betreft een woon/werk locatie. Het bestaat uit twee bestemmingsplannen. Binnen de plannen worden zo’n 100 woningen mogelijk gemaakt. In het zuidelijk deel zijn enkele groene inprikkers welke een natuurbestemming krijgen, en als vloeiveld worden ingericht. Figuur 3 en 4 geven de toekomstige bestemmingsplannen weer.
Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde
5
Figuur 4: Toekomstige situatie plangebied Woonwerklocatie Hamsestraat
Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied Hamsestraat-Roderweg
Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde
6
Figuur 5: Akker vanaf de Roderweg Liempde
Figuur 5: <Omschrijving>
Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde
Figuur 6: Zuidwesten plangebied langs Hamsestraat
Figuur 8: Braamstruweel en verruigd grasland in westen plangebied
Figuur 9: Wilgen langs zuidrand plangebied
7
3
Toetsing gebiedsbescherming
Uit vervolgonderzoek met een AERIUS-berekening zijn bij de aanlegfase
3.1
Wettelijke gebiedsbescherming
mee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden
De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming,
en gebruiksfase geen depositieresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarvanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.
betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Kampina & Oisterwijkse vennen”, bevindt zich op circa 5,2 kilometer afstand ten westen van het projectgebied (zie figuur 10). Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden, waarbij een partiële vrijstelling geldt voor stikstofuitstoot tijdens de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten.
Daardoor hoeft in beginsel alleen voor de gebruiksfase een berekening te worden uitgevoerd; een berekening voor de aanlegfase kan achterwege blijven. Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een woonwijk betreft, is een toename aan stikstofuitstoot gedurende de gebruiksfase te verwachten. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt.
3.2
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 10).
Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 125 meter ten zuiden van het plangebied, in de vorm van EVZ Grote Waterloop. Gezien aan de zuidrand natuur en bosgebied toegevoegd wordt, en ook het gebied tussen de wijk en de loop als natuur wordt ingericht, zullen de omgevingscondities redelijkerwijs minimaal gelijk blijven. Hierdoor worden de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde
8
4
Toetsing beschermde houtopstanden
De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Het is onduidelijk of het plangebied zich binnen of buiten de bebouwde kom houtopstanden aanwezig is. De aanwezige houtsingel betreft een houtopstand conform de Wet natuurbescherming. Indien deze buiten de bebouwde kom is gelegen, is het voor de kap nodig een kapmelding in te dienen bij de provincie Noord-Brabant.
Figuur 6: Ligging NNB (groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde
9
5
Toetsing soortenbescherming
De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders,
Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.
enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:
Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten
Vogels (artikel 3.1 Wnb)
Europees beschermde soorten
Nationaal beschermde soorten
(artikel 3.5 Wnb)
(artikel 3.10 Wnb)
Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming)
Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)
Het is verboden in het wild levende vogels op-
Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of
zettelijk te doden of te vangen
spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-
te vangen
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit
gen Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen
en eieren van vogels te vernielen of te bescha-
rustplaatsen van dieren te beschadigen of te
of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-
digen, of nesten van vogels weg te nemen
vernielen
digen of te vernielen
Art 3.1 lid 3
Art. 3.5 lid 3
-
Het is verboden eieren te rapen en deze onder
Het is verboden eieren van dieren in de natuur
lijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden
zich te hebben
opzettelijk te vernielen of te rapen
verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in
Art 3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-
Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatricht-
sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en
Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde
-
zij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort -
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
of te vernielen
of te vernielen
10
5.1.1
Toetsing
Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen
plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over vol-
bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt
doende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan,
de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht
zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).
jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel
aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
Op het terrein zijn enkele schuurtjes en afdakjes aanwezig. Hierin zijn en-
fende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand
Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de
kele nesten aangetroffen van soorten als merel of winterkoning. De bouw-
kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de peri-
werken zijn niet geschikt als nestlocatie voor huismus of gierzwaluw ge-
ode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor
zien de beperkte hoogte en gebrek aan geschikte nestmogelijkheden voor
alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze
deze soorten. Ook zijn er geen sporen als krijtstrepen of braakballen van
beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend.
soorten als kerkuil en steenuil aangetroffen. Het plangebied kan wel deel
houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade
uitmaken van het leefgebied van jaarrond beschermde soorten als bui-
Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betrefgroen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld
Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,
zerd, kerkuil, ransuil en steenuil. Al deze soorten zijn binnen de afgelopen
dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de
5 jaar volgens de NDFF-gegevens in de omgeving van het plangebied
beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-
waargenomen. Het plangebied bestaat echter voor het overgrote deel uit
den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te
een monocultuur van grasland en akkerland, en een enkele houtwal. De
werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-
kwalitatieve waarde zit met name in de (droogstaande) greppels en hout-
standhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.
tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-
wallen. Roofvogels als buizerd, ransuil en kerkuil hebben een dusdanig
den. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden
groot leefgebied dat het plangebied redelijkerwijs niet van essentieel be-
5.2
op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van in-
lang zal zijn voor deze soorten. Voor steenuil, een soort met een klein
standhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De onthef-
leefgebied (circa 300 meter rond de nestlocatie), zijn er enkele locaties
fing kan dan onder voorwaarden worden verleend.
verspreid lang de randen van de percelen vanwaar een steenuil vanuit
5.1
een zitplek kan jagen. De “recente” waarnemingen van steenuil zijn op
Vogels
Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de
zo’n 500 meter van het plangebied gedaan. Het is niet aannemelijk dat het plangebied momenteel van essentieel belang is voor de steenuil. In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning, grasmus, tjiftjaf en houtduif tot broeden komen. Op de agrarische percelen kan eventueel een soort als graspieper of kievit broeden.
