CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Herstelbesluit bestemmingsplannen Woongebied Hamsestraat-Roderweg en Woonwerkkavels Hamsestraat- Bijlage 2.17 Bijlagenboek Woonlocatie

Raadsvergadering Boxtel 16 april 2024, gemeente boxtelBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplannen Woongebied Hamsestraat-Roderweg en Woonwerkkavels Hamsestraat20.996 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Aan de zuidzijde van de verhoging, in de noordelijke helft van werkput 3, blijkt in de top van deze bodem een intacte podzol met A, E, B en C -horizont bewaard: respectievelijk onderscheiden als laagnummers S5015, S5020, S5030 (Tabel 3. 1) In het zuiden van put 3 en deels in put 2 blijkt de podzolbodem ook aanwezig, echter in verploegde/verspitte toestand. Onder het verploegde niveau bevindt zich nog een restant B-C. In een deel van put 2 en met name in put 1 (zuiden) en put 8 (noorden) blijkt de Pleistocene zandbodem afgetopt. Hier rust de bouwvoor direct op de C-horizont (S5030) Onder in de coupes van de diepe sloten en greppels is ten slotte onder de zandtop nog een licht zandige leemlaag waargenomen. Vermoedelijk betreft het hier Pleistocene beekafzettingen (S5040) .

.

.

.

.

Laagnummer S5000

Beschrijving bouwvoor S5005 subrecente nivelleringslaag, met name als nazak boven slootvullingen S5010 restant enkeerd/esdek, deels bewaard als nazak boven slootvullingen S5015 A-horizont van Pleistocene zandbodem S5020 E-horizont van Pleistocene zandbodem S5025 B-horizont van Pleistocene zandbodem S5030 C-horizont van Pleistocene zandbodem S5040 kleiige beekafzettingen Tabel 3. 1 Toelichting codering stratigrafie.

3. 2

Archeologie

3. 2. 1

Sporen

en

structuren

Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn in aanvulling op de voornoemde laagsporen (zie Tabel 3. 1) 27 sporen aangesneden in de twee sporenvlakken (Tabel 3. 2) Figuur 3. 1 geeft een overzicht van alle aangetroffen spoortypen. De meeste sporen bestaan uit greppels en sloten. Verder zijn enkele losse kuilen, paalkuilen en staken aangetroffen. De sporenvlakken blijken ten slotte op enkele plekken verstoord ten gevolge van recente afgravingen en natuurlijke fenomenen zoals boomvallen. .

Spoortype Greppel Kuil Natuurlijke verstoring Paalkuil Recente verstoring Sloot Spitspoor Staak Totaal

Aantal 13 1 2 4 1 4 1 1 27

Tabel 3. 2 Totaal aantal aangetroffen sporen per type. 11

Sloot? Sloot/greppel

Figuur 3. 1 Spoortypenkaart met putten (1 t/m 8) spoornummering (S1 t/m S23) . Centraal aandachtspunt van het proefsleuvenonderzoek was zoals voornoemd de verhoging die tijdens voorgaand bureauonderzoek op de AHN-kaart was opgevallen. De verhoging blijkt in de ondergrond begrensd te zijn door sloten en een greppel: sporen S10 (westen) S11 (noorden) S16 (oosten) en ten slotte S8 (zuiden) Uitgaande van de relatief grote afmetingen (in vooral breedte en diepte) van de meeste sporen werd tijdens het veldwerk nog rekening gehouden met een omgracht terrein van bijvoorbeeld een versterkte hoeve. Zoals voornoemd zijn echter geen sporen van bewoning aangetroffen op het binnenterrein van de sloten. Aangezien de omsloten verhoging grotendeels samen blijkt te vallen met de verspreiding van een esdek, lijkt het hier toch eerder om een individueel akkerkamp te gaan. Buiten de omsloten ruimte is lokaal weliswaar ook een vervolg van het esdek aangetroffen; het esdek is daar echter aanmerkelijk dunner (of enkel als nazak) bewaard. ,

,

.

12

De oudste vondsten

die onder in enkele

diepe sloten rondom het akkerkamp zijn gevonden, wijzen op het eerste oog op een volmiddeleeuwse oorsprong. Zoals voornoemd ligt het voor de hand om het akkerkamp te plaatsen in het licht van de inrichting en het landgebruik van omliggende land door de burgers van Liempde binnen de gemeijnt Scheeken. Onduidelijk is wanneer het akkerkamp binnen het overkoepelend verkavelingsstelsel is opgenomen. De

oude

sloten

akkerkamp, maar ook van de omliggende verkaveling, vertonen (ook) duidelijk jongere opvullingsfasen; sommige zijn pas recent definitief gedempt, mogelijk bij nivellering van het terrein. Dit lange gebruik komt ook naar voren uit historische kaarten zoals het gegeorefereerde kadastrale minuutplan uit 1811-1832. Bij projectie van de sporen blijken de in oorsprong deels volmiddeleeuwse hoofdsloten van de akkerkamp en de omliggende percelen nog steeds in gebruik in de eerste helft van de 19° eeuw (Figuur 3.2). van

het

154350

154400

154450

154500

,

ze Di

vi

507

EG

56 0 Archof

_

rm

154350

154450

154500

Legenda CC

Plergebied

TT]

Onderzoeksgebied

EN

zeil

Spoortypes.

EZ

Seat

EN

BE

Zere

Crezee!

Recente

van

verstoring

Spitzporen A-harizont

Natuurlijke verstoring

Figuur

3.2.2

3.2

Projectie van de proefsleuven met spoortypen op

het kadastrale

minuutplan van 1811-1832.

Vondsten

Tijdens het onderzoek zijn in totaal 7o vondsten aangetroffen en gedocumenteerd. Hiervan zijn 20 stuks afkomstig uit grondsporen en 5o stuks uit het esdek (S5o10). Alle vondsten zijn verwerkt: naar categorie gesplitst, geteld en gewogen. Hiermee beschikken we over de exacte aantallen vondsten per materiaalcategorie en per context.

“

De

gegeorefereerde kaart is beschikbaar gesteld geraadpleegd: www.topotijdreis.

door

archeologisch

website

13

adviseur

oo: (geanonimiseerd) B

de

jongere

kaarten

is de

volgende

Materiaal

_[Vondstcategorie

Glas

Glas

Keramiek

_

Aardewerk middeleeuwen

Keramiek

_

Aardewerk Nieuwe

Keramiek

GN (geanonimiseerd)

Keramiek

Dakpan

Vondsten

vitsporen

aantal

|gewicht(g)|

tijd

Metaal Metaal

Metaal

(geanonimiseerd) ef

B (geanonimiseerd) onbepaald

ijzer

|gewicht(g)|

aantal

gewicht (g)

78

1

78

9

4

33

373

32

493

13

1117

22

2122

3

72

3

72

3

7

3

7

2

53

3

139

1

25

1

25

1

34

7o

3003

24

2

7

120

25

1005

86

1

Metaalslak

Totaal per context

Tabel 3.3 Overzicht

van

1

34

20

1269

het aantal vondsten per

esdek

en

1

2

9

Vondsten vit sporen

aantal

_ Keramiek pijpen

Keramiek

3.2.3

[Vondsten vit esdek

5o

1734

materiaalcategorie naar context.

Monsters

De

verhoging met esdek en de sloten rondom wijzen samen op een individueel akkerkamp. Mogelijk was deze droge, verhoogde plek in de verder lage en dus nattere omgeving als enige geschikt voor landbouw. Onduidelijk is in dat geval wat hier is verbouwd en hoe het omringende landschap er in de eerste fase van inrichting er uitzag. Om dit te onderzoeken zijn twee botanisc he monsters genomen uit de onderste, oudste opvulling van twee sloten (S8 en Saa) die het akkerkamp begrenzen.

vergeli jking is ook een monster genomen uit spitsporen van de A- horizont die in de top van de zandbodem in put 2 zijn aangetroffen. Deze A-horizont getuigt namelijk nog van het natuurli jke landschap in de omgeving, kort voordat de mens het zou ontginnen in de vo le middeleeuwen. Ter

vondstnr 16 19 22

| veldvolume (l) | spoor | spooraard sl sl sl

11

sloot

_ 23 _ spitsporen 8

sloot

| vulling | opmerking

put

vlak

5

1

2

3

1

1

2

1

1

Tabel 3.4 Overzicht botanische monsters.