van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van in-
Vleermuizen
Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis. De aanwezige schuurtjes en afdakjes bevatten geen smalle wegkruipmogelijkheden onder het dak of in de gevels, gezien deze allen enkellaags zijn. Gezien de beperkte hoogte zijn ook grootoorvleermuizen hier niet te verwachten. In de aanwezige beplanting binnen het plangebied zijn geen bomen met mogelijke verblijfplaatsen (holtes, spleten) aangetroffen. Langs de zuidrand zijn enkele oude knotwilgen aanwezig welke deels holtes bevatten. Deze zijn echter laag en weggestopt onder de takken en bladeren, waardoor invliegers hier niet te verwachten zijn. Daarnaast blijven de bomen waarschijnlijk behouden. Het te verwijderen groen kan dienstdoen als foerageergebied voor vleermuizen. Het is echter beperkt van omvang, en
Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde
11
in de omgeving zijn grote hoeveelheden alternatief foerageergebied aan-
leefgebied voor wezel, bunzing en steenmarter. De wilgen langs de zuid-
5.5
wezig, waardoor de functie niet essentieel is. Vliegroutes van vleermuizen
rand bevatten holtes, ook is hier een takkenhoop aanwezig. Voor boom-
In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als
zijn mogelijk aanwezig langs de randen van het plangebied. Er zijn geen
marter is geen bosgebied aanwezig, waardoor aanwezigheid kan worden
bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander.
plannen om hier de bomenrijen te verwijderen, waardoor een negatief ef-
uitgesloten. Binnen het plangebied zijn geen nesten of sporen van de eek-
Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plange-
fect op een vliegroute eveneens redelijkerwijs is uitgesloten.
hoorn aangetroffen dan wel burchten, loop- of eetsporen, latrines of wis-
bied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde Alpenwatersalamander,
sels die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied
kamsalamander, poelkikker, heikikker en boomkikker bekend. Binnen het
door de das. De bever komt in de omgeving voor, en zou eventueel van
plangebied is zeer beperkt oppervlaktewater aanwezig, met name in de
Het plangebied bevat geen potentiële verblijfplaatsen. Bij uitvoering van
de Groote Waterloop gebruik kunnen maken. Het plangebied zelf biedt
vorm van de sloten langs de randen van het plangebied. Deze blijven be-
de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële)
echter geen essentieel leefgebied. De aanwezigheid van andere strenger
houden. De sloten bevatten daarnaast vrijwel geen water. Door het plan-
overtreding met betrekking tot vaste rust- of verblijfplaatsen, vliegroutes of
beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de ver-
gebied lopen geen waterhoudende sloten. Ook zijn er binnen en rond het
foerageergebied voor vleermuizen.
spreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens re-
plangebied geen geschikte poelen of vijvers aanwezig. Voortplantingsha-
delijkerwijs uitgesloten.
bitat of landhabitat zijn voor de meeste soorten daarmee uitgesloten.
5.2.1
5.3
Toetsing
Grondgebonden zoogdieren
Het plangebied vormt geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel, vos en rosse woelmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief
Braamstruweel is geschikt leefgebied voor de boomkikker. Deze soort 5.3.1
Toetsing
komt in de Mortelen voor, maar is voor zover bekend nog niet ten oosten
Het is niet uitgesloten dat leefgebied van de wezel, bunzing en steenmar-
van de A2 aangetroffen. Daarnaast zijn er geen geschikte poelen in de di-
ter aanwezig is binnen het plangebied. Vervolgonderzoek dient uit te wij-
recte omgeving van het braamstruweel aanwezig. De aanwezigheid van
zen of deze soorten binnen het plangebied voorkomen, en of essentieel
de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitge-
leefgebied of verblijfplaatsen door de werkzaamheden verdwijnen. Daar-
sloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een al-
naast is het in het kader van de zorgplicht noodzakelijk om voldoende zorg
gemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing.
te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen.
trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten.
5.4
Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om
Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het
het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid
plangebied waarnemingen bekend van de hazelworm en levendbarende
krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien
hagedis. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in
noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten
de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen ge-
het werkgebied.
schikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plange-
Reptielen
bied is daarmee dan ook uitgesloten. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plan-
Amfibieën
5.5.1
Toetsing
De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.
5.6
Vissen
De kwabaal is de enige beschermde vis die in de ruime omgeving voor-
gebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, bunzing, steenmarter,
5.4.1
Toetsing
boommarter, eekhoorn, das en bever voor. Delen van het plangebied be-
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op
vatten geschikt leefgebied voor de (kleine) marterachtigen. Met name de
voorhand uitgesloten.
komt. Gezien het gebrek aan geschikt oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.
houtsingel, braamstruwelen en verruigde graslanden in het westen bieden
Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde
12
5.6.1
Toetsing
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.
5.7
Ongewervelde diersoorten
In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van beekrombout, bosbeekjuffer, teunisbloempijlstaart, grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder en iepenpage. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Zo zijn geen waardplanten of geschikte voortplantingswateren aanwezig. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vermiljoenkever, vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Zo zijn er voor de vermiljoenkever geen dode populieren of eiken aanwezig. 5.7.1
Toetsing
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten
5.8
Vaatplanten
In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als kartuizer anjer, ruw parelzaad, schubvaren en stijve wolfsmelk. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop binnen het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. 5.8.1
Toetsing
Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde
13
6
Conclusie
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen:
Het plangebied kan dienen als leefgebied van de wezel, hermelijn en/of steenmarter. Vervolgonderzoek dient uit te wijzen of deze soorten van het plangebied gebruik maken.
Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;
In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
6.1
6.1.1
Vervolgtraject en advies Soortgericht onderzoek
Vervolgonderzoek naar wezel, bunzing en steenmarter wordt uitgevoerd door het plaatsen van verschillende detectiematerialen zoals wildcamera’s, struikrovers en sporenbuizen. Hiermee kan inzichtelijk worden gemaakt of deze soorten gebruik maken van het plangebied. De onderzoeksmaterialen dienen 6 weken (in de periode februari t/m augustus) of 12 weken (hierbuiten) aanwezig te zijn. Bij de daadwerkelijke aanwezigheid van een van deze soorten moet worden aangenomen dat al het geschikte leefgebied en alle potentiële verblijfplaatsen binnen het plangebied daadwerkelijk gebruikt worden door deze soort. Het verwijderen hiervan betreft een overtreding van artikel 3.10 lid 1 onderdeel b Wnb, en is daarmee verboden dan wel ontheffingsplichtig. Een ontheffingsaanvraag dient te worden onderbouwd met een activitei-
maatregelen een positief effect hebben op de lokale populatie van een soort. Vogelbescherming Nederland heeft samen met BAM Utiliteitsbouw een checklist ontwikkeld, waarmee een bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. Door middel van het beantwoorden van enkele ja/nee vragen, kunnen eenvoudige maatregelen worden toegepast die goed zijn voor de stadsnatuur en speciaal voor vogels. Deze checklist is voor iedereen gratis te downloaden van de website van Vogelbescherming (www.vogelbescherming.nl/checklist/). Daarnaast is er tevens een brochure beschikbaar omtrent het vleermuisvriendelijk bouwen. Deze brochure is onder andere te vinden op de website van de Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl/brochure-verschenenover-vleermuisvriendelijk-bouwen/).
tenplan waar juridische en ecologische aspecten als de specifieke maatregelen en werkzaamheden, de gunstige staat van instandhouding, het wettelijk belang, een alternatievenafweging en de planning in zijn opgenomen. Na het verkrijgen van de ontheffing kunnen de werkzaamheden ter plaatse van de aangetroffen verblijfplaats worden uitgevoerd, mits aan alle voorwaarden uit de ontheffing wordt voldaan en de gevoelige periodes worden ontzien. De ODBN neemt normaliter binnen 13 weken een besluit over de aanvraag. Indien nodig kan dit termijn met 7 weken worden verlengd. 6.1.2
Aanbevelingen
Het plangebied biedt in de huidige situatie geen vaste nest- en verblijfsmogelijkheden voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen, terwijl de ligging en omgeving van het plangebied zich hier wel voor lenen. Met een geringe inspanning, bijvoorbeeld door het inbouwen van neststenen of vleermuiskasten en/of de dakranden/spouwmuren toegankelijk te maken, kan de nieuwbouw wel gaan fungeren als vaste rust- en verblijfplaats voor huismussen, gierzwaluwen en/of vleermuizen. Gelet op het steeds verder verdwijnen van broed- en verblijfsgelegenheid kunnen relatief eenvoudige
Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde
14
7
Samenvatting
Tabel 2: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen
In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.
Gebiedsbescherming
Afstand tot gebied
Sprake van aantasting
Vervolgtraject
Bijzonderheden / opmerkingen
Natura 2000
Ca. 5.2 km
Nee
-
Geen resultaten onder 0,00 mol/ha/j
Natuurnetwerk Nederland
Ca. 125 m
Nee
-
Ecologische waarden en kenmerken blijven gelijk
Houtopstanden
-
Nee
-
Niet van toepassing
Tabel 3: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen
Soortgroep Broedvogels
Algemeen Jaarrond be-
Potentieel aanwezig
Sprake van overtreding
Vervolgtraject / maatregelen
Bijzonderheden / opmerkingen
Ja
Te voorkomen
Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of
Globale broedseizoen loopt van maart tot
controle vooraf
half augustus
Minimaal
Nee
-
-
Verblijfplaatsen
Nee
Nee
-
-
Foerageerhabitat
Minimaal
Nee
-
-
Vliegroutes
Minimaal
Nee
-
-
Ja
Mogelijk
Vervolgonderzoek naar aanwezigheid van wezel,
Bij aanwezigheid is mogelijk een ontheffing
bunzing en steenmarter
nodig voor de werkzaamheden in delen
schermd Vleermuizen
Grondgebonden zoogdieren
van het plangebied Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Ja
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Heeft betrekking op een soort als de gewone pad
Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde
15
8
Geraadpleegde bronnen
Kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank (grenzen beschermde gebieden)
Algemene Literatuur Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Algemene websites Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a.
huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten) Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden) Floron.nl (soortgegevens planten) Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) Sovon.nl (soortgegevens vogels) Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden) Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten) Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen) Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming) Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren) Provinciale bronnen Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant Brabant.nl (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant) Dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in Noord-Brabant)
Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde
16
Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Quickscan Flora en Fauna Hamsestraat Liempde
17
Bijlage 5 Akoestiek onderzoek wegverkeer
558
Bestemmingsplan "Woonwerklocatie Hamsestraat" (vastgesteld)
Bezoekadres: De Waal 18 5684 PH Best Postadres: Hoofdweg 76 3067 GH Rotterdam T +31 (0) 88-5152505 E info @cauberghuygen.nl W http: //www. cauberghuygen. nl K. V. K. 58792562 IBAN NL71RABO0112075584
Plangebied Hamsestraat-Roderweg te Liempde; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Datum Referentie
8 februari 2023 02476-56940-01v2
Referentie
02476-56940-01v2
Rapporttitel
Plangebied Hamsestraat-Roderweg te Liempde; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Datum
8 februari 2023
Opdrachtgever
BRO
Bosscheweg 5282
107
BOXTEL
WV
Contactpersoon
(geanonimiseerd)
Behandeld
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Cauberg Huygen B.V.
door
Bezoekadres: De Waal
18
5684
Best
PH
Postadres:
Hoofdweg 3067
GH
Telefoon
76 Rotterdam 088-5152505
Plangebied Hamsestraat-Roderweg te Liempde; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
02476-56940-01v2 8 februari 2023 Pagina 2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Situatie
5
3
Wettelijk kader
7
3. 1 3. 1. 1 3. 1. 2 3. 1. 3 3. 1. 4 3. 1. 5 3. 1. 6 3. 2
Wet geluidhinder Wetversie Wet geluidhinder Systematiek grenswaarden en verzoek tot hogere grenswaarden Begrip gevel Zones langs wegen Grenswaarden geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer Cumulatie geluidbronnen Gemeentelijk geluidbeleid
7 7 7 7 8 9 10 10
4
Invoergegevens onderzoek
11
4. 1 4. 2 4. 3
Gehanteerde stukken Rekenmethode geluidbelastingen wegverkeerslawaai Nadere toelichting invoergegevens
11 11 12
5
Berekeningsresultaten en beoordeling wegverkeerslawaai
14
5. 1 5. 2 5. 3 5. 4
Rekenresultaten Beoordeling Wet geluidhinder Beoordeling gemeentelijk beleid Advies aanvraag hogere waarden
14 14 15 18
6
Effect geluidbelastingen ter plaatse van bestaande woningen
19
7
Conclusie
21
Bijlagen Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV Bijlage V
Stedenbouwkundige invullingen woongebied en woon-/werkkavels Cumulatie verkeersintensiteiten BBMA en extra verkeersgeneraties Invoergegevens rekenmodel Geluidbelastingen Roderweg, Hamsestraat, binnenplanse wegen en gecumuleerd Effecten geluidbelastingen ter plaatse van bestaande woningen
Plangebied Hamsestraat-Roderweg te Liempde; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
02476-56940-01v2 8 februari 2023 Pagina 3
1
Inleiding
In opdracht van BRO heeft Cauberg Huygen B. V. een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de optredende geluidniveaus vanwege de omliggende verkeerswegen op woningen binnen het plangebied HamsestraatRoderweg te Liempde. Doel van het onderzoek is het beoordelen van de geluidbelasting vanwege de verkeerswegen aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder en op de aanvaardbaarheid vanuit de goede ruimtelijke ordening. In deze rapportage worden de uitgangspunten, de resultaten en de toetsing van het akoestisch onderzoek beschreven.
Plangebied Hamsestraat-Roderweg te Liempde; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
02476-56940-01v2 8 februari 2023 Pagina 4
2
Situatie
Het plangebied Hamsestraat-Roderweg is ingesloten tussen de Hamsestraat (westzijde) (noordzijde) en de Grote Waterloop (zuidzijde)
,
de Roderweg
.
In afbeelding 1 is het ontwerp weergegeven. Daarin zijn de vier woon-/werk kavels gemarkeerd met een rode stip. Alle overige kavels (gele vlakken zonder stip) worden bestemd als woningen.
Woon/werk kavels (4 stuks)
Afbeelding 1:
Situering
Het plan is gelegen binnen de bebouwde kom van Liempde en binnen de geluidzones van de Roderweg en de Hamsestraat (beide wegen hebben buiten de bebouwde kom een 60 km/u gedeelte) Om die reden is een onderzoek Wet geluidhinder noodzakelijk. Onderzocht is of de geluidbelastingen voldoen aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder en indien nodig worden hogere grenswaarden benoemd. .
Plangebied Hamsestraat-Roderweg te Liempde; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
02476-56940-01v2 8 februari 2023 Pagina 5
Voorts is de planlocatie gelegen in de nabijheid van enkele 30 km/h wegen. Deze wegen kennen formeel geen geluidzone krachtens de Wet geluidhinder, maar in het kader van toetsing aan een goede ruimtelijke situatie is de geluidbelasting van de volgende wegen wel beschouwd: − Roderweg (30 km/u gedeelte) − Hamsestraat, gezamenlijk met de Oude Postbaan. − Dazingstraat. .
Plangebied Hamsestraat-Roderweg te Liempde; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
02476-56940-01v2 8 februari 2023 Pagina 6
3
Wettelijk kader
3. 1
Wet geluidhinder
3. 1. 1
Wetversie Wet geluidhinder
Ten behoeve van dit geluidonderzoek is gebruik gemaakt van de Wet geluidhinder (Stb. 2017, 57) zoals deze geldt per 1 mei 2017 tot en met heden (Stb. 2017, 131) ,
.