EA

begrenzing verhoging/akkerkamp begrenzing verhoging/akkerkamp spitsporen A-horizont

4

Potentie beantwoording onderzoeksvragen en voorstel uitwerking

4. 1

Recapitulatie vraag- en doelstellingen en potentie beantwoording

De vraagstelling voor het inventariserend proefsleuvenonderzoek

betreft op de eerste plaats het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het onderzoeksgebied. Verder zijn in het Programma van Eisen specifieke onderzoeksvragen binnen verschillende thema’s opgesteld: 12 Na een opsomming van de vragen worden hieronder per thema de mogelijkheden geschetst om deze vragen te beantwoorden aan de hand van de verzamelde data: de verzameling van sporen, vondsten en de gedocumenteerde profielkolommen. Algemeen 1. Wat is de aard, datering, omvang, locatie (horizontaal en verticaal) van archeologische resten, grondsporen en

structuren? 2. Wat is de fysieke en inhoudelijke kwaliteit van archeologische resten, grondsporen en structuren? 3. Hoe ziet de bodemopbouw binnen het plangebied eruit en wat zegt dit over de gaafheid van de eventueel aanwezige sporen? 4. Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied en hoe is de aangetroffen bodem gevormd? 5. Wat is de synchrone en diachrone ensemblewaarde van de vindplaats met andere bekende vindplaatsen in de omgeving? 6. Hoe sluiten de resultaten van het onderzoek aan bij de NOaA?

Specifiek 7. Is de vierkante vorm, die zichtbaar is op het AHN, toe te schrijven aan een structuur, zoals een gebouw of akkerkamp? 8. Indien sporen aangetroffen worden, kan hieruit dan ook afgeleid worden dat zich tot buiten het onderzoeksgebied uitstrekken? 9. Zijn er archeologische resten in situ bewaard gebleven, vanaf welke diepte en dient hier in de toekomst rekening mee te worden gehouden bij ontwikkelingen in het plangebied en de directe omgeving? 10. Wat is de datering van de archeologische vondsten en tot welke vondsttypen of vondst categorieën behoren zij? 11. Wat is de landschappelijke ligging van de site (s) Meer in het bijzonder, wat is de geologische, geomorfologische en bodemkundige context? 12. Is er sprake van (sub) recente verstoring en postdepositionele processen? 13. Wat is de relatie tussen het gebruik en de geschiedenis van de onderzoekslocatie en de historische, historischlandschappelijke en overige cultuurhistorische aspecten van zijn omgeving? 14. Waar en in welke mate is deze locatie geschikt voor paleo-ecologisch en natuurwetenschappelijk onderzoek? Welke methoden zijn het meest kansrijk? 15. Indien er geen archeologische resten of beperkte archeologische fenomenen (bijv.

alleen losse vondsten zonder enige context) oplevert, welke verklaring kan hieraan worden gegeven? Is er bijvoorbeeld sprake van aantoonbare afwezigheid van bewoning en/of actief landgebruik, verstoringen van antropogene aard, beperking van de archeologische waarnemingsmogelijkheden als gevolg van bodemprocessen of beperking van de archeologische waarnemingsmogelijkheden als gevolg van werk- en/of weersomstandigheden? 16. Kan het kampje, binnen de huidige strategie als vindplaats gewaardeerd worden? Zo ja, wat is de fysieke en inhoudelijke kwaliteit ervan? Welke waarde is er samenvattend aan te geven en de daarin te onderscheiden delen (binnen verticale en/of horizontale grenzen; complextypen, periode, sites) ? Beschrijf en beredeneer de verschillen in waarde conform de waarderingstabel uit de KNA 4. 1. Zo niet, wat is er dan nog nodig voor een waardering? .

Op basis van het vooronderzoek werden binnen het gehele onderzoeksgebied archeologische waarden vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen verwacht. Deze zijn echter niet aangetroffen. Wel zijn conform de verwachtingen vooraf, ter plaatse van een vierkante verhoging op de AHN-kaart, vermoedelijk resten van een akkerkampje aangetroffen. Analyse van de vondsten uit de sloten rondom het vermoede akkerkampje kan inzicht geven in de ouderdom en de duur/fasering van het landgebruik. Analyse van botanische monsters uit de sloten kan inzicht geven of de verhoging inderdaad in gebruik is geweest

12

15

als akkerkamp en wat er is verbouwd. Informatie over het eerste vermoedelijk volmiddeleeuwse landgebruik van het kamp en de bijbehorende transformatie van het voorheen natuurlijke landschap (monster uit A-horizont buiten het kampje) kan kennis bijdragen aan twee onderzoeksthema’s binnen de NOaA (versie 2. 0) van de Brabantse zandgronden: H2 De dynamiek van het Nederlandse landschap en H21 De dynamiek van het landgebruik. Het landgebruik van het kampje is te bezien in relatie tot het overkoepelende gebied binnen de gemeijnt Scheeken (ensemblewaarde) De resten van het akkerkamp lijken goed bewaard dankzij een afdekkend esdek. Een onderzoek van de sporen in de coupes in relatie tot de bodemopbouw binnen de gedocumenteerde profielkolommen zal inzicht geven in de gaafheid. Los van deze ensemblewaarde en fysieke kwaliteit zijn de resten van het omsloten kampje van geringe inhoudelijke waarde. Na afronding van het onderzoek van de vondsten en monsters is geen extra informatie te verwachten. Vervolgonderzoek om de sporen verder in kaart te brengen is sowieso overbodig: de sporen zijn nog te herkennen op historische kaarten uit de 19 e eeuw. Het vervolg van de aangetroffen sporen is hieruit af te leiden. .

Specifieke vraagstellingen over landgebruik en inrichting 17. Wanneer is het gebied (nu wei- en bouwland) ontgonnen? 18. Ter hoogte van de intacte bodems. Wat betekent de intacte bodem voor de archeologische verwachting in deze zone? 19. Is een het hogere deel een bouwlandkamp? Vanaf wanneer in gebruik? Op basis van historisch onderzoek wordt aangegeven dat in dit gebied mogelijk houtskoolproductie of ijzeroerwinning heeft plaatsgevonden. Dit zegt meer

iets over het mogelijke (extensieve) gebruik van dit gebied, maar huidige strategie is er niet op ingericht om dit soort fenomenen actief op te sporen. Als er tijdens het onderzoek sporen of aanwijzingen voor houtskoolproductie of ijzeroerwinning tevoorschijn komen, dan zullen onderstaande vragen relevant zijn: 20. Vanaf wanneer en waar is houtskoolproductie herkenbaar? 21. Vanaf wanneer en waar is ijzer (oer) winning herkenbaar?

Zoals voornoemd wijzen de verhoging in combinatie met een esdek en sloten rondom op een akkerkampje. Analyse van botanische monsters kan inzicht geven in het exacte gebruik van het kampje. De bodem ter hoogte van het kampje blijkt zoals voornoemd goed bewaard. Ook de zone ten zuiden van het kampje blijkt deels goed bewaard. Hier zijn echter geen aanwijzingen voor archeologische resten gevonden. Noch ter hoogte van het kampje, noch daarbuiten zijn sporen of vondsten van houtskoolproductie of ijzerwinning gevonden. Zoals voornoemd zal de uitwerking voornamelijk gericht zijn op het eerste, vermoedelijk volmiddeleeuwse, landgebruik van het kampje en transformatie daarbij van het kort daarvoor nog intacte natuurlijke landschap. Bij het aantreffen van muurresten: 22. In welke periode kunnen de resten worden gedateerd? 23. Is er sprake van herstel- of verbouwingssporen? Zo ja, is het mogelijk te achterhalen wat de datering en/ of aanleiding hiervoor was? 24. Wat is de relatie tussen de aangetroffen resten en de huidige bebouwing van Liempde (oriëntatie, toegepast materiaal, toegepaste bouwmethode) ? Er zijn geen resten van muurfunderingen aangetroffen; dit is goed te verklaren.

Uitgaande van de aard van de aangetroffen sporen, met name verkavelingssloten en -greppels, en de historische kaarten is het onderzoeksgebied alleen in gebruik geweest als buitengebied; hier zijn dan ook geen bouwwerken te verwachten.

4. 2

Uitwerkingsplan

4. 2. 1

Landschap en bodemopbouw

Landschap en bodemopbouw worden besproken aan de hand van de gedocumenteerde profielkolommen. De aandacht zal hierbij vooral zijn gericht op de samenstelling en spreiding van het esdek in relatie tot de verhoging (van het vermoede akkerkampje) op de AHN-kaart en het samenstel van de sporen (met name de sloten rondom de verhoging) Representatieve profielen worden in het rapport afgebeeld.

.