3. 1. 2
Systematiek grenswaarden en verzoek tot hogere grenswaarden
In de Wet geluidhinder en in het Besluit geluidhinder worden voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai twee typen grenswaarden benoemd: de zogenaamde voorkeursgrenswaarde en de maximaal te verlenen ontheffingswaarde. Per geluidbron (bijvoorbeeld per weg, per spoorweg, per industrieterrein) wordt aan de grenswaarden getoetst. Bij een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde kan een zogenaamde hogere grenswaarde (dan de voorkeursgrenswaarde) worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, mits de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden. Het vaststellen van een hogere waarde door het bevoegd gezag is mogelijk indien maatregelen om de geluidbelasting te reduceren aan de geluidbron of tussen bron en ontvanger (gebouw) zoals schermen of verkeersreducerende maatregelen, niet doelmatig zijn of bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerkundige, landschappelijke of financiële aard ondervinden. ,
Indien ook de maximaal te verlenen ontheffingswaarde wordt overschreden is in principe geen geluidgevoelige functie mogelijk tenzij deze wordt voorzien van dove gevels of van gebouwgebonden geluidschermen. 3. 1. 3
Begrip gevel
De geluidbelasting op een geluidgevoelige bestemming dient te worden bepaald te plaatste van de gevel van de bestemming. In artikel 1 van de Wgh is het begrip gevel als volgt gedefinieerd: Bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, met uitzondering van: a) een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die tenminste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33 dB, alsmede b) een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. Bovenstaande betekent dat, indien een gevel voldoet aan de definitie onder a of b, dit geveldeel niet hoeft te worden getoetst aan de Wgh. Een dergelijke gevel wordt een ‘dove gevel’ genoemd.
Plangebied Hamsestraat-Roderweg te Liempde; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
02476-56940-01v2 8 februari 2023 Pagina 7
3. 1. 4
Zones langs wegen
Conform hoofdstuk VI van de Wet geluidhinder (zones langs wegen) hebben alle wegen een zone, uitgezonderd een aantal situaties waaronder wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De zone is een gebied waarbinnen een nader akoestisch onderzoek verplicht is. De breedte van de zone, aan weerszijden van de weg, is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving
(stedelijk of buitenstedelijk)
,
zie tabel 3. 1. Tabel 3. 1:
Schema zonebreedte aan weerszijden van de weg Aantal rijstroken Zonebreedte [m] Stedelijk Buitenstedelijk 1 of 2
-
200
3 of meer
-
350
-
1 of 2
250
-
3 of 4
400
-
5 of meer
600
In onderhavige situatie zijn alle wegen rondom (en in) het plangebied aangewezen als 30 km/uur zone, behoudens de Roderweg ten oosten van de huidige grens van de bebouwde kom en de Hamsestraat ten zuiden van de huidige grens van de bebouwde kom. Omdat het plangebied geprojecteerd wordt binnen de bebouwde kom van Liempde, wordt het plangebied aangemerkt als binnenstedelijk gebied. De breedte van de geluidzone bedraagt voor beide wegen derhalve 200 meter. In zowel de Roderweg als de Hamsestraat ligt ter plaatse van de grens van de bebouwde kom tevens de overgang van 60 km/uur zone (buiten bebouwde kom) naar 30 km/uur zone (binnen bebouwde kom) Wegen die aangewezen zijn als 30 km/uur zone hebben geen geluidzone (artikel 74, aanhef en onder b. Wgh) Het einde van de geluidzone van de Roderweg (60 km/u gedeelte) ligt niet ter hoogte van de grens van de bebouwde kom, maar 66 meter (een derde van de zonebreedte) ten westen van de grens van de bebouwde kom, overeenkomstig artikel 75, tweede lid Wgh. 1 Vergelijkbaar geldt voor de Hamsestraat dat het einde van de geluidzone 66 m ten noorden van de grens van de bebouwde kom ligt. .
.
In afbeelding 2 op de volgende pagina zijn de begrenzingen van de geluidzones van de Roderweg en de Hamsestraat (60 km/u gedeelte) weergegeven.
1 Artikel 75,
derde lid Wgh regelt hoe de geluidzone doorloopt indien er sprake is van een beëindiging van de weg. Een beëindiging van
een weg is niet aan de orde.
Plangebied Hamsestraat-Roderweg te Liempde; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
02476-56940-01v2 8 februari 2023 Pagina 8
Woon-/werkkavels (onderste drie kavels, plus één kavel daaronder niet getekend)
Woongebied
Rijsnelheid 30 km/uur Rijsnelheid 60 km/uur Beëindiging 30 km/uur-zone, tevens beëindiging bebouwde kom Zonegrens Roderweg Zonegrens Hamsestraat Afbeelding 2:
Omvang geluidzones (60 km/u gedeelte) . Roderweg: rood en Hamsestraat: oranje/bruin
De overige wegen in de nabijheid van de planlocatie betreffen 30 km/h-wegen en hebben dus geen formele zone. De invloed van deze wegen is wel beschouwd in dit onderzoek. 3. 1. 5
Grenswaarden geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer
In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de diverse geluidgrenswaarden voor wegverkeerslawaai die op dit plan van toepassing zijn. Zoals voormeld is aangegeven is de planlocatie gelegen binnen de bebouwde kom van Liempde (binnenstedelijk gebied) .
Tabel 3. 2:
Overzicht grenswaarden wegverkeerslawaai Functie
Bestemming
Weg
Voorkeursgrenswaarde [dB]
Maximale ontheffingswaarde [dB]
Wonen (nieuwbouw)
Binnenstedelijk gebied
Aanwezige weg
48 (art. 82 Wgh)
63 (art. 83 lid 2 Wgh)
Plangebied Hamsestraat-Roderweg te Liempde; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
02476-56940-01v2 8 februari 2023 Pagina 9
3. 1. 6
Cumulatie geluidbronnen
Indien een plan geluid ondervindt van meer dan één geluidsbron, dient tevens onderzoek gedaan te worden naar de effecten van de samenloop van de verschillende geluidsbronnen. De 30 km/uur wegen zijn meegenomen in deze berekening. Er dient te worden aangegeven op welke wijze met de samenloop rekening is gehouden bij het bepalen van de te treffen maatregelen (art. 110a en 110f van de Wgh) .