4. 2. 2

Sporen

en

structuren

De sloot- en greppels sporen van het vermoede akkerkamp en de omliggende verkaveling worden in een lopende tekst beschreven in vergelijking met historische kaarten. Doel is het landgebruik vanaf de volle middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd te duiden. De sporen worden gedateerd aan de hand van het aangetroffen vondstmateriaal (m. n. aardewerk. 16

Indien deze dateringen niet scherp genoeg blijken, kan eventueel een ondersteunende 14 C-datering van macroresten uit monsters van de betreffende slootvullingen plaatsvinden. Archol acht dit laatste op grond van de eerste inschattingen echter vooralsnog niet nodig. Er worden een spoortypekaart en faseringskaart vervaardigd en er wordt een selectie van foto’s van coupes en het

sporenvlak afgebeeld. 4. 2. 3

Aardewerk, kleipijp en bouwkeramiek

In het esdek en de sloten van zowel het vermoede

akkerkampje als de omliggende verkaveling is aardewerk, kleipijpmateriaal en bouwkeramiek (brokken baksteen en dakpan) gevonden. Het vondstmateriaal (N= 64) wordt gedetermineerd en gedateerd conform de gangbare typologieën. Doel is datering en fasering van het akkerkampje, esdek en de omliggende verkaveling in relatie tot de historische kaarten. Tevens wordt gezocht naar het gebruik en de bron van de bouwkeramiek. Vermoedelijk is het secundair materiaal dat van elders hier (te midden van afval) terecht is gekomen. 4. 2. 4

Metaal

en

metaalslak

Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn twee stuks ijzer en een mogelijke metaalslak verzameld. Archol stelt voor om de metaalslak (uit het esdek) nader te onderzoeken; met name in het licht van de vooraf verwachte resten van ijzerwinning. Eén van de ijzervondsten komt bij nader inzien niet in aanmerking voor onderzoek. De vondst (v. 20. 1) eveneens afkomstig uit het esdek, blijkt namelijk (op de breuk) enkel uit ijzerconcretie te bestaan. De andere vondst (uit kuil S18 aan de rand van sloot S11) bestond uit ca. een 8 cm lange, vingervormige roestbrok. Na verwijdering van de dikke afdekkende corrosielaag blijkt het om een gebogen stuk ijzer te gaan dat aan de uiteinden is afgeplet: vermoedelijk gaat het hier om een fragment van een handvat van een voorwerp zoals een kan of deur/deksel (Figuur 4. 1) Archol stelt voor om deze ijzervondst nader te laten onderzoeken met het oog op de exacte functie (van het voorwerp, waar het toe behoort) en datering. Gezien de fragmentarische staat acht Archol dat de vondst niet in aanmerking voor (conserverings) behandeling; de analyse van de metaalspecialist dient hierover echter nog uitsluitsel te geven. ,

.

Figuur 4. 1 Foto van ijzervondst v. 12. 1 na verwijdering corrosielaag: vermoedelijk een fragment van een handvat. 4. 2. 5

Steen en glas

In het esdek is nog een fragment glas gevonden en in voornoemde kuil S18 is een steen. Determinatie van de vondsten zal gericht zijn op de datering en bepaling van het gebruiksvoorwerp (glas) of eventuele sporen daarvan (steen) .

17

4.2.6 Om

Archeobotanisch

onderzoek

te krijgen in het natuurlijke landschap kort voor de volmiddeleeuwse ontginning van het gebied en inrichting van voorgesteld een botanisch monster van de spitsporen met A-horizont (S23 in put 2) te onderwerpen

inzicht

het akkerkampje wordt

pollenonderzoek (v.22, zie Tabel 3-4). van het vermoede akkerkampje wordt voorgesteld om ook twee monsters uit de krijgen gebruik (onderste, vermoedelijk volmiddeleeuwse}) opvulling van s loten S8 (v. 19)en Sa1 (v. 16}te laten onderzoeken op macroresten en pollen (zie Tabel 3.4). macroresten- en

aan

een

Om

inzicht te

in het

Voorgesteld wordt om de drie genoemde monsters et erst te waarderen op de geschiktheid voor macroresten- en pollenonderzoek. Tegelijkertijd wordt tevens bepaald o de macroresten in aanmerking komen voor “C-datering (als eventuele aanvulling op de aardewerkdateringen): Waardering macroresten/14C: N=3 Waardering pollen: N= 3 Indien monsters geschikt blijken, zullen de botaniespecia isten bepalen welke monster (samen) de meeste informatie op kunnen leveren over de oorspronkelijke (natuurlijke) vegetatie, het gebruik van het vermoede akkerkampje en de beantwoording van de onderzoeksvragen hierover. Archol zal dan op grond van de waarderingsresultaten een onderbouwd voorstel doen voor de analyse en het in te zetten aantal monsters. -

-__

4.2.7

_Objecttekeningen/

De vondsten

geanalyseerd te worden door de materiaalspecialisten. Vooruitlopend hierop schat Archol een aantal van tien afbeeldingen van foto’s dan wel tekeni ngen voldoende zal zijn als illustratie in het rapport.

4.2.8

dienen

-foto's

nog

Inzet personen

Archol verwacht

bij de uitwerking, analyse en rapportage van de volgende specialisten

Onderdeel

Persoon

Bedrijf

Fysische geografie

(geanonimiseerd) en (geanonimiseerd) | EN

Archo

Sporen

| (geanonimiseerd) en (geanonimiseerd) |

Archo

en

structuren

Synthese

| (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) | | (geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) |

Redactie

| (geanonimiseerd)

Archo

Afbeeldingen

| (geanonimiseerd)

Archo

Opmaak

| (geanonimiseerd)

(Bouw)keramiek, glas

Metaal(slak) Steen

Macrobotanie Pollenonderzoek

Tabel 4.1 In te zetten De

in dat

specialisten

uitwerking wordt aangestuurd

en

4,2.9

Planning

Rekening

houdend

Archo Archo Archo Archo

Archo

uitwerking.

| KNA-archeoloog (geanonimiseerd)

van

diverse

de botanische

interne

monsters

en

externe

houdt Archol

Opzet rapport

De resultaten van

het format

van

inzet

door senior-

Kerament

specialisten en met name met het voorgestelde rekening met een termijn van 1 jaar na afronding en goedkeuring van het evaluatierapport voor de oplevering van het (concept) eindrapport. met

laboratoriumonderzoek

4.2.10

de

bedrijven

(Tabel 4.1

ZZP-er

(geanonimiseerd)

bij de

in te zetten

van

het onderzoek zullen

Archol

gebruikt

gepresenteerd worden in een standaardrapportage conform voorlopige inhoudsopgave is als volgt:

worden. De

18

KNA

4.1. Daarvoor zal

Samenvatting 1. Inleiding 2. Onderzoekskader

(landschap, archeologie, historie)

3. Vraagstellingen en methodiek 4. Resultaten landschappelijk onderzoek 5. Resultaten archeologisch onderzoek (sporen, vondsten per categorie en monsters)

6. Conclusie, waardering en beantwoording onderzoeksvragen

Literatuurlijst Bijlagen

19

5

Eerste conclusie, waardering en advies vervolgtraject

Archol heeft op 18 juli 2023 een archeologisch onderzoek uitgevoerd in de vorm van een inventariserend proefsleuvenonderzoek binnen het voorgeschreven onderzoeksgebied van plangebied Liempde-Hamsestraat. Op basis van vooronderzoek werden binnen het gehele onderzoeksgebied archeologische waarden vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen verwacht. Deze zijn echter niet aangetroffen tijdens het proefsleuvenonderzoek. Wel zijn conform de verwachtingen vooraf, ter plaatse van een vierkante verhoging op de AHN-kaart, vermoedelijk resten van een in oorsprong volmiddeleeuws akkerkampje aangetroffen. Dit akkerkampje is in overleg met de archeologisch adviseur van de opdrachtgever en de archeologische adviseurs van het bevoegd gezag op 19 juli 2023 nader onderzocht. Tijdens dit onderzoek is het kampje voldoende in kaart gebracht, waarbij tevens afdoende informatie (vondsten en monsters) is verzameld om de resten van deze vindplaats naderhand goed te kunnen analyseren. De resten van het akkerkamp lijken goed bewaard dankzij een afdekkend esdek. Los van deze fysieke kwaliteit zijn de resten van het omsloten kampje van geringe inhoudelijke waarde. Ze zijn zoals voornoemd immers al afdoende gedocumenteerd. Na afronding van het onderzoek van de vondsten en monsters valt uit de vindplaats dan ook geen nieuwe informatie meer te verwachten.

Vervolgonderzoek om de sporen verder van het kampje en de omliggende verkaveling in kaart te brengen is sowieso overbodig: de sporen zijn immers nog te herkennen op historische kaarten uit de 19 e eeuw. Vooruitlopend op de analyse en eindrapportage met (een verder onderbouwde) waardering, adviseert Archol alvast om het gehele onderzoeksgebied vrij geven voor de geplande nieuwbouw; dit naar voorbeeld van de omliggende terreinen van plangebied Liempde-Hamsestraat, die al in een eerder stadium (na voorgaand onderzoek) zijn vrijgegeven.

20

Literatuur Arts,

N.

2001:

Grondboringen

op

de Rondenborch

bj Liempde (gemeente Boxtel),

intern

verslag

afdeling Archeologie

gemeente Eindhoven.

Beijers, H en G.-J. Van Brussel 1996: Van d'n Aa-beemd tot de Zw.jnsput’. Toponiemen in de c.jnskring Helmond vóór 1500 in naamkundig en nederzettingshistorisch perspectief, 49. Heesters, W. 1987: Liempde,

waar

de

t‚jd heeft stil gestaan, Waalre.

en (geanonimiseerd) 2021: Archeologische bureau- en verkennend booronderzoek, door middel van (geanonimiseerd)| L, (geanonimiseerd) | | |

boringen Hamsestraat te Liempde (gemeente Boxtel), Aeres Milieu rapport AM19097-1. en (geanonimiseerd) 2021: Archeologische bureau- en verkennend booronderzoek, door middel van | (geanonimiseerd) L, (geanonimiseerd) | |

boringen Hamsestraat te Liempde (gemeente Boxtel), Aeres Milieu rapport AM19097-2.