3. 2
Gemeentelijk geluidbeleid
De gemeente Boxtel hanteert de Beleidsregel hogere grenswaarden. In het beleid zijn een aantal ontheffingscriteria benoemd, waaraan getoetst kan worden, te weten: − stedenbouwkundige overwegingen; − landschappelijke overwegingen; − financiële overwegingen; − vervoerskundige overwegingen; − verkeerskundige overwegingen. Naast de bovenstaande algemene ontheffingscriteria zijn er ook nog een aantal afgeleide criteria die in positieve zin worden betrokken blij de beoordeling van een verzoek voor een ontheffing. Deze afgeleide criteria hebben betrekking op: − doelmatige afscherming; − grond- en/of bedrijfsgebondenheid; − vervanging bestaande woning; − stationslocaties. Tenslotte maakt de gemeente Boxtel onderscheid tussen de stedelijke kern van Boxtel, een aantal dorpskernen en het buitengebied. In de verschillende omgevingstypen zijn verschillende geluidsniveaus reeds aanwezig als kenmerk van het gebied. Zo zal in de kern van Boxtel in het algemeen het reeds aanwezige geluidniveau hoger zijn dan in het buitengebied. Bij de beoordeling van de aanvraag wordt het reeds aanwezige geluidniveau betrokken in de afweging.
Plangebied Hamsestraat-Roderweg te Liempde; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
02476-56940-01v2 8 februari 2023 Pagina 10
4
Invoergegevens onderzoek
4. 1
Gehanteerde stukken
Tekeningen/ondergronden: Situatietekening verstrekt door de opdrachtgever. Stedenbouwkundige invulling plan woongebied en plan vier woon-/werkkavels, verstrekt door de opdrachtgever, zie bijlage I.
Verkeersgegevens: De verkeersgegevens van lokale wegen zijn verstrekt door het gemeentelijke samenwerkingsverband MijnGemeenteDichtbij. De verkeersgegevens zijn ontleend aan het verkeersmodel “BrabantBrede ModelAanpak” (BBMA) 2022, versie S203. Gebruikt zijn de verkeersgegevens voor peiljaar 2040. De verkeersgegevens met betrekking tot de verkeersaantrekkende werking (de extra verkeersgeneratie) door de twee plannen woongebied en vier woon-/werkkavels zijn verstrekt door adviesbureau BRO. De berekeningen zijn gebaseerd op: Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. 4. 2
Rekenmethode geluidbelastingen wegverkeerslawaai
De berekeningen van de geluidbelastingen ten gevolge van wegverkeer, zijn uitgevoerd conform het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, (hierna te noemen: RMG2012) Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van Standaardrekenmethode 2 uit bijlage III van het RMG2012. .
Op de berekende geluidbelastingen mag, conform artikel 110g van de Wet geluidhinder, een correctie worden toegepast. Zoals omschreven in artikel 3. 4 van het RMG2012 zijn dit de te hanteren aftrekken tot 1 juli 2018: 1) 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting van die weg 56 dB is; 2) 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting van die weg 57 dB is; 3) 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting anders is dan 56 en 57 dB; 4) 5 dB voor overige wegen; 5) 0 dB bij bepaling van de benodigde geluidwering van de gevels conform het Bouwbesluit 2012. In dit onderzoek is voor alle wegen de aftrek van 5 dB gehanteerd. De
berekeningen van het wegverkeerslawaai Geomilieu v2022. 4.
Plangebied Hamsestraat-Roderweg te Liempde; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
zijn uitgevoerd
met behulp
van
het computerprogramma
02476-56940-01v2 8 februari 2023 Pagina 11
4. 3
Nadere toelichting invoergegevens
Wegen - wegdekverharding Voor het onderzoek is uitgegaan van het referentiewegdek voor alle wegen, uitgezonderd de Roderweg binnen de bebouwde kom. Op de Roderweg binnen de bebouwde kom zijn klinkers in keperverband. Ook voor een deel van de Hamsestraat, ter hoogte van de huisnummers 10 tot en met 16, is veiligheidshalve uitgegaan van klinkers in keperverband: op dit wegdeel is de kans dat, wanneer er geen geparkeerde auto’s zijn, ook over de parkeerstrook van klinkers wordt gereden. Wegen - verkeersintensiteiten Zoals in paragraaf 4. 1 is vermeld zijn de verkeersgegevens van de lokale wegen ontleend aan het verkeersmodel “BrabantBrede Model-Aanpak” (BBMA) 2022. In de BBMA zijn geen verkeersgegevens opgenomen voor het wegddeel van de Hamsestraat buiten de bebouwde kom. Veiligheidshalve zijn de verkeersintensiteiten van dit wegdeel bepaald door sommatie van de verkeersintensiteiten van de Hamsestraat (binnen de bebouwde kom) en van de Dazingstraat. De verkeersgegevens van de BBMA zijn zonder de extra verkeersgeneratie door de nieuwe woningen. De volgende extra verkeersgeneraties zijn door adviesbureau BRO verstrekt: 1.
Voor de 4 woonwerkkavels is sprake van een totale verkeersgeneratie van maximaal 80 verkeersbewegingen per etmaal (licht verkeer 65, middelzwaar verkeer 6 en zwaar verkeer 9) In het geluidonderzoek is er van uitgegaan dat deze verkeersbewegingen voor 80 % plaatsvinden van en naar de Roderweg (64 bewegingen) daar splitsend in 32 bewegingen van en naar Boxtel en 32 bewegingen van en naar Sint-Oedenrode. 20% verkeersbewegingen vinden zuidwaarts plaats van en naar de Dazingstraat (8 verkeersbewegingen) en de Hamsestraat (8 verkeersbewegingen) 2. Voor het woongebied is er sprake van een totale verkeersgeneratie van maximaal 918 verkeersbewegingen per etmaal. Er zijn drie ontsluitingen van het woongebied: aan de Hamsestraat ter hoogte van de Essenstraat, aan de Hamsestraat ter hoogte van de zuidelijke grens van de bebouwde kom en aan de Roderweg ter hoogte van de oostelijke grens van de bebouwde kom. In het geluidonderzoek is de volgende verdeling van deze verkeersgeneratie gemaakt (percentages) : − Hamsestraat, ter hoogte van Essenstraat: 45%, doorrijdend naar Roderweg, daar splitsend in (8/9x45%=) 40% van en naar Boxtel en (1/9x45%=) 5% van en naar Sint-Oedenrode. − Hamsestraat, ter hoogte van grens bebouwde kom: 15%, waarvan eenderde naar zuiden en tweederde naar Dazingstraat. − Roderweg, ter hoogte van grens bebouwde kom: 40%, doorrijdend van en naar Sint-Oedenrode. .
,
.
Eerst is de extra verkeersgeneratie onder punt 2 opgeteld bij de verkeersgegevens van de BBMA, met gebruikmaking van de etmaal- en voertuigverdeling volgens de BBMA. Vervolgens is aan de totale intensiteiten per voertuigcategorie de extra verkeersgeneratie onder punt 1 toegevoegd. Deze tweede optelling geeft een andere voertuigverdeling dan die in de BBMA. In de berekeningen is de gewijzigde voertuigverdeling voor alle etmaalperioden doorgevoerd. Uit analyse blijkt dat ten opzichte van de voertuigverdeling volgens de BBMA dit een geluidtoename Lden geeft van ten hoogste 0, 2 dB. Deze toename is dusdanig gering dat de gewijzigde voertuigverdeling acceptabel en representatief is voor de nieuwe verkeerssituatie. Zie bijlage II en III voor de invoergegevens met betrekking tot de geluidbronnen (bijlage II: cumulatie BBMA en verkeersaantrekkende werking, bijlage III: invoer geluidinvoermodel) In tabel 4. 1 zijn de verkeersintensiteiten samengevat. .
Plangebied Hamsestraat-Roderweg te Liempde; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
02476-56940-01v2 8 februari 2023 Pagina 12
Bodemgebieden In het akoestische model is standaard uitgegaan van een harde bodem (bodemfactor 0, 0) waarbij de gemodelleerde zachte bodemgebieden als zijnde akoestisch zacht zijn gedimensioneerd (bodemfactor variërend van 0, 33 tot 1, 00) In bijlage III zijn de invoergegevens opgenomen. ,
.
Waarneempunten De geluidbelasting zijn berekend op toetspunten ter plaatse van gevels, op de beoordelingshoogten 1, 5 meter, 4, 5 meter, 7, 5 meter en 10 meter, zie ook bijlage III. Tabel 4. 1:
Verkeersgegevens Etmaalintensiteiten
Weg
BBMA
Verkeersgeneratie
Verkeers-
2040 [mvt]
4 woon-/werk-
generatie
kavels
woongebied
Totaal
Daguur
Avonduur
Nachtuur
[%]
[%]
[%]
Roderweg, oostelijk van Hamsestraat
2. 953
32
46
3. 031
6, 68
3, 38
0, 79
Roderweg, westelijk van Hamsestraat
3. 104
32
367
3. 504
6, 68
3, 38
0, 79
Roderweg, buiten bebouwde kom
2. 953
32
367
3. 352
6, 81
2, 99
0, 79
Hamsestraat, noordelijk van Essenstr.
1. 153
64
413
1. 631
6, 73
3, 45
0, 68
Hamsestraat, zuidelijk van Essenstraat
396
80
476
6, 75
3, 39
0, 68
Dazingstraat
396
8
496
6, 75
3, 39
0, 68
Oude Postbaan
477
-
477
6, 73
3, 45
0, 68
-
92 -
Overige rekenparameters: −
De geluidbelastingen zijn berekend met alle akoestisch relevante gebouwen in de omgeving. De gebouwen schermen geluid af dan wel reflecteren dit (factor 0, 8) Het maximaal aantal reflecties bedraagt 1. In bijlage I zijn de meest relevante gebouwen inclusief gebouwhoogte weergegeven. Meteorologische correcties: conform standaard. Luchtdemping: conform standaard. .