(geanonimiseerd) eN 2023: Programma van Eisen Hamsestraat te Liempde /IVOp,

21

versie 1.0 definitief d.d.

04/07/2023.

Bijlage I Sporenlijst spoor

omschrijving

velddatering

1

greppel

Nieuwe tijd

m + NAP

opmerking

16

8, 94

kwam een stuk sub recente baksteen uit

2

verstoring

onbekend

3

8, 93

natuurlijk

3

greppel

Nieuwe tijd

46

8, 91

kwamen brokjes baksteen uit

4

verstoring

onbekend

27

8, 94

natuurlijk; test coupe

5

greppel

Nieuwe tijd

6

sloot

Nieuwe tijd

7

sloot

Nieuwe tijd

8

sloot

middeleeuwen

9

greppel

Nieuwe tijd

10

sloot

Nieuwe tijd

64

8, 80

11

sloot

Nieuwe tijd

100

8, 78

12

greppel

Nieuwe tijd

8, 78

13

greppel

Nieuwe tijd

8, 93

14

paalkuil

Nieuwe tijd

8, 91

15

greppel

Nieuwe tijd

9, 23

16

greppel

Nieuwe tijd

17

greppel

Nieuwe tijd

18

kuil

Nieuwe tijd

19

paalkuil

Nieuwe tijd

20

staak

onbekend

21

paalkuil

Nieuwe tijd

22

greppel

Nieuwe tijd

23

spitspoor

onbekend

24

greppel

Nieuwe tijd

25

greppel

Nieuwe tijd

26

paalkuil

Nieuwe tijd

8, 25

999

verstoring

recent

8, 76

cm

diepte

8, 64 105

8, 80 8, 66

60

8, 67

5010 ligt er boven op

9, 02

38

geglazuurd aardewerk in nazak akkerpakket

9, 02 9, 13

35

8, 25 9, 12

8, 28

onduidelijke sporen, weinig van over

8, 29

alleen onderkant bewaard; niet gecoupeerd

8, 51

bij verdiepen van spoor 11 bleek deze parallel te lopen

8, 83

zone van spitsporen

44

7, 61

verstoring ligt er overheen

44

8, 00

verstoring ligt er overheen

5

30

recent

22

A-horizont

Bijlage II Vondstenlijst vnr

categorie

aantal

g gewicht

spoor

put

vlak

vul

1. 1

Aardewerk Nieuwe Tijd

1

78

7

3

1

1

2. 1

Dakpan

3

72

5010

3

1

1

3. 1

Aardewerk middeleeuwen

1

11

8

3

1

1

4. 1

Aardewerk Nieuwe Tijd

3

28

5010

4

1

1

5. 1

Baksteen

1

250

10

4

1

1

6. 1

Aardewerk Nieuwe Tijd

2

7

5010

5

1

1

7. 1

Aardewerk Nieuwe Tijd

1

6

5010

6

1

8. 1

Aardewerk Nieuwe Tijd

1

1

16

6

1

9. 1

Keramiek pijpen

1

5010

2

1

10. 1

Aardewerk Nieuwe Tijd

2

123

5010

2

1

10. 2

Keramiek pijpen

1

3

5010

2

1

10. 3

Baksteen

3

91

5010

2

1

11. 1

Aardewerk middeleeuwen

2

9

5010

5

1

1

11. 2

Aardewerk Nieuwe Tijd

13

179

5010

5

1

1

11. 3

Metaalslak

1

25

5010

5

1

1

11. 4

Baksteen

5

610

5010

5

1

1

12. 1

Metaal ijzer

1

86

18

5

2

1

13. 1

Aardewerk Nieuwe Tijd

4

30

5010

5

1

1

13. 2

Glas

1

78

5010

5

1

1

13. 3

Baksteen

2

326

5010

5

1

1

14. 1

Steen onbepaald

1

34

18

5

2

1

15. 1

Aardewerk middeleeuwen

1

13

11

5

1

2

15. 2

Baksteen

2

260

11

5

1

2

16. 1

Monster algemeen

1

11

5

1

2

17. 1

Aardewerk Nieuwe Tijd

1

20

8

3

1

1

18. 1

Aardewerk Nieuwe Tijd

1

4

8

3

1

1

18. 2

Baksteen

1

2

8

3

1

1

19. 1

Monster algemeen

1

8

3

1

1

20. 1

Metaal ijzer

2

53

5010

7

1

20. 2

Keramiek pijpen

1

4

5010

7

1

20. 3

Baksteen

3

90

5010

7

1

21. 1

Baksteen

3

134

8

7

1

1

21. 2

Aardewerk Nieuwe Tijd

2

5

8

7

1

1

22. 1

Monster algemeen

1

23

2

1

1

23. 1

Aardewerk Nieuwe Tijd

1

12

25

8

2

1

24. 1

Baksteen

2

359

24

8

2

1

70

3003

Totaal

23

1

Bijlage 15 Nota van Zienswijzen

1518

Bestemmingsplan "Woonlocatie Hamsestraat-Roderweg" (vastgesteld)

Nota van zienswijzen ONTWERPBESTEMMINGSPLANNEN Woonlocatie Hamsestraat-Roderweg Woonwerklocatie Hamsestraat

Boxtel oktober 2023

Nota van zienswijzen ONTWERPBESTEMMINGSPLANNEN Woonlocatie Hamsestraat-Roderweg Woonwerklocatie Hamsestraat

INHOUDSOPGAVE

1.

Inleiding ............................................................................................................................................................. 3 1.1

Ontvankelijkheid ....................................................................................................................................... 3

2.

Ontvangen zienswijzen ...................................................................................................................................... 3

3.

Correctieve en ambtshalve aanpassingen ....................................................................................................... 13

-2-

Nota van zienswijzen ONTWERPBESTEMMINGSPLANNEN Woonlocatie Hamsestraat-Roderweg Woonwerklocatie Hamsestraat

1. Inleiding De ontwerpbestemmingsplan “Bestemmingsplan Woonlocatie Hamsestraat-Roderweg”/ “Bestemmingsplan Woonwerklocatie Hamsestraat” hebben van 1 maart 2023 tot en met 14 april 2023 ter inzage gelegen. De ter inzage legging heeft zowel in papieren vorm in het gemeentehuis, als digitaal op de landelijke voorziening via www.ruimtelijkeplannen.nl plaats gevonden. De bekendmaking hiervan heeft op 16 februari plaatsgevonden via een persbericht op de gemeentelijke website. Tijdens de periode van terinzagelegging is een ieder in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze in te dienen op de ontwerpbestemmingsplannen. In totaal zijn acht zienswijzen ingediend met betrekking tot het bestemmingsplan Woonlocatie Hamsestraat-Roderweg en vier zienswijzen ingediend m.b.t. het bestemmingsplan Woonwerklocatie Hamsestraat ingediend. Daarnaast zijn de ontwerpbestemmingsplannen in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening toegezonden aan diverse overlegpartners. Van deze overlegpartners is een reactie ontvangen van het Waterschap. Op 1 maart 2023 is er een informatieavond gehouden voor geïnteresseerden in D’n Liempsen Herd. Inwoners zijn hiervoor uitgenodigd. Tevens waren de plannen vanaf 1 maart ook in te zien via www.ruimtelijkeplannen.nl.

1.1

Ontvankelijkheid

De schriftelijke zienswijzen zijn allen binnen de daarvoor gestelde termijn naar voren gebracht en daarmee ontvankelijk.

2. Ontvangen zienswijzen In de onderstaande opsomming behandelen we de ingekomen zienswijzen inhoudelijk. De ontvangen zienswijzen zijn samengevat en vervolgens van een antwoord voorzien. Alle zienswijzen zijn geanonimiseerd. Volgnummer Ingekomen Wijze inbreng

: 1 (114952) Zienswijze bestemmingsplan Woonlocatie : 23 maart 2023 : Schriftelijk

Samenvatting 1.1 De twee bouwkavels van reclamant zijn bereikbaar via het woonpad/fietsdoorsteek. In verband met de bereikbaarheid van hun twee bouwkavels verzoekt reclamant het eerste paaltje op het woonpad/de fietsdoorsteek op te schuiven tot de oostelijke kavelgrens van hun bouwkavels. 1.2 Tevens verzoekt reclamant de precieze route van het woonpad/de fietsdoorsteek, volgens gemaakte afspraak, te verwerken in het bestemmingsplan. Beantwoording 1.1 De bereikbaarheid van de twee bouwkavels zal worden afgestemd met toekomstige aanwonenden/ grondeigenaren. Dan wordt ook de juiste locatie bepaald voor de paaltjes. 1.2 Het woonpad /de fietsdoorsteek wordt aangelegd binnen de in het bestemmingsplan opgenomen Functieaanduiding ontsluiting, dit is conform afspraak. Wel is op basis van deze zienswijze het bouwvlak op de verbeelding aangepast , om deze in overeenstemming met de gemaakte afspraken die zijn gemaakt met de reclamant. Conclusie De zienswijze vormt aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

-3-

Nota van zienswijzen ONTWERPBESTEMMINGSPLANNEN Woonlocatie Hamsestraat-Roderweg Woonwerklocatie Hamsestraat

Volgnummer Ingekomen Wijze inbreng

: 2 (1317271) Zienswijze bestemmingsplan Woonlocatie : 17 maart 2023 : Schriftelijk

Samenvatting 2.1 Volgens reclamant is de realisatie van een rij van 5 woningen aan de Roderweg in strijd is met het bestemmingsplan en specifieke bouwaanduiding om aan de Roderweg een ‘open structuur’ bebouwing te realiseren. 2.2 Verder heeft reclamant in het verleden een verzoek gedaan om een extra (kleine) woning te bouwen op het perceel (B2496). Dit verzoek is door de gemeente afgewezen. De argumentatie hierbij was de ongewenste aantasting van de ‘open ruimte’. Nu heeft de gemeente zelf een plan met bebouwing aan de Roderweg dat het doorzicht op de open ruimte met 100% reduceert. Reclamant geeft aan dat de gemeente niet consistent is met het beoordelen van bouwplannen aan de Roderweg. Beantwoording 2.1 Er wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld, omdat de ontwikkeling in strijd is met het bestemmingsplan. Voor de voorgenomen ontwikkeling vormt de gemeentelijke Gebiedsvisie ‘Hamsestraat – Roderweg te Liempde’ de integrale onderlegger. Dit is de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 2.2 en 3.2) nader toegelicht. De ontwikkeling van een nieuwe woonwijk in Liempde zal gevolgen hebben voor het uitzicht van bestaande woningen. Bij het ontwikkelen van de nieuwe woonwijk zijn de woningen en de infrastructuur zodanig gesitueerd dat er voldoende doorkijk / vrij uitzicht blijft bestaan onder ander door de groene lobben die worden gerealiseerd.

Stedenbouwkundig is deze ontwikkeling een verlenging van de structuur langs de Roderweg. Langs de Roderweg wisselen langgevelboerderijen met brede bouwmassa’s elkaar af van de ene kant van de straat naar de andere kant van de straat. De vrijstaande woning op de hoek en het rijtje van 5 woningen kondigt de (nieuwe) bebouwde kom aan. In het bestemmingsplan is vastgelegd dat de groene lobben minimaal 50 meter breed zijn, waardoor in de nieuwe woonwijk doorkijken naar het achterliggend gebied worden gerealiseerd. 2.2 Het verzoek van een extra (kleine) woning is geen onderdeel van het ontwerpbestemmingsplan en valt buiten de plangrenzen. Het verzoek wordt in deze procedure niet verder beoordeeld. Conclusie: De zienswijze vormt geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Volgnummer Ingekomen Wijze inbreng

: 3 (1317612) Zienswijze bestemmingsplan Woonlocatie : 17 maart 2023 : Schriftelijk

Samenvatting 3.1 Reclamant vraagt welke versie van het provinciale verkeersmodel is gebruikt voor het plan en stelt de representativiteit van de versie van voor 2022 ter twijfel. Deze versie is niet representatief bevonden door de Hoge Raad. 3.2 Reclamant vraagt wat de geschatte verkeersintensiteit in 2025 en 2040 is. 3.3 Tevens stelt de reclamant dat de ontwikkeling zal leiden tot een verslechtering van de verkeersveiligheid op de Roderweg. 3.4 Reclamant oppert een verplaatsing van de snelheidsremmers. Beantwoording 3.1 Voor het bestemmingsplan is het meest actuele provinciale verkeersmodel BBMA 2022 (vastgesteld december 2022) gebruikt. De gemeente gaat ervan uit dat de door de provincie beschikbaar gestelde provinciale verkeersmodel BBMA 2022 gehanteerd kan worden. Er is geen signaal vanuit de provincie gekomen dat het verkeersmodel niet gebruikt kan worden. Er is daarom geen aanleiding om aan te nemen dat actuele provinciale verkeersmodel BBMA 2022 niet toepasbaar is. -4-

Nota van zienswijzen ONTWERPBESTEMMINGSPLANNEN Woonlocatie Hamsestraat-Roderweg Woonwerklocatie Hamsestraat

3.2 In het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (bijlage 5 behorende bij het ontwerpbestemmingsplan) zijn in tabel 4.1 op pagina 13 de verkeersintensiteiten terug te vinden. Voor de Roderweg wordt in 2040 maximaal 3.100 mvt/etmaal zonder ontwikkeling en circa 3.500 mvt/etmaal inclusief de ontwikkeling aangehouden. Het jaar 2025 is niet relevant. 3.3 De Roderweg voldoet aan de uitgangspunten van Duurzaam Veilig. De algemene verkeersveiligheid van de Roderweg maakt geen onderdeel uit van dit project. Wel wordt gekeken welke aanpassingen er op de Roderweg nodig zijn (verplaatsen komgrens, aanpassen/verleggen verkeer remmende maatregelen). Dit wordt tijdens de uitvoering verder beoordeeld. 3.4 De Roderweg zal door deze ontwikkeling aangepast moeten worden. Dit wordt in een latere fase uitgewerkt en uitgevoerd. Er wordt onderzocht welke aanpassingen er op de Roderweg nodig zijn (verplaatsen komgrens, aanpassen/verleggen verkeer remmende maatregelen etc.). Conclusie: De zienswijze vormt geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Volgnummer Ingekomen Wijze inbreng

: 4 (1318090) Zienswijze bestemmingsplan Woonlocatie : 27 maart 2023 : Schriftelijk

4.1 Het bouwkavel van reclamant is bereikbaar via het woonpad/fietsdoorsteek. In verband met de bereikbaarheid van hun bouwkavel verzoekt reclamant het eerste paaltje op het woonpad/de fietsdoorsteek op te schuiven tot de oostelijke kavelgrens van het bouwkavel. 4.2 Tevens verzoekt reclamant de precieze route van het woonpad/de fietsdoorsteek, volgens gemaakte afspraak, te verwerken in het bestemmingsplan. Beantwoording 4.1 Zie beantwoording 1.1 4.2 Zie beantwoording 1.2 Conclusie Zie conclusie onder 1. Volgnummer Ingekomen Wijze inbreng

: 5 (Waterschap) Zienswijze heeft betrekking op beide bestemmingsplannen : 3 april 2023 : Schriftelijk

Samenvatting 5.1 Het Waterschap heeft geen bezwaar tegen de geplande nieuwbouwontwikkelingen. Maar concludeert wel dat de wateraspecten van de plannen nog maar op hoofdlijnen zijn uitgewerkt. Het gaat daarbij om regenwaterberging voor toename van verhard oppervlak en om het verleggen van watergangen. Goede inpassing van deze beide wateraspecten is belangrijk om wateroverlast in of rondom het plangebied te voorkomen. 5.2 Voor de bestemmingsplanprocedure moet duidelijk zijn dat de regenwaterberging past binnen het plangebied. De berekende bergingsopgave sluit nu niet goed aan bij de bouwmogelijkheden. De genoemde beschikbare oppervlakte voor regenwaterberging komt niet overeen met de verbeelding. 5.3 Voor realisatie van de beide nieuwbouwontwikkelingen is – in samenhang – een watervergunning nodig. Bij de aanvraag moet de werking van het (regen)watersysteem in het plangebied in detail duidelijk zijn. De huidige waterparagraaf biedt nog te weinig informatie voor (beoordeling van) een vergunningaanvraag. Verdere uitwerking kan plaatsvinden in een waterhuishoudkundig plan. Afstemming vooraf is belangrijk voor een succesvolle doorloop van de watervergunningprocedure. -5-

Nota van zienswijzen ONTWERPBESTEMMINGSPLANNEN Woonlocatie Hamsestraat-Roderweg Woonwerklocatie Hamsestraat

5.4 De delen van het plangebied “Woonlocatie Hamsestraat-Roderweg” waar waterberging plaatsvindt, hebben bestemming Natuur. Binnen deze bestemming geldt een omgevingsvergunningplicht voor verschillende werkzaamheden (artikel 4.3). Artikel 4.3.5 Advies regelt wanneer hierbij advies moet worden gevraagd aan het waterschap. Dat is alleen het geval bij een vergunningaanvraag voor het aanleggen van verhardingen. De reclamant vraagt om artikel 4.3.5 aan te vullen en het waterschap ook om advies te vragen bij vergunningaanvragen bedoeld onder artikel 4.3.1 lid a (ophogen en afgraven), lid f (aanleggen onderbemaling) en lid g (wijzigen wateren en aanleggen drainage). Deze werkzaamheden kunnen van invloed zijn op de bergingscapaciteit van de regenwaterbergingen die binnen de bestemming worden aangelegd. Beantwoording 5.1 De gemeente onderschrijft het belang van een goede inpassing van de wateraspecten om wateroverlast in of rondom het plangebied te voorkomen. Een verdere argumentatie wordt onder 5.2 verder behandeld. 5.2 In de Waterparagraaf is aangetoond dat de regenwaterberging past binnen het plangebied. Het Waterschap bevestigt dit later in haar zienswijze: ‘Regenwaterberging vindt plaats in bovengrondse bergingsvoorzieningen in de bestemming Natuur. De bestemming Natuur heeft een oppervlakte van circa 3 hectare.