− −
Plangebied Hamsestraat-Roderweg te Liempde; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
02476-56940-01v2 8 februari 2023 Pagina 13
5
Berekeningsresultaten en beoordeling wegverkeerslawaai
5. 1
Rekenresultaten
Op basis van de uitgangspunten uit voormelde hoofdstukken zijn de geluidbelastingen van de nieuwe woningen berekend. In bijlage IV zijn alle berekende geluidbelastingen weergegeven. De geluidbelasting (Lden) vanwege de Roderweg bedraagt ten hoogste 56 dB (inclusief aftrek) Daarmee wordt de voorkeursgrenswaarde Lden = 48 dB overschreden, maar wordt de ten hoogste toelaatbare grenswaarde Lden = 63 dB ruimschoots in acht genomen. De voorkeursgrenswaarde wordt bij totaal 6 woningen overschreden: 56 dB bij 1 vrijstaande woning en 55 dB bij 5 rijtjeswoningen, alle gelegen nabij de grens van de bebouwde kom. De berekende geluidbelasting betekent wel dat onderzocht moet worden of en zo ja welke geluidbeperkende maatregelen getroffen kunnen worden. Meer daarover in paragrafen 5. 2 en 5. 3. .
Binnen de geluidzone van de Hamsestraat bedraagt de geluidbelasting (Lden) vanwege de Hamsestraat ten hoogste 44 dB (inclusief aftrek) Overal wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. .
Buiten de geluidzone van de Hamsestraat/Oude Postbaan bedraagt de geluidbelasting (Lden) vanwege de Hamsestraat ten hoogste 48 dB (inclusief aftrek) Aangezien de Danzingstraat aangemerkt is als 30 km/uur zone, is toetsing aan de Wet geluidhinder niet aan de orde. .
De geluidbelasting (Lden) vanwege de binnenplanse wegen bedraagt niet meer dan 54 dB (inclusief aftrek) Aangezien binnenplanse wegen aangemerkt zijn als 30 km/uur zone, is toetsing aan de Wet geluidhinder niet aan de orde.
.
De geluidbelasting (Lden) vanwege de Dazingstraat bedraagt te hoogste 34 dB (inclusief aftrek) Aangezien de Dazingstraat aangemerkt is als 30 km/uur zone, is toetsing aan de Wet geluidhinder niet aan de orde. .
De cumulatieve geluidbelasting (Lcum) vanwege alle verkeerswegen bedraagt ten hoogste 61 dB (exclusief
aftrek) 5. 2
.
Beoordeling Wet geluidhinder
De geluidbelasting vanwege de Roderweg is hoger dan de voorkeurgrenswaarde Lden = 48 dB. Conform de Wgh zal onderzocht moeten worden of maatregelen gericht op het terugdringen van de geluidbelasting doeltreffend of doelmatig zijn. Navolgend wordt de toets uitgevoerd. Roderweg Teneinde de geluidbelasting te verlagen naar de voorkeurgrenswaarde is een reductie benodigd van circa 8 dB. De geluidbelastingbijdrage door het geluid vanaf het wegdeel met een maximumsnelheid van 30 km/uur is veruit maatgevend: de geluidbijdrage van dat wegdeel bedraagt 55 dB, de geluidbijdrage van het wegdeel met een maximumsnelheid van 60 km/uur 50 dB. Op het wegdeel met een maximumsnelheid van 30 km/uur is een klinkerbestrating in keperverband. Wanneer gerekend wordt met een geluidarm asfalt uit de groep dunne deklagen B op de Roderweg, wordt circa 5 dB geluidreductie behaald. Er wordt dan nog niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. De vervanging van klinkers voor geluidarm asfalt is niet wenselijk. Plangebied Hamsestraat-Roderweg te Liempde; akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
02476-56940-01v2 8 februari 2023 Pagina 14
Het toepassen van stil (ler) asfalt kan wellicht in combinatie met schermen langs de Roderweg doeltreffend en (financieel) doelmatig zijn, maar is vanwege het groene karakter van het betrokken gebied stedenbouwkundig niet gewenst. Er zijn derhalve geen doeltreffende en doelmatige maatregelen te treffen ter verlaging van de optredende geluidbelasting vanwege de Roderweg. 5. 3
Beoordeling gemeentelijk beleid
Naast voormelde overwegingen aangaande de Wet geluidhinder is ook lokaal geluidbeleid van belang. Hierop gaat deze paragraaf nader in, waarbij de punten worden getoetst zoals weergegeven in paragraaf 3. 2.
Stedenbouwkundige overwegingen De kern Liempde heeft een groot tekort aan betaalbare woningen voor starters, jonge gezinnen en beperkt ook voor ouderen. Gebleken is dat er op de beschikbare inbreidingslocaties in Liempde onvoldoende geschikte ruimte is om in de opgave te kunnen voorzien. Daarom heeft de gemeente Boxtel in haar ruimtelijke beleid ingezet op de uitbreidingslocatie Hamsestraat-Roderweg. Deze locatie is in de gemeentelijke Structuurvisie aangewezen als woningbouwproject met groene woonmilieus aan de randen van de kern. Op grond van voormelde toelichting uit de gebiedsvisie van het plangebied blijkt dat woningbouw ter plaatse noodzakelijk is en dat de bebouwing niet anders gesitueerd kan worden. Hoewel de woningen vanuit stedenbouwkundig oogpunt noodzakelijk zijn, is het volgende van belang. Het bestemmingsplan voorziet in een flexibel plan, waardoor voor de woningen in de geluidzone van de Roderweg nog geen definitieve verkaveling bekend is. Wel is een voorlopige verkaveling opgesteld, die in het geluidonderzoek is gebruikt. Op basis van deze verkaveling is het mogelijk dat de woningen met een hogere waarde beschikken over één geluidluwe gevel (i. e. geluidbelasting die 10 dB lager is dan de te verlenen hogere grenswaarde of voldoet aan de voorkeursgrenswaarde) .