Dit biedt in principe voldoende ruimte voor de bergingsopgave.’ Het klopt dat er in theorie meer verharding kan komen dan er is berekend in de waterparagraaf. Het is niet realistisch om voor alle percelen uit te gaan van het absolute maximum. Een stedenbouwkundig plan is als een realistische invulling van de planologische mogelijkheden te beschouwen. De uitgangspunten die in de toelichting zijn benoemd, zijn realistisch. Ook is het maximum aantal woningen vastgelegd en strekken de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken, de situering van de bouwvlakken en de maximale diepte van de hoofdgebouwen tot beperkingen in de bouwmogelijkheden. 5.3 Bij de verdere uitwerking van het definitieve ontwerp en bestek zal een waterhuishoudkundig plan worden opgesteld. Hierover zal vooraf afstemming plaatsvinden met het Waterschap. 5.4 Artikel 4.3.5 van de regels van het bestemmingsplan is conform voorstel aangevuld. Conclusie: De zienswijze vormt aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Volgnummer Ingekomen Wijze inbreng

: 6 (1319597) Zienswijze bestemmingsplan Woonwerklocatie : 7 april 2023 : Schriftelijk

Samenvatting De primaire zorg van reclamanten is dat zij bevreesd zijn om te worden beperkt in hun ontwikkelingsmogelijkheden en in de toekomst te worden geconfronteerd met klachten vanuit de nieuw te ontwikkelen woningen. Daarnaast betwijfelen ze of er ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. 6.1 Reclamant vraagt of er echt sprake is van woonwerkwoningen, milieucategorie 1 of dat de typering als woonwerkwoningen slechts een etiket lijkt te zijn om feitelijk burgerwoningen toe te laten op een plek die daar niet geschikt voor is. 6.2 Volgens reclamant zijn bedrijfswoningen op een bedrijventerrein volgens de regels van de provinciale Interim verordening uitgesloten en expliciet aangemerkt als zijnde in strijd met het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Naar opvatting van reclamant kan het bestemmingsplan wegens die strijdigheid dan ook niet worden vastgesteld. 6.3 Reclamant stelt dat het aantal bedrijfslocaties in beginsel niet is gemaximaliseerd. 6.4 Reclamant vraagt zich af of de bedrijfsbebouwing ondergeschikt wordt gemaakt aan de bedrijfswoning. Door bouw- en goothoogtes en een beperking tot maximaal 300 m2 bedrijfsbebouwing. 6.5 Reclamant stelt dat een strook van 10 meter ten onrechte niet in de regels is geborgd. 6.6 Reclamant vraagt zich af of er sprake is van een realistisch bouwkavel.

6.7 Reclamant stelt dat er in de laddertoets niet aantoonbaar gemaakt is dat er behoefte is aan woonwerklocaties. -6-

Nota van zienswijzen ONTWERPBESTEMMINGSPLANNEN Woonlocatie Hamsestraat-Roderweg Woonwerklocatie Hamsestraat

6.8 Reclamant stelt dat er geen onderzoek is uitgevoerd naar de aspecten geur, stof en gevaar in het kader van bedrijven en milieuzonering. 6.9 Reclamant stelt dat er rekening moet worden gehouden met de maximale gebruiksmogelijkheden van bestaande bedrijven (milieucategorie 3.2). Bestaande bedrijven worden hiermee beperkt. 6.10 Het Akoestisch rapport industrielawaai is niet duidelijk terug te vinden in de bijlagen, maar verstopt achter het Akoestisch onderzoek wegverkeer. 6.11 Reclamant stelt dat het onduidelijk is welke uitgangspunten zijn gehanteerd in het akoestisch onderzoek. Zo ontbreken er figuren met plaatsen van bronnen en rijlijnen en is ook niet duidelijk op welke gegevens de bronvermogens zijn gebaseerd die zijn gehanteerd. 6.12 Reclamant stelt dat er rekening moet worden gehouden met de maximale gebruiksmogelijkheden (milieucategorie 3.2). 6.13 Reclamant stelt dat de onderzoekmethodiek van het akoestisch onderzoek onjuist is. 6.14 Reclamant stelt dat er in het akoestisch onderzoek geen rekening is gehouden met de Lmax (piekgeluiden) van vrachtwagens op de grens van de inrichting en op de openbare weg in het geval van kortstondige verhogingen. 6.15 Reclamant stelt dat er geen rekening is gehouden met de Lmax van de inrichting aan de Schoren 2. 6.16 Reclamant stelt dat er sprake is van een overschrijding van de Lmax vanwege het bedrijf aan de Hamsestraat 16a/16b.

6.17 Reclamant stelt dat het wonen op woonwerklocatie en dan met name het feit dat de nieuwe woningen uitkijken op een bedrijventerrein gevolgen heeft voor de kwaliteit van de woonomgeving, o.a. door het laden en lossen op de Hamsestraat (geluid) en het uitzicht van de (nieuwe) nieuwe woningen. Beantwoording 6.1 De woon-werkkavels zijn bedoeld als een logische overgang tussen het bedrijventerrein en het woongebied. Het is correct dat bedrijven in categorie 1 zich goed verdragen met een woongebied; daarom zijn deze ook zonder meer toegestaan. Voor categorie 2 bedrijven is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Deze zijn in beginsel ook aanvaardbaar te achten, maar hierbij is het gewenst dat dit wordt aangetoond in verband met de borging van het woon- en leefklimaat. De keuze voor een bedrijfsbestemming is ingegeven door het feit dat wonen alleen is toegestaan, mits er door de bewoner(s) ook bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend. 6.2 Er is geen sprake van een regulier bedrijventerrein, maar van een mengvorm van wonen en werken. De provincie heeft geen vooroverlegreactie of zienswijze ingediend. Voor de voorgenomen ontwikkeling vormt de gemeentelijke Gebiedsvisie ‘Hamsestraat – Roderweg te Liempde’ de integrale onderlegger, waarin de woonwerklocatie is opgenomen. Dit is in de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 2.2 en 3.2) nader toegelicht.

Deze gebiedsvisie is besproken en akkoord bevonden door de provincie Noord-Brabant. Daarnaast is geen sprake van een klassieke bedrijfswoning. Het gaat om woonwerkkavels waar wonen en werken wordt gecombineerd. Er moet altijd sprake zijn van uitoefening van bedrijfsactiviteiten in combinatie met het wonen. De definitie van 'bedrijfswoning' wordt hierop aangepast. 6.3 Het aantal bedrijfslocaties is wel degelijk vastgelegd: zie art. 3.2.1 van de regels van het bestemmingsplan. 6.4 De bedoeling is dat er mogelijkheden voor bedrijfsbebouwing worden geboden (meer dan de standaard bijgebouwenregeling voor bedrijven/beroepen aan huis), maar het is niet wenselijk dat de kavels volgebouwd worden met grootschalige bebouwing. Om die reden zijn de bouwmogelijkheden beperkt gehouden. Voor het type bedrijvigheid zullen ook geen grote loodsen nodig zijn. Voor de woningen sluit de maatvoering aan bij de maatvoering voor de woonontwikkeling, zodat ruimtelijk-stedenbouwkundig één geheel ontstaat. 6.5 De maatvoering max. goothoogte 7 m, max bouwhoogte 11m loopt per abuis door tot de achterste bouwgrens. Dit is een omissie, die zal worden hersteld op de verbeelding. Paragraaf 2.2. in de toelichting is aangepast. 6.6 Er is een kavelindeling gemaakt en uit deze kavelindeling blijkt dat een realistisch bouwkavel over blijft.

In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is hier geen illustratie van opgenomen. In de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan zal een illustratie met een mogelijk kavelindeling opgenomen worden. 6.7 -7-

Nota van zienswijzen ONTWERPBESTEMMINGSPLANNEN Woonlocatie Hamsestraat-Roderweg Woonwerklocatie Hamsestraat

Het gaat om woonwerkkavels waar wonen en werken wordt gecombineerd. De nadruk ligt op wonen met bedrijvigheid. Er worden weinig van dit soort kavels gerealiseerd, waardoor er geen data beschikbaar is van de behoefte aan woonwerkkavels. Omdat het gaat om maar een beperkt aantal woonwerkkavels (maximaal 4) waarvan er drie reeds eigendom zijn van particulieren die deze kavels gaan ontwikkelen vindt de gemeente dat de behoefte voldoende is aangetoond. 6.8 Het bestemmingsplan Woonwerklocatie laat geen functies toe die geur, stof of gevaar op de omgeving toestaan, voor zover dit al niet geborgd is middels milieuwetgeving. Bij de vestiging van nieuwe bedrijven moeten deze vergunningen aanvragen of meldingen doen. De aspecten geur, stof of gevaar zijn in het ontwerpbestemmingsplan beperkt onderzocht. De paragraaf Bedrijven en milieuzonering is hierop aangepast. 6.9 Op basis van de verstrekte (milieu)vergunningen en bestemmingen is er wat betreft het aspect geluid geen invloed van het naastgelegen bedrijventerrein Daasdonk op de nieuw te realiseren woningen. De beperkingen van andere bestaande woningen/bedrijven is op dit moment al groter dan het onderhavig bestemmingsplan veroorzaakt. In stap 1 (op basis van de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’) is gekeken naar wat er maximaal planologisch mogelijk is door middel van richtafstand.

Wanneer wordt gekeken naar maximaal planologisch wordt er uitgegaan van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd, dan kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden), zoals wordt gedaan in stap 2 van het VNG. In het geluidsrapport is aangetoond dat de nieuw toegevoegde geluidsgevoelige functies een geluidsbelasting krijgen die lager is dan de in de bestaande situatie bestaande geluidsgevoelige functies. De huidige geluidsruimte van geluid producerende bedrijven wordt niet aangetast. Binnen deze ruimte kunnen deze bedrijven produceren tot wat er in de bestaande situatie mogelijk is. Op locatie is er nader geluidsonderzoek gedaan. Op aangeven van de aanwezige bedrijven zijn bronvermogens gemeten. 6.10 Het Akoestisch onderzoek industrielawaai zal bij het vast te stellen bestemmingplan apart in het bijlagenboek worden opgenomen. 6.11 Figuur 2 in het Akoestisch onderzoek geeft een overzicht van de ligging van alle geluidbronnen en rijlijnen. De gemeten geluidniveaus zijn niet opgenomen in het rapport en zullen in het gewijzigde geluidsrapport worden opgenomen. 6.12 Er heeft toetsing plaats gevonden op basis van de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG. Uit stap 1 is gebleken dat niet voldaan wordt aan de richtafstanden.

Daarom is aansluitend akoestisch onderzoek uitgevoerd. 6.13 Voor de beoordeling van geluid wordt getoetst op basis van de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG. De publicatie kent een toetsingskader voor geluid, dat bestaat uit een stappenplan met vier stappen, waarbij per stap een hogere geluidbelasting aanvaardbaar is en telkens hogere eisen worden gesteld aan het benodigde onderzoek en de motivering van het besluit waarmee planologische inpassing mogelijk wordt gemaakt. Deze toegepaste methodiek is binnen de jurisprudentie erkent. 6.14 Bij de Hamsestraat 16, 16 a/b is rekening gehouden met de LAmax ten gevolge van het laden en lossen op de openbare weg. Voor de overige bedrijven is een LAmax ten gevolge van laden en lossen ter plaatse van de door het bedrijf aangewezen locatie waar laden en/of lossen plaats vindt. Echter was er geen bron ingevoerd voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, deze is toegevoegd aan het aangepast onderzoek. Dit heeft geen gevolgen voor de conclusie uit het rapport. 6.15 Zie paragraaf 8.5.2 van het Akoestisch onderzoek industrielawaai, hier wordt het maximaal geluidniveau ten gevolge van de inrichtingen aan De Schoren 2 behandelt. 6.16 Er wordt inderdaad gesteld dat er een overschrijding plaats vindt van de Lmax in paragraaf 8.3.2 van het Akoestisch onderzoek industrielawaai.

Deze overschrijding wordt veroorzaakt door laad- en los activiteiten. Door middel van het verhogen van de geluidwering van de woningen kan worden voldaan aan het maximaal toegestaan binnenniveau ter plaatse van de nieuwbouwwoningen. -8-

Nota van zienswijzen ONTWERPBESTEMMINGSPLANNEN Woonlocatie Hamsestraat-Roderweg Woonwerklocatie Hamsestraat

6.17 Het gaat om woonwerkkavels waar wonen en werken wordt gecombineerd. De woonwerkkavels kijken aan de westzijde uit op een bedrijventerrein, maar grenzen aan de oostzijde aan een rustige woonwijk. Bij de ontwikkeling van de woonwerkkavels kan daar rekening mee gehouden worden, zodat het uitzicht meer gericht kan worden op de rustige woonwijk. Conclusie: De zienswijze vormt aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Volgnummer Ingekomen Wijze inbreng

: 7 (1319600) Zienswijze bestemmingsplan Woonlocatie : 7 april 2023 : Schriftelijk

Samenvatting De primaire zorg van reclamanten is dat zij bevreesd zijn om te worden beperkt in hun ontwikkelingsmogelijkheden en in de toekomst te worden geconfronteerd met klachten vanuit de nieuw te ontwikkelen woningen. Daarnaast betwijfelen ze of er ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. 7.1 Reclamant vraagt of het correct is dat in de zone van 20 meter met de bouwaanduiding ‘onbebouwd’, ook geen vergunningsvrije bebouwing toegestaan is, anders dan erfafscheidingen en dergelijke. 7.2 Reclamant vraagt in hoeverre er sprake is van een rustige woonwijk of een gemengd gebied in het kader van bedrijven en milieuzonering. 7.3 Reclamant stelt dat er geen onderzoek is uitgevoerd naar de aspecten geur, stof en gevaar in het kader van bedrijven en milieuzonering. 7.4 Reclamant stelt dat er rekening moet worden gehouden met de maximale gebruiksmogelijkheden (milieucategorie 3.2). Bestaande bedrijven worden hiermee beperkt. 7.5 Het Akoestisch rapport industrielawaai is niet duidelijk terug te vinden in de bijlagen, maar verstopt achter het Akoestisch onderzoek wegverkeer. 7.6 Het is volgens de reclamant onduidelijk welke uitgangspunten zijn meegenomen in het onderzoek, specifiek missen er figuren met plaatsen van bronnen en rijlijnen en is het onduidelijk op welke gegevens de bronvermogens zijn gebaseerd.

7.7 Reclamant stelt dat er rekening moet worden gehouden met de maximale gebruiksmogelijkheden (milieucategorie 3.2). 7.8 Reclamant stelt dat de 45 dB(A) contour deels over de twee meest nabij gelegen bouwvlakken van het woongebied valt. 7.9 Reclamant stelt dat de 45 dB(A) contour van de gecumuleerde geluidsbelasting voor een groot deel over het plangebied ligt en de 50 dB(A) contour deels over de meest nabijgelegen bouwvlakken. 7.10 Reclamant stelt dat er in het akoestisch onderzoek geen rekening is gehouden met de Lmax van vrachtwagens op de grens van de inrichting en op de openbare weg in het geval van kortstondige verhogingen. 7.11 Reclamant stelt dat het plan gevolgen heeft voor de kwaliteit van de woonomgeving, O.a. door het laden en lossen op de Hamsestraat (geluid) en het uitzicht van de (nieuwe) woningen. Beantwoording 7.1 De aanname dat de bebouwingsvrije strook aan de Hamsestraat (in dit bestemmingsplan) vrij dient te blijven van bebouwing met een (ondergeschikte) woonfunctie klopt. 7.2 In figuur 4.4. van het Akoestisch onderzoek is met ruit arcering aangegeven welk deel van het plangebied aangemerkt is als gemengd gebied. Er zal een duidelijkere titel en legenda aan deze figuur worden toegevoegd. Aan de oostzijde van en langs de Hamsestraat zijn namelijk twee typen bestemmingen beoogd, namelijk vier woon-/werkkavels aan de zuidzijde en woonkavels aan de noordzijde.

De woon-/werkkavels aan de zuidzijde worden aangemerkt als het gebiedstype ‘gemengd gebied’, omdat dit deelgebied direct grenst aan het bestaande bedrijventerrein Daasdonk en zelf ook voorziet in werken. De woonkavels aan de Hamsestraat, die direct ten noorden van de woon-werkkavels zijn gelegen, worden eveneens aangemerkt als ‘gemengd gebied’. Deze woonkavels grenzen aan twee zijden aan werken, namelijk het bestaande bedrijventerrein Daasdonk -9-

Nota van zienswijzen ONTWERPBESTEMMINGSPLANNEN Woonlocatie Hamsestraat-Roderweg Woonwerklocatie Hamsestraat

(werken) en de woon-/werkkavels. De noordelijk woonkavels aan de Hamsestraat worden aangemerkt als het omgevingstype rustige woonwijk, omdat dit deel van het plangebied direct grenst aan bestaande woonbestemmingen. Ook voor de rest van het plangebied geldt dat sprake is van het omgevingstype rustige woonwijk. 7.3 Het bestemmingsplan Woonwerklocatie laat geen functies toe die geur, stof of gevaar op de omgeving toestaan, voor zover dit al niet geborgd is middels milieuwetgeving. Bij de vestiging van nieuwe bedrijven moeten deze vergunningen aanvragen of meldingen doen. De aspecten geur, stof of gevaar zijn in het ontwerpbestemmingsplan beperkt onderzocht. De paragraaf Bedrijven en milieuzonering is hierop aangepast. 7.4 Er heeft toetsing plaats gevonden op basis van publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG. Uit stap 1 is gebleken dat niet voldaan wordt aan de richtafstanden. Daarom is aansluitend akoestisch onderzoek uitgevoerd. 7.5 Het Akoestisch onderzoek industrielawaai zal bij het vast te stellen bestemmingplan apart in het bijlagenboek worden opgenomen. 7.6 Figuur 2 van het Akoestisch onderzoek geeft een overzicht van de ligging van alle geluidbronnen en rijlijnen. De gemeten geluidniveaus zijn niet opgenomen in het rapport en zullen in het gewijzigde geluidsrapport worden opgenomen. 7.7 Zie beantwoording punt 7.8.

7.8 In het geluidsrapport is aangetoond dat de nieuw toegevoegde geluidsgevoelige functies een geluidsbelasting krijgen die lager is dan de, in de bestaande situatie, bestaande geluidsgevoelige functies. De huidige geluidsruimte van geluidproducerende bedrijven wordt niet aangetast. Binnen deze ruimte kunnen deze bedrijven uitbreiden tot wat er in de bestaande situatie mogelijk is. Op locatie is er nader geluidsonderzoek gedaan. Op aangeven van de aanwezige bedrijven zijn bronvermogens gemeten. 7.9 Zie beantwoording punt 7.8. 7.10 Er wordt inderdaad gesteld dat er een overschrijding plaats vindt van de Lmax in paragraaf 8.3.2 van het Akoestisch onderzoek industrielawaai. Deze overschrijding wordt veroorzaakt door laad- en los activiteiten en door middel van het verhogen van de geluidwering kan worden voldaan aan het maximaal toegestaan binnenniveau ter plaatse van de nieuwbouwwoningen. 7.11 In de toelichting van het bestemmingsplan is aangetoond dat een acceptabel woon- en leefklimaat wordt gerealiseerd. Conclusie: De zienswijze vormt aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Volgnummer Ingekomen Wijze inbreng

: 8 (1319609) Zienswijze heeft betrekking op beide bestemmingsplannen : 7 april 2023 : Schriftelijk

Samenvatting 8.1 Reclamant heeft moeite met de aansluiting van de nieuwe wijkontsluiting op de Roderweg, i.v.m. het inschijnen van koplampen. Beantwoording 8.1 De aansluiting van de nieuwe wijkontsluitingsweg op de Roderweg is in de uitwerking naar het ontwerpbestemmingsplan aangepast en verwerkt op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan. De ontsluiting van de wijk buigt nu licht af, zodat de ontsluiting niet meer recht tegenover de woning ligt. Hierdoor schijnen de koplampen van auto’s komend vanuit de nieuwe wijk meer naast de woning. De suggestie om de naastgelegen natuurbestemming aan te passen is niet haalbaar, deze natuurbestemming speelt een essentiële -10-

Nota van zienswijzen ONTWERPBESTEMMINGSPLANNEN Woonlocatie Hamsestraat-Roderweg Woonwerklocatie Hamsestraat

rol in de realisatie van de landschappelijke kwaliteit. Voor de gemeente is verkeerskundig een half verhoogd plateau het uitgangspunt. Er moet een duidelijke aanduiding zijn dat van buitengebied de kom in wordt gereden.. Conclusie: De zienswijze vormt geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Volgnummer Ingekomen Wijze inbreng

: 9 (1319933) Zienswijze heeft betrekking op beide bestemmingsplannen : 11 april 2023 : Schriftelijk

Samenvatting 9.1 Reclamant is bang voor vermindering van woonkwaliteit en waardedaling van hun woning. Daarnaast stellen zij dat zij worden opgezadeld met kosten voor erfafscheiding waar zij niet om hebben gevraagd. 9.2 Reclamant maakt bezwaar tegen de hoge dichtheid en intensiteit van de voorgenomen bebouwing. 9.3 De in het bestemmingsplan opgenomen bouwhoogte van 7 meter en nokhoogte van 11 meter zijn niet in overeenstemming met gemaakte afspraken met de gemeente en initiatiefnemer. 9.4 Reclamant maakt zich zorgen over de aanwezige natuurwaarden in de omgeving. 9.5 Reclamant vraagt om herziening van eerdere afkeuring verzoek tot kavelsplitsing. Beantwoording 9.1 Het staat reclamant vrij als zij bang is voor vermindering van woonkwaliteit en waardedaling van hun woning een planschadeclaim in te dienen. 9.2 In de toelichting is de ruimtelijke kwaliteit onderbouwd, de architectuur wordt verder geborgd door het Beeldkwaliteitplan. Het Beeldkwaliteitplan wordt gelijk met het bestemmingsplan vastgesteld. Hiermee wordt aangesloten bij de dichtheid en bouwstijl in Liempde. 9.3 Het plan is op verzoek van reclamant in een eerder stadium aangepast. In het plan zijn achter de woning van reclamant geen woningen meer voorzien, maar parkeerplaatsen. De bouwhoogten zijn niet aangepast, omdat de bouwhoogten in lijn zijn met het beeldkwaliteitsplan en de gebiedsvisie.

9.4 De planontwikkeling is getoetst aan de Wet natuurbescherming middels een onderzoek flora en fauna. Hieruit zijn geen beschermde flora en fauna naar voren gekomen die belemmerd kunnen worden door de ontwikkeling. 9.5 Het eigen bouwkavel is geen onderdeel van het ontwerpbestemmingsplan en valt buiten de plangrenzen. Het verzoek wordt in deze procedure niet verder beoordeeld. Conclusie: De zienswijze vormt geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Volgnummer Ingekomen Wijze inbreng

: 10 (1319947) Zienswijze heeft betrekking op beide bestemmingsplannen : 6 april 2023 : Schriftelijk

Samenvatting 10.1 Reclamant stelt dat oude archeologische rapporten niet zijn toegevoegd en vraagt of deze nog actueel zijn. 10.2 Reclamant stelt dat het niet duidelijk is of de nieuwe inspectie m.b.t. flora en fauna daadwerkelijk moet plaatsvinden. En wordt er ook rekening gehouden in het onderzoek met het verplaatsen of dempen van sloten? 10.3 Reclamant stelt dat in het akoestisch onderzoek voor de woon-werkkavels de gevolgen van de bedrijfsmatige activiteiten (geluid) voor de nieuwe woningen niet bepaald. 10.4 Voor de woning aan de Roderweg 37 is een toename aan geluidbelasting berekend m.b.t. verkeer. De woning wordt in de huidige situatie al zwaar belast door verkeer. Deze verkeersbelasting neemt toe. Er is niet onderbouwd op welke wijze deze verslechtering voor het woon- en leefmilieu wordt gecompenseerd. -11-

Nota van zienswijzen ONTWERPBESTEMMINGSPLANNEN Woonlocatie Hamsestraat-Roderweg Woonwerklocatie Hamsestraat

10.5 Reclamant vraagt hoe het aspect stikstofdioxide en ammoniak geborgd zijn in het plan, o.a. waarom woningen en woonwerkkavels geen stikstofdioxiden en ammoniak uitstoten, waarom de realisatiefase is ingeschat en hoe compensatie door bemeste weilanden werken. 10.6 Reclamant stelt dat een goede inschatting maken over de waterparagraaf momenteel nog niet mogelijk is en dat nader overleg met het waterschap nodig is. Beantwoording 10.1 In het bijlagenboek bij het ontwerpbestemmingsplan zijn de relevante archeologische onderzoeken gevoegd. In de toelichting is per onderzoek ook een korte samenvatting per onderzoek opgenomen. Deze onderzoeken zijn nog voldoende actueel. 10.2 Er is ecologisch onderzoek gedaan. Uit het ecologisch onderzoek blijkt dat er geen beschermde flora en fauna is aangetroffen, die de beoogde ontwikkeling in de weg zouden kunnen staan. Wel dient er voordat er gestart wordt met de werkzaamheden nader onderzoek te worden gedaan, mede afhankelijk van het seizoen waarin de werkzaamheden plaatsvinden. Dit is geborgd in de benodigde vergunningen. De sloten zijn meegenomen in de quickscan flora en fauna, al is hier tekstueel niet nader op ingegaan. Een deel van de sloten betroffen relatief ondiepe greppels, welke niet waterhoudend zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=7cbe00ce-2ca7-44d2-b3fb-1e4be73a8a27